CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319138 Bijlage 1 PUK Schaapherderstraat

Commissie Ruimte 26 juni 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel: Voorstel van het college inzake Planuitwerkingskader Schaapherderstraat e.o., RIS31913817.426 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Herkenbare collectieve entree

entree duidelijk leesbaar en ruim PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

35

Buitenruimtes: balkons, loggia's en dakterrassen De buitenruimtes zijn onderdeel van het gevelontwerp en vormen een integraal onderdeel van de ritmische gevelcompositie. Voor de realisatie van balkons en loggia's die zichtbaar zijn vanaf de straten, gelden volgende voorwaarden: • Balkons en inpandige balkons zijn alleen toegestaan op aangewezen plekken. De volgende opties zijn mogelijk: A. Geen balkon toegestaan B. Inpandig balkon / loggia C. Balkon volledig boven voorzone (eigen terrein) Het balkon vormt een architectonisch accent in de gevel, waarbij de gevel leidend is. D. Balkon deels boven voorzone en trottoir Het balkon vormt een architectonisch accent in de gevel, waarbij de gevel leidend is. Bij een trottoirbreedte van minder dan 3 meter dient er 1,5 meter ruimte vrij van balkons te zijn. (een trottoirmaat van 2 meter betekent een uitkragende balkonmaat boven het trottoir van maximaal 0,5 meter) E. Balkon volledig boven het trottoir Het balkon vormt verbijzondering in de architectuur op stedenbouwkundig markante hoeken. Voor balkons die volledig boven het trottoir uitkragen geldt dat het trottoir een minimale breedte van 3 meter heeft. • Voor balkons die volledig of gedeeltelijk boven het trottoir uitsteken, geldt een minimale vrije hoogte van 2,40 meter. • De maximale uitkraging van balkons, gemeten vanaf de gevel, is 0,95 meter.

• Balkons maken deel uit van de architectonische compositie van het gebouw en de gevel. Bijvoorbeeld door het metselwerk door te trekken als balkonhek. • De onderzijde van een balkon is meeontworpen in het gevelontwerp.

36

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

•

•

•

Balkons worden minimaal per twee woningen aaneengeschakeld. Individuele balkons zijn alleen toegestaan als verbijzondering/uitzondering. Balkons boven voorzone langs de Alberdingk Thijmstraat zijn terugliggend geplaatst ten opzichte van de gesloten hoekbebouwing die in de rooilijn staat. De fysieke scheiding tussen private buitenruimtes op aaneengeschakelde balkons wordt als onderdeel van de architectuur meeontworpen.

Voor dakterrassen geldt: • Op de dakrand mogen geen autonome hekken of vergelijkbare constructies worden geplaatst. Een valbeveiliging is hier alleen voorstelbaar in de vorm van een opgetrokken voorgevel.

Aaneengeschakelde balkons

Balkon als architectonisch accent in de gevel

Inpandig balkon meegenomen in gevelontwerp

Balkon als onderdeel van de architectonische compositie

Themakaart balkons Trottoir Bouwveld

*bij een dubbele lijn op de kaart zijn meerdere opties mogelijk

Opties voor balkons*:

A. Geen balkon toegestaan

B. Volledig inpandig balkon

C. Balkon boven volledig boven voorzone I. Delftse stoep

II. (groene) voorzone

D. Balkon deels boven trottoir en voorzone

E. Balkon boven trottoir

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

37

Galerijen Galerijen worden aan de binnenzijde van het bouwblok gepositioneerd. De beëindiging van galerijen ter hoogte van een kopgevel en/of grenzend aan een straat vraagt om extra aandacht. De kopgevel is dominant, deze ontneemt het zicht op de galerij en/of (nood)trappenhuis en vormt samenhang met de aangrenzende erfscheiding en/of bebouwing. Bij het galerijontwerp wordt rekening gehouden met de directe omgeving. Daarbij spelen privacyoverwegingen, zoals geluidsniveaus, inkijk en avondverlichting, een belangrijke rol. Dit kan bijvoorbeeld door voldoende afstand tot de overliggende achtergevel te bewaren. Dit speelt met name op het binnenterrein bij de scherpe hoek tussen de Jonathanstraat en Oltmansstraat.

Galerij en noodtrap onderdeel van architectonisch ontwerp

Noodtrappen Noodtrappen zijn architectonisch meeontworpen en manifesteren zich niet als losstaande elementen. Installaties en technische ruimtes De installaties, technische ruimtes en de liftopbouw zijn architectonisch meeontworpen. Installaties worden uit het zicht geplaatst, en de liftopbouw dient in vorm en materialisatie onderdeel te zijn van het architectonisch ontwerp of wordt als ondergeschikt element ontworpen.

38

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

Galerij en noodtrap onderdeel van architectonisch ontwerp

Materialen kleuren en details De gekozen materialen zijn van hoogwaardige kwaliteit. De materialen moeten mooi kunnen verouderen, en de aansluiting tussen verschillende materialen moet zorgvuldig worden gedetailleerd. Metselwerk De bebouwing wordt opgetrokken uit baksteen. Dit kan worden aangevuld met andere materialen voor het maken van accenten. Voor het metselwerk gelden de volgende voorwaarden: • De horizontaliteit wordt benadrukt door kleur en/of materiaalkeuze. • Samenhang en verscheidenheid binnen het ensemble en in relatie tot de omgeving wordt benadrukt door verschillende metselwerkpatronen, materiaalkeuze en het kleurgebruik. Onderscheid tussen de binnenwereld en de buitenrand kan hiermee benadrukt worden. • De kleurrange voor de baksteen betreft natuurlijke / aardse kleuren. Het ensemble is duidelijk herkenbaar en voegt zich tegelijkertijd in de omgeving. Details De volgende voorwaarden voor detaillering gelden: • Aan de voorgevel worden hemelwaterafvoeren in de gevel weggewerkt om de horizontale expressie in het gevelontwerp te behouden. • Voorzieningen ten behoeve van natuurinclusiviteit worden geïntegreerd in het gevelontwerp.

Trafo Een trafo is inpandig (als onderdeel van een appartementengebouw) of staat op eigen terrein (bijvoorbeeld op de hoek van een achtertuin). Een trafo die grenst aan de openbare ruimte staat in lijn van de omringende bebouwing en/of erfscheiding en wordt aan de buitenzijde voorzien van metselwerk dat overeen komst met de gekozen steen van de aangrenzende of nabijgelegen bebouwing. Laag element in het hof Het nieuwe hof wordt langs de Oltmansstraat voorzien van een bijzonder laag horizontaal element. Een lage muur, een lang bouwkundig zitelement of een combinatie van beide verbijzonderd deze groene ontmoetingsplek van de buurt.

Materiaalkeuze: horizontaliteit

Metselwerkpatroon: horizontaliteit

Openbare ruimte Integraal onderdeel Het architectonisch en het buitenruimte ontwerp is een integrale opgave om de samenhang te behouden en het ensemble te versterken. Dit sluit aan bij de symmetrie van de middenas, de zichtlijnen, de stedenbouwkundige hiërarchie, de monumentaliteit en de rooilijnen in het plan. Kleurgebruik: horizontaliteit

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

39

5. SECTORALE KADERS 5.1

Vigerend juridisch kader

Het vigerende juridisch-planologische kader is het Bestemmingsplan Spoorwijk (2014). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is dit bestemmingsplan van rechtswege onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het nieuwe ‘Omgevingsplan Den Haag’. De gronden binnen het plangebied zijn bestemd tot respectievelijk ‘Wonen - 1’ en ‘Tuin’ en ‘Verkeer’ (Straat, Verblijfsstraat en Verblijfsgebied). Verder is hier is sprake van een dubbelbestemming Archeologie, hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 5.8. De herontwikkeling past gedeeltelijk binnen de gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan. Ter plaatse van de Schaapherdersstraat zullen de bestemmingen ‘Tuin’, ‘Wonen‘ en ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ worden herschikt. De verbreding van de Oltmansstraat en de Amazonestraat zorgt voor een herschikking van de bestemmingen ‘Verkeer Verblijfsstraat’ en ‘Wonen - 1’. Hierdoor ontstaan afwijkingen ten opzichte van de verbeelding van het bestemmingsplan. De beoogde verdichting op deze locatie past niet binnen het bestaande bouwvlak en de goot- en bouwhoogte. Hierdoor ontstaat er strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan.

