CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319121 Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor

Commissie Ruimte 26 juni 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel: Beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor, RIS31912112.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

65

MA A KH AVE N DA K E N

INDUSTRIEEL SHEDDAK

ROND DAK

KROON EN TOREN DAKEN

DAKLIJST

Geef de stedelijke laag een duidelijke beëindiging. Dit kan in de vorm van een typische dakvorm die bijdraagt aan de Laakhavensidentiteit. Bijvoorbeeld een sheddak, een rond dak, een daklijst of een kroon. 66

67

4

Bijzondere beëindiging

Gevel en buitenruimte

Torens

ambitie

Van veraf herkenbaar Landen op de stedelijke laag

Bovenop de stedelijke laag landen de torens. Deze bevinden zich op specifieke locaties in het gebied. Direct rond Hollands Spoor en op plekken waar het de structuur van de openbare ruimte versterkt. Uitgangspunt is een aangenaam windklimaat en voldoende bezonning – zowel in de buitenruimte als voor omliggende bebouwing. De torens spelen een belangrijke rol in de skyline van Den Haag. Ze vormen vanuit de wijde omtrek een herkenningspunt voor Laakhavens. Hun vormgeving weerspiegelt de identiteit van het gebied en haar positie in de stad. Ook de kroon draagt daar in grote mate aan bij. Niet minder belangrijk, zullen de torens het wooncomfort uitstralen dat Laakhavens biedt. Buitenruimtes, zowel privé als gemeenschappelijk, worden op passende wijze meegenomen in de uitstraling van de toren. Ze maken de functie van de toren duidelijk afleesbaar in het gevelbeeld. Om ook bezoekers van de stad van het geweldige uitzicht te kunnen laten genieten, bevinden zich in sommige torens publieke functies in de top. In vergelijking met de stedelijke laag is er meer flexibiliteit in het materiaalgebruik. Tegelijkertijd heeft de toren een vanzelfsprekende samenhang met de rest van het bouwblok.

68

Publieke top

Wooncomfort

Setbacks en buitenruimte

Regels

Torens · Torens voldoen aan de Haagse hoogbouwnota. Daarnaast voldoen bouwvolumes met torens aan de regels uit dit beeldkwaliteitsplan. Het beeldkwaliteitsplan is een gebiedsspecifieke uitwerking. Daar waar het beeldkwaliteitsplan afwijkt van de hoogbouwnota, is het beeldkwaliteitsplan leidend. Bijvoorbeeld waar het gaat om transparantie van de plint of de maatvoering van de setbacks.

De beëindiging is een verbijzondering en bevat, waar mogelijk, publieke functies.

Voor Laakhavens gelden de volgende gebiedseigen regels, specifiek voor de toren en de kroon; · Torens landen op de stedelijke laag. De toren wordt gerekend vanaf de stedelijke laag. · Torens hebben eenvoudige, geometrische vormen. Afgeronde hoeken zijn toegestaan. · Torens tot 50 meter hoog hebben een minimale setback van 3 meter ten opzichte van de stedelijke laag. Torens boven de 50 meter hebben een minimale setback van 5 meter ten opzichte van de stedelijke laag. Afwijken mag wanneer het windklimaat acceptabel en de stedenbouwkundige opbouw goed blijven.

Het ontwerp bevat gemeenschappelijke ruimtes op hoogte.

· Het ontwerp bevat gemeenschappelijke binnen- en/of buitenruimtes op hoogte. Gemeenschappelijke buitenruimtes zijn op passende wijze verbonden met aangrenzend programma in het gebouw. · Privé buitenruimtes worden ontworpen in een taal die past bij de uitstraling van de toren. De voorkeur gaat uit naar (half)inpandige oplossingen. · De beëindiging van de toren is een verbijzondering die Laakhavens zichtbaar maakt in de skyline van Den Haag.

Torens landen op de stedelijke laag, met een minimale setback van 5 meter.

· Het ontwerp bevat - waar mogelijk - publieke functies in de top van de toren.

