CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319240 Bijlage onderzoek-den-haag-seniorvriendelijke-stad-2022

Commissie Samenleving 19 september 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief: inzake Aanbieding Ouderenmonitor 202316.822 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderzoek Den Haag Seniorvriendelijke Stad 2022 Integrale Rapportage Ouderenpanel

© 2023 De Haagse Hogeschool De Haagse Hogeschool

Johanna Westerdijkplein 75 2521 EH Den Haag

www.dehaagsehogeschool.nl Auteurs:

J. Dikken

W.H. van Staalduinen J. van Hoof

In samenwerking met Kennisplatform Seniorvriendelijk Den Haag Den Haag, september 2023 Deze studie is uitgevoerd als onderdeel van het project City&Co: Older Adults Co-Creating a Sustainable Age-friendly City JPI projectnummer 99950200

Dit project is gefinancierd door Regieorgaan SIA (UTC.01.1), als onderdeel

van ERA-NET Cofund Urban Transformation Capacities (ENUTC), dat mede is gefinancierd door het programma Horizon 2020 van de Europese Unie (Grant Agreement No. 101003758).

Vormgeving: Dienst Onderwijs, Kennis & Communicatie ISBN 9789083249155 Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International (CC BY-NC-ND 4.0)

INHOUD 1

Inleiding

6

2

Methodologie

8

3

2.1 Meetinstrument Age-Friendly Cities and Communities Questionnaire (AFCCQ)

9

2.2 Rekrutering respondenten Ouderenpanel

13

2.3 Statistiek

15

Bevindingen Stadsenquête seniorvriendelijkheid Den Haag 2020-2022

16

3.1

Resultaten op gemeenteniveau

17

3.2 Resultaten per stadsdeel (niet representatief) 3.3 Resultaten subgroepen

21

3.3.1 Zorg aan huis 2020-2022

22

3.3.2 Chronische ziekte of aandoening 2020-2022

22

3.3.3 Gebruik van rollator of rolstoel 2020-2022

23

3.4.4 Financiële situatie 2020-2022

23

3.4 Clusters van Haagse ouderen

4

6

23

3.5 Reflectie op resultaten

26

3.6 Mogelijke impact op gemeentelijk beleid

28

Bevindingen top-up vragen SOC 2022

30

4.1

5

20

De gemeente is goed bereikbaar voor vragen en klachten?

31

4.2 Ik weet waar een Servicepunt XL zich bevindt

32

4.3 Ik weet wat ik bij een Servicepunt XL kan regelen

33

4.4 Het speciale vervoer voor ouderen is goed georganiseerd

34

4.5 Mijn woning is geschikt voor mijn toekomst

34

4.6 Ik weet de weg voor een benodigde aanpassing van mijn woning

35

4.7

35

Ik ben in staat om aanpassingen aan mijn woning te financieren

4.8 Ik weet de weg voor een verhuizing naar een andere woning

36

4.9 Ik ben in staat om een verhuizing te organiseren

36

4.10 Ik ben in staat om een verhuizing te financieren

37

Bevindingen duurzaamheid

38

5.1

42

Duurzaamheidsclusters

5.2 Mogelijke impact op gemeentelijk beleid

46

Conclusies en aanbevelingen

48

Literatuur

50

3

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Figuren Figuur 1: Verspreiding van de clusters over de Haagse stadsdelen. Het totaal per stadsdeel is 100%.

26

4

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Tabellen Tabel 1:

De vragenlijst: Age Friendly Cities and Communities Questionnaire (AFCCQ).

Tabel 2:

Interpretatie AFCCQ totaalscore en specifieke domeinen.

11

Tabel 3:

Demografische gegevens respondenten voor de AFCCQ 2020 -2022.

14

Tabel 4a: Totaalscores van de Gemeente Den Haag en de stadsdelen per domein 2020-2022.

9

18

Tabel 4b: Totaalscores van de Gemeente Den Haag en de stadsdelen uitgesplitst voor Sociale Participatie 2020-2022.

20

Tabel 5: Gemiddelde scores voor AFCCQ-domeinen voor verschillende subgroepen waarbij variabelen van invloed zijn op ervaren seniorvriendelijkheid van Den Haag.

22

Tabel 6:

Clusterscores voor de AFCCQ-domeinen.

24

Tabel 7:

De vier seniorvriendelijke clusters die in Den Haag zijn te onderscheiden.

25

Tabel 8:

SOC-vraag 1.

31

Tabel 9a: SOC-vraag 2.

32

Tabel 9b: SOC-vraag 2, nader uitgesplitst.

32

Tabel 10a: SOC-vraag 3.

33

Tabel 10b: SOC-vraag, nader uitgesplitst.

33

Tabel 11:

SOC-vraag 4.

34

Tabel 12:

SOC-vraag 5.

34

Tabel 13:

SOC-vraag 6.

35

Tabel 14:

SOC-vraag 7.

35

Tabel 15:

SOC-vraag 8.

36

Tabel 16:

SOC-vraag 9.

36

Tabel 17:

SOC-vraag 10.

37

Tabel 18:

De gevalideerde SustainABLE-16 vragenlijst in het Nederlands.

39

Tabel 19: Kenmerken van de deelnemers voor het maken van de duurzaamheidsvragenlijst (totaal n =336).

40

Tabel 20:

Kenmerken van de deelnemers voor het representatieve onderzoek (totaal n = 388). 

41

Tabel 21:

Resultaten voor Den Haag en stadsdelen (gemiddelden en standaarddeviaties).

44

Tabel 22:

De clusterscores voor de zes te onderscheiden duurzaamheidsclusters.

44

Tabel 23:

De zes duurzaamheidsclusters die in Den Haag zijn te onderscheiden.

45

5

1 INLEIDING

6

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Sinds 2015 is de gemeente Den Haag lid van het Global Network for Age-Friendly Cities and Communities van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In die hoedanigheid werkt de stad aan een meer seniorvriendelijke leefwereld voor haar inwoners. Het lidmaatschap impliceert dat de gemeente zich committeert aan een vijfjarige cyclus van plannen maken (waaronder de gemeente actieprogramma’s), en het uitvoeren en evalueren ervan. In het kader van de evaluatie van Den Haag als seniorvriendelijke stad zijn er in het verleden diverse onderzoeken geweest en rapportages opgesteld zoals de Ouderenmonitor en het Ouderenpanel. Onder meer op basis van de bevindingen in deze rapportages stelt de Stedelijke Ouderen Commissie (SOC) aanbevelingen op voor de gemeente. In maart 2022 startte het project City&Co: Older Adults Co-Creating a Sustainable Age-friendly City. In dit project werken naast De Haagse Hogeschool, Gemeente Den Haag, AFEdemy - Academy on Age-Friendly Environments in Europe en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), ook de National University of Political Studies and Public Administration en Grupul de Educație și Acțiune pentru Cetățenie uit Boekarest, Roemenië, en de Jagiellonian University, Wrocław University of Environmental and Life Sciences, de Gemeente Kraków en Gemeente Wrocław in Polen, samen aan het doen van onderzoek naar de seniorvriendelijkheid van steden.

Met dit consortium wordt gewerkt aan een gedegen meetinstrument voor seniorvriendelijkheid – waarin we ouderen volop betrekken. Hiermee leggen we een basis waarop veel andere steden voort kunnen borduren. Ons einddoel is een lokaal ecosysteem van 65-plussers, onderzoekers en gemeentemedewerkers die samen de stad seniorvriendelijker maken. De basis voor het werk wordt gevormd door de Age-Friendly Cities and Communities Questionnaire, die in 2020 mede in opdracht van Gemeente Den Haag is ontwikkeld door De Haagse Hogeschool en partners van het Kennisplatform. Deze tool is door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aangemerkt als best practice voor het meten van de seniorvriendelijkheid van steden. De rapportage die nu voor u ligt is de tweede meting in het kader van het Ouderenpanel in Den Haag dat met de AFCCQ is uitgevoerd onder een representatieve groep ouderen in Den Haag. De eerste meting kwam in 2020 tot stand in opdracht van Gemeente Den Haag in samenwerking tussen De Haagse Hogeschool, Hulsebosch Advies en AFEdemy ten behoeve van het domein Vitale Stad, dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn van de gemeente Den Haag. Deze door Regieorgaan SIA gefinancierde tweede meting is in het vierde kwartaal van 2022 afgenomen. Bij de rapportage van resultaten wordt tevens een vergelijking gemaakt met de meetresultaten van 2020.

7

2 METHODOLOGIE

8

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

2.1 Meetinstrument Age-Friendly Cities and Communities Questionnaire (AFCCQ)

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is sinds 2007 actief in het ondersteunen van steden om senior­ vriendelijker te worden, en richt zich op het deel van de bevolking dat ouder is dan 60 jaar. Om gestalte te geven aan deze internationale ambitie is het Global Network for Age-Friendly Cities and Communities opgericht. Hieraan nemen op dit moment ruim 1400 steden deel die onderling adviezen en ervaringen kunnen uitwisselen. Deze steden hebben zich gecommitteerd aan de doelstellingen van de seniorvriendelijke agenda, namelijk dat zij aansluiten bij de wens om een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven aan oudere inwoners te bieden. Elk lid van het netwerk monitort de voortgang van de te behalen doelstellingen, en ook bestaat er een wereldwijde database van seniorvriendelijke projecten en toolkits. Sinds 2015 is Den Haag als eerste Nederlandse gemeente lid van het Global Network for Age-friendly Cities and Communities. Onderdeel van dit lidmaatschap is het periodiek evalueren van de seniorvriendelijkheid van de stad. Vóór 2020 gebeurde dit zowel kwantitatief als kwalitatief, echter een instrument om de seniorvriendelijkheid kwantitatief te meten op een valide manier bestond nog niet. Dit leidde tot de ontwikkeling van de Age-Friendly Cities and Communities Questionnaire (AFCCQ) in 2020. Het volledige proces is terug te vinden in Dikken et al. (2020a).

