CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318742 Zorgen om toename discriminatie bijlage 4

Commissie Samenleving 11 december 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Breed discriminatiedebat14.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Monitor ­Discriminatie 2023 HAAGLANDEN & HOLLANDS MIDDEN

De Monitor Discriminatie 2023 is opgesteld in samenwerking met onze partners politie-Eenheid Den Haag en Discriminatie.nl/Den Haag

Monitor ­ Discriminatie 2023

HAAGLANDEN & HOLLANDS MIDDEN De regio Haaglanden en Hollands Midden zijn het verzorgingsgebied van de politie-Eenheid Den Haag

Het recht op gelijke behandeling vormt één van de pijlers van het maatschappelijk verkeer tussen burgers onderling en tussen burgers en de overheid. De bescherming van burgers tegen discriminatie is noodzakelijk voor het functioneren en het beschermen van de rechtsstaat, de sociale samenhang en de onderlinge maatschappelijke verhouding.

UIT: Memorie van toelichting / Wet gemeentelijke anti­discriminatievoorzieningen, mei 2008.

Colofon DEN HAAG, APRIL 2024

OPSTELLER | Atlin Sandvliet VORMGEVING | LenShape FOTOGRAFIE | Loesje Praktijken

Partners

politie-Eenheid Den Haag Onderdeel van Stichting iDb

In deze monitor zijn de cijfers verwerkt die inzicht verschaffen in de aard en omvang van de geregistreerde discriminatie binnen de regio’s Haaglanden en Hollands Midden. De cijfers zijn ter beschikking gesteld door politie-Eenheid Den Haag, Stichting iDb, Discriminatie.nl/Den Haag (voorheen Den Haag Meldt) en het College voor de Rechten van de Mens. De Monitor Discriminatie 2023 verschijnt gelijktijdig met 9 andere regionale rapporten en het landelijke rapport Discriminatiecijfers 2023. Het landelijk rapport Discriminatiecijfers 2023 en alle regionale rapporten zijn te vinden op de website van de landelijke vereniging van ADV’s www.discriminatie.nl.

Inhoud

1

2

3

4

5

6

Voorwoord

5

De context

6

1.1

Inleiding

6

1.2

Toelichting op de gebruikte bronnen en gegevens in de monitor

7

1.3

De betrouwbaarheid van de cijfers

7

De aard en omvang van de g ­ eregistreerde discriminatie

8

2.1

De cijfers die een indicatie geven van de aard en omvang op het landelijk niveau

8

2.2

De situatie binnen Haaglanden en Hollands Midden

9

2.3

Verzoeken om een oordeel voor het College voor de Rechten van de Mens

10

De door de ADV’s geregistreerde klachten en meldingen

12

3.1

Inleiding

12

3.2

De discriminatiegronden

13

3.3

De maatschappelijke terreinen

14

3.4

De wijze van discriminatie

16

3.5

De opvang en afwikkeling van de geregistreerde meldingen

17

3.5.1

Inleiding

17

3.5.2

De wijze van afwikkeling van de geregistreerde meldingen

17

Incidenten en voorvallen die door de Politie zijn geregistreerd

19

4.1

Inleiding

19

4.2

De geregistreerde discriminatiegronden in Haaglanden en H ­ ollands Midden

20

4.3

De wijze van discriminatie

22

Enkele voorbeelden uit de ­praktijk van discriminatiebestrijding

24

5.1

Ervaren discriminatie op Niet-wettelijke gronden

24

5.2

Huidige registratie van ervaren discriminatie op grond van ras/­afkomst is niet toereikend

26

5.3

Beter inspelen op het hulpzoekgedrag bij ervaren discriminatie

29

5.4

Intensiveren van de samenwerking tussen de Politie en de ADV’s

30

Aanknopingspunten voor interventie en beleid

32

6.1

Inleiding

32

6.2

Verbetering van de toegankelijkheid van de ADV’s

32

6.3

Een handelingskader bij discriminatie op niet-wettelijke g ­ ronden

33

6.4 6.5

Verbetering van de informatiepositie en handelingsvaardigheden bij discriminatie op grond van herkomst/huidskleur

33

Een verdere intensivering van de samenwerking tussen Politie en de ADV’s

34

Bijlagen

35

Voorwoord

In deze monitor zijn de registratiegegevens van Stichting iDb, de politie-Eenheid Den Haag, ­Discriminatie.nl/Den Haag voorheen Den Haag Meldt en het College voor de Rechten van de Mens verwerkt. De cijfers gegeven een indicatie van de aard en omvang van discriminatie binnen de gemeenten in de regio’s Haaglanden en Hollands Midden, het verzorgingsgebied van politie-Eenheid Den Haag. Er wordt ook inzicht verschaft over de wijze waarop de verschillende actoren hun bijdragen hebben geleverd aan het bestrijden van discriminatie en over maatregelen die zijn genomen om meer te betekenen voor burgers die discriminatie hebben ervaren. In hoofdstuk 6 van de monitor is aandacht gevraagd voor twee punten die van belang zijn voor de gewenste vergroting van de betrouwbaarheid van de cijfers. Het eerste aandachtpunt is gebaseerd op de gesignaleerde toename van het aantal meldingen van ervaren discriminatie op Niet-wettelijke gronden. In de afgelopen jaren is het aantal meldingen op deze discriminatiegrond sterk toegenomen. Als de motieven van de melders nader worden bekeken, dan blijkt dat sommige meldingen van ongelijke behandeling gebaseerd zijn op intuïtieve oordelen over onrechtvaardigheid. Er zijn ook meldingen die bij nader inzien gebaseerd zijn op een weloverwogen onrechtvaardigheids­ oordeel over de ervaren ongelijke behandeling.

Beide categorieën van meldingen worden in behandeling genomen en er wordt het nodige gedaan zodat de melders de opvang en het vervolg van de verrichtingen door de ADV’s en de Politie als betekenisvol kunnen ervaren. Bij meldingen over ervaren discriminatie die gebaseerd zijn op weloverwogen onrechtvaardigheidsoordelen ligt een uitdaging voor de wetgever en partijen die een bijzondere verantwoordelijkheid dragen op het gebied van discriminatiebestrijding. Het tweede aandachtspunt dat in hoofdstuk 6 van de monitor is aangesneden, is om verschillende redenen van belang, namelijk voor de informatiepositie van de ADV’s en de Politie en voor de kwaliteit van de opvang en ondersteuning van personen die discriminatie ervaren. Het betreft de huidige categorisering van discriminatie op grond van herkomst/huidskleur. Omdat daarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen risicomijdende discriminatie en aversieve discriminatie, die beiden specifieke kennis en vaardigheden van de opvang en ondersteuning vereisen, zullen vooral de ADV’s moeten zoeken naar wegen om de kwaliteit van de informatievoorziening en de ondersteuning te verbeteren. Ik wil Mark van de Sande, de contactfunctionaris bij de Politie waarmee is ingezet op intensivering van de samenwerking tussen de Politie en de ADV’s binnen het werkgebied van de politie-Eenheid Den Haag, bij deze bedanken voor zijn bijdrage aan de monitor.

Mireille Bijnsdorp en ­Aroena ­Moennalal, collega’s bij Stichting iDb, hebben ook dit jaar medewerking verleend en worden bedankt voor hun waardevolle bijdrage. Een bijzonder woord van dank gaat uit naar Defne Agar-Bilal. Defne is werkzaam bij Discriminatie.nl/Den Haag. Zij heeft snel en constructief gereageerd op mijn verzoek om aanvullende registratiegegevens voor de monitor. Ik hoop dat de gepresenteerde cijfers en de voorbeelden uit de praktijk van de klachtbehandeling uw belangstelling voor discriminatiebestrijding opwekken en dat de voorstellen, die in hoofdstuk 6 zijn gedaan, aanspreken. Atlin D.R. Sandvliet, directeur Stichting iDb Den Haag, 23 april 2024

5

Monitor ­Discriminatie

2023

1 De context 1.1

Inleiding Personen die met discriminatie worden geconfronteerd kunnen hiervan meldingen maken bij een Antidiscriminatievoorziening (een ADV) of aangifte doen bij de Politie. Slachtoffers van discriminatie kunnen ook het College voor de Rechten van de Mens benaderen en verzoeken om een oordeel. In deze monitor zijn de gegevens opgenomen en verwerkt die betrekking hebben op de meldingen, aangiften en verzoeken om een oordeel. Het gaat om incidenten en voorvallen die door inwoners van gemeenten binnen Haaglanden en Hollands Midden zijn gemeld bij de ADV's en de Politie of ter beoordeling hebben voorgelegd aan het College voor de Rechten van de Mens. In 2023 ging het in totaal om het 1.827 gevallen, een forse stijging (20%) ten opzichte van het totaal van 2022. In de monitor van 2021 is verwezen naar een onderzoek van het Centraal Bureau voor de ­Statistiek waarvan de gegevens nader inzicht verschaffen in hulpzoekgedrag van personen die met discriminatie worden geconformeerd maar die ook een indicatie geven van de wijze waarop de, door de ADV’s, de Politie en het College voor de Rechten van de Mens, geregistreerde voorvallen en incidenten moeten worden geïnterpreteerd.

