CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS317976 Notulen van de raad van 21 december 2023

Gemeenteraad 15 februari 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 20 en 21 december 202365.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 7 van 7

Ik noemde ook het woord 'materiaalstudie', omdat die op dit moment gaande is. Wij zijn een materiaalstudie aan het doen naar de manier waarop andere gemeenten en ook provincies en het Rijk - dus ook andere overheidslagen - nu bezig zijn met het geven van informatie bij een besluit of een voorstel. Dat zijn beslisnota's of oplegnota's. De vorm waarin dat gebeurt, is divers. Verschillende gemeenten, de provincies en het Rijk gaan hier heel anders mee om. Wij zouden dus heel graag nog even de ruimte van de raad krijgen om die materiaalstudie af te maken. Er worden een aantal voorbeelden genoemd. Dan zullen wij als college met een voorstel komen voor hoe we dit wat ons betreft het beste kunnen doen. Daar kunnen we dan ook het gesprek over voeren. Dan is dus ook inzichtelijk welke verschillende verschijningsvormen er zijn en wat voor de gemeente Den Haag het beste werkt. Daarmee zou ik de motie aan de raad willen laten. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dat klinkt goed. Er wordt dus over nagedacht als de motie wordt aangenomen en het komt weer terug. Is dat de korte samenvatting? Wethouder Bredemeijer (CDA). Ja, als u wilt dat ik voortaan op zo'n manier antwoord, doe ik daaraan mee. Het klopt inderdaad; zo is het helemaal. De materiaalstudie is bezig en wij komen met een voorstel.

Daar zal ook de motie Versterk de informatiepositie van de raad van de heer De Vuyst in meegenomen worden als die motie aangenomen wordt, want ook die gaat over de vraag of we informatie op een goede manier kunnen verstrekken. Wellicht zou dat ook in diezelfde verschijningsvorm kunnen. Ook die motie zou ik dus aan het oordeel van de raad willen overlaten. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dank daarvoor. Ik heb ze expres een beetje uit elkaar gehaald, omdat ik denk dat de informatie die hier gevraagd wordt, al te doen is. Ik wijs ook op het voorbeeld van Rotterdam, dat best een goede vorm heeft gevonden om dit te doen. Ik wil u dus toch meegeven dat de termijn misschien wat minder lang hoeft te zijn. Wethouder Bredemeijer (CDA). Ik denk dat het goed is om dit op dezelfde manier te behandelen, want anders gaan we twee verschillende vormen zoeken voor hetzelfde vraagstuk. Als ik de raad toch mag voorstellen dat deze beide moties uiteindelijk een appreciatie krijgen in dezelfde materiaalstudie, zou dat volgens mij het meest effectief zijn. En ik zou dan ook nog wel wat ruimte willen laten om de verschillende dicta die aan het college zijn gericht - want een deel is aan het presidium gericht - daarin een rol te geven. Maarten De Vuyst (GroenLinks).

Bij de vorige motie heb ik het niet gevraagd, maar ik wil nu toch vragen over welke termijn we het dan hebben voordat we daarvan iets terugzien. Wethouder Bredemeijer (CDA). Dat zal in hetzelfde traject van het leerprogramma zitten. Dat is dus gewoon Q1.

95

Leonie Gerritsen (PvdD). Ik was inderdaad sowieso benieuwd wanneer we daar iets over zouden horen, maar we moeten ook een beetje oppassen dat niet alles op één grote berg, het leerprogramma, wordt gegooid. Dit zijn twee heel heldere moties met een heel helder verzoek. We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. Ik wil er dus een beetje voor waken dat dit als een soort veegmotie wordt meegenomen. Wethouder Bredemeijer (CDA). In de ene motie wordt gevraagd om tot beslisnota's te komen en in de andere motie wordt gevraagd om bijvoorbeeld te zeggen of er mogelijke alternatieven zijn. Dat ligt echt in elkaars verlengde. Maar er wordt ook gevraagd of er fatale deadlines zijn, of er eventuele risico's zijn die we niet zien of die we moeten zien en hoe dit voorstel zich verhoudt tot een ander voorstel. Dat heeft echt met elkaar te maken. Dat kan opgenomen worden in een beslisnota waarin je uiteindelijk alle informatie hebt die de raad tot zijn beschikking dient te hebben. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik vat het nog een keer samen: mijn twee moties worden afgedaan in Q1 met het woord 'materiaalstudies' en dat is tegelijk met het leerprogramma. Dat is toch wat u zei? De voorzitter. Dank u wel voor de samenvattingen steeds. Dat is wel handig. Wethouder Bredemeijer (CDA).

