CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319987 Bijlage 2 BeleidsplanVTH2024-2028

Commissie Ruimte 5 maart 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Geclusterd debat inzake goed verhuurderschap / het proceskostenfonds21.355 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving

2024 2028

2

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Inhoudsopgave Voorwoord

4

6. Borging, monitoring en evaluatie

Leeswijzer

6

6.1 Plaats VTH-beleidscyclus in bestel Omgevingswet

38 39

1. Inleiding

8

6.2 Monitoring en evaluatie

39

1.1 Waarom een Beleidsplan VTH?

9

6.3 Monitoring behaalde resultaten

40

1.2 Beleidscyclus

10 Bijlagen

41

2. Ontwikkelingen en doelgroepen

12

Bijlage 1

2.1 Ontwikkelingen omgeving

13

Uitwerking uitgangspunten van strategieën 42

2.2 Doelgroepen

16

Bijlage 2

2.3 Ontwikkelingen VTH

18

Wkb handhavingsbeleid Den Haag 2024

3. Missie, visie en doelstellingen

20

Richtlijn bestuursrechtelijke

3.1 Missie en visie

21

dwangmiddelen 2023

3.2 Doelstellingen

21

Bijlage 4

4. Beleidssystematiek

24

4.1 Gestructureerde aanpak

25

45

Bijlage 3

Afkortingenlijst

63 75

4.2 Verplichte procescriteria uitvoering en handhaving

25

4.3 Twee cycli: beleidsvormend en uitvoerend

25

4.4 Risicoanalyse

27

5. Strategieën

28

5.1 Uitvoeringsstrategieën VTH

29

5.2 Strategie preventie

29

5.3 Strategie vergunningen

31

5.4 Strategie toezicht

33

5.5 Strategie handhaving

35

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

3

Voorwoord ‘Meteen gaan huilen als ik geen Hagenees zou zijn’ zong Harry Jekkers in zijn beroemde ode aan onze ‘mooie stad achter de duinen’. Gelijk had-ie en nog steeds is het waar: Den Haag is een geweldige stad om te wonen, te werken, te ondernemen en te leren. Als gemeente willen we dat graag zo houden en - liever nog - verder verbeteren. Daarvoor zijn regels nodig die helpen om in deze drukke en levendige stad belangen met elkaar in evenwicht te brengen. Regels die vervolgens ook moeten worden toegepast en gehandhaafd. In het Beleidsplan VTH 2024-2028 beschrijven we de doelen voor de fysieke leefomgeving, waarmee we richting geven aan de uitvoering van de wettelijke taken voor vergunningen, toezicht en handhaving (VTH). Dit om zo de veiligheid en gezondheid, het milieu en de openbare orde in Den Haag te waarborgen. Het werkgebied van VTH is in ontwikkeling. De komende jaren staan vooral in het teken van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De grote woningbouwopgave in onze stad met weinig ruimte zal eveneens veel aandacht eisen. Net als de Wet goed verhuurderschap, die mogelijkheden biedt om huurders te beschermen, structurele misstanden onder controle te krijgen en malafide verhuurders aan te pakken.

Ook zullen we de komende periode toezien op verdere verduurzaming van woningen en kantoren en het op orde brengen van de kwaliteit van de gebouwde omgeving in de stad. Om te komen tot een effectief en duurzaam VTH-beleid dat tegemoetkomt aan de behoeften en uitdagingen van de stad Den Haag, moet rekening worden gehouden met een complex samenspel van factoren. Wetgeving, ruimtelijke ordening, milieu- en gezondheidskwesties, veiligheid, kwaliteit en bredere maatschappelijke ontwikkelingen spelen daarbij allemaal een essentiële rol. In Den Haag gaat het VTH beleidsplan verder dan wat voorheen met de “wet VTH” werd voorgeschreven. Den Haag heeft ook andere beleidsvelden waarbij vergunningverlening toezicht en handhaving aan de orde is en is ondergebracht in het VTH beleidsplan. Het VTH-beleid ontwikkelen we daarom met alle betrokkenen binnen de gemeente en met verschillende samenwerkingspartners, onder toezicht van de Provincie Zuid-Holland. Ook blijven we in nauw contact met onze inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven.

4

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Door nadrukkelijk rekening te houden met de menselijke maat en door ruimte te bieden aan participatie, houden we de samenleving betrokken. Heel veel consciëntieuze mensen bij de gemeente Den Haag zijn dagelijks bezig met vergunnen, handhaven en toezicht houden. Vanuit hun functie zetten zij zich in voor een leefbare stad voor alle inwoners. Als wethouder ben ik trots op het vele werk dat zij verzetten. Op basis van dit plan verrichten zij ook de komende jaren dit belangrijke werk voor onze mooie stad achter de duinen. Martijn Balster Wethouder Volkshuisvesting, Wijken, Welzijn en Zuidwest

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

5

Leeswijzer Opzet beleidsplan Het Beleidsplan VTH 2024 tot en met 2028 gaat over de opgaven waar de stad Den Haag voor staat in de fysieke leefomgeving. We beschrijven hoe we als gemeente invulling geven aan de uitvoering van de VTH-taken. Het omvat onder meer de lange termijndoelen, de manier waarop we die willen bereiken en de werkwijzen die we hiervoor toepassen. Het plan geeft richtlijnen en kaders voor acties en prioriteiten. Veranderingen De Omgevingswet, die op 1 januari 2024 inging, zorgt voor veel veranderingen. Deze nieuwe wet bundelt 26 eerdere wetten op de thema’s ruimtelijke ordening, water, infrastructuur, natuur, erfgoed, gezondheid, (externe) veiligheid en milieu. We gebruiken de Big-8 cyclus en hanteren een integraal beleid. Dat zorgt voor een betere samenhang en intensievere samenwerking. Alle gemeentelijke diensten en organisaties betrokken bij de uitvoering van de Omgevingswet zetten zich hiervoor in.

6

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Indeling Dit beleidsplan bevat zes hoofdstukken met de volgende onderwerpen:

Strategisch beleidskader

Rapportage & evaluatie

Operationeel beleidskader

Strategische cyclus

Programma & uitvoering

1.

4.

VTH voor lange termijn, werk-

van de BIG-8 cyclus met strate-

wijze met BIG-8 cyclus.

gische cyclus voor vier jaar en

Inleiding: integraal Beleidsplan

Beleidssystematiek: uitwerking

operationele cyclus voor één jaar. Monitoring

Voorbereiding

Operationele cyclus

Uitvoering

2.

5.

van de relevante kaders en

aanpak voor preventie,

wetten, zoals de Omgevingswet,

vergunningen, toezicht en

en van thema’s, opgaven en

handhaving.

Ontwikkelingen: beschrijving

Strategieën: toelichting van

doelgroepen in de stad.

3.

6.

verplichtingen en doelstellingen

evaluatie: aandachtspunten,

voor de gemeenschap; schets

inzicht in behaalde resultaten.

Missie, visie en doelstellingen:

Borging, monitoring en

hoe we Den Haag in de toekomst zien; uitwerking in hoofdactiviteiten en gewenste resultaten.

Er zijn meerdere bijlagen zoals de Afkortingenlijst en de uitwerking VTH-diensten binnen gemeentelijke organisatie en gemeenschappelijke regelingen. Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

7

8

1

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 1 Inleiding

Dit is het beleidsplan voor vergunningen, toezicht en handhaving van de gemeente Den Haag (hierna: Beleidsplan VTH) voor de periode 2024 tot en met 2028. Dit beleidsplan geeft een overzicht van de doelen en richtlijnen voor de uitvoering van de VTH-taken. Hoewel het specifiek is ontworpen binnen het kader van de Omgevingswet reikt het beleidsplan verder dan deze wet. Het is een integraal beleid, waar alle gemeentelijke diensten en organisaties betrokken bij de uitvoering van de Omgevingswet zich voor inzetten. Bij de uitvoering van wettelijke taken is niet alleen het waarom belangrijk, maar ook de manier waarop het wordt uitgevoerd. Het Beleidsplan VTH geeft weer hoe we als gemeente invulling geven aan de uitvoering van VTHtaken. Het gaat hierbij om de lange termijndoelen, de manier waarop we die willen bereiken (strategieën) en de werkwijzen die we hiervoor toepassen. Het beleid van VTH biedt hiermee een belangrijke basis voor het opstellen van de jaarplannen voor VTH en de uitvoering daarvan. Daarnaast is er ook inhoudelijk beleid bijvoorbeeld de woonvisie en de agenda Groen voor de stad. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de inhoudelijke beleidskaders.

