CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318703 Bijlage 1 Jaarrekening IPP

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzakeZienswijzeprocedure IPP begroting 2025-2028 alsmede ter kennisname jaarrekening 2023 (RIS318703)13.518 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IPP Haaglanden

Jaarstukken 2023

14 maart 2024

Inhoud Voorwoord ........................................................................................................................................................................ 2 1.

Jaarverslag ................................................................................................................................................................. 3 1.1 Programma algemeen bestuur ............................................................................................................................... 3 1.2 Programma ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties .................................................................................... 4 1.3 Programma herstructurering werklocaties ............................................................................................................. 7 1.4 Investeringsagenda 2023 ........................................................................................................................................ 8 1.5 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................................................ 12 1.6 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .......................................................................................................... 12 1.7 Onderhoud kapitaalgoederen ...............................................................................................................................

16 1.8 Bedrijfsvoering ...................................................................................................................................................... 16

2.

Jaarrekening ............................................................................................................................................................ 20 2.1 Balans per 31 december 2023 ............................................................................................................................ 20 2.2 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening ........................................................................................ 21 2.3 Grondslagen ........................................................................................................................................................ 22 2.4 Toelichting op de balans ..................................................................................................................................... 27 2.5 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening ................................................................. 31 2.6 Kosten van de overhead ..................................................................................................................................... 35 2.7 Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting ....................................................................................

35 2.8 Overzicht van de incidentele baten en lasten per programma .......................................................................... 35 2.9 Informatie in het kader van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ............................................................................................................................................................... 37 2.10 Rechtmatigheidsverantwoording ....................................................................................................................... 38 2.11 Gebeurtenissen na balansdatum ........................................................................................................................ 39 2.12 De bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.............................................. 40

Bijlagen ............................................................................................................................................................................ 41

1

Voorwoord Voor u liggen het jaarverslag en de jaarrekening 2023 van het IPP Haaglanden. Het opstellen van de jaarrekening is ook een moment om kort terug te blikken op het jaar 2023. 2023 is het jaar geweest dat het IPP Haaglanden haar 70-jarig bestaan heeft gevierd. Het bestaan van al 70 jaar is het bewijs om daarmee het nut en de additionele betekenis voor de gemeenten Rijswijk en Den Haag te zijn, als het gaat om de zorg en aandacht voor de bedrijventerreinen in onze gemeenten en in het bijzonder daarmee het behouden van werkgelegenheid. In 2023 is een zeer betekenisvolle Investeringsagenda door het bestuur van het IPP Haaglanden geaccordeerd. Deze agenda vormt een start en een robuuste basis om de bedrijventerreinen MiddenGebied Plaspoelpolder in Rijswijk en Westvlietweg in Den Haag á priori aan te pakken en nauw overleg met de stakeholders, zowel gemeenten, MRDH, Provincie Z-H en het lokale bedrijfsleven. De dynamiek die daarbij is ontwikkeld heeft ook nog op de valreep van 2023 geleid tot een forse financiële bijdrage van de MRDH aan onze investeringsagenda. Een mooi succes voor onze beoogde aanpak en onderschrijft nog eens de urgentie en onze toegevoegde betekenis. Naast het vorm geven aan het uitvoeren van de investeringsagenda is nu ook de herstructureringsopgave van de Treubstraat e.o. nagenoeg voltooid, als het gaat om de uitgifte.

In 2023 is nog een aanvang gemaakt met de sloop van een laatste deel van verouderd vastgoed aan de Treubstraat om plaats te maken voor aansprekende nieuwbouw met een bijzonder werkgelegenheids- en scale up-aspect. Ook is op de valreep van 2023 vanuit de gemeente Den Haag nog de instemming ontvangen van start te gaan met de formele bestemmingsplanprocedure om het bedrijfsverzamelcomplex aan de Sylvain Poonstraat in Den Haag te kunnen realiseren. Voorts is er een huurcontract voor het zogenaamde N-kavel op Hoornwijck afgesloten, voor het tijdelijk gebruik van het terrein voor parkeren c.q. parkeerhub. Het tijdelijk gebruik is in aanloop naar het overleg dat in 2024 zal worden gecontinueerd met een consortium van partijen om tot concrete invulling van dit kavel te komen met bedrijfsopstallen, parkeren, etc. De jaarrekening sluit met een licht positief saldo. De algemene reserve van het IPP Haaglanden blijft nagenoeg ongewijzigd; de weerstandscapaciteit van het IPP Haaglanden is als uitstekend te kwalificeren. Wij behouden dan ook alle vertrouwen voor 2024 en volgende jaren om als IPP Haaglanden verdere stappen in onze opgave verantwoord te ondernemen.

2

1. Jaarverslag 1.1 Programma algemeen bestuur 1.1.1 Bestuurskosten De gerealiseerde bestuurskosten geeft geen bijzondere afwijking ten opzichte van de raming 2023. De extra advieskosten houden verband met de juridische adviezen die betrekking hebben op de opstelling, de opmaak en controle van de rechtmatigheidsdocumenten en de herziening van de gemeenschappelijke regeling. Deze kosten zijn eenmalig. De kosten verhouden zich ook tot het advies van de accountant bij de opmaak en controle van de jaarrekening 2022 (onderdeel managementletter). Tabel 1: Bestuurs- en beheerskosten Gerealiseerd 2023 Lasten Bestuurskosten Beheerskosten Totaal lasten Baten Per saldo lasten Doorberekende kosten aan projecten Blijft ten laste van het programma

Geraamd 2023

Gerealiseerd 2022

109.984 487.700 597.684

134.300 415.600 549.900

179.456 324.049 503.505

597.684 280.962 316.721

549.900 368.433 181.467

503.505 337.350 166.155

Gerealiseerd 2023 27.402

Geraamd 2023 7.200

Gerealiseerd 2022 6.898

50.259 40.00013.159 9.230 5.855 32.897 3.620 4.180 3.382 109.984

42.000 2.900 11.000 16.800 30.000 10.500 8.000 5.900 134.300

62.208 16.008 40.000 12.000 2.716 10.480 15.943 7.600 5.603 179.456

Gerealiseerd 2023 15.006 8.053 4.795

Geraamd 2023 26.600 0 24.200

20.000 202.639

20.000 189.200

Gerealiseerd 2022 25.375 0 23.009 6.760 0 180.200

88.985 75.170

132.600 0

45.839 0

73.053

23.000

42.866

487.700

415.600

324.049

Totaal lasten programma algemeen bestuur

597.684

549.900

503.505

Per saldo lasten programma algemeen bestuur

597.684

549.900

503.505

Bestuurskosten Advieskosten Accountantskosten: controlewerkzaamheden 2023 (jaarrek 2022 & 2023) Accountantskosten: controlewerkzaamheden in 2022 (eenmalig) Vergaderkosten, representatie- en onkostenvergoedingen Bijdragen CBBR/SKBN Vormgeving publicitair jaarverslag/investeringsagenda 70 jarig jubileum IPP (eenmalig) Acquisitiekosten Verzekeringen tegen zakenschade, fraude en beroving Verzekeringspremie 2021/2022 (eenmalig) Overige kosten Totaal bestuurskosten Beheerskosten Huisvestingskosten Huisvestingskosten (eenmalig: verhuizing/inrichting) Archiefbeheer Archiefbeheer inspectie Archiefbeheer (digitalisering: eenmalig) Algemeen bestuur: burokosten directie en administratie en ondersteuning Algemeen bestuur: secretariële ondersteuning Algemeen bestuur: Toekomst visie IPP/Investeringsagenda (eenmalig) Algemeen bestuur: projectleiders/planeconomie(niet rechtstreeks door te belasten) Totaal beheerskosten