Uit het onderzoek, dat in 2021 onder 173.000 personen vanaf 15 jaar is uitgevoerd, bleek dat slechts 11% van de ervaren discriminatie wordt gemeld bij een ADV, de Politie of een andere instelling met een formele taakopdracht op het gebied van discriminatiebestrijding. Dit hulpzoekgedrag en de lage meldingsbereidheid vragen om enige nuancering van conclusies die over registraties kunnen worden getrokken. De cijfers die in deze monitor zijn verwerkt geven een indicatie van de aard en omvang van discriminatie die inwoners van Haaglanden en Hollands Midden hebben ervaren. Een nadere kijk op het hulpzoekgedrag toont dat de meeste personen die discriminatie ­ervaren hulp zoeken binnen sociale verbanden waarin men verkeert, bijvoorbeeld bij een naaste, de eigen werkgever, bij de opleiding of bij een sleutelfiguur binnen de eigen gemeenschap. Ontsluiten van deze ‘informele’ bronnen zal bijdragen aan de gewenste aanscherping van het beeld ten aanzien van de aard en omvang van discriminatie en eveneens ten goede komen aan de beleidsgerichtheid en doelmatigheid van discriminatiebestrijding.

6

Monitor ­Discriminatie

2023

Toelichting op de gebruikte bronnen en gegevens in de monitor

1.2

Bijlage 10 van de monitor bevat een toelichting op de bronnen die bij het opstellen van deze monitor zijn gebruikt. Hiertoe behoren de registratiegegevens van de ADV’s, in dit geval Stichting iDb en Discriminatie.nl/Den Haag (voorheen Den Haag Meldt), en de registraties van meldingen en aangiften die politiefunctionarissen in het bedrijfsprocessensysteem BVH hebben ingevoerd. Deze gegevens zijn, na screening door materiedeskundigen van de Nationale Politie ter beschikking gesteld. Er is ook gebruik gemaakt van gegevens van het CRM. Deze gegevens hebben betrekking op zaken die personen uit Haaglanden en Hollands Midden ter beoordeling hebben voorgelegd aan het CRM. Voor een nadere toelichting op de gebruikte bronnen, de juridische context en het begrippenkader wordt verwezen naar bijlage 10.

De betrouwbaarheid van de cijfers

1.3

De registratiegegevens in de monitor geven weliswaar inzicht in de aard en omvang van de ervaren discriminatie maar bij het interpreteren van de cijfers is het van belang om rekening te houden met de volgende gegevenheden en beperkingen: ■

Een meerderheid (rondom 90%) van de personen die discriminatie ervaren meldt dit niet bij een ADV of de Politie.

■

Tot de personen die ervaren discriminatie niet bij een ADV of de Politie melden behoort een groep die discriminatie herhaaldelijk ervaart maar dit niet meer meldt omdat eerder gedane meldingen niet hebben geleid tot de gewenste verbetering of omdat men geneigd is discriminatie als een ongemak van de maatschappelijke verruwing te accepteren.

■

Omdat de bereidheid onder jongeren om ervaren discriminatie bij de ADV’s of de Politie te melden laag is, moet rekening worden gehouden met het feit dat deze groep ondervertegenwoordigd is in de registraties die in de monitor worden gepresenteerd.

7

Monitor ­Discriminatie

2023

2 De aard en omvang van de ­geregistreerde discriminatie De cijfers die een indicatie geven van de aard en omvang op het landelijk niveau

2.1

In 2023 registreerden de ADV’s en de Politie op het landelijk niveau in totaal 15.341 meldingen/aangiften van incidenten en voorvallen met een discriminatoir karakter. Ten opzichte van 2022 was sprake van een forse stijging, zowel bij de Politie als bij de ADV’s. In 2023 ­registreerde de Politie op het landelijk niveau 8.990 incidenten en voorvallen, 28% hoger dan het totaal dat in 2022 was geregistreerd. Met een totaal van 6.351 meldingen realiseerden de ADV ten opzichte van 2022 een stijging van 20%. Evenals in voorgaande jaren was herkomst/huidskleur de meeste voorkomende discriminatiegrond. Bij bijna de helft van de incidenten en voorvallen registreerde de Politie en de ADV’s discriminatie op de netgenoemde grond, bij de Politie ging het om 47% van het totaal en bij de ADV’s om 49%. Ook bij de meldingen en aangiften over antisemitisme (1) was in 2023 sprake van een stijging ten opzichte van 2022. Bij de Politie was de stijging zowel in absolute zin als procentueel. In 2022 was bij 8% van de door de Politie geregistreerde 6.738 incidenten en voorvallen sprake van antisemitisme. Door de forse stijging in 2023 kwam het aantal registraties overeen met 10% van het totaal. Evenals in voorgaande jaren registreerden de ADV’s minder gevallen van antisemitisme dan de Politie. In 2022 ging het om 1% van alle meldingen die door de ADV’s werden geregistreerd.

Het percentage dat betrekking heeft op de registraties waarbij sprake was antisemitisme (2% van het totaal in 2023) betekende wel qua aantal meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2022. Op basis van de landelijke cijfers van de Politie en de ADV’s kunnen de volgende conclusies worden getrokken: ■

Discriminatie op grond van herkomst/huidskleur blijft verreweg de meest voorkomende ­discriminatiegrond.

■

Discriminatie op grond van seksuele gerichtheid of identiteit is bij de Politie al jaren de op één na meest geregistreerde discriminatiegrond (ongeveer 40% van het totaal) terwijl de verdeling bij de ADV's sterk kan variëren (tussen 4 en 8 % van alle registraties).

■

Personen die antisemitisme willen melden doen dat vooral bij de Politie terwijl discriminatie op grond van handicap, geslacht en leeftijd vooral bij en ADV wordt gemeld. Verklarende factoren voor dit verschil zijn vooralsnog niet goed in beeld te brengen. Voor een verdere toelichting op de landelijke cijfers wordt verwezen naar het landelijk rapport Discriminatiecijfers in 2023 dat gelijktijdig met deze monitor is uitgebracht.

1 Antisemitische incidenten vallen juridische gezien onder discriminatie op grond van godsdienst en/of onder discriminatie op grond van

ras. Omdat dit onderscheid bij de registraties lastig is te maken, is gekozen om antisemitisme apart weer te geven.

8

2023

Monitor ­Discriminatie

De situatie binnen Haaglanden en Hollands Midden

2.2

In tabel 1 zijn de door de Politie en de ADV’s geregistreerde incidenten en voorvallen in 2023 en 2022 opgenomen alsook de verzoeken om een oordeel door het CRM die in de betreffende periode waren ingediend door inwoners van gemeenten binnen de beide regio’s. Zowel bij de Politie als bij de ADV’s werden in 2023 meer incidenten en voorvallen geregistreerd. De stijging ten opzichte van 2022 was bij de Politie procentueel vergelijkbaar met het percentage op het landelijk niveau, rondom 30%. Bij de ADV kwam de stijging binnen Haaglanden en Hollands Midden overeen met 10% terwijl dit vergelijkingscijfer op het landelijk niveau aanmerkelijk hoger lag, namelijk 20%.

TABEL 1:

HET AANTAL GEREGISTREERDE INCIDENTEN, VOORVALLEN EN VERZOEKEN OM EEN OORDEEL DOOR PERSONEN UIT HAAGLANDEN EN HOLLANDS MIDDEN, IN 2023 EN 2022 2023

2022

Door de ADV’s geregistreerde meldingen

635

575

Door de politie geregistreerde incidenten en voorvallen*

1.140

874

52

79

Instroom van verzoeken om een oordeel door het College voor de Rechten van de Mens

* Dit is inclusief het aantal geregistreerde incidenten en voorvallen waarbij politiefunctionarissen zelf slachtoffer waren van discriminatie.

