RIS318626 Notulen van de raad van 14 maart 2024
Tekst van het document
Motie N.13 PvdA Ondersteun COA ruimhartig bij noodopvang De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 14 maart 2024, ter bespreking van Haagse aanpak opvang nieuwkomers. Overwegende, dat: ▪ het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) een cruciale rol vervult bij het bieden van opvang en ondersteuning aan asielzoekers in Nederland, met inbegrip van de gemeente Den Haag; ▪ de opvang van asielzoekers onverwachte uitdagingen met zich meebrengt, zoals pieken in het aantal asielzoekers als gevolg van internationale ontwikkelingen of crisissituaties; ▪ het van groot belang is om in dergelijke situaties snel en adequaat te kunnen reageren om de veiligheid en het welzijn van asielzoekers, die voorwaardelijk zijn voor een humane opvang, te garanderen. Constaterende, dat: ▪ door ruimhartig medewerking te verlenen aan het COA in geval van (crisis)noodhulp de gemeente Den Haag haar solidariteit toont met mensen in nood en bijdraagt aan een humane opvang van deze groep; ▪ in het recente verleden is gebleken dat het draagvlak voor tijdelijke (crisis) noodopvang van asielzoekers in Den Haag, zoals bijvoorbeeld in Kijkduin, onder bewoners groot is, zoals te zien aan de vele steunbetuigingen en spontane hulpacties van Hagenaars; ▪ crisisnoodopvang in goed overleg en in wederzijds belang geschiedt met eventuele betrokken Haagse ondernemers zoals hoteleigenaars.
Roept het college op: ▪ ruimhartig medewerking te blijven verlenen indien het COA aanklopt voor tijdelijke (crisis) noodhulp in de vorm van tijdelijke opvangfaciliteiten of andere vormen van ondersteuning; ▪ om de gemeenteraad regelmatig op de hoogte te houden van eventuele verzoeken om tijdelijke (crisis) noodhulp van het COA en de genomen maatregelen ter ondersteuning daarvan. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Ik zal het grootste deel van de moties appreciëren, maar collega Icar en collega Van Asten zullen beide ook een motie appreciëren. Dank allereerst aan de raad voor de ingediende moties en voor het fijne en goede inhoudelijke debat dat we een aantal weken geleden hebben gevoerd in de commissie. Het college voelt zich ook gesterkt in de Haagse aanpak zoals we die vorig jaar voor de zomer aan uw raad hebben toegestuurd. Inmiddels is er natuurlijk alweer het een en ander gebeurd. In de komende weken zullen wij uw raad in ieder geval ook nog 83
informeren over hoe we verdergaan nu de spreidingswet is aangenomen. Er komt binnen nu en een maand of twee ook weer een nieuwe voortgangsrapportage aan. Ik begin met motie N.1, Behoud opvang Regulusweg II, van de Haagse VVD. In de interruptiedebatjes kwam al naar voren dat dit iets is waar het college mee bezig is, al een paar maanden. Ik begrijp ook heel goed de frustratie van de indieners van deze motie dat het college nog steeds niet heeft kunnen zeggen dat we de Regulusweg voor de komende jaren kunnen gebruiken. Dat kan ik ook helaas op dit moment nog steeds niet zeggen. Er wordt op allerlei manieren druk uitgeoefend, zowel op het Rijksvastgoedbedrijf als op de verantwoordelijke bewindspersoon, minister De Jonge, door verschillende leden van het college en op allerlei manieren, via appjes en … Nou ja, u begrijpt ongeveer wat we aan het doen zijn. Er staat ook weer een overleg met het COA op stapel om hier toch nog samen over door te praten. Ik zie de motie als een aanmoediging om daarmee door te gaan, maar neemt u van mij aan dat we hier nog steeds mee aan de slag zijn en dat het echt ons doel is om die Regulusweg te behouden. Ik ben blij dat de VVD dat vertrouwen ook heeft uitgesproken. We kunnen met deze motie dus prima uit de voeten. Ik wil nog wel één opmerking hierover maken, richting mevrouw Arp van de SP.
Zij zei: ik wil niet zomaar, zonder meer, voor deze motie stemmen, omdat ik niet weet of we eventueel zouden kunnen uitbreiden. We gaan niet nu uitbreiden om aan het einde van het jaar 800 of 1.000 mensen te moeten verhuizen in plaats van 600. Ik zie mevrouw Van Basten Batenburg ook nee schudden; ik denk ook niet dat dat het doel is van de Haagse VVD. We gaan dat alleen maar doen op het moment dat we deze locatie voor een langere periode kunnen gebruiken. En dan zullen we ook weer de noodzakelijke aanpassingen doen om daarin een grotere groep te kunnen huisvesten. Dat is voldoende, denk ik. Dan ga ik naar motie N.2, Geen woorden maar daden. Het is toch altijd leuk om dat tet horen uit de mond van een Ajacied. Ook dat is een motie waarmee wij prima uit de voeten kunnen. Ik wil daar nog wel het volgende bij opmerken. In een interruptiedebatje gaf de Haagse VVD aan dat het gaat om vastgoed en rijksgronden door heel Nederland, maar daar gaan wij niet over vanuit Den Haag. Als ik de motie dus zo mag interpreteren dat we het vooral doen binnen onze eigen gemeentegrenzen, kunnen we hier prima mee uit de voeten. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik verwacht natuurlijk niet dat het college gaat lobbyen voor heel Nederland, absoluut niet.
De kanttekening die ik daarbij maak, en de reden waarom het zo is opgeschreven, is dat de uitspraak van minister De Jonge zelf natuurlijk niet alleen over Den Haag ging maar over heel Nederland. Eigenlijk is dit dus een suggestie aan het college om hem te herinneren aan zijn eigen uitspraken en eindelijk eens de daad bij het woord te voegen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat doen wij en dat zullen we blijven doen. Motie N.2 kunnen we dus ook aan de raad laten. Dan pak ik even door naar motie N.6 CU/SGP, omdat die ook gaat over het rijksvastgoed. Dat is de motie Rijk, draag uw stenen bij. Ook met deze motie kunnen we goed uit de voeten. We zullen dit meenemen in de gesprekken met het Rijksvastgoedbedrijf. Ook hierover was er een interruptiedebatje. Het doel van het college is het bereiken van langetermijnoplossingen. Mochten we nou locaties hebben die we voor langere perioden kunnen gebruiken maar die we niet nodig hebben voor de opvang van asielzoekers, dan hebben we nog voldoende andere doelgroepen in de stad waarvoor deze locaties misschien ook geschikt zijn. Dat is ook het hele doel van de Haagse aanpak: locaties ontwikkelen voor meerdere doelgroepen, dus niet alleen voor asiel maar ook voor andere doelgroepen. Dan ga ik weer naar de Haagse VVD, met motie N.3 VVD, Kijk naar het totaal.