De basis voor het werk vormde de “Checklist of Essential Features of Age-Friendly Cities” van de WHO (2007). De relevante items zijn omgezet in vragen die konden worden beantwoord op een 5-puntsschaal (geheel mee oneens tot geheel mee eens). De AFCCQ bestaat uit 23 items en omvat de acht domeinen van de WHO, evenals een negende domein rondom financiële aspecten.

Tabel 1: De vragenlijst: Age Friendly Cities and Communities Questionnaire (AFCCQ). ITEM

DOMEIN

Huisvesting Q1

Mijn woning is toegankelijk voor mij.

Q2

Mijn woning is toegankelijk voor mensen die mij willen bezoeken. Sociale participatie

Q3

In mijn buurt zijn voldoende gelegenheden om mensen te ontmoeten.

Q4

Activiteiten en evenementen worden georganiseerd op voor mij bereikbare plaatsen.

Q5

De informatie over activiteiten en evenementen vind ik voldoende en ook geschikt voor mij.

Q6

Ik vind het aanbod van evenementen en activiteiten voldoende afwisselend. Sociale inclusie

Q7 *

Ik krijg wel eens vervelende of negatieve opmerkingen vanwege mijn leeftijd.

Q8 *

Ik krijg wel eens te maken met discriminatie vanwege mijn leeftijd. Burgerparticipatie en werkgelegenheid

Q9

Ik heb voldoende mogelijkheden om met jongere generaties om te gaan.

Q10

Ik voel mij een gewaardeerd lid van de samenleving. Communicatie en informatie

Q11

Gedrukte en digitale informatie van de gemeente en andere maatschappelijke instanties zijn goed leesbaar qua lettertype en grootte.

Q12

Gedrukte en digitale informatie van de gemeente en andere maatschappelijke instanties zijn geschreven in begrijpelijke taal.

9

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

ITEM

DOMEIN Sociale en gezondheidsvoorzieningen

Q13

Het aanbod van zorg en welzijn in mijn stad is voor mij voldoende.

Q14

Als ik ziek ben, krijg ik de zorg en hulp die ik nodig heb.

Q15

Indien nodig, kan ik zorg en welzijn telefonisch en fysiek gemakkelijk bereiken.

Q16

Ik heb voldoende informatie over zorg en welzijn in mijn buurt.

Q17

Zorg en welzijn werkers in mijn buurt zijn voldoende respectvol. Buitenruimte en gebouwen

Q18

Mijn buurt is voldoende toegankelijk voor rollator of rolstoel.

Q19

De winkels in mijn buurt zijn voldoende toegankelijk met rollator of rolstoel. Transport

Q20

Ik kan gemakkelijk instappen in de bus of tram in mijn buurt.

Q21

De bus- en tramhaltes in mijn buurt zijn gemakkelijk te bereiken en te gebruiken. Financiën

Q22

Mijn inkomen is voldoende om zonder problemen in mijn basisbehoeften te voorzien.

Q23

Ik kan goed rondkomen met mijn inkomen.

De AFCCQ (Dikken et al., 2020ab) kan worden gebruikt voor onderzoek en beleidsdoelstellingen. De totaalscores variëren van -46 tot +46 punten, en de berekening van deze punten staat verderop uitgelegd. De punten variëren tevens per domein, afhankelijk van het aantal deelvragen per domein. Om de interpretatie van resultaten te vereenvoudigen, is gekozen voor een methodiek van het kleurenschema, waarbij roodtinten staan voor negatieve resultaten, en groentinten voor positieve resultaten. Op deze wijze is het voor de lezer in een oogopslag helder hoe het staat met de seniorvriendelijkheid van een stad, wijk, of op een specifiek deeldomein. Op deze wijze kan ook worden gezien waar nog aanvullende acties wenselijk zijn. Uit rode vlakken spreekt altijd een bepaalde mate van urgentie voor een interventie, terwijl lichtgroene vlakjes ook nog ruimte bieden voor aanvullende beleidsmaatregelen. Naast de 23 vragen van de AFCCQ zijn aanvullende top-up vragen opgenomen. Deze vragen in vorm van stellingen zijn mede op initiatief van de Stedelijke Ouderencommissie SOC tot stand gekomen. Deze vragen zijn achtereenvolgens: ● De gemeente is goed bereikbaar voor vragen en klachten. ● Ik weet waar een Servicepunt XL zich bevindt. ● Ik weet wat ik bij een Servicepunt XL kan regelen. ● Het speciale vervoer voor ouderen is goed georganiseerd. ● Mijn woning is geschikt voor mijn toekomst.

● Ik weet de weg voor een benodigde aanpassing van mijn woning. ● Ik ben in staat om aanpassingen aan mijn woning te financieren. ● Ik weet de weg voor een verhuizing naar een andere woning. ● Ik ben in staat om een verhuizing te organiseren. ● Ik ben in staat om een verhuizing te financieren.

10

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Tabel 2: Interpretatie AFCCQ totaalscore en specifieke domeinen. −−−−

−−−

−−

−

+

++

+++

++++

AFCCQ Totaal score

≤−35.1

−23.1– −35.0

−11.5– −23.0

−11.4–0.0

0.1–11.4

11.5–23.0

23.1–35.0

≥35.1

Huisvesting

≤−3.1

−2.1–−3.0

−1.1–−2.0

−1.0–0.0

0.1–1.0

1.1–2.0

2.1–3.0

≥3.1

Sociale participatie

≤−6.1

−4.1–−6.0

−2.1–−4.0

−2.0–0.0

0.1–2.0

2.1–4.0

4.1–6.0

≥6.1

Sociale inclusie*

≤−3.1

−2.1–−3.0

−1.1–−2.0

−1.0–0.0

0.1–1.0

1.1–2.0

2.1–3.0

≥3.1

Burgerparticipatie en werkgelegenheid

≤−3.1

−2.1–−3.0

−1.1–−2.0

−1.0–0.0

0.1–1.0

1.1–2.0

2.1–3.0

≥3.1

Communicatie en informatie

≤−3.1

−2.1–−3.0

−1.1–−2.0

−1.0–0.0

0.1–1.0

1.1–2.0

2.1–3.0

≥3.1

Sociale en gezondheids­ voorzieningen

≤−7.6

−5.1–−7.5

−2.6–−5.0

−2.5–0.0

0.1–2.5

2.6–5.0

5.1–7.5

≥7.6

Buitenruimte en gebouwen

≤−3.1

−2.1–−3.0

−1.1–−2.0

−1.0–0.0

0.1–1.0

1.1–2.0

2.1–3.0

≥3.1

Transport

≤−3.1

−2.1–−3.0

−1.1–−2.0

−1.0–0.0

0.1–1.0

1.1–2.0

2.1–3.0

≥3.1

Financiën

≤−3.1

−2.1–−3.0

−1.1–−2.0

−1.0–0.0

0.1–1.0

1.1–2.0

2.1–3.0

≥3.1

Scoresysteem1 Alle vragen van de AFCCQ worden beantwoord op een 5-puntsschaal, variërend van helemaal eens tot helemaal oneens. Scores: –2 = helemaal oneens; –1 = oneens; 0 = noch mee eens, noch mee oneens; 1 = eens; 2 = helemaal eens. Items met een asterisk (*) (vragen 7 en 8 in tabel 1) moeten gehercodeerd worden in tegenovergestelde richting (–2 = 2, –1 = 1, 0 = 0, 1 = –1, 2 = –2) Tel alle scores van de AFCCQ op om de totaalscore te berekenen. Tel alle scores van de specifieke domeinen op om de domeinspecifieke score te berekenen.

1

Een in te vullen variant is te downloaden via: https://www.dehaagsehogeschool.nl/docs/default-source/documenten-onderzoek/ lectoraten/urban-ageing/swe-vragenlijst-nl-age-friendly-cities_hr.pdf?sfvrsn=11e9415f_4

11

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Het Ouderenpanel 2022 bestond tevens uit aanvullende 41 vragen/stellingen rondom het thema duurzaamheid die tot stand zijn gekomen op een eerder literatuuroverzicht (van Hoof et al., 2021). Deze vragen/stellingen zijn achtereenvolgens: 1. Ik ben in staat mijn energielasten te betalen. 2. Ik ben actief bezig met energie- en waterbesparende maatregelen in huis. 3. Ik zet wel eens verlichting of apparatuur uit omwille van de kosten. 4. Ik zet wel eens verlichting of apparatuur uit omwille van het milieu. 5. Ik zet in de winter de verwarming bewust lager omwille van de kosten. 6. Ik zet in de winter de verwarming bewust lager omwille van het milieu. 7. Ik let bij het koel houden van mijn woning tijdens warme perioden op de kosten. 8. Ik let bij het koel houden van mijn woning tijdens warme perioden op het milieu. 9. Ik weet wat ik in en om mijn huis kan doen om energie te besparen. 10. Ik heb in mijn huis veel energiebesparende maatregelen genomen. 11. Ik heb in mijn huis de mogelijkheid om energiebesparende maatregelen te treffen. 12. Ik heb de financiële middelen om energiebesparende maatregelen te treffen in mijn huis. 13. Ik maak mij zorgen om het klimaat. 14. Ik ga wijs om met water. 15. Ik heb de mogelijkheden om comfortabel te blijven op extreem warme zomerdagen. 16. Ik weet wat ik moet doen op extreem warme zomerdagen om comfortabel te blijven. 17.