69

5

Sterk industrieel karakter

Openbaar atrium

Smaakmakers

ambitie

De toonaangevende gebouwen van Laakhavens

De Smaakmakers zijn de belangrijkste dragers van het industriële imago. Dat komt tot uitdrukking in hun architectuur. Ze vormen een vanzelfsprekende eenheid met de al bestaande Smaakmakers in het gebied, zoals het Maakhavencomplex en de Haagse Sport Centrale, en fungeren als belangrijke herkenningspunten voor bewoners en bezoekers. Dat komt niet alleen door de uitgesproken vormgeving. De Smaakmakers huisvesten tevens een bijzonder publiek programma en vormen de ontmoetingsplekken in het gebied. Het zijn levendige plekken die gezamenlijk een brede doelgroep aanspreken; van jong tot oud, van arm tot rijk, met verschillende culturele achtergronden. Het zijn plekken waar buiten en binnen als vanzelfsprekend in elkaar over gaan, met royale binnenruimtes grenzend aan de openbare ruimte. Het zijn de plekken waar mensen zich thuis voelen in Laakhavens.

70

Donkere baksteen

Openbare plint

Samenhang stedelijke laag en toren

Regels

Smaakmakers

De Smaakmaker als opvallende elementen in een gevarieerde stedelijke omgeving.

· De plint wordt ingevuld met een publiek, maatschappelijk programma. · De gebouwen beschikken over een atrium of een royale overdekte openbare ruimte die op meerdere plekken is verbonden met de straat. Toegankelijkheid speelt hierbij een belangrijke rol. De entrees sluiten aan op het voetgangersnetwerk. · De gevels worden uitgevoerd in een donkere kleur baksteen. · De vorm van de Smaakmakers heeft een sterk industrieel karakter. Deze uitstraling komt tot uitdrukking in het gehele gebouw, waarbij de stedelijke laag en een eventuele toren als één geheel worden ontworpen. Afwijken van de regels voor torens (p69) kan, wanneer dit de samenhang tussen stedelijke laag en toren ten goede komt.

STERK INDUSTRIEEL KARAKTER

· Breng accenten en details aan die bijdragen aan de Laakhavensidentiteit. Inspiratie is te halen uit elementen van de Maakhavenarchitectuur, zie pagina 32-37. · Geef het gebouw een duidelijke beëindiging, waarvan een deel in de vorm van een typische dakvorm die bijdraagt aan de Laakhavensidentiteit. Zie p.68. Dit geldt voor zowel de stedelijke laag als de toren.

DONKER BAKSTEEN

ATRIUM OF OVERDEKTE OPENBARE RUIMTE

71

6

Gemeenschappelijk groen dak

Eerste orde bomen op het dak

Groen

ambitie

Duurzaam en toekomstbestendig Vergroenen is één van de vier hoofdambities voor Laakhavens. Groen dat bijdraagt aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving, en een klimaatbestendig en biodivers gebied. Het gebied wordt verrijkt met prettige groene verblijfsplekken in de openbare ruimte en bestaande en nieuwe straten krijgen een groene inrichting. Ook nieuwbouwontwikkelingen dragen bij.

Biodivers

Innovatieve waterberging

Groene gevel

Groene gevel

Installaties geïntegreerd

Op maaiveldniveau wordt ruimte gecreëerd voor groene geveltuinen. Deze bieden ook mogelijkheden voor gevelbegroeiing. Een goede ondergrond is hiervoor cruciaal. Waar nodig (en waar mogelijk) wordt waterrobuust gebouwd, bijvoorbeeld door gebruik te maken van innovatieve systemen die wateropvang, waterberging en bewatering op elkaar afstemmen. Ook op de hogere niveaus speelt groen een belangrijke rol. In Laakhavens heeft elke bewoner een groen uitzicht. De woonblokken beschikken over binnenterreinen en daken waar een groene inrichting leidend is. Het dakpakket maakt een leeflaag mogelijk die hoog genoeg is voor kruiden, heesters, struiken en incidenteel zelfs bomen. De inrichting zet in op een biodiversiteit die past bij Laakhavens; een ruig landschap dat vogels, insecten en vleermuizen aantrekt. De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig dient als leidraad voor alle ontwikkelingen. 72

Groen uitzicht

Regels

Ruimte voor groen · De gevel van de plint biedt ruimte voor groen. Dit groen wortelt in volle grond, op eigen kavel. Dit vanwege de kabels en leidingen in de aangrenzende openbare ruimte, het kunnen garanderen van voldoende groeiruimte en het beheer van het gevelgroen. Het streven is om 30% van de plint hiervoor te benutten (meetpunt na 5 jaar). Deze ruimte wordt in samenhang met de aangrenzende openbare ruimte ontworpen.

