RIS317336 Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (2)
Tekst van het document
De algemene regels (artikel 5 tot en met 9) bevatten algemene – voor alle bestemmingen geldende – regels zoals de anti-dubbeltelbepaling, algemene regels ten aanzien van het bouwen, ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken en algemene ontheffingsregels. Overgangs- en slotregels. De laatste twee regels (artikel 10 en met 11) betreffen achtereenvolgens het overgangsrecht en de slotregel.
5.5.1
Inleidende regels
In artikel 1 Begrippen' worden belangrijke begrippen die in het plan veel voorkomen, nader gedefinieerd. In artikel 2 Wijze van meten is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven, moeten worden gemeten. Het definiëren van begrippen en de aanwijzingen voor het meten, vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. De regeling voor bestaand gebruik dat afwijkt van de bestemming is onderdeel van de algemene gebruiksregels. 5.5.2
Bestemmingsregels
In de bestemming "Bedrijf" - artikel 3 - is het gebruik van het bedrijfsverzamelgebouw geregeld. Op de verbeelding is het paars ingekleurd. Het kent een bouwvlak waarin gebouwen mogen worden gebouwd. De bedrijfsmatige activiteiten die hier mogen worden uiitgeoefend staan vermeld in de tabel, die bijlage 1 bij de regels vormt. De bestemming "Groen" - artikel 4 - is aan groenstrook langs de wetering aangewezen. Zij laat geen gebouwen. 5.5.3
Algemene Regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel: Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 6 Algemene bouwregels: De algemene bouwregels gelden voor alle bestemmingen. In de eerste plaats wordt hierin nu ook algemeen gesteld dat bouwwerken niet buiten bestemmings- en bebouwingsgrenzen mogen worden gebouwd. Kleine overschrijdingen van deze grenzen voor stoepen, kozijnen en dergelijke zijn wel toegestaan. Grote overschrijdingen van deze grenzen voor overstekende daken en soortgelijke delen van gebouwen zijn tot een bepaalde omvang ook toegestaan. Verder is algemeen voorgeschreven dat bouwwerken beneden peil uitsluitend zijn toegestaan binnen een
73
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
bouwvlak, dat deze ondergrondse bebouwing uit niet meer dan één bouwlaag mag bestaan en is de bouw van installaties voor mobiele telecommunicatie in principe toegestaan op alle gebouwen met uitzondering van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of gebouwen in een rijksbeschermd stadsgezicht. Afwijken van deze algemene bouwregels wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in artikel 8.1 Afwijken van de in het plan opgenomen bouwregels. Artikel 7 Algemene gebruiksregels: In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod opgenomen: het is verboden de in het plan begrepen gronden en de zich daarop bevindende opstallen te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming of met de regels van het plan. Er is expliciet aangegeven dat onder zulk gebruik ook wordt begrepen het gebruik als opslagplaats voor voorwerpen, stoffen en materialen die niet meer bruikbaar zijn of niet meer worden gebruikt waarvoor ze zijn bedoeld en het gebruik als sekswinkel, seksinrichting, paddoshop, belwinkel of garagebedrijf: functies die voorheen in de Leefmilieuverordening werden verboden of althans gereguleerd. Afwijken van de algemene gebruiksregels, ook het afwijken voor het meest doelmatige gebruik, wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in 8.2 Afwijken van de in het plan opgenomen gebruiksregels.
Het bevoegd gezag kan in geringe mate afwijken van de maatvoering die in de bouwregels is bepaald en ook voor geringe afwijkingen in de begrenzing van bestemmings- en/of bebouwingsgrenzen. Verder is afwijken mogelijk voor de bouw van kleine nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en containers voor huishoudelijk afval. Ten slotte is afwijken mogelijk voor het bouwen beneden peil, buiten het bouwvlak. Een belangrijk element van dit artikel is de afwijking van het algemene gebruiksverbod: het bevoegd gezag kan afwijken van het algemeen gebruiksverbod, indien strikte toepassing van het algemene gebruiksverbod leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Wel moet dit andere gebruik aansluiten bij het gebruik conform de bestemming en mag toepassing van de afwijking niet leiden tot een bestemmingswijziging. 8 Algemene afwijkingsregels De algemene procedureregels regelen de procedure die het bevoegd gezag moet volgen als zij wil afwijken.
Overgangs- en slotregels 10 Overgangsrecht De overgangsregels hebben als doel tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan de rechtstoestand vast te leggen van bouwwerken die op het tijdstip van de inwerking treding van het plan zijn gebouwd of nog gebouwd kunnen worden - dat wil zeggen waarvoor vergunning is verleend of nog te verlenen is - en die afwijken van de bouwregels in dit plan. Het tweede lid van dit artikel heeft betrekking op het gebruik van gronden en bouwwerken, voor zover dit gebruik op het tijdstip van inwerking treden van dit bestemmingsplan afwijkt van dit plan. 11 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam de regels van het bestemmingsplan moeten worden aangehaald: 'Regels bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening(Bedrijfsverzamelgebouw)'
74
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Het voorliggende plan maakt de bouw van een bedrijfsverzamelgebouw mogelijk in afwijking van het geldend bestemmingsplan. Om de bouw mogelijk te maken maakt ook de gemeente den Haag kosten. De gronden in het plangebied zijn in handen van het Industrieschap Plaspoelpolder. De bouw van dit gebouw is een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. De gemeente Den Haag dient de kosten die zij daarbij maakt te verhalen op de initiatiefnemer, het zogenaamde kostenverhaal. Tegelijk met dit bestemmingsplan dient zij daartoe een exploitatieplan (artikel 6.12 Wro) te laten vaststellen. Het ligt in de bedoeling het kostenverhaal anders te verzekeren middels een anterieure overeenkomst.
75
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
76
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Hoofdstuk 7 7.1
Overleg en participatie
Participatie
Tijdens de participatiebijeenkomst op 28 september 2021 in het plangebied zelf werd de ontwikkeling getoond en toegelicht en konden aan verschillende statafels vragen gesteld worden. Bij het geven van toelichting werd benadrukt dat het bestaande parkeerterrein zou vervallen. Omwonenden gaven aan overlast te ervaren van activiteiten op de parkeerplaats of het gebruik van de parkeerplaats door derden. Met name vervuiling (lachgaspatronen, fastfoodverpakkingen, bouwmateriaal) en een gevoel van onveiligheid werden daarbij genoemd.
