RIS317336 Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (2)
Tekst van het document
Den Haag zet in op actieve en duurzame mobiliteit, zoals vastgelegd in de Strategie Mobiliteitstransitie 2022-2040 (RIS310664). Dat betekent onder andere dat wordt uitgegaan van het STOMP-principe: Stappen-Trappen-Ov-MaaS-Privéauto. Bij het ontwerp van de openbare ruimte en de gebouwen kiezen we
49
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
in de eerste plaats voor de voetganger en fietser, gevolgd door het openbaar vervoer, deelmobiliteit en privéauto. Lopen is de basis, voor wat langere afstanden bieden fiets, openbaar vervoer en auto de uitkomst. MaaS kan dit nog makkelijker maken. MaaS staat voor Mobility as a Service, Hiermee bedoelen we mobiliteit als dienstverlening in de brede zin. Een goed voorbeeld is deelmobiliteit. Bij deelmobiliteit maken meerdere mensen gebruik van dezelfde vervoermiddelen. Dit kan zowel een auto, fiets of bakfiets als scooter zijn. De privéauto geldt als sluitstuk, deze neemt namelijk de meeste ruimte in beslag. De bestaande voet- en fietspaden zijn niet altijd optimaal. Soms is er onderhoud nodig, of een verbetering van de verkeersveiligheid. De aandacht ligt daarom op het verbeteren en versterken van de loop- en fietsverbindingen maar ook op een logische ontsluiting van het autoverkeer. We verbeteren met name de verbindingen naar bestemmingen als winkels, scholen, groen, zorg en openbaar vervoerhaltes. Een aantrekkelijk netwerk maakt de wijk makkelijk 'beloopbaar en 'befietsbaar'. We maken waar mogelijk bredere stoepen, en er komen doorsteken, bruggen en verbindingen om het netwerk compleet te maken. Het oversteken van drukke wegen moet makkelijker en veiliger worden. Routes worden aantrekkelijker ingericht, met meer voorzieningen zoals bankjes en fietsenstallingen.
Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de groenstructuren in de buurten. Belangrijke voorwaarde voor het fietsen is om goede, toegankelijke en veilige fietsenstallingen te hebben zowel bij woningen als bij openbaar vervoerhaltes en voorzieningen. Ook is het belangrijk om mensen meer vertrouwd met fietsen te maken, omdat niet iedereen er bekend mee is of ervaring mee heeft. Bij gemotoriseerd vervoer zetten we versneld in op schonere alternatieven. Met deze maatregelen, zoals het versnellen van elektrische mobiliteit, wordt onze lucht schoner. Vanwege de gezondheidseffecten van luchtvervuiling streven we overal in de stad de norm van de Wereldgezondheidsorganisatie voor luchtkwaliteit na. Grondstoffen Den Haag wil inzetten op hergebruik dat lokaal het meest kansrijk is en de meeste impact heeft. Met dat doel voor ogen zal Den Haag zich concentreren op zes sporen: gebruiksgoederen delen en hergebruiken, hergebruik uit huishoudelijk afval, hergebruik uit de bouw, plastic terugdringen, voedselverspilling tegengaan, ondernemers ondersteunen in grondstoffenmanagement. De gemeente stelt eisen aan circulair gebruik van materialen en grondstoffen bij al haar opdrachten in zowel de bouw en sloop van gebouwen als de grond-, weg- en waterwerkzaamheden in de buitenruimte.
Daarnaast zal de gemeente bij gebiedsontwikkeling het circulair gebruik van materialen en grondstoffen stimuleren middels gunningscriteria in ontwikkelcompetities. Grote winst is te behalen met slimme, modulaire ontwerp oplossingen in bouwprojecten. Duurzaam bouwen in Den Haag Nieuwbouw in het plangebied dient te voldoen aan de beleidskaders voor duurzaam bouwen uit het Bouwbesluit 2012 en de daaraan gekoppelde energieprestatie Deze energieprestatie is de afgelopen jaren stapsgewijs aangescherpt. Vanaf 1 januari 2021 dient alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, te voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Circulair bouwen Den Haag zet in het Grondstoffenplan (RIS310284) stappen uiteen om te komen van afval tot grondstof, onder andere op het gebied van bouw- en sloopafval. Alles wat we nu weggooien kan de grondstof zijn voor iets nieuws. Dat vraagt om een andere aanpak, onder andere op het gebied van inkoop, ontwerp en
50
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
bouw. Gemeente Den Haag doet daarnaast mee in het Programma Samen Versnellen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, en is één van de mede-ondertekenaars van de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen. Er wordt daarbij onder andere. ingezet op biobased bouwen - gebruik maken van materiaal dat Co2 opslaat en hernieuwbaar is - en geïndustrialiseerd conceptueel bouwen -bouwproductie versnellen en milieu-impact verlagen.
51
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
52
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Hoofdstuk 4 4.1
Wet- en regelgeving
Inleiding
Naast beleidsdoeleinden dient de gemeenteraad bij het vaststellen van bestemmingsplannen ook rekening te houden met andere wet-en regelgeving dan de Wro. In dit hoofdstuk komen aan de orde: de milieueffectrapportage , externe veiligheid, geluid, lucht, de milieukwaliteit van de bodem, milieuzonering, natuurbescherming en windhinder en bezonning. Indien nader onderzoek noodzakelijk is, wordt dit in paragraaf 5.3 beschreven.
4.2
Milieueffectrapportage (m.e.r.)
