RIS319121 Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor
Tekst van het document
Beeldkwaliteitsplan
Laakhavens Hollands Spoor
vernieuwen verbinden verrassen
CID
Laakhavens Hollands Spoor
Central Innovation District
Central Innovation District (CID) Het CID is een nieuw stuk Haags centrum. Het economische hart van de stad. Perfect gelegen naast de oude binnenstad. En tussen en rond de treinstations Den Haag Centraal, Hollands Spoor en Laan van NOI. Het gebied is uitstekend bereikbaar met het openbaar vervoer. Nergens anders komen de landelijke overheid, bedrijven en hoger onderwijs zo dicht bij elkaar. Dat biedt grote kansen. En maakt het CID een fijne plek om te wonen, werken, leren en te zijn. Den Haag groeit. Steeds meer mensen wonen en werken in onze stad. Daarom maken we in het CID ruimte voor toekomstige en huidige inwoners, studenten, ondernemers, professionals en bezoekers. De komende 20 jaar komen er 20.500 nieuwe woningen, nieuwe kantoren en voorzieningen. Creatieve en vernieuwende bedrijven brengen we samen om kennis te delen. Samen met de buurt en partners breiden we de komende jaren het centrum uit tot een leefbaar en prettig gebied waar iedereen zich thuis voelt: het Central Innovation District.
2
Beeldkwaliteitsplan CID
Laakhavens Hollands Spoor
Laakhavens Hollands Spoor
Inhoud Inleiding5 A. Context
Laakhavens; eiland in de stad Samenhang met de omgeving Samenhang tussen de deelgebieden
B. Identiteit Laakhavens De Laakhavens Formule
Zo ziet dat eruit Van Laakhavens naar Maakhavens Maakhavens architectuur
C. Ruimtelijke principes Landschappelijk raamwerk
Lange lijnen & tussenstraten Stadsboulevard Interne hoofdstraat Stadstraat Tussenstraat Laakhavenpark Kade Netwerk van ontmoetingsplekken Stationsgebied Laakhavens Hollands Spoor
D. Ontwerpregels
Dit wordt Laakhavens! 1. Volume 2. Plint 3. Stedelijke laag 4. Torens 5. Smaakmakers 6. Groen
9
11 16 18
23
24
27 28 30
35
39 41 42 43 44 45 46 49 51 52
7. Binnenterrein / daklandschap 8. Kleur en tactiliteit 9. Signage 10. Stationsgebied 11. Overige bouwwerken
E. Plintenhandboek
Rust-reuring-ruis; plintprogramma in het gebied Werkplint 1
74 76 80 82 84
87 90 92
Werkplint 2 94 Retail dagelijks & niet-dagelijks 96 Grootschalige detailhandel 98 Horecaplint100 Commerciële dienstverlening 102 Maatschappelijke dienstverlening 104 Basisonderwijs106 Wonen - lobbyplint 108 Woonplint - informeel 110 Woonplint - semi-formeel 112
Bijlagen
1. Participatieverslag Beeldkwaliteitsplan
55
56 58 60 64 68 70 72 Beeldkwaliteitsplan CID
Laakhavens Hollands Spoor
3
Laakhavens Hollands Spoor*
*De volledige naam van het gebied is Laakhavens Hollands Spoor. In het beeldkwaliteitsplan wordt de aanduiding ‘Laakhavens’ gebruikt. Hiermee wordt het gehele gebied Laakhavens Hollands Spoor bedoeld, zoals aangeduid op deze kaart.
Mogelijk toekomstbeeld CID, uit: Kwaliteitsplan CID
4
Inleiding Dynamisch Laakhavens In december 2022 heeft de gemeenteraad van Den Haag de integrale ontwikkelvisie voor Laakhavens Hollands Spoor vastgesteld (Dynamisch Laakhavens - RIS 311821) Het spreekt de ambitie uit om dit gebied te transformeren tot een duurzaam, hoogstedelijk milieu waar wordt gewoond, gewerkt, gestudeerd en geleefd. Een grootse opgave met een programma van formaat. Er worden 9.000 woningen toegevoegd, in combinatie met voorzieningen, werkruimte en winkels. Het gebied evenaart hiermee de binnenstad van Den Haag. Om hier een aantrekkelijk gebied van te maken is er veel aandacht voor de inrichting van de openbare ruimte, de architectuur van de gebouwen en hoe deze twee samenkomen. Met de motie Laakhavenarchitectuur als norm, roept de Gemeenteraad het College op te werken naar een eigentijdse architectuur voor het Laakhavensgebied. Gebiedsgerichte uitwerking Kwaliteitsplan Dit beeldkwaliteitsplan is een gebiedsspecifieke uitwerking van het Kwaliteitsplan Central Innovation District (CID) (RIS314594). Het Kwaliteitsplan beschrijft de samenhang tussen de bestaande stad, tussen de deelgebieden die samen het CID vormen en de nieuwe ontwikkelingen en projecten onderling.
Randvoorwaardelijk voor nieuwe ontwikkelingen in het CID is dat ze zich op gepaste wijze verhouden tot de historische context van de stad en wat er nu aan voorzieningen en kwaliteiten in de stad is. Beide aspecten worden gezien als richtinggevend aan het karakter van het CID, de richting waarbinnen de ontwikkelingen moeten plaatsvinden. Om recht te doen aan het karakter van het CID als geheel zijn drie specifiek Haagse kernkwaliteiten gedefinieerd, die de Haagse context vormen waarop nieuwe initiatieven worden afgetsemd. Daarnaast zijn er zeven kwaliteitsopgaven geformuleerd, die invulling geven aan de ambities voor de N
omgevingskwaliteit in het CID en die ertoe dienen om de aanwezige karakters te versterken en te behouden in de toekomst. Typisch Laakhavens Eén van de kernboodschappen van het Kwaliteitsplan CID is dat de verschillende deelgebieden in het CID een eigen identiteit hebben. Dat geldt dus ook voor Laakhavens. Het beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor gaat in op de identiteit van het gebied (verleden, heden en toekomst). Waardevolle cultuurhistorische elementen, sporen en verhalen spelen daarin een rol om een
Industriële verleden Laakhavens
herkenbaar en samenhangend stuk stad te realiseren. Typisch Laakhavens en typisch Haags. Daarbij wordt gekeken hoe nieuwe gebouwen in Laakhavens zich op een eigentijdse manier verhouden tot de bekende Haagse (baksteen) architectuur. Met als aanvullende inspiratie het robuuste industriële verleden van Laakhavens. Het beeldkwaliteitsplan is opgesteld in samenwerking met Juurlink+Geluk, het landschappelijk en stedenbouwkundig bureau achter Little C in Rotterdam. De ontwerpaanpak van Little C is een belangrijke inspiratiebron geweest bij de totstandkoming van het beeldkwaliteitsplan voor Laakhavens.
Referentie Little C, Rotterdam
5
Structuurvisie CID Den Haag (2021)
Kwaliteitsplan CID Den Haag (2024)
Voorzieningenonderzoek CID Den Haag (2023)
+
CID
Eindrapport
Onderzoek voorzieningenprogramma Central Innovation District Den Haag
Structuurvisie CID Den Haag Gemeente Den Haag
Sweco | Business unit Stedelijke Planning Eindrapport | Onderzoek voorzieningenprogramma Central Innovation District
1 juli 2021
Ontwikkelvisie (2022) DYNAMISCH LAAKHAVENS! Ontwikkelvisie Laakhavens Hollands Spoor (GebiedsNVU) Maart 2022
Laakhavens
31 augustus 2023
Projectnummer 51013748
Beeldkwaliteitsplan
Buitenruimteplan
+
Beeldkwaliteitsplan
Laakhavens | Hollands Spoor
vernieuwen
vernieuwen
Ontwikkelstrategie
Laakhavens | Hollands Spoor
vernieuwen
verbinden verrassen
verrassen
CID
CID
Laakhavens Hollands Spoor
6
+
Buitenruimteplan
Laakhavens | Hollands Spoor
verrassen
Central Innovation District
Overzicht producten CID
Ontwikkelstrategie
verbinden
CID
Projecten
1/49
12 september 2023
verbinden
Laakhavens Hollands Spoor
Central Innovation District
BOPA of Wijziging Omgevingsplan
Laakhavens Hollands Spoor
Central Innovation District
Beeldkwaliteitsplan - onderdeel van een kwartet Samen met de ontwikkelvisie, de ontwikkelstrategie en het buitenruimteplan vormt het beeldkwaliteitsplan de kaders voor individuele ontwikkelinitiatieven en bestemmings- / omgevingsplannen. In het schema op pagina 6 wordt de samenhang tussen de verschillende producten toegelicht. 1. De ontwikkelvisie beschrijft het ruimtelijk en programmatisch kader waarbinnen bouwplannen mogen worden uitgewerkt en plannen voor de openbare ruimte kunnen worden gemaakt. Voor Laakhavens is de ontwikkelvisie in december 2022 vastgesteld. 2. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft het toekomstige karakter van het gebied. Hierin staat hoe de gebouwen (architectuur) eruit moeten zien. Bijvoorbeeld welke materialen en kleuren gebruikt mogen worden. En aan welke voorwaarden toekomstige projecten moeten voldoen. Het geeft de ontwerpprincipes voor het gebied. Het document is leidraad voor ontwerpers en bevat criteria voor een kwaliteitstoets door bijvoorbeeld de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Het beeldkwaliteitsplan zal na vaststelling door de gemeenteraad, in combinatie met de Welstandsnota Den Haag 2017 - conform artikel 22.7 en 22.29 van het Omgevingsplan gemeente Den Haag -, als kader dienen voor de ontwikkelingen in het gebied.
