CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318489 Bijlage Onderzoeksrapportage Thuiszittersaanpak Den Haag

Commissie Samenleving 5 september 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Thuiszittersaanpak22.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Plaats voor ieder kind Onderzoek thuiszittersaanpak primair en voortgezet onderwijs in Den Haag 26 maart 2024

Surya Carrilho Pauline van Eck Aafke Victoor Miriam Walraven

Evaluatieonderzoek Haagse thuiszittersaanpak po & vo

3

Inhoudsopgave

DEEL 1 Onderzoek thuiszittersaanpak .................................................................................................... 4 1

Inleiding ......................................................................................................................................... 4 Leeswijzer............................................................................................................................................. 5

2

Verantwoording ............................................................................................................................ 6

3

Achtergrondinformatie .................................................................................................................. 8 3.1 Korte toelichting thuiszitten .......................................................................................................... 8 3.2 Routeboek verzuim en thuiszitten ............................................................................................... 10

4

Opbrengst gesprekken met ketenpartners .................................................................................. 16 4.1 Werking van het routeboek verzuim in de praktijk...................................................................... 16 4.2 Factoren die een rol spelen bij het ontstaan en duur van thuiszitten ......................................... 18 4.3 Werkzame elementen en verbetermogelijkheden ...................................................................... 23

5

Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 28 5.1 Conclusies en reflectie ................................................................................................................. 28 5.2 Aanbevelingen ............................................................................................................................. 31

DEEL 2 Plaats voor ieder kind? ........................................................................................................ 36 Het verhaal van Aiden, verteld door zijn ouders ............................................................................... 36 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Respondentenoverzicht ............................................................................................ 43 Gespreksleidraad ...................................................................................................... 45 Gegevens casusonderzoek ........................................................................................ 47 Categorieën thuiszitters ............................................................................................ 48

4

Oberon

DEEL 1 Onderzoek thuiszittersaanpak 1 Inleiding Thuiszitten is een complex probleem dat veel gevolgen kan hebben voor het kind en het gezin. Vaak gaat schoolverzuim vooraf aan thuiszitten. Het tegengaan van thuiszitten is al langere tijd een belangrijk maatschappelijk thema. Ook de gemeente Den Haag heeft binnen de samenwerking van de vier grote gemeenten afgesproken dat geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg.1 Om dit te realiseren en de aanpak van verzuim te versterken, heeft de gemeente samen met de gemeenten Rijswijk en Leidschendam-Voorburg, en met het Samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Haaglanden (SPPOH) en Samenwerkingsverband V(S)O Zuid-Holland West het ‘routeboek verzuim en thuiszitters’ ontwikkeld.2 In dit routeboek zijn de werkwijzen tussen de school en de samenwerkingspartners bij schoolverzuim en thuiszitten beschreven. In het routeboek zijn ook de taken, rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partners opgenomen. Ondanks de inzet van eenieder die bij het tegengaan van thuiszitten betrokken is, ziet de gemeente een stijging van het aantal thuiszitters. Daarbij gaat het soms om zeer complexe casussen waarbij het moeilijk kan zijn om een passende oplossing te vinden.

Een voorbeeld van zo’n complexe situatie is het verhaal van een jongen die al vroeg in het onderwijssysteem is vastgelopen. Zijn ouders hebben zijn situatie met ons gedeeld. Op verzoek van de gemeente Den Haag krijgt het verhaal een plek in deze rapportage. De tekst in onderstaand kader geeft alvast een indruk van de impact van thuiszitten op het gezin, het gehele verhaal hebben we in het tweede deel van deze rapportage opgenomen. Om privacyredenen hebben we de jongen Aiden genoemd. Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de ouders en geeft een beeld van de impact van thuiszitten op een gezin. Andere betrokkenen bij deze casus hebben de situatie anders ervaren maar zijn niet gevraagd naar hun perspectief omdat hoor en wederhoor of waarheidsvinding geen doelen waren bij de weergave van dit verhaal. (….) We zijn er dag en nacht mee bezig geweest. We waren in de avonduren alle dossiers aan het doorspitten in onze eigen tijd omdat we aan het strijden waren voor ons kind. En het heeft ook onze relatie beïnvloed en we hebben er gezondheidsklachten door gekregen. Het gebeurt niet alleen bij ons. Er zitten nog meer kinderen thuis. We kwamen in contact met ouders die in een soortgelijke situatie hebben gezeten. De strijd die we voeren is ook nog niet klaar en speelt nu verder in de rechtszaal.

Op het moment dat je ziet dat men in de multidisciplinaire overleggen niet meer met elkaar tot een oplossing komt en dat je juist verder van elkaar af komt te staan, is actie nodig. Het kind is namelijk de dupe, Aiden is voor een hele lange periode niet meer het onderwerp van gesprek geweest (….) De toename van het aantal thuiszitters en de situatie van Aiden waren voor de gemeente Den Haag aanleiding om onderzoek te doen naar de ‘gemeentelijke kant’ van de thuiszittersaanpak in het primair en voortgezet onderwijs. Echter, de aanpak begint bij het voorkómen van thuiszitten en als thuiszitten toch ontstaat spelen verschillende partners een rol in de oplossing van het probleem. Om die reden

1 2

https://vng.nl/files/vng/20170202_g4_thuiszittersaanpak_2_februari_2017.pdf https://pro.sppoh.nl/themas/routeboek-verzuim-en-thuiszitters/ en https://www.swvzhw.nl/app/uploads/2022/02/220221-Routeboek-Verzuim-en-Thuiszitters-VO-.pdf

Evaluatieonderzoek Haagse thuiszittersaanpak po & vo

5

hebben we de gemeentelijke thuiszittersaanpak onderzocht in een bredere context waarbij het routeboek verzuim en thuiszitten als uitgangspunt is genomen. Met de opbrengst van het onderzoek wil de gemeente de aanpak rond verzuim en thuiszitten verbeteren.

Leeswijzer Deze rapportage bestaat uit twee delen. Deel 1 bevat de uitkomsten van het onderzoek naar de thuiszittersaanpak in Den Haag. Deel 2 bestaat uit het verhaal van de ouders van Aiden, een thuiszitter. Hierbij willen we opmerken dat de term ‘thuiszitter’ door de passieve klank mogelijk niet de meest passende aanduiding is voor een kind dat niet naar school kan, maar bij gebrek aan een goed alternatief wordt de term ook in deze rapportage gehanteerd. In Hoofdstuk 2 lichten we de werkwijze rond het onderzoek en het gesprek met de ouders nader toe. Vervolgens geven we in Hoofdstuk 3 achtergrondinformatie over thuiszitten en over de inhoud van het routeboek. Hoofdstuk 4 bevat een uitgebreide weergave van hoe de gemeentelijke en andere partners de huidige aanpak van verzuim en thuiszitten ervaren en welke knelpunten en verbetermogelijkheden zijn zien. Op basis hiervan geven we in Hoofdstuk 5 de belangrijkste conclusies weer, reflecteren we hierop en doen enkele aanbevelingen voor de toekomst.

6

Oberon

2 Verantwoording Dit deel van de rapportage bevat informatie over de gemaakte keuzes bij de opzet en uitvoering van het onderzoek en het oudergesprek. We gaan onder meer in op de vragen die in het onderzoek centraal staan, de scope van het onderzoek en de gebruikte onderzoeksmethode. Onderzoeksvragen Om na te gaan of de thuiszittersaanpak in de praktijk goed werkt, staan de volgende drie vragen in het onderzoek centraal: 1. 2. 3.

Hoe werkt het routeboek verzuim en thuiszitten uit in de dagelijkse praktijk? Welke belemmeringen of knelpunten zijn er in het proces en de samenwerking rond thuiszitten? Welke werkzame elementen zijn er in de (gemeentelijke) thuiszittersaanpak en wat is nog nodig?

