RIS319210 Bijlage 1, rapportage KPMG Financieringsinstrument Welzijn Den Haag
Tekst van het document
Financieringsinstrument voor professioneel welzijnswerk KPMG Advisory N.V. Gemeente Den Haag - A2300029986 Definitief rapport 05-02-2024
2
Managementsamenvatting 1. Aanleiding, doel en proces
Binnen het netwerk van welzijn is MEE Zuid-Holland Noord verantwoordelijk voor het leveren van ondersteuning aan bewoners met een beperking.
In het beleidsplan Professioneel welzijnswerk: “Versterken en Verbinden” is aangegeven dat de gemeente onderzoek gaat doen naar een nieuwe financiering voor het professionele welzijnswerk en de huidige methodiek niet meer past binnen de huidige gemeentelijke kaders(1).
Tijdens de interviews zijn meerdere thema’s naar voren gekomen die in acht genomen moeten worden bij het kiezen voor een financieringsinstrument of het inrichten van professioneel welzijnswerk.
Op 29 juni 2023 heeft de Rekenkamer haar onderzoek gepubliceerd “Werk aan welzijn, onderzoek naar het sturen op doelbereik bij welzijnssubsidies”(2). Het rapport brengt conclusies en aanbevelingen naar voren die een heroriëntatie verder onderschrijven. De aanbevelingen die in het rapport van de Rekenkamer Den Haag zijn opgenomen ten aanzien van de financiering zijn door het college omarmd.
— Sturing en monitoring: In de interviews komt naar voren dat niet altijd duidelijk is op welk niveau de gemeente kan en wil aansturen. Dit is vaak afhankelijk van hoe de huidige samenwerking tussen gemeente en een welzijnspartij ervaren wordt en de context en de uitdagingen die elk stadsdeel met zich meebrengt.
De gemeente wil op korte termijn tot een goed onderbouwde keuze voor een passend instrument of instrumenten (hierna: het/een instrument) komen, met het doel deze vanaf 2025 te hanteren. De gemeente heeft KPMG gevraagd om een uiteenzetting te maken over de opzet van een nieuw financieringsinstrument voor het professionele welzijnswerk in Den Haag. Daarnaast is KPMG om advies gevraagd bij de te nemen implementatiestappen na de besluitvorming.
— Continuïteit: Het begrip ‘continuïteit’ kan op twee manieren bekeken worden: i) Continuering van de relatie met de huidige welzijnsorganisaties en activiteiten voor inwoners vanuit hun netwerk en kennis van de context van de buurt en wijk ii) Continuïteit in de dienstverlening van het welzijnswerk in perspectief van de inwoners. Een deel van de geïnterviewden geeft aan wijzigingen in het landschap, te lezen als onrust en verlies van kennis/binding met de wijk, te willen vermijden door behoud van de huidige partijen. Een ander deel legt de focus vooral op het zorgen dat de ondersteuning voor inwoners, mogelijk ook met andere partijen, doorgang vindt en van kwalitatief hoog niveau is.
De informatie in deze rapportage is vergaard middels bureauonderzoek, interviews met interne stakeholders, interviews met Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Movisie alsook interviews met de huidige welzijnsorganisaties in gemeente Den Haag. Tot slot hebben we de adviescommissie welzijn van de gemeente Den Haag gesproken. Uit het bureauonderzoek en de interviews zijn de voor de gemeente Den Haag belangrijke afwegingen rondom de keuze voor het instrument naar voren gekomen. Alle verkregen informatie en inzichten zijn verwerkt in een conceptrapportage en bij de opdrachtgever getoetst.
— Duur van de financiering: De duur van de financiering is van belang in het kader van het ontwikkelen van strategische partnerschappen tussen de gemeente en de welzijnsorganisaties en in relatie tot de administratieve lasten die samenhangen met het komen tot de financiering.
1.
het bevorderen van actief samenleven;
— Uniformiteit: Binnen de gemeente Den Haag is er een scheiding tussen het welzijnswerk dat wordt aangeboden vanuit de Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn (OCW) en de Dienst Publiekeszaken (DPZ). Deze knip zorgt intern voor een duidelijke afbakening van taken. Echter, voor externe stakeholders is de knip tussen de diensten niet altijd logisch en komt de scheiding van de diensten vaak niet overeen met de realiteit van de welzijnsorganisaties.
2.
kansrijk opgroeien en ontwikkelen (4 - 27 jaar); en
3. Mogelijke financieringsstructuren
3.
ondersteuning aan kwetsbare inwoners.
In beginsel zijn de volgende vier instrumenten mogelijk voor financiering van de welzijnsorganisaties in de gemeente Den Haag: Subsidie, Inbesteden, Open House en de Overheidsopdracht. Elk van deze instrumenten kent verschillende varianten. De varianten hebben elk een eigen manier van toewijzing of gunning. De varianten kunnen invloed hebben in de mate waarin de voor- en nadelen van de instrumenten zich uiten. Op de volgende pagina geven we een beschrijving van de instrumenten op hoofdlijnen.
2. Huidige situatie welzijn in Den Haag Het professioneel welzijnswerk in Den Haag richt zich op het realiseren van 3 ambities:
Op dit moment wordt het professionele welzijnswerk in de gemeente Den Haag gefinancierd in een subsidiestructuur op basis van de Algemene Subsidieverordening (ASV). De huidige subsidies zijn onderverdeeld in een openstellingsbudget en een uitvoeringsbudget. Er zijn in Den Haag zes organisaties die nu het professionele welzijnswerk uitvoeren: Wijkz, Welzijn Scheveningen, De Mussen, WeZijn Transvaal, Stichting Jeugdwerk en Kommunika.
Bron: (1) Verkenning aanbesteden in het sociaal domein, (2) Publicatie 'Werk aan welzijn' onderzoek welzijnssubsidies - Rekenkamer Den Haag © 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Document Classification: KPMG Confidential
2
3
Managementsamenvatting 1.
Sturing en monitoring op inhoud: Op welk niveau de gemeente Den Haag de welzijnsorganisaties kan en mag sturen. Wij hebben een scheiding gemaakt tussen sturing op activiteiten (activiteitenniveau) en sturing op het behalen van een resultaat (resultatenniveau). In werkelijkheid is er niet een harde grens tussen het sturen op activiteiten of resultaten. Toch proberen wij het verschil tussen de twee vormen van sturing op de volgende pagina toe te lichten. De mogelijkheid tot sturing hangt af van de mate waarin de gemeente resultaten kan afdwingen.
2.
Continuïteit welzijnswerk: De mate waarin de huidige kennis en context van het hele netwerk van de sociale basis en de verschillende stadsdelen en wijken geborgd wordt en hoe veel wijzigingen in het landschap geaccepteerd worden. De continuïteit van het welzijnswerk met de huidige kennis en expertise hangt sterk samen met in hoeverre verschillende financieringsinstrumenten de kans bieden dat de huidige uitvoerders actief blijven. Echter, een financiering voor een lange termijn biedt ruimte om kennis en expertise op te bouwen en continuïteit naar de toekomst en duidelijkheid voor dit moment.
4. Inrichting Welzijn bij andere gemeenten
3.
Voor dit onderzoek is ook met de overige G4 gemeenten en Movisie gesproken. De wijze van het financieren van het welzijnswerk en de overwegingen daarbij komen in een aantal toelichtingen naar voren. Welzijn kent een historie van subsidierelaties maar te zien is dat Rotterdam en Utrecht de beweging gemaakt hebben richting een overheidsopdracht en Amsterdam een subsidietender heeft gehanteerd voor de financiering van het professionele welzijnswerk. Met de decentralisaties wordt veel ervaring opgedaan met andere vormen van contracteren en inrichten van stelsels. Gemeenten zoeken hierbij steeds vaker een inrichting voor lange termijn sturing en integraliteit waarin wordt afgewogen wat een passende manier van bekostigen is.