3

1.1.2 Beheerkosten De beheerskosten laten een overschrijding zien. In de loop van het rekeningjaar is sprake geweest van een verhoogde (versnelde) inzet van de directie en projectleiders op de uitvoering van de Investeringsagenda (voortzetting en invulling Toekomstvisie) die in 2023 is vastgesteld. De financiële middelen daarvoor zijn in de loop van 2023 beschikbaar gesteld, na vaststelling hiervan in DB en AB van het IPP Haaglanden en met instemming van de gemeenteraden van Rijswijk en den Haag. De hiervoor gemaakte beheerskosten worden eerder nog niet geraamd in de begroting van 2023. De verrichte werkzaamheden zelve zijn ook zodanig nog voorbereidend van aard dat deze nog niet kunnen worden doorbelast op geactiveerde vastgoedontwikkelingen. Voorts heeft in de loop van het jaar een aanpassing/verhoging plaats gevonden van de uurtarieven de directie naar marktconform niveau. Tabel 2: Beheerskosten Beheerkosten: Huisvestingkosten Huisvestingskosten (eenmalig: verhuizing/inrichting) Archiefbeheer Archiefbeheer inspectie Archiefbeheer (digitalisering: eenmalig) Algemeen bestuur: burokosten directie en administratie en ondersteuning Algemeen bestuur: secretariele ondersteuning Algemeen bestuur: Toekomstvisie IPP/Investeringsagenda (eenmalig) Algemeen bestuur: projectleiders/planeconomie (niet rechtstreeks door te belasten) Totaal beheerskosten

Gerealiseerd 2023 15.006 8.053 4.795

Geraamd Gerealiseerd 2023 2022 26.600 25.375 0 0 24.200 23.009 6.760

20.000 202.639

20.000 189.200

0 180.200

88.985 75.170

132.600 0

45.839 0

73.053

23.000

42.866

487.700

415.600

324.049

1.2 Programma ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties Binnen het programma ontwikkeling en de uitgifte van nieuwe werklocaties hebben in 2023 diverse activiteiten plaatsgevonden, die we hieronder beschrijven. De hieraan gerelateerde kosten zijn terug te vinden in tabel 3.

1.2.1 Bedrijventerrein Wateringse Veld (Kavel 100) Op het Wateringse Veld bezit het IPP een parkeerterrein en wegen. Het perceel ligt in het verlengde van de bestaande bebouwing aan de Sylvain Poonsstraat/Laan van Wateringse Veld.

4

Het IPP is voornemens het terrein te transformeren naar een hoogwaardig bedrijfsverzamelgebouw. Het bedrijfsgebouw zal ingezet worden voor kleinschalige bedrijvigheid. Dit is in lijn met de nota bedrijfshuisvestingstrategie Den Haag (RIS303177), waaruit een groot tekort aan bedrijfsruimte blijkt. In Q4 van 2022 heeft het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen. Na aanpassing van enkele inspraakreacties is het ontwerpbestemmingsplan eind Q4 2023 vastgesteld door het college van B&W van de gemeente Den Haag en gepubliceerd. Programma: - Kaveloppervlakte 1.842 m2 - 1.400 m2 BVO-bedrijfsruimte - 400 m2 BVO-kantoor (Ondersteunend - 30 parkeerplaatsen op eigen terrein - 8 parkeerplaatsen te realiseren in openbaar gebied

5

1.2.2 Businesspark Hoornwijck (N-kavel) Tussen de Laan van Hoornwijck en de A13 ligt de N-kavel en is het laatst door het IPP uit te geven perceel in Hoornwijck. Door de ligging van de kavel ten opzichte van de Rotterdamse baan is er een directe verbinding met de Binckhorst.

Op de locatie van de N-kavel is de mogelijkheid om 17.478 m2 vierkante meter grond uit te geven. In 2019 is duidelijk geworden dat de provincie geen grote kantorenprogramma’s langs snelweglocaties wil. Het IPP heeft vervolgens gekeken wat de mogelijkheden zijn op de locatie en zijn uitgekomen op een mogelijk programma van: - Kaveloppervlakte: 17.478 m2 - 10.000 m2 bedrijfsruimte - 5.000 m2 kantoor (ondersteunend) - 220 parkeerplaatsen op eigen terrein Op verzoek van DSO-mobiliteit van de gemeente Den Haag is gekeken of het mogelijk is om een P+R van 600 parkeerplaatsen te realiseren, naast het programma van IPP Haaglanden. In het onderzoek is gebleken dat het toevoegen van een P+R een onrendabele top laat zien. De gemeente Den Haag heeft een onderzoeksvraag uitgezet om de financiële consequenties in kaart te brengen en de verschillende opties te onderzoeken om de P+R te realiseren. Ondertussen heeft zich een consortium van bedrijven gemeld die bereid is, en de mogelijkheden heeft, om het gehele programma te realiseren. Dit consortium heeft momenteel een huurovereenkomst tot 2025 voor een korte termijn invulling in de vorm van een mobiliteitshub.

6

Tabel 3: Baten en lasten programma ontwikkeling uitgifte nieuwe locaties

Lasten Bouwgrond in exploitatie Bouwrijpmaken Hoornwijck Overbrenging kosten bouwrijpm. Hoornwijck Verkopen en kostprijsverkopen Hoornwijck Bouwrijp maken Sylvain Poonstraat Overbrenging kosten bouwrijpmaken Sylvain Poonstraat Verkopen en kostprijsverkopen Sylvain Poonstraat Bijstelling verliesvoorziening Hoornwijck Wateringse veld, verkoop gronden aan de Provincie Totaal programma

-111.414 18.106 -295.830 -389.138

Werkelijk 2023 Baten -111.414 18.106 -93.308

Saldo 111.414 -111.414 -18.106 18.106 295.830 295.830

Met name het uitblijven van de keuze van de gemeente Den Haag om op de locatie een P+R te willen realiseren heeft geleid tot uitstel van de planning. Door het uitstellen van de planning nemen de rentekosten toe. Daarnaast zijn de opbrengsten voor dit jaar niet geïndexeerd.

1.3 Programma herstructurering werklocaties Binnen dit programma hebben we in 2023 gewerkt aan de herontwikkeling van de Treubstraat en omgeving.

De complexen 4 (Van Gijnstraat 8-10) en 6 (Treubstraat 29-31/Van Gijnstraat 1) waren reeds verkocht met een opknapverplichting en afgerond. Complexen 2 en 3 (Van Gijnstraat 7-9 en Frijdastraat 6 t/m 12) zijn gezamenlijk in 2022 in bouwrijpe staat geleverd en eind 2023 is de nieuwbouw van 26 hoogwaardige bedrijfsunits opgeleverd.