Die motie roept ons op om aan de provinciale regietafel in te zetten op verlaging van de taakstelling. Deze motie moet het college ontraden. Als we hiermee het gesprek in de regio al starten, wordt het ook moeilijk om collega's aan de taakstelling te houden. De start van het regioplan begint er eigenlijk mee dat alle gemeenten zich moeten committeren aan de eigen taakstelling. Deze motie ontraadt het college dus. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik denk dat ik het hier toch wel heel erg mee oneens ben als het gaat om onderhandelingsstrategieën en gesprekken met collega's. Natuurlijk kan je op het moment dat je aan tafel gaat met de regio zeggen: we beginnen hier met een taakstelling, die we niet per se van tafel schuiven, maar we hebben wel een veel grotere opgave, ook als hele regio, waar wij nu 84
bovengemiddeld op inzetten. Ik zou dus niet weten waarom we het gesprek daar niet mee zouden kunnen beginnen als Den Haag. Daarmee verbreden we de discussie meteen, zonder dat we daarmee de taakstelling meteen ontkennen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat is ook wat het college doet, zowel aan de regionale tafel als aan de provinciale tafel. Daaraan zijn we als Den Haag ook vertegenwoordigd, naast de vertegenwoordiging uit de regio. Maar deze motie roept ertoe op om in te zetten op een verlaging van de taakstelling en dat gaat het college te ver. Natuurlijk kijken we ook veel breder en natuurlijk is uiteindelijk het doel dat we met elkaar komen tot een eerlijke verdeling. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Maar als ik die twee dingen met elkaar combineer, dan zegt de wethouder toch dat er een eerlijkere verdeling moet komen en dat dit voor Den Haag een lagere taakstelling is? Wethouder Vavier (GroenLinks). Mevrouw Van Basten Batenburg spreekt zichzelf nu tegen. Als je het breder wil bekijken, moet je niet beginnen met je te concentreren op die ene taakstelling die lager moet. Dan moet het gaan over de bredere opgave. In dat gesprek zitten we als regio. De voorzitter. Mevrouw Van Basten Batenburg, laatste maal. Lotte van Basten Batenburg (VVD).
Misschien moeten de wethouder en ik hierover nog doorpraten, maar volgens mij spreek ik mezelf in het geheel niet tegen … Ja, meneer Groenewold, u bent heel grappig; dank u wel dat u me blijft afleiden! De voorzitter. Stop daar eens mee! Gaat u verder, mevrouw Van Basten Batenburg. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ja, en dat van de voorzitter van het presidium, hè. Het is me wat. Ik ga een klacht indienen! Maar alle gekheid op een stokje, ik denk dat het bijna tijd is om te eten dus ik zal er niet langer over doorgaan. Ik hoop dat de collega's het met mij eens zijn dat we dat gesprek wel degelijk op deze manier kunnen voeren en dat deze motie het college toch aanzet om dat ook te gaan doen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Het college is van mening dat je niet moet beginnen met die verlaagde taakstelling maar dat we wel degelijk het bredere plaatje bekijken. Vandaar de ontrading van deze motie. Nu ik het toch heb over een breder plaatje, ga ik door naar motie N.11 SP, Kijk eerst naar de sterkste schouders. Dat brede plaatje willen we natuurlijk ook bekijken als het gaat over de locaties in onze eigen stad. De motie roept ertoe op om bij ieder nieuw initiatief te kijken hoe er rekening is gehouden met de huidige mate waarin groepen met extra zorgvraag gehuisvest zijn in de wijk. Deze motie kan het college aan de raad laten.
We kijken bij iedere locatie heel goed naar andere zorgdoelgroepen en dus ook naar de draagkracht van de wijk. Soms kan dat betekenen dat we daar iets extra's aan toevoegen als het gaat om bijvoorbeeld voorzieningen. Deze motie kan het college dus aan de raad laten. Hoe organiseren we het in de stad? Een aantal moties willen daar invloed op uitoefenen. Ik begin met motie N.4 van de Haagse VVD, Werk samen met ondernemers. Die roept ertoe op om erop in te zetten dat de opvang iets positiefs brengt voor buurtbewoners en ondernemers. Dit is nou precies de kern van de Haagse aanpak. Het college apprecieert deze motie dus als overbodig, want met het realiseren van die multifunctionele locaties creëren we meerdere locaties voor en door de buurt. Dat doen we ook nadrukkelijk samen met de buurt. We betrekken daar zeker ook de ondernemers bij. Dat gebeurt nu ook al. Bewoners en ondernemers zijn bijvoorbeeld uitgenodigd op de locatie op de Zandvoortselaan en dat gebeurt op meerdere locaties. We kijken daarbij elke keer naar de netwerken rondom de locaties om te bepalen wat daar verstandig is. Lotte van Basten Batenburg (VVD). De Haagse aanpak dateert van voor de zomer en volgens mij was in Kijkduin afgelopen winter de roep van de ondernemers: betrek ons. Dat is toen helemaal niet 85
gebeurd. Ik hoop dus dat de wethouder het toch met me eens is dat het echt nog wel nodig is om te benadrukken dat we dat expliciet willen doen en dat we ook de samenwerking met ondernemers willen opzoeken. Wethouder Vavier (GroenLinks). Het gebeurt nu ook echt al op de locaties die tijdelijk zijn en inmiddels al wat meer permanent zijn, zoals de Zandvoortselaan. Het gebeurt ook rondom de locatie op Scheveningen. Op allerlei plekken wordt de buurt betrokken bij activiteiten en worden ook ondernemers ingezet. Hun wordt gevraagd om hun steentje bij te dragen. In Kijkduin hebben we bijvoorbeeld ook lokale ondernemers, zoals lokale beveiliging en het lokale restaurant, betrokken bij de bewonersbijeenkomst die daar georganiseerd is. Bij verschillende locaties doen we het dus al, en we willen dat zeker blijven doen. We willen het eigenlijk ook verder uitbreiden, want COA-locaties hebben op dit moment grote overeenkomsten waardoor wij vastzitten aan bijvoorbeeld bedrijven die de catering gaan doen. Dat zijn geen Haagse bedrijven en bij onze eigen Haagse aanpak willen we daar juist lokale bedrijven bij betrekken. Deze motie is daarmee dus overbodig. Dan vragen er twee moties om het betrekken van Haagse inwoners. Dat zijn motie N.7 van GroenLinks en motie N.10 van de SP. Ik neem ze even bij elkaar, omdat beide moties ertoe oproepen om een bepaalde methodiek te hanteren op de locaties.
Wij kunnen met beide moties uit de voeten, maar wel met dien verstande dat we ook even moeten kijken wat er passend is op de locaties. We gaan dus geen blauwdruk maken voor alle locaties in Den Haag. We kijken even naar wat er past, maar met beide moties kan het college goed uit de voeten. Dan ga ik door naar de twee laatste moties, die allebei gaan over integratie en taal. Motie N.5 CU/SGP verzoekt het college om in navolging van Utrecht afspraken te maken met relevante partners. Deze motie ontraadt het college, omdat die overbodig is. Wij werken al met duale trajecten in samenwerking met werkgevers. De modules Arbeidsmarkt en Participatie en Taal in de Praktijk zijn voorbereidend en onderdeel van de Haagse inburgering. Ze zijn ook voornamelijk gericht op kennismaking met de Nederlandse arbeidsmarkt. Na Taal in de Praktijk vervolgen inburgeraars hun duale traject richting werk of participatie. Ook hierbij worden statushouders uiteindelijk begeleid naar werk. We hebben dus al leertrajecten en we hebben die zo ingericht dat ze opbouwend zijn. Het college ziet deze motie dus als overbodig. Datzelfde geldt eigenlijk voor motie N.12 CDA, Focus op integratie. Ook dit is precies waar de Haagse aanpak over gaat. Vanuit de aanpak hebben nieuwkomers toegang tot de zorg, tot onderwijs en tot werk en integratie. Hier werken we ook integraal aan.
De nadruk op taalverwerving staat daarin centraal. We zijn ook bezig om asielzoekers en statushouders die in de opvang wonen, toe te leiden naar werk. Binnen het coalitieakkoord hebben we daarvoor ook ruimte gecreëerd, evenals voor een taalaanpak. Met externe partners zoals uitzendbureaus zal naar ondersteuning gezocht worden om de toeleiding en begeleiding van asielzoekers en statushouders naar werk te organiseren. Er zijn in Den Haag ook verschillende mogelijkheden om de Nederlandse taal te leren. Er is niet alleen de professionele kant maar zeker ook de vrijwillige kant. Op allerlei locaties zijn allerlei vrijwilligers actief om mensen te helpen met het leren van de Nederlandse taal. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor Oekraïense ontheemden. Ook zij kunnen gebruikmaken van Nederlandse taallessen die gefinancierd worden door de gemeente. Nieuwkomers die gaan inburgeren krijgen sowieso Nederlandse taalles als onderdeel van het inburgeringstraject. Tot zover mijn moties. De voorzitter. Op de valreep de heer Partiman nog. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter, het antwoord van de wethouder gehoord hebbende, denk ik dat ik de motie voorlopig aanhoud en even wacht op de nieuwe integratienota die eraan zit te komen. De voorzitter. Aangezien motie N.12 CDA is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dank.
