RIS319647 Handreiking Groen in en om de stad bijlage
Tekst van het document
Handreiking Groen in en om de stad Systematiek en richtlijnen voor de borging van Groen in en om de stad
Wonderwoods, Utrecht (bron: Arcadis)
Handreiking Groen in en om de stad | 2
Inhoudsopgave Begrippenkader en afkortingen
4
1 Waarom deze Handreiking? 1.1 De opgave 1.2 Wat is de programmatische aanpak Groen in en om de stad? 1.3 Het doel van deze Handreiking 1.4 Wat vooraf ging aan deze Handreiking 1.5 Uitgangspunten 1.6 Hoe is de Handreiking tot stand gekomen? 1.7 Doelgroep 1.8 Status en vervolg 1.9 Leeswijzer
6 6 6 7 7 8 9 9 10 10
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Groen in en om de stad Groen(blauwe) netwerken Waar draagt groen aan bij? Niet vergroenen heeft negatieve gevolgen Groen is een groeiende opgave De juiste vegetatie op de juiste plek
12 12 13 15 16 16
3 3.1 3.2
De opbouw en structuur van de borgingssystematiek Werken met schaalniveaus Specifieke aandachtspunten borgingssystematiek
18 19 21
4 De systematiek en richtlijnen voor borging van Groen in en om de stad 4.1 De borgingssystematiek in het kort 4.2 Groen in de straat 4.3 Groen in de buurt 4.4 Groen in de wijk 4.5 Groen in de stad 4.6 Groen om de stad, de regio
24 25 26 26 29 32 35
5 Starten met de implementatie van de borgingssystematiek 5.1 De 0-meting en de invulling van de borgingssystematiek
36 37
6 6.1 6.2 6.3
44 45 46 47
Stappenplan Bepaal de kenmerken van de ontwikkeling Welke vragen stel je jezelf op elk schaalniveau? Specifieke vragen per schaalniveau
Bijlage 1: Subsidies en Regelingen
48
Bijlage 2: Volledige beschrijvingen van afbeeldingen en infographics
56
Colofon
58
Handreiking Groen in en om de stad | 3
Begrippenkader en afkortingen Begrip
Definitie
Basiskwaliteit natuur (BKN)
Condities (abiotisch, inrichting en beheer) die zorgen dat algemene, kenmerkende soorten van een (stads-)landschapstype weer algemeen worden en/of blijven. BKN werkt alleen wanneer het complete ecosysteem (dus niet alleen soorten) in ogenschouw wordt genomen – vanuit een gebiedsanalyse zijn kansen en bedreigingen én de bijbehorende maatregelen om BKN te bereiken helder.
Biodivers groen
Groen dat bijdraagt aan een evenwichtige symbiose tussen de voor een gebied kenmerkende planten en dieren. Het groen voorziet in de voor de kenmerkende soorten benodigde condities en randvoorwaarden en ondersteunt ook de biodiversiteit in de ruimere omgeving.
Biodiversiteit
De graad van verscheidenheid aan levensvormen binnen een gegeven ecosysteem, bioom of een gehele planeet.
Buurt
Op basis van de CBS Wijk- en Buurtkaart 2020 gedefinieerde eenheid binnen een gemeente.
BZK
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Doelsoort
Een doelsoort is een soort waarvan het behoud, het herstel of de terugkeer als een doelstelling van het natuurbehoud wordt gezien. Vaak gaat het om bedreigde, achteruitgaande of zeldzame (VHR of rode lijst) soorten.
Droogte
Langere periode waarin minder regen valt dan normaal en veel water verdampt. Droogte wordt berekend uit de hoeveelheid regen die valt, verminderd met de verdamping.
Gebiedsontwikkeling
Onder deze definitie vallen in het kader van deze Handreiking zowel het realiseren van nieuwe woningen (inbreiding en uitbreiding) als projecten in de bestaande stad zoals reconstructies, groot onderhoud en herinrichting.
Gezondheid en welzijn
Een toestand van subjectief welbevinden op geestelijk, lichamelijk en maatschappelijk gebied.
Gidssoort
Een zogenaamde ‘gidssoort’ is een doelsoort wiens voorkomen een teken is van een compleet ecosysteem (habitat) dat kenmerkend is voor een bepaald (stads-) landschapstype – daarmee is de stad dus ook voor andere soorten aantrekkelijk. Deze soorten zijn maatgevend voor basiskwaliteit natuur in de stad.
Groen
Natuurlijke elementen of plekken die op verschillende schaalniveaus voorkomen, variërend van straatniveau, zoals bomen en groenstroken, tot stedelijk en regionaal niveau, bijvoorbeeld parken en natuurgebieden.
Groenvoorziening
Het geheel van de aanplant in een gebied dan wel het aanbrengen of voorzien van groen. Bij zo’n gebied kan het gaan om plantsoenen, parken, et cetera.
Grondgebonden groen
In de volle grond wortelende beplanting.
Habitattype
Ecosysteemtype op het land of in het water met karakteristieke geografische, abiotische en biotische kenmerken, die zowel geheel natuurlijk als halfnatuurlijk kunnen zijn. Habitattypen waarvoor gebieden worden aangewezen zijn opgenomen in bijlage I van de Habitatrichtlijn. In het Natura 2000 profielendocument wordt expliciet aangegeven welke vegetatietypen en begroeiingen in Nederland wel of niet onderdeel uitmaken van een habitattype.
Hittestress
Gezondheidseffecten door warmte bij mens en dier.
Handreiking Groen in en om de stad | 4
Begrip
Definitie
In de stad
Het gebied binnen de bebouwde kom.
IPO
Interprovinciaal Overleg
I&W
Infrastructuur en Waterstaat
Klimaatadaptatie
Aanpassen aan het veranderende klimaat. Verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering.
LNV
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Leefbaarheid
De mate waarin een stad, buurt of wijk aantrekkelijk en/of geschikt is om te wonen en/of werken.
Om de stad
Het gebied buiten de bebouwde kom.
Sociale cohesie
De samenhang tussen mensen in een maatschappij.
UvW
Unie van Waterschappen
Verkoelende verblijfsplek
Een verkoelende verblijfsplek is een plek van minimaal 200 m2, voor minimaal 80% groen en 40% schaduw, ook schaduw ter plaatse van zitgelegenheden.
Vergroening
Een maatregel om groene doelen te behalen. Onder groene maatregelen vallen alle toevoegingen van groenelementen in de gebouwde omgeving en de maatregelen gericht op het vergroten van de natuurwaarde van groen en bebouwing.
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VVE
Vereniging Van Eigenaren
VWS
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Wateroverlast
De situatie waarbij water op straat leidt tot hinder of schade in of aan bebouwing, groen of openbare infrastructuur, bijvoorbeeld tunnels.
Wijk
Op basis van de CBS Wijk- en Buurtkaart 2020 gedefinieerde eenheid binnen een gemeente.
Wijktype
In de Klimaateffectatlas zijn woonwijken in Nederland ingedeeld in 14 wijktypen op basis van homogene historische dan wel stedenbouwkundige kenmerken.
Wijktypologie
Hoe de openbare ruimte is ingericht, is vaak typisch voor een bepaalde tijd. Elke tijdsperiode heeft een duidelijke eigen opzet en inrichting van de openbare ruimte en bebouwingstypologie. Hierdoor zijn bijvoorbeeld straten uit dezelfde tijdsperiode door heel het land herkenbaar. Op basis van deze typische kenmerken kun je wijken indelen in verschillende typologieën.
Handreiking Groen in en om de stad | 5
Aquaduct A4 Delft - Schiedam, een belangrijke recreatieve verbinding over de verdiepte A4 (bron: Arcadis).
