RIS319865 Bijlage 2 Reacties Advies 2025-2028 Den Haag stad van de kunst - kunst van de stad
Tekst van het document
er is een zakelijk leider aangesteld er is minder afhankelijkheid van de algemeen directeur er is meer aandacht voor marketing (er is een marketingmedewerker) de algemene reserve is uit de rode cijfers gehaald er wordt minder ad hoc gehandeld in de organisatie er is gesproken met publiek, jonge makers en mensen in het veld om tot een coherente visie te komen, waarin het vertellen van verhalen de rode draad vormt er zijn programmalijnen geformuleerd de Branoulproducties, ook die van jonge makers, worden daaraan gerelateerd eerste samenwerkingen zijn opgezet en de blik is naar buiten gericht en zo nog kunnen we nog even doorgaan.
Het staat er allemaal in het plan. We nodigen iedereen uit eens te proberen die beeldvorming uit het verleden los te laten en de plannen nog eens zonder vooroordeel te lezen. Wellicht stijgt de waardering dan. De commissie over het artistiek beleid In het advies wordt geschreven over “onvoldoende inzicht in de artistieke keuzes” en aan het slot van dezelfde alinea staat: “Binnen de programmering geeft Branoul aandacht aan literatuur uit het Midden-Oosten, maar de Commissie had graag gelezen waarom Theater Branoul dat een belangrijk artistiek aandachtspunt vindt.” Ons inziens is in de laatste zin het woord ‘waarom’ de spil. Op pagina 6 van ons beleidsplan staat het antwoord: “Theater Branoul is van mening dat de optelsom van literatuur en theater de uitgelezen vorm oplevert om inzicht in ‘de ander’ te krijgen. Het wil tegenwicht bieden aan de snelle beeldcultuur en ziet het als taak om bij te dragen aan een genuanceerd wereldbeeld. Dat doen we door verhalen te vertellen en te laten vertellen, vanuit zoveel mogelijk invalshoeken, waarbij het gesproken woord leidend is, maar waar ruimte is voor cross-overs met andere vertelvormen. Waarbij we ons niet alleen richten op verhalen uit de Westerse traditie, maar juist ook groepen aan het woord laten, waar veel vooroordelen over bestaan, voortkomend uit onwetendheid.” Vervolgens relateren we al onze plannen aan dit uitgangspunt.
Weloverwogen keuzes zijn dat.
Pagina 1 van 3
Over de beoordeling van het zakelijk beleid Bijna de complete tweede alinea is feitelijk onjuist. Er staat in de beoordeling “Verder staat in de jaarverantwoording 2022 dat de raad van toezicht op afstand staat, waardoor er geen risico is van belangenverstrengeling. Dat is wat de Commissie betreft te kort door de bocht. De Commissie constateert dat de raad van toezicht in 2022 niet is samengekomen en de huidige leden waren ook de leden in 2022. In de aanvraag leest de Commissie geen ambitie of stappenplan om dit anders te doen en dat geeft haar onvoldoende vertrouwen.” Dat klopt niet. Over de RvT en belangenverstrengeling: wij waren daar ook ontevreden over en daarom heeft Branoul sinds 2023 een bestuurs- en directiereglement. Dat valt ook te lezen op pagina 13 van het MJB: “Wij werken met een bestuurs- en directiereglement zodat de verantwoordelijkheden duidelijk zijn en het tegengaan van belangenverstrengeling gewaarborgd is.” Ook op pag 13 over het reglement: “De RvT vergadert ten minste 3 keer per jaar of zoveel vaker als de raad nodig acht.” (in 2023 is veelvuldig vergaderd!) Over de samenstelling en de toekomst van de RvT: de zin “De huidige leden waren ook de leden in 2022” is feitelijk onjuist. Zowel Dhr. Stan Robberts als Mevr. Patries Baijer zijn in 2023 aangesteld en ingeschreven. Dit staat ook in het KvK uittreksel dat bij de aanvraag is meegestuurd.
Over de toekomst van de raad schrijven we dat er een rooster van aftreden in het reglement staat en “In de komende periode is Branoul actief op zoek naar een of twee nieuwe bestuursleden. Om de diversiteit in de RvT te verbeteren wordt de actieve voorkeur uitgesproken voor in ieder geval 1 lid met een bi-culturele achtergrond.” (wederom pagina 13). De opmerking “In de aanvraag leest de Commissie geen ambitie of stappenplan om dit anders te doen en dat geeft haar onvoldoende vertrouwen” kan dus ook als feitelijk onjuist worden gezien.