Scope van het onderzoek Op verzoek van de gemeente Den Haag is het onderzoek vooral gericht op de ‘gemeentelijke’ kant van de thuiszittersaanpak. Aan de respondenten is dan ook expliciet gevraagd welke maatregelen de gemeente kan of moet nemen om de thuiszittersaanpak te versterken. Hierdoor ligt er in de gehele rapportage meer nadruk op de gemeentelijke aanpak. Toch kan de gemeentelijke thuiszittersaanpak niet opzichzelfstaand worden onderzocht. De thuiszittersaanpak begint immers bij het voorkomen van thuiszitten en als thuiszitten toch ontstaat spelen verschillende partners een rol in de oplossing van het probleem en bij het vinden van een passende plek. Daarom gaat het in het onderzoek ook over verzuim (dat vaak voorafgaat aan thuiszitten) en zijn er ook bevindingen en aanbevelingen gericht op de samenwerkingspartners. In het onderzoek staan het proces en de samenwerking rondom de thuiszittersaanpak centraal. We hebben naar oorzaken van en oplossingen voor (dreigend) thuiszitten in de aanpak gezocht. Dit betekent dat er niet specifiek is gekeken of gevraagd naar kind- of gezinsfactoren die een rol kunnen spelen in het ontstaan van thuiszitten. De evaluatie van de thuiszittersaanpak is gebaseerd op gesprekken met partners in de keten van het routeboek en een beknopt casusonderzoek dat op locatie bij de gemeente Den Haag is uitgevoerd.

Dit betekent dat uitkomsten van het onderzoek zijn gebaseerd op ervaringen met de thuiszittersaanpak in het veld. Zo zijn de werkzame elementen van de thuiszittersaanpak aangedragen door professionals als succesvol en niet onderzocht op effectiviteit. Onderzoeksopzet Bij de start van het onderzoek is een analysekader opgesteld op basis van het routeboek verzuim en thuiszitten. In de praktijk bleek dit kader echter niet goed werkzaam aangezien niet alle respondenten met het routeboek werkten en we de fases in het routeboek niet systematisch konden bespreken. Aangezien een literatuuronderzoek geen deel uitmaakte van de opdracht hebben we ons uitsluitend gericht op de kernelementen van de onderzoeksvragen (aanpak op papier, aanpak in de praktijk, belemmerende factoren, succesfactoren, verbetermogelijkheden). Tevens hebben we gebruikt gemaakt van een overzicht van de verschillende categorieën thuiszitters om meer zicht te krijgen op de knelpunten in de aanpak voor specifieke groepen leerlingen (bijvoorbeeld leerlingen zonder schoolinschrijving). Een overzicht hiervan is te vinden in Bijlage 4.

Evaluatieonderzoek Haagse thuiszittersaanpak po & vo

7

In de periode najaar van 2023 – voorjaar 2024 hebben we 21 gesprekken gevoerd met in totaal 33 partners in de keten van het routeboek verzuim en thuiszitten. De respondenten die we hebben gesproken waren zeer bereid om tijd vrij te maken voor een interview en om hun ervaringen te delen. Zie Bijlage 1 voor een overzicht van de respondenten en Bijlage 2 voor de gespreksleidraad. De interviews waren semigestructureerd van aard en vonden online plaats. De duur van de gesprekken varieerde van een half uur tot anderhalf uur. Van elk gesprek is een verslag gemaakt, dat vervolgens aan de respondent is voorgelegd ter accordering. De gemeente Den Haag heeft de interviews aan de gemeentelijke kant ingepland. Het plannen van de interviews met de niet-gemeentelijke partners is via Oberon verlopen, waarbij een beroep is gedaan op de medewerking van de niet-gemeentelijke partners. In dit proces heeft het onderzoek enige vertraging opgelopen waardoor het niet is gelukt om ouderleden van de ondersteuningsplanraden van de samenwerkingsverbanden po en vo en intern begeleiders in het basisonderwijs te spreken. Daarnaast heeft een casusonderzoek op locatie (stadhuis) plaatsgevonden. Het casusonderzoek was bedoeld om een beeld te voren van de problematiek, het doorlopen proces en de knelpunten daarin. Er zijn 10 casussen bestudeerd van jeugdigen in de leeftijd van 6 tot 17 jaar.

In 5 casussen was sprake van langdurig relatief verzuim en in 5 casussen van absoluut verzuim. Zie Bijlage 3 voor een overzicht. Om de privacy van betrokkenen te waarborgen is een geheimhoudingsprocedure gevolgd. Het onderzoek moest in een zeer kort tijdsbestek worden uitgevoerd. Hierdoor stond er druk op de planning en is er bij aanvang voor gekozen om geen literatuurstudie voorafgaand aan het veldwerk uit te voeren. Gesprek met ouders, het verhaal van Aiden Aanvullend op het onderzoek hebben we op verzoek van de gemeente Den Haag de ouders van Aiden geïnterviewd. Vooraf zijn enkele afspraken met de ouders gemaakt, waaronder dat er geen hoor en wederhoor met betrekking tot de casus plaatsvindt en dat Oberon geen oordeel geeft over de inhoud van het gesprek. De uitwerking van het verhaal van Aiden is opgenomen in Deel 2 van dit rapport. Het verhaal van Aiden illustreert hoe een thuiszitterscasus kan ontstaan en hoe het gezin dit heeft beleefd. De casus is niet representatief voor andere thuiszitterscasussen, iedere casus is immers uniek. Deze casus wordt in dit rapport uitgelicht omdat de situatie van Aiden aanleiding is geweest van een breder onderzoek naar de thuiszittersaanpak.

8

Oberon

3 Achtergrondinformatie Dit hoofdstuk begint met een korte toelichting met betrekking tot het begrip thuiszitten. Vervolgens geven we meer informatie over de inhoud van het (vernieuwde) ‘routeboek verzuim en thuiszitters’ dat de gemeente Den Haag samen met de gemeenten Rijswijk en Leidschendam-Voorburg, en met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs voor primair en voortgezet onderwijs heeft ontwikkeld.

3.1 Korte toelichting thuiszitten Definitie thuiszitter Volgens de definitie van het ministerie van OCW zijn thuiszitters alle leerlingen tussen de vijf en achttien jaar die geen schoolinschrijving hebben (absoluut verzuim) of die ongeoorloofd een maand of langer de school niet hebben bezocht (langdurig relatief verzuim). Beide categorieën samen vormen het ongeoorloofd verzuim. Afdeling Leerplicht van de gemeente registreert het ongeoorloofde verzuim op grond van de Leerplichtwet.3 Deze landelijke definitie verschilt van de ruimere, door de vier grote gemeenten gehanteerde definitie. Volgens deze definitie vallen ook de leerlingen tussen de vijf en achttien jaar die geoorloofd verzuimen onder de thuiszitters (geoorloofd verzuim). Dan gaat het om langdurig (minimaal 4 weken) zieke leerlingen. De leerlingen die geoorloofd verzuimen worden geregistreerd door de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en komen daarom niet terug in cijfers van de gemeente.4 In Bijlage 4 is een schematisch overzicht opgenomen van alle categorieën thuiszitters. Aantal thuiszitters In het schooljaar 2022-2023 waren er ondanks de geleverde inspanningen 1.276 door afdeling Leerplicht geregistreerde thuiszitters in de gemeente Den Haag.

Het gaat dan om kinderen die langer dan een maand ongeoorloofd verzuimden (langdurig relatief verzuim: 305 leerlingen) of niet op een school stonden ingeschreven (absoluut verzuim: 971 leerlingen)5. Dit is meer dan een verdubbeling ten opzichte van schooljaar 2021-2022 (588 thuiszitters). Deze stijging is onder andere veroorzaakt door het toegenomen aantal nieuwkomers die niet direct een schoolinschrijving hadden (542). Daarnaast wachten veel thuiszitters op een passend aanbod (234) of op een plaatsing in het onderwijs (regulier of speciaal onderwijs) of de zorg (168)6. Het geoorloofd verzuim wordt niet meegenomen in de registratiecijfers van de gemeente, daarom ligt het aantal thuiszitters in werkelijkheid hoger. De samenwerkingsverbanden passend onderwijs houden ook een thuiszittersregistratie bij en registreren (ook) het geoorloofd verzuim. De Inspectie van het Onderwijs vraagt deze registratie sinds 2015 vier keer per jaar bij alle samenwerkingsverbanden op.7 (De thuiszittersregistratie van de samenwerkingsverbanden SPPOH en V(S)O Zuid-Holland West zijn in het kader van dit onderzoek niet opgevraagd omdat de focus van het onderzoek in eerste instantie op de gemeentelijke kant van de aanpak lag).