Strategisch partnerschap: In hoeverre een strategisch partnerschap mogelijk is binnen een financieringsperiode, wat sterk afhangt van de mogelijke duur van de financiering en hoe partijen binnen die financiering zich tot elkaar verhouden. Met een langere financieringsduur committeert de gemeente zich aan welzijnsorganisaties, die hiermee andere (strategische) keuzes kan maken dan bij een korte financiering.
4.
Tijdspad en investering verstrekking van de financiering: In welke mate verstrekking van de financiering tijd en inzet vraagt vanuit de gemeente en welzijnsorganisaties. Dit wordt in algemene zin bekeken maar ook de haalbaarheid van een nieuwe financiering met het oog op per 1 januari 2025 wordt getoetst. De mate van inzet hangt sterk af van het detailniveau waarop de beleidsdoelstellingen binnen welzijn vorm worden gegeven.
5.
Sturing op budget / uitgaven gemeente: In hoeverre de gemeente kan sturen op de kosten die zij moet maken voor welzijnswerk. In welke mate de gemeente financiële grip heeft, heeft sterk te maken met of zij op het aantal activiteiten en de hoeveelheid dienstverlening kan sturen.
— Subsidie(1): Kenmerkend voor een subsidie is dat de omschrijving van de activiteiten doorgaans minder uitgewerkt is, omdat de subsidieverstrekker een activiteit financiert en de subsidieontvanger invulling geeft aan deze activiteit. — Inbesteden(2): Wanneer een gemeente besluit zelf activiteiten in het sociaal domein uit te (laten) voeren, in plaats van daarvoor een derde in te schakelen, is er sprake van inbesteden. In zo'n geval sluit de gemeente geen overeenkomst voor de uitvoering van die taken met een derde. — Open House(3): De kern van een Open House-systeem is dat inwoners zelf kiezen uit de toegelaten aanbieders, nadat de gemeente heeft geverifieerd dat de organisaties die zich hebben aangemeld binnen het Open House-systeem aan de gestelde eisen en (uitvoerings)voorwaarden voldoen. — Overheidsopdracht(4): Bij een overheidsopdracht geeft de gemeente opdracht voor het uitvoeren van activiteiten of het leveren van producten. Kenmerkend is dat een overheidsopdracht wordt uitgevoerd op basis van een overeenkomst waarin wederzijdse verplichtingen zijn opgenomen.
5. Afwegingen rondom de instrumentkeuze Uit de interviews zijn vanuit de vijf interviewthema’s vijf onderwerpen naar voren gekomen die in Den Haag belangrijk zijn voor de keuze voor een nieuw financieringsinstrument. Op basis van deze afwegingen dient de gemeente Den Haag doelen te formuleren en te besluiten welk financieringsinstrument het meest passend is bij deze doelen:
© 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Document Classification: KPMG Confidential
Bron: (1) 20190820-basisbeginselen-subsidierecht.pdf (vng.nl), (2) Inbesteden en de aanbestedingsrichtlijnen - Europa decentraal, (3) Open House als inkoopmethodiek | PIANOo - Expertisecentrum Aanbesteden, (4) Vijf vragen bij het achterhalen van verschillen | PIANOo - Expertisecentrum Aanbesteden
3
4
Managementsamenvatting Bij het kiezen van een financieringsinstrumentinstrument zal de gemeente Den Haag vanuit de beleidsdoelen welzijn (de inhoud) afwegingen moeten maken welk instrument het beste past om deze doelen te realiseren. De inhoud en voorgenoemde onderwerpen die daarmee samenhangen zijn op deze manier leidend, het instrument volgt. Daarbij dient de gemeente Den Haag er rekening mee te houden dat er geen perfect instrument bestaat. Effecten ontstaan namelijk niet geïsoleerd, maar in samenhang. De causaliteit tussen het te kiezen instrument en het doel is daarom moeilijk te leggen. De gemeente Den Haag zal vanuit de visie en het gesprek over de optimale inrichting tot één of meerdere instrumenten moeten komen. Daarbij kan de gemeente tijdens het maken van de keuze voor een financieringsinstrument zoeken naar een slimme uitsluiting met aanpalende domeinen zoals preventie, jeugd en zorg en reeds lopende processen. Bij de keuze voor een instrument gaat het om welke vorm van financiering in zijn totaliteit het beste past en het is niet mogelijk verschillende onderdelen van financieringsinstrumenten te gebruiken. Het is aan de gemeente te bepalen welke aspecten het zwaarst wegen en daarmee welk instrument het best passend is.
© 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Document Classification: KPMG Confidential
4
Inhoudsopgave 01 02 03 04 05
Aanleiding, doel en proces
7
Huidige situatie welzijn in Den Haag
10
Mogelijke instrumenten voor financiering welzijn
15
Inrichting financiering welzijn bij andere gemeenten
23
Afwegingen rondom de instrumentkeuze
27
DISCLAIMER Deze rapportage is uitsluitend bestemd voor de gemeente Den Haag. Het document is niet bedoeld voor andere partijen, buiten deze doelgroep, en het gebruik van dit rapport door andere partijen is dan ook voor eigen risico. KPMG aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het gebruik van dit document anders dan waarvoor het is opgesteld en aanvaardt geen aansprakelijkheid jegens andere partijen dan de gemeente Den Haag.
© 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Document Classification: KPMG Confidential
5
01.
Aanleiding, doel en proces
7
Aanleiding, doel en proces Achtergrond
Leeswijzer
In het sociaal domein in Nederland zien we grote transformatieopgaven die professionele ruimte, integraliteit en maatwerk vragen. Juist door de preventieve functie van het professionele welzijnswerk is er een belangrijke relatie tussen welzijn en een breed aantal domeinen binnen het sociale domein, zoals bijvoorbeeld veiligheid, jeugdzorg en ouderenbeleid. Om deze reden wordt het belang van permanent de verbinding zoeken met andere partners in het sociaal domein steeds groter.
Deze rapportage behandelt vier onderwerpen die in onderstaande volgorde aan bod komen:
Aanleiding In het beleidsplan Professioneel welzijnswerk: “Versterken en Verbinden” is aangegeven dat de gemeente onderzoek gaat doen naar een nieuwe financiering voor het professionele welzijnswerk en de huidige methodiek niet meer past binnen de gemeentelijke kaders(1). Daarin is de keuze gemaakt voor stabiliteit en continuïteit (meerjarige financiering) en meer sturing op doel, impact en te behalen resultaten. Op 29 juni 2023 heeft de Rekenkamer haar onderzoek gepubliceerd “Werk aan welzijn, onderzoek naar het sturen op doelbereik bij welzijnssubsidies”(2). Het rapport brengt conclusies en aanbevelingen naar voren die een heroriëntatie verder onderschrijven. De aanbevelingen die in het rapport van de Rekenkamer Den Haag zijn opgenomen ten aanzien van de financiering zijn door het college omarmd.
— Huidige situatie Den Haag: om een objectieve keuze te maken voor een financieringsinstrument voor welzijn in de gemeente Den Haag, is kennis en begrip van de huidige situatie van welzijn in de gemeente noodzakelijk. Deze rapportage schetst mede op basis van interviews met de huidig betrokken partijen een beeld van de organisatie van het professionele welzijnswerk en de gehanteerde instrumenten voor de financiering van het professionele welzijnswerk. — Mogelijke financieringsinstrumenten: In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de kenmerken van elk instrument, het juridische kader, de voor- en nadelen van het instrument in algemene zin. — Afwegingen bij de keuze van een passend instrument: er worden vijf onderwerpen geïntroduceerd waarop bij de keuze voor een instrument een afweging gemaakt moet worden. — Vervolgstappen: In dit hoofdstuk wordt vooruit geblikt op de volgende fase, de implementatie van het instrument.