Ja, dit is handig, hè? Vergeet dan het woord 'materiaalstudie' een beetje, want ik realiseer me dat het een beetje verwarrend is dat ik daarmee begon. Wij zijn een materiaalstudie aan het doen. Die materiaalstudie leidt uiteindelijk tot een voorstel, dat we mee zullen sturen met een voorstel voor het leerprogramma. Die materiaalstudie houdt simpelweg in dat we kijken hoe Zwolle het doet, hoe Zuid-Holland het doet, hoe het Rijk het doet. En dan komen we tot een voorstel. Tot slot de VVD-motie Geen ontduiking. We zijn het zeer eens met de VVD, die ertoe oproept om uiteindelijk iedereen mee te laten werken aan raadsenquêtes en we laten de motie dus graag aan het oordeel van de raad over. We zullen daar goed mee uit de voeten kunnen als zij wordt aangenomen. Tot slot is mij een vraag gesteld als wethouder Onderwijs. Ik zou die vraag op dezelfde manier willen beantwoorden als collega Bruines dat heeft gedaan. In het overdrachtsdocument dat ik kreeg in 2019 - zeg maar: in januari 2020 - is dit inderdaad geen onderdeel geweest. De voorzitter. Tot slot de reacties vanuit het presidium. De voorzitter van het presidium heeft overleg gehad met het presidium. Dennis Groenewold (D66). Voorzitter. Om te beginnen bedank ik ook namens het presidium de enquêtecommissie en iedereen die daarvan deel heeft uitgemaakt voor het vele, vele, vele werk dat daarin heeft gezeten.

Dat geldt ook voor de mensen van de ondersteuning. Ik heb gezien hoeveel uren jullie daarin hebben gestoken. Dat is echt bewonderenswaardig. De uitkomst is ook echt mooi en iets om trots op te zijn. Dus nogmaals dank daarvoor. Voor zover ik heb opgelet, zijn er twee vragen gesteld aan het presidium. Ik ga eerst proberen om die te beantwoorden. Volgens mij vroeg de heer De Vuyst van GroenLinks of wij als presidium bereid zijn om in de volgende periode een introductie te organiseren voor beginnende raadsleden om hen mee te nemen in wat zich hier in de afgelopen tijd allemaal heeft afgespeeld en hen daarvan op de hoogte te stellen en ook om aan het eind van deze periode met elkaar in de raad terug te blikken op hoe dit is gegaan en hoe dit allemaal is opgevolgd. Dat lijkt mij eigenlijk een uitstekend idee. Dat gaan we dus gewoon organiseren. 'We' is voor deze periode het presidium; voor de volgende periode zal dat waarschijnlijk via de griffie gaan voor het inwerktraject van de nieuwe raad. Ik kan me zomaar voorstellen dat we een of twee van de huidige nog in actie zijnde leden van de enquêtecommissie uitnodigen om daar ook een toelichting te geven, al is het maar om te vertellen hoeveel tijd ze erin hebben gestoken. Ik weet dat zij bereid zijn om dat te doen. Dus ja, we zijn daar gaarne toe bereid, zeg ik tegen de heer De Vuyst van GroenLinks.

Mevrouw Van Basten Batenburg van de VVD vroeg of het actieplan, de uitwerking van de dingen waar we mee bezig zijn, in het eerste kwartaal naar de raad kan komen. Dat willen we proberen als presidium en de griffie gaat ons daarbij helpen, maar het kan zijn dat het net iets later wordt. Voor de zomer gaat sowieso lukken. We gaan proberen om het in het eerste kwartaal te doen, maar als het 96

een maandje of misschien anderhalve maand later wordt, bind ons daar dan niet op vast. Op die manier kan ik daar dus positief op antwoorden. Er zijn enkele moties ingediend waarin het presidium een rol speelt, allereerst motie J.4 HvDH, de motie Start onafhankelijk onderzoek naar maintenance Amare. Wij denken dat die eigenlijk aan het college zou moeten worden gericht, want u vraagt om met ondersteuning van het college onderzoek te laten doen naar de maintenance van Amare en de consequenties voor de gemeente en de instellingen. Die gegevens hebben wij niet. U vraagt ons dus om het college te vragen om dat te doen. Dan kunt u dat wellicht gewoon zelf meteen aan het college vragen. Dat is hoe wij dit op dit moment zien. Wij hebben die gegevens niet. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Uiteraard heeft u daar de hulp van het college bij nodig, maar het verzoek is om dat onafhankelijk door het presidium te laten doen, want het college heeft een mening over die aanbesteding en de gevolgen voor de maintenance. Dennis Groenewold (D66). Uiteindelijk is het natuurlijk altijd aan de raad om dit aan te nemen. Ik denk alleen dat wij met de capaciteit die er op dit moment is bij het presidium zelf en bij de griffie, die ons daarbij dan zou helpen, op dit moment niet alles in huis hebben om dit te kunnen doen.