3 4 5 6 7

Handboek Thuiszitter (z.d.). Gemeente Den Haag. Handboek Thuiszitter (z.d.). Gemeente Den Haag.

Jaarverslag Afdeling Leerplicht 2022-2023 (2023). Gemeente Den Haag. Commissiebrief Jaarverslag Afdeling Leerplicht 2022-2023. Gemeente Den Haag. https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwijssectoren/toezicht-op-samenwerkingsverbanden-passendonderwijs/thuiszitters

Evaluatieonderzoek Haagse thuiszittersaanpak po & vo

9

Enkele oorzaken van thuiszitten Ernstig verzuim begint vaak met ‘gewoon’ verzuim. Verzuim van leerlingen is daarom een belangrijk aanknopingspunt om thuiszitten te voorkomen. 8 Verschillende factoren kunnen een rol spelen bij verzuim en het ontstaan van thuiszitten, waaronder kenmerken van de leerling, de thuissituatie en de school. 9 Een onzorgvuldige registratie van verzuim, een moeizame relatie tussen school en ouders en ervaren onveiligheid kunnen ook van invloed zijn. Ook een gebrek aan passend onderwijs, lange wachtlijsten voor speciaal onderwijs en jeugdhulp, handelingsverlegenheid en problemen op het gebied van de zorgplicht kunnen bijdragen aan het ontstaan of voortduren van thuiszitten. Verder kan een belemmering van maatwerk door wet- en regelgeving meespelen.10 Leerplicht Kinderen van 5 tot 16 jaar die in Nederland wonen zijn leerplichtig. Dit geldt ook voor kinderen met een andere nationaliteit, zoals vluchtelingen, asielzoekers arbeidsmigranten en expats. Jongeren tussen de 16 en 18 jaar zijn kwalificatieplichtig. Een startkwalificatie betekent minimaal een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger). In de Leerplichtwet staan rechten en plichten van ouders, leerlingen, scholen en gemeenten beschreven. De leerplichtambtenaar houdt toezicht op de naleving van de Leerplichtwet door ouders en leerlingen.

De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving van de Leerplichtwet door scholen.11 De leerplichtambtenaar geeft ouders12 en leerlingen informatie over het belang van naar school gaan en over de gevolgen van niet naar school gaan. Als leerlingen ongeoorloofd verzuimen, moeten scholen dit melden bij het verzuimloket van DUO. Een goede samenwerking tussen de school, leerplichtambtenaar en zorgpartners is belangrijk omdat dit escalatie van problemen kan voorkomen. Structureel en geregeld contact binnen multidisiciplinaire overleggen tussen school, leerplichtambtenaar en zorgpartners is daarom noodzakelijk.13 Bij ongeoorloofd verzuim kijkt de leerplichtambtenaar samen met de school en de ouders of er achterliggende zorgen zijn. Indien ouders verwijtbaar zijn kan de leerplichtambtenaar proces-verbaal opmaken, dit is een uiterst middel. Vroegtijdige inzet van hulp staat voorop. Soms krijgt een kind een (tijdelijke) vrijstelling van de leerplicht, bijvoorbeeld bij lichamelijke of psychische oorzaken.14 Zorgplicht Met de inwerkingtreding van de Wet passend onderwijs 15 in 2014 is een zorgplicht voor schoolbesturen van kracht geworden. De zorgplicht is bedoeld om elk kind een passende onderwijsplek te kunnen bieden, ook als een kind extra begeleiding of ondersteuning nodig heeft.

De samenwerkingsverbanden passend onderwijs zijn verantwoordelijk voor een dekkend netwerk van voorzieningen waarin voor elke leerling die extra ondersteuning nodig heeft een passende plek beschikbaar is. De zorgplicht moet voorkomen dat leerplichtige of kwalificatieplichtige kinderen thuiszitten omdat er geen school is die hen wil opnemen. Ouders of verzorgers kunnen hun kind aanmelden bij de school van hun keuze. Scholen (schoolbesturen) hebben na deze aanmelding een zorgplicht. Als het schoolbestuur zelf geen passend onderwijs aan de aangemelde leerling kan bieden, heeft het de verantwoordelijkheid om een passende 8 9 10 11 12 13 14 15

https://kohnstamminstituut.nl/wp-content/uploads/2019/12/1030-niet-thuisgeven.pdf https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Schoolverzuim-aanpakken-een-wetenschappelijke-onderbouwing.pdf https://kohnstamminstituut.nl/wp-content/uploads/2021/04/Eindrapport-Zicht-op-thuiszitten.pdf Leerplichtwet 1969. Voor de leesbaarheid spreken we in deze rapportage van ouders. Hiermee bedoelen we zowel ouders als verzorgers. PO Handboek leerplicht, versie 2020. https://ingrado.nl/kennisbank/items/handboeken-leerplicht https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/leerplicht Handboek Leerplicht Primair Onderwijs 2020, Ingrado Formeel: De Wet tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs.

10

Oberon

plek op een andere school te vinden. De zorgplicht geldt voor kinderen die al op school zitten, maar ook als een nieuwe leerling bij een school wordt aangemeld. De invoering van de zorgplicht betekent ook dat een leerling niet van school verwijderd mag worden voordat het bestuur een andere school bereid heeft gevonden om de leerling toe te laten en hierover constructief overleg heeft gevoerd met de betrokken ouders.16 Ongeoorloofd verzuim Ongeoorloofd verzuim omvat relatief verzuim en absoluut verzuim. Van relatief verzuim is sprake als een op een school ingeschreven leer- of kwalificatieplichtige leerling ongeoorloofd afwezig is. Relatief verzuim kent verschillende categorieën: o Wettelijk te melden verzuim van 16 uur of meer ongeoorloofde afwezigheid in 4 weken. Scholen zijn wettelijk verplicht om dit verzuim bij de leerplichtambtenaar te melden. o Langdurig relatief verzuim is aaneengesloten verzuim van meer dan 4 weken zonder vrijstelling. o Overig verzuim is verzuim minder dan de wettelijke termijn van 16 uur in 4 weken, bijvoorbeeld regelmatig te laat komen of niet naar school komen door achterliggende problemen. De school mag deze vorm van verzuim melden bij leerplicht. De leerplichtambtenaar kan dan een preventief gesprek voeren met ouders en leerling. De school is echter in eerste instantie verantwoordelijk voor de aanpak van deze vorm van verzuim.

o Luxe verzuim is afwezigheid door het op vakantie gaan buiten de schoolvakanties om. In geval van absoluut verzuim heeft de leerplichtige jongere tussen de 5 en 16 jaar of een jongere van 16 of 17 jaar die valt onder de kwalificatieplicht geen schoolinschrijving en is er ook geen sprake van een vrijstelling.17 Geoorloofd verzuim Bij geoorloofd verzuim kan het gaan om: o Verzuim op basis van ziekmelding. Scholen registreren deze vorm van verzuim in de eigen administratie. Indien het ziekteverzuim zorgwekkend is kan de school een onderzoek aanvragen bij de Jeugdgezondheidszorg. Indien na het gesprek met de jeugdgezondheidszorg het vermoeden bestaat dat het verzuim ongeoorloofd is, dan kan de school dit bij de leerplichtambtenaar melden. o Verzuim op basis van verleend verlof: hierbij gaat het om vakantieverlof wegens de specifieke aard van het beroep van een van de ouders. Verzuim op basis van gewichtige omstandigheden: dit is een tijdelijke vrijstelling op verzoek van de ouder voor maximaal 10 schooldagen per schooljaar (bij maximaal 10 dagen beslist school; bij meer dan 10 dagen beslist de leerplichtambtenaar).18

3.2 Routeboek verzuim en thuiszitten Om verzuim en thuiszitten te voorkomen heeft de gemeente Den Haag samen met de gemeenten Rijswijk en Leidschendam-Voorburg, Samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Haaglanden (SPPOH) en Samenwerkingsverband V(S)O Zuid-Holland West een routeboek ‘verzuim en thuiszitters’

16 17 18

https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/schorsen-en-verwijderen/basisonderwijs-schorsen-en-verwijderen Schoolverzuim en de Leerplichtwet, Ingrado. Schoolverzuim en de Leerplichtwet, Ingrado.