Nu de Omgevingswet in werking is getreden, is de Welstandsnota een beleidsregel, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet (ingevolge artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet). 3. Het buitenruimteplan beschrijft het toekomstige karakter van de openbare ruimte. Hierin staat hoe de buitenruimte wordt ingericht en de manier waarop het gebied wordt onderhouden en beheerd. Ook staan hierin de voorwaarden waaraan de openbare ruimte moet voldoen. Bijvoorbeeld waar bomen en planten komen of waar ruimte
komt voor sporten, spelen, ontmoeten en ontspannen. Het houdt rekening met de mogelijkheden van de ondergrond (kabels en leidingen, gebouwde voorzieningen zoals parkeergarages en ruimte voor energietransitie). Er is extra aandacht voor de overgang tussen de publieke en private (buiten)ruimte. Er wordt ook aandacht besteed aan de verandering van de bestaande openbare ruimte en de tijdelijke maatregelen tijdens de uitvoeringsfase. 4. De ontwikkelstrategie beschrijft hoe de gemeente de ontwikkeling van het gebied gaat uitvoeren. Hierin staan middelen die de gemeente inzet om te kunnen ontwikkelen. Bijvoorbeeld de samenwerking met de ontwikkelaars. Of de fases van het bouwen. En de kosten voor de uitvoering van de plannen. Ook krijgt de manier waarop de gemeente stuurt op de invulling van de begane grond van de gebouwen specifieke aandacht. Dit gebeurt in de Plintenstrategie. Leeswijzer Beeldkwaliteitsplan Dit beeldkwaliteitsplan bestaat uit vijf hoofdstukken; A tot en met E. Het eerste hoofdstuk beschrijft de geschiedenis van het gebied en haar stedenbouwkundige samenhang met de stad. Hoofdstuk B gaat in op de beoogde identiteit voor Laakhavens. Het derde hoofdstuk beschrijft en illustreert de ruimtelijke principes waarop het stedenbouwkundig plan is gebaseerd en die ten grondslag liggen aan de architectonische uitwerking van de verschillende ontwikkelingen in het gebied.
Deze eerste drie hoofdstukken vormen als het ware de directe vertaalslag van de Haagse Kernkwaliteiten uit het Kwaliteitsplan naar Laakhavens. De uitwerking van de Kwaliteitsopgaven komt tot uiting in Hoofdstuk D en E. Hoofdstuk D bevat een set van ambities, referenties en ontwerpregels en is te lezen als naslagwerk. De ontwerpregels zijn geclusterd in elf thema’s. Per thema is de ambitie geformuleerd - deze staat voorop. De
ontwerpregels zijn geen doel op zich, ze vormen een handleiding waarmee de ambities kunnen worden verwezenlijkt. Het beeldkwaliteitplan staat open voor afwijkende ontwerpen die vindingrijk, divers en uitdagend zijn, wanneer deze aantoonbaar aan de ambities voldoen. Hoofdstuk E als laatste, geeft inspirerende voorbeelden voor verschillende type plinten. Het biedt een handreiking in de zoektocht van ontwerpers om grootschalig programma op een kleinschalige wijze in te passen. Lopende projecten De ontwikkeling van The Grace liep vooruit op het beeldkwaliteitsplan. Voor dit project is een afzonderlijk beeldkwaliteitsdocument (RIS311267) opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is wel van toepassing op het project Escher Gardens, maar hier is de maatvoering uit de plankaart van het bijbehorende bestemmingsplan maatgevend. Werken in de geest van het stuk Uitwerkingen dienen in de geest van het beeldkwaliteitsplan gemaakt te worden, niet in de letter. Alle getoonde referenties en verbeeldingen dienen gelezen te worden als impressies, zonder dat er rechten aan kunnen worden ontleend. Nieuwbouw, transformatie en tijdelijkheid Het beeldkwaliteitsplan vormt een leidraad voor zowel de nieuwbouwontwikkelingen, de transformatie van bestaand vastgoed, als de tijdelijke initiatieven in het gebied.
In de inleiding van Hoofdstuk D op pagina 56 staat uitgelegd hoe de betreffende architect, ontwerper en/of initiatiefnemer het beeldkwaliteitsplan toepast. Het beeldkwaliteitsplan geldt als leidraad voor elke fase van ontwikkeling, tenzij het ruimtelijk verantwoord is om hiervan af te wijken.
7
A
CONTEXT
Laakhavens omringd door verschillende identiteiten
10
A Laakhavens; eiland in de stad Door de geschiedenis getekend “Een vreemde eend in de bijt”, zo zou je Laakhavens kunnen omschrijven. Een ruig stukje stad, afgesloten van én tegelijkertijd omringd door Haagse woonwijken. De Trekvliet, die het gebied aan de oostkant begrenst, vormde de historische scheepvaartsroute naar het centrum. In de Stationsbuurt, de wijk ten noorden van Hollands Spoor is deze route nog goed zichtbaar in het stratenpatroon. De Stationsbuurt is tevens het eerste stukje stadsuitbreiding waarmee station Hollands Spoor aan de binnenstad vastgroeide. In de loop van de jaren breidt de stad zich verder uit. De Schilderswijk groeit stapsgewijs richting het zuidoosten, met de spoorlijn als logische stadsgrens. Het gebied aan de andere kant van het spoor krijgt een geheel andere invulling. Het wordt gezien als kansrijke locatie voor een nieuwe stadshaven. In januari 1898 werd begonnen met de aanleg van de Laakhavens. December 1931 werd het Laakkanaal officieel opengesteld voor de scheepvaart en is Laakhavens een feit. Wanneer grote uitbreidingsplannen van de stad nodig zijn om de snel groeiende bevolking te kunnen huisvesten, wordt de sprong over de haven heen gemaakt. Het strakke uitbreidingsplan van Berlage vult vanaf de jaren ‘30 het gebied tussen Haagse industrie en Rijswijks groen. Vanaf de jaren ‘60 raakt Laakhavens in verval.
Industrieën vertrekken, het gebied krijgt een andere invulling. Vanwege zijn geïsoleerde ligging tussen spoorlijn en water, kan het gebied zich vrij autonoom en organisch ontwikkelen. Unieke stedenbouwkundige en architectonische concepten
landen hier, zoals de integrale campusontwikkeling rondom de Haagse Hogeschool en de meerlaagse shoppingmall MegaStores. Het zijn grote gebaren van opzichzelfstaande gebouwen die zich niet laten leiden door traditionele verkavelingsprincipes. De dynamische geschiedenis van Laakhavens heeft ertoe geleid dat het voormalig havengebied is uitgegroeid tot
een gebied met een divers programma waarbij zowel woningbouw als bedrijvigheid een plek hebben gevonden, evenals retail en onderwijs. Ondanks de geïsoleerde ligging is het gebied goed ontsloten voor autoverkeer en openbaar vervoer. Voor voetgangers en fietsers, maar ook voor flora en fauna, is het echter een moeilijk bereikbaar eiland in de stad.