1 Waarom deze Handreiking? 1.1
De opgave
Met een groeiende bevolking en bijbehorende woningbouwopgave, achteruitgang van biodiversiteit en voortgaande verandering van het klimaat wordt het belang van voldoende groen in en om de stad nog groter dan het al was. Dit is het moment om in actie te komen voor een gezonde, groene, prettige en toekomstbestendige leefomgeving voor mens, dier en planten. Het goed meenemen van de groenopgave blijkt in de praktijk van gemeentes en provincies lastiger dan misschien verwacht. Dit is een veel gehoord signaal, maar niet vergroenen heeft op termijn ernstige gevolgen. Het niet vergroenen van een stad of zijn omgeving brengt verschillende negatieve consequenties met zich mee, zowel op het gebied van milieu als op het gebied van de levenskwaliteit. Denk bijvoorbeeld aan hittestress, luchtverontreiniging, verlies van biodiversiteit, waterbeheerproblemen, economische schade en een lagere kwaliteit van leven. Kortom: de urgentie is dus groot.
1.2 Wat is de programmatische aanpak Groen in en om de stad? Groen in en om de stad (GIOS) is een programmatische aanpak van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Landbouw, Natuur en Voedsel Kwaliteit (LNV). We werken daarbij samen met ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Met de programmatische aanpak Groen in en om de Stad (GIOS) zetten we stappen om de belangen van vergroening beter mee te nemen in de opgaven waar we in het bebouwde gebied voor staan, zoals de verstedelijkingsopgave, verduurzaming van de bestaande stad, energietransitie,
Handreiking Groen in en om de stad | 6
mobiliteitstransitie, et cetera. Binnen Groen in en om de stad valt niet alleen groen maar ook blauw (water). Gezien de vele doelen die gekoppeld zijn aan groen, pakken we deze opgave interdepartementaal, in samenwerking met decentrale overheden en andere stakeholders integraal op.
1.3
Het doel van deze Handreiking
Met de Handreiking GIOS van het ministerie van BZK en het ministerie van LNV bieden we gemeenten en provincies zowel inhoudelijke als procesmatige handvatten om groen gelijkwaardig aan andere thema’s binnen het ruimtelijk domein mee te nemen in planvorming. In de Handreiking presenteren we een borgingssystematiek. Gemeentes en provincies kunnen hier direct, op vrijwillige basis, mee aan de slag. De Handreiking en de daarin gepresenteerde borgingssystematiek geeft een eerste antwoord op de veel gehoorde vraag vanuit decentrale overheden voor nationale sturing en steun bij het borgen van groen in en om de stad. We zien daarbij ook dat veel partijen al goed op weg zijn met een integrale toepassing van groen in ruimtelijke opgaves. Tegelijkertijd is er ook behoefte aan helderheid en meer eenduidigheid. Hoeveel groen, waar en waarom en hoe borgen we dat het groen er ook komt? Dat blijkt ook uit de groeiende behoefte bij gemeenten en provincies om eisen te formuleren die groen in de stad een betere positie geven ten opzichte van andere ruimteclaims. De geboden borgingssystematiek van de Handreiking sluit aan op de resultaten uit de onderzoeken van WUR en PBL, waar duidelijk is geworden dat één harde norm voor groen geen antwoord is, omdat dit geen recht doet aan de complexe ruimtelijke vraagstukken waar groen onderdeel van uitmaakt.
De Handreiking en de daarin geboden borgingssystematiek biedt een integrale ruimtelijke benadering van de toepassing voor Groen in en om de stad op verschillende schaalniveaus en met oog voor de diverse kwaliteiten en functies van groen. Het gaat hier om een set van harde kwantitatieve eisen en kwalitatieve eisen, waarbij rekening wordt gehouden met schaalniveaus, nieuwbouw en bestaande bouw, openbaar en privaat terrein en ruimte voor lokaal maatwerk.
1.4
Wat vooraf ging aan deze Handreiking
In september 2021 heeft de Tweede Kamer een brief over Groen in de stad en een knelpuntenanalyse natuurinclusief bouwen van de minister van LNV ontvangen. Hierin worden de urgentie en de (potentiële) baten rondom groene opgaven in en om de gebouwde omgeving geagendeerd. Hieronder vallen onder andere biodiversiteit, gezondheid, klimaat, aantrekkelijkheid en economische waarde. In deze brief worden ook de belangrijkste knelpunten in het integraal meenemen van natuur en groen in de ruimtelijke ontwikkeling van de bebouwde omgeving benoemd. Hierin wordt onder andere aangeven dat het meenemen van natuur en groen nog te vrijblijvend is en dat bouwers en ontwikkelaars aanlopen tegen verschillende eisen, wat standaardisatie in het bouwproces in de weg staat. Daarna heeft de kamer de Motie van het lid Terpstra (8 maart 2021) en de Motie van de leden Bouchallikh (GL) en Geurts (CDA) (28 september 2021) aangenomen waarmee verzocht werd om onderzoek te doen naar het opnemen van eisen voor groen in de openbare ruimte in en om de stad i.r.t. de leefbaarheid in de steden, dorpen en kernen en de verstedelijkingsopgave die daar speelt. Naar aanleiding hiervan zijn twee onderzoeken door respectievelijk de Wageningen University & Research (WUR) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uitgevoerd naar de verkenning van groennormen.
De resultaten van de onderzoeken zijn op 23 maart 2023 gedeeld met de Tweede Kamer in de Kamerbrief over de Landelijke Maatlat voor de groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving en verkenning groennormen. Het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW) hebben afgesproken om de Landelijke Maatlat vanaf nu zoveel mogelijk toe te passen.
Handreiking Groen in en om de stad | 7
In dezelfde Kamerbrief is de Handreiking aangekondigd als één van de drie vervolgstappen voor de interdepartementale programmatische aanpak Groen in en om de stad op de resultaten van de onderzoeken naar een landelijke groennorm over de Landelijke Maatlat voor de groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving en verkenning groennormen. De andere twee vervolgstappen zijn 1) een verkenning naar de juridische borging van groenambities op nationaal niveau in een nationaal juridisch kader binnen de systematiek van de Omgevingswet en 2) een financiële verkenning naar de kosten en baten van de groenopgave in de stad, gerelateerd aan de woningbouwopgave die in de woondeals is afgesproken. Vanzelfsprekend zijn deze vervolgstappen zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Van belang om te benoemen is dat er parallel aan de uitwerking van de programmatische aanpak Groen in en om de Stad en de Landelijke Maatlat er ontwikkelingen spelen rondom Basiskwaliteit Natuur (BKN). Basiskwaliteit natuur betekent dat de condities (abiotisch, inrichting en beheer) op orde zijn die zorgen dat algemene, kenmerkende soorten van een (stads-)landschapstype weer algemeen worden en/of blijven. BKN werkt alleen wanneer het complete ecosysteem (dus niet alleen soorten) in ogenschouw wordt genomen. In april 2019 en april 2021 zijn in de Tweede Kamer moties aangenomen om te werken aan BKN.
In de Verzamelbrief natuur van 23 juni 2023 zegt de minister van Natuur en Stikstof toe om in het hele land (dus ook in stedelijk gebied) BKN te realiseren en procesmatige en inhoudelijke handvatten hiervoor uit te werken. Deze ontwikkelingen zullen op termijn concretere handvatten bieden voor de in deze Handreiking gepresenteerde borgingssystematiek.
1.5
Uitgangspunten
Bij het opstellen van de Handreiking en de daarin gepresenteerde borgingssystematiek hebben we volgende uitgangspunten als basis genomen: Integrale ruimtelijke benadering van groen op basis van doelen en groenblauwe netwerken. Groen en blauw zijn in te zetten ten behoeve van de volgende doelen: • Versterken van de leefbaarheid/ Stimuleren van gezondheid (mentaal) – beleving van groen. • Stimuleren van gezondheid (fysiek)/bewegen/recreëren, door routes te koppelen voor fietsen en lopen aan de groenblauwe netwerken. Interessante en prettige omgeving, die stimuleert om te beweging. • Klimaatadaptatie – beperken hittestress. • Klimaatadaptatie – beperken wateroverlast en droogte. • Basiskwaliteit natuur en biodiversiteit – natuur – het bereiken en in stand houden van een divers, kenmerkend en robuust ecologisch systeem. Het combineren van de verschillende functies van groen is voor een groot deel ruimtelijk te combineren, waardoor verschillende voordelen behaald kunnen worden door een enkelvoudige ingreep. Bewustzijn van een integrale benadering van deze doelen bij de groenopgave leidt tot betere (ontwerp)oplossingen. De werking wordt nog eens versterkt door groenblauwe plekken met elkaar te verbinden, zowel binnen de stad als met het omliggende landschap.
