RIS319193 Bijlage Staat van de stad V6 4juli
Tekst van het document
Staat van de Stad 2024
Staat van de Stad 2024
Voorwoord Voor u ligt alweer de derde Staat van de Stad Den Haag. De eerste Staat van de Stad (vanaf nu Staat) verscheen in 2020 na een verzoek vanuit de gemeenteraad. De Staat is een verzameling van cijfers, grafieken en figuren met analyses over hoe Den Haag ervoor staat. Het is als het ware een reeks van foto's door de tijd. De Staat doet geen uitspraken over beleid maar kan wel de basis zijn voor beleid. De Staat kent een aantal vaste uitgangspunten. De Staat: •
Bevat herkenbare, terugkerende ‘kernhoofdstukken’ om continuïteit te borgen.
•
Bevat integrale analyses en gaat in op verbindende thema’s, zoals brede welvaart.
•
Bevat betrouwbare, valide en reproduceerbare cijfers/data.
•
Geeft daarmee trends en ontwikkelingen weer in Den Haag: hoe staat Den Haag ervoor?
•
Is (zoveel mogelijk) waardevrij. Het is geen beleidseffectrapportage.
De Staat is in ontwikkeling en er zijn in deze Staat weer enkele verbeteringen doorgevoerd, zoals in structuur en opbouw. In de basis blijft de Staat echter ongeveer gelijk omdat juist daardoor goed cijfers met elkaar vergeleken kunnen worden en er trends zichtbaar zijn. De Staat laat dit beeld op alle beleidsterreinen en op meerdere niveaus zien: in de nationale context; in vergelijking tot andere G4 gemeenten; in vergelijking tot de regio; Den Haag als stad; op buurt- of wijkniveau. Ook wordt de mening van de Hagenaar gepeild over tal van onderwerpen die raken aan gemeentelijk beleid. Deze gegevens komen voornamelijk uit de Stadsenquête die jaarlijks wordt afgenomen onder inwoners van Den Haag. Want uiteindelijk maken we de Staat voor de Hagenaar zelf door op deze manier bij te dragen aan goed en efficiënt beleid van de gemeente.
4
Staat van de Stad - Voorwoord
Naast de reguliere hoofdstukken over de diverse beleidsterreinen, bevat de Staat een aantal zogenaamde specials. Dit jaar zijn dat: Nieuwkomers; Economie in transitie; Staat van de Wijk; en Brede Welvaart. Vooraf treft u een managementsamenvatting aan met daarin de belangrijkste bevindingen per hoofdstuk en een duiding van brede welvaart ontwikkeling daarbij. De Staat is een mooi naslagwerk maar de meerwaarde ervan ligt vooral in het gebruik. De oproep is dan ook: gebruik deze kennis van de Staat in het debat; in het beleid; in het contact met de organisaties en bewoners. Dat kan ervoor zorgen dat we gerichter problemen aanpakken en kansen benutten om Den Haag nog mooier en beter te maken dan het nu al is. Tot slot een dankwoord aan alle medewerkers van de gemeente die hun bijdrage hebben geleverd, als coördinator, schrijver, analist of onderzoeker. Op naar de volgende. De wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa Robert van Asten
Voorwoord - Staat van de Stad
5
Inhoud Managementsamenvatting
8
Hoofdstuk 1
Bevolking
18
Hoofdstuk 2
Wonen
36
Special I
Nieuwkomers
70
Hoofdstuk 3
Duurzaamheid & Energietransitie
86
Hoofdstuk 4
Economie
98
Special II
Economie in transitie
120
Hoofdstuk 5
Werk, Inkomen & Bestaanszekerheid
148
Hoofdstuk 6
Onderwijs
168
Hoofdstuk 7
Gezondheid
186
Hoofdstuk 8
Jeugd, Zorg & Welzijn
198
Hoofdstuk 9
Openbare Ruimte & Milieu
214
Hoofdstuk 10
Mobiliteit
236
Hoofdstuk 11
Participatie, Dienstverlening & Vertrouwen
256
Special III
Staat van de Wijk
274
Hoofdstuk 12
Sport & Cultuur
286
Hoofdstuk 13
Veiligheid
304
Special IV
Brede Welvaart
324
Inhoud - Staat van de Stad
7
Managementsamenvatting Leeswijzer Voor u ligt de derde Staat van de Stad Den Haag. De eerste Staat van de Stad (vanaf nu Staat) verscheen in 2020 na een verzoek vanuit de gemeenteraad. De Staat is een verzameling van cijfers, grafieken en figuren met analyses over hoe Den Haag ervoor staat. Het is als het ware een reeks van foto's door de tijd die trends en ontwikkelingen laten zien. Voor deze Staat zijn de meest recente betrouwbare cijfers gebruikt. De Staat doet geen uitspraken over beleid maar kan wel de basis zijn voor beleid. Dit rapport geeft een beeld op verschillende niveaus: in de nationale context; in vergelijking tot andere G4 gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht); in vergelijking tot de regio; Den Haag als stad; en waar mogelijk tot op buurt- of wijkniveau. Ook wordt de mening van inwoners van Den Haag gepresenteerd over tal van onderwerpen. In de Special ‘Staat van de Wijk’ worden gegevens vanuit de leefbaarheidsmonitor gepresenteerd waarop de wijken worden vergeleken en wordt er ingezoomd op een achttal kenmerkende wijken voor Den Haag.
Opbouw samenvatting De reguliere hoofdstukken sluiten aan op de diverse beleidsterreinen van de gemeente. Daarnaast bevat de Staat een aantal zogenaamde specials. Dit jaar zijn dat: Nieuwkomers; Economie in transitie; Staat van de Wijk en Brede Welvaart. Deze samenvatting begint met de hoofdlijnen in ontwikkeling van de bevolking in Den Haag. Daarna wordt ingegaan op mobiliteit, onderwijs, sport en cultuur. De overige hoofdstukken van deze Staat worden samengevat aan de hand van de acht thema’s die samen indicatief zijn voor “brede welvaart”. Brede welvaart gaat over materiële welvaart én welzijn; het begrip wordt nader toegelicht in de betreffende Special. Op deze wijze worden enkele dwars verbanden zichtbaar op die beleidsvelden.
Bevolking In 2050 telt Nederland naar verwachting tussen de bijna 18 miljoen en bijna 22 miljoen inwoners. De bevolkingsgroei zal voornamelijk zichtbaar zijn in de Randstad en andere stedelijke gebieden. De vier grote steden laten een vergelijkbaar ontwikkelingspatroon zien. Vanaf 2000 groeit Den Haag continu. Op 1 januari 2024 telde Den Haag bijna 567 duizend inwoners. Tot 2050 groeit de Haagse bevolking naar verwachting door naar 643 duizend tot 674 duizend inwoners. Er worden steeds minder kinderen geboren; deze “natuurlijke aanwas” zorgt dan ook steeds minder voor de bevolkingsgroei. De vergrijzing neemt sinds 2011 jaarlijks licht toe maar is in 2023 gelijk gebleven. Het aantal mensen dat jaarlijks overlijdt neemt ook licht toe. Buitenlandse migratie zorgt in de toekomst in toenemende mate voor de bevolkingsgroei. In 2022 vestigde een relatief hoog aantal migranten zich vanuit het buitenland in Den Haag (26.000) en in 2023 liep dit aantal terug naar 22.000. Inclusief de niet geregistreerde arbeidsmigranten, zijn er naar schatting 50.000 EU-arbeidsmigranten in Den Haag. In 2022 en 2023 zijn er respectievelijk 986 en 955 statushouders gehuisvest in Den Haag. Er worden in totaal 4.263 (peildatum 1 mei 2024) asielzoekers en ontheemden opgevangen in Den Haag, waarvan 2.088 ontheemden in particuliere opvang.
De opvanglocaties zijn verspreid over de gemeente Den Haag (zie kaartjes in de Special).
