RIS319240 Bijlage onderzoek-den-haag-seniorvriendelijke-stad-2022
Tekst van het document
Dit cluster zou kunnen profiteren van beleid met betrekking tot: ● Focus op preventie (leefstijl, valpreventie) ● Het bevorderen van de capaciteiten van mensen om bij te dragen aan de samenleving
29
4 BEVINDINGEN TOP-UP VRAGEN SOC 2022
30
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
Onderstaande paragrafen beschrijven de resultaten van de top-up vragen die zijn gesteld aan de 396 respondenten die deelnamen aan het veldonderzoek waarvan 381 mensen de meeste vragen hebben beantwoord. Deze vragen zijn achtereenvolgens: ● De gemeente is goed bereikbaar voor vragen en klachten. ● Ik weet waar een Servicepunt XL zich bevindt. ● Ik weet wat ik bij een Servicepunt XL kan regelen. ● Het speciale vervoer voor ouderen is goed georganiseerd. ● Mijn woning is geschikt voor mijn toekomst. ● Ik weet de weg voor een benodigde aanpassing van mijn woning. ● Ik ben in staat om aanpassingen aan mijn woning te financieren. ● Ik weet de weg voor een verhuizing naar een andere woning. ● Ik ben in staat om een verhuizing te organiseren. ● Ik ben in staat om een verhuizing te financieren.
4.1
De gemeente is goed bereikbaar voor vragen en klachten?
Onder ouderen is grote verdeeldheid bij de vraag hoe goed te gemeente bereikbaar is voor vragen en klachten. Tussen stadsdelen zijn geen opvallende verschillen.
Tabel 8: SOC-vraag 1.
Totaal
Helemaal oneens/ Oneens
Neutraal
Eens/ Helemaal eens
Ontbrekend
89 (23%)
145 (38%)
137 (36%)
10 (3%)
Leidschenveen-Ypenburg n=17
3 (18%)
8 (47%)
6 (35%)
-
Centrum n=48
14 (29%)
16 (34%)
17 (35%)
1 (2%)
Laak n=10
1 (10%)
1 (10%)
6 (60%)
2 (20%)
Segbroek n=46
11 (24%)
21 (46%)
14 (30%)
-
Scheveningen n=62
11 (17%)
24 (39%)
22 (36%)
5 (8%)
Escamp n=62
20 (32%)
18 (29%)
23 (37%)
1 (2%)
Loosduinen n=73
15 (20%)
32 (44%)
25 (34%)
1 (2%)
Haagse Hout n=63
14 (22%)
25 (40%)
24 (38%)
-
31
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
4.2 Ik weet waar een Servicepunt XL zich bevindt
Meer dan de helft van de ouderen weten het Servicepunt XL niet te vinden. Ook hier is een consistent beeld tussen de standsdelen.
Tabel 9a: SOC-vraag 2.
Helemaal oneens/ Oneens
Neutraal
Eens/ Helemaal eens
Ontbrekend
208 (55%)
68 (18%)
89 (23%)
16 (4%)
Leidschenveen-Ypenburg n=17
8 (47%)
3 (18%)
4 (23%)
2 (12%)
Centrum n=48
26 (54%)
8 (17%)
12 (25%)
2 (4%)
Totaal
Laak n=10
3 (30%)
1 (10%)
4 (40%)
2 (20%)
Segbroek n=46
29 (63%)
7 (15%)
9 (20%)
1 (2%)
Scheveningen n=62
37 (60%)
9 (14%)
12 (20%)
4 (6%)
Escamp n=62
28 (45%)
14 (23%)
19 (31%)
1 (2%)
Loosduinen n=73
37 (51%)
17 (23%)
17 (23%)
2 (3%)
Haagse Hout n=63
40 (63%)
9 (14%)
12 (20%)
2 (3%)
Tabel 9b: SOC-vraag 2, nader uitgesplitst.
Helemaal oneens
Oneens
Neutraal
Eens
Helemaal eens
Zorg aan huis ja n=95
21
35
14
21
4
Zorg aan huis nee n=273
22.0
33.7
20.5
20.1
3.7
Chronische ziekte ja n=140
21.4
37.1
16.4
20.0
5.0
Chronische ziekte nee n=226
22.1
33.2
20.4
21.2
3.1
Hulpmiddel ja n=72
29.2
37.5
16.7
15.3
1.4
Hulpmiddel nee n=293
20.1
34.1
19.5
21.8
4.4
Ervaren financiële mogelijkheden negatief n=112
19.6
32.1
2.3
23.2
2.7
Ervaren financiële mogelijkheden positief n=261
22.2
36.4
17.6
19.5
4.2
32
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
4.3 Ik weet wat ik bij een Servicepunt XL kan regelen
Meer dan de helft van de ouderen weten niet wat zij kunnen regelen bij het Servicepunt XL. Ook hier is een consistent beeld tussen de stadsdelen.
Tabel 10a: SOC-vraag 3.
Helemaal oneens/ Oneens
Neutraal
Eens/ Helemaal eens
Ontbrekend
211 (55%)
81 (21%)
73 (20%)
16 (4%)
Leidschenveen-Ypenburg n=17
8 (47%)
4 (23%)
3 (18%)
2 (12%)
Centrum n=48
26 (54%)
9 (19%)
10 (21%)
3 (6%)
Totaal
Laak n=10
3 (30%)
1 (10%)
3 (30%)
3 (30%)
Segbroek n=46
28 (61%)
12 (26%)
6 (13%)
-
Scheveningen n=62
35 (57%)
10 (16%)
13 (21%)
4 (6%)
Escamp n=62
31 (50%)
15 (24%)
15 (24%)
1 (2%)
Loosduinen n=73
40 (54%)
19 (26%)
13 (18%)
1 (1%)
Haagse Hout n=63
40 (64%)
11 (18%)
10 (16%)
2 (3%)
Tabel 10b: SOC-vraag, nader uitgesplitst. Helemaal oneens
Oneens
Neutraal
Eens
Helemaal eens
Zorg aan huis ja n=94
24.5
36.2
19.1
17.0
3.2
Zorg aan huis nee n=274
21.2
35.0
23.7
17.2
2.9
Chronische ziekte ja n=139
22.3
38.8
18.7
15.8
4.3
Chronische ziekte nee n=226
21.5
33.8
24.6
18.0
2.2
Hulpmiddel ja n=71
29.6
36.6
19.7
12.7
1.4
Hulpmiddel nee n=294
20.1
35.4
23.5
17.7
3.4
Ervaren financiële mogelijkheden negatief n=109
20.2
33.9
22.9
20.2
2.8
Ervaren financiële mogelijkheden positief n=264
22.0
36.4
22.3
16.3
3.0
33
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
4.4 Het speciale vervoer voor ouderen is goed georganiseerd De meeste ouderen hebben een neutraal/positief idee bij het speciale vervoer in de stad.
