CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319455 Bijlage 1 PUK Badhuisweg CONCEPT 20241101 b.pdf

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd voorstel van het college inzake concept Plan Uitwerkingskader Badhuisweg 4 (RIS319455)15.953 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ook in Scheveningen geldt dat er een grote vraag naar woningen is. Nieuwbouw is hier onderscheidend ten opzichte van de bestaande voorraad, onder andere vanuit energetisch perspectief. En biedt een plek voor nieuwe doelgroepen en aan bewoners uit het stadsdeel Scheveningen. De ontwikkeling aan de Badhuisweg 4 biedt de kans om een nieuwbouwprogramma toe te voegen. Ten aanzien van de betaalbare woningen spannen we ons in voor de huisvesting van onmisbare beroepsgroepen.

De locatie Badhuisweg 4 bevindt zich niet in de hoofdwinkelstructuur. De locatie valt binnen bestemmingsplan Scheveningen Badplaats en heeft de bestemming Gemengd-2. Daarbinnen is de woonfunctie toegestaan, ook op de begane grond.

6.5 Mobiliteit, Verkeer, en (fiets)parkeren Het vigerende mobiliteitsbeleid van de gemeente Den Haag heeft haar basis in de ‘Haagse Nota Mobiliteit’ (HNM) (2011; RIS 180762). De visie in de nota is er op gericht om van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken. Dit door er voor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. Gerichte investeringen in het openbaar vervoer en de fiets, goede voorzieningen voor voetgangers en een bundeling en ordening van het autoverkeer, moeten er voor zorgen dat reizigers de juiste keuzes kunnen maken. Sinds de vaststelling van deze nota heeft de gemeente Den Haag onder andere geïnvesteerd in het realiseren van nieuwe fiets(stal) voorzieningen, toegankelijkheid van het openbaar vervoer en het verkeersveiliger maken van wegen en kruispunten. Den Haag krijgt de komende decennia echter te maken met opgaven, zoals stedelijke verdichting en meer inwoners waarvoor een andere kijk op mobiliteit nodig is. Om de mobiliteitseffecten als gevolg van deze ontwikkelingen te kunnen blijven borgen, heeft de gemeente Den Haag de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (RIS302361) en de Strategie mobiliteitstransitie Den Haag 2022 – 2040 (RIS310664) opgesteld.

In de Strategie Mobiliteitstransitie is gekozen voor een ander perspectief op het mobiliteitssysteem en op de bijbehorende mobiliteitsoplossingen. Er wordt uitgegaan van de visie om mobiliteit dienend te laten zijn aan de grotere opgaven van de stad, zoals leefbaarheid, brede welvaart, klimaatverandering en de woningbouwopgave. Daarmee is mobiliteit dus geen doel op zich. Deze strategie voor de mobiliteitstransitie verbindt ruimte, mensen, voertuigen en de organisatie van mobiliteit zo goed mogelijk met elkaar, zodat er meer kan worden gedaan op de schaarse oppervlakte van Den Haag om al het gemeentelijk beleid in de openbare ruimte mogelijk te maken. De blik van mobiliteit wordt daarmee verbreed naar bijvoorbeeld stadsontwikkeling,

verkeersmanagement, andere overheden en bedrijven. Daar liggen vaak ook oplossingen voor mobiliteitsknelpunten. Dat betekent – naast nieuwe ideeën – vooral ook een nieuwe manier van denken en werken. De strategie is opgebouwd uit vier thema’s met strategische keuzes en een gebiedsgerichte aanpak die invulling geven aan die keuzes. De vier thema’s zijn: De compacte stad: verplaatsingen die korter zijn in afstand, vinden meer te voet, op de fiets of met het ov plaats. In een compacte stad kan de huidige capaciteit van infrastructuur veel langer volstaan. De menselijke maat: mobiliteit heeft ook een sociale functie. Vanuit de specifieke behoeften en mogelijkheden van de reizigers in de stad worden oplossingen op maat geboden. Stadsvriendelijke vervoerswijzen: dit betreft duurzame mobiliteitsoplossingen die zo min mogelijk schade brengen aan mens en milieu en die ten dienste staan van het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte, bijvoorbeeld doordat ze minder fysieke ruimte innemen. De regionale context en mobiliteitshubs: oplossingen voor de mobiliteitstransitie kunnen op regionaal niveau onder andere worden gezocht in nieuwe mobiliteitsconcessies en met de ontwikkeling van multimodale vervoersknooppunten: zogeheten mobiliteitshubs.

De strategie voor de mobiliteitstransitie gaat uit van een gebiedsgerichte aanpak, met aandacht voor de specifieke kenmerken van buurten, wijken en de regio. De locatie Badhuisweg 4 ligt binnen het Mobiliteitsmilieu ‘Vooroorlogse stadswijken ‘. Voor de aandachtspunten en kansenkaart wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van de Strategie mobiliteitstransitie Den Haag 2022 – 2040 (RIS310664).

Ook het ontwerp van mobiliteitsvoorzieningen krijgt een andere benadering. We gaan uit van het STOMP-principe: Stappen-Trappen-Ov-MaaS1-Privéauto. Met andere woorden: bij het ontwerp van de openbare ruimte kiezen we in de eerste plaats voor de voetganger en fietser, gevolgd door het ov, deelmobiliteit en privéauto. Voetganger De voetganger is de meest kwetsbare deelnemer. Daarbij iedereen die een reis aanvangt of beëindigt, doet dat in beginsel als voetganger. Een van de strategische keuzes in de strategie Mobiliteitstransitie is om bij projecten in de openbare ruimte te beginnen met de positie van de voetganger. Dat betekent dat bij ingrepen in de openbare ruimte de ruimte voor andere functies of modaliteiten niet ten koste mag gaan van ruimte voor de voetganger. Er zijn voldoende brede trottoirs, trottoirs zijn toegankelijk voor mensen met een beperking en oversteken voor voetgangers zijn verkeersveilig vormgegeven. Fiets De fiets is een kansrijk alternatief voor autovervoer in Den Haag. We willen dat de fiets in 2040 het belangrijkste vervoermiddel is voor verplaatsingen in de stad. Daarvoor moeten de infrastructuur en mobiliteitsdiensten meegroeien met het toenemende aantal fietsers (Ruim baan voor de fiets, fietsstrategie Den Haag 2040, RIS302960).