7

Complex 1 (Treubstraat 25-27/ Frijdastraat 2) was tot april 2022 verhuurd aan de koper en is per april 2022 geleverd aan de koper. De renovatie van Frijdastraat 2 heeft vertraging opgelopen door een vergunningprocedure m.b.t. de geplande horeca. Complex 5 is in twee objecten opgesplitst. Frijdastraat 7-9 is in oktober 2020 verkocht met een opknapverplichting en was eind 2021 gereed. Met betrekking tot de Treubstraat 19-23 is in september 2021 een koopovereenkomst gesloten, waarbij er van uit werd gegaan dat het pand zou worden gerenoveerd. Later onderzoek heeft uitgewezen dat er dusdanig veel asbestsanering diende plaats te vinden en de constructieve staat onvoldoende was, dat de koper heeft besloten om het pand te slopen en een nieuw gebouw neer te zetten. Eind 2023 is gestart met de asbestsanering van het pand. De sloop van het pand wordt verwacht in Q1- 2024, waarna in Q3-2024 zal worden gestart met de nieuwbouw van het bouwplan met flexibele werk- en productieruimten. De levering van het pand staat gepland in Q2-2024. De baten en lasten zijn terug te vinden in tabel 4. Tabel 4: Programma herstructurering werklocaties (exclusief business cases/overige projecten)

Werkelijk 2023 Baten

Saldo

0 -

0 -15.554 82.938 98.492 165.876

Lasten Bouwgrond in exploitatie Treubstraat e.o. Afwikkelingskosten Treubstraat 2-3 Bouwrijpmaken Treubstraat 1-5 Overbrenging kosten bouwrijpmaken Treubstraat Huuropbrengsten 1-5 Verkopen 1-5 Kostprijs grondverkopen 1-5 Business cases Totaal programma

0 15.554 -82.938 -98.492 -165.876

1.4 Investeringsagenda 2023 Het Algemeen Bestuur (AB) van het IPP Haaglanden heeft in 2023 ingestemd met de investeringsagenda IPP Haaglanden 2023 t.b.v. het Middengebied Plaspoelpolder te Rijswijk en bedrijventerrein Westvlietweg te Den Haag en zijn de begrotingswijziging en investeringsagenda voor zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden van Den Haag/Rijswijk. De onderwerpen van de investeringsagenda zullen voor de korte als de middellange termijn gaan bijdragen aan de verbetering van het vestigingsklimaat en behoud en versterking van de werkgelegenheid in het algemeen. Een forse vernieuwende ambitie met een groeiend geloof en draagvlak tussen de deelnemende partijen. Het is een vernieuwende aanpak (benadering als Kansenzones), waarbij het gaat om een palet van activiteiten van veiligheid tot ontwikkelingen, van openbaar gebied tot klimaat- en energietransitie. In de werkgroepen van het Middengebied Plaspoelpolder en Westvlietweg zijn onderwerpen en investeringen voor de middellange en lange termijn besproken en is onderzocht in welke mate de gemeente Den Haag, MRDH en de Provincie kunnen bijdragen aan de uitvoering van de werkzaamheden. Eind 2023 is door de MRDH voor beide gebieden gezamenlijk, met de investeringsagenda IPP Haaglanden 2023 als fundament, een subsidie toegekend van in totaal €560.000,- t.b.v. de volgende projectonderdelen:

8

Activiteit Mutatie van verouderd kantorenvastgoed naar een toekomstbestendig bedrijfspand Onderzoekskosten naar dubbelgebruik/beter benutten van ruimte Dekking plankosten voor afgebrand pand terugbrengen naar meerlaagse bedrijvigheid Inzet gebiedsmakelaar Middengebied Plaspoelpolder (externe inhuur) Planvorming Westvlietweg met doorkijk Inzet gebiedsmakelaar Westvlietweg (externe inhuur) Onderzoek fondsvorming voor bedrijventerreinen Middengebied Plaspoelpolder en Westvlietweg

Kosten

Kosten Rijswijk

Kosten MRDH

Kosten IPP

€ 300.000

€ 150.000

€ 150.000

€ 100.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 250.000

€ 125.000

€ 125.000

€ 100.000

€ 50.000

BIZ Westvlietweg

€ 50.000

€ 100.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 90.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 70.000

€ 35.000

€ 35.000

€ 30.000

Westvlietweg Bedrijventerrein Westvlietweg is een van de weinige locaties in Den Haag en de regio waar de komende jaren nog ruimte is om te groeien. Groeien door o.a. het bestaande bedrijventerrein allereerst beter te benutten en op te waarderen, synergie te zoeken bij de gevestigde (circulaire) bedrijven en hiervoor schuif- en uitbreidingsruimte te zoeken. Momenteel ontbreekt het op het bedrijventerrein echter aan een gevoel van veiligheid, goede ontsluiting, representatieve uitstraling en strategie voor duurzame groei. De raad heeft op 25 mei 2023 middels een motie bij de besluitvorming over de investeringsagenda het volgende aan het college van B&W van de gemeente Den Haag meegegeven: - Het IPP geen grote ontwikkelingen mag vormgeven op het bedrijventerrein Westvlietweg voordat de gemeenteraad van Den Haag een duidelijke opdracht en kaders heeft vastgesteld voor de Vlietzoom in zijn geheel en het bedrijventerrein Westvlietweg in het bijzonder; - Het IPP betrokken stakeholders te laten betrekken bij de kleine ontwikkelingen die het IPP voornemens is te doen en de gemeente daarover te laten informeren; - De gemeenteraad over de manier waarop dit gerealiseerd wordt te informeren. Binnen de huidige publiekrechtelijke kaders kan het IPP privaatrechtelijke handelingen verrichten m.b.t. het bestaande bedrijventerrein Westvlietweg.

IPP kan (voor eigen rekening) en in opdracht van de gemeente Den Haag onderzoeken (laten) uitvoeren t.b.v. deze locaties, om hiermee de gemeente Den Haag en haar Raad zo goed mogelijk te informeren en zij kan de gemeente Den Haag ondersteunen bij (de voorbereiding) van publiekrechtelijke aanpassingen. Hierbij is de gemeente Den Haag te allen tijde in de lead voor publiekrechtelijke wijzigingen in het gebied, hetgeen altijd zal worden voorgelegd aan de Raad. Het IPP zal bij al haar uit te voeren projecten de betrokken stakeholders betrekken in overleg met de gemeente Den Haag. Eind 2021 is de projectgroep Bedrijventerrein Westvlietweg opgericht t.b.v. de samenwerking tussen gemeente Den Haag, BIZ Westvlietweg en het IPP Haaglanden. In 2022 en 2023 zijn er door de gemeente Den Haag investeringen gedaan m.b.t. het openbaar gebied om het bestaande bedrijventerrein Westvlietweg met directe gerichte ingrepen op te knappen m.b.t. veiligheid, onderhoud en uitstraling, het zogenaamde “laaghangend fruit”. Bouwsteen “bedrijventerrein Westvlietweg” voor de gebiedsvisie Vlietzoom In opdracht van de gemeente Den Haag en samen met de projectgroep Bedrijventerrein Westvlietweg is in Q4-2023 bij vier stedenbouwkundige bureaus een offerte-uitvraag gedaan om invulling te geven aan de bouwsteen “bedrijventerrein Westvlietweg” ten behoeve van de gebiedsvisie Vlietzoom.

