RIS319977 Bijlage
Tekst van het document
Andere sectoren met een groei van meer dan 20 procent zijn: verhuur en overige zakelijke diensten, onderwijs en openbaar bestuur en overheidsdiensten.
25
In de werkgelegenheidsmonitor behoort een bedrijf tot het midden- en kleinbedrijf als er minder dan 100
26
Van de eenmanszaken zijn 93 procent zzp’ers, in de tekst worden beide termen gebruikt.
28
Het COROP-plusgebied Den Haag bestaat uit zes gemeenten: Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-
27
personen werkzaam zijn.
De toegevoegde waarde is het verschil tussen de omzet en de inkoopwaarde. Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Zoetermeer.
29
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
INHOUD
Arbeidsproductiviteit in bouw, handel, industrie en vervoer blijft punt van zorg
De arbeidsproductiviteit in het COROP-plus gebied Den Haag ligt lager dan in de andere drie grootstedelijke regio’s. Daarnaast is de groei van de productiviteit op een lager niveau dat, bij gelijkblijvende trends, zal leiden tot grotere verschillen in de toekomst (Figuur 5.3). In Figuur 5.4 zijn de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit in de afgelopen tien jaar in beeld gebracht. In de voor Den Haag belangrijkste sectoren openbaar bestuur en overheidsdiensten, onderwijs en zorg stijgt de productiviteit langzaam en zijn de verschillen met de andere grote steden klein. Verder valt op dat de productiviteit in de bouwsector in Den Haag daalt, in tegenstelling tot een groei in de andere grote steden. Eerder bleek dat de bouwsector in Den Haag voor steeds meer werkgelegenheid zorgt en daarom belangrijk is voor de stad. In drie andere sectoren blijft de productiviteit weliswaar achter bij de andere grote steden, maar is de trend in de laatste tien jaar wel gelijk. Dit is het geval in de industrie, de handel en vervoer en opslag.29
Het ecosysteem voor ondernemerschap is goed en Den Haag stijgt één plek op de ranglijst
De Entrepreneurial Ecosystem Index is een meetlat waarlangs jaarlijks het ondernemersklimaat in de 40 COROP-regio’s wordt gelegd.30 Deze index is een score die gebaseerd is op meerdere elementen die bijdragen aan een gezond ecosysteem voor ondernemers.31 Den Haag staat in de ranglijst van 2023 op de zevende plek, één plek hoger dan vorig jaar (Figuur 5.4). In vergelijking met de andere grote steden staat Den Haag achter Amsterdam (plek 2), vlak achter Utrecht (plek 6) en duidelijk voor Rotterdam (plek 14) (Tabel 5.7). Den Haag scoort op veel factoren boven het Nederlands gemiddelde en meer specifiek hoog op verbondenheid van bedrijven in kennisnetwerken en ondernemerscultuur. Waar de stad lager scoort dan andere regio’s is voornamelijk het investeren in nieuwe kennis.
29
https://www.rabobank.nl/kennis/d011418002-sectorprognoses-niet-alle-sectoren-profiteren-van-de-
30
https://www.birch.nl/wp-content/uploads/2023/06/EE-Index-2023-Rapport-1.0-16-juni-2023.pdf
31
economische-groei
De elementen die worden meegewogen zijn leiderschap, netwerken, financiering, kennis, talent, diensten, formele instituties, infrastructuur, vraag en ondernemerscultuur.
30
31
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
INHOUD
Intermezzo 3:
Terugkijken op economische groei van Den Haag 250 230 210 190 170 150
Figuur I3.2: De motor van de
130
regionaal-economische groei
110
Bron: PBL (2017)
90
Vanuit historisch perspectief blijft de groei van de Haagse economie achter bij die van andere grote steden, zoals is af te lezen in figuur I3.1. Deels zijn de verscheidene groeipaden van stedelijke regio’s te verklaren door de sectorstructuur, waarvan de oorsprong veelal valt terug te voeren op gebeurtenissen en keuzes uit het verre verleden, denk aan de oprichting een enkel bedrijf als Philips in Eindhoven of de keuze voor Den Haag als bestuurlijk centrum. Of door bepaalde initiële condities die nog verder teruggaan, zoals de gunstige ligging van Rotterdam om uit te groeien als wereldhaven of de oorsprong van Amsterdam als handelsstad. Den Haag kent geen specialisatie in exporterende, hoogproductieve en stuwende sectoren, zoals bijvoorbeeld
70 50
Nederland
Stadsgewest Utrecht
Amsterdam
Aggl.'s-Gravenhage excl. Zoetermeer
Rijnmond
Figuur I3.1 Economische groei (bbp) stedelijke regio’s en Nederland 1995-2022, indexcijfers (1995=100) bron: CBS
de hightechindustrie in Eindhoven, de creatieve en financiële dienstverlening in Amsterdam of het havencomplex in Rotterdam. Daarbij komt dat met name tussen 2010 en 2018 Den Haag te maken kreeg met de reorganisatie dan wel het vertrek van bedrijven als KPN, T-Mobile, Shell en Siemens. Ook de bezuinigingen bij de Rijksoverheid spelen een rol in diezelfde periode.
Tegelijkertijd heeft de aanwezigheid van de Rijksoverheid in sommige perioden ook een dempend effect, zoals tijdens de coronacrisis waar de economische krimp in Den Haag relatief klein was. Naast voorgenoemde sectorstructuur ligt een ander deel van de verklaring in het vestigingsklimaat bestaande uit verschillende vestigingsplaatsfactoren:
(1) clustering, (2) kennisinfrastructuur, (3) talent (human capital), (4) fysieke ruimte en infrastructuur, (5) financiering, (6) ondernemerschap, (7) woon- en leefklimaat en (8) bestuur en organisatie (governance).32 In Figuur I3.2 is dit weergegeven als de metafoor van de motor van de regionaal-economische groei. Op basis van meerdere bronnen blijkt dat vanuit historisch perspectief clustering, talent en kennisinfrastructuur achterblijft (zie tabel I3.1). Ook het huidige bedrijfsruimteprobleem is een terugkerend thema. Naast economische groei gemeten in bbp blijft de arbeidsproductiviteit
De belangrijkste verklaring voor de achterblijvende arbeidsproductiviteitsgroei in Nederland is de verschuiving van hoog- naar laagproductieve sectoren. 33 Voorbeelden van hoogproductieve sector zijn ICT (specialistische zakelijke diensten) en de hightechindu-
32
PBL (2017). Stedelijke regio’s als motoren van economische groei
34
Raboresearch (2024). Structureel regionaal-economisch beleid nodig.
33 35
32
achter in Den Haag (zie hoofdstuk 5), zowel de stand als de ontwikkeling. Er wordt dus minder economische waarde toegevoegd per gewerkt uur in Den Haag dan in de rest van Nederland en de groei hiervan blijft achter. Steeds vaker klinkt er bezorgdheid over de achterblijvende productiviteit in Nederland, maar in Den Haag blijft deze dus nog verder achter.
strie en van laagproductieve sectoren beveiliging, schoonmaak en zorg. Dit speelt in Den Haag ook. Naast een verschuiving tussen sectoren blijft ook de arbeidsproductiviteit binnen sectoren achter. 34 Ook hier ligt de verklaring in de beschreven 8 factoren in Tabel I3.1. Specifiek ten aanzien van arbeidsproductiviteit ligt de verklaring vooral in: achterblijvende investeringen in onderzoek en ontwikkeling; relatief weinig exporterende, hoogproductieve en stuwende bedrijven(clusters); en is er een relatief grote groep zzp’ers, waarvan is aangetoond dat zij gemiddeld genomen de productiviteit drukken.35
Hugo Erken (2024). Lage groei productiviteit mede door ongunstige structuur economie. In: ESB, 7 februari 2024. Erik Stam (2019). Verbeter de wereld, bouw een bedrijf. MeJudice.nl, 17 oktober 2019.
33
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
INHOUD
Tabel I3.1 Conclusies op basis van meerdere bronnen ten aanzien van de “raderen van regionaal-economische groei”.
(1) Clustering Geen bovengemiddelde concentratie sectoren, Nieuwe activiteiten ontspruiten vanuit grote overheid en non-profit sector zoals cyberveiligheid, impacteconomie en govtech
(2) Kennisinfrastructuur Lage kennisintensiteit van bedrijven en wisselwerking met kennisinstellingen Kennisinstellingen groeien
(3) Talent Lager aandeel universitair geschoolden, lage arbeidsparticipatie en arbeidsproductiviteit Aantal universitair geschoolden groeit
(4) Fysieke ruimte en infrastructuur Tekort aan bedrijfsruimte
Den Haag kent geen omvangrijke bedrijvenclusters. Dit betekent dat er geen bovengemiddelde regionale concentraties zijn van gelijksoortige of sterk aan elkaar gerelateerde bedrijven die profiteren van elkaars nabijheid door (innovatieve) samenwerking, een gezamenlijke arbeidsmarkt en gedeelde voorzieningen (PBL, 2017). Wel is er het internationale non-profitcluster (Stad van Vrede en Recht) en het rijksoverheidscluster met hieraan gerelateerde organisaties. Meer recent ontstaan er nieuwe bedrijfsactiviteiten gelinkt aan deze twee clusters (overheid en non-profit), met name digitale veiligheid, impacteconomie en govtech (Gemeente Den Haag, 2024).