Tabel 11: SOC-vraag 4.
Helemaal oneens/ Oneens
Neutraal
Eens/ Helemaal eens
Ontbrekend
Totaal
66 (17%)
223 (59%)
74 (19%)
18 (5%)
Leidschenveen-Ypenburg n=17
5 (29%)
9 (53%)
3 (18%)
-
Centrum n=48
8 (16%)
27 (57%)
10 (21%)
3 (6%)
Laak n=10
2 (20%)
5 (50%)
2 (20%)
1 (10%)
Segbroek n=46
7 (15%)
30 (65%)
5 (11%)
4 (9%)
Scheveningen n=62
4 (6%)
36 (58%)
18 (29%)
4 (6%)
Escamp n=62
15 (24%)
30 (48%)
15 (24%)
2 (3%)
Loosduinen n=73
10 (14%)
48 (66%)
12 (16%)
3 (4%)
Haagse Hout n=63
15 (23%)
38 (60%)
9 (15%)
1 (2%)
4.5 Mijn woning is geschikt voor mijn toekomst
Meer dan de helft van de ouderen vindt zijn/haar woning geschikt voor de toekomst.
Tabel 12: SOC-vraag 5.
Helemaal oneens/ Oneens
Neutraal
Eens/ Helemaal eens
Ontbrekend
Totaal
65 (17%)
93 (24%)
217 (57%)
6 (2%)
Leidschenveen-Ypenburg n=17
2 (12%)
4 (23%)
11 (65%)
-
Centrum n=48
13 (25%)
9 (19%)
25 (54%)
1 (2%)
Laak n=10
3 (30%)
2 (20%)
4 (40%)
1 (10%)
Segbroek n=46
11 (24%)
12 (26%)
23 (50%)
-
Scheveningen n=62
7 (11%)
16 (26%)
37 (50%)
2 (3%)
Escamp n=62
8 (12%)
19 (31%)
34 (55%)
1 (2%)
Loosduinen n=73
14 (19%)
12 (16%)
47 (65%)
-
Haagse Hout n=63
7 (11%)
19 (30%)
36 (57%)
1 (2%)
34
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
4.6 Ik weet de weg voor een benodigde aanpassing van mijn woning
Welke route doorlopen kan worden voor aanpassingen in de woning is minder bekend en geeft een gespreid beeld over de stadsdelen.
Tabel 13: SOC-vraag 6.
Totaal
Helemaal oneens/ Oneens
Neutraal
Eens/ Helemaal eens
Ontbrekend
103 (27%)
130 (34%)
139 (36%)
9 (3%)
Leidschenveen-Ypenburg n=17
4 (24%)
8 (47%)
5 (29%)
-
Centrum n=48
12 (25%)
14 (29%)
21 (43%)
1 (6%)
Laak n=10
4 (40%)
2 (20%)
2 (20%)
2 (20%)
Segbroek n=46
11 (24%)
16 (35%)
19 (41%)
-
Scheveningen n=62
13 (21%)
20 (32%)
26 (42%)
3 (5%)
Escamp n=62
18 (29%)
22 (35%)
21 (33%)
1 (2%)
Loosduinen n=73
19 (27%)
28 (38%)
24 (33%)
2 (3%)
Haagse Hout n=63
22 (35%)
20 (32%)
21 (34%)
-
4.7 Ik ben in staat om aanpassingen aan mijn woning te financieren
Rondom het kunnen financieren van aanpassingen zitten wel verschillen tussen stadsdelen, waar ouderen wonend in Centrum, Laak en Escamp vaker aangeven dat zij deze aanpassingen niet zouden kunnen financieren.
Tabel 14: SOC-vraag 7.
Totaal
Helemaal oneens/ Oneens
Neutraal
Eens/ Helemaal eens
Ontbrekend
121 (32%)
108 (28%)
145 (38%)
7 (2%)
Leidschenveen-Ypenburg n=17
4 (24%)
7 (41%)
6 (35%)
-
Centrum n=48
20 (42%)
13 (27%)
15 (31%)
-
Laak n=10
5 (50%)
1 (10%)
2 (20%)
2 (20%)
Segbroek n=46
12 (26%)
11 (24%)
23 (50%)
-
Scheveningen n=62
13 (21%)
20 (32%)
26 (42%)
3 (5%)
Escamp n=62
30 (48%)
17 (27%)
14 (23%)
1 (2%)
Loosduinen n=73
20 (28%)
25 (34%)
27 (37%)
1 (1%)
Haagse Hout n=63
17 (27%)
14 (22%)
32 (51%)
-
35
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
4.8 Ik weet de weg voor een verhuizing naar een andere woning
Kennis onder ouderen welke weg doorlopen kan worden voor een verhuizing naar een andere woning geeft een gespreid beeld over de stadsdelen.
Tabel 15: SOC-vraag 8.
