CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318698 Bijlage 1 Participatieverslag Wie mag het zeggen

Commissie Samenleving 4 december 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel: Participatieverordening en handboek participatie (tweede termijn)12.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De inbreng is op de volgende manier verwerkt In de participatieverordening zijn voor nu geen spelregels opgenomen over de rol van vertegenwoordigende organisaties. Hiervoor is gekozen omdat participatie maatwerk blijft, en het doel en de grootte van een participatietraject bepalen welke belanghebbenden hierin kunnen meedoen. Wel is in het handboek een extra onderdeel toegevoegd over de vertegenwoordigde organisaties en de verschillende rollen die zij kunnen hebben. Ook is in het handboek meegegeven onder welke omstandigheden vertegenwoordigende organisaties tenminste een grotere rol krijgen: bij complexe participatietrajecten.

Thematafel 5: Participatie ja/nee, en zo ja hoe groot? In het nieuwe participatiebeleid is het uitgangspunt ‘participatie, tenzij’. Wanneer organiseren we géén mogelijkheid om mee te denken? En als je wel kunt meedoen: hoe groot of hoe klein maken we het? Want participatie vraagt inzet van zowel de deelnemers als de gemeente. Het gesprek bestond uit twee onderdelen: • •

Onderdeel 1: uitzonderingen op participatie werden besproken Onderdeel 2: het onderscheid in de grootte van participatietrajecten werd besproken

Onderdeel 1: uitzonderingen De gemeente wil graag werken met het principe dat er altijd participatie plaatsvindt, tenzij er een uitzonder geldt. Hiervoor zijn een aantal mogelijke uitzonderingen op tafel gelegd met de vraag hoe de deelnemers kijken naar deze uitzonderingen: zijn ze het hiermee eens? Wat is hierin nodig?

•

De mogelijke uitzondering op vervangingswerkzaamheden, bijvoorbeeld bij het riool. Bewoners pleitten voor proactievere communicatie bij belastingen en rioleringswerkzaamheden. Ze wilden op de hoogte worden gehouden en gewaarschuwd worden voor aanstaande projecten. Ook gaven ze aan dat aanpassingen die voor de gemeente

25

Participatieverslag ‘Wie mag het zeggen?’ - handboek participatie en participatieverordening

•

•

• •

•

klein lijken, - zoals het opnieuw betegelen van de straat met een nieuwe steensoort- grote gevolgen kunnen hebben. Korte termijn en selectieve participatie: Er is kritiek op de korte termijn en selectieve manier van participatie door de gemeente. Bijvoorbeeld: bewoners werden pas kort van tevoren geïnformeerd over wijzigingen in parkeerregelingen. Participatie gaat dus niet altijd goed. Manier van participatie: een aantal bewoners gaf aan dat de gemeente niet altijd de tijd neemt om een goed gesprek te voeren, en daardoor echt input in het participatieproces op te halen. Bewoners waardeerden het belang van gehoord worden bij besluitvorming en drongen aan op meer directe interactie. Bewoners vinden ook dat soms al te veel vooraf vaststaat. De mate van invloed wordt als (te) beperkt ervaren. Het is belangrijk dat er goed gecommuniceerd wordt en het participatieplan getoetst wordt bij bewoners. Wat voor de gemeente vanzelfsprekend is, is het voor bewoners niet: de gemeente kiest er soms voor om niet te participeren, omdat voor de gemeente de wijziging beperkt lijkt. Bewoners ervaren dit anders. Dit moet altijd worden getoetst. Mate van invloed: de wens werd gedeeld om standaard vast te leggen wat de mate van invloed is van bewoners bij verschillende type participatietrajecten. Dit maakt duidelijk hoe bewoners mogen participeren.

Onderdeel 2: Onderscheid in grootte van het participatietraject Niet elk participatietraject hoeft even groot opgetuigd te worden. De deelnemers werd gevraagd of zij voorbeelden konden noemen van participatietrajecten die (te) klein of (te) groot werden aangepakt door de gemeente en aan te geven waarom zij dit vonden. Doel hiervan was om te bepalen of er een categorisering mogelijk was, zodat de gemeente kan beslissen bij welke type projecten het participatieproject groter of kleiner moet.

