RIS317394 Bijlage Ontwerpbestemmingsplan Dreven 1
Tekst van het document
4.6
Natuurbescherming
Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering en het bijbehorende besluit in werking getreden. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). Wat valt onder de vrijstelling:
65
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
het bouwen en slopen van een bouwwerk; het aanleggen, wijzigen en opruimen van een werk (bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking en grond-, weg- en waterbouw zoals pleinen, straten, het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatieinfrastructuur, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen; De vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden (o.a. het aan- en afvoeren van bouwmaterialen en emissies van werktuigen op de bouwplaats) Wat valt niet onder de vrijstelling: De productie van bouwmaterialen. Onderbouwing in de toelichting bij een bestemmingsplan De toelichting bij het Bsn geeft nog een tip voor de onderbouwing van stikstof in de aanlegfase in onze bestemmingsplannen, waar toch nog vaak om wordt gevraagd: "Deze partiële vrijstelling kan ook helpen bij het vaststellen van bestemmingsplannen door gemeenten. Als het bestemmingsplan dient om bepaalde bouwactiviteiten of de aanleg of wijziging van werken mogelijk te maken, zal voor dit onderdeel van het plan kunnen worden verwezen naar het feit dat al een beoordeling door de wetgever heeft plaatsgevonden die een partiële vrijstelling voor de bouwfase van het project heeft vastgesteld.
Als gevolg daarvan kan bij de beschouwing van de stikstofemissies wat betreft de bouwfase gebruik worden gemaakt van de onderbouwing in de toelichting van het besluit." (citaat uit paragraaf 5.4 Nota van Toelichting Bsn). De Nota van Toelichting bevat in paragraaf 5 een uitgebreidere toelichting van de redenering waarom men de vrijstelling mogelijk acht. Als de definitieve tekst is vastgesteld zou je van die motivering dus gebruik kunnen maken in de toelichting bij je bestemmingsplan. Wettekst Zie voor de wettekst: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-140.html Lees ook deze blog voor meer achtergrond: https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/wet-en-besluit-stikstofreductie-en-natuurverbetering-een-verlichting -voor-de-bouwsector/ 4.6
Groene waarden
De wet- en regelgeving voor de groene waarden betreft de Wet natuurbescherming, de Wet milieubeheer, de Gemeentewet en de Wet ruimtelijke ordening. De bescherming van de groene waarden kent in de wet- en regelgeving verschillende invalshoeken: gebiedsbescherming, soortenbescherming, bomenbescherming areaalbescherming en netwerkbescherming. Op elk van deze aspecten wordt hierna ingegaan. 4.6.1
Gebiedsbescherming
In de Wet natuurbescherming (Wnb) is de gebiedsbescherming van bijzondere natuurgebieden, de zogenoemde Natura2000-gebieden, overgenomen uit de Natuurbeschermingswet 1998. Hieraan voorafgaand is in januari 2006 de formele aanwijzingsprocedure van Natura 2000-gebieden gestart. Na deze aanwijzing is de gebiedsbescherming uit de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn geïmplementeerd in de Natuurbeschermingswet 1998 en sinds 1 januari 2017 in de Wet natuurbescherming. Daarmee vervalt de rechtstreekse werking van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn in Nederland. In Den Haag dient rekening te worden gehouden met de Natura2000-gebieden: Meijendel & Berkheide (inclusief Harstenhoek, Oostduinen en Vlakte van Waalsdorp), Westduinpark & Wapendal (inclusief Bosjes van Poot) alsmede Solleveld & Kapittelduinen (inclusief landgoed Ockenburgh, Hyacintenbos, van Leydenhof en Westduinen). Dit betreft Habitatrichtlijngebieden. Er zijn geen Vogelrichtlijngebieden in de gemeente Den Haag. Indien ontwikkelingen en activiteiten in het plangebied een significant negatief effect kunnen hebben op een Natura 2000-gebied, dient een habitattoets uitgevoerd te worden. Is er op grond van de Wet milieubeheer (Wm) sprake van een passende beoordeling dan is een MER nodig. Voor de andere
66
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
gevallen kent de Wm de vormvrije merbeoordeling. In het bestemmingsplan dient aangegeven te worden in hoeverre de uitvoering van het plan onder de verplichtingen vanuit deze wet valt. Onderzoek en conclusie Uit het PlanMER Den Haag Zuidwest volgt dat er geen ruimtebeslag op beschermde natuurgebieden plaatsvindt. De kortste afstand tussen het plangebied en een Natura 2000-gebied bedraagt 3,5 kilometer. Op basis hiervan is dit aspect in het PlanMER neutraal beoordeeld. De toets van het bestemmingsplan aan het PlanMER Den Haag Zuidwest is in lijn met het bovenstaande. Geconcludeerd is dat door de ontwikkeling van Dreven 1 geen ruimtebeslag op beschermde natuur plaatsvindt. Conclusie natuurtoets In onderstaande tabel zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.4 van de natuurtoets in bijlage 2 van de toelichting. Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van bijzonder provinciaal landschap Midden Delfland of belangrijke weidevogelgebieden. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde. Conclusies Natura 2000-gebieden.
67
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
4.6.2
Natuurnetwerk Nederland
In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 1000 meter ten zuidwesten van het plangebied (zie onderstaand figuur). Aangezien er geen sprake is van externe werking in de provincie Zuid-Holland zijn vervolgstappen niet aan de orde.
Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN. Bron: QGIS-PDOK. Conclusie natuurtoets In onderstaande tabel zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNN-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.5 van de natuurtoets in bijlage 2 van de toelichting. Conclusies NNN-gebieden
Overig provinciaal beleid Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van bijzonder provinciaal landschap Midden Delfland of belangrijke weidevogelgebieden. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde.
68
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
4.6.3
Soortenbescherming
De Wet Natuurbescherming heeft de bescherming van planten- en diersoorten uit de Flora- en faunawet overgenomen. De wet gaat ervan uit dat zonder uitdrukkelijke toestemming geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. Dit betekent dat het gaat om het effect van een handeling op beschermde soorten. De wet kent een drie aparte beschermingsregimes voor: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn; 3. andere soorten' die vanuit nationaal oogpunt zijn beschermd. Hierbij hebben enkele wijzigingen plaatsgevonden in de soorten die beschermd zijn. De wet legt een zorgplicht op voor alle dieren en planten in Nederland, bijvoorbeeld door eisen te stellen aan de wijze en het tijdstip van uitvoering van bouwplannen waarbij men rekening houdt met het voortplantingsseizoen en met winterverblijfplaatsen en waardoor dieren niet onnodig worden verontrust. Ook legt de wet een beschermingsplicht op voor een groot aantal met name genoemde soorten. De wet bevat verbodsbepalingen voor het verwijderen van beschermde plantensoorten van hun groeiplaats, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten en het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort.
Voor de algemene beschermde soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een algemene vrijstelling, voor andere soorten die strenger zijn beschermd (vleermuizen, vogels, eekhoorns) kan onder voorwaarden een ontheffing worden aangevraagd. Beschreven effecten uit MER Den Haag Zuidwest Voor het plangebied van Den Haag Zuidwest is een quickscan uitvoerd. Op grond van dit onderzoek zijn de volgende effecten in het PlanMER Den Haag Zuidwest geconstateerd: In Zuidwest zijn beschermde soorten aanwezig zijn, zoals egels en verschillende soorten vleermuizen; Bij sloop en nieuwbouw wordt het leefgebied van deze soorten aangetast; Zonder het toepassen van mitigerende maatregelen (bijvoorbeeld tijdige realisatie van alternatieve verblijfplaatsen) bestaat het risico op het overtreden van de Wet natuurbescherming. Bij de verdere uitwerking van het plan moet nader onderzocht worden welke beschermde soorten aanwezig zijn en negatief beïnvloed kunnen worden; Ten aanzien van de groenstructuur wordt de hoofdgroenstructuur behouden, groenverbindingen versterkt en natuurinclusieve bouw toegepast; Meer dan de helft van de bomen in het gebied is slecht verplantbaar.
