CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318503 Bijlage STUDIE Scheveningen vergroening DEF

Gemeenteraad 13 maart 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Actieprogramma Klimaatadaptatie en Vergroenen Versteende Wijken 2024 (RIS318503)14.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

STUDIE VERGROENING WIJK SCHEVENINGEN

oor

AC

kk

20 november 2023

OR A

d

buurten Badplaats, Oud Scheveningen, Vissershaven, Visserijbuurt en Rijslag

Colofon Studie Vergroening wijk Scheveningen Buurten: Scheveningen Badplaats Vissershaven (deels) Oud Scheveningen Visserijbuurt Rijslag 20 november 2023 opdrachtgever:

Ralph Pitlo (BAS)

projectnr.: projectteam:

7003164 Céline kruisbrink (IbDH) Vincent Hensen (IbDH) Suet Chan (IbDH) Marcus Bouma (IbDH) Ron Appeldooren (DPZ) Jardi Chervet (DPZ) Helena Klok (DPZ)

besproken met: DSO Stedenbouw Beate Bagon DSO Mobiliteit Jelmer Keijts Jeffrey Jansen DPZ Julie Jelgerhuis

Ingenieursbureau Den Haag Spui 70 Postbus 12651 2500 DP Den Haag T: 14070 www.denhaag.nl

2

Inhoudsopgave Opgave 3 Aanleiding Selectie Reflectie Prioritering ACOR Beoordeling bestaande groenkwaliteit 4 Lange lijnen 6 Hoofdboomstructuren 7 Wijkstructuren 8 Typologie openbare ruimte 9 Overzicht vergroeningskansen 10 Spelregels 11 Huidige natuurwaarden en kansen 12 Toolbox beplanting 14 Extra bomen 18 Achtergrond thema klimaat 23 Specials 25 - 59 Quick Wins 61 - 77 Conclusie 78

Opgave De aanleiding voor de voorliggende studie komt voort uit het gemeentelijk beleid en de vraag van de stad om een hogere leefkwaliteit. Vergroenen is een van de drie speerpunten genoemd in ‘Agenda Ruimte voor de Stad’ (RIS 295016). Met de ‘Agenda Groen voor de Stad’ (RIS294705) zet de gemeente Den Haag in op de functie van groen voor de leefkwaliteit in Den Haag. De ambitie is te streven naar een zo hoog mogelijke leefkwaliteit. In de ‘Agenda Groen’ gaat het over de waarde van groen. Alle waarden die groen toevoegt aan de stad worden ook wel ecosysteemdiensten genoemd. Het vergroenen van de openbare ruimte is een belangrijke en integrale opgave voor het toekomstbestendig maken van de stad. Het is een opgave waar we als stad aan werken. Bomen leveren in het bijzonder een belangrijke bijdrage aan de ecosysteemdiensten, zie de ‘Nota Stadsbomen’ (RIS307827). Eén van de ecosysteemdiensten; biodiversiteit, is een belangrijk thema in de ‘Nota Stadsnatuur’ (RIS305824). Meer én goed gekozen groen helpt met het verbeteren van onze stadsnatuur en zo de biodiversiteit. Voldoende groen vermindert bovendien de kans op wateroverlast en werkt verkoelend (vooral bomen). Het draagt zodoende bij aan een toekomstbestendig Den Haag, zie de ‘Nota Duurzaamheid’ (RIS301829).

Het overkoepelend ontwerpprincipe ‘Groen tenzij’ (stenen eruit, groen erin) in de ‘Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig’ (RIS308744) stuurt op meer vergroening. De roep vanuit bewoners om meer groen komt onder meer terug in de inwonersonderzoeken van 2019 en 2020. Ook bij het stadsdeel zelf komt regelmatig de vraag binnen voor meer vergroening van het stadsdeel. Vergroenen draagt niet alleen bij aan een aangenamer leefklimaat, maar ook een betere gezondheid, sociale cohesie, trekt bedrijvigheid aan en verhoogt de waarde van huizen en kantoren. Vanuit die brede context is een studie uitgevoerd. Selectie Het doel van deze studie is om de kansen voor vergroening in de Wijk Scheveningen in beeld te brengen. Hiermee wordt gehoor gegeven aan de ambitie om de leefkwaliteit en de ruimtelijke kwaliteit in de stad te verhogen. Deze studie geeft een overzicht van de vergroeningskansen in de

wijk. Het beschrijft hoe in de huidige situatie van de wijk op relatief eenvoudige wijze groen kan worden toegevoegd. Deze kansrijke plekken zijn een gefilterde samenvoeging van een eerdere ‘kansenkaart vergroening (Webgis)’, een veldbezoek door het projectteam IbDH en zijn aangedragen door de weg- en groenbeheerders van DPZ Stadsdeel Scheveningen. Om de potentie van een vergroeningskans te bepalen is een stedenbouwkundige en landschappelijke analyse gemaakt. Per locatie is de rol van de openbare ruimte in beeld gebracht. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de ‘Lange Lijnen Studie’ (Kadernota Openbare Ruimte RIS107727) en de Visie wijk- en buurtgroen De kansen voor vergroening zijn ingedeeld naar verschillende schaalniveaus (blz. 10/11): • stadsniveau, • wijkniveau, • buurtniveau, • blok-, straatniveau. Naast locatie en omvang is ook gekeken naar type project (proces) en lopende projecten (onderlinge relaties). Reeds lopende projecten binnen de gemeente zijn in kaart opgenomen (blz 10), maar niet in deze studie verder uitgewerkt. In deze studie zijn de vergroeningskansen van wijkdeel Scheveningen op wijk- en buurtniveau opgenomen.

voorgelegd aan de Adviescommissie Openbare Ruimte (ACOR). Hier is positief op geadviseerd (verslag 586.01 / 23-10-2023). Hiermee zijn de spelregels en randvoorwaarden voor de vergroening bepaald. Een volgende stap is de start van het participatieproces met de bewoners van de wijk. Als laatste is in deze studie gezocht naar mogelijkheden voor de aanplant van extra bomen in de wijk. Hiervan is een overzichtskaart gemaakt. Net als bij de ‘Specials en Quick Wins’ is hier ook een moeilijkheidsgraad aan gekoppeld. Dit is afhankelijk van de beschikbare ruimte in de bovenen ondergrond en het huidige gebruik. Met de studie en het aanpakken van plekken ook op het niveau van het blok en de straat, werken we conform de motie ‘Vergroenen versteende wijken’ (RIS298292) en de motie ‘Als eerste bomen in versteende wijken’ (RIS308556). Reflectie Voor Scheveningen is reflectie gevraagd binnen de organisatie aan diverse afdelingen (BAS/DSO stedenbouw, DSO mobiliteit). Kansen worden onder de aandacht gebracht om intern te agenderen.

Prioritering De vervolgstap is het bepalen van prioritering van de vergroeningsplekken. Bij bestaande projecten zijn er kansen om werk met werk te maken. In deze studie is een overzicht gemaakt van de huidige groenkwaliteit. Deze kwaliteit geeft mede richting aan de prioritering om middelen te verdelen. Een prioriteit zou ook vanuit de buurt kunnen ontstaan, bijvoorbeeld als een groep bewoners zelf aan de slag wilt met het onderhouden van het groen. Ook is de bijdrage aan ecosysteemdiensten, zoals het tegengaan van hitte of het afvangen van hemelwater, een graadmeter om een plek prioriteit te geven. Als de plekken zijn geprioriteerd, kan vervolgens het benodigde budget voor de investering en beheer worden bepaald. Meer studies naar vergroeningskansen Deze studie is een vierde studie van een reeks. Eerder zijn studies voor de wijken Transvaal, Rivierenbuurt en Duindorp afgerond. Momenteel worden vergelijkbare studies gemaakt voor: • Schilderswijk • Stationsbuurt • Groente- en Fruitmarkt • Stadsdeel Laak

Uitleg van locaties In deze studie worden plekken in de wijk die op wijk- en stadsniveau een rol spelen als ‘Specials’ benoemd. Dit zijn plekken met een zekere complexiteit, waar meerdere belangen dan vergroening moeten worden afgewogen. Voor deze plekken zijn visualisaties en schetsontwerpen gemaakt. Dit helpt om de vergroening te agenderen en dient als opening voor een gesprek met de stad. Eenvoudige plekken in de wijk die op blok- en straatniveau een rol spelen worden benoemd als ‘Quick Wins’. Deze kunnen op relatief korte termijn worden vergroend en daarbij staan ze herinrichtingen en ontwikkelingen op lange termijn niet in de weg. De studie met de ‘Quick Wins’ zijn ambitieweb ecosysteemdiensten