De kennisinfrastructuur heeft ten aanzien van het aantal universitaire en hbo-studies een grote vlucht genomen. Daarentegen is de R&D-intensiteit (bestedingen aan onderzoek en ontwikkeling) van Haagse bedrijven en publieke onderzoeksinstellingen al jaren het laagst onder de G4 (classificatie Birch (2023): zwak). De R&D vindt voornamelijk plaats binnen enkele grote organisaties als TNO, Siemens en Shell.
In lijn met de toename in het aantal universitaire studies in Den Haag, stijgt het aantal universitaire studenten momenteel het snelst in Den Haag (zie ook Figuur 6.4). Het aandeel universitair geschoolden blijft nog achter bij de andere G4-steden, die in tegenstelling tot Den Haag eeuwen geleden al een universitaire hoofdzetels binnen de stadsgrenzen kregen. De tegenstellingen tussen hoog- en laagbetaalden en de lage arbeidsparticipatie is een punt van aandacht.
Er is een grote schaarste aan bedrijfsruimte in Den Haag, waardoor de economie hapert. Hoofdstuk 7 gaat hier verder op in. Ten aanzien van de infrastructuur is Den Haag gunstig gelegen en ontsloten en kent zij als stad voor Nederlandse begrippen een grote massa: er zijn relatief veel banen, voorzieningen en andere bedrijvenconcentraties bereikbaar binnen acceptabele reisafstand. Hoewel er opgaven liggen op het gebied van congestie en de mobiliteitstransitie.
Op het gebied van financiering scoort Den Haag gemiddeld. Het gaat dan om de hoeveelheid durfkapitaal36 en kredietwaardigheid van bedrijven. Dit is een belangrijk onderdeel van het “ecosysteem voor ondernemerschap” volgens Birch (2023)
(6) Ondernemerschap Goed ontwikkeld klimaat voor starters Weinig doorgroeiers
Het klimaat voor starters is goed ontwikkeld in Den Haag en er is veel startupactiviteit (Birch, 2023). Punt van aandacht is het aantal doorgroeiers (Birch, 2022).
(7) Woon- en leefklimaat Voortreffelijk woon- en leefklimaat
Den Haag kent een voortreffelijk woon- en leefklimaat (zie ook Figuur 4.2). Het is een aantrekkelijke stad om te wonen, ligt aan de kust en heeft een hoog voorzieningenniveau met een groot aanbod aan horeca en vermaak. Dit houdt inwoners en bedrijven vast en trekt nieuwe aan. Er zijn ook nadelen als fijnstof en de krappe woningmarkt (zie Intermezzo 1).
Nadelen van grootstedelijkheid als fijnstof, onveiligheidsgevoel en krappe woningmarkt
(8) Bestuur en organisatie (governance) Weinig interactie in triple helix verband
Den Haag is als gemeentelijke overheid van oudsher naar binnen gericht. Tegelijkertijd is er ook een vuurtoreneffect vanuit de Rijksoverheid. Hierdoor liep de gemeente kansen mis op Rijksgelden en complementariteit met omliggende gemeenten en steden (PBL, 2017). Ook de uitgangspositie op het gebied van clustering, kennisinfrastructuur en R&Dintensiteit maken dat de driehoeksamenwerking tussen bedrijven, onderwijs en overheid beperkt is. Daarnaast belemmeren de Haagse politieke tegenstellingen som de slagvaardigheid van het bestuur (Raboresearch, 2022).
Bron: PBL (2017)37, Birch (202238, 202339), Raboresearch (202240), Gemeente Den Haag (2024)41
36 37
38
Financiering van bedrijven die hoge risico’s lopen, veelal startende ondernemingen, die bij banken vaak niet terecht kunnen. PBL (2017). Stedelijke regio’s als motoren van economische groei.
Birch (2022). Startup en Scale-up monitor metropoolregio Rotterdam Den Haag.
39
Birch (2023). Entrepreneurial Ecosystem Index 2023. Regionale en nationale ontwikkelingen in internationaal perspectief
41
Den Haag (2024). Staat van de Haagse Economie 2023.
40
34
(5) Financiering Gemiddeld
Raboresearch (2022). Sterkere verbindingen in regio Haaglanden. Nieuwe economische dynamiek voor brede welvaart.
35
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
INHOUD
6. EXCELLENT ONDERNEMERSKLIMAAT
• Aantal starters blijft stijgen, vooral zzp’ers • Het aantal faillissementen blijft laag, wel veel verloop
onder zzp’ers • Het ondernemersvertrouwen stijgt licht, maar blijft laag Verduurzaming bij bedrijven stagneert, vooral bij • kleine bedrijven • CO2-uitstoot in Den Haag bij bedrijven neemt sterk af • Bevolking wordt steeds hoger opgeleid • Het aantal studenten in het hoger onderwijs groeit meer dan elders • Het vinden van genoeg en gekwalificeerd personeel blijft een uitdaging met de veranderende arbeidsmarkt • De werknemers die de komende jaren met pensioen gaan zijn minder hoog opgeleid dan huidige schoolverlaters en hoger opgeleide toetreders zijn niet altijd geschikt voor praktisch ingerichte beroepen die momenteel door mbo 4-gediplomeerden worden uitgeoefend
De stad streeft naar een excellent ondernemersklimaat. Dat geldt voor alle bedrijven: van starters en eenmanszaken tot doorgroeiers en grote bedrijven. De gemeente faciliteert en ondersteunt daarbij het mkb met de uitdagingen van de toekomst, zoals verduurzaming, digitalisering en internationalisering. Zij werkt aan talentontwikkeling zodat de banen vervuld kunnen worden met geschikte mensen. Het streven is om een ondernemersvriendelijk stad te zijn, met een uitstekende ondernemersdienstverlening.
Aantal starters blijft stijgen, vooral zzp’ers
Het midden- en kleinbedrijf (mkb) is een belangrijke factor voor de Haagse economie. De afgelopen 10 jaar stijgt het aantal nieuwe bedrijven in Den Haag. Er is een groot verschil in de ontwikkeling van het aantal banen binnen het mkb. Zo groeit het aantal zzp’ers sterk, het aantal verdubbelde in de afgelopen tien jaar. In de kleine bedrijven tot 10 werknemers neemt het aantal banen ook toe, maar met 3 procent in tien jaar is de groei bescheiden. Ook bij bedrijven met 10 tot 99 werknemers is er een bescheiden groei, het aantal banen neemt toe met 7 procent in de laatste tien jaar. Het aantal banen in bedrijven met meer dan 100 medewerkers groeide in de afgelopen tien jaar met 13 procent (Tabel 6.1). Tegenover de nieuw ingeschreven bedrijven staan de bedrijven die niet meer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel: het aantal stoppers is aanmerkelijk lager dan het aantal starters. In het
36
afgelopen jaar, ligt het aantal stoppers met bijna 9.000 duidelijk hoger dan in de voorafgaande jaren. Het grote aantal zzp’ers onder de starters én stoppers is hiervoor een belangrijke verklaring. Het is relatief eenvoudig voor inwoners om je in dan wel uit te schrijven bij de Kamer van Koophandel.
Het aantal faillissementen blijft laag
Er zijn verschillende redenen waardoor bedrijven stoppen. Het overgrote deel doet dat vrijwillig en een ander deel verhuist naar een andere regio. Maar een klein deel van de stoppers gaat failliet, ook in 2022 is het aantal met 88 vestigingen relatief laag. Dit is 1 procent van de vestigingen die zijn opgeheven zijn in de stad (Tabel 6.2). De verwachting was dat in de jaren na het steunbeleid van de overheid tijdens Corona veel bedrijven het moeilijk zouden krijgen, maar dit is ook in 2022 uitgebleven. Voor 2023 is het vooruitzicht minder positief, recentere cijfers van de Kamer van Koophandel duiden op een toename van faillissementen (en ook van het aantal stoppers).42
Veel verloop onder zzp’ers
Uit het werkgelegenheidsregister blijkt dat het aantal zzp’ers zeer sterk groeit, De belangrijkste sectoren zijn de bouw en de zakelijke dienstverlening. De dynamiek onder zzp’ers in de stad is groot. Van de Haagse 40.000 eenmanszaken die in 2018 bestaan, is vijf
jaar later ruim de helft verdwenen. Iets meer dan veertig procent is nog altijd actief als zzp’er. Een klein deel (3 procent) is na vijf jaar uitgegroeid tot werkgever, dit percentage lijkt vrij stabiel te zijn over een langere periode (Figuur 6.1).
Ondernemersvertrouwen stijgt licht, blijft laag
Met de Conjunctuurenquête Nederland wordt elke kwartaal de stemming onder ondernemers gemeten.43 Vanaf eind 2021 tot eind 2022 daalde het ondernemersvertrouwen sterk. In 2023 herstelde het cijfer zich voorzichtig. Aan het begin van het eerste kwartaal van 2024 is de stemmingsindicator licht gestegen maar blijft – sinds begin 2022 – negatief; en onder het gemiddelde van de reeks die sinds 2012 bestaat. In de nieuwste cijfers verbeterde het sentiment vooral in de overige dienstverlening en bouwnijverheid. Het tekort aan arbeidskrachten noemen ondernemers het vaakst als de belangrijkste belemmering in de bedrijfsvoering, maar ook onvoldoende vraag komt steeds vaker voor. In de regio Den Haag ervaren de ondernemers meer dan in de andere grote steden en tekort aan passend personeel en dit speelt in vrijwel alle beroepsgroepen en sectoren. Andere belemmeringen voor Den Haag zijn een tekort aan grondstoffen, ook ervaren ze vaker problemen met financiering.