Ik voel mij betrokken bij milieu- en klimaatbeleid. 18. Ik voel mij als senior extra kwetsbaar ten aanzien van klimaatverandering. 19. Ik scheid mijn afval waar ik kan. 20. Ik vind het belangrijk om duurzame energie te gebruiken. 21. Ik heb voldoende financiële mogelijkheden om een milieubewust leven te leiden. 22. Ik heb zelf maatregelen genomen om een duurzamer leven te leiden. 23. Ik ga bewust om met eten, ik gooi weinig weg. 24. Betaalbaarheid is belangrijker dan duurzaamheid. 25. Ik zou meer inspraak willen bij beleidsplannen over duurzaamheid. 26. Ik vind de informatie over duurzaamheid van de overheid voldoende. 27. Ik vind ondersteunende maatregelen (zoals subsidies, ondersteuning bij aanvragen en technisch advies) voldoende. 28. Mijn inkomen staat onder druk door duurzaamheidsmaatregelen van de overheid. 29. Mensen die meer vervuilen zouden daarvoor meer moeten betalen. 30. Als ik de mogelijkheid had, zou ik graag zelf duurzame energie willen opwekken aan huis. 31. Ik zou best kleiner willen gaan wonen vanuit milieuoogpunt. 32. Ik zou best kleiner willen gaan wonen. 33. Ik maak graag gebruik van het openbaar vervoer vanuit milieuoogpunt. 34. Ik vind de lucht in mijn stad schoon. 35. Ik vind de straten in mijn stad schoon (vrij van afval). 36. Ik heb de mogelijkheid om te ontspannen in het groen of in de natuur. 37.

Ik ben mij bewust van de invloed die ik heb met mijn koopgedrag op het milieu. 38. Ik ben bereid om minder of geen vlees meer te eten vanuit een milieuoogpunt. 39. Ik ben bereid om vaker seizoensproducten te eten vanuit een milieuoogpunt. 40. Ik maak regelmatig gebruik van groen en natuur in de stad. 41. Ik geloof dat biodiversiteit mijn kwaliteit van leven beïnvloedt. Op basis van deze vragen is getracht een model te maken (op basis van het doorlopen van het COSMINstappenplan, oftwel COnsensus-based Standards for selection of health Measurement INstruments) om duurzaamheid onder senioren op gevalideerde wijze te meten.

12

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Tot slot hebben we de vraag gesteld in hoeverre de inval en oorlog in Oekraïne de mening over de seniorvriendelijkheid van Den Haag heeft veranderd op een schaal van 1 (totaal niet) tot 10 (heel veel).

2.2 Rekrutering respondenten Ouderenpanel

De data gebruikt in het vragenlijstonderzoek is een steekproef van thuiswonende ouderen (65 jaar en ouder) wonend in de gemeente Den Haag (Tabel 3). In januari 2022 waren er in totaal 553.306 inwoners in de gemeente Den Haag (https://denhaag.incijfers.nl/jive), waarvan 82.762 65 jaar en ouder wat neerkomt op 15,0% van de stedelijke bevolking. Van de groep 65 jaar en ouder woont ongeveer 95% zelfstandig, oftewel ~78.600 inwoners. Met een foutenmarge van 5% en een betrouwbaarheidsniveau van 95% betekent dit dat er in totaal 383 respondenten nodig waren om een representatieve steekproefgrootte te hebben. In 2020 waren de inclusiecriteria van de steekproef - idealiter – dat ruim 30% van de steekproef een migratieachtergrond zou hebben (volgens de definities van CBS - CBS). Daarnaast werd er gestreefd naar een normale verhouding tussen mannen en vrouwen (voor Den Haag is dat 45% man en 55% vrouw). De deelnemers kwamen uit alle stadsdelen ondanks dat ouderen niet gelijkmatig over Den Haag zijn verspreid. Daarnaast werd gestreefd naar een representatieve verdeling over de leeftijdscohorten (65-69 (~31%); 70-74 (~27%) en 75+ (~42%)), evenals het aandeel van de bevolking dat in een huis woont dat ofwel gehuurd wordt of in eigendom is (58% was eigendom van de bewoner, en 42% was gehuurd) (Lijzenga et al, 2018).

Tot slot hebben we gestreefd naar inclusie van mensen die: al dan niet samenwonen in één huis; zorg ontvangen; het hebben van chronische aandoeningen; en/of het gebruik van een rollator/rolstoel. Voor 2022 hebben we geen criteria opgesteld, wel hebben we gekeken of de respondenten vergelijkbaar waren met de sample uit 2020. In 2022 is de rekrutering en uitvoer van de meting als opdracht verstrekt aan Dimensus te Breda. Hiertoe zijn tussen Dimensus, de Gemeente Den Haag en De Haagse Hogeschool aanvullende gegevensverwerkers­ overeenkomsten gesloten in het kader van gegevensbescherming en privacy. Er zijn 1.600 inwoners van 65 jaar en ouder (geen bovengrens) willekeurig getrokken uit een groep van 50.542 huis­houdens van inwoners van 65 jaar en ouder die zijn opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP) van de Gemeente Den Haag. Na zogenaamde ontdubbeling van de getrokken gegevens (meerpersoonshuishoudens) op adresniveau door Dimensus zijn er na verwerking van de mutaties 1.582 personen aangeschreven. Hierop hebben in totaal 396 mensen in de maanden november en december 2022 deelgenomen, vergelijkbaar met de steekproef uit 2020. Hiervan hadden er 352 geen enkel ontbrekend antwoord. Bij vijf deelnemers waren er ontbrekende waarden “not at random”: zij stopten na een aantal vragen te hebben beantwoord.

Een aantal van 39 deelnemers hadden willekeurige ontbrekende waarden, waarvoor meervoudige imputatie is toegepast. Hiermee kwamen we uit op een totaal van 391 respondenten die zijn meegenomen in het onderzoek. De personen die deelnamen in 2020 zijn dus andere personen dan degenen die in 2022 hebben deelgenomen, hoewel beide groepen representatief zijn. De verschillen in respondenten tussen 2020 en 2022 waren minimaal. Significant waren type onderwijs (met meer lager opgeleide deelnemers in 2022), meer alleenstaande in 2022 en meer mensen die een chronische aandoening hadden in 2022. Ondanks deze verschillen blijft de steekproef van 2022 representatief op stadsniveau kijkend naar de stratificatieparameters. Wel dient te worden vermeld dat het aantal ouderen met een Westerse migratieachtergrond ook in deze sample ondervertegenwoordigd was, evenals in 2020. In 2020 bleek echter dat ouderen met een migratieachtergrond de seniorvriendelijkheid van Den Haag niet significant anders ervoeren. Het is belangrijk om te vermelden dat de steekproef representatief is op stadniveau, niet op stadsdeel- of wijkniveau. Wel geeft dit bruikbare inzichten, die met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd dienen te worden.

13

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Tabel 3: Demografische gegevens respondenten voor de AFCCQ 2020 -2022. 2020 (n=393)

2022 (n=391)

n (%)

n (%)

Geslacht

Sig.* .485

Man

n = 190 (48%)

171 (44%)

Vrouw

n = 203 (52%)

205 (52%)

Ontbrekend

-

15 (4%)

Gemiddelde (standaardafwijking)

74.9 (6.1)

75.2 (7.1)

65–69

n = 92 (24%)

97 (25%)

70–74

n = 119 (30%)

112 (29%)

75+

n = 182 (46%)

160 (40%)

Ontbrekend

-

22 (6%)

Geboren in Nederland (%)

335 (85%)

315 (81%)

Ontbrekend

-

14 (4%)

Leeftijd

Opleidingsniveau (ISCED-score)

.532 <.001

Laag (niveau 0-3)

122 (31%)

137 (35%)

Medium (niveau 4-5)

99 (25%)

29 (8%)

Hoog (niveau 6-8)

172 (44%)

165 (42%)

Ontbrekend

-

60 (15%)

Aantal jaren wonend in Den Haag Gemiddelde (standaardafwijking)

.387

.397 51.7 (22.8)

50.3 (24.8)

Type woning

.358

Koopwoning

234 (60%)

219 (56%)

Sociale huurwoning

111 (28%)

104 (27%)

Particuliere huurwoning

48 (12%)

62 (16.0%)

ontbrekend

-

6 (1%)

Samenwonend met een partner (%)

217 (55%)

166 (42%)

ontbrekend

-

5 (1%)

Ontvangt zorg (%)

105 (27%)

81 (21%)

ontbrekend

-

5 (1%)

Leeft met één of meer chronische aandoeningen (%)

192 (49%)

148 (38%)

ontbrekend

<.001 .948 .004

7 (2%)

Gebruikt rollator of rolstoel (%)

57 (16%)

76 (19%)

ontbrekend

-

8 (2%)