Uitsnede verbeelding Bestemmingsplan Spoorwijk (2014)

40

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

we de mobiliteits- en bereikbaarheidsopgave aan die van

automobilisten gebruikmaken van parkeerfaciliteiten aan

niet automatisch een opgave om deze verwachte groei

•

verkeerscirculatie en autoluwe gebieden

een leefbare stad en regio. In deze stad is nabijheid – en

de rand van de stad om over te stappen op bijvoorbeeld

te faciliteren met het verhogen van de capaciteit van

•

creëren van meer (semi-)openbare ruimte

niet snel lange afstanden kunnen afleggen – leidend voor

het openbaar vervoer of de fiets. Het thema ‘compacte

de infrastructuur. Het verhogen van capaciteit leidt

•

(parkeer)voorzieningen voor deelmobiliteit

bereikbaarheid. Dan zijn de afstanden korter en worden

stad’ gaat ook samen met de noodzaak van een goede

zelfs als vanzelfsprekend tot het wederom vollopen van

ze vaker afgelegd te voet, met de fiets of met het ov.

bereikbaarheid op regionale schaal. Dat betekent

deze capaciteit.

Het ontwerp van nieuwbouw en nieuwe voorzieningen

aandacht houden voor de snelheden op hoofdwegen voor

is hierop gericht. Ook de bestaande infrastructuur kan

autoverkeer, fietsroutes, ov-verbindingen en voor de uit-

Ook het ontwerp van mobiliteitsvoorzieningen krijgt een

Afstanden

zo beter worden benut omdat meer mensen zich erover

wisselingsmogelijkheden tussen vervoermiddelen (hubs).

andere benadering. We gaan uit van het STOMP-principe:

In een compacte stad zijn de verplaatsingen korter worden

Stappen-Trappen-Ov-MaaS-Privéauto. Met andere

ze vanzelfsprekend meer afgelegd te voet, met de fiets

kunnen verplaatsen. Het is de ambitie om de groei van

Binnen dit PUK wordt een uiteenzetting gegeven over de visie en randvoorwaarden voor een ontwikkeling van het plangebied. Hiermee kan worden afgeweken van het omgevingsplan. Door aan te sluiten op de uitgangspunten van dit PUK kan worden onderbouwd of een plan overeenkomt met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit is van belang voor de toetsingsgronden van een te doorlopen vergunningprocedure.

Mobiliteitshubs

woorden: bij het ontwerp van de openbare ruimte kiezen

of met het ov. In vergelijking met andere steden zijn de

toename van het autoverkeer.

Voor een compacte stad spelen zogeheten ‘mobili-

we in de eerste plaats voor de voetganger en fietser,

afstanden tot voorzieningen zoals scholen en horeca in

teitshubs’ een sleutelrol: knooppunten in de stad waar

gevolgd door het ov, deelmobiliteit en privéauto.

Den Haag redelijk goed. De afstand tot openbaar groen

Binnen een compacte stad liggen de dagelijkse levensAgenda Ruimte voor de stad behoeften op wandel- en fietsafstand. In het Haagse

taxi deelfiets

50

50

5.2 Stedenbouw en Planologie

mobiliteit in een groeiende stad op te vangen zonder een

3.1.1 Waarom?

Maas

.ni

m 2 .ni m 5 .ni m .ni

m

8 21

SC TR THCE OO RT FS U RE 45 M FO A 6 5 H NR TIU 1 OO 1 D0 5

STRATEGIE MOBILITEITSTRANSITIE DEN HAAG 2040

Omgevingswet 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingetreden. Deze stelt de ontwikkeling van een omgevingsvisie per gemeente verplicht. De omgevingsvisie voor Den Haag is momenteel nog in ontwikkeling. De acht hoofdopgaven zijn echter al geformuleerd en benoemt in het Ambitiedocument Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS309993): 1. Het invullen en uitwerken van de kwantitatieve en kwalitatieve bouwopgave in Den Haag volgens het principe van ‘verdichten, vergroenen, verduurzamen’. 2. Investeren in het versnellen van de transitie naar een internationale innovatieve kenniseconomie met sterke economische sectoren en behoud van lokaal ondernemerschap. 3. Behouden en vergroten van de bereikbaarheid in Den Haag en het verminderen van de verkeersdruk in en om de stad. 4. Behouden, ontwikkelen en versterken van de diverse omgevingskwaliteiten van wijken en buurten in Den Haag. 5. Behouden, ontwikkelen en versterken van de kwaliteiten van de openbare en bebouwde ruimte, zodat deze bijdragen aan het sociaal functioneren van de stad. 6. Het realiseren van de energietransitie en een klimaatbestendig Den Haag. 7. Het realiseren en behouden van een schone, gezonde, veilige en toegankelijke leefomgeving die beweging en ontmoeting van Haagse inwoners stimuleert. 8. Versterken van natuur, groen en biodiversiteit in de stad.

3.1.2 Feiten en cijfers

verschillende soorten vervoer samenkomen en waar

is in Den Haag gemiddeld. Vooral het aantal beschikbare

reizigers makkelijk en comfortabel kunnen overstappen

hectare natuurgebied binnen de gemeentegrenzen per

op een ander vervoermiddel. Van de trein op de tram,

inwoner is lager dan andere gemeenten.

van de tram op e-scooter of van de auto op het ov of de

Hoe verplaatsen Hagenaars zich? centrum en in vooroorlogse wijken met eigen winkel(elektrische) fiets. Ook voor de verbinding met de regio zijn Het huidige richtinggevende document op het gebied voor de De cijfers in deze figuren geven aan welk deel van de straten zien we dat dit concept van de ‘15 minuten-stad’ mobiliteitshubs een belangrijk middel, omdat de hubs een verplaatsingen in een bepaalde afstandsklasse worden werkt: bewoners en bezoekers leggen minder lange netwerk vormen. ruimtelijke ontwikkeling van de stad, de Agenda Ruimte voor de afgelegd. De regio’s Utrecht en Amsterdam hebben een afstanden af, met minder uitstoot en minder geluid. Verkeersmodellen en ontwerpen hoger aandeel verplaatsingen per fiets op korte en lange Hierdoor wordt de stad een aangenamere plek. De keuze stad (RIS295016) is echter onverminderd afstanden dan de Haagse regio (Den Haag, Rijswijk, om te lopen of te fietsen, kan ookrelevant. worden gestimuleerd De relevante Stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en mobiliteit gaan in een compacte stad dus hand in hand. Dat betekent Zoetermeer en Pijnacker-Nootdorp). 43% van het autodoor doorgaand autoverkeer in woon- en winkelgebieden in de praktijk dat we anders moeten omgaan met de verkeer op Haagse wegen (excl. snelwegen) legt minder ontmoedigen. opgaven vanuit dit documenttebetreffen de buitenruimte, voorspellingen in verkeersmodellen.

In de huidige dan 5 kilometer af. verkeersmodellen, wordt het huidige mobiliteitsgedrag Een compacte draagt ook bij aan een aantrekkelijker en ruimte voor stedelijk wonen en voorstadenergietransitie doorgetrokken naar de toekomst. Er kan maar beperkt verblijfs- en economisch vestigingsklimaat, met minder rekening worden gehouden met de mogelijkheden van de verkeer en meer duurzame mobiliteit. De milieuvoordelen klimaatadaptatie. Verder worden er binnen dit document mobiliteitstransitie en kansen om de groei om te buigen. zijn vervolgens ook weer nodig om te kunnen verdichten met woningbouw, waarbij strenge milieuregels meespelen. ook nog verscheidene uitgangspunten benoemd, die 22 23 STOMP-principe, Strategie Mobiliteitstransitie 2022-2040 specifiek ingaan op de ontwikkeling van Laak en hiermee de voorliggende planlocatie. Hierbij gaat het om: Fietsbeleid • Laak als starterswijk, waarbij de diversiteit aan woningen Onze ambitie is dat de fiets in 2040 het belangrijkste wordt uitgebreid; vervoersmiddel is voor verplaatsingen in de stad, zoals • Laak als wijk met verdichtingsmogelijkheden, hierbij kan vastgelegd in Ruim baan voor de fiets, fietsstrategie Den worden gedacht aan de realisatie van extra woonlagen; Haag 2040, RIS302960.