Verduurzaming bij bedrijven stagneert, vooral bij kleine bedrijven
De verduurzaming van de economie is een van de grote uitdagingen waar (niet alleen) Den Haag voor staat. Maatschappelijk verantwoord ondernemen Nederland (MVO) heeft hiertoe de Nieuwe Economie Index (NEx) ontwikkeld, deze geeft aan hoever bedrijven zijn richting een 100% duurzame economie.44 De totaalindex is opgebouwd uit zeven dimensies (Figuur 6.2). In 2023 is 17,5% van de Nederlandse economie duurzaam. Het afgelopen jaar neemt de groei af en MVO concludeert dat de transitie bij bedrijven stagneert. Op slechts één van de zeven dimensies is er consequent groei: groene energie. De laatste jaren stokt de voortgang vooral 42
https://www.kvk.nl/pers/trendbreuk-in-bedrijvendynamiek-toename-aantal-stoppers-en-faillissementen-
43
https://ondernemersplein.kvk.nl/coen/
44
afname-aantal-starters-in-het-derde-kwartaal-van-2023/
https://www.mvonederland.nl/assets/nex2024-onderzoeksrapport_mvonl.pdf
37
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
INHOUD
op het gebied van circulariteit en transparante ketens. Een enquêtemeting onder bedrijven op regioniveau van Raboresearch op dezelfde dimensies resulteert in een rapportcijfer (NEx-T index).45 De regio Den Haag scoort net voldoende en daarmee gemiddeld ten opzichte van andere Nederlandse regio’s (Figuur 6.3). De verschillen tussen de regio’s zijn niet groot. Wel is er een verschil tussen kleine en grote ondernemingen. Vooral het kleinere MKB beschikt doorgaans over minder verandervermogen en voor investeringsruimte waardoor de transitieopgave groter is (Figuur 6.4). En dit verschil tussen grote en kleine bedrijven wordt alleen maar groter.46
CO2-uitstoot en gasverbruik bij Haagse bedrijven neemt sterk af
Het energieverbruik in de regio is in vergelijking met de andere drie grote steden aanzienlijk lager. Dit wordt met name door de sectorstructuur gedreven, waarbij de zware industrie in Den Haag relatief minder vertegenwoordigd is. Sectoren met de meeste uitstoot in Den Haag zijn handel, overheid, zorg, vervoer en opslag en horeca (Tabel 6.3). Enerzijds volgt deze verdeling de Haagse sectorstructuur met veel banen in overheid, zakelijke diensten en handel. Anderzijds zijn sectoren vervoer en opslag, horeca en handel relatief energie-intensief gegeven het aantal banen: zij vertegenwoordigen 19 procent van het aandeel banen in de Haagse sectorstructuur en zorgen voor 36 procent van de CO2-uitstoot.47 In de klimaatmonitor wordt onderscheid gemaakt naar het energieverbruik (gas en elektriciteit) en de uitstoot van CO2 tussen bedrijven en instellingen enerzijds en woningen anderzijds.48 De CO2-uitstoot van bedrijven en instellingen is de afgelopen jaren verminderd meer dan de helft afgenomen, bij woningen is dit met een kwart gedaald. Ook het gasverbruik is bij bedrijven en instellingen met meer dan de helft gedaald sinds 2010, bij woningen is het gasverbruik gedaald met 40 procent. Het elektriciteitsverbruik bij de bedrijven is ook gedaald, met 10 procent, bij woningen is dit vrijwel niet veranderd sinds 2010. (Figuur 6.5)
Arbeidsmarktprognose voor de langere termijn
De komende jaren groeit de werkgelegenheid minder sterk door een verwachte lagere economische groei. Dit staat in de rapportage van ROA over de arbeidsmarktperspectieven naar opleiding en beroep tot 2028 in Haaglanden. Minder groei betekent minder nieuwe bedrijven en daarom is de verwachting dat het leeuwendeel van nieuw werk in de komende jaren komt door vervanging op de arbeidsmarkt. Het gaat dan vooral om pensionering van werknemers en in minder mate om mensen die het arbeidsproces tijdelijk verlaten. Met een stijgend aanbod van hoger opgeleiden op de Nederlandse arbeidsmarkt zijn de arbeidsmarktperspectieven voor bachelor gediplomeerden de komende jaren naar verwachting lager dan voorgaande jaren. De arbeidsmarktperspectieven voor master- en mbo 4-gediplomeerden zijn het meest gunstig. Wel is er is net voldoende aanbod van mbo 4-gediplomeerden om aan de (vervangings)vraag te kunnen voldoen. De komende jaren zullen er veel werknemers met pensioen gaan die minder hoog opgeleid zijn dan de huidige schoolverlaters.49 Er worden grote verschillen tussen opleidingsrichtingen binnen de niveaus verwacht. De krapte op de arbeidsmarkt voor technici houdt naar verwachting aan. Ook de knelpunten voor onderwijs- en zorgpersoneel zullen naar verwachting aanhouden doordat veel werknemers uitstromen uit deze sectoren. In de agrarische sector is er sprake van vergrijzing.
Ondanks de daling van de werkgelegenheid worden er knelpunten verwacht vanwege een tekort aan jongeren die een diploma in deze richting behalen. Tot slot worden er grote knelpunten verwacht voor juristen, politie-inspecteurs en overheidsambtenaren.
Het opleidingsniveau in Den Haag stijgt
Het gemiddeld opleidingsniveau van de Haagse bevolking stijgt, het aandeel hoger opgeleiden groeit en een kleiner deel van de bevolking is laag opgeleid (Figuur 6.6). In vergelijking met de andere grote steden is het aandeel hoog opgeleiden wel vergelijkbaar met Rotterdam maar lager dan in Amsterdam en Utrecht (Figuur 6.7). Het aantal Haagse studenten in het hoger onderwijs is in de afgelopen tien jaar met 25 procent gegroeid naar 29.500. Deze groei is vergelijkbaar met Rotterdam, maar duidelijk groter dan in Amsterdam en Utrecht (Figuur 6.8). Naast het opleiden van de eigen bevolking is het ook van belang dat een stad ook het talent dat naar de stad is getrokken kan behouden. Daarbij is Den Haag een potentiële werkgever voor veel afgestudeerden in de regio. Opvallend is dat bijna de helft van de alumni van de Haagse Hogeschool na hun studie in de regio Rotterdam woont en slechts iets meer dan 20 procent in de regio Den Haag (Figuur 6.9).
45
https://www.rabobank.nl/kennis/d011382856-welke-regios-lopen-voorop-in-de-transitie-naar-een-nieuwe-
46
Raboresearch (2024). Kleinere bedrijven op grotere achterstand in transitie naar nieuwe economie - Rabobank
economie 47
De klimaatmonitor hanteert hiervoor de verbruikersbenadering, daarbij gaat het om de oorzaak van de
CO2-uitstoot, niet naar de plek waar de uitstoot plaatsvindt voor de opwekking van energie. In de praktijk betekent dit dat energie niet lokaal maar elders is opgewekt in energiecentrales. 48
https://klimaatmonitor.databank.nl/
38
49
https://cris.maastrichtuniversity.nl/ws/portalfiles/portal/174713431/ROA_R_2023_3_anob2028.pdf
39
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
INHOUD
Intermezzo 4:
Naar meer sociaal ondernemen in Den Haag
Het vergroten van kansen voor mensen met (grote) afstand tot de arbeidsmarkt…
50
Interview met Ruben Blanke Social Club Den Haag “Den Haag, als een stad met een diverse bevolking en complexe sociale structuren, staat voor meerdere maatschappelijke uitdagingen. Een van de meest prominente uitdagingen is de toenemende segregatie, die vaak gepaard gaat met lage arbeidsparticipatie en armoede. Deze problemen zijn vooral zichtbaar in bepaalde wijken van de stad. Het aanpakken van deze uitdagingen vereist een gecoördineerde inspanning van alle betrokken partijen, waaronder de gemeente, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en de inwoners zelf.”
50
De rol van sociale ondernemingen in Den Haag
De Social Club Den Haag ondersteunt sociale ondernemingen in Den Haag. Vanuit de gemeente Den Haag wordt sinds 2016 actief ingezet op het stimuleren van sociaal ondernemerschap, gericht op arbeidsparticipatie. Een belangrijke doelstelling hierbij is de toeleiding van mensen met een (zeer grote) afstand tot de arbeidsmarkt en/of een uitkering naar werk. Sociaal ondernemers zorgen voor professionele begeleiding, opleiding en kunnen werkplekken creëren voor mensen die moeilijk bemiddelbaar zijn. Soms zijn de sociale ondernemingen het eindpunt, soms zijn zij een tussenstap richting de reguliere arbeidsmarkt. Erkende sociale ondernemers moeten voldoen aan de volgende criteria:
• De onderneming heeft een maat-
schappelijke missie gericht op arbeidsparticipatie. Deze missie is geborgd in de statuten of op een andere manier in de organisatie officieel vastgelegd. • De onderneming heeft minimaal 30% mensen in dienst met een afstand tot de arbeidsmarkt; • De onderneming haalt tenminste 50% van de inkomsten uit commerciële activiteiten.
