RIS319987 Bijlage 2 BeleidsplanVTH2024-2028
Tekst van het document
Bij een derde last onder dwangsom wordt uitdrukkelijk overwogen in het besluit waarom niet voor een last onder bestuursdwang is gekozen. Of er wordt gekozen voor een last onder bestuursdwang om de overtreding te beëindigen. 2.5 Specifieke regels last onder dwangsom • Een preventieve last onder dwangsom wordt enkel opgelegd, als een (nieuwe) overtreding zich met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal voordoen. Er geldt een zware bewijslast en preventieve lasten worden alleen onder bijzondere omstandigheden toegepast. • Een lastgeving bij een last onder dwangsom mag betrekking hebben op het beëindigen èn beëindigd houden van een overtreding. In het geval de overtreding zich niet opnieuw heeft voorgedaan wordt bij een dergelijke formulering na één jaar last onder dwangsom ingetrokken. Mocht een besluit met een dergelijke formulering onverhoopt niet ingetrokken zijn na verloop van een jaar, dan wordt de last onder dwangsom in beginsel niet geëffectueerd. De oude last onder dwangsom wordt dan alsnog ingetrokken en een nieuwe last wordt opgelegd. • Een last onder dwangsom kan betrekking hebben op een bedrag ineens of is opgebouwd uit meerdere bedragen per geconstateerde overtreding met gemaximeerd totaalbedrag.
Dit laatste wordt toegepast bij telkens zich herhalende overtredingen, zoals winkeltijden, waarbij een winkel regelmatig te lang openblijft of overlast die zich met tussenpozen herhaalt. Bij doorlopende overtredingen, zoals splitsing, achterstallig onderhoud, illegale bouw of kamerbewoning wordt in beginsel gekozen voor een bedrag ineens. • De hoogte van een dwangsom staat in redelijke verhouding tot enerzijds de zwaarte van het geschonden belang en anderzijds de beoogde werking van de last onder dwangsom. Het bedrag van de dwangsom dient, gelet op de zwaarte van het geschonden belang niet te hoog te zijn, en gelet op de beoogde werking van de last onder dwangsom niet te laag te zijn. • Bij overtredingen met betrekking tot het gebruik van gebouwen wordt gewerkt met vaste bedragen voor bepaalde overtredingen, waardoor een samenloop van overtredingen leidt tot
66
Inhoud
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
een hogere dwangsom. Bij achterstallig onderhoud en illegale bouw wordt gewerkt met een dwangsombedrag dat gebaseerd is op een grove inschatting van de herstelkosten. Op deze wijze wordt de proportionaliteit geborgd. • Iemand die meerdere keren de fout in gaat met dezelfde type overtredingen (recidive) of niet voldoet aan een eerdere last onder dwangsom, krijgt in beginsel een hogere dwangsom. In beginsel wordt gekozen voor een verdubbeling van de het dwangsombedrag. • Bij iedere last onder dwangsom wordt de termijn vermeld, waarbinnen de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom verbeurt. De termijn geeft een reële periode om de overtreding op te heffen en moet passen bij de mate waarin de overtreding ingrijpt op het algemeen belang en de belangen van derden (bijvoorbeeld omwonenden). Geeft een overtreding aantoonbaar veel overlast of is er sprake van een ernstige overschrijding van de gestelde norm dan zal de begunstigingstermijn doorgaans korter zijn. 2.6 Specifieke regels voor de last onder bestuursdwang • Bij iedere last onder bestuursdwang wordt de termijn vermeld, waarbinnen de overtreder de last kan uitvoeren. De termijn geeft een reële periode om de overtreding op te heffen en moet passen bij de mate waarin de overtreding ingrijpt op het algemeen belang en de belangen van derden (bijvoorbeeld omwonenden).