Daarvoor moeten de infrastructuur en • ruimte-intensivering op gebouwniveau; mobiliteitsdiensten meegroeien met het toenemende aantal • verduurzamen van de woningvoorraad. fietsers. De beschikbaarheid van gevarieerde stallingsruimte (bakfiets, e-bike, kratfietsen) bij de woning en plaats van 5.3 Mobiliteit en (fiets)parkeren bestemming blijkt bepalend of mensen kiezen voor de fiets. Maar ook om de overlast in de openbare ruimte te voorkomen. Mobiliteitstransitie Hierbij worden de vastgestelde fietsparkeernormen voor Den Haag zet in op een verandering van het mobiliteitssysteem, kantoren, bedrijven en voorzieningen gehanteerd uit de zoals vastgelegd in de Strategie Mobiliteitstransitie 2022-2040 Beleidsregels fietsparkeernormen Den Haag 2016 (RIS294386). (RIS310664). De Mobiliteitstransitie is gericht op een duurzaam STRATEGIE MOBILITEITSTRANSITIE DEN HAAG 2040

mobiliteitssysteem en is noodzakelijk om de stad de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig te houden. De Mobiliteitstransitie zet in op duurzame mobiliteitsoplossingen die zo min mogelijk schade aan mens en milieu veroorzaken, en die ten dienste staan van de verbetering van de openbare ruimte. STOMP-principe Het STOMP-principe is daarbij het vertrekpunt: StappenTrappen-OV-MaaS-Privéauto. Bij het ontwerp van de openbare ruimte én de gebouwen kiezen we in de eerste plaats voor de voetganger en fietser, gevolgd door het OV, deelmobiliteit (Mobility as a Service) en privéauto. Zo vormt de mens het startpunt.

Het fietsparkeren voor bewoners volgt uit het Bouwbesluit en de beleidsregel ‘gelijkwaardigheid bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017’. Voor bezoekers kunnen de richtlijnen uit CROW worden gebruikt, hiervoor geldt een norm van 0,5-1 per woning (CROW Leidraad fietsparkeren 2023). Schoon vervoer In Aanpak schoon vervoer (RIS303606) wordt daarom versneld ingezet op schonere alternatieven ten aanzien van gemotoriseerd vervoer. Met maatregelen, zoals het versnellen van elektrische mobiliteit, wordt onze lucht schoner. In en rond het gebouw dient actief rekening gehouden worden met de gewenste vormen van vervoer, bijvoorbeeld door ruimte en voorzieningen te reserveren voor (deel)fietsen en laadpunten voor elektrische voertuigen.

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

41

Autoparkeren Het overkoepelende parkeerbeleid is vastgelegd in de Parkeerstrategie 2021 –2030 (RIS308711). Hierin zijn uitgangspunten vastgelegd die helpen om een leefbaar evenwicht te bereiken tussen de geparkeerde auto en andere ruimteclaims in de openbare ruimte. Dit betreft onder andere de volgende uitgangspunten relevant voor deze ontwikkeling: 1. De beschikbare fysieke ruimte wordt leidend in het parkeerbeleid. Dit komt tot uitdrukking in parkeernormen en waar nodig komt er een maximering van het aantal uit te geven vergunningen. 2. Bij nieuwbouw- en herontwikkelingen is parkeren op eigen terrein (POET) leidend en wordt grote terughoudendheid betracht in het verstrekken van parkeervergunningen. Het parkeerbeleid is afgestemd op verschillende doelgroepen zoals bewoners, forenzen en bezoekers. Het uitgangspunt is dat de juiste doelgroep op de juiste plek parkeert en parkeerruimte efficiënt wordt gebruikt. Dat betekent het volgende voor het parkeren van auto’s voor de relevante doelgroepen bewoners en bezoekers: • Bewoners Bewoners parkeren zoveel mogelijk op eigen terrein of in centrale parkeervoorzieningen. • Bezoekers van bewoners Bezoekers kunnen op straat parkeren of in centrale parkeervoorzieningen. Volgens het vigerende parkeerbeleid geldt dat op eigen terrein in de autoparkeereis wordt voorzien.

Bewoners van nieuwbouwwoningen komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning op straat. Parkeren op straat is primair bedoeld voor bezoekers, deelauto’s, speciale plekken (invalide, artsen, etc.).

van de Nota Parkeernormen. Naar verwachting wordt de geactualiseerde Nota Parkeernormen na de zomer door de raad vastgesteld. Zolang de geactualiseerde Nota Parkeernormen niet is vastgesteld, blijven de huidige normen van kracht en vormen daarom de basis voor het PUK. Een aanvraag omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Nota Parkeernormen, zoals die geldt op het moment van indienen van de aanvraag omgevingsvergunning. De mogelijkheid bestaat derhalve dat op dat moment andere eisen worden gesteld aan het realiseren van voldoende parkeerruimte. Mobiliteitsalternatieven ter reductie van de autoparkeervraag In de Nota Parkeernormen zijn ook mogelijkheden opgenomen om de autoparkeervraag van nieuwbouw te reduceren. Voor deze locatie bestaan daarbij de volgende mogelijkheden: • Deelmobiliteit Hierbij vervangt één deelauto 4 normale parkeerplekken. Deelmobiliteit wordt alleen toegepast op eigen terrein en er wordt rekening gehouden met de betaalbaarheid voor de bewoners. • Nabijheid station Moerwijk De ontwikkeling ligt binnen 500 meter van station Moerwijk, waarvoor een reductie in de parkeereis van 25% mogelijk is. • Dubbelgebruik Het toepassen van dubbelgebruik tussen woningen en voorzieningen.

Parkeernormen bij nieuwbouw zijn vastgelegd in de Nota Parkeernormen (RIS309940): Ontwikkelaars van woningen moeten zorgen voor een geschikt aantal autoparkeerplaatsen. De afdeling Mobiliteit werkt momenteel aan het actualiseren Gebiedsindeling Regeling autoparkeernormen 2021 (RIS309547)

42

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

5.4

Wonen

Woonbeleid Het Haagse woonbeleid is vastgelegd in de Woonvisie Den Haag 2022 (RIS313365). De gemeente Den Haag gaat voor de langere termijn uit van een jaarlijks bouwprogramma van 4.000 woningen. De ruimte om te groeien is beperkt. Den Haag zal zich voor groei moeten richten op binnenstedelijke locaties. Het slopen en gedifferentieerd in architectuur en woningtypen terugbouwen sluit aan op de woonvisie. Het is van belang om hierbij zorgvuldig om te gaan met bestaand groen in de wijk. Woonagenda 2020-2023 ‘Haags samen wonen’ Er heerst in Den Haag een grote druk op de woningmarkt. In de Woonagenda 2020-2023 (RIS305711) worden maatregelen genomen om deze druk te verlichten. De Woonagenda is ingedeeld in vier thema’s die elk eisen en wensen bevatten met betrekking tot nieuwbouw. Naast de kwantitatieve behoefte en de doelstelling om de woningnood te verminderen door te verdichten is er ook behoefte om de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving te verduurzamen, te verbeteren en nieuwe woonmilieus te creëren. De kwantitatieve verdichtingsopgave vraagt om een kwalitatief ruimtelijke goede inpassing van wonen, parkeren, groen en voorzieningen. De kwalitatieve opgave (fysieke opgave) hangt ook samen met sociale-, economische-, veiligheids- en leefbaarheidsaspecten.

De woonagenda heeft de volgende uitgangspunten voor het nieuwbouwprogramma aan de Schaapherderstraat e.o.: • Voor alle gesloopte woningen komt minstens hetzelfde aantal terug. Als er meer woningen worden toegevoegd dan er worden gesloopt (verdichting) is bij de verdichting minimaal 30% van de toegevoegde woningen een sociale huurwoning. • Maximaal 20% is een kleine woning (<50 m2 GBO). • Differentiatie in het woningaanbod, t.b.v. de veerkracht van wijken. • Streven naar minimaal 20% betaalbare koopwoningen, dit

•

geldt voor de woningen die meer worden toegevoegd dan er worden gesloopt (verdichting). Koopwoningen in het plan worden verkocht met een zelfbewoningsbeding.