8
Staat van de Stad - Managementsamenvatting
Mobiliteit Tijdens de COVID-19 pandemie is het aantal woon-werkverplaatsingen sterk gedaald, inmiddels gaat het weer richting het niveau van 2019. Het autogebruik van inwoners is sinds 2018 gedaald van 33% naar 31% van het totaal aantal verplaatsingen in 2023. De auto is het meest gebruikte vervoermiddel. De grootste verschuiving sinds 2018, is het aantal verplaatsingen dat lopend wordt gedaan, dit is gestegen van 22% van de verplaatsingen in 2018 naar 29% in 2023. Het aandeel fietsgebruik in 2023 is 26% en het aandeel OV-gebruik is 12%. Jarenlang is het aantal verkeersongevallen in Nederland gedaald, maar de laatste jaren stagneert deze afname. Ook in Den Haag zien we dit patroon. In 2023 zijn er in Den Haag 13 mensen omgekomen door een verkeersongeval. Sinds 2009 is het aantal privéauto's met 11% toegenomen. Rondom het centrum is het aantal auto's per adres relatief laag, maar omdat daar veel woningen staan, blijkt dat het aantal auto's per vierkante kilometer in deze gebieden juist hoog is. In 23% van de buurten is meer dan 90% van de parkeerplekken bezet tijdens de drukste periode van de dag. In ongeveer 49% van de buurten is de parkeerdruk lager dan 80%. De CO2-uitstoot door verkeer en vervoer in Den Haag is sinds 2000 gedaald van ongeveer 500 kton tot ongeveer 350 kton. Het gebruik van duurzame vervoerswijzen, zoals elektrische vervoersmiddelen en deelmobiliteit groeit.
Inwoners van Den Haag vinden het belangrijk dat de luchtkwaliteit verbetert, dat het verkeerslawaai afneemt en dat er meer gefietst wordt.
Onderwijs Ruim de helft van de Haagse kinderen, peuters en basisschoolleerlingen, valt onder de Haagse definitie van doelgroepkinderen. Dat wil zeggen dat zij een groot risico op onderwijsachterstanden lopen. De kinderen zijn oververtegenwoordigd in Den Haag Zuidwest en delen van Centrum en Laak. Het onderwijs in Den Haag wordt geconfronteerd met een aanzienlijk en langdurig tekort aan leraren maar ook schoolleiders. Het personeelstekort in Den Haag is niet alleen hoger dan in andere grote steden, maar groeit ook sneller. De personeelstekorten nemen toe naarmate de schoolweging, die de complexiteit van de leerlingenpopulatie weerspiegelt, hoger is. In Den Haag manifesteert het lerarentekort zich het sterkst in de stadsdelen Laak, Centrum en Escamp. Den Haag biedt een breed scala aan onderwijsinstellingen, van mbo tot universitair niveau. De stad trekt studenten aan vanwege haar rol als bestuurlijk centrum en internationale stad van vrede en recht. Het aantal studenten in Den Haag vertoont een lichte daling, in lijn met de landelijke trend. Hoewel Den Haag van oudsher geen universiteitsstad is neemt de universitaire studentenpopulatie door de jaren heen toe. De Haagse Hogeschool is de grootste hogeschool, terwijl het ROC Mondriaan de meeste (mbo-)studenten heeft. De Universiteit Leiden trekt de meeste wo-studenten aan op haar Campus Den Haag.
Managementsamenvatting - Staat van de Stad
9
Sport en cultuur De landelijke trends rondom sport- en beweegdeelname geven aan dat de wekelijkse sportdeelname onder de jeugd (5-18 jaar) na twee jaar van forse daling tijdens corona weer gestegen is naar 72% in 2022. In Den Haag is het percentage regelmatige sporters tussen 2016 en 2022 in Den Haag redelijk stabiel. Bij de meest recente meting in 2022 is een lichte stijging te zien voor alle leeftijden. 65% van de sportverenigingen is als ‘vitaal’ of ‘krachtig’ in te delen, en 27% als ‘kwetsbaar’. Haagse clubs doen het goed wat betreft ledenwerving en -behoud. Tegelijkertijd ervaart 79% van de verenigingen een tekort aan vrijwilligers. Tijdens de coronaperiode daalden de bezoekcijfers bij culturele organisaties. De beschikbare bezoek cijfers laten sindsdien een stijgende trend zien, al zijn deze nog niet terug op het niveau van voor de coronaperiode. Ongeveer een derde van de inwoners van de stad is zelf actief bezig met kunst en cultuur. Hierin is de laatste jaren een licht stijgende trend te zien, met name bij het percentage inwoners dat muziek beoefent.
Brede Welvaart thema´s, indicatoren, positie binnen de G4 en high lights uit het rapport Als laatste onderdeel van het rapport is een Special Brede Welvaart opgenomen. Het CBS heeft, voortbouwend op verkennende studies van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en anderen, acht thema’s gekozen die samen een beeld geven van de actuele brede welvaart in Nederland: Welzijn; Materiële welvaart; Gezondheid; Arbeid en Vrije tijd; Wonen; Samenleving; Veiligheid en Milieu. Brede welvaart is vooral een concept, een manier om kwaliteit van leven en de samenhang van maatschappelijke en politiek-bestuurlijke opgaven te kunnen zien en bespreken. Op de recente ontwikkeling in de brede welvaart neemt Den Haag binnen de G4, samen met Amsterdam een middenpositie in. Den Haag heeft daarbij wat meer uitschieters met positieve en negatieve scores, terwijl Amsterdam wat vaker een middenpositie inneemt. Rotterdam, scoort relatief het minst en Utrecht het beste.
Welzijn
Tevredenheid met het leven
# 1 in G4
83,2%
Tevredenheid met vrije tijd
# 1 in G4
72,0%
Inwoners van Den Haag zijn het meest tevreden over hun welzijn (tevredenheid met het leven en vrije tijd) binnen de G4 gemeenten. Dit betreft het deel van de mensen van 18 jaar of ouder dat hier een cijfer 7 tot en met 10 voor geeft. Ten aanzien van welzijn is er veel zorgverlening en preventie om te voorkomen dat mensen zorg nodig hebben in Den Haag. Dat varieert van preventieve activiteiten (zoals vroeghulp van kinderen van nul tot vier jaar) tot vaccinatie, tot ouderenzorg. Meer zorgverlening kan positief uitgelegd worden: meer mensen met zorghulp worden geholpen. Maar het kan ook negatief zijn: er is kennelijk meer zorghulp nodig. In 2023 kent iets meer dan negen op de tien ouders het CJG als zijnde het consultatiebureau/ jeugdarts of jeugdverpleegkundige (93%). In 2022 was dit nog 86% van de inwoners. Het aantal unieke cliënten dat in 2023 hulp ontving van de jeugdteams (CJG-teams) is in 2023 ten opzichte van 2022 met 2,5 procentpunt gedaald (van 6.294 naar 6.163 unieke cliënten). Het aantal jeugdigen dat specialistische jeugdhulp ontving in 2023 was in totaal 13.873. Van iedere 100 jeugdigen in Den Haag ontvangen er circa 12 specialistische jeugdhulp (1 op de 8 jeugdigen). Dit is vergelijkbaar met de drie andere grote steden. Bij een steeds ouder wordende bevolking, is het informele steunnetwerk van grote waarde.
Het percentage inwoners dat mantelzorgt, neemt sinds 2021 toe. Waar dit jarenlang schommelde rond de 22%, is in 2022 en 2023 een toename naar 27% zichtbaar. In 2023 registreerde het daklozenloket 3.037
10
Staat van de Stad - Managementsamenvatting
meldingen. Hoewel dit een toename is vergeleken met 2022, ligt het op ongeveer hetzelfde niveau als 2021. Het aantal dak- of thuisloze jongeren blijft hoog. Daarnaast melden meer gezinnen met kinderen, waaronder remigrantengezinnen, zich bij het Daklozenloket. Ook komen er meer EU- arbeidsmigranten op straat terecht vanwege gebrek aan goede huisvesting of na het verlies van werk.
Materiële welvaart
Mediaan besteedbaar inkomen
# 3 in G4
€ 27.200
Bruto Regionaal Product (COROP)
# 4 in G4
€ 43.500
De materiële welvaart scoort minder goed. Het Bruto Regionaal Product (weergegeven voor de Haagse (COROP-)regio) is het laagste van de G4-regio's en betreft 43.500 euro per inwoner, per jaar. Het mediaan besteedbaar inkomen staat op plek 3 binnen de G4 en ligt net als in Amsterdam en Rotterdam onder het Nederlands gemiddelde. De lange termijntrend is hier wel significant positief volgens de brede welvaart monitor. De Haagse economie groeit harder dan de periode voor 2019, zowel in Bruto Regionaal Product als wat betreft werkgelegenheid. Deze groei is echter minder dan in de andere drie grote steden en het Nederlandse gemiddelde. Ook de stand van de arbeidsproductiviteit en de groei hierin blijft achter. Het aantal toeristische bezoeken aan de binnenstad herstelt na corona, hoewel dit in Scheveningen nog steeds niet het geval is. In 2022 was dit nog niet terug op het niveau van voor corona. Den Haag herstelt op dit gebied minder snel dan de andere grote steden. De gemiddelde bestedingen van bezoekers zijn ten opzichte van 2019 toegenomen. De voorraad bedrijfsruimte is tussen 2015 en 2022 afgenomen in Den Haag: de kantorenvoorraad nam af met 12% en de bedrijfsruimtevoorraad (niet-kantoren) met 4%. Den Haag heeft met 4,3%, op Groningen na, de laagste kantorenleegstand van de tien grootste kantoorsteden in Nederland.