Vraag De gemeente Den Haag heeft KPMG gevraagd om een objectieve uiteenzetting te maken over de beleidsmatige/inhoudelijke, financiële, juridische en organisatorische opzet van een nieuwe financieringsinstrument voor de professionele welzijnsorganisaties in Den Haag. De gemeente wil op de korte termijn tot een goed onderbouwde keuze voor een passend instrument of instrumenten (hierna: het/een instrument) komen, met het doel deze vanaf 2025 te hanteren. Daarbij dient, waar passend, het onderscheid gemaakt te worden tussen gebiedsgericht werken, servicepunten XL en vastgoed. De gemeente wil in de besluitvorming ook de perspectieven van de huidige partijen en G4 meenemen. Scope van dit rapport Dit rapport geeft een overzicht van de mogelijke instrumenten die de gemeente Den Haag kan hanteren voor de financiering van het professioneel welzijnswerk. Dit rapport dient als hulpmiddel voor het maken van een objectieve keuze voor een financieringsinstrument en bevat geen aanbevelingen. De weging van de doelen en de keuze voor bijhorend financieringsinstrument is aan de gemeente Den Haag. Bron: (1) Verkenning aanbesteden in het sociaal domein, (2) Publicatie 'Werk aan welzijn' onderzoek welzijnssubsidies - Rekenkamer Den Haag © 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Document Classification: KPMG Confidential
7
8
Aanleiding, doel en proces Deze pagina beschrijft de gehanteerde aanpak die heeft geleid tot de inzichten in deze rapportage. De activiteiten binnen dit onderzoek zijn onder te verdelen in drie fases. 1.
Goed begrip van de Haagse context
De eerste fase van het onderzoek was het vergaren van informatie over de mogelijke instrumenten en hoe deze zich verhouden tot de Haagse context. De informatie in deze rapportage is op vier verschillende manieren vergaard: 1.
2.
Bureauonderzoek: de beschikbare informatie in reeds bestaande documentatie is geanalyseerd. De beschikbare informatie bestond uit documenten en publicaties over mogelijke financieringsinstrumenten binnen welzijn inclusief de voor- en nadelen van elk instrument. Het eerdere rapport van KPMG voor de gemeente Utrecht diende daarbij als basis(1). Daarbij is gewerkt met alle kaders van gemeente Den Haag, zoals het beleidsplan welzijn, het rekenkamerrapport, het subsidiebeleid en de richtlijnenbrief. Interviews met interne stakeholders: medewerkers van de gemeente actief op het gebied van welzijn zijn geïnterviewd. Hierbij zijn de verschillende diensten en samenstellingen binnen de gemeente geïnterviewd, zodat vanuit alle invalshoeken informatie is verkregen over de huidige situatie en de visie van de gemeente op het gebied van (de inrichting van het) welzijn(werk). De interviews dienden tevens als belangrijke basis voor het opstellen van het afwegingskader, waarbij de afwegingen die in de gesprekken naar voren kwamen samengebracht zijn.
3.
Interviews G4 en Movisie: medewerkers van de overige gemeenten van de G4 en Movisie zijn geïnterviewd. Zij zijn gevraagd naar hun praktijkervaringen met de financieringsinstrument(en) binnen welzijn. Inzichten hieruit worden gedeeld ter inspiratie en zijn gebruikt om vanuit de praktijk de vooren nadelen per instrument aan te scherpen.
4.
Interviews welzijnsorganisaties: medewerkers en bestuurders van welzijnsorganisaties in de gemeente Den Haag zijn geïnterviewd. Daarin zijn hun visie t.a.v. de inrichting van het welzijnswerk en de huidige beperkingen en knelpunten om dat te realiseren opgehaald. De inzichten verkregen uit deze interviews worden meegenomen in het besluit voor het financieringsinstrument en de implementatie daarvan.
2.
Analyse naar de te maken afwegingen rondom de keuze van een instrument
Uit het bureauonderzoek en de interviews zijn de voor de gemeente Den Haag belangrijke afwegingen rondom de keuze voor het instrument naar voren gekomen. Deze afwegingen zijn verder uitgewerkt en beschreven. Deze afwegingen zijn aan medewerkers van de gemeente voorgelegd in een verdiepingssessie. In deze verdiepingssessie zijn de uitkomsten van de interviews besproken en is getoetst of de verkregen informatie juist geïnterpreteerd en verwerkt is in de te maken afwegingen. De deelnemers van de verdiepingssessie zijn weergegeven in Bijlage A. 3.
Opstellen van de rapportage
Alle verkregen informatie en inzichten zijn verwerkt in een conceptrapportage en bij de opdrachtgever getoetst. Tijdens deze toetsing is specifiek gecontroleerd of de voor- en nadelen van de verschillende financieringsinstrumenten goed te begrijpen zijn. De feedback van de gemeente Den Haag is verwerkt in de uiteindelijke eindrapportage. Afstemmingsmomenten Vanuit de gemeente was er een project-, klankbord- en stuurgroep opgesteld, waarop verschillende momenten in het traject afstemming mee heeft plaatsgevonden.
In Bijlage A staat een overzicht van de interviews. Bron: (1) Onderzoek Utrecht © 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Document Classification: KPMG Confidential
8
02.
Huidige situatie welzijn in Den Haag
1 0
Huidige situatie welzijn in Den Haag Interne organisatie
6.
Het professioneel welzijnswerk in Den Haag richt zich op het realiseren van 3 ambities: 1. 2. 3.
Het bevorderen van actief samenleven; Kansrijk opgroeien en ontwikkelen (4 - 27 jaar); Ondersteuning aan kwetsbare inwoners.
Het realiseren van de ambities 1 en 2 valt binnen het gebiedsgericht werken met inzet van het opbouwwerk en het jongerenwerk. Bij ambitie 3 gaat het om welzijn binnen de Wmo en neemt de onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit de Servicepunten XL een belangrijke plek in(1). Er zijn binnen de gemeente Den Haag primair twee diensten die een rol spelen binnen welzijn. De diensten OCW en DPZ onderhouden samen de relatie met de welzijnsorganisaties. De dienst DPZ is verantwoordelijk voor de ambities 1 en 2 en organiseert dit gebiedsgericht vanuit de stadsdelen. De dienst OCW is verantwoordelijk voor ambitie 3 en organiseert dit vanuit een stedelijke aanpak met daarbinnen een gebiedsgerichte vertaling. Beleidsplan van de gemeente op het gebied van welzijn De gemeente Den Haag heeft een beleidsplan opgesteld voor het welzijnswerk: “Versterken & Verbinden”(1). Hierin beschrijven zij hun doelen en ambities en hoe zij deze willen verwezenlijken. In het beleidsplan heeft de gemeente daarom onderstaande zeven leidende principes geformuleerd die richtinggevend zijn voor het welzijnswerk en waar vanuit zij de komende jaren te werk gaan: 1. 2. 3. 4. 5.
Welzijnswerk heeft impact: welzijnsorganisaties maken duidelijk wat hun meerwaarde is, maakt inzichtelijk wat zij doen en welke resultaten zij behalen. Welzijnswerk is de vertrouwde vaste basis in de stad: het welzijnswerk moet toegankelijk en zichtbaar zijn voor bewoners in de wijk. Welzijnswerk sluit aan bij wat er leeft en speelt in de wijk: elk stadsdeel heeft zijn eigen uitdagingen en het welzijnswerk wordt per stadsdeel op maat gemaakt. Welzijnswerk sluit aan bij de behoeften en vragen van (groepen) inwoners: Welzijnsprofessionals kunnen diversiteit hanteren, cultuursensitief werken en aansluiten bij de leefwereld van bewoners. Welzijnswerk werkt samen in de stad en in de wijk: samenwerking tussen verschillende organisaties en met de gemeente is essentieel binnen welzijn.
7.