Tot slot zouden we graag stil willen staan bij de laatste alinea in de paragraaf over zakelijk beleid, want daar gaat echt iets fout: het wensdenken. Met als voorbeeld een internationaal festival in 2032. NB: wij doen een aanvraag voor 2025-2028. Niet voor 2032. Verder schrijven wij NIET dat we de ambitie hebben om een internationaal festival te organiseren. Over het Storytellingtraject zeggen wij op pag 9 vanaf alinea 2: 2023 was er een pilot Storytelling 2024 volgt een tweede pilot 2025-2027 gaan we stap voor stap uitbreiden. Citaat: “In 2027 is dit minifestival uitgegroeid tot een voor onze kleine organisatie hanteerbaar festival in ons theater en achter de ramen van de Maliestraat waar het theater gevestigd is.” Dat is het plan. Meer niet. Zo SMART als wat. Klein en behapbaar
Pagina 2 van 3
Na een witregel volgt “En, het lijkt niet SMART, maar dromen is ook fijn: als de stad en de andere culturele instellingen er het komende Kunstenplan op aanslaan:” en vervolgens gaat het over een vergezicht in 2032, ver buiten dit kunstenplan. Het voelt niet fair om afgerekend te worden op een kwinkslag die tot nu toe door iedereen die het leest ook als zodanig begrepen wordt. Zeker ook omdat in het hele deel daarvóór een zeer geleidelijke ontwikkeling van een klein evenement wordt geschetst. Tot zover. We danken jullie oprecht voor al het extra werk dat jullie nu doen!
Hoogachtend, namens alle medewerkers, vrijwilligers en bezoekers van Branoul,
Bob Schwarze en Janko Duinker Theater Branoul
Pagina 3 van 3
Theatergroep Drang Schelpkade 45 2512 KB Den Haag T 070 346 46 45 E info@drang.nl www.drang.nl KvK 41159385
Marleen Leroy kunstenplan@denhaag.nl
Den Haag, 27 juni 2024
Betreft: reactie op het Advies Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2028
Geachte Mevrouw Leroy, beste Marleen, Theatergroep Drang is blij met het positieve advies van de Adviescommissie Kunst en Cultuur 2025-2028, zowel met de erkenning van Drang als Haagse instelling als de flinke verhoging van het geadviseerde subsidiebedrag ten opzichte van het huidige niveau. Wij hebben met belangstelling het advies gelezen en herkennen veel van de daarin geformuleerde punten. Wij nemen het advies dan ook ter harte en zullen het gebruiken bij de te maken beleidskeuzen voor de komende jaren. Bij de toekenning van de punten valt ons één met name op: een 2 voor bedrijfsvoering. Deze lage score kunnen wij niet goed plaatsen en wij zouden hierover graag in gesprek gaan, omdat wij - net als van andere punten in het advies - willen leren van de door de Commissie gevolgde gedachtegang. Daarnaast vraagt de Commissie zich in het advies af of er bij de uitbetaling van zzp'ers bij Drang sprake is van Fair Pay. Vanzelfsprekend is dit het geval, zoals onder andere te lezen valt halverwege bladzijde 17 van onze aanvraag: "[...] in de plannen voor 2025 wordt rekening gehouden met CAO-conforme arbeidsafspraken". Tenslotte maken we van de gelegenheid gebruik om de Commissie en alle ambtenaren te bedanken voor het vele werk! Met vriendelijke groet, Namens bestuur en directie van Stichting Theatergroep Drang,
Met vriendelijke groet,
Onno Ephraim zakelijk leider 06-28276740
Gegevens aanvrager Aanvrager: Verkorte naam: Gevraagd subsidiebedrag:
Stichting West West Den Haag € 350.000,00
Inleiding Stichting West is een kunstinstituut dat zich richt op relevante internationale ontwikkelingen op het gebied van hedendaagse kunst. Haar doel is beeldende kunst en debat stimuleren in de meest uitgebreide zin. Zij organiseert daartoe onder meer tentoonstellingen, artistieke en onderzoeksgerichte sessies en evenementen als het Onze Ambassade Festival en Museumnacht Den Haag. Zij biedt ook een educatieprogramma aan, waarin de betekenis van hedendaagse kunst en reflectie belangrijke ingrediënten zijn. Artistiek-inhoudelijk beleid De Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2028 beoordeelt het programma van West Den Haag als artistiek-inhoudelijk sterk, adequaat onderbouwd en degelijk uitgewerkt. De Commissie is ook lovend over de bijdrage en deelname van West Den Haag aan het internationale discours en over haar digitale archief. De organisatie heeft veel aandacht voor diversiteit en inclusie binnen haar programmering en werkt aan het verbreden van haar publieksbereik. Op het gebied van diversiteit en inclusie merkt de Commissie wel op dat complexe culturele thema’s soms wat oppervlakkig worden aangepakt. Als voorbeeld noemt de Commissie de Afaka-symbolen. Het lijkt er volgens haar op dat de organisatie de betekenis en relevantie daarvan te weinig heeft onderzocht.