Per straat of deelproject van Zuidwest dient een bomeneffectenanalyse te worden uitgevoerd, waarmee in een vroeg stadium inzichtelijk wordt gemaakt of en hoe de bomen kunnen worden ingepast in de nieuwe situatie en waar eventuele knelpunten liggen met ondergrondse infrastructuur; De verdichting leidt tot extra recreatiedruk in parken waar veel beschermde soorten aanwezig zijn. Deze toename kan leiden tot verstoring van de aanwezige soorten. De parken ontvangen in de referentiesituatie ook al bezoekers waardoor reeds verstoring plaats vindt. De effecten als gevolg van de herontwikkeling van Zuidwest zijn daardoor beperkt; Het realiseren van natuurvriendelijke oevers, zonder beschoeiing, is het uitgangspunt. In het PlanMER is het aspect biodiversiteit neutraal beoordeeld. De kansen voor de biodiversiteit wegen niet op tegen de risico's. Onderzoek en conclusie Uit de toets aan het PlanMER volgt dat: In Dreven fase 1 moet in het kader van het bestemmingsplan met behulp van nader ecologisch onderzoek de eventuele effecten op beschermde soorten in beeld worden gebracht. De gemeente voert momenteel een bomeneffectanalyse uit, de resultaten worden meegenomen in de verdere planvorming. De ontwikkeling van Dreven fase 1 draagt ook bij aan de recreatiedruk in bestaande parken door het
69
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
toenemen van het aantal bewoners. In de toets van Dreven 1 aan het PlanMER Den Haag Zuidwest is geconcludeerd dat nader ecologisch onderzoek is vereist om de eventuele effecten van het bestemmingsplan op beschermde soorten in kaart te brengen. De effecten zijn naar verwachting in lijn met wat in het MER Zuidwest voorspeld is. Conclusie natuurtoets Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: vogels met een jaarrond beschermd nest, algemene broedvogels en vleermuizen. Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: vogels met een jaarrond beschermd nest, algemene broedvogels en vleermuizen. In tabel 3.1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn beschreven in paragraaf 2.3 van de natuurtoets opgenomen in bijlage 2 van de toelichting. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht.
In tabel 3.1 is aangegeven dat er nader onderzoek nodig is naar de huismus, gierzwaluw en vleermuis. De beschrijving van dit nader onderzoek wordt in tabel 3.2 uiteengezet.
In tabel 3.3 is aangegeven dat een overtreding van de Wnb voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 3.3 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen
70
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
vervolgstappen noodzakelijk. Tabel 3.3. Beschrijving maatregelen om overtreding van de Wnb te voorkomen.
4.6.3.1 Zorgplicht Uit paragraaf 2.3.11 van de natuurtoets blijkt dat er in het plangebied soort(groep)en aanwezig (kunnen) zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de zorgplicht voor soorten. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 3.4.
De bovenstaande tabellen zijn afkomstig uit de natuurtoets zoals bijgevoegd in Bijlage 2 van de toelichting behorende bij bestemmingsplan Dreven 1. 4.6.4
Bescherming bossen
De Wnb beschermt geen houtopstanden binnen de bebouwde kom. Waar de grens van de bebouwde kom ligt, wordt bepaald door de gemeenteraad. Anders dan de naam wellicht doet vermoeden, gaat het hier niet om de grens van de bebouwde kom op grond van de Wegenverkeerswet. Aangezien de gemeente op 1 januari 2017 nog geen (nieuwe) komgrens op grond van deze wet heeft vastgesteld geldt volgens artikel 9.9 van de Wnb de komgrens zoals die door de gemeenteraad op 5 maart 1998 is vastgesteld onder de Boswet (RIS 021312). Deze gebieden vallen per 1 januari 2017 onder de werking van de Wnb. Dit betekent dat duurzame instandhouding van het bos is verzekerd en wat bos is ook bos moet blijven. Financiële tegemoetkomingen (subsidies) van Rijk en Provincie zijn mogelijk. Bescherming vindt plaats door middel van een meldings- en herplantingsplicht. 4.6.5
De Wet natuurbescherming: meld- en herplantingsplicht
De Wnb kent voor de meld- en herplantingsplicht voor het vellen van houtopstanden. Houtopstanden die onder de werking van de Wet natuurbescherming vallen, mogen alleen worden gekapt als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Allereerst moet de kap van te voren worden gemeld. Voor dunningen is de meldings- en herplantingsplicht niet van toepassing. Anders dan onder de Boswet moet de kap vanaf 1 januari 2017 worden gemeld bij Gedeputeerde Staten van de provincie. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen over de melding en bepalen welke gegevens moeten worden verstrekt, de termijn en de wijze waarop moet worden gemeld en over de wijze waarop moet worden herbeplant. Na de (gemelde) kap dient de eigenaar van het bos ervoor te zorgen dat drie jaar na het kappen van het bos, hetzelfde areaal bos aanwezig is in de vorm van jonge beplanting. Het herbeplanten van het perceel kan plaatsvinden door aanplant, bezaaiing, natuurlijke verjonging of op andere wijze realiseren van een nieuwe houtopstand.
71
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
4.6.6
Houtopstanden
Ook voor de reikwijdte van te beschermen houtopstanden is in de Wnb grotendeels aangesloten op de Boswet. Wederom geldt de meld- en herplantingsplicht voor houtopstanden van 10 are en groter en een bomenrij van 20 bomen. De term 'houtopstand' is gedefinieerd als een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Niet voor alle houtopstanden die aan deze vereisten voldoen, geldt de meld- en herplantingsplicht. Net zoals onder de werking van de Boswet zijn bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden uitgezonderd. Ook is in de Wet natuurbescherming gedacht aan de praktische problemen bij de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als houtige biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantingsplicht indien ten minste eens per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan bepaalde beplantingseisen is voldaan. Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen worden vanaf 1 januari 2017 -in tegenstelling tot voorheen onder de Boswet - wél beschermd. Conclusie natuurtoets Er is bij voorliggend planvoornemen geen sprake van aantasting van onder de Wnb beschermde houtopstanden. Er zijn voor wat de Wnb betreft geen vervolgstappen aan de orde.
Gemeentelijk beleid omtrent de kap van bomen en/of bosschages kan echter wel van toepassing zijn (zie ook bijlage 1 natuurtoets). 4.6.7
Bomenbescherming
In de op grond van de Gemeentewet door de gemeenteraad vastgestelde Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is de bescherming van bomen vastgelegd. Volgens de APV van Den Haag, artikel 2.80 e.v., is voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig (RIS 174540). Door deze bescherming kunnen belangen zorgvuldig worden afgewogen voordat een omgevingsvergunning wordt afgegeven dan wel geweigerd. Daarnaast is een mogelijkheid opgenomen om monumentale bomen aan te wijzen. Monumentale bomen hebben een hogere beschermingsstatus. Voor een volledig overzicht van de monumentale bomen in Den Haag is op de website van de gemeente Den Haag de meest actuele lijst en kaart terug te vinden. 4.6.8
Bomenbescherming balans
PM Bomenscan wordt nog uitgevoerd.