Naast de integrale benadering vanuit de verschillende aan groen verbonden doelstellingen vraagt de opgave om een systeembenadering. De invulling van het groen vervult op verschillende schaalniveaus immers verschillende functies: op buurtniveau gaat het bijvoorbeeld om zicht op groen, prettig leven, lokale biodiversiteit en het opvangen van water, terwijl de recreatieve behoefte weer meer een opgave op stads- of regioniveau is. Voor elk van de schaalniveaus zijn baathebbers aan te wijzen en zijn er uiteenlopende ontwikkelingen. Het werken door de schaalniveaus heen is daarom een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van de borgingssystematiek.
Handreiking Groen in en om de stad | 8
1.6
Hoe is de Handreiking tot stand gekomen?
Arcadis en &Flux hebben ons als adviseurs geholpen bij het opstellen van de Handreiking. De Handreiking is in een korte tijd tot stand gekomen met een grote groep van diverse gemeenten, provincies, koepels en andere organisaties en stakeholders in een aantal werksessies en afstemmomenten. Daarbij is gebruik gemaakt van hun kennis en ervaring en is gecheckt welke inhoudelijke behoefte de Handreiking moet beantwoorden. De handreiking is uiteraard niet gestart vanaf nul. We hebben dankbaar gebruik gemaakt en verder gebouwd op en in lijn met bestaande onderzoeken, handreikingen en normen die nu al door gemeentes en provincies worden toegepast. We verwijzen dus regelmatig door naar de gebruikte documenten en leggen onderlinge verbanden. Zowel de Landelijke Maatlat voor de groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving als de Handreiking Groen en gezond leven in de stad van het programma Mooi Nederland zijn belangrijke basisdocumenten. De uitgangspunten van de Landelijke maatlat zijn meegenomen in de uitwerking van het schaalniveau ‘Buurt’. In de handreiking van Mooi Nederland is de basis gelegd voor de urgentie van de opgave, het belang van ruimte voor lokaal maatwerk, de meerwaarde van groenblauwe netwerken (verbinden van groenblauwe plekken) en het combineren van de verschillende functies van groen, waardoor verschillende voordelen behaald worden door een enkelvoudige ingreep.
De betrokkenheid van de geraadpleegde partijen was groot. Hun reacties zijn overwegend positief en sterken ons in het beeld dat de Handreiking voor gemeenten en provincies een nuttig instrument kan zijn om groen en blauw in om de stad de aandacht te geven die het verdient.
1.7
Doelgroep
De Handreiking geeft inzicht in het benodigde proces, houding, gedrag en de inhoud voor in eerste instantie gemeentelijke en provinciale ambtenaren, die betrokken zijn bij de groenopgave in en om de stad. De behoefte en opgave kan voor de gemeente en provincie verschillen. In de Handreiking wordt, daar waar nodig, dit onderscheid gemaakt. Ook onderling tussen gemeenten kan de behoefte verschillen. Zo heeft de ene gemeente tijd en capaciteit beschikbaar om zelf te werken aan eigen specifieke normen; en heeft de andere gemeente deze tijd en/of capaciteit niet maar wil men wel aan de slag – ook deze gemeenten proberen we met deze Handreiking te faciliteren. Zo biedt deze Handreiking de mogelijkheid om een eigen invulling te geven aan groenpercentages en (aanvullende) kwalitatieve eisen en/ of parameters, maar kan er ook gebruik worden gemaakt van de ‘standaard’ borgingssystematiek uit deze Handreiking. In tweede instantie is de Handreiking ook interessant voor ontwerpers van (advies)bureaus, ontwikkelaars, aannemende bouwbedrijven, woningcorporaties en andere partners in de bouwketen, zoals bijvoorbeeld groenondernemers. Als laatste is de Handreiking ook interessant voor studenten met een studie gerelateerd aan beleids- en planvorming, ontwerp voor en van de fysieke leefomgeving en vergroening van de stad.
De Handreiking heeft als einddoel om te laten zien hoe groen(normen) een plaats kunnen krijgen in gebiedsprocessen. Duidelijk wordt wie vanuit welke rol bij processen betrokken is en wat nodig is per stap. Zo vraagt bijvoorbeeld een ontwikkelaar om compleet andere informatie (geschikt voor harde afspraken) dan een politicus (een goed verhaal, passend bij beleid). Om dit einddoel te halen zijn er nog stappen te maken in de volgende versie van de Handreiking, maar met deze eerste versie kunnen gemeenten en provincies al direct aan de slag.
Handreiking Groen in en om de stad | 9
1.8
Status en vervolg
De Handreiking is bedoeld als hulpmiddel voor gemeentes en provincies. Het is dus géén verplichting om deze toe te passen. We zijn van mening dat het toepassen van de Handreiking wel veel voordelen heeft. Enerzijds omdat de groenopgave systematisch door de schalen heen wordt geborgd en de Handreiking daarbij inspeelt op de verschillende behoeftes van gemeentes en provincies. Anderzijds omdat de systematiek uit de handreiking helpt bij het standaardiseren van eisen en normen voor vergroening. Dat effect wordt versterkt wanneer de handreiking veelvuldig wordt toegepast. Dit biedt ook helderheid voor de bouw- en ontwerpwereld. De Handreiking is in een kort tijdsbestek opgesteld. Er zijn daarom in overleg met de betrokken partijen keuzes gemaakt in wat wél en wat niet op dit moment mee te nemen. Wij zijn ons ervan bewust dat deze Handreiking dus niet compleet en perfect is. De toekomstige gebruikers geven aan dat het belang om ermee aan de slag te gaan en de Handreiking te gaan toepassen en testen groter is. Met de oplevering van de Handreiking kijken we daarom ook meteen weer vooruit. De komende tijd willen we vooral gebruiken voor twee doelen. Het eerste doel is het testen van de Handreiking met gemeentes en provincies door het uitvoeren van de nulmeting en het doorlopen van de systematiek door alle schalen.
Doel is hieruit te leren: waar lopen we tegenaan? Waar zijn aanscherpingen nodig, et cetera. Zijn we met onze groenpercentages en richtlijnen op de goede weg? Parallel daaraan gaan we van start met het tweede doel, namelijk om, daar waar nodig, zowel verbredend als verdiepend verder te werken aan Handreiking. In de Handreiking staan op diverse plaatsen paarse teksten. Dit zijn mogelijke acties die onderdeel zijn van de leeragenda voor de doorontwikkeling van de Handreiking. Deze punten worden niet allemaal tegelijk opgepakt en ook niet alleen door het Rijk. Samen met (betrokken) gemeentes en provincies kijken we wie welke taken daarin het beste op kan gaan pakken en op welke termijn.
1.9
Leeswijzer
De Handreiking is grofweg onder te verdelen in drie delen: In het eerste deel (hoofdstuk 2) worden nut en noodzaak van de Groen in en om de stad opgave toegelicht. Er wordt ingegaan op de urgentie van de opgave: waarom is het belangrijk om niet alleen groenblauwe plekken in en om de stad te realiseren maar deze ook met elkaar te verbinden op verschillende schaalniveaus. Welke opgaves en functies kunnen er aan deze netwerken worden gekoppeld en hoe dragen die bij aan een leefbare, gezonde en groene stad voor mens, dier en planten? En tot slot wordt antwoord gegeven op wat de negatieve gevolgen kunnen zijn, wanneer we niet met de vergroeningsopgave aan de slag gaan. Het tweede deel (hoofdstuk 3 tot en met 5) geven uitleg over het borgingssysteem, dat deze Handreiking biedt aan gemeentes en provincies. In hoofdstuk 3 wordt toegelicht uit welke schaalniveaus de borgingssystematiek is opgebouwd en hoe deze niveaus in elkaar grijpen. Daarbij worden een aantal aandachtspunten van de borgingssystematiek uitgelicht. In hoofdstuk 4 wordt meer in detail uitgelegd hoe de borgingssystematiek per schaalniveau kan worden opgebouwd. We beschrijven welke kwalitatieve en kwantitatieve aspecten per schaalniveau vastgelegd moeten worden en hoe het bijbehorende meten en rekenen werkt.