11
Station Hollands Spoor Voor de totstandkoming van Laakhavens vormen twee ontwikkelingen de grondslag. De eerste ontwikkeling dateert uit 1843, wanneer de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) het eerste station van Den Haag opende: Station Hollands Spoor. Het was het eindpunt van de lijn vanaf Amsterdam en Leiden. In 1847 werd de lijn doorgetrokken naar Rotterdam en vervolgde het zijn weg met een ruime boog dwars door de NoordPolder van Rijswijk. Het spoor werd bewust op afstand van de stad aangelegd. Het huidige iconische stationsgebouw is ontworpen door architect Dirk Margadant en dateert uit 1891. Het is gebouwd in een neorenaissance stijl, in rode baksteen met rijkelijke toepassing van graniet en zandsteen. Deze bouwstijl is niet uniek in Den Haag maar is veelvuldig toegepast in de stad. In dezelfde periode werd de spoorbaan verhoogd. Er kwamen twee onderdoorgangen; één ter hoogte van de Rijswijkseweg, zodat de stoomtram het spoor kon passeren en één ter hoogte van de huidige Vaillantlaan/Calandstraat. Het station was eenzijdig geörienteerd op de stad. Dit is eenvoudig te verklaren door de ligging van de spoorlijnen net buiten de stad, waarbij het logisch was dat het stationsgebouw zich richtte op de stad en niet op het platteland erachter.
B E E L DB E PAL EN D L A A KH AV EN S
Station Hollands Spoor bouwjaar: 1891 status: Rijksmonument beeldbepalend door: architectuurhistorische, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. 12
Stadshaven Een tweede ontwikkeling die belangrijk is voor het ontstaan van Laakhavens is de realisatie van de stadshaven. Van oudsher concentreerde de bedrijvigheid in Den Haag zich rond het Spui. Eind negentiende eeuw raakte het Spuikwartier als gevolg van de toenemende industrialisatie en bevolkingsgroei overvol; grote bedrijven weken uit naar de rand van de stad. Door particulieren uit het bedrijfsleven werden plannen gemaakt voor de aanleg van een nieuwe binnenhaven. De belemmeringen die men ondervond in de bedrijfsvoering, het gebrek aan ruimte en de trage en dure vervoersmogelijkheden, noodzaakten hiertoe. Pas onder bewind (1890-1918) van de directeur Gemeentewerken ingenieur Isaac Anne Lindo kreeg het idee van een stadshaven daadwerkelijk gestalte. In 1902 diende Lindo een totaalplan in, met daaraan gekoppeld een globaal bestemmingsplan voor de haventerreinen. Zijn definitieve vorm kreeg Laakhavens tussen 1902 en 1930. Kenmerkend voor de visie van Lindo, en ook toegepast in Laakhavens, zijn de diagonaal aangelegde hoofdverkeerswegen met pleinachtige kruisingen. Het Laakkanaal, dat vanaf de Trekvliet parallel aan de Laak met een flauwe knik ter hoogte van de brug in de Rijswijkseweg naar de spoorbaan loopt, vormt de hoofdader van het gebied. Op drie plaatsen bevinden zich zogenaamde insteekhavens. Parallel aan de waterwegen lopen de kades en bebouwing.
Het havengebied wordt doorkruist door 3 brede verbindingswegen die de verbinding vormen met de binnenstad en het gebied ten zuiden van de havens.
13
Tijdlijn
1843
1880
1910 - 1930
Laakhavens is poldergebied
Gebied wordt stadshaven
1885
Station Hollands Spoor
14
1936
start bouw Schipperskwartier
RAC Hallen
vanaf 1980 1966
Start transformatie havengebied
Laatste beurtschip verlaat de haven
1949
1971
Stationspostgebouw
Jaren’70
Actiegroep ‘Het Vergeten Dorp’
transformatie Neherkade
rond 1990
rond 2000
rond 2020
Het centrum van het gebied transformeert. Bedrijvigheid, grootschalige detailhandel en onderwijs doen hun intrede. De tweede havenarm wordt gedempt.
Extra verbindingen onder het spoor door. (voet- en fietsgangerstunnel bij het station met een zuidelijke entree, tramtunnel Leeghwaterplein)
De transformatie naar een gemengd milieu zet door. Historische gebouwen krijgen nieuwe invulling
1988-1998
transformatie Slachthuisterrein
1995
1990-1996
2000
stationstunnel fietsers en voetgangers
Haagse Hogeschool
2020
MegaStores
Caland Dock
2022
Haagse Sportcentrale
15
Samenhang met de omgeving Een preciezere beschouwing van de inbedding van Laakhavens in de stad laat een bijzondere ruimtelijke opbouw zien. Het gebied wordt begrensd door twee harde randen: het verhoogde treinspoor naar het noordwesten en het moeilijk oversteekbare Laakkanaal aan de zuidoostzijde. Direct grenzend aan deze doorgaande lijnen staan lange, gesloten hoogbouwblokken, zoals de Lamel, of worden hoge torens gerealiseerd. Ten noorden van het spoor en ten zuiden van de Neherkade bestaat de stedelijke morfologie uit compacte blokken van drie tot zes lagen hoog. Het middengebied van Laakhavens is wisselend qua hoogte en altijd beduidend lager dan de randen. Er ontstaat hierdoor een soort golvende skyline.
BE E LDBE PALE ND L AAK H AVE NS
De Lamel bouwjaar: 1991 status: Beeldbepalend beeldbepalend door: architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde.
Grote bouwblokken langs de randen van het gebied.
De combinatie van hoogbouw en spoor aan de noordzijde, en grote bouwblokken met een drukke stadsweg langs het water aan de zuidzijde, maakt dat Laakhavens een relatief geïsoleerde positie inneemt. Het stedenbouwkundig plan uit de ontwikkelvisie zoekt aansluiting bij het stedelijk netwerk achter de harde grenzen. Zowel in maat & schaal; de korrelgrootte van de bebouwing, als in het slechten van barriéres voor wandelaars en fietsers. Deze uitgangspunten werken door in de architectuur. 16
Achter de randen ligt een fijnkorrelig stratenpatroon met lagere gebouwen in menselijke schaal.
Laakhavens wordt begrensd door twee harde randen 17
Samenhang tussen de deelgebieden Er zijn vijf deelgebieden te onderscheiden: A. Laakhaven-West B. Laakhaven Centraal C. Campuskwartier D. Schipperskwartier E. Spoorzone HS Deelgebied B t/m E behoren tot het gebied waar het beeldkwaliteitsplan voor geldt. Deelgebied A, LaakhavenWest, maakt geen onderdeel uit van het plangebied. Vanwege zijn directe ligging aan het plangebied, wordt Laakhaven-West in deze analyse wel meegenomen in de zoektocht naar samenhang en identiteit.
E
D
C B A
Transformatie Laakhavens - de jaartallen geven de laatste transformatieperiode van de verschillende deelgebieden aan.
18
A. Laakhaven-West; Gemengde nieuwe buurt
B Laakhaven Centraal; Megalomaan bedrijventerrein
In de afgelopen jaren transformeerde deze buurt met de komst van diverse nieuwe appartementsgebouwen. Welstandsvrije ontwikkeling leverde een vrij eenzijdige architectonische uitstraling met laagwaardige achterkanten. Het industriële verleden is nog voelbaar door enkele historische gebouwen, zoals de Haagse Sport Centrale, het Maakhaven-complex en de industriële kranen op de kade. Het is tevens een functionele haven; De Calandkade dient als aanlegplaats voor de schepencarrousel. De openbare ruimte is gericht op meerdere type gebruikers. De auto is nog steeds zichtbaar aanwezig in het straatbeeld. Er zijn echter ook stukken ingericht voor alleen de voetganger, waar ruimte is voor ontspannning en ontmoeting.
In Laakhaven Centraal maakte de havenindustrie vanaf de jaren ‘90 plaats voor twee beeldbepalende ontwikkelingen; grootschalige retail en bedrijfsruimtes. Een verscheidenheid aan reusachtige bouwblokken vormen, samen met een openbare ruimte gericht op auto en logistiek, het hedendaags straatbeeld. Brede straten, veel parkeerruimte en weinig groen. Het gebied kent veel leegstand, maar ook een aantal creatieve en maatschappelijke hotspots zoals Labs55, Het Haags Hiphop Centrum en BikeShop Den Haag. De gemiddelde bouwhoogte bedraagt ca 3 bouwlagen, met hoogbouw en hoogte-accenten langs het spoor en het water (35 tot 70 meter).
19
C. Campuskwartier; een compacte mix van functies
D. Schipperskwartier; woonbuurt aan het water
Het grootste gedeelte van dit gebied is in de jaren ‘90 in één keer ontwikkeld. Samen met de komst van de Haagse Hogeschool, bood het ruimte aan kantoren, woningen en voorzieningen. De ondergrondse parkeervoorziening maakt het hart van het gebied autoluw. De oude insteekhaven is bewaard gebleven en brengt ruimte, lucht en verkoeling. Overdag is het hier levendig door de vele studenten. Helaas is er in de buitenruimte weinig ruimte gereserveerd voor groen en ontmoeting. Ondanks de stedenbouwkundige en architectonische samenhang, is er weinig aandacht geweest voor de interactie tussen binnen en buiten. De gemiddelde bouwhoogte bedraagt 7 a 8 bouwlagen, met enkele hoogbouw en hoogte-accenten (35 tot 70 meter).