Ook de vertaling van de landenfocus naar het artistiek programma is voor de Commissie niet altijd even helder. Zo had de relevantie van samenwerkingspartners meer gedefinieerd en specifieker uitgewerkt mogen worden. Maar de ambitie en de breedte van de programmering – die volgens de Commissie adequaat is ingebed in de traditie en werkwijze van West Den Haag – overtuigt. Ook van de vakdeskundigheid van West Den Haag is de Commissie positief. Zij ziet met waardering dat de organisatie nationaal en internationaal een sterke reputatie heeft opgebouwd, dankzij de samenwerking met gerenommeerde curatoren en excellente kunstenaars. West Den Haag heeft tentoonstellingen van hoge kwaliteit georganiseerd, wat naar de mening van de Commissie wijst op een sterke visie op curatorschap. De zeggingskracht van de activiteiten is volgens de Commissie groot. Zij waardeert het dat de organisatie op verschillende manieren – bijvoorbeeld via diverse podia en de stadstuin – moeite doet om een breed publiek te betrekken bij haar programma. Ook de initiatieven om de lokale gemeenschap erbij te betrekken, ziet de Commissie als een pluspunt. Maar deze initiatieven verdienen volgens haar wel specifieke aandacht om de intenties waar te maken. Niet alle projecten zijn volgens de Commissie even innovatief en origineel; zo is het gebruik van tuinen en buitenruimtes internationaal al eerder toegepast.
Maar het beleidsplan maakt de Commissie nieuwsgierig. De Commissie ziet West Den Haag als een hedendaagse kunstruimte in de stad met een sterke identiteit, waarmee de organisatie uniek is in Den Haag en van toegevoegde waarde voor het kunstbestel. Ook als onderzoeksgerichte presentatie-instelling is de instelling volgens de Commissie van grote waarde, gezien haar publicaties, online archief en debatten. In de manier waarop zij filosofische en onderzoeksvragen aanpakt, is zij oorspronkelijk, vindt de Commissie. De Commissie beoordeelt het programma niet als vernieuwend in het bredere kunstenveld. Zij ziet dat West Den Haag weliswaar experimenten uitvoert binnen het programma, bijvoorbeeld in de vorm van uitwisseling en experimenten met lokale gemeenschappen en op extra locaties. Maar zij vindt dat de initiatieven niet per se vernieuwend zijn en dat de uitwisselingen met de buurt te weinig concreet zijn uitgewerkt om haar te overtuigen. Pagina 1 van 4
Zakelijk beleid De zakelijke bedrijfsvoering van West Den Haag ziet er volgens de Commissie gezond en solide uit. De begroting is volgens de Commissie realistisch en de organisatie beschikt over een substantiële algemene reserve en een bestemmingsreserve. De Commissie is ook positief over de gevarieerde financieringsmix, met onder meer substantiële sponsorinkomsten. Alleen in de risicoanalyse mist de Commissie een strategie als de BISgelden niet worden toegekend. Op het gebied van goed werkgeverschap voldoet de instelling aan de Governance Code Cultuur en de Fair Practice Code. Naleving wordt door de raad van toezicht nauwlettend gevolgd, constateert de Commissie. Voor de beloning van medewerkers en freelancers hanteert West Den Haag de richtlijn functie- en loongebouw presentatie-instellingen voor beeldende kunst op strikte wijze. Wel had de Commissie graag een toelichting op de toepassing van de Governance Code Cultuur gelezen. De aanstelling van een junior directeur ziet de Commissie als positief in het licht van continuering van de organisatie op de lange termijn, maar ook hierop had zij graag een uitgebreidere toelichting gelezen. Het publieksbereik van West Den Haag steeg in de afgelopen beleidsperiode volgens de Commissie indrukwekkend – zij constateert bijna een verdubbeling in twee jaar tijd.
De Commissie ziet ook dat de organisatie inspanningen verricht om de relatie met haar publiek te versterken, bijvoorbeeld met haar educatie-activiteiten. Ook de samenwerking met het Museumkwartier, de inzet op bekende evenementen als Into The Great Wide Open, en het digitale archief prijst de Commissie als middelen om een breed en gevarieerd publiek te bereiken. In haar marketingstrategie zou de instelling volgens de Commissie de doelgroepen specifieker kunnen benoemen en meer aandacht kunnen besteden aan een duurzame relatie met haar publiek. West Den Haag positioneert zich volgens de Commissie als van toegevoegde waarde in Den Haag door werken van grote internationale namen te tonen en unieke exposities en evenementen te organiseren of eraan bij te dragen. Met haar programma Wordling Art bijvoorbeeld zoekt de instelling actief contact met de gemeenschappen in Den Haag en verbindt zich op die manier adequaat met de stad. Zij weet het resultaat van dit contact volgens de Commissie op fraaie wijze tot een programma te maken, dat ook in lijn is met de maatschappelijke betrokkenheid van West Den Haag. Wel vereist dit programma volgens de Commissie absolute fijngevoeligheid en nuance om deze ambitie zowel inhoudelijk als duurzaam waar te maken.
Alleen op die wijze is het artistiek-inhoudelijk van waarde en creëert het een duurzame wederkerigheid tussen West Den Haag en de participerende gemeenschappen. Daarnaast versterkt de organisatie haar positie in het culturele veld door deel te nemen aan verschillende samenwerkingsprojecten, zoals het Critical Making Consortium en het Instituut voor Kunst en Kritiek, wat volgens de Commissie ook in lijn is met haar programma. West Den Haag heeft een substantieel netwerk aan samenwerkingspartners, zowel in de stad als op (inter)nationaal niveau. Wat de Commissie betreft mag West wel meer openstaan voor cocreatie en het betrekken van partners bij de ontwikkeling van programma’s en activiteiten. Deze openheid en wederkerigheid zou de positie van West Den Haag kunnen versterken. Gezien haar positie en inbedding in de stad, haar significante bijdragen aan actuele, culturele thema’s en haar culturele en educatieve aanbod is de instelling volgens de Commissie ook maatschappelijk een verrijking voor de stad. Daarnaast zijn de tentoonstellingen met werken van grote internationale namen goed voor het imago van de stad. Het is wel zaak dat West Den Haag zich daarin van de musea in de stad blijft onderscheiden, meent de Commissie.
