RIS317394 Bijlage Ontwerpbestemmingsplan Dreven 1
Tekst van het document
Bij het bepalen van de daadwerkelijke hoogte van gebouwen is gebruik gemaakt van stereokartering met behulp van luchtfoto's. De maximaal toegelaten bouwhoogte kan afwijken van de daadwerkelijke hoogte van een gebouw: aan het vaststellen van een maximale bouwhoogte liggen stedenbouwkundige overwegingen ten grondslag. Voorts wordt de opzet van het bestemmingsplan ingegeven door de relevante beleidskaders en omgevingsfactoren. In onderstaande tabellen (beslissingstabel) is aangegeven op welke onderdelen de in dit bestemmingsplan beschreven beleidskaders en omgevingsfactoren hun vertaling hebben gevonden in het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Deze paragraaf vormt dan ook als het ware de schakel tussen de toelichting van het bestemmingsplan en de daarbij behorende regels en plankaart. 5.4.2
Keuze en verantwoording van de bestemmingen
Beleidskader Ruimtelijk beleid
Vertaling in het bestemmingsplan
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De ladder voor duurzame verstedelijking is wordt de ladder voor duurzame verstedelijking beschreven in hoofdstuk 5 paragraaf . geïntroduceerd. De ladder voor duurzame De 'ladder voor duurzame verstedelijking' vormt geen verstedelijking is kaderstellend voor alle juridisch belemmering voor dit bestemmingsplan. verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden.
89
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
De Provinciale Structuurvisie "Visie op Zuid-Holland" en de provinciale "Verordening Ruimte" zet in op een samenhangend stedelijk en landschappelijk netwerk, goede bereikbaarheid, een divers aanbod van woon- en werkmilieus in een aantrekkelijk landschap met ruimte voor water, landbouw en natuur. De Verordening Ruimte laat uitbreiding van detailhandel slechts toe op plekken die gelegen zijn binnen bestaande winkelconcentraties en kantoren binnen de bestaande haltes van het Zuidvleugelnet. Cultureel erfgoed Cultuur historische waarde De Erfgoedwet legt de verplichting op om in nieuwe bestemmingsplannen en bij wijziging van bestaande bestemmingsplannen met de archeologische waarden rekening te houden. Bestemmingsplannen moeten een juridische regeling bevatten die voldoende bescherming biedt tegen werkzaamheden die tot een verstoring van het bodemarchief zouden kunnen leiden. Water
Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het provinciaal beleid.
Het Waterbeheerprogramma 2022-2027(ook wel 'WBP 6') is het strategisch werkplan van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het Hoogheemraadschap draagt zorg voor het kwantiteits- en kwaliteitsbeheer van het oppervlaktewater, het beheer van de waterkeringen en het kwantiteitsbeheer van grondwater Groen
Over deze ontwikkeling heeft vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden.
Inzet is de Stedelijke Groen Hoofdstructuur (paragraaf Natuurbescherming) duurzaam in stand te houden en waar mogelijk te versterken. Verkeer en parkeren
Het plan is hiermede in overeenstemming.
Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe detailhandel mogelijk. De bestaande detailhandel ter grootte van 200m² wordt gehandhaafd. Daarnaast wordt lichte horeca mogelijk gemaakt met een maximale oppervlakte van 250m² .
Op basis van onderzoeken (zie paragraaf 3.3.2.1) is de archeologische verwachting voor het bestemmingsplangebied Dreven fase 1 een archeologische verwachting. Op de plankaart is dit vertaald in een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie'.