Studie vergroening wijk Scheveningen

3

Beoordeling bestaande groenkwaliteit Om zicht te krijgen op de huidige situatie in de wijk zijn alle locaties beoordeeld op de groene kwaliteit. Slechts enkelen hiervan scoren hierop momenteel goed. ‘Goed’ betekent dat de straten en plekken bovengemiddeld groen zijn en daarbij dat het groen in goede gezondheid verkeerd. Het betekent niet dat er geen kansen liggen om verder te vergroenen. Op andere locaties wordt het minimale groenbeeld gevormd door een aantal bomen en geveltuinen. Vaak is er potentie om groen toe te voegen waardoor de groene kwaliteit wordt verbeterd. Op andere locaties is veel verharding en nauwelijks bomen of ander groen aanwezig waardoor de groene kwaliteit ontbreekt. Op deze locaties moet veel gebeuren om de groene kwaliteit te verbeteren. Dit is een uitdaging door de beperkte boven- en ondergrondse ruimte. Het zijn ook plekken waar enkel met een totale herinrichting van de openbare ruimte alsmede een mobiliteitstransitie groen kan worden toegevoegd. In de kaart op bladzijde 5 is de beoordeling van de huidige kwaliteit per locatie aangegeven. Het geeft inzicht waar vanuit groenkwaliteit de hoogste prioriteit ligt. Het havengebied is in deze studie buiten beschouwing gelaten doordat hier een apart traject een visie wordt opgesteld waarbij ook vergroeningskansen in beeld worden gebracht.

groenkwaliteit goed

4

groenkwaliteit redelijk

groenkwaliteit slecht

Oud Scheveningen

Vissershaven

Scheveningen Badplaats

Visserijbuurt

Rijslag

groenkwaliteit openbare ruimte

Verklaring: groenkwaliteit goed groenkwaliteit redelijk groenkwaliteit slecht

Studie vergroening wijk Scheveningen

5

La nge l i j nen De ruimtelijke samenhang van Den Haag wordt in belangrijke mate bepaald door het stelsel van Lange Lijnen loodrecht op- en evenwijdig aan de kust. De lijnen evenwijdig aan de strandwallen zijn de oorspronkelijke verbindingswegen evenwijdig aan de kust en volgen de van nature hogere plekken die in het landschap aanwezig waren. Bij de verdere uitbreidingen van Den Haag zijn deze oorspronkelijke wegen verbreed maar het oorspronkelijke tracé is gehandhaafd. Daarnaast zijn wegen aangelegd langs de al bestaande watergangen zoals de Beek en de Laak. De lijnen loodrecht op de strandwallen waren oorspronkelijk verbindingswegen door het drassige polderlandschap gelegen tussen de beide strandwallen. Zij verbinden het achterland van Den Haag met de stad en de zee. Kenmerkend voor de lijnen loodrecht op de strandwallen is dat zij verschillende landschapstypen doorsnijden.

4

6

5

3 1

2

Het stadsdeel Scheveningen bestaat uit diverse wijken; Oostduinen, Belgisch Park, Westbroekpark en Duttendel, Van Stolkpark en Scheveningse Bosjes, Duindorp, Geuzen- en Statenkwartier, Zorgvliet, Duinoord en Scheveningen. Evenwijdige lijnen die stadsdeel Scheveningen raken: 1. Noordwestelijke Hoofdroute (Machiel Vrijenhoeklaan - Waalsdorperweg); 2. Laan van Meerdervoort - Wassenaarseweg. Haakse lijnen die stadsdeel Scheveningen raken: 3. Lijn 11 tracé (Houtrustweg-Stationsplein HS); 4. Scheveningen Delft route (KeizerstraatRijswijkseweg); 5. Binckhorst Scheveningen Bad route (Badhuiskade -Binckhorstlaan); 6. Haagse Bosroute (Zwolsestraat - Laan van NOI) Bij latere stadsuitbreidingen zijn hoofdassen aangelegd die op sommige plaatsen harmonieus aansluiten bij de al bestaande Lange Lijnen. Maar veelal is er sprake van een ruimtelijke structuur met monumentale assen die hun tracé ontlenen aan een stedenbouwkundig concept dat niet gebaseerd is op de historische context. Voor Scheveningen bijv de Nieboerweg, de Statenlaan, Stadhouderslaan, Valeriusstraat, Groot Hertoginnelaan, Van Boetzelaerlaan, Frederik Hendriklaan. Deze worden niet gerekend tot de stedelijke Lange Lijnen. De ruimtelijke kwaliteiten ervan zullen op het schaalniveau van de buurten en wijken geanalyseerd en beheerd moeten worden.

6

Verklaring: Lange lijnen Secundaire lijnen Groot groengebieden

Wijken:

positie stadsdeel Scheveningen en raakvlakken lange lijnen

Oostduinen

Van Stolkpark en Sch. bosjes

Staten- en Geuzenkwartier

Belgisch Park

Scheveningen

Zorgvliet

Westbroekpark en Duttendel

Duindorp

Duinoord

Hoofdbo o m s t r u c t u r e n De lange lijnen op stadsniveau zijn vaak tevens hoofdboomstructuren voor de stad (Nota stadsbomen). In en rondom de wijk Scheveningen is de Nieuwe Parklaan, Badhuiskade en de Scheveningse Weg aangegeven als hoofdboomstructuur. De Haringkade en Kranenburgweg zijn in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur aangegeven als potentie/ ambitie hoofdboomstructuur. Al deze structuren spelen een rol op het niveau van de stad en zijn wijkoverstijgend. Bij ingrepen behoeven ze onderzoek op het niveau van de stad.

Oud Scheveningen

Scheveningen Badplaats

Bij de Kranenburgweg is er een overmaat aan asfalt in het profiel aanwezig. Voor deze structuren geldt dat de invloeden van de kust (zout en wind) zwaar van invloed zijn op een goede ontwikkeling van bomen en de mogelijkheid om een structuur te vormen (zie blz 14, 15). De uitwerking van de hoofdboomstructuren loopt via de Nota Stadsbomen.

Nieuwe Parklaan

weg

Scheven

Kranenburg

g

Haring

ingsewe

kade

Vissershaven

Visserijbuurt

Rijslag

Verklaring: Hoofdboomstructiuur Ambitie hoofdboomstructiuur

Studie vergroening wijk Scheveningen

hoofdboomstructuren bestaand en ambitie wijkdeel Scheveningen

7

Wijk str uctur e n Wijk + buurten De wijk Scheveningen bestaat uit de buurten Vissershaven, Norfolk, Scheveningen Dorp, Scheveningen Badplaats, Visserijbuurt en Rijslag. Een aantal ruimtelijke structuren ontlenen zich aan de stedenbouwkundige opzet van de wijk zoals de Stevinstraat. Deze maken geen onderdeel uit van de lange lijnen en hoofdboomstructuren, maar voor de leesbaarheid van de wijk liggen hier ook ambities de boomstructuren te verbeteren. Naast een gezond leefklimaat leveren zij een belangrijke bijdrage aan de oriëntatie in de wijk. Deze structuren worden op het schaalniveau van wijk geanalyseerd. De uitwerking van deze structuren wordt niet meegenomen in deze studie.

Oud Scheveningen

Scheveningen Badplaats

Gevers Deynootweg at

ra st

k

Wijkstructuur De wijk Scheveningen wordt ontsloten door de Westduinweg, Duinstraat, Juriaan Kokstraat, Gevers Deynootweg, Scheveningseweg, Haringkade en de Nieuwe Parklaan. De meesten zijn geen lange lijnen alsmede hoofdboomstructuren. Door de functie van Scheveningen als badplaats zijn het wel belangrijke structuren op het niveau van de stad. Een deel van deze route ligt op de zeewering en binnen de invloedzone van zoute zeewind waardoor hier geen bomen mogelijk zijn. Deze structuren worden daarom niet uitgewerkt. De Gevers Deynootweg heeft geen boomstructuur. Door het zeeklimaat is dit ook niet mogelijk. Wel ligt hier een ambitie voor een groenstructuur in de vorm van een groene middenberm.

an

ria

Ju

eg uinw

td Wes

Vissershaven

at

tra

s uin

D

Ko

Visserijbuurt

Rijslag

Verklaring: groene wijkstructuur ambitie groene wijkstructuur

8

Hoofdboomstructuren, wijkgroenstructuren bestaand en ambitie wijk Scheveningen

Typol og i e o p e n b a r e r u i mt e Openbare (groene) ruimten spelen op allerlei niveaus een rol. De kansen voor vergroening zijn opgedeeld in verschillende schaalniveaus: • stadsniveau, • wijkniveau, • buurtniveau, • blok-, straatniveau.

