CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS318437 Bijlage 4 - Cultuurhistorische verkenning Ambassade Galema en Hooimeijer 2018

Gemeenteraad 28 november 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd voorstel van het college inzake Formalisering voorbereidings- en uitwerkingskrediet transformatie Lange Voorhout 102 naar het Nieuwe Eschermuseum (RIS318437)25.523 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

“And there are other little touches that try to catch the spirit of the neighborhood: a narrow balcony on the Lange Voorhout or front side, not of gilded wrought 63

84 zie: Vriend.

85 J.J. Vriend in Bouw, 25 juli 1959, p. 871.

86 Van de Erve, p.580.

87 Van Rooij, p.325.

Zeshoekig patroon op de gevel van De Bijenkorf (links) en gekoppelde Y-vorm Van Leer, Amstelveen (rechts).

Zonlicht strijkt langs de gevel van de ambassade.

iron but a balcony nevertheless; and front stairs to the main entrance that are descendants of the front stairs rising to the older doorways along the way to the Palace”.88 De ophef over de aantasting van het historisch karakter van het Lange Voorhout wordt hierdoor enigszins bijgesteld.

88 Waggoner, p.21.

Genuanceerd modernisme

In tegenstelling tot de Nederlandse architectuurcritici, laten buitenlandse journalisten zich veel minder leiden door de persoonlijke beleving of architectonische voorkeur. De Amerikaanse vakbladen schrijven meer in algemene termen over het buitenlandse architectuurbeleid dan dat ze ingaan op de kwaliteiten van afzonderlijke ambassades of richten zich op de vraag hoe een Amerikaanse ambassade eruit moet zien.89 De artikelen in Duitse en Spaanse publicaties gaan ook in op de gevel van de ambassade, maar proberen de indeling met de trapeziumvormige vensters veel meer te verklaren vanuit een technische of artistieke benadering. De ‘lichtelijk geparfumeerde natuurstenen gevel’ in de bewoordingen van J.J. Vriend komt hierdoor in een ander daglicht te staan. De reden voor de trapeziumvormige vensters ligt op de eerste plaats in het feit dat Breuer gefascineerd is geraakt door de zeshoek of hexagoon. In zijn ogen is de zeshoek de meest efficiënte geometrische vorm, niet alleen omdat het andere vormen op zes punten raakt, maar ook omdat het interessante afgeleide vormen oplevert. In feite is de trapeziumvorm een halve zeshoek en de Y-vorm het raakpunt van drie zeshoeken.

De zeshoek, de trapeziumvorm en de Y-vorm spelen in bijna al zijn gebouwen vanaf de jaren vijftig een rol.90 De Y-vorm keert onder andere terug in de plattegrond van het Unesco­gebouw en in die van het kantoorgebouw voor Van Leer. Voor de gevel van De Bijenkorf komt de toepassing van een zeshoekig patroon wel heel goed van pas vanwege de onmiddellijke associatie met een honingraat. De gevel van de ambassade is hier een afgeleide van en is door Breuers medewerker Joe Neski tot in detail uitgewerkt.91 Het ontwerpen van gesloten bouwvolumes slechts verlevendigd en verluchtigd door textuur en geringe glaspartijen is een karakteristiek in veel van Breuers werk in het 64

89 Zie: Huxtable en Architectural Forum, mei 1955, p.119; februari 1958, p.67-68.

90 Interview Isabelle Hyman, New York, 12 december 2007.

91 Interview Bob Gatje, New York, 12 december 2007.

midden van de jaren vijftig. De architectuurpublicist Cranston Jones schrijft in 1962 dat Breuer in het laatste decennium op zoek was naar de ontwikkeling van een nieuwe gevel. Geconfronteerd met de ‘verblindende monotonie van de geprefabriceerde vliesgevel’, begon Breuer te experimenteren met een gevel waarin een doorlopend patroon meer nadruk heeft dan de herhaling van verdiepingen. Hij ontwikkelde een sculpturale gevel bestaande uit textuur en diepte, kristallijne oppervlakken en beton als afgewerkt materiaal. “This does not mean that Breuer has willfully set his face against the use of glass; his own exploitation of transparent elements in architecture is not one he is likely to abandon”.92 Naast De Bijenkorf in Rotterdam is ook de Amerikaanse ambassade een voorbeeld van deze nieuwe gevel, waarbij gebruik is gemaakt van een systeem van terugliggende vensters dat probeert een geheel te creëren, in plaats van een patroon dat uitlegt hoeveel verdiepingen het heeft. Ook Breuer zelf heeft zich over deze zoektocht naar een nieuwe gevel uitgesproken. In een van zijn gepubliceerde lezingen concludeert hij dat de buitenste kolommen van een gebouw eigenlijk tot de huid behoren en dat ze daar vaak conflicteren met esthetische opvattingen over architectuur.

Ten tweede bieden transparante gevels weliswaar de sensatie van uitzicht en een vrije relatie tussen binnen en buiten, maar vormen ze een armzalige bescherming tegen klimatologische schommelingen en de stralende hitte van de zon. Tenslotte conflicteert de vliesgevel als expressie van moderne technologie met diezelfde technologie, aangezien technische elementen als verwarming en koeling het beste gesitueerd zijn in of dichtbij de buitengevel. In zijn ontwerpen vanaf de jaren vijftig probeert Breuer een architectonische oplossing te vinden die deze drie kwesties oplost. Tezamen met een veranderende houding ten aanzien van de techniek en esthetiek van onbehandeld beton, evolueert dit in het latere werk van Breuer tot compleet betonnen gevels van geprefabriceerde elementen met diepliggende vensters. De gevel van de ambassade speelt een belangrijke rol in de zoektocht naar deze nieuwe architectonische vorm. Door de toepassing van terugliggende panelen is het ook geen abstracte huid geworden, maar een gevel met reliëf en schaduwwerking. Een levendige, plastische gevel die steeds verandert als het licht erlangs schuift. Hiermee neemt Breuer stellingname tegen twee belangrijke principes van de Internationale Stijl: transparantie en zichtbare constructieve elementen. “Form follows function, but not always”, zoals hij in de jaren zestig zijn nuances van het Modernisme verklaart.93 65

92 Cranston Jones, Marcel Breuer 1921-1961, p.25.

93 Breuer, Papachristou, p.10.

Gevel aan het Korte Voorhout vlak na oplevering.