Totaal
Helemaal oneens/ Oneens
Neutraal
Eens/ Helemaal eens
Ontbrekend
93 (24%)
139 (37%)
137 (36%)
12 (3%)
Leidschenveen-Ypenburg n=17
4 (24%)
5 (29%)
8 (47%)
-
Centrum n=48
14 (29%)
15 (31%)
18 (37%)
1 (3%)
Laak n=10
4 (40%)
3 (30%)
1 (10%)
2 (20%)
Segbroek n=46
14 (30%)
18 (39%)
14 (30%)
-
Scheveningen n=62
11 (18%)
21 (34%)
27 (44%)
3 (5%)
Escamp n=62
18 (28%)
24 (39%)
17 (29%)
3 (5%)
Loosduinen n=73
13 (18%)
28 (38%)
29 (40%)
3 (4%)
Haagse Hout n=63
15 (24%)
25 (40%)
23 (37%)
-
4.9 Ik ben in staat om een verhuizing te organiseren
Over het algemeen denken ouderen dat zij prima in staat zijn om een verhuizing te organiseren. Opvallend is het stadsdeel Escamp waar 25 mensen 41%, aangaf hier moete mee te zullen hebben.
Tabel 16: SOC-vraag 9.
Totaal
Helemaal oneens/ Oneens
Neutraal
Eens/ Helemaal eens
Ontbrekend
89 (23%)
83 (22%)
189 (50%)
20 (5%)
Leidschenveen-Ypenburg n=17
1 (6%)
1 (6%)
15 (88%)
-
Centrum n=48
16 (33%)
11 (23%)
20 (41%)
11 (2%)
Laak n=10
2 (20%)
3 (30%)
3 (30%)
2 (20%)
Segbroek n=46
10 (22%)
7 (15%)
29 (63%)
-
Scheveningen n=62
10 (16%)
15 (24%)
34 (55%)
3 (5%)
Escamp n=62
25 (41%)
19 (31%)
17 (28%)
1 (2%)
Loosduinen n=73
12 (17%)
22 (30%)
36 (49%)
3 (4%)
Haagse Hout n=63
13 (20%)
15 (24%)
35 (56%)
-
36
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
4.10 Ik ben in staat om een verhuizing te financieren
Rondom het kunnen financieren van een verhuizing zien we hetzelfde beeld als de financiën vraag 6.7. Ouderen wonend in Centrum, Laak en Escamp geven vaker aan dat zij een dergelijke verhuizing niet zouden kunnen financieren.
Tabel 17: SOC-vraag 10.
Totaal
Helemaal oneens Oneens
Neutraal
Eens/ Helemaal eens
Ontbrekend
107 (28%)
95 (25%)
169 (44%)
10 (3%)
Leidschenveen-Ypenburg n=17
4 (24%)
-
13 (76%)
-
Centrum n=48
21 (44%)
6 (12%)
20 (41%)
1 (2%)
Laak n=10
4 (40%)
3 (30%)
1 (10%)
2 (20%)
Segbroek n=46
9 (19%)
9 (20%)
28 (61%)
-
Scheveningen n=62
15 (25%)
11 (18%)
33 (53%)
3 (5%)
Escamp n=62
25 (40%)
26 (42%)
10 (16%)
1 (2%)
Loosduinen n=73
17 (23%)
23 (32%)
30 (41%)
3 (4%)
Haagse Hout n=63
12 (20%)
17 (27%)
(54%)
-
37
5 BEVINDINGEN DUURZAAMHEID
38
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
In het Ouderenpanel 2022 zijn 41 stellingen voorgelegd aan Haagse senioren rondom het thema duurzaamheid. Tot op heden bestond er geen gevalideerd instrument voor deze thematiek in de brede zin van het woord, zowel voor mensen in het algemeen als ouderen in het bijzonder, terwijl zaken als energiearmoede en de Sustainable Development Goals in vele beleidsstukken een prominente plaats kennen, zeker na de inval in Oekraïne en de oplopende energieprijzen. Op basis van het doorlopen van het COSMIN-protocol (COnsensus-based Standards for selection of health Measurement INstruments) is toegewerkt aan een nieuw meetinstrument, genaamd de SustainABLE-16 Questionnaire (Vragenlijst) (Tabel 18), die bestaat uit 16 items (Dikken et al., 2023).
Tabel 18: De gevalideerde SustainABLE-16 vragenlijst in het Nederlands. Item
Domein
Helemaal Oneens Noch mee eens, Eens Helemaal oneens noch mee oneens eens
Milieubewust gedrag 1
Ik zet wel eens verlichting of apparatuur uit omwille de kosten.
2
Ik zet wel eens verlichting of apparatuur uit omwille het milieu.
3
Ik zet in de winter de verwarming bewust lager omwille de kosten.
4
Ik zet in de winter de verwarming bewust lager omwille het milieu.
5
Ik let bij het koel houden van mijn woning tijdens warme perioden op de kosten.
6
Ik let bij het koel houden van mijn woning tijdens warme perioden op het milieu. Financiële positie
7
Ik ben in staat mijn energielasten te betalen.
8
Ik heb de financiële middelen om energiebesparende maatregelen te treffen in mijn huis.
9
Ik heb voldoende financiële mogelijkheden om een milieubewust leven te leiden. Overtuigingen
10
Ik maak mij zorgen om het klimaat.
11
Ik scheid mijn afval waar ik kan.
12
Ik vind het belangrijk om duurzame energie te gebruiken.
13
Ik heb zelf maatregelen genomen om een duurzamer leven te leiden.
14
Ik ben bereid om minder/geen vlees meer te eten vanuit een milieuoogpunt.
15
Ik ben bereid om vaker seizoensproducten te eten vanuit een milieuoogpunt.
16
Ik geloof dat biodiversiteit mijn kwaliteit van leven beïnvloedt.
Uitleg: vragen worden beantwoord op een 5-punts Likert schaal van helemaal oneens (score = -2), oneens (score = -1), noch mee eens, noch mee oneens (score = 0), eens (score = 1), helemaal eens (score = 2).
Legenda voor de interpretatie van de kleurcodes versus numerieke scores.