Als u gewoon het college vraagt om dit te laten onderzoeken en de raad daarover te informeren, denk ik dat u daar dan een oordeel over kunt hebben. Dat lijkt ons op dit moment het beste. Als u de motie zo handhaaft, moet ik haar voor nu ontraden, maar als zij wel aangenomen wordt, zullen we natuurlijk ons best doen om haar op die manier uit te voeren. Maar dan zie ik het meer zo dat wij een doorgeefluik zijn richting het college, want de informatie ligt echt daar en die moeten we ook vanuit het college krijgen. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Het gaat om de onafhankelijkheid, net zoals de commissie onafhankelijk was. Dat is de kern van die motie. Misschien kan het presidium dan toezien op die onafhankelijkheid. Dennis Groenewold (D66). Ja, uiteraard zijn we bereid om daarop toe te zien. Het probleem is alleen: als wij de informatie moeten krijgen vanuit het college, zijn wij niet degenen die de informatie aan u verstrekken. Wij zijn dan in feite niet meer dan degenen die dat doorgeven. In die zin is die onafhankelijkheid er niet in de informatie die we krijgen, of die nu direct vanuit het college naar u komt of via ons, tenzij u vraagt om daarin waardeoordelen van het presidium te formuleren. Dan wordt het een ander verhaal, maar ik zou zeggen: probeer het eerst met het college zelf.

Als dat niet lukt, kunnen we altijd kijken of we een andere manier kunnen verzinnen, want ik vind het lastig om als presidium positief hierop te reageren. Dan motie J.7 GL, de motie Transparantie over ambtelijke overwegingen en tegenspraak. Daarin is het verzoek aan het college, dus niet aan ons, om in consultatie met ons tot een voorstel te komen. Wij zullen daar uiteraard met het college over praten. Ik heb begrepen - die discussie hadden jullie zojuist - dat het college daarmee bezig is. Er is binnenkort een gesprek van het presidium en het college. Dan kunnen we kijken hoever het daarmee staat. Dan zal het aan bod komen in het regelmatige overleg dat we hebben. Daar kunnen we verder dus prima mee uit de voeten, maar het is natuurlijk aan het college en dat heeft deze motie al geapprecieerd. Ik apprecieer de motie verder dus niet. In motie J.8 GL, de motie Versterk de informatiepositie van de raad, wordt ons verzocht om regelmatig te informeren over de voortgangsrapportages. Daar willen we graag aan voldoen. Die motie kunnen we dus gewoon aan de raad laten. Door een bepaald persoon, die ook iets met de enquêtecommissie te maken heeft gehad en die ook ons ondersteunt, kreeg ik ingefluisterd: let op bij dat overzicht van de risico's; wellicht zou het handig zijn om daar nog 'financieel' aan toe te voegen. Dat geef ik u dus nog mee.

We kunnen het ook zo zien dat dat in die risico's zit en dat we dat op die manier uitleggen, maar daar willen wij in ieder geval op toezien. Motie J.9 VVD, de motie Geen ontduiking, verzoekt het presidium en het college met de VNG en BZK in gesprek te gaan met als oogmerk de Gemeentewet te wijzigen om medewerking aan de raadsenquêtes te verplichten. Wij onderkennen het belang daarvan. Ik vond het ook een rare 97

gewaarwording dat de mensen van de enquêtecommissie hier zaten en dat mensen die voor een gesprek waren uitgenodigd, niet kwamen opdagen. Dat was echt heel lelijk. Sterker nog: er is vanuit de organisatie al contact gezocht met betrekking tot dit onderwerp. Daarmee zou deze motie overbodig verklaard kunnen worden, maar zo wil ik het niet zien. Ik zou gewoon willen zeggen dat deze motie aan de raad is en dat we hiermee aan de slag gaan als de raad de motie aanneemt, maar anders misschien ook. Motie J.11 HSP, de motie In gesprek met wethouders, verzoekt het presidium om met één of meerdere wethouders elk jaar in gesprek te gaan met een vertegenwoordiging van de raad - dat zouden wij dan zijn - over de werkwijze, onderlinge verhoudingen en alles wat nog meer ter tafel komt, met als uitkomst een openbaar verslag of actiepuntenlijst. Wij hebben als presidium dus al regelmatig overleg met het college. Daar zijn we eigenlijk in deze raadsperiode mee begonnen en dat willen we ook wat vaker gaan doen. We hebben dat nu één keer gedaan. Er staat binnenkort een overleg gepland en er wordt nog een overleg gepland voor het komende halfjaar.