66

67

Wijzigingen na 1960

Omgeving

Franse ambassade (links) en kantoorgebouw Equity & Law (rechts).

Na de voltooiing van de ambassade laat de verdere invulling van het Herziene Weder­ opbouwplan Korte Voorhout nog minstens tien jaar op zich wachten. Ten oosten van de ambassade, aan de andere kant van het Smidsplein, is in 1972 de Franse ambassade gebouwd. Afgezien van de weinig inspirerende architectuur draagt de manier waarop het gebouw op het maaiveld staat niet bij aan een aantrekkelijk straatbeeld. Het gebouw is op een verhoogd voorterrein geplaatst, dat zich met een keermuur en balustrade van de straat afkeert. Naast de Franse ambassade, op de hoek van het Korte Voorhout en de Koninginnegracht, staat het hoofdkantoor van Equity & Law, ontworpen door de Amsterdamse architecten H. le Grand en P. Selle in de periode 1969-1974. Dit gebouw heeft meer variatie in de opzet dan de Franse ambassade, met wisselende verdiepingshoogten en uitkragende volumes. De aanblik van het gebouw wordt vooral bepaald door een horizontale geleding, versterkt door de doorlopende vensterstroken en geprononceerde borstweringen. Het aan de overkant van de Gietkom gelegen Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen is aan het eind van de vorige eeuw gesloopt. Het bouwblok tussen de Gietkom en de Kanonstraat wordt nu ingenomen door het kantoorgebouw De Artillerie in een Neoclassicistische stijl gebouwd naar ontwerp van KOW uit Den Haag.

In plaats van het geplande Paleis van Justitie wordt aan de zuidzijde van het Korte Voorhout een ander departement gebouwd. Het Ministerie van Financiën is een ontwerp van rijksbouwmeester J.J.M. Vegter, gerealiseerd in de periode 1958-1971. Ook dit gebouw kenmerkt zich door een sterke horizontale geleding met geprofileerde betonnen borstweringen en oorspronkelijk terugliggende vensterstroken. Het is één van de weinige brutalistische gebouwen van Nederland. Om de ‘lelijke’ gevel van de Koninklijke Schouwburg te verhullen, is geheel volgens plan een kleine aanbouw gerealiseerd op de hoek met de Schouwburgstraat, dat in de volksmond ‘de puist’ wordt genoemd. Aan het eind van de vorige eeuw is de lelijke gevel bij de renovatie en uitbreiding van de Koninklijke Schouwburg onderhanden genomen. De Belgische architect Charles Vandenhove heeft op een zeer smalle strook een aantal vierkante meters toegevoegd en de oude zijgevel aan het zicht onttrokken.

De inmiddels gesloopte ‘puist’.

Ministerie van Financiën.

Met de grondige transformatie van het Ministerie van Financiën door Meyer en Van Schooten architecten uit Amsterdam is vorig jaar een start gemaakt met de vernieuwing van het Korte Voorhout. Hoewel de renovatie nog in volle gang is, zijn de eerste resultaten duidelijk zichtbaar. Aan de gevel aan het Korte Voorhout is het gebouw over een aantal verdiepingen weggebroken om een doorgang te creëren naar de grootste van de twee binnentuinen die het complex telt. Hierin wordt een nieuwe hoofdentree gemaakt. De andere binnentuin is overkapt waardoor een atrium is ontstaan die onder andere ruimte biedt aan een vergadercentrum. Op de hoek van het Korte Voorhout en de Prinsesse­gracht is een transparante wintertuin toegevoegd. Deze glazen hoekbebouwing zal als een duide68

69

Ludiek homoprotest en anti-kernwapendemon­stratie in de jaren zeventig.

lijk landmark gaan fungeren voor de entree van de Haagse binnenstad. De ‘puist’ is ­recentelijk afgebroken en de gemeente Den Haag en de Rijksgebouwendienst studeren op een mogelijke herontwikkeling. Hierin speelt ook de ontwikkeling van de noordzijde van het ­Korte Voorhout een rol. In 2016 is op de locatie van Equity & Law en de Franse ambassade de nieuwbouw voor de Hoge Raad gerealiseerd, naar ontwerp van Kaan architecten.

‘Plantenbakken’ ter bescherming van de ambassade, 1992.

ring, maar de grindbetonnen open haard is weggewerkt achter een bekleding van houten boekenkasten. De persoonlijke smaak van een van de ambassadeurs heeft hiertoe geleid.

Aan het gebouw van de ambassade zijn in de afgelopen vijftig jaar vooral intern veel wijzigingen doorgevoerd. Deze hebben te maken met veranderende ruimtebehoeften van diplomatieke en ondersteunende diensten. De kantine zou oorspronkelijk op de bovenste verdieping van de USIS-vleugel hebben gelegen. De liftkoker voor het transport van en naar de keuken in het souterrain herinnert hier nog aan, maar de kantine bevindt zich nu in souterrain. Verder zijn in dit bouwdeel extra werkplekken gemaakt door zogenaamde ‘cubicals’ te plaatsen in de bibliotheek en door een deel van de entreehal voor kantoorruimte te benutten. Door dit extra vertrek is de oorspronkelijke zichtlijn naar de tuin verloren gegaan. De bibliotheek heeft vooral aan ruimtelijke kwaliteit ingeboet door de extra werk­plekken en het dichtzetten van de balustrade op de entresol. De meest ingrijpende wijziging is de indeling van de speciaal beveiligde afdeling op de bovenste verdieping van de kanselarij. De gangstructuur is hier volledig doorbroken en vervangen door een wirwar van ruimten deels beplakt met aluminiumfolie tegen (elektromagnetische) stralingen.

De belangrijkste wijzigingen die in het gebouw zijn doorgevoerd, zijn het gevolg van de steeds strengere veiligheidseisen. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw is de ambassade regelmatig het strijdtoneel van protesten tegen de imperialistische politiek en het minderhedenbeleid van de Verenigde Staten. 94 In Den Haag variëren de protesten van ludieke optredens op de stoep, het blokkeren van de hoofdingang en het bekladden van de gevel met leuzen. Tot echt harde confrontaties komt het niet. Dit in tegenstelling tot Amerikaanse ambassades in het buitenland. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw vinden er verschillende incidenten en aanvallen plaats in het Midden-Oosten en Afrika die ertoe leiden dat strengere veiligheidseisen worden doorgevoerd. Dit leidt tot vervanging van een aantal diplomatieke posten en aanpassing van bestaande ambassades. Ook in Den Haag worden maatregelen getroffen die de kans op aanvallen moeten verkleinen. Op het trottoir worden tijdelijk betonnen ‘plantenbakken’ geplaatst tegen het gevaar van rammende voertuigen en er geldt een steeds strenger toegangsregime. Na 9/11 blijkt een vergaande intensivering van de veiligheidseisen onafwendbaar met allerlei tijdelijke maatregelen in de openbare ruimte rond de ambassade tot gevolg.