Domein
---Q4
--Q3
-Q2
Q1
+ Q1
++ Q2
+++ Q3
++++ Q4
Milieubewust gedrag -12.0
-9.0
-6.0
-3.0
0
3.0
6.0
9.0
12.0
Financiële positie
-6.0
-4.5
-3.0
-1.5
0
1.5
3.0
4.5
6.0
Overtuigingen
-14.0
-10.5
-7.0
-3.5
0
3.5
7.0
10.5
14
39
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
Zoals te zien is, zijn er stellingen op het vlak van milieubewust gedrag, rondom iemand financiële positie en over overtuigingen. Samen geven ze een beeld van het duurzame gedrag, mogelijkheden en bereidwilligheid onder senioren. Deze vragenlijst is tot stand gekomen door gebruik te maken van dezelfde sample als bij de AFCCQ, alleen hebben iets minder senioren in Den Haag deze vragenlijst ingevuld. Een totaal van 396 hebben de vragenlijst ingevuld, waarvan 10 afkomstig waren door werving via GetOud. Voor het psychometrisch valideren zijn de data van 336 mensen meegenomen, omdat er bij 60 deelnemers te veel ontbrekende data waren (Tabel 19). Voor het representatieve onderzoek zelf bestond de sample uit 388 respondenten, hetgeen voortkwam uit het al dan niet hebben van ontbrekende waarden in de ingevulde vragenlijst, en zo ja, de mate waarin (Tabel 20).
Tabel 19: Kenmerken van de deelnemers voor het maken van de duurzaamheidsvragenlijst (totaal n =336). n (%) of gemiddelde (SD)
Geslacht Man
155 (47.7%)
Vrouw
170 (52.3%)
Ontbrekende waarde
11 (3.3%)
Leeftijd Gemiddelde (SD)
74.7 (9.02)
65–69
59 (17.6%)
70–74
79 (23.5%)
75+
133 (39.6%)
Ontbrekende waarde
65 (19.3%)
Geboren in Nederland (%) 1
276 (84.7%)
Opleidingsniveau (ISCED-score) Laag (niveau 0-3)
137 (40.8%)
Medium (niveau 4-5)
29 (8.6%)
Hoog (niveau 6-8)
165 (49.1%)
Ontbrekende waarde
5 (1.5%)
Aantal jaren wonend in Den Haag Gemiddelde (SD)
51.1 (24.5)
Type huis
1
Koopwoning
192 (57.8%)
Sociale huurwoning
87 (26.2%)
Private huur
53 (16.0%)
Ontbrekende waarde
4 (1.2%)
Samenwonend met een partner (%)
180 (54.1%)
Ontvangt zorg (%)
81 (24.3%)
Eén of meerdere chronische aandoeningen (%)
119 (36.0%)
Maakt gebruik van een mobiliteitshulpmiddel (%)
60 (18.2%)
Wijst op een mogelijke migratieachtergrond, en omvat ook de (voormalige) overzeese gebiedsdelen.
40
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
Tabel 20: Kenmerken van de deelnemers voor het representatieve onderzoek (totaal n = 388). n (%) of gemiddelde (SD)
Geslacht Man
166 (42.8%)
Vrouw
205 (52.8%)
Ontbrekende waarde
17 (4.4%)
Leeftijd Gemiddelde (SD)
74.9 (8.78)
65–69
94 (24.2%)
70–74
112 (28.9%)
75+
158 (40.7%)
Ontbrekende waarde Geboren in Nederland (%)
24 (6.2%) 307 (79.1%)
1
Opleidingsniveau (ISCED-score) Laag (niveau 0-3)
241 (62.1%)
Medium (niveau 4-5)
30 (7.7%)
Hoog (niveau 6-8)
108 (27.8%)
Ontbrekende waarde
9 (2.3%)
Aantal jaren wonend in Den Haag Gemiddelde (SD)
50.8 (24.78)
Type huis Koopwoning
213 (54.9%)
Sociale huurwoning
105 (27.0%)
Private huur
62 (16.0%)
Ontbrekende waarde
8 (2.1%)
Samenwonend met een partner (%)
165 (42.5%)
Ontbrekende waarde
7 (1.8%)
Ontvangt zorg (%)
99 (25.5%)
Ontbrekende waarde
7 (1.8%)
Eén of meerdere chronische aandoeningen (%)
145 (37.4%)
Ontbrekende waarde
9 (2.3%)
Maakt gebruik van een mobiliteitshulpmiddel (%)
76 (19.6%)
Ontbrekende waarde
11 (2.8%)
Kwaliteit van leven (schaal van 1 laag tot 10 hoog) Gemiddelde (SD) 1
7.75 (1.11)
Wijst op een mogelijke migratieachtergrond, en omvat ook de (voormalige) overzeese gebiedsdelen.
In 2022 scoorde de gemeente Den Haag in totaal een “positief” op alle vier de (deel)domeinen van de vragenlijst (Tabel 21). Kijken we naar de verdelingsscores voor de acht stadsdelen van de gemeente Den Haag, dan zijn alle deelscores weer positief, maar met subtiele verschillen tussen de gemiddelde scores voor de stadsdelen: ● De hoogste scores voor Pro-milieugedrag zijn gevonden in Leidschenveen-Ypenburg (financieel gedreven) en in Segbroek (milieugericht). Deze scores waren het laagst in Laak en Escamp. ● De scores op Financiële positie waren het laagst in Centrum en het hoogst in Segbroek. ● De scores voor Overtuigingen waren het laagst in Laak en weer het hoogst in Segbroek, waarbij de scores in Segbroek twee keer zo hoog waren als die in Laak. Gemiddeld scoort geen van de stadsdelen negatief.