Er is gekeken naar eventuele verschillen tussen de landelijke cijfers en de cijfers die betrekking hebben op de regio’s Haaglanden en Hollands Midden. De verschillen die in het oog springen zijn: ■

De ADV’s in Haaglanden en Hollands Midden registreerden in 2023 relatief minder meldingen over discriminatie op basis van herkomst/huidskleur en seksuele gerichtheid/identiteit en meer op niet-wettelijke gronden.

■

In 2023 zijn in Haaglanden en Hollands Midden relatief meer incidenten en voorvallen geregistreerd op de maatschappelijke terreinen Buurt/wijk, commerciële dienstverlening en minder op de maatschappelijke terreinen Horeca/amusement en Onderwijs.

9

Monitor ­Discriminatie

■

2023

De registraties die betrekking hebben op Haaglanden en Hollands Midden wijken bij sommige gronden sterk af van de verdeling op het landelijk niveau: de verschillen doen zich voor bij antisemitisme (17% van het totaal in Haaglanden en Hollands Midden en 10% van het totaal van de landelijke cijfers), bij herkomst/huidskleur (41 tegenover 47%) en bij seksuele gerichtheid/identiteit (25% tegenover 28%).

Verzoeken om een oordeel voor het College voor de Rechten van de Mens

2.3

In 2023 heeft het College voor de Rechten van de Mens (CRM) 52 verzoeken om een oordeel ontvangen van inwoners uit Haaglanden en Hollands Midden en 18 oordelen uitgesproken over verzoeken die in 2023 of daarvoor door inwoners van Haaglanden en Hollands Midden waren ingediend. Het aantal verzoeken in 2023 lag aanmerkelijk lager dan het totaal van de verzoeken die in 2022 aan het CRM waren voorgelegd. In 2022 ging het nog om 79 verzoeken. De sterke afname is het gevolg van het lage aantal verzoeken om een oordeel over ongelijke behandeling op grond van ras (23 verzoeken in 2022 tegenover 9 verzoeken in 2023) en geslacht (20 in 2022 tegenover 9 in 2023). Alleen bij godsdienst was sprake van een afwijkende ontwikkeling, een stijging van het aantal verzoeken van 6 in 2022 naar 10 in 2023. Bij de maatschappelijk terreinen valt het volgende op: ■

Het aantal verzoeken dat betrekking had op arbeidsomstandigheden nam in 2023 sterk af, van 20 in 2022 naar 7 in 2023.

■

In 2022 waren 10 verzoeken ingediend die betrekking hadden op Sociale bescherming, een maatschappelijk terrein dat vanaf 2022 is onderscheiden: in 2022 hadden 10 zaken betrekking op deze discriminatiegrond en in 2023 ging het slechts om 2 zaken.

■

Het aantal verzoeken dat betrekking had op het maatschappelijk terrein goederen en diensten is in 2023 gelijk gebleven en vormde, gezien de forse daling van het totaal ruim 40% van alle verzoeken van inwoners uit Haaglanden en Hollands Midden. Als de discriminatiegronden en de maatschappelijk terreinen aan elkaar worden gekoppeld, dan blijkt dat de ervaren discriminatie op grond van ras of nationaliteit zich in 2023 vooral voordeed op het maatschappelijk terrein goederen en diensten. Dit gold voor twee derde van de verzoeken. In 2022 ging het nog om 31%. Ervaren discriminatie op grond van geslacht had in 2023 vooral betrekking op het maatschappelijk terrein aangaan en beëindiging arbeidsrelatie. Bij vrijwel alle verzoeken bij deze discriminatiegrond ging het om discriminatie op het terrein van aangaan en beëindiging arbeidsrelatie, een behoorlijke afwijking ten opzichte van 2022. Toen ging het vooral om het netgenoemd maatschappelijk terrein en goederen en diensten. In 2023 had slechts een verzoek betrekking op het maatschappelijk terrein goederen en diensten.

10

2023

Monitor ­Discriminatie

TABEL 2:

VERZOEKEN OM EEN OORDEEL DOOR HET COLLEGE VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS, IN 2023 EN 2022

2023

2022

Arbeidsuur

2

0

Burgerlijke staat

1

0

Geslacht

9

20

Godsdienst

1

4

Handicap/chronische ziekte

13

14

Leeftijd

2

3

Levensovertuiging

0

3

Nationaliteit

10

6

Politieke overtuiging

1

0

Ras

9

23

Seksuele gerichtheid/identiteit

0

2

Wazo-verlof

1

0

Overige

0

2

Grond onbekend

2

4

Geen grond

1

0

Totaal

52

79

DISCRIMINATIEGROND

11

Monitor ­Discriminatie

2023

3 De door de ADV’s geregistreerde klachten en meldingen 3.1

Inleiding In de monitor van 2022 werd al melding gemaakt van een toename van het aantal meldingen op niet-wettelijke gronden. De toename was vanaf 2020 zichtbaar. De gesignaleerde trend heeft zich ook in 2023 voortgezet. In 2023 was bij 70 meldingen (10% van het totaal) sprake van ervaren discriminatie op niet-wettelijke gronden. Omdat verschillende oor­ zaken of motieven invloed kunnen hebben op de aard en omvang van de betreffende melding, is in hoofdstuk 6 van de monitor extra aandacht besteed aan de context waarbinnen de betreffende categorie van meldingen moet worden bezien. De registratiegegevens die betrekking hebben op 2023 vertonen evenals in 2022 qua discriminatiegronden en maatschappelijk terreinen veel overeenkomsten met de pre-coronatijd: discriminatiegrond herkomst/huidskleur (45% van het totaal in 2023) was net als in de pre-coronatijd verreweg de meest voorkomende discriminatiegrond. De stijgende trend, die zich vanaf 2018 bij discriminatiegrond handicap/chronische manifesteert, heeft zich ook in 2023 voortgezet.

12

2023

Monitor ­Discriminatie

3.2

De discriminatiegronden

TABEL 3:

DOOR DE ADV’S GEREGISTREERDE INCIDENTEN EN VOORVALLEN NAAR DISCRIMINATIEGROND IN 2023 EN 2022

2023

2022

Antisemitisme3

3

1

Arbeidscontract

5

5

Arbeidsduur

0

2

Burgerlijke staat

5

4

Geslacht

62

71

Godsdienst

51

39

Handicap/chronische ziekte

75

51

Herkomst/huidskleur4

315

300

Leeftijd

21

24

Levensovertuiging

6

3

Nationaliteit

21

33

Politieke gezindheid

5

3

Seksuele gerichtheid/identiteit

36

25

Niet-wettelijke gronden

70

55

Onbekend

23

6

Totaal5

698

622

DISCRIMINATIEGROND

3 Zie noot 1 voor een verdere toelichting. 4 5

Inclusief 7 meldingen van Antisemitisme. Het aantal registraties op basis van discriminatiegrond ligt iets hoger dan het totaal van de opgevangen meldingen omdat er bij sommige meldingen sprake kan zijn van meerdere discriminatiegronden.

13

Monitor ­Discriminatie

2023

Personen die in 2023 ervaren discriminatie op grond van hun herkomst/huidskleur hadden gemeld hadden de ervaring vooral op de maatschappelijke terreinen arbeidsmarkt (17% van de meldingen), commerciële dienstverlening (16%) en buurt/wijk (15%). Over de andere meest voorkomende gronden (niet-wettelijke gronden, godsdienst en seksuele gerichtheid/ identiteit) kunnen de volgende conclusies worden getrokken: ■

De niet-wettelijke gronden: discriminatie werd vooral ervaren op de maatschappelijk terreinen commerciële dienstverlening, collectieve voorzieningen en arbeidsmarkt.

■

Godsdienst werd vooral ervaren op de arbeidsmarkt en binnen de openbare ruimte/publiek domein.

■

Bij discriminatie op grond seksuele gerichtheid/identiteit was vooral sprake van ervaren ­discriminatie op de terreinen Politie/Openbaar Ministerie/Vreemdelingendienst (39% van de betreffende meldingen) en openbare ruimte/publiek domein (36%). Meer informatie over de relatie tussen de discriminatiegronden en maatschappelijk terreinen is te vinden in bijlage 5 van de monitor.