Het IPP ondersteunt de gemeente Den Haag met haar kennis en kunde bij deze gesprekken en onderzoeken, welke in 2024 zullen worden voortgezet.

9

Verduurzamingsopgave De energievraag in warmte en elektra van het huidige bedrijventerrein is een drietal jaren geleden onderzocht. Het projectteam Westvlietweg wil laten onderzoeken in hoeverre duurzame energie (opwekking en distributie) onderdeel kan uitmaken van de verdere planontwikkeling. Het mogelijke doel zou kunnen zijn dat het gehele bedrijventerrein energy neutraal wordt. In 2023 zijn verkennende gesprekken gevoerd en in Q1-2024 zal hiervoor een offerte-uitvraag worden uitgezet in de markt bij een drietal experts op dit gebied. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen ook worden gebruikt voor bijvoorbeeld het Middengebied Plaspoelpolder. Middengebied Plaspoelpolder Dit is het gebied tussen de Volmerlaan, Treubstraat, Polakweg en de De Buynkopsstraat. De Plaspoelpolder kenmerkt zich door een mix aan bedrijfsfuncties: bedrijven, kantoren, leisure en dienstverlening. Het gebied kent echter ook een mismatch: er is een structurele hoge leegstand van kantoren, terwijl er vooral vraag is naar bedrijfsruimte. In 2022 en 2023 is in samenwerking met het projectteam, bestaande uit de gemeente Rijswijk, Belangenvereniging Bedrijven Rijswijk en het IPP Haaglanden, de pilot “Middengebied Plaspoelpolder verder uitgewerkt. De uitwerking is vervolgens vertaald naar de investeringsagenda 2023.

De investeringsagenda 2023 is 18 april 2023 door de raad van de gemeente Rijswijk vastgesteld inclusief een motie waarbij de raad het college (dus indirect het bestuur van het IPP Haaglanden) opdraagt om; 1. In het bestuur van het IPP Haaglanden bespreekbaar te maken dat het bedrijventerrein ‘t Haantje in ontwikkeling en financiële dekking op termijn onderdeel te laten vormen van de Investeringsagenda Industrieschap Plaspoelpolder; 2. Het industrieschap De Plaspoelpolder daartoe te verzoeken een financieel dekkingsvoorstel te laten opstellen. In 2022 en 2023 is in samenwerking met het projectteam, bestaande uit de gemeente Rijswijk, Belangenvereniging Bedrijven Rijswijk en het IPP Haaglanden, de pilot “Middengebied Plaspoelpolder verder uitgewerkt. De uitwerking is vervolgens vertaald naar de investeringsagenda 2023. Collectieve beveiliging 1 december 2023 is er gestart met de collectieve surveillance op de bedrijventerreinen Westvlietweg en Plaspoelpolder. We noemen het surveillance omdat de beveiliging is ingezet op gastheerschap. De eerste resultaten hebben haar vruchten al afgeworpen. Ook de politie en handhaving zijn enthousiast over het genomen initiatief. BIZ De BIZ i.o. voor het Middengebied Plaspoelpolder is in 2023 op gang gebracht door de BBR, zoals ook afgesproken. Het IPP ondersteunt en adviseert daarbij de BIZ i.o.

De werkzaamheden en de aanwas van steunbetuigingen daarvoor zijn nu zodanig, dat daarvoor ook een subsidieaanvraag bij de provincie kan worden ingediend. Ook inmiddels daarvoor een aparte website gelanceerd. Frijdastraat 7 (blz 11) Door de verhuizing van de gemeente Rijswijk naar het nieuwe stadhuis: “Het huis van der stad” is de kantoorruimte voor het IPP komen te vervallen. In 2023 is er dan ook voor gekozen om een nieuwe kantoorruimte te zoeken. De zoektocht heeft ons gebracht bij de Frijdastraat 7 in het middengebied van de Plaspoelpolder.

10

Aanvullend detail is dat het IPP momenteel kantoor houdt niet alleen in hun werkgebied maar ook in een oud IPPproject. Vergroenen openbaar gebied In de openbare ruimte is in de zijstraten van het middengebied van de Plaspoelpolder redelijk wat achterstallig onderhoud zijn de straten te versteend en heeft geen enkele uitstraling. In 2023 is door een stedenbouwkundig bureau in opdracht van het IPP Haaglanden een inspiratiedocument laten maken voor het vergroenen van bedrijventerreinen en specifiek op de Plaspoelpolder. Met de ideeën uit het inspiratieboek is een voorsteel gedaan aan de gemeente Rijswijk voor een inrichtingsplan.

Van Gijnstraat 27 De locatie aan de Van Gijnstraat wordt middels een huurkoop verworven. De overeenkomst hiertoe is in 2022 aangegaan, waarbij de levering in 2027 zal plaatsvinden. Tot het moment van transport van de locatie van de Van Gijnstraat 27 wordt samen met de buurman (van Gijnstraat 25) onderzocht of de locatie herontwikkeld kan worden naar een meerlaags bedrijvenunits voor de maakindustrie. Tabel 5 Uitvoeringskosten investeringsagenda Middengebied Plaspoelpolder Westvlietweg Totaal

Lasten

Werkelijk 2023 Baten

Saldo

88.129 2.640 90.769*

-

90.769-

90.769*

-

90.769-

*De lasten voor de investeringsagenda worden gedekt middels een onttrekking aan de bestemmingsreserve van € 90.769 waardoor deze niet direct invloed hebben op het resultaat van het boekjaar. 11

1.5 Algemene dekkingsmiddelen De baten en lasten binnen de algemene dekkingsmiddelen zijn terug te vinden in tabel 6. Tabel 6 Algemene dekkingsmiddelen Werkelijk 2023 Lasten Rente opbrengst

Baten

Saldo

Geraamd 2023 Saldo

2022 Saldo

0

204.942

204.942

0

14.736

Overige exploitaties

165.890

264.682

98.792

101.578

431.555

Totaal algemene dekkingsmiddelen

165.890

469.624

303.734

101.578

446.291

Doordat er vanaf 2023 rente ontvangen wordt van de schatkist heeft IPP Haaglanden door haar rekening-courant positie met gemeente Rijswijk een renteopbrengst gerealiseerd van € 204.942 over 2023.

1.6 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onder het begrip weerstandsvermogen verstaan wij het vermogen van IPP Haaglanden om niet voorziene financiële tegenvallers op te vangen waardoor de continuïteit gewaarborgd blijft. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit – de middelen waarover IPP Haaglanden beschikt of kan beschikken – en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen voor zijn afgesloten. De weerstandscapaciteit wordt bepaald uit de algemene en de stille reserves. Het weerstandsvermogen is van belang voor de beoordeling van de gezondheid van de financiële positie van IPP Haaglanden voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming.