Diversiteit en inclusie De Commissie stelt met genoegen vast dat de organisatie SMART-doelstellingen heeft geformuleerd en ook overtuigend inspanningen verricht om die te implementeren. Zo heeft West Den Haag onder meer nieuwe doelgroepen geïdentificeerd en betrekt actief mensen uit de gemeenschappen waarop het komende programma zich focust. West Den Haag heeft Pagina 2 van 4
bovendien een nulmeting uitgevoerd en streefcijfers vastgesteld, wat voor de Commissie overtuigend ambitie laat zien. De beleidsscan en de werkvloerscan zijn uitgevoerd. De organisatie geeft in haar beleidsplan ook duidelijk aan waar nog een inhaalslag te maken is, waarmee zij kritische zelfreflectie laat zien. Ook dat ziet de Commissie als een pluspunt. Met het Wordling Art-programma zet de organisatie een stap vooruit in het diversificeren van thema’s, publiek en samenwerkingspartners, wat de Commissie toejuicht. Een fundamenteel punt van kritiek is de zendergestuurde aanpak van West Den Haag. Het meer gezamenlijk vormgeven van activiteiten op basis van de werkelijke behoeften en input van de diverse gemeenschappen draagt immers op positievere wijze actief bij aan diversiteit en inclusie. Het gevarieerde programma en de inspanningen die West Den Haag verricht om het aanbod op meerdere platforms te presenteren, dragen volgens de Commissie bij aan het vergroten van de toegankelijkheid. De organisatie besteedt in haar benadering bovendien aandacht aan fysieke, sociale, economische en etnische facetten – denk bijvoorbeeld aan prikkelarme ruimtes, thema’s die relevant zijn voor verschillende culturele gemeenschappen en het aanbieden van informatie in verschillende talen.
Verbeterpunten op het gebied van toegankelijkheid liggen wat de Commissie betreft onder meer op het vlak van publieksdoelgroepenonderzoek – om daarmee de behoeften van het doelpubliek beter te begrijpen – en concretere strategieën om de zelfgesignaleerde verbeterpunten door te voeren. Maar de Commissie erkent en waardeert de inspanningen van West Den Haag om een inclusief klimaat te creëren voor personeel, publiek en partners. De Commissie is ook positief over de aandacht voor amateurs en lokale makers, al mist zij voor deze groep wel een inhoudelijk ontwikkeltraject. De inspanningen van West Den Haag om te zorgen voor een inclusief werkklimaat overtuigen de Commissie. Ditzelfde geldt voor de differentiatie in het programma. Onduidelijk blijft nog hoe West Den Haag partnerschappen concreet en duurzaam inzet om diversiteit en inclusie binnen het programma te bevorderen. Conclusie en advies Adviescommissie De Commissie roemt de visie op curatorschap van West Den Haag, de excellente kunstenaars en de tentoonstellingen van hoge kwaliteit. De programmalijn voor de periode 2025-2028 met als overkoepelende thema Wordling Art verbreedt volgens de Commissie op interessante wijze de scope en relatie van West Den Haag met de stad. De instelling heeft nationaal en internationaal een sterke reputatie opgebouwd.
Ook als onderzoeksgerichte presentatie-instelling is West Den Haag volgens de Commissie van grote waarde, gezien haar publicaties, online archief en debatten. In de manier waarop zij filosofische en onderzoeksvragen oppakt, is de organisatie oorspronkelijk. Met deze sterke identiteit is West Den Haag volgens de Commissie van toegevoegde waarde voor het kunstbestel. Wat de Commissie betreft mag West Den Haag wel meer openstaan voor cocreatie en het betrekken van partners bij de ontwikkeling van programma’s en daaraan verbonden activiteiten. Deze openheid en wederkerigheid zou de positie van West kunnen versterken. Totaalscore 58 Op grond van bovenstaande overwegingen adviseert de Commissie om Stichting West een bedrag van € 350.000,00 toe te kennen.
Pagina 3 van 4
Scoringslijst Stichting West Beoordeeld volgens de criteria in de Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2025-2028 categorie B Den Haag 2023 Artistiek-inhoudelijk beleid Samenhang binnen het artistiek profiel Vakdeskundigheid Zeggingskracht Oorspronkelijkheid Vernieuwing of experiment Zakelijk beleid Gezonde bedrijfsvoering Goed werkgeverschap Relatie publiek Positionering en samenwerking Belang voor Den Haag
4 5 4 5 3 21 4 4 4 4 4 20
Diversiteit en inclusie Reflectie Ambitieniveau Toegankelijkheid Inclusief klimaat
5 4 4 4 17
Totaalscore
58
De aanvragen voor deze tender heeft de Commissie in een rangorde geplaatst. Subsidies kunnen worden toegekend op volgorde van deze rangschikking, totdat het subsidieplafond (de ‘zaaglijn’) is bereikt. Uw aanvraag is boven de zaaglijn uitgekomen. Dat betekent dat het budget toereikend is om uw aanvraag te honoreren.