De Haagse Nota Mobiliteit hanteert een rangorde De bestemming Verkeer-Hoofdverkeersweg is gericht in haar wegenstructuur. Naast de hoofdwegen op de hoofdverkeerswegen: De bestemming voor het doorgaande verkeer zijn er de wegen van Verkeer-Straat ziet op alle straten in het plangebied: een lagere orde die het verkeer tussen wijken en Alle straten in het plangebied die niet als het buurtgebonden verkeer moeten afwikkelen: hoofdverkeersweg of straat kunnen worden buurtontsluitingswegen (straten) en geclassificeerd, vallen onder de bestemming erfontsluitingswegen (verblijfs- en woonstraten). Verkeer-Verblijfsstraat. Verblijfsgebieden zijn als Verblijfsgebied ten slotte is openbare ruimte waar Verkeer-Verblijfsgebied aangegeven. geen autoverkeer is toegestaan en waar de verkeersfunctie ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie De nota “Parkeernormen Den Haag 2021” gaat In het plangebied wordt uitgegaan van parkeren deels mede in op het faciliteren van de parkeerbehoefte op eigen terrein en deels op de openbare weg met en het benutten van schaarse ruimte een parkeerbehoefte volgens de Nota Parkeernormen. Wonen
90
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
De kern van de Woonvisie 2017-2030 is dat als Den Haag zich meer op de kaart wil zetten als woonstad, de stad zich moet versterken door telkens meer differentiatie in woonmilieus en woonsferen te creëren en de woonkwaliteit verhogen Economie
In het plan wordt ingezet op de stedelijk gewenste verdichting. Het plan behelst circa 2600 woningen, waarvan circa 80% in de sociale woningbouw.
Bedrijven
De bestaande bedrijven kunnen binnen het plangebied gevestigd blijven De bestaande detailhandelsmetrage tot maximaal 200m2 wordt gehandhaafd. De bestemming dienstverlening biedt ruimte voor nieuwvestiging van dienstverlenende bedrijven In het plangebied is de vestiging van horeca in de categorie licht toegestaan tot maximaal 250 m2 Solitaire bedrijfsvestigingen zijn onder de bestemming Gemengd mogelijk Hier zijn bedrijfsactiviteiten in de categorieën A en B toegestaan, zowel activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd als activiteiten met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies moeten plaatsvinden.
Detailhandel en Dienstverlening
Horeca Milieuzonering (paragraaf Keuze en verantwoording van bestemmingen) zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven worden gesitueerd.
(Bovenstaande gegevens op basis van heel Dreven zie NvU Dreven)
Onderwijs, Welzijn en Maatschappelijke Zorg Onderwijs, Welzijn en Maatschappelijke Zorg
Dit bestemmingsplan maakt welzijnsvoorzieningen gericht op sport, cultuur en maatschappelijk welzijn, alsmede tentoonstellingsruimten en presentatieruimten mogelijk
Sport en recreatie Sport Recreatie
De bestaande (binnen)sportvoorzieningen zijn in het bestemmingsplan opgenomen. Het bestemmingsplan maakt het realiseren van speelvoorzieningen mogelijk
Overig De in de parapluherzieningen opgenomen functies (verkoop van vuurwerk, seksinrichtingen) zijn niet aanwezig in het plangebied. Wel is het algemene beleid ten aanzien van deze functies in de algemene regels van dit plan verwerkt. Op de parapluherziening ten aanzien van archeologie wordt in de tabel “cultureel erfgoed” nader ingegaan.