4.7
Bodem
Op 1 januari 2006 is de wijziging van de Wet bodembescherming (Wbb) in werking getreden. Vertrekpunt van de nieuwe Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is voortaan functiegericht. Vroeger moesten alle functies van de bodem worden hersteld maar dit bleek in de praktijk lastig haalbaar. Hoge kosten en langdurige saneringen zorgden van stagnatie. De gewijzigde wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: a. het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; b. het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; c. het wegnemen van actuele risico's. Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. De uitvoering van deze verplichte saneringen wordt een stuk flexibeler. Het is niet meer altijd nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak.
72
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
Wanneer economische of maatschappelijke omstandigheden rond de vervuilde locatie uitstel vragen, kunnen tijdelijke maatregelen worden genomen, op voorwaarde dat risico's voldoende worden beheerst. Onderzoek en conclusie Beschreven effecten uit het PlanMER Den Haag Zuidwest Het aspect bodem is neutraal beoordeeld in het PlanMER omdat er geen functies komen die een risico vormen voor de bodemkwaliteit en eventuele verontreinigingen gesaneerd worden. Geconstateerd is dat: in de huidige situatie de bodemkwaliteit in Zuidwest geschikt is voor ten minste de functie wonen; met de ontwikkeling geen functies zijn voorzien die een risico vormen voor de bodemkwaliteit; eventuele lokale verontreinigingen gesaneerd of ingepakt dienen te worden. Toets Dreven 1 aan PlanMER Den Haag ZuidWest De specifieke toets van het bestemmingsplan Dreven 1 aan het PlanMER is in lijn wat in het PlanMER Zuidwest is voorspeld. Eventuele verontreinigingen worden gesaneerd. Voorts is aanbevolen om voorafgaand aan de aanleg- en bouwwerkzaamheden bodemonderzoek te laten uitvoeren. Gelet op het bovenstaande worden er met de realisatie van het bestemmingsplan Dreven 1 geen significante effecten op de bodemkwaliteit verwacht, wat leidt tot een neutrale (0) score.
4.8
Wind en bezonning
Onderdeel van de toetsing van stedenbouwkundige plannen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen worden de normen voor wind en bezonning gehanteerd (RIS 170509). 4.8.1
Wind
Van windhinder is sprake als gedurende een te groot aantal uren per jaar een bepaalde windsnelheid wordt overschreden. Dit treedt op rond hoge gebouwen wanneer er sprake is verhoogde windsnelheden, die het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk maken. In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving ter voorkoming van windhinder. De gemeente sluit zich wat betreft beleid ten aanzien van wind aan bij de NEN 8100. In deze norm is een beslismodel weergeven wanneer een windonderzoek mogelijk nodig kan zijn: gebouwen hoger dan 30 meter: windonderzoek nodig beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 meter: specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is. 4.8.2
Bezonning
De realisatie bouwwerken kunnen gevolgen hebben voor de schaduwwerking in de omgeving. Binnen Nederland worden er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Gemeenten zijn dus vrij om hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. Gemeente Den Haag sluit grotendeels aan op de 'lichte TNO-norm'. De Haagse bezonningsnorm gaat er vanuit dat de ondergrens op twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober, uitgaande van een zonhoogte van meer dan 10 graden, moet liggen. In afwijking van de lichte TNO-norm is in de Haagse norm de bezonning op gevels maatgevend, onafhankelijk van de plaats van de ramen. De Haagse bezonningsnorm is van toepassing op de omgeving van de te realiseren nieuwbouw en geldt voor bouwwerken vanaf een hoogte van 25 meter of indien de nieuwbouw ten minste 1,5 maal hoger is dan de gemiddelde hoogte van de omgeving. De realiseren nieuwbouw is weliswaar met maximaal 23 meter lager dan 25 meter, maar omwille van een goede ruimtelijke ordening is toch onderzoek uitgevoerd. 4.8.3
Wind en bezonningsonderzoek Dreven 1
PM
73
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
4.9
Waterparagraaf
Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur. Dat wil zeggen: er moet voldoende ruimte zijn voor waterberging, goede waterkwaliteit, waterkeringen en waterzuivering. Belangrijk uitgangspunt voor Delfland is dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (standstillbeginsel). Indien bij het realiseren van een ontwikkeling de waterhuishouding verslechtert, dient gezamenlijk te worden gezocht naar een oplossing. Dit kan door compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van nieuw oppervlaktewater toevoegen in het plan, of nabij de locatie. Kansen om de waterhuishouding te verbeteren worden beschreven en overlegd en zo mogelijk benut 4.9.1
Watertoets
Gemeente Den Haag, Staedion en Heijmans wensen te starten met de herstructurering van het gebied Dreven, Gaarden, Zichten in Den Haag Zuidwest. In De Dreven is een grote renovatie-, herstructureringen verdichtingsoperatie gepland, verdeeld over meerdere fasen gedurende meer dan 10 jaar. De Dreven transformeert tot een stedelijke wijk in een groene setting, met een grote differentiatie aan woningtypen en een goed voorzieningenniveau. Dreven fase 1 is één van de eerste beoogde ontwikkelingen, gelegen in de wijk Bouwlust-Vrederust, in het zuiden van stadsdeel Den Haag Zuidwest. Voor Dreven fase 1 wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Voor dit nieuwe bestemmingsplan wordt een watertoets doorlopen. Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerders (in dit geval het Hoogheemraadschap Delfland en de Gemeente Den Haag) in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. De gemeente heeft voldaan aan de watertoets.
In bijlage 3 van de bijlagen bij de toelichting staat de watertoets uitgevoerd door Antea op d.d. 27 oktober 2023. Grondwater Binnen de gemeente Den Haag wordt een ontwateringsdiepte onder de bebouwing gehanteerd van 0,7 m -mv. Onder een kruipruimte dient een ontwateringsdiepte van 0,2 m te zijn, met als uitgangspunt een kruipruimte van 0,5 m diep. De ontwateringsdiepte varieert tussen 0,9 en 1,4 m -mv (zie paragraaf 12.5 Watersysteem) en vormt daarmee geen knelpunt voor de ontwikkeling. Watersysteem Waterpeil en legger Het plangebied is gelegen in peilgebied GPG2007EHP1 en heeft een vast peil van -1,75 m NAP. Dit peil mag niet aangepast worden. In de toekomstige situatie zal dit peil dus gehandhaafd blijven. De bestaande inrichting van de leggerwatergang in het zuiden van het plangebied blijft gehandhaafd. Er is een stuk oppervlaktewater opgenomen in het plan wat ‘doodloopt’, dit is tegenstrijdig met de wensen van het Hoogheemraadschap. Het advies is om een verbinding te maken, het liefst via open water of anders via een duiker, om doodlopende watergangen te vermijden. Een watersysteem zonder doodlopende watergangen heeft de voorkeur vanuit het hoogheemraadschap voor het functioneren van het oppervlaktewatersysteem. Verhard- en onverhard oppervlak In de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak toe met 2.350 m2 en het onverharde oppervlak af met circa 2.350 m2.