De eerste huizen in het Schipperskwartier stonden er al voor de aanleg van het Laakkanaal en de havens. Het gebied tussen de Rijswijkseweg en de Trekvliet is in de jaren ‘80 vrijwel geheel gesloopt en herbouwd. De slechte woningen maakten plaats voor sociale woningbouw, met langs de Rijswijkseweg sociale en commerciële voorzieningen. De geschakelde appartementsblokken worden ontsloten door straten met veel groen en sport- en speelplekken. Verspreid langs het water staan nog enkele relicten uit het begin van de 20e eeuw. De gemiddelde bouwhoogte bedraagt 3 tot 4 bouwlagen.
20
E. Spoorzone HS; stationsgebied De strook tussen station Hollands Spoor en de Waldorpstraat is een bijzonder gebied met een eigen taal. Het onttrekt zich aan de wijken en speelt een rol op stedelijke schaal; hier komt men Den Haag binnen! Sinds 2020 letterlijk met de nieuwe stationsentree richting Laak. De gebouwen in deze strook ondersteunen het belang van de stedelijke plek. Een goed voorbeeld hiervan is het recentelijk gerenoveerde monumentale stationspostgebouw. Het iconische gehalte van de afzonderlijke gebouwen heeft ook een keerzijde; de relatie met de omgeving is bij elk gebouw fragiel en draagt helaas niet bij aan het welkome gevoel dat je bij een stationsgebied van dit formaat zou mogen verwachten. Ook het bestaande viaduct werkt hierbij als barriére.
Conclusie ONGELIJKMATIGE TR ANSFORMATIE VAN HAVEN NAAR STEDELIJK GEBIED
De transformatie van de industriële stadshaven heeft lang op zich laten wachten. In de jaren’80 is vooral geïnvesteerd in het Slachthuisterrein en het Schipperskwartier. Pas in de jaren’90 is het centrale deel van Laakhavens aan de beurt met de introductie van de Hogeschool, woningbouw, kantoren en de MegaStores. De meest recente transformaties zijn te zien in Laakhaven-West en rondom het station. BEL ANG VAN HET STATIONSGEBIED
Ook de eerstvolgende ontwikkelingen zullen rondom het station plaatsvinden. Het biedt een uitgelezen kans om het stationsgebied een impuls te geven en te werken aan een uitstraling die past bij de allure en dynamiek van een station met internationale betekenis. Met levendige plinten, interactie tussen binnen en buiten en een openbare ruimte die naadloos aansluit op het stedelijke wandel- en fietsnetwerk. Tegelijkertijd is dit dé plek waar je Laakhavens binnenkomt. Het stationsgebied zal daarom tevens een passende eenheid moeten vormen met de rest van Laakhavens. ONTBREKEN VAN SAMENHANG IN ARCHITECTUUR & BUITENRUIMTE
De deelgebieden van Laakhavens kennen een programmatische invulling die sterk van elkaar verschillen. Dit heeft ook zijn impact op de aangrenzende buitenruimte. In de archituur zien we verschillende stijlen die de tijdsgeest of functie reflecteren. Deze willekeur draagt in grote mate bij aan een verrommeld straatbeeld. De deelgebieden worden nog eens extra van elkaar gescheiden door autoverkeer gedomineerde stadswegen. SAMENHANG VERSTERKT IDENTITEIT L AAKHAVENS
De aanwezige diversiteit in Laakhavens vraagt om een stevig beeldkenmerk dat harmonie en samenhang brengt in het gebied. Samenhang in de architectuur en buitenruimte draagt bij aan een herkenbaar stuk stad, waar mensen makkelijk de weg kunnen vinden, graag doorheen wandelen en zich veilig voelen. Een samenhangende beeldtaal betekent niet dat alles er hetzelfde uit komt te zien. Het bebouwd programma, de inrichting van de buitenruimte en de uitstraling van het gebouw maken samen elke ontwikkeling in Laakhavens passend voor zijn plek.
21
22
B
IDENTITEIT LAAKHAVENS
B De Laakhavens formule De Nieuwe Haagse School Den Haag is trots op zijn statige architectuur met een duidelijke iconische uitstraling. Er is zelfs een eigen architectuurstijl uit voortgekomen in de vorm van de Nieuwe Haagse School, waarin sprake is van een sculpturale kubistische aanpak. Het basismateriaal is baksteen en kent daarnaast vele details in de entrees, balkons en raamopeningen. De belangrijkste aspecten van de Nieuwe Haagse School vormen een tactiele architectuur die keer op keer stevig op de grond staat en goed is aangesloten op de stad. Deze aspecten worden in de hele stad als waardevol gezien en worden daarom ook toegepast in de Laakhavens. Industrieel verleden als inspiratiebron Om een sterke identiteit te vormen grijpen we terug op het industriële verleden van Laakhavens. Hoewel er weinig gebouwen uit die tijd bewaard gebleven zijn, is het rauwe havenkarakter nog steeds voelbaar aanwezig. Bijvoorbeeld in de brede straten, de stevige kades met stoere randen, en de relatie met het water. De bedrijvigheid spreekt tot de verbeelding en past bij de dynamiek van het gebied. Daarnaast is het innovatieve karakter van de haven een belangrijke inspiratiebron; de economische motor die destijds werd aangelegd voor de stad Den Haag. In Laakhavens wordt dit vertaald naar de innovaties die nu nodig zijn, zodat deze plek een economische motor van de stad kan blijven.
Het biedt ruimte voor circulaire economie en maakindustrie. Ook tijdelijke initiatieven dragen hieraan bij. 24
LAAK
Nieuwe Haagse Sch
Tactiele architectuur met een menselijke m die stevig op de grond staat.
HAVENS
hool
maat,
Industrieel verleden De historie van de haven als inspiratiebron voor architectuur, dynamiek en levendigheid op straat. 25
warme kleuren in de gevel
typische dakvorm
contrast tussen hoge en lage bebouwing
accenten in de gevel
historische kwaliteiten
actieve plint van 2 lagen integratie van groen
voetganger centraal
contact met het water referentie Manchester KAMPUS
26
Zo ziet dat eruit Om een goede indruk te geven welke stedelijke sfeer wordt geambieerd in Laakhavens is een referentieproject opgenomen. Het betreft hier de Kampus van Manchester waar een eigentijds binnenstedelijk milieu is gerealiseerd met een duidelijke verwijzing naar het industriële verleden. De geschiedenis van Manchester Kampus is vergelijkbaar met Laakhavens. Voorafgaand aan de transformatie stond hier een smeltkroes aan gebouwen, met hoofdzakelijk kantoortorens uit de jaren ‘60 en slechts een paar industriële, cultuurhistorische gebouwen. De Manchester Kampus laat zien dat bij stedelijke vernieuwing in hoge dichtheid gewerkt kan worden met verschillende schalen in bebouwing zodat er altijd sprake is van een aangename menselijke schaal in het gebied. Deze schaal wordt gekoppeld aan een serie actief geprogrammeerde plinten en een voetgangersvriendelijk maaiveld. Het water en het groen spelen hier een belangrijke rol bij het realiseren van een klimaatadaptief stadsdeel. De materialisering van de architectuur geeft met de toepassing van hoofdzakelijk baksteen een warme sfeer die goed samenkomt met de bestaande industriële gebouwen die compleet vernieuwd zijn. Zelfs de getransformeerde kantoorgebouwen zijn op een goede manier ingepast.
referentie Manchester KAMPUS
27
Van Laakhavens naar Maakhavens
Nieuw e bo uw vo lumes
His to ris che Kw aliteiten 28
D e hi stori sche kwaliteiten vor men samen met de o pgaves van nu het nieuw e dynamis che Laakhave n s. 29
1
B EEL DB EPA L EN D L A A KH AV ENS
2
1. Rijks Automobiel Centrale bouwjaar: 1929 - 1949 status: Beeldbepalend beeldbepalend door: architectuurhistorische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarde.