Oud Scheveningen

Scheveningen Badplaats

Op al deze niveaus zijn kansen voor vergroening onderzocht. Op stad-, en wijkniveau genoemd: ‘Specials’. Op buurt, blok- en straatniveau genoemd: ‘Quick Wins’. Deze vergroening speelt in op de ‘Motie vergroenen versteende wijken’ (RIS298292). Verhogen van leefkwaliteit in deze wijken. Waarin o.a. ook een verwijzing is opgenomen naar ‘Agenda groen voor de Stad’ (RIS 294564), dat het vergroenen van versteende plekken, hoe klein dan ook, een voorbeeldfunctie heeft.

Vissershaven

Verklaring: Hoofdboomstructiuur Ambitie hoofdboomstructiuur

Studie vergroening wijk Scheveningen

Visserijbuurt

Rijslag

groene wijkstructuur ambitie groene wijkstructuur

typologie openbare ruimte

9

Spe ci al s: vergroening op stadsniveau 1. Circusplein 2. Gevers Deynootweg - parkeerterrein vergroening op wijkniveau 1. Koppelstokstraat 2. Kapitein de Rijkplein 3. Pietermanstraat 4. Treilerweg 5. Korbootstraat 6. Vissershavenstraat/Kompasstraat 7. Dr. de Visserplein 8. Badhuiskade stenen dijk 9. Neptunusstraat/ Stevinstraat (Muzee)

Oud Scheveningen

D

K 10 6

B 4

vergroening blok-, straatniveau 1. Kranenburgweg / Dr. Lelykade 2. Mennickstraat 3. Kranenburgweg / Westduinweg 4. Vissershof/Scholstraat 5. Scholstraat 6. Lindoduin 7. Treilerdwarsweg 8. Kolenwagenslag / Dr. de Visserplein 9. Stuurmanstraat 10. Harteveldstraat 11.Jongeneelstraat 12. IJsbrantszstraat 13. Badhuisweg/Utrechtsestraat

De lopende projecten in Scheveningen staan hieronder weergegeven. Ze vallen buiten deze studie en zullen vanuit de eigen projectscope eventuele vergroening onderbouwen. A Duindorpdam B Houtrustweg C Visie Havengebied D Havenhoofd E Dr. Lelykade F Leefbaarheidsplein Dr.Lelykade -Westduinweg G INTHR Duinstraat / rotonde Scheveningseweg H Keizerstraat herinrichting I Badhuisstraat J Stevinstraat Groot Wegonderhoud K Middenboulevard herinrichting L Zeeruststraat keerlus tram M Kranenburgweg Sterfietsroute

10

8

H

5

1

A

3

1 2

1

2

F 4

3

13

8 9

I E

2

12

7

C

11

L 7

Qu i ck Wi ns:

L op ende pr o j e c t e n :

Scheveningen Badplaats

6

9

G

J

5

M

Vissershaven

Visserijbuurt

Rijslag

vergroeningskansen en lopende projecten

S pel r eg e l s v e r g r o e n i n g op bl ok - e n s t r a a t n i v e a u Vormgeving Voor diverse plekken zijn op blok- en straatniveau ontwerpen gemaakt. Dit zijn de ‘Quick Wins’. Deze plekken kunnen direct door het stadsdeel worden vergroend nadat dit met de buurtbewoners is afgestemd. Op dit niveau zijn onnodige verharde vlakken opgemerkt. Het zijn vaak brede stukken trottoir, grenzend aan woningen of voorzieningen. Er is zorgvuldig gekeken naar de vormgeving van deze plekken in relatie tot de groenvakken in de directe omgeving. Hiervoor zijn geen onnodig ingewikkelde vormen en maten gehanteerd (‘tegelmaat is regelmaat’). Voor een nieuw groenvak is een minimale maat van 15 m2 bepaald. Op deze manier ontstaat er pas een substantiële meerwaarde, is het duurzaam en is het beheerbaar. Voor iedere plek is getoetst of andere functies zoals spelen of fietsparkeren van toepassing zijn. Voor de ontwerpen geldt dat deze in een participatietraject met direct omwonende worden gecommuniceerd. Daarbij wordt ook een voorstel voor de beplanting gedaan. Materialisatie & afwatering Voor de materialisering (opsluitbanden, betontegels, gebakken klinkers etc.) wordt gebruik gemaakt van het Handboek Openbare Ruimte (HOR) residentiekwaliteit en De Kust Gezond kwaliteit. In principe zijn de maten uit de HOR gehanteerd en daarnaast worden er geen nieuwe materialen geïntroduceerd.

In een enkel geval wordt aangesloten op afwijkende omliggende materialisering en/of beplanting. In deze studie is dit per plek aangegeven.

voor afwatering liever niet zo,

......maar vooral zo

Alle plantvakken worden in principe opgesloten door een verlaagde opsluitband. Hierdoor kan oppervlaktewater vanaf het trottoir het plantvak instromen en worden opgenomen in het grondwater. Hiermee wordt het riool ontlast bij piekafvoeren. In sommige gevallen zal er sprake zijn van intensief gebruik van de omgeving van de te vergroenen plek. Als de kans op betreding van het aanwezige groen groot is, geniet het de voorkeur om het groen te beschermen door een laag hekwerk te plaatsen en niet om een verhoogde band aan te brengen.

en bij hoge gebruiksintensiteiten zo

Studie vergroening wijk Scheveningen

........of zo

en voor specials zo?

11

Huid i ge natu u r w a a r d e n e n k a n s e n Natuurkansen Bij iedere herinrichting onderzoeken we, conform Nota Stadsnatuur (RIS305825), de kansen voor natuur. Dat doen we o.a. met een natuurkansenscan. De herinrichtingen die voortkomen uit deze studie zijn allen gericht op vergroening. Het is in die zin ook niet relevant om te inventariseren wat er aan welk type groen aanwezig is op de verschillende herinrichtingslocaties, want deze bestaan allen uit verharding. Om toch invulling te geven aan de natuurkansenscan is globaal geïnventariseerd wat de huidige natuurwaarden zijn van de wijk Scheveningen (excl. de haven) en welke kansen er liggen om de lokale populaties te versterken en de biodiversiteit binnen Scheveningen te vergroten. Daarbij is ook plaatselijk voor bestaand groen gekeken of dit kan worden verbeterd. Doelsoorten Op de 'Natuurwaardenkaart van Den Haag (RIS299279)' scoort de wijk Scheveningen laag. Dat wil zeggen dat er relatief weinig verschillende soorten planten en dieren zijn aangetroffen in het verleden. Bij het inrichten van het groen is het vanuit het oogpunt van de biodiversiteit gewenst om de inrichting aan te laten sluiten op de eisen die deze diersoorten aan hun omgeving stellen. Daarnaast dient de inrichting zich te richten op soorten die redelijkerwijs mogen worden verwacht als het gebied geschikt gemaakt wordt voor deze soorten.

De huidige soorten en de te verwachten soorten vormen samen de doelsoorten. Beschermde en bijzondere natuurwaarden zijn in beperkte mate aanwezig.

huidige diversiteit

12

Amfibieën Doelsoorten voor Scheveningen zijn de rugstreeppad, bruine kikker, gewone pad en de kleine watersalamander. Deze kunnen worden voorzien van landbiotoop in de vorm van struweel en duingrasland. Reptielen In het Westduinpark en Meijendel komt de beschermde zandhagedis voor. Deze soort is gebonden aan een divers landschap met delen open zand voor de voortplanting en structuurrijke heide of duinstruwelen. De soort werd recentelijk nog waargenomen op het talud naast de Visafslagweg, maar hier is deze weggevangen in verband met de ontwikkelingen. Stukjes suboptimaal geschikt habitat zoals de zone langs de Strandweg en de keerlus van de tram aan Zeeruststraat liggen vrij geïsoleerd vanwege de slechte aansluiting op de Natura 2000-gebieden. Aan de zuidzijde is de haven gelegen welke een barrière vormt en aan de noordzijde ontbreekt het in Scheveningen Bad aan voor de zandhagedis geschikte aaneengesloten groene verbindingen. Als dit soort barrières worden opgelost is het zinvol om de zandhagedis als doelsoort aan te merken voor zones langs de zeereep. Insecten (dag- en nachtvlinders, sprinkhanen en wilde bijen) In en rond Scheveningen zijn relatief veel waarnemingen bekend van dag- en nachtvlinders en sprinkhanen en wilde bijen. Er zijn waarnemingen bekend van enkele zeldzamere soorten zoals de duinsabelsprinkhaan en de blauwvleugelsprinkhaan en de grote vos (dagvlinder).