5.5
Toelichting op de regels
De regels zijn als volgt ingedeeld: 1. Inleidende regels. De inleidende regels (artikelen 1 en 2) lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten (hoogte, diepte et cetera) die moet worden gehanteerd. 2. Bestemmingsregels. De bestemmingsregels (artikel 3 tot en met 6) bevatten voor elke bestemming
91
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
een omschrijving van de bestemming en bouwregels. Als specifiek voor een bestemming een afwijkingsbevoegdheid geldt, is deze in het betreffende artikel opgenomen. 3. Algemene regels. De algemene regels (artikel 7 tot en met 10) bevatten voor alle bestemmingen geldende regels: algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en algemene procedureregels. 4. Overgangs- en slotregels. Het overgangsrecht is opgenomen in artikel 12 en de slotregel in artikel 13. 5.5.1
Inleidende regels
In ' worden belangrijke begrippen die in het plan veel voorkomen, nader gedefinieerd. Aandacht verdienen de begrippen aan-huis-gebonden bedrijf, en aan-huis-gebonden beroep. Wanneer in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan-huis-gebonden bedrijf en/of beroep toegestaan. Op basis van jurisprudentie mogen deze activiteiten: geen hinder voor de woonsituatie opleveren; naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning; geen detailhandel en/of horeca betreffen; geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen parkeerproblemen in de omgeving veroorzaken. In is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven, moeten worden gemeten. Het definiëren van begrippen en de aanwijzingen voor het meten, vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. De regeling voor bestaand gebruik dat afwijkt van de bestemming is onderdeel van de algemene gebruiksregels. 5.5.2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Gemengd-1 Deze bestemming heeft betrekking op de te handhaven bebouwing aan De Dreef 1A, inclusief het daartussen gelegen binnenterrein, waarop de bestemming met name bebouwing ten behoeve van ondergeschikte parkeervoorzieningen, bedrijfsmatige en maatschappelijke voorzieningen toelaat. Artikel 4 Gemengd-2 Deze bestemming heeft betrekking op de te handhaven bebouwing aan De Schependreef 1D waarop de bestemming met name bebouwing ten behoeve van een parkeergebouw met bedrijfsmatige en maatschappelijke voorzieningen. Artikel 5 Groen In deze bestemming is het aanwezige groen met een openbare functie opgenomen. Artikel 6 Verkeer - Verblijfsstraat Deze bestemming heeft betrekking op de in het plangebied opgenomen straten, die alle een verblijfsfunctie hebben. Artikel 7 Wonen -1 Met deze bestemming wordt de beoogde nieuwbouw van appartementen mogelijk genmaakt. In het artikel is de verplichting opgenomen dat in totaal 54% van de woningen als sociale huurwoningen zullen worden geëxploiteerd door een toegelaten instelling. Artikel 8 Wonen - 2 Deze bestemming is toegekend aan eengezinswoningen met een tuin. In tegenstelling tot de bestemming Wonen-1 bevat dit artikel dan ook een erfbebouwingsregeling. 5.5.3
Algemene Regels
Artikel 12 Anti-dubbeltelregel: Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
92
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
Artikel 13 Algemene bouwregels: De algemene bouwregels gelden voor alle bestemmingen. In de eerste plaats wordt hierin nu ook algemeen gesteld dat bouwwerken niet buiten bestemmings- en bebouwingsgrenzen mogen worden gebouwd. Kleine overschrijdingen van deze grenzen voor stoepen, kozijnen en dergelijke zijn wel toegestaan. Grote overschrijdingen van deze grenzen voor overstekende daken en soortgelijke delen van gebouwen zijn tot een bepaalde omvang ook toegestaan. Verder is algemeen voorgeschreven dat bouwwerken beneden peil uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak, dat deze ondergrondse bebouwing uit niet meer dan één bouwlaag mag bestaan en is de bouw van installaties voor mobiele telecommunicatie in principe toegestaan op alle gebouwen met uitzondering van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of gebouwen in een rijksbeschermd stadsgezicht. Afwijken van deze algemene bouwregels wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in . Artikel 14 Algemene gebruiksregels: In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod opgenomen: het is verboden de in het plan begrepen gronden en de zich daarop bevindende opstallen te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming of met de regels van het plan.
Er is expliciet aangegeven dat onder zulk gebruik ook wordt begrepen het gebruik als opslagplaats voor voorwerpen, stoffen en materialen die niet meer bruikbaar zijn of niet meer worden gebruikt waarvoor ze zijn bedoeld en het gebruik als sekswinkel, seksinrichting, paddoshop, belwinkel of garagebedrijf: functies die voorheen in de Leefmilieuverordening werden verboden of althans gereguleerd. Als in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep toegestaan. In de algemene gebruiksregels is ook een regeling vervat voor het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep: De activiteiten mogen geen hinder voor de woonsituatie opleveren en mogen niet op grond van de milieuwetgeving vergunning- dan wel meldingplichtig zijn. Op grond van de Wet milieubeheer vergunning- of zelfs meldingplichtige activiteiten passen uiteraard niet in de woonomgeving. Maar ook indien een activiteit niet vergunning- of meldingplichtig is, bestaat er kans op ongewenste overlast voor de omgeving, bijvoorbeeld geluid- of geurhinder. Dit kan met name het geval zijn bij de meer ambachtelijke beroepen. Van geval tot geval dient de (kans op) hinder voor de woonsituatie te worden nagegaan.