3
2. Kantoor Havenmeester bouwjaar: 1900 status: Rijksmonument beeldbepalend door: cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. 3. Goudriaankade 13 - 18 bouwjaar: 1914 - 1916 status: Beeldbepalend beeldbepalend door: architectuurhistorische waarde. 4. Villa Steenoord bouwjaar: ca 1887 status: Gemeentelijk monument beeldbepalend door: architectuurhistorische waarde. 5. Stationspostkantoor bouwjaar: 1949 status: Rijksmonument beeldbepalend door: architectuurhistorische, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. 30
4
5
Maakhavens architectuur Inspiratie uit het gebied In Laakhavens vinden we nog enkele representatieve gebouwen uit het industriële verleden; · Het Maakhavencomplex aan de Calandkade; · De voormalige RAC Hallen, nu de Haagse Sportcentrale; · Het oude Havenkantoor op de hoek van het Laakkanaal en de Trekvliet; · Enkele historische panden aan de Goudriaankade en de Bontekoekade; · Het Stationspostgebouw. Het zijn stuk voor stuk panden die de ziel van het gebied uitdragen. Stoere, functionele gevelontwerpen en dakvormen die ruimte boden aan het werken en wonen van toen. In baksteen opgetrokken, met oog voor de menselijke maat. Met weloverwogen raampartijen die licht en lucht brachten waar dat nodig was en verfijnde details rondom entrees en op de hoeken. Raamopeningen, materiaalgebruik en ritmiek brachten in de gevelopbouw tevens een helder onderscheid tussen de plint en de bovengelegen verdiepingen.
rijkheid aan details
speciale elementen (erkers)
uitgesproken ingang
speelse volumes
ritmiek in de gevel
uitgesproken hoek
De architectonische kenmerken van deze gebouwen zijn hier gebundeld in karakteristieke afbeeldingen. Ze vormen een belangrijke inspiratiebron voor de ontwerpregels in Hoofdstuk D.
31
32
baksteen tot aan de grond
lijsten om grote openslaande deuren
verticale openingen
verschillende materialen
boven en onderdorpel bij raampartijen
diepe neggemaat
donkere kozijnen
roedeverdeling raampartijen
gebogen ramen
kader rond ramen
zaagdak
uitgesproken beëindiging
bijzonder dak
overgang binnen - buiten
daklijst
RAC Hallen - 1936
33
34
C
RUIMTELIJKE PRINCIPES
C Ruimtelijke principes De ruimtelijke principes van Laakhavens worden toegelicht aan de hand van; · Het landschappelijk raamwerk en de thema’s uit de visie op de buitenruimte.
*
· De lange lijnen die het gebied met de stad verbinden, en het fijnmazige netwerk van tussenstraten dat hierop aansluit. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de verschillende type structuren. Er wordt per structuur ingegaan op de positie in het stedelijk netwerk, het karakter van de buitenruimte, de opbouw van de bouwvolumes en de oriëntatie van het programma. · De informele wandelroute die door het gebied heen loopt en de ‘Smaakmakers’ met elkaar verbindt. · Het Stationsgebied en zijn positie in het stedelijk netwerk.
Legenda landschappelijk raamwerk
Bestaande bebouwing
Nieuwe ontwikkeling
Grens van het plangebied
* reeds in ontwikkeling
36
Smaakmaker
Landschappelijk raamwerk Ontwikkelvisie Laakhavens Hollands Spoor
*
37
Maquette Laakhavens tijdens CID-dagen okt’22
38
Landschappelijk raamwerk Laakhavens transformeert naar een groene hoogstedelijke woon-werk omgeving in het hart van de stad. Hand in hand met de verdichting treed eveneens een vergroening op die inspeelt op de Haagse duurzaamheidsambities. Op dit moment is 30% van Laakhavens bebouwd, 57% verhard en bestaat 13% uit groen en water. De ambitie is om deze verdeling totaal op zijn kop te zetten en te streven naar een verhouding van 25% bebouwd, 20% verhard en 55% voor groen en water. Deze ambitie wordt nader toegelicht en uitgewerkt in het nog op te stellen integraal buitenruimteplan. Het landschappelijk raamwerk zet in op; 1. Voetgangersvriendelijk district;
1. VOETGANGERSVRIENDELIJK DISTRICT Van een auto gedomineerd gebied naar een wandel-
2. GEMENGD PROGRAMMA Van monofunctionele deelgebieden naar een levendig
netwerk van goed verbonden publieke ruimtes.
gebied waar functies op gepaste wijze met elkaar mixen.
3. EEN TACTIELE OMGEVING
4. GROEN, GEZOND EN INNOVATIEF
2. Gemengd programma; 3. Een tactiele omgeving; 4. Groen, gezond en innovatief.
Van gesloten gevels naar aantrekkelijke plinten en een prettig microklimaat op de straat.
Van verharde buitenruimte naar een duurzame, klimaatbestendige omgeving, die aanzet tot ontmoeten en bewegen.
39
Impressie Waldorpstraat ter hoogte van MegaStores
40
Lange lijnen & tussenstraten Den Haag is de stad van de lange lijnen. Ook het kwaliteitsplan CID speelt hierop in. Ze zijn herkenbaar en continu van karakter en dragen bij aan de leesbaarheid van het netwerk. In Laakhavens vormen de lange lijnen de hoofdstructuur. Samen met tussenstraten vormen ze een fijnmazig netwerk. Een netwerk dat prettig is voor voetgangers en voldoende ruimte biedt voor fietsers. Het netwerk waarborgt de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het gebied. De inrichting van de openbare ruimte en de aangrenzende bebouwing spelen hierop in.
De openbare ruimte kent verschillende structuren die onderscheiden worden door hun formele en informele karakter. De specificering is onder andere gebaseerd op verkeersstromen en hun intensiteit en de ruimtelijke mogelijkheden van het bouwblok. De gebouwen in de spoorstrook kennen tevens een formele kant die een directe relatie heeft met het spoor en de zichtbaarheid vanuit de trein en vanaf het station. Onderstaande kaart laat dit zien. Op de volgende pagina’s worden de verschillende structuren toegelicht.
Structurenkaart Laakhavens, gebaseerd op raamwerkkaart Ontwikkelvisie
Legenda Formele structuren Stadsboulevard Stadsboulevard - Stationsgebied Stadstraat Kade Spoorcorridor Informele structuren Interne hoofdstraat Plekken: Laakhavenpark / Campushart Tussenstraat
41
Stadsboulevard Lange lijn verankerd in de stad · Onderdeel van stedelijk netwerk voor: · wandelaars, fietsers en openbaar vervoer, · gemotoriseerd verkeer; logistieke aanrijroutes, nood- & hulpdiensten, · ondergrondse infrastructuur, · boom- en groenstructuren. Groene, levendige buitenruimte · Met minstens een dubbele bomenrij. · Buitenruimte met verblijfskwaliteit. · Continuïteit in bestrating. Formeel bebouwingsprofiel · Strakke rooilijn als basis. · Uitkragingen tot 1 meter buiten de rooilijn mogelijk. Vanaf derde bouwlaag, mits ondergeschikt. · Hoogte-accenten in de stedelijke laag mogelijk. Formele voorkanten · Programma dat zich richt op de straat. · Voorkant met entrees. · Publieke, economische en logistieke functies in de plint, in combinatie met lobby’s voor hoger gelegen functies.
Bebouwing aan de spoorkant wordt vanaf de Stadsboulevard bediend. Randvoorwaarden en uitgangspunten voor de kruisende bewegingen in relatie tot de veiligheid voor fietsers en voetgangers en de aantrekkelijkheid voor verblijven zijn cruciaal. 42
Voorbeelduitwerking Stadsboulevard
Interne hoofdstraat Binnenstraten · Hoofdwandelroute dwars door het gebied. · Voetgangersgebied; voetganger op één. · Ruimte voor fiets en (bestemmings)logistiek, mits ondergeschikt aan wandelaar. · Geen doorgaande route voor gemotoriseerd verkeer. Groene, levendige buitenruimte · Met minstens een enkele bomenrij. · Buitenruimte met verblijfskwaliteit. Semi-formeel bebouwingsprofiel · Ruimte voor een variërende rooilijn. · Uitkragingen tot 2 meter buiten de rooilijn mogelijk. Vanaf derde bouwlaag, mits ondergeschikt. · Sterke variatie in hoogte en diepte. · Setback voor bouwlagen boven de 25 meter in verband met behoud van voldoende lucht & licht. Semi-formele voorkanten · Commerciële plinten en woonplinten. · Het actief gebruiken van de buitenruimte door bewoners en bezoekers wordt aangemoedigd.
Voorbeelduitwerking Interne hoofdstraat
43
Stadstraat Lange lijn verankerd in de stad · Onderdeel van stedelijk netwerk voor: · wandelaars, fietsers en openbaar vervoer, · gemotoriseerd verkeer, · ondergrondse infrastructuur, · boom- en groenstructuren. Groene inrichting · Met minstens een dubbele bomenrij. · Groenvakken met waterretentie. · Continuïteit in bestrating. · Auto en langzaamverkeer gescheiden. Formeel bebouwingsprofiel · Strakke rooilijn als basis. · Uitkragingen tot 1 meter buiten de rooilijn mogelijk. Vanaf derde bouwlaag, mits ondergeschikt. · Hoogte-accenten in de stedelijke laag mogelijk. Formele voorkanten · Hoge frequentie van verkeersstromen. · Publieke, economische en logistieke functies in de plint.