Score voor kwaliteit van leven

7.79±1.1

7.76±1.1

ontbrekend

.096 .682

4 (1%)

* Significantielevel, getest met een Mann-Whitney U-test bij ordinale variabelen, student t-test bij schaal variabelen en χ2-test bij nominale variabelen. ** Geboorteland, significante verschillen tussen groepen getest door een vergelijking geboren in Nederland of elders (χ2-test)

14

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

2.3 Statistiek

In 2022 waren er in totaal 352 mensen die de AFCCQ hebben ingevuld en hierbij geen missende variabelen hadden. Bij 44 mensen waren er missende waarde (at random), die door middel van multiple imputatie (een statistische techniek om met dergelijke ontbrekende waarden om te gaan waarbij missende waarde geschat worden op basis van de wel bekende data, zodat toch totalen kunnen worden geproduceerd. Dit hebben wij enkel bij de AFCCQ gedaan waarbij we weten welke variabelen als predictor kunnen dienen. Bij de overige vragen weten we dit nog niet (ongevalideerde vragen) waartoe is besloten om deze vragen te analyseren volgen “pairwise deletion”, wat betekent dat we alleen missende waarde laten vervallen bij de analyse op vraag niveau maar wel de overige antwoorden van de respondent behouden. Daarom kan het aantal respondenten dat de vraag heeft beantwoord (n) ook verschillen. Door bovenstaande keuzes kon meer data gebruikt worden dan wanneer bijvoorbeeld gekozen zou zijn voor “listwise deletion” (verwijderen van de hele respondent ten gevolge van enkele missende waarde). Dit rapport bestaat vooral uit beschrijvende statistiek (gemiddelden en de bijbehorende standaarddeviaties).

Daarnaast hebben we voor de vergelijking tussen 2020 en 2022 gebruik gemaakt van de passende testen: de Mann-Whitney U-test voor ordinale variabelen, de student t-test voor continue variabelen en de χ2 test bij nominale variabelen. Er is bij de keuze voor subgroepen uitgegaan van de resultaten van de eerdere analyses uit 2020.

RUIM 1400 STEDEN NEMEN DEEL AAN HET GLOBAL NETWORK FOR AGEFRIENDLY CITIES AND COMMUNITIES EN KUNNEN ONDERLING ADVIEZEN EN ERVARINGEN KUNNEN UITWISSELEN

15

3 BEVINDINGEN STADSENQUÊTE SENIORVRIENDELIJKHEID DEN HAAG 2020-2022

16

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Onderstaande paragrafen beschrijven de resultaten van het veldonderzoek dat met behulp van de vragenlijst Age-Friendly Cities and Communities Questionnaire (AFCCQ) is afgenomen onder een representatieve groep van 396 inwoners van de gemeente Den Haag in 2022. Daarnaast presenteren we de resultaten van 2020 om zodoende een vergelijking te kunnen maken. Toen deden 393 mensen mee met het veldonderzoek. De meting in 2020 werd afgenomen in augustus/september van dat jaar. Op dat moment was net de eerst coronagolf voorbij. De tweede meting in 2022 vond plaats in december. De COVID-19 pandemie was grotendeels voorbij, maar mede door de oorlog in Oekraïne stegen de energieprijzen sterk en had Nederland te maken met een hoge inflatie. De AFCCQ meet de belevingswereld van ouderen op de acht domeinen van de Wereldgezondheidsorganisatie, plus een relevant negende domein dat gaat over iemands financiële situatie. Bij de interpretatie van de resultaten is het belangrijk op te merken dat er is gevraagd naar de ervaringen rondom de seniorvriendelijkheid van de gemeente op een schaal van vijf. Antwoorden konden variëren van geheel mee oneens tot geheel mee eens. Dit leidt tot een cijfer dat bij een negatieve score uitdrukt dat mensen het overwegend oneens waren met de stelling, en bij een positieve score uitdrukt dat mensen het overwegend eens waren.

Omdat we hebben gevraagd naar de ervaringen rondom de seniorvriendelijkheid, kunnen negatieve scores ruwweg worden vertaald als ontevredenheid, en positieve scores op hun beurt als tevredenheid van de ouderen met (deelaspecten van) de seniorvriendelijkheid. Naast de gemiddelde score per domein, zijn er ook standaarddeviaties weergegeven. De standaarddeviatie is een rekenkundige maat voor de spreiding van de getallen rondom het gemiddelde. Als er weinig spreiding is (kleine standaarddeviatie), dan liggen de getallen allemaal dicht bij elkaar. Er zijn dan weinig verschillen tussen hoe mensen de vraag/het domein gescoord hebben. Bij een grote standaarddeviatie zijn de verschillen tussen mensen juist groot. De numerieke scores per domein kunnen niet onderling vergeleken worden met de scores op andere domeinen, zoals bijvoorbeeld Huisvesting met Sociale participatie, omdat de ranges van scores per domein verschillen door het aantal vragen dat een specifiek domein omvat.

3.1

Resultaten op gemeenteniveau

In 2022 scoorde de gemeente Den Haag in totaal een “tevreden” op zes (was zeven in 2020) van de negen domeinen van de AFCCQ De score voor Sociale Participatie daalde fors (van 2,6±2,46 naar 2,0±3,26) (Tabellen 4a en 4b). Daarnaast was er nog een matige maar significante daling van de score voor Financiële Situatie (van 1,9±1,26 naar 1,6±1,93) (Tabel 4a). Voor het domein Buitenruimte en gebouwen scoort de gemeente wederom een matig positieve score (neutraal tot enigszins tevreden). Zowel voor de domeinen Huisvesting als voor Sociale Inclusie zag de gemeente een significante toename in tevredenheid. Bij Sociale Inclusie bedroeg deze stijging maar liefst 0,6 punt (van 1,6±1,59 naar 2,4±1,68). De totaalscore op de AFCCQ is 16,9±11,33 (was 16,9±8,87) (op een schaal van -46 tot +46) en laat zien dat ouderen over het algemeen tevreden zijn over de seniorvriendelijkheid van Den Haag, zij het met een iets hogere standaarddeviatie dan 2 jaar daarvoor.

17

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Tabel 4a: Totaalscores van de Gemeente Den Haag en de stadsdelen per domein 2020-2022. Totaal AFCCQ

Huisvesting

Sociale participatie

Sociale Inclusie

Burgerparticipatie en werkgelegenheid

Range

-46 tot +46 (23 items)

-4 tot +4 (2 items)

-8 tot +8 (4 items)

-4 tot +4 (2 items)

-4 tot +4 (2 items)

Stadsdeel en aantal respondenten

2020

2020

2022

2020

2022

2020

2022

2020

2022

2022

Den Haag Totaal (n=393 2020; n=396 2022)

16.9±8.87 16.9±11.33 (+) (+)

2.4±1.06 (+++)

2.7±1.56*** (+++)

2.6±2.46 (++)

2.0±3.26*** (+)

1.6±1.59 (++)

2.4±1.68*** (+++)

1.4±1.34 (++)

1.4± 1.52 (++)

Loosduinen (n=68 2020; n=72 2022)

17.3±9.00 (+)

17.4±8.71 (+)

2.2±1.03 (+++)

3.0±1.08*** (+++)

2.6±2.68 (++)

2.0± 2.83** (+)

1.5±1.70 (++)

2.4±1.49** (+++)

1.4±1.50 (++)

1.5±1.28 (++)

Escamp (n=74 2020; n=62 2022)

16.6±9.10 (+)

13.2±11.17 (+)

2.3±0.91 (+++)

2.7±1.80** (+++)

2.5±2.43 (++)

0.3±3.48*** (+)

1.5±1.66 (++)

2.4±1.81** (+++)

1.3±1.42 (++)

0.7±1.76** (+)

Segbroek (n=61 2020; n=46 2022)

16.8±7.09 (+)

18.6±9.50 (+)

2.4±1.21 (+++)

2.2±2.22 (+++)

2.8±2.15 (++)

2.6±2.98 (++)

1.7±1.28 (++)

2.4±1.87** (+++)

1.3±1.18 (++)

1.8±1.52** (++)

Scheveningen (n=69 2020; n=62 2022)

17.5±8.30 21.0±10.28** 2.4±1.23 (+) (+) (+++)

3.0±1.27** (+++)

2.9±2.14 (++)

3.6±2.96 (++)

1.6±1.56 (++)

2.7±1.49*** (+++)

1.5±1.50 (++)

2.0±1.35** (++)

Centrum (n=39 2020; n=47 2022)

15.1±10.53 13.1±12.92 (+) (+)

2.3±1.03 (+++)

2.2±1.64 (+++)

2.7±2.69 (++)

2.0±3.69 (+)

1.6±1.82 (++)

2.2±1.79 (+++)

1.4±1.42 (++)

1.0±1.61* (+)

Laak (n=24 2020; n=10 2022)

16.5±7.87 (+)

17.4 ±7.04 (+)

2.2±0.77 (+++)

2.1±1.69 (+++)

2.7±2.43 (++)

2.7±2.29 (++)

1.5±1.41 (++)

2.3±1.33 (+++)

1.5±1.17 (++)

2.0±0.86 (++)

Haagse Hout (n=48 2020; n=62 2022)

18.4±10.13 (+)

17.8±9.70 (+)

2.5±1.00 (+++)

2.8±1.25 (+++)

2.7 ±2.68 (++)

1.7±2.92** (+)

2.1±1.64 (+++)

2.9±1.34** (+++)