7.2
Artikel 3.1.1 Bro-overleg
Het concept van het ontwerp-bestemmingsplan is op 15 november 2022 in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan de volgende instanties en organisaties toegezonden: 1. Provincie Zuid-Holland 2. Rijkswaterstaat Zuid-Holland 3. Hoogheemraadschap van Delfland 4. Dunea 5. Omgevings Dienst Haaglanden 6. Politie eenheid Den Haag 7. Veiligheidsregio Haaglanden 8. HTM Personenvervoer N.V. 9. Stedin B.V. 10. TenneT Regio West 11. N.V. Nederlandse Gasunie 12. Bewonersplatform Wateringse Veld 13. Bedrijvenvereniging Interwateringen 14. Industrieschap Plaspoelpolder 15. Het bestuur van de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's Gravenhage De geadresseerden werden in de gelegenheid te reageren tot 13 december daaropvolgend. De geadresserde onder 1. werd tevens middels een ingevuld e-formulier van dit concept op de hoogte gesteld. Van de instanties en organisaties onder 1, 3, 5, 7, 8, is een reactie ontvangen. Ze zijn in dit hoofdstuk opgenomen en afgewogen in vette letters. Van de leverancier van het drinkwater werd een reactie ontvangen die 1.
Provincie Zuid-Holland ontvangen 17 november 2022
1.1) Dank u voor het invullen van het e-formulier 'aanbieden ruimtelijke plannen'. In de bijlage vindt u de samenvatting en conclusie van het door u ingevulde e-formulier. Ad 1.1) De conclusie ontbrak, met dien verstande dat het geen verzoek tot toezending vermeldde. Op 22 november daaropvolgend verzocht zij om toezending van een link met het concept. Aan dat verzoek is dezelfde dag nog voldaan. 3.
Hoogheemraadschap van Delfland ontvangen 18 december 2022
Geacht college, Waterbelang onvoldoende geborgd - In het plan is het waterbelang onvoldoende geborgd en is nog onvoldoende invulling gegeven aan de uitgangspunten van goed waterbeheer, zoals vermeld in de Handreiking watertoets voor gemeenten. De meest actuele versie van deze handreiking is te vinden op onze website www.hhdelfland.nl/regelen/watertoets-ruimtelijke-plannen/. Wij verzoeken u onderstaande aanpassingen te maken.
77
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
3.1) Algemeen - Wij verzoeken u het juiste en actuele beleid van het Hoogheemraadschap van Delfland te hanteren. In paragraaf 3.5.4 op pagina 32 is het oude waterbeheerplan beschreven. Wij vragen u een beschrijving van het nieuwe Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) te maken. Ad 3.1) Genoemd beheerplan geeft het actuele beleid niet weer. Het wordt vervangen door onderstaande tekst: 'Waterbeheerplan 2022-2027 Waterwerk - Watermerk In dit waterbeheerplan heeft het schap ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor 'droge voeten', 'stevige dijken' en 'schoon water' zijn meerjarenprogramma's opgesteld. Het schap zet in op stedelijk waterbeheer en samen met gemeenten werkt ze aan klimaatadaptatie. Een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar zelfvoorzienendheid door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen. Om doelen te bereiken werkt zij samen met gebiedspartners en werkt ze aan het waterbewustzijn om draagvlak te vergroten. De ambities in het plan betreffen: Zoet water is van levensbelang en daarom is het belangrijk dat iedereen zuinig omgaat met water en zorgt dat het water schoon blijft. Gezuiverd afvalwater hergebruiken en zorgen dat water langer in het gebied bewaard blijft voor droge tijden. Klimaatverandering leidt vaker tot langdurige droogte en heftiger regenbuien.
Om de stad klimaatbestendig te maken wordt met partijen gezorgd naar slimme manieren om water langer vast te houden zonder dat het tot overlast leidt. Om de waterkwaliteit te verbeteren neemt zij verschillende maatregelen en controleert nog beter op illegale lozingen. Het water in zwemplassen moet tijdens warme dagen vrij zijn van blauwalgen en bacteriën. Bij het beheer van het grondwater omgaan met 1. de complexiteit van het grondwatersysteem en 2. de verantwoordelijkheid, die verdeeld is over provincie, gemeenten, waterschap, drinkwaterbedrijven en grondeigenaren/particulieren. Het waterschap heeft invloed op het grondwater in peilbeheer, vergunningen voor onttrekkingen en advisering aan derden. In haar werkingsgebied is er een beperkte relatie tussen de grondwaterstand en het oppervlaktewaterpeil. Het waterpeil regelen in de sloten en vaarten. In ons gebied is er een beperkte relatie tussen de grondwaterstand en het oppervlaktewaterpeil. De maatschappelijke verantwoordelijkheid pakken en samenwerken met partners aan verantwoord, duurzaam en toekomstbestendig gebruik.' Door samen te werken kunnen ook kosten worden bespaard. Bij elke ontwikkeling wordt gekeken welke kansen er zijn om het watersysteem toekomstbestendiger te maken.' 3.2) In de toelichting op pagina 32 zijn vragen ten aanzien van de waterhuishouding geformuleerd.