44
Voorbeelduitwerking Stadstraat
Tussenstraat Binnenstraten · Verbindings- en verblijfsstraten. · Voetgangersgebied; voetganger op één. · Waar nodig ruimte voor fietsers en bestemmingslogistiek. · Toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten voldoende gewaarborgd. Groene, levendige buitenruimte · Met minstens een enkele bomenrij · Buitenruimte met verblijfskwaliteit. Informeel bebouwingsprofiel · Ruimte voor een variërende rooilijn. · Uitkragingen tot 1 meter buiten de rooilijn mogelijk. Vanaf derde bouwlaag, mits ondergeschikt. · Sterke variatie in hoogte en diepte. · Setback voor bouwlagen boven de 25 meter in verband met behoud van voldoende lucht & licht. Informele voorkanten · Werk-, winkel-, en woonstraatjes. · Intensief gebruik door bewoners of bedrijven/werknemers.
Voorbeelduitwerking Tussenstraat werken
Voorbeelduitwerking Tussenstraat wonen
45
Laakhavenpark Bestemming in Laakhavens · Verblijfsgebied · Voetgangersgebied; voetganger op één. · Waar nodig ruimte voor fietsers en bestemmingslogistiek. · Toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten voldoende gewaarborgd. Groene rand · Loopt over in een groene buitenruimte. · Sterke relatie tussen architectuur en het park. Semi-formeel bebouwingsprofiel · Ruimte voor een variërende rooilijn. · Uitkragingen tot 2 meter buiten de rooilijn mogelijk. Vanaf derde bouwlaag, mits ondergeschikt. · Sterke variatie in hoogte en diepte. · Hoogte-accenten in de stedelijke laag mogelijk. Semi-formele voorkanten · Commerciële, economische en publieke plinten, gecombineerd met woonplinten. · Sterke relatie tussen bebouwd programma en het park. · Het actief gebruiken van de buitenruimte door bewoners en bezoekers wordt aangemoedigd.
46
Voorbeelduitwerking Laakhavenpark
Impressie park Laakhaven Centraal
47
Laakhavenpark
48
Voorbeelduitwerking Laakhavenpark
Kade
Lange lijn verankerd in de stad · Onderdeel van stedelijk netwerk voor: · wandelaars, · ondergrondse infrastructuur, · boom- en groenstructuren. · Geen doorgaande route voor gemotoriseerd verkeer. · Waar nodig ruimte voor fietsers en bestemmingslogistiek. · Toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten voldoende gewaarborgd. Groene, levendige buitenruimte · Met minstens een dubbele bomenrij. · Combinatie van natte en droge vegetatie. · Buitenruimte met verblijfskwaliteit. · Relatie met het water. Formeel bebouwingsprofiel · Strakke rooilijn als basis. · Uitkragingen tot 1 meter buiten de rooilijn mogelijk. Vanaf derde bouwlaag, mits ondergeschikt. · Hoogte-accenten in de stedelijke laag mogelijk. Formele voorkanten · Open actieve plint. · Commerciële voorzieningen en werkruimtes.
Voorbeelduitwerking Kade
49
Legenda Netwerk lange lijn Waldorpstraat lange lijn Kade interne, informele wandelroute belangrijkste verbindingsroutes
Plekken van betekenis - indicatief * plekken in de buitenruimte Smaakmakers - bestaand Bestaande smaakmakers hebben een architectonische en/ of een maatschappelijke waarde
De Smaakmakers en hun relatie met het wandelnetwerk door Laakhavens
50
Smaakmakers - nieuw Nieuwe smaakmakers hebben een architectonische én een maatschappelijke waarde
* Gebaseerd op raamwerkkaart Ontwikkelvisie
Netwerk van ontmoetingsplekken Naast de formele lange lijnen, wordt Laakhavens doorkruist door een interne, informele wandelroute en verbindingsroutes. Dit netwerk verbindt de plekken van betekenis in het gebied. Plekken die fungeren als ontmoetinsgplek voor bewoners, werknemers, studenten, omwonenden. Ze faciliteren een maatschappelijk of economisch programma die een breed publiek aantrekken. Het gaat daarbij zowel om gebouwen, zoals bibliotheek en schoolgebouw, als om plekken in de openbare ruimte, zoals het park in Laakhaven Centraal en het hart van de Campus. Ook tijdelijke initiatieven spelen hierin een rol.
De Smaakmakers zijn de gebouwen die deze plekken markeren. Het zijn de (nieuwe) iconen van Laakhavens. Hun architectonische uitstraling speelt een belangrijke rol in de beeldkwaliteit. Het zijn tevens de gebouwen die - in ieder geval - in de plint een publiek, maatschappelijk programma huisvesten. De beeldkwaliteit van de nieuwe Smaakmakers wordt verder toegelicht in Hst D.5 Smaakmakers.
BEELD B E PA L E N D L A A K H AV E N S
B EEL DB EPALE ND L AAKHAVE NS
BE E LDBE PALE ND L AAKHAVE NS
Vliethage bouwjaar: 1983 status: Beeldbepalend beeldbepalend door: stedenbouwkundige en maatschappelijke waarde.
Haagse Hogeschool bouwjaar: 1996 status: Beeldbepalend beeldbepalend door: maatschappelijke waarde.
Haagse Sport Centrale bouwjaar: 1929 / 1949 status: Beeldbepalend beeldbepalend door: architectonische, cultuurhistorische en maatschappelijke waarde.
51
Stationsgebied Laakhavens Hollands Spoor
“Het internationale station van Den Haag krijgt aan de Laakzijde een stedelijke impuls. Aan beide zijden van de nieuwe stationsentree komt een levendig businesskwartier dat doorloopt van Leeghwaterplein tot in de kop van de Binckhorst.” uit: Ontwikkelvisie Laakhavens Hollands Spoor
52
ONTWIKKELINGEN STATIONSGEBIED
De recent gerealiseerde stationsentree aan de Laakzijde heeft deze kant van het station een belangrijke impuls gegeven. De toekomstige ontwikkelingen bouwen hierop voort. Ze maken van het stationsgebied een volwaardige plek in het stedelijk netwerk van Den Haag. ONTMOETEN & VERBLIJVEN IN DE BUITENRUIMTE
Zo transformeert de Waldorpstraat in een hoogwaardige, groene stadsboulevard. Het vormt een belangrijke schakel tussen onder andere de Loper Oude Centrum, Trekvlietplein en de stadscampus van de Haagse Hogeschool. Doorgaand autoverkeer maakt plaats voor voetgangers, fietsers en een groene inrichting. Ook het viaduct verdwijnt uit het straatbeeld. Het stationsplein aan de Waldorpstraat wordt het domein van de voetganger. Daarbij richt het zich niet alleen op reizigers als overstap- en doorreisgebied; het functioneert ook voor werknemers, bewoners en studenten als ontmoetingsplek. Met levendige plinten, interactie tussen binnen en buiten en een openbare ruimte die naadloos aansluit op het stedelijke wandel- en fietsnetwerk. HOOGBOUWCLUSTER RONDOM STATION
Het centrum van Den Haag maakt een sprong over het spoor. Stationsgebied Laakhavens Hollands Spoor biedt ruimte aan een hoogstedelijk en samenhangend hoogbouwcluster, met kenmerkende beeldkwaliteit die past bij het gebied. Het huisvest een gemengd programma van wonen, werken en voorzieningen. REGIONALE BETEKENIS
De ontwikkelingen geven het stationsgebied een nieuwe impuls, met een uitstraling die past bij de allure en dynamiek van een station met internationale betekenis.