Waterbergingsopgave Ten behoeve van de waterbergingsopgave zijn er eisen vanuit het hoogheemraadschap en vanuit de gemeente. Het hoogheemraadschap werkt conform de ‘Watersleutel’ en de gemeente heeft aspecten vanuit het ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’ vastgelegd in haar klimaatbeleid. De benodigde watercompensatie vanuit beide waterbeheerders wordt onderstaand uiteen gezet. Hierbij is het niet nodig om beide watercompensaties bij elkaar op te tellen, maar dient aan de grootste
74
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
watercompensatie te worden voldaan. Bepaling wateropgave volgens watersleutel HH Delfland Op basis van de watersleutel (zie bijlage 1) blijkt dat door de toename van verharding en rekening houdend met het klimaat in totaal 851 m2 aan nieuw oppervlaktewater gerealiseerd dient te worden. Als het realiseren van nieuw oppervlaktewater aantoonbaar niet mogelijk is binnen het plangebied kan dit ook worden ingevuld met het realiseren van 511 m3 waterberging. De waterberging dient ingericht te worden conform de vasthoudmaatregelen van het hoogheemraadschap (zie paragraaf 3.3). Deze watercompensatie is benodigd op basis van de gegevens van verhard en onverhard oppervlak uit paragraaf 5.1. Als de oppervlakken verhard en onverhard in toekomstige ontwerpen veranderen, zal ook de benodigde watercompensatie veranderen. De watersleutel is onderverdeeld in 2 componenten: Het huidige klimaat (A) en een aanvullende opgave om te voldoen aan het klimaat in 2050 (B). Bepaling wateropgave volgens Gemeente den Haag Er geldt een compensatie van 50 mm/m2 aan nieuwbouw. De toekomstige nieuwbouw bestaat uit de percelen 1A, 1B, 1C, 1D. Op basis van de gegevens van verhard en onverhard oppervlak uit paragraaf 5.1 is het totale oppervlak aan verharding: 4.800 + 3.900 + 3.000 + 2.700 = 14.400 m2. Hiervoor dient dus een compensatie van 14.400 m2 * 0,05 m = 720 m3 aan berging gerealiseerd te worden.
Neerslag gebeurtenis 70 mm/uur In het kader van klimaatadaptatie is het ‘Convenant Klimaatadaptief Bouwen’ opgesteld en heeft de gemeente Den Haag dit als beleid vastgesteld in de ‘Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig’. Derhalve zijn de gestelde eisen in het convenant geen ambitie van de gemeente, maar hun beleid waaraan dient te worden voldaan. In het beleid van de gemeente is opgenomen dat 50 mm/m2 bij een korte hevige bui (70 mm/uur) opgevangen dient te worden op privaat terrein. Hierbij wordt als randvoorwaarde gesteld dat het opgevangen water niet eerder dan na 24 uur wordt afgevoerd en dat de berging binnen 48 uur weer beschikbaar dient te zijn. Neerslag gebeurtenis 90 mm/uur Bij een neerslag gebeurtenis van 90 mm/uur is in het convenant en de wegwijzer opgenomen dat in het plangebied geen schade optreedt aan infrastructuur, gebouw, eigendommen of groen in de bebouwde omgeving. Enige hinder is hierbij wel toegestaan. Langdurige droogte Langdurige droogte mag niet leiden tot verdroging of schade aan de bebouwde omgeving. Hierbij dient ernaar gestreefd te worden dat 50% van het jaarlijks gemiddelde neerslag in het plangebied geïnfiltreerd wordt. Daarnaast dient de inrichting van het plangebied afgestemd te worden met de verwachte grondwaterstanden en de beschikbaarheid van zoetwater tijdens droogte.
Conclusie Uit de vergelijking van de Watersleutel en het Convenant Klimaatadaptief Bouwen/De wegwijzer Den Haag blijkt dat de opgave van de gemeente Den Haag maatgevend is: De bergingsopgave voor de ontwikkeling Dreven fase 1 betreft 720 m3. Hiermee wordt ook voldaan aan de bergingsopgave van het waterschap die onderliggend nog steeds van kracht blijft.
75
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
Voor de ontwikkeling betekent het dus dat er in ieder geval 720 m3waterberging binnen het plangebied gerealiseerd dient te worden om in ieder geval aan het gemeentelijk beleid te voldoen. In de volgende paragraaf (5.4 Klimaatadaptatie watertoets) is opgenomen hoe aan de bergingsopgave voldaan kan worden. Dit dient in een latere planfase ook verder uitgewerkt te worden. Klimaatadaptatie en invulling wateropgave Invulling wateropgave plangebied Dreven fase 1 Het plangebied Dreven fase 1 voorziet in een toename aan oppervlaktewater van 900 m2 waarmee in ieder geval wordt voldaan aan de wateropgave vanuit het hoogheemraadschap van Delfland, echter is deze wateropgave onderliggend van kracht en omdat de gemeentelijke wateropgave maatgevend is: De maatgevende wateropgave bestaat uit 720 m3 en dient volgens het beleid van de gemeente op privaat terrein geborgen te worden. Dit is in lijn met de volgorde voor waterrobuust ontwerpen: eerst vasthouden,bergen en gebruiken en dan afvoeren. Het is wenselijk om dit te combineren met groene ontwikkeling van de openbare ruimte.
Om 720 m3 binnen de percelen (1A, 1B, 1C, 1D) te bergen kan gedacht worden aan het toepassen van retentiekratten, groene daken of andere inrichtingen van de te bouwen inrichting zolang hemelwater binnen het perceel wordt opgevangen waarbij na minimaal 24 en maximaal 48 uur de bergingscapaciteit binnen het perceel weer beschikbaar is. Het wordt aangeraden om in afstemming met de gemeente na te gaan in hoeverre het nieuwe te graven oppervlaktewater kan bijdragen aan de invulling van de gemeentelijke wateropgave. De nieuwe waterpartij biedt in omvang ruimte aan circa 450 m3 water, uitgaande van een gemiddelde waterkolom van 0,5 m. Als er wordt ingestemd om het nieuw te graven water als onderdeel te zien van het ‘privaat terrein’ van 1 of meerdere percelen kan hiermee een deel van de gemeentelijke wateropgave voldaan. Voor deze ontwikkeling wordt reeds voldaan aan de watercompensatie voor het Hoogheemraadschap en is voldoende ruimte om te voldoen aan de gemeentelijke wateropgave, mits daar in de definitieve inrichting van de percelen op bovenstaande wijze rekening mee wordt gehouden. Klimaatadaptatie realiseren in het grote plangebied Het huidige plangebied is onderdeel van een groter woningbouwproject binnen de gemeente Den Haag. Ten behoeve van het grotere project is een ‘Nota van Uitganspunten Dreven’ opgesteld (d.d. april 2021).
Hierin is de watersleutel voor het gehele project ingevuld. Hieruit blijkt voor het gehele project 3.912 m2 nieuw oppervlaktewater gerealiseerd dient te worden of 2.347,3 m3 aan waterberging. N.B. Het is onbekend hoe de ontwikkeling van Dreven fase 1, waarvoor deze watertoets is opgesteld, zich verhoudt tot de destijds ingevulde watersleutel voor het grotere woningbouwproject. Door het hoogheemraadschap is in het overleg op 16 september 2021 aangegeven dat moet worden gekeken hoeveel watercompensatie voor het huidige plangebied noodzakelijk is (zie ’de kop
76
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
‘waterbergingsopgave’ in de vorige paragraaf van de watertoets) en of de geplande waterbergingslocaties voor het gehele project hieraan kunnen voldoen. Uitwerking watersysteem Het watersysteem is nog niet volledig in kaart gebracht. Op het moment van opstellen van de watertoets is nog onbekend hoe de nieuwe watergangen in de gehele wijk verbonden worden. Het hoogheemraadschap heeft aangegeven doodlopende watergangen zo veel mogelijk te willen voorkomen. Derhalve dient in nadere ontwerpen bepaald te worden hoe de watergangen met de omgeving verbonden kunnen worden en hoe het watersysteem binnen het plangebied gaat werken. Wateroverlast In de huidige situatie word volgens de klimaatatlas van de gemeente Den Haag wateroverlast van 20 cm of meer verwacht aan de noordzijde van perceel 1D. Bij de inrichting van dit perceel dient enerzijds rekening te worden gehouden dat de overlast niet verergert als gevolg van afstromend regenwater vanaf het perceel, anderzijds dient het perceel zo ingericht te worden dat water op het maaiveld niet leidt tot schade aan bijvoorbeeld panden/kelders door overstroming van het perceel. Vuil- en hemelwater Ten aanzien van nieuwbouw dient de nieuw te leggen riolering, gescheiden gerealiseerd te worden. Dit betekent het realiseren van een vuilwaterriolering (vwa/dwa) en een hemelwaterriolering (hwa).