Geeft een overtreding overlast of gevaar dan zal de begunstigingstermijn doorgaans kort zijn. • Soms is het nodig dat direct een einde wordt gemaakt aan een (gevaarlijk) situatie. Denk aan huisvesting veel personen zonder de juiste brandveiligheidseisen, vuurwerkopslag in een woning, een hennepkwekerij of een (deel van een) gebouw dat op instorten staat. Het direct toepassen van bestuursdwang is een ingrijpend middel en wordt terughoudend ingezet. Vooral in het geval van bewoonde panden. De toezichthouders houden ter plaatse rekening met de omstandigheden van het geval. En passen de directe bestuursdwang met zo min mogelijk schade en kosten toe. Een aantal omstandigheden, waar in ieder geval bij directe toepassing rekening mee gehouden wordt: • Rechtvaardigt de (gevaarlijke) situatie direct ingrijpen? • Rechtvaardigt het belang, dat gediend wordt, de kosten van het handelen? • Is het treffen van deelmaatregelen al voldoende om de situatie te verbeteren? • Zijn er bewoners betrokken bij het ingrijpen en bevinden zich er onder de bewoners ouderen, kinderen of sociaal kwetsbare personen? • Is er bij kwetsbare personen alternatieve opvang voor handen? Een dergelijke directe toepassing van bestuursdwang wordt achteraf binnen zes werkdagen bevestigd in een last onder bestuursdwang.
• Een beheerovername of het sluiten van panden op grond van de Woningwet zijn bijzondere vormen van toepassing van bestuursdwang en worden binnen de kaders van de ‘Beleidsregel bestuurlijke boete, sluiting en beheerovername op grond van de Woningwet Den haag 2022’ (RIS 311800) toegepast. 2.7 Specifieke regels voor een bestuurlijke boete Een bestuurlijke boete is een boete die door een bestuursorgaan, zonder tussenkomst van een
Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028
67
rechter, kan worden opgelegd aan een overtreder. Een bestuurlijke boete is wezenlijk anders dan een last onder dwangsom of bestuursdwang. De bestuurlijke boete heeft een punitief/ bestraffend karakter. De bestuurlijke boete is een middel om toekomstige overtredingen te voorkomen en overtredingen te bestraffen, maar een overtreding wordt er niet mee hersteld. De afschrikkende werking is en het bewerkstelligen van een gedragsverandering zijn dus belangrijke redenen voor het opleggen van een bestuurlijke boete. De volgende aandachtspunten bij het opleggen van een boete: • Een bestuurlijke boete heeft altijd een specifieke grondslag in een bepaalde wet. Zo kan er op grond van de Woningwet, de Wet goed verhuurderschap en de Huisvestingswet een bestuurlijke boete worden opgelegd en onder de Omgevingswet kan dit ook op grond van artikel 18.12 (Woningwet) en 18.13 (Erfgoedwet – nieuw). • Er zijn aparte kaders voor bestuurlijke boetes. Deze worden aangehouden een bijgesteld in deze kaders zelf en worden zo up-to-date gehouden. 1. Voor de Huisvestingswet is in de Huisverordening een boetetabel opgenomen. Deze tabel wordt aangehouden voor het bepalen van de hoogte van de boetes. 2. Voor de Wet goed verhuurderschap is in de Verhuurverordening een boetetabel opgenomen. Deze tabel wordt aangehouden voor het bepalen van de hoogte van de boetes. 3.