Om de toestroom naar de sociale ondernemingen te bevorderen zijn sociaal ondernemers samen met Social Club Den Haag gestart met Baankans! Baankans is een samenwerking van buurtorganisaties, gemeente Den Haag en sociale ondernemingen om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te bereiken en ze weer een plek te geven op de arbeidsmarkt. ‘Uitgangspunt is dat de mensen die al heel lang niet gewerkt hebben, niet in één keer in een duurzame reguliere baan terecht kunnen komen. Vanuit Baankans! Is een stappenplan ontwikkeld, waarbij de eerste stap
begint bij buurtorganisaties. De buurtorganisaties zijn voor Baankans! de verbinders in de buurt.’ ‘Voor degenen die door willen en kunnen, is de volgende stap dat zij aan de slag gaan bij een sociale onderneming van de Social Club Den Haag. Daar kunnen ze op niveau 1 en niveau 2 praktijkverklaringen halen bijvoorbeeld, aan taalontwikkeling doen en/ of hun schuldenarmoede oplossen en hun gezondheid verbeteren. Bij de sociale ondernemer kunnen mensen zich met een contract voor een paar jaar gaan ontwikkelen. De daaropvolgende stap is dat zij de stap maken richting regulier MKB. Met Den Haag Werkt wordt onderzocht of deze aanpak bestendigd kan worden en een vast onderdeel kan worden in de aanpak in Den Haag om met name moeilijke doelgroepen te begeleiden naar een baan.’
Daarbij kan de gemeente er op de volgende manieren aan bijdragen dat de impact van sociaal ondernemen verder wordt vergroot… 1. Sociaal ondernemen stimuleren door het verstrekken van voorbehouden opdrachten aan Haagse sociale ondernemingen. 2. Maatschappelijk vastgoed beschikbaar stellen aan sociale ondernemingen die impact maken in Den Haag. Maak de maatschappelijke impact onderdeel van de huurovereenkomst en verreken dit elk jaar 3. Vereenvoudig het proces voor inwoners die op zoek zijn naar een baan, opleiding of vrijwilligerswerk
in de buurt. Eén loket waar alle inwoners met vragen terecht kunnen, laagdrempelig, onafhankelijk en in de wijk 4. Duidelijker onderscheid maken tussen buurtinitiatieven en sociale ondernemingen. Waar sociale ondernemingen 50% van hun inkomsten op de markt verdienen is dat voor de meeste buurtinitiatieven onmogelijk. Het is beter om deze initiatieven als waardevol te zien voor wat ze wél doen: zorg en welzijn in de buurt verbeteren en mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt nuttig bezig laten zijn. 5. Ontwikkel een kwantitatieve en kwalitatieve monitor voor alle aspecten van sociale ondernemingen en de begeleiding naar werk, binnen en buiten de gemeente. Zo’n monitor maakt leren mogelijk, doordat systematisch in beeld gebracht wordt, welke initiatieven werken.
Een uitgebreide versie van dit intermezzo is te lezen in de bijlage.
40
41
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
INHOUD
7. RUIMTE VOOR BEDRIJVIGHEID • Ruimte voor bedrijven neemt af • Weinig leegstaande kantoren, maar ook te weinig
aanbod Krapste kantorenmarkt van de grote steden en de • bedrijfsruimtevoorraad is klein, terwijl veel bedrijven op zoek zijn naar een (meer) ruimte Aantal winkels neemt gaandeweg af • • Leegstand van winkelruimte blijft gelijk en biedt kansen voor herbestemming
tussen de 5 procent en 7 procent en geeft organisaties de mogelijkheid om te verplaatsen, zonder dat er sprake is van overaanbod.52 Het aanbod van kantoorruimte – ruimte die wordt aangeboden op de markt maar momenteel nog wel in gebruik is (lees: niet leeg staat) - is van 2013 tot en 2020 meer dan gehalveerd. In de afgelopen drie jaar neem het aanbod weer langzaam toe (Figuur 7.1). Dit aanbod is echter sterk versnipperd en bestaat voornamelijk uit kantoren kleiner dan 10.000 m2. De opname van kantoorpanden varieert over de afgelopen tien jaar, in de helft van de jaren, ook in 2022, ligt de opname rond 60.000 m2, in vier van de andere vijf jaren is de opname aanzienlijk groter. Dit hangt samen met enkele grote opnamen die het cijfer sterk beïnvloeden. Het Central Innovation District is in Den Haag het gebied met de grootste omvang aan beschikbare kantooraanbod. Bijna 40 procent van het beschikbare aanbod bevindt zich in dit deelgebied (Tabel 7.3). De omvang van de sector overheid en non-profit is in de opname terug te zien. Waar landelijk iets meer dan een kwart van de opname van kantoorruimte door deze sector gebeurt, is dat in Den Haag ruim 40 procent. In de periode van 2021-2022 is het zelfs meer dan 70 procent (Figuur 7.2).
Verhuizingen van kantoren voor een groot deel binnen Den Haag
In een goed economisch klimaat is er ruimte om te ondernemen en te werken. Er is dan voldoende en gepaste winkel, kantoor- en bedrijfsruimte waarin bedrijven kunnen starten en groeien of zich van elders kunnen vestigen. De klimaattransitie, het hybride werken, onlineconsumptie zorgen voor veranderingen in de vraag naar ruimte door ondernemers. Ook is er een grote ruimtevraag van andere functies, zoals wonen en groen. Dat brengt uitdagingen met zich mee, zeker in de meest dichtbevolkte stad van Nederland. Gemeentelijk beleid heeft hierin een belangrijke signalerende, sturende en faciliterende rol.
Veel kantoorruimte verdwenen
Uit analyse op het OZB-bestand van de gemeente Den Haag blijkt dat het aantal vierkante meters kantooroppervlak daalt. In 2022 is het totale oppervlak 12 procent lager dan in 2015 (van 4,8 miljoen m2 in 2015 naar 4,2 miljoen m2 in 2022). Vooral in de eerste jaren krimpt het aantal meters kantoorruimte, in de laatste vijf jaar is de daling beperkt doordat de gemeente zeer terughoudend is met transformatie. In 2022 is in het Central Innovation District, dat met 32 procent van de kantoormeters al een belangrijk rol speelt, weer een toename van de kantoorruimte (Tabel 7.1).
Weinig leegstand van kantoren, maar dat is niet per se positief
In de beschrijving van de ruimte voor kantoren (en ook bedrijven) wordt naast de totale vloeroppervlakte ook gekeken naar de ontwikkeling van de leegstand, het aanbod en de opname. Met de opname wordt een beeld gegeven van de ruimte die in een periode is verkocht of verhuurd. Deze cijfers worden verzameld door Cushman & Wakefield. Zij zien een leegstand van kantoorruimte in Den Haag van 4,4 procent in 2022 en 4,3 procent in 2023 (Tabel 7.2).51 Dit duidt volgens Cushman & Wakefield op een krappe markt. In een gezonde markt is de frictieleegstand
51
groter.
In de cijfers van Cushman & Wakefield worden alleen ruimtes meegenomen met een vloeroppervlak van 500 m2 en
42
Wanneer we inzoomen op de verhuisdynamiek van kantoren blijkt dat dit voor de helft gaat om verhuizing binnen Den Haag en voor een kwart om bedrijven die (komen of uitbreiden) vanuit een andere gemeente. Een heel klein deel van de verhuizingen bestaat uit nieuwe oprichtingen. (Figuur 7.3).
Kortom: krapste kantorenmarkt van de grote steden
Cushman & Wakefield concluderen dat de kantorenmarkt in Den Haag een gebrek kent aan kwalitatief hoogwaardige kantoren op de juiste locaties, daarmee wordt de marktvraag onvoldoende gefaciliteerd. De kantorenmarkt in Den Haag is daarmee ‘zeer krap’ en ook krapper dan in Amsterdam en Rotterdam
Ook bedrijfsruimte is ondanks ambities afgenomen
Den Haag is een gemeente waar veel van de ruimte beschikbaar is voor wonen en relatief weinig ruimte voor bedrijventerreinen, daar komt bij dat er in de gemeente nog weinig ruimte is voor uitbreiding - 99% is uitgegeven. Naast de bedrijventerreinen zijn er kleinschalige bedrijfslocaties verspreid door de stad, langs doorgaande wegen, in plinten, op hoeken en in gemengde gebouwen. Ondanks de wil om meer bedrijfsruimte te creëren is de beschikbare ruimte in de afgelopen vijf jaar met 4 procent afgenomen. De beperkte beschikbaarheid van grote bedrijfsruimten is ook landelijk goed zichtbaar; al twee jaar daalt het bedrijfsruimteaanbod met meer dan 20 procent (Tabel 7.4). De opname van bedrijfsruimte in Den Haag is laatste jaren beperkt (Figuur 7.4). De Haagse bedrijfsruimtevoorraad is het kleinst onder de grote steden, wat zich uit in een beperkte marktdynamiek. Het aanbod is er slechts 2% van de voorraad (in het geval van bedrijfsruimte gelijk aan leegstand). Daarbij is 99% van de bedrijventerreinen uitgegeven en zijn veel bedrijven opzoek naar een (meer) ruimte.
Handel ook voor nieuwe bedrijven de belangrijkste sector
In 2022 is een aanzienlijk deel van de opname in Den Haag gerealiseerd door bedrijven die in de sector Handel actief zijn. In Nederland neemt de Transportsector een belangrijk deel van
52
Cushman & Wakefield Vastgoedmonitor Den Haag (2023) En Cushman & Wakefield (2024) Dashboard
Gemeente Den Haag
43
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
INHOUD
de opname voor haar rekening, dat is Den Haag duidelijk minder, mede door het beperkte aanbod van logistiek vastgoed in de stad.