Handreiking Groen in en om de stad | 10
In hoofdstuk 5 is beschreven hoe de borgingssystematiek geïmplementeerd kan worden door de uitvoering van een 0-meting en het cyclisch doorlopen van alle schaalniveaus. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de toepassing van de ‘standaard’ borgingssystematiek en het zelf invulling geven aan eigen groenpercentages en (aanvullende) kwalitatieve eisen en/ of parameters. In het laatste deel (hoofdstuk 6) geven we een stappenplan voor gebiedsontwikkelingen om met de borgingssystematiek in de hand effectief te vergroenen. In de bijlage bij deze Handreiking is een zo volledig mogelijk overzicht van subsidies en andere regelingen, die kunnen bijdragen aan het vergroenen van stedelijk gebied opgenomen.
Leidse Ommelanden, nieuw natuur/recreatiegebied bij Leiden (bron: Arcadis).
Handreiking Groen in en om de stad | 11
Ontwerp voor herontwikkeling en vergroening Amsterdamse Poort- Amsterdam (bron: Arcadis).
2 Groen in en om de stad 2.1
Aquaduct A4 Delft - Schiedam, een belangrijke recreatieve verbinding over de verdiepte A4 (bron: Arcadis)
Groen(blauwe) netwerken
Verschillende voordelen van groen laten zich meestal goed combineren. Door een slimme inrichting kunnen groenblauwe plekken in de stad multifunctioneel worden ingezet, waardoor verschillende voordelen worden behaald door een enkelvoudige ingreep (MOOI NL, 2024). Door te gaan denken in netwerken en de groenblauwe plekken, variërend van groene tuinen en plantsoenen in de straat tot groene wiggen tussen stad en buitengebied met elkaar te verbinden tot een geheel, worden de positieve effecten van groenblauw verhoogd en robuuster. Zo spelen netwerken een belangrijke rol bij het verbinden van biotopen voor flora en fauna, het faciliteren van prettige loop- en fietsverbindingen, wordt de stad beter gekoeld en kan overtollig regenwater middels een slimme waterberging vastgehouden worden of geleid worden naar plekken in de stad waar het de ruimte heeft om te infiltreren. Ieder schaalniveau kan zijn eigen functie hierin vervullen. Meer over de meerwaarde van groen bekeken vanuit verschillende soorten netwerken in de volgende paragraaf.
Handreiking Groen in en om de stad | 12
Verbinden van plekken tot een groter geheel
Verbinden van verschillende schalen Verbeteren fysieke en mentale gezondheid
Verbinden van systemen
Faciliteren van routes
Verbinden van biotopen
Verhogen sociale cohesie Koelen
Lucht zuiveren
Behouden en doorontwikkelen van historische landschappelijke structuren en kernkwaliteiten van het gebied Vitalere bodems
Selectie kansen vanuit het oplossend vermogen van groenblauwe netwerken (bron: MOOI NL, 2024).
2.2 Waar draagt groen aan bij? Groen draagt bij aan een zacht mobiliteitsnetwerk Gezonde stedelijke groen(blauwe) structuren bevorderen het kiezen voor lopen en fietsen en vormen daarmee de basis voor een verandering in vervoerswijze (modal shift) (MOOI NL, 2024). Gezonde mobiliteit zoals lopen, fietsen en het gebruik van openbaar vervoer, heeft een positief effect op de gezondheid van de mens en op de milieukwaliteit. Dit blijkt uit een verkenning van het RIVM naar de effecten van minder auto’s, meer ruimte om te bewegen en meer groen (RIVM, 2023). Zo zorgen maatregelen voor minder autoverkeer in de wijk, voor minder geluid en een betere luchtkwaliteit. Ook bewegen mensen meer doordat ze in een groene omgeving vaker fietsen en lopen. Gezonde mobiliteit wordt gestimuleerd door de leefomgeving gezond te ontwerpen en in te richten. Een voorbeeld van gezonde mobiliteit is een groene woon- en werkomgeving, die uitnodigt tot wandelen of fietsen. Ook zorgt meer fietsen en lopen voor minder gebruik van de auto, waardoor de druk van de auto op het stedelijk gebied verminderd en er meer ruimte ontstaat voor groen en ruimtelijke kwaliteit (versmallen en verdwijnen van rijbanen voor de auto).
Groen draagt bij aan een gezond netwerk Gezonde stedelijke groen(blauwe) structuren nodigen uit tot bewegen en dragen bij aan het creëren van gezonde leefomstandigheden (MOOI NL, 2024). Mensen, die in een groene omgeving wonen, hebben minder vaak last van hart- en vaatziekten, overgewicht of diabetes. Ook hebben ze vaak een betere mentale gezondheid. Zo bevordert de aanwezigheid van groen herstel bij onder andere stress, depressie en angsten. Groen nodigt uit om te bewegen en sporten, waardoor gezond gedrag wordt gestimuleerd. Ook draagt groen bij aan het verminderen van schadelijke milieufactoren, zoals geluidsoverlast. (RIVM, 2022). Wijken waar de kwaliteit van het groen door onafhankelijke beoordelaars als beter wordt beoordeeld, boeken ook betere resultaten. Bewoners voelen zich gezonder en brengen veel minder vaak een bezoek aan de dokter. Groen heeft ook een sterk effect op kinderen. Zo hebben kinderen in groene wijken bijvoorbeeld vijftien procent minder vaak last van overgewicht. Dergelijke verbanden bleken herhaaldelijk het sterkst te zijn binnen kansarme groepen. Kinderen in arme groene wijken krijgen bijvoorbeeld 10 procent minder vaak Ritalin voorgeschreven dan kinderen in even arme, maar duidelijk minder groene wijken (WUR, 2018). Mensen die beter in hun vel zitten en minder last van stress hebben, zijn gezonder en productiever.
Dit draagt aanzienlijk bij aan de maatschappelijke baten van het investeren in groen.
Handreiking Groen in en om de stad | 13
Groen draagt bij aan een sociaal netwerk Gezonde stedelijke groen(blauwe) structuren zijn sociaal en interactief, inclusief en toegankelijk, en veilig en zonder zorgen (MOOI NL, 2024). Ontmoetingsplekken met groen waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten dragen bij aan de sociale cohesie. Doordat inwoners elkaar in een fijne openbare groene ruimte kunnen ontmoeten wordt de sociale cohesie in een wijk vergroot. Buurten waar de bewoners meer contact hebben, hebben doorgaans minder last van verloedering, overlast en criminaliteit (Vreke et al, 2010).
Groen draagt bij aan een herkenbaar netwerk Gezonde stedelijke groen(blauwe) structuren zijn aantrekkelijk en herkenbaar met een sterke identiteit en een educatieve waarde (MOOI NL, 2024). Enerzijds gaat het over het meegeven van identiteit, waardoor de structuur herkenbaar wordt. Anderzijds gaat het over het verhaal van de plek vertellen. Groen kan hieraan bijdragen door het aansluiten bij de historie van een gebied of locatie. Denk bijvoorbeeld aan het herstellen van een singel, of het opnieuw ruimte maken voor een vroeger bestaand park, maar ook aan het laten staan van oudere houtsingels of heggen of aan het laten liggen van watergangen in nieuw te ontwikkelen woonwijken. Door voort te bouwen op de positieve aspecten van de identiteit van de plek, ontstaat meer herkenning en eigenaarschap.