1.6.1 Beleid Jaarlijks dient het Algemeen Bestuur de risico’s die zijn opgenomen in de begroting en de rekening in de risicoparagraaf te bevestigen. Het aanhouden van weerstandsvermogen is daarom ook wel een onderdeel van het risicomanagement. Dat is dan ook de reden dat in we deze paragraaf een onderverdeling maken naar de twee componenten waaruit weerstandsvermogen bestaat: weerstandscapaciteit en risico’s.

1.6.2 Beschikbare weerstandscapaciteit Zoals hiervoor is aangegeven, kan de weerstandscapaciteit worden bepaald uit de post algemene reserves en de post stille reserves. Algemene reserves De algemene reserve bedraagt per ultimo 2023 circa € 7,1 miljoen (2022: € 13,1 miljoen). Beschikking over deze reserves heeft direct gevolgen voor de exploitatie, omdat de reserves een financieringsmiddel zijn voor de investeringen in de voorraden gronden en materiële vaste activa. Als IPP Haaglanden niet de beschikking heeft over dit financieringsmiddel, is zij gedwongen om vreemd vermogen aan te trekken. De rentekosten van vreemd vermogen drukken dan direct op de exploitatie. Beschikking over deze reserves heeft gevolgen voor zowel de gemeenten als de exploitatie van IPP Haaglanden.

12

Stille reserves Onze belangrijkste stille reserves komen voor bij onroerende eigendommen. Deze reserves zijn echter geen vrij aanwendbare reserves. In de berekening van de weerstandscapaciteit zijn deze als pro memorie opgenomen. Samengevat is de beschikbare weerstandscapaciteit per balansdatum voor 2023 circa € 7,1 miljoen. Uiteraard moeten we hierbij ook het aantal en de omvang van de spelende risico’s betrekken. Wanneer de risico’s tot extra lasten leiden, zal dit een extra beslag leggen op de middelen van de algemene reserve. Dit heeft structureel een negatieve invloed op de exploitatie tot gevolg.

1.6.3 Risico’s Onder risico’s verstaan we alle redelijk voorzienbare onzekerheden die niet kwantificeerbaar zijn, of waarvoor de kans dat het risico zich voordoet relatief beperkt (minder dan 50%) is. Een kenmerk is dus dat er geen exact bedrag aan een risico kan worden gekoppeld. Het weerstandsvermogen dient om risico’s af te dekken waarvoor nog geen voorziening is getroffen of waarvoor geen verzekering is afgesloten. Met ingang van de jaarrekening 2015 nemen we de uitkomsten van de gehanteerde methodieken van Rijswijk in deze paragraaf op en vergelijken we deze met elkaar. Dit doen we om het weerstandsvermogen van IPP Haaglanden te bepalen en inzichtelijk te maken. Methode Naris Het voorlopige risicoprofiel (zie tabel 7) is tot stand gekomen met behulp van een softwareprogramma (Naris), dat de gemeente Rijswijk hanteert bij de beoordeling van projecten. Daarmee kunnen risico’s systematisch in kaart worden gebracht en beoordeeld. Tabel 7 Risicoprofiel projecten berekening volgt Risico Afzet Hoornwijck Afzet Sylvain Poonsstraat

Belangrijkste financiële risico’s % Risico 25% Max. € 4.934.400 25% Max. € 224.256

Invloed 95,6% 4,3%

Totaal maximaal risico: € 5.158.655 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie hebben we toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 5.158.655) ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risicosimulatie blijkt dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 1.289.913 (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit (tabel 8) van IPP Haaglanden bestaat uit het geheel aan middelen welke de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken. Tabel 8 Beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand Startcapaciteit Reserves IPP € 7.113.605 Totaal weerstandscapaciteit € 7.113.605

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten staat in onderstaande figuur.

13

Risico’s Bedrijfsproces Financieel Imago/politiek

Weerstandscapaciteit

Informatie/strategie Juridisch/aansprakelijkheid Letsel/veiligheid

Algemene reserve Onvoorzien Reserves IPP Haaglanden

Materieel Milieu Personeel/arbo Product

Weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen:

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

=

€ 7.113.605 € 1.289.913

= 5,5

Tabel 9 Weerstandsnormen Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio > 2.0 1.4 – 2.0 1.0 – 1.4 0.8 – 1.0 0.6 – 0.8 < 0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Conform de weerstandsnorm (tabel 9) valt de ratio binnen waarderingscijfer A. Dat betekent dat op dit moment, volgens de huidige analyse van de mogelijke risico’s, vertaald in het benodigde weerstandsvermogen, de waardering uitstekend van toepassing is. Ten opzichte van voorgaand jaar is de ratio gedaald, doordat er een bestemmingsreserve gevormd is, waardoor de algemene reserve afgenomen is, echter is dit geen verhoogd risico (2022 ratio 11). Naast deze benadering van het bepalen van het weerstandvermogen (Methode Naris) hebben we ook de risicobepaling voor grondexploitaties opgenomen (Methode grondexploitaties/projecten IPP Haaglanden).

14

Methode grondexploitaties/projecten IPP Haaglanden Grondexploitaties en projecten IPP Haaglanden Met ingang van de jaarrekening 2022 is door de directie van het IPP besloten, na overleg met beide gemeenten, de methode Naris (ook wel de ‘Rijswijkse methode’) te hanteren voor het bepalen van het risicoprofiel. Uitkomst risicoberekening Naris Uit de berekening volgens de methode Naris blijkt dat voor de grondexploitaties een benodigde weerstandscapaciteit nodig is van € 1.289.913. Aangezien de beschikbare weerstandscapaciteit van IPP Haaglanden € 7.113.605 bedraagt, zijn de risico’s op te vangen met de bestaande reserves.

3.1.4 Financiële kengetallen Het BBV schrijft een aantal financiële kengetallen voor, waarvan de methodiek van berekenen op een door de wetgever bepaalde wijze is vastgesteld. Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de rekening van baten en lasten en/of de balans. Met het opnemen van financiële kengetallen in de jaarrekening zorgt de wetgever voor inzicht in de onderlinge samenhang van de cijfers van een jaarrekening. De financiële kengetallen van IPP Haaglanden zijn terug te vinden in tabel 10. Tabel 10 Financiële kengetallen Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte

jaarrekening 2022 -293% -293% 97% 47% 1%

begroting 2023 -501% -501% 100% 51% -0,4%

jaarrekening 2023 -1035% -1035% 99% 785% -10%

Netto schuldquote Dit kengetal is negatief, omdat IPP Haaglanden wel vorderingen heeft – vooral rekening-courantgelden – maar geringe kortlopende schulden. Het getal wordt door de jaren heen negatiever, omdat meer liquiditeit ontstaat door verkoop van gronden. Hierdoor nemen de investeringen in gronden (voorraden gronden) af. Daarnaast wordt het totaal van de vorderingen uitgedrukt in een percentage van de baten. De baten zijn ten opzichte van de vorderingen (inclusief rekening-courantsaldo) relatief gezien lager. Hierdoor is het kengetal lager. Dit kengetal zou nog gecorrigeerd kunnen worden voor verstrekte leningen. IPP Haaglanden verstrekt echter geen leningen, zodat de netto schuldquote niet gecorrigeerd wordt en beide kengetallen dezelfde waarde hebben. Solvabiliteitsratio Deze ratio kan maximaal 100% van het totaal vermogen bedragen. IPP Haaglanden heeft een hoog percentage, en verder geen langlopende schulden aanwezig zijn én IPP Haaglanden een relatief gering bedrag aan kortlopende schulden heeft. Met de begroting over 2023 ontstaat een geringe afwijking, omdat in de begroting geen rekening wordt gehouden met kortlopende schulden. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe de waarde van de bouwgronden zich verhoudt tot de geraamde baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat de waarde moet worden terugverdiend uit de grondverkopen.