Welzijnswerk krijgt de ruimte: De gemeente bepaalt de kaders en wat nodig is, de professionals krijgen vervolgens de ruimte op welke wijze (het hoe) het beste invulling gegeven kan worden aan wat nodig is Welzijnswerk is transparant en wordt vertrouwd: een efficiënte relatie tussen de gemeente en welzijnsorganisaties berust op betrokkenheid, transparantie, werkafspraken en vertrouwen
Huidige financiering welzijnswerk Op dit moment wordt het professionele welzijnswerk in de gemeente Den Haag gefinancierd in een subsidiestructuur op basis van de Algemene Subsidieverordening (ASV). Het beleid voor het geven van subsidies voor activiteiten staat vastgelegd in het Kadernota subsidiebeleid 2020-2023(2). Voor het professionele welzijnswerk wordt een subsidie gehanteerd met een richtlijnenbrief waarin beschreven staat wat de gemeente, de subsidieverstrekker, verwacht van de welzijnsorganisaties, de subsidieontvanger. De huidige subsidies zijn onderverdeeld in een openstellingsbudget en een uitvoeringsbudget. Het openstellingsbudget is bedoeld voor de financiering van het vastgoed, de fysieke locaties waar de bewoners van de gemeente heen kunnen en geholpen worden. Ook worden hier activiteiten georganiseerd en vindt ontmoeting plaats tussen inwoners. Het uitvoeringsbudget is bestemd voor de financiering van de professionals en kosten die gemaakt worden voor de activiteiten van het welzijnswerk. Samenwerking en aanbod Sinds het fuseren van Stichting Mooi-, Voor- en Zebra Welzijn in welzijnsorganisatie Wijkz zijn er in de gemeente Den Haag zes welzijnsorganisaties die professioneel welzijnswerk uitvoeren. Zie bijlage B voor een overzicht.
Voor de ambities 1 en 2 geldt nu de volgende verdeling: — Welzijn Scheveningen en Kommunika zijn de organisaties voor stadsdeel Scheveningen. — Wijkz, Clubhuis De Mussen, St. Jeugdwerk Den Haag en WeZijn Transvaal zijn de organisaties voor stadsdeel Centrum die ieder een gebied in het centrum bedienen. — Wijkz is de organisatie voor de overige zes stadsdelen. Voor ambitie 3 geldt nu de volgende verdeling: — Welzijn Scheveningen is de organisatie voor stadsdeel Scheveningen. — Wijkz is de organisatie voor de overige stadsdelen. Binnen het netwerk van welzijn is MEE Zuid-Holland Noord verantwoordelijk voor het leveren van ondersteuning aan bewoners met een beperking.
© 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Bron: (1) Versterken & Verbinden (raadsinformatie.nl), (2) Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023 Gemeente Den Haag (raadsinformatie.nl)
Document Classification: KPMG Confidential
10
1 1
Huidige situatie welzijn in Den Haag Om de huidige situatie in Den Haag beter te begrijpen heeft KPMG in dit onderzoek interviews gevoerd met interne stakeholders, de huidige welzijnsorganisaties en vergelijkbare gemeenten. Binnen de besproken interviewthema’s kwamen twee type inzichten naar voren: 1.
Inzichten relevant in het kader van het maken van een keuze voor een financieringsinstrument voor professioneel welzijnswerk;
2.
Inzichten relevant in het kader van de inrichting, organisatie, sturing en samenwerking binnen welzijnswerk, los van de keuze voor het financieringsinstrument.
Onderstaande tekst beschrijft de besproken thema’s en opgehaalde inzichten uit de interviews. Sturing en monitoring Sturing en monitoring is het meest besproken thema tijdens de interviews. In de interviews komt naar voren dat niet altijd duidelijk is op welke niveau de gemeente kan en wil sturen. Dit is vaak afhankelijk van hoe de huidige samenwerking tussen gemeente en een welzijnspartij door ambtenaren van de gemeente ervaren wordt en de context en de uitdagingen die elk stadsdeel met zich meebrengt. Wanneer de samenwerking tussen de gemeente en de welzijnsorganisatie goed verloopt en er positieve resultaten behaald worden, heeft de gemeente minder behoefte aan sturing. Gesprekken zijn dan vaak van strategisch niveau en gaan over de richting waar het welzijnswerk heen moet. Wanneer er spanning zit op de samenwerking en de resultaten tegenvallen, wordt meer behoefte aan sturing op het niveau van uit te voeren activiteiten, focusgebieden en resultaten gezien. Het niveau waarop de gemeente wil kunnen sturen, en specifiek resultaten afdwingen, in een belangrijke factor bij het te kiezen instrument. Dit komt terug in het volgende hoofdstuk bij de afwegingen rondom het te kiezen instrument. Los van het financieringsinstrument blijkt uit de interviews dat er intern tot een gedragen beeld van de doelen en activiteiten die tot welzijnswerk behoren gekomen moet worden.
Zeker met het oog op de bestaande knip tussen de twee diensten (zie kopje uniformiteit op de volgende pagina), is het voor de gemeente Den Haag belangrijk om één duidelijke visie op het beleid voor welzijn vanuit beide diensten uit te dragen. Op dit moment ervaren welzijnsorganisaties geen eenduidigheid. Er bestaat variatie tussen diensten en zelfs tussen ambtenaren binnen dezelfde dienst in het niveau waarop gesprekken ingestoken worden (strategisch, tactisch, operationeel) en de boodschap die gegeven wordt. Integraal accounthouderschap kan zorgen voor één duidelijke en herkenbare werkwijze. Zo ontstaat ook duidelijkheid over de communicatieroute en wordt versnippering van informatie voorkomen.
© 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Continuïteit van het welzijnswerk Continuïteit van het welzijnswerk komt tijdens de interviews naar voren als een van de belangrijkste thema's voor de gemeente Den Haag in het traject naar een nieuw instrument. Daarbij wordt het begrip ‘continuïteit’ op twee manieren gezien: 1.
Continuering van de relatie met de huidige welzijnsorganisaties en activiteiten voor inwoners vanuit hun netwerk en kennis van de context van de buurt en wijk.
2.
Continuïteit in de dienstverlening van het welzijnswerk.
Een deel van de geïnterviewden geeft aan wijzigingen in het huidige welzijnslandschap te willen vermijden om onrust en verlies van kennis/binding met de wijk voorkomen. Een ander deel legt de focus vooral op het zorgen dat het werk, mogelijk ook met andere partijen, doorgang vindt en van kwalitatief hoog niveau is. Hier kunnen nieuwe partijen of kan een andere manier van financieren juist helpen bij het stimuleren van innovatie en kwaliteit. Een aandachtspunt is dan wel het behoud van professionals en hun relaties in de wijken. De mate waarin een instrument meer kans geeft op wijzigingen in het landschap komt in de afwegingen rondom het te kiezen instrument naar voren. Duur van de financiering De duur van de financiering is om twee redenen genoemd als een belangrijk thema in de keuze voor een nieuw financieringsinstrument. In de eerste plaats is de duur van de financiering van belang in het kader van het ontwikkelen van strategische partnerschappen tussen de gemeente en de welzijnsorganisaties. Meerjarige overeenkomsten stralen vertrouwen uit en geven de mogelijkheid om de focus op de gezamenlijke langere termijn visie en doelen te leggen i.p.v. op het jaarlijks verantwoorden van een ontvangen/verstrekt bedrag. Dit vertaalt zich ook in meer zekerheid voor personeel en het voorkomen van jaarlijks wijzigingen in het aanbod.
Deze stabiliteit zou de prikkel om te innoveren kunnen wegnemen bij welzijnsorganisaties maar de aard van het werk vraagt om snel in te spelen op maatschappelijke actualiteit. Ten tweede bespaart een meerjarige financiering administratieve lasten. Men ervaart dat de huidige jaarlijkse subsidie leidt tot veel administratief werk rondom de aanvragen van de subsidies en het inrichten van de organisatie op, veelal relatief kleine, aanpassingen in de verstrekte subsidies. De duur van de financiering komt bij de overwegingen rondom het te kiezen instrument terug in de mate waarin het mogelijk is om strategische partnerschappen op te bouwen en de (tijds)investering die nodig is voor de verstrekking van een financiering.
