RIS317344 Bijlage Ontwerpbestemmingsplan Ypenburg A12 Zone BGS
Tekst van het document
3.2.4
Gemeentelijk beleid
3.2.4.1 Wéreldstad aan Zee, Structuurvisie Den Haag 2020 De Structuurvisie Den Haag 2020 beschrijft de toekomstvisie van Den Haag op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad in regionaal perspectief tot het jaar 2020 (Rv 197 - 2005; RIS 129201). De ambitie is om van Den Haag een 'Wereldstad aan Zee' te maken door de sterke kwaliteiten van Den Haag te benutten: een internationale stad, een stad aan zee, een multiculturele stad en een monumentale residentie. De structuurvisie gaat uit van een lichte groei van het aantal inwoners (nu ca 500.000) en een groei van het aantal arbeidsplaatsen in 2020. Dat betekent dat er ca 40.000 woningen moeten worden toegevoegd in de bestaande stad, door verdichting. In de structuurvisie wordt de Wéreldstad aan Zee vormgegeven door ontwikkelingen in vijf kansenzones (het Centrum, de Lijn 11-zone, de Internationale Kustzone, de Vliet/A4-zone en de Schakelzone Lozerlaan). De Vliet/A4-zone, waar drie belangrijke snelwegen samenkomen (A4, Al2 en A I 3), heeft de potentie om uit te groeien tot een belangrijke, centraal in de regio gelegen, economische pool. Ook kan er een bijdrage geleverd worden aan de versterking van de regionale landschapsstructuur door de ligging in het landschapsnetwerk.
De zone ligt regionaal strategisch: hier raken en overlappen de dragers van de kenniseconomie van de Zuidvleugel: Delft (technologie), Zoetermeer (ICT), Leiden (biosciences), Westland (glastuinbouw) en Den Haag (bestuur en recht inclusief zakelijke diensten). Doordat de infrastructuur in de Vliet/A4-zone een fikse barrièrewerking heeft, zijn nieuwe ontwikkelingen erop gericht om het stadsdeel Leidschenveen Ypenburg en de regio steviger aan de stad te hechten. De ligging van de Vliet/A4-zone en de aanwezigheid van rail infrastructuur maken het gebied bij uitstek geschikt voor het topsegment in kantoren en bedrijvigheid. Het Prins Clausplein is de centrale infrastructuurknoop in de Vlietzone. De oksels van het Prins Clausplein behoren tot de toplocaties in Nederland met uitstekende mogelijkheden voor grootschalige (boven)regionale voorzieningen en hoogwaardige bedrijvigheid en kantoren. Het bestemmingsplan is overwegend conserverend van aard en is niet in strijd met de structuurvisie.
36
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
3.2.4.2 Agenda Ruimte voor de stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, door de raad vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie die, wanneer de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt, ook voor gemeenten verplicht gesteld is. Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Dat vraagt om ruimte voor innovatieve milieus, met ontmoetings- en experimenteerruimte, en aantrekkelijke vestigingsmilieus voor starters, studenten, creatievelingen, kenniswerkers en (stedelijke) gezinnen en ondernemende mensen Stedelijke ontwikkeling is geen zaak van de gemeente alleen; allerlei partijen spelen daarin een rol. Bij de uitwerking van de Agenda zal inhoud worden gegeven aan het “samen stad maken” langs vier "sporen': ruimte bieden aan initiatieven, co-creatie van ruimtelijke plannen, stadsdebat over de toekomst van de stad en de samenwerking met stakeholders. Er is daarmee ook geen “blauwdrukplanning” aan de orde.
Met behulp van negen principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd wordt: Kwaliteit van het proces door samen stad maken waar mogelijk ruimte aan initiatiefnemers, daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven. Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat. Kwaliteit door integrale samenhang met sociaal-maatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid. Het belang van veel lopende projecten wordt met deze agenda benadrukt. Goede uitvoering met ook oog voor de tijdelijke situatie vraagt een enorme inzet. Daarnaast zullen op basis van deze agenda nieuwe locaties in ontwikkeling worden gebracht. Het betreft zowel het in ontwikkeling brengen van de zachte planvoorraad als nieuwe locaties op basis van deze agenda. Het tot ontwikkeling brengen van deze locaties zal meer dan voorheen in co-productie gebeuren met de stad.
Daarnaast zijn er een aantal grotere strategische ontwikkelingen geagendeerd in deze agenda. Voor een aantal ontwikkelingen zal gestart worden met verkenningen om zicht te krijgen op mogelijke programma's, en alliantievorming. Dergelijke verkenningen zullen onder andere voor delen van het Central Innovation District, de Binckhorst en Scheveningen, mede in het licht van de gewenste schaalsprong die in het openbaar vervoer gemaakt moeten worden. Het bestemmingsplan Ypenburg A12 zone is voor een deel gelegen in de kansenzone Vliet/A4-zone en valt binnen de invloedsfeer van de Prins Clausplein. De A4, A12 en A13 komen samen in de A4Vlietzone. Deze kansen zijn deels al benut. Voorts is een geothermiecentrale in voorbereiding naast de Warmtekrachtcentrale en een tramremise ontwikkeling op de GAVI kavel waarvan de toekomstige ontsluiting zal het plangebied raken. Beide ontwikkelingen worden niet in dit bestemmingsplan meegenomen omdat het niet past in de aard van dit bestemmingsplan (overwegend conserverend). Zodra de haalbaarheid van beide plannen is aangetoond, kan middels een aparte procedure medewerking worden verleend. Het geeft het bestemmingsplan Ypenburg A12 zone invulling aan de Agenda door in te zetten op behoud van de bestaande woningkwaliteit en voorzieningen. De focus ligt op beheer en goed functioneren van de bestaande kwaliteiten.
Daarnaast zijn in het bestemmingplan Ypenburg A12 Zone regels opgenomen om het versterken van de groenstructuur als onderdeel van de metropolitaanse landschappelijke structuur te borgen.
37
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
3.2.4.3 Haagse hoogbouw, Eyeline en Skyline De Haagse Hoogbouwnota: Eyeline & Skyline (hierna te noemen de nota E&S) is een uitwerking van Agenda Ruimte voor de Stad. In Agenda Ruimte voor de Stad is voor Den Haag de koers ingezet om de groei van de stad binnenstedelijk te blijven faciliteren, en de verdichting te concentreren bij OV-knooppunten en voorzieningenclusters. Rondom deze knooppunten wordt ruimte geboden voor de groei van het aantal inwoners in de stad door compacter te bouwen en door hogere bebouwing mogelijk te maken. In de nota E&S staan de generieke regels en ambities waaraan Haagse hoogbouw dient te voldoen. Daarnaast bevat de nota E&S een opsomming van de gebieden waar de gemeente hoogbouw wil aanmoedigen, maar ook die delen van de stad waar de gemeente geen hoogbouw wil. Bij vaststelling van de nota E&S in januari 2018 is opgenomen dat het document na twee jaar geëvalueerd moest worden. In juli 2021 is een Tussentijdse evaluatie (RIS306342) vastgesteld en in 2023 de 'Brede evaluatie Eyeline & Skyline' (RIS314363). Uit de evaluatie blijkt dat hoogbouwprojecten aan veel regels uit de E&S voldoen en dat de E&S in een vroeg stadium wordt gebruikt. Dat er vooraf een keuze is gemaakt waar in de stad hoogbouw komt wordt door marktpartijen als positief ervaren. De beleidsdoelen zoals gesteld in de E&S worden grotendeels behaald.