Uiteindelijk worden de oorspronkelijke entreepartijen afgesloten en aan de zijde van het Smidsplein wordt een container geplaatst waar de controle van bezoekers en bagage plaatsvindt. Ten behoeve van de rolstoeltoegankelijkheid is aan de kopgevel van het Smidsplein een voorziening getroffen, evenals op het binnenterrein ter plaatse van de entreehal. In de tuin is het verhoogde grasvlak diagonaal doorsneden door een looppad en het breukstenen plaveisel vervangen door moderne betonklinkers.

Van de oorspronkelijke inrichting van het auditorium is weinig over. De akoestische wandbekleding, de theaterstoelen en de verlichtingsarmaturen zijn verwijderd. De ruimte is door een tussenwand opgesplitst en voorzien van een verlaagd plafond. Hierdoor is het ruitvormige patroon van de dakconstructie aan het zicht onttrokken. Met uitzondering van een toiletgroep in de kelder van de kanselarij, zijn alle natte cellen van nieuw sanitair voorzien. De oorspronkelijke terracotta vloertegels en de lichtblauwe wandtegels zijn vervangen. De kantoren in de kanselarij zijn, voorzover bekend, niet ingrijpend gewijzigd. De conferentiezaal en de ambassadeurskamer hebben nog de oorspronkelijke betimme-

Ook in het gebouw hebben strengere veiligheidseisen tot wijzigingen geleid. Voor alle vensters op de begane grond en in het transparante tussenlid zijn tralies geplaatst. De entree­hal in de kanselarij heeft veel aan ruimtelijkheid ingeboet doordat doorgangen zijn dicht­gezet en de loopbrug van een hekwerk is voorzien. In een aantal gevallen is geprobeerd de trapeziumvorm van Breuer te laten terugkeren, zoals in het loket in de zijwand van de entreehal en het hekwerk van de loopbrug. Ondanks de interne wijzigingen en toevoegingen zijn geen grote bouwkundige ingrepen gedaan en zijn de hoofdopzet en de gevels van de ambassade intact gebleven.

Interne wijzigingen

70

71

94 Over de rol van de ambassade in de politieke en diplomatieke relaties tussen Nederland en de VS verscheen in 2016: Duco Hellema, Giles Scott-Smith (red.), De Amerikaanse Ambassade in Den Haag; een blik achter de schermen van de AmerikaansNederlandse betrekkingen, Amsterdam 2016.

Binnenterrein met verhoogd grasvlak, plaveisel van breuksteen en noodtrap van het auditorium.

72

73

De ambassade in beeld: mei 2018

74

75

Gevels

De gevels aan het binnenterrein en van het auditorium zijn eveneens met natuursteen bekleed. De entreepartijen aan het Lange Voorhout (links) en het Korte Voorhout (rechts).

De natuurstenen gevel met de karakteristieke trapeziumvormige vensters en panelen. Tussen de panelen van kalksteen en graniet is een subtiel reliëf zichtbaar. Linksonder zijn de verschillende frijnrichtingen zichtbaar en het patina dat hierdoor is ontstaan.

76

77

Interieur algemeen

De lifthal en het hoofdtrappenhuis zijn bekleed met serpentino strips. Het trappenhuis was oorspronkelijk een geheel met de lifthal en is nu door puien gescheiden. Ook de gangen in de USIS-vleugel worden door tussenpuien gescheiden van het tussenlid. Ook dit is op de begane grond van traliewerk voorzien.

De gangzones worden bepaald door het ritme van de kolommen. De kamers ter weerszijden hebben een variabele breedte. Op begane grond en in sommige vertrekken op de bovenste verdieping zijn de vensters gebarricadeerd. In het souterrain bevinden zich sanitaire ruimte en keuken met oorspronkelijke betegeling en plafond (onder).

78

79

Het souterrain met technische ruimten en parkeergarage. Op de bovenste verdieping bevond zich het communicatiecentrum van de ambassade deels voorzien van aluminiumfolie op wanden en plafond (onder).

80

Enkele tussenwanden zijn nog voorzien van oorspronkelijke stopcontacten. Van de door Breuer ontworpen deurknop (afgebeeld op pag. 54) zijn nog enkele exemplaren te vinden, naast deze RVS-variant (vermoedelijk om hygiënische redenen toegepast). De kantine in het souterrain is niet origineel (onder).

81

Ambassadeurskamer

Audiotorium

De ambassadeurskamer heeft nog deels de oorspronkelijke door Breuer ontworpen teakhouten wandbekleding, die in een mahoniekleur is overgebeitst. De deur naar het balkon volgt de trapeziumvorm. De oorspronkelijke, gebouchardeerde, betonnen haard is met hout omkleed.

Het venster in het opgedeelde auditorium is voorzien van traliewerk. Boven het verlaagde plafond gaat het oorspronkelijke plafond met ruitvormig patroon schuil.

82

83

Bibliotheek

Conferentiezaal

De bibliotheek is nog grotendeels origineel: het plafond met verlichtingsarmaturen, teakhouten trap en balustrade van de entresol, de gebouchardeerde, betonnen kolommen en een groot deel van de door De Coene uit België vervaardigde boekenkasten.

De conferentiezaal heeft op alle vier de wanden nog de oorspronkelijke teakhouten betimmering en oorspronkelijke plafond. De radiatoren en radiatorkasten zijn gewijzigd.

84

85

Entreehallen

De entreehal aan het Lange Voorhout heeft nog grotendeels oorspronkelijke wandbekleding met serpentino strips en teakhouten puien. De entreehal aan het Korte Voorhout (linksonder) heeft een gewijzigde entreepui. De hal is verkleind waarbij een extra vertrek in de oorspronkelijke zichtas is geplaatst (rechtsonder). Zie de foto op pag. 52 (onder) voor het oorspronkelijke beeld.