Minder winkels een doorzettende trend
In 2023 is er een afname van fysieke winkels in Den Haag van 2,1 procent (Tabel 7.5). Dat is vergelijkbaar met de landelijke ontwikkeling, waarin het aantal fysieke winkels elk jaar kleiner wordt (Tabel 7.6). De afname van het aantal fysieke winkels wordt vaak toegeschreven aan de concurrentie met online verkoop. Behalve dat zijn er nog andere factoren die een rol spelen zoals vergrijzing, ouderen besteden minder dan jongeren, het vervangen van bestaande producten door digitale dienstverlening, zoals bijvoorbeeld bij banken. Verschillende typen van winkelgebieden hebben hier op verschillende manieren mee te maken, in Den Haag wordt met de Hoofdwinkelstructuur onderscheid gemaakt tussen de Binnenstad, stedelijke winkelstraten en grote- en kleine wijkwinkelcentra.
Leegstand van winkelruimte blijft gelijk, kansen voor herbestemming
In Den Haag is het winkelaanbod (dagelijks, recreatief, doelgericht en overig aanbod) sinds 2017 met bijna 33.000 m² winkelvloeroppervlak afgenomen. De krimp is in nagenoeg alle typen winkelgebieden te zien. De leegstand ligt tussen de 10 en 12 procent, er is wel verschil tussen type winkelgebieden. Een aanzienlijk deel van de leegstand komt voor in de Megastores, The Globe en New Babylon, hier is vaak sprake waarvan strategische leegstand in verband met herontwikkeling/herbestemming. Het afnemende aanbod hoeft geen probleem te zijn. Leegstaande panden worden vaak getransformeerd naar andere functies, zoals leisure, onderwijs en wonen (zoals onderwijs in het voormalige Hudson Bay pand). De basiskwaliteit en het economisch functioneren verbetert nog steeds (“minder, maar betere winkelgebieden”) en de leegstand is over het geheel niet zorgwekkend. Plaatselijk vraagt leegstand wel om ingrijpen.
44
45
BIJLAGE
1.
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
FIGUREN EN TABELLEN
BREDE ECONOMISCHE BLOEI
TABEL 3.1 BRUTO BINNENLANDS PRODUCT VOLUMEMUTATIES IN %, G4 (COROP-PLUS), 2013-2022
TERUG >
Nederland
Stadsgewest Utrecht (CP)
%
-0,1
0,6
3,6
-2,4
2014
%
1,4
0,7
3,6
0,4
-1
2015
%
2
1,9
4,1
2,2
5,4
2013
Aggl.’s-Gravenhage Amsterdam (CP) excl. Zoetermeer (CP)
Rijnmond (CP) -2,1
2016
%
2,2
2,4
5,9
0,8
1,4
2017
%
2,9
5,4
4,8
-0,8
2,5
2018
%
2,4
3,3
5,9
0,1
2
2019
%
2
4,5
5,4
3,1
1
2020
%
-3,9
-2,6
-6,4
-3,3
-2,3
2021*
%
6,2
6,6
7,5
3,4
4,7
2022*
%
4,3
4,0
7,0
4,2
3,3
Bron: CBS
TABEL 3.2 BRUTO BINNENLANDS PRODUCT PER INWONER, G4 (COROP-PLUS) 2013-2022, IN EURO’S
Nederland
Stadsgewest Utrecht (CP)
Amsterdam (CP)
Aggl.’s-Gravenhage excl. Zoetermeer (CP)
Rijnmond (CP)
2013
39.303
59.879
77.603
43.044
44.022
2014
39.820
60.225
80.487
43.266
43.761
2015
40.733
61.214
83.225
44.092
46.156
2016
41.593
62.121
87.004
44.290
46.900
2017
43.088
65.360
90.278
43.971
48.377
2018
44.917
68.125
95.655
44.817
49.925
2019
46.876
69.072
102.221
47.061
51.998
2020
45.669
67.953
96.382
45.798
50.639
2021*
49.654
73.153
104.021
48.190
55.323
2022*
54.671
77.988
113.676
51.844
64.586
Bron: CBS
46
TERUG >
47
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
TABEL 3.3 GROEI VAN HET AANTAL BANEN TEN OPZICHTE VAN HET VOORGAANDE JAAR, IN %, G4, 2013-2022
TERUG >
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Den Haag
-0,9%
0,3%
1%
1,1%
0,3%
1,7%
2,9%
3,2%
2%
2,9%
Amsterdam
2,8%
2,4%
3,6%
4,5%
2,2%
2,3%
4,6%
1,6%
1,1%
1,9%
Rotterdam
-0,6%
-0,7%
0,1%
2,2%
2,1%
2,8%
3,2%
2,7%
1,8%
3%
Utrecht
-0,8%
1,5%
2,3%
1,6%
1,7%
4,6%
4,5%
2,7%
2,2%
4,5%
Bron: waarstaatjegemeente.nl
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
TABEL 3.7 PERSONEN DIE UITSTROMEN UIT DE WW, TOTAAL EN UITSTROOM NAAR WERK EN UITKERING, G4, 2018-2022
2018
2019
2020
2021
2022
totaal uitstroom
2020
2021
2022
Den Haag
14.200
12.750
15.300
13.850
9.750
100
90
108
98
69
22.050
21.900
29.700
28.650
18.200
100
99
135
130
83
Rotterdam
18.300
17.600
21.150
19.000
13.650
100
96
116
104
75
7.500
7.350
9.200
8.000
5.850
100
98
123
107
78
uitstroom naar werk TERUG >
2019
index met 2018=100
Amsterdam Utrecht
TABEL 3.4 AANTAL BANEN PER 1.000 INWONERS VAN 15-75 JAAR, G4, 2013-2022
2018
TERUG >
percentage uitstroom naar werk
Den Haag
8.850
7.800
8.700
8.350
6.000
62%
61%
57%
60%
62%
Amsterdam
13.950
13.450
16.600
17.500
11.550
63%
61%
56%
61%
63%
Rotterdam
11.900
11.050
12.300
11.800
8.450
65%
63%
58%
62%
62%
5.050
4.950
5.900
5.400
3.850
68%
67%
64%
68%
66%
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Den Haag
700
700
700
700
690
700
710
720
730
740
Amsterdam
890
900
920
940
950
960
990
990
1.000
1.010
Den Haag
900
800
1.250
750
400
6%
6%
8%
5%
4%
Rotterdam
740
730
730
740
740
760
780
790
800
820
Amsterdam
1.300
1.200
2.350
1.550
750
6%
6%
8%
5%
4%
Utrecht
930
930
930
930
940
970
990
1.000
1.020
1.060
Rotterdam
1.200
1.250
2.150
1.450
750
6%
7%
10%
8%
5%
Utrecht
300
300
500
350
200
4%
4%
5%
4%
3%
Bron: waarstaatjegemeente.nl
Utrecht
uitstroom naar bijstand
percentage uitstroom naar bijstand
Bron: UWV
TABEL 3.5 WERKLOOSHEID G4, 2013-2022, IN PROCENTEN
TERUG > TABEL 3.8 NETTO ARBEIDSPARTICIPATIE IN DE G4, 2013-2022, IN PROCENTEN
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Den Haag
10,8
11,8
11,1
9,8
8,3
6,3
6,2
6,5
6,2
4,7
Amsterdam
9,9
9,4
8,8
7,7
6,7
5,9
5,3
6,4
6,6
4,8
Den Haag
Rotterdam
13,2
13,5
12,9
12,2
9,2
7,3
7,1
6,8
7,3
5,3
Amsterdam
66,5
66,7
67,2
Utrecht
8,0
8,5
8,2
6,9
5,7
4,9
4,4
4,9
4,5
3,8
Rotterdam
59,3
59,3
59,8
Utrecht
71,7
70,4
71,2
71,7
Bron: CBS
TERUG >
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
62,9
61,3
61,7
61,9
63,0
65,4
66,2
65,4
65,1
67,4
69,1
68,7
69,4
70,4
69,8
68,8
72,8
58,9
62,0
64,1
65,0
64,8
65,9
68,2
71,7
73,7
75,0
74,5
74,8
77,2
Bron: CBS
TABEL 3.6 WERKLOOSHEID NAAR PERSOONSKENMERKEN, DEN HAAG, 2013-2022, IN PROCENTEN
2013
2014
totaal personen
10,8
geslacht: mannen
10,8
geslacht: vrouwen
10,8
TERUG >
2020
2021
2022
TABEL 3.9 NETTO ARBEIDSPARTICIPATIE IN DEN HAAG NAAR PERSOONSKENMERKEN, 2013-2022, IN PROCENTEN
TERUG >
2015
2016
2017
2018
2019
11,8
11,1
9,8
8,3
6,3
6,2
6,5
6,2
4,7
11,4
10,8
9,1
7,8
6,2
6,1
5,9
5,9
4,3
totaal personen
62,9
61,3
61,7
61,9
63,0
65,4
66,2
65,4
65,1
67,4
12,3
11,3
10,7
8,8
6,4
6,3
7,1
6,5
5,2
geslacht: mannen
67,7
66,6
66,4
67,3
68,6
69,9
70,6
70,0
68,4
71,3
58,1
56,0
57,0
56,6
57,5
61,0
61,9
60,8
61,9
63,5
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
leeftijd: 15 tot 25 jaar
18,6
19,6
16,9
17,3
14,8
11,6
11,6
14,7
14,2
10,5
geslacht: vrouwen
leeftijd: 25 tot 45 jaar
9,2
10,2
9,3
7,7
6,6
4,8
4,8
5,2
4,9
3,7
leeftijd: 15 tot 25 jaar
57,6
54,9
58,5
56,9
58,3
58,4
62,1
57,9
59,4
64,1
leeftijd: 45 tot 75 jaar
9,5
10,6
10,8
9,3
7,6
6,1
5,6
4,5
4,3
3,4
leeftijd: 25 tot 45 jaar
76,8
74,7
74,4
74,3
75,7
79,7
80,0
79,3
79,2
81,4
onderwijsniveau: laag onderwijs
16,2
17,8
18,7
15,9
13,1
11
10
11,2
10,2
8,1
leeftijd: 45 tot 75 jaar
51,2
50,7
51,0
52,3
53,4
55,3
55,6
56,1
55,0
56,2
onderwijsniveau: middelbaar onderwijs
12,2
13,1
12,7
11,1
9,5
6,7
6,9
7,5
6,5
4,7
onderwijsniveau: laag onderwijs
45,1
43,4
41,9
42,3
43,1
46,3
48,0
45,1
44,2
47,2
3,4
onderwijsniveau: middelbaar onderwijs
63,9
63,1
62,7
63,0
64,5
67,7
67,9
64,4
65,8
68,5
onderwijsniveau: hoog onderwijs
79,2
76,0
77,8
78,3
78,7
78,1
78,8
80,1
80,5
80,7
onderwijsniveau: hoog onderwijs
6,5
7,2
5,7
Bron: CBS
5,7
5
3,9
3,8
3,9
4,3
Bron: CBS
48
49
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
Structurele krapte door vergrijzing DE HAAGSE HOGESCHOOL
Bevolking naar leeftijd in 2023
Sectoren met hoogste percentage 60-plussers STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
90 80 70
Door vergrijzing houdt de krapte aan. Langzaam schuiven 163.900 inwoners van 50-65 jaar door naar de groep 65 plus. Alleen de groep 20-35 jaar is groter, mede door arbeidsmigranten die in en buiten de regio werken.