Dit ligt onder het gezonde niveau van frictieleegstand (tussen 5%-7%) en betekent dat de kantorenmarkt ‘zeer krap’ is. Het aanbod bedrijfsruimte (niet-kantoren) ligt op 1% van de voorraad. Ook de opname (aanhuren/aankopen van bedrijfsvastgoed BOG) is laag, mede als gevolg van het lage aanbod. Van de bedrijventerreinen is 99% uitgegeven. Ook de bedrijfsruimtemarkt is zeer krap. Het aantal fysieke winkels daalt. Dat is vergelijkbaar met andere grote steden en de landelijke ontwikkeling, waarin het aantal fysieke winkels elk jaar kleiner wordt terwijl webwinkels snel groeien. De krimp is in nagenoeg alle typen winkelgebieden te zien.
Gezondheid
Overgewicht
# 3 in G4
48,7%
Levensverwachting bevolking
# 3 in G4
80,6%
Ervaren gezondheid (% (zeer) goed)
# 3 in G4
65,2%
Eén of meer langdurige ziekten
#4 in G4
34,5%
Op de indicatoren voor gezondheid scoort Den Haag eveneens minder goed binnen de G4. Het percentage personen met één of meer langdurige (naar verwachting 6 maanden of langer) ziekten of aandoeningen is in Den Haag het hoogste binnen de G4 en betreft meer dan 1 op de drie inwoners van Den Haag van 18 jaar en ouder. Ook de overige drie indicatoren (overgewicht; levensverwachting bevolking en ervaren gezondheid) scoort den Haag onder het G4-gemiddelde, maar nog wel boven Rotterdam. Er zijn grote verschillen tussen gezondheid in de wijken. De luchtkwaliteit is met name in en rondom de stadsdelen Centrum en Laak veel slechter dan de WHO advieswaarden. Er is steeds meer aandacht voor de negatieve relatie tussen gezondheid en bestaanszekerheid. Inwoners in wijken met achterstand hebben vaker moeite met rondkomen, waardoor er stress ontstaat. In Den Haag heeft een relatief grote groep moeite met rondkomen. De Haagse inwoners in wijken met achterstand zijn vaak minder gezond dan inwoners in wijken met minder achterstand. Mannen en vrouwen in wijken met achterstand leven respectievelijk 11 en bijna 13 jaar korter in goede gezondheid in vergelijking met
Managementsamenvatting - Staat van de Stad
11
mannen en vrouwen uit wijken zonder achterstand. Inwoners in deze wijken scoren op bijna alle indicatoren van gezondheid lager dan in wijken zonder achterstand. Zo is er vaker overgewicht, meer (chronische) stress, een hogere kans op angst en depressie en wordt er minder vaak voldaan aan de beweegnorm. Inwoners in wijken met achterstand roken vaker.
Wonen
Aandeel inwoners (zeer) tevreden met woonomgeving
# 3 in G4
74,7%
Aandeel inwoners (zeer) tevreden met woning
# 3 in G4
75,9%
Gemiddelde afstand tot sportterrein in kilometers
# 1 in G4
0,7
Gemiddelde afstand tot basisschool in kilometers
# 1/2/3/4
0,5
Gemiddelde afstand tot café e.d. in kilometers
# 1 in G4
0,7
Den Haag scoort binnen de G4 gemeenten het beste op gemiddelde afstand tot een sportterrein en een café (0,7 km). Voor de tevredenheid met de woonomgeving en de eigen woning bezet Den Haag de derde positie. Zo’n driekwart van de Hagenaars is daar tevreden tot zeer tevreden mee. Uit andere onderzoeken blijkt dat de woonaantrekkelijkheid van Den Haag samenhangt met de economie: de baan- en opleidingsopties en voorzieningen maken de stad aantrekkelijk. Bij voorzieningen gaat het dan ook om de vrijetijdseconomie: cafés, culinair aanbod, poppodia, podiumkunsten, nachtcultuur en niet-dagelijkse winkels, Daarnaast heeft Den Haag nog een aantrekkelijk kustgebied met recreatie aan het strand. Er is landelijk een groot woningtekort en de druk op de Haagse woningmarkt is ondanks een groeiende woningvoorraad onverminderd groot. Dit uit zich onder andere in stijgende wachttijden voor sociale huurwoningen en een stijgend aantal inschrijvingen bij Woonnet Haaglanden en meer reagerende woningzoekenden. In de particuliere huursector zien we sterk stijgende huurprijzen in combinatie met een dalend aanbod. In de koopsector zien we ook sterke prijsstijgingen. In deze sector is het aanbod al jaren lager dan zo'n tien jaar geleden. Het totaal aantal verhuizingen binnen en naar Den Haag is de afgelopen jaren toegenomen, maar laat in 2022 een daling zien.
De verhuisdynamiek is het grootst binnen de particuliere huursector. In 2022 vond de helft van de verhuizingen in deze sector plaats, terwijl deze sector een kwart van de totale woningvoorraad vormt. De mutatiegraad in de particuliere huursector bedroeg 20% in 2022, dat betekent dat bij 1 op de 5 woningen sprake was van een bijschrijving of uitschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). In de koop- en corporatiesector ligt de mutatiegraad veel lager (tussen de 6% en 7%). Van de Haagse woningvoorraad is 18% gebouwd na de eeuwwisseling. Ruim driekwart van de woningvoorraad van stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg is gebouwd na de eeuwwisseling. Gedurende de afgelopen vier jaar zijn in de stadsdelen Escamp (24%) en Laak (23%) de meeste woningen bijgebouwd. In Segbroek zijn er daarentegen weinig nieuwbouwwoningen bijgekomen. Particuliere huurwoningen scoren op verschillende kwaliteitsaspecten slechter dan koop- en corporatiewoningen. Van de woningen in een kleine VvE (tot 10 appartementen) vergt 33% op korte termijn onderhoud, tegenover 17% van de woningen in grote VvE's (10 appartementen of meer) en 25% van de woningen die geen onderdeel uitmaken van een VvE. Meer dan de helft (51%) van de woningen in Den Haag maakt onderdeel uit van een VvE. In vergelijking met de andere G4 steden heeft Den Haag opvallend veel kleine VvE's.
Corporatiewoningen beschikken het vaakst over een energielabel (96%) en hebben gemiddeld betere energie labels dan de koop- en particuliere huurwoningen in Den Haag. Den Haag kent grote onderlinge verschillen tussen wijken. Zo is op 1 januari 2023 de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Moerwijk € 209.220 en in Laakkwartier/Spoorwijk € 242.674 tegenover € 831.344 in Westbroekpark/Duttendel en € 898.043 in Zorgvliet.
12
Staat van de Stad - Managementsamenvatting
In totaal 64% van de inwoners beoordeelt de onderhoudsstaat van hun woning goed of zeer goed (8 en 9 of hoger). Er is wel een aanzienlijk verschil tussen inwoners met een koopwoning die dat oordeel geven (82%), huurders van een woningcorporatie (50%) of particuliere verhuurder (48%). Het gemiddelde cijfer van alle Hagenaars over de onderhoudsstaat van hun woning is een 7,7 en is redelijk stabiel door de jaren heen. Naar stadsdeel is hier echter er ook een groot verschil. Laak scoort gemiddeld het laagst met een 6,1 en Scheveningen het hoogst met een 8,6.