Voor boetes op grond van de Woningwet is een tabel opgenomen in de ‘Beleidsregel bestuurlijke boete, sluiting en beheerovername op grond van de Woningwet Den haag 2022’ (RIS 311800). Deze beleidsregel blijft gelden na het in werking treden van de Omgevingswet (dan artikel 18.12 Omgevingswet). Het college beoogt geen beleidsmatige veranderingen bij de toepassing van deze middelen na invoering van de Omgevingswet. 4. Onder de Omgevingswet kunnen ook boetes worden opgelegd voor overtredingen van de huidige Erfgoedwet (artikel 18.13 Omgevingswet). Hiervoor wordt nog een aanvullend kader geschreven, dat aangehouden zal worden. • In voorkomende gevallen wordt een bestuurlijke boete opgelegd zonder dat er ook een herstelsanctie wordt opgelegd. Dit doet zich voor, wanneer een overtreding die een momentopname betreft of/ en herstel van de overtreding grote nadelige gevolgen heeft voor derden. • Er wordt gebruik gemaakt van gefixeerde boetestelsels, waarbij er al vooraf een afweging is gemaakt hoe hoog een boete is bij welke handeling en met welke omstandigheden wordt rekening gehouden. • Matiging van boetebedragen vindt daarom enkel plaats als zich bijzondere omstandigheden voordoen. De afweging of een boete gematigd wordt, vindt plaats aan de hand van de Beleidsregel matiging bestuurlijke boete huisvesting 2019 (RIS 303046).
Deze beleidsregel geldt voor zowel de Huisvestingswet en Woningwet. Deze regeling heeft de afgelopen jaren naar behoren gewerkt, waarbij één enkele verduidelijking nodig is: Bij natuurlijke personen wordt rekening gehouden met draagkracht. Bij rechtspersonen in beginsel niet. • De afweging voor het treffen van een eventuele betalingsregeling vindt ook plaats aan de hand van de Beleidsregel matiging bestuurlijke boete huisvesting 2019 (RIS 303046). • Het opleggen van een boete is een discretionaire bevoegdheid. In deze richtlijn worden handvatten (niet cumulatief) gegeven voor overwegingen bij het opleggen van een boete: 1. De gedraging heeft gevaar en/ of ernstige overlast veroorzaakt.
68
Inhoud
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
2. De gedraging betreft eveneens een criminele activiteit of een ondermijnende activiteit. 3. Het betreffen onderwerpen met een hoge prioriteit in de jaarplannen VTH. 4. Alleen bij geen twijfel over het overtrederschap, kan een boete worden opgelegd. 5. Boetes worden opgelegd om gedragingen te bestraffen en/ of te voorkomen. Dit betekent dat professionele exploitanten en (rechts-)personen met meer vastgoed eerder in aanmerking komen voor het opleggen van een boete. • Doordat vanuit verschillende maatschappelijke belangen gedragingen gereguleerd worden, kan het voorkomen dat voor één gedraging meerdere boetes door het college van B&W kunnen worden opgelegd. Denk bijvoorbeeld aan onvergunde kamerwoning in strijd met de Wet goed verhuurderschap in een woning, die valt onder de opkoopbescherming. Er kunnen dan op drie verschillende gronden boetes worden opgelegd. Bij een dergelijke samenloop kan het totaal aan boetebedragen erg hoog worden. Als uitgangspunt wordt bij één gedraging bestaande uit meerdere overtredingen in beginsel maar één boete door het college van B&W opgelegd. Daarbij wordt in beginsel de hoogste boete opgelegd van de verschillende boetes, die kunnen worden opgelegd. De gedraging is immers een samenstel van overtredingen (vergelijk met te hard door rood rijden). Het blijft in voorkomende gevallen mogelijk om meerdere boetes op te leggen bij één gedraging.
Hiervoor geldt dan voor iedere boete individueel een extra uitgebreide motiveringsplicht waarom van de stelregel is afgeweken. 2.8 Effectuering van dwangmiddelen Het volgende geldt met betrekking tot invordering van dwangsommen: • Een dwangsom verbeurd van rechtswege na afloop van de hersteltermijn (begunstigingstermijn) en niet is voldaan aan wat de overtreder moest doen of nalaten (last). • Een dwangsom wordt in beginsel altijd ingevorderd in het geval een dwangsom verbeurd is en nog niet is betaald. Een medewerker heeft niet het financiële mandaat om hier zonder overleg met de afdelingsmanager vanaf te wijken. • Is een dwangsom zes weken, nadat deze verbeurd is, nog niet betaald, dan volgt een invorderingsbesluit. • Een overtreder wordt op de hoogte gebracht, dat de overtreding niet is beëindigd in een nieuwe last onder dwangsom of bestuursdwang. • Een belanghebbende kan verzoeken om over te gaan tot invordering van een dwangsom. Mochten er bijzondere omstandigheden zijn waarom er niet ingevorderd wordt, dan wordt dit uitdrukkelijk gemotiveerd in de afwijzing van het verzoek. • Een invordering is een besluit. Er vindt geen integrale heroverweging van de hele casus plaats bij een invorderingsbesluit. Wel wordt een zienswijze gevraagd.