Dit heeft te maken met het nabijgelegen Westduinpark en Meijendel, die geschikt habitat biedt aan zeer veel verschillende soorten. Voor wat betreft dagvlinders zijn er vooral waarnemingen van atalanta, bont zandoogje, boomblauwtje, bruin zandoogje, citroenvlinder, dagpauwoog, distelvlinder, icarusblauwtje, witjes en de kleine vos en de kleine vuurvlinder. Vanuit Meijendel komt weleens een keizersmantel en een kleine parelmoervlinder op bezoek. Voor dagvlinders is het van belang dat de waardplanten aanwezig zijn en voldoende planten die nectar geven. Voor vlinders zijn soorten waar de bloemen een lange kroonbuis hebben met name geschikt om aan te

planten omdat vlinders een lange roltong hebben waarmee ze bij de nectar kunnen in tegenstelling tot honingbijen die een relatief korte tong hebben. Voor wilde bijen zijn zonbeschenen vegetaties met veel inheemse kruidachtigen en heesters die nectar bieden van belang. In Scheveningen zijn daarnaast open stukjes zandgrond van belang voor graafwespen als de harkwesp en verschillende zandbijen. De meeste insecten kunnen worden ondersteund door het aanplanten van geschikte waardplanten en nectarhoudende planten. Door beplanting gerelateerd aan het duin aan te planten kunnen deze soorten zich beter over de wijk verspreiden. Op deze wijze draagt de stadsnatuur bij aan de kwaliteit van de omliggende Natura 2000-gebieden. Broedvogels In Scheveningen komen verschillende soorten broedvogels voor. Het betreft met name algemene stadsvogels als de stadsduif, verschillende soorten meeuwen, ekster, merel, kauw en de zwarte kraai en zangvogels als de koolmees en de pimpelmees. Daarnaast zijn ook wat minder algemene soorten aanwezig als de gierzwaluw, zwarte roodstaart en de huismus. In Scheveningen kun je ook in straten nabij de haven foeragerende steenlopers aantreffen. De kustvogels en trekvogels worden buiten beschouwing gelaten tenzij een relatie met stadsnatuur te leggen is. De huismus is in Scheveningen nog een relatief algemene soort.

De soort is afhankelijk van geschikte pannendaken voor zijn nestlocaties. Daarnaast dient de directe omgeving afgestemd te zij op de habitatvoorkeuren. Het aanwezige groen in de directe omgeving is van essentieel belang voor de huismus. De huismuskolonies zijn ook van belang voor de sperwer waarvan de huismus een groot deel van het dieet uitmaakt. Een gezonde kolonie is derhalve van belang voor beide soorten. De struweelbroeders lijken met name aangewezen op tuinen en enkele grotere plantsoenen waar wat opgaande heesters aanwezig zijn. Doelsoorten voor Scheveningen zijn algemene stadsvogels, huismus en de zwarte roodstaart. De haven is voor veel kustvogels van groot belang, maar dit gebied valt buiten deze studie Ook de gierzwaluw is een doelsoort, maar deze heeft geen relatie met het openbaar groen.

huidige huismuskolonies Vleermuizen In Scheveningen komen naar verwachting paar- en zomerverblijfplaatsen voor van de ruige dwergvleermuis en de gewone dwergvleermuis. Grote zomerkolonies zijn tot heden niet waargenomen. Een grote winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is bekend aan de Rusthoekstraat. In de Bosjes van het Van Stolkpark is een grote kolonie van de rosse vleermuis bekend. De watervleermuis maakt daarnaast gebruik van het water aan de Haringkade en het Westbroekpark. Vleermuizen zijn gebaat bij bomenlanen en bosrijk habitat met water. Door de aanplant van meer bomen, kan de wijk op termijn beter geschikt worden voor vleermuizen als de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis. Doelsoorten zijn de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de watervleermuis. Grondgebonden zoogdieren Doelsoorten voor Scheveningen zijn verschillende soorten muizen en de egel. Kleine marterachtigen en de vos kunnen voor de grotere aangesloten groene delen tevens als doelsoort worden aangemerkt.

op de daar voorkomende habitats. Habitattypen waarop aangesloten kan worden zijn grijze duinen (kalkrijke duingraslanden), duinstruwelen (duindoornstruwelen, bijv. associatie van duindoorn en vlier) en duinbos (Meidoorn-berkenbos en Duineikenbos).

functies vleermuizen Vaatplanten Gelet op de ligging direct aan de zee staat een groot deel van Scheveningen onder directe invloed van zeewind, instuiving van zand en zoutspray. Dit maakt dat er plaatselijk een unieke vegetatie aanwezig is. In de beplantingsstrook langs de Boulevard komen meerdere relatief bijzondere soorten voor. Momenteel betreft het o.a. zeevenkel, zeepostelein, wondklaver, kruipend stalkruid, kegelsilene, laksteeltje en hazenstaart. Door bij de aanleg van plantvakken ruimte te houden voor spontane vestiging van soorten kunnen de populaties van deze bijzondere soorten worden versterkt. De aanplant van verschillende soorten planten in Scheveningen kan van invloed zijn op de kwaliteit van het Westduinpark en Meijendel. In het Westduinpark staat de kwaliteit van verschillende habitattypen onder druk door exoten zoals de zeer invasieve Japanse duizendknoop, mahonie, rimpelroos en sneeuwbes. Het aanplanten van Japanse duizendknoop is verboden. De aanplant van mahonie, rimpelroos en sneeuwbes is niet verboden, maar wel ongewenst in de nabijheid van Natura 2000-gebieden. Conform Haags beleid (Nota Stadsnatuur RIS305825) worden deze soorten niet aangeplant binnen 200 meter van het Westduinpark en Meijendel. In principe ligt de hele wijk buiten deze bufferzone.

Door de ligging nabij het Westduinpark en Meijendel kunnen de kwaliteiten van deze gebieden ook worden versterkt door de aanplant af te stemmen

hoofdboomstructuur

zeevenkel Connectiviteit Een deel van de Wijk, het groen rond zwembad de Blinkerd en de Rijslag, is onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. De bomenrij langs de Nieuwe Parklaan en de bomenrij van de Scheveningseweg zijn daarnaast aangewezen als Hoofdboomstructuur. De bosjes langs de Scheveningseweg zijn daarnaast onderdeel van het groengebied de Scheveningse bosjes en onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. In het zuidwesten van de Wijk is een klein deel van de Haagse Beekzone binnen de wijk gelegen. Het betreft het water en aangrenzende oevers van het Verversingskanaal, ook onderdeel van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Voor vogels en vleermuizen zijn de verschillende bomenrijen van belang voor migratie binnen de wijk. Voor grondgebonden soorten zijn de mogelijkheden voor spreiding vaak beperkt vanwege de grote mate van versnippering. Voor de verspreiding van insecten zoals dagvlinders en wilde bijen binnen de wijk is een netwerk van verschillende groenvakken met nectarhoudende planten en waardplanten van belang.

Studie vergroening wijk Scheveningen

Heesters (insecten, vogels, kleine zoogdieren en amfibieën) De aanplant van één of enkele heesters kan een wereld van verschil maken. Door dekking te geven aan vogels in de vorm van doornige struiken of groenblijvende struiken kunnen vogels, waaronder de huismus, het overige groen veel beter benutten. Plaats in vakken met vaste planten dan ook altijd minimaal 1 heester die dekking aan vogels biedt. Het plaatsen van een hekwerk in het midden van een plantvak waar bloeiende klimplanten tegen groeien kan ook voor dekking zorgen voor vogels. Zo kunnen de plantvakken door stadsvogels als de huismus worden benut. Daarnaast worden de bessen graag gegeten door lijsters. Specifieke maatregelen voor de huismus Naast het opwaarderen van de natuurwaarden van het aanwezige groen kunnen specifieke maatregelen voor de huismus worden genomen. Deze maatregelen zijn vaak ook voor andere soorten gunstig. De aanplant van gevelgroen nabij nesten is wenselijk. Met name vuurdoorn is dan effectief als dekking.

huismus in pyracantha Circulair gebruik vrijgekomen stenen (insecten, vogels, vaatplanten) Tegels en klinkers die vrijkomen bij het ontstenen kunnen in groenvakken worden gebruikt als een natuurmuur. Door het plaatsen van een natuurmuur worden vestigingsmogelijkheden voor insecten en planten voorzien. Door hier insectenstenen in op te nemen vinden metselbijen geschikte plekken voor nesten. Voorwaarde is dat de insectenstenen van duurzaam materiaal zijn gemaakt. De muren kunnen eventueel worden ingeplant met soorten muurplanten. Aan de zonkant kunnen sedumsoorten als wit vetkruid en tripmadam worden aangebracht, maar ook soorten zoals rode spoorbloem. Ruimte voor spontane vestiging van planten heeft de voorkeur. Dit soort plekken bieden ook weer foerageergelegenheid voor vogels en schuilgelegenheid voor amfibieën mits er aansluiting op groter groen is.

