CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319781 Bijlage 3 Actualiseren vooronderzoek Plesmanweg 1-6 in Den Haag 080524

Gemeenteraad 28 november 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Plesmanweg 1-6 (RIS319781)15.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Actualiserend vooronderzoek Plesmanweg 1-6 in Den Haag 8 mei 2024

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Verantwoording Titel

Actualiserend vooronderzoek Plesmanweg 1-6 in Den Haag

Opdrachtgever

Focus on Impact

Projectleider

Maarten Hamersma

Auteur(s)

Hennie Dreuning

Tweede lezer

Milja van Riel en Emma van Popta

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Aantal pagina’s

18 (exclusief bijlagen)

Datum

8 mei 2024

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Rhijnspoor 209 Postbus 6 2900 AA Capelle aan den IJssel T +31 10 28 86 10 0 E info.rotterdam@tauw.com

2/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4

2

Onderzoeksstrategie ................................................................................................................. 5

3

4

2.1

Onderzoeksvragen ............................................................................................................. 5

2.2

Geraadpleegde bronnen .................................................................................................... 5

Actualiserend vooronderzoek .................................................................................................... 6 3.1

Algemene locatiegegevens ................................................................................................ 6

3.2

Historie ............................................................................................................................... 7

3.3

Regionale bodemopbouw en geohydrologie ...................................................................... 7

3.4

Bodeminformatie voor 2017 ............................................................................................... 7

3.5

Uitgevoerde bodemonderzoeken vanaf 2017 .................................................................... 8

3.5.1

Sterk verontreinigde terreindelen (deellocaties A, B en C) ......................................... 8

3.5.2

Overig terrein ............................................................................................................ 10

3.6

Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................. 11

3.7

Informatie Ontwerpbesluit omgevingsvergunning bouwen .............................................. 13

3.8

Aanvullende informatie opdrachtgever ............................................................................. 14

3.9

Terreinverkenning ............................................................................................................ 15

Conclusie en aanbevelingen ................................................................................................... 16 4.1

Beantwoording onderzoeksvragen ................................................................................... 16

4.2

Conclusies bodemkwaliteit ............................................................................................... 17

4.2.1

Conclusie bodemkwaliteit deellocaties A, B en C ..................................................... 17

4.2.2

Conclusies bodemkwaliteit overig terrein .................................................................. 17

4.2.3

Overall conclusie ....................................................................................................... 18

4.3

Aanbevelingen ................................................................................................................. 18

Bijlage 1

Regionale ligging van de onderzoekslocatie

Bijlage 2

Situatieoverzicht

Bijlage 3

Situatiekaart met boringen

Bijlage 4

Ontwerpbesluit gemeente ’s-Gravenhage omgevingsvergunning

Bijlage 5

Overzicht beschikkingen/besluiten gemeente ’s-Gravenhage

Bijlage 6

Aanvullende informatie

3/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

1 Inleiding In opdracht van Focus on Impact heeft TAUW een actualiserend vooronderzoek volgens NEN 57251 uitgevoerd op de locatie Plesmanweg 1-6 in Den Haag (provincie Zuid-Holland). Het actualiserend onderzoek heeft betrekking op de periode van 2017 tot heden. Voor de periode van voor 2017 is de (bodem)informatie al voldoende in beeld. De aanleiding voor dit actualiserend vooronderzoek is de voorgenomen bouw op een bodemgevoelige locatie. Voor de voorgenomen plannen zal een omgevingsvergunning Bouwen worden aangevraagd. In het kader van de aanvraag van deze omgevingsvergunning is door bevoegd gezag Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) namens de gemeente ’s-Gravenhage aangegeven dat een actualiserend vooronderzoek nodig is met de bodeminformatie vanaf 2017 tot heden. De onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 1.1. In dit rapport is de beschikbare bodeminformatie opgenomen inclusief de uitgevoerde bodemonderzoeken vanaf 2017 en de beschikking uit 2022. Op basis hiervan is een compleet document beschikbaar met informatie tot heden dat kan worden gebruikt voor de omgevingsvergunningaanvraag. Dit sluit aan bij wensen vanuit het bevoegd gezag.

Figuur 1.1 Overzicht van de onderzoekslocatie. In blauw zijn de onderzoekscontouren aangegeven. Noord is boven (bron: Omgevingsloket)

1

NEN 5725: Bodem - Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2023 4/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

2 Onderzoeksstrategie 2.1

Onderzoeksvragen

Er is een (actualiserend) vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd voor de periode van 2017 tot heden. Gezien de aanleiding van het onderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding A (uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie) uit NEN 5725. Het betreft de volgende onderzoeksvragen:  Is er vanaf 2017 tot heden sprake van potentiële bronnen van bodembelasting (verdachte

(deel)locatie(s))? Zo ja, wat zijn deze potentiële bronnen van bodembelasting, waar liggen ze en wat zijn de mogelijke bodembedreigende stoffen? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen

 

zijn daarbij onderscheiden? Is de bodem asbestverdacht? Wat is de bodemopbouw en geohydrologie, en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van

verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden die zich? Wordt de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater op de locatie beïnvloed door de

  

omgeving? Zo ja, hoe en waar? Wordt op de locatie of een deel daarvan een geval van ernstige bodemverontreiniging of een sterke verontreiniging (boven interventiewaarde) vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Welke hypothese over de bodemkwaliteit en welke strategie is van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende strategieën)?

2.2

Geraadpleegde bronnen

De volgende bronnen zijn voor dit onderzoek geraadpleegd:  Kadaster   

BAG-gegevens Topotijdreis Cyclomedia

  

Bodemloket Omgevingsdienst Haaglanden Door de opdrachtgever aangeleverde informatie via vragenlijst (zie bijlage 4)

Tegsis (TAUW-database met eerdere (bodem)onderzoeken)

5/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

3 Actualiserend vooronderzoek 3.1

Algemene locatiegegevens

De onderzoekslocatie heeft een oppervlak van circa 2,8 ha en van 1940 tot heden is een kantoorpand op de locatie aanwezig. Daarnaast wordt de onderzoekslocatie doorkruist door een watergang. Deze watergang maakt geen onderdeel uit van het onderzoeksgebied. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. In onderstaande tabel zijn de algemene locatiegegevens opgenomen. Tabel 3.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie

Adres

Plesmanweg 1-6 ‘s-Gravenhage

Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)

‘s-Gravenhage (GVH14), Sectie V, nrs. 8202,8205, 8208, 8226

Publiekrechtelijke beperking

Ja (beschikking)

RD-coördinaten (X/Y)

X= 80.667; Y= 457.380

Bevoegd gezag grond

‘s-Gravenhage

Bevoegd gezag grond heeft taken uitbesteed aan

Omgevingsdienst Haaglanden

Oppervlakte

Circa 2.8 ha, waarvan circa 2 ha bebouwd

Verharding toegangsweg

Grotendeels verhard met klinkers

Verharding rondom het pand

Langs zuidoostelijke en zuidwestelijke terreingrens grotendeels verhard met klinkers en tegels. Binnen de locatie zijn ook asfaltverharde terreindelen aanwezig. Langs noordwestelijke en noordoostelijke terreingrens grotendeels onverhard

Bebouwing

Circa 2 ha

Voormalig gebruik

Kantoorgebouw

Huidig gebruik

Woningen

Toekomstig gebruik

Woningen met tuin

Gebruik conform risicobeoordelingssystematiek

Wonen met tuin

Bodemfunctieklasse nota bodembeheer gemeente ‘s-

Wonen

Gravenhage Kwaliteitsklasse grond Nota bodembeheer gemeente ‘s-

Bovengrond: wonen*

Gravenhage

Ondergrond: landbouw/natuur

Bodemkwaliteitskaart inclusief PFAS?

Nee

Lokaal saneringsbeleid PFAS?

Nee

* De ontgravingskaart voor deze zones is Wonen op basis van de gebiedsspecifieke toetsing voor PCB. Zonder deze gebiedsspecifieke toetsing hebben deze zones ontgravingsklasse Industrie.