In beide rondes is met name stilgestaan bij de onderwerpen waarbij participatie groter of kleiner kan: • •

•

•

•

Te groot: de aanpak van wateroverlast, deelvervoer. Dit had stadsbreed moeten worden aangepakt. Te klein/niet: Grotere participatie werd gevraagd bij zaken als de Structuurvisie Den Haag Zuidwest, zero emissiezones, WarmtelinQ, handhaving, herinrichting van de straat en groengebieden: deelnemers in beide rondes benadrukten dat participatie over de zeroemissiezones niet allesomvattend was en dat de wijk meer betrokken had moeten worden. Klein: andere voorbeelden die zijn aangehaald van kleine participatietrajecten: toiletten voor dak- en thuislozen, speelplaatsen, bomen, voetbalkooien, de oude vissersplek, fietsvlonders en zebrapaden en bouwplannen binnen een bestaand bestemmingsplan. Er was geen tijd om deze toe te lichten. Groot: andere voorbeelden die zijn aangehaald voor grote participatietrajecten: herziening parkeerregime, de verkeersafwikkeling, opknappen achterstallig onderhoud en groengebieden. Er was geen tijd om deze toe te lichten en te verdiepen. Daarnaast is aangegeven dat bij weinig directe impact van bewoners, participatietrajecten kleiner kunnen. Hoe groot deze impact is, moet bij bewoners getoetst worden.

Verder besproken punten: • •

Rol stichtingen: er ontstond een discussie over de rol van bewoners bij bepaalde onderwerpen en hoe sommige kwesties de betrokkenheid van stichtingen vereisen. Transparantie en lange termijn gevolgen: Een belangrijk punt was het gebrek aan transparantie over de lange termijn gevolgen van besluiten en het ontbreken van inzicht in het denkwerk achter beslissingen.

26

Participatieverslag ‘Wie mag het zeggen?’ - handboek participatie en participatieverordening

•

•

Duidelijkheid over participatieproces: Deelnemers vroegen om meer duidelijkheid over wanneer burgers wel of niet mogen beslissen over bepaalde onderwerpen en wat daarin dan vervolgens de invloed is. Integrale participatie: Er ontstond een oproep om een vorm van participatie te creëren waarbij verschillende onderwerpen worden gecombineerd en bewoners volledig op de hoogte zijn.

De inbreng is op de volgende manier verwerkt Er is gekozen om geen uitzonderingen in de verordening toe te voegen, zodat gestimuleerd kan worden om participatie als uitgangspunt te zien. Zo wordt geprobeerd te stimuleren dat de gemeente zorgvuldig afweegt of er niet elementen zijn die veel impact kunnen hebben op bewoners waar wel op kan worden geparticipeerd. Er is gekozen om te verplichten dat het participatieplan wordt getoetst bij bewoners, zodat de bewoners kunnen meedenken over de participatievraag, de ruimte, het proces en de impact.

Thematafel 6: Actieplan Democratie & Participatie Raadsleden zijn al langer bezig met de vraag hoe het contact met bewoners beter kan. Ook door de lage opkomst bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen, Daarvoor maken raadsleden nu een actieplan. De raad heeft zelf ook participatie-instrumenten: hoe kunnen we die verbeteren? Wat vind je bijvoorbeeld van ‘Raad in de Stad’? En wat kan de raad (meer) doen in de relatie tussen raadsleden en bewonersorganisaties? Raadsleden gingen in twee rondes in gesprek met deelnemers: Ronde 1 In de eerste ronde van de discussie werd het thema democratie en participatie vanuit verschillende perspectieven besproken. De deelnemers delen hun bezorgdheid over de legitimiteit van de raadsbesluiten bij lage opkomst van de kiezers. Er werd uitgelegd dat een lage opkomst niet beslist duidt op tevredenheid met de raad, maar eerder op een gebrek aan geloof in de effectiviteit van stemmen. De moeilijkheid van de betrokkenheid bij het gemeentebestuur werd onder de aandacht gebracht. Daarbij werden de kosten en de bereikbaarheid van participatie als belemmeringen geïdentificeerd. Het kennisniveau over democratische processen werd ook ter discussie gesteld. Een deelnemer benadrukte daarbij de noodzaak van bewustwording en educatie.