Ik realiseer me nu dat ik nog vergeten ben om de motie van de Partij van de Arbeid te appreciëren. Dat is N.13, Ondersteun COA ruimhartig bij noodopvang. Het college dankt de Partij van de Arbeid voor het vertrouwen en dankt de raad sowieso voor het breed uitgesproken vertrouwen, en ziet deze motie als een aanmoediging. Tot zover, voorzitter. 86
Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik heb nog een vraag over de appreciatie van mijn eigen motie. Er is wel een verschil tussen wat er in de integratieaanpak van Den Haag staat en de manier waarop het nu in Utrecht is geregeld. Daar gebeuren leren en werken echt tegelijkertijd en is er minder sprake van het door taal heen naar werk toe leiden. Het is veel meer gelijktijdig: bij werknemers in dienst gaan en daar de taal leren. Ziet de wethouder daarin een verschil met de Haagse aanpak? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat is inderdaad een andere aanpak, maar het is evengoed een aanpak die heel goed kan werken voor Den Haag. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Mijn motie is er juist op gericht dat mensen direct aan het werk gaan en op de werkvloer de taal leren, zodat ze gelijk zelf een inkomen genereren en op die manier ook daadwerkelijk inburgeren en de taal leren, maar ook zeker werken, in plaats van eerst een uitkering en de taal leren en dan misschien een keer naar werk toe geleid worden. Dat is wel echt een verschil in aanpak. Ik zou graag willen zien dat we nieuwkomers in Den Haag ook veel sneller de arbeidsmarkt op krijgen. Is de wethouder dat met mij eens? Wethouder Vavier (GroenLinks). Ja, het college is dat zeker eens met de ChristenUnie/SGP. Er is nu ook echt geen sprake van die volgordelijkheid.
Ik zie wat er gebeurt op de verschillende locaties, en dat is voor de Oekraïense ontheemden nog net weer wat anders dan voor de asielzoekers die we in de stad opvangen. Op het moment dat zij hier in Den Haag komen, zijn ze vooral bezig met hun asielprocedure, dus met de gesprekken met de IND, maar in de tussentijd leren ze ook de taal, door middel van vrijwillige taalmaatjes, en zijn ze bijvoorbeeld ook bezig om betrokken te raken bij de buurt en op school, als ze kinderen hebben. Daar is het sociaal beheer ook steeds mee bezig, zodat zij een onderdeel worden van de samenleving. Het gebeurt dus niet in die volgordelijkheid die ChristenUnie/SGP suggereert. Die aanpak van Utrecht kan dus een hele goede aanpak zijn, maar dat wil niet zeggen dat de Haagse aanpak minder goed is. Vandaar dat het college deze motie als overbodig apprecieert. Lesley Arp (SP). Ik kom nog even terug op de motie van de Partij van de Arbeid. Het college gaf aan die als aanmoediging te zien. Ik blijf het soms een beetje ingewikkeld vinden wanneer een motie een aanmoediging is en wanneer die overbodig is, maar misschien gaat het ooit nog bij mij dagen. Maar als deze motie niet was ingediend, of als zij niet wordt aangenomen, ga ik er wel van uit dat het college hoe dan ook vindt dat wij ons eerlijke deel moeten nemen als er bijvoorbeeld in Ter Apel heel veel problemen ontstaan.
We weten immers dat die spreidingswet niet heel snel zal landen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Ja, dat is zeker waar. We weten ook dat de werking van de spreidingswet nog wel even op zich zal laten wachten. Er worden nu overal in het land regioplannen gemaakt. Voordat die daadwerkelijk leiden tot echte duurzame opvangplekken zullen we zeker nog wel een aantal keren een crisisbrief of een noodoproep van de staatssecretaris ontvangen. Maar we zien ook dat er op dit moment nog geen handreiking van het Rijk is voor hoe de provincies bij die noodoproepen kunnen omgaan met weigergemeenten. Het zijn dan steeds dezelfde gemeenten die positief op die oproepen reageren. In die zin zie ik deze motie dus ook als een bevestiging of aanmoediging om zelf niet zo'n weigergemeente te worden. Lesley Arp (SP). Dat vind ik een interessante, want volgens mij is er laatst wel een spoeddebat geweest waarover heel veel discussie was en waarin de raad volmondig heeft gezegd dat wij geen weigergemeente hoeven te worden. Ik heb er eigenlijk nooit twijfel over gehad of het college weleens overwogen zou hebben om weigergemeente te worden. Ik vraag me dus toch nog steeds af waarom wij daarvoor zo'n motie nodig hebben. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat spoeddebat ging natuurlijk over de spreidingswet en over het maken van een plan voor die duurzame opvanglocaties.
87
De voorzitter. U bent door de beantwoording heen. Voordat wij naar wethouder Icar gaan, wil ik even het volgende zeggen. We hadden eigenlijk om 18.30 uur willen schorsen voor het diner, dus we lopen toch wel wat uit, maar laten we dit debat toch eventjes afmaken en vervolgens schorsen voor het diner. Dan bent u daarvan op de hoogte. Het diner is dus aanstaande. We gaan eerst nog naar wethouder Icar luisteren. Wethouder Icar (DENK). Voorzitter. Misschien gaan we schorsen als ik hier flauwval. Ik heb wel één inzicht gekregen; dank je wel, meneer Van Asten. Je moet nooit met paaseitjes ontvasten, want daar word je heel erg misselijk van. Oké, goed, dan ga ik nu naar de appreciatie van de motie. De motie over het mkb en het betrekken van asielzoekers is een hele goede motie. Tegelijkertijd zijn er wel schriftelijke vragen gesteld, ook door de indiener. In de beantwoording daarvan geven we aan dat we in samenwerking met onder andere werkgevers stimuleren om asielzoekers aan het werk te krijgen. Ik wil daarbij dan ook toezeggen dat we ook in gesprek gaan met het BOEZ, met MKB Den Haag, en dat we aan de hand daarvan gaan kijken hoe we dit het beste kunnen aanvliegen. Als wethouder mkb en werk ben ik sowieso aan het kijken hoe ik die twee werelden bij elkaar kan brengen, op alle facetten en met alle doelgroepen.
Dat betekent ook dat ik vraag om deze motie voor nu aan te houden om te kijken hoe dit zich verder ontwikkelt. Hera Butt (GroenLinks). Dat is goed. Ik hou 'm aan. De voorzitter. Aangezien motie N.8 GL is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter. Eerst motie N.9, met de vragen over de Stadsenquête. Daar is een hoop over te doen. Wie ging daar ook alweer over? Uiteindelijk ga ik daarover, omdat de afdeling SEPO erover gaat. Dat is een afdeling van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling. De afkorting staat voor Strategie, Externe Betrekkingen, Portfoliomanagement en Onderzoek en ik vermoed zomaar dat dit onder de O van Onderzoek valt. Deze motie gaat verder op een motie die al eerder was ingediend om het onderwerp bevolkingsgroei op te nemen als vraag bij de Stadsenquête. Dat is in 2022 gebeurd. In 2023 is het niet meegenomen. Die vragen zijn al uitgezet, dus daar komt binnenkort het verslag van. We kunnen het in 2024 wel weer opnemen. Nou staat er in de motie 'verzoekt het college in de Stadsenquête 2023 bevolkingsgroei op te nemen als thema in alle domeinen en door middel van open vragen de mening van inwoners te peilen'. Die Stadsenquête bestaat uit heel veel vragen; mevrouw Verdonk als indiener noemde het al.