De regels dragen bij aan de versterking van het leef- en vestigingsklimaat van de stad. De belevingskwaliteit op ooghoogte (de Eyeline) wordt versterkt door toegenomen aandacht voor uitnodigende plinten, de begane grond van hoogbouw. De evaluatie leidt ook tot een aantal verbeterpunten. Samenvattend zijn de verschillende verbeterpunten terug te brengen tot zeven primaire aanbevelingen. In Het Hof (Deelplan 20) wordt is de "Hofbadtoren" van max 75 m hoog (hoogte van Couperustoren) opgericht. In de Stationsomgeving wordt ook de bebouwing mogelijk gemaakt langs de snelweg waarbij de hoogtes van de gebouwen minimaal 40 zijn meter waarbij accenten tussen de 70 en 100 meter mogelijk zijn. De Venen (Deelplan 19) is vanwege de nabijheid van het stationsgebied als gemengd stedelijk gebied bestemd. Hier is hier duidelijk sprake van een hogere bebouwingsdichtheid en intensief ruimtegebruik. De rand langs de Ypenburgse Stationsweg krijgt een bouwhoogte van circa minimaal 18 meter met hoogteaccenten tot maximaal 70 meter. Met dit bestemmingsplan wordt geen nieuwe hoogbouw mogelijk gemaakt. 3.2.4.4 Omgevingsvisie De Omgevingswet verplicht iedere gemeente om voor haar grondgebied een Omgevingsvisie vast te stellen. In de omgevingsvisie Den Haag 2050 wordt vastgelegd wat voor stad Den Haag in 2050 wil zijn.
Den Haag heeft in het Ambitiedocument omgevingsvisie Den Haag (RIS310283) de volgende doelen vastgesteld: Een lange termijnvisie voor Den Haag in relatie tot de regio, met inzicht in toekomstbeelden, te gebruiken als integraal kader voor gemeentelijk beleid, programma's en projecten en regels voor zover betrekking op de fysieke leefomgeving, met voorstellen voor werkwijzen in de verhouding met de samenleving; De omgevingsvisie te ontwikkelen als instrument en proces voor permanente participatie en dialoog en gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid en samenleving; Als leidende principes zijn vastgesteld: toekomstgericht, inspirerend en eerlijk is, gebaseerd op de kernkwaliteiten van de stad Den Haag. Als globale hoofdambities is geformuleerd dat de omgevingsvisie uitgaat van: Een rechtvaardig en inclusief Den Haag; Een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag;
38
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
Een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag; Een economisch vitaal Den Haag; Een gezond en veilig Den Haag; Een duurzaam bereikbaar Den Haag. Om tot de visie te komen, worden er een aantal ondersteunende documenten opgesteld. Een daarvan is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de NRD staat de achtergrond van de ruimtelijke plannen voor Den Haag. In de Nota van Beantwoording Notitie Reikwijdte en Detailniveau omgevingsvisie (RIS316060) is ingegaan op de reacties die binnen gekomen zijn en op het advies van de Commissie m.e.r.. Zowel het advies van de Commissie m.e.r. als de reacties van de overige belanghebbenden hebben geleid tot een aanpassing in de onderzoeksopzet. Het document vormt de basis voor het op te stellen omgevingseffectrapport (OER). Voor kaderstellende plannen, zoals de omgevingsvisie, is het verplicht de milieueffecten te onderzoeken in een milieueffectrapportage (m.e.r.) Omdat de omgevingsvisie gaat over de breedte van de (fysieke) leefomgeving betrekken we ook sociale en economische aspecten. We spreken dan niet meer van een Milieueffectrapport (MER) maar van OER.
3.2.4.5 Den Haag Reilience Strategie 2019 Den Haag is een stad met ambitie. Den Haag heeft zich in 2016 aangesloten bij '100 Resilient Cities'(100RC), een netwerk dat in 2014 is geïnitieerd door de Rockefeller Foundation om steden te helpen om hun weerbaarheid en veerkracht ten aanzien van rampen en crises te vergroten. In januari 2018 is de eerste verkenning gepresenteerd van de veerkracht van Den Haag (RIS299025) met daarin een overzicht van de belangrijkste dreigingen voor Den Haag. Daarbij is aangegeven dat er in nauwe samenwerking met de bewoners, bedrijven en kennisinstellingen uit Den Haag een Haagse Resilience Strategie wordt opgesteld. In Den Haag Resilience Strategie 2019 (RIS302023) wordt achtereenvolgens ingegaan op de belangrijkste sociale, fysieke, economische en digitale dreigingen voor Den Haag. Vervolgens noemt de Strategie vijf kansen om deze risico's en uitdagingen om te zetten naar meer weerbaarheid en veerkracht in onze stad. 1. Werken aan een verbonden stad waar iedereen mee kan doen 2. Iedereen voorbereiden op de nieuwe economie 3. Aanpassen aan klimaatverandering 4. Verbeteren van risicobewustzijn en voorbereiden op noodsituaties 5. Samenwerken met partners in en buiten de stad De Strategie geeft vervolgens een selectie van 41 initiatieven die bijdragen aan het verzilveren van (meerdere van) voorgenoemde kansen.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën. In de Strategie staan nieuwe initiatieven, bestaande initiatieven die kunnen worden opgeschaald of anderszins kunnen worden versterkt en initiatieven die dienen als goed voorbeeld aan andere steden, net zoals andere steden hun goede voorbeelden aan ons kenbaar maken in hun strategieën. De initiatieven zijn verdeeld over vier schalen die aangeven op welk niveau Den Haag moet handelen om onze veerkracht te verbeteren: het individu, een wijk, de stad en de regio. De Resilience Strategie biedt een nieuw perspectief op de uitdagingen van Den Haag. Door onze stad nu aan te passen zijn we beter voorbereid op de toekomst en verbeteren we tegelijkertijd de leefbaarheid in het hier en nu. Als steden nu in veerkracht investeren, en niet wachten tot het noodlot toeslaat, kunnen ze zowel in goede als in slechte tijden voordeel halen uit de investeringen. Door bijvoorbeeld
39
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
onze groene ruimte te verbeteren, de sociale cohesie te bevorderen en de inwoners en bedrijven te helpen om samenredzaamheidsbevorderende maatregelen te nemen. Omdat de ervaring van rampen wereldwijd leert dat kwetsbare mensen doorgaans harder worden getroffen door tegenslagen geeft de Strategie extra aandacht aan deze doelgroep. 3.2.4.6 Haagse Referentienormen maatschappelijke voorzieningen 2021 Het aantal inwoners van Den Haag zal de komende jaren groeien. Naast het toevoegen van woningen is het nodig om ook het voorzieningenniveau op peil te brengen en te houden, om zodoende zorg te dragen voor een leefbare en aantrekkelijke stad. Haagse Referentienormen maatschappelijkevoorzieningen 2021 (RIS307513) zijn bedoeld als instrument om tijdig inzicht te hebben in de behoefte en het ruimtebeslag van deze voorzieningen. In de tweede helft van 2023 vindt er een herijking van de nota Referentienormen maatschappelijke voorzieningen plaats. 3.2.4.7 Actualisering van de normen bezonning en windhinder Met de Actualisering van de normen ten aanzien van bezonning en windhinder (RIS170509) zijn richtlijnen vastgesteld voor bezonning en windhinder. Deze richtlijnen worden als uitgangspunt gehanteerd bij planvorming. 3.2.4.8 Welstandsnota Den Haag 2017 en Reclamenota De gemeente Den Haag hecht veel waarde aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad.
