RIS318887 Woonwagenlocatie Madepolderweg bijlage 2
Tekst van het document
Dit kan in omgevingsplannen worden opgenomen. d. Zorg ervoor dat wachtlijsten eenduidig worden door het hele land. Deze wachtlijsten dienen perspectief te bieden aan zowel inwonende jongeren als aan alle oud bewoners. e. Verplicht alle gemeenten de vier bovengenoemde punten in de plaatselijke woonvisie op te nemen. Hier moet invulling aan gegeven worden en daarmee is de woonvisie dus een effectief controlemiddel.
Bovendien zal het beleid effectiever worden als ook de volgende twee punten in ogenschouw worden genomen: f. Voer een werkelijk gedifferentieerd beleid uit waarbij de historische achterstand kan worden ingehaald en stop met het koppelen van de woonruimtevraag voor woonwagenbewoners aan die van andere meer reguliere woonvragen. Erken daarbij (zie hieronder) de historische achterstelling van deze groep en de kwetsbaarheid van de cultuur. g. Dwing lokale overheden tot daadwerkelijk participatie van woonwagenbewoners bij het ontwikkelen en uitvoeren van huisvestingsbeleid. Dit zou het Nederlandse woonwagenbeleid ook verder in lijn brengen met het EU Roma strategic framework 2020-2030 waaraan ook Nederland zich heeft gecommitteerd. Het EU Roma framework stelt specifiek vast dat Roma, Sinti en woonwagenbewoners in alle fasen van beleidsontwikkeling betrokken moeten worden. Erken de woonvorm van woonwagenbewoners en torn hier niet langer aan. 2.
Leg de woonvorm vast in het Bouwbesluit (Besluit bouwwerken leefomgeving) en leg daarbij vast dat woonwagens wielen hebben. Daardoor is het voor alle partijen duidelijk wat een woonwagen betreft en behoren (door woonwagenbewoners als discriminerend ervaren) verkenningen naar woonvorminnovaties tot het verleden. a. Verken ook hoe een toercaravan overal toegestaan kan worden als permanent woonobject. Voor veel woonwagenbewoners is een toercaravan enkel een opstapje in een wooncarrière en slechts een kleine groep wenst hier permanent in te wonen. Het is aan te raden om deze (relatief kleine) groep tegemoet te komen met algemene richtlijnen.
Stel de zwakke financieringsmogelijkheden aan de orde en maak afspraken met woningcorporaties en gemeenten voor het aanbieden van betaalbare woonwagens voor toekomstige huurders. 3.
Maak erfpacht of koop landelijk mogelijk zodat woonwagenbewoners makkelijker in aanmerking kunnen komen voor een financiering en dus, net als andere huiseigenaren, vermogen kunnen opbouwen. Laat wel de gevolgen van het nieuwe beleid onderzoeken om te voorkomen dat in de toekomst standplaatsen aan de hoogste bieder i.p.v. andere woonwagenbewoners verkocht worden.
4. Conclusies en aanbevelingen 27
a.
b. c.
Overtuig banken de financieringsmogelijkheden voor woonwagenbewoners te herijken, zowel voor hypotheken als voor andere financiële producten. Onderzoek hierbij of constructies mogelijk zijn waarbij een bank een woonwagen financiert die op een huurstandplaats staat. Het argument dat dit roerende goederen zijn, lijkt achterhaald voor de meeste woonwagens. Verhoog de NHG Kostengrens voor woonwagens tot minimaal die van een BENG-woonwagen + standplaats. Dit ligt vermoedelijk tussen de 230.000 en 250.000 euro. Dwing verzekeraars en hypotheekverstrekkers om, op basis van hun maatschappelijke rol, producten aan te bieden waardoor woonwagenbewoners daadwerkelijk toegang hebben tot hypotheken en woonwagens daadwerkelijk kunnen verzekeren.
4.