1.1 Waarom een Beleidsplan VTH? We willen in Den Haag een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Goede dienstverlening bij de uitvoering van VTH-taken en naleving van wetten en regels draagt hier sterk aan bij. Dit beleidsplan is een leidraad voor het opstellen en uitvoeren van jaarplannen van VTH. Het biedt richtlijnen en kaders om jaarlijks de juiste acties en prioriteiten te bepalen, rekening houdend met de beschikbare middelen en de behoeften van de organisatie en de inwoners. Het beleidsplan maakt transparant wat we doen, waarom we het doen, welke keuzes we maken bij de uitvoering van onze taken en hoe we het organiseren. Volgens de wettelijke eisen voor VTH moet het college het beleid vaststellen voor het uitvoeren en handhaven van taken op het gebied van het Omgevingsrecht. Deze verplichting is opgenomen in de Omgevingswet (paragraaf 18.3.2), die de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vervangt.

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

9

1.2 Beleidscyclus Binnen het Omgevingsrecht werkt de gemeente Den Haag met de zogenoemde ‘BIG-8 cyclus’. Deze systematiek stelt ons in staat om een continue verbetering van onze VTH-processen te waarborgen. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het VTH-beleid en de jaarplannen. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. De BIG-8 cyclus omvat acht stappen. Door dit model te volgen, kunnen we onze prestaties meten, inzichten verkrijgen en gerichte acties ondernemen om de kwaliteit van onze dienstverlening en uitvoering voortdurend op peil te houden.

In de BIG-8 cyclus hanteren we de termen Strategisch beleidskader en Operationeel beleidskader. Het Strategisch beleidskader is uitgewerkt in het Beleidsplan VTH. Het Jaarplan VTH en de verschillende strategieën vormen de basis voor het Operationeel beleidskader. Het VTH Uitvoeringsprogramma legt bij Programma & uitvoering de link tussen strategie en uitvoering. Deze begrippen en de beleidssystematiek worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.

10

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

BIG-8 Beleidscyclus Visie We streven naar een veilige, gezonde, leefbare en duurzame stad. Wij willen een stad waarin vergunningenverlening, toezicht en handhaving naadloos samenkomen om een rechtvaardige en inclusieve leefomgeving te creëren voor alle inwoners, ondernemers en bezoekers.

VTH doelstellingen • Transparante, efficiënte en betrouwbare dienstverlening • Verduurzaming, vergroening en bescherming van het milieu • Het waarborgen van een gezonde, aantrekkelijke en veilige leefomgeving

VTH-Beleid • Visie op VTH • Meetbare doelstellingen obv prioriteiten

Strategisch beleidskader

• Risicoanalyse • Omgevingsanalyse VV • Jaarverslag • Evaluatie

Rapportage & evaluatie

Operationeel beleidskader

Strategische cyclus

Integraal VTH uitvoeringsprogramma • Uitvoeringsprogramma • Uitvoeringsorganisatie • Kritieke massa • Borging personele en financiële middelen • Kwaliteitsborging

Programma & uitvoering

Monitoring

Voorbereiding

Protocollen en werkinstructies • Voorbereiden en uitvoeren • Informatie uitwisselen • In- en externe afstemming

VTH-beleid en strategie • Vergunningenstrategie • Preventiestrategie • Toezichtstrategie • Sanctiestrategie

Operationele cyclus

Voortgang en resultaten monitoren • Sturing op juiste registratie • Kwartaalrapportages met directie • Maandelijks stilstaan met management bij voortgang • Jaarverslag

Uitvoering

Daadwerkelijke uitvoering

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

11

12

2

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 2 Ontwikkelingen Ontwikkelinen gendoelgroepen en doelgroepen 2.1 Ontwikkelingen omgeving Dit hoofdstuk omschrijft de context van het Beleidsplan VTH en de aandachtspunten en kansen die er zijn op dit werkgebied. Hierbij gaan we uit van de gemeentelijke beleidskaders, de landelijke omgevingsanalyses en het Haags Akkoord 2023-2026 (coalitieakkoord RIS316672). In dit hoofdstuk wordt de stad vanuit verschillende invalshoeken bekeken: gebieden, doelgroepen en specifieke thema’s. Ook wordt de blik naar buiten gericht, op het domein waar VTH werkzaam is, en worden relevante trends beschreven. Dit voorkomt mogelijke blinde vlekken. Thema’s coalitieakkoord In het coalitieakkoord 2023-2026 (RIS316672) staat dat we als gemeente met name aan de grote, urgente maatschappelijke thema’s extra geld en aandacht willen besteden. Dat zijn klimaat, natuur en dierenwelzijn, duurzaamheid, kansengelijkheid en bestaanszekerheid, leefbaarheid en veiligheid. Dat betekent naast voldoende inkomen de zorg voor genoeg huizen, een stabiele woonsituatie, gezondheid, kansengelijkheid in het onderwijs en een goede en schone leefomgeving. Als internationale stad van vrede en recht bouwen we aan een veilige stad. We anticiperen op nieuwe trends en ontwikkelingen. Juist door in te zetten op preventie, vroegtijdige signalering en toegankelijke handhaving.

Invoering Omgevingswet Op 1 januari 2024 ging de Omgevingswet in. Het uitgangspunt van deze nieuwe wet is minder vergunningen en meer algemene regels. De kerninstrumenten van de Omgevingswet worden gestructureerd door een beleidscyclus. Eén van die kerninstrumenten is de omgevingsvisie. Iedere gemeente is onder de Omgevingswet verplicht om een omgevingsvisie op te stellen voor de fysieke leefomgeving. Deze moet houvast bieden voor de verdere ontwikkeling van Den Haag. De ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn worden in de omgevingsvisie benoemd. Belangrijke gevolgen van de Omgevingswet voor de werkzaamheden van VTH zijn onder andere: • Minder uitgebreide procedures voor vergunningen en meer reguliere procedures met een kortere doorlooptijd.

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

13

• De gemeente neemt voorgaand beleid en regelingen over van het Rijk. Dit wordt de bruidsschat genoemd. • Er is meer aandacht voor participatie en afweging bij het maken van plannen. De gemeenteraad heeft besloten dat voor alle activiteiten buiten het omgevingsplan participatie verplicht is. • Meer maatwerk: besluiten vragen om een goede afweging en onderbouwing. • Bredere integrale afweging en integrale afhandeling van het proces. • Verandering van gedrag en cultuur. De nieuwe werkwijze houdt in dat we gaan van ‘nee mits’ naar ‘ja tenzij’. • Grotere transparantie van informatievoorziening, omdat alle digitale informatie op één plek te vinden is. • Het juridisch instrumentarium voor toezicht en handhaving blijft nagenoeg hetzelfde. • De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) is de opvolger van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Daarnaast introduceert de Omgevingswet een aantal kerninstrumenten. De exacte invulling en consequenties van deze instrumenten worden de komende jaren duidelijk. VTH krijgt een nadrukkelijke rol in de monitoring en evaluatie hiervan, zodat uitvoering en visie- en planvorming met elkaar in overeenstemming zijn om de kerninstrumenten op een passende manier in te zetten. Integrale benadering Alle ruim 560.000 Hagenaars moeten kunnen rekenen op een sterke gemeente die er voor hen is.