1.5±1.28 (++)

1.8±1.43 (++)

Leidschen­veen- 14.7±10.02 Ypenburg (+) (n=10 2020; n=17 2022)

17.3±9.06 (+)

3.0±1.05 (+++)

3.4±1.06 (++++)

1.2±2.93 (+)

1.2±2.56 (+)

2.2±1.47 (+++)

2.2±1.75 (+++)

1.6±1.34 (++)

1.4±1.12 (++)

18

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Communicatie en informatie

Sociale en gezondheids­ voorzieningen

Buitenruimte en gebouwen

Transport

Financiële situatie

Range

-4 tot +4 (2 items)

-10 tot +10 (5 items)

-4 tot +4 (2 items)

-4 tot +4 (2 items)

-4 tot +4 (2 items)

Stadsdeel en aantal respondenten

2020

2022

2020

2022

2020

2022

2020

2022

2020

2022

Den Haag Totaal (n=393 2020; n=396 2022)

1.4±1.32 (++)

1.5±1.56 (++)

2.7±2.79 (++)

2.7±3.36 (++)

0.9±1.41 (+)

0.8±1.78* (+)

1.7±1.26 (++)

1.7±1.82 (++)

1.9±1.26 (++)

1.6±1.93** (++)

Loosduinen (n=68 2020; n=72 2022)

1.3±1.32 (++)

1.4±1.16 (++)

3.0±2.84 (++)

2.6±2.82 (++)

1.2±1.35 (++)

1.0±1.93 (+)

1.8±1.56 (++)

1.9±1.42 (++)

1.9±1.22 (++)

1.6±1.90 (++)

Escamp (n=74 2020; n=62 2022)

1.3±1.42 (++)

1.4 (1.91 (++)

2.8±2.63 (++)

2.3±3.49 (+)

1.0±1.39 (+)

0.8±1.87 (+)

1.7±1.48 (++)

1.6±1.92 (++)

1.7±1.31 (++)

0.9±1.87** (+)

Segbroek (n=61 2020; n=46 2022)

1.3±1.24 (++)

1.9±1.32* (++)

2.5±2.54 (+)

2.7±2.70 (++)

0.7±1.41 (+)

0.5±1.69 (+)

1.7±1.32 (++)

2.0±1.70 (++)

2.0±1.10 (++)

2.3±1.50 (+++)

Scheveningen (n=69 2020; n=62 2022)

1.5±1.21 (++)

1.8±1.51 (++)

2.7±2.55 (++)

3.3±3.73 (++)

0.7±1.43 (+)

1.0±1.49 (+)

1.7±1.47 (++)

2.0±1.75 (++)

2.2±1.06 (+++)

1.9±1.84 (+)

Centrum (n=39 2020; n=47 2022)

1.2±1.41 (++)

1.1±1.70 (++)

1.8±3.56 (+)

1.7±3.48 (+)

0.9±1.68 (+)

0.5±1.89** (+)

1.4±1.51 (++)

1.4±1.83 (++)

1.4±1.71 (++)

1.2±2.24 (++)

Laak (n=24 2020; n=10 2022)

1.3±0.96 (++)

1.6±1.42 (++)

2.8±2.86 (++)

3.7±3.46 (++)

1.1±1.07 (++)

0.9±1.37 (+)

1.6±1.00 (++)

2.5±1.08 (+++)

1.4±1.28 (++)

0.1±2.13 (+)

Haagse Hout (n=48 2020; n=62 2022)

1.4±1.52 (++)

1.6±1.63 (++)

3.0±2.85 (++)

3.1±3.39 (++)

1.2±1.37 (++)

0.8±1.60 (+)

1.5±1.85 (++)

1.0±2.06* (+)

2.2±1.14 (+++)

2.2±1.67 (+++)

Leidschen­veen- 1.3±1.33 Ypenburg (++) (n=10 2020; n=17 2022)

1.8±1.18 (++)

1.1±2.42 (+)

2.4±2.50 (+)

0.6±1.34 (+)

1.3±1.76 (++)

1.7±1.82 (++)

1.7±2.20 (++)

2.0±0.94 (++)

1.6±2.03 (++)

Significante verschillen in 2022 vergeleken met 2020: * = 0.10; ** = 0.05; *** =<0.001

19

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Tabel 4b: Totaalscores van de Gemeente Den Haag en de stadsdelen uitgesplitst voor Sociale Participatie 2020-2022. In mijn buurt zijn voldoende gelegenheden om mensen te ontmoeten.

Range

Activiteiten en evenementen worden georganiseerd op voor mij bereikbare plaatsen.

-2 tot +2

De informatie over activiteiten en evenementen vind ik voldoende en ook geschikt voor mij.

-2 tot +2

Ik vind het aanbod van evenementen en activiteiten voldoende afwisselend.

-2 tot +2

-2 tot +2

Stadsdeel en aantal respondenten

2020

2022

2020

2022

2020

2022

2020

2022

Den Haag Totaal (n=393 2020; n=396 2022)

0.82

0.66

0.68

0.62

0.62

0.42

0.58

0.35

Loosduinen (n=68 2020; n=72 2022)

0.74

0.61

0.65

0.68

0.65

0.38

0.57

0.33

Escamp (n=74 2020; n=62 2022)

0.76

0.34

0.66

0.24

0.54

-0.11

0.62

-0.13

Segbroek (n=61 2020; n=46 2022)

0.87

0.82

0.61

0.69

0.72

0.51

0.62

0.53

Scheveningen (n=69 2020; n=62 2022)

0.94

1.06

0.83

1.00

0.62

0.74

0.58

0.77

Centrum (n=39 2020; n=47 2022)

0.87

0.51

0.69

0.55

0.64

0.57

0.56

0.39

Laak (n=24 2020; n=10 2022)

0.79

0.80

0.71

0.80

0.63

0.56

0.67

0.56

Haagse Hout (n=48 2020; n=62 2022)

0.85

0.55

0.73

0.52

0.63

0.39

0.48

0.25

Leidschenveen-Ypenburg (n=10 2020; n=17 2022)

0.50

0.53

0.20

0.29

0.20

0.35

0.30

0.06

3.2 Resultaten per stadsdeel (niet representatief)

Door het lage aantal deelnemers per stadsdeel, kunnen de resultaten per stadsdeel niet als representatief worden beschouwd. Als we bij de resultaten inzoomen op de deelscores per stadsdeel, dan is te zien dat alle deelscores positief scoren (groene scores). Sommige districten scoren hoger dan andere. LeidschenveenYpenburg scoort op verschillende domeinen wat lager (afgezien van Huisvesting aangezien het een relatief recent gebouwde wijk is), terwijl Loosduinen, Haagse Hout en in mindere mate Scheveningen en Laak iets hoger scoren. Het stadsdeel Haagse Hout had in 2020 de hoogste gemiddelde score (18,4±10,13) en Leidschenveen-Ypenburg de laagste (14,7±10,02) (op een schaal van -46 tot +46). In 2022 werden de hoogste scores waargenomen in Scheveningen (21,0 ± 10,28), waar de scores aanzienlijk toenamen, en de laagste in Centrum (13,1 ± 12,92) en Escamp (13,2 ± 11,17). De algemene scores vallen allemaal binnen de enigszins tevreden range.

20

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Wanneer gekeken wordt naar de verschillende domeinen van de AFCCQ, scoort Huisvesting relatief hoog, terwijl domeinen als Sociale en Gezondheidsvoorzieningen, en Buitenruimte en Gebouwen in verschillende wijken relatief laag scoren. Het domein Huisvesting kende forse stijgingen in Loosduinen, Escamp en Scheveningen. Het domein Sociale Participatie scoort lager dan in 2020, met beduidend lagere scores voor Loosduinen, Haagse Hout en Escamp. Het domein Sociale Inclusie scoort in alle wijken (+++ zone) tevreden, vijf wijken scoren beduidend hoger (Loosduinen, Escamp, Segbroek, Scheveningen, Haagse Hout). Voor het domein Burgerparticipatie en Werkgelegenheid waren er forse stijgingen voor Segbroek en Scheveningen en een forse daling voor Escamp. Het domein Buitenruimte en Gebouwen scoort wederom het laagst van alle domeinen van de AFCCQ, met een forse daling voor Centrum (van 0,9±1,68 naar 0,5±1,89). Op het gebied van Financiële Situatie was er een significante afname in Escamp (van 1,7±1,31 naar 0,9±1,87).

3.3 Resultaten subgroepen

De ouderen in de gemeente Den Haag zijn geen homogene groep als het gaat om hun demografische achtergrond. Daarom is ook in 2022 op stadsniveau nader ingegaan op de scores van diverse subgroepen in de gemeente. Deze analyses zijn niet op stadsdeelniveau gemaakt vanwege de grootte van de onderzoekspopulatie, waardoor op stadsdeelniveau de groepen te klein zouden zijn voor een betrouwbaar beeld. Bij het bekijken van de verschillende subgroepen in Den Haag die gelden als risicogroepen voor lagere scores (Tabel 5), dan zien we significante verschillen tussen de mensen die thuiszorg krijgen versus mensen die dat niet hebben op de domeinen Sociale participatie, Burgerparticipatie en werkgelegenheid, en Vervoer. Daarnaast is er een significant hogere score voor Gemeenschap ondersteuning en gezondheidsdiensten. Voor de mensen metéén of meer chronische aandoeningen zijn er significante verschillen voor de totale AFCCQ-score, Huisvesting, Sociale participatie, Sociale Inclusie, Burgerparticipatie en werkgelegenheid, Vervoer en Financiële situatie. Voor oudere rolstoelgebruikers is het algemene beeld vergelijkbaar: significante verschillen zijn gevonden voor de totale AFCCQ-score, Huisvesting, Sociale Participatie, Burgerparticipatie en werkgelegenheid, Communicatie en informatie, en Transport.