41
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
5.1
Duurzaamheidsclusters
Om een beter beeld te krijgen van wat er schuilgaat achter de ingevulde antwoorden, om precies te zijn, welk type ouderen er schuilgaan, is een clusteranalyse uitgevoerd. Bij deze vorm van data-analyse worden mensen met gelijkaardige antwoorden gegroepeerd, en op een dusdanige wijze dat de clusters significant van elkaar verschillen. De karakteristieken die behoren bij deze clusters zijn uitgedrukt in percentages. Indien het percentage tussen de 75 en 99% ligt, dan is deze waarde hoogstwaarschijnlijk als eigenschap voor dit cluster, Bij percentages tussen de 51 en 75% is het waarschijnlijk. Indien de waarde niet hoger is dan 50% was er geen waarschijnlijkheidswaarde toe te kennen. Uit de clusteranalyse volgde een zestal clusters ofwel profielen van Haagse senioren. Het kleinste cluster, namelijk cluster 1, bestond uit 11 personen. Mensen in deze groep waren het minst geneigd om (de voorkeur te geven aan) een duurzame levensstijl en zouden als uitschieters kunnen worden beschouwd. Cluster 4 bestond uit 57 mensen, met relatief hoge scores voor milieuvriendelijk gedrag en overtuigingen, maar met negatieve scores voor financiële positie. Cluster 2 bestond uit 62 mensen en had een lage maar positieve score voor Pro-milieugedrag (financieel gedreven), maar licht negatieve scores voor Pro-milieugedrag (milieu-gedreven), Financiële Positie en Overtuigingen.
Cluster 6 bestond uit 63 personen en scoort overall het hoogst op elk van de vier domeinen. Cluster 5 bestond uit 79 mensen en heeft een lage maar positieve score voor Milieuvriendelijk gedrag (financieel gedreven), een iets hogere score voor Milieuvriendelijk gedrag (milieugedreven) en hoge scores voor Financiële Positie en Overtuigingen, zij het enigszins lager dan waargenomen in Cluster 6. Ten slotte waren er 116 mensen in Cluster 3. Dit cluster heeft positieve scores voor zowel Pro-milieugedrag als Overtuigingen. De score voor door financiën gedreven pro-milieugedrag kan worden bepaald door de lagere score voor Financiële Positie. Op basis van de meest opvallende kenmerken van elk cluster en opmerkelijke verschillen tussen clusters (Tabel 22), werden de verhalen voor elk van de profielen ontwikkeld (Tabel 23). De gemiddelde leeftijd van de clusters verschilde niet veel, variërend van Cluster 3 als de oudste (75,9 ± 6,6) en Cluster 6 als de jongste groep (72,2 ± 5,1). Mensen van cluster 2 en 5 zijn vaker mannelijk. Als we kijken naar het opleidingsniveau van de clusters, hadden alle zes een groot aantal mensen met een lagere opleiding (ISCED 0-3), het hoogste (90,9%) in Cluster 1. Clusters 5 en 6 hadden de grootste percentages mensen met scores hoger onderwijs (ISCED 6-8), namelijk 40,3 en 45,2%.
Cluster 4 heeft in vergelijking met de andere clusters het grootste percentage mensen dat niet in Nederland is geboren. Als we kijken naar de woonsituatie van de mensen, hebben Clusters 5 en 6 een meerderheid van eigenaarbewoners dan de andere clusters, terwijl Clusters 1 en 3 een meerderheid van mensen hebben die in sociale huurwoningen wonen. Mensen van Clusters 1 tot 4 wonen waarschijnlijk alleen, met een gelijke verdeling in Cluster 6 en een meerderheid van de mensen die samenwonen met een partner in Cluster 5. Als we kijken naar de algehele gezondheid van de clusters, is er in Cluster 4 slechts een meerderheid van de ouderen met een of meer chronische aandoeningen. Het algehele positieve beeld dat uit de beschrijvende statistiek naar voren kwam krijgt meer nuancering bij de analyse van de resultaten van de clusteranalyse. Het beste zou zijn om deze clusters te bespreken vanuit een beleidsperspectief en interventies, wetende dat de clusters niet noodzakelijkerwijs een voorspellend vermogen hebben, de werkelijkheid is genuanceerder ondanks het feit dat de enquête een representatieve steekproef voor ouderen omvatte.
42
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
Milieubewust gedrag (zowel financieel gedreven en milieugedreven) scoren positief voor Clusters 3 tot 6. De mensen in Clusters 4 en 6 scoren het hoogst, en de financieel gedreven component is sterk bij beide clusters, maar misschien voor verschillende redenen zoals financiële noodzaak gezien de crisis in de kosten van levensonderhoud voor Cluster 4. De mensen in Cluster 6 scoren significant hoger dan de ouderen in Cluster 5, wat een indicator kan zijn voor een hogere intrinsieke en extrinsieke motivatie. Clusters 3 en 5 zouden baat kunnen hebben bij speciale campagnes om het pro-milieugedrag te verbeteren. Cluster 1 en 2 zijn minder happig op een duurzame levensstijl, maar mensen in Cluster 2 kunnen via het financiële traject worden overgehaald. Als duurzame maatregelen een positief effect hebben op het niveau van het beschikbaar inkomen, kan dit een manier zijn om de algemene scores te verbeteren. De scores voor Financiële positie zijn het hoogst onder Cluster 5 en 6, en in iets mindere mate onder Cluster 1. De mensen in Cluster 5 en 6 hebben ook de juiste overtuigingen en voldoende financiële middelen om een duurzame levensstijl te leiden en te betalen.
De grootste groep mensen is te vinden in Cluster 3, en dit lijkt de “stille meerderheid” te zijn van mensen die hun leven zo goed mogelijk proberen te leiden en die het discours in de Nederlandse samenleving volgen dat een ecologisch duurzame levensstijl belangrijk is, maar die niet onvermurwbaar en volhardend zijn in hun dagelijkse gedrag en keuzes. De mensen in Cluster 3 scoren bescheiden positief en zijn wellicht niet geneigd om hun beschikbare inkomen uit te geven aan duurzame opties, waaronder woningaanpassingen en voeding. Cluster 4 heeft de grootste groep mensen met chronische aandoeningen, en deze groep mensen heeft een positieve houding ten opzichte van een ecologisch duurzame levensstijl, zowel uit persoonlijke overtuigingen als uit financiële noodzaak. Hun financiële positie lijkt echter de implementatie van oplossingen die verdere investeringen vergen te belemmeren. Deze groep zou in potentie het meeste baat hebben bij subsidies en financiële ondersteuningssystemen. Dergelijke instrumenten kunnen ook een trigger zijn voor de mensen in Cluster 2. Wat Overtuigingen betreft scoren de mensen van Cluster 4, 5 en 6 verreweg het hoogst, met ook positieve scores voor Cluster 3. Zoals eerder vermeld, scoren de mensen in Cluster 1 negatief op Overtuigingen en mensen in Cluster 2 matig negatief, wat mogelijk kan worden tegengegaan door middel van voorlichting en training.