Als inwoners en ondernemers ideeën hebben voor hun wijk en buurt, als zij actief willen meedenken met nieuw beleid en ook als het tegenzit. We merken dat er inwoners en ondernemers zijn die een afstand tot de gemeente ervaren, zich onvoldoende gehoord voelen, ontevreden zijn met hoe ze geholpen worden en/of onze voorzieningen en regelingen onvoldoende weten te vinden. Het inzetten op een sterk participatietraject is een van de mogelijkheden om beter met deze problematiek om te gaan onder de nieuwe omgevingswet. Een participatiegids zal de komende jaren richting geven aan het participatieproces. Met ingang van 1 januari 2024 moet de dienstverlening van VTH aansluiten op de Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt 26 wetten op de thema’s ruimtelijke ordening, water, infrastructuur, natuur, erfgoed, gezondheid, (externe) veiligheid en milieu. De fysieke leefomgeving staat centraal. De bedoeling van de wet is om meer ruimte te bieden aan ideeën uit de stad, meer samen te werken met de inwoners en ondernemers en processen soepeler en sneller te laten verlopen. Dit alles moet digitaal goed worden ondersteund. Met het bundelen van een groot aantal wetten is het ook de bedoeling dat de belangen en thema’s integraal worden afgewogen. Dat betekent dat we binnen de gemeentelijke organisatie met de daarbij betrokken vakgebieden samenwerken.

Deze nieuwe wet zorgt dat er veel verandert in de manier waarop we op dit moment bijvoorbeeld vergunningen verlenen of hoe we met bouwplannen omgaan.

14

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Daarnaast is per 1 januari 2024 de Wkb in werking getreden. Het doel van het stelsel van kwaliteitsborging is de versterking van het toezicht op de bouwkwaliteit. De focus gaat bij bouwplannen minder uit naar de toets vooraf. In plaats daarvan ligt de nadruk op een uitgebreide controle van het bouwwerk tijdens de bouw en bij oplevering door een onafhankelijke kwaliteitsborger. Hierdoor krijgt de gemeente bij bouwplannen die vallen onder het stelsel een minder nadrukkelijke rol in de uitvoering. Omgevingsvisie Den Haag 2050 In oktober 2021 stelde het college van B&W het Ambitiedocument Omgevingsvisie Den Haag 2050 vast (RIS 309993). Hiermee is in hoofdlijnen de basis gelegd voor de inhoud en een beschrijving van het proces om te komen tot de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is een zienswijze die geldt voor de lange termijn, een periode van 30 jaar. Thema’s als energietransitie, duurzaamheid, bouwen, wonen en bevolkingstoename hebben de komende jaren veel invloed op hoe de stad zich ontwikkelt. In de omgevingsvisie staat wat de gemeente wil verbeteren, maar ook wat zij wil behouden en beschermen. De omgevingsvisie komt tot stand in samenspraak met de inwoners.

Er zijn verschillende ambities geformuleerd: • Een rechtvaardig en inclusief Den Haag; • Een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag; • Een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag; • Een economisch vitaal Den Haag; • Een gezond en veilig Den Haag; • Een duurzaam bereikbaar Den Haag. De omgevingsvisie en de woonvisie geven zowel initiatiefnemers als VTH houvast bij het beoordelen van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven in de stad. Wetten en regels Het omgevingsrecht omvat wetten en regels voor de fysieke leefomgeving, zoals milieu, natuur, water, bouwen, ruimtelijke ordening en algemeen bestuur. Het doel van deze regels is om risico’s voor mens en natuur zodanig te beperken dat de gezondheid en veiligheid niet in gevaar komen. Taken als vergunningverlening, toezicht en handhaving dragen bij aan een veilige en gezonde leefomgeving. Het niet goed uitvoeren kan een negatieve invloed hebben op de leefomgeving. De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het eerstelijnstoezicht op de uitvoering van de VTH-taak. De provincie is verantwoordelijk voor het tweedelijnstoezicht. Dit is gebaseerd op het Uitvoeringsprogramma generiek interbestuurlijk toezicht 2024.

De Omgevingswet en het Omgevingsbesluit bevatten regels voor het bevoegd gezag over omgevingsvergunningen, procedures, handhaving en uitvoering, en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). In het Ob zijn de procescriteria opgenomen die gelden voor de beleidscyclus van de uitvoering van VTH-taken. Deze criteria omvatten onder meer de uitvoerings- en

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

15

handhavingsstrategie (Ob artikelen 13.5, 13.6 en 13.7), het uitvoeringsprogramma (Ob 13.8), de uitvoeringsorganisatie (Ob 13.9), de borging van middelen (Ob 13.10) en de evaluatierapportage (Ob 13.11). Indicatoren De provincie hanteert indicatoren voor Interbestuurlijk toezicht (IBT) omgevingsrecht op basis van de procescriteria uit het Omgevingsbesluit. Het werken met beleidskaders, jaarplannen, jaarverslag en verordening wordt door de provincie gezien als de ondergrens. De provincie controleert of gemeenten over deze documenten beschikken, zonder de inhoud te beoordelen. Deze documenten zijn vastgesteld. De jaarplannen en jaarverslagen zullen na 1 januari 2024 worden aangepast aan de Omgevingswet. Ook geldt een aantal kwaliteitscriteria. Strategische beleidskaders Hieronder staan de belangrijkste strategische beleidskaders: • Formuleren van ambities op basis van de evaluatie, risicoanalyse en visiedocumenten. Het ambitieniveau dient in lijn te zijn met de beschikbare capaciteit en middelen. • Ambities vertalen naar doelen voor een bepaalde beleidsperiode. Deze doelen hoeven zich niet te beperken tot VTH-activiteiten en kunnen bredere maatschappelijke thema’s dienen. Een doel vanuit VTH kan het tijdig verlenen van alle vergunningen zijn.

Een maatschappelijk doel kan zijn: bijdragen aan gezondheid van de inwoners (of aan landschappelijke kwaliteit, brandveiligheid, mobiliteit, kwaliteit openbare orde, etc.). • Er worden indicatoren gekoppeld aan de geformuleerde doelen om de bijdrage aan deze doelen te beoordelen. • Het stellen van prioriteiten van doelen, ambities en risico’s helpt bij het maken van keuzes met betrekking tot de inzet van capaciteit en middelen. • In de beleidskaders moeten de samenwerkings- en afstemmingsafspraken met het strafrecht (Openbaar Ministerie en politie) worden opgenomen. Dit alles draagt bij aan een transparante, voorspelbare en kenbare uitvoering voor de inwoners van de stad en de gemeenteraad.

2.2 Doelgroepen De gemeente Den Haag heeft verschillende doelgroepen op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving. Deze doelgroepen kunnen variëren per type vergunning, de aard van de activiteiten en de specifieke handhavingsgebieden. Hieronder staan de belangrijkste doelgroepen van de gemeente Den Haag. Bedrijven en ondernemingen • Bedrijven, eigenaren en ondernemers die vergunningen aanvragen voor bouwprojecten, verhuur, commerciële activiteiten, evenementen en andere zakelijke operaties.

16

Beleidsregel kwaliteitseisen vergunningverlening, toezicht en handhaving Den Haag 2017 Gemeente Den Haag (raadsinformatie.nl)

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Bouw- en vastgoedsector • Ontwikkelaars, aannemers en architecten die betrokken zijn bij bouwprojecten en ruimtelijke ordening. • Aanvragers van een vergunning voor het kappen van een boom. Inwoners • Particulieren die bouwvergunningen aanvragen voor verbouwingen of nieuwbouw. • Inwoners die vergunningen aanvragen voor bijvoorbeeld evenementen in de buurt of straatfeesten. • Particulieren die het kappen van een boom aanvragen. Evenementenorganisatoren • Organisatoren van evenementen zoals festivals, markten, sportevenementen en culturele activiteiten die vergunningen nodig hebben. Milieu en duurzaamheid • Bedrijven en organisaties die actief zijn op het gebied van milieukwesties en duurzaamheid, zoals afvalbeheer en energie-efficiëntie. • Individuen en bedrijven die moeten voldoen aan milieuwetgeving en -normen. Handel en horeca • Horecaondernemers die vergunningen aanvragen voor het exploiteren van restaurants, cafés en andere eet- en drinkgelegenheden. • Winkeliers die toestemming nodig hebben voor bijvoorbeeld reclameborden of uitstallingen. Veiligheid en openbare orde • Politie, hulpdiensten en andere instanties die betrokken zijn bij toezicht op openbare evenementen, leefbaarheid en veiligheid bij vergunde activiteiten. • Individuen en organisaties die moeten voldoen aan regels met betrekking tot openbare veiligheid en ordelijk gedrag.