Deelnemers drongen aan op het interessanter maken van raadsvergaderingen en het direct gebruiken van feedback van burgers om hen gehoord te voelen. De behoefte aan meer zichtbare en betrokken raadsleden in de wijken werd sterk gevoeld. Ook deelde deelnemers persoonlijke ervaringen van onopgeloste problemen na gesprekken met raadsleden. Er werd voorgesteld dat het vergroten van de transparantie en het bevorderen van de dialoog tussen de gemeente en haar burgers, heel belangrijk is voor het verbeteren van de democratische participatie. Ronde 2 De tweede ronde van discussies onthulde een veel verschillende meningen over de toegankelijkheid en responsiviteit van raadsleden. Sommige deelnemers vonden raadsleden bereikbaar. Andere deelnemers benadrukte de moeite die het kost om met raadsleden in contact te komen. De deelnemers spraken hun bezorgdheid uit over de afstand tussen raadsleden en burgers. Met name in wijken waar rellen of controversiële bouwprojecten plaatsvonden.

De communicatie van de raad werd ook besproken, waarbij werd opgemerkt dat de informatievoorziening onvoldoende is en niet effectief aansluit bij de behoeften van alle burgers. Er werd aangedrongen op betere communicatiekanalen en meer directe betrokkenheid van raadsleden bij burgers. Sommige deelnemers stelden voor dat raadsleden meer tijd in de wijken zouden moeten doorbrengen en actief buurtvergaderingen moeten bijwonen.

27

Participatieverslag ‘Wie mag het zeggen?’ - handboek participatie en participatieverordening

De algemene mening was dat er een grotere nadruk moet liggen op zichtbaarheid, communicatie en het bereiken van minder mondige burgers. Er werd een oproep gedaan aan de raadsleden om een systeem te ontwikkelen dat vergelijkbaar is met dat van de wethouders. Met als doel een betere verdeling en bereikbaarheid in verschillende stadsdelen. Verder besproken punten: • Deelnemers van deze thematafel benadrukten het belang van zichtbaarheid van raadsleden en de noodzaak om verder te gaan dan alleen de mondige burgers te horen. • Er werd een beroep gedaan op raadsleden om een proactieve benadering te hanteren, waarbij de nadruk ligt op het bezoeken van wijken, het spreken met verenigingen en stichtingen en het oprichten van raadsbrede en partijafspraken om de participatie en het vertrouwen in het democratische proces te vergroten. De inbreng is op de volgende manier verwerkt N.v.t. De gemeenteraad laat zien hoe zij hier mee aan de slag willen.

Thematafel 7: Wie mag het meer zeggen? Wie zouden we meer moeten betrekken in de stad? Denk aan jongeren, ouderen, ondernemers, expats en internationals, het stille midden, praktisch geschoolden, laaggeletterden, (arbeids)migranten, mensen in stressvolle situaties, maar ook de toekomstige bewoner. En hoe bereiken we hen? De sessie verliep in drie stappen: • • •

Stap 1: Deelnemers droegen doelgroepen aan die zij belangrijk vinden. Er lagen ook al een aantal doelgroepen op tafel. Stap 2: Deelnemers bepaalden samen welke doelgroepen zij het belangrijkste vinden. Stap 3: Deelnemers bespraken waarom zij deze doelgroepen belangrijk vinden.

In de eerste ronde is hiervan afgezien en hebben we stilgestaan bij de doelgroep 'Mensen die niet (meer) meedoen in de samenleving. Géén vertrouwen meer hebben in de overheid. Zich niet gehoord en geholpen voelen.' In de tweede ronde gaven de deelnemers aan dat het belangrijk is om de volgende doelgroepen beter te betrekken bij participatie (op volgorde van het aantal stemmen tijdens het stadsgesprek): • Mensen die geen tijd hebben voor participatie; • Teleurgestelde hooggeschoolden; • Mensen die niet actief zijn in Nederlandse politiek; • Eerste, tweede generatie, mensen met een migratieachtergrond; • Mensen in een stressvolle situatie, waaronder mensen met een beperking, of bijvoorbeeld met GGZ-problematiek of mensen die leven in armoede; • Laaggeletterden. Verder besproken punten: • Zorg voor een afspiegeling van de stad bij bijeenkomsten van de gemeente. • Het is belangrijk dat alle belanghebbenden mee (kunnen) doen. Als je het ergens mee eens bent, kom je meestal niet participeren. Er moeten manieren bedacht worden om alle stemmen te horen. • Het gesprek gaat door over mensen die zich nu misschien minder laten horen en hoe zij te bereiken zijn. Dat kan via netwerken, via kinderen van migranten en via organisaties als Coach’EmUp. Vergoed de kosten van kleine ondernemingen die hierin voorzien. Sociale organisaties en bewonersorganisaties worden overvraagd.