Document Classification: KPMG Confidential
11
1 2
Huidige situatie welzijn in Den Haag Uniformiteit Binnen de gemeente Den Haag is er een scheiding gemaakt tussen DPZ (ambities 1 en 2) en OCW (ambitie 3) in het relatiebeheer en de sturing op het welzijnswerk. Deze knip zorgt intern voor een duidelijke afbakening van taken. Echter, voor externe stakeholders is de knip tussen de diensten niet altijd logisch en komt de scheiding van werkzaamheden niet altijd overeen met de dagelijkse realiteit van het welzijnswerk. Welzijn Scheveningen en Wijkz benaderen de financiering van de gemeente voor de 3 ambities integraal. Zij zien een sterke verwevenheid tussen de activiteiten die plaats vinden vanuit de 3 ambities en de daarbij behorende subsidies en kunnen deze knip lastig verwerken in hun bedrijfsvoering.
© 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Document Classification: KPMG Confidential
12
03.
Mogelijke instrumenten voor financiering welzijn
1 4
Mogelijke instrumenten voor financiering welzijn In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op vier mogelijke instrumenten voor de financiering van welzijnswerk en de alternatieve vormen binnen deze vier instrumenten. Het hoofdstuk beschrijft eerst per instrument kort de kenmerken en licht het juridisch kader toe. Vervolgens worden de voor- en nadelen van het desbetreffende instrument, in algemene zin, beschreven. Hierna wordt gekeken waar deze voor- en nadelen aansluiten bij de visie en ambities van de via de interviews betrokken partijen. Wanneer een alternatieve variant van het instrument afwijkt van de hoofdvorm t.a.v. de kenmerken, voor- of nadelen wordt dit expliciet benoemd. Mogelijke instrumenten voor financiering welzijn In beginsel zijn de volgende vier instrumenten mogelijk voor financiering van welzijnswerk: Subsidie, Inbesteden, Open House en de Overheidsopdracht. Rechts op deze pagina worden de vier mogelijk instrumenten en de verschillende vormen daarvan visueel weergegeven(A). Elk van deze instrumenten heeft verschillende varianten. De varianten hebben elk een eigen manier van toewijzing of gunning. De verschillende varianten kunnen daarom invloed hebben in hoeverre de voor- en nadelen van de instrumenten van toepassing zijn. Een overzicht van de beschrijving en de voor- en nadelen van de financieringsinstrumenten wordt weergegeven in Bijlage C.
Algemeen juridisch kader Voor de uitvoering van welzijnswerk is de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015) van toepassing. Verder moet rekening worden gehouden met de Aanbestedingswet 2012 (waarin de Europese aanbestedingsrichtlijnen geïmplementeerd zijn) en de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb). Ook moet rekening gehouden worden met de Algemene Subsidieverordening Den Haag 2020, Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023 en het Kader meerjarige subsidies Den Haag 2023.
Overzicht mogelijke instrumenten voor financiering welzijnsorganisaties(A) 1. Subsidie
2. Inbesteden
3. Open House
4. Overheidsopdracht
Subsidie op basis van wettelijk voorschrift
Zuiver inbesteden
Open House met tussentijds toetreden
Openbare procedure
Eerst-komt-eerstmaalt-systeem
Quasi-inbesteden
Open House zonder tussentijds toetreden
Niet-openbare procedure
Subsidietender
SAS-procedure
Evenredige verdeling
Concurrentiegerichte dialoog
Begrotingssubsidie
Mededingingsprocedure met onderhandeling
Incidentele subsidie
Onderhandelingsprocedure zonder aankondiging
Afhankelijk van het gekozen instrument moet ook rekening gehouden worden met regelgeving op het gebied van staatsteun en mededinging. De Europese Unie (EU) wil namelijk gelijke concurrentievoorwaarden scheppen voor alle ondernemingen op de interne markt. Vanwege de mogelijke verstoring van de mededinging op de Europese markt, is staatssteun in principe verboden en moet vrije concurrentie (mededinging) beschermd worden.
Aankondiging van vrijwillige transparantie vooraf
Bron: (1) Subsidie | PIANOo - Expertisecentrum Aanbesteden Noot: (A) Niet alle mogelijke vormen van de genoemde financieringsinstrumenten zijn van toepassing op de situatie van gemeente Den Haag. Het overzicht geeft enkel de relevante varianten / procedures van de instrumenten weer. © 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Document Classification: KPMG Confidential
14
1 5
Mogelijke instrumenten voor financiering welzijn 1 Beschrijving subsidie Er is sprake van een subsidie als er aanspraak is op financiële middelen die verstrekt worden door een bestuursorgaan voor bepaalde activiteiten van de aanbieder die niet aan het bestuursorgaan geleverd worden(1). Kenmerkend voor een subsidie is dat de omschrijving van de activiteiten doorgaans minder uitgewerkt is, omdat de subsidieverstrekker een activiteit financiert en de subsidieontvanger invulling geeft aan deze activiteit. Dit komt doordat bij een subsidie de resultaten niet afgedwongen kunnen worden, er geldt slechts een inspanningsverplichting. Wanneer een ontvanger de activiteiten niet uitvoert, dan kan de subsidie wel teruggevorderd worden. Een subsidie is een middel om een beleidsdoel te verwezenlijken, niet een doel op zich. In de praktijk en in de politiek wordt dit nog wel eens uit het oog verloren(1). Subsidiemiddelen zijn bijna altijd schaars, zeker wanneer activiteiten door meer dan één partij kunnen worden uitgevoerd. Bij de verdeling van deze schaarse middelen voor activiteiten die door meerdere partijen kunnen worden uitgevoerd moeten alle partijen een eerlijke kans krijgen mee te doen, het zogenaamde ‘open speelveld’ is dus een vereiste.
Dit wordt gedaan door in de subsidieverordening duidelijke selectiecriteria aan te geven en op een duidelijke en juiste manier bekend te maken wanneer en door wie aanvragen kunnen worden ingediend. Juridisch kader subsidie Onder subsidie wordt op basis van artikel 4:21 lid 1 van de Awb verstaan: (1) de aanspraak op financiële middelen, (2) door een bestuursorgaan verstrekt (3) met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, (4) anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Wanneer er sprake is van een subsidie, dan is titel 4.2 van de Awb van toepassing. Het verlenen van subsidie is een eenzijdig besluit van het College en valt daarmee onder het bestuursrecht.
activiteiten waarvoor subsidie bedoeld is. Alle aanbieders hebben door de bekendmaking van de subsidiestaat en het beleid/de nadere regel een gelijke kans op verlening van de subsidie. Tot slot is van belang dat de gemeente bij subsidiëring óók rekening moet houden met de gelijke kansen en transparantie voor alle aanbieders. Wanneer een subsidie een subsidieplafond heeft (en dus slechts aan één of enkele partijen wordt verstrekt), moet de gemeente de subsidie bieden aan potentiële subsidieaanvragers die een subsidieverzoek willen indienen. Er moet vooraf een voor iedereen leesbare beschrijving duidelijk zijn wat er verwacht wordt (transparantie) en er mogen geen discriminerende factoren aanwezig zijn waardoor de een meer kans krijgt dan de ander (gelijkheid). Dit vloeit voort uit het beginsel van gelijke behandeling en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel, die ook bij subsidieverstrekking van toepassing zijn. Mogelijke varianten Er zijn er vijf relevante manieren voor de gemeente Den Haag om het professionele welzijnswerk middels een subsidie te financieren: Eerst-komt-eerst-maalt: De subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst gehonoreerd tot het subsidieplafond is bereikt(1). Als het subsidieplafond bereikt is, worden verdere aanvragen afgewezen.
Dit is de meest eenvoudige manier om het subsidiebudget te verdelen en heeft de minste administratieve lasten. In dit systeem is er echter geen mogelijkheid om de activiteiten die het meest bijdragen aan de beleidsdoelen met voorrang te honoreren. Dit is een rechtmatige manier van subsidieverstrekking voor gemeente Den Haag.
Bij een voorgenomen subsidie moet altijd getoetst worden of de uitgave kwalificeert als een ‘overheidsopdracht’ in de zin van de Aanbestedingswet 2012. Het is namelijk mogelijk dat een uitgave kwalificeert als subsidie maar ook als overheidsopdracht waardoor de Aanbestedingswet 2012 eveneens van toepassing is en de opdracht aanbesteed dient te worden.