Derde-belanghebbende • Inwoners, ondernemers, organisaties, grondeigenaren, gebruikers en anderen die rechtstreeks wordt geraakt door een besluit, maar waar het besluit niet aan is gericht. Deze doelgroepen vertegenwoordigen slechts een deel van de diverse belanghebbenden die betrokken zijn bij vergunningen, toezicht en handhaving in Den Haag. Het is van belang om rekening te houden met de behoeften en belangen van elke specifieke doelgroep om een effectieve en evenwichtige aanpak te waarborgen.

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

17

2.3 De grootste uitdagingen Den Haag heeft weinig ruimte. De stad is dichtbevolkt, verstedelijkt en de komende jaren wordt een verdere groei van de huidige stad verwacht, zoals aantal inwoners, aantal woningen en nodige (maatschappelijke) voorzieningen. Dit gegeven is bepalend voor veel van de verwachte problematiek: • Mensen leven in Den Haag dicht bij elkaar. Dat heeft gevolgen voor de kans op woonoverlast, de gezondheid, afval, brandveiligheid, de impact op het milieu; • Niet iedereen heeft fysiek de ruimte om plannen en ambities te realiseren. Daarom worden deze soms uitgevoerd op plekken waar dit niet kan, niet mag of die daar niet geschikt voor zijn. Het betreft zowel bedrijven, woningen als de openbare ruimte; • Den Haag heeft veel oudere bouwwerken. Dit zorgt voor een uitdaging op het vlak van milieu en verduurzaming. Exploitanten, bedrijven en inwoners zijn niet altijd even goed in staat mee te komen in deze opgave of hebben niet altijd de intentie om hierin te investeren; • Den Haag is de meest gesegregeerde stad van Nederland, met een stevige- sterk ruimtelijk ingegeven- kloof tussen rijk en arm. • Het vraagt een constante inspanning om te zorgen dat mensen die het moeilijk hebben mee kunnen komen. Ook vergt het sociaaleconomisch startpunt van nieuwe inwoners aandacht. • De problematiek is niet gelijkmatig over de stad verdeeld.

In sommige delen knelt het tekort aan ruimte en de problemen die daaruit voortvloeien meer dan in andere gebieden.

18

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

19

20

3

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 3 Missie, visie en doelstellingen 3.1 Missie en visie Dit hoofdstuk gaat over de basis van het Beleidsplan VTH, over onze missie, visie en doelstellingen. Deze vormen de stevige fundering waarop we onze toekomstige inspanningen baseren. De missie beschrijft onze verplichtingen en doelstellingen voor de gemeenschap. In de visie schetsen we hoe we Den Haag in de toekomst zien en hoe we van plan zijn daar te komen. Bij het opstellen van dit Beleidsplan VTH is er nog geen omgevingsvisie, nog geen samenhangende omgevingsprogramma’s en een omgevingsplan van rechtswege zonder nieuwe regels. Zelfstandig kan een Beleidsplan VTH echter niet bestaan. Er zijn momenteel op deelonderwerpen visies, nota’s, agenda’s en plannen om te komen op de gewenste omgeving op specifieke onderdelen. Denk aan natuur, openbare ruimte, welstand, wonen, milieu etc. Deze staan bij elkaar min of meer gelijk aan een visie en programma’s onder de Omgevingswet. De doelstellingen uit dit Beleidsplan VTH zijn gebaseerd op dit beleid en het coalitieakkoord (RIS316672). Missie De gemeente Den Haag is een betrouwbare, rechtvaardige, vrijmoedige en oplossingsgerichte organisatie. Onze identiteit wordt gekenmerkt door integriteit, transparantie en samenwerking, terwijl we de belangen van zowel inwoners, ondernemers, bezoekers, als het milieu en natuur respecteren en beschermen.

We passen deze kernwaarden dagelijks toe in alle activiteiten en diensten van VTH. Visie We streven naar een veilige, gezonde, leefbare en duurzame stad. Wij willen een gemeente zijn waarin vergunningverlening, toezicht en handhaving naadloos samengaan om een rechtvaardige en inclusieve leefomgeving te creëren voor alle inwoners, ondernemers en bezoekers.

3.2 Doelstellingen Voor de komende vier jaar zijn drie beleidsdoelen vastgesteld op basis van onze missie, visie en het coalitieakkoord (RIS316672). Deze doelstellingen vormen de basis om het beleid voor vergunningen, toezicht en handhaving vorm te geven. Nieuwe plannen voor de verschillende uitvoeringsonderdelen worden geactualiseerd, met deze doelstellingen als uitgangspunt. De jaarplannen werken we waar mogelijk uit in concrete en meetbare activiteiten.

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

21

Doelstelling 1: Waarborgen van fatsoenlijke woonomstandigheden en een gezonde, aantrekkelijke en veilige leefomgeving Hoofdactiviteiten: • Handhaven van misstanden bij woonsituaties; • Betaalbaar houden/ krijgen van woningen met een inzet op: opkoopbescherming, goed verhuurderschap en de huisvestingsvergunning; • Bevorderen van kwalitatief goede woningen met inzet op onderhoud; • Inzet op het voorkomen van overlast in de stad; • Toezicht op vergunninghouders en op aanvragers van vergunningen, waarbij de toets voor de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob-toets) wordt uitgevoerd bij bouwwerken. Risicosectoren continueren om criminele activiteiten vroegtijdig te signaleren en te voorkomen; • Integrale samenwerking binnen de keten verbeteren: van preventie tot repressie zowel intern als extern. Gewenste resultaat: • Zo min mogelijk misstanden en zo veel mogelijk het bevorderen van betaalbaarheid en kwaliteit van woningen.

Doelstelling 2: verduurzaming, vergroening en bescherming van het milieu Hoofdactiviteiten: • Inzet op duurzaamheid binnen de VTH-keten door het stimuleren of waar mogelijk af te dwingen van bijvoorbeeld milieuvriendelijke mobiliteit en elektra- in plaats van dieselgeneratoren bij evenementen en bouwactiviteiten; • Handhaven op informatieplicht en energiebesparingsplicht; • Handhaven op energielabel C voor kantoren; • Handhaving van de toekomstige zero-emissiezones; • Bij aanvragen en realisatie van omgevingsvergunningen extra letten op milieuaspecten: Eisen Bijna energieneutraal gebouw (BENG), Besluit energieprestatie gebouwen (BEG) en Regeling energieprestaties gebouwen (REG); • Per 1 januari 2025 handhaving op laadpalen bij utiliteitsgebouwen; • Continueren toezicht en handhaving op het behoud van natuur; aandacht voor inzet op toezicht herplantplicht. Gewenste resultaat: • De gemeente Den Haag in 2030 klimaatneutraal.