Waterkwaliteit In de toekomstige situatie mag de waterkwaliteit niet verslechteren. Derhalve dient gewerkt te worden met niet-uitlogende materialen. Waterveiligheid Uit de legger van het hoogheemraadschap blijkt dat het plangebied zich niet in de kern- of beschermingszones van waterkeringen bevindt. Om deze reden zijn er geen effecten op de waterveiligheid. Juridische borging In het bouwvlak voor de bestemming dient waterberging in de bestemming te worden opgenomen. Daar kan van worden afgeweken zodra met de gemeente is afgesproken dat de waterberging wordt ingevuld door open water binnen het peilvak. In het bouwvlak dient waterberging in de bestemming mogelijk gemaakt te worden om aan de wateropgave te voldoen. Bij de keuze voor de definitieve inrichting dient meegenomen te worden hoe de bestemming water wordt opgenomen op de legger van het hoogheemraadschap en wat de beheereisen hiervoor zijn, zodat een beheerbare inrichting ontstaat. Binnen de groenbestemming dient de aanleg van oppervlaktewater ook mogelijk gemaakt te worden om de mogelijkheid te behouden om doodlopende watergangen te vermijden en om een beheerbare inrichting mogelijk te maken.
77
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
78
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
Hoofdstuk 5 5.1
Planbeschrijving
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken zijn de bestaande situatie (hoofdstuk 2), het beleidskader (hoofdstuk 3) en de milieukwaliteitseisen (hoofdstuk 4) uiteengezet. Dit diende ertoe om de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen voor het bestemmingsplan. In paragraaf 5.2 wordt het plan beschreven en in paragraaf worden de in het plan opgenomen ontwikkelingen aangegeven. Aan de hand hiervan wordt in paragraaf 5.4 een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen gemaakt. Met deze keuze kan de opzet van het bestemmingsplan in paragraaf 5.5 en de bestemmingen globaal beschreven worden.
5.2
Beschrijving van het plan
5.2.1
Beschrijving van het plan
Het college heeft op 07-05-2021 ingestemd met de Nota van Uitgangspunten (NvU) voor de ontwikkeling van De Dreven (RIS308508). Daarna heeft het college de commissie per brief geïnformeerd en is de NvU besproken in de commissie Ruimte van 13-07-2021. De volledige NvU is opgenomen als Bijlage 2 bij deze toelichting. Daarnaast is het projectdocument voor Dreven-Gaarden-Zichten fase 1 is door het college, onder voorbehoud van goedkeuring door de raad van de bijbehorende grondexploitatie Dreven-Gaarden-Zichten fase 1 (SBK nummer ES-156), op 21 december 2021 vastgesteld (RIS311092) Dit is een uitvoeringsbesluit voor de eerste 10 jaar van de totale gebiedsontwikkeling Dreven-Gaarden-Zichten en de realisatie van ruim 50% van het beoogde programma. Op basis van de randvoorwaarden uit de NvU zijn regels voor het plangebied opgesteld in dit bestemmingsplan. De randvoorwaarden kaart uit de NvU is hieronder opgenomen, daarna volgt een toelichting.
79
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
5.2.2
Functionele hoofdopzet
Programma In De Dreven is een grote renovatie-, herstructurering- en verdichtingsoperatie gepland, verdeeld over meerdere fasen gedurende meer dan 10 jaar. De Dreven transformeert tot een stedelijke wijk in een groene setting, met een grote differentiatie aan woningtypen en een goed voorzieningenniveau. Het uitgangspunt is om in totaal circa 1000 woningen te slopen en op deze plekken nieuwbouw te plegen, zodanig dat daar nog circa 1.600 woningen in diverse prijscategorieën aan kunnen worden toegevoegd. In fase 1 worden extra woningen, bedrijfsruimten in plinten en een parkeergarage toegevoegd. Ook wordt er nieuwe openbare ruimte aangelegd, waarbij het open wateroppervlak wordt vergroot. Planonderdeel 1B krijgt een collectieve binnentuin waaronder de parkeergarage voor dit complex is gesitueerd. In tabel x is het programma voor de gebouwde functies weergegeven. Functie Aantal / m2 bvo Woningen Circa 266 woningen, waarvan: Nieuwbouw (blokken 1B en 1C) Circa 191 woningen Renovatie (4 portiekflats 1A) Circa 75 woningen Overige functies Circa 3453 m2 ruimte voor bedrijven, waarvan: Bedrijfsruimte Renovatie (stroken 1A) Circa 1553 m2 BOG/MOG: renovatie en transformatie van bestaande bedrijfsruimten in de plint. Bedrijfsruimte nieuwbouw (blok 1D) Circa 1900 m2 BOG/MOG: ruimte voor bedrijven in de maakindustrie en -bedrijvigheid, in de plint van het parkeergebouw.