Daar waar geen heesters kunnen worden geplant, kunnen zogenaamde huismuszuilen worden aangebracht. Deze bestaan uit een metalen open zuil waar klimop tegenaan groeit. Deze zijn overigens niet alleen waardevol voor de huismus, maar zijn ook een bron van leven voor andere vogels en insecten.

13

To ol box bep l a n t i n g - z o n e r i n g Zonering

geleid tot een indeling in drie zones: 1. kustzone (strand/ boulevard/ haven) Dit is de zone direct langs de kust, waar de zee zichtbaar en voelbaar is. Het duurzaam aanplanten van grote aantallen bomen met verkoeling door kroonoppervlak als doel is hier niet mogelijk. Zoutminnende grassen en vaste planten zijn beperkt mogelijk. De soortenlijst is beperkt en het zijn vooral inheemse soorten die hier goed gedijen. Door dynamische omstandigheden is het beeld veranderlijk en kunnen in de luwte van plantvakken spontaan kruiden en duindoorns groeien. Dit natuurlijke beeld draagt bij aan de kustbeleving.

‘Bomen tot in de Branding’ (Prohold, 2013)

2. belevingszone kust (duinzone) Dit is een bredere zone langs de kust, waar de kustidentiteit wel beleefbaar is, maar de zee nog niet zichtbaar. Hiermee wordt een relatie gezien met een duingebied. Bij de aanplant van bomen in deze zone blijft een groot risico bestaan op stilstand in groei en zelfs uitval. De bomen zullen kleiner blijven en hun effectieve bijdrage aan verkoeling door een kleiner kroonoppervlak ook. Het risico op uitval kan mogelijk verkleind worden door aanplant in groepen of rijen waarbij de eerste rij bomen dienen als windvanger en beschutting bieden voor de bomen daarachter. Dit betekent een kortere beheercyclus voor bomen in Scheveningen. Heesters, grassen en vaste planten zijn mogelijk, met name in de luwte. Hier is het beplantingsbeeld redelijk standvastig.

Voor de uitvoering van de Quick Wins is vooruitlopend nagedacht over de beplantingstypologie en het bijpassende sortiment. Naast dat er binnen de gemeente de nodige ervaring is met aanplant in de kustzone, zijn er enkele interne en externe onderzoeken en studies gebruikt als naslagwerk. In het ‘Handboek Openbare Ruimte Scheveningen Bad’ is eerder passende beplanting omschreven. Daarnaast is het externe onderzoek ‘Bomen tot in de Branding’ (Prohold, 2013) en ‘Handleiding bomen aan zee’ (Smeets, 2014) gebruikt voor de zonering in relatie tot de beplantingstypologie. In dit onderzoek is gekeken naar de kansen voor het groeien van bomen in relatie tot de afstand tot de kust. Hieruit blijkt dat de Nederlandse Noordzeekust door relatief hoge windsnelheden, een overheersende aanlandige windrichting en een beperkte beschutting een zeer hoge mate van zoutspray-ontwikkeling heeft. Bomen tot in de branding zijn hierdoor praktisch onmogelijk. Uit het onderzoek blijkt dat in Scheveningen zeewindbelasting dé beperkende factor ten aanzien van boomgroei aan de kust is. Per boomsoort kan de zeewindtolerantie sterk verschillen, maar direct langs de Scheveningse kust is zelfs boomgroei van zeewindtolerante soorten vrijwel onmogelijk. De mate van beschutting is hierin bepalend gebleken. Dit heeft geleid tot een zoneringskaart.

‘Handleiding bomen aan zee’ (Smeets, 2014)

In dit onderzoek worden voor ontwerp, aanleg en beheer adviezen gegeven ten aanzien van het planten van bomen aan zee. Deze worden thematisch behandeld. Beschrijvend wordt een voorstel gedaan voor een zonering ten aanzien van invloed van wind, zand en zout op kustbeplanting. Hieraan worden maatregelen gekoppeld ten aanzien van bovenen ondergrondse maatregelen en het assortiment. Hierbij wordt verwezen naar de zoutgevoeligheidslijst van boomkwekerijgewassen. Op kleine schaal wordt een idee gegeven van deze zonering voor het stadsdeel Scheveningen. Deze zonering heeft voor de vergroeningskansen

14

Zonering boomgroei en zeewind, kaart uit ‘Bomen tot in de branding’.

3. zone landinwaarts Deze gebieden liggen in een zone waar klimatologisch vanuit de kust weinig beperkingen zijn. De wijk wijken Scheveningen valt niet in deze zone.

Zonering afnemende beperkingen, kaart uit ‘Handleiding bomen aan zee’.

ma t e v an i nvl oed kust op bepl ant i ng

Toelichting kaart zonering

Op deze zoneringskaart zijn de drie eerder beschreven zones te onderscheiden. De scheidslijn tussen de kustzone en de belevingszone kust wordt gevormd door de zogenaamde technische beplantingslijn; Vanaf de zeereep tot hier passen we geen bomen toe, maar zetten we in op zoutminnende grassen en vaste planten. De scheidslijn tussen de de belevingszone kust en de zone landinwaarts wordt gevormd door de zogenaamde belevingslijn. Tot hier is de invloedsgrens van de kust groot; het beperkt bomen, maar heesters, grassen en vaste planten zijn wel mogelijk. Per locatie en per vergroeningskans moet eerst worden bekeken onder welke categorie het valt.

Scheveningen st

Belevingslijn ku

Duindorp Technische beplantingslij

n

Belgisch park

Geuzen- en Statenkwartier Van Stolkpark en Scheveningse bosjes kustzone

Zorgvliet

Westbroekpark en Duttendel

belevingszone kust zone landinwaaarts

Duinoord

belevingslijn kust technische beplantingslijn

Zoneringen beplanting Scheveningen

Studie vergroening wijk Scheveningen

15

Beplantingstypologie

Nadat voor een vergroeningslocatie is bepaald onder welke zonering het valt en de ecologische kansen van de plek zijn afgewogen, kan over de invulling van de beplanting worden nagedacht. De mogelijkheid van beplanten verschilt per zone omdat de invloed van de kust op de beplanting hier groot is. In het kort komt het erop neer dat: •

•

•

in de ‘kustzone’ geen bomen kunnen worden toegepast. Grassen en vaste planten die aansluiten bij het natuurlijke karakter van deze zone versterken de kustbeleving en gedijen bij het zoute klimaat. Hiervoor kan een mengsel worden gehanteerd van 90% grassen en 10% vaste planten. Het beheerwerkpakket dat hiervoor gehanteerd kan worden is 'Ruigte helm niet maaien'. in de ‘belevingszone kust’ kunnen bomen worden toegepast mits voldoende toekomstbestendig (bij voorkeur in de luwte). Hiernaast kan gebruik worden gemaakt van heesters, vaste planten en grassen. Het natuurlijke karakter is hier minder leidend. Hiervoor kan een mengsel worden gehanteerd van 60% grassen, 20% heesters en 20% vaste planten. Doordat de meeste van de vergroeningsplekken in deze zone liggen, is hiernaast een principe van de beplantingsopbouw in beeld gebracht. Het beheerwerkpakket dat hiervoor gehanteerd kan worden is 'Ruigte helm niet maaien'.

k u s t zo n e

belevingszone kust

zone landinwaarts

grassen

boom in luwte

bomen

zeedistel

heesters, grassen en vaste planten

grootbloemig en groot blad

in de ‘zone landinwaarts’ vervallen de beperkingen met betrekking tot de invloed van de kust. Er wordt gekeken naar het huidige assortiment van de beplanting in de wijk. Hier geldt dat de bestaande assortimentslijst voor beplantingen van de gemeente Den Haag gebruikt kan worden. In de in deze studie behandelde buurten van Scheveningen is deze zone niet van toepassing.

principe beplantingsopbouw ‘belevingszone kust’