6/18

Kenmerk

3.2

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Historie

De onderzoekslocatie is eind 19e eeuw/begin 20e eeuw gebruikt door het Departement van Defensie. Sinds 1940 zijn de percelen in eigendom van het Rijksvastgoedbedrijf. Hetzelfde jaar is de locatie in gebruik genomen door KLM en is een kantoorpand gebouw. Dit kantoorgebouw is nog steeds aanwezig. In 2018 zijn de percelen aangekocht door Impact Vastgoed BV om de locatie te herontwikkelen voor woningbouw. Ten behoeve van dit actualiserend vooronderzoek kan worden gesteld dat na 2006 tot heden geen noemenswaardige veranderingen aan het kantoorpand en het gebruik van het terrein hebben plaatsgevonden. In 2006 is door ARCADIS/ReGister een uitgebreid historisch onderzoek2 uitgevoerd met daarin de complete historie van de onderzoekslocatie tot en met 2006.

3.3

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

In tabel 3.2 zijn de regionale bodemopbouw en geohydrologische gegevens ter plaatse van de onderzoekslocatie weergegeven. Tabel 3.2 Regionale bodemopbouw en geohydrologie Onderdeel

Bevinding

Regionale bodemopbouw

Duinzand

maaiveldhoogte

2,0 m +NAP

Stijghoogte freatisch grondwater

0,25 m -NAP

Verwachte grondwaterstromingsrichting

Zuid/zuidoost

In/nabij grondwaterbeschermingsgebied

Circa 50 meter

In/nabij overige grondwateronttrekkingen

Nee

Drainerende of infiltrerende situatie aanwezig

Nee

3.4

Bodeminformatie voor 2017

Voor bodeminformatie van de periode van voor 2017 wordt verwezen naar het milieukundig bodemonderzoek3 uit 2017, de saneringsevaluatie4 uit 2022 en bijbehorende beschikking5. De informatie van voor 2017 uit de genoemde documenten wordt als voldoende beschouwd voor het aanvragen omgevingsvergunning. In 2016 is in een verkennend en nader bodemonderzoek6 geconcludeerd dat er op de onderzoekslocatie grofweg twee gebieden te onderscheiden zijn:  Sterk verontreinigde terreindelen (deellocaties A, B en C)  En het overige terrein In de navolgende paragrafen is het onderscheid in deze deelgebieden behouden.

2

Historisch onderzoek Plesmanweg 1-6 Den Haag, ARCADIS/Register, kenmerk 9990019,15 december 2006 Aanvullend bodemonderzoek Plesmanweg 1-6 ’s-Gravenhage, opgesteld door TAUW bv, 13 april 2017 Deelsaneringevaluatie bodemverontreiniging locatie Plesmanweg 1-6 te Den Haag, TAUW, kenmerk R003-1268561AHD-V02-nncNL, 30 november 2022 5 Beschikking Wet bodembescherming – saneringsverslag, Omgevingsdienst Haaglanden, kenmerk ODH557626, 3 januari 2023 6 R001-1240495-SCK-lhl-V04-nl verkennend en nader bodemonderzoek Plesmanweg 1-6 te ’s-Gravenhage, TAUW, 28 juli 2016 3 4

7/18

Kenmerk

3.5

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Uitgevoerde bodemonderzoeken vanaf 2017

Bekend is dat op de onderzoekslocatie meerdere milieukundige bodemonderzoeken zijn uitgevoerd en dat een (deel)sanering heeft plaatsgevonden. In navolgende paragrafen zijn de relevante onderzoeken en documenten vanaf 2017 per deelgebied samengevat. 3.5.1 Sterk verontreinigde terreindelen (deellocaties A, B en C) In figuur 3.1 zijn de verschillende deellocaties (A (A1-A3), B en C) weergegeven. Een overzicht van de relevante rapporten voor de deellocaties die sterk verontreinigd zijn is opgenomen in tabel 3.3. Voor een situatie overzicht van de uitgevoerde bodemonderzoeken wordt verwezen naar bijlage 2.

Figuur 3.1 Situering deellocaties A1-A3, B en C (bron: opdrachtgever)

Tabel 3.3 Relevante rapporten en beschikkingen deellocaties A, B en C Nummer

Naam onderzoek

1

(Deel)saneringsplan herontwikkeling

Onderzoeksbureau

Kenmerk

Datum

R001-1268561RJO-

5 september

V05-sal-NL

2019

R002-1268561BXV-

6 januari

V02-nja-NL

2021

R003-1268561AHD-

30 november

V02-nnc-NL

2022

ODH557626

3 januari

/ instantie TAUW bv

Plesmanweg 1-6 ‘s-Gravenhage 2

Verkennend bodemonderzoek PFAS

TAUW bv

Plesmanweg 1-6 ‘s-Gravenhage 3

(Deel)saneringsevaluatie

TAUW bv

bodemverontreiniging Plesmanweg 1-6 ‘s-Gravenhage 4

Beschikking Wet bodembescherming – Plesmanweg

ODH

2023

1-6 Den Haag

8/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

(Deel)saneringsplan herontwikkeling Plesmanweg 1-6 (2019) In dit rapport worden de drie deellocaties A, B en C als zodanig benoemd. Uit de onderzoeksresultaten van het rapport blijkt dat de bovengrond (0 tot circa 2 m -mv) zintuigelijk is verontreinigd met diverse bodemvreemde materialen. Te relateren aan deze materialen worden plaatselijk interventiewaarde overschrijdingen aan zware metalen (koper, lood, nikkel en zink) en PAK gemeten. Binnen de locatie zijn drie verontreinigingskernen onderscheiden die worden bestempeld als één geval van ernstige bodemverontreiniging dat gesaneerd dient te worden: Tabel 3.4 Verontreinigingssituatie voor (deel)sanering Deellocatie

A

Aard verontreiniging

Koper, lood, nikkel, zink,

Oppervlakte (m²)

Diepte verontreiniging

Omvang

(m-mv)

> I (m³)

3.200

0,0 – 2,5

8000

PAK B

Lood

200

0,0 – 2,0

400

C

Lood

250

0,5 – 1,5

250

Totaal

-

3.650 m²

8.650 m³

Vermeld wordt dat buiten deze drie kernen incidenteel een interventiewaarde overschrijding aan zware metalen en PAK kan worden aangetroffen. Echter gezien de beperkte omvang en het incidenteel voorkomen worden deze niet tot het geval gerekend. Verkennend bodemonderzoek PFAS Plesmanweg 1-6 (2021) Uit het rapport uit 2021 blijkt dat er aanvullend op het deelsaneringsplan een PFAS-onderzoek is uitgevoerd. Dit ten behoeve van de afvoer van grond op de deellocaties A, B en C die noodzakelijk was voor de sanering. Deze graafwerkzaamheden hebben reeds plaatsgevonden en de PFAS-houdende grond is afgevoerd. (Deel)saneringsevaluatie bodemverontreiniging Plesmanweg 1-6 (2022) De (deel) sanering is afgerond in mei 2022. In evaluatierapport uit 2022 zijn de volgende conclusies vermeld:  De graafwerkzaamheden ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie Plesmanweg 1-6 te ‘s-Gravenhage zijn uitgevoerd conform het deelsaneringsplan. Door TAUW (Syntraal),

DETA Milieu B.V. en JBO-milieu B.V. is de milieukundige processturing conform de BRL 6000 uitgevoerd De grondwerkzaamheden zijn uitgevoerd door aannemers Vermeulen en Vink volgens de BRL 7000. Opgemerkt wordt dat de hoeveelheden ontgraven en afgevoerde grond afwijkt van het deelsaneringsplan, omdat de civieltechnische werkzaamheden niet geheel overeenkwamen en het niet overal civieltechnisch noodzakelijk was om de ontgraven grond aan te vullen. In totaal is circa 1.119 m3 grond afgevoerd naar Vollering Grondbank. Doordat Vollering Grondband op het moment van uitvoering van de sanering niet erkend was voor verwerking van grond conform de BRL7000 is de afvoer van de grond niet in overeenstemming met het saneringsplan uitgevoerd en hiervoor is geen goedkeuring verleend door het bevoegd gezag.