Op het moment dat wij daar open vragen in gaan zetten, is de ervaring dat mensen afhaken bij het invullen daarvan. Ik moet de motie daarom ontraden, maar ik doe wel de toezegging om in de volgende enquête en in de daaropvolgende enquêtes, dus vanaf 2024, bij alle domeinen de bevolkingsgroei mee te nemen, zoals we ook in 2022 hebben gedaan, maar dan wel aan de hand van gesloten vragen. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Hartelijk dank. Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van de beantwoording op dit agendapunt. We gaan vanavond stemmen over de ingediende moties. We gaan nu schorsen voor het diner. Dat doen we voor een uur. Iets na achten hervatten we de vergadering dus. We zijn geschorst. Eet smakelijk. De vergadering wordt van 19.01 uur tot 20.00 uur geschorst. De voorzitter. Geachte leden van de gemeenteraad, kijkers thuis en mensen op de tribune. Ik heropen de vergadering van 14 maart. We hadden afgesproken om dat iets na achten te doen. Nou, dat is gelukt.
88
Aan de orde is: O.
Verslag Raad in de Stad Leidschenveen-Ypenburg (RIS316574).
De beraadslaging wordt geopend. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Zo, het eten is nog niet gezakt, maar we gaan beginnen. Een hoop mensen hebben wat ingebracht tijdens Raad in de Stad in Leidschenveen-Ypenburg. Een hoop bewoners pleiten daar voor lagere parkeerkosten, vooral bij het gezondheidscentrum De Reef. Daarom heb ik de volgende motie in elkaar geknutseld met fractiegenoot Damiën Zeller. De titel is 'Pilot groengele zone buiten winkelgebied'. Wij verzoeken het college daarin rondom gezondheidscentrum De Reef het tarief van een groengele zone in te stellen, dit een pilot van een jaar te laten zijn en de raad over de uitkomsten van de pilot te informeren. De voorzitter. Door de heer Meinesz wordt de volgende motie (O.1 HvDH) ingediend:
Motie O.1 HvDH pilot groengele zone buiten winkelgebied De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 15 februari 2024, ter bespreking van verslag raad in de stad Leidschenveen - Ypenburg Constaterende, dat: ▪ er rondom gezondheidscentrum de Reef betaald parkeren is tussen 09:00 en 00:00; ▪ de drempel om gebruik te maken van gezondheidszorg zo laag als mogelijk moet zijn; ▪ er naast een apotheek, fysiotherapeut ook een tandarts en afname mogelijkheid voor bloed aanwezig is in het gezondheidscentrum. Van mening, dat: ▪ de drempel om gebruik te maken van gezondheidszorg zo laag als mogelijk moet zijn; ▪ betaald parkeren deze drempel verhoogd; ▪ er in de naastgelegen wijk Morgenweide nog geen betaald parkeren is waardoor er geen waterbed effect zal ontstaan. Verzoekt het college: ▪ rondom gezondheidscentrum de Reef het tarief van een groengele zone in te stellen; ▪ dit een pilot van een jaar te laten zijn; ▪ de raad over de uitkomsten van de pilot te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. In de reactie van het college op Raad in de Stad mist de ChristenUnie/SGP de verantwoordelijkheid die het college heeft voor een veilige leefomgeving.
Het college concludeert dat een situatie onwenselijk is maar zegt vervolgens 'maar we doen er niets aan', terwijl de mogelijkheden met de buurt nog niet eens zijn onderzocht. Deze situatie geldt voor de milieustraat aan de Laan van Hoornwijck. Op de momenten dat de vuilniswagen hier achteruit inrijdt om te legen is de situatie erg gevaarlijk op het zebrapad, het fietspad en de weg. Leidschenveen-Ypenburg verdient beter. Daarom dien ik een motie in met collega Dubbelaar van Hart voor Den Haag, met als dictum: verzoekt het college in overleg met bewoners, ondernemers en HMS 89
te bezien of en hoe de veiligheid rond de milieustraat op de kruising Steentijdsingel en Laan van Hoornwijck kan worden verbeterd door andere aanrijroutes, verplaatsing of andere mitigerende maatregelen rond de milieustraat en de raad hierover te informeren. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Dubbelaar, wordt de volgende motie (O.2 CU/SGP) ingediend:
Motie O.2 CU/SGP maak de milieustraat veiliger De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 14 maart 2024, ter bespreking van Verslag Raad in de Stad Leidschenveen-Ypenburg (RIS316574), constaterende, dat: ▪ op de kruising van de Laan van Hoornwijck en de Steentijdsingel een milieustraat ligt waar de vuilniswagen vanwege gunstige routering achteruit insteekt om te kunnen legen, wat gevaarlijke situaties oplevert op het fietspad, de weg en het zebrapad; overwegende, dat: ▪ bewoners en ondernemers al langere tijd de wens uiten voor een veiligere situatie; ▪ verplaatsen van de milieustraat is onderzocht, maar ''het verplaatsen in de nabijheid zowel ondernemers als bewoners meer stankoverlast zou geven en qua routering niet wenselijk is'' concludeert het college (RIS317416+Raad+in+de+stad+Leidschenveen-Ypenburg (raadsinformatie.nl) pagina 2); ▪ bewoners en ondernemers niet betrokken zijn geweest bij die zoektocht en niet konden afwegen of de voordelen van verplaatsing opwegen tegen eventuele stankoverlast; ▪ de locatie rond de milieustraat kansen biedt voor verplaatsing; ▪ een andere aanrijroute mogelijk is via bijvoorbeeld de Nootdorpse Landingslaan; verzoekt het college: ▪ in overleg met bewoners, ondernemers en HMS te bezien of en hoe de veiligheid rond de milieustraat op de kruising Steentijdsingel en Laan van Hoornwijck kan worden verbeterd door andere
aanrijroutes, verplaatsing of andere mitigerende maatregelen rond de milieustraat en de raad hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. In overleg met wethouder Icar doe ik beide moties, omdat ze op mijn beleidsterrein liggen of althans binnen mijn portefeuille vallen. Ik begin met de motie Pilot groengele zone buiten het winkelgebied. Het college wil die motie graag ontraden. Het hele idee van de groengele zones is dat ze specifiek bedoeld zijn voor winkelgebieden. Daarop zijn ook alle voorwaarden gebaseerd en dat heeft de evaluatie destijds nog een keer bevestigd. Bovendien is de noodzaak er niet. Het gezondheidscentrum De Reef beschikt over een parkeerplaats op eigen terrein. Dat zijn 54 parkeerplaatsen, die ook kunnen worden ingezet voor het parkeren door bezoekers. Als dat niet genoeg is, kan er zelfs een bezoekersvergunning voor bedrijven worden aangevraagd. Ik wil de motie dus graag ontraden. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Een bezoekerspas voor bedrijven, zegt u, maar het gaat om de mensen die naar de tandarts of naar de zorg moeten of bloed moeten prikken. Die komen daar naar buiten en moeten weer bloeden voor het parkeergeld. Dat is toch niet de bedoeling? Het is de bedoeling dat de drempel voor de gezondheidszorg laag blijft.