Daktuinen bestaan uit een grondpakket waar zelfs bomen in kunnen wortelen.

· Geef de binnenterreinen en toegankelijke daktuinen een grondpakket van voldoende hoogte, zodat planten en bomen goed kunnen wortelen. Bij private en collectieve tuinen is het grondpakket minimaal 90 cm. Publiek toegankelijke daktuinen hebben conform de norm een grondpakket van 120cm*. · Maak op de binnenterreinen ruimte voor kleine bomen. Richtlijn is één boom per 500m2 daktuin.

Elke bewoner heeft toegang tot collectief groen en/of een groen uitzicht.

· Het ontwerp voorziet in compacte installaties die goed samengaan met groene daken. · Houd regenwater vast op de locatie waar het valt. Nieuwbouw is in staat om 50 mm van een korte hevige bui van 70 mm in 1 uur op privaat terrein tijdelijk op te vangen. De bergingscapaciteit is na minimaal 24 en maximaal 48 uur weer beschikbaar. (zie voor meer informatie: Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig) · Leg bij het ontwerp een relatie met de groene hoofdstructuren in de stedelijke context. · Biedt elke bewoner toegang tot collectief groen en/of een groen uitzicht. Denk daarbij in het ontwerp al aan beheer, onderhoud en (brand)veiligheid. · Elke ontwikkeling voldoet aan de Nota Natuurinclusief Bouwen. * Zie de Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke initiatieven en groen 2024.

De plint biedt ruimte voor geveltuinen in volle grond.

73

7

Binnenterrein/ daklandschap

Ruimte voor ontspanning

Ruimte voor ontspanning

Biodiversiteit

ambitie

Ruimte voor stedelijke rust en ontspanning

Integratie sport & spel

Integratie sport & spel

Ruimte voor initiatief

Naast de drukte en levendigheid van de straat, biedt Laakhavens ook ruimte voor stedelijke rust. Die vinden bewoners op de binnenterreinen van de stadsblokken. Deze binnenterreinen worden vrijwel geheel omsloten door de bebouwing van de stedelijke laag en liggen hoger dan de straat, wat de plek een eigen, meer intiem karakter geeft. Ze worden echter niet geheel afgesloten van het publieke domein. Openingen in de bouwblokken bieden interessante doorkijken of doorsteken en maken de binnenterreinen op passende plekken bereikbaar vanaf de straat. Dat sluit aan bij de collectieve invulling van het terrein. We vinden hier geen afgesloten privétuinen. De binnenterreinen zijn bereikbaar voor alle bewoners van het blok en bieden, waar mogelijk, ook ruimte voor publieke voorzieningen. Denk aan sport- en speelveldjes, maar ook aan educatieve en culturele voorzieningen, zoals moestuinen. De binnenterreinen zijn ingericht als groene hoven, waarbij activiteit en biodiversiteit op elkaar zijn afgestemd. Er is ruimte voor ontspanning en ontmoeting in een voor mens en dier aantrekkelijk (dak)landschap.

74

Verbonden met de straat

Gemeenschappelijk groen dak

Regels

Inrichting · Geef de binnenterreinen een groene invulling die past bij de ambities en regels van paragraaf D6.Groen. · Zet in op biodiversiteit en urban ecologie. Ontwerp de binnenterreinen integraal met het buitenruimteplan en de ontwikkelingen onderling. · Integreer sport en spel waar dat kan en past. Denk hierbij aan voorzieningen die passen bij de doelgroepen van zowel het woon- als maatschappelijk en commercieel programma in het gebouw. · Biedt ruimte aan particulier initiatief, zoals moestuinen en ontmoetingsplekken. Regels

Bereikbaarheid · De binnenterreinen en daklandschappen zijn bereikbaar voor alle bewoners van het betreffende blok.