Groen draagt bij aan een klimaatadaptief netwerk Gezonde stedelijke groen(blauwe) structuren zijn verkoelend, robuust en schoon (MOOI NL, 2024). Als gevolg van klimaatverandering, verandert het Nederlandse weerpatroon. Er zullen meer lange perioden van droogte zijn, die vervolgens weer worden afgelost met grote hoeveelheden regen in vaak korte tijd. In steden is soms tot wel 70 procent van het oppervlak bebouwd en bestraat, en dit kan in de binnenstad en op bedrijventerreinen oplopen tot wel 90 procent. Door alle verharding krijgt het water nauwelijks kans om de bodem in te zakken (WUR, 2018). Groen zorgt voor verbeterde infiltratie- en bergingscapaciteit van de bodem. Naast verminderde wateroverlast, draagt dit ook bij aan de oplossing van de droogteproblematiek. In groene gebieden kan water vrij in de bodem infiltreren, opgenomen worden door vegetatie en verdampen én het grondwater aanvullen. Meer groen in tuinen, op bedrijfsterreinen en in de openbare ruimte zorgt ervoor dat het regenwater wordt vastgehouden en geborgen op de plek waar het valt (NKWK, 2021). Naast een verhoogde infiltratie- en bergingscapaciteit, draagt groen ook bij aan het koel(er) houden van de gebouwde omgeving (Kluck, J. et al. 2020). Dit is noodzaak, want door de steeds vaker voorkomende hittegolven neemt hittestress in de stad toe.
De stad warmt op vanwege de grote hoeveelheden verhard oppervlak en heeft onvoldoende mogelijkheden om goed te kunnen koelen. Deze extreme hitte bedreigt kwetsbare groepen zoals ouderen, jonge kinderen en langdurig zieken, maar ook de weerbaarheid van ecosystemen in de stad neemt af. Groen zorgt voor de afname van hittestress door het grote koelend vermogen (mits voldoende water beschikbaar) en het creëren van schaduw door bomen (WUR, 2018).
Groen draagt bij aan een ecologisch netwerk Gezonde stedelijke groen(blauwe) structuren zijn kwalitatief en verbonden (MOOI NL, 2024). Natuur is overal, ook in de stad. Een goede biodiversiteit is een voorwaarde om het voortbestaan van vele soorten te kunnen garanderen en biedt vele kwaliteiten. Door de stad te benaderen als ecosysteem met een grote verscheidenheid aan natuurtypen die onderling verbonden zijn, kan de stad een belangrijk leefgebied worden voor veel soorten. Door het toepassen van ecologisch beheer in publiek en privaat groen dragen burgers, bedrijven en de lokale overheid bij aan het behoud van bijzondere en bedreigde soorten zoals bijvoorbeeld wilde bijen. Deze bijzondere soorten vragen meer dan een standaardgazon; ze willen liever een gevarieerde biotoop met veel inheemse planten (IVN). Hiervoor geldt dat hoe dichter stakeholders betrokken zijn bij de totstandkoming èn hoe meer ze zich dus mede-eigenaar voelen van het ecologische netwerk, hoe duurzamer deze natuur behouden wordt door het grote draagvlak.
Handreiking Groen in en om de stad | 14
2.3 Niet vergroenen heeft negatieve gevolgen Het niet vergroenen van een stad of de omgeving van een stad kan verschillende negatieve consequenties met zich meebrengen, zowel op het gebied van milieu als op het gebied van de levenskwaliteit. Denk bijvoorbeeld aan: • Hittestress. Een gebrek aan groen in stedelijke gebieden kan leiden tot het zogenaamde ‘hitte-eilandeffect’, waarbij steden warmer worden dan omliggende landelijke gebieden (Kluck et al, 2020). Dit komt doordat verharde oppervlakken zoals beton en asfalt warmte vasthouden en uitstralen. Daarnaast kan een tekort aan groen en de schaduw en verdamping die gepaard gaan met groen tot hogere (gevoels)temperaturen leiden. Hoge temperaturen kunnen de gezondheid van mensen beïnvloeden en leiden tot een verhoogd energieverbruik voor koeling. Meer groen geeft schaduw en verdamping, waardoor de stad koeler blijft en geeft koele verblijfsplekken en routes, waardoor de leefbaarheid en gezondheid gewaarborgd blijven tijdens warme periodes. • Luchtverontreiniging. Een gebrek aan groene ruimten kan de luchtkwaliteit in steden verslechteren. Bomen en planten spelen een cruciale rol bij het filteren van verontreinigende stoffen uit de lucht en het produceren van zuurstof (Pronk en Van Dijk, 2008).
Zonder voldoende groen kunnen stedelijke gebieden gevoeliger zijn voor luchtverontreiniging, met nadelige gevolgen voor de gezondheid van de bewoners. • Verlies van biodiversiteit. Stedelijke ontwikkeling en beheer zonder aandacht voor groenvoorzieningen kan leiden tot habitatverlies en een afname van de biodiversiteit. Veel planten- en diersoorten zijn afhankelijk van groene ruimten voor hun overleving. Het verdwijnen van deze gebieden kan leiden tot een afname van de diversiteit aan flora en fauna in de stad (Mata et al, 2023). • Waterbeheerproblemen. Een gebrek aan groen kan leiden tot waterafvoerproblemen en overbelasting van rioleringssystemen, met mogelijke overstromingen en schade als gevolg (KNMI, 2021). Groene gebieden zoals parken en tuinen helpen bij het infiltreren van regenwater en verminderen het risico op wateroverlast. • Economische schade. Het gebrek aan groen in stedelijke gebieden kan aanzienlijke economische schade veroorzaken. We zetten dit verhaal sterk neer omdat juist op economisch vlak groen vaak geen harde claim kan leggen terwijl dit wel zou moeten. Denk bijvoorbeeld aan gezondheidskosten. Een gebrek aan groen wordt geassocieerd met een slechtere luchtkwaliteit, beperkte mogelijkheden voor lichaamsbeweging en verhoogde stressniveaus (Hiemstra et al, 2019).
Deze factoren kunnen leiden tot een toename van gezondheidsproblemen zoals ademhalingsaandoeningen, obesitas, en mentale gezondheidsproblemen. Hogere ziektekosten kunnen een last vormen voor de samenleving en het gezondheidszorgsysteem. Of bijvoorbeeld productiviteitsverlies. Onderzoek heeft aangetoond dat toegang tot groene ruimten het welzijn van werknemers bevordert en de productiviteit verhoogt. Werknemers die in de buurt van groen wonen of werken, ervaren over het algemeen minder stress en vermoeidheid, wat de algehele arbeidsproductiviteit ten goede komt (Spijker et al, 2022). Maar ook verminderde vastgoedwaarde (Bos en Vogelzang, 2018). Gebieden met weinig groen en beperkte toegang tot groene ruimten kunnen minder aantrekkelijk zijn voor vastgoedinvesteringen. Mensen geven vaak de voorkeur aan woonwijken met groenvoorzieningen, en het ontbreken daarvan kan de vastgoedwaarde negatief beïnvloeden. Of toenemende energiekosten. Gebrek aan bomen en andere vegetatie kan leiden tot hogere temperaturen in stedelijke gebieden. Dit kan leiden tot een toename van het energieverbruik voor koeling, wat resulteert in hogere energiekosten voor zowel huishoudens als bedrijven (TNO, 2021). Daarnaast kunnen verhoogde kosten voor waterbeheer ontstaan.
Het ontbreken van voldoende groen kan leiden tot wateroverlast (met gevolgschades aan gebouwen en infrastructuur tot gevolg), bodemerosie en verminderde waterkwaliteit. Groene ruimten spelen een cruciale rol bij het reguleren van de watercyclus. Het beheer van dergelijke problemen kan aanzienlijke kosten met zich meebrengen voor lokale overheden.
Handreiking Groen in en om de stad | 15
• Lagere kwaliteit van leven. Het ontbreken van groen kan resulteren in een lagere levenskwaliteit, aangezien inwoners minder toegang hebben tot plekken om te ontspannen, te sporten en te genieten van de natuur (RIVM, 2022). Het niet meegroeien van groen met de woningbouwopgave in de verdichtende steden en dorpen heeft een vergelijkbaar effect, met meer potentiële gebruikers voor dezelfde hoeveelheid recreatief groen. Groen draagt bij aan de esthetische waarde van een stad en omgeving en biedt recreatieve mogelijkheden. • Psychologische impact. Een gebrek aan groen in stedelijke gebieden kan bijdragen aan stress, angst en andere psychologische problemen (WHO, 2021). Groene omgevingen hebben een positief effect op de mentale gezondheid. Kortom, het niet functioneel vergroenen van een stad en de omgeving van de stad kan leiden tot een aantal problemen die variëren van economische, milieu- en gezondheidsproblemen en een verminderde kwaliteit van leven. De benoemde problemen en schades zullen zeer hoge kosten met zich mee brengen. Deze schadekosten zijn vele malen hoger dan de kosten voor het tijdig investeren in een groene en gezonde stad. Het is daarom van groot belang dat steden streven naar en duurzame en groene stadsplanning om negatieve consequenties te voorkomen.