Pagina 4 van 4
Reactie KOO op het advies van de adviescommissie MJB 2025-2028 Artistiek-inhoudelijk beleid Commissie De commissie constateert dat de programmering weinig concreet is, en dus moeilijk te beoordelen. KOO KOO verzorgt kunstonderwijs op maat gemaakt naar de vraag scholen. We noemen in onze aanvraag meerdere malen de verschillende disciplines waarin wij de lessen aanbieden (2.1.1 & 2.4.1). We geven aan (3.1.5.1) dat we deze lessen structureel en kortlopend aanbieden. Bovendien staat het aanbod vermeld op de site van KOO.
Commissie In haar aanvraag vermeldt KOO dat haar kracht bij het inrichten en ontwikkelen van projecten en lesprogramma’s vooral ligt in het bundelen van de expertise van de samenwerkingspartners, kunstvakdocenten en de eigen projectleiders; een uitwerking van hoe en welke keuzes daarbij worden gemaakt ontbreekt echter. KOO beschrijft een methodisch raamwerk, maar de Commissie had graag gelezen hoe dit zich vertaalt naar de praktijk.
KOO De uitwerking vindt plaats in een leerplan voor de school dat de basis wordt voor de activiteit en voor de monitoring en evaluatie. De keuzes worden met inbreng van de verschillende expertises van betrokkenen gemaakt. Welke keuzes dat zijn hangt af van de situatie. Dat is voor KOO de essentie van het vraaggericht werken (3.1.3.5). Hier staat ook hoe het methodisch raamwerk zich vertaalt naar de praktijk.
Commissie Ook mist zij in de aanvraag een toelichting op hoe KOO haar activiteiten evalueert en leerlingen en deelnemers monitort en wat daarvan de uitkomsten zijn. KOO Er is regelmatige monitoring in een cyclus met lesbezoeken, voortgangs- en evaluatiegesprekken door de projectleiders. De input voor verbetering, wat zich vertaalt naar de praktijk van het lesgeven en vervolgens ook een plek in het leerplan krijgt. (2.1.3 & 3.1.3.5 & 3.2.1.1)
Commissie De Commissie vraagt zich wel af of voor de ontwikkeling van nieuwe programma’s en projecten steeds weer meer subsidie vanuit de gemeente beschikbaar gesteld moet worden. KOO Het ontwikkelen van nieuwe programma’s en projecten is een direct gevolg van de vraaggerichte werkwijze en essentieel bij het werken met speciale doelgroepen. Deze programma’s moeten op maat gemaakt worden en kunstvakdocenten spelen daar een belangrijke rol in (3.2.1.3 & 3.2.2.2). Een mooi voorbeeld hiervan is het inrichten van de muziekhoek op SO De Piramide (3.1.5.3). Onze vraaggerichte werkwijze heeft geleid tot ons programma Onderzoek & Ontwikkeling (3.1.6) wat door de commissie als positief beoordeeld wordt met het advies voor KOOlab extra geld toe te kennen.
Commissie KOO heeft een grote expertise opgebouwd in het werken met het speciaal onderwijs en andere bijzondere doelgroepen. Daarom vindt de Commissie het belangrijk dat de organisatie haar expertise met anderen deelt en anderen op dit vlak ondersteunt. Mogelijk kunnen nieuwe initiatieven dan ook in gezamenlijkheid worden ontplooid. De Commissie mist wel een duidelijke toekomstvisie op vernieuwing en experiment. Ook op dit punt zou de samenwerking met andere partners wellicht voor nieuwe impulsen kunnen zorgen. KOO Onze toekomstvisie op vernieuwing en experiment is te vinden in ons plan (3.1.5.1 - Thema’s voor vernieuwing). Het gaat daarbij om ‘integrale curriculumverbreding (met DHS en CultuurSchakel), ‘interdisciplinair kunstonderwijs’ met meerdere kunstvakopleidingen, ‘burgerschapsonderwijs’ met CultuurSchakel en pilots op verschillende scholen (jaarverslag 2022 p5-6). Er wordt samengewerkt met kunstprofessionals, scholen, maatschappelijke organisaties en collega-instellingen (3.2.2.2).