De beschikbaarheid van gevarieerde stallingsruimte (bakfiets, e-bike, kratfietsen) bij de woning en plaats van bestemming blijkt bepalend of mensen kiezen voor de fiets. Het fietsverkeer krijgt vanwege het milieuvriendelijke karakter en de fysiek zwakkere positie ten opzichte van het gemotoriseerde verkeer, bijzondere aandacht in het Haagse mobiliteitsbeleid. Door het aanbieden van een aantrekkelijk hoogwaardig netwerk van veilige fietsroutes wordt het gebruik van deze vervoerswijze gestimuleerd. Binnen het stelsel van hoofdfietsroutes is een net van ‘sterroutes’

1

MaaS - Mobility as a Service - deelmobiliteitsconcepten

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

37

aangegeven. De sterroutes vormen de belangrijkste doorgaande routes die de woongebieden met het stadscentrum, de knooppunten van openbaar vervoer en het buitengebied verbinden. De locatie Badhuisweg 4 is gelegen aan de sterfietsroute Centrum - Scheveningen Bad: een snelle fietsroute vanuit de binnenstad, via de wijk Archipel en langs Madurodam en de Nieuwe Parklaan naar het Palaceplein.

met de Haagse binnenstad. Op een loopafstand van minder dan 100 meter ligt de bushalte Kurhausweg, waar zowel buslijn 21 Vrederust - Scheveningen Noord, buslijn 22 Rijswijk De Schilp - Duindorp als buslijn 23 Colijnplein/Kijkduin - Scheveningen Noord rijdt.

Openbaar vervoer Naast lopen en fietsen is het openbaar vervoer de derde vervoerswijze die bijdraagt aan de mobiliteitstransitie. Deze vervoerswijze is ruimte-efficiënt en schoon. In vergelijking met de privéauto kunnen met het openbaar vervoer veel meer reizigers vervoerd worden in milieuvriendelijke voertuigen. Het openbaar vervoer speelt daarmee een belangrijke rol als drager van ruimtelijke ontwikkelingen. Het dient te zorgen voor aantrekkelijke en snelle vervoerstromen tussen woon- en werklocaties, naar het centrum en andere belangrijke attractiepunten. De komende jaren staan binnen de gemeente Den Haag ingrijpende verbeteringen van het openbaar vervoer op stapel. Dat gebeurt aan de hand van de toekomstplannen van de MRDH voor het openbaar vervoer; de Schaalsprong OV. Voor de verbetering van de bereikbaarheid van de kuststrook met het openbaar vervoer, wordt voorgesteld om via de Raamweg zowel Scheveningen Bad als Scheveningen Haven en daarmee ook de Internationale Zone, beter te ontsluiten: de Koningscorridor. De locatie Badhuisweg 4 ligt op een gunstige locatie voor het openbaar vervoer. In de directe nabijheid liggen 2 tramlijnen en 3 buslijnen. Op een loopafstand van 200-250 meter liggen haltes van tramlijn 1 Delft Tanthof - Scheveningen Noord en tramlijn 9 Vrederust - Scheveningen Noord.

De dichtstbijzijnde halte is halte Circustheater (tramlijn 9) of halte Kurhaus (tramlijnen 1 en 9). Deze tramlijnen verbinden de locatie Badhuisweg met de stations Den Haag Centraal en Den Haag Holland Spoor en

38

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

deze manier zo makkelijk, comfortabel en slim mogelijk kan reizen en minder snel gebruik zal maken van de privéauto. Binnen de gemeente Den Haag zijn verschillende vormen van deelmobiliteit beschikbaar, zoals deelauto’s van verschillende aanbieders, deel(bak)fietsen en deelscooters. De gemeente Den Haag stimuleert het gebruik van deze vormen van slimme mobiliteit onder andere via het parkeer(normen)beleid en middels het faciliteren van locaties in de openbare ruimte waar deelmobiliteit kan worden gestald. In de omgeving van de locatie Badhuisweg 4 zijn diverse locaties aangewezen waar men deelauto’s of deelscooters kan parkeren. Autoverkeer Het gemotoriseerde verkeer wil de gemeente zoveel mogelijk ordenen en concentreren op een stelsel van goed ingepaste stedelijke en regionale hoofdwegen. Dit met voldoende capaciteit om een optimale doorstroming te waarborgen. Een vlotte doorstroming op de hoofdwegen zorgt ervoor dat het verkeer als vanzelf deze hoofdwegen kiest, waardoor de verkeersdruk op de woonwijken lager kan zijn. De hoofdwegen hebben een zodanige vormgeving en inpassing dat voldaan wordt aan de leefbaarheidseisen en milieunormen. In de woonwijken is doorgaand autoverkeer niet welkom.

MaaS - Mobility as a Service Met Mobility as a Service, ook wel mobiliteit op maat, is het via slimme diensten combineren van allerlei vormen van vervoer, om snel en eenvoudig van de ene bestemming naar de andere bestemming te reizen. Naast gebruik van openbaar vervoer of taxi, gaat het dan om het beschikbaar hebben van diverse vormen van deelmobiliteit. Dankzij een geïntegreerd systeem met een optimale gebruikservaring kan elke reiziger snel de voor haar/hem optimale combinatie van vervoersmiddelen vinden. Reizigers worden op deze manier verleid om vaker gebruik te maken van het openbaar vervoer of actieve mobiliteit. Uitgangspunt van dit systeem is dat de gebruiker op

De locatie Badhuisweg 4 is gelegen aan een kruispunt waar diverse wijkontsluitingswegen bij elkaar komen, te weten de Nieuwe Parklaan, de Badhuisweg, de Harstenhekweg en de Kurhausweg. De maximumsnelheid op een wijkontsluitingsweg is beleidsmatig vastgesteld op maximaal 50 km/uur. Dit heeft te maken met de functie van een ontsluiting van een wijk, voor een goede bereikbaarheid van de nood- en hulpdiensten en eventueel een snelle doorgang voor het openbaar vervoer. Deze wegen maken tevens onderdeel uit van het netwerk van hoofdroutes voor nood- en hulpdiensten en het openbaar vervoer. Dat betekent dat er nadere eisen worden gesteld aan de weginrichting van deze wijkontsluitingswegen. Vanaf eind 2023 is de gemeente Den Haag met de nood- en hulpdiensten