Bevraag per onderwerp waar de organisatie de specifieke kennis over heeft om dit te voorkomen. Geef ruimte en neem ruimte

28

Participatieverslag ‘Wie mag het zeggen?’ - handboek participatie en participatieverordening

•

•

• • • •

voor de zaken die goed gaan. Benoem dat, geef lof en ondersteuning aan de sociale ondernemers en hoor hen bij participatietrajecten. Het gaat om de benadering via eigen netwerken, eventueel in eigen taal, op een laagdrempelige manier, passend bij traditie en eventueel religie. Train de vertrouwenspersonen in de eigen netwerken. De vorm van die benadering graag in eenvoudige taalgebruik, ga de deuren langs, pas aan aan de behoefte; niet iedereen heeft er evenveel tijd voor. Ga rondlopen met bewoners langs de problematiek. Stuur niet de ene keer een brief en de andere keer een website. Wees duidelijk in wat waar te vinden is. Heet nieuwe bewoners welkom, weet wat er speelt. Controleer geld dat wordt ingezet. Houd er wel rekening mee dat er ook mensen zijn die het gewoonweg niet interesseert, zij willen niet participeren. Dwing hen vooral niet. Het wordt lastig gevonden dat er gemeenteraadwijzigingen zijn. Een nieuwe gemeenteraad kan de plannen en eerdere afspraken aanpassen.

Doelgroepen die extra aandacht verdienen volgens deze thematafel: mensen die geen vertrouwen hebben, het stille midden, Mensen die geen tijd hebben voor participatie, Teleurgestelde hooggeschoolden, Mensen die niet actief zijn in Nederlandse politiek, Eerste, tweede generatie, mensen met een migratieachtergrond, Mensen in een stressvolle situatie, waaronder mensen met een beperking, of bijvoorbeeld met GGZ-problematiek of mensen die leven in armoede en Laaggeletterden.

De inbreng is op de volgende manier verwerkt In het handboek wordt nader ingegaan op hoe met de verschillende belangen wordt omgegaan en hoe de inbreng wordt gewogen. Dit is in de werkwijze nader uitgewerkt en in de verordening onder het participatieplan opgenomen. In het participatieplan wordt vastgelegd wat de verschillende belangen, en wie de belanghebbenden zijn, hoe deze worden gewogen en waarom hiervoor wordt gekozen.

Op de belangenafweging wordt in hoofdstuk 4 ingegaan. Hier worden verschillende rollen en principes rondom vertegenwoordiging verduidelijkt, ook van speciale doelgroepen. Over het algemeen wordt afgezien van checklists en gefocust op het faciliteren van maatwerk. Belangen worden vanaf het begin in kaart gebracht. De overwegingen rondom belang ten opzichte van brede participatie staat omschreven in hoofdstuk 2. In de spelregels (hoofdstuk 3) staan de principes rondom inclusie en representativiteit. Er is gekozen voor gerichte participatie en om expliciet te werken vanuit het belang en de vertegenwoordiging hiervan. Pas daarna wordt gericht gezocht naar de juiste vertegenwoordiging van dat belang. Het is daarom niet vanzelfsprekend dat er in ieder participatietraject een afspiegeling van de stad meedoet. Wel wordt gefaciliteerd dat alle belangen van een traject mee kunnen doen en gehoord kunnen worden. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het betrekken van vertegenwoordigers (o.a. bij het zoeken van belanghebbenden) en het gebruikmaken van (bestaande) netwerken en (vertegenwoordigende) organisaties in de stad. Het handboek legt uit hoe belangrijk communicatie is in participatieprojecten. Het is belangrijk om mensen op een laagdrempelige manier te benaderen, bijvoorbeeld door in verschillende talen te communiceren en verschillende kanalen en middelen te gebruiken.

Het is ook belangrijk om duidelijk te zijn. De ingebrachte ideeën rondom het verwelkomen van nieuwe bewoners en het controleren dat geld wordt ingezet horen niet in het handboek of verordening, omdat dit niet over participatie gaat. Verder wordt het lastig gevonden dat er gemeenteraadwijzigingen zijn. Een nieuwe gemeenteraad kan de

29

Participatieverslag ‘Wie mag het zeggen?’ - handboek participatie en participatieverordening

plannen en eerdere afspraken aanpassen. Dit is eveneens niet een onderwerp dat in het handboek of verordening kan worden opgenomen en is aan de raad.