86

De loopbrug is voorzien van traliewerk, dat net als de teakhouten loketten ‘in de stijl van Breuer’ is ontworpen. Beide zijn niet origineel.

87

Terreininrichting

Zicht op het binnenterrein met het verhoogde grasvlak en de metselwerk scheidingsmuur naar de belending. Het grasvlak is voorzien van een diagonale doorsnijding, die niet als het plaveisel niet oorspronkelijk is.

Ten behoeve van de rolstoeltoegankelijkheid zijn op het binnenterrein en op de kop van het gebouw aan het Smidsplein hellingbanen toegevoegd (boven). Rondom de dienstingang aan het Smidsplein zijn verhoogde hekwerken geplaatst. Op de achtergrond de nieuwbouw van de Hoge Raad (linksonder). De zuilbeuk ter plaatse van het tussenlid is origineel.

88

89

Cultuurhistorische waardering

B OUW HIS T OR IS CHE WAAR DE Het ambassadegebouw heeft een unieke bouwhistorische

Op grond van de resultaten van het in 2008 uitgevoerde onderzoek en het recent uitgevoerde veldwerk in het gebouw kan worden geconcludeerd dat de voormalige Amerikaanse ambassade van hoge cultuurhistorische waarde is. In onderstaand overzicht wordt uiteengezet op grond van welke specifieke deelwaarden tot deze conclusie is gekomen.

GE B R UIKS HIS T OR IE Vanaf de ingebruikname in 1959 tot 2017 is het gebouw in gebruik

A LG E M E N E H I S T O R I S C HE WA A RD E De voormalige Amerikaanse ambassade is een gebouw

van internationale betekenis vanwege het unieke architectuurbeleid van de Verenigde Staten dat ten doel had het land door middel van moderne architectuur in het buitenland te representeren ten dienste van de geopolitieke ambities en diplomatieke betrekkingen. Het gebouw staat symbool voor de hechte diplomatieke banden tussen de VS en Nederland (de oudste diplomatieke post van Amerika), die na de Tweede Wereldoorlog werden verstevigd en bekrachtigd door een nieuw ambassadegebouw. Binnen de Haagse context is het gebouw van belang als onderdeel van het wederopbouwplan Korte Voorhout, waarvan de ambassade het enige, nog authentieke gebouw is.

E N SE M B L E WA A R D E Het gebouw neemt in ruimtelijk opzicht een sleutelpositie in tussen

de hoog monumentale, historische omgeving van het Lange Voorhout en de moderne, zakelijke omgeving van het wederopbouwplan Korte Voorhout. Hoewel het gebouw vaak wordt gezien als een storend element, sluit het met zijn hoogte en volumeopbouw aan bij het Lange Voorhout en reageert het door de verspringing in de rooilijn op de tegenoverliggende bebouwing aan het Korte Voorhout. Samen met het gerenoveerde Ministerie van Financiën (1970) vormt het gebouw een moderne stadsentree, die ondanks het recente gebouwde kantoor van de Hoge Raad (2015), nog steeds herkenbaar is.

A RC H IT E C T U U R H I S T O RI SCHE WA A RD E Het ambassadegebouw is één van de drie, vrijwel gelijktijdig door Marcel Breuer ontworpen gebouwen in Nederland. Het gebouw draagt hiermee bij aan de wereldwijde verspreiding van de Internationale Stijl, die mede door Breuer als voormalig Bauhausmeester in de Verenigde Staten tot ontwikkeling kwam. Het gebouw is tevens exemplarisch voor de schaalvergroting die het werk van Breuer halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw doormaakte. Deze ontwikkeling ging gepaard met een zoektocht naar een nieuw type gevel, waarin Breuer het gedachtegoed van het Modernisme nuanceerde en een meer persoonlijk, sculpturaal idioom ontwikkelde. Het interieur is van betekenis vanwege de hoogwaardige afwerking van algemene ruimten en enkele bijzondere vertrekken als bibliotheek, auditorium, conferentiezaal en ambassadeurskamer.

90

waarde vanwege de hoogwaardige materiaaltoepassing en detaillering, die grotendeels is gebaseerd op Amerikaanse specificaties. Voor de uitvoering is gebruik gemaakt van voorgeschreven leveranciers voor materialen en producten uit de Verenigde Staten, en van leveranciers daarbuiten, vaak als aflossing van oorlogsschulden.

geweest als ambassade van de Verenigde Staten. Een speciaal voor dit doel ontworpen gebouw is binnen de Nederlandse context zeldzaam. Naast de betekenis voor de diplomatieke betrekkingen staat het gebouw ook symbool voor de veranderende houding van het publiek ten aanzien van Amerikaanse politiek en buitenlandbeleid. De vrij toegankelijke ambassade veranderde door de jaren in een streng beveiligde en gebarricadeerde ­‘bunker’ die de acceptatie van het ontwerp van Breuer en de Amerikaanse vertegen­ woordiging op deze plek geen goed deed.

Waardering per schaalniveau

R UIM T E LIJKE OP Z E T De opzet van de ambassade is helder en overzichtelijk met twee

evenhoge, haakvormig geplaatste volumes onderling verbonden door een transparant tussenlid. Deze omsluiten een binnenterrein waarop het auditorium als een bijna vrijstaand paviljoen is geplaatst. Een dergelijke ruimtelijke typologie is kenmerkend voor het oeuvre van Breuer. Van belang zijn de oorspronkelijke zichtlijnen door beide entreehallen en door het tussenlid die voor visueel contact tussen gebouw, binnenterrein en omgeving zorgen.

S T R UCT UR E LE OP Z E T Kenmerkend voor de structurele opzet van beide volumes is de middengang waarlangs de kantoorvertrekken zich bevinden. Deze gangzone wordt begrensd door in het zicht gelaten betonnen kolommen. Ter weerszijden hiervan bevinden zich kantoorvertrekken in wisselende breedtes, afhankelijk van het gebruik. Deze opzet is kenmerkend voor kantoorgebouwen uit deze periode. De waardering volgt de mate van flexibiliteit van deze structuur. De kolommen zijn hoog monumentaal (overanderbaar), de gangwanden dragen bij aan het lineaire karakter en daarom positief gewaardeerd (beperkt aanpasbaar) en de scheidingswanden zijn indifferent (flexibel). Deze structuur van lange gangen en variabele kantoorvertrekken wordt afgewisseld door enkele bijzondere elementen, zoals de trappenhuizen, het transparante tussenlid, de entreehallen en de bibliotheek. Deze zorgen voor contrast in structuur en beleving van het gebouw.