en de HTM in gesprek over de totstandkoming van een nieuwe hoofdroutekaart. Naast deze wijkontsluitingswegen ligt de locatie Badhuisweg 4 aan de Utrechtsestraat en de Haarlemsestraat, twee erftoegangswegen met een verkeersregime van 30 km/uur. Parkeren en fietsparkeren Voor fietsparkeernormen zijn de Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016. van toepassing oorkomen moet worden dat de openbare ruimte rond een bouwontwikkeling zal worden gekenmerkt door grote aantallen gestalde fietsen. Om die reden heeft de gemeente Den Haag de Beleidsregels fietsparkeernormen Den Haag 2016 (RIS294386) opgesteld. In De inrichting van de openbare ruimte is erop afgestemd dat deze niet uitnodigt tot het stallen van fietsen. Wanneer het beleid voor fietsparkeren tussentijds wordt herzien moet worden voldaan aan de op dat moment geldende normen. Voor de fietsparkeernormen bij woningen wordt de eis uit het bouwbesluit overgenomen, waarin is aangegeven dat bij woningen een berging aanwezig is. De gemeente Den Haag heeft in de “Nota parkeernormen Den Haag 2021”, parkeernormen vastgesteld voor de aanwezigheid van autoparkeerplaatsen bij verbouw- of nieuwbouwplannen voor wonen, kantoren, bedrijven en voorzieningen. De afd. Mobiliteit werkt momenteel aan het actualiseren van deze Nota Parkeernormen. Naar verwachting wordt de geactualiseerde Nota Parkeernormen na de zomer door de raad vastgesteld.

Zolang de geactualiseerde Nota Parkeernormen niet is vastgesteld, blijven de huidige normen van kracht en vormen daarom de basis voor de PUK. Een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Nota Parkeernormen, zoals die geldt op het moment van indienen van de aanvraag omgevingsvergunning. De mogelijkheid bestaat derhalve dat op dat moment andere eisen worden gesteld aan het realiseren van voldoende parkeerruimte.

In het hudige parkeernormenbeleid is rekening gehouden met per gebied verschillen in ‘stedelijkheid’. Het doel is het parkeren op de openbare weg te beperken. Op de locatie moet in beginsel worden voorzien in een adequate stallingsvoorziening, voor zowel de bewoners, werknemers als de bezoekers op eigen terrein. Op basis van het te realiseren (bouw) programma berekent de gemeente de autoparkeervraag, die op eigen terrein dient te worden gerealiseerd, de parkeereis. In het geval deze parkeereis op eigen terrein wordt opgelost, krijgen de toekomstige gebruikers (bewoners of werknemers) geen vergunning voor het parkeren aan de openbare straat. Wordt het parkeren voor bezoekers niet op eigen terrein gerealiseerd, kunnen bewoners wel in aanmerking komen voor een bezoekersvergunning, waarmee ze hun bezoek op straat kunnen laten parkeren. Binnen het vigerende parkeernormenbeleid zijn er mogelijkheden voor reducering van de autoparkeervraag middels de inzet van mobiliteitsalternatieven, zoals de inzet van een deelauto of deelbakfietsen. Voor de volledige regeling wordt verwezen naar de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940) of de dan geldende herziening van deze nota. Overige mobiliteitsaspecten Hieronder worden enkele aandachtspunten benoemd waarmee rekening dient te worden gehouden bij de uitwerking van de bouwontwikkeling.

Luchtkwaliteit Luchtvervuiling heeft ernstige gevolgen voor de gezondheid van onze inwoners en bezoekers. In Den Haag streven we daarom de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor luchtkwaliteit na. In de Aanpak schoon vervoer (RIS303606) wordt daarom versneld ingezet op schonere voertuigen voor een gezondere lucht. De inrichting van (de omgeving van) gebouwen kan hier actief aan bijdragen door ruimte te reserveren en voorzieningen te treffen voor bijvoorbeeld (deel)fietsen en laadpunten voor elektrische voertuigen. Om de luchtkwaliteit te verbeteren heeft Den Haag

diverse milieuzones. Deze gelden o.a. voor vrachtverkeer, bussen, dieselauto’s en oude brommers en worden stapsgewijs aangescherpt. Vanaf 2025 moet alle logistiek in de binnenstad emissieloos plaatsvinden (Milieu Zones Den Haag RIS305702). Toegang en maatvoering parkeervoorziening De ontwikkeling voorziet in een ondergrondse parkeervoorziening op het eigen kavel. De ontsluiting is voorzien in de Haarlemsestraat op circa 30 meter van de aansluiting van de Haarlemsestraat op de Harstenhoekweg. De hellingbaan die toegang geeft tot de parkeervoorziening, de maatvoering van de parkeervakken en de rijbaan in de garage dient te voldoen aan de NEN2443:2013. Voor de hellingbaan betekent dit onder andere dat er aan de bovenzijde van de hellingbaan een nagenoeg vlak deel van minimaal 6 meter lengte aanwezig dient te zijn als aansluiting op de openbare ruimte. Indien de hellingbaan niet breed genoeg is voor gelijktijdig tweerichtingsverkeer, dient zowel onderaan als aan de bovenzijde van de hellingbaan te worden voorzien in een verkeersregelinstallatie die het in- en uitrijden reguleert. Voorkomen dient te worden dat bij het uitrijden van de garage overlast wordt ervaren van inschijnende koplampen bij de omwonenden die tegenover de entree van de parkeervoorziening wonen.

Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen Bij de ontwikkeling en de inrichting van de parkeervoorziening dient te worden voorzien in faciliteiten om het laden van elektrische auto’s mogelijk te maken. Dat houdt in dat in een woongebouw met een parkeergelegenheid in het gebouw met meer dan tien parkeerplaatsen, wordt voorzien in leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor iedere parkeerplaats. De initiatiefnemer van de ontwikkeling is verantwoordelijk voor het aanbrengen van deze laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Uit oogpunt van veiligheid dienen alle oplaadpunten in de parkeergarage tegelijkertijd centraal te kunnen worden uitgezet. Bij de ingang van de garage moet duidelijk zijn aangegeven waar de oplaadpunten zich bevinden en hoe deze

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

39

centraal kunnen worden afgeschakeld. Oplaadpunten maken gebruik van de laadtechnieken ‘mode 3’ of ‘mode 4’ (of diens opvolgers). Toegankelijkheid fietsparkeren Voor bewoners zijn fietsstallingsvoorzieningen voorzien op een vanaf de openbare ruimte makkelijk bereikbare locatie. Deze stallingsvoorzieningen bestaan bij voorkeur uit een eigen afsluitbare stallingsvoorziening per woning of als daarvoor de ruimte ontbreekt uit een gemeenschappelijke afsluitbare stallingsvoorziening van voldoende omvang. Geadviseerd wordt om stallingsvoorzieningen te voorzien van mogelijkheden om de accu van een elektrische fiets op te kunnen laden. Tevens wordt geadviseerd om bij de stallingsvoorziening rekening te houden met het kunnen stallen van buitenformaat fietsen, zoals bakfietsen en kratfietsen.