3.3

De maatschappelijke terreinen Bij de maatschappelijke terreinen was arbeidsmarkt gedurende een zeer lange periode het maatschappelijk terrein waarover de meeste meldingen van ervaren discriminatie werd geregistreerd. In 2020 en 2021 waren de meldingen die over dit maatschappelijk terrein gingen nog steeds hoog maar door de coronacrisis en maatregelen die werden genomen om de ­crisis te bestrijden, stegen de meldingen van ervaren discriminatie op de terreinen collectieve voorzieningen en commerciële dienstverlening naar ongekende hoogte. Uit de cijfers die betrekking hebben op het jaar 2021 blijkt bijvoorbeeld dat bijna 40% van de meldingen die toen bij de ADV’s binnenkwamen betrekking had op de netgenoemde twee maatschappelijke terreinen. Het aantal meldingen over ervaren discriminatie op de arbeidsmarkt kwam toen overeen met slechts 15% van het totaal. Vanaf 2022 vertoont de verdeling naar maatschappelijke terreinen veel overeenkomsten met de pre-corona periode, de periode voor 2020. Discriminatie op de arbeidsmarkt is weer het meeste geregistreerde maatschappelijk terrein. In 2023 betrof het 20% van alle, door de ­ADV’s geregistreerde meldingen in Haaglanden en Hollands Midden. Bij iets minder dan de helft van deze meldingen betrof het, evenals in voorgaande jaren, ervaren discriminatie op grond van herkomst/huidskleur.

Wat verder wel opvalt is dat meldingen over ervaren discriminatie op het maatschappelijk terrein collectieve voorzieningen óók na de coronaperiode blijft stijgen. In 2023 stonden deze meldingen op de tweede plaats, 117 meldingen in 2023 tegenover 76 in 2022.

14

2023

Monitor ­Discriminatie

Uit de koppeling van de discriminatiegronden met de maatschappelijke terreinen blijkt daarnaast het volgende: ■

Discriminatie op grond van herkomst/huidskleur wordt, zoals eerder vermeld, vooral ervaren op het maatschappelijk terrein arbeidsmarkt en op de terreinen commerciële dienst­verlening en buurt/wijk.

■

Meldingen over ervaren discriminatie op grond van handicap/chronisch ziekte gingen vooral over collectieve voorzieningen en arbeidsmarkt.

■

Meldingen over niet-wettelijke gronden hadden vooral betrekking op de terreinen commerciële dienstverlening, collectieve voorzieningen en de arbeidsmarkt.

■

Bij meldingen op grond van geslacht waren arbeidsmarkt en openbare ruimte/publiek ­domein de meest geregistreerde terreinen.

TABEL 4:

DOOR DE ADV’S GEREGISTREERDE KLACHTEN EN MELDINGEN NAAR MAATSCHAPPELIJK TERREIN IN 2023 EN 2022 2023

2022

Arbeidsmarkt

129

130

Buurt/wijk

58

56

Collectieve voorzieningen

117

76

Commerciële dienstverlening

88

92

Horeca/amusement

21

18

Huisvesting

18

36

Media en reclame

11

11

Onderwijs

43

33

Openbare ruimte /publiek domein

59

50

Politie /Openbaar Ministerie/Vreemdelingendienst

22

16

Privésfeer

17

12

Publieke/Politieke opinie

17

21

Sport en recreatie

24

24

Overig/onbekend

11

Totaal

635

MAATSCHAPPELIJK TERREIN

575

15

2023

Monitor ­Discriminatie

De cijfers van 2023 laten ook een toename zien van het aantal meldingen over ervaren discriminatie binnen het onderwijs. Meldingen worden veelal gedaan door ouders van kinderen op de basisschool over pestgedrag en buitensluiten op grond van ras, godsdienst, handicap/ chronische ziekte en uiterlijk. Op latere leeftijd ervaren leerlingen ook discriminatie op grond van seksuele gerichtheid of seksuele identiteit. Uit de meldingen blijkt dat basisscholieren opvattingen en meningen kopiëren vanuit hun omgeving. Gastlessen die over discriminatie, respect, inclusie en respectvol omgaan met elkaar worden verzorgd dragen in belangrijke mate bij aan het creëren van een discriminatievrije en inclusieve leeromgeving.

3.4

De wijze van discriminatie In tabel 5 is een verdeling gemaakt naar de wijze waarop de ervaren en gesignaleerde discriminatie had plaatsgevonden. Uit de gegevens blijkt dat bij verreweg de meeste incidenten en voorvallen sprake was van Omstreden behandeling en Vijandige bejegening en dat het aantal gevallen waarbij sprake was van Omstreden behandeling licht is afgenomen ten opzichte van 2022. Vanaf 2021 is een trend waar te nemen die zorgwekkend is omdat de ervaren wijze van discriminatie zeer ingrijpend kan zijn voor het slachtoffer. Het gaat om de stijging van het aantal meldingen van ervaren discriminatie door vijandige bejegening, bedreiging en geweld. ­Vijandige bejegening in combinatie met geweld komt vaak voor bij meldingen van discriminatie op grond van seksuele gerichtheid/identiteit.

TABEL 5:

DE WIJZE VAN DISCRIMINATIE 2023

2022

Bedreiging

35

21

Geweld

32

20

Omstreden behandeling

328

340

Vijandige bejegening

276

232

Overige/onbekend

16

10

Totaal*

687

623

WIJZE VAN DISCRIMINATIE

* Ook hier geldt dat het totaal hoger ligt dan het aantal meldingen dat in 2023 is geregistreerd (namelijk 635) omdat een melding betrekking

kan hebben op meerdere wijze van discriminatie.

16

Monitor ­Discriminatie

2023

3.5

De opvang en afwikkeling van de geregistreerde meldingen

3.5.1

Inleiding Het opvangen en behandelen van meldingen en klachten verloopt conform wettelijke eisen, volgens het klachtenprotocol dat leden van de landelijke vereniging van de ADV’s (Discriminatie.nl) volgen en volgens aanvullende kwaliteitscriteria van Stichting iDb. De aanvullende kwaliteitscriteria van Stichting iDb zijn afgeleid van het dienstenmodel waarin het aanbod van de organisatie is genormeerd en geharmoniseerd. Per deeltraject is aangegeven waaraan de eerste opvang en het vervolg van de dienstverlening moeten voldoen. Op het landelijk niveau zijn afspraken gemaakt over de basiskwaliteitseisen waaraan de opvang en klachtbehandeling van de aangesloten ADV’s moeten voldoen. De cijferopstelling in tabel 6 geeft inzicht in de wijze waarop het aanbod in 2023 werd afgestemd op de vraag van de melders. Voor de goede orde wordt gewezen op het feit dat de eigen waarnemingen en signalen, die Stichting iDb in het kader van het HSV-project en andere voorliggende voorzieningen heeft geregistreerd, niet in de tabel zijn opgenomen. De eigen waarnemingen en signalen zullen wel aan de orde komen in de inhoudelijke jaarverslagen die aan de gemeenten zullen worden uitgebracht.

3.5.2 De wijze van afwikkeling van de geregistreerde meldingen Het voornemen van de ADV’s om beter gebruik te maken van het aanbod en de specifieke deskundigheid van partijen binnen de keten, is een van de verklaringen voor het groot aantal zaken waarbij is doorverwezen. Doorverwijzing geschiedt meestal op basis van de informatie die tijdens het eerste gesprek is uitgewisseld en het inzicht dat de melder en de klacht­ behandelaar hebben gekregen in de gewenste vervolgstappen. Een vervolgstap kan zijn dat de melder wordt doorverwezen nadat de eerste opvang op een betekenisvolle wijze is afgerond. Er kan ook worden gekozen voor doorverwijzing naar een partij die een aanvullende inbreng kan hebben. Bij een dergelijke situatie fungeert de klachtbehandelaar van de ADV als een casemanager die in beeld blijft en het contact met de melder onderhoudt. In 2023 is bij 25% van de 635 meldingen doorverwezen.

17

2023

Monitor ­Discriminatie

TABEL 6:

DE DOOR DE ADV’S GEREGISTREERDE KLACHTEN EN ­MELDINGEN IN 2023 NAAR DE WIJZE VAN OPVANG EN ­BEHANDELING 2023

2022

Advies en informatie

385

326

Alleen registratie

213

204

Beïnvloeding beleid

14

7

Bemiddeling

22

41

Bijstaan in procedures

5

4

Doorverwijzing

161

28

Eigen onderzoek/overig

5

7

805

617

Totaal6

6 Ook hier geldt dat het totaal hoger ligt dan het totaal van de opgevangen meldingen (635) omdat er bij sommige meldingen sprake kan

zijn van verschillende verrichtingen.