Arbeid en vrije tijd
Netto arbeidsparticipatie
# 4 in G4
67,4%
Bruto arbeidsparticipatie
# 4 in G4
70,7%
Hoogopgeleide bevolking
# 3 in G4
36,0%
Werkloosheid
# 2 in G4
4,7%
Vacaturegraad (provincie Zuid-Holland; in vacatures/1.000 banen)
# 1/2/3/4
50
Afstand tot ov-halte in km
# 3/4 in G4
0,3
Den Haag scoort onderaan in de G4 wat betreft arbeidsparticipatie. De netto arbeidsparticipatie (aandeel werkzame beroepsbevolking 15 t/m 74 jaar) betreft 67,4% en de bruto arbeidsparticipatie (aandeel werkzame en werkloze beroepsbevolking) is 70,7%. Op de andere indicatoren scoort Den Haag ongeveer gemiddeld binnen de G4. Een enigszins aparte indicator betreft de gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde OV-halte (trein, tram, bus, metro en ferry) berekend over het fietsnetwerk van 2022. Dit geeft vooral een indicatie voor de bereikbaarheid van werk (waarbij overigens een steeds groter deel van het werk thuis wordt gedaan). Het gemiddelde inkomen van Haagse huishoudens is relatief laag ten opzichte van het Nederlands gemiddelde en veel andere steden. Ongeveer de helft van de huishoudens moest in 2021 rondkomen van een laag inkomen. In Den Haag hadden 42.100 huishoudens in 2021 een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Dit is 17,4% van alle huishoudens in Den Haag. Op 31 december 2023 ontvingen 23.628 personen een bijstandsuitkering (Participatiewet uitkering). Het aantal bijstandsuitkeringen in Den Haag is relatief hoog ten opzichte van het Nederlands gemiddelde en veel andere steden.
Uitstroom naar werk is voor de meerderheid van de doelgroep niet binnen afzienbare tijd, of helemaal niet, haalbaar. Grootste belemmerende factor hierbij is gezondheid. In 2021 leefden 17.600 kinderen (0-18 jaar) in een huis houden waar het inkomen lager was dan 130% van het wettelijk sociaal minimum. Dat is 17% van alle kinderen in Den Haag. In Den Haag zijn ca. 42.000 huishoudens met problematische schulden. Dat is 15% van alle inwoners. Dit is een stuk hoger dan het landelijk gemiddelde (8,8%). De verschillen in o.a. het gemiddelde besteedbare inkomen, arbeidsparticipatie en schuldenproblematiek zijn groot tussen de verschillende wijken in Den Haag. Met name in Den Haag Zuidwest en in de stadsdelen Laak en Centrum is er een verhoogd aandeel inwoners dat niet rond kan komen, financiële zorgen heeft en afhankelijk is van de overheid om een bestaansminimum op te bouwen.
Samenleving
Contact familie, vrienden en buren
# 1 van G4
71,1%
Vertrouwen in instituties
# 3 van G4
63,9%
Vertrouwen in anderen
# 3 van G4
64,3%
Vrijwilligerswerk
# 3 van G4
35,6%
Inwoners van Den Haag hebben relatief goed contact met familie, vrienden en buren. Den Haag scoort hier binnen de G4 het beste op deze indicator. Op vertrouwen in instituties en anderen en het aantal personen dat wel eens vrijwilligerswerk doet scoort Den Haag iets minder, maar nog wel beter dan Rotterdam. Het percentage inwoners dat aangeeft vrijwilligerswerk te hebben gedaan was de
Managementsamenvatting - Staat van de Stad
13
twee jaar voor de coronaperiode (2018 en 2019) stabiel op ongeveer 30%. Tijdens de coronaperiode zakte dit percentage tot 26%. Sinds 2022 is er weer herstel te zien. In zowel 2022 en als 2023 geeft 31% van de inwoners aan vrijwilligerswerk te doen. De bereidheid om mee te denken over de toekomst van het stadsdeel neemt vanaf 2019 ieder jaar toe, van 48% in 2019 naar 60% in 2023. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 was historisch laag; in Den Haag als geheel lag de opkomst op 43 procent. Negen op de tien Hagenaars zijn het ermee eens dat zij moeten kunnen zeggen wat ze willen en dat iedereen gelijk is aan elkaar. Driekwart van de inwoners voelt zich (enigszins) medeverantwoordelijk om van Den Haag een fijne stad te maken waar alle inwoners van verschillende achtergronden zich thuis voelen. Echter een kwart van de inwoners is het afgelopen jaar wel eens uitgescholden of gediscrimineerd. Meer dan de helft van de respondenten is niet bekend met inspraak in gemeentelijke beleidsonderwerpen. Op het gebied van verkeer en bereikbaarheid, wonen en bouwen, criminaliteit en veiligheid en de inrichting van de buitenruimte wordt onvoldoende inspraak ervaren op de gemeentelijke beleidsonderwerpen. Wanneer inwoners geen interesse hebben om mee te denken over de toekomst van het stadsdeel en de wijk, komt dit vooral door tijdsgebrek.
Inwoners die bereid zijn om mee te denken, doen dit het liefst door te reageren via internet of sociale media. Iets meer dan de helft van de Hagenaars is bereid om mee te werken aan activiteiten in de buurt of de straat (54%). Wat betreft de gemeente zelf: twee op de drie Haagse inwoners hebben in het afgelopen jaar gebruik gemaakt van de gemeentelijke dienstverlening. Digitaal contact groeit; de voorkeur van inwoners voor het regelen van de meeste zaken is via de website. Inwoners hebben met name contact met de gemeente over het aanvragen van een paspoort/ID, rijbewijs of overige persoonlijke documenten, afval, parkeren of het indienen van een klacht of melding. In 2023 waren er ca. 4.7 miljoen bezoeken aan de gemeentelijke website denhaag.nl, 380.000 telefoongesprekken en werden de publieksbalies aan het Spui, op de Leyweg en in Escamp bijna 200.000 keer bezocht. Via het klantcontactcentrum kwamen 54.300 emails binnen en 14.000 via de chat. Er werd ca. 83.000 keer via sociale media met de gemeente gecommuniceerd. In 2023 ontving de gemeente 2.283 klachten, ca. 300 minder dan in 2022.
Veiligheid
Vaak onveilig voelen
# 4 van G4
5,0%
Ondervonden delicten per 100 inwoners
# 1 van G4
56,8
Geregistreerde misdrijven per 1.000 inwoners
# 2 van G4
68
Van de inwoners van Den Haag van 15 jaar en ouder zegt 5% zich vaak onveilig te voelen in de eigen buurt. Dat is net iets meer dan bij de andere G4 gemeenten. Dat staat echter niet in verhouding tot de plaats die Den Haag inneemt binnen de G4 voor geregistreerde misdrijven per inwoners (een na laagste aantal van de G4) en ondervonden delicten (laagste aantal van de G4: een lage score is hier juist positief). Tussen 2016 en 2023 nam het geregistreerde aantal misdrijven af, met een daling van circa 13%. De laatste jaren daalt het aantal geregistreerde misdrijven niet of nauwelijks meer. Het ervaren slacht offerschap in Den Haag is lager dan de andere G4-gemeenten maar wel hoger dan Nederland. In algemene zin is er sprake van een toename van gedigitaliseerde criminaliteit en een afname van traditionele vormen van criminaliteit. De positieve ontwikkeling is niet gelijkmatig verdeeld over Den Haag. Onder andere Bezuidenhout en delen van Den Haag Zuidwest (Moerwijk en Bouwlust en Vrederust) blijven achter. De spreiding in ervaren onveiligheid tussen de Haagse wijken is wel substantieel; van de Vruchtenbuurt waar minder dan één op de tien respondenten zich wel eens onveilig voelt, tot bijna de helft van respondenten in de Groente- en Fruitmarkt. Risico’s van verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit concentreren zich, zoals veel maatschappelijke
14
Staat van de Stad - Managementsamenvatting
uitdagingen, in reeds kwetsbare wijken. Thema’s zoals vastgoed- en drugscriminaliteit verdienen daarbij in bijzonder de aandacht. In algemene zin is er sprake van een daling van de jeugdcriminaliteit, zowel bij minderjarige als jongvolwassenen. Wel blijkt dat een kleine groep minderjarige jongeren zich steeds vaker schuldig maakt aan drugscriminaliteit en explosies, geweldsdelicten en HIC-delicten, al dan niet met gebruik van een wapen.
Milieu
Natuurgebied in hectare per 1000 inwoners
# 1 van G4
2
Emissies fijnstof naar lucht (kg PM2,5 per km2)
# 1 van G4
1.400
Afstand tot openbaar groen in km
# 4 van G4
0,5
Natuur en bosgebieden (% totaal opp. land)
# 1 van G4
13,2%
Broeikasemissies (ton CO2 equivalent per inw.)