Wij verzoeken u, om aanvullend concreet te beschrijven, hoe de inhoudelijke waterthema's zich tot de voorgenomen ontwikkeling verhouden. Ad 3.2) De beantwoording van de meeste vragen uit de watertoets zoals vermeld in paragraaf 3.5.4 zijn te vinden in paragraaf 2.4.4 van de toelichting. Het betreft de antwoorden op de vragen: of het plangebied in de kernzone of beschermingszone van een waterkering ligt, de naam van het boezemwater waartoe het plangebied behoort, het peil dat in het plangebied gehouden wordt, er sprake is van watergangen in het plangebied en de omvang van de bestaande verhardingen. De beantwoording van de vraag omtrent de wijziging van de omvang van verhardingen als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling is vermeld in rij 17 van paragraaf 5.4. De vraag of er maatregelen mogelijk zijn om de effecten van klimaatverandering te beperken kan bevestigend worden beantwoord. In de toelichting bij het bestemmingsplan is daarop in paragraaf 5.4 in de rijen 6, 12, 13, 16 en 17 ingegaan. Bijzonder daarbij is dat de bestaande
78
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
inzijgingsgebieden - de groenstroken - blijven bestaan. De westelijk naast een primair water van het schap gelegen gelegen groenvoorziening wordt de bestemming “Groen” aangewezen. Gelet op de geldende bestemming "Verkeersdoeleinden" wordt daarmee het belang van de waterhuishouding beter gediend. De vraag of de ruimtelijke ontwikkeling op de kwantiteit van het grondwater invloed zal hebben kan ontkennend worden beantwoord. De terreinen zijn grotendeels verhard en zullen geheel verhard worden. De vraag omtrent de mogelijke aanwezigheid van rioolpersleidingen of een KRW-waterlichaam kan ontkennend worden beantwoord. De omliggende wijk kent volgens paragraaf 3.10.2 van de toelichting bij het voorgaande bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid een integraal waterbeheerssysteem waarbij het hemelwater in het oppervlaktewater wordt geloosd. Het plangebied is aangesloten op de rioolwaterzuiveringsinstallatie Harnaschpolder. Deze kent een overcapaciteit. In paragraaf 2.4.4 van de toelichting wordt de informatie uit deze twee laatste alinea's toegevoegd. 3.3) 'Voorkomen van wateroverlast (waterkwantiteit) en Klimaatadaptatie - Wij vragen u de wateropgave voor het plangebied door middel van het invullen van de watersleutel te bepalen en deze onderdeel te laten uitmaken van het bestemmingsplan.
De watersleutel is te raadplegen via onze website Berekenen met de watersleutel - Delfland (hhdelfland.nl). Op onze website is ook meer informatie over het toepassen van de watersleutel te vinden. Wij verzoeken u in de waterparagraaf uit te werken, op welke manier de wateropgave ingevuld wordt. Hierbij heeft Delfland voorkeur voor compensatie door het graven van extra oppervlaktewater. Indien compensatie in oppervlaktewater aantoonbaar niet mogelijk is, kan als alternatief voor vasthoudmaatregelen gekozen worden. Vanwege het belang voor de waterhuishouding hanteert Delfland richtlijnen bij de beoordeling van vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding. Deze zijn te vinden op www.hhdelfland.nl/overons/beleid/beleid/. Daarbij is het belangrijk, dat de gekozen maatregel goed functioneert, past binnen het gebied en ook op de lange termijn betrouwbaar is. De eigenaar van het perceel is immers zelf volledig verantwoordelijk voor de aanleg, het functioneren en het in stand houden van de voorziening. Ad 3.3) Een watersleutel is opgesteld. Deze berekening leidt tot de conclusie dat een oppervlaktewater van 146 m2 moet worden aangelegd dan wel een extra te realiseren waterberging van 70 m3. De voorgaande tekst vormt rij 5 van de tabel in paragraaf 5.3. De watersleutel zelf vormt bijlage 5 bij deze toelichting.
In paragraaf 5.4 wordt in rij 16 in de 4e kolom de volgende tekst toegevoegd: 'Gelet op de betekenis van de wetering aan de westzijde van het plangebied en de daaraan aansluitende groene oever en het belang van de aanwending van het plangebied voor een bedrijfsgebouw, wordt geen oppervlaktewater gerealiseerd, maar juist van de bebouwing gebruik gemaakt voor het vasthouden van het water. Dat betekent dat de minimale oppervlakte van het sedumdak minimaal 14 centimeter hoog moet zijn. Het dak wordt daarmee een sedum, gras- en kruidendak.' De mogelijkheid tot het aanbrengen van verhardingen in de groene oever wordt weggenomen. Het leidt ertoe dat in artikel 4.1 het woord 'wegen' vervalt. 3.4) Delfland en vrijwel alle gemeenten in zijn beheergebied hebben zich met ondertekening van het “Convenant Klimaatadaptief Bouwen” gecommitteerd, om de huidige bouwopgave klimaatadaptief te ontwikkelen: verminderen van de kans op wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en vergroten van de biodiversiteit, zie ook https://bouwadaptief.nl/. De gemeente Den Haag heeft een vertaling in de “Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig” gemaakt. Wij vragen u dan ook, om de eisen vanuit de “Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig” in het plan te verwerken.
Ten aanzien van extreme neerslag geldt onder meer: “Bij nieuwbouw stellen we de eis dat er 50 mm van een korte hevige bui van 70 mm in 1 uur op privaat terrein tijdelijk kan worden opgevangen en dat na minimaal 24 uur en maximaal 48 uur de bergingscapaciteit weer beschikbaar is”. Tevens verzoeken wij u in de toelichting op te nemen, op welke manier invulling aan de “Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig“ gegeven wordt.
79
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Bij de berekening van de wateropgave in het kader van de watertoetsprocedure (zoals met de watersleutel) wordt rekening met klimaatverandering gehouden, omdat met de verwachte neerslag in 2050 gerekend wordt. Die opgave is gericht op het voorkomen van wateroverlast vanuit het oppervlaktewater in tegenstelling tot de wegwijzer, die zich vooral op hemelwateroverlast richt. In samenspraak met de gemeente worden de eisen uit de wegwijzer en de watersleutel naast elkaar gehanteerd. Omdat maatregelen voor beide doelen effectief kunnen zijn, hoeft alleen de grootste opgave gerealiseerd te worden. Ad 3.4) Het gemeentelijk beleid waarnaar het schap verwijst betreft het Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025. Dat noemt als voorbeeld van maatregelen op eigen terrein het aanleggen van groene daken. Daartoe wordt overgegaan. Verwezen wordt naar paragraaf 5.4 in de rijen 6, 12, 13, 16 en 17. In bijlage 5 bij de toelichting is de ingevulde watersleutel opgenomen. In paragraaf 3.5.5. van de de toelichting vervangt een tekst over het Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 de tekst over het voorgaande plan. 3.5) Grondwater -Wij verzoeken u de geschiktheid van het gebied voor het ruimtelijk plan met betrekking tot grondwater en of bodem te onderbouwen.