De mensen van Cluster 1 lijken een algehele afwijzing te tonen van de noties van een ecologisch duurzame levensstijl, en zelfs financiële drijfveren achter duurzaam gedrag zijn niet voldoende om mensen hun keuzes te laten veranderen. Mensen in Cluster 2 zijn er ook niet van overtuigd dat milieuduurzaamheid belangrijk is, maar zijn bereid hun gedrag aan te passen op basis van financiële gevolgen. Zo kan het verwarmen van een huis in de winter kostbaar zijn in tijden van stijgende energieprijzen, en het lager zetten van de thermostaat om geld te besparen is de belangrijkste drijfveer achter duurzame keuzes. Door middel van clusteranalyse kunnen de uitkomsten van de SustainABLE-16 Questionnaire helpen om te begrijpen welke groepen bereid (en onwillig) zijn om een duurzamere levensstijl na te streven, en of ze een dergelijke levensstijl al dan niet kunnen betalen. Er is ook een overlap met de vier leeftijdsvriendelijke persoonlijkheden, die ook twee groepen ouderen aantrof met beperkte financiële middelen en met chronische ziekten en beperkingen die een negatief effect hadden op de perceptie van seniorvriendelijkheid. Daarnaast was er een grote groep relatief tevreden ouderen en een bovenlaag van mensen die het in alle opzichten goed hadden.
43
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
Tabel 21: Resultaten voor Den Haag en stadsdelen (gemiddelden en standaarddeviaties). Milieubewust gedrag
Financiële positie
Overtuigingen
Financieel gedreven
Milieugedreven
Den Haag Totaal (n=388)
2.5±2.45
2.1±2.70
1.3±2.70
5.3±5.02
Loosduinen (n=74)
2.6±2.06
2.0±2.53
1.6±2.49
5.3±4.95
Escamp (n=60)
2.3±2.91
1.6±3.03
0.5±2.60
3.5±4.89
Segbroek (n=50)
2.6±2.60
2.8±2.73
2.1±2.91
7.6±5.78
Scheveningen (n=61)
2.7±2.59
2.0±2.89
1.8±2.72
5.6±4.69
Centrum (n=45)
2.6±2.24
2.3±2.32
0.4±2.76
5.0±4.52
Laak (n=10)
2.3±3.50
1.7±3.53
0.5±3.27
3.2±6.64
Haagse Hout (n=60)
2.4±2.23
1.9±2.36
1.9±2.36
5.3±4.62
Leidschenveen-Ypenburg (n=15)
3.0±2.90
2.4±3.10
1.5±2.56
7.0±3.96
Tabel 22: De clusterscores voor de zes te onderscheiden duurzaamheidsclusters. Cluster 1 (n=11)
Domein
Cluster 2 (n=62)
Cluster 3 (n=116)
Cluster 4 (n=57)
Cluster 5 (n=79)
Cluster 6 (n=63)
Sig.
Gemiddelde Gemiddelde Gemiddelde Gemiddelde Gemiddelde Gemiddelde Clusterverschillen
Milieubewust gedrag (financieel gedreven)
-1.64
1.35
2.47
4.21
1.20
4.70
<.001
Milieubewust gedrag (milieugedreven)
-4.91
-0.29
1.76
3.68
1.72
5.10
<.001
Financiële positie
2.82
-0.13
0.81
-1.88
3.23
4.05
<.001
Overtuigingen
-8.36
-0.90
3.71
7.12
7.99
11.71
<.001
44
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
Tabel 23: De zes duurzaamheidsclusters die in Den Haag zijn te onderscheiden. Cluster 1 (n=11)
Persoonlijke Leeftijd: 77,0 ± 5,8 factoren Woonachtig in Den Haag: 62,4±25,5 jaar 54,5% vrouw*
Cluster 2 (n=62)
Cluster 3 (n=116)
Cluster 4 (n=57)
Cluster 5 (n=79)
Cluster 6 (n=63)
Leeftijd 75,8 ± 6,1
Leeftijd 75,9 ± 6,6
Leeftijd 74,2 ± 6,3
Leeftijd 75,3 ± 7,1
Leeftijd 72,2 ± 5,1
Woonachtig in Den Haag: 54,0±25,8 jaar
Woonachtig in Den Haag: 54,5 ± 24,4 jaar
Woonachtig in Den Haag: 45,0±23,1 jaar
Woonachtig in Den Haag: 48,1±26,0 jaar
Woonachtig in Den Haag: 48,0±23,0
58,6% man*
63,0% vrouw*
64,9% vrouw*
57,9% man*
62,3% vrouw*
Zeer waarschijnlijk Zeer waarschijnlijk Zeer waarschijnlijk Waarschijnlijk geboren Zeer waarschijnlijk Zeer waarschijnlijk geboren in NL: 90,9%** geboren in NL: 88,1%** geboren in NL: 83,5%** in NL: 62,5%* geboren in NL: 94,6%** geboren in NL: 79,0%** Opleiding
Zeer waarschijnlijk een Zeer waarschijnlijk een Heeft waarschijnlijk een Heeft waarschijnlijk een Heeft waarschijnlijk een Heeft waarschijnlijk een lager opleidingsniveau lager opleidingsniveau lager opleidingsniveau lager opleidingsniveau lager opleidingsniveau lager opleidingsniveau afgerond ** (ISCED 0-3) afgerond ** (ISCED 0-3) afgerond* (ISCED 0-3) afgerond* (ISCED 0-3) afgerond* (ISCED 0-3) afgerond* (ISCED 0-3) (90,9%) (75,0%) (67,0%) (70,2%) hoewel in (50,5%) hoewel in (51,6%) hoewel in deze deze groep een groot deze groep een groot groep het grootste percentage een hoger percentage een hoger percentage een hoger opleidingsniveau heeft opleidingsniveau heeft opleidingsniveau heeft voltooid (ISCED 6-8) voltooid (ISCED 6-8) voltooid (ISCED 6-8) (24,6%). (40,3%). (45,2%).