De binnenruimtes hebben een groene inrichting. Ze bieden ruimte voor verschillende activiteiten zoals spelen, tuinieren en vergaderen en zijn (semi) collectief vormgegeven.

· Zorg bij publiek programma voor een passende verbinding tussen de binnenterreinen en de straat. Minimaal visueel en waar mogelijk met toegangen vanaf de straat. Toegankelijkheid speelt hierbij een belangrijke rol. · Openingen en entrees in de stedelijke laag zijn minimaal 5 meter breed en beslaan maximaal 20% van de gevel. · Ontwerp de hoeken van de toegangen als hoeken van het blok. · Adressen op het binnenterrein hebben altijd ook een ingang aan de straat. · Indien afsluitbaarheid van het binnenterrein gewenst is, dan bevindt deze zich niet in de rooilijn van de plint maar terugliggend.

Verbindt de binnenterreinen met de straat.

Ontwerp de hoeken van de toegangen als hoeken van het blok.

75

8

Kleur en tactiliteit

Ramen met diepte

Diversiteit van materialen

ambitie

Statig met finesse De materialisering, het kleurgebruik en de detaillering van de gebouwen dragen bij aan de beleving van het gebied. Ze maken Laakhavens tastbaar, voelbaar, aanraakbaar. Bewoners en bezoekers bevinden zich op een plek waar ze zich toe kunnen verhouden en die hen omarmt. Het maakt ze betrokken bij hun leefomgeving en draagt bij aan sociale cohesie en veiligheid. De gebouwen van de Nieuwe Haagse School zijn zichtbaar met aandacht ontworpen en gebouwd. Aandacht voor materialen en kleuren, voor overgangen tussen binnen en buiten, voor zon en wind, voor groen en detail. Diezelfde verfijnde waardering wordt gezocht in de nieuwe architectuur van Laakhavens. De combinatie van statig en zacht. In de plint en stedelijke laag wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van baksteen als gevelmateriaal. Hierin weerspiegelt het Maakhavenkarakter maximaal; een hoogwaardig materiaal dat mooi oud wordt. Baksteen is een veelzijdig materiaal dat royale mogelijkheden biedt in kleur, detaillering en reliëf; iets wat de tactiliteit - en daarmee de beleving van het gebied - ten goede komt. Het biedt tevens aanknopingspunten voor innovatieve toepassingen. Zowel waar het gaat om baksteen als andere materialen, is het belangrijk dat het bijdraagt aan de gewenste fijnkorrelige, aardse uitstraling die past bij Den Haag. 76

Erkers voor tactiliteit

Ramen met schorten

Harmonieuze kleurnuances

Rijke textuur

Ramen met diepte

Kleur- & materiaalgebruik · Baksteen domineert in de plint en stedelijke laag. Met andere materialen, zoals beton, steen en hout, kunnen accenten worden toegevoegd. · Voor de dominerende gevelmaterialen wordt het Maakhaven kleurenpallet gebruikt. · De parcelering van het bouwblok wordt versterkt door verscheidenheid in kleur- & materiaalgebruik. · De plint bestaat uit minimaal twee kleuren en/of materialen. · Het gevelmateriaal wordt gekenmerkt door een rijke textuur. · Het metselwerk wordt gekenmerkt door harmonieuze kleurnuances. · Het gebruik van biobased materialen en hergebruik van bestaande materialen wordt aangemoedigd. · Het ontwerp houdt rekening met veranderingen, aanpassingen onderhoud en vervanging van verschillende bouwonderdelen. Regels

Bevorderen tactiliteit · Het niveau van detaillering is het hoogst in de plint en neemt verder naar boven toe af. · Gebruik gevelopeningen om de tactiliteit van het gebouw te versterken. Bijvoorbeeld door diepte aan te brengen in de kozijnen, of ramen in de plint uit te voeren met schorten. · Zet balkons en erkers in om de tactiliteit van het gebouw te vergroten. Ontwerp ze als onderdeel van de gevel, waarbij ook rekening gehouden dient te worden met de materialisering van de onderzijde.

HET MAAKHAVEN KLEURENPALLET

Regels

77

Kleur

De parcelering van het bouwblok wordt versterkt door verscheidenheid in kleur- & materiaalgebruik.