Tevens vragen wij u de effecten van het ruimtelijk plan (ondergrondse constructies) op het lokale grondwatersysteem/bodem te beschrijven. Ad 3.5) Ten aanzien van de geschiktheid van de bodem wordt verwezen naar rij 3 in paragraaf 5.3 van de toelichting. Zoals uit de afdoening van vooroverlegonderdeel 3.2. blijkt is er sprake van een afdoende bescherming. 3.6) Watersysteemkwaliteit en ecologie - Wij verzoeken u een beschrijving van de effecten van de nieuwe ontwikkeling op de huidige chemische en ecologische watersysteemkwaliteit te geven. Een achteruitgang van de watersysteemkwaliteit en ecologie is niet toegestaan. Ad 3.6) Verwezen wordt naar de afdoening van vooroverlegonderdeel 3.5. 3.7) Afvalwaterketen - Wij verzoeken u te beschrijven en te onderbouwen: of de capaciteit van de riolering en zuivering in de toekomstige situatie voldoende is; Dit is om te voorkomen, dat er een toename op de kans van overstorten op het oppervlaktewater is. de kwantitatieve en kwalitatieve effecten van lozingen en de verwachte veranderingen daarin op het oppervlaktewater en of riolering. hoe in het plan met de afvoer van hemelwater omgegaan wordt. Een gescheiden rioolstelsel tot aan de erfgrens is het uitgangspunt. Ad 3.7) Verwezen wordt naar de afdoening van vooroverlegonderdeel 3.2.
3.8) Regels - Wij vragen u de wateropgave in de regels van het bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke bepaling te borgen, gekoppeld aan de aanvraag omgevingsvergunning, waarbij advies bij het waterschap moet worden gevraagd. Dit is om te zorgen, dat de eigenaar van het perceel zelf verantwoordelijk voor de aanleg, het functioneren en het in stand houden van de vasthoudvoorziening is. Wij verzoeken u de wateropgave vroegtijdig uit te werken, zodat in een later stadium voorkomen wordt, dat de wateropgave niet meer goed inpasbaar in het ontwerp is. Ad 3.8) De wateropgave is uitgewerkt en in het bestemmingsplan opgenomen. Verwezen wordt naar de afdoening van vooroverlegonderdeel 3.3. Het bestemmingsplan acht waterbergingscompensatie een bestemmingsdoeleind en de aanleg en de instandhouding van een sedum-, gras- en kruidendak specifieke gebruik dat dat doeleind gestalte geeft. Daarmee is het onderdeel van het op te richten gebouw en is het bouwen daarvan verplicht evenals het in stand houden daarvan. De waterbergingscompensatie als bestemming verdient een eigen titel, zodat in artikel 3.1 onderderdeel c. wordt toegevoegd: 'waterbergingscompensatie'. De term 'waterbergingscompensatie' vervalt in de laatste zin van het lid. Daarmee is de verantwoordelijkheid voor de eigenaar in deze aangelegenheid duidelijk omschreven.
Watervergunning 3.9) Naast advisering in het kader van de watertoets over dit bestemmingsplan kan het zo zijn, dat een watervergunning of melding nodig is. Voor meer informatie over deze watervergunning of melding verwijzen wij u naar www.hhdelfland.nl/regelen/vergunningaanvragen/.
80
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Ad 3.9) Van deze informatie wordt kennis genomen. 5) Omgevings Dienst Haaglanden ontvangen op 9 januari 2023 Geachte heer 5.1) Bedrijven en milieuzonering In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, is gevraagd het concept van het ontwerp-bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) te toetsen voor het aspect geluid. Hierbij is paragraaf 4.4 van het ontwerp-BP getoetst en geeft aanleiding tot de volgende opmerkingen: bedrijfsmatige activiteiten in de bij dit bestemmingsplan behorende 'Staat van bedrijven bij functiemenging' als opgenomen in bijlage 1, zijn niet gelegen binnen de richtafstand conform de VNGbrochure. Er bestaat voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies zoals wonen. Het bedrijfsverzamelgebouw is in dit kader inpasbaar. Het bedrijf moet afzonderlijk kunnen voldoen aan de geluidgrenswaarden, zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit dient t.t. van de aanvraag omgevingsvergunning te worden getoetst. Voor het bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening, is een toets aangevraagd. Ad 5.1) In de bestemming "Bedrijf" in artikel 3 is geregeld dat toe te laten bedrijfsmatige activiteiten moeten voldoen aan de activiteiten in de bij dit bestemmingsplan behorende 'Staat van bedrijven bij functiemenging' die in bijlage 1 bij de regels staat.
In de bestemmingsomschrijving wordt een aantal activiteiten uitgesloten. Voor de inzichtelijkheid en de hanteerbaarheid zijn deze uitsluitingen in de Staat zelf opgenomen. De in de Staat gehanteerde term 'detailhandel' (SBI-code 52) vervalt, de activiteit 'kledingindustrie' is verruimd met SBI-code 182. De inpasbaarheid wijzigt zich daarmee niet. Externe veiligheid 5.2) In het kader van artikel 3.1.1 Bro dient het concept ontwerpbestemmingsplan getoetst te worden aan het aspect externe veiligheid. Hoofdstuk 4.3 (Externe veiligheid) van de toelichting van het bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening, d.d. 07-11-2022, is getoetst en geeft geen aanleiding tot opmerkingen. Ad 5.2) Hiervan wordt kennis genomen. Bodemparagraaf 5.3) Op 18 november 2022 ontvingen wij het verzoek om advies over de bodemparagraaf van het concept bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) gemeente 's-Gravenhage (met identificatienummer NL.IMRO.0518.BP0365BWVZBedrijf-20CO, van 7 november 2022). De huidige tekst is deels correct maar onvolledig. Wij stellen voor om de bodempassage te vervangen door de navolgende tekst. Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen.