16

S or ti m e n t

Aan de eerder benoemde zones zijn soorten gekoppeld die passen bij het kust klimaat en de kust beleving. Hierbij is ook gebruik gemaakt van het handboek voor Scheveningen-Bad. Dit assortiment is besproken met de groenbeheerders en zijn beheerbaar vanuit de bestaande werkpakketten. Bij de soorten is aangegeven wat waardevol is ten behoeve van de fauna. Voor de bomen is hier de sterrenwaardering van de WUR gebruikt. Echter zijn hierin niet alle geslachten onderzocht. Voor de grassen, heesters en vaste planten is uitgegaan van de huidige ecologische ervaring. Geschikte leefomgeving plantensoorten en fauna Met de soorten uit het droge duinmengsel van Cruydt-Hoeck kan een voor insecten, vogels, kleine zoogdieren en in mindere mate ook voor amfibieën geschikte leefplek worden gemaakt. Voor dezelfde fauna kan als bovenlaag groepen heesters worden toegevoegd met sleedoorn, wegedoorn, gewone vlier, zuurbes, wilde liguster, hulst en meidoorn. In het bijzonder voor mussen kunnen kwetterplekken worden gemaakt met meidoorn, sleedoorn, hulst/ conifeer, spaanse aak, rozensoorten, kruipwilg, duinroos. Middenin een plantvak kan ook worden gewerkt met een hekwerk van 1,5 meter dat kan worden beplant met klimop, kamperfoelie en bosrank.

k u s t zo n e

*

* * * * * * * * *

Principes inrichting voor plantvakken ten behoeve van fauna • het sortiment dient afgestemd te worden op de plaatselijke omstandigheden (connectiviteit); • ruimte houden voor spontane vestiging van soorten voor een hoge biodiversiteit; • waar mogelijk plantvak combineren met minimaal één heester of cluster per plantvak voor structuur en dekking voor vogels; • een plantvak met één type gras heeft een zeer lage natuurwaarde; • de aanleg van enkel bloemrijk grasland is vooral zinvol als hier voldoende oppervlakte voor is, • middenin het plantvak een 1,5 meter hoog hekwerk met bloeiende klimplanten voor vogels.

Studie vergroening wijk Scheveningen

Plekken zonder beschutting: Ammophila arenaria Crambe maritima Cakile maritima Carex arenaria Elymus farctus Eryngium maritimum Leymus arenarius Plekken zonder beschutting: Achillea millefolium Ammophila arenaria Centranthus ruber Eryngium maritimum Echium vulgare Leymus arenarius Oenothera biennis Reseda lutea Verbascum nigrum Verbascum thapsus

belevingszone kust

*

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Grassen als basis Ammophila arenaria Deschampsia cv Leymus arenarius Calamagrostis cv Panicum cv Poa labillardieri Sporobolus gigantea Stipa gigantea /tenuissima Vaste planten tussen grassen Achillea millefolium Agrimonia eupatoria Centranthus ruber Eryngium maritimum Echium vulgare Eupatorium cannabium Galium verum Nepeta cv Oenothera biennis Reseda lutea Saponaria officinalis Salvia pratensis Verbascum densiflorum Verbascum nigrum Verbascum thapsus Heesters Buddleja 'Argus Velvet’ Caryopteris Cytisus scoparius Euonymus europaeus Elaeagnus angustifolia/ ebbingei Hibiscus cv Hippophae rhamnoides Ligustrum vulgare Perovskia antriplicifolia Prunus spinosa Tamarix ramosissima/ tetandra Rhamnus cathartica Rosa pimpenellifolia Salix helvetica Salix repens Sambucus nigra Yucca filamentosa

* * * * * * *

* * * * * * * * * * * * *

Bomen (beschut) Acer pseudoplatanus Alnus glutinosa Acer campestre Betula pubescens Betula pendula Carpinus betulus Celtis julianae Crataegus Cupressocyparis leylandii Hippophae sallicifolia Larix kaempferi Pinus mugo Pinus nigra subsp. nigra Pinus pinea Pinus sylvestris Populus alba Populus tremula Pyrus calleryana Pyrus sallicifolia Prunus padus Quercus cerris Quercus robur Sorbus aria Sorbus aucuparia Tilia tomentosa (Doornik) Quercus ilex Ulmus laevis Ulmus ‘New Horizon’ en Rebona Ulmus minor ‘Cloud Corky’ Ulmus columella Ulmus ‘Lobel’

zone land inwaar ts Voor plantmateriaal kan in deze zone de gehele Haagse Sortimentslijst worden gehanteerd. De volgende selectie van heesters uit de sortimentslijst zijn voorbeelden van opvallende bloemen.Als laag boven de fijne heesters, in groepen of als solitair: soorten en cv * Buddleja arborescens * Colutea Cornus florida

* * * * *

Cornus kousa ‘Satomi’ Enkianthus campanulatus Hibiscus syriacus cv Hydrangea soorten en cv Hypericum soorten en cv Kerria japonica ‘Pleniflora’ Mahonia soorten en cv Philadelphus cv Rhus soorten en cv Syringa soorten en cv Rosa (bodembedekkend) Rhododendron cv Yucca flaccida Yucca filimentosa Yucca glauca

* Ecologisch waardevol 17

Extr a bom en S c h e v e n i n g e n In de wijk Scheveningen is nauwkeurig gezocht naar ruimte voor extra bomen. Hiervoor is een kaart gemaakt die in kleuren aangeeft waar vrije ruimte ontstaat, rekening houdend met boven- en ondergrondse beperkingen. De uitgangspunten uit de Nota Stadsbomen en Handboek openbare ruimte zijn hiervoor gebruikt. Dit betekent dat er rekening is gehouden met o.a. de minimale maten voor plantafstanden, afstanden tot gevels en maten van de groeiplaatsen. Tevens is het uitgangspunt dat er goede groeiplaatsen worden aangelegd ten behoeve van een duurzaam bomenbestand. Bij vervanging en het toevoegen van extra bomen in een bestaande situatie wordt minimaal 7,5m3 voor de 1e grootte, 6m3 voor de 2e grootte en 5m3 voor een 3e grootte boom gehanteerd. Bij projecten van ontwikkeling, herinrichting en groot onderhoud wordt minimaal 20m3 voor de 1e grootte, 15m3 voor de 2e grootte en 7,5m3 voor een 3e grootte boom gehanteerd. Op de kaart zijn onderscheiden: • • • • • • •

7

categorieën

bomen

te

bestaande boom; in te boeten; mogelijke plek voor 1 boom; mogelijke plek voor 1 boom, ten koste van een parkeerplek; mogelijke plek boom, vereist nader onderzoek; mogelijke plek voor boom op niet openbaar gebied; boom technisch mogelijk maar niet wenselijk.

Met nader onderzoek wordt bedoeld dat er op sommige plekken mogelijkheden zijn om bomen te plaatsen, mits daarbij kleine aanpassingen aan de openbare ruimte worden gedaan. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het verplaatsen van borden, parkeerautomaten en lichtmasten. Bij het plaatsen van bomen in parkeervakken hoeft het niet altijd zo te zijn dat er een parkeerplaats komt te vervallen vanwege aanwezige overmaat (gerekend wordt met 5,5 meter per parkeervak). Tevens is er een inschatting gemaakt van de

18

mogelijkheid voor toevoeging van extra bomen op niet openbaar gebied. Het gaat dan om de plekken die uit de hittestresskaarten komen, zoals verharde speelpleinen bij scholen en opvanglocaties. In het meest voorzichtige scenario zou dit xx extra bomen betekenen voor Scheveningen. In het meest optimistische scenario kunnen er xx extra bomen worden geplant in het openbaar gebied. In deze aantallen zijn de extra bomen die uit lopende projecten komen niet meegenomen (dit is simpelweg niet in te schatten) evenals de bomen op privaat gebied. Hoofdboomstructuren Het toevoegen van bomen in de hoofdwegen door- en rond Scheveningen is in deze studie niet meegenomen. Meerdere van deze hoofdwegen zijn (potentiële) hoofdboomstructuren voor de stad (Nota Stadsbomen). Deze structuren spelen een rol op stadsniveau en zijn wijkoverstijgend. Ze behoeven dan ook onderzoek op stadsniveau. Grondwaterstand De gemiddelde grondwaterstand is in Scheveningen 3 tot 5 m onder maaiveld (klimaateffectatlas.nl). Voor bomen is dit relatief ongunstig omdat ze diep moeten zoeken naar vocht. Door de zandbodem is de bodem daarbij vaak droog. Kosten extra bomen Om een goed beeld te krijgen in de investeringen die nodig zijn om de wijk te vergroenen zijn voor de bomen de gemiddelde kosten in beeld gebracht.

De kosten voor de inrichting van een goede groeiplaats, de aanplant en nazorg gedurende het eerste jaar zijn apart in een tabel gezet. De kosten zijn afhankelijk van de situatie. Is er sprake van verharding of open grond? Hoe bereikbaar is de locatie, zijn er wegafzettingen nodig etc. Bomen moeten na aanplant veilig worden beheerd. Afhankelijk van de plek waar de boom staat wordt deze gekoppeld aan het beheermatige werkpakket. Een boom langs een tramlijn vraagt meer snoei (vrijhouden van de bovenleidingsmasten) dan een vrij uitgroeiende parkboom. Het bedrag voor beheer hoort ook bij de kosten.