De Rijksoverheid moet zorgdragen voor voldoende structurele fondsen om de betaalbaarheid en verduurzaming van (huur)woonwagens mogelijk te maken. a. Stel met Aedes en VNG een bindende strategie vast voor aanbieden van betaalbare huurwoonwagens voor toekomstige standplaatshuurders. b. Onderzoek hierbij of het niet beter is om autonome woningcorporaties voor woonwagenbewoners op te richten. Het is momenteel zo dat veel corporaties of gemeenten geen of weinig knowhow hebben van de woonwagencultuur. Daardoor worden tussenpartijen ingehuurd die het beheer en uitbreidingen onnodig duur maken (zie volgende punt). c. BENG-woonwagens moeten hierbij de logische vervanger zijn van oude woonwagens, maar stimuleer ook de verduurzamingsmogelijkheden voor bestaande woonwagens.
5.
Leg het mandaat van tussenbureaus duidelijk vast en zorg hierbij dat onderhoud de enige kerntaak is. a. Iedere referentie naar handhaving dient geschrapt te worden. b. Dwing overheden en woningbouwcorporaties om vaste aanspreekpunten te houden daar waar diensten worden uitbesteed.
Versterk de kennis over de woonwagencultuur en bestrijd antiziganisme. 6.
Financier de oprichting van een nationale woonwagenbelangenorganisatie en rust de ervaringsdeskundigen toe om effectief op te kunnen komen voor woonwagenbewoners. Deze organisatie dient de huidige gang van zaken te monitoren en de kennis over de cultuur en woonvorm onder ambtenaren en beleidsbepalers te versterken. Het is van belang dat in deze organisatie vooral personen met een woonwagenachtergrond zitting nemen. Momenteel zijn er meerdere stichtingen die veel werk verzetten maar daar geen vergoeding of erkenning voor krijgen. a. Deze stap zou goed passen binnen het EU Roma strategic framework 20202030 waar ook Nederland zich aan heeft gecommitteerd. Dit kader omvat zeven doelen, waarvan het derde doel dit specifiek aanstipt (Promote participation through empowerment, cooperation and trust).
7.
Erken het leed van alle woonwagenbewoners als het gevolg van het gevoerde woonwagenbeleid uit de afgelopen eeuw en met name tussen 1999 en 2018. a. Onderzoek of de gevolgen van antiziganisme en het uitsterfbeleid voor woonwagenbewoners verdere aandacht behoeven. De eerste stappen kunnen snel gezet worden door de gevolgen van antiziganisme beter onder de aandacht te brengen bij ambtenaren, alsook door het thema antiziganisme een vast onderdeel te laten worden van het onderwijscurriculum. b. Hier kan de handreiking91 Geen ruimte voor discriminatie een startpunt zijn, maar breidt deze uit met het leed dat woonwagenbewoners (en dus ook Reizigers) is aangedaan.
4. Conclusies en aanbevelingen 28
Geraadpleegde bronnen en eindnoten 1.
Van Leer, R. & Rottier, A. (2023). Woonwagenstandplaatsen in Nederland: Herhaalmeting 2023.
Companen, Arnhem. 2.
In Nederland vormen Reizigers (85 tot 90%) en Sinti (5 tot 10%) de grootste subgroepen onder de
woonwagenbewoners. 3.
European Commission against Racism and Intolerance [Europese Commissie tegen Racisme en
Intolerantie]. 4.
Committee on the Elimination of Racial Discrimination.
5.
Grondwet, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, alsook aangenomen conventies van
ECRI en CERD. 6.
Van Leer & Rottier (2023).
7.
FRA (2021). Roma, Sinti en Reizigers in Nederland. European Union Agency for Fundamental
Rights, Wenen. 8.
De nulmeting en de twee herhaalmetingen zijn uitgevoerd door onderzoeksbureau Companen in
opdracht van BZK. 9.
Forte is de Zweedse onderzoeksraad voor gezondheid, beroepsleven en welvaart. Het post-
doc-onderzoek is gefinancierd door het Forte Internationale Postdoc financieringsinstrument, bedoelt om recent, in Zweden, gepromoveerde wetenschappers in de gelegenheid te stellen buiten Zweden onderzoek te doen. Referentienummer van het gehonoreerde onderzoek: 2020-00070. 10.
Sijes, B. A. (1979). Vervolging van zigeuners in Nederland. Den Haag, Nijhoff.
11.
Vaak ook aangeduid als Romafobie of anti-Roma racisme.
12.