Voor mensen met lagere scores voor hun financiële situatie zijn er significante verschillen voor de totale AFCCQ, Huisvesting, Sociale participatie, Sociale Inclusie, Burgerparticipatie en werkgelegenheid, Communicatie en informatie, Sociale en gezondheidsvoorzieningen, Transport en Financiële situatie. De verschillen tussen deze twee subgroepen vallen in Den Haag het meest op.

21

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Tabel 5: Gemiddelde scores voor AFCCQ-domeinen voor verschillende subgroepen waarbij variabelen van invloed zijn op ervaren seniorvriendelijkheid van Den Haag. Zorg aan huis

Chronische aandoening

Gebruik van mobiliteitshulpmiddel

Financiële situatie

2020

2022

2020

2022

2020

2022

2020

2022

2020

2022

2020

2022

2020

2022

2020

2022

Ja (n=105)

Ja (n=81)

Nee (n = 288)

Nee (n=310)

Ja (n=192)

Ja (n=148)

Nee (n = 201)

Nee (n=241)

Ja (n = 61)

Ja (n=76)

Nee (n = 332)

Nee (n=312)

< 0.0 (n= 56)

< 0.0 (n=115)

> 1.0 (n = 337)

> 1.0 (n=270)

16.3

15.8

17.6

17.8

15.9

14.3*

18.6

19.2

14.4

13.6

17.8

18.0

8.2

9.6

19.0

20.7**

HV

2.2

2.7**

2.5

2.8***

2.3

2.6**

2.5

2.9***

2.2

2.4

2.4

2.8***

2.0

2.3*

2.5

3.0***

SP

2.4

1.6*

2.9

2.3***

2.3

1.5**

3.2

2.4*

1.9

1.3

2.9

2.3**

1.3

1.1

3.0

2.6**

SI

1.7

2.3**

1.7

2.6***

1.6

2.1**

1.8

2.7***

1.5

2.3**

1.8

2.5***

1.0

2.0***

1.9

2.8***

BPW

1.2

1.1

1.5

1.6

1.3

1.1

1.6

1.6

1.2

1.0

1.5

1.6

0.7

1.0

1.6

1.7

CI

1.4

1.5

1.4

1.6

1.2

1.4

1.6

1.7

1.2

1.0

1.5

1.7**

0.8

0.9

1.5

1.9***

SGV

3.3

3.3

2.6

2.5

2.8

2.3*

2.9

3.0

3.3

2.7

2.7

2.7

0.8

1.1

3.2

3.4

BRG

1.1

0.8*

1.0

0.9

1.1

0.7**

0.9

0.9

1.3

0.9

1.0

0.8

0.6

0.6

1.0

1.0

T

1.0

0.8

2.0

2.0

1.5

1.4

2.0

2.0

0.2

0.5

2.0

2.0

1.3

1.4

1.8

1.0

FS

2.0

1.6

1.9

1.6*

1.8

1.0**

2.1

1.9

1.6

1.4

2.0

1.6**

-0.5

-0.9*

2.4

2.6***

Domein Totaal

Significante verschillen tussen 2020 en 2022: * ≤ 0.10; ** ≤ 0.05; *** ≤ 0.001

3.3.1 Zorg aan huis 2020-2022

Voor de groep van ouderen die zorg aan huis ontvangen ontstond in 2020 een gevarieerd beeld, waarbij op enkele domeinen opvallende verschillen optraden wanneer we hun scores vergeleken met die van de groep van respondenten die geen zorg aan huis ontvangen. In het oog springen met name de positieve scores van deze groep op het domein van Sociale en gezondheidsvoorzieningen en Buitenruimte en gebouwen, en de beduidend lagere score op het domein Transport. In 2022 was het beeld anders. Significante (negatieve) verschillen zijn gevonden op de domeinen Sociale participatie, Burgerparticipatie en werkgelegenheid en Transport. Op deze domeinen zijn ouderen die zorg ontvangen beduidend negatiever dan ouderen die geen zorg ontvangen. Het domein Sociale en gezondheidsvoorzieningen scoort net als in 2020 positiever, mogelijk omdat deze groep ouderen beter weet welke voorzieningen er allemaal zijn. Over het algemeen zien we grotere verschillen ontstaan in 2022 ten opzichte van 2020 tussen de groep ouderen die zorg nodig heeft thuis en ouderen die dit niet behoeven.

3.3.2 Chronische ziekte of aandoening 2020-2022

Voor ouderen met een chronische ziekte of aandoeningen gold in 2020 een vergelijkbaar beeld waarbij genoteerd moet worden dat enkel op de domeinen Sociale participatie. Transport en Financiën significante verschillen waren en er over het algemeen een positief beeld was.

22

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

In 2022 was waren ook tussen deze groepen de verschillen op meerdere domeinen groter dan in 2020. Significante verschillen waren er op Sociale Participatie, Sociale Inclusie, Burgerparticipatie en werkgelegenheid, Transport en Financiën.

3.3.3 Gebruik van rollator of rolstoel 2020-2022

Eenzelfde vergelijking voor de gebruikers van een rollator of rolstoel liet in 2020 op vrijwel alle domeinen een lagere score zien, waarbij de significant lagere scores voor Sociale participatie en Transport in het oog springen. Ondanks de lagere scores waren de meeste domeinen nog overwegend positief. In 2022 zijn deze verschillen groter geworden, waarbij vooral in de groep van mensen die gebruik maken van een rolstoel of rollator op meerdere domeinen lager scoren dan in 2020. Op deze terreinen lijkt de stad dus als minder seniorvriendelijk ervaren voor wie gebruik maakt van een rollator of rolstoel de afgelopen 2 jaar, maar vooral zijn de verschillen met de groep die niet gebruik maakt van rollator of rolstoel groter.

3.4.4 Financiële situatie 2020-2022

Tot slot de financiële situatie. In 2020 was één van de opvallendste bevindingen het onderscheid tussen de groep die negatief scoort op de vragen over hun financiële situatie en de groep die hier positief op scoort. De vergelijking liet zien dat de eerste groep, met uitzondering van huisvesting, op alle domeinen beduidend (significant) lager scoort dan de tweede groep. De financiële situatie is dus in sterke mate van invloed op de wijze waarop deze groep de seniorvriendelijkheid van hun stad en wijk ervaart. In 2022 is dit verschil in ervaren seniorvriendelijkheid van de stad/wijk niet anders. De kloof in financiële situatie is iets groter geworden (van respectievelijk -0.4 en +2.3 gemiddeld naar -0.9 en +2.6). Van invloed kan hier zijn de enorme toename van inflatie, en prijzen voor energie en boodschappen die de koopkracht van veel senioren heeft beïnvloed.

3.4 Clusters van Haagse ouderen

Om een beter beeld te krijgen van welk type ouderen er schuilgaan achter deze cijfers, is een clusteranalyse uitgevoerd over de data van zowel 2020 als 2022. Bij deze vorm van data-analyse worden mensen met gelijk­ aardige antwoorden gegroepeerd, en op een dusdanige wijze dat de clusters significant van elkaar verschillen. Bij het verwerken van data zijn mogelijke dubbelingen verwijderd uit de dataset, bijvoorbeeld op basis van geboorte­ dag, waarbij dan de gegevens voor 2022 werden gebruikt voor verdere analyse. De analyse is met 718 unieke personen uitgevoerd. De karakteristieken die behoren bij deze clusters zijn uitgedrukt in percentages. Indien het percentage tussen de 75 en 99% ligt, dan is deze waarde hoogstwaarschijnlijk als eigenschap voor dit cluster, Bij percentages tussen de 51 en 75% is het waarschijnlijk. Indien de waarde niet hoger is dan 50% was er geen waarschijnlijkheidswaarde toe te kennen. Uit de clusteranalyse volgde een viertal stabiele clusters ofwel profielen van Haagse ouderen op het gebied van seniorvriendelijkheid. Deze clusters verschillen significant van elkaar. Cluster 1 bestond uit 113 personen.

Deze groep mensen ervoer de seniorvriendelijkheid van Den Haag het laagst op bijna alle domeinen, gevolgd door Cluster 2 (126 personen) met vooral lagere scores op het gebied van Buitenruimte en Gebouwen en Transport, Cluster 3 (343 mensen) is een grote groep mensen matig-positief over de stad en Cluster 4 (133 mensen) is op alle domeinen het meest positief over de seniorvriendelijkheid van Den Haag.