De Wet bodembescherming (hierna: Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Wet bodembescherming De Wbb regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen:
81
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
a.
het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik;
b.
het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging;
c.
het wegnemen van actuele risico's.
Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet altijd nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. Ad 5.3) De in het voorontwerp opgenomen informatie is niet in die mate afwijkend van deze tekstsuggestie, dat zij voor vervanging in aanmerking komt. Wel wordt in paragraaf 4.6 na '(verder Wbb)' ingevoegd 'het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet'. 5.4) Situatie in het plangebied Het plangebied is gelegen in de buurt Zonne Veld van de wijk Wateringse Veld in stadsdeel Escamp. Op de locatie bevindt zich een parkeerterrein, infrastructuur (weg) en plantsoen. De omgeving bestaat uit bedrijven, woningen en groen. Het plangebied is niet gelegen in een milieubeschermingsgebied. Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Den Haag blijkt dat het plangebied is gelegen in zone B9/O2 'Westvlietzone en Erasmusveld'. De algemene bodemkwaliteit van de bovengrond is geclassificeerd als klasse Wonen, de ondergrond is geclassificeerd als klasse Landbouw/natuur. Binnen het plangebied zijn geen bodembedreigende activiteiten bekend. In het gehele plangebied is recent een bodemonderzoek uitgevoerd welke is beoordeeld door de ODH.
Uit het rapport 'Verkennend bodemonderzoek en asfaltonderzoek Sylvian Poonsstraat te Den Haag (Wateringse Veld)', kenmerk 2019028/RAP01, datum 4 mei 2020 opgesteld door Buro SL B.V. blijkt dat analytisch geen verontreinigingen in grond(water) zijn aangetroffen.” Middels een e-mail aan vergunningen@odh.nl is een aanvullende beoordeling opvraagbaar onder vermelding van het kenmerk: ODH523883 Ad 5.4) De in het voorontwerp opgenomen informatie is niet in die mate afwijkend van deze tekstsuggestie, dat zij voor vervanging in aanmerking komt. 5.5) De conclusies in de tekst van het plan ten aanzien van de Wet natuurbescherming zijn niet onderbouwd middels rapportages. Deze conclusies kunnen om die reden enkel voor kennisgeving aangenomen worden. Indien u twijfelt aan de uitgangspunten van de ruimtelijke onderbouwing, kunt u ten aanzien van de thema's voor de Wet natuurbescherming (houtopstanden, gebiedsbescherming en soortenbescherming) een adviesverzoek indienen bij team Groen van de ODH. De stukken dienen dan wel eerst aangevuld te worden met onderbouwende rapportages.
Ad 5.5) Uit de notitie vormvrije mer beoordeling van het bevoegd gezag komt naar voren dat het plangebied geen verstrekker is van een product door ecosystemen, zoals hout of drinkwater, het heeft een geringe functie voor regulerende diensten, zoals bestuiving van gewassen en ook voor diensten die voorgaande diensten ondersteunen, zoals biodiversiteit. Het kent daarmee geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen zoals bedoeld in de EU richtlijn milieueffectbeoordeling. Van een verdere onderbouwing is daarom afgezien. De notitie is opgenomen in bijlage 6 bij de toelichting, de beoordeling tot vormvrie mer in bijlage 7 daarvan. Ze wordt besproken in paragraaf 5.4 in rij 32 van de toelichting. 5.6) Tevens willen wij u er op wijzen dat een toets op grond van de Wnb niet altijd gelijk is aan die van de Wro. Een onderbouwing die op grond van de Wro akkoord is, zal daarom niet per definitie altijd ook vergunbaar zijn op grond van de Wnb. In algemene zin merken wij daarbij op dat een ruimtelijke onderbouwing, vanwege het planvormende karakter nog globaal zal zijn, terwijl bij een toestemming op grond van de Wnb de realisatie op detailniveau bekend moet zijn.
Voor gebiedsbescherming (stikstof) geldt bovendien dat bij een plantoets getoetst wordt aan de huidige, feitelijke situatie, terwijl bij de Wnb toets getoetst wordt aan het legale gebruik ten tijde van aanwijsdata van VHR gebieden ( 2000). De referentie waaraan getoetst wordt in het kader van de Wro en de Wnb kan daardoor van elkaar verschillen.
82
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Ad 5.6) Zijdelings heeft het bevoegd gezag voor de vormvrije mer beoordeling verzocht om een geactualiseerd stikstofonderzoek aan de hand van de nieuwste Aerius berekeningswijze. Dat is opgesteld en aangeleverd. Het vervangt het bestaande onderzoek in bijlage 4 bij de toelichting. Conclusie De behandelde thema's vormen geen belemmering voor een verdere planvorming. 7.
Veiligheidsregio Haaglanden (5 december 2022)
Geacht College, U heeft de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) op 15 november 2022 verzocht om advies uit te brengen over de externe veiligheid omtrent het ontwerp-bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) te Den Haag. Hierbij treft u onze reactie aan. In deze bijlage worden het wettelijk kader, de scenario's, de geadviseerde maatregelen en het restrisico beschreven. Context advies Met dit bestemmingsplan wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt. Door de aanwezigheid van risicobronnen op het gebied van externe veiligheid en de toename van het aantal personen in het plangebied, nemen de risico's op het gebied van externe veiligheid toe. In dit advies staan maatregelen om het toegenomen risico te verminderen. Wettelijk kader Het advies en de daarin geadviseerde maatregelen wordt gegeven in verband met het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een zwaar ongeval. Op grond van: •
art. 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes;
•
art. 10 van de Wet veiligheidsregio's en art. 25, lid 1, onder e van de Wet veiligheidsregio's.