De plint bestaat uit minimaal twee kleuren en/of materialen.

Het gevelmateriaal wordt gekenmerkt door een rijke textuur.

Het metselwerk wordt gekenmerkt door harmonieuze kleurnuances.

78

Tactiliteit

Gebruik gevelopeningen om de tactiliteit van het gebouw te versterken. Bijvoorbeeld door diepte aan te brengen in de kozijnen, of ramen in de plint uit te voeren met schorten.

N NE

TE

EP DI

IN

ZIJ KO

EN

M RA

T ME

SC

N

TE

R HO

79

9

Ruimte in gevelontwerp

Haaks op gevel

Signage

ambitie

Verrijking van sfeer en identiteit

Verticale reclame

Verticaal logo

Logo op dak

Een zorgvuldig ontworpen gevel kan worden geruïneerd door de introductie van een ongepaste advertentie. Reclame en andere bedrijfsuitingen zijn echter ook een bron van rijkdom en tactiliteit waar we gebruik van kunnen maken. Doel is dat advertenties en reclame niet de relatie mogen verstoren tussen wat binnen in het gebouw gebeurt en de openbare ruimte. Bedrijfsnamen, advertenties en reclameuitingen worden daarom op een harmonieuze wijze meegenomen in het gevelbeeld. Het ontwerp biedt daar op gepaste wijze ruimte voor.

Haaks op gevel

Ruimte in gevelontwerp

80

Verticaal logo

Max. 10% van glasoppervlak

Regels

Reclame-uitingen en bewegwijzering

· Het gevelontwerp biedt ruimte voor de naam van bedrijven en winkels. De reclamenota dient hierbij als uitgangspunt. · In de plint en de stedelijke laag mogen advertenties maximaal 10% van het glasoppervlak in beslag nemen. · De stedelijke laag biedt ruimte voor verticale reclameelementen. · Op daken van de stedelijke laag en torens zijn letters en logo’s toegestaan. · Het reclameplan is onderdeel van het gevelontwerp. Dit geldt voor het gehele gebouw.

81

10

Stationsgebied

ambitie

Geleding in stedelijke laag

Voeten op de grond

Tonen van massa

Parcelering stedelijke laag

Het visitekaartje van Laakhavens Per fiets, vanuit de bus of wandelend vanaf de trein. De grote stroom aan reizigers maakt het stationsgebied tot één van de belangrijkste hotspots in Laakhavens. Het is de plek waar je Laakhavens binnenkomt. En dat voel je. De Laakhavensidentiteit is hier direct zichtbaar.

Voeten op de grond Variatie in afmetingen Tonen van massa

De intensiteit van reizigers, en de specifieke doelgroepen van het stationsgebied vragen echter om een maat en schaal die daarbij past. In het stationsgebied is een grotere korrelgrootte in de stedelijke laag voorstelbaar, waarbij tegelijkertijd wordt ingezet op geleding en gebouwen die met hun voeten op de grond staan. De architectonische vormgeving dient gericht te zijn op het tonen van massa. Het plintprogramma wordt gevuld met stationseigen voorzieningen. Programma in hoger gelegen bouwdelen bestaan naast wonen uit kantoren en (hoger) beroepsonderwijs. Dit is bepalend voor de architectuur en de uitstraling van de plint. De ontwikkelingen in het stationsgebied bestaan uit gebouwen die passen in de Laakhavensidentiteit, waar een tactiele vormgeving, de integratie van groen en de relatie tussen gebouw en buitenruimte essentiële thema’s zijn.

82

Regel

Regel

Parcelering stedelijke laag

Tonen van massa

· De gevels van het bouwblok worden opgedeeld in korrels met een variatie in afmetingen. Deze hoeft niet opgedeeld te worden in afzonderlijke panden. Wel wordt er ingezet op geleding. De maximale korrelgrootte bedraagt 40 meter.

· De architectonische vormgeving is gericht op het tonen van massa. De massa dient goed te landen op het maaiveld. Voorkom een zwevend volume op een plint. Dit geldt ook voor overkragende volumes.