Evaluatieonderzoek Haagse thuiszittersaanpak po & vo

11

ontwikkeld, eerst voor het primair onderwijs (po) en later ook voor het voortgezet onderwijs (vo). 19 De routeboeken zijn gericht op preventie en beschrijven daarnaast het proces van samenwerken van alle betrokkenen als er toch sprake is van (langdurig) verzuim, inclusief opschaling. De afspraken uit het thuiszitterspact maken onderdeel uit van de aanpak.20 Samenwerkingspartners zijn bijvoorbeeld de gemeente (leerplicht, Centrum voor Jeugd en Gezin, Jeugdgezondheidszorg), schoolmaatschappelijk werk en het samenwerkingsverband passend onderwijs. Sinds de introductie van de routeboeken is de samenwerking volgens de gemeente versterkt en is het duidelijker wie waarvoor verantwoordelijk is.21 In de routeboeken is bewust gekozen voor een beschrijving op hoofdlijnen, zodat betrokkenen ruimte en verantwoordelijkheid krijgen om daarop aan te sluiten. In het voorwoord van het routeboek staat ook aangegeven dat het belangrijk is en blijft dat professionals uit onderwijs en jeugdhulp elkaar weten te vinden, elkaar durven aanspreken op rollen en verantwoordelijkheden, opschalen wanneer dat nodig is en een open mind houden, waarbij de belangen van de leerling centraal staan. De nieuwe versies van de routeboeken zijn voorzien van een praktische handleiding waarin onder meer wettelijke kaders en begrippen rond thuiszitten en verzuim worden toegelicht.

De processchema’s en bijbehorende fasen in de aanpak voor po en voor vo verschillen enigszins van elkaar. Beide processchema’s kennen echter dezelfde doorlooptijd van 13 weken. Hieronder wordt eerste het processchema in het po beschreven en vervolgens in het vo. Bij het processchema voor het po geven we enige toelichting bij de verschillende rollen van de betrokken partners.22 Processchema primair onderwijs Fase 1: Preventie In deze fase is het van belang om alert te zijn op risicofactoren voor verzuim. Als leerlingen verzuimen, kan dat een aanwijzing zijn voor problemen op school, thuis of met de gezondheid. Thuiszitten wordt bovendien vaak voorafgegaan door een periode van verzuim. Preventie begint op school en heeft tot doel om vroegtijdig signalen op te pakken, te onderzoeken wat er aan de hand is en ervoor te zorgen dat de leerling naar school gaat. Iedere school heeft een preventief verzuimbeleid dat beschrijft bij wie de taken belegd zijn in het team (leerkracht, intern begeleider, administratief medewerker en directie). Als de school verzuim constateert, wordt een passende interventie ingezet om het te stoppen. Er wordt samengewerkt met partijen zoals het samenwerkingsverband, schoolmaatschappelijk werk, leerplicht en CJG/JGZ.

Als het de school niet lukt om een oplossing te vinden voor het verzuim, dan organiseert de intern begeleider van de school een multidisciplinair overleg (MDO)23, waarbij de ouders, intern begeleider, schoolmaatschappelijk werker, adviseur van het samenwerkingsverband en leerplicht aanwezig zijn. Afhankelijk van de situatie sluiten andere partijen aan, zoals de jeugdarts, het gezinscoachmaatje van het CJG of behandelaars. In dit overleg wordt gezamenlijk een analyse en een plan van aanpak gemaakt om de leerling weer volledig naar school te laten gaan. We lichten de rollen van de verschillende partners nader toe:

19 20

21 22

23

I.v.m. de leesbaarheid spreken we in deze rapportage van po en vo als we het basisonderwijs resp. voortgezet onderwijs bedoelen. Daar waar we specifiek het gespecialiseerd onderwijs bedoelen (dat ook onder po valt) geven we dat aan. In juni 2016 sloten de ministeries van OCW, VWS, JenV samen met de PO-Raad, VO-raad, VNG en Ingrado het thuiszitterspact, waarin de ambitie is opgenomen dat geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg. Bron: Memo Opdracht complexe thuiszitterscasuïstiek aan onafhankelijk onderzoeksbureau. De routeboeken zijn tijdens de uitvoering van dit onderzoek vernieuwd en nog niet in het veld uitgerold. Onderzoekers hadden daardoor alleen beschikking over de conceptversie van het vernieuwde routeboek po en bijbehorende praktische handleiding voor het po. Dit is ook al in de voorschoolse periode mogelijk, de zorgcoördinator voorschoolse educatie organiseert een MDO als er zorgen zijn over de overgang naar regulier basisonderwijs. Hierbij zijn ouders, VSMW+ en JGZ aanwezig.

12

Oberon

- Op verzoek van de school kan de adviseur van het samenwerkingsverband meedenken over de (extra) ondersteuning die nodig is voor (groepjes) leerlingen, leraren en ouders. De adviseur koppelt de ondersteuningsvragen van de school aan hen die dit uit kunnen voeren. - De schoolmaatschappelijk werker kan korte, lichte interventies bieden bij sociaal-emotionele, opvoedings- of maatschappelijke problematiek. De schoolmaatschappelijk werker is betrokken bij de inzet van extra ondersteuning en doorverwijzing voor leerlingen, kan kortdurende specialistische interventies/expertise inschakelen en vormt een verbinding tussen school en het CJG/jeugdteam. - De jeugdarts/JGZ geeft advies bij vragen over lichamelijke, sociale of emotionele ontwikkeling en sociaal medisch advies bij het MDO. Bij ziekteverzuim kan de school een onderzoek aanvragen bij JGZ. - De gezinscoach sluit in overleg met schoolmaatschappelijk werk of jeugdarts aan bij het overleg met ouders (op school) en geeft advies. Ook is de gezinscoach het eerste aanspreekpunt voor het schoolmaatschappelijk werk ingeval van aanmelding bij het CJG of enkelvoudige toeleiding. - De rol van de leerplichtambtenaar start zodra het school en ouders niet lukt om ongeoorloofd verzuim te stoppen. Bij een melding van ongeoorloofd verzuim gaat de leerplichtambtenaar na wat de reden is.

Indien het om achterliggende problematiek gaat, bespreekt de leerplichtambtenaar dit met de ketenpartners. De leerplichtambtenaar gaat na welke ondersteuning wordt ingezet, wie de regie heeft en of dit leidt tot terugdringen van het verzuim. Als ouders en leerling niet meewerken en verwijtbaar zijn kan de leerplichtambtenaar handhaving inzetten. Begeleiding of advies met betrekking tot passende hulp of onderwijs behoort niet tot de taken van de leerplichtambtenaar, evenals het zoeken van een nieuwe plek bij verwijdering van een leerling. School en leerplichtambtenaar kunnen wel afspraken over een preventieve samenwerking maken. Fase 2: Opschalen Wanneer ondanks de geleverde inspanningen door de school, adviseur van SPPOH, schoolmaatschappelijk werk, leerplicht en andere betrokkenen onvoldoende resultaat is geboekt dan wordt de casus opgeschaald. Opschaling vindt plaats als een leerling 4 weken aaneengesloten niet op school is ondanks het opgestelde plan (behalve als dit verklaard kan worden door ziekte) of als een leerling gedurende langere periode onvoldoende deelneemt aan onderwijs en meerdere aanpakken niet tot verbetering hebben geleid. De casus wordt dan gemeld bij het Loket verzuim en thuiszitters van SPPOH.