Hoe lager het kengetal, hoe hoger het risico voor de exploitatie indien het terugverdienen onverhoopt niet geheel lukt. Dit kencijfer wordt berekend door het totaal te nemen van de investeringen in grondexploitaties circa € 5,1 miljoen (in 2022 circa € 4,7 miljoen) uit te drukken in een percentage van het totaal van de exploitatiebaten van circa € 0,47 miljoen (in 2022 circa € 2,2 miljoen).

15

De conclusie is dat aan dit kengetal weinig waarde kan worden toegekend. Dit percentage heeft alleen waarde als de opbrengsten jaarlijks een constant beeld geven, maar dat is niet het geval. In 2022 en 2021 was het totaal van de baten nagenoeg gelijk, maar dat is niet altijd het geval. Normaliter wordt door de grilligheid dit beeld geflatteerd om een goed oordeel te kunnen geven met behulp van dit kengetal. Structurele exploitatieruimte Dit verhoudingsgetal geeft aan in hoeverre het saldo van structurele lasten en baten gedekt kan worden door het totaal van de exploitatiebaten. De lasten en baten zijn voor een deel incidenteel van aard. Het jaar 2023 kenmerkt zich door per saldo circa € 386.599 nadelig aan incidentele lasten en baten. Het saldo van de structurele lasten en baten bedraagt voordelig € 22.197. Dit bedrag uitgedrukt in de totale baten over 2023 van € 469.624 is circa 15% nadelig. Deze verhouding geeft aan dat de structurele ruimte minimaal is. Het structurele deel van het rekeningsaldo geeft geen ruimte om schokken in de exploitatie op te kunnen vangen. De kans is daardoor groot dat bij het ontstaan van incidentele lasten de algemene reserve moet worden aangesproken. Dit laat zich ook zien in 2023. Onderlinge samenhang van de kencijfers Uit de gegeven kencijfers is te concluderen dat IPP Haaglanden over een sterk eigen vermogen beschikt.

Het laatste kengetal geeft aan dat de structurele ruimte geen grote schokken in de exploitatie kan opvangen zonder te beschikken over de algemene reserve.

1.7 Onderhoud kapitaalgoederen IPP Haaglanden bezit een parkeergarage aan de Handelskade in Rijswijk. Dit object is verhuurd aan derden. Een onderhoudsvoorziening is niet gevormd. De parkeergarage krijgt een andere bestemming als mobiliteitshub. Daarmee verdwijnt dit kapitaalgoed uiterlijk in 2025 op deze paragraaf.

1.8 Bedrijfsvoering Organisatie en werkwijze Het Algemeen Bestuur (kaderstellend) Het Algemeen Bestuur (AB) heeft alle bevoegdheid die niet of ingevolge de regeling aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter of de directie is opgedragen (artikel 8 van de Gemeenschappelijke Regeling). In de praktijk leggen we de begroting, jaarrekening, de (herziening van de) grondexploitaties en grond aan- en verkoopvoorstellen die buiten de vastgestelde gemandateerde kaders vallen aan het AB ter besluitvorming voor. Het Dagelijks Bestuur (beleid) Het Dagelijks Bestuur (DB) is de bestuurlijk opdrachtgever en bepaalt als zodanig het te voeren beleid, dat op hoofdlijnen aan het AB ter goedkeuring wordt voorgelegd. Het DB stuurt vooral op uitvoering, inhoud en (procesmatige) randvoorwaarden. Verder vervult het DB op aangeven van de directie in voorkomende gevallen een rol bij de bestuurlijke communicatie, onder andere richting hogere overheden en gemeenten, en acquisitieactiviteiten van IPP Haaglanden. De voorzitter van het DB en het AB is het meest aangewezen lid dat namens het AB en DB op dit punt als gezicht naar buiten fungeert. De Directie (uitvoering) De directie is ambtelijk opdrachtgever, die ervoor zorgt dat de (inhoudelijke) bestuursopdracht wordt uitgevoerd en hierover verantwoording aflegt aan het DB.

Concreet zorgen de directieleden voor de voorbereiding en uitvoering van besluiten van het AB en DB (al dan niet binnen het verkregen directiemandaat), het doelmatig beschikbaar stellen van mensen en middelen (inrichting projectorganisatie, inhuur expertise en dergelijke), het nemen van beslissingen over inhoud, financiën en voortgang van onze projecten binnen de vastgestelde kaders en het informeren en betrekken van de gemeentelijke organisaties. Hiermee kunnen projectleiders worden belast. De directie fungeert naar buiten toe als het boegbeeld van IPP Haaglanden voor alle zaken die tot het primaire proces 16

behoren. Met ingang van mei 2023 is dhr. P. van Bosse als nieuwe directeur van IPP Haaglanden (Den Haag) toegetreden.

Rechtmatigheidsverantwoording In het licht van de met ingang van 1 januari 2023 in werking getreden wet versterking decentrale rekenkamers en de daaruit voortvloeiende wijziging van de Gemeentewet, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO) is er sprake van nieuw en gewijzigd beleid met betrekking tot rechtmatigheidsverantwoording. Vanaf het verslagjaar 2023 moet het Dagelijkse bestuur een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. Hiermee legt het Dagelijks bestuur verantwoording af over de naleving van de regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de gemeenschappelijke regeling. De commissie BBV heeft een Kadernota rechtmatigheid 2023 opgesteld waarin zij haar visie over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording van de decentrale overheden conform artikel 75, lid 2 BBV geeft. Deze kadernota is gebruikt bij het opstellen dan wel herzien van de volgende stukken: 1) Controleprotocol Accountantscontrole IPP 2023; 2) Masterplan Verbijzonderde Interne Controle Industrieschap ‘de Plaspoelpolder’ 2023; 3) De herziene Financiële verordening IPP 2023, Controleverordening IPP 2023 en het Treasury statuut IPP 2023. Er zijn geen afwijkingen geconstateerd.

Misbruik en oneigenlijk gebruik Eén van de onderdelen van rechtmatigheid is het criterium Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O). Bij de rechtmatigheidscontrole c.q. verantwoording van de jaarrekening wordt nagegaan of het Industrieschap over interne procedures beschikt die misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies, uitkeringen of bijdragen, etc. zoveel mogelijk ondervangen of voorkomen. De nota ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik vormt daarbij een onmisbaar onderdeel van het toetsingskader. Met deze beleidsnota wordt niet alleen voldaan aan de eisen die de financiële verordening stelt maar betreft ook een kapstok voor het normenkader. De nota Misbruik en Oneigenlijk gebruik IPP 2023 is mede bedoeld om op kader stellend niveau richting te geven aan de toekomstige activiteiten ten aanzien van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van (gemeentelijke) regelingen en eigendommen.