9/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Geconcludeerd kan dan ook worden dat de afvoer van de grond niet conform het saneringsplan is uitgevoerd aangezien de grond niet is afgevoerd naar een erkend verwerker. Ter aanvulling van de graafwerkzaamheden is circa 270 m3 schone grond aangevoerd en gedeeltelijk is hiermee de ontgraving weer aangevuld. 

In overleg met het bevoegd gezag (ODH, namens de gemeente) is ervoor gekozen een deelevaluatieverslag op stellen met de gesaneerde werkzaamheden tot nu toe (deellocatie A, deellocatie B en fase 1 van deellocatie C (zuidelijke deel)). Voor deellocatie C moeten de saneringswerkzaamheden zoals beschreven in fase 2, het noordelijke deel, nog worden uitgevoerd. Dit aangezien er nog werkzaamheden worden uitgevoerd door nutsbedrijven waaronder de bouw van twee transformatorhuisjes.

De saneringsevaluatie is op 3 januari 2023 beschikt door de ODH (zaaknummer 01053065; kenmerk ODH557626). Samenvatting per deellocatie In tabel 3.5 is een samenvatting opgenomen van de beschikbare bodeminformatie per deellocatie. Tabel 3.5 Overzicht verontreinigingssituatie deellocaties na mei 2022 Deellocatie

Verontreinigingssituatie na (deel)sanering

Bijzonderheden

A1

Ongewijzigd maar geïsoleerd door toepassing

Uit aanvullend onderzoek blijkt dat de toplaag

van verharding, groenvoorziening of gazon

tot 0,25 -mv niet sterk verontreinigd is

Ongewijzigd maar geïsoleerd door toepassing

Uit aanvullend onderzoek blijkt dat de toplaag

van verharding, groenvoorziening of gazon

tot 0,25 -mv niet sterk verontreinigd is

Restverontreiniging naast sleuf geïsoleerd

Geotextiel in sleuf aangebracht en gevuld

door verharding

met schoon zand

Sterke verontreiniging volledige verwijderd

Geen bodemverontreiniging > I blijkt uit

A2

A3

B

verificatiemonster C (fase 1)

Sterke verontreiniging volledige verwijderd

zuidelijk deel

verificatiemonster

C (fase 2)

Onveranderd

Geotextiel toegepast om grond gescheiden te

noordelijk deel

3.5.2

Geen bodemverontreiniging > I blijkt uit

houden van aanvulgrond zuidelijk deel

Overig terrein

In tabel 3.6 zijn de relevante rapporten opgenomen die betrekking hebben op het overig terrein. Tabel 3.6 Relevante rapporten overig terrein Nummer

Naam onderzoek

1

Verkennend en nader bodemonderzoek

Onderzoeks-

Kenmerk

Datum

R001-1240495SCK-

28 juli 2016

bureau TAUW bv

Plesmanweg 1-6 te ‘s-Gravenhage 2

Aanvullend bodemonderzoek

lhl-V04 TAUW bv

Plesmanweg 1-6 ‘s-Gravenhage 3

Verkennend bodemonderzoek PFAS Plesmanweg 1-6 ‘s-Gravenhage

R001-1245738TNY-

13 april 2017

lhl-V02-NL TAUW bv

R002-1268561BXV-

6 januari

V02-nja-NL

2021

10/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Verkennend en nader bodemonderzoek Plesmanweg 1-6 (2016) In dit milieukundig bodemonderzoek is voor het overig gebied geconstateerd dat de grond, behoudens het voorkomen van licht verhoogde achtergrondwaarden (met name zware metalen en minerale olie en plaatselijk PAK of PCB’s) in de bovengrond (0 tot circa 2 m-mv), niet verdacht is op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Er is alleen aanvullend bodemonderzoek nodig voor het afperken van de deellocaties A, B en C (Aanvullend bodemonderzoek Plesmanweg 1-6, 2017, zie hierboven). Verkennend bodemonderzoek PFAS overig terrein (2021) Er is in 2021 een PFAS-onderzoek uitgevoerd voor het gehele terrein. In tabel 3.6 staan de analyseresultaten van PFAS vermeld van de monsterpunten van het overig terrein. Tabel 3.7 PFAS-situatie overige terreindelen (mei 2022) Meng-

Deelmonsters

monster

Traject

(SOM)

(SOM)

Maximale overige

Beperkingen

m -mv

PFOS

PFOA

individuele PFAS

t.a.v. PFAS (A/B/C/D)

OV-BG1

46-1, 51-1

0-0,5

4,6

2,4

0,3

D

OV-BG2

7-1, 8-1, 9-1, 48-1, 49-1

0-0,5

1,0

0,8

0,1

B1

OV-BG3

11-1, 13-1, 15-1, 18-1, 19-1,

0-0,5

5,3

2,2

0,6

D

0,5-1

0,6

0,7

<Rapportagegrens

B1

20-1 OV-OG1

8-2, 12-2, 15-2, 46-2, 51-2

B1

Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden.

D

Niet toepasbaar

Uit dit onderzoek blijkt dat enkele PFAS verbindingen (met name PFOS) verhoogd zijn aangetoond in de onderzochte bovengrond. Er zijn geen voormalige activiteiten (puntbronnen) en/of ongewone voorvallen bekend die de verhoogde PFOS-gehalten in de zandige bovengrond kunnen verklaren. De verontreiniging wordt dan ook als historisch beschouwd.

3.6

Asbestverdachtheid van de bodem

De bovengrond van de deellocaties A, B en C is reeds ontgraven en daarom is een onderzoek naar asbestverdachtheid in de bovengrond in het kader van deze actualisatie niet relevant. Er zijn zover bekend ook geen puinbijmengingen in de bovengrond meer aanwezig. Voor het overige terrein is een vooronderzoek asbest uitgevoerd. In tabel 3.8 zijn deze resultaten samengevat.

11/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Tabel 3.8 Vooronderzoek asbest overig terrein vanaf 2017 tot heden Asbestverdacht aspect

Verdacht?

Informatiebron/toelichting

(ja/nee) Puinhoudende grond

Ja

Verkennend en nader bodemonderzoek Plesmanweg 1-6 te ‘s-Gravenhage (R001-1245738TNY-lhl-V02-NL)

Asbestverwerkende industrie

Nee

Geraadpleegde bronnen

Asbest in industriële voorzieningen

Nee

Geraadpleegde bronnen

Asbestbewerkingen, zoals zagen en slijpen en

Nee

Geraadpleegde bronnen

Asbestwegen -erven, -dammen en dempingen

Nee

Geraadpleegde bronnen

Historische ophogingen met asbesthoudende

Nee

Geraadpleegde bronnen

Asbesthoudende bebouwing

Nee

Geraadpleegde bronnen

Asbesthoudende beschoeiingen of

Nee

Geraadpleegde bronnen

Glastuinbouw/kassen

Nee

Geraadpleegde bronnen

Ongewone voorvallen met asbest

Nee

Geraadpleegde bronnen

Asbestbrand of explosie

Nee

Geraadpleegde bronnen

Funderingslaag

Nee

Geraadpleegde bronnen

Stortingen

Nee

Geraadpleegde bronnen

Voormalige opslag met asbestverdacht materiaal

Nee

Geraadpleegde bronnen

(Voormalige) aanwezigheid van op- en overslag van

Nee

Geraadpleegde bronnen

Nee

Geraadpleegde bronnen

Nee

Geraadpleegde bronnen

opslag van asbest

bodem of baggerspecie

afperkingsschotten

puin of mobiele puinbrekers (Voormalige) aanwezigheid van depots puinhoudende grond Aangetoond asbest in eerdere onderzoeken

In het verkennend en nader bodemonderzoek Plesmanweg 1-6 te ’s-Gravenhage (kenmerk R0011245738TNY-lhl-V02-NL, 2016) zijn in diverse boorprofielen puinbijmengingen aangetroffen. In de boorprofielen van monsterpunten 1 en 4 (zie onderstaande afbeelding, nr 4 is gesaneerd) is in de bovenlaag puin aangetroffen. Puinbijmengingen worden als asbestverdacht gezien, het terrein is echter indertijd als onverdacht op asbest beschouwd.