GE VE LS De natuurstenen bekleding van Muschelkalksteen en de trapeziumvormige vensters vormen een uniek patroon dat subtiel is verlevendigd door de afwisselende frijnrichtingen en de iets verdiepte panelen van Reinersreuther graniet. Het geheel is op een doorgaande, zwarte bakstenen plint geplaatst, die doorloopt in de keermuren en souterraingevels aan de achterkant van het gebouw.

91

M AT E RIA A L G E B R U I K , D ETA I L L ERI N G EN A F WERKI N G Het gebouw kenmerkt zich door de

toepassing van ingetogen en natuurlijke materialen, terughoudend kleurgebruik en een doordachte maatvoering en detaillering. Lichtgrijze natuursteen vormt het hoofdmateriaal voor de gevels. De natuurstenen bekleding van de gevels loopt naadloos over in de wanden en vloeren van entreepartijen.

Waardering per onderdeel

Exterieur – gevels

HOGE M ONUM E NT WAAR DE INT E RIE U R Het gebruik van licht- en donkergrijze natuursteen voor vloeren en wanden

keert terug in de trappenhuizen van het gebouw. Kolommen, balustrades en loopbruggen in entreehallen en gangzones zijn van gebouchardeerd beton en oorspronkelijk onbeschilderd. Het kleurenpalet beperkt zich tot lichte tinten en materiaaleigen kleuren, zoals het teakhout van trapleuningen, deurknoppen en betimmeringen van bibliotheek, conferentiezaal en ambassadeurskamer. In veel vertrekken bevindt zich nog het oorspronkelijke plafond met ingebouwde verlichtingsarmaturen en speciaal vervaardigde ventilatieroosters. Deze zijn representatief voor het oorspronkelijke, hoogwaardige afwerkingsniveau. Bijzondere ruimten zijn de bibliotheek met sculpturale betonnen kolommen en het auditorium met expressieve dakconstructie, die typerend zijn voor het oeuvre van Breuer.

• gevels van beide vleugels en het auditorium, rondom met natuursteen bekleed; • trapeziumvormige stalen vensters met granieten dorpels; • doorgaande plint en souterraingevels van zwart metselwerk; • vliesgevels van het tussenlid; • gevel en pui van verbindingsgang naar auditorium • trappartijen naar de entreeportieken aan Lange en Korte Voorhout; • zijwanden, vloeren en plafonds van de entreeportieken; • teakhouten paneel met uitgesneden wapen van de Verenigde Staten in entreeportiek Lange Voorhout; • teakhouten puien van entree Lange Voorhout; • betonnen vluchttrap vanuit de projectieruimte auditorium. INDIFFE R E NT E M ONUM E NT WAAR DE N

T E RRE IN I N R I C H T I N G Het binnenterrein heeft een redelijke mate van intimiteit door de

ligging in de oksel van de twee volumes, de positionering van het auditorium en de afschermende wand tegen de belendende percelen aan het Lange Voorhout. De ruimte is bewust leeg gehouden om de ruimtelijke relatie tussen binnen en buiten te kunnen ervaren. Het verhoogde grasvlak en de zuilbeuk ter plaatse van het tussenlid brengen natuur in de ruimte, maar zijn ook van betekenis voor de ruimtebeleving.

• dubbele metalen deuren entree Lange Voorhout; • metalen pui van entree Korte Voorhout; • rolluiken in entreeportieken; • metalen deur en raam in pui aan binnenterrein van voormalige entreehal Lange Voorhout; • houten pui aan het binnenterrein van oorspronkelijke entreehal Korte Voorhout; • traliewerken aan buitenzijde auditoriumvenster; • nieuwe entree met vensterstrook onderzijde auditorium (aan hellingbaan). • nieuwe roldeur en toegangsdeur parkeerkelder.

Exterieur - terreininrichting

HOGE M ONUM E NT WAAR DE

• scheidingsmuur naar belending en keermuren langs ingang parkeerkelder van zwart metselwerk; • betonnen terreinafscheiding noordzijde; • laag stripstalen hekwerk op keermuur langs auditorium en binnentuin; • deel van terreinmuur aan Smidsplein van zwart metselwerk. INDIFFE R E NT E M ONUM E NT WAAR DE N

• spijlenhek aan straatzijde ter plaatse van het tussenlid; • hellingbanen voor mindervalide, toegangstrappen en keermuren van zwart metselwerk met RVS-hekwerken tegen kopgevel Smidsplein; • idem langs achtergevel kanselarij; • aangepaste terreinmuur, spijlenhek, rolhek en portiersloge bij achterentree Smidsplein; • spijlenhek langs terreinafscheiding noordzijde; • toegevoegde elementen zoals afdaken en bergingen.

92

93

Interieur

H O GE M O N U M E N T WA A RD E

• zijwanden en vloeren van entreehallen; • gebouchardeerde betonnen loopbrug in entreehal Lange Voorhout; • liftkokers voorzien van christallino wandbekleding; • lifthallen met originele christallino wandbekleding; • hoofdtrappenhuis en secundaire trappenhuizen; • gebouchardeerde kolommen in de gangzones (inclusief portaal op 3e verdieping); • zijwanden, vloeren, trappen en plafondafwerking van verbindingsgang naar auditorium; • oorspronkelijk zichtbare, ruitvormige dakconstructie van het auditorium; • bibliotheek met gebouchardeerde kolommen, teakhouten trap, tussenverdieping met stalen dragers, houten vloerdelen en teakhouten reling; • oorspronkelijk plafond met originele armaturen in de bibliotheek • ambassadeurskamer met teakhouten wandafwerking en gebouchardeerd betonnen haardpartij; • conferentiezaal met teakhouten wandafwerking.