Om te bepalen of een bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand, heeft de gemeente Den Haag welstandscriteria vastgesteld In de Welstandsnota Den Haag 2017 (RIS297760). Voor reclame-uitingen is de Reclamenota (RIS170855) van toepassing. 3.2.4.9 Algemene Plaatselijke Verordening In de Algemene plaatselijke verordening (RIS315392) (APV) voor Den Haag zijn regels opgenomen die gelden voor de openbare orde, de natuur en het uiterlijk van de gemeente en andere huishoudelijke zaken. In de APV komen onder meer de volgende punten aan bod: bestrijding van ongeregeldheden houden van demonstraties bestrijding verkoop gestolen spullen vuurwerk drugsoverlast fouilleren cameratoezicht op openbare plaatsen Een vergunning op basis van de APV heeft betrekking op openbare orde en veiligheid. De APV vormt geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid. 3.2.4.10 Kadernota en Handboek Openbare Ruimtw Den Haag wordt steeds drukker en op straat blijft er minder ruimte over. Met de Kadernota Openbare Ruimte 2022 (RIS 310884) werkt de gemeente aan een nieuwe visie op de openbare ruimte. De gemeente wil in de openbare ruimte meerdere doelen bereiken. Bijvoorbeeld: gezondheid en veiligheid verbeteren, bereikbaarheid garanderen, economie versterken en verblijf in de stad en ontmoeting tussen bewoners aanmoedigen. Daarvoor ontwikkelt zij richtlijnen en instrumenten.
De gemeente heeft een Handboek openbare ruimte (RIS 268741) opgesteld. In dit handboek staan de verschillende ontwerpeisen en technische eisen. Deze zorgen ervoor dat bijvoorbeeld straten, pleinen, lantaarnpalen en prullenbakken op straat een goede kwaliteit hebben.
40
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
3.2.4.11 Inspiratienota 100% toegankelijk 2020 De initiatiefnemers van de Inspiratienota 100% toegankelijk 2020 (RIS 304714) pleiten voor een radicaal andere benadering van toegankelijkheid en geven in die nota ideeën om het Haagse beleid te wijzigen. Toegankelijkheid moet de norm worden in plaats van de uitzondering. Deze manier van denken en handelen heeft gevolgen voor de manier waarop de gemeente omgaat met de inrichting van openbare gebouwen, openbare ruimte, openbaar vervoer maar ook met ondernemers. De initiatiefnemers pleiten ervoor dat de gemeente Den Haag voortaan bij al haar plannen en de uitvoering daarvan uitgaat van 'de toegang en bruikbaarheid voor iedereen' in plaats van 'toegang en bruikbaarheid voor de gemiddelde gebruiker'. Op deze wijze wordt er niemand meer onnodig beperkt in zijn of haar zelfstandigheid en mobiliteit. Een toegankelijke stad maken we overigens niet alleen voor Hagenaars met een lichamelijke of een psychische beperking of een chronische ziekte. Een toegankelijke stad maken we ook voor de groeiende groep ouderen in de stad, jonge ouders met kinderwagens en mensen met een tijdelijke (sport-)blessure. Pas als Den Haag voor al deze groepen toegankelijk wordt, is 070 echt toegankelijk voor iedereen, #toegankelijk070.
3.2.4.12 Agenda Vanzelfsprekend toegankelijk en Handreiking naar een toegankelijke buitenruimte Den Haag wil een inclusieve, fysiek toegankelijke en leefbare stad zijn, die aantrekkelijk is voor bewoners, bezoekers en bedrijven. We willen een samenleving waaraan iedereen zoveel mogelijk kan deelnemen, ongeacht inkomen, beperking, geslacht, cultuur of leeftijd. Den Haag telt in 2040 meer dan 600.000 inwoners. Een toegankelijke stad is voor iedereen van belang, maar in het bijzonder voor mensen met een beperking. Den Haag is ondertekenaar van het landelijk manifest 'Iedereen doet mee' en heeft de nota 'Agenda Vanzelfsprekend Toegankelijk' (RIS306630) opgesteld. Het VN-verdrag is leidend voor het Haags beleid voor mensen met een functiebeperking. Met de 'handreiking naar een toegankelijke buitenruimte' wordt beleidsmatige invulling gegeven aan de fysieke buitenruimte van Den Haag.
3.3
Cultureel erfgoed
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Het betreft: bescherming van stads- en dorpsgezichten vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie
3.3.1
Cultuurhistorischewaarde
3.3.1.1 Rijksbeschermd stadsgezicht Het plangebied Bestemmingsplan Ypenburg A4-A12 zone maakt geen deel uit van een rijksbeschermd stadsgezicht.
41
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
3.3.1.2 Provinciaal beleid Cultuurhistorie is van groot belang voor de leefomgeving in Zuid-Holland. Tientallen eeuwen ontginnen en bouwen, wonen en werken hebben deze provincie gemaakt tot een cultuurlandschap bij uitstek. Niet alleen oude molens, boerderijlinten of stadsgezichten maar ook dijken, verkavelingspatronen en archeologische vindplaatsen getuigen daarvan. Deze cultuurhistorische waarden bepalen in sterke mate de identiteit en kwaliteit van een gebied of plek, en op die manier dus ook de leefbaarheid en het welbevinden van bewoners en bezoekers. Het beleid voor cultureel erfgoed van provinciaal belang is vastgelegd in de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit (paragraaf 3.5 Instandhouding en versterking van het cultureel erfgoed) en uitgewerkt in de Verordening Ruimte. Daarnaast is het cultureel erfgoed ook opgenomen in de provinciale kwaliteitskaart van de Visie Ruimte en Mobiliteit (thema Identiteitsdragers en Landschap). Het cultureel erfgoed van Zuid-Holland is een belangrijke drager van ruimtelijke kwaliteit. Zeker in combinatie met groen en water verhoogt het erfgoed de variëteit en daarmee de aantrekkelijkheid van stad en landschap.