McGarry, A. (2017). Romaphobia: The last acceptable form of racism. Bloomsbury Publishing,
Londen. 13.
Van der Hulst, A. & Öfner, P. (2023). Mogelijke ontrechting van Sinti en Roma in Utrecht en Amers-
foort1940-1945.; Lucassen, L. (1990). En men noemde hen zigeuners: de geschiedenis van Kaldarasch, Ursari, Lowara en Sinti in Nederland, 1750-1944. SDU, Amsterdam. 14.
Wacquant, L. (2007). Territorial stigmatization in the age of advanced marginality. Thesis eleven,
91(1), 66-77. 15.
Sakizlioglu, N. B., & Uitermark, J. (2014). The symbolic politics of gentrification: The restructuring
of stigmatized neighborhoods in Amsterdam and Istanbul. Environment and Planning A, 46(6), 1369-1385.; Wacquant, L., Slater, T., & Pereira, V. B. (2014). Territorial stigmatization in action. Environment and planning A, 46(6), 1270-1280.; Sisson, A. (2021). Territory and territorial stigmatisation: On the production, consequences and contestation of spatial disrepute. Progress in Human Geography, 45(4), 659-681. 16.
Scott, J. (1998). Seeing like a Stat: How Certain Schemes to Improve the Human Condition Have
Failed. Yale U Press, New Haven. 17.
Sijes, B. (1979).
18.
Ibid.
19.
Marizel, L. (1978). Woonwagenvolk. Van Gennep, Amsterdam.
20.
Handelingen Tweede Kamer 1911-1912 29 november 1911.
21.
Van Baar, H. (2021). The production of irregular citizenship through mobile governmentalities: rac-
ism against Roma at the security-mobility nexus. Mobilities, 16(5), 809-823. 22.
Cottaar, A. (1996). Kooplui, kermisklanten en andere woonwagenbewoners: groepsvorming en be-
leid 1870-1945. Spinhuis, Amsterdam. 23.
Geers, M. (1980) Woonwagenbeleid in Nederland. Spinhuis, Amsterdam.
24.
Belangrijk te vermelden hier is dat ook Reizigers naar Westerbork zijn gedeporteerd. De SS-kamp-
bewakers lieten deze ‘Arische’ groep na vier dagen wel weer gaan. 25.
Kamerstuk 3200 XII A 78, 1953, p. 7.
26.
Lau Mazirel zei hierover dat het tot de jaren ’60 (van de vorige eeuw) zou duren totdat ook politici
en ambtenaren inzagen dat woorden als ‘kamp’ en ‘concentreren’ heel onhandig waren in een context die groepen betrof die slachtoffer zijn geworden van de Porajmos. 27.
BLO was een afkorting voor Buitengewoon Lager Onderwijs en gaf goed weer welke status werd
toegedicht aan woonwagenkinderen. 28.
Kamerstuk 7872 23, 1968, p. 2.
29.
Kamerstuk 13 471, 1-2, 1975.
30.
Godrie-van Gils, G. (2018). Woonwagenbewoners laten zich niet afschaffen. Eburon Uitgeverij,
Utrecht. 31.
Van Baar, H. (2021).
32.
Deze nieuwe woonwagens leidden ook tot onderlinge spanningen binnen de woonwagengemeen-
schap, waarbij de pejoratieve term ‘plakker’ werd toegekend aan bewoners van deze nieuwe woonwagens door de nog reizende groepen. 33.
Kamerstuk 13 471, 1-2, 1975, p. 22.
34.
Huurcirculaire, nr. MG 81-03, 1981; Huisvestingsbeleid woonwagenbewoners 18 051, 1-2, 1982;
en 1993. 35.
Nota Minderhedenbeleid 16 102, 21, 1983.
36.
Brief staatssecretaris afschaffing Tweede Woonwagenwet, (2001), 27400-XI, 54.
37.
Ibid.
38.
Van Ooijen, D. 1993. “Je moet weg, hier komen mensen wonen”: Woonwagenbeleid in Nederland
1890-1990. Sdu: Den Haag. 39.
Die verder ook gekenmerkt wordt door sterke familiebanden.
40.
Zoals IBBRP, IVESCR, ICCPR en EVRM.