Waardestellingskaarten

Naast deze cultuurhistorische waardestelling in woord, zijn de zogenaamde monumentwaarden van de ruimtelijke structuur, de gevels, constructie en indeling in kleur aangegeven op de meest recente plattegronden. Hierbij zijn de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek 2009 van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zoveel mogelijk gevolgd. De hierin toegepaste kleuren zijn: blauw voor hoge, groen voor positieve en geel voor indifferente monumentwaarde. Volgens de richtlijnen zijn hoge monumentwaarden (blauw) van cruciaal belang voor de structuur en/of betekenis van het object. Positieve monumentwaarden (groen) zijn van belang voor de structuur en/of betekenis van het object. Indifferente monumentwaarden (geel) van relatief weinig belang voor de structuur en/of betekenis va n het object. In de toelichting per schaalniveau zijn de positief, hoog en indifferent gewaardeerde onderdelen nader toegelicht. Tekst en waarderingstekeningen kunnen echter niet los van elkaar ‘gelezen’ worden, omdat informatie uit de tekst niet in alle gevallen op kaart kan worden weergegeven en omgekeerd.

POSIT IE V E M O N U M E N T WA A RD EN

• zijwanden van gangzones op begane grond en verdiepingen die bepalend zijn voor de ruimtelijke opzet (inclusief metalen kastdeuren installaties); • sanitaire ruimten in het souterrain met oorspronkelijke vloer- en wandtegels; • voormalige keukenruimte in het souterrain met oorspronkelijke vloer- en wandtegels en plafondafwerking; • enkele toegevoegde wandafwerkingen van christallino in de lifthallen; • projectieruimte met toegangstrap in het auditorium; • pantryruimte bij de ambassadeurskamer. IND IFFE R E N T E M O N U MEN TWA A RD EN

• niet oorspronkelijke wanden, puien en deuren ter compartimentering en afsluiting van entreehallen, lifthallen, hoofdtrappenhuis, tussenlid en gangzones; • zichtlijn blokkerende scheidingswand in de entreehal aan het Korte Voorhout; • scheidingswanden tussen de kantoorvertrekken; • indeling en afwerking van sanitaire ruimten op begane grond en verdiepingen; • podium, scheidingswand en systeemplafond in auditorium; • houten panelen in de balustrade van de bibliotheek; • niet-oorspronkelijke radiatoren in conferentiezaal en ambassadeurskamer; • traliewerken langs de puien van de begane grond en op balustrade van loopbrug in entreehal Lange Voorhout; • indeling van de speciaal beveiligde bovenste verdieping aan het Lange Voorhout; • indeling van portiersloge op de begane grond aan het Lange Voorhout.

94

Op de volgende pagina’s zijn de waarderingskaarten per verdieping gerangschikt. Deze zijn gemaakt op basis van door Braaksma & Roos aangeleverde tekeningen. Na uit­voering van het veldwerk is gebleken dat deze niet honderd procent up-to-date zijn. De werkelijke indeling kan dus afwijken van de indeling op de waarderingskaarten. Vervolgens zijn de waarderingstekeningen van de gevels te vinden. Deze zijn gebaseerd op de oorspronkelijke geveltekeningen van Marcel Breuer. Door gebrek aan actuele geveltekeningen zijn wijzigingen, met name in erfafscheidingen en hekwerken, indicatief aangegeven. Het verdient aanbeveling de tekeningen separaat af te drukken op groot formaat. De maat van het gebouw leent zich niet voor opname in een A4-rapport. De bij de waarderingstekeningen afgebeelde legenda is gebaseerd op de legenda uit de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek.

95

96

97

98

99

100

101

102

103

104

105

106

107

108

109

110

111

112

113

Conclusie en aanbevelingen De Amerikaanse ambassade van Marcel Breuer is een gebouw van internationale bete­ kenis. Het gebouw is het resultaat van het unieke en kortstondige architectuurbeleid van de Verenigde Staten dat ten doel heeft het land door middel van moderne architectuur in het buitenland te presenteren ten dienste van de diplomatieke betrekkingen. Hierdoor is het niet alleen belangrijk cultureel erfgoed van de Verenigde Staten, maar symboliseert het ook de machtsverhoudingen in de wereld ten tijde van de Koude Oorlog. Een tweede internationale betekenis is het feit dat de architect in de jaren dertig van de vorige eeuw – vanwege etnische en culturele onderdrukking van Nazi-Duitsland – uitwijkt naar de Verenigde Staten. Hier brengt hij het gedachtegoed van het Bauhaus voort en draagt bij aan de wereldwijde verspreiding van de Internationale Stijl. Mede door de ambassade bereikt de Internationale Stijl ook Nederland. Natuurlijk heeft het gebouw ook betekenis voor de stad Den Haag. Op de eerste plaats als onderdeel van het wederopbouwplan Korte Voorhout, waarin het gebouw een sleutelpositie inneemt, zowel in de constellatie van stedenbouwkundige ruimten als in de overgang tussen de historische bebouwing van het Lange Voorhout en het herbouwde Korte Voorhout.

Het is een van de eerste moderne gebouwen van naoorlogs Den Haag waardoor de discussie over moderniteit versus historiciteit een forse impuls krijgt. En tenslotte levert het gebouw een bijdrage aan de culturele en architectonische rijkdom van Den Haag als regeringsstad en als internationale stad van recht, vrede en veiligheid. Binnen het oeuvre van Marcel Breuer neemt het gebouw eveneens een bijzondere positie in. Het is exemplarisch voor de schaalvergroting die het werk van Breuer halverwege de jaren vijftig van de vorige eeuw doormaakt. Dit leidt ertoe dat Breuer op zoek gaat naar een nieuwe vormentaal waarin het gedachtegoed van de Internationale Stijl, waarvan hij zelf een van de grondleggers is, evolueert tot een meer persoonlijke stijl. Dit manifesteert zich in het ontwerp van de ambassade in de bijzondere gevel met het karakteristieke patroon van trapeziumvormige vensters en de natuurstenen bekleding. De conclusie is dat er voldoende motieven zijn om het gebouw voor de toekomst te behouden en een nieuwe bestemming te vinden die past bij de cultuurhistorische bete­ kenis van het gebouw. Deze verkenning brengt in beeld wat hiervoor de aanknopings­ punten zijn. Een belangrijk pluspunt is dat het gebouw aan de buitenkant nog grotendeels intact is en dat weinig structurele wijzigingen zijn aangebracht.