22

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Doelstelling 3: Transparante, efficiënte en betrouwbare dienstverlening Hoofdactiviteiten: • Dienstverlening in overeenstemming brengen met de doelen van de Omgevingswet; • Evalueren en zo nodig aanpassen van processen voor vergunningen, toezicht en handhaving; • Digitalisering en automatisering van de dienstverlening; • Burgerparticipatie faciliteren door handreikingen en participatiebeleid op te stellen; • Mechanismen voor feedback organiseren en optimaliseren, zodat onze uitvoering aansluit bij de behoefte en wensen van de stad; • Data-analyse en prestatiebewaking: systemen creëren om de prestaties te monitoren met een focus op doorlooptijden, naleving en klanttevredenheid; • Onze communicatie, zoals brieven, berichten en bewonersavonden, afstemmen op de ontvanger en laten voldoen aan de uitgangspunten van Helder Haags. Gewenste resultaat: • Een goede dienstverlening aan de hand van het meten van klanttevredenheid; • Verlenen van alle vergunningen binnen de wettelijke termijn; • Minder vragen van aanvragers door duidelijkere communicatie; • Minder aanpassingen in of vernietiging van besluiten naar aanleiding van bezwaar- en beroepsprocedures.

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

23

24

4

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 4 Beleidssystematiek 4.1 Gestructureerde aanpak De gemeente Den Haag gebruikt een programmatische aanpak voor de verlening van vergunningen en de taken van toezicht en handhaving. Programmatisch wil zeggen met een planmatige, cyclische aanpak. De stappen in het proces van dit beleid worden weergegeven in onderstaande figuur. De dubbele regelkring wordt de Big-8 cyclus genoemd. Door het toepassen van de Big-8 geven we vorm aan een Plan-Do-Check-Act-cyclus. De bovenste kring staat voor de borging - het zeker stellen - van de kwaliteit van het beleid. De onderste kring staat voor de borging van de kwaliteit van de uitvoering. Het Big-8 model vertaalt strategische plannen naar uitvoeringsbeleid. De planning- en controlcyclus waarborgt de kwaliteit van beide.

4.2 Verplichte procescriteria uitvoering en handhaving Via de Wabo werd het gebruik van de BIG-8 cyclus landelijk verplicht. Dit zorgt voor een goed proces bij de uitvoering van de VTH-taken. De gemeente Den Haag gebruikt de beleidscyclus ook zoveel mogelijk voor de overige VTH-taken in het fysieke domein. Deze systematiek zorgt ervoor dat we de juiste dingen doen en blijven doen voor de stad. Via de Invoeringswet Omgevingswet is de huidige regelgeving voor VTH uit de Wabo opgenomen in de Omgevingswet (paragraaf 18.3.2 - strategische en programmatische uitvoering en handhaving). Het college maakt op grond van het Omgevingsbesluit beleid voor een efficiënte uitoefening van de VTH-taken. De nieuwe procescriteria zijn beschreven in de artikelen 13.5 t/m 13.11 van het Omgevingsbesluit.

4.3 Twee cycli: beleidsvormend en uitvoerend Het Big-8 model bevat, zoals te zien in het figuur, twee cycli. De beleidsvormende (strategische) cyclus bestaat uit de stappen Strategisch beleidskader, Operationeel beleidskader en Rapportage & evaluatie. De uitvoerende (operationele) cyclus bevat de Voorbereiding, Uitvoering en Monitoring. Als gemeente hanteren we de strategische cyclus voor vier jaar en de operationele

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

25

BIG-8 Beleidscyclus VTH-Beleid • Visie op VTH • Meetbare doelstellingen obv prioriteiten

2

Strategisch beleidskader

1

• Risicoanalyse • Omgevingsanalyse • Jaarverslag • Evaluatie

3

Rapportage & evaluatie

Operationeel beleidskader

Strategische cyclus > 4 jaarlijks

Integraal VTH uitvoeringsprogramma • Uitvoeringsprogramma • Uitvoeringsorganisatie • Kritieke massa • Borging personele en financiële middelen • Kwaliteitsborging

4

Programma & uitvoering

5

Protocollen en werkinstructies • Voorbereiden en uitvoeren • Informatie uitwisselen • In- en externe afstemming

7

Monitoring

Voorbereiding

Operationele cyclus > Jaarlijks

6

Uitvoering

Daadwerkelijke uitvoering • Geautomatiseerd systeem registratie • Bibliotheek/naslagwerken

26

VTH-beleid en strategie • Vergunningenstrategie • Naleefstrategie • Toezichtstrategie • Sanctiestrategie • Gedoogstrategie

Voortgang en resultaten monitoren • Diepgang controle aanvragen • Toezichtfrequentie • Overtredingen • Ontwikkeling naleefgedrag

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

cyclus voor één jaar. Op het snijvlak van beide kringen staat Programma & uitvoering, hiervoor wordt het Jaarplan VTH opgesteld. De meerjarige cyclus bevat de lange termijndoelen. Hier formuleren we de kaders voor het jaarplan. Het beleidsplan omvat de risicoanalyse, het strategisch beleidskader en de strategieën voor de uitvoering. Het Beleidsplan VTH geldt voor de periode van 2024 t/m 2028. Voor de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) wordt separaat regionaal uitvoeringsbeleid vastgesteld op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De jaarlijkse cyclus is een uitvoeringscyclus van planning, uitvoering en verslaglegging waarbinnen we sneller kunnen schakelen en zaken kunnen aanpassen. Onderdeel van deze uitvoeringscyclus is het jaarlijkse uitvoeringsplan (jaarplan) en het jaarverslag. Hierin beschrijven we onder meer relevante maatschappelijke ontwikkelingen en geven we duiding aan de behaalde resultaten. Door over een langere termijn jaarlijks op eenzelfde wijze het plan op te stellen en verslag te doen, is het eenvoudiger om ontwikkelingen te signaleren en te evalueren. Daardoor kunnen we beter bepalen of ontwikkelingen vragen om aanpassing van de lange termijndoelen en strategieën. De jaarplannen worden vastgesteld aan het einde van het voorgaande jaar of uiterlijk in januari van het jaar waar het om gaat.

Een jaarplan bevat minimaal: • een evaluatie van het afgelopen jaar en waar relevant voor een langere termijn; • een probleemanalyse op korte en langere termijn; • de (bestuurlijke) prioriteiten voor het betreffende jaar; • het uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving; • de operationele doelstellingen voor het betreffende jaar; • de organisatorische condities om het programma uit te kunnen voeren. Het jaarverslag rapporteert over de uitvoering van het jaarplan en de punten die hiervoor zijn vermeld. Daarnaast geven we in het jaarverslag een duiding van de redenen voor het al dan niet behalen van bepaalde operationele doelen.

4.4 Risicoanalyse Het jaarplan schetst de maatschappelijke ontwikkelingen waar we rekening mee moeten hou-den. Ook stellen we de prioriteiten vast. Dit laatste doen we aan de hand van een risicoanalyse in het jaarplan. Dit betekent dat er een systematische inschatting wordt gemaakt van welke overtredingen en welk gebruik van gebouwen het meeste risico met zich meebrengt en welke prioriteit dit krijgt voor de uitvoering. Daarbij wordt rekening gehouden met eventuele maat-schappelijke ontwikkelingen, die daarop van invloed zijn. Den Haag kiest hiermee voor een zwa-re invulling van de beleidscyclus. Dit geeft in ieder geval in de eerste jaren van de invoering van deze beleidscyclus een grote flexibiliteit. Zo kunnen we sneller en eenvoudiger inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe bestuurlijke inzichten zonder het hele beleidskader te hoeven herzien.

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

27

28

5

5

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 5 Strategieën 5.1 Uitvoeringsstrategieën VTH In hoofdstuk 3 beschreven we onze beleidsdoelen. In dit hoofdstuk staan de strategieën voor de uitvoering die we in Den Haag toepassen om deze doelen te behalen. Ook geven we aan hoe we als gemeente de VTH-taken willen uitvoeren. Deze lokale aanpak is deels gebaseerd op de landelijke uitvoeringsstrategieën. Waar nodig hebben we ze aangepast om een goede aansluiting te hebben bij de grootstedelijke problematiek waar we als stad met een gebrek aan ruimte mee te maken hebben. We onderscheiden de volgende vier strategieën: • Strategie preventie • Strategie vergunningen • Strategie toezicht • Strategie handhaving Hieronder bespreken we de verschillende strategieën aan de hand van uitgangspunten, die alle betrokken uitvoerende diensten delen. In de bijlage zijn beleidskaders benoemd, die eveneens gelden voor (meer specifieke onderdelen van) uitvoering van VTH-taken. De strategieën beïnvloeden elkaar onderling. Een voorbeeld: daar waar we sterk inzetten op preventie is minder vaak toezicht en handhaving nodig. Een vereiste vergunning - als toets vooraf - kan gezien worden als een preventief middel om overtredingen te voorkomen. Het ontbreken van een vergunning of het niet naleven van de vergunningsvoorwaarden is een overtreding. Als er in de handhaving boetes worden opgelegd dan schrikt dat potentiële overtreders af.