18

Monitor ­Discriminatie

2023

4 Incidenten en voorvallen die door de Politie zijn geregistreerd 4.1

Inleiding Elke burger die slachtoffer of getuige is van discriminatie kan hiervan melding maken bij de Politie of aangifte doen. Ook politiefunctionarissen kunnen uit eigen beweging proces-­ verbaal opmaken wanneer zij getuige of zelf slachtoffer zijn van discriminatie. Alle meldingen en aangiften die de Politie ontvangt worden in principe geregistreerd in het bedrijfs­ processensysteem BVH. Dit systeem wordt op landelijk niveau door de Politie doorzocht naar incidenten en voorvallen met een mogelijk discriminatoir karakter. De incidenten en voorvallen worden vervolgens door materiedeskundigen gescreend en voorzien van aanvullende informatie over de discriminatiegrond, de wijze van discriminatie en of het slachtoffer van de geregistreerde discriminatie een werknemer met een publieke functie betrof, bijvoorbeeld een politiefunctionaris. De gegevens worden op landelijk niveau verwerkt in zaakoverzichten. Deze overzichten worden op eenheidsniveau ter beschikking gesteld aan de contactpersonen bij de Politie en aan de daarvoor aangewezen medewerkers van de ADV’s die de betreffende informatie vertrouwelijk moeten behandelen. Het afstemmingsoverleg op het operationeel niveau tussen de Politie en de ADV’s leent zich bij uitstek voor het bespreken van de gegevens in de zaakoverzichten en voor het uitwisselen en delen van informatie over belangwekkende ontwikkelingen.

Dit is een voorwaarde voor de gewenste proactieve opstelling en gerichte aanpak bij zaken die een gebundelde aanpak vereisen, zoals discriminatie binnen de directe woonomgeving en commune delicten met een discriminatieaspect. Gegevens die in het kader van deze aanpak worden verzameld kunnen worden gebruikt om de informatiepositie van de Politie en de ADV's te verbeteren, vooral omdat informatie over discriminatie op maatschappelijke terreinen sinds enkele jaren niet meer is te halen uit het registratiesysteem van de Politie. In 2023 hebben de Politie en de ADV’s binnen Haaglanden en Hollands Midden afspraken gemaakt die nodig zijn om gezamenlijk en effectief op te treden in situaties die een specifieke inbreng van de partijen vereisen. De politiefunctionaris die de verbindende rol vervult fungeert als aanspreekpunt voor de ADV’s en kan bijvoorbeeld worden gevraagd om een mede­ werker van de ADV in contact te brengen met een wijkagent waarmee kan worden samengewerkt om een binnengekomen melding van discriminatie op te pakken en op een gedegen wijze af te wikkelen. Deze afstemming op operationeel niveau is veelbelovend.

19

Monitor ­Discriminatie

4.2

2023

De geregistreerde discriminatiegronden in Haaglanden en ­Hollands Midden Binnen Haaglanden en ­Hollands Midden, het werkgebied van politie-Eenheid Den Haag, zijn in 2023 1.140 voorvallen en incidenten gemeld. Er was sprake van een forse toename, 30%, ten opzichte van 2022. Als dit aantal wordt gerelateerd aan het inwonertal van de gemeenten die binnen Haaglanden en Hollands Midden vallen, dan blijkt dat 1 op de 2.000 inwoners in 2023 is geconfronteerd met discriminatie. In 2022 was het vergelijkingscijfer iets minder dan 1 op de 3.000 inwoners (0,39 per 1.000). De toename was vooral te merken bij de discriminatiegrond herkomst/huidskleur. Discriminatie op grond van herkomst/huidskleur is weliswaar zowel bij de ADV’s en de Politie al jarenlang de meest geregistreerde discriminatiegrond maar de forse stijging ten opzichte van 2022 is om de volgende redenen opmerkelijk:

■

In 2019 was bij 32% van de registraties sprake van discriminatie op grond van herkomst/ huidskleur en 27% op grond van seksuele gerichtheid/identiteit.

■

Vanaf 2019 zijn de registraties die betrekking hebben op discriminatie op grond van h ­ erkomst/ huidskleur zowel kwantitatief als procentueel gestegen. In 2023 kwamen de netgenoemde registraties neer op 41% van het totaal terwijl de registraties die betrekking hebben op seksuele gerichtheid/identiteit (nog steeds de op een na hoogste discriminatiegrond) neer­ kwamen op 25%. De toename van de geregistreerde incidenten en voorvallen was in kwantitatief opzicht bij vrijwel alle discriminatiegronden te merken.

20

2023

Monitor ­Discriminatie

TABEL 7:

DOOR DE POLITIE GEREGISTREERDE INCIDENTEN NAAR ­DISCRIMINATIEGROND IN HAAGLANDEN EN HOLLANDS MIDDEN IN 2023 EN 2022 2023

2022

Antisemitisme7

189

143

Geslacht

10

4

Godsdienst

36

18

Handicap/chronische ziekte

14

14

Herkomst/huidskleur

464

351

Seksuele gerichtheid/identiteit

287

235

Onbekend/overig

140

109

Totaal

1.140

874

DISCRIMINATIEGROND

7 Sommige registraties hebben betrekking op antisemitische uitlatingen tegen politiefunctionarissen. Er dient dus rekening te worden

gehouden met het feit dat de betreffende uitlatingen gericht kunnen zijn tegen politiefunctionaris die, qua afkomst of geloofsovertuiging, niet Joods zijn.

Op basis van de vergelijking van de registraties die betrekking hebben op de regio’s Haaglanden en Hollands Midden met de landelijke cijfers kunnen de volgende conclusies worden getrokken: ■

Discriminatie op grond van herkomst/huidskleur is vaker geregistreerd op het landelijk ­niveau dan binnen Haaglanden en Hollands Midden, 47% op het landelijk niveau en 41% van alle registraties in Haaglanden en Hollands Midden.

■

Op het landelijk niveau registreerde de Politie in 2023 relatief meer discriminatie op grond van seksuele gerichtheid/identiteit dan in Haaglanden en Hollands Midden, 28% op het landelijke niveau tegenover 25% in Haaglanden en Hollands Midden.

■

Antisemitisme werd in 2023 relatief vaker geregistreerd dan op het landelijk niveau, 17% van alle registraties in Haaglanden en Hollands Midden en 10% op het landelijk niveau.

21

2023

Monitor ­Discriminatie

4.3

De wijze van discriminatie In het registratiesysteem van de Politie zijn acht wijzen van discriminatie, inclusief de ­categorie Onbekend/overig, onderscheiden. De categorie Uitlating is al jaren de meest voorkomende wijze van discriminatie. Jaarlijks gaat het om 60% tot ruim 66% van alle geregistreerde incidenten en voorvallen. In 2023 kwamen de 753 registraties overeen met 66% van het totaal. In 2023 waren evenals in 2022 relatief meer incidenten en voorvallen van discriminatie door Uitlating binnen het werkgebied van politie-Eenheid Den Haag geregistreerd dan op het landelijk niveau, 66% tegenover 63 van het totaal). Binnen het werkgebied van de politie-Eenheid Den Haag lag het percentage dat betrekking heeft op discriminatie door Bekladding iets hoger, 6% tegenover 5%).

TABEL 8:

DOOR DE POLITIE GEREGISTREERDE INCIDENTEN EN ­VOORVALLEN NAAR DE WIJZE VAN DISCRIMINATIE IN 2023 EN 2022

2023

2022

Bedreiging

105

48

Bekladding

69

55

Bespugen

14

7

Geweld

2

2

Geweld, in combinatie met uitlating

119

73

Pesterij

7

10

Uitlating

753

600

Vernieling

45

52

Weigering

9

15

Overig/onbekend

17

12

1.140

874

VORM VAN DISCRIMINATIE

Totaal

22

Monitor ­Discriminatie

2023

Op het landelijk niveau zijn in 2023 relatief meer voorvallen en incidenten over discriminatie door geweld, in combinatie met uitlating, en bedreiging geregistreerd dan in Haaglanden en Hollands Midden. Bij de eerste wijze van discriminatie ging het 12% van het totaal op het landelijk niveau en 10% van het totaal binnen Haaglanden en Hollands Midden. Bij discriminatie door bedreiging waren de percentages 11% op het landelijk niveau en 9% van het totaal van de registraties binnen het verzorgingsgebied van de politie-Eenheid Den Haag.