90
Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Die drempel is ook laag. Er is voldoende parkeerplek op dat terrein zelf. Het lijkt het college geen goed idee om daarvoor een regel in te zetten die daar niet voor bedoeld is. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). U zegt dat er genoeg parkeerplek is. Waarom heeft u daar dan betaald parkeren ingevoerd? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Om ervoor te zorgen dat er genoeg plek is. Daarom voeren we betaald parkeren in. Nogmaals, het gezondheidscentrum daar heeft een eigen terrein en als je op eigen terrein staat hoef je niet te betalen. Dan ben ik bij de motie van ChristenUnie/SGP over de milieustraat. Ik zou de indiener eigenlijk willen vragen om de motie aan te houden. Dan maak ik er een toezegging van. Hier is eerder over gesproken en ik heb me ook laten informeren over de situatie aldaar. Het verplaatsen van het afvalsorteerstraatje is heel ingewikkeld, maar de oplossing zit er vooral in dat de HMS eigenlijk niet geacht wordt om daar achteruit te rijden. Ze kunnen het blokje om rijden en dan gewoon rechtuitrijdend bij de containers komen om die te legen. Ik wil toezeggen dat ik daarover met HMS in gesprek ga. Dan hoeven we de bewoners en de ondernemers verder niet lastig te vallen. Ik zal ze natuurlijk wel via het stadsdeel informeren over de uitkomst hiervan. Het zou dus mijn suggestie zijn om de motie aan te houden.
Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Fijn dat de wethouder welwillend is. Ik heb wel begrepen dat de HMS hier eerder op gewezen is en dat ze vanwege aanrijtijden en routering die andere route eigenlijk niet willen nemen. Ik ben dus benieuwd op welke termijn de wethouder met de HMS zou willen praten en of daarover dan ook een korte terugkoppeling naar de raad kan komen. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat gesprek kan, denk ik, binnen een paar weken plaatsvinden, even afhankelijk van de agenda's. En natuurlijk ben ik bereid om u daarover te informeren. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Prima. Dan houd ik de motie aan tot het bericht er is dat de HMS anders gaat rijden. De voorzitter. Aangezien motie O.2 CU/SGP is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Dank aan de wethouder. Vanavond gaan wij stemmen over de ene motie.
Aan de orde is: P.
Werkagenda Energietransitie (RIS317123).
De beraadslaging wordt geopend. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. We hebben een flinke duurzaamheidsopgave in Den Haag en die moeten we gaan halen, maar als we mensen willen helpen om die duurzame stap te gaan maken, moeten zij dat ook kúnnen. Daarom heb ik de motie Voldoende netcapaciteit voor duurzaamheid. Die verzoekt het college om per wijk inzichtelijk te maken hoeveel stroomaansluitingen en eventuele uitbreiding van netcapaciteit nodig is om onze Haagse duurzaamheidsopgaven te behalen, hierbij aan te geven in welke wijken het maximum aan aansluitingen of netcapaciteit al is bereikt, en samen met Stedin met concrete oplossingsrichtingen te komen zodat alle bewoners en ondernemers kunnen overstappen naar duurzame alternatieven zoals zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen, en de raad in Q2 2024 te informeren.
91
De voorzitter. Door mevrouw De Groot wordt de volgende motie (P.1 CDA) ingediend:
Motie P.1 CDA Voldoende netcapaciteit voor duurzaamheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 14 maart 2024, ter bespreking van afronding Werkagenda Energietransitie (RIS317123) Constaterende dat: • we in Den Haag als doel hebben om duurzaamheidsmaatregelen te versnellen, de luchtkwaliteit te verbeteren en een ambitie hebben van klimaatneutraliteit in 2030; • het voor de energietransitie belangrijk is om over te stappen naar duurzame elektrische alternatieven; • Stedin heeft aangegeven dat naar verwachting netcongestie vooralsnog geen gevolgen heeft voor kleinverbruik aansluitingen, maar wel voor grootverbruik aansluitingen ((RIS317411) Overwegende dat: • veel bewoners en bedrijven nog steeds te horen krijgen dat zij geen nieuwe stroomaansluiting voor groot- en kleinverbruik kunnen krijgen of op een wachtlijst komen te staan; • er onduidelijkheid is waarom bewoners en ondernemers geen extra stroomaansluiting kunnen krijgen, en of dit ligt aan de maximale netcapaciteit of dat er meer aanvragen in de straat zijn dan waar rekening mee is gehouden; • de vraag naar elektriciteit toeneemt, en netcapaciteit nodig is om over te stappen naar duurzame alternatieven, zoals laadpalen, warmtepompen, elektrisch koken en zonnepanelen; • het ook van belang is om vroegtijdig de gevolgen inzichtelijk te hebben van netcongestie of een overvraag naar stroomaansluitingen, voor
het behalen van onze duurzaamheidsdoelstellingen; • er oplossingen moeten komen om bewoners en ondernemers in staat te stellen om te verduurzamen en van het gas af te gaan. Verzoekt het college: • per wijk inzichtelijk te maken hoeveel stroomaansluitingen en eventuele uitbreiding van het netcapaciteit nodig is om onze Haagse duurzaamheidsopgaven te behalen; • hierbij aan te geven in welke wijken het maximum aan aansluitingen of netcapaciteit al is bereikt, en samen met Stedin met concrete oplossingsrichtingen te komen zodat alle bewoners en ondernemers kunnen overstappen naar duurzame alternatieven zoals zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen; • de raad in Q2 2024 te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Het is code rood in netbeheerdersland. Ook in Den Haag loopt het stroomnet vol. Een kans is om ondanks een stroomnet energie te delen. De gemeente is bezig met een pilot. Wat de ChristenUnie/SGP betreft, wordt die kennis ook gedeeld.
Daarom heb ik een motie samen met collega Gerritsen, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college de juridische en eventuele financiële obstakels voor energiedelen in kaart te brengen en de best practices van de proef van de gemeente en HTM te delen, initiatieven om energie te delen in de vorm van bijvoorbeeld een microgrid te stimuleren en te ondersteunen, te onderzoeken of het mogelijk is om extra ruimte aan te vragen bij de ACM-pilot of een extra pilot te starten zodat meerdere initiatieven slimmer energie kunnen delen, en de raad hierover te informeren. We hebben tal van bewonersinitiatieven en energiecoöperaties die we als stad ondersteunen. Als ChristenUnie/SGP willen we die ook de kans bieden om een openbare laadpaal te exploiteren. Dat 92
maakt de businesscase voor zonnepanelen en een buurtbatterij in combinatie met bijvoorbeeld elektrische deelauto's aantrekkelijker. Het is nog steeds onduidelijk of dit binnen de concessie kan of niet. Die vaagheid maakt de drempel onnodig hoog. Schep duidelijke randvoorwaarden en maak duidelijke afspraken, en geef energiecoöperaties daarmee ruimte. Daarom heb ik een motie, samen met collega Thepass van GroenLinks, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college in de experimentele ruimte van de concessie voor openbare laadpalen ruimte te maken voor het exploiteren van openbare laadpalen door bewonersinitiatieven en energiecoöperaties en de raad hierover te informeren. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Gerritsen, wordt de volgende motie (P.2 CU/SGP) ingediend:
Motie P.2 CU/SGP deel kennis over energie delen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 14 maart 2024, ter bespreking van Brief van wethouder Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen inzake Werkagenda Energietransitie (RIS317123), constaterende, dat: ▪ het Haags stroomnet vol zit en er tot 2032 geen nieuwe groot stroomverbruikaansluitingen mogelijk zijn; ▪ er op het ZKD een proef is om de piekaansluiting van de HTM op het elektriciteitsnet slimmer te gebruiken, zodat wanneer geen piekvermogen nodig is de overige elektriciteit kan worden gebruikt voor laadpalen; ▪ een vol stroomnet de energietransitie bemoeilijkt en mogelijk vertraagd; overwegende, dat: ▪ er veel juridische obstakels zijn voor het delen van energie door landelijke en Europese regelgeving; ▪ de gemeente bezig is met een proef voor het slimmer delen van energie met de HTM en laadpalen in overleg met de Autoriteit Consument en Markt (ACM); ▪ daarmee eventuele juridische en financiële obstakels voor het slimmer delen van energie in kaart zijn gebracht en kennis aanwezig is op het stadhuis hoe het aanvragen van een pilotstatus voor energiedelen mogelijk is; ▪ deze informatie en kennis voor ondernemers die soortgelijke initiatieven willen ontplooien zeer relevant is; verzoekt het college: ▪ de juridische en eventuele financiële obstakels voor energiedelen in kaart te brengen en de best
practices van de proef van de gemeente en HTM te delen; ▪ initiatieven om energie te delen in de vorm van bijvoorbeeld een micro-grid te stimuleren en te ondersteunen; ▪ te onderzoeken of het mogelijk is om extra ruimte aan te vragen bij de ACM-pilot of een extra pilot te starten zodat meerdere initiatieven slimmer energie kunnen delen en de raad hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer Thepass, wordt de volgende motie (P.3 CU/SGP) ingediend:
93
Motie P.3 CU/SGP geef energiecoöperaties de ruimte De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 14 maart 2024, ter bespreking van Brief van wethouder Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen inzake Werkagenda Energietransitie (RIS317123), constaterende, dat: ▪ de gemeente Den Haag middels een concessie het plaatsen, onderhouden en exploiteren van openbare laadpalen vergund aan een marktpartij; overwegende, dat: ▪ bewonersinitiatieven of energiecoöperaties hun businesscase sterk kunnen verbeteren door ook een openbare laadpaal te kunnen exploiteren, bijvoorbeeld een bi-directionele laadpaal in combinatie met een buurtbatterij of een openbare laadpaal met een zonnedak; ▪ de Werkagenda Energietransitie stelt dat: ''We willen dat iedereen die wil meedoen, ook daadwerkelijk kan meedoen. En iedereen die kan meedoen, ook wil meedoen'' (WERKAGENDA Energietransitie 2023-2026 (raadsinformatie.nl)); ▪ binnen de kaders van een concessie ook (experimentele) ruimte kan worden afgesproken zodat bewonersinitiatieven of energiecoöperaties een openbare laadpaal kunnen exploiteren; verzoekt het college: ▪ in de experimentele ruimte van de concessie voor openbare laadpalen ruimte te maken voor het exploiteren van openbare laadpalen door bewonersinitiatieven en energiecoöperaties en de raad hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag.