Deze toegevoegde waarde van erfgoed bevordert de provincie op diverse manieren: behoud en versterking van cultuurhistorisch waardevolle structuren en ensembles die van bijzonder provinciaal belang zijn, via bescherming én passende ruimtelijke ontwikkeling, cultureel erfgoed vormt een integraal onderdeel van het provinciaal ruimtelijk kwaliteitsbeleid via de kwaliteitskaart en de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. De cultuurhistorische, aardkundige en archeologische waarden zijn gebundeld in de cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS), die de basis vormt voor het provinciaal erfgoedbeleid. Het beschermende ruimtelijk beleid richt zich met name op een selectie van de CHS: cultuurhistorische kroonjuwelen, molen- en landgoedbiotopen, werelderfgoed (bestaand en potentieel); archeologie. Binnen dit plangebied van dit bestemmingsplan zijn geen cultuurhistorische kroonjuwelen, molen- en landgoedbiotopen of werelderfgoed aanwezig. In paragraaf Archeologie wordt nader ingegaan op archeologie. 3.3.1.3 Gemeentelijk beleid De Structuurvisie Den Haag 2020 benoemt vier grote troeven van Den Haag, een daarvan is de monumentale residentie. Den Haag is een stad met een belangrijk cultuurhistorisch erfgoed. Er zijn talrijke monumenten en 30% van de stad is beschermd stadsgezicht.
De structuurvisie beschrijft de beschermde stadsgezichten als zéér waardevol en geeft aan dat deze door goed beheer hun kwaliteit zullen moeten behouden. Dat wil zeggen dat in ruimtelijke veranderingsprocessen in de stad bestaande cultuurhistorische waarden een volwaardige rol spelen. Het wil ook zeggen, dat de betreffende gebieden blijvend een betekenis hebben voor de identiteit en het karakter van de stad. Om binnen het beschermde stadsgezicht een nadere ordening aan te brengen van het te onderscheiden cultuurhistorische gehalte zijn ordekaarten opgesteld. In het plangebied van bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone bevindt zich geen monument, rijks- of gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Daarnaast is er geen karakteristieke bebouwing aanwezig, noch monumentale bomen. Erfgoedvisie (RIS308 Den Haag heeft een rijk en interessant verleden. Sporen daarvan zijn terug te vinden in Haagse verhalen, documenten, gebouwen en objecten. Maar ook in het landschap en in de bodem van onze stad. Op het bestuur van de stad rust de verantwoordelijkheid voor cultuur en erfgoed, voor een zorgvuldige omgang met deze 'Collectie Den Haag', voor de burger van vandaag én voor volgende generaties. Een collectie die bovendien van grote waarde is als het gaat om het nemen van verantwoorde en gefundeerde
42
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
beslissingen over ingrepen in de openbare ruimte van de stad, nu en in de toekomst. De gemeente vervult een belangrijke rol in het behouden, beheren en gebruiken van de Collectie Den Haag. Dat doen de gemeente vooral vanuit en met de afdelingen Archeologie, Monumentenzorg & Welstand en het Haags Gemeentearchief (HGA). Zij bekommeren zich - samen met private organisaties en erfgoedprofessionals in de stad - over het erfgoed dat terug te vinden is in de Haagse bodem, de gebouwde omgeving, op bijzondere plekken in de openbare ruimte én in Haagse verhalen en gebeurtenissen die gedocumenteerd zijn in onze archieven en collecties. Een goede zorg voor dit erfgoed is nodig om een aantrekkelijke stad te blijven, voor Hagenaars en voor al diegenen die juist vanwege dat erfgoed onze stad komen opzoeken. Het is van belang om het unieke Haagse karakter van de stad te beschermen en tegelijkertijd een integrale gebiedsontwikkeling mogelijk maken die noodzakelijk is om onze bewoners de hoogst mogelijke kwaliteit van wonen en leven te kunnen bieden. De nieuwe Omgevingswet verlangt straks ook expliciete aandacht voor cultureel erfgoed en cultureel-historische aspecten bij beslissingen over ingrepen in de openbare ruimte. Behoud en ontwikkeling dus, hand in hand, verantwoord en bij voorkeur elkaar versterkend.
Het verbinden van de zorg voor de Collectie Den Haag met een verantwoorde ontwikkeling van de Haagse publieke ruimte verlangt in onze optiek een integraal erfgoedbeleid. De erfgoedvisie is om die reden opgesteld. Het geeft aan wat we onder de Collectie Den Haag en een integrale benadering van dit erfgoed verstaan, onderbouwt de noodzaak en het belang ervan, en schetst een kader voor de ontwikkeling van het erfgoedbeleid en de accenten in de uitvoering daarvan voor de komende jaren.
3.3.2
Archeologie
Gemeenten hebben de taak om bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening te houden met aanwezige en te verwachten archeologische waarden (overgangsrecht Erfgoedwet). Voor het gehele grondgebied van Den Haag heeft de gemeente een Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart (AWVK) opgesteld. In de Beleidsnota Archeologie 2021-2030 (RIS 311200) geeft de gemeente aan hoe ze zorg wil dragen voor de archeologische sporen en resten in de Haagse ondergrond. Op de gemeentedekkende AWVK komen drie eenheden voor waaraan de gemeente beleid heeft gekoppeld: 1. Terreinen met een archeologische waarde, dat wil zeggen: waarvan is vastgesteld dat er zich belangrijke archeologische sporen en resten bevinden. In het kader van de archeologische monumentenzorg stelt de gemeente hier voorwaarden aan bodem verstorende activiteiten dieper dan 50 cm onder maaiveld; 2. Gebieden waar archeologische resten en sporen kunnen worden verwacht (op basis van de bodemopbouw en/of historische kaarten). Bij activiteiten met een bodemverstoring groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm onder maaiveld stelt de gemeente hier voorwaarden voor onderzoek en bescherming van mogelijk aanwezige sporen en resten. 3. Gebieden waar geen archeologische sporen/resten (meer) worden verwacht. Hier verbindt de gemeente op het gebied van de archeologie geen voorwaarden aan bodem verstorende activiteiten.
Van initiatiefnemers van activiteiten met bodemverstoringen in zones met een archeologische waarde of verwachting wordt in het kader van vergunningverlening gevraagd om de archeologische waarde van het terrein dat door de bodemingreep verstoord wordt in voldoende mate vast te stellen. In gebieden waarvan de archeologische waarde al is vastgesteld wordt ook gekeken naar de mate van bedreiging van de archeologische waarden door het bouwplan. Als blijkt dat er sprake is van een bedreiging van behoudenswaardige archeologische resten, kunnen aan de uitvoering van de geplande bodemingreep voorwaarden worden verbonden, zoals: technische aanpassingen zodat archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; het laten verrichten van een opgraving teneinde behoudenswaardige resten die verstoord zullen worden, te documenteren en veilig te stellen; of de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, archeologisch te laten begeleiden.