40

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

6.6 Bezonning en windklimaat Bebouwingsplannen moeten voldoen aan de door de gemeenteraad vastgestelde normen voor windhinder en bezonning (RIS: 170509), gebaseerd op NEN-norm 8100. De initiatiefnemer moet bij het voorlopig ontwerp, of eerder, onderzoek (laten) doen naar windhinder en bezonning, zodat op massaniveau nog aanpassingen kunnen worden gedaan. De gemeente toetst deze onderzoeken op basis van bovenstaande randvoorwaarden.

6.7 Duurzaamheid en Groen Energietransitie Om een klimaatneutrale stad te worden moet de Haagse energievoorziening aangepast worden. Voor nieuwbouwwoningen is aardgasloos bouwen inmiddels wettelijk geregeld. Het Bouwbesluit stelt met de BENG eisen een minimale energieprestatie van het gebouw en met de TO-juli een normering voor de koeltevraag. De keuze voor een warmteoplossing moet passen bij de oplossingsrichtingen die in Stedelijk EnergiePlan (RIS306869) en de Transitievisie Warmte (RIS310442) zijn vastgesteld. Uitgangspunt is dat nieuwbouw vanwege de goede isolatie met lage temperaturen verwarmd wordt. Bestaande woningen die minder goed te isoleren zijn kunnen dan gebruik maken van de beperkt beschikbare hoge (> 70 °C) temperatuur stadsverwarming. Om het thermisch gebruik van de ondergrond te optimaliseren stelt de gemeente waar nodig bodemenergieplannen op. In een bodemenergieplan wordt vastgelegd op welke plekken koude en op welke plekken warmte in de bodem opgeslagen mag worden. Zo wordt voorkomen dat koude en warme bronnen met elkaar interfereren en kan de thermische capaciteit van de bodem optimaal worden benut. In een gebied dat aangewezen is als interferentiegebied worden bouwaanvragen getoetst aan het bodemenergieplan.

Nieuwbouw krijgt geen aansluiting op het stadswarmtenet. Duurzame stadswarmte is schaars en in Den Haag gebruiken we die voor het verwarmen van oude niet goed te isoleren huizen. Op deze manier zorgen we ervoor dat de hele stad de overstap naar schone energie kan maken. Nieuwbouw heeft een goede isolatie waardoor deze met een lage temperatuur verwarmingssysteem (LTW), zoals vloer- en wandverwarming, worden verwarmd. Uitgangspunt is dat hierbij optimaal gebruik wordt gemaakt van aanwezig lokale hernieuwbare energiebronnen. De Transitievisie Warmte geeft aan dat het plan valt in een geelgebied. Dit geeft aan dat de leidende warmtetechniek voor dit gebied nog onduidelijk is, en particuliere eigenaren geadviseerd worden om (individuele) hybride warmtepompen te installeren bij het vervangen van de cv-ketel. Na 2030 wordt voor de gele gebieden duidelijk of warmtepompen of warmtenetten de gebieden gaan voorzien van duurzame warmte. Nieuwbouw dient op eigen kavel een (lage temperatuur) warmteoplossing te realiseren. Het is belangrijk daarvoor voldoende (inpandige) ruimte te reserveren en op eigen kavelde ruimte in de ondergrond te onderzoeken. Pas als de ruimte op de eigen grond aantoonbaar onvoldoende is, kan uitgeweken worden naar de openbare ruimte. Rekening dient gehouden te worden met het drinkwaterwingebied dat onder een groot deel van Scheveningen ligt.

Vergunningen voor open of gesloten bodemenergiesystemen (WKO) in dit wingebied kunnen afgekeurd worden door de toetsende macht (Provincie Zuid-Holland) indien niet genoeg maatregelen worden getroffen. Deze maatregelen dienen besproken te worden met drinkwaterbedrijf Dunea. Circulariteit Gemeente Den Haag heeft de ambitie om in 2030 voor de helft en in 2050 volledig circulair te zijn. De bouw en bouwprocessen hebben een belangrijk aandeel in het materiaalgebruik in de stad. Het Besluit bouwwerken bouwomgeving (Bbl) neemt het materiaalgebruik voor woningen en kantoren mee in de MPG-norm (MilieuPrestatieGebouw). Hierin worden alle

milieukosten opgeteld (dus ook materiaalgebruik), gedeeld door de levensduur en de vloeroppervlakte. De landelijke MPG norm is 0.8. Den Haag wil een zo laag mogelijke MPG-waarde bij nieuwbouw om materialen nu en in de toekomst zo efficiënt mogelijk in te zetten. Dit kan door zo min mogelijk materiaal toe te passen (slim ontwerp) en materialen die toch nodig zijn te hergebruiken of te kiezen voor verantwoorde biobased materialen (hout, wol, vlas etc). Groen Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, heeft een positief effect op het welzijn van mensen. Daarnaast zorgt een hoge biodiversiteit ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. De Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) beschrijft de ambitie om samen met de stad het Haagse groen verder kwalitatief te ontwikkelen. De agenda biedt ruimte voor verandering en initiatief om bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig vorm te geven. De agenda geeft aan wat waar belangrijk is.

Het geeft geen blauwdruk maar benoemt waarden en procesvoorwaarden waarmee de kwaliteit van het groen in Den Haag voor de langere termijn geborgd kan worden. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag (RIS300506) bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt te worden. Het groen heeft vele functies, bijvoorbeeld dat van stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de

stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones en een Hoofdboomstructuur. In Den Haag zien we de natuur als belangrijke randvoorwaarde voor een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) staat hoe we werken aan een groenere stad met een gezond stadsecosysteem en meer biodiversiteit. Belangrijk uitgangspunt hierin is het uitbreiden van het netwerk van groengebieden en de onderlinge verbinding met elkaar versterken. Bij elke (her)inrichting en omvorming van de openbare ruimte is een natuurkansenscan daarom verplicht. De Adviescommissie Openbare Ruimte beoordeelt plannen op het gebied van stadsnatuur. Is extra ruimtebeslag van een nietecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Ook de effecten van verlichting op de natuur moeten worden onderzocht. De Richtlijn Licht op Natuur (RIS 298657) biedt hiervoor kaders. Alle stadsbomen vormen samen een stadsbomennetwerk. Dat verbindt parken, bossen, tuinen, lanen en groengebieden tot in de haarvaten met elkaar.