De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Ik heb één motie, van collega Van Wijngaarden, vooral naar aanleiding van berichten in de media dat inwoners van Amsterdam en Rotterdam duurder uit waren na aansluiting op een warmtenet. De motie verzoekt het college de woningcorporaties op te dragen om een warmtekostentransitie uit te werken waarmee sociale huurders van een EFG-labelwoning de garantie krijgen dat hun energiekosten niet hoger zijn na de verduurzaming van hun woning als zij evenveel of minder energie verbruiken, en passende maatregelen te nemen om aan deze garantie te voldoen, bijvoorbeeld via een compensatieregeling of prijsafspraken. Vincent Thepass (GroenLinks). Dank voor deze motie van de SP. Het zal de SP niet verbazen dat GroenLinks het doel van deze motie heel erg deelt. We moeten een rechtvaardige energietransitie hebben. Ik worstel nog even met hoe dit er concreet uitziet. Kan de SP dus toelichten hoe dit praktisch werkt? Wie maakt bijvoorbeeld met wie zulke prijsafspraken en wie zou de huurders in zo'n regeling compenseren? Kan de SP daar wat meer over vertellen? Lesley Arp (SP). Dat hangt natuurlijk sowieso af van hoe de aansluiting eruit komt te zien. De motieThepass, die wij van harte mede hebben ondertekend, vergt nog enige uitwerking.
Het zou natuurlijk ook kunnen dat mensen op lokale bronnen worden aangesloten. Maar mijn fractie worstelt vooral met het volgende. Als corporaties gaan renoveren, gaat daar natuurlijk een inspraaktraject aan vooraf, en je wilt mensen vooraf wel enige zekerheid bieden. De berichten die nu uit Rotterdam en Amsterdam komen, bieden toch wel enige reden tot zorg. Er wordt heel vaak na zo'n renovatie gezegd: de huur gaat omhoog omdat we meerdere dingen tegelijk aanpakken. Dan neem je dus een beetje een sprong in het diepe. De exacte uitwerking van de motie kan ik u niet geven, maar ik ben benieuwd of we toch meer garantie kunnen inbakken dat we geen scenario's zoals in Rotterdam en Amsterdam gaan krijgen.
94
Vincent Thepass (GroenLinks). Helder. Ik constateer dat de SP zegt: als we met publieke warmtenetten gaan werken, willen we voorkomen dat we daarbij verrast worden met hoge prijzen. Dat deelt GroenLinks. En de voorbeelden van compensatiemechanisme in het tweede dictum moeten wij dus echt als voorbeelden zien, omdat er best veel ruimte is in hoe zo'n corporatie daarmee aan de slag kan. Lesley Arp (SP). Mijn fractie vindt dat we die mogelijkheden nu al moeten inventariseren. In de berichtgeving in de Volkskrant stond namelijk letterlijk: dit geeft weinig vertrouwen in de energietransitie. Dat moeten we absoluut niet willen, zeker niet als bewoners moeten gaan stemmen over zo'n aanpak. Dan wil je echt dat dat soepel gaat en mensen snel overstag gaan. Ik denk dat een zekere garantie daarbij helpt. Ik ben dus benieuwd of het college ook wil meedenken over hoe we dat zouden kunnen inrichten. Yousef Assad (D66).
D66 deelt de zorgen en de worsteling van de SP, maar zijn de problemen die we uit het land horen en waarmee wij als stad misschien ook te maken kunnen krijgen niet zodanig groot dat ze eigenlijk een veel betere behandeling verdienen? Zouden we daarover niet moeten praten met experts erbij om er vervolgens met het college over te wisselen in plaats van in een afronding debat met een motie voor te sorteren op een oplossing? Ik denk dat die stap te groot is voor nu en dat we er juist over moeten praten. Lesley Arp (SP). We praten nu volgens mij, maar ik doe inderdaad een schot voor de boeg richting het college: kijk wat de mogelijkheden zouden kunnen zijn. Het is natuurlijk een vrij bizarre situatie als je isoleert en je aansluit op warmte en die warmte vervolgens in de praktijk toch duurder is. Dat is natuurlijk de grote verontwaardiging die men ervaart in die casuïstiek die ik eerder benoemde. Ik denk dat het toch belangrijk is om nu alvast na te denken over die stok achter de deur. Werkbesprekingen over de vraag hoe dat zou kunnen, zijn natuurlijk altijd interessant. Daar staat mijn fractie zeker voor open. De voorzitter. Voordat ik de heer Assad het woord geef, wil ik de gasten van de raad die nu binnenkomen, van harte welkom heten. Fijn dat u er bent. We hopen dat u een mooie momentopname kan krijgen van het werk dat wij hier met elkaar doen.
De heer Assad gaat zijn tweede interruptie plaatsen. Yousef Assad (D66). Ik deel de verontwaardiging en de zorgen, maar er wordt hier wel een oplossing voorgesteld waarvan we niet weten wie die gaat betalen en ten koste waarvan die uitgevoerd gaat worden. Oké, de woningcorporaties gaan de kosten verminderen, maar ten koste waarvan? Het geld kan namelijk maar één keer worden uitgegeven. Gaan we bijvoorbeeld schimmel niet meer aanpakken? Als daarover niet is nagedacht en als de SP zegt niet te weten wat de precieze uitwerking is terwijl het probleem gigantisch is … Ja, we praten nu inderdaad. We hebben drie interrupties en de motie wordt geapprecieerd, maar ik denk dat dit juist een veel grotere en diepere behandeling verdient in de commissie, waarbij over verschillende oplossingen gepraat wordt en daarvan een analyse gegeven wordt. Lesley Arp (SP). Ik ben het er zeker mee eens dat we de komende tijd heel diepgaand moeten gaan spreken over hoe we die EFG-aanpak gaan uitvoeren en hoe we mensen daarin gaan meenemen. Aan de debatten daarover heeft mijn fractie ook altijd meegedaan. Ik hoor de heer Assad nu indirect de oproep doen om de motie nu niet in te dienen en te wachten op een aantal werkbesprekingen. Ik heb deze motie bij dezen ingediend, ook met de heer Martinez van Andel van Hart voor Den Haag, en ik ben benieuwd hoe het college erop reageert.