Subsidietender(2): Een tender lijkt qua proces erg op een aanbestedingsprocedure. Een tendersubsidie blijft echter een stimuleringsmaatregel en geen marktconforme levering van goederen of diensten zoals een aanbesteding. De aanvragen van aanbieders worden getoetst aan de wegingscriteria die worden opgenomen in de subsidieregeling en onderling vergeleken. De aanvragen worden op een ranglijst geplaatst en gehonoreerd op volgorde van de ranglijst(1). De afwegingscriteria moeten zoveel mogelijk objectief en eenduidig zijn. Hoe ze worden bepaald is sterk afhankelijk van het beleidsdoel dat met de subsidie bereikt moet worden in combinatie met de activiteiten zelf. Dit is een rechtmatige manier van subsidieverstrekking voor gemeente Den Haag.
Een potentiële aanvrager van een subsidie kan in de subsidiestaat kijken of er binnen de doelstelling waarvoor hij wil aanvragen budget is en wat het plafond is. Het beschikbare (plafond)bedrag voor een subsidiedoelstelling staat altijd vermeld in de subsidiestaat. Een subsidieaanvraag moet altijd beoordeeld worden. Voor de beoordeling wordt de aanvraag getoetst aan de nadere regel die door het college is vastgesteld. De nadere regel is een uitwerking van de beleids- en subsidiedoelstelling en bevat de
Evenredige verdeling: Het subsidiebudget wordt evenredig verdeeld over alle aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie(3). In dit systeem is er geen mogelijkheid om de activiteiten die het meest bijdragen aan de beleidsdoelen meer te financieren. Daarbij is er geen manier om het aantal ontvangers en dus welzijnsaanbieders te beheersen. Dit is een rechtmatige manier van subsidieverstrekking voor gemeente Den Haag.
© 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Document Classification: KPMG Confidential
Bron: (1) 20190820-basisbeginselen-subsidierecht.pdf (vng.nl), (2) Subsidie | PIANOo - Expertisecentrum Aanbesteden, (3) Verdeling van schaarse subsidiegelden. De rol van adviseurs, in het bijzonder concullega´s, bij de verdeling van subsidies in een tenderprocedure (universiteitleiden.nl)
15
1 6
Mogelijke instrumenten voor financiering welzijn 1 Begrotingssubsidie(1): Indien er sprake is van een bepaalde activiteit van groot maatschappelijk belang die maar door één of enkele aanbieders kan worden uitgevoerd kan een begrotingssubsidie worden toegepast en is geen wettelijk voorschrift nodig. Het bedrag wat maximaal als subsidie verleend kan worden en de partij die het levert moeten dan expliciet op de begroting van de gemeente staan. Het toepassen van een begrotingssubsidie is echter wel strijdig met het beginsel van transparantie en het beginsel van gelijkheid. Gezien het aantal organisaties dat nu en potentieel het welzijnswerk kan uitvoeren in Den Haag is een begrotingssubsidie geen rechtmatige manier van financiering van het professionele welzijnswerk in Den Haag. Incidentele subsidies(2): Incidentele subsidies worden toegekend voor activiteiten die nog niet eerder door een organisatie of burger uitgevoerd zijn en waarvoor geen subsidieregeling geldt. Ook bij deze manier van subsidiëren is geen wettelijk voorschrift nodig. Een incidentele subsidie mag wettelijk voor maximaal vier jaar worden toegekend. Daarom is dit geen rechtmatige manier van financiering van het professionele welzijnswerk in Den Haag.
Voordelen subsidie De twee voordelen van een subsidie zijn: — Eenvoudigere toewijzing van financiering; — Professionele ruimte in de uitvoering; — Bij bepaalde vormen van subsidies (mogelijk) minder wijzigingen in het landschap. Subsidieverstrekkingen zijn vaak eenvoudiger en goedkoper uit te voeren dan Europese aanbestedingen omdat deze worden toegewezen door het college. Dit heeft te maken met het abstractieniveau waarop de opgave uitgezet wordt. Omdat bij een subsidie meer op het ‘wat’ gestuurd wordt door de gemeente, is de opgave op een abstracter niveau beschreven. Enkel bij een subsidietender is dit voordeel minder aanwezig omdat hier een wegingssystematiek ontworpen dient te worden. Een subsidieverstrekking op basis van een eerst-komt-eerst-maalt methodiek of evenredige verdeling is relatief eenvoudig en goedkoop door de eenvoudige methodiek van verdelen. Ook bij een begrotingssubsidie is de procedure van verstrekking relatief eenvoudig, want het is vooraf bekend hoe groot de subsidie is en wie deze zal ontvangen. Omdat bij een subsidie de gemeente enkel inspanningsverplichting kan afdwingen ontstaat er binnen de uitvoer professionele vrijheid voor de welzijnspartijen om het werk in te richten naar gelang de context en situatie. Gegeven de verwachte deskundigheid van de welzijnspartijen mag verwacht worden dat de middelen hiermee optimaal worden ingezet.
Ondanks de eis om bij de subsidie een open veld te hanteren bieden de vormt een begrotingssubsidie mogelijk minder wijzigingen in het landschap dan bijvoorbeeld een aanbesteding. Bij een begrotingssubsidie wordt vooraf geconcludeerd dat er slechts één of enkele organisaties zijn die de opdracht uit kan voeren, waarmee het open veld principe geen rol speelt, omdat de subsidieverstrekking vast staat. Nadelen subsidie De drie nadelen van een subsidie zijn: — Sturing op resultaten beperkt door gebrek aan afdwingbaarheid resultaten; — Bij bepaalde vormen van subsidies (mogelijk) meer wijzigingen in het landschap. — Beperkingen t.a.v. duur subsidie. Met een subsidie financiert de gemeente een vooraf in de subsidieovereenkomst gedefinieerde activiteit of activiteiten, maar kunnen de resultaten niet wettelijk afgedwongen worden. Er is alleen een inspanningsverplichting. Daarom loop je als subsidieverstrekker het risico dat je een activiteit financiert die uiteindelijk niet het gewenste resultaat oplevert. Indien je als alternatief in de overeenkomst een wederkerige verplichting introduceert, val je binnen de kaders van de aanbestedingswet en is een subsidie niet rechtmatig meer. Daarentegen geeft dit wel vrijheid in de uitvoering van de welzijnsprofessionals, waarbij zij op basis van kennis van de wijken activiteiten kunnen ontplooien die passen bij de ambities.
Het open speelveld dat een subsidie moet bieden kan mogelijke wijzigingen in het welzijnslandschap opleveren door het toetreden van nieuwe aanbieders. De kans dat deze wijzigingen optreden is bij een subsidietender groter dan bij andere verdeelmethodieken omdat hier een beoordelingsmethodiek gehanteerd wordt. Dit maakt het laagdrempeliger voor nieuwe toetreders de markt te betreden en mogelijke toewijzing van subsidiegelden te krijgen dan wanneer een meer kwalitatieve methode van toewijzing gehanteerd wordt. Een kwalitatieve methode zorgt vaak voor een samenwerking tussen partijen, waardoor partijen een warmere overdracht kunnen leveren. Dit brengt waarschijnlijk minder rigoureuze wijzigingen in het welzijnslandschap teweeg. Bij een subsidie geldt op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een verplichting tot het elke vijf jaar evalueren van de subsidieregeling(A). Een evaluatie leidt in de praktijk veelal tot een nieuwe regeling, de context verandert immers, en daarmee tot een nieuw proces van vestrekking.
Bron: (1) 20190820-basisbeginselen-subsidierecht.pdf (vng.nl) © 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Noot: (A) Binnen de beleidskaders van gemeente Den Haag is de maximale duur van een subsidie vier jaar.