Overeenkomsten met corporaties Bestaande overeenkomsten uit de Raamovereenkomst corporaties en huurders (RIS303538) en Prestatieafspraken Hof wonen (RIS314704) zijn hier van toepassing.

5.5

Duurzaamheid en groen

was één van de eerste wijken in Den Haag waar energie uit de bodem werd gehaald met een systeem voor warmte- en koudeopslag (WKO). Lokale hernieuwbare bronnen zijn beperkt aanwezig. De gemeente ziet graag dat bodemenergie zo goed en efficiënt mogelijk wordt benut. De locatie bevindt zich (net) buiten het netcongestiegebied van Stedin. Daarnaast valt het gebied buiten het interferentiegebied voor Laakhavens. Dit vergemakkelijkt een eventueel proces tot aanvraag van een WKO-vergunning. Bij gebruik van individuele warmtepompen dient voldoende ruimte in de woningen te worden gereserveerd voor de technische installaties.

De Nota Duurzaamheid “Schone energie in een groene stad” (RIS301829) beschrijft op hoofdlijnen hoe Den Haag de energievoorziening, leefomgeving, mobiliteit en het grondstoffengebruik toekomstbestendig wil maken. Voor het project Schaapherderstraat e.o. betekent dit dat er specifieke gebouw- en omgevingsmaatregelen nodig zijn.

Daarnaast heeft het invloed op het elektriciteitsgebruik en zal deze hoger worden ten opzichte van de het huidig verbruik van de woningen. In samenspraak met Stedin bekeken wat de impact is van deze veranderde vraag naar elektriciteit om netcongestieproblemen te voorkomen en de mogelijk nodige aanpassingen voor te bereiden.

5.5.1 Energie Om een klimaatneutrale stad te worden moet de Haagse energievoorziening aangepast worden. Voor nieuwbouwwoningen is aardgasloos bouwen inmiddels wettelijk geregeld. De keuze voor een warmteoplossing moet passen bij de oplossingsrichtingen die in het Stedelijk Energieplan (RIS306869) en de Transitievisie Warmte (RIS310442) (TVW) zijn vastgesteld.

Er gelden landelijke BENG-normen voor het energiegebruik van het gebouw en de TO-juli normering voor de koeltevraag. Ook dienen daken gebruikt te worden voor klimaatadaptieve maatregelen (groen dak, wateropvang, warmtewerend (witdak)) in combinatie met het opwekken van duurzame energie (elektriciteit, warm water).

Uitgangspunt is dat nieuwbouw vanwege de goede isolatie met lage temperaturen verwarmd wordt (met een voorkeur voor bronnen uit de bodem). De Transitievisie Warmte omschrijft Spoorwijk als een gemengde wijk van vooroorlogse en naoorlogse gebouwen waar huizen en gebouwen dicht op elkaar staan met weinig ruimte in de grond voor nieuwe kabels en leidingen. De naoorlogse gebouwen hebben al grotendeels warmtepompen. Veel woningen zijn in bezit van woningcorporaties. Spoorwijk

laag mogelijke CO2-uitstoot of materialen die klimaatneutraal of CO2-positief zijn (bijvoorbeeld duurzaam hout). Daarnaast dienen materiaal en producten een lage CO2-uitstoot te hebben, zoals bijvoorbeeld hout, groen/CEM III beton (betonakkoord 2018). Voor sloop hanteren we de minimale eis dat er gesloopt wordt conform de BRL SVMS-007. In het Actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen (RIS299397) hebben we als gemeentelijke organisatie vastgelegd dat we de verspilling van grondstoffen tegengaan en zorgen voor maximaal hergebruik van materialen in en door de stad. 5.5.3 Groen De Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) beschrijft de ambitie om samen met de stad het Haagse groen verder kwalitatief te ontwikkelen. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag (RIS300506) bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt te worden.

5.5.2 Grondstoffen en circulariteit Gemeente Den Haag heeft de ambitie om in 2030 voor de helft en in 2050 volledig circulair te zijn. De bouw en bouwprocessen hebben een belangrijk aandeel in het materiaalgebruik in de stad. Dit kan door zo min mogelijk materiaal toe te passen (slim ontwerp) en materialen die toch nodig zijn te hergebruiken of te kiezen voor verantwoorde biobased materialen (hout, wol, vlas etc.). Voor nieuwe bouwmaterialen dienen materiaalpaspoorten te worden opgesteld, zodat deze in de toekomst hergebruikt kunnen worden. Zet in op gebruik van materialen met een zo Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag (RIS300506)

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

43

Puntentabel Groen- en Natuurinclusief bouwen gemeente Den Haag

In Den Haag zien we de natuur als belangrijke randvoorwaarde voor een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) staat hoe we werken aan een groenere stad met een gezond stadsecosysteem en meer biodiversiteit. Belangrijk uitgangspunt hierin is het uitbreiden van het netwerk van groengebieden en de onderlinge verbinding met elkaar versterken. Bij elke (her)inrichting en transformatie van de openbare ruimte is een natuurkansenscan daarom verplicht. De effecten van verlichting op de natuur moeten worden onderzocht. De Richtlijn Licht op Natuur (RIS298657) biedt hiervoor kaders. Alle stadsbomen vormen samen een stadsbomennetwerk. In de Nota Stadsbomen (RIS307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit van deze bomen te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Voor het realiseren van een toekomstbestendig Haags Stadsbomennetwerk bestaan verschillende opgaven: • actief verbeteren van bestaande groeiplaatsen door te ontstenen, zoveel mogelijk ‘open groeiplaatsen’ te realiseren en groeiplaatsverbeteringen toe te passen (Bij kabels en leidingen maatwerk toepassen, vooraf ondergronds ontwerp maken); • grootschalige uitval voorkomen door te kiezen voor diversiteit in geslacht, soort en cultivar i.p.v. monoculturen.

Hanteer het afwegingskader uit de Nota Stadsbomen (RIS307827) voor (bio)diversiteit in boomstructuren en/of boomkeuze op basis van het principe ecologisch passend. Kiezen voor biodiversiteit en te ontwerpen met het ecologisch passend principe. Het stedelijke doel is dat in 2030 75% van de bomen ecologisch passend is; • zorgvuldig omgaan met bestaande bomen.

Score K

M

Punten

1

2

4

3

4

Maatregel

v

-

n.v.t.

Ontwikkelaar levert een tabel aan met de puntenscore per maatregel met toelichting

v

-

n.v.t.

Inzet van expertise van een ecoloog (eventueel aangevuld met een landschapsarchitect en/of gespecialiseerde hovenier) vanaf de initiatieffase van het bouwproject

v

2

Categorie

G

6

4

6

-

n.v.t.

Opstellen van een meerjarig beheer- en onderhoudsplan

1

Gevel /dak

Groen dak met sedum (5 - 7 cm) minimaal 40% van de footprint

2

Gevel /dak

Groen dak met sedum, grassen, kruiden (7 - 15 cm) minimaal 40% van de footprint

3

Gevel /dak

Groen dak met grassen, kruiden, dwergheesters (15 - 30 cm) minimaal 40% van de footprint

4

Gevel /dak

Groen dak met kruiden, dwergheesters en struiken (30 - 50 cm) minimaal 40% van de footprint

5

Gevel /dak

Groen dak met kruiden, dwergheesters, struiken en bomen (> 50 cm) minimaal 40% van de footprint