Scenario's Naast de 'dagelijkse incidenten' die zich binnen het plangebied voor kunnen doen, zoals brand, wateroverlast of een aanrijding, gelden voor het transport van gevaarlijke stoffen de volgende meest waarschijnlijke en ergst denkbare scenario's. Transport gevaarlijke stoffen 7.1) Het meest waarschijnlijke scenario is een lekkage van een tankwagen met gevaarlijke stoffen. Hierbij komt een kleine hoeveelheid van de vervoerde stof vrij. Hoe groot de effecten naar de omgeving zullen zijn, is afhankelijk van de stof (mate van giftigheid) en de hoeveelheid die is vrijgekomen. Bij de meeste stoffen zal de omgeving uit voorzorg worden ontruimd, maar zullen er, buiten irritatie aan luchtwegen en ogen en/of stankoverlast, weinig problemen zijn. Het ergst denkbare scenario is een lekkage of het ineens vrijkomen van de totale hoeveelheid gevaarlijke stoffen van een (tank)wagen met een giftige vloeistof of giftig gas. Hoe groot de effecten naar de omgeving zullen zijn, is onder andere afhankelijk van de stof (mate van giftigheid) en de hoeveelheid die is vrijgekomen. Daarbij hebben ook de weersomstandigheden een grote invloed op de verspreiding van de giftige stoffen. In het ergste geval kan dit leiden tot een invloedsgebied van meer dan 4.000 meter.
Gezien de afstand tot het plangebied is het mogelijk dat de aanwezigen slachtoffer worden of overlijden als de wind in de richting van het plangebied staat. De kans op dit scenario is zeer klein. Geadviseerde maatregelen Aangezien met het voorliggende ruimtelijke plan geen maatregelen aan de risicobron kunnen worden getroffen, zijn onderstaande maatregelen gericht op de beheersing en vermindering van de effecten van een incident. De adviezen hebben niet alleen betrekking op het ergst denkbare scenario. Ongeacht het type incident (van een lekkage tot het vrijkomen van de volledige inhoud giftige stoffen) hebben ze een positief effect op de zelfredzaamheid, de bestrijdbaarheid en beheersbaarheid. Ad 7.1) Hoofdstuk 4.3 (Externe veiligheid) van de toelichting van het bestemmingsplan
83
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Wateringse Veld Zuid 2e herziening, d.d. 07-11-2022, is getoetst in paragraaf 5.4 rij 33 en geeft geen aanleiding tot opmerkingen. Effect reducerende maatregelen A. Afschakelbare ventilatie Indien in objecten een ventilatievoorziening aanwezig is of wordt gerealiseerd heeft afschakelbare ventilatie een positieve invloed op het beperken van de schadelijke effecten van de vrijgekomen stoffen binnen objecten ongeacht het incident (van een 'gewone' brand tot een incident met een risicobron in het kader van externe veiligheid). Daarom is het van belang dat in het object met ventilatievoorziening, deze ventilatie met een eenvoudige handeling kan worden uitgeschakeld. Hiermee kunnen de gevolgen bij het vrijkomen van giftige stoffen in het object worden beperkt. Dit mag ook een handmatige handeling zijn. Dit geldt bij verbouw en (vervangende) nieuwbouw van alle objecten, bestemd voor het verblijf van personen. Het is daarbij van belang dat ook eventuele ramen en ventilatieopeningen kunnen worden gesloten. B. Voorbereiding interne organisatie In objecten waarin personeelsleden, bezoekers, verminderd tot niet zelfredzame personen en/of grote groepen mensen kunnen verblijven. Is het van belang dat het personeel en/of de BHV-organisatie/de begeleiding binnen deze objecten is voorbereid op eventuele calamiteiten met gevaarlijke stoffen.
Het gaat hierbij om calamiteiten met het transport van gevaarlijke stoffen die effect binnen deze objecten kunnen hebben. Hierbij is het van belang dat zij weten hoe daarbij te handelen. Bijvoorbeeld om de aanwezigen binnen deze objecten te assisteren om zichzelf in veiligheid te brengen. Dit kan geborgd worden in een plan ten behoeve van noodsituaties. Hierbij is het ook belangrijk dat dit structureel wordt geoefend. C. Risicocommunicatie Om ervoor te zorgen dat mensen goed voorbereid zijn en weten hoe ze moeten reageren bij een ongeval met één of meerdere risicobronnen, is het van belang dat zij hier vooraf over worden geïnformeerd. Om de bewoners, het personeel en/of de vaste bezoekers binnen het invloedsgebied van de risicobronnen te informeren over de risicobronnen, risico's en gevaren, de wijze van alarmeren en de wenselijke manier van reageren tijdens incidenten, kan de gemeente voor dit plangebied mogelijk gebruik maken van de hulpmiddelen die zijn ontwikkeld of beschikbaar zijn. In de regio Haaglanden is bijvoorbeeld de website www.haaglandenveilig.nl beschikbaar. Via deze website worden burgers geïnformeerd over de aanwezige risico's in de regio en is informatie te vinden over wat zij zelf kunnen doen om deze risico's te beperken. Voor aanvullende informatie kan contact worden opgenomen met de afdeling communicatie van de Veiligheidsregio Haaglanden.
Maatregelen ten behoeve van de hulpverlening Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende zijn. De bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen is in de huidige situatie, onder normale omstandigheden, voldoende. Restrisico 7.2) Het invloedsgebied van het transport van gevaarlijke stoffen is groter dan dit plangebied. Het totaal aantal te verwachten slachtoffers (en daarmee de benodigde hulpbehoefte) is groot bij het ergst denkbare scenario. Zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie is de beschikbare hulpverleningscapaciteit waarschijnlijk onvoldoende om direct aan de benodigde hulpvraag te voldoen. Assistentie vanuit andere regio's is hierbij noodzakelijk. Ad 7.2) Verwezen wordt naar de afdoening van vooroverlegonderdeel 5.2 en 7.1.