12/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Figuur 3.2 Situering boorpunten met puinbijmengingen (verkennend en nader bodemonderzoek Plesmanweg 1-6 te ‘s-Gravenhage R001-1245738TNY-lhl-V02-nl

3.7

Informatie Ontwerpbesluit omgevingsvergunning bouwen

De gemeente Den Haag heeft in een besluit7 van 12 december 2023 aangegeven dat omgevingsvergunning verleend kan worden, mits er voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden: “De Omgevingsdienst Haaglanden heeft op 27 juli 2022 aangegeven dat ter plaatse van het bouwplan sprake is van verontreinigde bodem als bedoeld in artikel 2.4.1 van de Bouwverordening. Op grond van artikel 6.2c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan de omgevingsvergunning worden verleend en in werking treden. De bouwwerkzaamheden op of in de bodem moeten voldoen aan het gestelde in de beschikking op het saneringsplan van 1 november 2019 (kenmerk ODH-2019-00123829) en wijzigingen op het saneringsplan van 4 februari 2021 (kenmerk ODH-2021-00018640), van 2 december 2021 (kenmerk ODH164193), van 17 februari 2022 (kenmerk ODH259265) en van 7 juni 2022 (kenmerk ODH355139).” Het besluit is met de voorwaarden opgenomen in bijlage 4. In tabel 3.9 zijn de bovengenoemde beschikkingen nader toegelicht. De beschikkingen zijn tevens opgenomen in bijlage 5.

7

Ontwerpbesluit Plesmanweg 1-6, gemeente Den Haag, kenmerk 202121030/8842925, 12 december 2023 13/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Tabel 3.9 Beschikkingen genoemd in Ontwerpbesluit omgevingsvergunning bouwen Onderwerp

Instantie

Kenmerk

Datum

Toelichting

Instemming

ODH

ODH-

1 november

Instemming deelsaneringsplan herontwikkeling

2019-

2019

Plesmanweg 1-6 te Den Haag

deelsaneringsplan

00123829 Beschikking op de

ODH-

4 februari

Het betreft het op deellocatie B (hellingbaan

wijziging op het

ODH

2021-

2021

fietskelder/parkeergarage) geheel verwijderen van

deelsaneringsplan

00018640

de sterk met lood verontreinigde grond over een oppervlakte van circa 200 m2 tot maximaal 2,0 mmv

Beschikking op de

ODH

wijziging op het

ODH-

24

Het betreft deellocatie C waarbij de verontreinigde

164193

november

grond geheel is verwijderd. Met de aangegeven

2021

wijziging zal een deel van de ontgravingsput

deelsaneringsplan

worden aangevuld tot 1,0 m-mv in plaats van tot aan het maaiveld. In een later stadium zullen hier werkzaamheden door nutsbedrijven worden uitgevoerd en twee transformatorhuizen worden gerealiseerd. Beschikking op de

ODH

wijziging op het

ODH-

17 februari

De wijziging op het saneringsplan betreft het

259265

2022

tijdelijk uitplaatsen van grond bij civieltechnische

deelsaneringsplan

werkzaamheden (aan riolering, grasgazon en trapelement) ter plaatse van deellocatie A. De ontgraven grond wordt tijdelijk naast de ontgraving opgeslagen. Nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd wordt de ontgraven grond teruggeplaatst in het oorspronkelijke bodemprofiel. Plaatselijk wordt schoon zand toegepast. Verontreinigde grond die overblijft, wordt afgevoerd naar een erkende verwerker.

Beschikking op de

ODH

wijziging op het

ODH-

7 juni 2022

355139

van verontreinigde grond naar een erkend

deelsaneringsplan Beschikking evaluatie van

Deze beschikking heeft betrekking op de afvoer

verwerker. ODH

ODH-

3 januari

557626

2023

Instemming op uitgevoerde sanering

deelsanering

3.8

Aanvullende informatie opdrachtgever

Uit de reeds uitgevoerde bodemonderzoeken die hierboven beschreven zijn, blijkt de verontreinigingssituatie van de bodem voor de (deel)saneringslocaties A, B, en C tot mei 2022 bekend te zijn. Wat betreft de verontreinigingssituatie voor het overig terrein, deze is bekend tot 2017.

14/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Globaal zijn de volgende vragen gesteld aan de opdrachtgever: 

Welke activiteiten hebben in de periode mei 2022 tot heden plaatsgevonden die mogelijk van invloed zijn op de verontreinigingssituatie van de bodem op de deellocaties A, B en C? Welke activiteiten hebben in de periode 2017 tot heden plaatsgevonden die mogelijk van

invloed zijn op de verontreinigingssituatie van de bodem op het overig terrein? Deze vragen zijn aan de eigenaar8 van de onderzoekslocatie gesteld en als volgt beantwoord: Deellocaties A, B en C Ten aanzien van de (deel)saneringslocaties komt naar voren dat in de genoemde periode het terrein rondom het gebouw bouwrijp is gemaakt. Er hebben graafwerkzaamheden plaatsgevonden voor de aanleg van de nutsvoorzieningen. Hierbij is rekening gehouden met de sanering en de mogelijke aanlegdieptes zoals opgenomen in het saneringsplan. Verder zijn er, voor zover bekend, geen incidenten geweest die mogelijk van invloed op de gronden grondwaterkwaliteit zijn geweest. Overig terrein Ten aanzien van het overig terrein kan geconcludeerd worden dat er geen noemenswaardige werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Ook zijn er, voor zover bekend, geen incidenten geweest die mogelijk van invloed op de grond- en grondwaterkwaliteit zijn geweest. Geconcludeerd wordt dat er ten opzichte van de reeds uitgevoerde milieukundige bodemonderzoeken geen recente wijzigingen zijn in de reeds beschikbare informatie zoals eerder genoemd in deze rapportage. In bijlage 6 zijn de volledige antwoorden opgenomen op de vragen die zijn gesteld.

3.9

Terreinverkenning

Er is nog geen fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Voor de terreinverkenning is gebruik gemaakt van Cyclomedia als online bron. Cyclomedia geeft een recent driedimensionaal beeld van de locatie, waardoor een fysieke terreinverkenning in dit vooronderzoek niet noodzakelijk wordt geacht.

8

E-mail aan Impact Vastgoed B.V. (Rik Raaymakers) dd. 12 april 2024 15/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

4 Conclusie en aanbevelingen 4.1

Beantwoording onderzoeksvragen

Hieronder zijn de vragen die conform de NEN5725 aanleiding A gesteld zijn, beantwoord: 

Zijn er potentiële bronnen van bodembelasting (verdachte (deel)locatie(s)), zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn deze potentiële bronnen van bodembelasting, waar liggen ze en wat zijn de mogelijke bodembedreigende stoffen? Ja, op het terrein bevinden zich na de deelsanering nog restverontreinigingen. Daarnaast is het noordelijke deel van deellocatie C nog niet gesaneerd. Hier is sprake van een sterke verontreiniging met zware metalen (koper, lood, nikkel en zink) en PAK

Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Bovengrond: wonen Ondergrond: landbouw/natuur

Is de bodem asbestverdacht? Nee. De bovengrond van de onderzoekslocatie ter plaatse van deellocaties A, B en (gedeeltelijk) C is gesaneerd/verwijderd. Op het overig terrein is slechts in één boring een lichte puinbijmenging aangetoond. Op basis van deze incidentele waarneming wordt de bodem niet als asbestverdacht beschouwd.

Wat is de bodemopbouw en geohydrologie, en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden die zich? Zie paragraaf 3.3

Wordt de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater op de locatie beïnvloed door de omgeving? Zo ja, hoe en waar? Nee, geen beïnvloeding.

Wordt op de locatie of een deel daarvan een geval van ernstige bodemverontreiniging of een sterke verontreiniging (boven interventiewaarde) vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Ja, ter hoogte van het noordelijke deel van deellocatie C, dat nog niet is gesaneerd, en bij de restverontreinigingen bij deellocatie A. Op het overig terrein worden geen verontreinigingen verwacht.

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is voldoende bekend. Aanvullend bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Welke hypothese over de bodemkwaliteit en welke strategie is van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende strategieën)?

16/18

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Op basis van het actualiserend vooronderzoek is voldoende bodeminformatie beschikbaar. Een strategie voor de uitvoering van bodemonderzoek is dus niet van toepassing. Voor de conclusie met betrekking tot de bodemkwaliteit wordt verwezen naar paragraaf 4.2.