# 1 van G4
2,6
Kwaliteit zwemwater binnenwater
# 4 van G4
2
Den Haag neemt binnen de G4 op 4 van de 6 milieu-indicatoren de eerste positie in. Alleen de afstand tot openbaar groen is met gemiddeld 0,5 km lager. Dat komt doordat het openbaar groen zich vooral aan de randen van Den Haag bevindt. De kwaliteit van het binnen zwemwater ligt op een vierde plek maar heeft nog wel de score 2 (voldoende) volgens de EU-zwemwaterrichtlijnen. Den Haag heeft in vergelijking tot de andere G4 gemeenten een relatief klein oppervlak ten opzichte van het aantal inwoners. Op veel plekken in de stad is er te weinig ruimte in de ondergrond om voorzieningen toe te voegen en in delen van de stad is sprake van netcongestie. Het aantal beschermde archeologische plekken in de stad groeit. Gemiddeld voldoet de luchtkwaliteit in Den Haag aan de WHO-advieswaarde uit 2005. In gebieden met name rond het centrum is de luchtkwaliteit echter slechter dan de WHO-advieswaarde uit 2005. De gemiddelde luchtkwaliteit voldoet niet aan de aangescherpte WHO-advieswaarde uit 2021. Dat betekent dat Den Haag niet voldoet aan wat het WHO op basis van het laatste wetenschappelijke onderzoek ziet als een gezonde luchtkwaliteit. Het aantal locaties dat nog gesaneerd moeten worden van bodemverontreiniging daalt. Grote delen van de stad zijn versteend, maar tegelijkertijd wordt er in de beperkte ruimte die er is wel groen toegevoegd en groeit de hoeveelheid groen.
Het aantal spoedlocaties dat nog gesaneerd moet worden van bodemverontreiniging daalt. De bodem wordt daarmee schoner. De tevredenheid van bewoners over het onderhoud van het groen, de straten en wegen, de fietspaden en de voetpaden is ruim voldoende en blijft door de jaren heen redelijk stabiel. Den Haag heeft veel voorzieningen in de openbare ruimte en het gebruik wordt steeds intensiever. Het energieverbruik en daarmee CO2-uitstoot van Nederlandse en Haagse bedrijven en instellingen daalt. Binnen de G4 is Den Haag op zowel energieverbruik als uitstoot een van de sterkste dalers. Enkel in Utrecht is deze daling sterker. De daling in energieverbruik en CO2-uitstoot heeft zich voltrokken in tijden dat de economie groeide. Daarmee lijkt het of economische groei samen kan gaan met een afname van de milieudruk, maar dit is niet per definitie het geval. Er vindt ook elders CO2-uitstoot plaats bij de productie en transport van ingevoerde producten en diensten, waar geen rekening mee wordt gehouden in deze statistieken. Mogelijk vindt driekwart van de CO2 uitstoot van alle producten en diensten die de stad verbruikt, buiten de stad plaats. Bovendien is de totale milieudruk meer dan CO2-uitstoot. Het gaat dan bijvoorbeeld ook over biodiversiteitsverlies, waterschaarste en oceaanverzuring.
De bedrijvigheid die zich direct of indirect richt op de energie- of circulaire transitie neemt snel toe in Nederland en Den Haag. Naar schatting is dit tussen de 5% en 8% van de economie. Den Haag kent
Managementsamenvatting - Staat van de Stad
15
specialisaties in maatschappelijk impactbedrijven die transitiedoelstellingen centraal stellen in hun bedrijfsmodel en bedrijvigheid rond windenergie (op zee) en geothermie. Daarentegen stagneert de omschakeling van bedrijven naar een duurzame economie. Met name de stap naar circulariteit en transparante ketens stagneert. Den Haag scoort gemiddeld in de transitiescore van het bedrijfsleven, met weinig koplopers maar ook weinig achterblijvers. Het mkb heeft meer moeite met de omschakeling dan het grootbedrijf. Er is grote krapte op de arbeidsmarkt, in het algemeen, maar nog sterker in klimaat gerelateerde beroepen. Met de voorziene investeringen in klimaatdoelen zal de vraag naar beroepen waar nu al krapte is nog verder toenemen in Zuid-Holland. Dit zijn met name technische, zoals elektrotechnische ingenieurs, en ambachtsberoepen, zoals metaalbewerkers. Per 1 januari 2023 is de Energielabel C-verplichting voor kantoorpanden van start gegaan. Dit vereist voor ongeveer 1250 kantooradressen in Den Haag dat ze minimaal energielabel C hebben. In het vierde kwartaal van 2023 heeft in Den Haag meer dan de helft een label C of hoger, waarvan een derde label A of hoger. Momenteel is ook nog voor 39% van de gebouwen het label onbekend of heeft het nog geen label. Bottleneck in de energietransitie is netcongestie.
In den Haag zien we dat er in grote delen van de stad momenteel geen beschikbaarheid is voor nieuwe en/of zwaardere aansluitingen op het net. Dit zijn ook de delen van de stad waar het energieverbruik hoog ligt door concentratie aan economische activiteit.
16
Staat van de Stad - Managementsamenvatting
Managementsamenvatting - Staat van de Stad
17
1
Bevolking
•
In 2050 telt Nederland naar verwachting tussen de bijna 18 miljoen en bijna 22 miljoen inwoners.
•
De bevolkingsgroei zal voornamelijk zichtbaar zijn in de Randstad en andere stedelijke gebieden.
•
Den Haag ligt op de derde plek wat betreft de bevolkingsgroei ten opzichte van de G4, en laat eenzelfde ontwikkelingspatroon zien als de andere G4 steden.
•
Vanaf 2000 laat Den Haag jaarlijks een consistente bevolkingsgroei zien.
•
Op 1 januari 2024 telde Den Haag bijna 567 duizend inwoners.
•
Tot 2050 groeit de Haagse bevolking naar verwachting door naar 643 duizend tot 674 duizend inwoners.
•
De natuurlijke aanwas heeft een dalende trend en zorgt steeds minder voor de bevolkingsgroei.
•
De vergrijzing neemt sinds 2011 jaarlijks licht toe maar is in 2023 gelijk gebleven.
•
De binnenlandse migratie is sinds 2011 negatief.
•
Buitenlandse migratie zorgt in de toekomst in toenemende mate voor de bevolkingsgroei.
•
De gemiddelde woningbezetting is gestegen van 2,00 in 2008 naar 2,08 in 2024 in Den Haag.
•
Het aantal huishoudens stijgt in Den Haag. De bevolkingsgroei, huishoudensgroei en gemiddelde woningbezetting verschillen per wijk.
•
De verwachte bevolkingsontwikkelingen hebben invloed op verschillende beleidsdomeinen, waaronder woningmarkt, arbeidsmarkt, onderwijs, gezondheid en zorg, leefbaarheid en brede welvaart.
1.1 Inleiding en nationale context Dit hoofdstuk over de bevolking bespreekt de demografische ontwikkelingen van de stad Den Haag. Daarnaast wordt er binnen dit hoofdstuk ingegaan op de bevolkingsprognose tot het jaar 2050. De eerste paragraaf bespreekt de demografische ontwikkelingen op landelijk niveau, waarbij er ook gekeken wordt naar het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 (SDO-2050). In de volgende paragraaf worden de bevolkingsontwikkelingen op G4-niveau weergegeven. De derde paragraaf bespreekt de Haagse bevolkingsgroei vanaf 1900 en behandelt de bevolkingsprognoses tot 2050. Daarbij worden de verschillende groeicomponenten van de stad belicht, waaronder vestiging, vertrek, geboorte en sterfte. Vervolgens worden de ontwikkelingen in huishoudgroottes en woningbezetting uitgelicht. De vierde paragraaf bespreekt op wijkniveau de verwachte bevolkingsgroei voor de toekomst en welke huidige woningbezetting en huishoudgroottes er te zien zijn op wijkniveau. In de afsluitende paragraaf worden de raakvlakken met andere beleidsdomeinen besproken, waarbij de raakvlakken met de SDO-2050 aan bod komen. Het CBS verwacht dat de bevolking van Nederland blijft groeien. De prognose, van het CBS 2023, is dat in 2050 ons land tussen de bijna 18 miljoen en bijna 22 miljoen inwoners telt1.
Deze marge wordt aangehouden vanwege onzekerheden rond de ontwikkeling van migratie en emigratie, de gemiddelde levensverwachting en ontwikkelingen met betrekking tot een kinderwens. Met deze voorspelde bevolkingsgroei is Nederland één van de landen met de sterkste bevolkingsgroei in Europa en blijft Nederland ook één van de dichtstbevolkte landen in Europa.