Document Classification: KPMG Confidential
16
1 7
Mogelijke instrumenten voor financiering welzijn 2 Beschrijving inbesteden Wanneer een gemeente besluit zelf activiteiten in het sociaal domein uit te (laten) voeren, in plaats van daarvoor een derde in te schakelen, is er sprake van inbesteden. In zo'n geval sluit de gemeente geen overeenkomst voor de uitvoering van die taken met een derde. Aangezien er geen opdracht wordt verstrekt aan een externe partij of een overeenkomst met een derde wordt gesloten, is er geen sprake van een overheidsopdracht en is er dus ook geen aanbestedingsprocedure. Juridisch kader quasi-inbesteden De regelgeving rondom quasi-inbesteden is opgenomen in artikel 2.24a van de Aanbestedingswet 2012. Een gemeente mag diensten quasi-inbesteden bij een derde partij als aan de volgende drie voorwaarden is voldaan(1): 1.
Toezichtcriterium: De gemeente houdt toezicht op de derde partij, net zoals zij dat ook doet op haar eigen diensten. Dit betekent dat de gemeente een beslissende invloed moet hebben op de strategische doelstellingen én op de belangrijke beslissingen van derde partij.
2.
Merendeelcriterium: De derde partij voert 80% of meer van haar activiteiten uit voor de gemeente. Dit betekent dat de partij niet veel ruimte heeft om extra commerciële activiteiten op te zetten.
3.
De derde partij is niet gefinancierd met privékapitaal (ook niet gedeeltelijk). Een zorgaanbieder mag bijvoorbeeld niet deelnemen in de derde partij en zo invloed uitoefenen op belangrijke beslissingen. Er is een beperkt aantal uitzonderingen op dit derde criterium.
In artikel 2.24b van de Aanbestedingswet 2012 zijn aanvullende regels opgenomen voor quasi-inbesteden met meerdere aanbestedende diensten. Deze regels zijn relevant voor gemeenten die samen willen optrekken. Mogelijke varianten Er zijn er twee manieren om het professionele welzijnswerk middels een inbesteding te financieren: Zuiver inbesteden(1): Een aanbestedende dienst kan ervoor kiezen een openbare taak met eigen middelen te vervullen. Bij een zuivere inbesteding betekent dit dat de gemeente een opdracht laat uitvoeren door een afdeling of dienst van de gemeente zelf. De opdrachtgever en opdrachtnemer zijn in dit geval onderdeel van één en dezelfde rechtspersoon en er hoeft geen overeenkomst onder bezwarende titel gesloten te worden. Hierdoor is de Aanbestedingswet 2012 niet van toepassing. Dit is een rechtmatige manier van financiering van het professionele welzijnswerk voor gemeente Den Haag. © 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Bron: (1) Inbesteden en de aanbestedingsrichtlijnen - Europa decentraal
Quasi- inbesteden(1): Bij een quasi-inbesteding verleent de gemeente een opdracht aan een derde partij die een separate rechtspersoon (publiek of privaat) is. Deze rechtspersoon staat onder toezicht van de gemeente en kan maar beperkt activiteiten ontplooien voor ander opdrachtgevers dan de gemeente(1). Dit is een rechtmatige manier van financiering van het professionele welzijnswerk voor gemeente Den Haag. Omdat alleen quasi-inbesteding een mogelijke optie is voor gemeente Den Haag wordt enkel deze vorm verder beschreven in dit rapport. Voordelen quasi-inbestedingen De drie voordelen van een quasi-inbesteding zijn: — Rust en continuïteit op de langere termijn; — Minder inzet t.a.v. verstrekking van financieringen; — Grote mate van sturing op de inhoud vanuit de opdrachtgever. Met het oog op een lange termijn samenwerking voorkomt quasi-inbesteden periodieke koerswijzigingen door nieuwe financieringen of gecontracteerde partijen en biedt daarom veel voordelen op het gebied van continuïteit van het werk. Inwoners wisselen niet van aanbieder of organisatie waardoor zij niet hoeven te wennen aan nieuwe procedures, werkwijzen of diensten. Daarbij biedt een quasi-inbesteding zekerheid aan professionals door langdurige stabiliteit. Zij ervaren hierdoor minder onrust wat hen in staat stelt beter te focussen op de inwoners.
In het verlengde hiervan wordt mogelijk een hogere inzet van personeel en eventuele extra kosten voor de gemeente bespaard die anders verband zouden houden met het opnieuw verstrekken van de financiering. Tot slot heeft de gemeente door het toezichtcriterium een beslissende invloed op alle belangrijke beslissingen van de uitvoerende (derde) partij. Dit betekent dat bij een quasi-inbesteding de sturingsmogelijkheden van de gemeente zeer groot zijn. Nadelen quasi-inbestedingen De vier nadelen van een quasi-inbesteding zijn: — Opzetten en inbedden organisatie is lang en intensief proces; — Wijzigingen in het landschap in het veld; — Hoge mate van complexiteit wanneer de wens is om naar nieuwe vorm of partner over te stappen. — Andere verantwoordelijkheid van gemeente t.a.v. de uitvoer omdat zij indirect de uitvoerende partij zijn
Document Classification: KPMG Confidential
17
1 8
Mogelijke instrumenten voor financiering welzijn 2 De procedure van het opzetten van een quasi-inbesteding is intensief en vraagt vaak verhoogde personele inzet van de gemeente. Daarom is het mogelijk dat gedurende het traject (tijdelijk) nieuw personeel aangetrokken moet worden door de gemeente. Het aantrekken en opleiden van nieuw personeel duurt vaak lang en is een kostbaar proces. Daarbij is de juridische borging van een quasi-inbesteding een intensief traject voor de gemeente en de uitvoerende partij. Bij een quasi-inbesteding wordt al het betreffende werk in een gemeente normaliter uitgevoerd door één partij. Daarnaast kan het gaan om een moederorganisatie met een beperkt aantal organisatie-entiteiten (zoals stichtingen) onder zich maar dit is uitzonderlijk. Omdat een quasi-inbesteding een intensief traject is om op te zetten, is het lastig om weer uit elkaar te gaan wanneer de constructie toch niet bevalt. Quasi-inbesteden is daarom een constructie die voor de lange termijn aangegaan wordt. Door het professionele welzijnswerk in te besteden krijgt de gemeente een andere verantwoordelijkheid van t.a.v. de uitvoer omdat zij indirect de uitvoerende partij zijn. Dit kan de gemeente in een ongewenste positie plaatsen.
© 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Document Classification: KPMG Confidential
18
1 9
Mogelijke instrumenten voor financiering welzijn 3 Beschrijving Open House Open House is een toelatingssysteem voor de levering van voorzieningen op basis van een vooraf bekendgemaakte toelatingsprocedure. De gemeente stelt binnen een Open House-systeem alleen geschiktheidseisen en minimumeisen (zoals prijs, capaciteit en certificering). Aanbieders die aan de eisen voldoen kunnen tot het systeem toetreden en hun diensten aanbieden. De kern van een Open House-systeem is dat inwoners zelf kiezen uit de toegelaten aanbieders, nadat de gemeente heeft geverifieerd dat de welzijnsorganisaties die zich hebben aangemeld binnen het Open House-systeem aan de gestelde eisen en (uitvoerings)voorwaarden voldoen(1). Open House is nadrukkelijk geen aanbestedingsprocedure. Indien de gemeente de uiteindelijke keuze van de inwoner wezenlijk beïnvloedt dan kan alsnog sprake zijn van een overheidsopdracht die u had moeten aanbesteden. Juridisch kader Open House In een Open House constructie is het mogelijk om te kiezen voor een wijze van contracteren die niet kwalificeert als overheidsopdracht in de zin van de Europese aanbestedingsrichtlijn(en), maar waarbij wel sprake is van een aankoopsysteem voor goederen op basis van een toelatingsprocedure. Essentieel hierbij is dat de gemeente geen selectie maakt uit de belangstellende aanbieders.