4.2

Conclusies bodemkwaliteit

4.2.1

Conclusie bodemkwaliteit deellocaties A, B en C

Op basis van het actualiserend vooronderzoek wordt het volgende geconcludeerd:  De verontreiniging binnen deellocatie A1 en A2 is ongewijzigd maar geïsoleerd door middel van toepassing van verharding, groenvoorzieningen of grasgazon. Ook blijkt uit het 

aanvullend bodemonderzoek dat de toplaag (0-0,25 m -mv) niet sterk verontreinigd is Bij deellocatie A3 is in het kabeltracé geotextiel aangebracht en is de sleuf met schoon zand aangevuld. Naast deze sleuf is nog een restverontreiniging aanwezig. Deze verontreiniging is geïsoleerd door toepassing van tegel- en klinkerverharding op het maaiveld conform het saneringsplan Bij deellocatie B is de sterke verontreiniging volledig verwijderd

Bij deellocatie C is de verontreiniging ook volledig verwijderd ter plaatse van het zuidelijke deel wat in fase 1 is uitgevoerd. Fase 2, het noordelijke deel, moet nog worden uitgevoerd conform het (deel)saneringsplan

De verontreinigde grond, wat conform het (deel)saneringsplan is ontgraven, is afgevoerd. Er is dus voor de gesaneerde deellocaties geen verdachtheid meer voor PFAS en asbest

4.2.2

Conclusies bodemkwaliteit overig terrein

Op basis van het actualiserend vooronderzoek wordt het volgende geconcludeerd:  Behoudens het voorkomen van licht verhoogde gehalten (met name zware metalen en minerale olie en plaatselijk PAK of PCB’s) is de grond niet verdacht op de aanwezigheid van 

bodemverontreiniging Enkele PFAS-verbindingen (met name PFOS) zijn verhoogd aangetoond in de onderzochte bovengrond. Er zijn geen voormalige activiteiten (puntbronnen) en/of ongewone voorvallen bekend die de verhoogde PFOS-gehalten kunnen verklaren. De verontreiniging wordt dan ook als historisch beschouwd in het bodemrapport In één boring op het hele terrein zijn tijdens bodemonderzoek lichte puinbijmengingen aangetoond, De bodem op de locatie wordt niet als asbestverdacht gezien, aangezien er verder in geen van de boorprofielen puinbijmengingen zijn aangetroffen (slechts incidenteel in één boring) en de locatie eerder niet als asbestverdacht is beschouwd

Er hebben recent geen wijzigingen op het terrein plaatsgevonden

17/18

Kenmerk

4.2.3

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Overall conclusie

Ter plaatse van de deellocaties A en (plaatselijk) C is nog restverontreiniging met zware metalen en PAK aanwezig. Er is geen sprake van bodemverontreiniging bij deellocatie B, het noordelijk deel van deellocatie C en het overig terrein. De verontreinigingssituatie is sinds 2017 niet gewijzigd. Er zijn graafwerkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van nutsvoorzieningen, maar deze hebben geen invloed gehad op de verontreinigingssituatie.

4.3

Aanbevelingen

Aanbevolen wordt om dit rapport in te dienen bij het bevoegd gezag in het kader van de vergunningsaanvraag voor het bouwen op een bodemgevoelige locatie. Opgemerkt wordt dat voor de uitvoering van de civiele werkzaamheden voor de bouw mogelijk aanvullende werkzaamheden zijn, zoals:  

Het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek voor het bepalen van V&G maatregelen en afvoermogelijkheden van vrijkomende grond Het doen van een melding in het kader van de Omgevingswet indien wordt gegraven in restverontreinigingen/saneringsmaatregelen

Geadviseerd wordt om bovenstaande te bepalen in overleg met de aannemer als de uitgangspunten van de civiele werkzaamheden in detail bekend zijn.

18/18

Kenmerk

Bijlage 1

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Regionale ligging van de onderzoekslocatie

Kenmerk

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Kenmerk

Bijlage 2

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Situatieoverzicht

Kenmerk

Bijlage 3

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Situatiekaart met boringen

Kenmerk

Bijlage 4

R001-1268561MVR-V01-nja-NL

Ontwerpbesluit gemeente ’sGravenhage omgevingsvergunning

Retouradres Postbus 12655, 2500 DP Den Haag

Uw brief van

[Geanonimiseerd]

Ons kenmerk

202121030/8842925 Contactpersoon

[Geanonimiseerd] Telefoonnummer

[Geanonimiseerd] E-mailadres

[Geanonimiseerd] Aantal bijlagen

diverse

Datum

zie documentenlijst Onderwerp

ontwerpbesluit Plesmanweg 1 - 6

Geachte heer/mevrouw, Op 9 november 2021 ontvingen wij uw aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van 3 appartementengebouwen met parkeergarages bij Plesmanweg 1-6 en het realiseren van een in- of uitrit (Plesmanduin). Procedure Uw aanvraag omvat de activiteiten ‘Bouwen’, ‘Slopen in beschermd stadsgezicht’ en ‘Uitweg’, waarop op uw verzoek de gemeentelijke coördinatieregeling, als bedoeld in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing is. Beoordeling Op basis van onze beoordeling constateren wij dat de omgevingsvergunning voor deze activiteiten kan worden verleend. Ter inzage Het ontwerpbesluit en de daarbij behorende bescheiden, hebben met ingang van 14 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er is wel/geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om tijdens de terinzagelegging zienswijzen in te dienen. Overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening is gelijktijdig met dit ontwerpbesluit het daartoe opgestelde ontwerpbestemmingsplan ‘Plesmanweg 1-6’ ter inzage gelegd.

Gemeente Den Haag

Leyweg 813 Den Haag

Postbus 12655 2500 DP Den Haag

Volg uw aanvraag op www.mijndenhaag.nl

T [Geanonimiseerd] www.denhaag.nl

datum: 12-12-2023 WABO978

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

202121030/8842925

Besluit: Gelet op het bepaalde in artikel 2.10, 2.16 en 2.18 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht besluiten wij: I. de gevraagde omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder a en h en artikel 2.2, lid 1 onder e van deze wet te verlenen op basis van de in de documentenlijst genoemde bescheiden en II. aan deze omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. Voor de motivering hiervan verwijzen wij naar de bij deze beschikking behorende bijlagen waarin per activiteit de beoordeling en de van toepassing zijnde voorschriften zijn opgenomen. Deze bijlagen moeten hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.

Burgemeester en wethouders van Den Haag, namens dezen: [Geanonimiseerd]

Wet basisregistraties adressen en gebouwen Op basis van de aard en inhoud van deze aanvraag zijn volgens de Wet basisregistraties adressen en gebouwen de gebruiksdoelen 'woonfunctie' en 'overige gebruiksfunctie' vastgesteld. Inwerkingtreding Dit besluit treedt op grond van artikel 6.1, lid 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking op de dag na de termijn voor het indienen van een beroepschrift, tenzij gedurende deze termijn, met betrekking tot deze vergunning, bij de bevoegde rechter een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan. In dat geval wordt de werking van dit besluit opgeschort, totdat op het verzoek is beslist. Dit betekent dat u in ieder geval niet eerder dan na afloop van de beroepstermijn of de uitspraak op het verzoekschrift mag beginnen met de uitvoering van de werkzaamheden. Voorbehoud Deze omgevingsvergunning wordt aan u verleend behoudens rechten van derden. Door het verlenen van deze vergunning wordt niet vooruitgelopen op enige andere door de gemeente krachtens de wet of een gemeentelijke verordening, dan wel krachtens eigendomsrecht van de gemeente met betrekking tot dit initiatief eventueel te nemen beslissing.