In de Nota Stadsbomen (RIS 307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit van deze bomen te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad. De gemeente wil groen- en natuurinclusief bouwen in de stad stimuleren. Dit levert een bijdrage aan de biodiversiteit, de klimaatopgave, de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Het puntensysteem Natuur Inclusief Bouwen is voor dit bouwprojecten nog niet verplicht maar het is een wens van de gemeente dat het puntensysteem bij dit project toegepast wordt. Het puntensysteem biedt hiervoor goede kaders. De ontwikkeling houdt dus rekening met het

besluit Puntensysteem Groen- en natuurinclusief bouwen (RIS313059) te worden uitgevoerd. Er moeten maatregelen toegepast worden uit drie categorieën: groene daken/groene gevels, verblijfplaatsen en omgevingsmaatregelen. Het volgende puntenaantal is wenselijk om te halen: 6 punten voor groene gevels en daken, 4 punten voor verblijfsplaatsen 6 punten voor omgevingsmaatregelen. Verder is het verplicht om een ecoloog (eventueel aangevuld met een landschapsarchitect en/of gespecialiseerde hovenier) te betrekken bij de planontwikkeling en om een beheer-en onderhoudsplan te maken. De ecoloog bepaalt op welke wijze de maatregelen uit het puntensysteem worden toegepast. Klimaatadaptatie (incl. Waterparagraaf) Klimaatverandering zal ertoe leiden dat we in Nederland en ook in Den haag vaker te maken gaan krijgen met hevige regenbuien, meer dagen met tropische temperaturen, langere droge perioden en een verdere stijging van de zeespiegel. Dergelijke weersextremen kunnen veel schade en overlast veroorzaken, ook op het gebied van gezondheid. De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744) biedt ontwerpprincipes en stelt prestatie-eisen om gebouwen en de (directe) omgeving klimaatbestendig te ontwerpen en in te richten. De Klimaatatlas geeft een eerste indicatie voor de mate van wateroverlast en mogelijke schade.

Om die overlast te beperken moet de sponswerking van de stad vergroot worden. Dat doen we door hemelwater vast te houden – te bergen – te infiltreren en/of hergebruiken en eventueel vertraagd af te voeren. De te kiezen oplossingsrichting is sterk afhankelijk an lokale omstandigheden zoals grondwaterstanden, type ondergrond (zand of veen) en beschikbare ruimte. Een robuuste oplossing vraagt dus altijd om maatwerk.

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

41

Klimaatmonitor: Wateroverlast

42

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

De afgelopen jaren is klimaatverandering voor iedereen tastbaar geworden: droge en hete zomers, maar ook extreme buien komen steeds vaker voor. Om de toekomstige bewoners en gebruikers van deze locatie een groene, toekomstbestendige en leefbare leefomgeving te bieden, dienen de ontwerpprincipes uit de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS 3087454) te worden gehanteerd. Daarnaast hanteren we op de thema’s neerslag, hitte en droogte specifieke prestatie-eisen. Deze prestatie-eisen dragen bij aan het vergroten van de klimaat robuustheid en de sponswerking van de stad. Groen tenzij Ontwerpprincipe Vergroening is één van de meest effectieve klimaatadaptieve oplossingen, omdat vergroening meerdere doelen dient: het vermindert wateroverlast, hitte én droogte. Vooral ontharden (‘stenen eruit’) en vergroenen (‘groen erin)’ zijn hierbij belangrijk. Groene, beplante oppervlaktes warmen minder op dan verharde oppervlakten. Hierdoor wordt minder warmte vastgehouden en uitgestraald.

Extreme neerslag Prestatie-eis Bij nieuwbouw stellen we de eis dat er 50mm van een korte hevige bui van 70mm in 1 uur op privaat terrein tijdelijk kan worden opgevangen en dat na minimaal 24 en maximaal 48 uur de bergingscapaciteit weer beschikbaar is. Bij nieuwe ontwikkelingen is de ambitie dat we waterrobuust bouwen: Een waterrobuust ontwerp op het niveau van het gebouw voorkomt/ beperkt waterschade bij extreme neerslag (bijvoorbeeld geen vitale of kwetsbare functies in kelders). We wijzen ontwikkelende partijen in de stad op de uitgevoerde stresstesten, zodat ze zelf aanvullende maatregelen kunnen nemen (om bijvoorbeeld schade bij een nog extreem heviger bui van 100mm/2 uur te voorkomen).

Ontwerpprincipe Houd regenwater vast op de locatie waar het valt (dak, maaiveld). Het bergen van dit water kan bijvoorbeeld in bufferingssystemen, groene daken, vijvers en/of onverharde oppervlaktes. Probeer vervolgens het geborgen water, waar mogelijk, te infiltreren in de ondergrond. Indien dit niet mogelijk of wenselijk is zorgt dat het water hergebruikt wordt. Voor hergebruik van regenwater kun je denken aan toepassingen binnen een gebouw zoals het gebruik van grijswater stromen voor functies in het pand maar ook aan toepassingen op de kavel zoals beregenen van beplanting. Hiermee verminder je de vraag naar drinkwater. Als bovenstaande maatregelen niet (voldoende) mogelijk zijn, kan het overschot aan regenwater vertraagd worden afgevoerd. De voorkeursvolgorde voor afvoer is eerst naar de bodem, dan via een regenwatersysteem naar het oppervlaktewater (polder- en boezemwater) en als het niet anders kan naar de vuilwaterriolering.

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

43

Klimaatmonitor: Hittestress

44

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

Droogte Prestatie-eis Droogte wordt beperkt door bij te dragen aan de sponswerking van de stad via oplossingen in groen en bodembuffers. Droogte leidt niet tot onomkeerbare schade aan kwetsbare gebouwen, infrastructuur, groen en ecologische waarden.In het plangebied is de ambitie om 50% (450 mm) van de jaarlijkse neerslag te infiltreren en/of te hergebruiken.