Natuurlijk ga ik dat zo meteen meewegen. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer Martinez van Andel, wordt de volgende motie (P.4 SP) ingediend:
95
Motie P.4 SP Warmtekostengarantie voor sociale huurders met een EFG-label woning De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 14 maart 2024, ter bespreking van de Werkagenda Energietransitie. constaterende, dat: • het de inzet is van het college om door de verduurzaming van sociale huurwoningen met een EFG-label de energiekosten van de bewoners te verlagen; • er meerdere gevallen zijn in andere steden als Amsterdam en Rotterdam waar huurders na de verduurzaming van hun sociale huurwoning met hogere warmtekosten te maken hebben; overwegende, dat: • veel sociale huurders in onzekerheid zitten vanwege de verduurzaming, en niet weten wat voor invloed de verduurzaming van hun woning zal hebben op hun financiën; • de wethouder Energietransitie heeft aangegeven dat het de inzet is om energiekosten voor sociale huurders van EFG-label woningen te verlagen, maar dat voor vertrouwen in de rechtvaardigheid van de klimaattransitie zekerheid nodig is; van mening, dat: • energiebesparing ook voor geldbesparing moet zorgen.
verzoekt het college om: • de woningcorporaties op te dragen om een warmtekostengarantie uit te werken, waarmee sociale huurders van een EFG-label woning de garantie krijgen dat hun energiekosten niet hoger zullen zijn na de verduurzaming van hun woning als zij evenveel of minder energie verbruiken; • passende maatregelen te nemen om aan deze garantie te voldoen, bijvoorbeeld via een compensatieregeling of prijsafspraken, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Anthony Uduba (VVD). Voorzitter. Vandaag dien ik een motie in om te zorgen dat vve's en portiekwoningen in ieder geval de duurzame keuzes kunnen gaan maken die nodig zijn. Het dictum luidt: verzoekt het college als pilot ten minste één vve van een typisch Haagse portiekwoning te begeleiden naar een kleinschalige duurzame warmtebron, waarvan de vve zelf eigenaar is, en de raad te informeren over de voortgang en resultaten van de pilot. Deze motie dien ik samen in met de heer Assad van D66, de heer Thepass van GroenLinks en de heer Martinez van Andel van Hart voor Den Haag. De voorzitter. Door de heer Uduba wordt de volgende motie (P.6 VVD) ingediend:
Motie P.6 VVD Verduurzaam Haagse portieken. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 14 maart, ter bespreking van de voortgang in het debat over ‘Werkagenda Energietransitie’. Constaterende dat: • de aanbesteding voor de aanleg van een grootschalig warmtenet in Den Haag niet haalbaar is gebleken; 96
• •
Den Haag voor een aanzienlijke uitdaging staat om haar woningvoorraad te verduurzamen; er diverse lokale duurzame bronnen beschikbaar om woningen op duurzame warmte aan te sluiten.
Overwegende dat: • er juist voor de typisch Haagse portieken een uitgelezen kans ligt om een duurzame oplossing met kleinschalige bronnen te ontwikkelen, bijvoorbeeld een gemeenschappelijke warmtepomp waar de VVE zelf eigenaar van is; • de gemeente een belangrijke rol kan spelen om uitdagingen weg te nemen zodat het plaatsen van gemeenschappelijke warmtepompen succesvol uitgevoerd kan worden. Verzoekt het college: • als pilot een VVE van een typisch Haagse portiekwoning te begeleiden naar een kleinschalige duurzame warmtebron, waarvan de VVE zelf eigenaar is; • de raad in de klimaatrapportage te informeren over de voortgang en resultaten van de pilot. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. De werkagenda Energietransitie is opgesteld om recht te doen aan alle nieuwe projecten en de versnelling die noodzakelijk is voor de verduurzaming van de stad. De werkagenda bevat daarom heel veel meetbare acties. Per onderwerp is aangegeven wat de participatieplanning en de indicatoren zijn, maar het viel mij op dat dit niet zo is voor het blokje over de aanpak van energiearmoede. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat we ook dat concreet maken.
Daarom heb ik de motie Maak ook aanpak energiearmoede concreet, met als dictum: verzoekt het college bij de volgende voortgangsrapportage concrete en meetbare acties op te nemen voor de bestrijding van energiearmoede, door ook bij dit onderdeel van werkagenda Energietransitie de participatie, planning en indicatoren op te nemen. De motie is mede ingediend namens Fatima Faïd van de HSP, Judith Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP, Carlos Martinez van Andel van Hart voor Den Haag en Lesley Arp van de SP. De voorzitter. Door mevrouw Holman, daartoe gesteund door mevrouw Faïd en mevrouw Klokkenburg, wordt de volgende motie (P.5 PvdA) ingediend:
Motie P.5 PvdA Maak ook aanpak energiearmoede concreet De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 14 maart 2024, ter bespreking van de Werkagenda Energietransitie. Overwegende, dat: ▪ de Werkagenda Energietransitie is opgesteld om recht te doen aan alle nieuwe projecten, de versnelling die noodzakelijk is en tegelijkertijd aan de versterking van betrokkenheid van de gemeenteraad, de bewoners en organisaties in de stad; ▪ de agenda daarom concrete en meetbare acties bevat, en per onderwerp is aangegeven wat de participatie, planning en indicatoren zijn; ▪ bij het deel over de aanpak van energiearmoede (‘Doelgroepgerichte dienstverlening, met name op het gebied van energiearmoede’), waarin o.a. de isolatiebrigades en energiebespaaracties worden benoemd, de concrete en meetbare acties (participatie, planning en indicatoren) ontbreken; ▪ het voor een rechtvaardige energietransitie juist belangrijk is om voor acties rond de bestrijding van energiearmoede concreet en meetbaar te maken, ambitieuze doelen te stellen
97
en de uitvoering te plannen om te versnellen, en bewoners en organisaties in de stad te betrekken bij de aanpak. Verzoekt het college: ▪ bij de volgende voortgangsrapportage concrete en meetbare acties op te nemen voor de bestrijding van energiearmoede, door ook bij dit onderdeel van Werkagenda Energietransitie de participatie, planning en indicatoren op te nemen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. Dank aan de commissie voor het goede debat dat we hadden over de werkagenda. De afronding van dit debat doen we in de vorm van moties. Ik begin met de motie van het CDA. Dit is een belangrijk onderwerp. Het is ook belangrijk dat we kijken hoe we meer grip kunnen krijgen op het aanpakken van netcongestie. Daar zijn natuurlijk eerder al moties over aangenomen. We hebben hier eerder over gewisseld en het college is hier hard mee aan de slag. Deze motie vraagt het college eigenlijk om weer een stapje verder te gaan en het ook op wijkniveau inzichtelijk te maken. Het college kan hiermee uit de voeten, met de kanttekening dat stroomaansluitingen zich niet houden aan de wijkindeling op de kaart van Den Haag. Het gaat er meer om hoe de leidingen en kabels van Stedin lopen. Dat zie je ook in het gebied waar nu netcongestie is afgekondigd. Dat is geen logisch stadsdeel.