Dit komt de preventie van overtredingen ten goede.

5.2 Strategie preventie Deze strategie preventie beperkt zich tot de preventiemiddelen die direct betrekking hebben op vergunningen, toezicht en handhaving. Andere manieren, waarop overtredingen te voorkomen zijn, zoals subsidies, hulploketten, strategisch grondbezit, prestatieafspraken, etc. komen hier niet aan de orde. Om overtredingen te voorkomen zetten we in op de volgende uitgangspunten: 1. Heldere communicatie en voorlichting;

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

29

2. Barrières opwerpen tegen overtredingen en ondermijning; 3. Inzet van bestraffende maatregelen. Uitgangspunt 1: Heldere communicatie en voorlichting De ambitie is een persoonlijke, gemakkelijke en betrouwbare dienstverlening. De klant/ burgers staat centraal. Het naleven van regels is alleen mogelijk als mensen de regels kennen en begrijpen. Ingewikkelde aanvraagformulieren voor vergunningen en onnodige regels horen hier niet bij. Het is belangrijk om mensen op weg te helpen als ze vragen hebben. Voorlichting en communicatie is daarnaast meer dan een website met goede en duidelijke informatie. Dit is weliswaar een prominent onderdeel, maar het is net zo belangrijk dat we benaderbaar zijn, heldere informatie geven, helpen en verwijzen naar hulp en ondersteuning als dat er is. Een vanzelfsprekend onderdeel van alle communicatie is een correcte bejegening van mensen bij de uitoefening van VTH-taken. Dit is nog eens expliciet uitgelicht in het coalitieakkoord (RIS316672) ‘Haags Akkoord’. Dat klinkt als een eenvoudige opdracht, maar het is een lastig uit te voeren taak. Het is zoeken naar een balans tussen dienstverlening en voldoende volume kunnen maken. Vaak moeten we een afweging maken tussen hoe uitputtend zijn we in onze behandeling en hoe houden we het werkbaar en te begrijpen voor de klant/ burger.

Graag duiden we dit met een voorbeeld om er gevoel bij te krijgen: We stellen veel vragen bij een vergunningaanvraag. Vragen we echter te weinig dan staat de deur open voor fraude, misbruik en/of onzorgvuldig genomen besluiten. Met het risico dat besluiten geen stand houden. Vragen we veel, dan lukt het mensen niet altijd om de aanvraag correct in te vullen en loopt het alsnog mis. Dit probleem willen we oplossen door een feedback loop te organiseren. We maken samen met aanvragers klantreizen en kijken naar de effectiviteit van besluiten. Is er aan de besluiten voldaan, dan zijn deze klaarblijkelijk voldoende begrepen. Ook onderzoeken we gegronde bezwaar- en beroepszaken en de redenen waarom een besluit geen standhoudt. Dat levert leerpunten op voor de kwaliteit van besluiten en de communicatie daarover. We zorgen ook dat we leren van de afhandeling van klachten. Ook van de duiding daarvan van de ombudsman. Bij aanbevelingen van de ombudsman over communicatie en voorlichting en als we als afdeling zelf verbeterpunten signaleren, dan implementeren we die in de werkwijzen. Daarnaast hebben we op diverse plaatsen ondersteuning georganiseerd om aanvragers van vergunningen, ondernemers en inwoners van Den Haag te helpen.

Zoals: • Ondernemersportaal • Duurzame stad Den Haag • Balie voor Vereniging van Eigenaren: VvE-balie • Huurbalie • Meld- en Steunpunt woonoverlast Doorverwijzing naar deze plekken van ondersteuning is belangrijk in de uitvoering van VTH-taken.

30

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Uitgangspunt 2: Barrières opwerpen tegen overtredingen en ondermijning De bestuursdienst coördineert de acties tegen overtredingen en ondermijning. Deze aanpak is vastgelegd in het Integraal Veiligheidsbeleid (RIS313807). Met instrumentarium als Bibob-toetsen op vergunningaanvragen en het aanwijzen van gebieden of branches op grond van de APV met een vergunningplicht werpen we barrières op tegen overtredingen en ondermijning. Er zijn twee gebieden specifiek benoemd voor de vergunningplicht: Weimarstraat/Beeklaan en de Jan Luykenlaan/Van Baerlestraat. Daarnaast worden in diverse andere intensiveringsgebieden ingezet op een integrale aanpak van problematiek, die criminele activiteiten faciliteren en in stand houden. Daarbij wordt voorrang gegeven aan onderwerpen, die vaak samenhangen met criminaliteit zoals illegale prostitutie, aan drugs gerelateerd gebruik van panden en huisvesting van kwetsbare personen, waar bij sprake is van uitbuiting. Uitgangspunt 3: Bestraffende maatregelen Binnen het VTH-domein zijn er verschillende soorten overtredingen waarvoor boetes kunnen worden opgelegd. Een doel van bestraffende maatregelen is rechtdoening voor slachtoffers en signaal aan de maatschappij geven dat bepaalde handelingen niet door de beugel kunnen. Een ander en voor preventie belangrijker doel van bestraffing is het voorkomen van toekomstige overtredingen.

De dreiging van een boete in combinatie met een consequente uitvoering en het daadwerkelijk opleggen van boetes leidt tot het voorkomen van (toekomstige of herhaalde) overtredingen. Boetes schrikken af, met name voor berekenende overtreders. Juist dit preventieve effect is de reden waarom het college inzet op beboeten. Voor boetes geldt een zwaardere bewijslast dan bij een opgelegde herstelsanctie. Het kost meer tijd en inzet om een boete op te leggen, zeker bij de complexere feiten met hoge boetes. Het college heeft een zekere vrijheid (discretionaire bevoegdheid) om het best passende handhavingsmiddel in te zetten bij overtredingen en combinaties van feiten. Het college is doorgaans verplicht te handhaven bij een overtreding, maar niet verplicht te kiezen voor een bepaald middel. Het is daarbij van belang dat er geen rechtsongelijke behandeling of willekeur ontstaat. Daarom zijn er vastgestelde boetetabellen en richtlijnen om dit tegen te gaan.

5.3 Strategie vergunningen Binnen de Omgevingswet is een integrale vergunningverlening verplicht. Hierdoor is dit niet een strategie, maar een gegeven. Door de komst van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) zal er voor de vergunningverlening de komende jaren veel veranderen. Dit heeft ook grote gevolgen voor inwoners, ondernemers en de behandelaars bij de gemeente. We willen de overgang naar deze nieuwe wetten zo goed mogelijk laten verlopen.

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

31

De volgende uitgangspunten blijven daarbij onverkort van kracht: 1. Hoe groter de maatschappelijke en veiligheidsimpact van een project, hoe intensiever de toetsing van de aanvraag en de controle bij de realisatie van het project; 2. Participatie; 3. Transparante en betrouwbare vergunningverlening. Uitgangspunt 1: Hoe groter de maatschappelijke en veiligheidsimpact van een project, hoe intensiever de toetsing van de aanvraag en de controle bij de realisatie van het project Toezicht tijdens de realisatie – bij aanvang van de activiteiten en tijdens de bouw – voorkomt veel ellende in de toekomst. De Omgevingswet en de gelijktijdige invoering van de Wkb brengen veranderingen aan in de systematiek bij vergunningen en bij het toezicht op de realisatie. Er zijn minder vergunningen en een deel van het toezicht wordt overgelaten aan de markt. De gedachte hierachter is dat er teveel zaken vergunningsplichtig zijn en dat de administratieve kosten van controle te hoog zijn. Het Rijk schat in dat in veel gevallen geen toetsing en toezicht nodig is. Onder de Omgevingswet en Wkb is er minder toetsing en toezicht van de gemeente. Dit heeft gevolgen voor de uitvoering van de VTH-taken. De volgende systematiek geldt: • Vergunningvrij: Geen toetsing vooraf en geen toezicht bij de realisatie (uitvoering werkzaamheden). • Meldingsplichtig: Administratieve verwerking van de melding.