Hitte Prestatie-eis Bij nieuwbouw is de ambitie dat we hitte-robuust bouwen: Maak zon georiënteerde gevels warmtewerend en/of groen en voorkom dat koelsystemen de (verblijfs)ruimte in directe omgeving opwarmen. Zorg daarbij voor hittebestendige hoofdinfrastructuur en andere nutsvoorzieningen, zoals waterleidingen, elektriciteit etc. De ambitie is om 40% van de buitenruimte in te richten middels groen, warmtewerende materialen en/of water; bij verblijfsplekken hanteren we een zon/schaduwverhouding van 50% - 50% op de hoogste stand van de zon op 21 juni om 12 uur. Stedelijk groen, zoals bomen, struiken en lage beplanting, die goed voorzien zijn van water in de bodem, genereert koelte in de directe omgeving. Daarnaast wordt door het waarnemen/ zien van groen op ooghoogte hitte als minder belastend ervaren. Zorg daarom voor groen op verschillende hoogtes; bijvoorbeeld ook door gevelgroen en klimplanten. De gevoelstemperatuur wordt in grote maten beïnvloed door

koelte. Om ook in het voor- en najaar en voor verschillende doelgroepen in de zomer bij de hoogste zonnestand prettige plekken in de openbare ruimte te bieden, wordt als richtlijn meegegeven een mix aan schaduw (40%), zon (40%) en halfschaduw/zon (20%), aan te leggen. Daarnaast kan de keuze van materialen warmteaccumulatie voorkomen. Gebruik indien mogelijk materialen met een hoge albedo-factor (reflectiefactor van een materiaal) en een lage absorbtie-waarde (minder warmtevasthoudende materialen, bijvoorbeeld hout). Massa, kleur en textuur is daarbij van invloed op de opname en afgifte/ uitstraling van warmte.

Ontwerpprincipe Kies waar mogelijk voor groene oppervlakten of waterdoorlatende verharding om regenwater vast te houden en tijdelijk te bergen. Op die manier wordt door middel van infiltratie het grondwater aangevuld en zal regenwater op een natuurlijke manier in de bodem wegzakken. Regen- en oppervlaktewater kan ook actief op locatie vastgehouden worden, bijvoorbeeld door ondergrondse waterbuffering. Wensbeeld is om (regen)water dat lokaal is geborgen weer lokaal wordt hergebruikt voor beregening en irrigatie. Richt het gebied droogtebestendig in; pas bomen en beplanting toe die goed tegen langdurige droogte kunnen. Essentieel voor het goed functioneren van de bomen zijn de soortenkeuze (toekomstbestendige soorten), goede groeiomstandigheden en de beschikbaarheid van water in de grond. Houd daarnaast rekening met de verwachte grondwaterstanden tijdens droogteperiodes en de zoetwaterbeschikbaarheid vanuit het oppervlaktewatersysteem van het gebied.

straling. Zorg daarom voor groene, schaduwrijke plekken in de omliggende ruimte (parkeerplaats, (binnen) groene tuin), die op hete dagen voor verschillende doelgroepen goed bereikbaar zijn. Schaduw door grote bomenkronen en gevelbeplanting voorkomt opwarming van verharde oppervlakten en biedt

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

45

6.8 Waterparagraaf Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het plangebied valt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Delfland (hierna HHD). In het Waterbeheerprogramma heeft het HHD de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Daarin staat de missie ‘droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater’ centraal. De hoofdtaken van HHD zijn daarbij waterveiligheid, waterbeheer en waterzuivering. Daarbij wordt samen met gemeenten ingezet op stedelijk waterbeheer en klimaatadaptatie. Watertoets (weging van het waterbelang) Belangrijk uitgangspunt voor HHD is dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (‘standstil beginsel’). Bij de verdere planuitwerking wordt middels vroeg vooroverleg in het kader van de watertoets maatregelen bepaald om te voldoen aan de waterhuishoudkundige doelstellingen, zoals opgenomen in de waterschapverordening, waterbeheerprogramma en het vigerend beleid van HHD. Hierbij toetst HHD bouwinitiatieven en herinrichtingsplannen aan deze verordeningen, programma’s en beleidsregels. HHD bekijkt het watersysteem in samenhang met het stedelijk waterbeheer (riolering, sponswerking, grondwater etc.) en werkt samen met gemeenten aan klimaatadaptatie om de zorgplicht voor ‘voldoende water’, ‘stevige dijken’, ‘schoon water’ en ‘gezuiverd afvalwater’ te kunnen blijven waarmaken nu en in de toekomst.

In de Handreiking watertoets voor gemeenten. Watertoets ruimtelijke plannen - Delfland (hhdelfland. nl) is aan de hand van de verschillende waterthema’s van de waterhuishouding alle relevant beleid opgenomen. De verschillende waterthema’s zijn: Veiligheid en Waterkeringen, Voorkomen van wateroverlast, Grondwater en voorkomen (zoet) watertekort, Onderhoud en bagger, Watersysteemkwaliteit en ecologie, Afvalwaterketen en Klimaatadaptatie. De

46

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

Handreiking watertoets voor gemeenten geeft aan, wat voor een watertoets noodzakelijk en wenselijk is. In de uitwerking dient onderbouwd te worden hoe het beoogde ruimtelijk plan zich verhoudt tot de verschillende waterthema’s zoals bedoeld in de Handreiking watertoets voor gemeenten. Uitgangspunt is dat iedere ruimtelijke ontwikkeling zelf een bijdrage levert aan de (klimaat)opgave op watergebied. Dat betekent dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (“standstill beginsel”) en daarbovenop een extra buffer moet voorzien om heviger buien op te kunnen vangen (klimaateffecten). Naast advisering in het kader van de watertoets kan het zo zijn dat voor werken en werkzaamheden in, op, onder, boven en naast waterstaatswerken van HHD, zoals aangegeven op de legger Legger - Delfland (hhdelfland.nl), apart van de watertoets een watervergunning en/of melding nodig is van HHD. Voor meer informatie over deze watervergunning en/ of melding wordt verwezen naar Ik wil een vergunning aanvragen - Delfland (hhdelfland.nl).