Uitgangspunt bij de beoordeling is dat de hinder in principe niet onevenredig veel groter mag zijn dan in redelijkheid bij 'normale' bewoning (zonder beroepsuitoefening) het geval zou zijn. De activiteiten mogen naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning. Van belang is dat het karakter van de woning duidelijk herkenbaar blijft en dat de nadruk niet komt te liggen op de beroepsuitoefening. Ter illustratie: reclame-uitingen, anders dan een bescheiden 'bordje naast de deur' of de uitstalling van goederen op het bijbehorende erf betekenen reeds dat aan het karakter van de woning afbreuk wordt gedaan. De activiteiten mogen geen detailhandel en/of horeca betreffen. Detailhandel en horeca leveren in de regel een zodanig ongewenste verkeersaantrekkende werking op, dat het toelaten ervan in woongebied niet zonder meer passend wordt geacht. De activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen daaraan ondergeschikt te zijn, in die zin, dat de woonfunctie de belangrijkste functie dient te blijven en de praktijkruimte maar een deel van de bebouwde oppervlakte mag bedragen. Ook deze (direct meetbare) voorwaarde draagt eraan bij dat de eventuele hinder voor de omgeving wordt beperkt.
Wanneer bijvoorbeeld de woning (vrijwel) geheel zou worden aangewend voor de beroepsuitoefening, is de kans op een ongewenste uitstraling naar de omgeving relatief groot. Afwijken van de algemene gebruiksregels, ook het afwijken voor het meest doelmatige gebruik, wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in Artikel 15 Algemene afwijkingsregels . Het bevoegd gezag kan in geringe mate afwijken van de maatvoering die in de bouwregels is bepaald en ook voor geringe afwijkingen in de begrenzing van bestemmings- en/of bebouwingsgrenzen. Verder is afwijken mogelijk voor de bouw van kleine nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en containers voor huishoudelijk afval..Ten slotte is afwijken mogelijk voor het bouwen beneden peil, buiten het bouwvlak. Een belangrijk element van dit artikel is de afwijking van het algemene gebruiksverbod: het bevoegd gezag kan afwijken van het algemeen gebruiksverbod, indien strikte toepassing van het algemene gebruiksverbod leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende
93
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
redenen wordt gerechtvaardigd. Wel moet dit andere gebruik aansluiten bij het gebruik conform de bestemming en mag toepassing van de afwijking niet leiden tot een bestemmingswijziging. De algemene procedureregels regelen de procedure die het bevoegd gezag moet volgen als zij wil afwijken. Overgangs- en slotregels Artikel 17 Overgangsrecht De overgangsregels hebben als doel tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan de rechtstoestand vast te leggen van bouwwerken die op het tijdstip van de inwerking treding van het plan zijn gebouwd of nog gebouwd kunnen worden - dat wil zeggen waarvoor vergunning is verleend of nog te verlenen is - en die afwijken van de bouwregels in dit plan. Het tweede lid van dit artikel heeft betrekking op het gebruik van gronden en bouwwerken, voor zover dit gebruik op het tijdstip van inwerking treden van dit bestemmingsplan afwijkt van dit plan. Artikel 18 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam de regels van het bestemmingsplan moeten worden aangehaald: 'Regels bestemmingsplan "Dreven 1"
94
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Het voorliggende bestemmingsplan maakt planologisch de ontwikkeling van maximaal 266 woningen mogelijk. De bouw is aan te merken als een bouwplan, zoals aangewezen in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Daarom is de gemeente op basis van artikel 6.12 Wro verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via: een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte; meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon; een anterieure overeenkomst met de eigenaar over de ontwikkeling. Het bouwplan vindt plaats op percelen welke door de gemeente Den Haag in erfpacht zijn uitgegeven. Bij aanpassing van de erfpachtvoorwaarden ten behoeve van het nieuwe bouwplan wordt door de afdeling Erfpacht suppletie in rekening gebracht. Kostenverhaal voor apparaatskosten en eventuele ingrepen in het openbare gebied wordt hier verzekerd via een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initatiefnemer.