23

Monitor ­Discriminatie

2023

5 Enkele voorbeelden uit de ­praktijk van discriminatiebestrijding 5.1

Ervaren discriminatie op niet-wettelijke gronden In 2023 was bij 11% van de door de ADV’s geregistreerde meldingen in Haaglanden en ­Hollands Midden sprake van discriminatie op niet-wettelijke gronden. Het percentage op het landelijk niveau lag iets lager, namelijk op 8%. Het aantal meldingen dat betrekking heeft op de net­genoemde meldingen is in de achterliggende periode zowel op regionaal als landelijk ­niveau toegenomen. Uit de registraties van de ADV’s blijkt dat het aantal meldingen van discriminatie op niet-wettelijke gronden inmiddels vergelijkbaar is met het aantal meldingen op grond van handicap/chronische ziekte en geslacht, discriminatiegronden die na afkomst/ huidskleur het meest worden geregistreerd. In 2021 was zelfs bij 26% van de 738 meldingen sprake van discriminatie op niet-wettelijke gronden. Er zijn verschillende verklarende factoren voor de stijgende trend. De ADV’s signaleren dat het maatschappelijke ongenoegen over bepaalde maatregelen van de overheid en ervaren uitsluiting op de maatschappelijke terreinen collectieve voorzieningen en commerciële dienstverlening vaak de aanleiding vormen om meldingen te maken van discriminatie.

De melding kan gebaseerd zijn op een intuïtieve onrechtvaardigheidsoordeel maar er kan ook sprake zijn van en weloverwogen onrechtvaardigheidsoordeel omdat een melder geconstateerd heeft dat gelijk gevallen ongelijk worden behandeld.(8) In het rapport dat de parlementaire onderzoekscommissie antidiscriminatiewetgeving in 2022 heeft uitgebracht is geconstateerd dat antidiscriminatiewetgeving onvoldoende werkt en gecompliceerd is (9). Er is gepleit voor een afwegingskader. Dit afwegingskader zal richtinggevend moeten zijn voor vragen die de wetgever zichzelf stelt om discriminatie te voorkomen en te bestrijden, vooral omdat ook niet op discriminatie gerichte wetgeving een discriminerend effect kan hebben. Volgens de commissie zal de wetgever verantwoordelijkheid moeten nemen waar het gaat om normstelling tegen discriminatie en de naleving van wetten en regels. De commissie constateert ook dat de huidige normstelling niet toereikend is voor een effectieve bestrijding van discriminatie en heeft daarom aanbevolen om nieuwe gronden op te nemen op de lijst met gelijke behandelingsgronden. In 2023 is de normstelling, die tot 2023 betrekking had op de discriminatiegronden godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht, uitgebreid met discriminatie op grond van handicap en seksuele gerichtheid of identiteit.

De kloof tussen wetgeving en de praktijk kan, volgens de commissie, worden verkleind door nieuwe gronden toe te voegen aan de lijst van gelijke behandelingsgronden zoals sociale afkomst en sociaal-economische status.

8 Kahneman, D., P. Slovic & A. Tverski, (red) (1982), Judgment under uncertainty: heuristics and biases, New York. Zuure, J., J. de Lange, e.a. (2028), #Woest-De kracht van verontwaardiging, Amsterdam. Bos van der, J.(2023), Elkaar eerlijk behandelen: wantrouwen, polarisatie en complotdenken voor zijn, Amsterdam. 9 Gelijk recht doen: een parlementair onderzoek naar de mogelijkheden van de wetgever om discriminatie tegen te gaan (2022), Den Haag.

24

Monitor ­Discriminatie

2023

Bij niet-wettelijke-gronden kan het, net als bij wettelijke gronden, na onderzoek ook gaan om ongelijke gevallen die daarom ongelijk behandeld worden. Vaak gaat het hierbij om een actie/ gedrag van de melder die sancties/maatregelen tot gevolg hebben gehad. Indien de melder zich hierin niet kan vinden, verwijst de ADV door voor juridische ondersteuning, tenzij aannemelijk gemaakt kan worden dat er aan de opgelegde maatregelen discriminatie ten grondslag ligt. Bij een ongelijke behandeling in een individueel geval op grond van een niet-wettelijke-grond (of een niet feitelijk aantoonbare wettelijke grond), adviseert de ADV om de betreffende organisatie, bedrijf of instantie in gebreken stellen of bezwaar of een klacht in te dienen al naar gelang de situatie. De melder kan daarbij rekenen op advies en ondersteuning van de ADV om de klacht te onderbouwen zodat deze voortvarend door de veroorzaker kan worden behandeld.

Enkele voorbeelden uit de praktijk van niet-wettelijke gronden Casus 1: Klacht over lotingsprocedure van een school Melder ervaart discriminatie omdat een middelbare school in geval van meer aanmeldingen dan plaatsen gebruikt maakt van een voorrangsregel voor kinderen met ouders in het bezit van een schooldiploma van deze school. Melder vraagt zich af of dit mag en of er in geval van een kind met ouders die als volwassen naar Nederland zijn gemigreerd sprake kan zijn van discriminatie op grond van afkomst, omdat de voorrangsregel kinderen van ouders met een migratieachtergrond bijzonder zou treffen. Een schooldiploma van een bepaalde school is een niet wettelijke grond en een vermoeden van indirecte discriminatie kon de ADV niet staven omdat de regel ook alle kinderen treft met ouders uit andere Nederlandse woonplaatsen of die binnen dezelfde gemeente op een andere school hebben gezeten.

Casus 2: Ervaren leeftijd discriminatie buiten maatschappelijk terrein Arbeid Melder ervaart discriminatie op basis van zijn leeftijd (83 jaar), doordat hij wordt geweigerd voor een autoverzekering door meerdere verzekeraars. Melder is begrepen in zijn ervaring van ongelijke behandeling, er is hem echter uitgelegd dat dit bij wet niet verboden is omdat leeftijd alleen in relatie tot arbeid een wettelijk verboden discriminatiegrond is. Melder is door­ verwezen naar De Vereende, een maatschappij die bijzondere risico’s wel wil verzekeren daar waar reguliere maatschappijen afhaken.

Casus 3: Ervaren discriminatie vanwege lengte De dochter van melder is aangenomen door een bezorgbedrijf in levensmiddelen na een aantal succesvolle sollicitatiegesprekken op locatie. Hierop neemt de jonge vrouw ontslag bij haar hui­ dige werkgever. Echter twee dagen na aanvang van haar werkzaamheden wordt zij afgewezen vanwege haar lengte, omdat zij niet zonder opstapje bij de bovenste kratten in de bezorgauto kan. Omdat lengte geen wettelijk verboden discriminatiegrond is, is melder doorverwezen voor arbeidsrechtelijke ondersteuning, waarbij van belang is of er sprake is van een geldige proeftijd.

25

Monitor ­Discriminatie

2023

Casus 4: Geen toegang tot het aanbod van een vervoerder De melder ervaart discriminatie door een openbaar vervoerder bij de aanbieding van een nachttrein tussen Groningen en Maastricht. Het is voor deze trein verplicht een kaartje te kopen via een app. De betreffende app kan niet op alle smartphones geïnstalleerd worden. Hierdoor worden mensen die niet over de juiste smartphone beschikken of geen smartphone bezitten, uitgesloten van de dienstverlening. Omdat het hier gaat om een niet-wettelijke grond is de melder geadviseerd om een klacht in te dienen bij de vervoerder en doorverwezen naar de relevante klachtenprocedure.

5.2

Huidige registratie van ervaren discriminatie op grond van ­afkomst/huidskleur is niet toereikend Discriminatie op grond van ras is al jaren verreweg de meest geregistreerde discriminatiegrond. Deze oververtegenwoordiging geldt voor zowel de cijfers van de ADV’s als de cijfers van de Politie: bij ruim 40% van alle geregistreerde meldingen in 2022 en 2023 ging het om discriminatie op grond van ras. Als de samenstelling van deze groep melders nader wordt bekeken, dan blijkt dat de registraties vooral betrekking hebben op meldingen op grond van herkomst of huidskleur, categorieën die qua triggerfactoren en interventies eigen kenmerken en dynamiek kennen en daardoor specifieke eisen stellen aan de wijze waarop hulp en ondersteuning kan worden geboden. Uit onderzoek en globale analyse van registratiegegevens blijkt dat bij discriminatie op grond van afkomst vooral sprake is van risicomijdende discriminatie. Deze vorm van discriminatie wordt versterkt door de gedachte dat personen met bepaalde identiteitskenmerken bepaalde risico’s meebrengen, zoals verlies van werkgelegenheid, te grote druk op collectieve voorzieningen en de woningmarkt. Bij discriminatie op grond van huidskleur is vaak sprake van aversieve discriminatie. Deze vorm van discriminatie wordt in de kern aangejaagd door diepgewortelde weerzin tegen of minachting van personen met bepaalde identiteitskenmerken.