1 CBS (2023) https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-bevolking/bevolkingsgroei/toekomst.
Bevolking - Staat van de Stad
19
Op 15 januari 2024 bracht de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 (SDO) haar rapport uit aan het kabinet en de Tweede Kamer2. De SDO onderzocht wat de maatschappelijke gevolgen zijn van veranderingen in de bevolking. Ze keek hierbij naar de omvang van de bevolking en wat de effecten zijn van onder meer vergrijzing en migratie. Het SDO-onderzoek gaat uit van de CBS-prognoses van 2022 en stelt dat de snelle bevolkingsgroei ook keuzes met zich meebrengt voor in de toekomst. Een te snelle bevolkingsgroei is namelijk niet bevorderlijk voor de economie en zorgt ervoor dat de beschikbaarheid van onderwijs, zorg en wonen onder druk komt te staan. Maar ook een stagnatie van de groei of zelfs bevolkingskrimp acht de SDO niet wenselijk. Het advies van de Staatscommissie is om in te zetten op een gematigde bevolkingsgroei naar 19 á 20 miljoen mensen in 2050 om de druk op de woningmarkt, de zorg en het onderwijs het hoofd te kunnen bieden en economische groei en brede welvaart te ondersteunen. De bevolkingsgroei zal voornamelijk zichtbaar zijn in de Randstad en andere stedelijke gebieden. Dit is ook te zien voor Den Haag. Voor de (voorspelde) groei in Den Haag zijn buitenlandse migratie en natuurlijke aanwas de belangrijkste factoren.
De komst van migranten naar de grote steden komt met name door de goede baankansen, studiemogelijkheden en omdat hier al vaak migranten met dezelfde achtergrond wonen. Tegelijkertijd verlaten relatief veel jonge gezinnen de steden. Dit aandeel neemt sinds 2013 toe in de vier grote gemeenten3. Vertrek uit de grote steden richt zich, zeker in Den Haag, grotendeels op de omliggende gemeenten, waarbij in veel gevallen de economische binding met de stad in stand blijft. Hierbij is een patroon te zien waarbij steden als Den Haag voor binnenlandse migratie een negatief saldo vertonen (meer vertrekkers, dan nieuwkomers), behalve voor de leeftijdsgroepen tussen 18 en 29 jaar. Het beperkte regionale aanbod van eengezinswoningen, samen met de krapte/kwaliteitsverhouding in de binnenstedelijke woningmarkt versterken deze beweging. De dynamiek van komen en gaan is groot, maar het groeisaldo is in de grote steden steeds positief. Deze trend zet zich tot 2050 naar alle verwachting voort en is ook in Den Haag zichtbaar.
1.2 Bevolkingsgroei in de G4 Op 1 januari 2023 was het aantal inwoners in Utrecht 367 duizend, in Rotterdam 663 duizend, in Amsterdam 918 duizend en in Den Haag waren er 563 duizend inwoners. Met deze bevolkingsaantallen komt het aantal inwoners in Den Haag op de derde plek ten opzichte van de andere G4 gemeenten (afbeelding 1.1). Alle vier de gemeenten hebben in de laatste twintig jaar een ongeveer gelijke groei in de bevolkingsontwikkeling laten zien.
2 Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, (2024). Gematigde groei – Rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, Den Haag. 3 Centraal Bureau voor de Statistiek. (2017, 7 november). Veel jonge gezinnen verlaten de grote stad. Centraal Bureau Voor de Statistiek. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/45/veel-jonge-gezinnen-verlaten-de-grote-stad.
20
Staat van de Stad - Bevolking
Afbeelding 1.1 Afbeelding 1.1 4 Ontwikkelingaantal aantalinwoners inwonersG4 G42002-2023 2002-2023 Ontwikkeling . 1.000.000
800.000
600.000
2023
2021
2022
2020
2019
2017
2018
2016
2015
2014
2013
2011
2012
2010
2008
2009
2007
2005
2006
2004
2003
200.000
2002
400.000
Amsterdam bevolking aan het begin van de periode Rotterdam bevolking aan het begin van de periode Den Haag bevolking aan het begin van de periode Utrecht (gemeente) bevolking aan het begin van de periode
Bron: DHIC en CBS, bewerking Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024
1.3 Haagse ontwikkelingen 1.3.1. Groei, krimp, stagnatie en hernieuwde groei Het aantal inwoners van Den Haag is in 2023 met 3.600 toegenomen tot 567 duizend op 1 januari 2024. Daarmee was de groei beduidend minder dan de toename van 9.800 in 2022. Vanaf 1900 heeft Den Haag afwisselend periodes van groei, stagnatie of krimp gekend (afbeelding 1.2). De laatste drie decennia laat de stad echter een nagenoeg doorgaande groei zien. Waar er eerst periodes waren waarin de natuurlijke aanwas en het migratiesaldo afwisselend zorgden voor de grootste groei van de stad, is de afgelopen tien jaar te zien dat met name de komst van migranten is gaan zorgen voor de grootste bevolkingsgroei. De trend hierbij is dat de natuurlijke aanwas een steeds kleinere rol speelt. Het aantal geboortes neemt de laatste jaren af en sinds 2020 neemt het sterftecijfer toe. Deze ontwikkeling resulteert in een lagere natuurlijke bevolkingsgroei.
4 de cijfers van 2023 zijn voorlopige cijfers
Bevolking - Staat van de Stad
21
Afbeelding 1.2 Ontwikkeling aantal inwoners vanaf 1900 700.000
600.000
500.000
400.000
300.000
2015
2020
2010
2005
1995
2000
1990
1985
1975
1980
1970
1965
1955
1960
1945
1950
1935
1940
1925
1930
1920
1915
1910
1905
100.000
1900
200.000
Aantal inwoners Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024
Er is een piek te zien in 2022, de toename van het aantal migranten lag dat jaar aanzienlijk hoger dan de jaren daarvoor. In 2022 liep de komst van bijna alle migrantengroepen op en kwamen er per saldo bijna 13.500 mensen vanuit het buitenland naar Den Haag. Deze stijging is deels te verklaren door de oorlog in Oekraïne, waardoor er per saldo 3.300 Oekraïners naar Den Haag kwamen in 2022. In 2023 is er echter weer een afname te zien in de komst van het aantal migranten en van het migratiesaldo. In 2023 was het migratiesaldo 7.407. Oekraïners maakten hier nog maar een zeer beperkt deel van uit (396 personen)5. Ondanks deze afname, het negatieve binnenlands migratiesaldo en de lagere natuurlijk groei, is er nog steeds sprake van een bevolkingstoename in Den Haag.
1.3.2. Bevolkingsprognose Den Haag De verwachting is dat de bevolking verder doorgroeit in de komende jaren. De Haagse Prognose 2024 baseert zich onder meer op de verwachtingen van het CBS ten aanzien van migratie. Tot 2030 groeit de Haagse bevolking volgens de prognose van de gemeente Den Haag naar 595 duizend inwoners. Voor deze prognose tot 2030 is er rekening gehouden met de concrete plannen uit het woningbouwprogramma. Op de langere termijn – tot 2050 – groeit de Haagse bevolking volgens de prognose door naar 643 duizend tot 674 duizend inwoners. De verwachting is dat in de toekomst de groei voornamelijk komt door het positieve buitenlandse migratiesaldo en in mindere mate door de natuurlijke groei. Bij de woningbouwveronderstellingen op de langere termijn worden twee varianten onderscheiden: de 2000-variant (gemiddelde toevoeging van 2.000 woningen per jaar) en de 2500-variant (gemiddelde toename van 2.500 woningen per jaar). Bij een hoger woningbouwprogramma neemt het negatief binnenlands migratiesaldo af. Het buitenlandse migratiesaldo wordt voorafgaand aan en los van de woningbouwprognoses geraamd en is daar dus ook niet van afhankelijk6.