De casus wordt besproken op de adviestafel door een regisseur sociaal domein (dit is niet hetzelfde als een casusregisseur) van de gemeente en een onderwijsregisseur vanuit het samenwerkingsverband. De rol van de adviestafel is om de casus vlot te trekken, bijvoorbeeld door het adviseren of realiseren van een passende oplossing. Als het nodig is dan schakelt de adviestafel deskundigen in. De adviestafel wijst een casusregisseur aan die de vervolgstappen coördineert. Fase 3: Doorbraak Constateert de adviestafel dat een oplossing niet mogelijk is vanwege ontbrekende middelen of vanwege knellende wet- en regelgeving, dan gaat de casus naar de doorbraaktafel. Hier worden casussen besproken waarbij sprake is van een financieel vraagstuk, een blijvend verschil van inzicht of wanneer er sprake is van knellende wet- en regelgeving, waardoor een passend aanbod niet uitvoerbaar is. De directeur Jeugd van de gemeente en directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband besluiten met een toe- of afwijzing na het horen van de betrokken partijen.

Evaluatieonderzoek Haagse thuiszittersaanpak po & vo

13

Figuur 1. Processchema primair onderwijs op hoofdlijnen. (Bron: routeboek verzuim en thuiszitters po)

Processchema voortgezet onderwijs Fase 1: Preventie Deze fase komt overeen met de zojuist beschreven fase in het po, waarbij partners enigszins verschillen. De school werkt in de preventieve aanpak al samen met partners in het Jeugdhulp en School overleg, het JES (multidisciplinair overleg). Het gaat om de coördinator passend onderwijs, schoolondersteuner/consulent van het samenwerkingsverband, leerplicht, schoolmaatschappelijk werk + en CJG/Jeugdgezondheidszorg. Het JES-overleg is op vaste momenten, minimaal zes keer per jaar. Tijdens een JES-overleg worden alle thuiszitters die geoorloofd en ongeoorloofd verzuimen besproken (mits een school dit agendeert). Er worden dus meerde kinderen in één overleg besproken. Als het nodig is, dan zijn er extra overleggen op afroep. Bij een JES-overleg zijn er in principe geen ouders, tenzij het overleg over een specifieke casus gaat. Fase 2: Verzuim 4 weken Als het ondanks gesprekken met ouders en ondersteuning binnen de school niet lukt om een oplossing te vinden voor het verzuim dan wordt de casus besproken in het JES. Het JES brengt de situatie in beeld, analyseert de oorzaken van het verzuim en maakt een plan van aanpak om het op te lossen. Dit plan wordt in gang gezet en na de afgesproken periode geëvalueerd, voortgezet of bijgesteld. De school kan de leerling eventueel en in overleg met ouders aanmelden bij de jeugdarts.

Als er onduidelijkheid is over welke jeugdhulp passend is, kan het JES advies vragen aan de Expertisetafel Complexe Zorg.

14

Oberon

Fase 3: Thuiszittersproces Voordat er wordt opgeschaald, kunnen betrokkenen advies inwinnen bij consulenten van Aanmeld en Advies (A&A). Ook kan het JES het Expertiseteam Complexe Zorg raadplegen voor advies over jeugdhulpmogelijkheden. Er zijn twee mogelijkheden tot opschaling: Expertisetafel Complexe Zorg (als jeugdhulp dominant is) en het Maatwerkadviestraject (als de onderwijsvraag dominant is). De keuze wordt gemaakt door het samenwerkingsverband, indien nodig in overleg met de regisseur sociaal domein (Jeugdhulp). Als er jeugdhulp nodig is, die niet is ingekocht, kan (via de regisseur sociaal domein) de Analysetafel Jeugdhulp worden ingeschakeld. Fase 4: Doorbraakproces Net als in het po is doorbraak nodig als een casus vastloopt vanwege knellende wet-of regelgeving, financiële discussies of een blijvend verschil van visie over de oplossing. Casussen die worden voorgelegd aan de Doorbraaktafel worden voorbereid door het samenwerkingsverband en de regisseur sociaal domein van de gemeente. De Directeur Jeugd (portefeuille JMO) van Den Haag en de directeur van het samenwerkingsverband nemen in collegiaal overleg op basis van een ingediende casus en na raadpleging van de betrokken partijen een besluit. Het besluit beperkt zich tot toe- of afwijzing met toelichting.

Figuur 2. Processchema voortgezet onderwijs op hoofdlijnen (Bron: Routeboek verzuim en thuiszitters vo)

Evaluatieonderzoek Haagse thuiszittersaanpak po & vo

15

Processchema absoluut verzuim Voor absoluut verzuim is een aparte route ontwikkeld. Deze route is voor kinderen die geen schoolinschrijving hebben. Zodra een school het kind aanneemt en inschrijft is er geen sprake meer van absoluut verzuim. Wanneer er sprake is van absoluut verzuim neemt leerplicht contact op met ouders, zodat zij hun kind aanmelden op een school. Een school heeft zorgplicht als de ouders hun kind hebben aangemeld op de school, tenzij de school geen plek heeft of als ouders de grondslag van de school niet onderschrijven. Indien er een ondersteuningsbehoefte is wordt het samenwerkingsverband erbij betrokken. Als ouders niet meewerken aan een inschrijving wordt leerplicht ingeschakeld. Voor jongeren waarbij het niet lukt om een passende plek te vinden is in het vo de plaatsingstafel ingericht. Hieronder staan de processchema’s voor absoluut verzuim in het po en vo.

Figuur 3. Processchema absoluut verzuim primair onderwijs (Bron: Routeboek verzuim en thuiszitters po)

Figuur 4. Processchema absoluut verzuim voortgezet onderwijs (Bron: Routeboek verzuim en thuiszitters vo)

16

Oberon

4 Opbrengst gesprekken met ketenpartners Dit hoofdstuk bevat een weergave van de opbrengst van de gesprekken met professionals die werkzaam zijn bij de gemeente (leerplicht, jeugdhulp24), in het onderwijs (samenwerkingsverbanden, schoolbesturen, scholen) of op het snijvlak van jeugdhulp en onderwijs in Den Haag. In totaal gaat het om 21 gesprekken met 33 partners die een rol spelen in de thuiszittersaanpak. Indrukken uit het casusonderzoek zijn, daar waar relevant, in de beschrijving van de opbrengst meegenomen. We gaan eerst in op de werking van het routeboek verzuim en thuiszitten. Daarbij is het van belang op te merken dat het routeboek ten tijde van het onderzoek werd aangepast (de nieuwe versie was nog niet openbaar). Vervolgens beschrijven we (andere) factoren in het proces en de samenwerking die een rol spelen in het ontstaan en de duur van thuiszitten. Meestal gaat het hierbij om langdurig relatief verzuim (geoorloofd en ongeoorloofd). Daar waar het absoluut verzuim betreft, zullen we dit expliciet vermelden. Tot slot gaan we in op onderdelen in de huidige aanpak die goed werken en behouden moeten blijven én verbeteringen die volgens respondenten nog mogelijk zijn.

4.1 Werking van het routeboek verzuim in de praktijk In deze paragraaf beschrijven de werking van het routeboek verzuim zoals respondenten dit in de praktijk ervaren. Het routeboek is nog geen veelgebruikt document De eerste (huidige) versie van het routeboek verzuim en thuiszitten heeft volgens verschillende respondenten verbetering in de thuiszittersaanpak gebracht. Het document helpt om rollen en stappen rond verzuim en thuiszitten beter in beeld te krijgen. Ook is door het routeboek meer samenwerking ontstaan. Hierdoor komen betrokkenen soms sneller tot een oplossing voor verzuim en (dreigend) thuiszitten. Het routeboek groeit mee met de tijd en de inzichten. Het is daarmee een dynamisch document, waarin aanpassingen mogelijk zijn. Ondanks deze positieve geluiden, geeft een groot deel van de respondenten die dichtbij de praktijk staan aan het routeboek niet goed te kennen en niet goed te begrijpen. Het grote aantal overlegtafels maakt het onoverzichtelijk en volgens sommige respondenten werken de linkjes om door te klikken niet. De stroomschema’s in de huidige versie maken onvoldoende duidelijk welke partners wat en wanneer kunnen of moeten doen. Een heldere escalatieladder ontbreekt en er is volgens sommige respondenten geen mogelijkheid om vragen te stellen.