Parkeergarage (blok 1D) De parkeerplaatsen zijn gelegen op de verdiepingen boven de plint tabel x: programma gebouwde functie De Dreven fase 1
80
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
Woningen De woningvoorraad in de buurt De Dreven groeit zodanig dat er uiteindelijk meer dan een verdubbeling zal zijn van het aantal woningen in de huidige situatie. Het doel is om in te zetten op een gedifferentieerde woningvoorraad met aandacht voor de beoogde doelgroepen. Hiermee komen er woningen bij voor de doelgroepen in de sociale sector, middenhuur en betaalbare koop. In fase 1 zullen er uiteindelijk circa 266 woningen zijn, ten opzichte van 139 in de huidige situatie. 64 woningen daarvan zullen worden geamoveerd, ten behoeve van de bouw van 191 nieuwe woningen in 1B en 1C. Voor een totaaloverzicht zie onderstaande tabellen x en x. totaal
1A
1B
1C
Sloop -64 -23 -23 Renovatie 75 75 Nieuwbouw 191 120 71 Tabel x: Indicatie sloop-renovatie-nieuwbouw in De Dreven fase 1 totaal
1A
1D -18 -
1B
1C
1D
Sociale huur 120 120 Midden huur 24 Dure huur Betaalbare 47 koop Totaal 191 120 Tabel x: Indicatie woningtypes nieuwbouw
24 47
-
71
-
Aantal / m2 bvo Circa 266 woningen, waarvan: Circa 191 woningen Circa 75 woningen Circa 3453 m2 ruimte voor bedrijven, waarvan: Circa 1553 m2 BOG/MOG: renovatie en transformatie van bestaande bedrijfsruimten in de plint. Bedrijfsruimte nieuwbouw (blok 1D) Circa 1900 m2 BOG/MOG: ruimte voor bedrijven in de maakindustrie en -bedrijvigheid, in de plint van het parkeergebouw. Parkeergarage (blok 1D) De parkeerplaatsen zijn gelegen op de verdiepingen boven de plint tabel x: programma gebouwde functie De Dreven fase 1 Functie Woningen Nieuwbouw (blokken 1B en 1C) Renovatie (4 portiekflats 1A) Overige functies Bedrijfsruimte Renovatie (blok 1A)
Overige gebouwde functies Voor de Dreven zal in voldoende maatschappelijk onroerend goed worden voorzien overeenkomstig de 'Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen'. Op basis van deze referentienormen zal een voorzieningenprogramma worden opgesteld op basis waarvan in de verdere uitwerking de opgave per type maatschappelijke voorziening nader zal worden ingepast. In planonderdeel 1A zal ruimte worden gecreëerd waar maatschappelijke functies alsmede bedrijfsfuncties kunnen landen. In planonderdeel 1D komt ruimte voor bedrijfsfuncties. Programma plint Dreven 1A De huidige commerciële ruimtes in de plint van Dreven 1A worden in fase 1 gerenoveerd en opnieuw ingevuld met BOG/MOG. Gezocht wordt naar maatschappelijke voorzieningen voor de buurt,
81
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
dienstverlening en beperkt food en horeca. Het doel is om hier een buurtfunctie te behouden, gericht op ontmoeting. Er is in totaal 1553 m2 beschikbaar om in te vullen met BOG en MOG. Parkeergarage 1D In de plint van plandeel 1D (de gebouwde collectieve parkeervoorziening) zijn bedrijfsruimten voorzien voor kleinschalige maakindustrie en bedrijvigheid. Hiermee wordt onder andere bedoeld bedrijvigheid in de ambachtelijke sector, dus de sector waarbij er gewerkt wordt met (kleine) machines, zoals fietsenmakers en meubelmakers (bron: NvU). Ook is er ruimte voor initiatieven zoals een kapper/beautysalon, het Staedion wijkkantoor, kleinschalige kinderopvang en andere culturele/sociaal buurtvoorzieningen. Deze functies hebben als doel om het parkeergebouw op maaiveldniveau te verlevendigen een daarmee tegelijkertijd bij te dragen aan een gezonde wijkeconomie. 5.2.3
Stedenbouwkundige opzet
De Dreven verandert van een perifere suburbane tuinwijk in een stedelijke gezinsbuurt in een groene setting waar plaats is voor ontmoeting. Er is een gedifferentieerd woonprogramma met een accent op gezinnen. Beschermd Stadsgezicht De Drevenbuurt, gebouwd tussen 1956 en 1965, is sinds 2004 aangewezen als een gemeentelijk beschermd stadsgezicht uit de wederopbouwperiode (RIS 120560). Het aanwijzen van beschermde stadsgezichten is er op gericht om de meest waardevolle buurten en wijken als cultureel erfgoed te behouden. In de Dreven is de oorspronkelijke opzet en architectuur nagenoeg ongeschonden bewaard gebleven. Het buurtwinkelcentrum heeft weliswaar een groot deel van haar functie verloren, maar is met behoud van de architectonische karakteristiek deels verbouwd tot woningen.
Woningen van de Dreven in aanbouw. Bron: Winkelplint met portiekwoningen aan de onderzoek toekomstvastheid De Dreven | systeem Dreef (bron: NvU) Rottinghuis Voor de Dreven is door Staedion onderzocht of het haalbaar is de woningen te renoveren en verduurzamen binnen deze kaders. Dat blijkt economisch niet haalbaar, het levert niet de woningkwaliteiten op die in deze tijd gewenst zijn en er ontstaat onvoldoende differentiatie in woningtypologieën om de gewenste kanteling in de wijk te bewerkstelligen. Ook sloop/nieuwbouw in combinatie met de gewenste verdichting verandert de ruimtelijke opzet en verhoudingen zodanig dat niet alle monumentale kernwaarden kunnen worden behouden. Vanuit het oogpunt van monumentenzorg is dat een groot verlies, vanuit oogpunt leefbaarheid en ledigen van de Haagse woningnood is het winst. De conclusie na uitgebreid onderzoek is, dat de wens het aantal sociale woningen te vergroten maar tegelijkertijd het aandeel sociale woningen in de buurt te verkleinen, een verdichting vraagt die het behoud van de beschermde status onmogelijk maakt. Om herontwikkeling van De Dreven mogelijk te maken zal de beschermde status moeten worden opgeheven.
82
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
Bij de herontwikkeling wordt rekening gehouden met de kenmerkende kwaliteiten van het beschermd stadsgezicht: de karakteristieke voormalige winkelbebouwing met portiekwoningen langs De Dreef; het orthogonale straten- en bebouwingspatroon met groene ruimte tussen de gebouwen en de diagonale zichtlijnen. De fraaie singel met bajonet in het hart van de wijk krijgt een nog prominentere positie in het geheel. Ruimtelijke structuur De openbare ruimte en de onderliggende infrastructuur zullen grotendeels worden heringericht met zoveel mogelijk behoud en versterking van de bestaande karakteristieke en waardevolle groenstructuren. Een goede verbinding en aansluiting op de omringende stad en verduurzaming zijn daarin leidend evenals de omvorming van 'kwantitatief naar kwalitatief groen': van veelal ongebruikt 'kijkgroen' naar prettig 'gebruiks- en ontmoetingsgroen' dat tevens invulling geeft aan klimaatadaptiviteit, natuurinclusiviteit en gezondheid.
Afbeelding x: Principe verdichting bestaand (boven) en nieuw (onder). Bron NvU Doordat het ontwerp voortborduurt op het huidige stratenpatroon, wordt fasering makkelijker en kunnen volwassen bomenlanen zoveel mogelijk behouden worden. Op drie plekken wordt ingegrepen in de ruimtelijke structuur: Door de voorgevelrooilijn van Dreven fase 1C aan de Gravendreef terug te leggen ten opzichte van de huidige situatie ontstaat ter plekke een breder profiel met meer ruimte voor groen, verblijfskwaliteit en het verbinden van recreatieve en langzaam-verkeersroutes. Het bouwblok van Dreven fase 1B zal -tezamen met de te renoveren portiekflat uit 1A- een alzijdige oriëntatie krijgen, hetgeen de woonkwaliteit en belevingswaarde van de openbare ruimte vergroot. Ook wordt het compacter van opzet waardoor een beter leesbaar en groter aaneengesloten parkgebied ter plaatse van de huidige singel zal ontstaan. De weg 'Baljuwdreef' zal rechtdoor getrokken worden, langs bouwblok 1C en parallel aan De Dreef, met een aansluiting op de Melis Stokelaan. De huidige achterkant van de portiekflat, behorende bij fase 1A zal straks als voorkant fungeren terwijl de huidige voorkant straks aan een groene binnentuin ligt, omsloten door vergelijkbare gebouwen, hetgeen typeperend voor de wijk.
83
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
Bouwhoogten De hoogte-accenten (50-70m) en opstoppingen (9-12 lagen) vormen door hun afwisseling in hoogte gezamenlijk een stedenbouwkundig ensemble en sluiten qua morfologie en positie aan op de principes van bebouwing in Zuidwest. De hoogte-accenten liggen hoofdzakelijk langs de randen en grotere open ruimtes en dragen zo bij aan de oriëntatie en de vorming van een stevig stedelijk front aan de openbare ruimte. De nieuwe bebouwing van het geheel van De Dreven kent een drietal hoogteaccenten: twee op de kop van de groene singel en één langs de Pachtersdreef. Daarvan maakt er één deel uit van fase 1, zijnde de toren van bouwblok 1B, gelegen op de kop van de singel.