50 tot 65 jaar 163.900
Openbaar bestuur 15%
60 50
Transport & logistiek 13%
40 30
Landbouw
20
12%
10
FIGUUR 3.1 ARBEIDSMARKTBALANS, IN DEN HAAG EN HAAGLANDEN, 2013-2023, BANEN PER 100 WERKENDEN EN WERKLOZEN
TERUG >
FIGUUR 3.2 ONDER- EN ONBENUT ARBEIDSPOTENTIEEL IN HAAGLANDEN, 2022
Meer aandacht voor onbenut talent
110
105
95
66.000
429.000
Onbenut arbeidspotentieel
Werkenden
Er zijn mensen die (meer) willen werken maar dat nu niet doen: onbenut arbeidspotentieel. Dat bestaat uit onderbenutte deeltijders, werklozen en semi-werklozen. In de regio gaat het om 66.000 mensen.
100
TERUG >
Willen of kunnen niet meer uren werken
25.000
22.000
Onderbenutte deeltijders
Werklozen
155.000 Niet-beroepsbevolking
Niet gezocht, niet beschikbaar
19.000 Semi-werklozen Geen werk en niet beschikbaar of niet naar werk gezocht
Deeltijders die meer willen werken
90
Bron: https://www.werk.nl/imagesdxa/rib_2023_haaglanden_infographic_tcm95-453289.pdf
85 2013
2014
2015
2016
2017
Arbeidsmarktbalans Den Haag
2018
2019
2020
2021
Arbeidsmarktbalans Haaglanden
2022
Hulp bij Moeite met lezen, schrijven en belemmeringen digitale zaken om teVAN werken TABEL 3.11 PENDEL EN NAAR DEN HAAG, BEGIN 2023
2023
Evenwicht
Bron: Werkgelegenheidsregister Haaglanden en CBS, bewerking SEPO
TABEL 3.10 LEEFTIJDSOPBOUW WERKNEMERS NAAR SECTOR PER 31 DECEMBER 2022
Haaglanden
TERUG >
50-plus aandeel 50-plus
Soms is het – ondanks de krappe 2021 arbeidsmarkt – voor mensen in dezelfde stad lastig om (meer) werken te werken, terwijl zij dat wel willen. wonen in Arbeidsmarktpartners in de regio Den haagom deze belemmeringen 53% helpen weg te nemen. Amsterdam 68%
Arbeid
Te ziek om te werken
€
smar
ktpar
tners
TERUG >
?
2022
werken elders
Kom
? werken in dezelfde stad
verder werken elders
54%
46%
47%
Stapeling69% van belemmeringen
32%
31%
Rotterdam
54%
46% Loont (meer) werken financieel wel? 55%
45%
Utrecht
51%
49%
51%
49%
Wonen in de stad
wonen elders
wonen in de stad
wonen elders
43%
57%
44%
56%
43%
57%
44%
56%
40%
60%
41%
59%
68%
31%
69%
50 tot 60 jaar
60 tot 75 jaar
openbaar bestuur
11.200
6.000
17.300
42%
zorg en welzijn
11.100
6.100
17.200
34%
onderwijs
5.400
3.000
8.300
31%
werken in
industrie
4.300
1.900
6.100
32%
Den Haag
spec. zakelijke diensten
4.200
1.800
6.000
22%
Amsterdam
detailhandel
3.700
1.900
5.600
16%
Rotterdam
32%
uitzendbureaus
3.600
1.700
5.300
17%
Utrecht
ov. zakelijke diensten
3.500
1.600
5.100
36%
transport
3.300
1.800
5.100
37%
Bron: CBS
groothandel
3.300
1.400
4.600
29%
financiële diensten
2.600
900
3.500
31%
ict
2.300
700
3.000
20%
overige diensten
1.900
1.000
2.900
27%
bouw
1.900
800
2.800
31%
TABEL 3.12 PERCENTAGE HUISHOUDENS MET EEN LANGDURIG LAAG INKOMEN (TENMINSTE 1 JAAR) G4, 2013-2022, IN PROCENTEN
TERUG >
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022*
Den Haag
15,3
14,6
13,9
13,7
13,3
13,1
12,4
11,4
10,8
8,1
horeca
1.700
700
2.400
13%
Amsterdam
16,5
15,8
14,8
14
13,6
13,4
12,7
11,7
11,1
6,1
landbouw
1.400
800
2.200
33%
Rotterdam
17,1
16,3
15,4
15
14,8
14,5
13,7
12,7
12,1
8,7
11,5
10,8
10,1
9,9
9,9
9,7
9,2
8,3
7,7
5,7
onbekend
1.200
700
1.900
33%
Utrecht
totaal
66.400
32.700
99.100
28%
Bron: CBS, *voorlopige cijfers
Bron: UWV
50
51
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
TABEL 3.13 PERCENTAGE HUISHOUDENS MET EEN LANGDURIG LAAG INKOMEN (TENMINSTE 1 JAAR) DEN HAAG, NAAR ACHTERGROND, 2013-2022, IN PROCENTEN
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
INTERMEZZO 1
TERUG >
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022*
particuliere huishoudens
15,3
14,6
13,9
13,7
13,3
13,1
12,4
11,4
10,8
8,1
hoofdkostwinner: tot 25 jaar
29,5
29,2
28,2
27,8
26,4
22,4
19,9
18,2
15,9
15,2
0,90
hoofdkostwinner: 25 tot 45 jaar
16,6
15,8
15,6
15,0
14,1
13,7
12,5
11,1
10,2
7,5
0,80
hoofdkostwinner: 45 tot 65 jaar
16,7
16,3
16,3
16,6
16,3
16,3
15,6
14,8
14,2
10,4
0,70
hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder
8,4
7,4
5,0
4,9
5,0
5,6
5,9
5,6
5,4
4,2
0,60
bron: inkomen als werknemer
5,1
4,7
4,0
3,5
3,3
3,3
3,0
2,6
2,3
2,0
0,50
bron: inkomen als zelfstandige (totaal)
20,4
18,3
17,2
14,8
13,0
12,3
11,1
9,6
9,6
12,6
FIGUUR I1.3: INKOMEN EN WERKSTATUS MEEST BEPALEND VOOR BREDE WELVAART
0,74
0,78
0,73
0,67
0,65
0,59
0,55
TERUG >
0,72
0,69
0,50
0,40
Bron: CBS, *voorlopige cijfers
0,30 0,20 0,10 0,00 laag
TABEL 3.14 AANTAL PERSONEN MET EEN BIJSTANDSUITKERING, G4, 2014-2023
TERUG >
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Den Haag
21.500
23.010
24.000
24.250
23.400
22.040
20.840
21.510
20.090
19.260
Amsterdam
37.080
37.770
36.950
37.270
36.550
35.240
33.740
35.380
32.870
30.990
Rotterdam
35.320
36.540
36.560
36.370
34.570
32.130
30.690
33.050
31.110
30.060
Utrecht
8.470
8.980
9.270
9.600
9.290
8.980
8.690
9.020
8.530
8.570
midden inkomen
hoog
werkloos
niet werkend
werkend
werkstatus
Bron: Raboresearch (2022)
Bron: CBS
52
53
werkloos en geen hbo/wo wel hbo/wo laag inkomen opleiding
totaal
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
ATTRACTIEVE STAD
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
TABEL 4.1 BEVOLKINGSONTWIKKELING DEN HAAG 2018-2022, PER 1 JANUARI
FIGUUR 4.1 BEREIKBAARHEID VAN BANEN BINNEN ACCEPTABELE REISTIJD IN DE G4, RANGORDE VAN 1, SLECHTST BEREIKBAAR TOT 50, BEST BEREIKBAAR, 2022
TERUG >
met files
saldo
TERUG >
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
5.920
5.130
4.890
7.680
5.270
8.010
2.480
5.100
9.420
geboortesaldo
2.820
2.510
2.540
2.430
2.330
2.340
1.590
1.540
1.090
migratiesaldo
3.280
2.860
2.470
5.360
3.290
5.700
970