Van uitsterf- naar uitstelbeleid: Woonwagenbewoner zoekt nog steeds standplaats 29
41.
Van 3600 in 1964, naar 4560 in 1975, 6200 in 1982 en uiteindelijk 9620 in 1999.
61.
Teodorescu, D. (2023). Caravan politics in the depoliticised city: Applying and opposing excep-
42.
Blaakman, M., Houwling, P., Ruitenburg, M. & Loven, C. (2017). Woonwagenbewoner zoekt stand-
tional measures for Dutch Traveller, Sinti, and Roma caravan sites. Political Geography, 106, 102951;
plaats: Een onderzoek naar de betrouwbaarheid van de overheid voor woonwagenbewoners. Nationale
Gemeente Nijmegen (2023).
Ombudsman, Den Haag.; CVRM (2018). Advies aan minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelat-
62.
Artikel 8 EVRM en daaruit voortvloeiende jurisprudentie.
ies inzake Woonwagen- en standplaatsenbeleid. College voor de Rechten van de Mens, Den Haag.
63.
Doorgaans wordt het minderhedenbeleid gekenmerkt door een negatieve verplichting, oftewel een
43.
onthoudingsplicht om inmenging in en beïnvloeding van lokale culturen te voorkomen.
VROM-Inspectie (2006). Werken aan woonwagenlocaties: handreiking voor gemeenten: over beleid
en handhaven. Ministerie van VROM, Den Haag.
64.
44.
Brief Stas Fin. (2004), DGB 2004/1178.
landse Gemeenten, Den Haag.
45.
In meerdere gemeenten kregen woonwagenbewoners een (als smadelijk ervaren) Bibob-screening
65.
VNG (2021). Wegwijzer gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid. Vereniging van NederHochstenbach, C. (2022). Uitgewoond: Waarom het hoog tijd is voor een nieuwe woonpolitiek. Das
(een doorlichting om te voorkomen dat een vergunning afgegeven wordt voor criminele activiteiten) bij o.a.
Mag, Amsterdam.
bouwvergunningaanvragen of andere (aanzienlijke) uitgaven, maar vaak beginnend vanaf 0 euro. Voor alle
66.
Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
andere inwoners geldt dit doorgaans pas vanaf een investering van 250.000 euro of hoger.
67.
De term spijtoptant is problematisch en wordt door woonwagenbewoners als beledigend en stig-
46.
VROM-Inspectie (2009). Vrijplaatsen op woonwagenlocaties. Ministerie van VROM, Den Haag.
matiserend ervaren. In de meeste gevallen waren ze door het chronische gebrek aan standplaatsen ver-
47.
Taylor, B. (2013). Minority and the state: Travellers in Britain in the twentieth century. Manchester
plicht hun woonwagen te verlaten. Daarom spreken menig woonwagenbewoners liever over ‘repatrianten’.
University Press, Manchester. Becky Taylor beschrijft het hardnekkige institutioneel racisme in het Vereni-
68.
gd Koninkrijk en legt daarmee grote overeenkomsten met de Nederlandse context bloot.
Amsterdam: Amsterdam.
WWBA (2023). Manifest Amsterdams woonwagen- en standplaatsenbeleid. Woonwagenbelangen
48.
69.
(CVRM, 2018).
naar het belang van mensenrechten voor woonwagenbewoners. Recht der werkelijkheid, 38(3), 6-24.
70.
BZK. (2018).
49.
CVRM (2018).
71.
(VNG, 2021)
50.
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2018). Beleidskader gemeentelijk woon-
72.
Hierbij valt overigens lastig te bepalen of de daling door meer behoeftenonderzoeken komt of juist
Loven, C. M. S. (2017). Woonwagenbewoners in Nederland: een strijdbaar volk: Een onderzoek
wagen- en standplaatsenbeleid. Publication No 113803, Den Haag.
door de afname van het aantal gemeenten in die periode (van 355 in 2020 naar 342 om 2023).
51.
73.
Huijbers, L. M., & Loven, C. M. (2019). Pushing for Political and Legal Change: Protecting the Cul-
Harderwijkerzaken (2021). ‘Harderwijk koerst op een nieuw woonwagencentrum met zo’n zeventig
tural Identity of Travellers in the Netherlands. Journal of Human Rights Practice, 11(3), 508-529.
standplaatsen’, 12 december.