2/21

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

202121030/8842925

Beroep PM Crisis- en herstelwet PM

Bijlagen Activiteit ‘Bouwen’ Activiteit ‘Slopen in beschermd stadsgezicht’ Activiteit ‘Uitweg’ Nadere aanwijzingen PM

3/21

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

202121030/8842925

Bijlage 1 ACTIVITEIT ‘BOUWEN’ Beoordeling Uw aanvraag voor deze activiteit hebben wij getoetst aan de van toepassing zijnde regels ruimtelijke ordening, redelijke eisen van welstand en technische regels. Hierbij hebben wij geconstateerd dat de gevraagde omgevingsvergunning voor deze activiteit kan worden verleend. Hierna lichten wij dit toe. Regels ruimtelijke ordening Ontwerpbestemmingsplan ‘Plesmanweg 1-6’ Uw aanvraag voor deze activiteit hebben wij getoetst aan dit bestemmingsplan, waarin ter plaatse van uw initiatief onder andere de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Groen’ met de functieaanduidingen ‘parkeergarage’, ‘tuin’ en ‘nutsvoorziening’, de dubbelbestemmingen 'Waarde - Cultuurhistorie' en ‘Waarde - Archeologie 2' en de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone - bodembeschermingsgebied’ en 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn opgenomen. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn onder ander bestemd voor wonen, gebouwde parkeervoorzieningen met de daarbij behorende hoofdgebouwen, bergingen, fietsenstallingen en containerruimtes. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, voet- en fietspaden en ontsluitingswegen van parkeervoorzieningen. Ter plaatse van een functieaanduiding zijn mede ook parkeervoorzieningen, parkeergarage, fietsenstallingen, terrassen, tuinen en traforuimtes en distributiegebouwen voor een WKO toegestaan.

Waarde - Archeologie De Dienst Stadsbeheer, afdeling Archeologie, heeft als volgt geadviseerd over het voorgenomen bouwplan ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2': “Wij hebben het bouwplan beoordeeld en geconstateerd dat bij de voorliggende bouwplannen deze vrijstellingsgrenzen worden overschreden. Voor enkele plaatsen waar de voorziene bodemingrepen buiten de bestaande bebouwing in een verwachtingsgebied liggen is echter sprake van afzanding en/of eerdere verstoringen door verschillende ingrepen en bouwactiviteiten in het verleden. Wat op de verschillende locaties overblijft aan mogelijk onverstoord terrein is dermate klein dat archeologisch onderzoek hier naar verwachting geen kenniswinst op zal leveren. Voor dit voorliggende bouwplan is archeologisch onderzoek daarom niet noodzakelijk. Vanuit de archeologische monumentenzorg zullen er geen voorwaarden aan een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden verbonden. Wel blijft de wettelijke meldingsplicht van kracht. Wanneer er tijdens de werkzaamheden toch archeologische sporen of vondsten aan het licht komen, moet dat per omgaande gemeld worden bij de afdeling Archeologie (ex art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet 2016). Dit kan op ons algemene telefoonnummer 070-3536639 of op ons emailadres archeologie@denhaag.nl.” Wij nemen het advies van de Dienst Stadsbeheer, afdeling Archeologie over.

Waarde - Cultuurhistorie De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, bedoeld voor behoud en bescherming van de cultuurhistorische waarden van het rijksbeschermd stadsgezicht 'Westbroekpark en Belgisch Park'.

4/21

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

202121030/8842925

De Welstands- en Monumentencommissie heeft op 24 augustus en 21 september 2022 geoordeeld dat het bouwplan het behoud en de bescherming van de cultuurhistorische waarden van het rijksbeschermd stadsgezicht 'Westbroekpark en Belgisch Park' voldoende in acht neemt. De adviezen van de commissie zijn opgenomen onder “Redelijke eisen van welstand” van deze bijlage. Wij nemen het advies van de Welstands- en Monumentencommissie over. Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ is bouwen slechts toegestaan als dit in overeenstemming is met de belangen van het grondwaterbeschermingsgebied. Voor de beoordeling hiervan is advies gevraagd aan de Omgevingsdienst Haaglanden. De Omgevingsdienst Haaglanden heeft op 16 oktober 2023 namens Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, onder kenmerk ODH813426, geadviseerd over de bescherming van grondwater. Gelet op haar overwegingen heeft de Omgevingsdienst Haaglanden geen aanleiding gezien in het belang van de bescherming van het milieu een negatief advies te verstrekken, mits wordt voldaan aan de door de Omgevingsdienst Haaglanden geadviseerde voorschriften die nodig zijn ter bescherming van de kwaliteit van de bodem en het grondwater. Wij nemen het advies van de Omgevingsdienst Haaglanden over en verbinden daarom voorschriften aan deze vergunning.

Parkeernormen Wij hebben conform het ontwerpbestemmingsplan ‘Plesmanweg 1-6’ de parkeervraag voor motorvoertuigen berekend op basis van de parkeernormen en berekeningsmethode zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Den Haag 2021. Er is sprake van een sloop-nieuwbouwsituatie, waarbij drie woontorens en een ondergrondse parkeergarage worden gerealiseerd. Dit betreft fase 2 van een grotere ontwikkeling, waarvan fase 1 reeds vergund is. In de drie nieuwe woontorens komen 157 appartementen. De nieuwe ongewogen autoparkeervraag bedraagt 152,70 parkeerplaatsen, waarvan 137,00 voor bewoners en 15,70 parkeerplaatsen voor bezoekers. Het maatgevende moment voor de aanwezigheid van het parkeren van motorvoertuigen is werkdag-nacht. De parkeerbehoefte voor werkdag-nacht bedraagt 137,00 parkeerplaatsen. De parkeereis voor fase 2 wordt vastgesteld op 137 parkeerplaatsen. Binnen de gehele ontwikkeling (fase 1 en fase 2) wordt voorzien in 396 parkeerplaatsen op eigen terrein. De parkeerplaatsen zijn goed bereikbaar en afmetingen van de ruimte voor het parkeren van een personenauto zijn conform NEN2443. Ook zijn er in totaal 13 parkeerplaatsen voor mindervaliden in de nieuwe parkeergarages voorzien. Van de 396 parkeerplaatsen bevinden zich er 296 in de nieuwe parkeergarages en 100 parkeerplaatsen op maaiveld.

De hellingbaan naar de parkeergarage onder gebouw F heeft een hellingpercentage van 17% en overgangshellingen. Dit voldoet aan de norm die geldt voor niet-openbare parkeergarages. Een niet-openbare parkeergarage is voornamelijk bestemd voor vaste gebruikers zonder vaste parkeerplek (dus zwerfplekken). De hellingbaan onder gebouw G/H heeft een hellingpercentage van 10%, wat eveneens conform NEN2443 is. (Toekomstige) bewoners, gebruikers en bezoekers komen niet in aanmerking voor een bewoners-, bedrijfs-, of bezoekersparkeervergunning voor de openbare straat.

5/21

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

202121030/8842925

Om te bepalen of dit voldoende parkeerplaatsen zijn voor de gehele ontwikkeling is ook de parkeerbehoefte voor fase 1 en 2 samen bepaald. De ongewogen autoparkeervraag bestaat dan uit 248,00 parkeerplaatsen voor bewoners, 62,43 parkeerplaatsen voor personeel, en 63,57 parkeerplaatsen voor bezoekers. Gezamenlijk is de ongewogen parkeerbehoefte 374,00 parkeerplaatsen, waarbij geen dubbelgebruik toegepast is. De 396 parkeerplaatsen op eigen terrein voorzien in de parkeerbehoefte van de gehele ontwikkeling en voorzien daarmee ook in de parkeereis voor fase 2. De aanvraag voldoet daarmee aan de vastgestelde parkeereis voor motorvoertuigen op basis van de Nota Parkeernormen Den Haag 2021 en voldoet daarmee aan het ontwerpbestemmingsplan ‘Plesmanweg 1-6’. Conclusie toets aan regels ruimtelijke ordening Wij hebben geconstateerd dat uw aanvraag past in alle genoemde regels ruimtelijke ordening. Redelijke eisen van welstand De Welstands- en Monumentencommissie heeft op 24 augustus 2022 aan de hand van de Welstandsnota geoordeeld dat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand en heeft als volgt geadviseerd: “Het bouwplan is getoetst aan de Welstandsnota en beoordeeld in het kader van de dubbelbestemming ‘Waarde-Cultuurhistorie’.