84
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
Deelprojecten Dreven 1A Binnen de ontwikkellocatie Dreven 1A worden 75 portiekwoningen gerenoveerd, evenals de daaronder gelegen plint met commerciële en bedrijfsruimten. Uitgangspunt is dat deze flats aan de dreef, samen met de 2 eveneens te behouden portiekflats aan het pleintje, een ensemble vormen. Dit ensemble vertegenwoordigd de belangrijkste bouwkundige, architectonische en cultuurhistorische waarden van oud-De Dreven, deels de reden van de beschermde status die het ooit bezat. Dankzij zorgvuldige inpassing van het oude ensemble ten opzichte van de nieuwe bebouwing blijft ook de stedenbouwkundige kwaliteit gewaarborgd. Dreven 1B Binnen de ontwikkellocatie Dreven 1B worden 23 woningen gesloopt. Uitgangspunt is op deze locatie circa 121 woningen in diverse woningtypes binnen het sociale segment te combineren in een halfopen stedelijk bouwblok met hoogbouwelement. Er zal een groene, collectieve binnentuin van hoge kwaliteit gerealiseerd worden. Hier wordt mede-inrichting en -beheer door de bewoners gestimuleerd. Onder de binnentuin liggen parkeerplaatsen en een gezamenlijke fietsenstalling. Het bouwblok krijgt een mix van woningtypes, gezinswoningen, appartementen, maisonnettes, etc. De gevels aan de openbare ruimte zijn altijd 'voorkanten': er liggen in principe geen galerijen aan de openbare ruimte en er is geen sprake van volledig gesloten kopgevels.
Zowel aan de openbare ruimte als ook rond de binnentuin dient er een prettige mix te zijn van gevels met slaapkamers en gevels met woonkamers. De mix van woningtypes in het bouwblok levert een afwisseling in hoogtes van 13 tot 70 meter. De woningen krijgen een kwalitatief uitzicht op de openbare ruimte, met voldoende afstand (ten minste circa 20m) tot een tegenoverliggende woning. Op de begane grond kunnen, op de representatieve hoeken van de bouwblokken, ontmoetingsruimtes voor de bewoners van het bouwblok komen. Eén van de te behouden portiekflats van Dreven 1A bevindt zich aansluitend aan 1b en zal samen hiermee een nieuw ensemble vormen.
Impressie Dreven 1B (bron: MLA+, 2023) Dreven 1C Binnen de ontwikkellocatie Dreven 1A worden 23 woningen gesloopt. Uitgangspunt is op deze locatie circa 71 woningen te realiseren in een U-vormig bouwblok. Het bouwblok krijgt een mix van woningtypes, grondgebonden woningen met tuin en appartementen, zowel huur als koop. De gevels aan de openbare ruimte zijn altijd 'voorkanten': er liggen in principe geen galerijen aan de openbare ruimte en er is geen sprake van volledig gesloten kopgevels. De mix van woningtypes in het bouwblok levert een afwisseling in hoogtes van 10 tot 17 meter. De woningen krijgen een kwalitatief uitzicht op de openbare ruimte, met voldoende afstand (ten minste circa 20m) tot een tegenoverliggende woning. Een deel van de woningen die op de begane grond gelegen zijn, krijgt een Delftse stoep als overgang tussen privaat en openbaar. Het woonblok wordt omzoomd door een groene haag.
85
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
Impressie Dreven 1C (bron: Van Wilsum Van Loon Architecten, 2023) Dreven 1D Binnen de ontwikkellocatie Dreven 1D worden 18 woningen gesloopt. Uitgangspunt is op deze locatie geen nieuwe woningen terug te bouwen maar te voorzien in een gebouwde parkeervoorziening voor de bewoners van de wijk, in het bijzonder de nieuwbouw van fase 1C. Om de wijkeconomie te stimuleren en een actief gebouw te realiseren op begane grondniveau, zijn er voorzieningen (bedrijfsruimten) voorzien in de plint. 5.2.4
Ontsluiting en parkeren
Een verdichtende stad betekent meer mobiliteit en logistieke bewegingen (woon-werkverkeer, bevoorrading, pakketbezorging, bouw, etc.). Om de luchtkwaliteit en de verkeersveiligheid in de wijk te verbeteren wordt gekozen voor een deels andere inrichting van zowel de bouwblokken als de buurt. De bouwblokken van De Dreven fase 1 zijn goed bereikbaar. Parkeren van auto's van bewoners gebeurt deels onder de collectieve binnentuinen, deels in centraal gesitueerde parkeergebouwen en deels op straat. Uitgangspunt is om entrees naar parkeergebouwen en parkeergarages van woonblokken zo dicht mogelijk bij de ontsluiting van de buurt te leggen. De entree van de parkeergarage van Dreven 1B is te bereiken via de straten De Dreef en Gravendreef waar de entree van de parkeergarages is gelegen. Het woonblok 1C en de parkeergebouw 1D zijn ontsloten aan de Baljuwdreef, welke een nieuw verloop krijgt met een directe aansluiting op wijkontsluitingsweg Melis Stokelaan. De bouwblokken zijn verder aan alle zijden bereikbaar voor langzaam verkeer. Parkeren van auto's van bewoners gebeurt deels onder de collectieve binnentuinen, deels in een centraal gesitueerd parkeergebouw en deels op straat. De parkeerplaatsen onder de bouwblokken zijn in principe niet zichtbaar in de gevels aan de openbare ruimte met uitzondering van een garage-entree.
Daarnaast is het doel om tussen de bouwblokken heldere routes voor recreatief/langzaam verkeer te leggen die de interne groenstructuur en openbare ruimte verbindt met de grootschaligere groenstructuur langs de randen en over de Lozerlaan naar het regiopark De Uithof. 5.2.5
Groen
Het vele groen wordt het meest genoemd door bewoners als uniek en gewaardeerd in de Dreven, zo blijkt uit de participatie. Het groen is ook van belang voor waterberging, voor klimaatadaptatie en om hittestress te voorkomen. Uitgangspunt is, ondanks de verdichting het totaal aantal m2's groen en water zoveel mogelijk te behouden, maar de gebruikswaarde te verhogen door de openbare ruimte zodanig in te richten dat deze uitnodigt om te verblijven en gebruiken, er te spelen en in te bewegen en ontmoeten. De monumentale groenstructuren langs de Lozerlaan en rond de singel in het hart van de buurt worden behouden en versterkt. De half gesloten stedelijke bouwblokken krijgen representatieve voorkanten richting de openbare ruimte
86
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
en een uitnodigende kwaliteit naar het collectieve, groene binnenterrein. Uitgangspunt is het tot stand brengen van verbinding tussen de woningen en de openbare ruimte met als doel meer eigenaarschap en daarmee sociale veiligheid. Bajonetpark/Singel Het bestaande park krijgt door de gewijzigde bebouwingsstructuur ruimte erbij. Deze wordt ingezet om de structuur (openbaar/privé – bebouwd/onbebouwd) beter leesbaar te maken en voor het als gevolg van de intensivering noodzakelijke vergroten van het open waterareaal. Openbare ruimte Het handboek openbare ruimte geeft principes voor wegprofielen. Belangrijker is echter welke functie de openbare ruimte heeft. Bij het ontwerpen van de openbare ruimte gaan we meer uit van de voetganger en fietsers en wordt de auto minder dominant. De nadruk komt meer te liggen op verblijven dan op ontsluiten. Dit sluit ook aan bij de principes van Duurzaam Veilig. Voetpaden hebben minstens 2,5 meter vrije doorloopruimte zodat wandelen, spelen, bewegen en ontmoeten wordt gestimuleerd zonder dat men last heeft van elkaar en een eventuele lichtmast of boom de doorgang niet direct belemmert. Daarnaast wordt er zoveel mogelijk verharding gemeden ten gunste van groen.