43
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
In alle gevallen blijft de archeologische meldingsplicht van kracht (art. 5.10 en 5.11 Erfgoedwet). Dit houdt in dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan de vinder redelijkerwijs moet kunnen weten dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag. De meldingsplicht leidt niet tot een bepaling in het bestemmingsplan. De afdeling Archeologie van de Dienst Stadsbeheer verricht namens het bevoegd gezag de taken en besluitvorming inzake de archeologische monumentenzorg. De kosten van vooronderzoek en indien noodzakelijk opgraving of begeleiding zijn voor de initiatiefnemer. Alle archeologische werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd door een erkende archeologische partij. In het plangebied komt een Waarde- Archeologie 1 en Waarde- Archeologie 2 voor die zijn opgenomen op de verbeelding en de regels met de bijbehorende bouwregels en een vergunningenstelsel.
Afbeelding 2.5: Archeologische waarden
3.4
Groen
3.4.1
Agenda Groen voor de stad
In de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leefkwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leefkwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet
44
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema's: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling. Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken. Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. Elke (vastgoed)ontwikkeling draagt bij aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden. Stedelijke Groene Hoofdstructuur De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad.
De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS300506). Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones. Haagse iconen, kansen voor de groen-blauwe structuur van de stad In het rapport 'Haagse iconen, kansen voor de groenblauwe structuur van de stad' (MUST maart 2018) is een verkenning naar de kansen om groen en blauw (water) te ontwikkelen en te versterken in Den Haag. Stedelijke verdichting moet namelijk samengaan met vergroening. De verkenning heeft een groslijst van bijna 100 ideeën voor vergroening opgeleverd. Een selectie van veelbelovende ideeën is geclusterd tot een zevental 'icoonprojecten'. Dit zijn: CID/Bernardviaduct/Utrechtsebaan, Stadsboulevard Gemeente Den Haag Ons kenmerk DSO.2019/68 2/2 Laak, Binckhorstpark / Trekvlietzone, Knoop Moerwijk, Schenkzone, Zuidwest en Verversingskanaal.
3.4.2
Nota Stadsnatuur
In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee we werken aan een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. De Nota Stadsnatuur is een nadere uitwerking van het thema biodiversiteit van de Agenda Groen voor de Stad waar de ambitie is geformuleerd om de stad voor mensen, planten en dieren als ecosysteem te laten functioneren.
45
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
Afbeelding 3.2: Kaart Stedelijke Groene Hoofdstructuur in de Nota Stadsnatuur (2020 RIS305824)
Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. De groengebieden zijn de belangrijke kerngebieden voor allerlei planten- en diersoorten. De ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden. Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden. In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones.
Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Naast het behoud en de ontwikkeling van bovengenoemd netwerk, wordt aandacht besteed aan het rekening houden met leefomstandigheden van planten en dieren bij beheer en inrichting van groen in brede zin. We werken aan een natuurinclusieve stad met een ecologisch gezond stadswatersysteem, het beheersbaar houden van overlast gevende planten en dieren en zetten we in op monitoring van onze stadsnatuur.
46
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
In het plangebied maakt de ecologische verbindingszone Ypenburg deel uit van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. De zone verbindt Den Haag met de polder van Biesland en de Dobbeplas en is nog in ontwikkeling. Ze bestaat uit (streefbeeld) waterpartijen met veelal natuurvriendelijke oevers, poelen met moerasstroken, rietkragen, graslanden, bosschages en boomstructuren op vochtige voedselrijke kleigrond die van betekenis zijn voor de natuur. Plas van Reef, Tedingerbroekplas, en de Molensloot alsmede de omgeving van deze wateren en een deel van de tramlijn zijn in de hoofdstructuur als ecologische verbindingszone aangewezen. Plas van Reef is omringd door bomen en onderbeplanting en is weinig zichtbaar vanuit de directe omgeving. Toch vormt deze een waardevol onderdeel van de groenstructuur en functioneert als stevige landschappelijke drager. Aan de westzijde ligt de Tedingerbroekplas. Deze delen van het plangebied hebben een conserverende bestemming, waarin het huidig gebruik van het gebied voor groen, natuur, recreatie en water is vastgelegd. Het gebied van TNO is op de geactualiseerde kaart van de Groen hoofdstructuur, zoals deze in de Nota stadsnatuur is opgenomen, als Groengebied aangewezen. De grondwal langs de A4, die gedeeltelijk binnen het plangebied valt, is een gemeentelijke ecologische verbindingszone.
De verbindingszone Ringelwikke/Ypenburg is aangewezen als zogenaamd 'vlinderlint'. De vegetatie in deze verbindingszone is daarbij dusdanig gestuurd dat deze bijdraagt aan de ontwikkeling van vlinders en de ontwikkeling van de populatie wilde bijen en in Den Haag. Voor gebieden die bij de ecologische verbindingszones horen en die als groengebieden zijn aangewezen worden beheerplannen op maat gemaakt. In de Nota stadsnatuur zijn al vast algemene vuistregels en kwaliteitsniveaus (minimum, normaal, ambitieus) bepaald: Voor de Goowetering en directe omgeving gelden de normen van verbindingszones tot 30 breed, > klasse 1,2 en 3. kwaliteitsniveau; Tedinger Broekplas directe omgeving: gelden de normen van verbindingszones tot 30 breed, > klasse 2,3 en 4 kwaliteitsniveau (het grootste deel van het gebied is nu water en dit niet wordt veranderd) ; Plas van Reef gelden de normen van verbindingszones tot 30 m breed, > klasse 2,3 en 4 kwaliteitsniveau. Voor het groengebied van TNO (ca 35 hectare) groengebied groter dan 10 ha > klasse 4, 5 en 6. kwaliteitsniveau. Voor de ecologische zone Ypenburg wordt in de komende periode een beheerplan gemaakt. Deze zal geen betrekking hebben op gronden die niet in eigendom zijn van de gemeente.
In het voorliggende bestemmingsplan zijn geen nieuwe ontwikkelingen voorzien die leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van de ecologische verbindingszone. De ambitie is om de zone Ypenburg tot een aantrekkelijke natte/droge verbinding te ontwikkelen en op lange termijn in de stedelijk structuur te integreren. Een forste bebouwing op gronden die van de groene hoofdstructuur een deel uitmaken, is daarom niet gewenst. Het optimaal functioneren van de zone is van belang voor de verbinding van Den Haag met het buitengebied.