5 Gemeente Den Haag (2024). Kenniswijzer inzicht in bevolkingsontwikkeling 1 6 Voor verdere achtergrond bij de Haagse bevolkingsprognose, zie: https://denhaag.incijfers.nl/handlers/ballroom.ashx?function=download&id=180
22
Staat van de Stad - Bevolking
Naast de Haagse bevolkingsprognose is er ook de landelijke Primosprognose (2023) die een uitspraak doet over de toekomstige bevolkingsontwikkeling van Den Haag7. De Primos-prognose verwacht dat Den Haag in 2050 664 duizend inwoners telt. De Primosprognose gaat uit van een andere bevolkingsgroei dan de bevolkingsprognose van de gemeente Den Haag zelf. Op de korte termijn verwacht de Primosprognose een grotere bevolkingsgroei dan de gemeente Den Haag. Vanaf 2025 verwacht de 2500 variant van de gemeente Den Haag een grotere bevolkingsgroei dan de Primosprognose. De gemeente Den Haag verwacht dat Den Haag in 2050 tussen de 643 duizend en ruim 673 duizend inwoners telt. Deze verschillen tussen de prognoses zijn te verklaren door verschillende invalshoeken, uitgangspunten en veronderstellingen voor de toekomst. Daarnaast hebben beide bevolkingsprognoses te maken met onzekerheid en neemt deze onzekerheid nog verder toe richting de toekomst. De verwachting is dat de bevolkingsgroei in de toekomst met name bestaat uit buitenlandse migratie, wat een factor met grote onzekerheid is. Daarnaast speelt de woningbouw een belangrijke factor in deze onzekerheidsmarges. Afbeelding 1.3 Ontwikkeling aantal inwoners en prognose tot 2050 750.000
700.000
650.000
600.000
550.000
2050
2048
2044
2046
2042
2038
2040
2034
2036
2032
2028
2030
2026
2022
2024
2018
2020
2016
2012
2014
2010
2008
2006
2002
450.000
2004
500.000
Aantal inwoners Prognose 2025-2030 2000-variant 2030-2050 2500-variant 2030-2050 Primos prognose
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024
1.3.3. Groeicomponenten Er zijn verschillende processen die ervoor zorgen dat Den Haag deze demografische groei doormaakt. De belangrijkste zijn: geboorte en sterfte, vestiging en vertrek. Vestiging en vertrek zijn vervolgens nog te onderscheiden naar binnenlandse en buitenlandse migratie. De groei van de afgelopen jaren is met name toe te schrijven aan het buitenlands migratiesaldo en de natuurlijke groei. De negatieve binnenlandse migratie zorgt ervoor dat de bevolkingsgroei juist gedempt wordt, doordat er meer mensen vertrekken naar andere plekken in Nederland dan dat er mensen vanuit andere plekken van Nederland zich in Den Haag komen vestigen.
7 Primos is een prognosemodel op gemeente- en buurtniveau voor bevolking, huishoudens en woningvoorraad naar diverse kenmerken. Het woningtekort wordt ook meegenomen in de Primos-prognose. Het model van Primos wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de laatste trends en sluit aan op de nationale prognose van het CBS.
Bevolking - Staat van de Stad
23
Afbeelding 1.4 Bevolkingsontwikkeling naar oorzaak 2002-2023
14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000
0 -2.000
-4.000
2023
2021
2022
2019
2020
2017
2018
2015
2016
2013
2014
2012
2011
2010
2009
2007
2008
2005
2006
2003
2004
2001
2002
1999
2000
1997
1998
-8.000
1996
-6.000
Natuurlijke groei Binnenlands saldo Buitenlands saldo Groei bevolking
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024
Geboorte en sterfte De natuurlijke groei heeft de afgelopen jaren een dalende trend ingezet, zowel in Den Haag als op landelijk niveau. Deze dalende trend komt door de dalende geboortecijfers en een lichte stijging van de sterftecijfers. Na de coronaperiode was er landelijk in 2021 sprake van een geboortegolf, deze bleef in Den Haag uit. Hierin wijkt Den Haag af van het landelijke beeld. Daarnaast ligt het sterftecijfer zowel op landelijk niveau als in Den Haag sinds 2020 hoger dan in voorgaande jaren. Sinds 2010 lag het jaarlijkse sterftecijfer rond de 4.000 sterfgevallen in Den Haag en dit is sinds 2020 gestegen tot rond de 4.500 sterfgevallen. In 2020 en 2021 kan deze stijging in de sterftecijfers toegeschreven worden aan de coronapandemie. In 2022 en 2023 kunnen deze sterftecijfers, op landelijk niveau, echter in mindere mate hieraan worden toegeschreven en is er een stijging te zien in de sterftecijfers door ziekten van de ademhalingsorganen, dementie en door een val. In algemene zin lijkt het groeiend aantal ouderen de achterliggende oorzaak8. Op gemeentelijk niveau kunnen toeschrijvingen van sterftecijfers niet zo concreet gemaakt worden. Vergrijzing duidt op een toename van het aandeel ouderen in de bevolking. Een van de manieren om vergrijzing in beeld te brengen is met het begrip grijze druk. Grijze druk is de verhouding tussen het 8 Gemeente Den Haag (2024).
Kenniswijzer inzicht in bevolkingsontwikkeling
24
Staat van de Stad - Bevolking
aantal personen van 65 jaar of ouder ten opzichte van het aantal personen in de zogenaamde ‘productieve’ van leeftijdsgroep 15-64 jaar (potentiële beroepsbevolking). Waar in 1993 de grijze druk 28,7% bedroeg is deze gedaald naar 18,6% in 2011, waarna het gestegen is naar 21,8% in 2022. Tussen 2022 en 2023 is de grijze druk gelijk gebleven op 21,8% (afbeelding 1.5). Afbeelding 1.5 Ontwikkeling grijze druk (aantal 65+ ten opzichte van 15-64-jarigen) - 1993-2023 35% 30% 25% 20% 15% 10%
0%
1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2020 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
5%
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024
Afbeelding 1.6 Ontwikkeling geboorte en sterfte 2002-2022 8.000
6.500
5.000
2023
2022
2021
2020
2019
2017
2018
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2.000
2002
3.500
Geborenen Overledenen
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024
Bevolking - Staat van de Stad
25
Geboorte- en sterftecijfers laten een omgekeerde trend zien. De dalende geboortecijfers vormen een landelijke trend en zijn ook terug te zien binnen Den Haag. Ondanks de bevolkgingsgroei en de toename van het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd zet de daling van de geboortecijfers verder door. Deze afname zorgt voor een verdere daling van het aantal kinderen per vrouw, ook wel het vruchtbaarheidscijfer genoemd. In 2023 was op landelijk niveau het vruchtbaarheidscijfer 1,43 en in Den Haag 1,319. Dit betekent dat het aantal kinderen per vrouw in Den Haag lager ligt dan op landelijk niveau. Deze trend is al sinds 1995 zichtbaar. Daarnaast lijken vrouwen op een steeds latere leeftijd te kiezen voor kinderen. Dit is terug te zien in de sterke daling van het aantal geboortes bij vrouwen tot 29 jaar en de stijging in de gemiddelde leeftijd van een moeder. De verwachting is dat de natuurlijke groei in de komende jaren zal dalen om vervolgens tot 2034 weer toe te nemen. Daarnaast zullen de sterftecijfers verder toenemen doordat er steeds meer 65-plussers in Den Haag wonen. Tegelijk is de verwachting dat de natuurlijke groei in Den Haag minder daalt dan in de rest van Nederland, vanwege de relatief jonge bevolking. In landelijke gebieden wonen namelijk relatief gezien meer ouderen, waardoor er daar minder kinderen geboren worden en relatief meer mensen overlijden10.
Vestiging en vertrek binnenlandse migratie Afbeelding 1.7 laat de ontwikkeling zien van verhuizingen naar, respectievelijk uit Den Haag. Vestiging en vertrek laten een trendmatige groei zien waarbij beide min of meer parallel blijven lopen. Vanaf 2013 groeit het aantal nieuwkomers iets sterker dan het aantal vertrekkers. Afbeelding 1.7 Ontwikkeling binnenlandse vestiging en vertrek binnenlandse migratie 2002-2022 30.000
25.000
20.000
15.000
10.000
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
0
2010
5.000
Vertrek naar binnenland Vestiging vanuit binnenland
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024 Het binnenlandse migratiesaldo is sinds 2011 na een korte periode weer negatief. Dit betekent dat er meer mensen Den Haag verlaten binnen Nederland, dan dat er vanuit Nederland mensen zich vestigen in Den Haag. Bij bijna alle leeftijdsgroepen is dit negatieve migratiesaldo te zien, behalve bij de leeftijdsgroep 18 tot 29 jaar. Voor deze leeftijdsgroep zijn werk en studie belangrijke motieven om in Den Haag te blijven wonen of zich hier te gaan vestigen. De mensen die vertrokken uit Den Haag
9 Gemeente Den Haag (2024). Kenniswijzer inzicht in bevolkingsontwikkeling 1 10 Gemeente Den Haag (2024). Kenniswijzer inzicht in bevolkingsontwikkeling 3
26
Staat van de Stad - Bevolking
vestigden zich vaak in een nabijgelegen gemeente. Krapte en prijsstijgingen op de woningmarkt zijn hierbij belangrijke factoren.