Sommige respondenten merken op dat de route voor jeugdigen zonder schoolinschrijving (absoluut verzuim) in het routeboek ontbreekt. Stappen bij deze vorm van verzuim zouden volgens hen óók een plek in het routeboek moeten krijgen. In het huidige openbaar beschikbare routeboek is op pagina 12 (po) en 13 (vo) echter wel een processchema beschreven voor leerlingen waarbij sprake is van absoluut verzuim. Verbetering van het routeboek is al in gang gezet. Er wordt gewerkt aan een overzicht waarbij scholen in één oogopslag kunnen zien waar zij zich in het proces bevinden en met welke partijen ze kunnen schakelen. Ook is het de bedoeling om het routeboek jaarlijks te evalueren en indien nodig te actualiseren. Verder zijn er plannen om het routeboek beter onder de aandacht van scholen te brengen. 24

Onder jeugdhulp verstaan we hulp bij psychische problemen, verstandelijke beperking, opvoedproblemen. Het kan gaan om jeugdhulp zonder verblijf (wijk- of buurtteam, ambulante hulp op locatie aanbieder, daghulp op locatie aanbieder, hulp in netwerk) en jeugdhulp met verblijf (pleeggezin, gezinsgerichte opvang (logeerhuizen of zorgboerderijen), gesloten plaatsing in instelling, overige jeugdhulp met verblijf).

Evaluatieonderzoek Haagse thuiszittersaanpak po & vo

17

Rollen en verantwoordelijkheden zijn nog onvoldoende duidelijk Hoewel het routeboek enige verbetering heeft gebracht, zijn rollen en verantwoordelijkheden van betrokken partijen nog niet voor iedereen duidelijk en worden ze niet altijd of niet snel genoeg opgepakt. Zo werken onderwijs en jeugdhulp nog te veel langs elkaar heen en hebben zij nog onvoldoende beeld van elkaars mogelijkheden. Ook zou de rol van het gespecialiseerd onderwijs ontbreken. Juist deze partij zou mee kunnen denken over wat nodig is om onderwijs te kunnen volgen. Dit zou ook kunnen helpen bij het helder krijgen van verwachtingen, zowel vanuit het onderwijs als vanuit de jeugdhulpverlening. Wanneer er sprake is van verzuim en dreigend thuiszitten kan er een multidisciplinair overleg (MDO in po of JES in vo) worden georganiseerd om te voorkomen dat het kind volledig thuis komt te zitten. Scholen pakken dit niet altijd (snel) op en vinden het soms lastig om alle betrokken partijen bij elkaar te krijgen. Ook zijn er signalen dat leerplicht niet altijd aansluit bij multidisciplinaire overleggen (MDO en JES) vanwege personeelswisselingen en -tekorten bij leerplicht. Voor scholen is het juist van groot belang dat zij een vaste leerplichtambtenaar hebben die op vaste momenten aansluit.

De huidige afspraak is dat leerplicht altijd bij een JES aansluit, bij een MDO hoeft leerplicht niet aan te sluiten als het gesprek over passende ondersteuning zal gaan. Structureel aansluiten is volgens respondenten wel nodig omdat leerplicht bij ongeoorloofd verzuim aan zet is, bijvoorbeeld als ouders hun kind thuishouden omdat het kind ziek is, maar de schoolarts aangeeft dat het kind voldoende belastbaar is om onderwijs te volgen. Ook kan leerplicht bij geoorloofd verzuim een verbinding leggen tussen bepaalde partijen. Leerplichtambtenaren zelf geven aan juist vaak met situaties mee te denken, ook als zij geen formele rol hebben. Door personeelstekort lukt dit volgens hen echter niet altijd. Ook ervaren zij dat er soms verwachtingen zijn waar zij niet aan kunnen voldoen omdat zij geen deskundigheid en verantwoordelijkheid op het gebied van passende ondersteuning en hulp hebben. Gebrek aan regie Sommige respondenten spreken van veel ‘ruis’ tussen scholen en partners. Bij overleg op casusniveau tussen samenwerkingspartners (zoals onderwijs, leerplicht en jeugdhulp) is het volgens verschillende respondenten niet altijd duidelijk wie aan zet is en wie de regie over de casus heeft.

Als er wel casusregie is, is dit soms moeilijk vast te houden omdat er bijvoorbeeld weinig grip is op wat een behandelaar beslist of het moeilijk is om contact te leggen met een partij die niet bij multidisciplinaire overleggen aan tafel zit. Dit komt ook naar voren bij het casusonderzoek. Grip houden kan ook lastig zijn als ouders hulp niet accepteren of geen toestemming geven voor een volgende stap (een onderzoek, delen van informatie). Elke partner volgt bovendien een eigen tempo en focust op het eigen stukje in de keten. Ook is er weinig sturing op de doorlooptijd in de keten. Zo kan er veel tijd overheen gaan voordat er een oplossing voor een casus is. Dit laatste wordt bevestigd door bevindingen van het casusonderzoek, waarbij jeugdigen soms jarenlang in de keten blijven, op zoek naar een passende plek. Naast een gebrek aan sturing op de keten, casusregie en samenwerking, spelen ook wachttijden voor onderzoek en voorzieningen een grote rol in de vertraging (zie verder paragraaf 2.2. over factoren die een rol spelen bij het ontstaan en de duur van thuiszitten). Te weinig of te laat opschalen In het routeboek staat beschreven hoe betrokkenen bij een casus kunnen opschalen (escaleren). De mogelijkheden voor opschalen en hoe dit aan te pakken zijn bij scholen nog onvoldoende bekend. Dit komt onder meer doordat betrokkenen op de scholen het routeboek niet gebruiken.

Daarnaast komt het volgens enkele respondenten ook voor dat professionals een casus te lang bij zich houden omdat de

18

Oberon

samenwerking in de keten niet goed loopt, bijvoorbeeld doordat partijen hun rol niet pakken. Ook als er een handtekening van ouders nodig is en zij dit weigeren kan er vertraging ontstaan. Geen optie buiten het onderwijssysteem Een van de respondenten vindt dat er ook een route naar ‘anders’ zou moeten zijn, voor jeugdigen die ‘niet in het onderwijssysteem passen’. In dit verband wordt ook van opties als dagbesteding en het werken met certificaten (loslaten van diplomagericht onderwijs) gesproken.

4.2 Factoren die een rol spelen bij het ontstaan en duur van thuiszitten In deze paragraaf beschrijven we factoren in het proces en de samenwerking die volgens respondenten een rol spelen bij het ontstaan en de duur van thuiszitten. Het gaat in dit onderzoek dus niet om oorzaken van thuiszitten die te maken hebben met ‘kind-factoren’ en invloeden binnen het gezinssysteem. Een aantal factoren in het proces en de samenwerking rond verzuim en thuiszitten is in de vorige paragraaf al naar voren gekomen, elementen daarvan kunnen hieronder terugkomen. Knelpunten bij absoluut verzuim De groep jeugdigen met absoluut verzuim bestaat vooral uit kinderen die naar (of binnen) Nederland zijn verhuisd en leerlingen die vijf jaar zijn geworden, maar nog geen schoolinschrijving hebben. In de afgelopen jaren was er een grote toestroom vanuit Oekraïne. Ook zijn er veel nieuwkomerskinderen uit de Midden- en Oost-Europese waarvan de ouders (tijdelijk) in Nederland werken. Een respondent van leerplicht geeft aan dat deze leerlingen soms pas na enige maanden bij leerplicht in beeld zijn omdat zij niet in de Basisregistratie Personen zijn opgenomen. Daarnaast zijn er ‘spookleerlingen’ die niet bij gemeente of school zijn ingeschreven. Hierdoor is er ook weinig zicht op hoe groot deze groep is. De respondent geeft aan dat dit vaak schrijnende gevallen zijn, waar niemand naar omkijkt.