Het zou heel mooi zijn als we dit meenemen in die overleggen en als we dan ook een daadwerkelijke terugkoppeling van die overleggen aan de raad kunnen presenteren, zodat u daarin meegenomen kunt worden: wat hebben we daar besproken, wat zijn de verbeterpunten en waar willen we de komende tijd aan werken, met uiteraard ook een reactie van het college daarop, zodat we het allebei eens zijn over wat we daar hebben besproken. Ook die motie kunnen wij dus aan de raad laten. Leonie Gerritsen (PvdD). Ik vind dit een heel goede motie van de HSP. Ik zou het presidium wel willen meegeven om voorafgaand aan dat soort gesprekken ook input op te halen bij de fracties, wellicht middels een soort formulier of een gesprek; een formulier lijkt mij voor het presidium het makkelijkst en het minst tijdrovend. Dennis Groenewold (D66). Dat is een uitstekend idee. Dat is ook precies wat ik heb gezegd tijdens het laatste fractievoorzittersoverleg, toen ik aankondigde dat we dit gesprek zouden gaan hebben. Daarbij heb ik gezegd dat ik na het kerstreces - want ik wil niemand lastigvallen in het kerstreces - een rondje zou bellen met alle fractievoorzitters. Meneer Smit is nu niet in de zaal, maar geef hem alvast mee wat u wilt dat we daar gaan bespreken. Dan zal ik hem na het kerstreces bellen. Op die manier komen al die punten mee in het gesprek dat we gaan hebben. Leonie Gerritsen (PvdD).

Dat is heel fijn, maar als dit een terugkerend ding wordt dat misschien jaarlijks komt, is het misschien wel handig om daar een werkwijze in te hebben. Natuurlijk kan er dan elke keer een rondje gebeld worden, maar ik kan me voorstellen dat het op een makkelijkere manier en op een gestandaardiseerde manier kan. Dennis Groenewold (D66). Laten we dat op die manier gaan doen. De voorzitter. Daarmee zijn we aan het eind van de eerste termijn gekomen. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is het geval. Kunnen we daar meteen aan beginnen? Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik heb wel behoefte aan een tweede termijn, maar ik kan niet direct beginnen. Ik moet met mijn fractie in overleg en ik moet nog wat tikken. De voorzitter. Hoelang heeft u nodig? Een kwartiertje. De vergadering wordt van 17.49 uur tot 18.10 uur geschorst. De voorzitter. We gaan beginnen aan de tweede termijn. Ik hanteer dezelfde sprekersvolgorde van de zijde van de raad. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Dank aan het college voor de reactie. Ik denk dat de kranten morgen vol staan met de materiaalstudie van wethouder Bredemeijer, maar dat terzijde. Mijn fractie heeft in de tweede termijn nog een aantal punten. De casus rond de KC-subsidie laat volgens mij zien dat de informatievoorziening in het stadhuis op meerdere plekken niet op orde is. Ik ben blij dat het college 98

erkent dat dit punt de komende tijd aandacht verdient. Voor de SP-fractie blijft het ingewikkeld dat het cultuurprobleem dat ook aan dit project ten grondslag ligt, door het college deels ook in het verleden wordt geplaatst. Wij kijken hier met een zekere scepsis naar, maar we kunnen hier pas een oordeel over vellen als het college en de raad de komende tijd aan de slag gaan. We verwachten dan dat misleiding of de zweem daarvan de komende tijd op een streng oordeel van de hele raad zal kunnen rekenen, zowel van de coalitiefracties als van de oppositiefracties. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Wat bedoelt u met 'de zweem daarvan'? Lesley Arp (SP). Ik denk dat wij voor de komende tijd wakker zijn geschud door dit rapport, hoewel heel veel fracties natuurlijk al eerder signalen hadden en al eerder hebben gewaarschuwd. Ook heel veel insprekers hebben gewaarschuwd. In relatie tot deze misleiding kan de vraag nooit helemaal worden opgehelderd of het bewust of onbewust is geweest. Van de casus van de KC-subsidie heeft de wethouder aangegeven dat hij daarvan überhaupt niet op de hoogte was, maar als je de komende tijd gaandeweg steeds maar weer blijft merken dat je onvolledig en onjuist wordt geïnformeerd, denk ik dat daar de komende tijd wel een serieus oordeel tegenover moet gaan zitten nu we dit rapport afsluiten.