95
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
96
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
Hoofdstuk 7 7.1
Overleg en inspraak
Artikel 3.1.1 Bro-overleg
Het concept van het ontwerp-bestemmingsplan is op 14 juli 2023 in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan de volgende instanties toegezonden: 1. Provincie Zuid-Holland 2. Rijkswaterstaat Zuid-Holland 3. Hoogheemraadschap van Delfland 4. Dunea 5. Omgevingsdienst Haaglanden 6. GGD Haaglanden 7. Politie Eenheid Den Haag 8. Veiligheidsregio Haaglanden 9. HTM Personenvervoer NV 10. Stedin B.V. 11. TenneT Regio West 12. N.V. Nederlandse Gasunie 13. Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's-Gravenhage e.o. 14. Stichting Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust
Van de volgende instanties is een reactie ontvangen: 2. Rijkswaterstaat Zuid-Holland Inhoud: Hartelijk dank voor het toesturen van het concept ontwerp- bestemmingsplan Dreven 1. Kijkend naar de belangen van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, zie ik geen aanleiding voor een reactie op dit plan. Rijkswaterstaat blijft in de toekomst graag op de hoogte van ruimtelijke plannen in uw gemeente die een relatie hebben met het hoofd(vaar)wegennet en hoofdwatersysteem. Reactie: De ingekomen reactie geeft geen aanleiding tot aanpassingen. 3. Hoogheemraadschap van Delfland Inhoud: In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft u het Hoogheemraadschap van Delfland het voorontwerp van het bestemmingsplan Dreven 1 in Den Haag toegezonden. U verzoekt Delfland een reactie kenbaar te maken op het voorontwerp van het bestemmingsplan. Waterbelang onvoldoende geborgd In het plan is het waterbelang onvoldoende geborgd en is nog onvoldoende invulling gegeven aan de uitgangspunten van goed waterbeheer, zoals vermeld in de Handreiking watertoets voor gemeenten. De meest actuele versie van deze handreiking is te vinden op onze website www.hhdelfland.nl/regelen/watertoets-ruimtelijke-plannen/. In de bijlage van de handreiking zijn zeven waterthema’s benoemd. Wij verzoeken u te beschrijven, hoe het plan zich tot deze thema’s verhoudt.
Wij vragen u onderstaande aanpassingen op de verbeelding en in de regels en de toelichting te maken. Tevens gaan wij graag met u in overleg voor een nadere afstemming. Verbeelding en regels In de bovengenoemde handreiking, paragraaf 5, wordt op de borging van het waterbelang in ruimtelijke plannen ingegaan. Wij verzoeken u bij het opstellen van de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan de handreiking als leidraad te hanteren. In paragraaf 5 zijn per waterthema de relevante aspecten, die belangrijk zijn om op te nemen in het bestemmingsplan, beschreven.