47
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
In het bestemmingsplan is een dubbelbestemming Waarde - Ecologie opgenomen voor de groen hoofdstructuur en een gebiedsaanduiding voor de ecologische verbindingszones. 3.4.3
Nota Stadsbomen
Stadsbomen zorgen met hun ecosysteemdiensten voor leefkwaliteit in de stad. Stadsbomen spelen ook een belangrijke rol bij en zijn een oplossing voor grootstedelijke uitdagingen zoals klimaatadaptatie en verdichting. Het verhogen van de ecosysteemdiensten van bomen door in te zetten op meer kroonoppervlak en het werken aan een toekomstbestendig Haags stadsbomennetwerk zijn dan ook twee hoofddoelen. Dit is opgenomen in de Nota Stadsbomen (15 april 2021 RIS 307827). Voor het verbeteren van ecologische verbinding, het activeren van recreatie en de verbetering van gezondheid in de stad is het oplossen van onderbrekingen in het netwerk gewenst. De eerste focus ligt hierbij op de Hoofdboomstructuur, het verbeteren en uitbreiden van de Haagse groene middenbermen en het planten van bomen op boomloze plekken in de stad. Wanneer we ontwerpen met bomen, dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. Voor de Hoofdboomstructuur zijn ambities verwoord voor toekomstige projecten en gebieden. De bijdrage van bomen aan de leefkwaliteit hangt af van de maat van de kroon. Dit is te meten met het kroonoppervlak. In 2030 willen we 5% meer kroonoppervlak. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel. De boom groeit anders niet goed, kan niet goed presteren en kan overlast veroorzaken.
Investeren in goede bestaande en nieuwe groeiplaatsen is een methode om meer kroonoppervlak te krijgen. Specifiek geldt extra aandacht voor het realiseren van goede groeiplaatsen bij daktuinen op straat- en gebouwniveau. Meer kroonoppervlak is ook te realiseren door extra bomen te planten en bestaande bomen goed te beheren. Ook op particulier terrein liggen hiervoor kansen. In alle (herinrichting)projecten wordt gewerkt aan het behalen van de doelen. Het gaat dan om projecten van ontwikkeling, herinrichting en groot onderhoud in de stad. Hoe omgaan met bestaande en nieuwe stadsbomen is een vast onderwerp van gesprek in deze projecten. Extra aandacht gaat uit naar het realiseren van goede groeiplaats voor bomen voor daktuinen op straatniveau. Hiervoor moet een zo natuurlijk mogelijke situatie kunstmatig worden gesimuleerd. Tijdens de initiatieffase zal hierover al goed moeten worden nagedacht. Nieuwe daktuinen op straatniveau moeten standaard voldoen aan de eisen voor een goede doorwortelbare ruimte (zie figuur). Afhankelijk van de gewenste inrichting en de gewenste grootte van een boom is maatwerk nodig en bestaan hiervoor minimale maten. Het is daarbij belangrijk vooraf rekening te houden met de benodigde draagkrachten (zie voor meer informatie de Nota Stadsbomen, RIS 307827).
48
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
De inzet van groen vraagt om maatwerk en het bepalen van de gewenste functies. Het vooraf bepalen van de ambitie voor de ecosysteemdiensten is een basisopgave voor elke herinrichting in het gebied. Stadsbomen zien we als dragers van het groen. Voor het realiseren van de twee hoofddoelen, een toekomstbestendig Haags bomennetwerk en 5% meer kroonoppervlak in 2030, hebben we concrete maatregelen benoemd. Voor het realiseren van een toekomstbestendig Haags Stadsbomennetwerk bestaan verschillende opgaven: Uitbreiden en versterken van de Hoofdboomstructuur. Een Hoofdboomstructuur verbindt direct of indirect belangrijke groengebieden met elkaar, begeleidt over het algemeen hoofd- en ontsluitingswegen en bestaat vooral uit lanen (met of zonder middenberm) en voldoet aan enkele andere specifieke voorwaarden (zie Nota Stadsbomen); Versterken en uitbreiden van Haagse groene middenbermen; Grootschalige uitval voorkomen door te kiezen voor diversiteit in geslacht, soort en cultivar i.p.v. monoculturen; Kiezen voor biodiversiteit en te ontwerpen met het ecologisch passend principe. Het stedelijke doel is dat in 2030 75% van de bomen ecologisch passend 2-4* is. (zie uitleg in Nota Stadsbomen); Werken aan goede microklimaten in de stad met behulp van bomen. Houdt hierbij wel rekening dat bomen een slecht windklimaat niet kunnen oplossen.
Voor het realiseren van meer kroonoppervlak in de stad bestaande volgende opgaven: Actief verbeteren van bestaande groeiplaatsen door te ontstenen , zoveel mogelijk 'open groeiplaatsen' te realiseren en groeiplaatsverbeteringen toe te passen; Aanplant van extra bomen (let op! In beperkte mate in ecologische verbindingszones) Nieuwe aanplant met toekomstbestendige groeiplaatsen (zoveel mogelijk in 'open' groeiplaatsen); Bij kabels en leidingen maatwerk toepassen, vooraf ondergronds ontwerp maken Zorgvuldig omgaan met bestaande bomen; Stadsbreed denken over meer kroonoppervlak: stimuleren meer bomen en struiken op privaat
49
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
terrein. Het bestemmingsplan vormt geen belemmering voor de doelstellingen opgenomen in de Nota Stadsbomen. 3.4.4
Groen en tuinen
Grote delen van Den Haag hebben een verkaveling van gesloten bouwblokken. De binnenterreinen hebben van oorsprong een rustig en groen karakter, dat waar enigszins mogelijk en geïndiceerd, behouden dient te blijven. Daarnaast is het vanuit het gezichtspunt van duurzaamheid gewenst het percentage bebouwd oppervlak te matigen. Hoe hoger dit percentage bebouwd oppervlak, hoe hoger de belasting op het Haags rioolstelsel en uiteindelijk de hoeveelheid overstort van afvalwater. Het beleid is dan ook gericht op behoud van deze belangrijke elementen (Rv 84.2011/2; RIS 181878) over behoud groen(beleving) wijken. In dat streven moet echter óók worden betrokken de wens van bewoners om op het achtererf een bebouwingsmogelijkheid te krijgen in vorm van bijvoorbeeld een serre en een berging. De rijksoverheid is aan deze wens tegemoetgekomen door in een algemene maatregel van bestuur behorende bij de Wet omgevingsrecht een vergunningsvrije staffelregeling te geven voor het bouwen van aanbouwen en bijgebouwen in relatie tot de grootte van het achtererf. Deze regeling is opgenomen in artikel 2 sub f, bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht (BOR) . In dit bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone wordt bij deze regeling aangesloten. 3.4.5
Nota Dierenwelzijn
Het uitgangspunt van de Nota Dierenwelzijn (RIS307253) is dat dieren integraal onderdeel uitmaken van de Haagse samenleving en hun eigen intrinsieke waarde, behoeften en ook rechten hebben. Dat wij dit als mens respecteren vindt de gemeente belangrijk. De gemeente draagt een belangrijke verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn. Veel van onze besluiten en activiteiten zijn van invloed op het welzijn van dieren. Samenwerking binnen de gemeente verbindt ons gezamenlijk belang om dierenwelzijn te bevorderen en dierenleed zoveel mogelijk te voorkomen. Dit vraagt om een integrale benadering van dierenwelzijn binnen de gemeente en een versterking van de keten van dierenwelzijnsorganisaties. Binnen de eigen organisatie krijgt dierenwelzijn binnen meerdere beleidsterreinen een plek.