Alleen toezicht en handhaving door de gemeente bij realisatie als er signalen zijn dat het ernstig misgaat en er gevaarlijke situaties (dreigen te) ontstaan. • Vergunningplichtig categorie I onder de Wkb: Toetsing op bouwkwaliteit en toezicht door een kwaliteitsborger (niet de gemeente). Toetsing op de bestemming door de gemeente. Alleen toezicht en handhaving door de gemeente bij signalen dat het ernstig misgaat en er gevaarlijke situaties (dreigen te) ontstaan. • Vergunningplichtig: Toetsing en toezicht conform Bouwtoezicht op maat. Deze systematiek passen we sinds 2012 toe en gaat uit van de impact op de veiligheid en omgeving. Hoe groter dat is, hoe intensiever de controle van de vergunningaanvraag en het toezicht bij de realisatie van het bouwwerk. Welke activiteiten vergunningvrij, meldingsplichtig en vergunningplichtig zijn, is terug te vinden op de website van de gemeente. Uitgangspunt 2: Participatie Participatie is één van de pijlers van de Omgevingswet. Het geeft de inwoners, ondernemers of andere belanghebbenden meer invloed op de omgeving. Mensen worden betrokken bij vergunningen in hun leefomgeving als dit nodig is.

32

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

De komende jaren werken en voeren we de volgende acties uit op grond van dit beleidsplan: • Burgerparticipatie faciliteren bij vergunningstrajecten. Hiervoor stellen we handreikingen op en voeren we die uit; • Participatiebeleid voor vergunningverlening opstellen en toepassen; • Feedbackmechanismen organiseren en optimaliseren. We analyseren wat er misgaat, waar mensen tevreden over zijn en wat er beter kan. Vervolgens scherpen we het beleid en de handreikingen aan. Uitgangspunt 3: Transparante en betrouwbare vergunningverlening Iedereen moet er op kunnen vertrouwen dat we aanvragen op het juiste niveau toetsen en tijdig verlenen. Dit is iets waar Den Haag voor staat. De Omgevingswet geeft meer ruimte voor weging. Ook is het mogelijk negatieve effecten weg te strepen tegen positieve effecten. Terwijl voor het ingaan van de Omgevingswet één negatief advies doorgaans leidde tot een weigering van de vergunning. Dit laatste was transparant, voorspelbaar en daarmee betrouwbaar. Met de Omgevingswet verandert er dus ook iets aan de transparantie en betrouwbaarheid van vergunningverlening. Er is gekozen om initieel zo beleidsneutraal mogelijk de overstap te maken naar de Omgevingswet. Daarmee wordt het huidige kwaliteitsniveau geborgd en in de loop van de jaren kijken we hoe de potentiële voordelen van de Omgevingswet zo goed mogelijk benut kunnen worden.

Bijvoorbeeld aan de hand van goede voorbeelden elders in het land, indien die er zijn.

5.4 Strategie toezicht Als gemeente kunnen we niet overal en altijd alle situaties controleren. Dat is niet mogelijk en niet wenselijk. We richten het toezicht daarom op die plekken waar dit het hardst nodig is. Daarbij gebruiken we verschillende methodieken om de prioriteiten te bepalen. In het Jaarplan VTH omschrijven we voor het betreffende jaar aan welke gebieden en aan welke onderwerpen we prioriteit geven. Hierbij houden we de beleidsdoelen uiteraard nauw in het oog. We voeren het toezicht zo veel mogelijk integraal uit, met name bij een gebiedsaanpak of gezamenlijke opgaven. Een samenhangend en integraal uitgevoerd toezicht heeft meer zichtbare effecten en voorkomt dat verschillende diensten en overheidsinstanties niet consequent handelen. In sommige gevallen, bij niet complexe problematiek, is het vaak efficiënter om niet integraal te controleren. Dan letten we wel op in het oog springende zaken voor handhavingspartners en hulpverlening. Dit resulteert voor toezicht in de volgende uitgangspunten: 1. Toezicht concentreren in prioritaire gebieden, op specifieke bedrijfstakken en onderwerpen; 2. Beoordelen van meldingen en handhavingsverzoeken; 3. Uitvoeren van wijkagenda’s en gebiedsaanpakken; 4. Intensievere controle van gebouwen en activiteiten met een hoog risico op overtredingen; 5.

Digitale analyses met in inachtneming van de Algemene Plaatselijke Verordening (AVG) en aandacht voor de menselijke maat;

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

33

Uitgangspunt 1: Toezicht concentreren in prioritaire gebieden, specifieke bedrijfstakken en onderwerpen We concentreren het toezicht op gebieden, risico’s en onderwerpen waar dit het hardst nodig is. Toezicht is zichtbare inzet van de gemeente in buurten en straten en ook richting (potentiële) overtreders. Als het toezicht integraal, geconcentreerd en samenhangend plaatsvindt, dan worden de inzet en de effecten meer gezien en gevoeld. In positieve zin door de mensen die last hebben van overtredingen en in negatieve zin door overtreders. Dit is waarom we het doen. De gebieden, bedrijfstakken en onderwerpen waar we ons op richten, zijn momenteel benoemd in sectorale beleidskaders. Deze sectorale beleidskaders worden met de verdere implementatie van de Omgevingswet ondergebracht in de omgevingsvisie en -programma’s. Voor nu gelden de in de bijlage genoemde beleidskaders. De ODH werkt volgens de landelijke handhavingsstrategie. Daarnaast heeft de ODH regionaal uitvoeringsbeleid. Dit is eveneens door de raad vastgesteld. Uitgangspunt 2: Beoordelen van meldingen en handhavingsverzoeken Meldingen en handhavingsverzoeken komen vanuit de hele stad binnen bij de uitvoerende afdelingen. Ze helpen bij het zicht krijgen op wat er speelt in wijken en in de maatschappij. Wat er binnenkomt loopt door elkaar; het is rijp en groen.

Een groot deel zijn goed bruikbare signalen om toezicht op te houden. Redenen waarom dit niet altijd het geval is: • Meldingen en verzoeken kunnen onduidelijk zijn; • Niet elk probleem is een wettelijke taak van het college of de burgemeester; • Sommige problemen hebben geen prioriteit. Niet alles kan worden opgepakt; we moeten keuzes maken. Het college heeft als uitgangspunt dat iedere melding en ieder handhavingsverzoek behandeld wordt. Dat betekent dat elke melding en elk verzoek gelezen en beoordeeld wordt. Elke melder en indiener van een verzoek krijgt vervolgens te horen of en wat er gedaan wordt met de melding/ het verzoek. Soms zijn er nog extra gegevens nodig. Er zal niet op elke melding geacteerd worden. Dat wordt ook teruggekoppeld. Op meldingen en handhavingsverzoeken met hoge prioriteit worden daarentegen zo spoedig mogelijk geacteerd. Dit geldt bijvoorbeeld voor prioritaire gebieden, een wijkprogramma of een gebiedsoverstijgend beleidskader. Of als er iets heel ernstigs gemeld wordt of er sprake is van een onveilige situatie. Uitgangspunt 3: Uitvoeren van wijkagenda’s en gebiedsaanpakken De stadsdeelorganisatie brengt in kaart waar inwoners van bepaalde buurten en wijken behoefte aan hebben. Deze wijkagenda’s zijn breder dan alleen de inzet op VTH-taken. Ze zijn gebaseerd op de wensen en behoeften van inwoners van deze wijken.