3.610
8.400
uit andere gemeente
-610
-1.120
-1.250
-1.150
-2.750
-3.680
-2.970
-4.990
-4.040
uit buitenland
3.880
3.980
3.720
6.520
6.040
9.380
3.950
8.590
12.440
Bron: CBS
TABEL 4.2 WONINGVOORRAAD IN GEMEENTE DEN HAAG 2018-2022
TERUG >
zonder files
0
5
10 Den Haag
15
20
Amsterdam
25
30
Rotterdam
35
40
45
50
Utrecht
Bron: Atlas voor Gemeenten, bewerking gemeente Den Haag (Denhaag.incijfers.nl)
2018
2019
2020
2021
2022
2022-2018
totaal aantal woningen
251.337
253.494
256.170
259.419
262.527
4,5%
koopwoningen
44,7%
44,5%
44,1%
43,5%
43,3%
-3,1%
particuliere huurwoningen
21,7%
23,1%
23,5%
24,7%
25,1%
15,7%
corporatiewoningen
31,9%
31,6%
31,4%
31,1%
31,0%
-2,8%
eigendom nog niet bepaald
1,7%
0,8%
0,9%
0,8%
0,6%
-64,7%
Bron: Denhaag.incijfers.nl FIGUUR 4.2 WOONAANTREKKELIJKHEIDSINDEX 2022
TERUG >
tŽŽŶĂĂŶƚƌĞŬŬĞůŝũŬŚĞŝĚ'ϰ ϭϬ tŽŽŶŽŵŐĞǀŝŶŐ
gemiddelde woningbezetting sŽŽƌnjŝĞŶŝŶŐĞŶ
ϮϬ
TERUG >
TABEL 4.3 GEMIDDELDE WONINGBEZETTING IN DEN HAAG 2018-2023
ĞƌĞŝŬďĂĂƌŚĞŝĚ Ϭ
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2,08
2,08
2,08
2,06
2,07
2,08
Bron: Denhaag.incijfers.nl
ϯϬ ϰϬ
,ŝƐƚŽƌŝĞ
ŵƐƚĞƌĚĂŵ
2018
sĞŝůŝŐŚĞŝĚ
EĂƚƵƵƌ
ZŽƚƚĞƌĚĂŵ
2019
2020
2021
57.224
52.396
57.005
61.065
56.682
verhuringen
4.293
4.113
3.917
4.924
4.289
kans op een woning
7,5%
7,8%
6,9%
8,1%
7,6%
hƚƌĞĐŚƚ
Bron: Atlas voor Gemeenten, bewerking gemeente Den Haag (Denhaag.incijfers.nl)
54
2022
kansrijke woningzoekenden
Bron: https://www.explica.nl/downloads/svh/rapport-Explica-2023-07-SVH-Den-Haag.pdf
KŶĚĞƌǁŝũƐ ĞŶ,ĂĂŐ
TERUG >
TABEL 4.4 KENGETALLEN VERHURINGEN IN DE CORPORATIESECTOR IN DEN HAAG 2018-2022
ϱϬ
55
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
TABEL 4.5 AANTAL TOERISTISCHE BEZOEKEN EN BEZOEKERS AAN STEDEN 2018-2022 (X1.000)
2017
2018
2019
TERUG >
2020
2021
2022
22-21
22-19
bezoeken Den Haag
9.032
12.659
9.571
6.261
6.819
8.324
22%
-13%
Amsterdam
17.031
17.824
16.960
9.680
9.575
14.266
49%
-16%
Rotterdam
13.542
14.816
12.398
7.439
8.289
11.453
38%
-8%
Utrecht
10.943
13.450
10.361
7.531
6.747
9.276
37%
-10%
bezoekers Den Haag
2.615
3.454
3.171
2.115
1.979
2.457
24%
-23%
Amsterdam
4.496
4.471
4.381
2.563
2.388
3.319
39%
-24%
Rotterdam
3.296
3.279
3.036
1.919
1.878
2.502
33%
-18%
Utrecht
3.206
3.326
2.957
2.101
1.853
2.672
44%
-10%
Bron: CBS TERUG >
TABEL 4.6 GEMIDDELDE BESTEDINGEN TOERISTISCH BEZOEK 2018-2022
2017
2018
2019
2020
2021
2022
22-21
22-19
Den Haag
€ 47,30
€ 49,50
€ 50,20
€ 41,70
€ 53,90
€ 56,30
4%
12%
Amsterdam
€ 50,10
€ 58,80
€ 55,60
€ 57,10
€ 60,80
€ 69,50
14%
25%
Rotterdam
€ 52,10
€ 54,30
€ 59,40
€ 54,10
€ 52,60
€ 58,40
11%
-2%
Utrecht
€ 48,20
€ 51,90
€ 57,00
€ 56,90
€ 58,70
€ 63,20
8%
11%
Bron: CBS TERUG >
TABEL 4.7 ZAKELIJKE OVERNACHTINGEN IN DE VIER GROTE STEDEN 2018-2022
2018
2019
2020
2021
2022
2022-2021
2022-2019
Den Haag
750
770
250
230
570
148%
-26%
Amsterdam
5.530
5.820
1.270
1.050
3.200
205%
-45%
Rotterdam
960
980
380
410
900
120%
-8%
Utrecht
410
430
160
140
380
171%
-12%
Bron: CBS TERUG >
TABEL 4.8 KENGETALLEN CONGRESSEN IN DEN HAAG 2018-2023
2018
2019
2020
2021
2022
2023
aantal congressen
126
113
18
17
85
78
gemiddeld aantal deelnemers
383
425
437
173
290
316
gemiddelde duur
4,1
5,0
4,2
3,9
3,5
4,0
deelnemersdagen
195.059
213.923
31.750
9240
75.606
95.394
Bron: DSO/Economie
56
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
DE HAAGSE HOGESCHOOL
VAN TOMATENPLUKKERS TOT EXPATS: DE BATEN EN LASTEN VAN ARBEIDSMIGRANTEN IN DEN HAAG PAUL DE BEER
In 2023 betraden zevenduizend nieuwkomers de arbeidsmarkt in Den Haag. Het merendeel van hen werd tewerkgesteld op een flexibel contract, bijvoorbeeld als uitzendkracht, in sectoren als de detailhandel, distributie en horeca. De helft van hen verdiende minder dan € 14,40 per uur, dat is minder dan 125 procent van het minimumloon.
economische groei, droogt die vijver langzaam op. Het geboortecijfer ligt al jarenlang onder het zogenaamde vervangingsniveau, waarbij het aantal geboorten in evenwicht is met het aantal overledenen. In de nabije toekomst zal het aantal jongeren dat de arbeidsmarkt betreedt, niet meer voldoende zijn om alle oudere werknemers die met pensioen
Over wie gaat het hier? Hebben we het over arbeidsmigranten uit landen als Polen, Roemenië en Bulgarije? Over Oekraïense vluchtelingen? Of over zogenaamde ‘derdelanders’ uit landen als Belarus en Bosnië-Herzegovina, die via detacheringsconstructies vanuit Oost-Europa aan bedrijven in Nederland worden ‘uitgeleend’? Nee, het gaat om jonge Hagenaars die hun opleiding hebben afgerond en nu voor het eerst in een baan aan de slag gaan om in hun kosten van levensonderhoud te voorzien. Er zijn opvallende parallellen tussen arbeidsmigranten en werkende jongeren. Beide groepen hebben overwegend een tijdelijk contract, zijn geconcentreerd in bepaalde sectoren en verdienen niet veel meer dan het minimumloon. Toch is er een wereld van verschil tussen de wijze waarop de samenleving aankijkt tegen arbeidsmigranten en tegen werkende jongeren. Arbeidsmigratie is een zeer omstreden fenomeen. Vanuit het bedrijfsleven valt regelmatig te beluisteren dat we (meer) arbeidsmigranten nodig hebben om de economie draaiende te houden. Maar een meerderheid van de bevolking ziet – gezien ook de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen – arbeidsmigratie eerder als een bedreiging en wil deze graag een halt toeroepen. Discussie over werkende jongeren is er echter nauwelijks, behalve dat er nu en dan zorgen worden geuit over het feit dat velen langdurig zijn aangewezen op onzeker en laagbetaald werk.