Vestiging en vertrek buitenlandse migratie De buitenlandse migratie heft deze uitstroom aan binnenlandse migratie op. In 2023 hebben ruim 22 duizend migranten vanuit het buitenland zich in Den Haag gevestigd. Afbeelding 1.8 Ontwikkeling vestiging en vertrek buitenlandse migratie 2005-2022 32.000 28.000 24.000 20.000 16.000 12.000 8.000
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
0
2005
4.000
Vertrek buitenland totaal Vestiging buitenland totaal
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024 Van alle migranten die naar Den Haag komen heeft in 2022 12% de Nederlandse nationaliteit. Feitelijk kan deze groep bestempeld worden als remigranten, want eerder zijn deze personen geëmigreerd naar het buitenland en nu keren ze vanuit het buitenland weer terug naar Nederland. De meeste immigranten die zich in Den Haag vestigen hebben een Europese nationaliteit (65%), gevolgd door Azië (15%), Amerika (4%) en Afrika (4%). Bijna de helft van alle immigranten heeft een nationaliteit uit een EU-land. Hiervan heeft een groot deel een Midden- en Oost-Europese nationaliteit (44%), 21% heeft de nationaliteit van een GIPS-land en de rest is een overig Europese nationaliteit.11 Het buitenlandse migratiesaldo wordt sterk beïnvloed door (inter)nationale economie, politieke omstandigheden en landelijk en Europees migratiebeleid. Door deze veranderende factoren is het moeilijk om de toekomstige buitenlandse migratie te voorspellen.
Huishoudens en woningbezetting Den Haag groeit snel, waardoor de stad verdicht. Door een snellere bevolkingsgroei dan de groei in de woningvoorraad en door de toename in het aantal eengezinswoningen, is de woningbezetting de laatste jaren verder gestegen. In 2008 was de gemiddelde woningbezetting 2,00 en deze is opgelopen tot 2,08 inwoners per woning in 2024. Met deze gemiddelde woningbezetting ligt Den Haag nog onder het landelijke gemiddelde van 2,12 inwoners per woning. Deze lagere woningbezetting in Den Haag kan deels verklaard worden door de groei in de woningvoorraad de laatste jaren in Den Haag. 11 Gemeente Den Haag (2024). Kenniswijzer inzicht in bevolkingsontwikkeling 4.
Bevolking - Staat van de Stad
27
Sinds 2000 zijn er 22% meer woningen bijgekomen in Den Haag. Den Haag heeft relatief veel appartementen (77%) en relatief weinig eengezinswoningen. Op landelijk niveau zijn er juist overwegend meer eengezinswoningen (64%). Deze samenstelling van de woningvoorraad zorgt er ook voor dat de gemiddelde woningbezetting in Den Haag lager ligt dan op landelijk niveau. Afbeelding 1.9 Gemiddelde woningbezetting 2008-2023 2,10 2,08 2,06 2,04 2,02 2,00
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
1,96
2008
1,98
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024 Een gelijktijdige ontwikkeling is de toename in het aantal huishoudens in Den Haag. In 2000 waren er nog bijna 226 duizend huishoudens en dit aantal is gestegen naar 284 duizend in 2023. De verwachting is dat dit aantal ook de komende jaren blijft stijgen. In 2050 is de verwachting dat het aantal huishoudens uitkomt tussen de 339 duizend en de 354 duizend. Deze stijging in het aantal huishoudens is met name te verklaren door de toename in het aantal eenpersoonshuishoudens. Vergrijzing en individualisering spelen hierin een belangrijke rol. Naar verwachting zal deze stijging in het aantal eenpersoonshuishoudens ervoor zorgen dat de gemiddelde woningbezetting in de toekomst weer zal dalen. Deze prognose geldt zowel voor Den Haag, als op landelijk niveau. Daarnaast heeft de toename in de woningvoorraad ervoor gezorgd dat het aantal huishoudens sterk is gestegen de laatste jaren12.
1.4 Ontwikkeling van de Haagse wijken De bevolkingsgroei van Den Haag vindt niet in alle wijken in gelijke mate plaats. De verwachting voor 2031 is dat de bevolking in een aantal wijken groeit, in andere wijken min of meer gelijk blijft en er ook een aantal wijken licht zullen krimpen in het bevolkingsaantal. Het valt op dat er een clustering is in de wijken die groeien en krimpen. De wijken die min of meer gelijk blijven in het inwonersaantal zijn verspreid door de stad heen. In afbeeldding 1.11 zijn de wijken te zien die naar verwachting de grootste bevolkingsgroei en bevolkingskrimp doormaken tot 2031.
12 PBL/CBS (2022). Regionale bevolkings- en huishoudensprognoses 2022-2050
28
Staat van de Stad - Bevolking
Afbeelding 1.10 Index ontwikkeling aantal inwoners en huishoudens Den Haag 2002-2023 125 120 115 110 105 100
2023
2022
2021
2020
2018
2019
2017
2015
2016
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
90
2002
95
Inwoners (2002=100) Huishoudens (2002=100)
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024 Afbeelding 1.11 Prognose voor de wijken met grootste groei en krimp 2023-2031 (in aantal inwoners) Wijken met de grootste groei
Wijken met de grootste krimp
Laakkwartier en Spoorwijk
8.926 Groente- en Fruitmarkt
-1.082
Stationsbuurt
6.766 Schildersbuurt
-617
Binckhorst
6.594 Leidschenveen
-498
Bouwlust/Vrederust
4.021 Rustenburg en Oostbroek
-452
Kraayenstein en Vroondaal
2.626 Transvaalkwartier
-450
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024 In afbeelding 1.12 is de prognose voor 2031 te zien opzichte van 2023 in het aantal woningen en de bevolkingsgroei. Het verwachte beeld is dat in de wijken met verwachte stijging in het aantal inwoners, ook het aantal woningen zal stijgen. Dit is echter niet in alle wijken het geval. In een aantal wijken is het patroon te zien dat het aantal woningen gelijk blijft of licht toeneemt, maar dat naar verwachting van het aantal inwoners licht zal dalen.
Bevolking - Staat van de Stad
29
Afbeelding 1.12 Ontwikkeling aantal inwoners en woningbouw 2031 per wijk Lichte daling (< -1) Ongeveer gelijk (-1 - 1) Lichte groei (1 - 5) Groei (5 - 15) Sterke groei (>= 15)
Woningen prognose WBP (groeipercentage)
Eenheid % (Groeipercentage) Groei t.o.v. 2023
Personen prognose WBP (groeipercentage)
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024
1.4.1. Huishoudens en woningbezetting Het aantal huishoudens groeide het snelst in de wijken Binckhorst (292,2%), Zorgvliet (74,8%), Kraayenstein en Vroondaal (50,7%) en Kijkduin en Ockenburgh (43,7%) tussen de periode 2013 en 2023. De huishoudens in de wijken Forepark (-27,5%) en Zuiderpark (-25,4%) krompen tussen 2013 en 2023 het meest. De ontwikkeling in de woningbezetting is niet voor elke wijk hetzelfde (afbeelding 1.14). De wijken Wateringse Veld (2,81), Leidschenveen (2,77) en Ypenburg (2,76) hebben een gemiddeld hogere woningbezetting. In deze wijken staan relatief veel eengezinswoningen die veel bewoond worden door gezinnen met kinderen, met als gevolge een hogere woningbezetting. De wijken met de laagste woningbezetting zijn Binckhorst (1,39), Willemspark (1,47), Bohemen, Meer en Bos (1,56) en Centrum (1,62). De eerste drie kennen ook maar weinig inwoners. 30
Staat van de Stad - Bevolking
Afbeelding 1.13 Ontwikkeling aantal huishoudens 2023 ten opzichte van 2013 per wijk -40% < 0% 0% < 40% 40% < 80% >= 80% Eenheid % (Groeipercentage) Groei t.o.v. 2023
Bron: Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling (SEPO) 2024
Ook de ontwikkeling van de gemiddelde woningbezetting verschilt per wijk. Zo is de woningbezetting in de Schildersbuurtwijk, Leidschenveen en Loosduinen de laatste jaren gedaald. Deze daling in de woningbezetting kan verklaard worden door het uit huis gaan van kinderen om ergens anders te gaan wonen, werken of studeren. In de wijken Kraayenstein en Vroondaal, Mariahoeve en Marlot, Bezuidenhout, Geuzen- en Statenkwartier en Morgenstond is de woningbezetting juist gestegen. Voor een deel is dit verklaarbaar door nieuwbouw waar gezinnen zijn komen wonen.