2.4 Inloopbijeenkomst en publieke dialogen Tijdens de inloopmarkt en via het digitale platform publieke dialogen adviseerden deelnemers de gemeente rondom de formuleringen van de spelregels. Hierin werden oplossingen en alternatieve tekstvoorstellen aangedragen. Samenvattend kwamen de volgende drie adviezen aan de gemeente naar voren: Wees transparant vanaf het begin, maak gebruik van duidelijke taal en heldere definities en neem het algemeen belang goed waar. Hieronder leest u de deelconclusies per tafel.

Tafel 1: Belanghebbenden De reacties van deelnemers: • • •

Er is grote behoefte aan duidelijkheid over wie wanneer precies belanghebbend is. Er is behoefte aan duidelijkheid over hoe belangen gewogen worden. Omarm ook ongevraagde feedback. Een klacht is ook gratis advies.

Hoe is het verwerkt? In het handboek wordt hierop in hoofdstuk 2 en 4 ingegaan. Het begrip belanghebbende wordt hier gedefinieerd en zijn er in de werkwijze hulpmiddelen om met maatwerk te werken in deze kwestie. In het hoofdstuk omtrent vertegenwoordiging wordt ingegaan op de weging van inbreng van deze specifieke groep deelnemers.

Tafel 2: Vertegenwoordigers De reacties van deelnemers: •

• •

Deelnemers geven aan bij een abstract of complex vraagstuk graag vertegenwoordiging in te willen zetten. Voor projecten die dichtbij en praktisch zijn willen bewoners graag zelf mee kunnen doen. Er is behoefte dat deelnemers deskundig advies kunnen krijgen wanneer zij meedenken/meedoen over ingewikkelde onderwerpen. Alle manieren van vertegenwoordiging zijn van belang.

Hoe is het verwerkt? De inspanning van de gemeente door altijd meerdere werkvormen aan te bieden en, zo mogelijk, in verschillende fases is in het handboek opgenomen. Hier wordt op (de weging van) belangen en vertegenwoordiging in hoofdstuk 2 en 4 ingegaan.

Tafel 3: Inclusie en toegankelijkheid De reacties van deelnemers: • • • • • •

Een pdf is niet altijd handig, omdat deze vaak niet kunnen worden voorgelezen. Stuur als gemeente daarom word-bestanden op. Gebruik niet alleen de tekstvorm, maar bijvoorbeeld ook smileys of filmpjes. Denk aan toegankelijkheid, door bijvoorbeeld te kijken naar de hoogte van de tafels, een gelijkvloerse ruimte en weinig omgevingsgeluid. Deelnemers hebben ook toegang tot kennis nodig om mee te kunnen doen. Het belang van toekomstige generaties, oude kennis en het algemeen belang zijn nog benadrukt door deelnemers. Maak gebruik van sleutelfiguren en probeer verschillende groepen ook via via te bereiken.

30

Participatieverslag ‘Wie mag het zeggen?’ - handboek participatie en participatieverordening

Hoe is het verwerkt? In het handboek wordt in hoofdstuk 2 en 3 ingegaan op communicatie en toegankelijkheid in participatietrajecten. Op zowel het niveau van uitgangspunten, zoals in het participatiekompas, als ook in de vorm van praktisch advies bij het inrichten van bijeenkomsten. In de werkwijze en toolbox worden de adviezen rondom praktische zaken verder uitgewerkt en opgenomen.

Tafel 4: Participatieverordening De reacties van deelnemers: • • • • •

•

•

Aan deze tafel werd het advies vooral ingebracht rondom de uitvoering van de regels en niet de bewoording van de regels. Deelnemers benadrukken het belang om bewoners echt invloed te geven en schijnparticipatie te voorkomen. Er is een regel opgenomen over het gebruik van meerdere werkvormen. Deelnemers gaven aan dat uitleg nodig is wat een werkvorm precies is. Deelnemers gaven aan dat de taal die gebruikt wordt soms te moeilijk is. Maak het begrijpelijk en leesbaar. Deelnemers gaven aan dat ze ook willen dat er in de verordening spelregels worden opgenomen als niet de gemeente maar (externe) initiatiefnemers, zoals ontwikkelaars, een participatietraject starten. Ook de naleving hiervan moet in de verordening. Deelnemers gaven aan dat er voor de gemeenteraad ook een moment tussen het participatieplan en participatieverslag moet zijn om in te controleren of de participatie goed gaat. Er is een regel opgenomen dat een participatieplan vooraf wordt getoetst met een aantal bewoners. Deelnemers vroegen of daar ook organisaties aan kunnen worden toegevoegd.