De diepgewortelde weerzin of minachting kan gebaseerd zijn op historische beelden waarbij angst, afkeer en onverdraagzaamheid domineren (10). De Europese Unie erkent de aversieve discriminatie van zwarte Afrikanen en mensen van Afrikaanse afkomst en heeft in maart 2019 een resolutie aangenomen waarin anti-zwart racisme en de fundamentele rechten van mensen van Afrikaanse afkomst worden erkend. Lidstaten van de unie zijn gevraagd om beleid te ontwikkeling dat de positie van deze groep bevordert. Er is een aanzet gegeven tot een kaderschets en handelingskader voor ADV’s die de opvang en ondersteuning beter willen afstemmen op de behoefte van melders die met deze vorm van aversieve discriminatie worden geconfronteerd (11).

10 Cain, A, & D. Wijdenbosch (2017), Uitsluitingsmechanismes van mensen van Afrikaanse afkomst in Nederland: Wat is erover bekend?,

­Amsterdam. Biekman, B., (2018), Uitsluitingsmechanismen, Blaka tara en afrofobie: het belang van politieke wil en rechtvaardig bestuur. 11 Biekman, B. & A. Sandvliet (2021), Concipiëren, Consulteren en Toepassen: werken aan een kaderschets en handelingskader voor een effectieve aanpak van vormen van meervoudige racisme en discriminatie op grond van Afrikaanse afkomst, Zoetermeer.

26

Monitor ­Discriminatie

2023

Enkele voorbeelden uit de praktijk Casus 1: Ervaren discriminatie vanwege donkere huidskleur De melder is jarenlang trainer én actief lid bij een atletiekvereniging. Ook haar twee minder­ jarige kinderen traint zij bij deze vereniging. Melder ervaart binnen de vereniging meermaals discriminatie op grond van haar donkere huidskleur. Zo komt de voorzitter van de vereniging intimiderend op haar af wanneer zij haar twee kinderen op de atletiekbaan traint. De voorzitter sommeerde dat zij en haar kinderen van de atletiekbaan af moesten, terwijl zij hier volgens de regels van de vereniging op dat tijdstip mochten trainen. Eén van de kinderen vroeg aan de melder “Waarom mogen wij hier niet trainen, maar andere kinderen wel?”. De melder en haar kinderen zijn erg ontdaan door de situatie. Daarnaast merkt de melder op dat haar collega trainers haar niet terug groeten én dat haar mede collega’s minderjarige leden binnen de ver­ eniging mogen trainen zonder het 4-ogenprincipe. Terwijl melder zelfs bij haar eigen kinderen het 4-ogenprinipe verplicht moet toepassen van het bestuur. Tot slot wordt haar dochter uitge­ sloten van de sprintgroep, terwijl zij aan alle voorwaarden voldoet. Het kind dat in haar plaats is uitgenodigd voor de speciale sprintgroep voldoet niet aan de voorwaarden én heeft een lichte huidskleur.

Het vermeende pestgedrag binnen de verenging heeft een enorme impact op het gezin. Ze besluiten naar een vertrouwenspersoon te stappen. Daarvan krijgt melder te horen dat zij volgens het bestuur enkele regels heeft overtreden, maar er wordt niet aange­ geven welke regels dit zijn geweest. Melder geeft aan altijd goed te hebben gefunctioneerd als trainer én hier nooit eerder een klacht over te hebben gehad. De ADV raadt de melder aan om dit na te vragen bij het bestuur. Melder geeft echter aan dat het even teveel is, ze besluit haar kinderen in te schrijven bij een andere vereniging. Daar hebben de kinderen een fijne ervaring. Een paar maanden later neemt melder opnieuw contact op met de ADV. Ze zou graag alsnog een bemiddeling willen starten. De ADV bereidt samen met de melder een gesprek met het bestuur voor. Bij het gesprek zijn de voorzitter, een bestuurslid en een vertrouwenspersoon aanwezig. In dat gesprek erkent de voorzitter het pestgedrag en biedt hij zijn excuses aan voor zijn handelswijze in het verleden én namens de hele club, daarnaast wordt er afgesproken dat het thema binnen de vereniging bespreekbaar wordt gemaakt. Melder is erg tevreden over het gesprek en geeft aan het fijn te vinden dat dit de uitkomst is. Ze bedankt de ADV voor het luisterend oor, het empoweren en het juridische advies.

Casus 2: Ervaren discriminatie op grond van ras of afkomst Vanaf het moment dat een man zijn nieuwe woning betrekt, heeft hij problemen met zijn ­buren. Dit speelt al enkele jaren. De aangever voelt zich al enige tijd niet veilig in zijn woning en heeft daarom een Ring deurbel geplaatst. De buurman van de aangever staat op een gegeven ­moment voor zijn voordeur en beschuldigt de aangever ervan dat hij oudere dames mishandelt. Hij gebruikt ook scheldwoorden die duiden op de Hindoestaanse achtergrond van de aangever. Betrokkene heeft aangifte gedaan bij de politie. De politie heeft de camerabeelden van de Ring deurbel geanalyseerd. De buurman is ontboden op het politiebureau en is gehoord. De wijkagent wordt ingezet voor mediation. De relatie tussen de buren is echter zodanig verslech­ terd dat bemiddeling geen zin meer heeft. In samenspraak met het OM wordt de buurman ontboden en verhoord als verdachte.

27

Monitor ­Discriminatie

2023

Casus 3: Ferm optreden tegen ervaren discriminatie op grond van ras of afkomst Vier vrouwen van Aziatische afkomst, waaronder de meldster bezoeken een zwembad. In de gezamenlijke doucheruimte worden zij gefilmd en lastiggevallen door twee vrouwen met hun mobiele telefoon. Een medewerker van het zwembad instrueerde de twee vrouwen om te stoppen met maken van opnames. Echter stopt dit niet en worden er discriminerende leuzen geroepen. Een van de vrouwen met een Aziatische afkomst wordt fysiek aangevallen in het zwembad, er dreigt een gevaarlijke situatie. Melder voelt zich niet meer veilig in het zwembad. De ADV heeft betrokkene geadviseerd om aangifte te doen. Ook heeft de ADV het zwembad aangeschreven met de suggestie om discriminatie als ontoelaatbaar op te nemen in de huis­ regels om zodoende nog extra bij te dragen aan een gevoel van veiligheid voor betrokkene en anderen. Het zwembad gaf hierop aan dat het Protocol “Vrolijk en Veilig” wordt gehanteerd en dat er in de zomer ook via flyers benadrukt zal worden dat discriminatie niet getolereerd wordt. Tevens gaat het zwembad haar huisregels onder de loep nemen om de ontoelaatbaarheid van discriminatie hierin uitdrukkelijk op te nemen. Ook heeft het zwembad besloten om de twee bezoekers die discriminatoir handelden de toegang voor een jaar te ontzeggen.

Casus 4: Ervaren discriminatie op grond van godsdienst/afkomst Twee vrouwen lopen naar een snelkassa in een supermark. Op dat moment worden ze afge­ sneden door een vrouw die klaarblijkelijk wil voordringen. Eén van de vrouwen vraagt aan deze vrouw of dit wel gepast is, en geeft aan dat dit niet erg respectvol is. De vrouw reageert erg fel. Ze zegt tegen één van de vrouwen dat zij haar hoofdoek moet afdoen, en dat de vrouwen zich moeten aanpassen hier in Nederland. Terwijl ze dit zegt, probeert de vrouw de hoofddoek van het hoofd van één van de vrouwen te trekken. Daarna loopt ze naar buiten. Wanneer de twee vrouwen de supermarkt verlaten komt de vrouw direct op hen af en zegt opnieuw dat zij zich moet aanpassen en woorden van gelijke strekking. Ze stelt dat ze de hoofddoek van het hoofd van de vrouw zal trekken. Betrokkene houdt haar hoofddoek uit voorhand al vast, en de vrouw pakt daadwerkelijk de hoofddoek vast en trekt hieraan. Vervolgens geeft ze betrokkene een duw en loopt ze weg. Betrokkene doet aangifte wegens discriminatie. De aangifte is op­ genomen door de Politie.