Vanuit het bedrijfsleven gezien zijn werkende jongeren en arbeidsmigranten in hoge mate uitwisselbaar. Waar het grote aantal jongeren dat in de naoorlogse decennia de arbeidsmarkt betrad een belangrijke motor vormde voor
gaan te vervangen. Dat we dit punt niet al bereikt hebben, komt doordat de AOW-leeftijd de afgelopen tien jaar met twee jaar is verhoogd. Maar ondanks de voorziene verdere verhoging van de AOW-leeftijd – die gekoppeld is aan de levensverwachting – zal de beroepsbevolking de komende twee decennia naar verwachting niet meer groeien. Om in de groeiende vraag naar personeel te voorzien – noodzakelijk om de economische groei op peil te houden – moet het bedrijfsleven in toenemende mate een beroep doen op arbeidskrachten die ‘van elders’, dat wil zeggen van buiten Nederland, komen. Voor het bedrijfsleven zijn Nederlandse en buitenlandse werknemers dan misschien grotendeels uitwisselbaar, voor de bevolking – en de samenleving in bredere zin – geldt dat allerminst. Het belangrijkste verschil tussen arbeidsmigranten en werkende jongeren is natuurlijk dat werkende jongeren zich al hier bevonden toen zij aan het werk gingen, terwijl arbeidsmigranten van elders komen. De komst van arbeidsmigranten betekent per definitie dat de bevolking groeit, terwijl dit niet het geval is als schoolverlaters aan het werk gaan. Dit plaatst allereerst de bijdrage van arbeidsmigranten aan de economie in een ander daglicht dan die van werkende jongeren. Als de economie dankzij de komst van arbeidsmigranten extra groeit, moet die groei met een groter aantal mensen worden gedeeld.
De welvaart per hoofd van de bevolking groeit dan ook veel minder sterk dan de economie. Het is zelfs mogelijk dat de welvaart per hoofd van de bevolking daalt als gevolg van de komst van arbeidsmigranten.
Dat klinkt tegenstrijdig. De werkgever heeft baat bij arbeidsmigratie omdat het hem in staat stelt vacatures te
57
DE HAAGSE HOGESCHOOL
STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2023
vervullen waarvoor in Nederland te weinig arbeidskrachten beschikbaar zijn. De arbeidsmigrant profiteert zelf omdat deze in Nederland meer gaat verdienen dan in het land van herkomst. En de Nederlandse bevolking profiteert van de beschikbaarheid van goedkopere tomaten, caffè lattes of pakjesbezorging dankzij het werk van de arbeidsmigranten. Hoe kan de welvaart dan toch dalen? Dat kan zo zijn als we de arbeidsmigrant beschouwen als lid van de Nederlandse bevolking. Als de economie door de komst van arbeidsmigranten minder sterk groeit dan de bevolking, daalt het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking – inclusief de arbeidsmigranten. Dit is het geval als de arbeidsmigrant wordt ingezet voor laagwaardige activiteiten, die relatief weinig toevoegen aan ons bruto binnenlands product (bbp). De zittende bevolking kan daarvan weliswaar profiteren. Maar als we ook de welvaart van de arbeidsmigrant meetellen, wordt het effect op de gemiddelde welvaart in Nederland negatief. Is het terecht om de arbeidsmigrant mee te tellen, te meer daar deze er zelf ook in inkomen op vooruitgaat? Op korte termijn lijkt het inderdaad niet onredelijk om alleen naar de welvaartswinst voor de gevestigde bevolking te kijken. Maar laten we eens aannemen dat in de toekomst honderdduizenden arbeidsmigranten naar Nederland komen om hier laagproductief werk te gaan doen.
Is het dan nog steeds redelijk om te stellen dat de welvaart van de Nederlandse bevolking is gestegen, terwijl honderdduizenden ingezetenen van een laag inkomen moeten rondkomen, waardoor de gemiddelde welvaart in Nederland, inclusief deze extra arbeidsmigranten, is gedaald? Dit zou op hetzelfde neerkomen als dat we nu, bij het berekenen van de gemiddelde welvaart van de Nederlandse bevolking, de vijf miljoen inwoners met een migratieachtergrond buiten beschouwing zouden laten! Hoewel arbeidsmigranten bijdragen aan economische groei, verhogen zij dus niet per se het welvaartsniveau. Dat is alleen het geval als zij werk doen waarin zij meer produceren dan wat nu het gemiddelde welvaartsniveau per hoofd van de bevolking is. Het grootste deel van de huidige arbeidsmigranten doet echter laagwaardig werk. Zo verdient de helft van de arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa minder dan 125 procent van het minimumloon. Hun komst heeft dus het gemiddelde welvaartsniveau in Nederland verlaagd! Om het gemiddelde welvaartsniveau te verhogen moet een arbeidsmigrant ten minste 85 procent meer verdienen dan
het minimumloon, oftewel minimaal zo’n € 19 per uur. Dezelfde redenering geldt niet voor jonge ingezetenen die de arbeidsmarkt betreden. Zij behoren immers al tot de Nederlandse bevolking. Als zij productieve arbeid gaan verrichten leidt dit per definitie tot een hoger gemiddeld welvaartsniveau. Zelfs als arbeidsmigranten het gemiddelde welvaartsniveau per hoofd van de bevolking wel verhogen doordat zij werk doen met een relatief hoge productiviteit, is de Nederlandse samenleving hierdoor niet per definitie beter af. Allereerst is het de vraag wie van die welvaartsgroei profiteren. Alle economische analyses wijzen uit, dat dit vooral de werkgever en de migrant zelf zijn. De opbrengst voor de zittende bevolking is doorgaans klein. En van die
zittende bevolking zijn het vooral de hoger opgeleiden en hogere-inkomensgroepen die baat hebben bij arbeidsmigranten. Ofwel profiteren zij van de goedkope diensten van arbeidsmigranten, ofwel stijgt hun eigen productiviteit – en daarmee ook hun loon – als hun kennis en vaardigheden complementair zijn me die van gespecialiseerde arbeidsmigranten (complementariteit). Laagopgeleiden en lagere-inkomensgroepen ondervinden juist vaker nadeel als arbeidsmigranten de arbeidsvoorwaarden aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt onder druk zetten. Belangrijker nog zijn de bredere maatschappelijke gevolgen van de komst van arbeidsmigranten. Die gevolgen hebben allereerst weer te maken met de groei van de bevolking waartoe arbeidsmigratie per definitie leidt. In een dichtbevolkt land als Nederland vergroot bevolkingsaanwas de druk op de toch al schaarse ruimte. Dit manifesteert zich het duidelijkst op de woningmarkt. Het tekort aan betaalbare woningen, dat al als een van de grootste maatschappelijke problemen geldt, wordt door de komst van arbeidsmigranten nog nijpender. Nu is wel het ‘voordeel’ dat veel arbeidsmigranten een woning met elkaar delen. Het aantal woningen dat extra nodig is om arbeidsmigranten te huisvesten, is daardoor aanzienlijk kleiner dan het aantal arbeidsmigranten. Dit ‘voordeel’ heeft echter ook grote nadelen.
De huisvesting van arbeidsmigranten voldoet vaak niet aan minimale normen. Zes of meer arbeidsmigranten in een kleine woning zijn geen uitzondering. Soms moeten arbeidsmigranten zelfs een bed delen, als de een in dagdienst en
de ander in nachtdienst werkt. Dit is niet alleen nadelig voor de arbeidsmigranten zelf. Het kan ook gemakkelijk leiden tot overlast voor omwonenden, als de migranten vaak op straat ‘rondhangen’ om hun krappe behuizing te ontvluchten. En het kan onveilige situaties opleveren. Zo konden arbeidsmigranten tijdens de coronapandemie in hun woning vaak geen afstand tot elkaar houden om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Aangezien de huisvesting van veel arbeidsmigranten wordt geregeld door het uitzendbureau dat hen uitleent, kunnen zij gemakkelijk op straat terechtkomen als hun werk stopt. Dat het aantal daklozen in Nederland in 2023 is toegenomen, komt dan ook waarschijnlijk doordat het aantal dakloze arbeidsmigranten is gegroeid. Op regionaal en lokaal niveau kan er een belangentegenstelling zijn als arbeidsmigranten in een andere gemeente werken dan waar zij wonen. Zo wonen de meeste arbeidsmigranten die in de kassen in het Westland werken, zelf niet in het Westland, maar onder meer in Den Haag. De ‘lusten’ zijn dan voor de werkgevers in het Westland, maar de ‘lasten’ voor de inwoners van Den Haag. Volgens de gemeente Westland wonen er van de 12.000 tot 16.000 arbeidsmigranten in het Westland (afhankelijk van het seizoen) ongeveer 4.500 binnen de gemeentegrenzen1. Toch moet dit probleem wel in proportie worden gezien.
Allereerst zijn er ook ruim 11.000 inwoners van het Westland die in Den Haag werken. Er wonen dus iets meer Haagse werknemers in het Westland dan Westlandse werknemers in Den Haag. Bovendien telt Den Haag in totaal meer dan honderdduizend werkende inwoners die in het buitenland geboren zijn (dit zijn dus niet allemaal arbeidsmigranten, maar ook andere migranten). Van hen werkt dus minder dan een op de tien in het Westland. Den Haag gaat er graag prat op het wereldwijde centrum van vrede en recht te zijn met veel internationale organisaties. De gemeente telt dan ook veel ‘expats’ die tot de beter betaalden behoren. Zij leveren wel een positieve bijdrage aan het gemiddelde welvaartsniveau in de stad. Simpel gezegd: hoe meer expats, hoe welvarender Den Haag is. Maar dat betekent nog niet zonder meer dat zij een aanwinst zijn voor de gemeente en haar inwoners. Ook voor deze arbeidsmigranten geldt dat in de eerste plaats hun werkgever en