Het verdient aanbeveling om bij toekomstige plannen de oorspronkelijke verhouding tussen gesloten bouwdelen en transparante elementen terug te brengen, waardoor zichtlijnen door het blok kunnen worden hersteld. Het bijzonder vormgegeven auditorium verdient een rehabilitatie vanwege de unieke dakconstructie. Tenslotte dienen eventuele toevoegingen, zowel in exterieur als interieur, met respect voor het oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik te worden ontworpen, zodat het oorspronkelijke karakter van Marcel Breuers creatie weer volledig tot zijn recht komt. 114

115

Verantwoording

Projectgegevens

Deze cultuurhistorische verkenning is gebaseerd op archiefonderzoek in Nederland en de Verenigde Staten. Het bureauarchief van Marcel Breuer is grotendeels ondergebracht in de Archives of American Art, onderdeel van Smithsonian Institute in Washington DC. De speciale collecties van Syracuse University in de staat New York bevatten vele schetsen en tekeningen, maar uit vooronderzoek is gebleken dat zich daar geen materiaal over de ambassade bevindt. Ook is uitgebreid literatuuronderzoek in Nederland en de VS verricht. De publicatie The Architecture of Diplomacy van architectuurhistoricus Prof. Jane C. Loeffler is een uiterst waardevolle bron gebleken voor het internationale perspectief van de ambassade. Haar dissertatie en het gesprek met haar in Washington DC heeft diverse aanknopingspunten opgeleverd voor verder onderzoek.

NAW-gegevens

Onderaannemers

Voormalige ambassade van de

W. Slotboom en Zoon N.V., Den Haag (verwarming,

Verenigde Staten van Amerika

ventilatie en airconditioning) / John Kager, Leiden

Lange Voorhout 102

(loodgieter) / Croon en co N.V., Rotterdam (elektri-

2514 EJ Den Haag

sche installaties) / H. Otto, Leiden (schilderwerk) /

Daarnaast hebben Robert F. (Bob) Gatje en Prof. Isabelle Hyman in een interview in New York City hun kennis gedeeld wat betreft de positionering van de ambassade in het oeuvre van Marcel Breuer. Gatje is voormalig partner in het bureau van Breuer en schreef een biografie over zijn leven. Hyman was voor haar academische carrière persoonlijk assistent van Breuer en stelde jaren later een uitgebreide oeuvrecatalogus samen. Tenslotte is veldwerk op locatie verricht. De ambassade is in 2008 bezocht onder begeleiding van Cees van der Kruk, maintenance supervisor van de Amerikaanse ambassade. Om veiligheidsredenen zijn slechts enkele foto’s van dit bezoek gepubliceerd in het oorspronkelijke rapport. Voor deze herziene versie is het ambassadegebouw opnieuw bezocht op 14 mei 2018. Dit keer konden alle ruimten worden bekeken en gelden er geen restricties voor het publiceren van foto’s. De waarderingskaarten zijn gebaseerd op plattegronden zoals die door de ambassade zijn overgedragen aan de gemeente Den Haag. Ten tijde van dit onderzoek waren deze tekeningen, en alle overige documentatie zoals bestek en correspondentie, in beheer bij Braaksma & Roos architectenbureau in Den Haag. Deze tekeningen komen echter niet overeen met de huidige situatie en zijn niet maatvast.

J. Buise en Zoon, Rotterdam (timmer- en ijzerwerk) / Rijksmonumentnummer

Leveranciers o.a. Opdrachtgever voor de bouw

Mobilier Universel, België (kantoormeubilair) /

Foreign Buildings Operations (FBO),

Siemens, Den Haag (geluidsinstallatie auditorium) /

Department of State, Washington DC

D.M. Schakel, Amsterdam (gordijnen auditorium) / Raket N.V., Arnhem (stoelen auditorium) /

Architect

Henry Hope & Sons, Birmingham (stalen kozijnen) /

Marcel Breuer AIA, New York City

De Coene, Kortrijk (wandbetimmeringen, ­boekenkasten) / De Valk Kleiwaren Industrie,

Medewerkers

Interieurarchitecten

Kostenoverzicht

Anita Möller Laird, FBO, Washington DC;

Grondkosten: NLG 480.000 / Bouwkosten inclusief

Jules Wabbes, Brussel

technische installaties: NLG 4.061.000 / Inrichting, meubilair en telecommunicatie: NLG 1.000.000

Projectarchitect tijdens de bouw Peter Morton, New York City Bouwvoorbereiding Leo A. Riordan, regionaal directeur, FBO,

Hoofdopzichter Brigham G. Holbrook, FBO, Den Haag Constructeur Bakker en Dicke, Rotterdam Hoofdaannemer Ingenieursbureau voor Bouwnijverheid, Oegstgeest

116

Echt (baksteen)

Leo de Bever, Rem Huygens, Julian J. (Joe) Neski

Washington DC

De opzet van deze herziene cultuurhistorische verkenning is identiek aan het oorspronkelijke rapport uit 2008. Een uitzondering zijn de waardering, de toelichting hierop en de waarderingstekeningen. Deze zijn volgens de huidige richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed opgesteld.

Van Stokkum N.V., Venlo (natuursteenwerken)

532222

117

Bronnen Geraadpleegde literatuur

Bouw, 25 juli 1959, p.866-871

‘Amerikanischer Botschaft, Den Haag’, Deutsche

‘Good looks abroad – why not here?’, Architectural

Bauzeitung, juni 1960, p. 304-309

Forum, februari 1958, p.67-68

Harry V. Anderson, ‘Interior design: an adjunct of

Pierre Gueguen, ‘Ambassade américaine, La Haya,

diplomacy’, Interior Design, august 1958, p.61

Hollande’, l’Architecture d’Aujourd’hui, februari 1960, p.61-63

‘A new kind of bearing wall’, Architectural Record, december 1956, p.171-176

Rene d’Harnancourt (et.al.), 50 jaar moderne kunst

Jane C. Loeffler, ‘Embassy Design: security vs.

ir. A. Volbeda, ‘Een boek over Nervi’, Bouw,

opennes’, Foreign Service Journal, september 2005,

p.162-164

p.44-51 J.J. Vriend, ‘Vliegende decorateurs; het gebouw van ‘New Look, Diplomatischer Missionen der USA’,

de Amerikaanse ambassade in Den Haag, De Groene

Baukunst und Werkform, juni 1959, p.313

Amsterdammer, 11 juli 1959, p.10

‘Marcel Breuers Amerikaanse ambassade blijkt

Walter H. Waggoner, ‘The new American embassy;

aanwinst’, De Haagsche Courant, 16 mei 1959

link between old and new’, ‘s-Gravenhage, juni

(wekelijks bijvoegsel)

1958, p.19-21

in de USA; architektuur, schilder- en beeldhouw‘Bouw Amerikaanse ambassade gegund’, Bouw,

kunst, grafiek, Den Haag, Gemeentemuseum, 1956,

‘Nieuwe Amerikaanse ambassade te ‘s-Gravenhage’,

1957, p.682

tent.cat.