Gevelgroen onderdeel van het ontwerp

Robuust cluster

Collectieve daktuin

Gelaagde opbouw

Leesbare gevels

Robuust groen

Buitenruimtes

Collectieve daktuin

Detaillering

Regel

Regel

Regel

Robuust groen

Sociaal interactiedek

Leesbare gevels tot in de top

· Gebruik de grotere korrel van de stedelijke laag ook voor de positionering van groen. Cluster het gevelgroen en geef het voldoende breedte om het een zichtbaar en evident onderdeel te laten zijn van het ontwerp.

· Verbind collectieve daktuinen op passende wijze met programma in de aangrenzende verdiepingen van de torens. Denk hierbij aan gemeenschappelijke binnenruimtes / voorzieningen.

· De diversiteit aan woon- en werktypologieën is zichtbaar in het gevelbeeld. Woningen hebben een andere uitstraling dan kantoren. Buitenruimtes spelen hierbij een belangrijke rol, net als opbouw en detaillering. Dit geldt voor zowel stedelijke laag als torens. 83

11

1

3

Overige bouwwerken BE E LDBE PALE ND L AAK H AVE NS

ambitie

Industrieel & ecologisch Naast de stadsblokken biedt de gebiedsontwikkeling ruimte voor andere bouwwerken, zoals paviljoens, bruggen, een extra spooronderdoorgang, drijvende objecten en kunstwerken op gevels en in de openbare ruimte. Al deze bouwwerken dragen bij aan de Maakhavensidentiteit. Ze refereren naar het industriële verleden en de Nieuwe Haagse School. De bestaande beeldbepalende objecten vormen een belangrijke inspiratiebron. Bruggen en onderdoorgangen spelen daarin een cruciale rol; ze vormen de poorten van Laakhavens. Ook maken ze deel uit van de publieke ruimte en stimuleren ze het gebruik daarvan. Zo is een brug niet alleen een manier om van A naar B te komen; het is ook een plek voor ontmoeting of om van het uitzicht te genieten. Daarnaast staat de ecologische ambitie voorop. Waar het kan, zijn de bouwwerken diervriendelijk en leveren ze een bijdrage aan het ecologische netwerk van de stad, bijvoorbeeld als groene corridor.

84

2

4

1. Voetgangersbrug bouwjaar: ca 1930 status: Gemeentelijk monument beeldbepalend door: stedenbouwkundige en zeldzaamheidswaarde waarde. 2. Spoorviaduct Rijswijkseweg bouwjaar: 1880 status: Beeldbepalend beeldbepalend door: stedenbouwkundige, architectuurhistorische en cultuurhistorische waarde. 3. Spoorviaduct Trekvliet bouwjaar: 1885 - 1906 - 1935 status: Gemeentelijk monument beeldbepalend door: stedenbouwkundige, architectuurhistorische en cultuurhistorische waarde. 4. Portaalkraan bouwjaar: 1968 status: Gemeentelijk monument beeldbepalend door: architectuurhistorische, cultuurhistorische en zeldzaamheidswaarde.

85

86

E

PLINTENHANDBOEK

87

E

Relatie binnen buiten

Relatie binnen buiten

Plintenhandboek VOORB E E L D E N & I N SPI R AT IE

verbinding van binnen en buiten MOODBOARD

Atelier

88

Café

Open atelier

Overgangszone als tafel

Overgang als zitplaats

Overgang als zitplaats

89

Rust - Reuring - Ruis; plintprogramma in het gebied Laakhavens kent een raamwerk van rust, reuring en ruis. Deze zorgt voor een goede balans tussen gebieden waar veel activiteiten plaatsvinden en zones van stedelijke rust. Het raamwerk is leidend voor de plintprogrammering in het gebied. Zo biedt de ‘ruis’ met name ruimte voor werkplinten. In de ‘reuring’ vinden we een mix van economisch en maatschappelijk programma. Met een

lagere intensiteit zijn deze ook te vinden in de ‘rust’, waar daarnaast wonen in de plint mogelijk is. Het overzicht op pagina 93 geeft indicatief weer welke functies passen bij de betreffende zonering.

de hoofdfunctie en geven schematisch weer hoe deze typologie kan worden vormgegeven. De exacte locaties van bijvoorbeeld entrees en logistiek zullen mede bepaald worden in het ontwerp en het buitenruimteplan.