Eerder sprak de commissie reeds in beginsel haar waardering uit voor de hoofdopzet van het ontwerp en voor de totstandkoming daarvan in overleg met omwonenden. Het nu voorliggende bouwplan beoordeelt zij als een zorgvuldige uitwerking van dat beginselplan. Het plan reageert op alle niveaus respectvol op zowel het monumentale voormalige KLM-hoofdkantoor als de landschappelijke setting van het Hubertusduin. Op het eerder geuite bezwaar tegen de private buitenruimtes op de begane grond van de appartementenblokken is met een landschappelijke inbedding van de openbaar-private overgangen goed gereageerd. Al deze overgangen (plantenbakken, hoogtes van afscheidingen etc.) zullen conform vergunning juridisch contractueel worden vastgelegd en het beheer van de buitenruimte zal in een stichting met alle VVE’s worden ondergebracht. Hiermee wordt toekomstige verrommeling van het landschap voorkomen. Het ontwerp van het landschap is robuust. Het is van essentieel belang dat met dat landschap de parkeerbak aan het zicht wordt onttrokken. Daarmee staat of valt het gehele plan. De commissie is nog niet overtuigd dat met de voorgestelde gronddekking in combinatie met de soms erg steile taluds, de randen van de parkeerbak blijvend aan het zicht kunnen worden onttrokken. Met name ter plaatse van de Sprang is dit een punt van zorg door gebrek aan ruimte.

Zij vraagt om deze in uitvoering kwetsbare details sterker te borgen in bouwtechnische tekeningen. Met de uitgewerkte bouwtechnische detaillering zijn zowel de kronen als de daktuinen en groene dakranden voldoende overtuigend. De commissie wijst erop dat het belangrijk is dat de nu voorgestelde detaillering wordt geborgd en krijgt de gevel graag nog als mock-up ter beoordeling voorgelegd.

6/21

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

202121030/8842925

Met de uitwerking van beginsel- naar bouwplan zijn de eerder getoonde ambitie en hoge kwaliteit waargemaakt. Met het plan worden de cultuurhistorische waarden van het rijks beschermd stadsgezicht voldoende gerespecteerd. De commissie ziet de landschappelijke details wel graag nog geborgd in bouwtechnische tekeningen.” Naar aanleiding van dit advies heeft u gewijzigde tekeningen ingediend. De Welstands- en Monumentencommissie heeft op 21 september 2022 aan de hand van de Welstandsnota geoordeeld dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand en heeft als volgt geadviseerd: “Het beginselplan is getoetst aan de Welstandsnota en beoordeeld in het kader van de dubbelbestemming ‘Waarde-Cultuurhistorie’. Eerder had de commissie het bouwplan reeds positief beoordeeld. Echter, zij was nog niet overtuigd dat met de voorgestelde gronddekking in combinatie met de soms erg steile taluds, de randen van de parkeerbak blijvend aan het zicht zouden kunnen worden onttrokken. Zij vroeg om deze details sterker te borgen in bouwtechnische tekeningen. Met de nu voorliggende verder uitgewerkte technische landschappelijke details is daarop adequaat gereageerd en de commissie is nu overtuigd dat het beoogde ambitieniveau waargemaakt kan worden.

Graag krijgt de commissie te zijner tijd de gevel nog als mock-up ter beoordeling voorgelegd.” Wij nemen het advies van de Welstands- en Monumentencommissie over. Wij kunnen echter geen voorschriften verbinden aan dit besluit voor wat betreft het contractueel vastleggen voor het onderhoud en beheer van de buitenruimten, maar bevelen wel aan hier goede afspraken over te maken en deze notarieel vast te laten leggen. Technische regels Bouwverordening Er is met uw aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden voldoende aannemelijk gemaakt dat het bouwen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften van de Bouwverordening. De Omgevingsdienst Haaglanden heeft op 27 juli 2022 aangegeven dat ter plaatse van het bouwplan sprake is van verontreinigde bodem als bedoeld in artikel 2.4.1 van de Bouwverordening.Op grond van artikel 6.2c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan de omgevingsvergunning worden verleend en in werking treden. De bouwwerkzaamheden op of in de bodem moeten voldoen aan het gestelde in de beschikking op het saneringsplan van 1 november 2019 (kenmerk ODH-2019-00123829) en wijzigingen op het saneringsplan van 4 februari 2021 (kenmerk ODH-2021-00018640), van 2 december 2021 (kenmerk ODH164193), van 17 februari 2022 (kenmerk ODH259265) en van 7 juni 2022 (kenmerk ODH355139).

Bouwbesluit Voor artikel 2.83 van het Bouwbesluit 2012 is een gelijkwaardige oplossing toegepast voor de omvang van een brandcompartiment in de beide parkeergarages. Een brandcompartiment mag maximaal 1000 m2 bedragen. Voor de parkeergarages is dat hier 2172 m2 respectievelijk 5917 m2.

7/21

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

202121030/8842925

Een gelijkwaardige oplossing, door het toepassen van sprinklerinstallaties, is aangetoond met het uitgangspuntendocument parkeergarage Westzijde Plesmanduin, B.2020.0324.00.R003 v005 d.d. 18 april 2023 van dGmR en het uitgangspuntendocument Oostzijde Plesmanduin, B.2020.0324.00.R002 v005 d.d. 18 april 2023 van dGmR. Het toepassen van sprinklerinstallaties is geen aanvullende eis vanuit het bevoegd gezag, maar is een vereiste ter invulling van de gelijkwaardige oplossing. De gelijkwaardige oplossing toont op grond van artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012 aan dat ten minste dezelfde mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu wordt bereikt als is beoogd met de in het Bouwbesluit 2012 voor deze onderdelen gestelde voorschriften. Er is met uw aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden voldoende aannemelijk gemaakt dat het bouwen en het gebruik van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, zal voldoen aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Verder hebben wij voorschriften aan deze omgevingsvergunning verbonden. Eindoordeel activiteit ‘Bouwen’ Uit de beoordeling van de activiteit volgt dat de gevraagde omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Bouwen’ op basis van artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan worden verleend.

Voorschriften activiteit ‘Bouwen’ Aan de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Bouwen’ verbinden wij de volgende voorschriften: Op basis van de Woningwet Artikel 1b Verplichting tot bouwen overeenkomstig het Bouwbesluit 2012 Het is verboden een bouwwerk, of deel daarvan, in stand te laten voor zover bij het bouwen daarvan niet is voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Daarom moet er gebouwd worden volgens de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 over het bouwen van een bouwwerk en het uitvoeren van bouwwerkzaamheden. Artikel 7b Verplichting tot bouwen overeenkomstig de Bouwverordening Het is verboden een bouwwerk, of deel daarvan, in stand te laten voor zover bij het bouwen daarvan niet is voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften uit de Bouwverordening. Daarom moet er gebouwd worden volgens de voorschriften uit de Bouwverordening en mag er niet gebouwd worden op verontreinigde bodem. Op basis van de Regeling omgevingsrecht (Mor) Artikel 2.1 tot en met 2.7 Nader in te dienen gegevens De hierna genoemde gegevens moeten minimaal drie weken voor uitvoering worden ingediend. Benodigde constructieve gegevens: de tekeningen en berekeningen;

8/21

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

202121030/8842925

-

-

-

-

-

-

-

noot: Er moet rekening worden gehouden met belasting op het kelderdek door voertuigen van brandweer en hulpdiensten. het funderingsplan en de uitvoeringswijze; de berekening van de brandwerendheid van de constructie; de gegevens van de hoogste en laagste grondwaterstand die gedurende de referentieperiode kan optreden; noot: Voor de berekening van de constructie moet een grondwaterstandsverlaging worden aangehouden van 4 meter min maaiveld. De berekening moet worden uitgevoerd op basis van de fundamentele belastingcombinaties. de maatregelen voor het verkrijgen van voldoende constructieve weerstand bij buitengewone ontwerpsituaties met bekende of onbekende belastingen; noot: Constructies moeten zijn ontworpen en berekend op de van toepassing zijnde bekende buitengewone ontwerpsituaties volgens NEN-EN 1991-1-7 met NB. noot: Voor het beperken van de mate van lokaal bezwijken door een onbekende oorzaak dient een methode te worden uitgewerkt volgens NEN-EN 1991-1-7 met NB, paragraaf 3.3 en Bijlage A. de berekeningen en tekeningen van glasconstructies; noot: Glasconstructies zoals vloeren, daken, trappen, balkons en balustraden dienen weerstand te kunnen bieden aan de belastingen volgens de NEN-EN 1991-reeks met NB’s.