Huisvesting Mensen wonen waarschijnlijk in een huurwoning* (63,6%) waarvan 54,5% in een sociale huurwoning.
Mensen wonen waarschijnlijk in een huurwoning* (53,4%) waarvan 31,7% in een sociale huurwoning.
Mensen wonen waarschijnlijk in een huurwoning* (58,0%) waarvan 54,5% in een sociale huurwoning.
Mensen wonen waarschijnlijk in een huurwoning* (56,2%) waarvan 40,4% in een sociale huurwoning.
Mensen wonen zeer waarschijnlijk alleen: 81,8%**
Mensen wonen waarschijnlijk alleen: 60%*
Mensen wonen waarschijnlijk alleen: 56,6%*
Mensen wonen zeer waarschijnlijk alleen: 78,6%**
Mensen wonen Mensen wonen hoogstwaarschijnlijk waarschijnlijk in een in een koopwoning** koopwoning * (71,0%) (83,3%) en slechts 7,7% en 19,4% woont in een woont in een sociale sociale woning. huurwoning. Gelijke verhouding Mensen wonen tussen alleen wonend waarschijnlijk samen of samenwonend. met een partner: 59%*
Gezondheid Van deze groep gaf Van deze groep gaf 45,5% van de mensen 45,8% van de mensen aan een chronische aan een chronische aandoening te hebben, aandoening te 27,3% krijgt enige vorm hebben, 33,3% van gezondheidszorg krijgt enige vorm van en 26,4% maakt gezondheidszorg en gebruik van een 28,8% maakt gebruik mobiliteitshulpmiddel. van een mobiliteits hulpmiddel. Twee van de scores behoren tot de hoogste van alle clusters.
Deze groep is redelijk Heeft waarschijnlijk ten Deze groep is het Deze groep is redelijk gezond. Ongeveer minste één chronische gezondst. Slechts gezond. Ongeveer 37,8% van de mensen aandoening* (59,6%), 21,8% heeft 31,7% van de mensen heeft een chronische 32,1% ontving een chronische heeft een chronische ziekte. Slechts 23,0% enige vorm van aandoening, 23,1% ziekte. Slechts 22,2% kreeg enige vorm van gezondheidszorg en kreeg enige vorm van ontving enige vorm van gezondheidszorg en 19,6% gebruikte een gezondheidszorg en gezondheidszorg en 22,1% gebruikte een mobiliteitshulpmiddel. 15,8% gebruikte een 11,3% gebruikte een mobiliteitshulpmiddel. mobiliteitshulpmiddel, mobiliteitshulpmiddel wat iets meer is dan (beide de laagste van mensen in Cluster 6. de clusters).
Cijfer kwaliteit van leven
7.58±1.08
8.36±1.12
7.40±1.18
7.36±1.17
** zeer waarschijnlijk >75%, *Waarschijnlijk 51-74%, geen opvallendheid <50%.
45
8.04±0.78
8.27±1.08
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
5.2 Mogelijke impact op gemeentelijk beleid
De resultaten van dit onderzoek kunnen door gemeentelijke beleidsmakers worden gebruikt voor het opstellen van nieuw beleid of actieprogramma’s op het gebied van duurzaamheid, in het bijzonder waar het Haagse ouderen betreft. Hierbij wordt de gemeente aangemoedigd de dialoog aan te gaan met senioren uit de verschillende clusters om nader te verkennen waar voor hen mogelijke oplossingen liggen. Per cluster geven we mogelijke suggesties voor gemeentelijk beleid. Deze suggesties niet gebaseerd zijn op terugkoppeling vanuit de ouderen zelf.
Cluster 1. Niet betrekken bij beleidsmaatregelen
● Dit cluster heeft geen baat bij beleid, omdat overtuigingen en gedragingen negatief scoren.
Cluster 2. Verkennen van mogelijkheden voor financiële prikkels
Dit cluster kan baat hebben bij beleidsmaatregelen met betrekking tot: ● Financiële steunmaatregelen ● Maatregelen energiekosten ● Verbeteren van de woonkwaliteit (energie, comfort) ● Prijsprikkels om seizoensgebonden voeding en voeding van niet-dierlijke oorsprong te stimuleren ● Op de langere termijn kunnen effecten worden gesorteerd uit kennisoverdracht en specifieke informatie
Cluster 3. Focus op verbreding van kennis en praktijk
Dit cluster zal profiteren van beleidsmaatregelen met betrekking tot: ● Mensen in staat stellen om op deze manier door te leven (informatie, cursussen, milieuvriendelijke oplossingen) ● Verdere prijsprikkels om seizoensgebonden voeding en voeding van niet-dierlijke oorsprong te stimuleren, aangezien de persoonlijke budgetten toereikend maar niet onuitputtelijk zijn ● Fiscale stimuleringsmaatregelen en subsidies ● Op de langere termijn kunnen effecten worden gesorteerd uit verdere kennisoverdracht en specifieke informatie
Cluster 4. Financiële ondersteuning bieden
Dit cluster zal profiteren van beleidsmaatregelen met betrekking tot: ● Financiële steunmaatregelen (ook op energiegebied) en subsidies ● Kwaliteit huurwoningen verbeteren (energie, comfort) ● Acties van gemeenten en overheid om beter inzicht te krijgen in de financiële uitdagingen waar mensen voor staan ● Campagnes om voorlichting te geven over de steun van de lokale overheid ● Prijsprikkels om seizoensgebonden voeding en voeding van niet-dierlijke oorsprong te stimuleren ● Op de langere termijn kunnen effecten worden gesorteerd op kennisoverdracht en specifieke informatie gericht op leven met beperkte financiële middelen
46
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
Cluster 5. Focus op het voortzetten en stimuleren van milieuvriendelijk gedrag
Dit cluster kan baat hebben bij beleidsmaatregelen met betrekking tot: ● Het bevorderen en bevorderen van de capaciteiten van mensen om bij te dragen aan een duurzame samenleving ● Belastingvoordelen handhaven voor duurzaamheidsmaatregelen ● Acties om milieuvriendelijk gedrag verder te verbeteren, bijvoorbeeld door middel van cursussen en informatie