Op de volgende bladzijden volgen voorbeelduitwerkingen van deze verschillende functies. Deze zijn gebaseerd op

Spoorzone HS

Laakhaven Centraal

Rust-reuring-ruiskaart uit de Ontwikkelvisie Laakhavens Hollands Spoor 90

Campuskwartier

Schipperskwartier

reuring

rust

ruis

De hoogste dichtheid, de meeste mensen op straat. Actieve plint, kleine korrel. Ruimte voor ontmoeting en voorzieningen. Altijd levendig. Geen tot weinig ruimte-intensieve functies en infrastructuur.

Breder aanbod van woonconcepten, ruimte voor klimaatadaptatie en recreatie. Basisvoorzieningen en kantoren vinden hier ruimte. Geen ruimte voor lawaaimakers. ‘s Avonds is het rustig maar wel veilig.

Hier mag het schuren. Ruimte voor (maak) werk en een hoog tolerantieniveau wat betreft overlast. Ruimte-intensieve functies en logistiek vinden hier een plek, maar altijd aantrekkelijk en stedelijk.

Plintprogramma

Plintprogramma

Plintprogramma

Plintprogramma

Plintprogramma

· Werkplint 1 · Werkplint 1 · Werkplint 1 · Werkplint 1 · Werkplint 1 · Werkplint 2 · Werkplint 2 · Werkplint 2 · Werkplint 2 · Werkplint 2 · Retail dagelijks & niet-dagelijks · Retail dagelijks & niet-dagelijks · Retail dagelijks & niet-dagelijks · Retail dagelijks & niet-dagelijks · Retail dagelijks & niet-dagelijks · Grootschalige detailhandel · Grootschalige detailhandel · Grootschalige detailhandel · Grootschalige detailhandel · Grootschalige detailhandel · Horecaplint · Horecaplint · Horecaplint · Horecaplint · Horecaplint · Commerciële dienstverlening · Commerciële dienstverlening · Commerciële dienstverlening · Commerciële dienstverlening · Commerciële dienstverlening · Maatschappelijke dienstverlening · Maatschappelijke dienstverlening · Maatschappelijke dienstverlening · Maatschappelijke dienstverlening · Maatschappelijke dienstverlening · Basisonderwijs · Basisonderwijs · Basisonderwijs · Basisonderwijs · Basisonderwijs · Wonen - lobbyplint · Wonen - lobbyplint · Wonen - lobbyplint · Wonen - lobbyplint · Wonen - lobbyplint · Woonplint informeel · Woonplint informeel · Woonplint informeel · Woonplint informeel · Woonplint informeel · Woonplint semi-formeel · Woonplint semi-formeel · Woonplint semi-formeel · Woonplint semi-formeel · Woonplint semi-formeel

Programma passend bij betreffende zonering 91

WERKPLINT 1

Deze typologie is zowel van toepassing op bedrijvigheid met werkplaatsen als kantoren. Het belangrijkste doel van deze typologie is om flexibele ruimtes te ontwikkelen met een hoge mate van interactie tussen binnen en buiten. Fundamentele aspecten daarbij zijn; - Hoge plafonds, zodat de ruimte voor meerdere doeleinden inzetbaar is. - Transparantie van de gevel, zodat de zichtbaarheid van de creatieve, innovatieve en productieve activiteiten die binnen plaatsvinden wordt vergroot. - Deuren en/of ramen die volledig naar binnen of naar buiten te openen zijn. Het ontwerp hiervan dient altijd in samenhang met de aangrenzende buitenruimte gemaakt te worden. Dit in verband met doorlooproutes en vrije hoogtes. Tuimeldeuren mogen niet de vrije doorgang van personen hinderen en kabels & leidingen moeten ten alle tijden toegankelijk zijn.

92

Diagram

9m

De bovengelegen verdieping (laag 1) onderscheidt zich van de begane grond in de detaillering van de kozijnen.

Een transparante gevel vergroot de zichtbaarheid van de creatieve, innovatieve en productieve activiteiten die binnen plaatsvinden.

De deuren zijn groot en zijn volledig te openen.