Commissie Verder merkt de Commissie op dat in het beleidsplan van KOO de leerling ontbreekt. De organisatie gaat in gesprek met de scholen, zoekt op basis daarvan geschikte docenten en zegt in de aanvraag dat deze werkwijze verzekert dat de activiteiten naadloos aansluiten bij de specifieke leerlingen. De Commissie plaatst hier echter vraagtekens bij en zou graag zien dat de behoeften en de belevingswereld van de leerlingen bij het ontwikkelen van aanbod – en ook bij het KOOlab – veel meer centraal komen te staan. KOO KOO werkt vraaggericht met de school. De school/leerkracht kent de belevingswereld van de leerling als geen ander. Dat is zeker essentieel wanneer je werkt met speciale doelgroepen. Dus werken we vanuit de expertise van zowel de school, de kunstvakdocent en de projectleider van KOO toe naar een bij de school, en daarmee het best bij de leerling, passend aanbod. (3.1.3.5)
Commissie Daarnaast mist de Commissie in de aanvraag aandacht voor de familie en omgeving van de kinderen in het speciaal onderwijs: hoe zorgt KOO ervoor dat ook ouders/verzorgers en andere betrokkenen kunnen participeren? KOO Bij zowel Droomweg (3.1.5.1), door de commissie in onze aanvraag positief beoordeeld, als bij Festival De Bruiserij (3.1.5.1), waarbij op 19 november 2023 twee commissieleden aanwezig waren, worden familie en omgeving van de kinderen uit het speciaal onderwijs betrokken. Het festival was voor alle leeftijden, maar een groot deel van de deelnemers was leerling binnen het speciaal onderwijs en zij waren er met hun ouders, broertjes en zusjes, die ook deelnamen aan de verschillende workshops die georganiseerd waren. Samen vormen zij de veilige omgeving voor de kinderen om zich te presenteren.
Commissie En juist vanwege de nadruk die KOO legt op het ontwikkelen van een ‘kunstenaarsmindset’, zou het volgens de Commissie goed zijn wanneer de organisatie in haar docententeam ook kunstenaars met een mentale en/of fysieke beperking zou opnemen. KOO KOO heeft docenten met een beperking in het docentenbestand. Vanuit onze visie op inclusiviteit
worden kunstenaars/docenten door ons niet worden gedefinieerd door hun beperking, maar door hun kunstenaarschap. Daarom hebben wij ze niet apart benoemd. Bij festival De Bruiserij was Saskia Bruines aanwezig bij (een deel van de) voorstelling van Muze Verheul over haar slechthorendheid.
Zakelijk beleid Algemene opmerkingen bedrijfsvoering. Zowel de accountant als de adviescommissie voor de certificering CBCT beoordelen de huidige bedrijfsvoering in de breedte als goed. (3.2.1.1) Verschillende van de opmerkingen die gemaakt worden, zoals solvabiliteit, governance, noodzaak tot bezuinigen, hebben te maken met de bijzondere situatie rondom de directeurbestuurder. Deze situatie lijkt zwaar mee te wegen in het advies. Ook bij goed werkgeverschap speelt de bijzondere situatie rondom de directeur-bestuurder een prominente rol.
Commissie De organisatie heeft – ondanks noodsteun van de gemeente – een negatief eigen vermogen en solvabiliteitsratio. KOO Per jaareinde 2022 was sprake van een negatief eigen vermogen van de organisatie. Dit negatieve eigen vermogen is het gevolg van het vormen van een voorziening voor langdurig zieken in 2022. Van de gemeente hebben wij als tegemoetkoming voor een deel van de kosten in relatie tot deze langdurig zieke medewerker een beroep mogen doen op de subsidieregeling “Noodsteun Culturele instellingen Den Haag 2023”. Deze subsidieregeling heeft betrekking op subsidiejaar 2023 en heeft daarmee geen impact op de balans (en daarmee op de solvabiliteit) van KOO per jaareinde 2022 (jaarrekening 2022 p13 en meerjarenplan p24). Wel hebben wij in 2022 een bijdrage uit de regeling Herstelfonds Cultuur 2022 mogen ontvangen, wellicht dat de adviescommissie dit heeft willen benoemen. Deze subsidie hebben wij ontvangen als tegemoetkoming van de extra kosten in 2022 ter vervanging van de zieke medewerker. Onze aanvraag in de subsidieregeling Herstelfonds Cultuur 2022 heeft in de basis dan ook geen relatie tot kosten voor het vormen van de voorziening langdurig zieken, welke toeziet op loondoorbetaling in 2023 + 2024.
Commissie De begroting is onduidelijk en roept vragen op. Begrotingsregels zijn lastig te herleiden en de toelichting te summier. KOO Budgetten worden niet vastgesteld op basis van vaste begrotingsregels, zoals percentages van omzet. In plaats daarvan worden de budgetten gebaseerd op concreet verwachte inkomsten en uitgaven in een bepaalde periode. Hierbij wordt onder andere gesteund op eerdere ervaringen en plannen zoals opgenomen in onze activiteiten- en meerjarenplannen. Voor de presentatie van de begroting in relatie tot ons meerjarenplan dienen wij het vastgestelde sjabloon te gebruiken. Wij zijn ons ervan bewust dat wij er goed aan zouden hebben gedaan om deze algemene aanpak te benoemen in de toelichting op de begroting en betreuren het dat wij dit niet in ons plan hebben benoemd. KOO kent een uitgebreide bedrijfsvoering, met diverse kasstromen. Voor de totstandkoming van de diverse budgetten en de beheersing hiervan wordt gebruik gemaakt van subadministraties.