1

Gevel /dak

Geveltuin

1

Gevel /dak

Geen lichtuitstraling vanuit gebouw

2

Gevel /dak

Gevelgroen

1

Verblijf

Insectenstenen

1

Verblijf

Nestplaatsen voor huismussen bij groene tuinen/pleinen

1

Verblijf

Nestplaatsen voor spreeuwen

1

Verblijf

Nestplaatsen voor gierzwaluwen

1

Verblijf

Nestplaatsen voor zwarte roodstaart in stenige omgeving

1

Verblijf

Zomer-/kraamverblijfplaatsen voor vleermuizen

1

Verblijf

Winterverblijfplaatsen voor vleermuizen

1

Omgeving

Geen buitenverlichting bij groen

1

Omgeving

Cluster van 3 inheemse bomen

1

Omgeving

Cluster van inheemse struiken > 50m2

1

Omgeving

Groene tuin met aansluiting op ecologische structuur

1

Omgeving

Insectenhotel

1

Omgeving

Voor vlinders geschikte struiken

1

Omgeving

Droog bloemrijk grasland > 10m2

1

Omgeving

Faunapassage onder hekwerk

1

Omgeving

Muurplanten in oude (kade)muur

1

Omgeving

Doorstroming van open water

1

Omgeving

Rustzone fauna langs wateroever

2

Omgeving

Natuurlijke haag > 25 meter

2

Omgeving

Natuurlijke verharding > 25% areaal

2

Omgeving

Boomgaard met > 10 fruitbomen

2

Omgeving

Grasland met inheems bloemenmengsel > 500 m2

2

Omgeving

Groen > 25% onbebouwde areaal

2

Omgeving

Zoomvegetatie langs perceelranden

2

Omgeving

Ecologische wadi

3

Omgeving

Natuurlijke poel

3

Omgeving

Pocketpark (minipark)

2

Omgeving

Rij van > 10 inheemse bomen (zo mogelijk gemixt)

2

Omgeving

Natuurvriendelijke of drijvende oever > 10 m

1

Onbepaald

(Innovatieve) natuurinclusieve maatregel niet genoemd in deze tabel

Puntentabel Groen- en Natuurinclusief bouwen gemeente Den Haag (RIS313059)

44

* Besluitvorming over de toepassing van het puntensysteem heeft plaatsgevonden in het College van B en W op 14 maart 2019 (RIS 301953) en -naar aanleiding van de evaluatie

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

van het systeem- op 22 juni 2021 (RIS 306252)

Met de verdichtings- en verduurzamingsopgave van de stad is ook het groen in, op en aan gebouwen van groot belang voor de leefbaarheid en voor het ecologisch functioneren van de stad. Den Haag stimuleert groen- en natuurinclusief bouwen met het besluit Natuurinclusief bouwen (RIS301953). Dit levert een bijdrage aan de biodiversiteit, de klimaatopgave, de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan de gezondheid van mensen. Alle grootschalige nieuwbouwprojecten in Den Haag moeten voldoen aan het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (RIS313059) en aan de bijbehorende Puntentabel Groen- en Natuurinclusief bouwen gemeente Den Haag (RIS313059). 5.5.4 Klimaatadaptatie Klimaatverandering zal ertoe leiden dat we in Nederland en ook in Den Haag vaker te maken gaan krijgen met hevige regenbuien, meer dagen met tropische temperaturen, langere droge perioden en een verdere stijging van de zeespiegel. Dergelijke weersextremen kunnen veel schade en overlast veroorzaken, ook op het gebied van gezondheid. De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744) biedt ontwerpprincipes en stelt prestatie-eisen om gebouwen en de (directe) omgeving klimaatbestendig te ontwerpen en in te richten.

De Klimaatatlas geeft een eerste indicatie voor de mate van wateroverlast, droogte en hittestress. Om die overlast te beperken moet de sponswerking van de stad vergroot worden. Dat doen we door te vergroenen en door hemelwater vast te houden – te bergen – te infiltreren en/of hergebruiken en eventueel vertraagd af te voeren. 5.5.5 Bezonning Bezonning Bij deze ontwikkeling dient een bezonningsonderzoek verricht te worden om te kunnen beoordelen wat de invloed is van de realisatie van de bebouwing op de mogelijke hoeveelheid bezonningsuren van de omliggende bebouwing en de buitenruimte. Hierbij moet voldaan worden aan de Haagse Bezonningsnorm (RIS170509). Op één locatie in het plangebied voldoen de mogelijke hoeveelheid bezonningsuren niet aan de Haagse Bezonningsnorm. Dit betreft het westelijk deel van het bouwblok gelegen tussen de Hasebroekstraat en de Oltmansstraat. Hier is sprake van een ondiep kavel. De voorgestelde nieuwbouw aan de Hasebroekstraat is hoger dan de bestaande bebouwing (3 bouwlagen en een plat dak) veroorzaakt een verslechtering van het aantal mogelijke bezonningsuren. Een beperkte verslechtering is hier voorstelbaar bezien vanuit de verbetering van het woon- en leefklimaat in de openbare ruimte en het aantal extra woningen dat toegevoegd wordt bij deze ontwikkeling

5.6

Milieuaspecten

Milieueffectrapportage Op basis van het voorgestelde programma kan de ontwikkeling worden aangemerkt als ‘Stedelijk ontwikkelingsproject’. Op basis van bijlage V van het Omgevingsbesluit geldt voor deze projecten een m.e.r.-beoordelingsplicht. Daarom wordt aangeraden om voor de definitie vergunningaanvraag een m.e.r.-beoordelingsrapport op te stellen waarin centraal staan:

• • •

de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten.

Geluid en luchtkwaliteit Aangezien er woningen worden gepland langs doorgaande verkeersroutes zijn de effecten van geluid en luchtkwaliteit hier van belang om te onderzoeken. In de vergunningsprocedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) is onderzoek naar deze aspecten verplicht. Bodem en ondergrond Voor de bodem gelden de volgende uitgangspunten: • analyseer de bestaande bodem en ondergrondse situatie (inclusief mogelijke verontreinigingen), zie het Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond (RIS299493); • doe een KLIC-melding (gedaan binnen 20 werkdagen van graafwerkzaamheden); • houd de relevante maatvoering uit het Handboek Openbare Ruimte (RIS268741) aan, wat betreft boomwortels, kabels en leidingen, ondergrondse constructies en riolering; • sluit aan bij Gemeentelijk rioleringsplan GRP 2021-2025 (RIS306620); • maak beheerafspraken met de beheerders en leg deze vast; • nieuwe nutsvoorzieningen kabels zijn voor de rekening van ontwikkelaar; • ondersteunende voorzieningen, zoals transformatorhuisjes, worden zoveel mogelijk inpandig gerealiseerd. Wanneer dit niet mogelijk is op eigen terrein.

5.7

Welstandbeleid

Om te bepalen of een bouwplan voldoet aan redelijke eisen van de welstand, de ruimtelijke kwaliteit van de stad, heeft de gemeente Den Haag welstandscriteria vastgelegd

Principes klimaatadaptatie

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

45

in de Welstandsnota Den Haag 2017 (RIS297760). Vergunningaanvragen voortkomend uit deze ontwikkeling zullen getoetst worden aan deze nota, in samenhang met het hoofdstuk 4.5 Beeldkwaliteit van dit PUK. Het plangebied van de Schaapherderstraat e.o. bevat geen monumenten en is niet gelegen in een beschermd stadsgezicht. De locatie is wel naast de grens van het Gemeentelijk beschermd stadsgezicht Laakkwartier gelegen.

5.8

Archeologie

Op de gemeentelijke Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart is te zien dat er op de planlocatie sprake is van een zone met een archeologische verwachting. Dit is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Spoorwijk’ onder de dubbelbestemming Archeologie. Bij het bouwen van bouwwerken (grondroering > 50 m2 en een diepte van > 0,5 meter, vergunning vereist) dient een schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de afdeling Archeologie van de gemeente Den Haag.

5.9

Afval

Het aanbieden en ophalen van afval brengt een ruimtevraag met zich mee. De opstelplekken en aanrijroutes moeten voldoen aan de daarvoor geldende randvoorwaarden, zoals geformuleerd in de Parkeerstrategie Den Haag 2021-2030 (RIS308711) en het Handboek Openbare Ruimte (RIS268741): • De afhandeling huishoudelijk afval in de startfase wordt afgestemd met DSB-BAS/Afval. Zij verwijzen eventueel door naar HMS. • Voor appartementen geldt dat afval inpandig moet worden opgeslagen en voor grondgebonden woningen in ORAC's. Als grondgebonden woningen worden toegevoegd moet dit worden afgestemd met de afdeling DSB-Bas/Afval • Voor de rolcontainers uit het appartementengebouw moet opstelruimte in de buitenruimte worden ingepast. De gebouweigenaar is verantwoordelijk voor het aanbieden

46

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

•

•

van de rolcontainers in het openbaar gebied en het na ledigen weer inpandig terugplaatsen. Relevante stromen bij de afvalinzameling (papier, gft, PMD, glas, textiel en restafval) worden opgenomen in de plannen. Een doorgaande route voor ophaaldiensten (de HMS rijdt alleen vóóruit), en voor voldoende ruimte in 3 dimensies voor ophaalbeweging is geborgd.