Om het op wijkniveau te doen, wordt dus ingewikkeld. Dat is eigenlijk wat ik wil zeggen. Maar we kunnen wel inzicht geven in delen van de stad waar nu netcongestie is. Het lijkt me heel goed om het niet alleen bij die analyse te laten maar ook samen met Stedin te bekijken wat het perspectief is dat we mensen kunnen bieden. Het is op dit moment overigens niet aan de orde dat de genoemde duurzame alternatieven zoals zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen niet zouden kunnen. Iedereen kan daarmee nog steeds aan de slag, maar het is goed om daarop toch zicht en grip te hebben. Met deze uitleg kan ik deze motie aan de raad laten. Hinke de Groot (CDA). Allereerst is het mooi dat het college hiermee met prioriteit aan de slag gaat, want netcongestie is een groot probleem. Maar deze motie vraagt het college ook om echt te kijken naar de planning van de stroomaansluitingen. Soms hoor je dat mensen best lang moeten wachten op bijvoorbeeld een laadpaal. Dat is natuurlijk ook logisch want dat duurt even, maar kan het college ook dat in kaart brengen? En kan het met name in kaart brengen wat er nodig is om de duurzaamheidsopgave te behalen? Die moeten we natuurlijk ook gaan halen in onze wijken. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Op zich herkent het college het beeld dat er soms langere wachttijden zijn. Dat heeft maar zeer beperkt te maken met netcongestie.
Het heeft vooral te maken met gebrek aan aannemers en materialen en lange wachttijden bij heel veel technische zaken. Het lijkt me echter een goede aanvulling om ook daarover het gesprek te voeren met Stedin en te kijken hoe we daarin kunnen prioriteren, voor zover dat mogelijk is. Dan ben ik bij motie P.2 CU/SGP, Deel kennis over energie delen. Die haakt in op de pilot die we al aan het doen zijn om met de HTM te kijken hoe we gebruik kunnen maken van de tramleidingen, bijvoorbeeld door daar een laadpaal op aan te sluiten. We zijn daarover dus al met de ACM in gesprek. We zijn daarmee inmiddels al een klein stukje verder. De ACM heeft aangegeven dat de manier waarop wij in Den Haag uitwerking geven aan deze pilot past binnen de huidige wet- en regelgeving. We hebben de ACM het verzoek gedaan om dat ook op papier te zetten, zodat de voorwaarden waaronder dit kan ook beschikbaar komen voor anderen. We werken bij deze pilot ook samen met de Haagse Hogeschool en met Mondriaan en andere organisaties in de stad. De eerste delen van het dictum zijn dus eigenlijk overbodig, terwijl het laatste punt van het dictum meteen een stapje te ver gaat. Dat vraagt eigenlijk meteen om een nieuwe pilot, terwijl we net met de huidige pilot gestart zijn en we deze pilot echt even willen afwachten voordat we weer nieuwe initiatieven gaan nemen. Met deze argumenten wil ik de motie dus graag ontraden.
98
Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik ben benieuwd of de wethouder dan de kennis die inmiddels in huis is breed kan delen in de stad en of initiatiefnemers in de stad wellicht ook zo'n pilot kunnen gaan aanvragen. De gemeente hoeft natuurlijk niet alle pilots te draaien; dat kunnen ondernemers en anderen zelf heel goed. Is de wethouder daartoe bereid? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja, die mogelijk is er altijd. Dat is misschien een beetje een dooddoener, maar daarachter zit echt een open houding ten opzichte van initiatieven als Sterk Op Stroom in de Vruchtenbuurt, waarop ook de volgende motie ingaat. We werken juist heel graag samen met alle partijen in de stad die denken hierop goede aanvullingen te hebben. Dus jazeker, die deur staat niet alleen open maar we vragen mensen ook om bij ons binnen te komen. Dan kom ik bij de motie Geef energiecoöperaties de ruimte, ook van de CU/SGP. Het gaat om de concessie. Die is inmiddels verstrekt. Vattenfall is de partij geworden die ons de komende jaren gaat ondersteunen bij het uitrollen van de laadinfrastructuur. Dat gaat in Den Haag heel erg goed. Ik heb onlangs de 2.700ste laadpaal onthuld. Ik ben heel blij dat we een heel gunstig tarief hebben kunnen afspreken. We zitten echt in de meest gunstige tarieven van Nederland. In relatie tot deze motie is het heel belangrijk dat innovatie daar expliciet in zit.
We hebben met de winnaar van de concessie echt afgesproken dat we de komende jaren willen gaan experimenteren en heel veel nieuwe dingen willen gaan proberen. Of het exploiteren van openbare laadpalen het dan helemaal is, weet ik ook niet, maar ik zie wel ruimte om samen met onder andere Sterk Op Stroom in de Vruchtenbuurt te bekijken of we dat met deze motie in de hand samen met Vattenfall nog wat extra kunnen ondersteunen. Als de raad deze motie aanneemt, zou het college daarmee dus uit de voeten kunnen. Dan kom ik bij de motie van de SP, Warmtekostengarantie voor sociale huurders met EFGlabel. Laat ik beginnen met benadrukken dat de betaalbaarheid, en met name de rechtvaardige betaalbaarheid, van de energietransitie gaat bepalen of we over een aantal decennia kunnen gaan spreken van een succesvolle transitie. Dat is een enorm grote opgave. De energietransitie an sich is een grote opgave, maar de vraag hoe we ervoor kunnen gaan zorgen dat de mensen die in kwetsbare wijken wonen en de mensen met een kleine portemonnee hier volop van kunnen gaan meeprofiteren, blijkt in de praktijk enorm weerbarstig. Dat is echt een thema dat bovenaan mijn agenda staat. We kennen natuurlijk de berichten uit Amsterdam en Rotterdam en ik heb daar ook met mijn collegawethouders over gesproken.
De berichten in de media zijn altijd iets minder genuanceerd dan de casus zelf, maar we moeten daar zeker van leren. We moeten de oplossingen die daar gevonden gaan worden implementeren in onze eigen zoektocht, ook als het gaat over de voorwaarden waaronder wij dat lokale warmtebedrijf gaan oprichten. Het dictum zoals het nu in deze motie staat, zou het college toch echt willen ontraden. Dat doen we eigenlijk vanwege het woord 'garantie'. Dat is natuurlijk een heel ingewikkeld woord, zeker ook in relatie tot de woningcorporaties, al was het alleen maar omdat er heel veel externe factoren bepalend zijn voor de uiteindelijke energiekosten voor een huurder. Het meest eenvoudige voorbeeld is dat niemand de brute inval van Rusland in Oekraïne heeft kunnen voorzien, en ook niet wat dat zou gaan doen met de energieprijzen. Dit is dus een superonzekere wereld, waarin ook de energiebelasting natuurlijk een hele belangrijke factor is waarop wij als gemeente en corporaties geen enkele invloed hebben. Het is dus net even een brug te ver om in die situatie te zeggen 'u gaat nooit meer betalen dan u hiervoor ooit betaald heeft', maar nogmaals, de betaalbaarheid van de toekomstige energievoorziening is een absolute voorwaarde voor dit college, waaraan we handen en voeten moeten gaan geven in de verdere uitwerking van onder andere de warmtenetten. Lesley Arp (SP).
Ik snap een aantal punten die de wethouder noemt. Ik snap bijvoorbeeld dat de koppeling aan de gasprijs ingewikkeld is in aanloop naar de veranderende wetgeving. Ik denk ook dat dat soort dingen zouden kunnen worden meegenomen in een regeling. Maar ik probeer even mee te denken. Zouden we wel kunnen onderzoeken hoe we huurders meer zekerheid kunnen geven dat scenario's zoals in Amsterdam en Rotterdam voorkomen zullen worden, waarin je meer gaat betalen voor vaste lasten? Ik denk dat dat belangrijk is als je de huurders de komende tijd mee moet krijgen met allerlei sociale plannen voor renovaties. Als je daar vooraf over hebt nagedacht zal dat hun ook meer zekerheid geven om ja te zeggen. Mijn vraag is dus eigenlijk de volgende. Stel dat wij zouden vragen om een onderzoek naar de mogelijkheden daarvoor, zou de wethouder daar dan wél heil in zien?