Hoe is het verwerkt? In de verordening is het woord 'werkvormen' toegelicht. In de verordening wordt onder 'bewoners' ook ondernemers en organisaties verstaan, dus het participatieplan kan ook bij organisaties worden getoetst. Het is niet mogelijk om spelregels voor (externe) initiatiefnemers in de verordening op te nemen. De Omgevingswet laat dit niet toe. Er is geen extra toets moment voor de gemeenteraad ingebouwd. Met het publiceren van het participatieplan en verslag wordt er al flinke stap gezet.

Tafel 5: Handvatten voor het organiseren van participatie De reacties van deelnemers: • • • • • •

Noem iets niet een participatiemoment als het een informatiemoment is. Blijf informeren, ook als er even niets verandert. Een ambtenaar hoeft niet altijd het antwoord te weten, een luisterend oor is belangrijker. Het belang van toegankelijkheid van kennis om goed mee te kunnen doen/denken. Maak het simpel en begrijpelijk. Een goede terugkoppeling is heel erg belangrijk.

Hoe is het verwerkt? In het handboek staat dat de gemeente altijd verschillende werkvormen moet aanbieden. Als het kan, moeten ze dat ook doen in verschillende fases van het project. De definities van zowel participatie als informatie staan in hoofdstuk 2 en 4 en in de Trap van eigenaarschap. In hoofdstuk 3 zijn de aandachtspunten voor het participatieproces en de werkwijze verwerkt.

31

Participatieverslag ‘Wie mag het zeggen?’ - handboek participatie en participatieverordening

Tafel 6: Het participatiebeleid in beeld Er werden gesprekken gevoerd tijdens het maken van een aantal tekeningen. Hieronder staan de titels van de gemaakte schetsen. -

Maak het leuk! Afspraak is afspraak Samen weet je meer Respect hebben voor elkaar en gewoon praten Iedereen kan meedoen Voorkom schijnparticipatie Participeren in visie Maak gebruik van kennis en wijsheid

Hoe is het verwerkt? Over het algemeen wordt in het handboek en de hulpmiddelen afgezien van checklists en gefocust op het faciliteren van maatwerk. Het belang van het vroeg in een (bouw)proces betrekken van belanghebbenden is omschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 2 staan de principes voor goede beleidsen projectparticipatie, waarbij aandacht is voor de gemeente als verantwoordelijke voor het algemeen belang.

Figuur 18: schetsen tijdens de inloopavond

32

Participatieverslag ‘Wie mag het zeggen?’ - handboek participatie en participatieverordening

3. Geleerde lessen De leerpunten uit dit doorlopen participatieproces zijn: 1. Zorg dat er speelruimte in het participatieproces zit, zodat er gaandeweg flexibel op onvoorziene zaken (politiek, weersomstandigheden, lopende adviezen en inzichten, etc.) in kan worden gespeeld. Omdat we het participatieproces zorgvuldig wilden doorlopen, hebben we de planning daarop aangepast. 2. Neem meer tijd voor het stadsgesprek. Een aantal deelnemers vond de tijd voor de verschillende deelsessies te kort, waardoor er niet voldoende ruimte was voor een gesprek. 3. Zorg dat de digitale participatie ook vertaald is naar offline vormen, bijvoorbeeld straatgesprekken op locatie. Op deze manier spreek je een diverse groep aan. 4. Laat beter zien hoe een participatiemoment zich verhoudt tot de andere vormen van participatie. Laat bijvoorbeeld tijdens het stadsgesprek al zien wat de opbrengst is van de andere participatievormen, zodat de inbreng in bredere context kan worden geplaatst. 5. Zorg dat er veel concrete voorbeelden zijn, waanneer er abstracte beleidsvoornemens worden besproken. Wees in staat om de antwoorden uit de participatie weer goed terug te vertalen naar de abstracte kaders. 6. Maak tussentijds deelverslagen van de participatie, zodat het eindverslag niet zoveel werk meer is. Deel deze deelverslagen met de deelnemers tussendoor.

Bijlagen Bijlage 1: Overzicht van participatieproces, uit het participatieontwerp

Dit is een uitgave van Gemeente Den Haag April 2024

33

Participatieverslag ‘Wie mag het zeggen?’ - handboek participatie en participatieverordening

Bijlage 1: Overzicht van participatieproces, uit het participatieontwerp

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14151702/1