Het gestandaardiseerd begrotingsformat voor het MJB geeft op sommige fronten helaas onvoldoende mogelijkheden om een helder overzicht te creëren, zoals de mogelijkheid om een onderscheid aan te brengen tussen de activiteiten binnen Cultuur en binnen Welzijn.
Commissie Hoe verhoudt zich het forse bedrag voor marketing en communicatie tot de publieksinkomsten die nagenoeg geheel bestaan uit bijdragen van scholen? KOO Marketing speelt een belangrijke rol in communicatie en in positionering (3.2.2.1). Daar geven we aan dat marketing een grote rol speelt in fondsenwerving. De ambities daar genoemd, met name op het gebied van digitalisering, vragen de komende jaren investeringen.
Commissie Waarom is de aangevraagde bijdrage voor de gemeentelijke Subsidieregeling Samen Sociaal Vitaal opgenomen als incidentele subsidie, terwijl dit ook een meerjarensubsidie betreft? Of is deze subsidie (SSV) wel opgenomen onder de post structureel gemeente Den Haag, maar welk bedrag wordt er dan aangevraagd bij het culturele domein en welk bedrag bij het maatschappelijke domein? KOO Bij het opstellen van de begroting hebben wij de “toelichting op de begroting” (formulier bij inrichtingseisen MJB 2025-2028) van de gemeente Den Haag aangehouden. Hierin is aangegeven dat alle “overige (project)subsidies van de gemeente Den Haag” moeten worden gepresenteerd binnen de rubriek Totaal Incidentele subsidies gemeente Den Haag (A.23.) De toelichting op de begroting stelt dat binnen de rubriek Totaal structureel gemeente Den Haag moet worden gepresenteerd: “Meerjarige subsidie van de gemeente Den Haag in het kader van het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur.”
Commissie Daarnaast vindt de Commissie dat KOO in de financieringsmix te zeer leunt op gemeentelijke subsidie. Zij denkt dat KOO hierin veel creatiever zou kunnen zijn, onder andere door fondsen aan te schrijven en partnerschappen aan te gaan. KOO Zie in de aanvraag onder financieringsmix (2.2.2): ‘Maar het ontbreekt KOO niet aan organisatiekracht waardoor de financieringsmix met verschillende subsidies aanzienlijk is verbreed: landelijke subsidies (Fonds voor Cultuurparticipatie), gemeentelijke subsidies (naast MJB en SSV: Cultureel ondernemerschap, Toegankelijkheid), en fondsen (o.a. Fonds 1818, Lang Leve Kunst, Fonds 21, Fonds Kind & Handicap, Haags Groene Kruis Fonds).’ KOO heeft de afgelopen jaren juist een toename van financiering buiten de MJB-gelden weten te realiseren. Bovenop het MJB heeft KOO ook subsidie uit welzijn (Samen Sociaal en Vitaal) aangevraagd waardoor we in staat zijn om ons totale activiteitenniveau uit te breiden, ook met aanvullende financiering uit andere bronnen.
Commissie Zij vraagt zich ook af waarom KOO in haar beleidsplan niet flink heeft ingezet op bezuinigingen. KOO De noodzaak van bezuinigen voor het beleidsplan 2025-2028 is ons niet duidelijk. Er is geen gemeentelijke taakstelling.
In het plan geeft KOO aan de activiteiten te bestendigen en inclusief kunstonderwijs te willen verduurzamen. Voor dezelfde omvang van de activiteitenportefeuille vraag KOO dus in de basis dezelfde subsidie aan dan KOO nu al heeft.
Commissie Tegelijkertijd is zij van mening dat de organisatie prioriteit had moeten geven aan het afsluiten van een ziekteverzuimverzekering, gezien de uitval door ziekte van twee managementleden in de afgelopen jaren. Omdat KOO recent met veel verzuim en verloop in het personeelsbestand te maken heeft gehad, had de Commissie bovendien graag een plan van aanpak gezien om meer uitval in de toekomst te voorkomen. KOO De premies voor ziekteverzuimverzekeringen zijn zo hoog, dat structurele lasten aan premieafdrachten over het algemeen niet opwegen tegen een eventuele vergoeding vanwege ziekteverzuim. De situatie waar KOO in 2022 mee te maken heeft gehad, waarbij twee managementleden door ziekte zijn uitgevallen hebben een flinke impact gehad op de financiën van de organisatie, maar kunnen ook als uitzonderlijk worden beschouwd. Het afsluiten van een ziekteverzuimverzekering, met een toename van structurele kosten als gevolg is voor KOO dan geen reële oplossing. Liever zou KOO hiervoor reserveren. KOO heeft daarop gewezen (jaarrekening 2022 p.14-15): ‘In het vorige jaarverslag heeft KOO opgenomen dat dit risico het beste kan worden beheerst door het hebben van voldoende weerstandsvermogen. Met de uitval van twee cruciale functies wordt de urgentie hiervan wederom bevestigd.