5.10 Openbare Ruimte Handboek Openbare Ruimte (HOR) De inrichting van de openbare ruimte dient te voldoen aan de regels uit het Handboek Openbare Ruimte (RIS268741) (HOR). Kadernota Openbare Ruimte De Kadernota openbare ruimte- kwaliteit door samenhang – openbare ruimtebeleid tot 2030 (RIS310884) bouwt voort op de bestaande beleidskaders voor de openbare ruimte zoals in de eerdere kadernota's uit 2004 en 2012 is vastgelegd. De laatste kadernota gaat verder in op de diverse functies die in de openbare ruimte moeten worden gefaciliteerd. In het algemeen gaat het om: verblijf en ontmoeting stimuleren, de gezondheid bevorderen, de veiligheid en weerbaarheid bevorderen, de bereikbaarheid garanderen en economische functies faciliteren. Uitgangspunten voor de openbare ruimte van Den Haag In het HOR zijn de diverse regels en procedures terug te vinden voor het werk in de openbare ruimte met als doel een kwalitatief goede openbare ruimte. In het algemeen gelden de volgende uitgangspunten: • De inrichting van de openbare ruimte gaat volgens de uitgangspunten: eenvoud, harmonie, ruimte. • De ontwerpen zijn duurzaam en klimaatadaptief. • De openbare ruimte moet multifunctioneel, flexibel en toegankelijk zijn voor iedereen. • Om het gebruik van de openbare ruimte te ondersteunen is naast een goede inrichting ook goed beheer nodig.

• •

•

De normen voor Residentiekwaliteit en Hofstadkwaliteit borgen de kwaliteit. De gemeente Den Haag werkt samen met private partijen, inwoners, experts en andere belanghebbenden aan de ontwikkeling van de openbare ruimte. De gemeente Den Haag plant slim en integraal, door de disciplines heen.

Voor de periode 2020-2030 gelden de volgende uitgangspunten voor het werken in de openbare ruimte: • Verdichting heeft invloed op de kwaliteit van de openbare ruimte en de beleving van de straat. Bij ontwikkeling wordt het openbare gebied meegenomen als een volwaardig en integraal ontworpen ruimte. Een hogere dichtheid leidt tot intensiever gebruik van de openbare ruimte. Bij het ontwerp moet ook rekening worden gehouden met intensiever beheer. • Het toevoegen van woningen of voorzieningen mag de leefbaarheid niet negatief beïnvloeden door een hogere parkeerdruk of extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Gemeentelijke parkeernormen zijn leidend en geven aan hoeveel parkeerplaatsen er per ontwikkeling op eigen terrein bij moeten komen. Hierbij heeft het college de bevoegdheid van de normen af te wijken. • Functies voor afval(opslag) en stalling van (bak)fietsen, scooters en scootmobielen worden ingepast in de bebouwing of op eigen terrein. Dit om de buitenruimte zo min mogelijk te belasten. • De stalling van (deel)fietsen en -scooters van bezoekers vindt zo veel mogelijk plaats op speciaal daarvoor aangewezen plaatsen die de buitenruimte zo min mogelijk belasten. • Er wordt vastgehouden aan de bestaande Stedelijke Groene Hoofdstructuur. De stad groeit sterk in het aantal inwoners, maar niet wat de oppervlakte openbare ruimte betreft.

Om deze reden moeten er steeds vaker keuzes gemaakt worden. Tot 2030 ligt het accent

op het versterken van de volgende (sub-)doelen: • Een inclusieve openbare ruimte om ontmoeting en verblijf te faciliteren. • Een inclusieve openbare ruimte is toegankelijk, sociaal veilig en aantrekkelijk voor iedereen. • Een openbare ruimte die uitnodigt om te wandelen en uitdaagt tot bewegen en spelen • Het klimaatadaptief maken van de openbare ruimte. • Veilige en comfortabele ruimtes voor voetgangers en fietsers. Er wordt zoveel mogelijk gekozen om functies te combineren, waar dat niet past moeten keuzes gemaakt worden. Dat betekent bijvoorbeeld dat er geen bomen worden geplant als de ondergrondse ruimte niet voldoet. De basis voor het buitenruimte ontwerp is het STOMP principe en er wordt gewerkt volgens het principe: groen, tenzij. Bij (her-)inrichting van de openbare ruimte dient minimaal van het bestaande aandeel groen en water in de openbare ruimte te worden gehandhaafd, waarbij er wordt gestreefd naar een vergroting van het oppervlak groen van 5% in de periode tot 2030. De Schaapherderstraat valt binnen leefmilieu 4: Laat 19e en begin 20e-eeuwse uitbreiding. De volgende gebiedskenmerken met betrekking tot de openbare ruimte horen daarbij: • Hoge bebouwingsdichtheid, maar voornamelijk een woonkarakter. • Veelal stenig, maar groengebieden op relatief korte afstand.

• Een krappe openbare ruimte, (grotendeels) van voor de grootschalige introductie van de auto in het straatbeeld • Fietsparkeren levert een hoge druk op de openbare ruimte • De speelplaatsen zijn grotendeels afgestemd op doelgroepen. Soms ontbreken voorzieningen voor de oudere jeugd.

Kaders voor de ontwikkeling in dit leefmilieu zijn: • Maak ruimte voor vergroening en klimaatadaptatie, het aandeel groen is er laag • Voldoende veilige en comfortabele ruimte voor voetganger en fietser • Verminder de ruimtedruk van auto- en fietsparkeren

5.11 Verlichting Beleid historische openbare verlichting In de Visie op Licht (RIS298657) is in 2017 vastgesteld dat uitsluitend binnen beschermde stadsgezichten historische verlichting wordt toegepast. Buiten beschermde stadsgezichten wordt geen historische verlichting toegepast, met als uitzondering een aantal parels en ensembles in de stad: • Parels Dit zijn logisch afgebakende gebieden waarbij de openbare ruimte een onlosmakelijk onderdeel is van een Rijks- of gemeentelijk monument, of beschermd stadsgezicht. • Ensembles Dit zijn gebieden waar historische verlichting op dit moment aanwezig en gewenst is, maar waar dit volgens de gestelde kaders niet zou worden toegepast. Voor ensembles geldt dat de huidige verlichting eenduidig moet zijn toegepast en een bijpassend geheel moet vormen. Bovendien moet de huidige verlichting passen bij de architectuur van de bebouwing en moet het een logisch afgebakend gebied betreffen.

Residentieverlichting nieuwe situatie Schaapherderstraat De Schaapherderstraat is aangewezen als stedenbouwkundig ensemble, hier in de huidige situatie zijn afwijkend van de omliggende straten historische masten aanwezig. Met de herontwikkeling verandert de architectuur naar een eigentijds ontwerp met behoud van de ensemblewaarde. In de nieuwe situatie opent het hof zich naar de Oltmansstraat met een directe relatie (Schaapherderstraat) tussen het hof en de Amazonestraat. Door in de nieuwe situatie ook in de Schaapherderstraat residentiearmaturen toe te passen (en daarmee dus reguliere verlichting in plaats van historische verlichting) vormt de verlichting één geheel met de verlichting in de omliggende straten. Door deze eenduidige toepassing van de openbare verlichting wordt gezorgd voor continuïteit en worden onrustige overgangen in het straatbeeld voorkomen en de samenhang versterkt. Omdat de Schaapherderstraat in RIS309078 als ensemble is opgenomen voor toepassing van historische verlichting, zal er een wijziging middels een collegebesluit vereist zijn.

In 2021 is het collegebesluit Verduurzamen openbare verlichting (RIS309078) vastgesteld en is het plaatsingsbeleid met betrekking tot historische verlichting nader uitgewerkt. Voor beschermde stadsgezichten en bij parels en ensembles geldt als uitgangspunt dat de historische verlichting wordt gehandhaafd of (afhankelijk van beschikbare financiële middelen) eventueel kan worden uitgebreid. Historische lichtmasten in het hof van de Schaapherderstraat

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

47

6. COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE Het college hecht aan een goede en zorgvuldige participatie en communicatie over de randvoorwaarden en het plan voor deze locatie. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste inzichten weergeven. De participatieverslagen en het gespreksverslag met de BOS (bewonersorganisatie Spoorwijk) zijn opgenomen in bijlage 2c.