Mochten er nieuwe bijzondere omstandigheden naar voren worden gebracht in deze zienswijze, waardoor het college het oorspronkelijke dwangsombedrag te hoog acht, dan kan gedeeltelijke invordering plaatsvinden van het bedrag. Het volgende geldt met betrekking tot effectuering van bestuursdwang: • Bestuursdwang wordt na afloop van de hersteltermijn, en niet is voldaan aan de last, in beginsel altijd geëffectueerd.
Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028
69
• Kosten van uitvoering van bestuursdwang worden in principe altijd in rekening gebracht bij een overtreder. Wanneer er geen overtreder is, dan kunnen er geen kosten in rekening worden gebracht. • Lage bedragen worden in beginsel ook in rekening gebracht om calculerend gedrag te voorkomen. • De volgende kosten worden in rekening gebracht: 1. Een vast bedrag van € 500,-. Dit betreffen gemeentelijk kosten van de bestuursdwang (inzet van personeel en materieel) bij de effectuering van de last onder de bestuursdwang. 2. Gefactureerde bedragen van derden, die nodig waren bij de effectuering van de last onder bestuursdwang. 3. Een opslag van 13% op deze rekeningen van derden. De controle van de uitvoering van het werk en de administratieve verwerking van deze rekeningen brengen extra kosten met zich mee. • Bij een direct optreden met bestuursdwang wordt alleen de facturen van derden, die nodig waren bij de effectuering van de bestuursdwang, in rekening gebracht. Er worden geen andere kosten in rekening gebracht, omdat de overtreder niet in staat is geweest om zelf een einde te maken aan de overtreding. • Bij de invordering van de kosten van bestuursdwang wordt in beginsel niet gematigd. Er worden reëel gemaakte kosten in rekening gebracht. De afdelingsmanager met financieel mandaat kan in uitzonderlijke gevallen kiezen om af te zien van invordering.
2.9 Bezwaar en beroep In afwijking van de vorige richtlijn wordt niet langer standaard een opschortende werking gegeven aan een besluit als iemand bezwaar of beroep aantekent. Van een ‘Ja, tenzij’ verandert de afweging naar ‘Nee, tenzij’. Invorderingen en effectuering van bestuursdwang worden dus doorgezet. In praktijk zien we dat procedures de afgelopen tien jaar zo lang duren, dat het vaak loont om ook een kansloos bezwaar of beroep aan te tekenen. Dit gebeurt ook vaak en hierdoor blijft een overtreding vaak jaren langer voortduren en betalingen blijven jarenlang uit. Door de duur van processen neem de kans op procedurele fouten toe, terwijl het maatschappelijk beoogde effect uitblijft. Dit wordt met deze keus voorkomen. Naar verwachting zal deze keus ook een toename betekenen in het aantal zaken dat met een kort geding aangespannen wordt en een toename van terugbetalingen van dwangsommen en boetes met zich meebrengen. Er kan nog wel een opschortende werking overwogen worden na een onderbouwd en met redenen omkleed verzoek, waarbij zich grote onomkeerbare maatschappelijke gevolgen voordoen. Ook kunnen overtreders een voorlopige voorziening aanvragen in een kortgeding. Het is aan verzoeker om te onderbouwen waarom dit het geval is.