Soortkeuze Bij het planten van extra bomen in een bestaande boomstructuur wordt in principe de bestaande boomsoort aangehouden. Wanneer een nieuwe structuur wordt gemaakt worden de uitgangspunten uit de Nota Stadsbomen gehanteerd. Hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar ecologisch passend en bomen die het microklimaat verbeteren.

Overruimte parkeerstrook ruimte voor boomdam (+1 boom -0 pp) Plaatsing meerdere dammen (+2 bomen -1 pp)

r

ete

2m

5.5

ter

me

Zonder overruimte parkeerplaats vervangen door boom met 3 fietsnietjes (+1 boom -1 pp)

Een boom gaat niet altijd ten koste van een parkeerplek. Het opgeven van een parkeerplek kan ook gezien worden als ruimte voor groen en mobiliteitstransitie (6 fietsparkeerplekken).

Studie vergroening wijk Scheveningen

19

20

Voor bee l d D i r k H o o g e n ra a d s t ra a t

huidige situatie

Studie vergroening wijk Scheveningen

mogelijke plekken voor bomen ten koste van parkeerplekken

21

Vo or beel d k r u i s i n g R e n b a a ns t ra a t

huidige situatie

22

mogelijke plekken voor bomen, vereist nader onderzoek

Achter g r o n d t h e m a k l i ma a t Hittestress Wanneer de gevoelstemperatuur te hoog is, krijgen mensen last van hittestress. Dat kan vanaf de gevoelstemperatuur van 23 graden Celsius (wel sterk persoonsafhankelijk). Als we naar de hittekaart gevoelstemperatuur van Scheveningen kijken (pagina 22), is het gehele bebouwde gebied onderhevig aan hittestress. Grote hittestress wordt ervaren vanaf een gevoelstemperatuur van 3541 graden Celsius. Extreme hitte stress vanaf 41 graden Celsius. Specifiek is gekeken naar het warme gebied van Scheveningen. Dit gebied is overgenomen van de kwetsbaarhedenkaart zoals opgesteld door Tauw (2019). De kaart is gebaseerd op basis van gevoerde risicodialogen met kenners en experts van de gemeente Den Haag betreffende de thema’s wateroverlast, hittestress en droogte. Bij inzoomen op de hittestress kaart op pagina 22 vielen een aantal grote gebieden en structuren op. Voor veel van de plekken waar vergroening mogelijk is, is hittestress aanwezig.

Wateroverlast De meest kwetsbare plekken voor wateroverlast zijn de Keizerstraat, de Scheveningseweg en de Wassenaarsestraat. Wateroverlast speelt ook vaak binnen de bouwblokken. Op het allerlaagste schaalniveau is niet direct grote wateroverlast.

Ook op het allerlaagste schaalniveau, het bloken straatniveau kan er een bijdrage geleverd worden om de hittestress te verminderen. Veel vergroeningskansen liggen binnen het warme gebied van Scheveningen, zoals aangegeven op de kaart blz 21.

kwetsbaarhedenkaart klimaatadaptatie Den Haag, risicodialogen nov/dec 2019, TAUW

Verkoeling Groen koelt de luchttemperatuur door verdamping: 10 % meer groen verlaagt de temperatuur met ca 0,5 graden Celsius (Steeneveld, G.J. et al, 2011). Op veel plekken in Scheveningen is verkoeling door bomen niet mogelijk. Het belangrijkste ingrediënt voor een lagere gevoelstemperatuur is schaduw. De balans tussen zon en schaduw is van groot belang in het ontwerp van een comfortabel leefklimaat door het jaar heen. Gedacht kan worden aan groene gevels, heesters, canvasdoeken en pergola’s. Deze wijzen van verkoeling zijn in deze studie niet uitgewerkt.

Wateroverlast klimaatatlas, Den Haag

Studie vergroening wijk Scheveningen

23

Hi ttestr ess e n w a t e r o v e r l a s t

Scheveningen Dorp

Verklaring: hittestress

Havenkwartier

at

tra

s uin

D

Scheveningen Badplaats

Visserijbuurt

Rijslag

wateroverlast lopend project

24

hittestress per buurt

Specials stadsniveau

Studie vergroening wijk Scheveningen

25

1. Ci r cuspl ein

C ontext Het Circusplein is het entreeplein van het Circustheater met betekenis op stadniveau. Het verharde plein wordt geflankeerd door een trambaan in het groen met een doorsteek naar de parkeergarage. Het plein is erg verhard en er staan 4 bomen, 1 is dood gegaan en niet vervangen. De kwaliteit en groeiplaats van de bomen is matig. Op het plein staan een aantal kunstwerken. Midden op het plein rondom een kunstwerk is een terras midden in de zon. Aandachtspunt is het hoogteverschil op het plein. In de huidige situatie wordt niet afgewaterd op het groen.

26

locatie

groot versteend plein in gebakken materiaal

kunst op het plein gebruikt als verblijfsplek

doorsteek richting parkeerhgarage, trambaan in het groen met bomen en vlaggenmasten ervoor

Visie De ambitie om te vergroenen wordt waargemaakt door de bestaande groenvakken rondom te trambaan het plein op te trekken. Evenals het groenvak tussen parkeerterrein en bussluis aan de zuidzijde van het plein. Bomen worden in groepen toegevoegd aan de bestaande iepen op het plein. Ze worden geplaatst in clusters en er worden soorten gekozen die goed bestand zijn tegen de (harde) zeewind. Ook rondom het centrale kunstwerk en het terras worden bomen toegevoegd voor schaduw en verkoeling. De onderbeplanting staat op duintjes, het relief geeft beschutting. De ambitie is om in de toekomstige situatie af te wateren in de nieuwe grotere groenvakken. Het plein wordt vergroend, maar er blijft ook ruimte voor activiteiten centraal op het plein. En een goede bereikbaarheid vanaf alle kanten. De diverse kunstwerken op het plein worden zorgvuldig ingepast. Hier liggen kansen voor de huismus. Ecologisch waardevolle bomen, heesters en vaste planten zijn wenselijk, tesamen met (volledig of deels) bloemrijk gras.

Aandachtspunten vervolgproces In een vervolgtraject zal overleg moeten plaats vinden met het Circustheater over de logistiek (bereikbaarheid, voorrijden gasten, terraszone etc) en de representatie van het Circustheater aan het plein (heldere routing naar de entree, programmering met grote (LED) billboard, vlaggen masten etc). Er zullen eisen en wensen opgenomen moeten worden in een Programma van Eisen als basis voor verder ontwerp. Inpassing van de bestaande kunstwerken dient zorgvuldig te gebeuren samen met Stichting Stroom. Voor deze plek is een integraal beplantingsplan nodig, die ruimtelijk en ecologisch passend is. Dit kan een gezamelijk product van een ontwerper, ecoloog en beheerder worden.

Studie vergroening wijk Scheveningen

27

huidige situatie

28

visualisatie

Studie vergroening wijk Scheveningen

29

2. G ever s D e y n o o t w e g p a r k ee rp la a t s

C ontext De Gevers Deynootweg is een belangrijke ontsluitingsweg. Langs dit deel van de Gevers Deynootweg ligt een groot parkeerterrein. Gescheiden van de rijbaan door een strook langsparkeren en trottoir met daarachter een groot parkeerterrein en richting de kust afgesloten met een wand van garageboxen. Tussen de garageboxen liggen een aantal opgangen naar een hoger gelegen maailveld met toegang tot de appartementen. Het geheel heeft een nogal treurige aanblik van ‘blik’ en verharding op een korte afstand van de zee. En is een enorm hitte eiland in de zomer.