2.4 Groen is een groeiende opgave Het hebben van voldoende functioneel groen per inwoner komt meer en meer onder druk te staan. Tot 2030 is het streven om 900.000 extra woningen te bouwen en na 2030 nog eens 1 miljoen extra woningen. Deze opgave moet voor een groot deel binnenstedelijk opgelost worden, wat goed moet worden afgewogen met de vergroeningsambities. Naast de ruimte die nodig is om de woningen te bouwen, wordt ook door de verdichting de vraag naar recreatiemogelijkheden groter. Tegelijkertijd blijft het klimaat veranderen, wat een nog grotere ruimtevraag met zich meebrengt. (MOOI NL, 2024)
2.5 De juiste vegetatie op de juiste plek Groen aanleggen vraagt om een zorgvuldige afweging: waar kan het, met welke bodem en ondergrond heb je te maken en hoe wordt het groen straks gebruikt? Groen aanleggen begint met het vaststellen waar überhaupt wat voor een soort groen kan worden aangeplant. Daarbij moet rekening gehouden worden met onder andere omgevingsplannen, omgevingsinrichting, recreatie en cultuurhistorische (landschappelijke) waarden. Het is belangrijk om onze steden in te richten met functioneel groen. Dat betekent dat we voor elke specifieke locatie de juiste keuzes moeten maken, waarbij rekening wordt gehouden met onder andere de bodem(opbouw), de ondergrond en licht- en vochtomstandigheden. Zo blijft de beplanting gezond, krijgen ziektes en plagen aanzienlijk minder kans en hoeven minder tot geen schadelijke chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt – wat het onderhoud en beheer ten goede komt. De keuze van het soort groen hangt daarnaast ook sterk samen met het gebruik van de groenvoorziening. In een multifunctionele groenvoorziening houdt je rekening met recreatiepaden en doorkijkjes, maar ook met natuurwaarden, biodiversiteit en klimaatbestendigheid. Een niet toegankelijke groenvoorziening vraagt om heel ander soort groen dan het groen in een groenvoorziening met speeltoestellen – waar het groen om een bepaalde mate van robuustheid vraagt.
Meer over de juiste vegetatie op de juiste plek vindt u hier.
Handreiking Groen in en om de stad | 16
Vergroening centrum Bodegraven (bron: Arcadis).
Handreiking Groen in en om de stad | 17
Visualisatie kansen voor vergroening en klimaatadaptatie Robert Fruinstraat Rotterdam (bron: Arcadis).
3 De opbouw en structuur van de borgingssystematiek In de vorige hoofdstukken zijn nut en noodzaak van de Groen in en om de stad opgave toegelicht. In dit hoofdstuk komen de structuur en de algemene uitgangspunten van de in hoofdstuk 1 aangekondigde borgingssystematiek voor Groen in en om de stad aan bod. De systematiek is geen vervanging of voorstel voor een absolute groennorm maar een set aan kwalitatieve en kwantitatieve eisen die samen zorgen voor een gezonde, groene stad. De borgingssystematiek normeert, bewaakt kwaliteit en biedt tegelijk voldoende ruimte voor maatwerk. Door op het juiste schaalniveau de juiste accenten te leggen is dat mogelijk. In dit hoofdstuk wordt toegelicht uit welke schaalniveaus de borgingssystematiek is opgebouwd en hoe deze niveaus in elkaar grijpen. Daarbij worden een aantal aandachtspunten van de borgingssystematiek uitgelicht. Het gaat hier om de verbinding met de Landelijke Maatlat voor Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving, de borgingssystematiek in relatie tot groen op openbaar en privaat terrein en groen in relatie tot nieuwbouw en bestaande bouw. Tot slot gaan we in dit hoofdstuk in op de relatie tussen basiskwaliteit natuur en schaalniveaus. In het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 4) wordt meer in detail uitgelegd hoe de borgingssystematiek per schaalniveau kan worden opgebouwd.
We beschrijven welke kwalitatieve en kwantitatieve aspecten per schaalniveau vastgelegd moeten worden en hoe het bijbehorende meten en rekenen werkt. We doen dat aan de hand van concrete voorstellen zodat helder is hoe een en ander werkt. Het is vervolgens aan elke gemeente (en daar waar relevant in samenwerking met de provincie)
Handreiking Groen in en om de stad | 18
individueel of ze de voorstellen één op één overnemen of dat ze aan de hand van de beschreven methode normen of eisen lokaal anders invullen. In hoofdstuk 5 is beschreven hoe de borgingssystematiek geïmplementeerd kan worden.
3.1
Werken met schaalniveaus
Wijken en buurten hebben hun eigen karakteristieke eigenschappen en lokale behoeften. In de systematiek worden daarom op ieder schaalniveau verschillende maatregelen voorgesteld om de kwaliteit en kwantiteit van groen te borgen. Iedere gemeente (en daar waar relevant in samenwerking met de provincie) heeft de ruimte en vrijheid om te bepalen welke specifieke maatregelen voor de eigen gemeente het best passend en bevorderend zijn in relatie tot de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen uit de systematiek. Voor een goede en integrale borging van groen en de daaraan gekoppelde doelstellingen geeft de systematiek kwalitatieve en kwantitatieve eisen op vijf schaalniveaus. Zo bouwen we verder op de aanpak door de schalen heen uit de Handreiking Groen en gezond leven in de stad van het programma Mooi Nederland. We onderscheiden de volgende schaalniveaus: • Groen in de straat • Groen in de buurt • Groen in de wijk • Groen in de stad • Groen om de stad, de regio Het niveau gebouw/perceel hebben we hierbij bewust buiten de borgingssystematiek gelaten. Niet omdat dit minder belangrijk is maar omdat het realiseren en borgen van groen op private gronden een heel andere aanpak vraagt dan de andere schaalniveaus. Bovendien is het datamanagement voor private gronden veel minder ver ontwikkeld dan voor openbaar gebied. Gemeenten hebben het groen op private gronden minder scherp in beeld.
Toch zit het bevorderen van privaat groen impliciet wel in de borgingssystematiek. Omdat groen op private gronden volwaardig mee telt in berekeningen van groenpercentages zal het stimuleren van privaat groen door gemeenten en ontwikkelaars en groenvoorzieners aantrekkelijk zijn. Hierover later in dit hoofdstuk meer. Een tweede duidelijke link tussen de borgingssystematiek en privaat groen loopt via de Landelijke Maatlat. Deze geeft richting aan groen aan en rondom gebouwen en is in de borgingssystematiek tevens gebruikt om de eisen aan het groen op buurtniveau vorm te geven. In de leeragenda nemen we de vraag op hoe gemeenten kunnen sturen op privaatgroen met als doelstelling om dit in de gepresenteerde borgingssystematiek beter te integreren. Waar we op het niveau van tuin, straat of buurt vooral werken op basis van de menselijke maat en dus direct sturen op leefbaarheid, gezondheid en het groen dat mensen dagelijks zien, vraagt het stadsniveau om regie op grote ecologische structuren en een zorgvuldige aansluiting van regionaal recreatief groen op de stedelijke structuur. Alleen wanneer we op elk schaalniveau weten wat we moeten regelen en er ook voor zorgen dat de schaalniveaus in elkaar grijpen op het gebied van normen, regels en middelen dan gaat groen maximaal bijdragen aan de doelstellingen.
Zo werkt een kwantitatieve groennorm op wijkniveau door op het groen op buurtniveau, omdat alle buurten samen moeten voldoen aan de wijknorm. Alle wijken samen vormen weer de stad waardoor ook op stadsniveau een kwantitatieve wijknorm relevant is. Kwalitatieve eisen hebben hun doorwerking op eenzelfde wijze door de schaalniveaus heen. Door op stadsniveau op basis van de opbouw van ecologische kennis een groenstructuur vast te leggen, weten we op buurtniveau vanuit die structuur welke soorten beplanting en welke ecologische waarden relevant zijn om in een project op te nemen. De afbeelding op de volgende pagina maakt de samenhang tussen de schaalniveaus visueel.