52.
74.
Tyler, I. (2013). The riots of the underclass?: Stigmatisation, mediation and the government of pov-
Hartman, P. (2023). ‘Snel duidelijkheid over nieuw, groot woonwagenkamp in Harderwijk: ‘Hopen
erty and disadvantage in neoliberal Britain. Sociological Research Online, 18(4), 25-35.
kamp in 2025 te openen’’. De Stentor, 20 oktober.
53.
Companen (2018, 2020 en 2023).
75.
Teodorescu, D. (2023).
54.
Dit zijn stenen woningen die vaak op voormalige standplaatsen zijn geplaatst. Deze woningen zijn
76.
Tiekstra, C. & Venema, S. (2020). Inventarisatie behoefte woonwagenstandplaatsen Gemeente
vaak tussen 1999 en 2018 geplaatst en voldoen in een merendeel van de gevallen niet aan de cultuurspe-
Nijmegen. Companen: Arnhem.
cifieke woonwensen van de woonwagenbevolking.
77.
Gemeente Nijmegen. (2021). QuickScan: locaties nieuwe standplaatsen woonwagens.
55.
Nationale ombudsman (2021).
78.
Gemeente Nijmegen. (2021). Reacties op de QuickScan locaties nieuwe woonwagenstandplaatsen.
56.
Iets dat ook door VNG (2021) erkend wordt.
79.
Die onderverdeeld zijn in mobiliteit, woningwaarde, veiligheid/overlast, huidige gebruik, groen, mi-
57.
Nationale ombudsman (2021); Ombudman metropool Amsterdam (2023).
lieu en participatie/informatie.
58.
Groene Metropoolregio (2022). Woondeal 2.0: Samenwerkingsagenda voor de woningbouwop-
80.
Hochstenbach, C., Uitermark, J., & van Gent, W. (2015). Evaluatie effecten Wet bijzondere maatre-
gave. Regio Arnhem-Nijmegen.
gelen grootstedelijke problematiek (“Rotterdamwet”) in Rotterdam. AISSR, Universiteit van Amsterdam,
59.
Gemeente Amsterdam (2023). Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting. AAV.
p. i.
60.
Gemeente Amstrerdam (2023). Beleidskader woonwagens en standplaatsen Amsterdam.
81.
VNG (2021).
Geraadpleegde bronnen en eindnoten 30
82.
Reuver, T. (2016). Taxatiewijzer woonwagens: afschrijftermijnen al jaren achterhaald. Het Wiel,
26(1), 10-11. 83.
VNG (2021).
84.
De gemeente Amsterdam is hierin een goed voorbeeld. Het stelt dat inderdaad caravans niet bij
voorbaat mocht uitsluiten en dat er richtlijnen ontwikkeld dienen te worden die duidelijk moeten maken welke caravans als permante woning betrokken mogen worden. Ook in de stukken van gemeente Amsterdam valt op dat al snel wordt overgegaan op mobiele tiny houses als mogelijk alternatief. 85.
Van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten.
86.
VNG (2021).
87.
Besluit Beheer Sociale huursector 2002.
88.
Nul20 geeft in 2005 in het artikel ‘Wonen in een wagen’ een treffende inkijk in hoe woningcorpo-
raties bedankten voor het beheer van standplaatsen en de gemeentelijke dienst wonen ook niet op deze taak zaten te wachten. 89.
CVRM (2018).
90.
Dit geldt overigens niet alleen voor tussenpartijen; ook gemeentelijke diensten of woningcorpo-
raties schieten dikwijls tekort in het goed onderhouden van woonwagencentra. 91.
Het is aan te raden om het gebruik van het woord “handreiking” te vermijden in titels van nieuw te
verschijnen rapportages en andere officiële stukken rond woonwagenbewoners. Dit houdt verband met het VROM-Inspectie rapport Handreiking voor gemeenten uit 2006, dat de uitvoering van het uitsterfbeleid toelichtte. Mede daarom blijft het woord handreiking onder veel woonwagenbewoners een zeer bittere nasmaak behouden.
Geraadpleegde bronnen en eindnoten 31