Ook bij potentiële grote financiële gevolgen voor de gemeente naar inschatting van het college kan gekozen worden de werking op te schorten/ uitstel van de termijn te geven na een bezwaar of beroep. 2.10 Afstemming met strafrechtelijke handhaving Sommige van de overtredingen en de gedragingen waar deze richtlijn over gaat, zijn ook te
70
Inhoud
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
vervolgen onder het strafrecht. De manier hoe hier mee omgegaan wordt, is als volgt: • Wanneer het college een bestuurlijk signaal ontvangt van de politie, onderzoekt het college de mogelijkheden die zij heeft om de gedraging (ook) bestuursrechtelijk met dwangmiddelen aan te pakken (bijvoorbeeld bij een hennepkwekerij in voorkomende gevallen: strijdigheid bestemmingsplan, woningonttrekking en illegale bouwwerkzaamheden). Het Openbaar Ministerie vervolgt separaat haar traject of niet. Er worden verschillende belangen gediend met de verschillende regelstelsels en daarmee is nadere afstemming niet nodig. • Een deel van de beschreven overtredingen, waar de gemeente de opsporing van doet, zijn ook aan te pakken via het strafrecht. Er is een koppeling tussen de Wed Economische Delicten opgenomen in de Woningwet. In beginsel worden overtredingen van de Woningwet alleen bestuursrechtelijk aangepakt. In uitzonderlijke gevallen kan in overleg met het Openbaar Ministerie gekozen worden om in een lopende zaak bevindingen van de gemeente met betrekking tot overtreding van de WED in te voegen of de gemeente kan aangifte doen van een strafbaar feit. Dit wordt enkel overwogen in zaken van een groot maatschappelijk belang, bijvoorbeeld bij letsel of overlijden danwel de aanpak van aan vastgoed gerelateerde criminaliteit.
2.11 Maatwerk en afzien van handhaving Door onderbouwd af te wijken van de richtlijn kan in specifieke of bijzondere gevallen voorkomen worden dat een besluit onevenredige gevolgen heeft. Dit kan bijvoorbeeld door in een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang te kiezen voor een langere begunstigingstermijn. Of te voorkomen dat een rechtsopvolger niet de overtreding kan voortzetten. Ook in overmachtsituaties biedt een lange begunstigingstermijn soms uitkomst. Overmacht is meestal een tijdelijke situatie. Naast een lange begunstigingstermijn is de informatiebrief soms een goed middel. Schroom niet om met collega’s een casus en de mogelijkheden te bespreken, als duidelijk wordt dat een onverkorte toepassing van de richtlijn leidt tot onevenredige gevolgen voor een overtreder of derden. Bij (concreet) zicht op legalisatie wordt de overtreding beëindigd, doordat de overtreding door bijvoorbeeld een aanstaande vergunningverlening of een aanstaande wetswijzing niet langer een overtreding is. De wetswijziging of vergunningverlening wordt dan afgewacht in een dergelijk geval wordt in beginsel tijdelijk afgezien van handhaving. Een handhavingsprocedure wordt, indien de omstandigheden dit toelaten (geen of beperkt overlast en/ of gevaar), in beginsel eenmalig opgeschort als een complete vergunningaanvraag voor het einde van de begunstigingstermijn is ingediend. 3.
Tabel inzet middelen, hoogte van dwangsommen en het geven van hersteltermijnen In onderstaande middelen wordt per onderwerp benoemd welke middelen in beginsel worden ingezet en binnen welke range van termijnen. De afwegingen met betrekking tot de keuze van middelen, de totstandkoming van dwangsombedragen en de bepaling van termijnen staan in hoofdstuk 2.
Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028
71
De bedragen zijn verhoogd, omdat sinds 2010 niet geïndexeerd is en bijvoorbeeld de waarde van woningen en de kosten van herstel zijn toegenomen. Bij illegale bouw en achterstallig woningonderhoud is de systematiek iets verfijnd, waardoor meer maatwerk wordt toegepast. Type overtreding
Middelen, die in beginsel ingezet worden
Hoogte dwangsom
Range begunstigingstermijnen
Achterstallig (woning) onderhoud
• Waarschuwing • Last onder dwangsom • Last onder bestuursdwang • Bestuurlijke boete
€ 750,Schatting herstelkosten < € 1.500,-
Dwangsom: van minimaal 2 weken tot maximaal 12 maanden
Het niet voldoen aan de fysieke eisen, waaraan een bouwwerk dient te voldoen.
€ 3.500,Schatting herstelkosten > € 1.500,en < € 7.500,€ 7.500,Schatting herstelkosten > € 7.500,en < 15.000,-
Artikelen voormalig Bouwbesluit Artikelen Besluit bouwwerken leefomgeving (onder Omgevingswet)
Bestuursdwang: van direct tot maximaal 12 maanden
€ 10.000,Schatting herstelkosten > € 15.000,en < € 25.000,€ 15.000,Schatting herstelkosten > € 25.000,en < € 50.000 € 25.000,Schatting herstelkosten > € 50.000,• Bij recidive/niet beëindigen van overtreding worden deze bedragen verdubbeld
Erfgoedwet
• Waarschuwing • Last onder dwangsom • Last onder bestuursdwang • Bestuurlijke boete (onder Omgevingswet)
€ 750,Schatting herstelkosten < € 1.500,€ 3.500,Schatting herstelkosten > € 1.500,en < € 7.500,€ 7.500,Schatting herstelkosten > € 7.500,en < 15.000,€ 10.000,Schatting herstelkosten > € 15.000,en < € 25.000,€ 15.000,Schatting herstelkosten > € 25.000,- en < € 50.000 € 25.000,Schatting herstelkosten > € 50.000,• Bij recidive/niet beëindigen van overtreding worden deze bedragen verdubbeld
72
Dwangsom: van minimaal 2 weken tot maximaal 12 maanden Bestuursdwang: van direct tot maximaal 12 maanden
Inhoud
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Type overtreding
Middelen, die in beginsel ingezet worden
Hoogte dwangsom
Range begunstigingstermijnen
Energielabel C kantoren
• Waarschuwing • Last onder dwangsom • Last onder bestuursdwang
€ 5.000,-
Dwangsom: 12 weken
• Bij recidive/niet beëindigen van overtreding wordt dit bedrag verdubbeld
Bestuursdwang: van 12 weken tot 6 maanden
• Last onder dwangsom • Last onder bestuursdwang • Bestuurlijke boete
€ 3.000,- per overtreding (artikelnummer/-lid)
Dwangsom: van minimaal 2 weken tot maximaal 10 weken
• Waarschuwing • Last onder dwangsom • Last onder bestuursdwang • Bestuurlijke boete
€ 3.000,- per overtreding (artikelnummer/ -lid)
Dwangsom: van minimaal 2 weken tot maximaal 10 weken
• Bij recidive/niet beëindigen van overtreding wordt dit bedrag verdubbeld
Bestuursdwang: van direct tot maximaal 10 weken
Waarschuwing
n.v.t.
n.v.t.
• Waarschuwing • Last onder dwangsom • Last onder bestuursdwang • Bestuurlijke boete
€ 750,Schatting herstelkosten < € 1.500,-
Dwangsom: van minimaal 2 weken tot maximaal 6 maanden
Ontbreken van een energielabel c. Overlast, hygiëne, overbewoning Bruidsschatregels (onder Omgevingswet)
Brandveiligheidseisen Rookmelders in combinatie met andere overtredingen, melding brandveilig gebruik, brandscheidingen, onzelfstandige bewoning etc.
Bij recidive/niet beëindigen van overtreding wordt dit bedrag verdubbeld.