Handreiking Groen in en om de stad | 19
Overzicht Handreiking Groen In en Om de Stad Gebouw / perceel
Gebouw/perceel
Menselijke maat
Stimuleer verduurzaming en vergroening • Landelijke maatlat • Natuurinclusiviteit • Ontsteende tuinen
Straat
Buurt Buurt
Stimuleer verduurzaming en vergroening • Landelijke maatlat • Natuurinclusiviteit • Ontsteende tuinen
Stuur op kwaliteit van de leefomgeving • Zicht op continue groenvoorziening • Maatwerk per straat • Stimuleren diversiteit leefomgeving • Natuurinclusiviteit Stuur op kwaliteit van de leefomgeving • Zicht op continue groenvoorziening Stuur op kwaliteit • Maatwerk per straat van dediversiteit gemeenschap • Stimuleren leefomgeving • Landelijke maatlat • Natuurinclusiviteit
• Koele verblijfsplek 200 m2 • Groene ontmoetingsplek
Wijk
Stuur op kwaliteit van de gemeenschap • Landelijke maatlat • Koele plek 200 m2 • Groene ontmoetingsplek
Sturen op kwaliteit • Kwantitatief normeren
Wijk
Sturen op kwaliteit • Kwantitatief normeren
Stad
Stuur op systeem • Groenstructuurplan • Opgave per wijk stellen
Stad
Stuur op systeem • Groenstructuurplan • Opgave per wijk stellen
Regio
Systeem
Regio
Stuur op systeem • Focus op verbindingen met (groen, natuur, Stuur op buitengebied systeem • Focus oprecreatief) verbindingen met buitengebied (groen, • recreatief) 350-500 m2 groen per woning natuur, per straal van 5 km • 350-500binnen m2 groen een woning
Handreiking Groen in en om de stad | 20
3.2 Specifieke aandachtspunten borgingssystematiek De borgingssystematiek in relatie tot de Landelijke Maatlat Om te kunnen sturen op doelen en op reeds breed gedragen uitgangspunten is een belangrijk basisdocument waarop we de systematiek en richtlijnen voor de borging van Groen in en om de stad baseren de Landelijke Maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. De Landelijke Maatlat maakt duidelijk hoe groen en klimaatadaptief bouwen en inrichten eruitziet en biedt houvast voor overheden en partijen voor nieuwbouw. In de borgingssystematiek stellen we voor de Landelijke Maatlat uitdrukkelijk ook toe te passen in de bestaande stad omdat de inhoudelijke doelen en eisen daar zeer geschikt voor zijn. Het instrument beschrijft doelen en prestatie-eisen, en geeft richtlijnen voor nieuwbouw op de thema’s wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit, bodemdaling en gevolgbeperking overstromingen. Deze thema’s in de Landelijke Maatlat hebben een sterke relatie met groen. Zo kan groen positief bijdragen aan biodiversiteit, hitte, wateroverlast en droogte. De Landelijke Maatlat spreekt daarom de voorkeur uit voor (waar mogelijk) groene oplossingen. Hiermee geeft de Landelijke Maatlat een landelijk uniform referentiekader waarmee projecten klimaatbestendig én groen kunnen worden uitgevoerd.
Ondanks dat het thema gezondheid hier niet expliciet wordt benoemd, dragen de meeste ingrepen vanuit de Landelijke Maatlat wel degelijk bij aan de basis van een gezonde leefomgeving (mentaal en fysiek). In de borgingssystematiek zijn de aspecten leefbaarheid, gezondheid, biodiversiteit en groen in het algemeen nog sterker aangezet en vastgelegd. De Landelijke Maatlat schrijft geen concrete/verplichte maatregelen of ontwerpprincipes voor om tot de doelstellingen te komen. Zo kunnen overheden samen met bouwende partijen zelf een goede afweging maken over de te nemen maatregelen in een gebied of project. Daarmee blijft er ruimte voor innovatie en slimme oplossingen vanuit de markt. De Landelijke Maatlat is momenteel nog niet wettelijk verplicht. Er zijn bestuurlijke afspraken over de toepassing ervan en we (het Rijk) verkennen op dit moment (voorjaar 2024) met betrokken partijen de mogelijkheden voor juridische borging. Voor nu geeft de Landelijk Maatlat duidelijkheid over wat er van nieuwbouw verwacht wordt op het gebied van klimaatadaptief bouwen en inrichten. Afwijking borgingssystematiek ten opzichte van de Landelijke Maatlat De borgingssystematiek wijkt op één technisch punt af van de Landelijke Maatlat.
In de Landelijke Maatlat wordt een groenpercentage op buurt- of wijkniveau bepaald door alle openbare en private groene oppervlakken inclusief de oppervlakte van boomkronen bij elkaar op te tellen. De borgingssystematiek beschouwt de oppervlakte aan boomkronen apart mede om zo schaduweisen te kunnen toetsen. Andere redenen om boomkronen apart te beschouwen: • Op het moment van schrijven werkt het Norminstituut bomen aan een norm voor bomen en boomkronen en -volume. Het is goed deze norm in een later stadium te koppelen aan een groennorm voor vlakken, daken en gevels.
Groen op openbaar en privaat terrein De borgingssystematiek neemt groen op zowel openbaar als privaat terrein mee in de normen en berekeningen. Concreet betekent dit dat groen op openbaar en privaat terrein één-op-één meetelt in het aandeel groen in en om de stad. Een groot gedeelte van de stad bestaat uit privaat terrein. Om groenstructuren en de leefbaarheid in en om de stad te behouden en versterken, is het noodzakelijk zowel groen in de openbare als private ruimte mee te nemen en te optimaliseren. Privaat groen telt volwaardig mee, maar zal niet op eenzelfde wijze als openbaar groen genormeerd en aangepakt kunnen worden. Tegelijk is het goed dat we ons realiseren dat het niet sturen op privaat groen ertoe kan leiden dat we op openbaar gebied stappen vooruitzetten terwijl er op private gronden een tegenbeweging kan plaatsvinden die de positieve effecten, die in openbaar gebied behaald worden, dempt.
Handreiking Groen in en om de stad | 21
Meten van privaat groen Daar waar het openbaar groen goed is vastgelegd in de Basisregistratie Gemeentelijke Topografie (BGT) zijn er geen eenduidige basisbestanden waarin privaat groen wordt geregistreerd. Toch is het relatief simpel om privaat groen vrij nauwkeurig in beeld te brengen. Dit kan met behulp van actuele luchtfoto’s, satellietbeelden en data vanuit de BGT. In de uitwerking van de borgingssystematiek in hoofdstuk 4 beschrijven we in detail hoe dit werkt. Normeren, stimuleren en afdwingen Het zal duidelijk zijn dat het niet zomaar mogelijk is privaat groen te koppelen aan een harde kwantitatieve afdwingbare norm. In veel gevallen zal informeren en stimuleren van vergroenen bij bewoners en eigenaren meer voor de hand liggen. De meeste eisen en normen in de borgingssystematiek zijn dus toegespitst op openbare gebied, maar waar mogelijk wordt ook winst op private terreinen gezocht. Ook is het goed op te merken dat het zeer lokaal bepaald is op welke wijze privaat groen zich manifesteert en hoe hierop gestuurd kan en moet worden. Elk wijktype kent op dit gebied zijn eigen karakteristiek. Immers een villawijk met grote en verhoudingsgewijs vaak groene percelen is in dit kader onvergelijkbaar met een compacte, meer versteende volkswijk.
De vraag of het private groen in een nieuwbouwsituatie of de bestaande stad ligt is ook fundamenteel wanneer we beleid willen maken voor vergroening. Voor nieuwbouw zijn er meer mogelijkheden om te sturen. Wel kan nog opgemerkt worden dat door het feit dat privaat groen onderdeel is van de borgingssystematiek het voor gemeenten loont om het vergroenen van private terreinen te stimuleren. Alleen dit feit is al winst.