De collectieve binnentuin van 1B vormt de gemeenschappelijke buitenruimte van de bouwblokgemeenschap in combinatie met langs de gevels van de woningen semi-private zones als veranda of voortuintjes. Eventuele grenzen collectief – privé moeten worden mee ontworpen. Uitgangspunt voor de binnenruimten is een groene inrichting. De collectieve, groene binnenruimtes zorgen er samen met het openbare groen voor dat de totale hoeveelheid groen in de buurten op peil blijft: een aspect wat het meest genoemd en gewaardeerd wordt tijdens participatiegesprekken met bewoners. De ruimtelijke verbinding tussen de binnenruimtes en het openbaar gebied ontstaat door openingen in de bouwblokkenstructuur. Uitgangspunt is dat elk bouwblok minimaal twee openingen of opengewerkte hoeken heeft naar de collectieve binnenwereld: het collectieve binnenterrein is via deze openingen toegankelijk of 'doorwaadbaar' en draagt zo bij aan ontmoeting en interactie. De openingen in de bouwblokken zijn feitelijk de 'entrees' van het blok en worden dan ook als zodanig vormgegeven. De positie van bouwblokopeningen dient altijd in onderlinge samenhang met de andere entrees naar de woongebouwen en in de ruimere stedenbouwkundige context te worden gezien. 5.2.6
Water
Binnen het plangebied en de grotere uitgangspunten vanuit de NvU wordt extra wateroppervlak in het plangebied mogelijk gemaakt in het bajonetpark/de singel. Tevens wordt er oppervlakkige waterberging in het openbare groen, binnentuinen en daken voorgeschreven. Deze moeten ervoor zorgen dat een piekbui van 70mm opgevangen kan worden en niet tot overlast zal leiden.
5.3
Duurzaamheid
5.3.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Verantwoord dient te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Deze behoefte moet blijken uit een regionaal afgestemd programma en de afspraken gemaakt in Haaglandse gemeenten in een Regionaal Structuurplan 2020. Het Bro bepaalt dat voor bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. De structuurvisie bevat geen belangen die voor dit bestemmingsplan van toepassing zijn. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
87
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
De Wet ruimtelijke ordening geeft aan de regering de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur (AmvB) regels te geven waarmee gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening moeten houden. Het gaat daarbij niet alleen om procedureregels maar ook om de inhoud van bestemmingsplannen. Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden (Stb. 2011, 391). Bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) moeten gemeenten rekening houden met het Barro. Een aantal projecten dat de regering van Rijksbelang vindt, wordt met het Barro dwingend geborgd in bestemmingsplannen of in andere ruimtelijke plannen van lagere overheden. De projecten worden benoemd en middels digitale kaarten ingekaderd. Per project worden regels gegeven waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Voor Den Haag zijn de binnen de gemeente gelegen militaire terreinen met de daarbij behorende zenden ontvangstinstallaties, en het Kustfundament van belang. In 2016 is een Besluit tot wijziging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening in verband met de herziening van de Beleidslijn kust en enige andere wijzigingen van kracht geworden.
Volgens het Barro zijn er in dit bestemmingsplan geen projecten van Rijksbelang aanwezig waarmee rekening moet worden gehouden. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 1 januari 2023 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. Hierbij hoort een rijksbrede visie op de leefomgeving; de Nationale Omgevingvisie (NOVI), die de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte zal vervangen. De ontwerp-NOVI heeft ter inzage gelegen van 20 augustus tot en met 30 september 2019. In de ontwerp-NOVI zijn 21 nationale belangen en opgaven benoemd, waarbij de volgende vier prioriteiten worden onderscheiden: Ruimte voor Klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bij het kiezen tussen strijdige ruimtelijke belangen worden drie afwegingsprincipes gehanteerd: combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. Bij vaststelling zal de NOVI ook een uitvoeringsagenda bevatten. Samen met de regio's wil het rijk samenwerkingsafspraken opnemen in Gebiedsagenda's. Het abstractieniveau van de ontwerp-NOVI is van een andere orde dan de thema's die in het plangebied spelen. Toch kan gesteld worden dat dit bestemmingsplan aansluit bij de uitgangspunten uit de ontwerp-NOVI.
5.4
Keuze en verantwoording van bestemmingen
5.4.1
Het digitale bestemmingsplan
Een belangrijk onderdeel van Wet ruimtelijke ordening (Wro) vormt de digitaliseringsverplichting. De Wro bepaalt dat een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar moet zijn. Dit heeft onder meer geleid tot de introductie van twee nieuwe begrippen: 'digitale verbeelding' en de 'analoge verbeelding'. Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (plankaart), regels en een toelichting en is digitaal raadpleegbaar. De eerste twee onderdelen zijn juridisch bindend, de toelichting is juridisch niet bindend maar helpt bij de interpretatie van de kaart en de regels. De 'digitale verbeelding' is een interactieve raadpleegomgeving die o.a. via het internet
88
bestemmingsplan Dreven 1 (ontwerp)
(www.ruimtelijkeplannen.nl) die de gehele inhoud van het bestemmingsplan ontsluit overeenkomstig de SVBP2012: Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 'van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. . Door een muisklik op een bepaalde plek verschijnen de bijbehorende regels voor die locatie in een nieuw tabblad in beeld. Onder de term digitale verbeelding wordt dan ook niet alleen het ruimtelijk beeld, maar ook de daarbij behorende juridische informatie (regels) verstaan. Indien de digitale en de analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend. Onder analoge verbeelding wordt verstaan: alle te verbeelden informatie van een ruimtelijk plan op papier. De term analoge verbeelding is dus een synoniem voor de tot nu toe altijd gebruikte term plankaart. Op de bij het onderhavige bestemmingsplan "Dreven 1" behorende verbeelding zijn alle noodzakelijke en op grond van het Besluit ruimtelijke ordening vereiste gegevens ingetekend. Er is daarbij onderscheid gemaakt in bestemmingen en aanduidingen op de verbeelding. De bestemmingen zijn de belangrijkste elementen. Elk stuk grond van het plangebied heeft een bestemming.
Deze wordt zichtbaar gemaakt door middel van een kleur, op de digitale verbeelding wordt de informatie in een aparte deel van het scherm zichtbaar, op de analoge verbeelding al dan niet in combinatie met een letter, ter aanduiding van de bestemming en een getal dat de maximale toegestane (goot- en nok)hoogte en/of bebouwingspercentage aangeeft. Op deze wijze is het mogelijk om te zien welke bestemmingen zijn gegeven aan de gronden en opstallen binnen het plangebied. Elke op de verbeelding aangegeven bestemming is gekoppeld aan een bestemmingsartikel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming zien op welke wijze gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt mogen worden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar aanduidingen op de plankaart. Aanduidingen geven dientengevolge, in samenhang met de regels, duidelijkheid over wat binnen een bestemmingsvlak al dan niet is toegestaan. Op de digitale en analoge verbeelding van de plankaart zijn bouwhoogten aangegeven. Gekoppeld aan bouwvlakken is een maatvoering voor (goot- en nok)hoogte, afgerond in meters en conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012, opgenomen. De waarde op de plankaart geeft de maximaal toegelaten (goot- en nok)hoogte van een gebouw aan. Daarnaast wordt ook in de bouwregels van het bestemmingsplan een en ander bepaald over bouwhoogten.