Als de motie van afkeuring wordt aangenomen, staat die motie gewoon en veroordelen we dat. Dan moeten we daar ook serieus conclusies aan verbinden voor projecten in de toekomst. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Dus u vindt niet dat de commissie na jarenlang onderzoek gewoon duidelijk heeft vastgesteld dat er misleiding heeft plaatsgevonden? Lesley Arp (SP). Ik vind het vervelend dat de heer Guernaoui nu een beetje de suggestie wekt dat ik de conclusies van de commissie in twijfel trek. Dat is geenszins het geval. Ik neem ook de conclusie van de commissie dat niet zozeer per se de misleiding maar wel dit foutencircus ook bij de raad heeft gelegen, juist heel serieus. Dat is ook de reden voor mijn fractie om te zeggen dat we, als we de motie van wantrouwen zouden steunen - ik vermoed dat die motie straks komt - in feite een of twee wethouders tot een soort zondebok maken. Dan wordt de verantwoordelijkheid die al die andere mensen hebben gedragen, eigenlijk een beetje weggeschoven. Ik denk niet dat dat per se verstandig is voor het proces van leren en vooruitgang boeken. De voorzitter. De laatste keer, meneer Guernaoui. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Ik begrijp het niet. Zegt u nou dat het ook de schuld van de raad was, omdat die de wethouders niet had moeten geloven? Lesley Arp (SP).

Ten aanzien van misleiding heeft het college natuurlijk een machtspositie ten opzichte van de raad. Ik merk dat de fractie van Hart voor Den Haag heel erg focust op de misleiding, omdat dat politiek inderdaad een zwaar vergrijp is, maar het rapport haalt natuurlijk ook een hoop andere fouten en problemen aan, bijvoorbeeld het feit dat de raad jarenlang alleen maar gefunctioneerd heeft langs lijnen van oppositie en coalitie en zich gewoon liet 'oplijnen' door eigen wethouders. Dat zijn ook pijnpunten die de commissie benoemt. Als we alleen focussen op een of twee wethouders, die bovendien in het grotere geheel - zeker als je ze vergelijkt met wethouders zoals Wijsmuller en Revis niet de allergrootste rol hebben gehad in dit dossier, denk ik dat we eigenlijk ook een deel van de raad ontslaan van zijn eigen verantwoordelijkheid in dit foutencircus. Ik zeg uitdrukkelijk: een deel van de raad. Ik haal een vraag van mevrouw Van Doorn in haar eerste termijn aan. Zij vroeg wie in het college verantwoordelijk is voor de nieuwe bestuurscultuur. Ik zou in eerste instantie zeggen: iedereen. Maar tegelijkertijd vind ik het geen gek idee om iemand een soort van eindverantwoordelijk te maken. Dan kijk ik eigenlijk naar de burgemeester. Die heeft ook echt nog helemaal niks gezegd in de zin van een reactie in relatie tot dit belangrijke debat.

Ik heb ook gelezen dat hij in een tweede termijn door wil. Ik wil de burgemeester dus eigenlijk vragen hoe hij de gesprekken over die nieuwe bestuurscultuur voert met de wethouders en hoe dat gaat. Als er bijvoorbeeld kinken in de kabel zitten, hoe gaat hij dan dat gesprek aan? Hoe pakt hij zijn rol daarin? Ik hoop dus dat ook de burgemeester nog wil reageren. 99

Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik hoorde de collega van de SP zojuist het een en ander zeggen over het huidige college, een motie van wantrouwen en waarom zo'n motie niet gepast zou zijn. Ik herken veel van wat zij zegt in onze eigen reflecties vanuit mijn fractie. Tegelijkertijd heeft de huidige motie van afkeuring een duidelijke eindtermijn, namelijk tot 2021. Na de woorden die mevrouw Arp eerder sprak over de recente incidenten die er zijn geweest, vraag ik me wel af hoe ze daarnaar kijkt en welke boodschap zij het huidige college zou willen geven met die motie van afkeuring. Lesley Arp (SP). Allereerst zou ik willen zeggen wat ik eerder heb gezegd: ook als het gaat om onbewuste slechte informatievoorziening en als er gewoon evident sprake is van heel slechte informatievoorziening, denk ik dat wij daar als raad niet meer lichtzinnig mee om moeten gaan. Dat is een uitspraak richting het college, maar zeker ook richting de coalitiefracties, want ik merk soms in coalitieverband een zekere kramp om dingen te veroordelen, omdat dat mogelijk consequenties zou kunnen hebben omdat mensen dan mogelijk geraakt zullen worden en hun positie zal worden aangetast. Ik hoop echt dat als er evident sprake is van slechte informatievoorziening, de hele raad daar dan een streep wil trekken en dat dan niet met druk achter de schermen dingen weg worden gemasseerd.

Dat is eigenlijk vooral mijn boodschap, niet zozeer aan het college maar volgens mij ook gewoon aan een groot deel van de raad. Wat die misleiding betreft: ik heb naar die termijn gekeken en ik hoorde de verklaring van collega Gerritsen dat ze heeft geprobeerd zich te houden aan het Amarerapport. Ik ga er dus gewoon van uit dat die jaartallen daarop gebaseerd zijn, want ik heb aan de andere kant laatst natuurlijk ook de reactie van de enquêtecommissie gehoord dat een deel van de misleiding in feite pas is opgehelderd met het rapport zelf. Ik denk niet dat mevrouw Gerritsen heeft geprobeerd om dat met die motie feitelijk te ontkennen. Dan nog een vraag namens de Haagse Stadspartij, zodat ik straks niet wéér het woord hoef te voeren. Collega Faïd wilde eigenlijk nog meegeven dat het idee achter de motie over de gesprekken met wethouders is dat het presidium de uitvoering niet volledig naar zich toe trekt, maar dat ook de raad in de vorm van mensen die dat zouden willen en die zich daarvoor zouden willen opwerpen, bij de uitvoering betrokken kan worden. Dus graag een reactie daarop. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Voorzitter.

Ten eerste heb ik de motie over maintenance van Amare iets aangepast, maar het blijft nog steeds een verzoek aan het presidium om onafhankelijk onderzoek te laten doen om er duidelijkheid over te verschaffen of het contract voor maintenance afdoende is voor het benodigde onderhoud aan het gebouw en hierover te rapporteren aan de raad. Als we deze motie niet aannemen, hebben we echt helemaal niks geleerd van dit rapport. Maar dan … Ik heb mijn tweede termijn een thema gegeven: sorry is niet genoeg. In plaats van dat het college de conclusies van de onderzoekscommissie omarmt en consequenties trekt, ontkent het de zwaarste conclusies. Het college ontkent dat de raad is voorgelogen. Een college dat een onderzoek ontkent dat jarenlang werk en miljoenen heeft gekost, kan de aanbevelingen van diezelfde commissie niet voortvarend en zonder last oppakken. Daarom is het noodzakelijk dat de raad hier een keiharde grens trekt. 'Sorry' kan bij fouten, maar bij misleiding past maar één maatregel. Dat is namelijk een politieke doodzonde. Daarom de volgende drie moties. De eerste motie is een motie van wantrouwen tegen het college 2014-2018. De constateringen zijn allemaal uit het rapport.

Met de motie spreekt de raad uit het vertrouwen in het college 2014-2018 met terugwerkende kracht op te zeggen, de desbetreffende wethouders niet meer uit te nodigen voor bijeenkomsten en evenementen die door of namens de gemeente Den Haag worden georganiseerd en het presidium te vragen om de desbetreffende wethouders te verzoeken hun gouden penning in te leveren en dat de desbetreffende wethouders geen functie meer mogen vervullen bij organisaties die door de gemeente Den Haag worden gefinancierd. Ook de constateringen in mijn tweede motie, een motie van wantrouwen tegen wethouder Bruines, komen allemaal uit het rapport. De rest van de motie luidt: van mening dat het misleiden van de raad niet af kan worden gedaan met sorry en de gemeenteraad niet kan functioneren als wethouders de raadsleden misleiden; spreekt uit het vertrouwen in wethouder Bruines op te zeggen. Mijn laatste motie is een motie van wantrouwen tegen wethouder Van Asten. Nogmaals, de constateringen komen allemaal uit het rapport. De rest van de motie luidt: van mening dat het misleiden van de raad niet af kan worden gedaan met sorry en de gemeenteraad niet kan functioneren 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13786723/4