Bij Open House krijgen alle dienstverleners, die aan de door de gemeente gestelde voorwaarden voldoen, het recht om de opdracht uit te voeren in volledige onderlinge concurrentie. Wanneer de gemeente wel selecteert (een opdracht exclusief vergeeft aan één of meer ondernemers), is er sprake van een overheidsopdracht en is de Aanbestedingswet 2012 van toepassing(1). Het Europese Hof van Justitie heeft in dezelfde zaak verder bepaald dat voor zover het voorwerp van een procedure voor toelating tot een systeem van afspraken een zeker grensoverschrijdend belang vertoont, deze procedure moet worden gevoerd en georganiseerd in overeenstemming met de beginselen van non- discriminatie, transparantie en gelijkheid van behandeling van aanbieders en met het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel.
Open House zonder tussentijdse toetreding(1): In een Open House constructie zonder tussentijdse toetreding is het voor aanbieders enkel op vastgestelde momenten mogelijk toe te treden en hun diensten aan te bieden. Aanbieders kunnen in die situatie dus niet op elk moment instromen. Dit is een rechtmatige manier van financiering van het professionele welzijnswerk voor gemeente Den Haag. Voordelen Open House De vier voordelen van een open house constructie zijn: — Flexibiliteit in de inhoud van de overeenkomst; — Onbepaalde duur mogelijk; — Afdwingbaarheid van de afspraken; — Hogere mate van (continue) concurrentie geeft stimulans tot innovatie. De overeenkomsten in een Open House zijn relatief flexibel en kunnen gedurende de looptijd in grotere mate gewijzigd worden dan overeenkomsten die Europees zijn aanbesteed. Dit komt doordat de Aanbestedingswet 2012 en de daarin gestelde beperkingen ten aanzien van wezenlijke wijzigingen niet van toepassing zijn. Een onbepaalde duur is verdedigbaar als tussentijdse toetreding (op vaste tijdstippen) toegestaan is. Dit betekent dat continuïteit voor professionals en inwoners geborgd is zolang aanbod aansluit bij eisen. In tegenstelling tot subsidie is Open House een privaatrechtelijk instrument.
Dit betekent onder andere dat bij een Open House nakoming kan worden gevorderd door de gemeente wat de grip van de gemeente op de uitvoering vergroot. Innovatie wordt gestimuleerd omdat toetreding van nieuwe aanbieders makkelijker mogelijk wordt gemaakt, er is daarmee continue een concurrentieprikkel. Zodra nieuwe aanbieders voldoen aan de eisen kunnen zij toetreden en nieuwe methodieken naar het veld brengen.
Mogelijke varianten Er zijn er twee manieren om het professionele welzijnswerk middels Open House te financieren: Open House met tussentijdse toetreding(1): In een Open House constructie met tussentijdse toetreding is het voor aanbieders mogelijk gedurende de gehele looptijd van de raamovereenkomst toe te treden en hun diensten aan te bieden. Aanbieders kunnen in die situatie dus nog op elk moment instromen. Dit is een rechtmatige manier van financiering van het professionele welzijnswerk voor gemeente Den Haag. Bron: (1) Open House als inkoopmethodiek | PIANOo - Expertisecentrum Aanbesteden © 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Document Classification: KPMG Confidential
19
2 0
Mogelijke instrumenten voor financiering welzijn 3 Nadelen Open House De drie nadelen van een open house constructie zijn: — Beperkte sturing en grip op volumes omdat aanbieder niet kan selecteren; — Kans op grotere groep aanbieders met minder partnerschap en (zeer) lastig uit te voeren contractmanagement; — Taakgerichte bekostiging niet mogelijk, risico op toename van uitgaven. — Hogere mate van concurrentie zorgt voor beperkte samenwerking Omdat selectie van aanbieders niet mogelijk is kan er een gebrek aan grip en sturing vanuit de opdrachtgever ontstaan. De gemeente heeft geen invloed op het aantal inwoners omdat zij niet kunnen selecteren en de inwoners zelf voor de aanbieder kiezen. Het aantal aanbieders kan niet vastgesteld worden door de gemeente zelf, omdat de gemeente met alle aanbieders die voldoen aan de geschiktheidseisen een overeenkomst afsluit. De gemeente kan enigszins sturen met het opstellen van de geschiktheidseisen door deze meer of minder streng te maken. Uit ervaringen blijkt echter vaak dat het aantal gecontracteerde aanbieders in een gemeente of regio groot wordt. Dit resulteert in tijdsintensief en kostbaar contractmanagement en maakt het ingewikkeld om langdurige strategische partnerschappen aan te gaan. Dit wordt verder versterkt omdat de inwoner de aanbieder selecteert, waardoor co-creatie tussen aanbieder en gemeente niet voor de hand ligt.
Het niet kunnen beïnvloeden van de volumes zorgt er ook voor dat de gemeente geen taakgerichte bekostiging kan toepassen. Daarom is de gemeente in een Open House constructie vaak genoodzaakt om met vast gedefinieerde producten te werken, waarbij het in detail uitschrijven van deze producten intensief kan zijn en kan leiden tot overlap en/of gaten in het totale pakket aan activiteiten. Omdat er geen volume afspraken gemaakt kunnen worden met partijen en er vanuit wet- en regelgeving en maatschappelijke druk een verplichting kan zijn of gevoeld wordt om de gevraagde ondersteuning te bieden is het in de praktijk moeilijk om zich aan een maximaal budget te houden. Omdat in een Open House in de praktijk veel aanbieders actief zijn is er een hoge mate van concurrentie. Deze concurrentie blijft bestaan gedurende de looptijd van de raamovereenkomst. Hierdoor vindt er meestal weinig tot geen samenwerking plaats tussen de aanbieders en ontstaat er een versnipperd aanbod.
© 2024 KPMG Advisory N.V. All rights reserved.
Document Classification: KPMG Confidential
20
2 1
Mogelijke instrumenten voor financiering welzijn 4 Beschrijving overheidsopdracht Bij een overheidsopdracht geeft de gemeente opdracht voor het uitvoeren van activiteiten of het leveren van producten. Kenmerkend is dat een overheidsopdracht wordt uitgevoerd op basis van een overeenkomst waarin wederzijdse verplichtingen zijn opgenomen. De aanbieder verplicht zich bijvoorbeeld tot het leveren van voorzieningen, terwijl de gemeente zich verplicht om daar betalingen tegenover te stellen(1). Juridisch kader overheidsopdracht Een overheidsopdracht wordt in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012 gedefinieerd als: — een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel, — die is gesloten tussen één of meer dienstverleners en één of meer aanbestedende diensten, en — die betrekking heeft op werken, leveringen of diensten De bezwarende titel houdt in dat er sprake is van wederzijdse verplichtingen; de dienstverlener levert een prestate en de gemeente levert een op geld waardeerbare tegenprestatie. Uit jurisprudentie blijkt dat er ook sprake is van een bezwarende titel, en dus van een overheidsopdracht, als de dienstverlener een prestatie levert aan derden (bijvoorbeeld inwoners) in plaats van rechtstreeks aan de gemeente(1). Mogelijke varianten Op overheidsopdrachten is de Aanbestedingswet 2012 van toepassing.
In deze wet staan twee reguliere aanbestedingsprocedures die relevant zijn voor Den Haag: de openbare en de niet-openbare procedure. Deze procedures mogen altijd worden toegepast. Daarnaast kent de wet vijf relevante uitzonderingsprocedures, die onder voorwaarden mogen worden toegepast: de SAS-procedure, de concurrentiegerichte dialoog, de mededingings-procedure met onderhandeling, de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging en de aankondiging van vrijwillige transparantie vooraf. Openbare procedure: Bij een open aanbesteding wordt de aanbesteding in één ronde algemeen bekend gemaakt en kunnen alle geïnteresseerde organisaties inschrijven. De aanbestedende dienst mag bepalen dat enkel inschrijvers die aan de door hem gestelde geschiktheidseisen voldoen voor verlening van de opdracht in aanmerking komen. Gunning geschiedt op basis van de inschrijving. De aanbestedende dienst mag niet met inschrijvers onderhandelen over de ingediende inschrijvingen. Dit is een rechtmatige manier van financiering van het professionele welzijnswerk voor gemeente Den Haag.