De borgingssystematiek en het tijdspad bij nieuwbouw en bestaande bouw De vraag of een project of ontwikkeling nieuwbouw betreft of bestaande stad heeft invloed op de invulling van de borgingssystematiek en/of het tijdspad om de beoogde doelen te behalen. We onderscheiden op hoofdlijnen drie situaties: 1 Bestaande stad, waarbij geen nieuwbouw wordt gepleegd. 2 Inbreiding, waarbij in een bestaande wijk nieuwbouw wordt gepleegd. 3 Uitbreiding, waarbij geen bestaande stad aanwezig is (en er meestal landbouwgrond wordt omgevormd). Bestaande stad Voor bestaande bouw is het niet haalbaar de kwalitatieve en kwantitatieve eisen uit de borgingssystematiek in één keer te realiseren. Wel is het erg belangrijk een duidelijk tijdspad te definiëren waarin de doelen gehaald moeten worden. We adviseren hierbij het realiseren van de borgingssystematiek te koppelen aan geplande reconstructies of groot onderhoud in buurten of wijken. Zo wordt er zorgvuldig omgegaan met maatschappelijke kosten en is het mogelijk de overlast van projecten tot een minimum te beperken. Het feit dat bij een reconstructie direct het areaal aan verharding wordt verminderd en het aandeel groen wordt verhoogd, maakt het mogelijk budgetten die vrijkomen uit afschrijving van verhardingen toe te delen aan groen.
Wel geldt voor de bestaande bouw een harde einddatum van 2050 als het gaat om de doelstelling klimaatneutraal (EU klimaatneutraal). Dit ligt in lijn met de Europese Green Deal en de Nationale Aanpak Klimaatadaptatie. Nieuwbouw (inbreiding) Voor nieuwbouw zijn de kwalitatieve en kwantitatieve eisen uit de borgingssystematiek direct geldig. Wat betreft de kwantitatieve eisen aan het percentage groen op wijkniveau geldt dat deze onverkort gelden voor elke inbreiding op wijk- of buurtniveau ofwel elk nieuwbouwproject krijgt de eisen mee vanuit de wijk waarin de nieuwbouw zich bevindt. Hierbij hanteren we de minimale eis uit de borgingssystematiek. Daarbovenop geldt de eis dat het huidige groenpercentage op buurtniveau waarin de nieuwbouw zich bevindt nooit omlaag mag gaan. Met andere woorden, is het bestaande groenpercentage hoger dan de eis uit de borgingssystematiek dan is het bestaande percentage de eis. Dit wordt later verder toegelicht bij de uitwerking van de borgingssystematiek. Daarnaast maken we de opmerking dat het heel goed zou kunnen dat het uiteindelijk gerealiseerde percentage groen bij inbreiding hoger ligt dan de minimaal meegeven kwantitatieve eis uit de borgingssystematiek omdat er anders niet aan de
Handreiking Groen in en om de stad | 22
kwalitatieve eisen kan worden voldaan, bijvoorbeeld doordat er meer groen nodig om aan de opgave voor klimaatadaptatie te voldoen. De kwantitatieve opgave op wijkniveau kan daardoor niet leidend blijken te zijn voor de totale groenopgave. Nieuwbouw (uitbreiding) Ook hier zijn kwalitatieve en kwantitatieve eisen van de borgingssystematiek direct geldig maar is het wat minder makkelijk een groenpercentage op wijkniveau mee te geven. In de bestaande stad en bij inbreiding wordt het groenpercentage gekoppeld aan een kenmerkend wijktype volgens de Klimaateffectatlas. Voor nieuwbouwlocaties is voor nu het advies om op basis van kenmerken zoals woningdichtheid en ruimtelijke opbouw een te halen groenpercentage mee te geven dat overeenkomt met een wijktype uit de Klimaateffectatlas dat het dichtste bij komt. Onderdeel van de leeragenda is om (ook voor de bestaande stad) de genormeerde groenpercentages te gaan koppelen aan ruimtelijke kenmerken van een wijk in plaats van sec aan een wijktype. Dat maakt de toepassing van de borgingssystematiek makkelijker. Voor uitbreidingswijken is het realistisch de streefwaarde uit de borgingssystematiek als minimum aan te houden omdat er geen beperkingen zijn vanuit bestaande woningen of infrastructuur.
In de leeragenda willen we ook onderzoeken of voor nieuwe wijken (buiten de bestaande stad) meer ambitieuze groenpercentages wenselijk en haalbaar zijn.
De borgingssystematiek, schaalniveau en basiskwaliteit natuur (BKN) In de hoofdstukken 4 en 5 wordt de aanpak om binnen een gemeente tot een borgingssystematiek te komen toegelicht aan de hand van de schaalniveaus van klein (straat) naar groot (regio). De volgorde in de schalen is daarbij een praktische keuze omdat we denken dat het de methode begrijpelijker maakt. De volgorde in schalen zegt dus niets over de werkwijze in een project of over de waarde die we aan een schaal toekennen. Uiteindelijk doorloop je als gemeente alle schalen één keer om de borgingssystematiek op te stellen (nb: wanneer nieuwe data en inzichten aan de systematiek worden toegevoegd is het voor een goede doorwerking noodzakelijk alle schalen opnieuw te doorlopen). Nadat dit is afgerond gebruik je de borgingssystematiek voor elk project als toetsingskader en geef je het als set van eisen binnen een project mee. Elk project krijgt vervolgens dus eisen mee vanuit alle schaalniveaus. Zo zul je in een project op buurtniveau: • Ook moeten voldoen aan de eisen op het lagere straatniveau. • Moeten voldoen aan de eisen vanuit de wijk waarin de buurt ligt. • Eisen meekrijgen vanuit de grotere schalen op het gebied van bijvoorbeeld ecologie, biodiversiteit en recreatie. Bovenstaande toelichting is specifiek belangrijk voor de borging en ontwikkeling van een goede basiskwaliteit natuur (BKN).
Bij het inrichten van de borgingssystematiek is het nodig inzicht te krijgen in de (on)mogelijkheden voor groen en natuur in een gebied. Dit doe je vanuit de grotere schaal op basis van een gebiedsanalyse en groenstructuurplan. Elke project op een lagere schaal haalt dus eisen op uit deze overkoepelde analyse en plannen. Bij de uitwerking van het stedelijk en regionaal schaalniveau gaan we wat dieper in op de borging van BKN. In de Leeragenda nemen we een actie op voor het bepalen van stadslandschappen. De doelstelling daarbij is om minimaal een Basiskwaliteit Natuur te behouden en/of te bereiken door op het onderdeel ecologie specifieke kwaliteitseisen op het gebied van natuur en ecologie in een project mee te geven.
Handreiking Groen in en om de stad | 23
Visualisatie ontwerp Spoorzone Eerbeek (bron: Arcadis).
4 De systematiek en richtlijnen voor borging van Groen in en om de stad In dit hoofdstuk laten we zien op welke wijze de borgingssystematiek normeert en reguleert per schaalniveau. We laten per schaalniveau zien welke kwalitatieve en kwantitatieve eisen gesteld kunnen worden. We doen dit steeds aan de hand van een concreet voorstel zoals een groenpercentage per wijktype of een schaduwpercentage per buurt. We laten zien welke keuzes daarbij horen en op welke wijze data verzameld en beheerd moet worden. We doen expliciet een voorstel zodat gemeenten en provincies die minder tijd, kennis of capaciteit hebben om tot specifiekere eigen groenpercentages en (aanvullende) kwalitatieve eisen en/ of parameters te komen direct aan de slag kunnen. Gemeenten, die lokaal invulling willen geven aan de borgingssystematiek en eisen willen bijstellen, nemen we in hoofdstuk 5 verder mee in een gestructureerde aanpak om dat te doen.
Handreiking Groen in en om de stad | 24
4.1
De borgingssystematiek in het kort
Menselijke maat
Straat
Zicht op continue groenvoorziening
Buurt
Geen afname groen
Koele verblijfsplek
30-40% schaduw
Wijk
Minimum percentage groen
Streefpercentage groen
Stad
Groenstructuurplan, water- en bodemsturend
Systeem
Regio
350-500 m² groen om de stad per woning binnen een straal van 5 km