Het negatieve resultaat voor 2022 heeft de positie van KOO om hierop te kunnen handelen verzwakt.’ Commissie Ook op het gebied van governance heeft de Commissie een aantal substantiële kritiekpunten. Zo meldt KOO dat de voorzitter van de raad van toezicht, die in 2022 had moeten aftreden, aanblijft totdat weer zicht is op een structurele invulling van de functie van directeur-bestuurder. KOO • De commissie heeft het over meerdere substantiële kritiekpunten op het gebied van governance. Er wordt er één genoemd. Wat zijn de andere substantiële kritiekpunten? • De code is: pas toe of leg uit. De uitleg van het verlengen van de zittingstermijn van de voorzitter RvT is, dat dit gedaan is vanwege de tijdelijke situatie in het management. Daarmee is het verlengen van de zittingsperiode niet in strijd met de code.
Commissie De Commissie heeft waardering voor het feit dat KOO veel scholen bereikt en dat dit veelal tot structurele samenwerkingen leidt. Daarentegen mist zij, zoals al eerder opgemerkt, duidelijke informatie over hoe KOO leerlingen en deelnemers monitort en wat daarvan de resultaten zijn. KOO Hiervoor verwijst KOO naar wat er hierboven bij artistiek-inhoudelijk beleid onder de vraag naar monitoring en evaluatie beschreven staat.
Commissie De organisatie heeft ook duidelijk een wil tot samenwerken, al vindt de Commissie wel dat dit vooralsnog vooral binnen het sociaal- maatschappelijk domein tot interessante partnerschappen leidt. Op cultuureducatiegebied liggen er volgens de Commissie nog veel kansen, zoals samenwerking met organisaties die zich ook op het speciaal onderwijs richten.
KOO We geven aan dat we aan kennisdeling doen met collega-instellingen over speciaal onderwijs (1.1.4), voorbeeld van de samenwerking is met Filmhub Zuid-Holland en Filmhuis Den Haag waarbij KOO scholen kan doorverwijzen voor vragen over filmeducatie (jaarverslag 2022, p.6) Ook is er een samenwerking met Rewire en CultuurSchakel in een traject met HMS de Piramide (speciaal onderwijs) voor het inrichten van een muziekhoek (jaarverslag 2022, p.7-8). Onze ambitie voor samenwerking staat in ons plan, 3.4: samenwerken aan vernieuwing. Een belangrijk partnerschap, ook voor speciaal onderwijs, is die met De Haagse Scholen (DHS). Deze wordt vele malen in het plan bij de aanvraag en in het jaarverslag 2022 genoemd.
Commissie Daarnaast is de Commissie van mening dat de samenwerking tussen KOO en CultuurSchakel – nu er meer duidelijkheid is gekomen over de verschillende taken en verantwoordelijkheden van beide organisaties – in de komende beleidsperiode meer prioriteit zou moeten krijgen. KOO Deze samenwerking is er al, zowel op directie-, coördinatoren- als projectleiderniveau. Ook is er samenwerking voor het onderschoolse aanbod op de s(b)o-scholen (3.1.5.1 - speciaal onderwijs) en voor aanbieders van speciaal kunstonderwijs in de vrije tijd (3.1.5.2). We spreken ook over afstemming met CultuurSchakel bij vragen over expertise in het speciaal onderwijs (3.2.2). Daarnaast staat de samenwerking ook op meerdere plekken van het jaarverslag 2022 (p.4, 7,8). Deze samenwerking zetten we in de komende beleidsperiode onverminderd voort.
Diversiteit en inclusie Commissie Door te stellen dat het bieden van kunstonderwijs voor (onder meer) het speciaal onderwijs automatisch ‘de definitie van inclusiviteit herbergt’ gaat KOO, aldus de Commissie, voorbij aan hoe zij zich moet verhouden tot de culturele en sociaal-economische diversiteit in Den Haag. KOO In dezelfde paragraaf (2.3.1) waar bovenstaand citaat uit komt staan ook verwijzingen naar de culturele en sociaal-economische diversiteit in Den Haag, met daarin naast de focus op speciaal (basis) onderwijs ook op mensen in sociaaleconomisch zwakke situaties. Daarbij noemen we ook onze samenwerking met Stichting Pelita voor Moluks-Indische ouderen.
Commissie Bij publiek had de Commissie ook graag gezien hoe KOO de belevingswereld van kinderen en jongeren meeneemt en hoe de organisatie inspeelt op de grote diversiteit aan leerlingen in het regulier, maar zeker ook in het speciaal onderwijs. KOO Dit onderwerp is al uitgebreid besproken bij artistiek-inhoudelijk beleid waar de vraag naar de behoeften en belevingswereld van de leerlingen wordt gesteld. Ieder kind is anders, iedere school is anders. De scholen kennen hun eigen leerlingen het beste en weten beter dan wie dan ook wat deze kinderen nodig hebben. Met een vraaggerichte aanpak weet KOO zo optimaal mogelijk aan te sluiten bij de vraag van de scholen en daarmee bij de belevingswereld van deze kinderen. Dat is een aanpak die succesvol is gebleken, blijkend uit het grote enthousiasme van de scholen over onze samenwerking, wat een lid van de commissie heeft kunnen constateren bij een bezoek aan de Inspecteur S. de Vriesschool (vso) waarmee wij al langere tijd samenwerken.