97
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
Voor de bestemming “water” in een bestemmingsplan is een voorbeeldartikel opgenomen in de handreiking, paragraaf 5.4, pagina 47. Wij verzoeken u (indien relevant) hierbij zo veel als mogelijk bij aan te sluiten. Voor het plan geldt een wateropgave voor het compenseren van toename van verharding en voor het compenseren van klimaateffecten. Wij vragen u de wateropgave in de regels van het bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke bepaling te borgen, gekoppeld aan de aanvraag omgevingsvergunning, waarbij advies bij het waterschap moet worden gevraagd. Veiligheid en waterkeringen In het plangebied liggen geen waterkeringen zoals bedoeld op de legger van het waterschap. Wij verzoeken u dit te beschrijven. Voorkomen van wateroverlast (waterkwantiteit) Waterstructuur en doorstroming In het beoogde plan wordt het oppervlaktewater aangepast. Wij verzoeken u een situatietekening met maatvoering aan te leveren, waarin de bestaande situatie en nieuwe situatie van het oppervlaktewater uitgewerkt is. Daarnaast vragen wij u een beschrijving aan te leveren van het bestaande watersysteem en nieuwe watersysteem. Voor meer informatie over het watersysteem verwijzen wij u naar onze legger Legger - Delfland (hhdelfland.nl).
Aanpassing aan het oppervlaktewater, zoals bijvoorbeeld het dempen en graven van water, de aanleg van duikers en de aanleg van bruggen, dient te voldoen aan de beleidsregels van het Hoogheemraadschap van Delfland. In de beleidsregels Dempen en graven, Kunstwerken in wateren en Werken in het profiel van wateren zijn de toetscriteria te raadplegen, waaraan het nieuwe ontwerp moet voldoen. Meer informatie over het thema “Voorkomen van wateroverlast” is te vinden in de bijlage van de Handreiking watertoets voor gemeenten, paragraaf B1.2.1 op pagina 12. In het beoogde plan is het van belang, dat de structuur van het watersysteem door het ruimtelijk plan niet verslechtert en dat gewaarborgd blijft, dat de aan- en afvoercapaciteit en de doorstroming goed blijven functioneren. In het beoogde plan is onvoldoende aangetoond, of de doorstroming voldoende gewaarborgd is. Versnippering en doodlopende watergangen zijn niet toegestaan. Wij verzoeken u dit nader te onderbouwen. In het plangebied wordt de gemengde riolering vervangen door een gescheiden riolering en daarmee wordt het hemelwater naar het oppervlaktewater afgekoppeld. Wij verzoeken u te onderbouwen, hoe met de afvoer van hemelwater omgegaan wordt en of de capaciteit van de watergang voldoende is.
Wateropgave compensatie verharding en compensatie klimaateffecten Wij vragen u de wateropgave voor het plangebied door middel van het invullen van de watersleutel te bepalen en deze onderdeel van het bestemmingsplan te laten uitmaken. De watersleutel is te raadplegen via onze website Berekenen met de watersleutel - Delfland (hhdelfland.nl). Op onze website is ook meer informatie te vinden over het toepassen van de watersleutel. Wij verzoeken u in de waterparagraaf uit te werken, op welke manier de wateropgave ingevuld wordt. Hierbij dient ten minste de wateropgave voor de compensatie van toename van verharding in open oppervlaktewater gegraven te worden. De wateropgave voor de compensatie van de klimaateffecten mag door middel van een vasthoudmaatregel. Bij de berekening van de wateropgave in het kader van de watertoetsprocedure (zoals met de watersleutel) wordt rekening gehouden met klimaatverandering, omdat gerekend wordt met de verwachte neerslag in 2050. Die opgave is gericht op het voorkomen van wateroverlast vanuit het oppervlaktewater in tegenstelling tot de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig, dat zich vooral op hemelwateroverlast richt. In samenspraak met de gemeente worden de eisen uit de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig en de wateropgave voor klimaateffecten, berekend met de watersleutel, naast elkaar gehanteerd.
Omdat maatregelen voor beide doelen effectief kunnen zijn, hoeft alleen de grootste klimaatwateropgave gerealiseerd te worden. Vanwege het belang voor de waterhuishouding hanteert Delfland richtlijnen bij de beoordeling van vasthoudmaatregelen. Deze zijn te vinden op www.hhdelfland.nl/over-ons/beleid/beleid/. Wij verzoeken u in de waterparagraaf nader uit te werken, op welke manier de wateropgave ingevuld wordt en aan te
98