Cluster 6. Focus op continuïteit
Dit cluster kan baat hebben bij beleidsmaatregelen met betrekking tot: ● Het bevorderen en bevorderen van de capaciteiten van mensen om bij te dragen aan een duurzame samenleving ● Belastingvoordelen handhaven voor duurzaamheidsmaatregelen
47
6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
48
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
● Het algehele beeld van Den Haag als seniorvriendelijke stad is omgerekend naar een rapportcijfer gemiddeld een zeven waard en blijft stabiel. Toch is er een aantal opvallende verschuivingen. ● We hebben een bewogen twee jaar achter de rug, met de COVID-19 pandemie, de start van de oorlog in Oekraïne, en een enorme stijging van de inflatie. Dit zien we ook terug in de ervaren seniorvriendelijkheid van de stad Den Haag. De financiële component hierin komt sterk tot uiting bij ouderen die het al niet breed hebben. Zij ervaren de stad door de trends in de samenleving als minder seniorvriendelijk. ● Opvallend, maar goed te verklaren, is de daling in bijna alle stadsdelen op het domein van Sociale Participatie. Mensen nemen minder deel aan activiteiten, mede ten gevolge van COVID-19. De afname in sociale contacten die volgde uit de anderhalvemetermaatregel, en het stopzetten van activiteiten, is na de pandemie nog niet helemaal opgeveerd. Niet alle senioren zijn even actief als voorheen (Tabel 4b). ● Net zo opvallend is de stijging (positief) op het domein Respect en sociale inclusie. Een mogelijke verklaring ligt in het gegeven dat senioren minder vaak de deur uit komen (en dus ook minder risico lopen om negatief bejegend te worden) of zijn mensen (ook tussen de generaties) meer op elkaar gaan letten door de pandemie en wat zachter in de omgang geworden.
● Buitenruimte en gebouwen blijft een aandachtspunt, dat ook in het recente College-akkoord van de Gemeente heeft kunnen rekenen op extra maatregelen. ● Financiële situatie is erger geworden door de oplopende inflatie sinds juli 2021, en de inval en oorlog in Oekraïne, met name de energieprijzen en prijzen van de boodschappen zijn daarin het meest voelbaar. Het verschil tussen ouderen die wel of niet financieel kunnen rondkomen is groter geworden. ● Uit de vragen van de Stedelijke Ouderen Commissie blijkt dat mensen de weg niet vinden naar Servicepunt XL (zie Tabellen 9b en 10b). De mensen die het nodig hebben worden dus ook niet bereikt. Er zijn geen verschillen in hoe vindbaar deze punten zijn, of dat mensen weten waarvoor men bij een Servicepunt XL terecht kan, tussen ouderen met of zonder hulpvraag Dit is een punt van aandacht. ● In een periode van stijgende prijzen, duiden de stellingen over duurzaamheid op een grote bereidheid en/of noodzaak zuinig aan te doen. Toch lopen antwoorden sterk uit elkaar, waarbij zowel de financiële mogelijkheden en mogelijke levensovertuigingen een rol spelen. Bij duurzaamheidsbeleid is het belangrijk de inkomenspositie van senioren expliciet mee te nemen gezien de grote standaarddeviatie bij de beantwoording van vragen met een financiële component.
Dit blijkt ook uit de resultaten van de clusteranalyse, waarbij er een duidelijke groep is die financieel minder makkelijk kan rondkomen.
49
INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG
LITERATUUR ● COSMIN. Consensus-based Standards for Selection of Health Measurement Instruments. Available online: https://www.cosmin.nl/cosmin-tools/ ● Dikken, J., van den Hoven, R.F.M., van Staalduinen, W.H., Hulsebosch-Janssen, L.M.T., van Hoof, J. (2020a) How older people experience the age-friendliness of their city: Development of the Age-Friendly Cities and Communities Questionnaire. International Journal of Environmental Research and Public Health 2020;17(18):6867 doi: 10.3390/ijerph17186867 ● Dikken, J., van den Hoven, R.F.M., van Staalduinen, W.H., Hulsebosch-Janssen, L.M.T., van Hoof, J. (2020b) De Age-Friendly Cities and Communities Questionnaire AFCCQ (Nederlands). De Haagse Hogeschool, Den Haag. ISBN: 9789083074375 ● Dikken, J., Kazak, J.K., Soebarto, V.I., van Hoof, J. Views of older people on environmental sustainability: development of the SustainABLE-16 Questionnaire. Building and Environment 242:110514. doi: 10.1016/j. buildenv.2023.110514 ● Lijzenga, J.; Gijsbers, V.; Poelen, J.; Tiekstra, C. (2018) Ruimte voor Wonen. De Resultaten van het WoonOnderzoek Nederland 2018; Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Den Haag. Beschikbaar online: https://www.woononderzoek.nl/document/Ruimte-voor-wonen--de-resultaten-van-hetWoON2018-(interactief)-/174 ● van Hoof, J., Marston, H.R., Kazak, J.K., Buffel, T.
(2021) Ten Questions Concerning Age-Friendly Cities & Communities and the Built Environment. Building and Environment 199:107922. doi: 10.1016/j. buildenv.2021.107922 ● World Health Organization. Global Age-Friendly Cities: A Guide; World Health Organization: Genève, Zwitserland, 2007; ISBN 9789241547307 ● World Health Organization. The Checklist of Essential Features of Age-Friendly Cities; World Health Organization: Genève, Zwitserland, 2007
50
Adresgegevens Johanna Westerdijkplein 75 2521 EN Den Haag
dehaagsehogeschool.nl