23

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Op basis van de meest opvallende kenmerken van elk cluster en opmerkelijke verschillen tussen clusters (Tabel 6), werden de verhalen voor elk van de persona’s ontwikkeld (Tabel 7). Wat persoonlijke factoren betreft, verschilde de leeftijd niet veel tussen de clusters, met een gemiddelde leeftijd van 73,5 ± 6,0 jaar voor Cluster 1, de jongste, en 76,5 ± 7,6 jaar voor Cluster 2, de oudste. In Clusters 1 en 2 waren mensen vaker vrouw (respectievelijk 58,9% en 57,3%). Alle groepen hadden een groot aantal mensen met lagere opleidingsscores (ISCED 0-3), hoewel in Cluster 4 het percentage mensen met hogere ISCED-waarden aanmerkelijk groter was dan in andere clusters (26,3%). Ten slotte werd in Cluster 1 een groter percentage mensen waargenomen dat niet in Nederland is geboren (24,9%) dan in de andere clusters. Qua woonsituatie wonen de mensen in Cluster 1 vaker in een (sociale) huurwoning (61,9%) en alleenstaand (61,6%). Alle andere clusters bestonden voornamelijk uit mensen die eigenaar-bewoners van een huis waren en er was een verhouding van ongeveer 50-50 alleenwonend of met een partner. Wat iemands gezondheidstoestand betreft, liet Cluster 1 zien dat de grootste populatie ten minste één chronische aandoening had (62,5%) en de laagste beoordeling van de kwaliteit van leven had (7,04 ± 1,173).

Mensen in Cluster 2 hadden waarschijnlijk ook minstens één chronische aandoening (54,8%), en voor dit cluster was het aantal mensen dat zorg ontving (43,2%) en een mobiliteitshulpmiddel gebruikte (33,9%) aanzienlijk hoger dan in de andere clusters. Hun kwaliteit van leven kreeg een score van 7,42 ± 1,127. Mensen in Clusters 3 en 4 hebben meer kans gezond te zijn, met slechts 37,3% en 33,1% van de mensen die te maken hebben met een chronische aandoening. Mensen in deze clusters schatten hun kwaliteit van leven ook hoger in dan de andere clusters, respectievelijk 7,91 ± 0,895 en 8,37 ± 0,875.

Tabel 6: Clusterscores voor de AFCCQ-domeinen. Cluster 1 n=113 Domein Gemiddelde AFCCQ Totaalscore Huisvesting Sociale participatie Sociale Inclusie Burgerparticipatie en werkgelegenheid Communicatie en informatie Sociale en gezondheidsvoorzieningen Buitenruimte en gebouwen Transport Financiële Situatie

Normalised score True-score Normalised score True-score Normalised score True-score Normalised score True-score Normalised score True-score Normalised score True-score Normalised score True-score Normalised score True-score Normalised score True-score Normalised score True-score

0.22 5.06 0.93 1.86 0.06 0.24 0.58 1.16 0.23 0.46 0.27 0.54 0.02 0.10 0.11 0.22 0.63 1.26 -0.40 -0.80

24

Cluster 2 n=126 Gemiddelde

Cluster 3 n=343 Gemiddelde

Cluster 4 n=133 Gemiddelde

0.39 8.97 1.15 2.30 0.19 0.76 0.70 1.40 0.31 0.62 0.32 0.64 0.29 1.45 -0.17 -0.34 -0.04 -0.08 1.09 2.18

0.82 18.86 1.25 2.50 0.70 2.80 1.03 2.06 0.77 1.54 0.80 1.60 0.62 3.10 0.66 1.32 1.01 2.02 0.94 1.88

1.37 31.51 1.83 3.66 1.24 4.96 1.85 3.70 1.46 2.92 1.37 2.74 1.09 5.45 0.87 1.74 1.55 3.10 1.60 3.20

Sign. Clusterverschillen <.001 <.001 <.001 <.001 <.001 <.001 <.001 <.001 <.001 <.001

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Tabel 7: De vier seniorvriendelijke clusters die in Den Haag zijn te onderscheiden. Cluster 1 (n=113)

Cluster 2 (n=126)

Cluster 3 (n=342)

Cluster 4 (n=133)

73,5 ± 6 jaar, al geruime tijd woonachtig in Den Haag (gemiddeld 50 ± 24 jaar). Gelijke verhouding over de leeftijdscohorten.

76,5 ± 7,6 jaar, al geruime tijd woonachtig in Den Haag (gemiddeld 49,5 ± 23 jaar). Ongeveer de helft is 75 jaar en ouder.

75,4 ± 6,2 jaar oud, lange tijd woonachtig in Den Haag (gemiddeld 51,4 ± 24 jaar). Ongeveer de helft is 75 jaar en ouder.

73,8 ± 5,8 jaar, al geruime tijd woonachtig in Den Haag (gemiddeld 52,3 ± 23 jaar). Gelijke verhouding over de leeftijdscohorten.

Waarschijnlijk vrouw* (58,9%).

Waarschijnlijk vrouw* (57,3%).

Gelijke verhouding vrouwen en mannen

Gelijke verhouding vrouwen en mannen

Een op de vier personen (23,9%) is niet in Nederland geboren.

De meerderheid van de mensen in het cluster is in Nederland geboren (87,3%)

De meerderheid van de mensen in het cluster is geboren in Nederland (86,0%)

De meerderheid van de mensen in het cluster is geboren in Nederland (82,7%)

Opleiding

Zeer waarschijnlijk een lager opleidingsniveau afgerond ** (ISCED 0-3) (85%)

Zeer waarschijnlijk een lager opleidingsniveau afgerond ** (ISCED 0-3) (84,1%)

Zeer waarschijnlijk een lager opleidingsniveau afgerond ** (ISCED 0-3) (86,3%)

Heeft waarschijnlijk een lagere opleiding afgerond* (ISCED 0-3) (67,7%), hoewel in deze groep een groot percentage een hogere opleiding heeft afgerond (ISCED 6-8) (26,3%).

Huisvesting

Mensen wonen waarschijnlijk in een huurwoning* (61,9%), waarvan 46,9% in een sociale huurwoning.

Mensen hebben waarschijnlijk een koopwoning* (70,6%) en 15,9% woonde in een sociale huurwoning.

Mensen hebben waarschijnlijk een koopwoning* (57,7%) en 28,6% woonde in een sociale huurwoning.

Mensen hebben waarschijnlijk een koopwoning* (64,7%) en slechts 18,2% woonde in een sociale huurwoning.

Mensen wonen waarschijnlijk alleen* (61,6%).

Gelijke verhouding tussen alleen wonen of samenwonen.

Heeft waarschijnlijk ten minste één chronische aandoening* (62,5%), 25% kreeg enige vorm van gezondheidszorg en 17,7% gebruikte een mobiliteitshulpmiddel.

Van deze groep gaf 54,8% van de mensen aan een chronische aandoening* te hebben, 43,2% krijgt enige vorm van gezondheidszorg en 33,9% maakt gebruik van een mobiliteitshulpmiddel.

Deze groep is redelijk gezond. Ongeveer 37,3% van de mensen heeft een chronische ziekte. Slechts 23,6% kreeg enige vorm van gezondheidszorg en 13,8% gebruikte een mobiliteitshulpmiddel.

Deze groep is het gezondst. Slechts 33,1% heeft een chronische aandoening, 22,6% kreeg enige vorm van gezondheidszorg en 10,5% gebruikte een mobiliteitshulpmiddel.

Cijfer kwaliteit 7.04±1.173 van leven

7.42±1.127

7.91±0.895

8.37±0.875

Opvallend AFCCQ domein

Transport en Buitenruimte en Gebouwen (negatief)

Persoonlijke factoren

Gezondheid

Financiële situatie (negatief)

** zeer waarschijnlijk >75%, *Waarschijnlijk 51-74%, geen opvallendheid <50%.

25

Financiële situatie (positief)

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Figuur 1: Verspreiding van de clusters over de Haagse stadsdelen. Het totaal per stadsdeel is 100%. De vier clusters zijn niet gelijkmatig verdeeld over de gemeente (Figuur 1). Mensen die deel uitmaken van Cluster 1 zijn vooral te vinden in de wijken Escamp en Centrum (de twee wijken zijn goed voor 49,1% binnen het cluster en >20% binnen de wijk). Mensen die deel uitmaken van Cluster 2 zijn vooral te vinden in Segbroek en Centrum (de twee districten zijn goed voor 46,6% binnen het cluster en >20% binnen de wijk). De mensen die deel uitmaken van Cluster 3 zijn gelijkmatig verdeeld over de gemeente. De mensen die samen Cluster 4 vormen, zijn vooral te vinden in de wijken Haagse Hout en Leidschenveen-Ypenburg, en Scheveningen.

3.5 Reflectie op resultaten

Over het algemeen ervaren ouderen in de gemeente Den Haag de leeftijdsvriendelijkheid van hun stad op alle domeinen als voldoende en de scores zijn opmerkelijk stabiel gebleven sinds de eerste keer dat de seniorvriendelijkheid kwantitatief werd beoordeeld. Over Huisvesting waren de deelnemers vooral tevreden, over de Buitenruimten en Gebouwen in mindere mate. Hoewel de algemene opvattingen over seniorvriendelijkheid in de loop der jaren stabiel zijn gebleven, zijn er enkele scores die in de loop van de tijd zijn veranderd. Sinds het eerste onderzoek in 2020 heeft de wereld te maken gehad met de wereldwijde COVID-19-pandemie, en deze gezondheidscrisis heeft gevolgen gehad voor de verschillende onderdelen waaruit onze samenleving bestaat, waaronder alle domeinen van een leeftijdsvriendelijke stad. Sinds de opkomst van de wereldwijde COVID-19-pandemie kent het domein Sociale participatie dalende scores bij ouderen. Dit kan een direct gevolg zijn geweest van de pandemie, aangezien mensen thuis in lockdown zaten, activiteitencentra moesten sluiten of het aantal activiteiten moesten beperken, of zelf ervoor kozen om thuis te blijven om sociale contacten en mogelijkheden op infectie te beperken. Nadat de pandemie tot stilstand was gekomen, is het heel goed mogelijk dat het aantal sociale activiteiten nooit meer op het oude niveau is teruggekeerd.