28

Monitor ­Discriminatie

2023

Beter inspelen op het hulpzoekgedrag bij ervaren discriminatie

5.3

Personen die discriminatie of een andere ingrijpend voorval of incident meemaken zijn geneigd om hun ervaring te delen met iemand die men vertrouwt of een zekere mate van handlingsvaardigheid toekent. Dat kan een naaste zijn, maar ook een sleutelfiguur binnen de gemeenschap of een bekende professional bij een maatschappelijke organisatie. Tot nu toe is dit hulpzoekgedrag onvoldoende betrokken bij initiatieven die door de ADV’s en de Politie worden ontplooid om de meldingsbereidheid te vergroten. Er wordt weliswaar het nodige gedaan om de eerste opvang, doorverwijzing en de kwaliteit van de klachtbehandeling te verbeteren, maar de gewenste inhoudelijke en organisatorische verbinding tussen enerzijds de partijen die een bijzondere verantwoordelijkheid op het gebied van discriminatiebestrijding dragen en anderzijds actoren die dicht bij de melders kunnen zorgdragen voor onderdelen van een betekenisvolle eerste opvang, verdient om verschillende redenen meer aandacht. Daarbij zal rekening moeten worden gehouden met de volgende gegevenheden en kansen: ■

Het gegeven dat slechts 11% van de Nederlanders vanaf 15 jaar ervaren discriminatie meldt bij een ADV, de Politie of een andere instantie die belast is met discriminatiebestrijding.

■

De bereidheid van sleutelfiguren binnen verschillende gemeenschappen, aandachtfunctionarissen binnen het onderwijs en frontlijnfunctionarissen bij maatschappelijke organisaties om onderdelen van de eerste opvang te verzorgen bij discriminatie binnen sociale verbanden waarin zij opereren.

■

De erkenning dat discriminatie grote impact kan hebben voor personen die daarmee worden geconfronteerd en dat een adequate opvang en ondersteuning specifieke kennis en vaardigheden vereist.

■

Er zijn programma’s ontwikkeld voor sleutelfiguren en professionals die onderdelen van de eerste opvang op een betekenisvolle wijze kunnen verzorgen en, waar nodig, kunnen doorverwijzen naar een ADV (12).

Een voorbeeld uit de praktijk Een maatschappelijk werker neemt contact op met de ADV omdat hij tijdens zijn werk een ervaring van discriminatie hoort van een client. Er is sprake van een burenruzie waarbij de wijkagent, een buurtbemiddelaar en de wooncorporatie samen zoeken naar oplossingen. De ruzie is echter geëscaleerd en er zijn discriminatoire vijandige opmerkingen gemaakt over de hoofddoek van client en er is een poging tot geweld gedaan. De maatschappelijk werker heeft de cliënt in contact gebracht met de ADV zodat de ADV haar kan voorzien van informatie en een luisterend oor kan bieden. Zij geeft aan dat haar 11-jarige zoon getuige is geweest van de discriminatie en de poging tot geweld. De situatie doet veel met haar omdat zij oorlog en geweld is ontvlucht en haar zoon nu toch bijna met geweld geconfronteerd is. Zij voelt zich ook erg onveilig. Zij geeft aan dat zij behoefte heeft aan een 12 CBS (2022), Veiligheidsmonitor 2021, Den Haag.

Pharos (2022), Discriminatie en gezondheid: over invloed van discriminatie op gezondheidsverschillen en wat wij hieraan kunnen doen, Utrecht. Stichting iDb (2023), Nabij en betekenisvol: de kracht van de buurt inzet voor een toegankelijk en betekenisvolle opvang bij ervaren en gesignaleerde discriminatie.

29

Monitor ­Discriminatie

2023

maatje waarmee zij met regelmaat over de toestand kan praten. De ADV koppelt dit terug aan de maatschappelijk werker, die direct aangeeft op zoek te gaan naar een geschikt maatje. Een aantal weken na de melding zoekt de ADV opnieuw contact met de vrouw om te horen hoe het gaat. Recentelijk is zij niet meer lastiggevallen of vervelend bejegend door de buren. Verder geeft zij aan dat er een stop-gesprek tussen de wijkagent en de buren gepland staat. Ook is er een traject in gang gezet via de wooncorporatie om in aanmerking te komen voor een andere woning.

5.4

Intensiveren van de samenwerking tussen de Politie en de ADV’s Een goede samenwerking tussen de ADV’s en de Politie is noodzakelijk voor tijdige en effectieve aanpak van strafbare discriminatie. De korte lijnen die daarbij worden onderhouden en het uitwisselen en delen van actuele informatie stelt de samenwerkingspartners in staat om goed zicht te houden op de aard en omvang van incidenten en voorvallen met een discriminatoir karakter. De samenwerking vindt op verschillende niveaus en plekken plaats. Binnen het RDO (Regionaal Discriminatieoverleg) wordt samen met het Openbaar Ministerie informatie afgestemd over lopende zaken en belangwekkende ontwikkelingen. Zowel de Politie als de ADV’s erkennen de relevantie van een intensieve samenwerking waarbij partijen elkaars positie en verantwoordelijkheden erkennen en bronnen kunnen aanboren om complementair te opereren bij strafbare discriminatie of bij commune delicten met een discriminatieaspect. In 2023 zijn afspraken gemaakt om de samenwerking op het operationeel niveau te verbeteren. De door de Politie en de ADV’s aangewezen functionarissen onderhouden korte lijnen met elkaar. Hierdoor is het mogelijk om vragen, die een snel en gericht optreden vereisen uit te zetten.

Er wordt regelmatig afgestemd over de zaaksoverzichten die op landelijk niveau worden opgesteld en op eenheidsniveau van de Politie worden doorgenomen en opvolging krijgen. In 2023 zijn afspraken gemaakt over de bijdrage van de ADV’s aan programma’s om de deskundigheid van functionarissen van de Politie te bevorderen. Het aanbod van de ADV’s zal in eerste instantie gericht zijn op functionarissen die de eerste opvang verzorgen via het RSC (het Regionaal Service Centrum).

30

Monitor ­Discriminatie

2023

Enkele voorbeelden uit de praktijk: Casus 1: Een voorbeeld van goede samenwerking Melder ervaart discriminatie op grond van seksuele gerichtheid wanneer hij hand in hand met zijn partner in de buurt van het station loopt en wordt uitgescholden door een groep jonge­ ren. De discriminatoire leuzen verwijzen naar de seksuele geaardheid van de melder en diens partner. Melder voelde zich erg onveilig doordat de situatie als bedreigend aanvoelde. Melder is daarom doorgelopen en heeft contact gezocht met de ADV. De ADV heeft een luisterend oor geboden en daarna contact gezocht met de wijkagent om deze melding als signaal door te geven zodat er wellicht vaker gesurveilleerd kan worden. De wijkagent laat weten dat er al verschillende meldingen over deze groep jongeren zijn ont­ vangen. Bij deze meldingen was echter niet duidelijk dat het wellicht ook om discriminatie op grond van seksuele gerichtheid ging. Het is daarom goed hier nu van op de hoogte te zijn via de melding bij de ADV voor een effectieve aanpak en vanwege de strafverzwarende werking. De wijkagent geeft aan dat er uiteindelijk een actie op de betreffende groep jongeren is ge­ draaid en dat er daarbij aanhoudingen zijn verricht. De jongeren zijn in een groepsaanpak geplaatst in samenwerking met de gemeente om het probleem constructief aan te pakken.

Casus 2: Ook aandacht voor niet strafbare discriminatie bij de Politie Aangeefster heeft een handicap en wordt bijgestaan door een hulphond. Zij wil gaan eten in een all you can eat restaurant en maakt daarvoor online een reservering. Bij aankomst bij het restaurant wordt ze door een medewerkster met haar hulphond naar haar tafel begeleid. Een andere medewerkster meldt betrokkene even later dat honden niet zijn toegestaan in het restaurant. Aangeefster legt hierop uit dat hulphonden niet mogen worden geweigerd in openbare ruimten zoals hotels en restaurants. De medewerkster beaamt dit, en vraagt aan­ geefster of zij in een andere ruimte wil gaan zitten. Deze ruimte is door middel van een glazen scheidingswand afgesloten van de eetzaal, zodat zij voor iedereen zichtbaar is. Hoewel aan­ geefster dit vernederd vindt, blijft zij zitten. Daarna belt zij de politie, die aangeeft dat dit een civiele zaak betreft. Ondanks dat het geen strafbaar feit betrof, is de aangifte opgenomen. Aangeefster heeft ook via de stichting assistentiehonden melding van het incident gemaakt bij een ADV.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14097546/1