3.5
Water
Diverse beleidsstukken zijn van belang voor het thema water. De belangrijkste worden hieronder behandeld 3.5.1
Europees en Rijksbeleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is december 2000 in werking getreden. De richtlijn heeft tot doel de chemische en ecologische kwaliteit van al het oppervlakte- en grondwater in Europa te verbeteren. De richtlijn stelt daartoe eisen aan het waterbeheer in alle lidstaten. Streefdatum voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit is 2015, met eventueel uitstel tot 2027. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebiedsbeheerplannen. In deze plannen staan de ambities en maatregelen beschreven. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid (inrichting van watergangen en oevers). Het nationaal waterbeleid is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2). Dit plan vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 inclusief alle tussentijdse wijzigingen. Het NWP2 geeft het integrale kader voor het waterbeleid van het Rijk voor de komende zes jaar en geeft
50
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en de overstromingsrisico's. De Stroomgebiedbeheerplannen, het Programma van maatregelen mariene strategie, de Beleidsnota Noordzee en de Overstromingsrisicobeheerplannen maken onderdeel uit van het NWP2. Tegelijk met het NWP2 is het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren 2016-2021(Bprw) vastgesteld met daarin de operationele uitwerking van het NWP2 voor de rijkswateren: de rollen en taken van Rijkswaterstaat en de hoofdlijnen van het beheer en onderhoud. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 wordt een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het landelijke watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij wordt gestreefd naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen.
Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Europees en rijksbeleid heeft indirecte invloed op het bestemmingsplan. Deze worden naar beleid van decentrale overheden vertaald. Het bestemmingsplan voldoet aan het beleid van decentrale overheden (zie volgende hoofdstukken).
3.5.2
Provincie
Het beleid van de Provincie Zuid Holland is gebaseerd op het besluit van 29 juni 2016 waarin is aangegeven dat het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016 – 2021 bestaat uit: de onderdelen van de Visie Ruimte en Mobiliteit voor wat betreft de onderdelen die behoren tot het regionale waterbeleid, waaronder specifiek paragraaf 4.2: 'Water: versterking van de samenhang in identiteit, kwaliteit, en veiligheid', inclusief de kaarten 11 (Waterveiligheid) en 12 (Zoetwater-voorziening en oppervlaktewater); inclusief bijbehorende bijlagen.; de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2015 inclusief bijlagen, vastgesteld door PS van Zuid-Holland d.d. 14 oktober 2015 en het provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015, op de onderdelen: Waarborgen waterveiligheid, Regionale keringen (Normen compartimenteringdijken en voorlandkeringen(paragraaf 4.4.3 doelstelling 4) en Realiseren mooi en schoon water: het thema 'Water en natuur': opstelling beheerplannen voor Natura2000 gebieden, inclusief aanpak van verdroging (paragraaf 5.4.3, doelstelling 1) en het thema 'Vismigratie': opheffen vismigratieknelpunten (paragraaf 5.6.3). Het beleid van de Provincie Zuid Holland was eerder op het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016 2021 gebaseerd.
3.5.3
Hoogheemraadschap van Delfland
Waterbeheerplan 2016-2021 Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap" [7] In het Waterbeheerplan heeft Delfland de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor 'droge voeten', 'stevige dijken' en 'schoon water' zijn meerjarenprogramma's opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2027. Delfland zet in op stedelijk waterbeheer en samen met gemeenten werken wij aan klimaatadaptatie. Een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar zelfvoorziendheid door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen. Om doelen te bereiken werkt Delfland samen met gebiedspartners en werkten we aan het waterbewustzijn om draagvlak te vergroten. Ambities:
51
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
Zoet water is van levensbelang en daarom is het belangrijk dat iedereen zuinig omgaat met water en zorgt dat het water schoon blijft. Gezuiverd afvalwater hergebruiken en zorgen dat water langer in het gebied bewaard blijft voor droge tijden. Klimaatverandering leidt vaker tot langdurige droogte en heftiger regenbuien. Om de stad klimaatbestendig te maken wordt met partijen gezocht naar slimme manieren om water langer vast te houden zonder dat het tot overlast leidt. Om de waterkwaliteit te verbeteren neemt Delfland verschillende maatregelen en controleert nog beter op illegale lozingen. Het water in zwemplassen moet tijdens warme dagen vrij zijn van blauwalgen en bacteriën. Door samen te werken kunnen ook kosten worden bespaart. Bij elke ontwikkeling wordt gekeken welke kansen er zijn om het watersysteem toekomstbestendiger te maken.
Afbeelding 3.3: Legger Delfland. Geel: regionale waterkering, groen: polderkade, blauw: primer water. Waterlichamen in beheer van derden maakt ook deel uit van het regionaal watersysteem. (bron:https://hhdelfland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=a947230fdb5e40adb58c445da656fbd2 )
Watertoets Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking Watertoets voor gemeenten opgesteld. In de Handreiking Watertoets (07-07-2016 www.hhdelfland.nl/watertoets) worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht en op welke wijze deze in het plan dienen te worden Het bestemmingsplan is overwegend conserverend. Een aantal ontwikkelingen zijn op basis van projectbesluit of afwijkingsvergunningen toegelaten. In de ruimtelijke onderbouwing van de toegelaten ontwikkelingen is een watertoets uitgevoerd. De toegelaten ontwikkelingen worden op basis van de vergunningen in dit bestemmingsplan opgenomen in hoofdstuk 5. 3.5.4
Wateragenda en Toekomstbestendig Haags water!
De afgelopen jaren is met het Hoogheemraadschap van Delfland samengewerkt met een Wateragenda. In deze Wateragenda worden alle watergerelateerde zaken op een rij gezet en wordt sturing gegeven aan onze werkzaamheden. Bij de Wateragenda hoort ook een lijst met projecten, die doorlopend actueel wordt gehouden.
52
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
Wateragenda Den Haag 2016-2020 (RIS293272) is geactualiseerd naar de Wateragenda Den Haag Delfland 2022 (RIS 311901). De wereld staat niet stil: de Omgevingswet staat voor de deur, klimaatadaptatie krijgt een steeds prominentere plek en op het thema waterkwaliteit begint de laatste periode voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW met doeljaar 2027). In een stad die continu in ontwikkeling is, biedt het inpassen van veilig, gezond én aantrekkelijk water een complexe uitdaging. Hoofddoel van beide partijen is het realiseren van een duurzaam, schoon, veilig, klimaatbestendig en gezond watersysteem, dat nu en in de toekomst bijdraagt aan een aantrekkelijke (leef)omgeving, waar bewoners, bedrijven en bezoekers van Den Haag op een bewuste manier mee omgaan. Daarbij zijn 4 doelen voor het watersysteem te onderscheiden: Klimaatbestendig en veerkrachtig water. Duurzaam schoon en gezond water. Aantrekkelijk water. Bewust van Haags water. Deze doelen zijn niet nieuw binnen het waterbeheer. Den Haag en Delfland zien deze doelen in de bredere context van de stedelijke omgeving met een veranderend klimaat. In een stad als Den Haag, met een grote woningbouwopgave binnen de bestaande stad, is dat niet altijd eenvoudig. De beleidsdoelen zijn dan ook alleen te bereiken als alle wateropgaven in samenhang met (ruimtelijke) opgaven op andere beleidsterreinen worden opgepakt.