84
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
8. N.V. H.T.M. (6 december 2022) Geachte heer, mevrouw, 8.1) In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro, betreffende het concept ontwerpbestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 1e herziening, kan ik u melden dat het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Ad 8.1) Met dank voor de getoonde aandacht wordt van deze reactie kennis genomen. 10. 3. TenneT TSO B.V. (1 december 2022) Geachte lezer, 10) Hartelijk dank voor de toezending van bovengenoemd plan. Binnen de grenzen van dit plan heeft TenneT (na een eerste beoordeling) noch bovengrondse-, noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer. Wij hebben dan ook geen opmerkingen op genoemd plan en wensen u veel succes bij de verdere uitwerking hiervan. Ad 10.1) Met dank voor de getoonde aandacht wordt van deze reactie kennis genomen. Ongenummerd 16. Evides (1 december 2022) Beste, 16) Via ruimtelijke plannen hebben wij kennis genomen van het door u gepubliceerde concept bestemmingsplan met IMRO-code: NL.IMRO.0518.BP0365BWVZBedrijf-20CO. Op minder dan 50 centimeter afstand van het plangebied ligt een 250 mm waterleiding van Evides, zie onderstaande tekening. Wij komen dan ook graag met u of de initiatiefnemer in contact om eventuele knelpunten voor te zijn en op te lossen.
Wij willen u vriendelijk verzoeken om contact op te nemen met David Brandhorst, gebiedsverantwoordelijke Evides. Hij is te bereiken via telefoonnummer 06 – 20 00 92 15 of via e-mail david.brandhorst@evides.nl. Ad 16) Na ontvangst van dit verzoek is de projectontwikkelaar verzocht in contact te treden met deze vooroverlegpartner teneinde tot een afstemming te komen. Daartoe heeft hij zich bereid verklaard. In de toelichting is in paragraaf 2.4.6 de aanwezigheid van deze leidingen opgenomen.
85
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
86
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Bijlagen bij toelichting
87
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Bijlage 1 M obiliteit
88
Mobiliteitsonderzoek Voertuigbewegingen Den Haag is een zeer sterk stedelijke gemeente en het gebied ligt in de rest bebouwde kom. Op basis van de CROW-publicatie 381 is de verkeersgeneratie van de toekomstige situatie bepaald (zie tabel 1). In de publicatie staan de minimale en maximale verkeersgeneratie, hiervan is het gemiddelde genomen. Programma Maximum m² Norm Aantal voertuigbewegingen Bedrijfsverzamelgebouw 1.328 5,5 per 100 m2 bvo 73 Kantoor 481 4,1 per 100 m2 bvo 20 Totaal 1.809 93
Tabel 1: Voertuigbewegingen per dag Uit tabel blijkt dat door de voorgenomen ontwikkeling de verkeersgeneratie met 93 motorvoertuigen per etmaal toe zal nemen. De omliggende wegen kunnen de extra verkeersbewegingen aan. Dit aspect is met de gemeente afgestemd. Parkeren De parkeernormen van de gemeente Den Haag en het toepassingskader ervan zijn uitgewerkt in de “Nota Parkeernormen Den Haag” uit 2011. Deze nota is in 2016 op een beperkt aantal onderdelen gewijzigd en aangevuld. De voorgenomen ontwikkeling wordt aan dit beleid getoetst. Aan de hand van deze parkeernormen is de parkeerbehoefte berekend en vergeleken met de voorzieningen die in het plan zijn opgenomen. Het plangebied bevindt zich in zone 3 zoals geformuleerd in de Nota Parkeernormen. Het bedrijfsverzamelgebouw valt onder de categorie ‘Bedrijf’. Programma Maximum m² Norm Aantal parkeerplaatsen Bedrijf 1.328 1,45 per 100 m2 bvo 19 Bedrijfsverzamelgebouw Kantoor 481 2,2 per 100 m2 bvo 11 Totaal 1.809 30
Tabel 2: Parkeerplaatsen Door de ontwikkeling zijn 30 parkeerplaatsen benodigd. Zoals op het impressiebeeld van het stedenbouwkundig model in afbeelding 5.1 te zien is, worden er 30 parkeerplaatsen binnen het plangebied gerealiseerd. Fietsparkeren De fietsparkeerbehoefte is berekend conform de 'Beleidsregels fietsparkeernormen Den Haag'. Op basis hiervan is de verkeersgeneratie van de toekomstige situatie bepaald (zie tabel 3 ). Programma Maximum m² Norm Aantal fietsparkeerplaatsen Bedrijfsverzamelgebouw 1.328 0,26 per 100 m2 bvo 3,5 Kantoor 481 1,5 per 100 m2 bvo 7,2 Totaal 1.809 11
Tabel 3: Fietsparkeerplaatsen In het stedenbouwkundig model (afbeelding 3) is uitgegaan van 18 fietsparkeerplaatsen. Hiermee wordt ruim voldaan aan de fietsparkeerbehoefte. Conclusie Het aspect mobiliteit (verkeer en parkeren) is met de gemeente afgestemd en levert geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. KuiperCompagnons BV Rotterdam, 14 april 2021
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Bijlage 2 Luchtkwaliteit
90
1 Onderzoek luchtkwaliteit Sylvain Poonsstraat
Kader Op grond van de Wet milieubeheer (verder Wm) dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen getoetst te worden aan de luchtkwaliteitseisen uit deze wet. Een ruimtelijke ontwikkeling mag volgens de Wm doorgang vinden als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: - de ontwikkeling is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsbeleid Luchtkwaliteit (NSL); - de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; - de gestelde grenswaarden in de Wm niet worden overschreden; - projectsaldering kan worden toegepast. Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO 2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 μg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Onderzoek Niet in betekenende mate De toevoeging van een bedrijfsverzamelgebouw van circa 1.800 m is een ontwikkeling die niet zonder meer is aan te merken als een ontwikkeling die past binnen de term ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Om deze reden is onderzoek noodzakelijk naar het effect op de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen. Voor dit onderzoek is de verkeersaantrekkende werking van de nieuwe bedrijvigheid relevant. In paragraaf 5.3 is de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling bepaald. De totale ontwikkeling leidt tot maximaal 93 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde werkdag. Hierbij is uitgegaan van een percentage van 1,0% vrachtverkeer. Met behulp van de NIBM-rekentool (tabel afbeelding 4.1) kan op een snelle en eenvoudige manier bepaald worden of er sprak is van een project dat ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. 2
% -
Aantal 93
Μg/m³ -
Maximale bijdrage PM10
1,0 -
9 -
Totale maximale bijdrage Grens ‘niet in betekenende mate’
-
-
0,07 0,02 0,09 1,3
Toename voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer Maximale bijdrage NO2
Tabel 1: berekening bijdrage op de luchtkwaliteit vanwege voertuigbewegingen De bijdrage is niet ‘in betekenende mate’.