1.9 Verbonden partijen Wij hebben geen deelnemingen of belangen in andere bedrijven. IPP Haaglanden is zelf een verbonden partij: een Gemeenschappelijke Regeling van de gemeenten Den Haag en Rijswijk, met een stemverhouding van 50%-50%.

1.10 Grondbeleid IPP Haaglanden voert van oudsher een actief grondbeleid, wat betekent dat wij ons richten op de verwerving van gronden, het bouw- en woonrijp maken hiervan en de uitgifte van deze gronden aan ontwikkelaars of bedrijven. De risico’s die actief grondbeleid met zich meebrengt, zijn voor onze rekening. Actief grondbeleid is voor IPP Haaglanden een middel om tegemoet te komen aan haar doel van nieuwe bedrijventerreinen in de regio Haaglanden en zodoende regie te hebben op het voorzien in de kwalitatieve en kwantitatieve vraag naar bedrijventerrein in de regio Haaglanden. Gelet op de nog uit te geven gronden worden alle grondwaardes middels taxaties onderbouwd.

17

1.10.1 Verwerving IPP Haaglanden verwerft bij voorkeur alle gronden van het beoogde nieuwe bedrijventerrein in eigendom. Ook op bestaande bedrijvenlocaties kunnen we besluiten om actief gronden te verwerven om onze doelstellingen te bereiken. IPP Haaglanden verwerft alleen locaties die al in de regionale bedrijventerreinenprogrammering zijn opgenomen. Bovendien verwerven we alleen locaties wanneer de (her)ontwikkeling voor IPP Haaglanden – op basis van voorcalculatie – in minimaal een budgettair neutrale of een positieve grondexploitatie resulteert. Voor elke mogelijk te verwerven locatie stellen we een businesscase op, om de haalbaarheid en strategie van de ontwikkeling te bepalen.

1.10.2 Uitgifte De voorwaarden die wij hanteren bij de verkoop van grond, zijn vastgesteld in onze Algemene Verkoopvoorwaarden. Om te voorkomen dat er sprake kan zijn van ongeoorloofde staatssteun, dient de prijs van de grond bij uitgifte ten minste marktconform te zijn. IPP Haaglanden maakt bij gronduitgifte daarom gebruik van een open en onvoorwaardelijke biedprocedure of van een marktconforme taxatie door een onafhankelijke deskundige.

1.10.3 Grondprijzen De prijs van de grond bij uitgifte door IPP Haaglanden dient ten minste marktconform te zijn. In een open en onvoorwaardelijke biedprocedure of bij een marktconforme taxatie door een onafhankelijke deskundigen worden specifieke eigenschappen van een locatie en project meegenomen. Wanneer de grondprijs in afwijking van de ondergrens van de taxatie wordt bepaald, is instemming van het bestuur van IPP Haaglanden vereist.

1.10.4 Grondexploitaties Voor elk nieuw (sub)complex van gronden wordt een grondexploitatie opgesteld en vastgesteld door IPP Haaglanden. De risico’s voor de grondexploitatie zijn voor rekening van IPP Haaglanden. Om deze risico’s beheersbaar te houden, wordt de grondexploitatie jaarlijks herzien. Van de grondexploitaties Hoornwijck en Sylvain Poonsstraat wordt in bijlage 1 per complex het geraamde eindresultaat weergegeven. De geprognosticeerde eindresultaten van de lopende exploitaties op basis van de laatste kostprijsberekeningen zijn: - Hoornwijck: € 6.371.158 nadelig bij verwachte afsluiting (ultimo) 2026 - Sylvain Poonsstraat: € 112.644 voordelig bij verwachte afsluiting (ultimo) 2024 In de resultaten is rekening gehouden met de periode vanaf 1 januari 2024. Voor een uiteenzetting van bovenstaande saldi verwijzen we naar bijlage 1, Specificatie grondexploitatie en de geactualiseerde grondexploitaties.

1.11 Lokale heffingen IPP Haaglanden heft geen belastingen of retributies.

1.12 Financiering De financieringsparagraaf richt zich op de treasuryfunctie: de manier waarop wij omgaan met onze financiële geldstromen en vermogensposities. Van belang hierbij is hoe wij omgaan met financiële risico’s, de mate waarin we over voldoende geldmiddelen beschikken om op korte termijn (liquiditeit) aan onze schulden te kunnen voldoen en de manier waarop op lange termijn de financiering is geregeld.

1.12.1 Risicobeheer Renterisicobeheer De verhouding tussen de boekwaarde van de activa en de eigen financieringsmiddelen (reserves) vertelt wat de mate is waarin de begroting gevoelig is voor renteontwikkeling. De investeringen in de grondexploitaties en de 18

vastgoedexploitatie, circa € 6,6 miljoen per ultimo 2023 (in 2022 € 6,1 miljoen) worden met eigen financieringsmiddelen (de algemene reserve) gefinancierd. Eind 2023 bedraagt het saldo van de eigen financieringsmiddelen circa € 7,1 miljoen (in 2022 € 13,1 miljoen), zodat er een financieringsoverschot bestaat van circa € 0,5 miljoen. Dit is wel een momentopname. Kortlopend renterisico (kasgeldlimiet) Het renterisico op kortlopende geldleningen (minder dan 1 jaar) is door de Wet Fido (Financiering decentrale overheden) gemaximaliseerd tot de kasgeldlimiet. Deze limiet is gesteld op 8,2% van de begrotingsomvang van 2023. De kasgeldlimiet is in deze jaren van relatief lage investeringen in gronden van minder belang. Daarnaast beschikt IPP Haaglanden over een financieringsoverschot van circa € 0,5 miljoen, zodat geen extra middelen nodig zijn. Het financieringsoverschot vertaalt zich in een vordering in rekening-courant bij de gemeente Rijswijk. Gedurende het jaar 2023 had het schap een vordering in rekening-courant bij de gemeente Rijswijk opgebouwd tot een bedrag van € 6,6 miljoen (ultimo 2022 bestond er een vordering van € 7,2 miljoen). In 2023 heeft IPP Haaglanden niet geleend en was er dus geen overschrijding van de kasgeldlimiet, waardoor we voldeden aan de eisen van de Wet Fido.

Kredietrisicobeheer Het kredietrisico wordt veroorzaakt door de mogelijkheid dat de instelling waaraan geld is verstrekt niet in staat blijkt te zijn de rente en aflossing op verstrekte leningen te voldoen. IPP Haaglanden verstrekt geen leningen aan derden. Eventuele overtollige financieringsmiddelen worden vooralsnog belegd via de gemeente Rijswijk bij de Schatkist (Nederlandse Staat).