Water behoort -zoals het nationale Deltaprogramma als adagium stelt- een leidend principe te zijn bij de ruimtelijke inrichting van de stad. Nota Binnenwater en verordening op de Binnenwateren (RIS 246361) Het Haagse water wordt de laatste jaren steeds actiever benut voor bijvoorbeeld rondvaarten, kanotochten en door de pleziervaart. Maar daarbij komen ook beperkingen en problemen naar voren. De Nota Binnenwater is opgesteld om het (recreatief) gebruik van het water binnen Den Haag te versterken, om het Haagse water aantrekkelijker te maken en om het nog goed bewaarde geheim van onze Haagse grachten in de openheid te brengen. De Verordening op de Binnenwateren helpt daarbij om problemen te voorkomen en om bestaande problemen voortvarender te kunnen oppakken. Met het Actieprogramma Binnenwater 2017-2020 (RIS 297093) wordt de ingeslagen weg van het vergroten van de bekendheid met het binnenwater en het verbeteren van gebruiksmogelijkheden voortgezet en versterkt. In de visie 'Toekomstbestendig Haags water!' is aangeven hoe het watersysteem in Den Haag anno 2014 functioneert, welke knelpunten er zijn en hoe het systeem robuust te houden. Het Haagse watersysteem is op dit moment grotendeels op orde.
Door kansen te benutten die zorgen voor een robuuster watersysteem en die ook bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad, wordt het stedelijke gebied bestand tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte. In het stedelijke gebied is beperkte ruimte voor de traditionele opvang van water. Daarom is inzetten op onderzoek naar meer creatieve en innovatieve maatregelen belangrijk. Samenwerking tussen gemeente Den Haag en Delfland is daarvoor essentieel. De ambitie is: "Den Haag heeft een goed functionerend en toekomstbestendig watersysteem dat de gevolgen van klimaatverandering en verstedelijking kan opvangen en dat bijdraagt aan een aantrekkelijke stad." Samengevat zijn de drie belangrijkste strategische pijlers om te komen tot een toekomstbestendig Haags watersysteem: 1. De basis op orde: We zorgen ervoor dat het systeem goed blijft functioneren. Eventuele negatieve effecten op de waterhuishouding moeten worden voorkomen of dienen te worden gecompenseerd. 2. Pak kansen door samen te werken en door slimme combinatie te zoeken: We moeten als overheden het goede voorbeeld geven, tijdig kansrijke initiatieven en projecten herkennen en optrekken met partijen in de stad. 3.
Kennis, onderzoek en innovatie: Kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie is van belang om creatieve oplossingen te vinden in het voorkomen van wateroverlast en het leefbaar en aantrekkelijk houden van de stad.
53
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
Het plangebied maakt deel uit van het poldergebied van Den Haag. Het ligt op de grens van de Tedingerbroekpolder en polder Ypenburg (terrein TNO maakt deel uit van de tweede).
Afbeelding 3.4: Watersysteem Den Haag: links: boezem(gebied) en polders Den Haag. Rechts: polders van Den Haag. (bron: Toekomstbestendig Haags Water!)
Tedingerbroekpolder In de polder wordt een flexibel peilbeheer toegepast, variërend tussen -4,70 m NAP en -4,85 m NAP. Bij toekomstige ontwikkelingen wordt het systeem op orde gehouden door compenserende maatregelen binnen de trits vasthouden, bergen en afvoeren. Het regenwater wordt geloosd op een ruim opgezet watersysteem en wordt zoveel mogelijk lokaal vastgehouden of afgekoppeld afgevoerd naar het oppervlaktewater. Doordat de gebieden voornamelijk zijn voorzien van drukriolering en gescheiden riolering gaat er geen regenwater naar de rioolwaterzuivering. Knelpunt is te lage maaiveld waardoor het gebied bij beperkte waterstandstijging al snel onder water kan staan. Met betrekking tot polder Ypenburg bevat het document geen afzonderlijke beschrijving. In het bestemmingsplan wordt het advies van Hoogheemraadschap Delfland in acht genomen. Hiermee wordt het beleid van Toekomstbestendig Haags Water geborgd. 3.5.5
Integraal gemeentelijk rioleringsplan - voor een leefbare en water robuuste stad
Uitgangspunt voor het rioleringsbeleid is het "Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 (RIS 306620, vastgesteld 17-11-2020). Het plan beschrijft voor het eerst integraal de hoofdtaken van de gemeente voor de vier watercompartimenten: afvalwater, hemelwater, grond- en oppervlaktewater waarbij de onderlinge relaties, beleid en opgaven beschreven zijn. De raakvlakken met de uitwerking van de stadsbrede klimaatadaptatiestrategie zijn opgezocht en geïntegreerd. Deze strategie wordt in een apart traject behandeld en vastgesteld. De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid voor de zorgplichten zoals omschreven in de Wet milieubeheer en de Waterwet. De zorg voor het rioolstelsel en het grond- en oppervlaktewater vindt gebiedsgericht plaats en op basis van maatschappelijk aanvaardbare kosten. De klimaatverandering zal effect hebben op de grondwaterstanden. Naast monitoring op mogelijke verhoogde grondwaterstanden zullen ook te lage grondwaterstanden nauwlettender worden gevolgd.
54
bestemmingsplan Ypenburg A12 Zone (ontwerp)
Afbeelding 3.5: Het grondwatersysteem van Den Haag (bron: Integraal Rioleringsplan 20121-2025)
In de nieuwe planperiode wordt extra nadruk gelegd op de samenhang tussen diverse gebruiksvormen van en werkzaamheden op maaiveld en ondergronds. Fasering van wegwerkzaamheden en rioolvervanging wordt op elkaar afgestemd. Een primaire notie bij het klimaatbestendiger maken van de stad door het afkoppelen van verharde oppervlakken is het ontstenen en bij voorkeur vergroenen. Verder vormt de aanwezigheid van bomen een uitdaging voor het vervangen van de riolering. Omgekeerd stelt de aanwezigheid van riolering randvoorwaarden aan te planten bomen. Er zal een goede afstemming nodig blijven met programma's van andere partijen, zoals met name het vervangen van waterleidingen door Dunea en gasleidingen door Stedin. Dubbel ruimtegebruik is wenselijk maar stelt wel de nodige voorwaarden. Een goede en tijdige afweging van de belangen is nodig om de verschillende ondergrondse ruimtegebruikers een plek te geven. Er is ook sterke samenhang met energietransitie: aan de ene kant kan er warmte uit de riolering en het water worden gewonnen. Aan de andere kant kan de toenemende vraag naar ruimte in de ondergrond door warmtenetwerken leiden tot een nog grotere druk op de toch al schaarse ruimte in de ondergrond. Bij herstructureringen en nieuwbouwprojecten wordt in samenwerking met het hoogheemraadschap van Delfland een watertoets uitgevoerd.