6.9 Milieuaspecten Lucht Voor het bouwplan en het vergunningstraject dienen onderzoeken voor lucht en geluid uitgevoerd te worden. De onderzoeksresultaten en eventuele knelpunten zullen bepalend zijn voor de maatregelen om aan de gestelde eisen te kunnen voldoen. Het toevoegen van woningbouw tot maximaal 1500 woningen heeft niet in betekenende mate effect op de luchtkwaliteit. Op voorhand kan niet worden aangenomen dat de huidige luchtkwaliteit aanvaardbaar is. Er is op deze locatie geen milieuzone ingesteld (RIS 305702). Geluid Woningen zijn geluidsgevoelige gebouwen in het kader van Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL).Binnen stedelijk gebied is de grenswaarde 48 dB. In stedelijk gebied is de hoogst toelaatbare waarde 63dB. Zowel de Badhuisweg als de Harstenhoekweg zijn drukke wegen die vermoedelijk over de grenswaarde gaan. Geluidonderzoek moet uitwijzen welke maatregelen getroffen moeten worden voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Bodem De risico’s van eventuele vervuiling of niet ontplofte explosieven liggen bij de ontwikkelaar. De locatie ligt in een verdacht gebied wat betreft ontplofbare oorlogsresten in verband met luchtaanvallen. Er is NGE-onderzoek nodig vanaf grondroering een meter onder maaiveld. Er zijn geen eerdere bodemonderzoeken bekend. Op basis van de info uit het bodeminformatiesysteem kan verder het volgende geconcludeerd worden: Op de locatie staan geen bodemonderzoeken geregistreerd. Voor het noordelijke deel (Badhuisweg 2) is wel een historisch onderzoek uitgevoerd (november 1993). In dit onderzoek is geadviseerd een fysiek bodemonderzoek uit te voeren. De locatie zou de potentie hebben verontreinigd te zijn. Het advies is om ter plaatse een bodemonderzoek uit te laten voeren. Zeker als de locatie overgedragen/verkocht wordt.

6.10 Afvalstoffen Bij een ontwikkeling met meergezinswoningen dient in het ontwerp rekening te worden gehouden met een inpandige vuilopslag. In het ontwerp dient hiervoor ruimte gereserveerd te worden. Met de positionering van vuilopslag moet ermee rekening worden gehouden dat de afvalcontainers uit oogpunt van verkeersveiligheid en verkeersdoorstroming niet kunnen worden aangeboden langs de Harstenhoekweg en de Badhuisweg. Het aanbieden van deze afvalcontainers dient plaats te vinden aan de zijde van de Utrechtsestraat en/of de Haarlemsestraat, echter wel op ruim voldoende afstand van de kruisingen met de Badhuisweg en de Harstenhoekweg. Naast afvalinzameling wordt geadviseerd rond het gebouw rekening te houden met voorzieningen die kunnen worden gebruikt voor pakketbezorging en maaltijd bezorgdiensten. Indien aanwezig kan worden volstaan met bestaande laad- en losvakken mits deze op korte loopafstand van de entrees van het gebouw zijn gelegen.

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

47

6.11 Welstandbeleid De ‘Welstandsnota Den Haag 2017’ is hier geldend (RIS297760). Om te bepalen of een bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand, heeft de gemeente Den Haag welstandscriteria vastgesteld in de Welstandsnota Den Haag 2017. De gemeente hecht waarde aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Die kwaliteit staat beschreven in de Welstandsnota. Voor reclameuitingen is de Reclamenota van toepassing (RIS170855). Aangezien de welstandsnota voor Badhuisweg niet doeltreffend is, worden in dit PUK aanvullende beeldkwaliteitseisen beschreven. De leidraad beeldkwaliteit die in dit document onder hoofdstuk 5 opgenomen is, dient als toetsingscriterium voor Welstand. Bij de ontwikkeling wordt aandacht besteed aan de stedenbouwkundige, landschappelijke, en architectonische uitstraling.

6.12 Monumentenzorg In februari 2003 is een gedeelte van Scheveningen aangewezen tot beschermd gemeentelijk stadsgezicht. Twee beschermde stadsgezichten kenmerken de omging van de projectlocatie: ‘Scheveningen Dorp’ en ‘Westbroekpark/ Belgisch Park’. De locatie ligt met name in de invloedssfeer van Belgisch Park, maar maakt geen deel uit van het gebied dat de beschermde status geniet. De Badhuisweg met haar as in het midden van het Kurhaus, werd in 1828 aangelegd. De benaming luidde Nieuwe straatweg naar het badhuis, Nieuwe Badhuisweg of Nieuwe Scheveningseweg. Af en toe werd ook de huidige Gevers Deynootweg wel Badhuisweg genoemd. Stedebouwkundig vervult het Kurhaus (rijksmonument, gebouwd in 1886-1887) een belangrijke functie voor het aspect van de badplaats: vanaf de zeezijde door de geslaagde compositie van de vooruitspringende vleugels en de koepel als dominerend element; van de landzijde vooral door zijn situatie als eindpunt van de as, die dus gevormd wordt door de Badhuisweg.

48

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

De bebouwing van enkele en geschakelde herenhuizen aan deze eerste toegangsweg naar de badplaats bestaat uit gekoppelde of losstaande herenhuizen uit het laatste kwart van de 19de- en eerste kwart van de 20e eeuw. Zowel het eclectisisme, de neo-renaissance en chaletstijl komen hier voor. Nr. 1 bestaat uit souterrain, parterre en twee verdiepingen onder mansardekappen. Het neo-renaissance pand uit ca. 1900 is later geel geverfd. Nr. 23 is thans een witgepleisterde losstaande villa. Het dateert uit ca. 1900 en is in chaletstijl opgetroken met vakwerk. Nr. 25/27 is een villa in neorenaissance en bezit een grote houten veranda over twee bouwlagen. Nr. 29-31 is een dubbele villa uit het laatste kwart van de 19e eeuw in neo-renaissance, eveneens met veranda’s. De planlocatie zelf is vanaf 1900 bebouwd, in een hierbij passende typologie en stedenbouwkundige opzet.

Een andere voor de planlocatie belangrijke structuur wordt gevormd door de Nieuwe Parklaan. De locatie markeert namelijk het eind- of beginpunt van deze omstreeks 1895 aangelegde weg. Tot die tijd was de locatie nog onbebouwd en het duinlandschap nog herkenbaar. De structuur van Harstenhoekweg draagt ook bij aan de cultuurhistorische waarde en is omstreeks 1870 aangelegd. Naast de aanwezigheid van een renbaan en andere bij een badplaats behorende zaken droeg het vervoer per (paarden)tram over de Badhuisweg en via het water (met gondels) zeker ook bij aan de ontwikkeling van Scheveningen als badplaats. Het is de ambitie om de nieuwbouw stedenbouwkundig en qua architectuur aan te laten sluiten op haar omgeving, Badhuisweg en achterliggende wijk Belgisch Park. De kaders hiervoor zijn uitgewerkt in hoofdstuk 5 van dit PUK.