30

locatie

zicht vanaf de Gevers Deynootweg

opgang naar appartementen

zicht vanaf parkeerterrein

Visie Na een korte analyse waarin gekeken is naar eigendommen (gehele terrein is in eigendom gemeente), aantal parkeerplekken (84 stuks waarvan 2 mindervalide en 4 electrische oplaadpunten) en de verkeersbewegingen auto en voetganger (vrijhouden opgangen verhoogd maaiveld) zijn diverse modellen van vergroening geschetst. Om zo het effect van vergroening te onderzoeken. Vanuit de gedachte dat zo dicht bij de kust met de aanwezigheid van een reeks parkeergarages het toch mogelijk moet zijn hier enkele parkeervakken te laten vervallen en daarmee een enorme kwaliteitswinst te boeken. Er is voor gekozen om model 3.2 te visualiseren, waarbij 2/3 parkeercapaciteit blijft bestaan. Om zodoende het gesprek over vergroening op te kunnen starten. De Gevers Deynootweg ligt in de kustzone, het is zeer waarschijnlijk dat bomen het hier niet gaan doen. Maar gezien de positie in de luwte van de garageboxen en de bebouwing is wellicht een kleine boom (niet hoger dan de garageboxen) mogelijk. De beplanting sluit ligt in de zone kust en zal vooral bestaan uit grassen. Hier liggen kansen voor de huismus. Ecologisch waardevolle bomen, heesters en vaste planten zijn wenselijk, tesamen met (volledig of deels) bloemrijk gras.

Aandachtspunten vervolgproces

Deze plot is een ontwikkellocatie. Wanneer deze vergroeningskans wordt opgepakt moet afstemming worden gezocht met DSO Stedenbouw. variantenstudie

De uitstraling van het parkeerterrein aan deze belangrijke ontsluitingsweg in relatie tot wat voorstel 3.1 en 3.2 voor de beleving en de verkoeling doen op de plek zelf zijn interessant om verder uit te zoeken. Parkeren zal gewogen moeten worden met diverse ruimtelijke aspecten (naast groen, positie entree, anti-parkeerpalen, ORAC’s etc). Voor deze plek is een integraal beplantingsplan nodig, die ruimtelijk en ecologisch passend is. Dit kan een gezamelijk product van een ontwerper, ecoloog en beheerder worden.

Studie vergroening wijk Scheveningen

31

huidige situatie

32

visualisatie

Studie vergroening wijk Scheveningen

33

34

Specials wijkniveau

Studie vergroening wijk Scheveningen

35

1. Koppel sto k s t r a a t Con text De kruising Koppelstokstraat - Mennickstraat is vrij versteend. Dit komt door een overmaat in de rijweg en veel verharding op een overhoek. Hier zijn veel inritten waarvoor wordt geparkeerd.

36

locatie

Kruising Koppelstokstraat-Mennickstraat met de overhoek

zicht op de overhoek

zicht op inritten

Vi si e Door de overmaat in de rijweg aan één zijde te versmallen, kan de overhoek worden vergroot. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor groen. De doorstroming in de wijk is hierbij niet in gevaar (afgestemd met DSO mobiliteit). Hier kan een straatoor worden gemaakt. Met de inritten wordt rekening gehouden. Door de maat heeft deze overhoek potentieel om een speelelement toe te voegen. Hier liggen kansen voor de huismus. Ecologisch waardevolle bomen, heesters en vaste planten zijn wenselijk. Voor deze plek is een integraal beplantingsplan nodig, die ruimtelijk en ecologisch passend is. Dit kan een gezamelijk product van een ontwerper, ecoloog en beheerder worden.

1:200

Studie vergroening wijk Scheveningen

37

huidige situatie

38

visualisatie

Studie vergroening wijk Scheveningen

39

2. Kapi tei n d e R i j k p l e i n Con text De huidige inrichting dateert uit 2015. Het plein is een groot hellend verhardingsvlak met aan weerszijden bomenrijen. Door het plein hellend en over het gebouw te tillen, is de pleinruimte zo groot mogelijk gemaakt en heeft het een balkonfunctie richting de haven. Het hoogteverschil is opgevangen met lange trappartijen. De ruimte is zo ingericht om gebruik te kunnen maken van buurtactiviteiten, tentoonstellingen en kerstmarkten. In de praktijk komt dit weinig voor. Wel maken een oliebollenkraam en Vietnamese kraam gebruik van de ruimte aan de fietspadzijde. Op het plein staan verspreid kenmerkende ‘zoutwater jonen’. Dit zijn 8 meter hoge verlichtingselementen met een betonnen voet. Door de blauwgrijze kleur van de Zweedse granietkeien lijkt het alsof de jonen dobberen in de zee. De verlichtingselementen functioneren momenteel niet (past niet in het beheer). Op het hoge gedeelte staat een lange houten picknickbank (in de stijl van Van Alff). De jonen kunnen ook worden gebruikt als zitelement.

locatie

overzicht

sfeer

verhoogde ligging plein

De bomenrijen bestaan uit Acer campestre. De bomen hebben het zwaar. Tevens staan er twee beelden op het plein. Citaat uit een interview met Vincent de Boer (Stroom) uit de buurtkrant ‘Rond de Haven 2021’: “Vincent de Boer heeft heel wat favorieten op Scheveningen. De granieten Scheveninger en Scheveningse op het Radio Hollandplein zijn zijn lievelingen. Niet alleen omdat de beelden zo mooi weergeven hoe de Haagse beeldend kunstenaar Rudi Rooijackers (1920) zich ontwikkelde van klassiek figuratief werk naar abstractie. Volgens Vincent de Boer dwingt het paar zorgvuldigheid en de kwaliteit van de ruimte af. ‘Reclame naast de beelden zou geen pas hebben, of een lantaarnpaal. Dit zijn werken die over 100 jaar nog prettig zijn’ stelt hij.”

40

Vi si e

In 2022 hebben er 12 kwalitatieve gesprekken met omwonenden plaatsgevonden. • De meeste ondervraagden vinden dat het gebied niet uitnodigend is, geen sfeer heeft en te industrieel ogend en eenvoudig is ingericht. • Sommigen klaagden over hard verkeer en de hondenpoep. Eén ondervraagde gaf aan dat het passerende, luide verkeer rond het plein de belangrijkste reden was waarom ze dit plein niet prettig vond. Het toevoegen van groen zou haar mening niet zou veranderen. Er was ook iemand bang dat als het gebied uitnodigender zou worden, het luidruchtiger zou worden. Deze persoon woont pal naast het plein en ziet geluid als een probleem. Een andere respondent zei dat tijdens hevige regenval het plein gevoelig is voor wateroverlast, dus meer groen zou daarbij kunnen helpen. • De respondenten is gevraagd naar de dobbers die verspreid liggen het plein. Velen wisten niet dat het lichten waren. De meningen over de dobbers waren uiteenlopend. Sommigen vonden ze leuk en zeiden dat ze op scheepsmasten lijken, wat ze waarderen omdat ze de haven vertegenwoordigen waar het plein aan ligt. Enkele mensen hadden een hekel aan de lichten en vonden dat verwijderd moeten worden om ruimte te maken voor iets anders. Ter voorbereiding op de Wijkagenda 2022 is door Stadsdeel Scheveningen onderzoek uitgevoerd in het Havenkwartier.

Daarna is een bewonersavond georganiseerd om het onderzoek toe te lichten en om de wijkagenda verder uit te werken. Hier was ook de Bewoners Organisatie Havenkwartier (BOH) aanwezig. De BOH vindt de huidige inrichting van het plein goed zoals het nu is en ziet vooral graag evenementen en/of markten op het plein. Nieuwe bewoners, vaak jonger en afkomstig uit de nieuwe

appartementen complexen, willen meer groen. Hiernaast enkele relevante sheets uit het onderzoek. Reactie op de bewonerswensen (door projectleider Wijkagenda) Het plein komt niet aanmerking voor een (structurele) weekmarkt. De gemeente Den Haag voegt geen nieuwe locaties voor weekmarkten meer toe omdat er anders concurrentie ontstaat met de andere weekmarkten in de stad. Dit komt met name omdat er niet genoeg ondernemers zijn die de marktkramen kunnen vullen. Voor een incidentele (private) markt kan wel een vergunning worden aangevraagd Het plein evenement kan ook gebruikt worden voor evenementen. Hiervoor moet een evenementenvergunning worden aangevraagd. Het plein heeft alleen niet de status van een officiële evenementenlocatie. Dit zijn alleen de echt grote terreinen, zoals het Malieveld en het strand. Alleen als het plein een evenementen locatie is, wordt er een permanente stroomvoorziening aangelegd door de gemeente. Terrasjes zijn zeker toegestaan op het plein. Voorwaarde is dat een terras opgesteld moet worden voor de gevel van de ondernemer. Op het Kapitein de Rijkplein kan dat alleen voor de twee kiosken. Dat is een winderige plek voor een terras. Eerder zaten er horeca gelegenheden maar die hebben het niet overleeft. Het lastige in deze casus is dat het plein nog niet zo heel lang geleden in samenspraak met de BOH opnieuw is ingericht. Dat heeft veel geld gekost.

In de tussentijd zijn er veel nieuwe bewoners komen wonen met andere wensen. De gemeente heeft geen geld om dit proces weer opnieuw te doorlopen en te realiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14047551/1