6.1

Vlaggentocht (13 oktober 2023)

Op 13 oktober 2023 is er een wandeling door de Schaapherderstraat e.o. georganiseerd door Hof Wonen. Alle huurders van Hof Wonen maar ook particuliere bewoners (kopers o.a.) uit de buurt hebben een uitnodiging ontvangen. Een aantal bewoners heeft met ons meegelopen en hun ideeën gedeeld. Samenvatting: het dorpse behouden en nieuwe kwaliteit toevoegen Bijzonder opvallend was het dorpse gevoel dat de bewoners noemden. Daar ligt hun kracht, die van het collectief!. De mensen kennen elkaar en voelen zich veilig in de buurt. Omdat de wijk best afgeschermd is van de stad door grotere verkeersassen (spoor en S105) is het heel rustig, bijna te verborgen, gelegen in het hart van de buurt. Aan de andere kant zijn er wel meningen dat er niet genoeg gebeurt in de wijk. De meningen over het groen in de wijk lopen uiteen. Bewoners vinden de groene pleinen mooi maar onvoldoende toegankelijk. Er zijn niet genoeg of soms überhaupt geen straatmeubels in de publieke ruimte. Dat zou erg gewaardeerd worden door de oudere mensen. De bewoners missen bomen in de smalle, nu stenige, straten. De scheiding tussen het eigen huis, de stoep en de straat verschilt per woning. Niet iedereen heeft dezelfde behoeften en onderhoudt zijn eigen voortuin met zorg. Fietsen of scootmobielen op de stoep of tegen een muurtje geplaatst kunnen problemen veroorzaken. Mensen die niet goed ter

48

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

been zijn worden zo in hun beweging beperkt. Verder zijn de meeste stoepen niet breed genoeg en er zijn geen plekken voor kinderen om te spelen. Vervolg en kans: een nieuwe traditie Het was goed voor de bewoners om elkaar te leren kennen en samen naar de buurt te kijken en een blik op de toekomst te werpen. Er is goed geluisterd naar de ideeën en reacties tijdens de vlaggentocht. De initiatiefnemer kijkt naar wat er mogelijk is voor het verbeteren van de openbare ruimte en passende overgangen. Hiermee kan een gedragen ontwerp ontstaan waar de bewoners zich in herkennen en verantwoording voor willen dragen. Tijdens de vlaggentocht werden al goede suggesties gegeven: het is aan de initiatiefnemer om dit samen met de bewoners verder op te pakken. Zo ontstaat met de vlaggentocht, (lees: het samenkomen in de buurt), hopelijk een mooie, nieuwe en verbindende traditie; en samen met het nieuwe eigentijds herkenbare plan een impuls

gezeten en aan de hand van de 3 thema’s hun ideeën voor de buitenruimte gedeeld. Een aantal zorgen/ideeën lagen meer in de verantwoordelijkheidssfeer van het stadsdeel. Deze zijn met hen gedeeld. Naar aanleiding van de twee sessies zijn een aantal opmerkingen/ideeën verwerkt in het plan: •

Meerdere keren is de behoefte naar woningen voor grotere gezinnen naar voren gekomen: In het plan zijn ca. 28 4-kamer woningen en ca. 21 5-kamer woningen verwerkt.

•

De behoefte voor een berging om de overlast op straat van fietsen/scootmobielen op te lossen: Elke woning krijgt een eigen berging.

•

Meer groen: de gehele buitenruimte krijgt een grote toevoeging van groen en bomen.

•

Toegankelijkheid woningen: een deel van de woningen worden levensloopbestendig uitgevoerd.

•

Zorg voor toename parkeerdruk: met het toevoegen van de parkeerkoffers blijft de parkeerdruk gelijk.

•

Behoud van het dorpsgevoel: de cultuurhistorische

voor de buurt: in gebouwde en vooral sociale zin.

waarden van het oude plan zijn onderzocht. De verdichting

6.2

Participatieavond (6 maart 2024)

veel karakteristieken van het oude plan.

Op 6 maart 2024 heeft een vervolgsessie met de bewoners

Sommige wensen konden niet worden gehonoreerd:

en buren van de Schaapherderstraat e.o. plaatsgevonden in wijkgebouw De Wissel. Alle huurders van Hof Wonen maar ook particuliere bewoners (kopers o.a.) uit de buurt hebben een uitnodiging ontvangen. Het was goed om te zien dat de mensen die mee hebben gedaan aan de vlaggentocht er ook waren. Zo was hernieuwd contact een mooie followup op de vlaggentocht. Met de bewoners is het concept stedenbouwkundig plan gedeeld en vragen beantwoord over type woningen, groottes, bergingen en toegankelijkheid. Voor de buitenruimte was participatie mogelijk: voor de invulling van het hofje, het (fiets)parkeren en de buitenruimte in het algemeen. Een aantal bewoners heeft met ons aan tafel

is beperkt gebleven, het stedenbouwkundige plan kent

•

Meer sportvoorzieningen: het plan heeft in zijn geheel een woonprogramma

•

Buurtwinkels: ook hier geldt dat het alleen om een woonprogramma gaat

•

Het driehoekige grasveld hoek Potgieterstraat/Alberdingk Thijmstraat meer bruikbaar maken: het stadsdeel heeft hierover geparticipeerd met buurtbewoners. De overwegende wens was behoud zoals het is.

De wensen ten aanzien van de invulling van het hofje worden in vervolgsessies uitgewerkt.

6.3

Gesprek met de BOS (26 maart 2024)

Naar aanleiding van de participatieavond zijn de gemeente en Hof Wonen op 26 maart 2024 verder in gesprek gegaan met de Bewoners Organisatie Spoorwijk (BOS). Ze hadden nog enkele kritische vragen over het project en wilden graag meer toelichting over de keuzes en vervolgstappen. De BOS vond dat er zorgvuldige afwegingen gemaakt zijn en gaf nog kansen mee voor tijdens de werkzaamheden. Er is afgesproken dat ze op de hoogte gehouden worden van de ontwikkelingen.

6.4

Vervolg communicatie en participatie

In het vervolgproces is de initiatiefnemer verantwoordelijk de omwonenden te betrekken bij het plan. Op de website van de gemeente Den Haag staan tips voor communicatie bij bouwprojecten, alsmede een handreiking voor communicatie. Hiervan kan de initiatiefnemer gebruik maken.

Vlaggentocht, 13 oktober 2023 (foto: Leon Fäustle)

NAGESPREK

Vlaggentocht, 13 oktober 2023 (foto: Leon Fäustle) METEEN IN GESPREK

Participatieavond, 6 maart 2024 BEDANKT! PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

49

7. FINANCIERING EN UITVOERINGSASPECTEN 7.1

Financiële uitvoerbaarheid

De locatie betreft grond die door de gemeente Den Haag in erfpacht is uitgegeven. De ontwikkeling vindt volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer plaats. Het bouwplan, een sloop-nieuwbouwontwikkeling, resulteert in circa 221 huurwoningen en 43 koopwoningen. Voor deze ontwikkeling is een herinrichting van een deel van de omliggende openbare ruimte noodzakelijk. De herinrichting van en de aansluiting op de bestaande openbare ruimte komt voor rekening van de ontwikkelaar en moet conform het Handboek Openbare Ruimte (RIS268741) worden uitgevoerd. Daarnaast zullen er (plan) kosten worden gemaakt voor de noodzakelijke ambtelijke inzet in verband met de beoordeling van dit privaatrechtelijke initiatief. Ook zal een eventuele planologische inpassing kunnen leiden tot voor vergoeding in aanmerking komende schade op grond van afd. 15.1 Omgevingswet inzake nadeelcompensatie. Kostenverhaal Dit initiatief betreft de realisatie van meerdere woonblokken en is daarmee een bouwactiviteit zoals omschreven in art. 8.13 Omgevingsbesluit. Voor aangewezen bouwactiviteiten levert de Omgevingswet wettelijke grondslag voor kostenverhaal in artikel 13.11 van Afdeling 13.6. De gemeente is hierdoor verplicht om kostenverhaal in rekening te brengen. Vervolgens beoordeelt de gemeente of het kostenverhaal al anderszins verzekerd is.