6.13 Kabels en leidingen Conform de APV Den Haag zijn kabels en leidingen altijd gelegen in de openbaarheid. Er bevinden zich, ook na de eventuele grondruil (zie 5.1), geen kabels en leidingen binnen het projectgebied.

6.14 Archeologie Voor het bouwen binnen de bestemming ‘Waarde - Archeologie’ als bedoeld in lid Bestemmingsomschrijving, geldt dat, indien er sprake is van het bouwen van bouwwerken met grondroering met een totaal oppervlak van meer dan 50 m2 en een diepte van meer dan 0,5 meter waarvoor een vergunning is vereist, hieromtrent vooraf schriftelijk advies dient te worden ingewonnen bij de afdeling Archeologie van de gemeente Den Haag. De afdeling Archeologie kan een onderzoeksrapport verlangen, waarin de archeologische waarde van het terrein, welke blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.

6.15 Externe veiligheid

Het plan ligt buiten het invloedsgebied van risicobronnen. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit plan.

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

49

7. FINANCIERING EN UITVOERINGSASPECTEN 7.1

Financiering

De locatie betreft voornamelijk gemeentelijke grond welke in erfpacht is uitgegeven. De ontwikkeling vindt volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer plaats. Het bouwplan, een nieuwbouwontwikkeling, resulteert in 70 tot 80 woningen in een nieuw appartementencomplex met een binnenhof. Voor deze ontwikkeling is een herinrichting van een deel van de omliggende openbare ruimte noodzakelijk. De herinrichting van en de aansluiting op de bestaande openbare ruimte komt voor rekening van de ontwikkelaar en moet conform het “Handboek openbare ruimte” worden uitgevoerd. Daarnaast zullen er (plan) kosten worden gemaakt voor de noodzakelijke ambtelijke inzet in verband met de beoordeling van dit privaatrechtelijke initiatief. Ook zal een eventuele planologische inpassing kunnen leiden tot voor vergoeding in aanmerking komende schade op grond van afd. 15.1 Omgevingswet inzake nadeelcompensatie. Kostenverhaal Dit initiatief betreft het bouwen van een nieuw appartementencomplex met binnenhof met 70 tot 80 woningen op een locatie met de huidige functie ‘Gemengd-2’. De ontwikkeling is hiermee een bouwactiviteit zoals omschreven in art. 8.13 Omgevingsbesluit. Voor aangewezen bouwactiviteiten met het oog op een nieuw toegedeelde functie levert de Omgevingswet wettelijke grondslag voor kostenverhaal in artikel 13.11 van Afdeling 13.6.

De gemeente is hierdoor verplicht om kostenverhaal te verzekeren. Vervolgens beoordeelt de gemeente of het kostenverhaal al anderszins verzekerd is. De bouwactiviteit vindt grotendeels plaats op percelen welke door de gemeente Den Haag in erfpacht zijn uitgegeven. Afhankelijk van de functiewijziging en het te realiseren programma kan de gemeente met toepassing van de suppletieregeling conform de geldende erfpachtvoorwaarden grondwaardestijging afvangen. Kosten voor de planologische procedure, de aanleg van bovenwijkse voorzieningen, ondergrondse- en bovengrondse infrastructuur en plankosten dienen nog anderszins

50

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

verzekerd te worden. Bovendien zullen we bijzondere afspraken willen maken met de initiatiefnemer waaronder over nadeelcompensatie. Afspraken hierover zullen in de anterieure overeenkomst aan bod komen. Dit betekent dat voorafgaand aan verlening van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit een anterieure overeenkomst zal worden gesloten met de initiatiefnemer waarin voor de niet gedekte kosten een bijdrage zal worden overeengekomen, door initiatiefnemer te voldoen aan de gemeente. In de anterieure overeenkomst wordt opgenomen dat de eventueel te vergoeden nadeelcompensatie geheel voor rekening en risico van de ontwikkelaar is. Als deze afspraken gemaakt zijn is het kostenverhaal vooraf volledig verzekerd. Indien de onderhandelingen niet succesvol zijn kan de gemeente kostenverhaalregels opnemen in de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit. Legeskosten worden separaat in rekening gebracht.

7.2

Juridische planologische procedure

Op basis van dit PUK kan de initiatiefnemer zijn planvoorstel verder uitwerken richting een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De initiatiefnemer is er zelf voor verantwoordelijk dat zijn planuitwerking voldoet aan de kaders uit het PUK. Uiteraard blijft de initiatiefnemer ook zelf verantwoordelijk voor al die aspecten die niet in dit PUK zijn geregeld. De vigerende wet- en regelgeving blijven van toepassing. Het is wenselijk om voorafgaande aan het formele vergunningentraject een ‘beginselplanprocedure’ te doorlopen. Deze dient als vroegtijdige toetsing door de gemeente, bij plannen die niet in het huidige omgevingsplan passen. Een beginseluitspraak helpt om in een vroegtijdig stadium mogelijke risico’s en knelpunten duidelijk te krijgen en de nodige adviezen te verzamelen, die bij de verdere planuitwerking kunnen worden gebruikt. Voorbehoud gemeente: Tegen de vaststelling van ruimtelijke besluiten, omgevingsvergunningen en alle andere besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden bestuursrechtelijke rechtsmiddelen van bezwaar en/of beroep instellen.

Eventuele gerechtelijke procedures, (gewijzigd) bestuurlijk besluitvormingsproces en externe omstandigheden kunnen, ondanks de ambtelijke inspanningen ten behoeve van uw planvorming, de totstandkoming en de inwerkingtreding van het nieuwe juridisch-planologische regime beïnvloeden. Hiervoor is de gemeente nimmer aansprakelijk.

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

51

B. BIJLAGE COMMUNICATIEPLAN 1. Participatieverslag 2. Bezonningsstudie

52

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

PUK BADHUISWEG 4 - NOVEMBER 2024

53

Colofon Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Stedenbouw & Planologie

oktober 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14831308/1