Voorbeelduitwerking Stadsboulevard - Stationsgebied Voor uitgangspunten Stadsboulevard, zie pagina 42 53
D
ONTWERPREGELS
D Dit wordt Laakhavens! Het beeldkwaliteitsplan zet in op één samenhangend beeldmerk voor het hele gebied; een sterke Haagse identiteit voor Laakhavens, geïnspireerd op de historische kracht van het gebied. Het speelt in op de beleving van de stad op verschillende schaalniveaus: interactief bij de plint (straatniveau), een tactiele en warme stedelijke laag (buurtniveau) en - daar waar de raamwerkkaart het toelaat - verrassende toppen in de skyline (stadsniveau). Tegelijkertijd zal het gehele ontwerp een duidelijke samenhang vertonen die in zijn gehele uitstraling de eigenwijze plek in de stad mag versterken (typisch Laakhavens). Waarachtige gebouwen Van ontwerpers verwachten we concepten voor waarachtige gebouwen die aansluiten op de Laakhavensidentiteit. Hun verhaal is gebaseerd op de volgende 9 principes; 1. Geef uitdrukking aan een duidelijk architectonisch idee. 2. Organiseer gebouwen in verticale en horizontale zin. 3. Creëer samenhang met schaal en materiaal in de omgeving. 4. Ontwerp gebouwen vanuit meerdere zichtlijnen. 5. Geef het dak van het gebouw vorm. 6. Geef de gevels textuur en diepte/reliëf. 7. Gebruik gebouwelementen om de gevel te verrijken. 8. Ontwerp actieve voorzijdes. 9. Gebruik duurzame principes en praktijken in het gebouwontwerp. 56
Leeswijzer voor dit hoofdstuk De ontwerpregels zijn geclusterd in elf thema’s. Per thema is de ambitie geformuleerd - deze staat voorop. De ontwerpregels zijn geen doel op zich, ze vormen een handleiding waarmee de ambitie kan worden verwezenlijkt. Tegelijkertijd staat het beeldkwaliteitplan open voor ontwerpen die vindingrijk, divers en uitdagend zijn. Afwijken van de regels kan, wanneer wordt aangetoond dat aan de ambitie wordt voldaan. Nieuwe ontwikkelingen Voor nieuwbouwontwikkelingen is dit hoofdstuk te lezen als naslagwerk. Architecten en ontwikkelaars gebruiken de paragrafen die van toepassing zijn op de betreffende ontwikkeling. Transformatie van bestaand vastgoed Bij transformatie werkt dit hoofdstuk anders. Gebruik bestaande architectonische kwaliteiten als uitgangspunt, bijvoorbeeld bij beeldbepalende Post65-gebouwen. Voor de transformatie ligt de nadruk op de ambities voor de plint en het groen; de transformatie draagt bij aan de levendigheid en duurzaamheid van het gebied en een aangenaam verblijfsklimaat. Afhankelijk van de ontwikkeling wordt ook beoordeeld op de andere thema’s die van toepassing zijn, zoals stedelijke laag en kleur & tactiliteit.
Tijdelijke ontwikkelingen Ontwikkelingen van tijdelijke aard spelen in op de kansen van de plek en de ambities voor de lange termijn. De nadruk ligt op de plint en het groen; de tijdelijke ontwikkeling draagt bij aan de levendigheid op straat en een aangenaam verblijfsklimaat. De ambities gelden voor elke fase van ontwikkeling, tenzij het ruimtelijk verantwoord is om hiervan af te wijken.
1. VOLUMES
2. PLINT
3. STEDELIJKE L AAG
4. TORENS
Een aangenaam hoogstedelijk centrummilieu
Een levendige straat
Maakhavens op ooghoogte
Van veraf herkenbaar
5. SMAAKMAKERS
6. GROEN
7. BINNENTERREIN / DAKL ANDSCHAP
8. KLEUR EN TACTILITEIT
De toonaangevende gebouwen van Laakhavens
Duurzaam & toekomstbestendig
Ruimte voor stedelijke rust & ontspanning
9. SIGNAGE
10. STATIONSGEBIED
11. OVERIGE BOUWWERKEN
Verrijking van sfeer en identiteit
Het visitekaartje van Laakhavens
Industrieel & ecologisch
Statig met finesse
57
1
Gevarieerde bouwhoogtes
Relatie met openbare ruimte
Volume
ambitie
Een aangenaam hoogstedelijk centrummilieu
Laakhavens transformeert naar een hoogstedelijk centrummilieu waar mensen prettig wonen, werken, studeren en ontspannen. De voetganger speelt de hoofdrol en wordt bediend met een fijnmazig wandelnetwerk. De blokmaat van het ruimtelijk raamwerk is daar op gebaseerd. Robuuste stadsblokken van 6 tot 8 bouwlagen vormen de basis. Met hoogte-accenten en torens op bewuste plekken wordt de rijkdom van de stedelijke skyline vergroot. De gebouwvolumes worden ontworpen in samenhang met de omliggende straten en buitenruimte. Waar meer ruimte is, zijn bouwblokken hoger. Langs tussengelegen straatjes wordt een fijnere maat gehanteerd. Zo wordt overal voldoende licht en lucht gewaarborgd en dragen de volumes bij aan een aangename verblijfskwaliteit van de openbare ruimte. De ambitie voor het hele gebied is windklasse B. Op de raamwerkkaart in de Ontwikkelvisie zijn meerdere ontwikkelingen voorzien van een zone met parcelering en verspringing van de gevel. We streven naar een dynamisch straatbeeld door een diversiteit in afmetingen van gebouwkorrels. Deze zone biedt daar ruimte voor. Daarnaast biedt het ruimte om de verblijfskwaliteit van het gebied te vergroten. 58
Gevarieerde bouwhoogtes
Setback
Gevarieerde rooilijn
Regels
Volume · Het volume wordt ontworpen in relatie tot de aangrenzende straatprofielen. Een bouwblok kent formele en informele zijdes, zoals beschreven in hoofdstuk C ‘Lange lijnen & tussenstraten’. · Balkons en buitenruimten mogen buiten de rooilijn steken, mits deze ondergeschikt zijn aan het gevelbeeld. Zie hst. C. · De gemiddelde bouwhoogte van de stedelijke laag is 25 meter ten opzichte van peilhoogte. Accenten tot 35 meter zijn mogelijk, mits de gemiddelde hoogte van de stedelijke laag van het blok niet meer dan 25 meter bedraagt. Daarbij geldt bij Interne Hoofdstraten en Tussenstraten (zie p.41) een minimale setback van 3 meter voor bouwlagen boven de 25 meter.
TOREN
· De oriëntatie van bouwblokken houdt zoveel mogelijk rekening met een optimale bezonning van binnen- en buitenruimte. · Het ontwerp houdt rekening met wind en reduceert de effecten in de openbare ruimte en op daktuinen. Voor windhinder en bezonning wordt tevens verwezen naar het geldende beleid ten tijde van de planontwikkeling. · Richtlijn lengte blok max 110 meter. Regels
Voor zones met parcelering en verspringing* · De gevels van het bouwblok worden opgedeeld in korrels met een variatie in afmetingen, zodat een afwisselend straatbeeld ontstaat. De maatvoering is gerelateerd aan het aanwezige programma. De maximale korrelgrootte bedraagt 30 meter. · Minimaal 30% van de gevel van de stedelijke laag ligt terug ten opzichte van de uiterste rooilijn, met een minimale diepte van 1,5 meter. Deze ruimte levert een positieve bijdrage aan de verblijfskwaliteit van de buitenruimte, bijvoorbeeld in de vorm van gevelgroen, geveltuinen of terrassen. * Deze zones bevinden zich in Laakhaven Centraal, zie raamwerkkaart Ontwikkelvisie.
STEDELIJKE LAAG 18-25 m
PLINT
MAX 110 m
MAX 30 m 59
2
Overgangszone tussen binnen en buiten
Hoofdingangen
Plint
ambitie
Een levendige straat Bij een hoogstedelijk centrummilieu hoort, zowel overdag als ‘s avonds een aantrekkelijke begane grond. We streven naar een maximale programmamix in de plint; werken, winkels, voorzieningen en op gepaste plekken wonen. De programmakaart uit de ontwikkelvisie geeft een indicatieve verdeling over het gebied.
Groene plint
Overgangszone tussen binnen en buiten
Een passende architectuur is vooral uitnodigend, zorgt voor zachte overgangen tussen binnen en buiten en stimuleert het gebruik van de buitenruimte. Elk bouwblok wordt gekenmerkt door een rijke hoeveelheid herkenbare entrees. Het ontwerp van de plint wordt altijd in samenhang gezien met de direct aangrenzende buitenruimte. De architectuur houdt echter ook rekening met plekken waar interactie niet gewenst is. Privacygevoelige ruimtes, zoals behandelkamers of slaapkamers bevinden zich minimaal op laag 1. Afval en logistiek worden inpandig opgelost. Het streven is om de impact van deze functies op de gevel zo minimaal mogelijk te maken. De stad is constant in beweging. Een kantoor wordt een woning, een winkel wordt een werkplaats. De plinten van Laakhavens spelen hierop in, zonder dat een generiek gevelbeeld ontstaat. Zo blijft het gebied bruikbaar en aantrekkelijk; nu en in de toekomst. 60
Herkenbare entrees
Een levendige straat
Hoeken met accenten
Regels
Uiterlijke kenmerken plint · De plint is tussen de 4,5 meter en 9 meter hoog, ten opzichte van de aangrenzende openbare ruimte. · De begane grond is minimaal 3,5 meter hoog, afhankelijk van de beoogde functie. · De plint laat een gevarieerd gevelbeeld zien die de parcelering van het bouwblok benadrukt. · Vermijd lange gesloten gevels. Geef zoveel mogelijk functies een eigen entree aan de straat. Denk daarbij ook aan de functies op laag 1. · Richtlijn: in 110 strekkende meter plint bevinden zich gemiddeld 10 entrees, ter bevordering van de interactie tussen binnen en buiten.