De bouwactiviteit vindt plaats op percelen die door de gemeente Den Haag in erfpacht zijn uitgegeven aan Stichting Hof Wonen. Bij aanpassing van de erfpachtvoorwaarden ten behoeve van de nieuwe bouwplanactiviteit wordt door de afdeling Erfpacht suppletie in rekening gebracht. Kosten voor de planologische procedure, de aanleg van bovenwijkse voorzieningen, ondergrondse-en bovengrondse infrastructuur en plankosten dienen nog anderszins verzekerd te worden. Afspraken hierover zullen in de anterieure overeenkomst aan bod komen. Dit betekent dat voorafgaand aan vaststelling omgevingsplan of

50

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

verlening van de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een anterieure overeenkomst zal worden gesloten met de initiatiefnemer waarin voor de niet gedekte kosten een bijdrage zal worden overeengekomen, door initiatiefnemer te voldoen aan de gemeente. Als deze afspraken gemaakt zijn is het kostenverhaal vooraf volledig verzekerd. Indien de onderhandelingen niet succesvol zijn kan de gemeente kostenverhaalregels opnemen in de wijziging omgevingsplan of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit. Legeskosten worden separaat in rekening gebracht. Gronduitgifte Het nieuwbouwplan van Hof Wonen is niet conform de huidige perceelsgrenzen. Een deel van het plan vindt plaats op grond die nu nog in volle eigendom van de gemeente Den Haag is. Daartegenover wordt een stuk openbaar gebied aangelegd op grond uitgegeven in erfpacht aan Hof Wonen van ongeveer dezelfde grootte. Momenteel spreken partijen erover om de grond in eigendom van de gemeente uit te geven in erfpacht ten behoeve van de realisatie van nieuwe woningen. Daartegenover staat het voorstel om het openbaar gebied na realisatie door de ontwikkelaar terug te leveren aan de gemeente voor een symbolisch bedrag en de beheerkosten af te kopen. Hierna kan de gemeente het openbaar gebied in beheer nemen.

Deze grondtransacties zijn een voorwaarde voor het uiteindelijk kunnen realiseren van het nieuwbouwplan conform het PUK. Voor de sloop van het bestaande vastgoed zal de overname zijn van Hof Wonen naar Mooiland. Heembouw zal vervolgens een deel afnemen van Mooiland. Vervolgproces Het PUK geeft de kaders om het plan verder te ontwikkelen. Voor de uiteindelijke realisatie van het plan dient de verdere procedure gevolgd te worden via het Omgevingsloket. Er zal een aanvraag om een omgevingsvergunning buitenplanse

omgevingsplanactiviteit of wijziging omgevingsplan ingediend moeten worden. Het plan wordt vervolgens beoordeeld op een goede ruimtelijke onderbouwing, de aanpassing van het omgevingsplan of toekenning van een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit en de bijbehorende verzekering van het kostenverhaal. De gemeente brengt hiervoor separaat de kosten in rekening bij de initiatiefnemer. De verzekering van het kostenverhaal is de verrekening van kosten voor het mogelijk maken van de ontwikkeling. De gemeente is op grond van artikel 13.11 van Afdeling 13.6 van de Omgevingswet verplicht deze kosten bij de initiatiefnemer in rekening te brengen bij het opstellen van een nieuw juridischplanologisch kader.

7.2

Juridisch-planologische procedures

Het ‘Planuitwerkingskader Schaapherderstraat e.o.’ wordt door middel van een raadsvoorstel voor instemming voorgelegd aan de gemeenteraad en vervolgens vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Rekening houdend met dit kader kan de initiatiefnemer over gaan tot de uitwerking van een concreet bouwplan en de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor sloopnieuwbouw dient rekening te worden gehouden met het gegeven dat het voornemen in strijd is met de bestemming, planregels en verbeelding van het bestemmingsplan ‘Spoorwijk’. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is dit bestemmingsplan van rechtswege onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het nieuwe ‘Omgevingsplan Den Haag’. Daarbij is het juridisch-planologische kader ongewijzigd gebleven. Als gevolg hiervan is het voornemen dus ook in strijd met het ‘Omgevingsplan Den Haag’. Medewerking aan een strijdig voornemen is alleen mogelijk door middel van een afwijkingsprocedure. Voor de strijdige activiteit dient een omgevingsvergunning aangevraagd

te worden, die met een gedegen functioneel-ruimtelijke onderbouwing gemotiveerd moet worden. Onderdeel hiervan zijn relevante onderzoeken en analyses op het gebied van o.a. milieu, veiligheid en mobiliteit. Aanvrager dient erop toe te zien dat het voornemen aan de kaders voldoet, die in het Planuitwerkingskader worden vastgelegd.

Verantwoordelijkheid van de gemeente is de ordentelijke organisatie van de vergunningprocedure bestaande uit: •

• Op basis van de Algemene wet bestuursrecht gelden twee voorbereidingsprocedures: de reguliere en de uitgebreide procedure. Voor de reguliere procedure geldt een beslistermijn van 8 weken, met de mogelijkheid tot verlenging van nog 6 weken. Dit is mogelijk als: •

•

De aanvraag matig of onvolledig onderbouwd is, waardoor een professionele en rechtszekere toetsing niet mogelijk is; Of tijdens de toetsing leemtes naar voren komen, die om aanvullende onderzoeken of onderbouwing vragen (zoals een MER-beoordelingsrapport of een formele MERrapportage).

De uitgebreide voorbereidingsprocedure is enkel bij uitzondering van toepassing. Aanvrager kan verzoeken voor het doorlopen van de uitgebreide procedure. Dit kan wenselijk zijn bij activiteiten die aanzienlijke gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Voor de uitgebreide procedure geldt een beslistermijn van 6 maanden, met de mogelijkheid tot verlenging van nog 6 weken. Onderdeel van de uitgebreide procedure is de opstelling van een ontwerpbesluit door de gemeente. Deze ligt 6 weken ter inzage en binnen dezelfde termijn kan eenieder een zienswijze naar voren brengen.

•

Registratie en toetsing van de ingediende aanvraag; afgifte of weigering van een omgevingsvergunning (incl. publicatie); Indien van toepassing een hierop betrekking hebbende bezwarenprocedure, waarbij de afgifte of weigering van de vergunning voor een termijn van 6 weken voor zienswijzen ter inzage wordt gelegd; En een besluit m.b.t. de eventueel naar voren gebrachte bezwaren of zienswijzen.

7.4

Bouwveiligheid

Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt een omgevingsveiligheidsplan toegevoegd. Dit zal door het bevoegd gezag worden getoetst.

Gemeentelijk voorbehoud De gemeente Den Haag benadrukt dat tegen de vaststelling van het omgevingsplan, omgevingsvergunningen en alle andere besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht belanghebbenden bestuursrechtelijke rechtsmiddelen van bezwaar en/of beroep kunnen instellen. Eventuele gerechtelijke procedures, (gewijzigd) bestuurlijk besluitvormingsproces en externe omstandigheden kunnen, ondanks de ambtelijke inspanningen ten behoeve van de planvorming, de totstandkoming en de inwerkingtreding van het nieuwe juridisch-planologische regime beïnvloeden. Hiervoor is de gemeente nimmer aansprakelijk

7.3

Planning en fasering

Planning sloop – nieuwbouw Schaapherdersstraat en omgeving: Vaststelling PUK Q3 2024 Sluiten AO Q3 2024 Sloop bestaand vastgoed Q3 2024 Start realisatie Q2 2025 Oplevering Q1 2027 Bovenstaande planning is onder voorbehoud.

PUK SCHAAPHERDERSTRAAT E.O. - 03.06.2024

51

Colofon Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Stedenbouw & Planologie Vastgesteld door college van B&W op xxxxxx RISxxxxxx Disclaimer Het beeldmateriaal is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Waar van toepassing, is de bron vermeld. Voor zover bekend, zitten er geen rechten op de gebruikte foto’s. Mochten er toch foto’s in staan, die in strijd zijn met het auteursrecht, dan vragen we degenen, die menen aanspraak te kunnen maken op auteursrechten, contact op te nemen met de gemeente Den Haag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14270257/1