Ouders kunnen verschillende redenen hebben om hun kind niet in te schrijven, bijvoorbeeld omdat er te veel personen op één adres staan ingeschreven en ze het risico op huisuitzetting willen vermijden. Het komt ook voor dat ouders niet willen dat hun kind naar school gaat. De respondent van leerplicht geeft aan dat er ook vanuit de andere partners meer aandacht voor deze groep moet komen. Tevens zijn er kinderen met absoluut verzuim afkomstig uit de JeugdzorgPlus en kinderen die in de gemeente Den Haag naar een gezinshuis of pleeggezin gaan. De zorg is dan wel betrokken maar deze kinderen zijn soms nog niet in beeld bij leerplicht. Leerplicht heeft een speciaal team (AV-team) om ervoor te zorgen dat jeugdigen zonder schoolinschrijving een plek in het onderwijs vinden. Het AV-team richt zich in de eerste plaats op ouders om te zorgen dat zij hun kind bij een school, meerdere scholen of centraal aanmeldpunt nieuwkomers aanmelden. Ook het samenwerkingsverband vo heeft zo’n team. Het samenwerkingsverband po heeft dit niet. In het po is er bij absoluut verzuim een schoolinschrijving (en daarmee zorgplicht van een school) nodig voordat een casus in behandeling wordt genomen. Ouders moeten zoeken totdat ze een school vinden waar ze hun kind kunnen aanmelden. Vanaf dat moment heeft die school de zorgplicht.

Als ouders bij meer dan 5 scholen worden afgewezen omdat de school vol zit, dan kunnen ouders via leerplicht opschalen naar het samenwerkingsverband po. Dit heeft niet de voorkeur van leerplicht. Deze route is te lang en te complex voor ouders die hun weg in het onderwijssysteem niet kunnen vinden. Bovendien werkt deze route voor sommige leerlingen niet goed, bijvoorbeeld wanneer een kind uit het buitenland komt en het nog onduidelijk is welke ondersteuningsbehoeften de leerling heeft. Ook kan het zijn dat het kind eerst zorg nodig heeft. Volgens leerplicht zou de route rechtstreeks via het Ouderen Jeugdsteunpunt of anders via het onderwijs/samenwerkingsverband po moeten lopen.

Evaluatieonderzoek Haagse thuiszittersaanpak po & vo

19

In het vo is het in principe ook de bedoeling dat ouders eerst zelf een school zoeken maar het AV-team van het samenwerkingsverband kan hen wel helpen als dit niet lukt. Soms lukt het dan wel om ervoor te zorgen dat een van de door ouders benaderde scholen het kind aanneemt, of vindt het AV-team een andere school die nog niet door ouders is benaderd. Het succes van deze werkwijze is soms afhankelijk van een goed ‘pleidooi’ om het kind op te nemen en een goede relatie die de consulent van het AVteam met de school heeft. Respondenten geven aan dat hier eigenlijk een duurzame oplossing in de vorm van een systematische aanpak nodig is, geborgd in bestuurlijke afspraken. Nu is dit te veel afhankelijk van goodwill en persoonlijke contacten. Als het niet lukt om een kind te plaatsen via het AVteam, kan de plaatsingstafel uitkomst bieden. Zowel het AV-team als de plaatsingstafel zijn er alleen in het vo. De instroom van nieuwkomers blijft hoog waardoor er wachtlijsten zijn voor de Taalklassen in het basisonderwijs en de Internationale Schakelklassen in het voortgezet onderwijs.25 Enkele respondenten merken op dat er druk staat op de doorstroom van nieuwkomers, waardoor ze in de rest van hun schoolcarrière problemen kunnen krijgen omdat ze onvoldoende taalonderwijs hebben gehad.

Wanneer een nieuwkomer een extra ondersteuningsbehoefte heeft, is het bovendien extra lastig om een passende plek te vinden. Scholen die kunnen voorzien in deze speciale ondersteuningsbehoefte (waaronder scholen voor speciaal onderwijs) zijn vaak niet gericht op het verzorgen van anderstalig onderwijs. Sommige scholen bieden daarom pas een plekje als de leerling Nederlands spreekt, terwijl juist de ondersteuningsbehoefte de voornaamste zorg is en niet de taal, bijvoorbeeld als het gaat om nieuwkomers met een zware vorm van autisme, ZML of PTSS. Ook zijn er meer kinderen van expats die niet terechtkunnen op een van de twee internationale scholen in Den Haag, vanwege praktijkbehoeften of vmbo-kaderniveau. Dergelijke casussen worden uiteindelijk vaak opgelost door maatwerk te leveren. Verzuimregistratie niet overal op orde Verschillende respondenten geven aan dat veel scholen (po en vo) de verzuimregistratie nog niet goed op orde hebben. Vaak is er wel een goed verzuimbeleid op papier, maar loopt het in de praktijk toch anders. Scholen moeten een leerling aanmelden voor een MDO of JES als de leerling vier weken of langer aaneengesloten afwezig is (geoorloofd of ongeoorloofd). In de praktijk gaat hier vaak meer tijd overheen.

Ook het melden van ongeoorloofd verzuim via het digitale verzuimloket van DUO (16 uur ongeoorloofd verzuim in 4 aaneengesloten weken) verloopt op sommige scholen niet optimaal. Vaak zijn het leraren die het vinkje zetten in de registratielijst. Met goede bedoelingen maken zij hier soms een andere keuze dan volgens het beleid zou moeten, bijvoorbeeld omdat ze de ouders niet nog meer willen belasten of een boete voor ouders willen voorkomen. Er heerst volgens respondenten op sommige scholen nog een ouderwets beeld van de leerplichtambtenaar die proces-verbaal opmaakt, terwijl leerplicht tegenwoordig werkt volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS)26, waarbij hulpverlening voorliggend is aan het strafrecht. Sommige scholen hebben onvoldoende mankracht om de verzuimregistratie goed te analyseren. Extra signaleringsfuncties in de verzuimsystemen van scholen kunnen helpen, maar vragen vaak om een investering. Het geoorloofd verzuim van leerlingen met een schoolinschrijving staat niet op de thuiszitterslijsten van de gemeente, maar wel op de lijsten van het samenwerkingsverband. Basisscholen kunnen (dreigend) thuiszitten registreren in een apart systeem (module Zorgwekkend Verzuim in Onderwijs Transparant). Scholen hebben in dit systeem ook mogelijkheden om een interventie in te zetten, door bijvoorbeeld 25 26

Er zijn twee centrale aanmeldpunten, de Scholenwijzer voor aanmelding bij een Taalklas in het basisonderwijs en het Johan de Witt voor aanmelding bij een Internationale Schakelklas in het middelbaar onderwijs. https://ingrado.nl/kennisbank/items/methodische-aanpak-schoolverzuim

20

Oberon

aan te melden voor observatiegroep De Ontdekkers of de adviestafel. Over het algemeen worden de samenwerkingsverbanden po en vo snel betrokken en zijn ook de leerlingen met een risico op thuiszitten in beeld. Soms blijven scholen het echter lang zelf proberen voordat zij dit melden. Het kan voorkomen dat het samenwerkingsverband niet op de hoogte is van dergelijke situaties. Wachtlijsten en onvoldoende dekkend aanbod De wachtlijsten in zowel het onderwijs als bij jeugdhulp spelen een grote rol als het gaat om de oorzaak en duur van thuiszitten. Bevindingen uit het casusonderzoek bevestigen dit beeld. Leerlingen wachten op een onderwijsplek, een observatieonderzoek, een vorm van jeugdhulp of zorg, etc. Respondenten spreken van wachtlijsten voor onder andere het sbo, (v)so, kinderdagcentra (KDC), het CJG, de onderwijsconsulenten en onderwijs-zorggroepen.27 Sommige respondenten geven aan dat er door het gebrek aan plaatsen in het (v)so soms schrijnende situaties ontstaan. De beweging richting inclusiever onderwijs brengt met zich mee dat uitbreiding van het (v)so niet voor de hand ligt waardoor er voor een aantal kinderen weinig perspectief is op een passende plek. Daarbij wordt opgemerkt dat oplossingen (zoals speciale overbruggingstrajecten naar het mbo) niet altijd succesvol zijn.