Bouw, p.300-301

Marcel Breuer, Tician Papachristou, New Buildings

Leo A. van Heijningen, Jean-Paul Baeten, Hildegard

Leslie Piña, Dunbar, fine furniture of the 1950s,

and projects, 1960-1970; and work in retrospect,

Blom, Honderd jaar Haags Bouwen; over ‘eigen­

Atglen, Schiffer Publishing, 2000

1921-1960, London, Thames and Hudson, 1970

zinnige’ architecten, een ‘niet-be-grijpend’ publiek

Archives of American Art, Smithsonian Institute,

en ‘wispelturige’ kranten, Den Haag, Berlage

‘Recent Work of Marcel Breuer’, Architectural

stichting, 1984

Record, January 1960, p.123-129

Ada Louise Huxtable, ‘Sharp debate: What should

A. van Rooy, ‘Gast-architect in Nederland’, Katholiek

‘Embajada de U.S.A.-La Haya’, Revista Informes de

an Embassy be?’, New York Times Magazine,

Bouwblad, 1959 (21), p. 321-332

la Construcción, april 1961 (130), p.144-150

18 september 1960, p.36-46

Meredith L. Clausen, Pietro Belluschi, modern

W.S. van der Erve, ‘Over het gebouw voor de

Isabelle Hyman, Marcel Breuer, Architect.; The

New York 1960; Architecture and Urbanism between

Ambassade der V.S. te ‘s-Gravenhage van architect

career and the buildings, New York, Harry N.

the second World War and the Bicentennial, Keulen,

Marcel Breuer’, Bouwkundig Weekblad, 28 novem-

Abrams, inc. publishers, 2001

Benedikt Taschen Verlag, 1997

Hans Ibelings, Americanism; Nederlandse architec-

‘The 20th century form givers’, Time magazine,

Marie Ferran-Wabbes, Jules Wabbes, 1919-1974:

tuur en het transatlantische voorbeeld, Rotterdam,

2 juli 1956

architecte d’interieur, Tournai, La Renaissance du

NAi uitgevers, 1997

Livre, 2002

United States Information Service, An introduction Cranston Jones, Form givers at mid-century, New

to the new American Embassy building, Den Haag,

York, Time Inc., 1959

1955 (circulaire)

Cranston Jones (red.), Marcel Breuer; Buildings and

‘US State Department overseas’, Architectural

projects, 1921-1961, New York, Praeger, 1962

Forum, mei 1955, p.119

Jane C. Loeffler, The Architecture of Diplomacy;

‘Vertraging in bouw Amerikaanse ambassade te

Building America’s Embassies, New York, Princeton

Den Haag’, Bouw, 1956, p.378

van Den Haag, plannen en processen in de Haagse

Robert F. Gatje, Marcel Breuer; A memoir, New York,

‘Gebouw voor Amerikaanse ambassade, Den Haag’, 118

Braaksma & Roos architectenbureau, Den Haag Gemeentearchief, Den Haag Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam

ber 1959, p.580

Monacelli Press, 2000

Bouwarchief Amerikaanse ambassade, gedurende dit onderzoek in beheer bij

Robert A.M. Stern, Thomas Mellins, David Fishman,

stedebouw 1890-1990, Zwolle, Waanders, 1991

Washington DC Archief Jan Versnel, Amsterdam

American architect, Cambridge, The MIT Press, 1994

Victor Freijer (red.), Het veranderend stadsbeeld

Geraadpleegde archieven

Architectural Press, 1998 119

Colofon Opdrachtgever

Fotoverantwoording

Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling

AD/Haagsche Courant, Den Haag (69 lo)

Onderzoek en samenstelling

Amerikaanse ambassade, Den Haag

Wijnand Galema, Fransje Hooimeijer, Rotterdam

(41 b en lo, 55 o) Marcel Breuer papers, 1920-1986, Archives

Waarderingskaarten

of American Art, Smithsonian Institution,

Cornelis van Wieren, Rotterdam

Washington D.C. (114)

3D-tekeningen

Dienst Stedelijke Ontwikkeling, Den Haag

Wouter Nieuwenhuis, Amsterdam

(14 rm, 70) Wijnand Galema, Rotterdam

Grafisch ontwerp en opmaak

(35 lo, 48, 53 m.u.v. rb, 57 r, 76 t/m 89)

De Ontwerpers, Marjet van Hartskamp

Gemeentearchief Den Haag

en Peggy Theeuwen, Breda

(10, 11, 14 lm en lo, 69 lb, rb en ro) Rob ’t Hart, Rotterdam

Druk- en bindwerk oorspronkelijke editie 2008

(35 b)

Hollandridderkerk, Ridderkerk

Fransje Hooimeijer, Rotterdam (14 ro, 20, 21, 22)

Met dank aan

Jane Loeffler, Washington D.C.

Leo de Bever, Eindhoven (†2015)

(71)

Bob Gatje, New York City (†2018)

Van Stokkum bv, Venlo

Rem Huygens, Woodbine, GA (†2008)

(41 ro, 43)

Isabelle Hyman, New York City

Jan Versnel/MAI, Amsterdam

Jane Loeffler, Washington DC

(Omslag, 4/5, 6, 44/45, 46 lb, lo en ro, 50/51, 53, 55 b, 60/61, 64, 66/67, 72/73, 121)

De inhoud van deze cultuurhistorische verkenning

De samenstellers hebben getracht alle recht­

mag niet worden verspreid, gekopieerd of in welke

hebbenden van beeldmateriaal te achterhalen.

vorm dan ook gepubliceerd zonder toestemming

Houders van copyright die niet zijn benaderd,

vooraf van de gemeente Den Haag en de auteurs.

maar wel rechten menen te hebben, worden verzocht contact op te nemen met de samen­

© Gemeente Den Haag - Wijnand Galema,

stellers.

Fransje Hooimeijer, Rotterdam - Juli 2018

120

121

“Form follows function, but not always” Marcel Breuer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14589323/1