WERKPLINT 2

Deze typologie is zowel van toepassing op bedrijvigheid met werkplaatsen als kantoren, met een wat robuuster karakter dan werkplint 1. Het belangrijkste doel van deze typologie is geborgenheid bieden aan de bedrijven die deze werkplekken gebruiken, alsmede een sociaal veilig klimaat op straat te behouden.

Diagram

Fundamentele aspecten daarbij zijn; - Hoge plafonds, zodat de ruimte voor meerdere doeleinden inzetbaar is. - Materialisatie van de gevel en de te openen delen, zodat deze functioneel bruikbaar zijn. Volledig gesloten gevels moeten echter voorkomen worden, alsmede het afplakken van ramen.

94

9m

De bovengelegen verdieping (laag 1) onderscheidt zich van de begane grond in de detaillering van de kozijnen.

Gevels bieden ruimte voor groen.

De deuren zijn groot en zijn volledig te openen.

RETAIL DAGELIJKS & NIET DAGELIJKS

Deze typologie is van toepassing op de grotere en kleinere winkels in het wijkwinkelcentrum van Laakhavens Centraal. Om te voorkomen dat grote winkelruimtes, zoals supermarkten, de volledige gevel van het blok beslaan, wordt voorgesteld om het grootste deel van het vloeroppervlak naar achteren te plaatsen, met een toegang vanaf de straat. De ruimte langs de plint wordt ingevuld met kleinere units die gebruikt kunnen worden voor ander, complementair economisch of maatschappelijk programma. Zo wordt het aantal gebruikers dat kan profiteren van direct contact met de straat gemaximaliseerd.

96

Diagram

Ook in het winkelgebied volgen de plintgevels de regels van verkaveling en volumeopbouw.

De kleinere units hebben een primaire orëntatie op de straat.

De kleinere units kunnen een tweede entree hebben aan de binnenzijde van het blok, om zo de relatie met de achtergelegen functie te versterken.

GROOTSCHALIGE DETAILHANDEL

Deze typologie is van toepassing op grote winkels, zoals woonwinkels, waarvan het oppervlak meerdere verdiepingen beslaat. Deze winkels kenmerken zich met een royale entree op de begane grond. Via (rol)trappen en/of liften in de winkel zijn de hogergelegen verdiepingen te bereiken. Er geldt een minimale verdiepingshoogte van 4,5 meter voor elke vloer. De logistiek is inpandig opgelost; laden en lossen en het ophalen van afval vindt plaats in de buik van het gebouw. Grotere eenheden worden afgewisseld door kleinere winkels met een aanvullend winkelaanbod, zodat een rijk en dynamisch straatbeeld ontstaat.

98

9m

Royale entree met individuele opgang naar de bovengelegen verdieping.

Ook in het winkelgebied volgen de plintgevels de regels van verkaveling en volumeopbouw.

Het toevoegen van kleine units naar grote units geeft een afwisselend straatbeeld.

HORECAPLINT

Deze typologie is van toepassing op horecagelegenheden, zoals café’s en lunchrooms. De positionering van deze functies hangt sterk samen met het ontwerp en het gebruik van de buitenruimte. Denk bijvoorbeeld aan sunspots, publieke ontmoetingsplekken en kruispunten van het wandelnetwerk. Dienstruimten zoals kelders, toiletten en keukens bevinden zich zoveel mogelijk in de buik van het pand. De meest relevante functies zoals bar of balie staan daarentegen ​​in een open verbinding met de straat. Activiteiten (zoals terrassen) in de buitenruimte versterken de interactie tussen binnen en buiten. Let op dat hier voorwaarden aan verbonden zijn waar aparte vergunningen voor nodig zijn, zoals bijvoorbeeld een terrasvergunning. Zorg dat de belangrijkste verkeersstromen geen hinder ondervinden van de activiteiten. Extra aandacht gaat hierbij uit naar de voetganger.* Het toevoegen van een strook van minimaal 80 cm, direct naast de gevel, maakt het mogelijk om kleinere objecten te plaatsen zonder voetgangers te hinderen. * De norm voor doorgaand voetgangersverkeer bij hoogbouw = 2,40m.

100

Diagram

min 4.5 m

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14279413/1