De Rijksoverheid heeft een tijdlijn gepubliceerd van COVID-19-maatregelen die in het land zijn genomen, waaruit bleek dat tijdens het eerste onderzoek (uitgevoerd tussen juli en september 2020) de maatregelen tegen de pandemie beperkt waren. Op 13 oktober 2020 werd een nieuwe gedeeltelijke lockdown ingevoerd.

26

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

De hogere scores voor Respect en Sociale Inclusie kunnen óók samenhangen met COVID-19: mensen bleven thuis tijdens de lockdown en ervoeren minder gevallen van leeftijdsdiscriminatie, oneerlijke behandeling, negatieve stereotypering en leeftijdsdiscriminatie. Aan de andere kant werd in media uitgebreid gediscussieerd over het al dan niet uitsluiten van ouderen omdat zij de samenleving op slot zouden houden door hun kwetsbaar­ heid. Het kan ook zijn dat ouderen minder op pad gingen als voor de pandemie, en daardoor minder werden bloot­ gesteld aan impliciete en expliciete leeftijdsdiscriminatie op straat, dat aanwezig bleek te zijn in verschillende domeinen van het model van seniorvriendelijke steden. De mogelijke verklaringen zijn niet nader onderzocht. Voor de overige domeinen zijn de scores vergelijkbaar met de eerste ronde van de AFCCQ in 2020. Tijdens de eerste ronde is de rationale achter de baselinescores uitgebreid toegelicht, met name voor lagere scores bij vrouwen (beschikbare inkomens) en mensen met mobiliteitsproblemen, maar ook hogere scores bij het oudste cohort (inclusief de tevredenheidsparadox), mensen met hogere opleidingsniveaus en huiseigenaren, om er maar een paar te noemen. Dezelfde mechanismen zijn van toepassing op de steekproef van 2022, hoewel de effecten kunnen worden beïnvloed door de verdere impact van de COVID-19-pandemie.

De geïdentificeerde clusters komen niet uit de lucht vallen en vertonen grote gelijkenis met resultaten uit een recente publicatie over structurele ongelijkheid van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Dit rapport toonde aan dat er naast inkomensverschillen ook aanzienlijke effecten zijn van financiële rijkdom, opleidingsniveaus en arbeids­marktposities. Verschillen in dergelijk economisch kapitaal zijn verweven met ongelijkheid in andere hulpbronnen, zoals sociaal, cultureel en persoonlijk kapitaal. Dit laatste omvat zowel gezondheid als aantrekkelijkheid. Het onderzoek van het SCP is het meest recente rapport over de klassenstructuur in het land, waarin in totaal zeven sociale klassen in de Nederlandse samenleving zijn geïdentificeerd. De vier leeftijdsvriendelijke clusters in dit onderzoek hebben de grootste match met de vrije bovenlaag (Cluster 4) en de laagopgeleide gepensioneerden (Cluster 2), die vaak fysiek ongezond zijn en beperkte sociale netwerken buiten de familiekring hebben, vrienden en buren. Cluster 3 lijkt tussen beide groepen in te zitten. Cluster 1 heeft betrekking op het precariaat, die worden gekenmerkt door lage inkomens, huurders en een relatief slechte lichamelijke gezondheid.

Sinds 2021 heeft de samenleving in Nederland te maken met een snel toenemende inflatie en een crisis in de kosten van levensonderhoud, die het dagelijks leven van oudere burgers hebben beïnvloed. Dit heeft de resultaten van de enquête in 2022 beïnvloed en de ouderen in Cluster 1 het meest getroffen.

OVER HET ALGEMEEN ERVAREN OUDEREN IN DE GEMEENTE DEN HAAG DE LEEFTIJDSVRIENDELIJKHEID VAN HUN STAD OP ALLE DOMEINEN ALS VOLDOENDE EN DE SCORES ZIJN OPMERKELIJK STABIEL GEBLEVEN

27

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

3.6 Mogelijke impact op gemeentelijk beleid

De resultaten van dit onderzoek kunnen door gemeentelijke beleidsmakers worden gebruikt om de voortgang van seniorvriendelijkheid en de mogelijke effecten van door de gemeente ontwikkelde actieprogramma’s te monitoren. Het onderzoek biedt aan de gemeente de basis om in te spelen op de behoeften en noden van de heterogene groep ouderen in Den Haag. Uit de clusteranalyse kwamen twee specifieke groepen in de samenleving naar voren die een gerichte benadering van beleid en praktijk zouden moeten krijgen, namelijk de mensen van Cluster 1 (financiële uitdagingen) en Cluster 2 (beperkingen door ziekte en in mobiliteit). Dit is met name van belang omdat de algehele scores van Den Haag in de loop van de jaren niet noemenswaardig zijn verschoven. De COVID-19-pandemie en de veranderingen, waarvan sommige aanzienlijk zijn, lijken misschien klein en onbeduidend voor het ongetrainde oog. In tijden van oplopende inflatie, vanaf medio 2021, lijken financiële aspecten nog zwaarder te wegen dan twee jaar daarvoor. Hoe minder besteedbaar inkomen mensen hebben, des te lager de scores op seniorvriendelijkheid zijn. Dit geld ook voor mensen met een kwetsbaarheid zoals beperkingen door ziekte en/of in mobiliteit.

Dit is bijvoorbeeld te zien in de score voor Sociale Participatie waar de verschillen tussen het wel of niet hebben financiële uitdagingen of beperkingen door ziekte en in mobiliteit groter zijn geworden in de afgelopen twee jaar. Het is daarom aan te raden nader te kijken naar passend activiteitenaanbod voor de Clusters 1 en 2. Het domein Buitenruimte en Gebouwen blijft een punt van zorg en in september 2022 is in het College-akkoord van de gemeente Den Haag [2022] aangekondigd dat hier fors in wordt geïnvesteerd. Uit de informatie in de tabellen blijkt dat met name ouderen in Clusters 1 en 2 de meeste uitdagingen hebben die kunnen worden aangepakt door specifiek beleid op de terreinen waar zij lager scoren, namelijk financiën, buitenruimten en participatie in de samenleving. Een duidelijke relatie tussen het ervaren van onvoldoende financiële middelen en ervaren seniorvriendelijkheid is aangetoond in Cluster 1. De gemeente zou bij deze groep kunnen navragen welke behoefte er onderzoeken waar deze groep het meest mee geholpen is waarna beleid kan worden gemaakt. Dit geldt ook voor Cluster 2, maar dan met een focus op beperkingen door ziekte en mobiliteit. Aangezien de tevredenheid over de seniorvriendelijkheid van Den Haag onder mensen in Cluster 3 (de tevreden oudere) en 4 (rijke oudere) veel hoger is, vragen deze groepen minder aandacht van gemeentelijke beleidsmakers.

Om te voorkomen dat mensen uit Cluster 3 en in mindere mate Cluster 4 verschuiven naar Clusters 1 en 2, is het raadzaam in te zetten op preventieve maatregelen. Denk daarbij aan preventieve activiteiten rondom levensstijl en het ondersteunen van de huidige zelfstandigheid.

HOE MINDER BESTEEDBAAR INKOMEN MENSEN HEBBEN, DES TE LAGER DE SCORES OP SENIORVRIENDELIJKHEID ZIJN.

28

INTEGRALE RAPPORTAGE MONITOR SENIORVRIENDELIJKE STAD DEN HAAG

Cluster 1 Financiële uitdagingen

Dit cluster zou kunnen profiteren van beleid met betrekking tot: ● Financiële steunmaatregelen (hierbij valt te denken aan een breed scala aan mogelijke maatregelen op het vlak van uitkeringen, en tegemoetkoming in de kosten voor openbaar vervoer, gratis internet en digitale training) ● Maatregelen energiekosten en energiebesparing in huis ● Sociale participatiemogelijkheden vergroten, bijvoorbeeld door leefbaarheid in de buitenruimte, zoals winkels, veiligheid De onderzoekers raden voorts aan om nader onderzoek deze doelgroep te doen dan wel gebruik te maken van informatie uit de Stadsgesprekken en van Sociale Zaken om gerichte oplossingen voor ouderen met financiële uitdagingen.

Cluster 2. Oplossingen voor afnemende gezondheid

Dit cluster zou kunnen profiteren van beleid met betrekking tot: ● Kwaliteit van wijkzorg (vervoer en mobiliteit, thuiszorg, welzijn, participatie/ontmoetingsplaatsen) ● Verbeteren van de buitenruimte De onderzoekers raden voorts aan om nader onderzoek deze doelgroep te doen dan wel gebruik te maken van informatie uit de Stadsgesprekken en van Sociale Zaken om gerichte oplossingen voor ouderen met gezondheidsuitdagingen.

Cluster 3. Het handhaven van de status-quo

Dit cluster zou kunnen profiteren van beleid met betrekking tot: ● Mensen in staat stellen om op deze manier door te leven (voorlichting, cursussen, digitalisering, leeftijds- en milieuvriendelijke oplossingen) ● Preventie (leefstijl, valpreventie, inkomensverzekering)

Cluster 4. Het hogere echelon

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14359609/1