Hierbij moet worden voldaan aan de bepalingen volgens NEN 2608; noot: Bij vloeren en daken waarop personen aanwezig kunnen zijn voor normaal gebruik en/of onderhoud moet ook worden voldaan aan de bepalingen voor stootbelastingen volgens NEN-EN 1991-1-1/NB, artikel 6.3.7 en 6.5; het bestand zijn tegen een stootbelasting kan hierbij worden aangetoond door middel van een glaskogelzak-valproef. noot: Bij vloerafscheidingen ter plaatse van een hoogteverschil moet ook worden voldaan aan de bepalingen voor een horizontale stootbelasting volgens NEN-EN 1991-1-1/NB, Bijlage NB.B; het bestand zijn tegen een stootbelasting kan worden aangetoond door middel van een glaskogelzak-slingerproef. de berekeningen en tekeningen van de constructies en bevestigingsmiddelen voor het opvangen van balkons, galerijplaten, bordessen, gevelelementen en metselwerk; noot: De staalconstructies en bevestigingsmiddelen die aan het buitenklimaat worden blootgesteld moeten worden uitgevoerd in roestvast staal, kwaliteit 3.16. In afwijking hiervan kan onder bepaalde voorwaarden zoals een plaatstaaldikte van minimaal 8 mm, de aanwezigheid van een tweede draagweg en/of een afplaklaag, thermisch verzinkt staal met een Duplexsysteem worden toegepast, volgens NEN-EN-ISO 1461. noot: Bij toepassing van aluminium (constructie)onderdelen moeten maatregelen worden genomen ter voorkoming van contactcorrosie.

de berekeningen en tekeningen van de gevelbekleding met verankeringen en de detaillering van de bevestiging met de achterliggende constructie; noot: Bevestigingsmiddelen moeten worden uitgevoerd in roestvast staal. noot: Voor beplating geldt dat er een mechanische bevestiging (anders dan verlijming) als tweede draagweg aanwezig moet zijn. noot: Bij toepassing van composiet materialen moeten worden ingediend: specificaties van materialen en bevestigingen; certificaten en/of testrapporten van de materiaaleigenschappen en de duurzaamheid. noot: Bij toepassing van in de kist meegestorte steenstrips in gevelelementen van prefabbeton worden ingediend: - certificaten en rapporten van verouderingstesten waarin de duurzaamheid van de verbinding wordt aangetoond. de gegevens van buitenlandse bouwproducten;

9/21

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

202121030/8842925

noot: Voor het toepassen van buitenlandse bouwproducten moeten Europees erkende kwaliteitsverklaringen worden ingediend van een door de overheid erkend instituut; de technische beschrijvingen, specificaties en berekeningen moeten zijn opgesteld in de Nederlandse taal; de berekeningen moeten zijn opgesteld volgens de in het Bouwbesluit aangewezen normen. Benodigde overige gegevens: Erkende kwaliteitsverklaringen of andere bewijsstukken; Een tekening van de bouwplaatsinrichting, inclusief eventuele reclamevoering. Een veiligheidsplan dat minimaal moet bevatten: een constructievoorstel en uitvoeringsplan voor de bouwput; de gegevens van de grondwaterstand; een uitvoeringsplan voor de bemaling; een inventarisatie van de funderingen in de omgeving; een uitvoeringsplan voor de bouwmethodiek; een hijsplan met hijs- en bouwveiligheidszones, benodigde horizontale en verticale afscheidingen en voorzieningen tegen vallende voorwerpen; een voorstel voor controlemaatregelen van de bouwput: het plaatsen van peilbuizen; het aanbrengen van hoogtebouten; het meten van het waterdebiet; een voorstel voor het meten van trillingen en geluidsniveaus; een monitoringsplan voor alle metingen met interpretatie van de meetresultaten; een protocol voor maatregelen bij overschrijding van de signalerings- en grenswaarden.

Voor aanvang van de bouwwerkzaamheden dient u contact op te nemen met de stadsdeelinspecteur over het veiligheidsplan. U moet de samenhang tussen de ingediende gegevens waarborgen. De gegevens kunt u aanleveren via het aanvraagdossier in het Omgevingsloket. Ga hiervoor naar www.omgevingsloket.nl. Met de uitvoering van de werkzaamheden mag pas worden begonnen als deze gegevens zijn goedgekeurd en deze vergunning in werking is getreden. Op basis van het Bouwbesluit 2012 Artikel 1.23 Aanwezigheid bescheiden Tijdens het bouwen zijn, voor zover van toepassing, de volgende bescheiden of een afschrift daarvan op het terrein aanwezig: de omgevingsvergunning voor het bouwen; het veiligheidsplan, als bedoeld in artikel 8.7 van het Bouwbesluit 2012; overige voor het bouwen van belang zijnde vergunningen en documenten met nadere voorschriften en ontheffingen. Artikel 1.24 Het uitzetten van de bebouwingsgrenzen Met het bouwen van het bouwwerk waarvoor deze vergunning is verleend, mag ook niet worden begonnen voordat: de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; het straatpeil is uitgezet.

10/21

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

202121030/8842925

Artikel 1.25 Mededeling aanvang en beëindiging werkzaamheden Ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van de bouwwerkzaamheden waarvoor deze vergunning is verleend, dient u ons schriftelijk van de aanvang van die werkzaamheden, met inbegrip van ontgravingswerkzaamheden, in kennis te stellen. Ten minste op de dag van beëindiging van de bouwwerkzaamheden waarvoor deze vergunning is verleend, dient u ons schriftelijk van de beëindiging van die werkzaamheden in kennis te stellen. Het bouwwerk wordt niet in gebruik gegeven of genomen indien hier niet aan voldaan is. Voor deze mededelingen vult u de bij dit besluit meegestuurde formulieren volledig in. Deze formulieren kunnen op dezelfde wijze worden ingediend als de oorspronkelijke aanvraag. Afdeling 8.1 Het voorkomen van onveilige situaties en het beperken van hinder Aan de werkzaamheden worden met betrekking tot de invloed op de belendingen en de omgeving de volgende voorwaarden gesteld: - De verticale bouwputafscheiding moet zodanig worden ontworpen en uitgevoerd, dat er geen schade kan optreden aan belendingen en leidingen. - De grondwaterstand ter plaatse van de belendingen mag niet worden verlaagd beneden de gemiddeld laagst bekende natuurlijke grondwaterstand tenzij aangetoond is dat er hierdoor geen schade ontstaat aan de omgeving.

- De rotatie bij zettingen van belendingen moet als volgt worden beperkt: De maximaal toelaatbare rotatie bij zettingen is 1:1200 voor monumentale panden en 1:900 voor de overige panden. Als er al een rotatie aanwezig is moet deze worden gemeten en in de resultaten worden verwerkt. noot: Indien de berekende zettingen worden overschreden, ook al wordt voldaan aan de voornoemde rotaties, moeten de werkzaamheden die invloed hebben op deze zettingen worden stilgelegd. - Er moeten maatregelen worden genomen om de overlast voor de omwonenden zo veel mogelijk te beperken waaronder het reduceren van geluidshinder en het voorkomen van stofoverlast; - Beschadiging van belendingen en infrastructuur rondom het bouw- of sloopterrein dient voorkomen te worden. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de SBR-richtlijn Trillingen, deel A "Schade aan gebouwen, meet- en beoordelingsrichtlijn" 2017. Bij toepassing van de richtlijn dient rekening te worden gehouden met de hierin gestelde grenswaarden. - Indien voor het inbrengen van damwanden methodes worden gebruikt om de grondweerstand tijdelijk te verminderen moeten de gegevens vooraf worden ingediend. noot: In het geval van fluïderen moet de methode en de diepte vooraf worden vastgesteld. Ook moeten er sonderingen worden uitgevoerd voor en na het indrukken van de damwanden om de invloed van het fluïderen op de korrelspanning te controleren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14482237/1