Hoofdstuk 6
Bestuursdwang: van direct tot maximaal 10 weken
Besluit bouwwerken leefomgeving Rookmelders Niet in combinatie met andere overtredingen Illegale bouw Bouwen zonder vergunning en in afwijking van vergunning
€ 3.500,Schatting herstelkosten > € 1.500,en < € 7.500,€ 7.500,Schatting herstelkosten > € 7.500,en < 15.000,-
Bestuursdwang: van direct tot maximaal 6 maanden
€ 10.000,Schatting herstelkosten > € 15.000,en < € 25.000,€ 15.000,Schatting herstelkosten > € 25.000,en < € 50.000 € 25.000,Schatting herstelkosten > € 50.000,• Bij recidive/niet beëindigen van overtreding worden deze bedragen verdubbeld
Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028
73
Type overtreding
Middelen, die in beginsel ingezet worden
Hoogte dwangsom
Range begunstigingstermijnen
Strijdigheid Omgevingsplan Voormalig bestemmingsplan
• Waarschuwing • Last onder dwangsom • Last onder bestuursdwang
Minimaal € 1.000,Maximaal € 150.000,-
Dwangsom: van minimaal 2 weken tot maximaal 6 maanden
Ontbreken huisvestingsvergunning
• Bestuurlijke boete
N.v.t.
N.v.t.
• Waarschuwing • Last onder dwangsom • Last onder bestuursdwang • Bestuurlijke boete
€ 7.500,- per overtreding (artikelnummer/ -lid)
Dwangsom: van minimaal 2 weken tot maximaal 10 weken
• Waarschuwing • Last onder dwangsom • Last onder bestuursdwang • Bestuurlijke boete
€ 7.500,- per overtreding (artikelnummer/ -lid)
Dwangsom: van minimaal 2 weken tot maximaal 10 weken
• Bij recidive/niet beëindigen van overtreding wordt dit bedrag verdubbeld
Bestuursdwang: van direct tot maximaal 10 weken
• Waarschuwing • Last onder dwangsom • Last onder bestuursdwang • Bestuurlijke boete
€ 2.500,- per constatering met een maximum van € 12.500,-
Dwangsom; van minimaal 1 week tot maximaal 4 weken
• Bij recidive € 5.000,- per constatering met een maximum van € 25.000,-
Bestuursdwang: van direct tot maximaal 4 weken
• Bij recidive/niet beëindigen van overtreding worden deze bedragen verdubbeld
Bestuursdwang: van direct tot maximaal 6 maanden
Aan de verhuurder wordt een boete opgelegd voor het in gebruik geven van een woning zonder huisvestingsvergunning Hoofdstuk 5 Huisvestingsverordening Overtredingen m.b.t. Toeristische verhuur verplichtingen, woningonttrekking, woningvorming, opkoopbescherming, kamerbewoning, Pied a terres, vergunningvoorwaarden Wet goed verhuurderschap en Verhuurverordening
Winkeltijden wet en Winkeltijdenverordening
74
• Bij recidive/niet beëindigen van overtreding wordt dit bedrag verdubbeld
Bestuursdwang: van direct tot maximaal 10 weken
Inhoud
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Bijlage 4 Afkortingenlijst APV
Algemene Plaatselijke Verordening
AVG
Algemene verordening gegevensbescherming
BEG
Besluit energieprestatie gebouwen
BENG
Bijna energieneutraal gebouw
Bibob
Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
BOM
Bouwtoezicht op maat
DBV
Dienst Bedrijfsvoering
DSO
Digitaal Stelsel Omgevingswet
IBT
Interbestuurlijk toezicht
LHS
Landelijke Handhavingsstrategie
LHSO
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht
Ob
Omgevingsbesluit
ODH
Omgevingsdienst Haaglanden
REG
Regeling energieprestatie gebouwen
RIS
Raadsinformatiesysteem
VvE
Vereniging van Eigenaren
VRH
Veiligheidsregio Haaglanden
VTH
Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Wabo
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Wkb
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028
75
Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Den Haag @denhaag.nl 14070 Denhaag.nl mei 2024