1.12.2 Liquiditeitsbeheer Het liquiditeitsbeheer gaat om het financieren en uitzetten van middelen voor de perioden van één jaar of korter. Zoals aangegeven zal tot het bedrag van de kasgeldlimiet eventueel een financieringstekort met kortlopende geldleningen worden gefinancierd. Op korte termijn is het niet de verwachting dat dit aan de orde komt, omdat de komende investeringsplannen geheel betaald kunnen worden uit de beschikbare liquiditeiten. IPP Haaglanden beschikt over overtollige financieringsmiddelen en belegt deze via de rekening-courantpositie met de gemeente Rijswijk bij de Schatkist. Al vele jaren was de rente 0% rente, maar sinds september 2022 betaald de Schatkist positieve rente. De rente is opgelopen naar circa 3,5% in december. Hiermee is een renteopbrengst ontvangen van circa € 204.900.

19

2. Jaarrekening 2.1 Balans per 31 december 2023 (Voor bestemming van het gerealiseerde resultaat) Activa 2023

2022

Investeringen met een economisch nut Totaal materiële vaste activa

1.471.516 1.471.516

1.388.578 1.388.578

Totaal vaste activa

1.471.516

1.388.578

Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie Totaal voorraden

5.158.655 5.158.655

4.717.097 4.717.097

Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

6.561.089 70.910 6.631.998

7.180.129 28.750 7.208.879

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende activa Totaal vlottende activa

328.416 328.416 12.119.070

110.134 110.134 12.036.110

TOTAAL ACTIVA

13.590.586

13.424.688

2023

2022

Vaste activa

Vlottende activa

Passiva

Vaste passiva − −

Reserves: algemene reserve bestemmingsreserves Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Totaal eigen vermogen

7.113.605 5.909.231

13.049.000

408.796 13.431.632

64.606 13.113.606

Waarborgsommen Totaal vaste schulden Totaal vaste passiva

0 0 13.431.632

6.250 6.250 13.119.856

Overige schulden Totaal netto-vlottende schulden

128.003 128.003

304.832 304.832

Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende passiva Totaal vlottende passiva

30.951 30.951 158.954

0 0 304.832

TOTAAL PASSIVA

13.590.586

13.424.688

Vlottende passiva

20

2.2 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Tabel 3 Omschrijving

Begroting 2023 voor wijziging

Programma: Programma algemeen bestuur Programma ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties Programma herstructurering werklocaties Totaal programma's

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Saldo

370.405

389.900

-19.495

370.405

389.900

280.962

597.684

-316.721

944.953

705.226

239.727

944.593

705.226

-93.308

-389.138

295.830

1.160.000

995.937

164.063

1.160.000

1.442.937

0

-35.184

35.184

2.475.358

2.091.063

384.295

2.474.998

2.538.063

187.654

173.361

14.293

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Saldo

Algemene dekkingsmiddelen: Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is Dividend Saldo van de financieringsfunctie Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal algemene dekkingsmiddelen Kosten van de overhead Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerde resultaat

Begroting 2023 na wijziging

0

Realisatie 2023

204.942

204.942

125.786

24.208

101.578

125.786

24.208

264.682

165.890

98.792

125.786

24.208

101.578

125.786

24.208

469.624

165.890

303.734

2.601.144

2.115.271

485.873

2.600.784

2.562.271

657.278

339.251

318.027

447.000 2.601.144

2.115.271

485.873

3.047.784

90.769 2.562.271

748.047

90.769 339.251

408.796

21

2.3 Grondslagen Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaats vindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.

Dividenden zijn verantwoord in het jaar waarin het besluit tot toekenning van het dividend door de Algemene vergadering van de vennootschap is genomen. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.

Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals opgenomen in de Financiële Verordening IPP 2023 en op basis van de Controleverordening IPP 2023, het Controleprotocol accountant IPP 2023 en het Masterplan IPP 2023. Dat betekent dat: -

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties. De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals opgenomen in het Controleprotocol Accountantscontrole IPP 2023; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de Financiële Verordening IPP 2023, het Controleprotocol Accountantscontrole IPP 2023 en het Masterplan IPP 2023 is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten overschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. o Ten aanzien van het Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium (M&O criterium) is de nota M&O beleid van het industrieschap leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

22

-

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV alsmede onze eigen Financiële Verordening IPP 2023, Controleverordening IPP 2023 en Controleprotocol Accountantscontrole IPP 2023. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 1 % is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden ) groter dan 5% van de materialiteit met een maximum van 100.00 euro nader toegelicht

Volledigheidshalve zij opgemerkt dat de volgende documenten zijn gehanteerd voor de jaarrekening en begin Q1 2024 door het Dagelijks en Algemeen Bestuur zullen worden vastgesteld: -

Financiële verordening IPP 2023 Controleverordening IPP 2023 Treasurystatuut IPP 2023 Controleprotocol accountant IPP 2023 Masterplan IPP 2023 Beleidsnota M&O IPP 2023

Algemeen Hieronder is bij de diverse onderdelen van de vaste activa een toelichting gegeven. Alle bedragen in de tabellen van deze paragraaf zijn gedeeld door € 1.000, tenzij anders aangegeven.

Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen van derden, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. De kosten van het sluiten van geldleningen (inclusief de betaalde boeterente) en het saldo van agio en disagio worden geactiveerd en over maximaal de looptijd van de lening volledig afgeschreven, te starten vanaf het moment van het in gebruik nemen van het gerelateerde materieel of financieel vast actief. Indien geen nieuwe lening wordt aangetrokken zijn de kosten van vervroegde aflossing (boeterente) niet geactiveerd, maar als last verantwoord. De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief zijn onder de volgende voorwaarden geactiveerd: - Het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen. - De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien staat vast. - Het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut genereert.

- De uitgaven die aan het actief toe te rekenen zijn, zijn betrouwbaar zijn vast te stellen. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden volledig afgeschreven in maximaal vijf jaar. De onder de kosten van onderzoek en ontwikkeling geactiveerde voorbereidingskosten voor grondexploitaties voldoen aan de volgende voorwaarden: - De kosten passen binnen de kostensoortenlijst (artikel 6.2.4) van het Bro; en - De kosten blijven maximaal vijf jaar geactiveerd staan onder de immateriële vaste activa. Na maximaal vijf jaar hebben de kosten geleid tot een actieve grondexploitatie, dan wel worden deze afgeboekt ten laste van het jaarresultaat; en - Plannen tot ontwikkeling van de grond waarvoor de voorbereidingskosten worden gemaakt, hebben bestuurlijke instemming, blijkend uit een raads- of ‒ indien gedelegeerd ‒ collegebesluit. 23

Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd indien aan de volgende vereisten is voldaan: - Er is sprake van een investering door een derde. - De investering draagt bij aan de publieke taak. - De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen. - De bijdrage kan door de gemeente worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Op de geactiveerde bijdragen aan activa in eigendom van derden wordt afgeschreven, waarbij de afschrijvingsduur maximaal gelijk is aan de verwachte gebruiksduur van de activa (bij derden) waarvoor de bijdrage aan derden is verstrekt.

Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Het BBV kent de volgende soorten materiële vaste activa: - Investeringen met een economisch nut; - Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; - Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut > € 15.000 worden conform de (nieuwe) financiële verordening geactiveerd. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en over de gebruiksduur afgeschreven. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten) verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14102422/1