Ook moeten leerlingen ten minste 50% belastbaar zijn om voor een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) voor speciaal onderwijs in aanmerking te komen. Hierdoor vragen scholen soms al eerder een TLV aan (voordat de leerling minder belastbaar is) en ook hebben zij moeite leerlingen die dit percentage niet halen iets te blijven bieden. In het reguliere vo kan het lastig zijn om in bepaalde leerjaren een plek te vinden. Bijvoorbeeld in vmbo 3 en havo 4 vanwege doubleren of doorstroom vanuit een ander niveau. In dat geval komt er alleen een plekje vrij als een leerling vertrekt. De afstand thuis-school kan ook een rol spelen, soms is er wel een plek beschikbaar, maar lukt het niet om dit dichtbij huis te organiseren. Dit geldt zowel voor het basisonderwijs als - in mindere mate - voor het voortgezet onderwijs: de regio is groot en er moet er bij het vinden van een passende plek rekening gehouden worden met waar de leerling woont en de locatie van de school. Door de wachtlijsten is er een beperkte doorstroom van kinderen en zitten sommige kinderen niet meer op een passende plek. Zo houdt een kind een plek op het KDC bezet, terwijl het wacht op een inmiddels beter passende plek in het gespecialiseerd onderwijs. Sommige respondenten geven aan dat er meer onderwijs-zorgplekken en plekken in het gespecialiseerd onderwijs nodig zijn.

Ook zijn er te weinig plekken voor nieuwkomers die extra ondersteuning nodig hebben. Wat de plekken met een gecombineerd aanbod van onderwijs en jeugdhulp/zorg betreft geven respondenten aan dat deze er wel zijn in het vo (OPDC) maar niet of nauwelijks in het po. Een centraal georganiseerde soortgelijke voorziening is voor kinderen in de basisschoolleeftijd echter minder geschikt omdat het niet gewenst is dat jonge kinderen ver moeten reizen. Voorzieningen die op verschillende basisscholen mogelijk zijn, zoals de Startklassen, passen beter als het gaat om inclusiever onderwijs. Goed inzicht in de wachtlijsten is bovendien lastig. Ouders ontvangen regelmatig het advies hun kind op meerdere wachtlijsten te plaatsen waardoor vervuiling van wachtlijsten ontstaat. Het gespecialiseerd onderwijs werkt met interesselijsten naast de wachtlijsten. Hierbij moet een kind eerst onderzocht worden voordat het kans maakt op een plek. Kinderen op wachtlijsten voor het (gespecialiseerd) onderwijs die wel leerbaar maar niet schoolbaar zijn kunnen een aantal uren in de week onderwijs ontvangen, maar kunnen (nog) niet in een groep functioneren. Het aanbod voor deze kinderen is beperkt en als zij aan de beurt zijn, kunnen zij niet direct van de plek gebruikmaken. Ook zijn er kinderen die onderwijs in combinatie met jeugdhulp nodig hebben maar waarbij de best passende setting nog

27

Een onderwijs-zorggroep is voor kinderen die onderwijs- en zorgondersteuning nodig hebben om zich te kunnen ontwikkelen. Bij een onderwijs-zorgarrangement werken ouders, school en jeugdhulp samen. Een KDC is er voor kinderen van 2 tot 18 jaar met een ontwikkelingsachterstand, (ernstige) verstandelijke of meervoudige beperking (dagbehandeling, dagbesteding, persoonlijke begeleiding en medische zorg).

Evaluatieonderzoek Haagse thuiszittersaanpak po & vo

21

niet bekend is, waardoor zij zowel bij onderwijs als jeugdhulp zijn aangemeld. Enige tijd geleden heeft het samenwerkingsverband po de TLV-procedure aangepast. De nieuwe procedure is een grote verbetering en zorgt ook voor beter zicht op het aantal leerlingen met een TLV dat op de wachtlijst voor gespecialiseerd onderwijs staat. Meer zicht is ook mogelijk door onderwijsdeskundigheid naar het KDC en dagbesteding te brengen, zodat daar samen wordt gekeken wat kinderen nodig hebben. Dit geeft ouders ook meer duidelijkheid, omdat er gezamenlijk een passend perspectief met ouders kan worden besproken. Dit is volgens respondenten een duidelijk verschil met het vo, het is bij jonge kinderen nog veel meer samen puzzelen en observeren om te kijken welk aanbod passend is. Moeilijk plaatsbaar na verwijdering Bij verwijdering van een leerling moeten scholen de verwijderingsprocedure volgen. Zij moeten overleggen met de Inspectie van het Onderwijs en de verwijdering melden bij leerplicht. Ook hebben scholen de verplichting om na verwijdering van een leerling een andere school te zoeken. Als een verwijdering echter niet officieel in gang is gezet, kan een kind thuis komen te zitten, zonder dat de Inspectie van het Onderwijs en de leerplichtambtenaar daarvan op de hoogte zijn. Volgens respondenten komt dit zelden voor.

Vaak is een geweldsincident op school een reden om over te gaan tot schorsing of verwijdering. Volgens enkele respondenten zijn scholen terughoudender geworden in het aannemen van leerlingen die zijn verwijderd vanwege dergelijke incidenten, omdat zij hun leerlingen en personeel willen beschermen. Onzekerheid door veranderingen in de jeugdhulp Sinds 1 januari 2024 zorgen twee samenwerkingsverbanden, Kracht en rondomJou, voor jeugdhulp aan de Haagse jeugd en gezinnen. De verwachting is dat deze transitie bijdraagt aan het gericht inzetten van middelen en doelmatige besteding ervan. Daarnaast moet deze verandering het zicht op het aanbod verbeteren (voorheen waren er bijna 200 gecontracteerde aanbieders). Ook moet de herinrichting van jeugdhulp ervoor zorgen dat wachtlijsten verminderen. Kracht en rondomJou voeren veel hulp zelf uit en hebben bij verschillende aanbieders hulp ingekocht. Met welk samenwerkingsverband/welke hulpverleners een jeugdige te maken heeft, hangt af van de eigen woonwijk. De gezinscoach van Kracht of rondomJou krijgt hiermee een centrale rol in de inzet van hulp. Veel respondenten geven aan dat zij deze verandering spannend vinden. Voorheen konden de regisseurs sociaal domein adviseren over de inzet van benodigde hulp en konden zij ook op basis van dossieronderzoek en onderbouwing van een dreigend scenario bij het CJG om een uitzondering verzoeken.

Dit mandaat hebben zij niet voor het inzetten van een jeugdhulpvoorziening door Kracht of rondomJou. Ook loopt de verwijzing naar jeugdhulp niet meer via de huisarts maar via Kracht en rondomJou waardoor er extra vertraging is (door de wachttijd). Enkele respondenten die direct met thuiszitters te maken hebben, merken al dat de transitie problemen geeft. In sommige situaties van (dreigend) thuiszitten blijkt dat de hulp die de jongere kreeg niet voortgezet kan worden bij de vertrouwde aanbieder waardoor de hulp stopt of wordt onderbroken. Ook komt het voor dat er geen hulp beschikbaar is wegens een gebrek aan personeel bij jeugdhulp. Personeelstekorten en personeelsverloop Personeelstekorten en -wisselingen spelen een rol bij het ontstaan van thuiszitten. Bij veel betrokken partijen is te weinig capaciteit en er is (onder andere door de personeelswisselingen) soms ook een gebrek aan ervaring en expertise. Door het lerarentekort staat (de kwaliteit) van het onderwijs onder druk en gebrek aan personeel is ook een van de oorzaken van wachtlijsten bij allerlei (andere) voorzieningen. Door onvervulde vacatures zijn er volgens enkele respondenten basisscholen die geen vaste leerplichtambtenaar hebben. Scholen kunnen wel bij een algemeen telefoonnummer terecht, maar dit werkt niet goed. Zo krijgen scholen soms geen gehoor en worden niet teruggebeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14020491/1