De uitvoering van VTH-taken kan een afgestemd en integraal onderdeel zijn van een wijkagenda. Daarbij is het belangrijk om richting inwoners en samenwerkingspartners duidelijk te zijn wat er wel en niet kan. Het is belangrijk om deze verschillende wijkagenda’s te integreren in de VTH jaarplannen en -verslaglegging.

34

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Uitgangspunt 4: Intensievere controle van bouwwerken en activiteiten met een hoog risico op overtredingen Op sommige typen bouwwerken wordt intensiever toezicht gehouden dan op andere. Een reden kan zijn dat de impact bij een calamiteit groter is. Denk aan brand in een gevangenis, ziekenhuis of opslag van gevaarlijke stoffen. Net als bij de afhandeling van meldingen en verzoeken en vergunningen speelt de impact op veiligheid en omgeving hierbij een grote rol. Met name het toezicht in de regionale gemeenschappelijke regelingen is op deze manier georganiseerd. Er wordt een analyse gemaakt van type bouwwerk, de impact van overtredingen en de kans op overtredingen. Ook het toezicht op vergunde kamerverhuurbedrijven en het plaatsen van afval zijn op een dergelijke grondslag georganiseerd. Uitgangspunt 5: Digitale analyses met in inachtneming van de AVG en aandacht voor de menselijke maat Datagedreven en risicogestuurd werken vereist een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens, beelden, bewaartermijnen en archivering. In potentie zorgt deze manier van werken voor minder impact en inbreuk op de privacy van betrokkenen. Ons toezicht richt zich alleen op die plekken waar het echt nodig is. Controleurs komen zo min mogelijk langs bij zaken waar alles in orde is.

Als er echter onbewust onjuiste aannames worden gedaan of er zeer veel data wordt vastgelegd met een beperkte waarde voor de uitvoering, dan kan het effect juist tegengesteld zijn. Daarom werken we intensief samen met privacy officers van de Dienst Bedrijfsvoering (DBV) - Informatisering & Automatisering om zo tot een hoge uitvoeringsstandaard te komen.

5.5 Strategie handhaving Handhaving is maatwerk. Problemen en de mate waarin die ervaren worden, verschillen binnen Nederland tussen regio’s en gemeenten. Dit geldt ook voor de bestuurlijke keuzes en op welke overtredingen een college of ander bevoegd gezag stevig wil inzetten en naar welke onderwerpen minder aandacht uitgaat. Binnen de uitvoering van de Omgevingswet zijn er verschillende doelgroepen van (potentiële) aanvragers van vergunningen en overtreders. Je hebt te maken met diplomaten, multinationals, de ‘gewone’ man, criminelen, idealisten, daklozen en alles daartussenin. De beleidskaders en strategieën voor handhaving zijn op detailniveau uitgewerkt, omdat dit transparantie en rechtszekerheid biedt voor overtreders en mensen die verzoeken om handhaving. De volgende uitgangspunten gelden voor handhaving: 1. Inzet gericht op herstel, preventie en het voorkomen van herhaling 2. Afgestemd met ander bevoegd gezag of andere afdelingen binnen de gemeente; 3. Op grond van vastgestelde beleidskaders; Uitgangspunt 1: Inzet op herstel, preventie en het voorkomen van herhaling In de meeste gevallen is de inzet van handhaving gericht op herstel naar een legale situatie. Dat kan zijn door een einde te maken aan een handeling of voldoen aan de juiste voorwaarden

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

35

en vergunningen die horen bij die handeling. Inwoners van de stad ondervinden (over)last van een handeling of worden er door benadeeld of geschaad en daar moet een einde aan komen. In veel gevallen is herstel niet meer mogelijk. Bijvoorbeeld als een handeling een momentopname is. Een boete is dan het juiste middel. Denk aan fietsen op de stoep of het in gebruik geven van een woning zonder huisvestingsvergunning. De handeling wordt dan beboet om herhaling in de toekomst te voorkomen. Een boetestelsel met actieve handhaving schrikt ook potentiële overtreders af. Een dergelijke systematiek voorkomt dus herhaling (recidive) en werkt preventief. In sommige gevallen wordt er zowel beboet als herstel afgedwongen. Dit is gebruikelijk bij overtredingen waarbij de handeling beboetbaar is en de voortzetting van de handeling niet is toegestaan (geen momentopname). Uitgangspunt 2: Afgestemd met ander bevoegd gezag of andere afdelingen binnen de gemeente Het opleggen van sancties stemmen we altijd af indien er op meerdere grondslagen gehandhaafd kan worden. De systematiek is vastgelegd in algemene afspraken binnen protocollen voor de voorzienbare gevallen. In minder vaak voorkomende gevallen, niet opgenomen in protocollen, spreken we ad hoc af wie welke middelen inzet en waarom.

Uitgangspunt 3: Op grond van vastgestelde beleidskaders Strategieën voor handhaving zijn al sinds jaar en dag omschreven en geprotocolleerd. Bij handhaving speelt transparantie, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid een zeer belangrijke rol. Een bevoegd gezag behandelt gelijke gevallen op een gelijke manier; dit is vooraf bekend. Dat was ook voor het ingaan van de Omgevingswet het geval. Ook gedogen is onderdeel van de strategie handhaven. Namelijk in welke gevallen wordt er niet gehandhaafd. Voor gedogen hanteert het college de landelijke Nota Gedogen uit 1996. De omgevingsdiensten werken landelijk uniform aan de hand van een landelijke handhavingsstrategie. Deze wordt binnenkort vervangen door de LHSO.

36

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Den Haag 2024 - 2028

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

37

38

6

Inhoud

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 6 Borging, monitoring en evaluatie 6.1 Plaats VTH-beleidscyclus in bestel Omgevingswet De uitvoering van VTH-taken is een onderdeel van een bredere beleidssystematiek onder de Omgevingswet. De stip op de horizon voor de fysieke leefomgeving staat beschreven in de omgevingsvisie. In één of meerdere omgevingsprogramma’s staan de maatregelen die leiden tot de gewenste omgeving. Deze programma’s worden uitgewerkt in een omgevingsplan, het Beleidsplan VTH en in inzetten zoals subsidieregelingen en ondersteuning van inwoners.

6.2 Monitoring en evaluatie Binnen de BIG-8 systematiek worden programma’s bijgesteld aan de hand van een evaluatie van de behaalde resultaten. Deze werkwijze geldt ook bij een nieuwe omgevingsvisie en toekomstige omgevingsprogramma’s. De effecten van een programma meten we door de samenhangende beleidsmaatregelen in de omgeving te evalueren. Dit is, zoals eerder omschreven, veel breder dan uitsluitend de uitvoering van de VTH-taken. Bij de evaluatie en monitoring van het Beleidsplan VTH zelf wordt dan ook niet uitgebreid gereflecteerd op de omgevingseffecten van de uitvoeringsinzet. De effectiviteit is over het algemeen sterk afhankelijk van externe factoren en andere maatregelen in de omgeving. Het is niet los te meten. De afdelingen van VTH leveren input vooraf en een bijdrage aan de realisatie van de beoogde effecten van een programma achteraf. Een intensieve reflectie op de beleidsmaatregelen zal plaatsvinden bij de bijstelling van een omgevingsprogramma of -visie. Dit heeft gevolgen voor de monitoring en evaluatie van de VTH-beleidscyclus. De monitoring en evaluaties blijven eenvoudig. De belangrijkste aandachtsgebieden zijn: 1 Concrete aantallen en of beoogde aantallen behaald zijn; 2 Tijdigheid en correctheid van de processen; 3 Herijking van de uitvoeringsinzet bij een gewijzigd programma of visie, nieuwe of een nieuw coalitieakkoord (RIS316672).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14847484/1