2 Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO 2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 μg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Uit de berekening van de NIBM-tool blijkt dat het plan als ‘NIBM’ dient te worden aangemerkt. Nader onderzoek is niet nodig. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is er wel aandacht besteed aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen nabij het plangebied. Onderzoek concentraties luchtverontreinigende stoffen nabij het plangebied Voor de volledigheid zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het plangebied. Met de NSL-monitoringstool zijn langs de dichtbijgelegen rekenpunten de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald. In afbeelding 1 zijn de jaargemiddelde concentraties weergegeven voor het peiljaar 2020 ter hoogte van de planlocatie.
Afbeelding 1: Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5, peiljaar 2020 (NSL-monitoringstool 2020)
Uit deze afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied voor de voorgenoemde stoffen niet meer bedragen dan respectievelijk 24,6 μg/m 3, 18,6 μg/m3 en 10,6 μg/m3. De jaargemiddelde grenswaarde van 40 μg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 μg/m3 (voor PM2,5) wordt dan ook niet overschreden. Gezien bovenstaande is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
KuiperCompagnons BV Rotterdam, 14 april 2021
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Bijlage 3 M ilieukwaliteit van de bodem
93
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Verkennend bodemonderzoek en asfaltonderzoek Sylvain Poonsstraat te Den Haag (Wateringse Veld)
BuroS/L
Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Buro SL B.V. Breedveldsingel 70 3055 PL Rotterdam tel: 010 - 841 48 82 www.buro-sl.nl info@buro-sl.nl IBAN: NL62 RABO 0122 6483 58 BTW nr: NL857970860B01 KvK nr: 69694281
Verkennend bodemonderzoek en asfaltonderzoek Sylvain Poonsstraat te Den Haag (Wateringse Veld)
Opdrachtgever:
Industrieschap Plaspoelpolder Handelskade 49 2288 BA Rijswijk Contactpersoon: de heer R. van Kooperen
Rapport: Versie: Datum:
2019028/RAP01 1.0 4 mei 2020
Auteur: Gecontroleerd:
Drs. E.P. van Leeuwen Drs. J.P. de Lange
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................... 3 1.1
Algemeen ............................................................................................................................................ 3
1.2
Aanleiding en doel ............................................................................................................................... 3
1.3
Leeswijzer ............................................................................................................................................ 4
2 Vooronderzoek........................................................................................ 5 2.1
Algemeen ............................................................................................................................................ 5
2.2
Locatiegegevens en huidig gebruik ..................................................................................................... 5
2.3
Bodemopbouw en geohydrologie ........................................................................................................ 6
2.4
Historische informatie .......................................................................................................................... 6
2.5
Bodemkwaliteitsgegevens ................................................................................................................... 8
2.6
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese ......................................................................... 8
3 Onderzoeksstrategie ............................................................................ 10 4 Veldonderzoek ...................................................................................... 11 4.1
Algemeen .......................................................................................................................................... 11
4.2
Uitvoering .......................................................................................................................................... 11
4.3
Resultaten ......................................................................................................................................... 12
5 Laboratoriumonderzoek....................................................................... 14 5.1
Algemeen .......................................................................................................................................... 14
5.2
Uitvoering .......................................................................................................................................... 14
5.3
Resultaten ......................................................................................................................................... 15
6 Interpretatie ........................................................................................... 16 6.1
Toetsingskader .................................................................................................................................. 16
6.2
Toetsing analyseresultaten ................................................................................................................ 16
6.3
Interpretatie ....................................................................................................................................... 17
7 Samenvatting en conclusies ............................................................... 19 7.1
Algemeen .......................................................................................................................................... 19
7.2
Resultaten en conclusies ................................................................................................................... 19
B
u
r
o
S
/
Verkennend bodemonderzoek en asfaltonderzoek Sylvain Poonsstraat Den Haag (Wateringse Veld) 2019028/RAP01, 4 mei 2020
L Pagina 1 van 20
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Bijlagen 1.
Kadastrale gegevens
2.
Fotoreportage
3.
Boorprofielen
4.
Analysecertificaten
5.
Overschrijdingstabellen
Tekeningen 1.
B
Situatie met posities boringen, asbestgaten en peilbuis
u
r
o
S
/
Verkennend bodemonderzoek en asfaltonderzoek Sylvain Poonsstraat Den Haag (Wateringse Veld) 2019028/RAP01, 4 mei 2020
L Pagina 2 van 20
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
1 Inleiding 1.1
Algemeen
In opdracht van het Industrieschap Plaspoelpolder is door Buro SL B.V. een verkennend bodemonderzoek en een asfaltonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Sylvain Poonsstraat te Den Haag (Wateringse Veld). De te onderzoeken locatie is in gebruik als openbare weg en parkeerterrein en heeft een oppervlakte van circa 2.050 m2. De locatie is grotendeels verhard (asfalt en betonklinkers). Een klein deel is onverhard (groenstroken). Het op de locatie aanwezige asfalt heeft een oppervlakte van circa 750 m2. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (vooronderzoek), NEN 5740 (regulier bodemonderzoek), NEN 5707 (asbest in bodem) en CROW-publicatie 210 (asfaltonderzoek). De globale ligging van de locatie is aangegeven op onderstaande luchtfoto. Figuur 1: Situering locatie
Bron: Google Earth
1.2
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Daarnaast dient de laagopbouw en ‘teerhoudendheid’ van het te verwijderen asfalt en de kwaliteit van eventueel aanwezige funderingslagen te worden vastgesteld.
B
u
r
o
S
/
Verkennend bodemonderzoek en asfaltonderzoek Sylvain Poonsstraat Den Haag (Wateringse Veld) 2019028/RAP01, 4 mei 2020
L Pagina 3 van 20