PLINT 4,5 - 9m
· Accentueer de hoofdingangen. · Accentueer de hoeken. · Zet glas weloverwogen in. Richtlijn voor glasoppervlaktes is 30-80% van de totale gevel. Bij woningen is dat 30-60%.
Accentueer de hoeken.
Accentueer de hoofdingangen.
De plint laat een gevarieerd gevelbeeld zien die de parcelering van het bouwblok benadrukt. 61
Regels
Plintprogramma
Geef de plint voldoende hoogte die afgestemd is op het programma.
· De plint kent een mix aan functies die per bouwblok verschilt. · Geef de plint voldoende hoogte die afgestemd is op het programma. Zie hiervoor de afbeelding hiernaast. · Privacygevoelige ruimtes, zoals behandelkamers en slaapvertrekken bevinden zich minimaal op laag 1. · Activeer de hoeken van het bouwblok. · Creëer een overgangszone tussen binnen en buiten die past bij de programmatische invulling en kan wijzigen bij transformatie. · Maak transformatie van de plint mogelijk door flexibele plattegronden.
HORECA, WINKELS EN VOORZIENINGEN... hebben een hoge begane grond van minimaal 4,5 meter. Ruimtes op laag 1 zijn geschikt voor maatschappelijk of commercieel programma met een meer gesloten karakter.
WOONWINKELS... bestaan uit twee hoge verdiepingen. Ze hebben hun eigen entree op de begane grond, de showroom bevindt zich op de begane grond en laag 1.
BEDRIJFSRUIMTES MAAKINDUSTRIE... zijn bij voorkeur 6 meter hoog. Ruimtes op laag 1 zijn geschikt voor bedrijven en functies die minder grondgebonden zijn.
APPARTEMENTEN... hebben een royale entree aan de straat van bij voorkeur 6 meter, en minimaal 4,5 meter hoog. Bij grondgebonden woningen heeft de begane grond een royale hoogte.
· Ontwerp de plint in samenhang met de direct aangrenzende buitenruimte. · Uitkragende balkons zijn in de plint niet toegestaan. · Voor grondgebonden woningen; maak wonen in de plint aantrekkelijk. Creëer buitenruimte op maaiveld. Ontwerp dit altijd in samenhang met aangrenzende openbare ruimte en zorg voor voldoende zonlicht, zowel binnen als buiten. · Gebruik het plintenhandboek als leidraad.
Creëer een overgangszone tussen binnen en buiten die past bij de programmatische invulling en kan wijzigen bij transformatie. 62
Regels
Voor de functionele plint
Referenties voor de functionele plint
· Onder functionele plint wordt verstaan; logistieke functies zoals afvalinzameling, bevoorrading, bergingen, technische ruimtes en (fiets)parkeren. Deze functies hebben impact op het gevelbeeld. Er zal vroeg in het ontwerpproces nagedacht moeten worden over de methodes voor logistiek, afval en bevoorrading. · Logistieke functies worden inpandig opgelost; ze zijn compact en herkenbaar ingepast en mogen het gevelbeeld niet domineren. Ontwerp deze functies altijd in samenhang met de aangrenzende buitenruimte. Heb daarbij aandacht voor de bereikbaarheid en de (verkeers)veiligheid, het opstellen/ parkeren van wagens en containers en de in- en uitritten in relatie tot aangrenzende verkeersstromen. · Voor grondgebonden woningen geldt dat ook zij gebruik maken van het centrale afvalinzamelingssysteem. · Functionele plinten beslaan maximaal 25% van de totale plintgevel van het bouwblok, waarbij maximaal 50% van één gebouwzijde. · Er bevinden zich geen logistieke functies op hoeken die grenzen aan openbare straten met doorgaande routes voor voetgangers of fietsers.
Voorbeeld: plint met functionele geveldelen
· De route van parkeervoorziening naar woning loopt altijd via een gemeenschappelijke ruimte. Bijvoorbeeld binnendoor via een lobby of collectieve ruimte, of buitenom via de straat. Dit geldt ook voor fietsparkeren. · Maak functionele gevels aantrekkelijk. Denk bij het ontwerp aan (sociale) veiligheid, transparantie, de integratie van groenvoorzieningen, menselijke activiteit en afwisseling. Hoeken vrij van logistiek
INGANG PARKEREN
TECHNISCHE RUIMTE
AFVALINZAMELING & BEVOORRADING
Hoeken vrij van logistiek 63
3
Stedelijke laag
Bijzondere dakvorm
Balkons
Onderscheidend van de plint
ambitie
Maakhavens op ooghoogte De stedelijke laag wordt gevormd door de bouwlagen boven de plint, tot 25 meter hoogte. Hier wonen en werken de mensen die vanuit hun raam of balkon relatief goed contact maken met het leven op straat. Om dit contact te bevorderen, speelt de architectuur hierop in.
Collectieve voorzieningen
Onderscheidend van de plint
Weloverwogen glasoppervlak
De bebouwing laat een samenhangend beeld zien van warme gevels met verfijnde details. Typische elementen uit de maakarchitectuur komen terug in de stedelijke laag en zorgen er voor dat het gebouw bijdraagt aan de Laakhavens-identiteit op ooghoogte. De details maken de stedelijke laag vriendelijk en benaderbaar voor zowel voorbijgangers als gebruikers. De gebouwen zijn interessant om naar te kijken en nodigen uit om aan te raken. De verscheidenheid aan woon- en werktypologieën zijn afleesbaar in de gevel en zorgen voor herkenning en verbondenheid. De stedelijke laag onderscheidt zich van de plint door architectonische elementen. Tegelijkertijd horen ze bij elkaar en vormen ze samen één geheel. De stedelijke laag staat duidelijk met de voeten op de grond en landt vastberaden in Laakhavens.
64
Onderscheidend van de plint
Accenten en details
Met de voeten op de grond
Regels
Stedelijke laag · Zorg dat de stedelijke laag met zijn voeten op de grond staat. Voorkom een zwevend volume op een plint. · Maak onderscheid tussen de plint en de rest van de stedelijke laag door gebruik te maken van minstens twee architectonische elementen, bijvoorbeeld zoals hiernaast getekend. · Balkons en uitkragende loggia’s worden boven de plint gerealiseerd. Ze vormen een onlosmakelijk onderdeel van de totale gevelcompositie. * · De diversiteit aan woon- en werktypologieën is zichtbaar in het gevelbeeld. · Collectieve voorzieningen zijn herkenbaar in het gevelbeeld.
OPTIE 1. SETBACK
OPTIE 2. PORTIEK
OPTIE 3. LIJN
OPTIE 4. VERSCHIL IN MATERIAAL GEBRUIK
· Zet glas weloverwogen in. Het advies voor glasoppervlaktes is 30-50% bij wonen, 40-70% bij andere functies.** · Breng accenten en details aan in de stedelijke laag die bijdragen aan de Laakhavensidentiteit. Inspiratie is te halen uit elementen van de Maakhavenarchitectuur, zie p.32-35. · Geef de stedelijke laag een duidelijke beëindiging, waarvan een deel in de vorm van een typische dakvorm die bijdraagt aan de Laakhavensidentiteit. Zie p.68 · Integreer alle techniek, zoals zonwering, verlichting en glasbewassing in het ontwerp. · Integreer groen in de gevels en op daken van de stedelijke laag. Zie hiervoor paragraaf D.6 Groen.
* Uitkragingen over de openbare ruimte zijn toegestaan vanaf 4,90 meter boven maaiveld. Zij moeten voldoen aan de randvoorwaarden van gebruik en beheer. ** Voor woningen kan hiervan - bij wettelijke beperking - worden afgeweken.
Maak onderscheid tussen de plint en de rest van de stedelijke laag door gebruik te maken van minstens twee architectonische elementen, bijvoorbeeld met behulp van bovenstaande voorbeelden.