RIS319097 Bijlage 3 - Klimaatonderlegger Zuid-Holland, 2023
Tekst van het document
reduceren bodemdaling en uitstoot broeikasgassen’ (Deltares). Gevolgbeperking overstromingsrisico (> 1:30.000, > 200 cm): selectie van ontwikkelingen die overlappen met de laag ‘Gebieden die meer dan 200 cm diep kunnen overstromen in 2050’ (LIWO 2022). Adaptief ontwikkelen buitendijkse gebieden: selectie van ontwikkelingen die overlappen met de laag ‘Buitendijks gebied (stroomvoerend)’ en ‘Buitendijks gebied (waterbergend)’ (Bron data: Beleidslijn Grote Rivieren, Rijkswaterstaat (2020)) Flexibiliteit versterkingen keringen: selectie van ontwikkelingen die overlappen met de laag ‘Primaire keringen (en duinen)’.
–– ––
––
–– –– –– ––
Interpretatie hitte geschiktheidskaart natuur Impact hitte op natuur (categorie B). De natuur zal zich moeten aanpassen aan de hogere gemiddelde temperaturen en veranderingen in de soortensamenstelling (toename, afname en uitsterven) en in migratiepatronen van trekkende soorten. Zet in op robuuste (natte) verbindingen in de gehele provincie om de adaptiviteit van de natuur te vergroten. De eisen en richtlijnen uit het Convenant klimaatadaptief bouwen en de Maatlat klimaatadaptieve en natuurinclusieve bebouwing dragen hier aan bij. Robuust watersysteem (categorie B). Het oppervlaktewater in en rond natuurgebieden warmt steeds meer op waardoor de druk op aquatische ecosystemen toeneemt. Zorg daarom in de hele provincie voor een voldoende robuust (oppervlakte)watersysteem in en rond natuurgebieden (met bijvoorbeeld voldoende volume, doorspoeling, ruimte voor waterplanten) om de negatieve effecten hiervan te voorkomen.
––
–– ––
––
––
Fig. C.7.1 Klimaatonderlegger landbouw In de klimaatonderlegger landbouw zijn de vijf thematische geschiktheidskaarten over elkaar heen gelegd. Daarbij heeft ieder gebied de hoogste categorie die daar voorkomt toegewezen gekregen (categorieën oplopend van A tot D). Dat betekent
––
Fig. B.6.1 Klimaatonderlegger verstedelijking
98
Klimaatonderlegger Zuid-Holland
99
Klimaatonderlegger Zuid-Holland
dat als er op een plek meerdere themakaarten zijn met categorie C (bijvoorbeeld bodemdaling, wateroverlast en waterveiligheid), dit gebied nog steeds in categorie C valt omdat deze opgaven te adresseren zijn met een substantiële inspanning waarbij meerdere partijen zich inzetten om tot een klimaatadaptieve ontwikkeling te komen.
welke factoren (verzilting, risico opwarming, vernatte veenweidegebieden) de waterkwaliteit verder onder druk zetten, en waar eventueel kansen ontstaan voor natte natuur (zoekgebieden vernatten veenweide en 10% laagste gebieden polders).
Fig. C.7.2 Praatplaat landbouw Gevoelige gewassen in natte, verziltende en overstroombare buitendijkse gebieden (1:100). Bron data: Gewaspercelen. PDOK (2021) ‘BRP gewaspercelen’. Ingedeeld in de categorieën ‘Bloembollen en boom- en sierteelt’, ‘Akkerbouw’ (aardappelen, granen, groenten, suikerbieten, uien, maïs) en ‘Grasland’, zoals voorgesteld in ‘Analyse bodemgebruik 2040 ARK/NZK gebied' van Defacto Stedenbouw in opdracht van Toekomstbestendig watersysteem - TB (maart 2022). Alleen de gewastypen die zich in de volgende gebieden bevinden (en dus mogelijk impact kunnen ondervinden van natte of zoute omstandigheden of zich in buitendijks overstroombaar gebied bevinden) zijn in beeld gebracht: Buitendijkse gebieden die bij kans 1:100 inunderen. LIWO (2021) ‘Inundatie buitendijks’. Zoekgebieden vernatting veen. Bron data: Deltares (maart 2022), kaart ‘Veengebieden in het landelijkgebied waar een verhoging in grondwaterstanden te verwachten is’ uit ‘Bodem en water als basis’. Interne verzilting (huidig en toekomst).
Bron data: Deltares (2022) ‘Zoutvracht naar oppervlaktewater (kg/ha/jaar) voor de huidige situatie’ en ‘Verschil zoutvracht naar oppervlaktewater (kg/ha/jaar) ten opzichte van de huidige situatie voor zichtwaarde 1 m zeespiegelstijging.’ uit ‘Grondwaterverzilting en watervraag bij een stijgende zeespiegel.’ Aangevuld met data van WSHD van de verzilting op Goeree-Overflakkee, Voorne Putten en Hoeksche Waard. Indicatie benodigde landbouwtransitie. Voor landbouwgebied is een eerste indicatie gegeven van waar welke adaptatieopgaven spelen Substantiële aanpassing nodig (categorie C), bv. ander gewastype. Bron data: expert judgement o.b.v. werksessies Klimaatonderlegger Zuid-Holland. Aanpassing bedrijfsvoering nodig (categorie B), bv. extensiever. Bron data: expert judgement o.b.v. werksessies Klimaatonderlegger Zuid-Holland.
––
–– –– ––
––
–– ––
Klimaatonderlegger natuur Voor de natuur zijn de opgaven vanuit water, bodem en klimaatverandering (nog) niet samen gebracht in een geschiktheidskaart, omdat de relaties tussen de condities en mate van (on)geschiktheid voor de natuur niet altijd eenduidig door te vertalen zijn. Zo is verzilting voor het ene zoetwaterafhankelijke natuurtype desastreus, terwijl brakke condities voor andere natuurtypen juist interessant zijn. Fig. D.8.1 Praatplaat natuur Voor de grondwaterafhankelijke natuur is aangegeven waar onomkeerbare schade plaatsvindt bij watertekort. Hiervoor is de kaartlaag 'Water voor terrestrische natuur’ gebruikt (zie kaart A.4.4). Voor de gebieden in categorie 1 van de verdringingsreeks is de grootste inspanning nodig, gevolgd door grondwaterafhankelijke gebieden met onomkeerbare schade bij watertekort waar geen aanvoer van rijkswater mogelijk is en grondwaterafhankelijke natuur met geen onomkeerbare schade bij watertekort. Daarnaast is aangegeven
––
100
Klimaatonderlegger Zuid-Holland
101
Klimaatonderlegger Zuid-Holland