Wet milieubeheer De Europese m.e.r.-richtlijn is in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm). Dat een m.e.r-beoordelingsbeslissing moet worden gemaakt is een aandachtspunt voor activiteiten: die aanleiding geven tot het maken van een passende beoordeling op grond van artikel 7.2.a.1 en ook van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming; het betreft de natuurbehouddoelstellingen van Natura2000-gebieden (zie paragraaf 4.8.1); die in de lijsten C en D van het Besluit m.e.r. (verder het Besluit) zijn vermeld; belangrijk is categorie D 11.2 uit de bijlage van het Besluit: stedelijke ontwikkelingsprojecten. Het betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van 1. de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, waarbij de oppervlakte 100 hectare of meer is, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer kent. De genoemde oppervlaktes en omvang vormen de drempelwaarden. De procedurele en inhoudsvereisten voor de m.e.r.-beoordeling luiden dat na aanvraag de beslissing voor deze beoordeling binnen 6 weken moet plaatsvinden. In artikel 7.16 Wm is een uitgebreide lijst van te overleggen gegevens opgenomen voor initiatiefnemers bij de aanvraag voor deze beslissing .
De lijst betreft de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten en de kenmerken van de potentiële effecten. Het bevoegd gezag moet zijn beslissing omtrent Milieu Effect Rapport (verder MER) in een kennisgeving vermelden en ter inzage leggen. . In de Wijzigingswet milieubeheer (Staatsblad 2017 169) wordt géén gebruik gemaakt van de mogelijkheid om drempelwaarden voor de m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteiten in de lijsten C en D van het Besluit aan te geven. Met de aanpassing van het Besluit, zoals deze 7 juli 2017 in werking is getreden, gelden deze procedurele en inhoudsvereisten ook voor activiteiten onder de drempelwaarden, de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling (verder vmb). De ontwikkeling in dit bestemmingsplan betreft daarmee een stedelijk ontwikkelingsproject die een vmb-beoordeling behoeft. Het belangrijkste verschil met een m.e.r.-beoordeling voor gevallen boven de drempelwaarde is dat het bevoegd gezag geen mededeling hoeft te doen van zijn beslissing omtrent de vraag of een Milieu Effect Rapport (verder MER) moet worden gemaakt door een kennisgeving en ter inzage legging niet nodig is. De beslissing dat er (g)een MER moet worden gemaakt, maakt uiteindelijk deel uit van het m.e.r.(beoordelings)-plichtige besluit, zoals het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan.
Gevolgen voor de bestemmingsplannen Voor vmb-projecten geldt nu, net als bij formele m.e.r.- beoordelingsplichtige projecten, dat bij besluiten op aanvraag (aanmeldingsnotitie) er binnen 6 weken moet worden beslist of een MER moet worden gemaakt. Waar het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer is moet nu ook bij een vmb voorafgaand aan de
53
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
terinzagelegging van het ontwerpbesluit dan wel -plan een m.e.r.-beoordelingsbeslissing zijn genomen. Deze hoeft niet apart te worden gepubliceerd, maar zal in de praktijk wel meegaan bij de terinzagelegging van het ontwerpbesluit dan wel -plan.
4.3
Externe veiligheid
Toetsingskader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico's, transportrisico's en risico's die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Bro betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven en wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Op elk van de bronnen die de externe veiligheid bepalen wordt hieronder ingegaan.
Risicovolle inrichtingen Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Voor het PR geldt volgens het Bevi een grenswaarde voor kwetsbare objecten, een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten op een niveau van 10-6 per jaar, binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour mogen dan ook geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt, uitsluitend om gewichtige redenen mogen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour gerealiseerd worden. Ten aanzien van het GR bevat het Bevi een verantwoordingsplicht rondom deze inrichtingen. Tot risicovolle inrichtingen behoren ook LNG- en waterstoftankstations en windturbines. Hierop is het Bevi niet van toepassing. Voor dergelijke objecten zijn wel rekenmethoden vastgelegd om de veiligheidscontouren te bepalen. Hierbij worden vergelijkbare grenswaarden (PR 10-6) gehanteerd. Voor de opslag van explosieven wordt geen risicobenadering maar een effectbenadering gehanteerd. Op grond van artikel 2.6.6 (veiligheidszones munitieopslag civiele inrichting) van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (zie paragraaf 3.2.1) worden drie veiligheidszones aangewezen. Voor zowel LPG- als LNG-tankstations heeft het Rijk aanvullend effectgericht beleid geformuleerd door middel van het vaststellen van circulaires.
In de circulaires wordt onderscheid gemaakt tussen (beperkt) kwetsbare objecten en zeer kwetsbare objecten (bijvoorbeeld een verzorgingstehuis en een kindercrèche). Mensen op hoge leeftijd en kleine kinderen zijn beperkt zelfredzaam. Daarom moet voor dergelijke verblijdsobjecten een grotere afstand tot het vulpunt van een LNG- of LPG-installatie aangehouden worden tenzij aanvullende maatregelen aan de gebouwen worden getroffen.
54
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Vervoer gevaarlijke stoffen over de weg Op 1 april 2015 zijn de Wet basisnet en het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. De wegen in beheer bij het Rijk zijn aangewezen als basisnetroute. Het bevoegd gezag neemt bij het vaststellen van een besluit dat betrekking heeft op gronden in de omgeving van een basisnetroute, ten aanzien van nieuw toe te laten kwetsbare objecten, de basisnetafstand in acht en houdt daarmee Gemeentelijk beleid De Nota externe veiligheid Den Haag is op 27 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld (raadsvoorstel, RIS259485 en besluitenlijst, RIS260481, onder E.1). De belangrijkste uitgangspunten zijn hieronder vermeld: 1. De gemeente richt zich op het vasthouden en bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor de bestaande bedrijvigheid en het ontwikkelen van nieuwe bedrijvigheid. 2.
Het externe veiligheidsbeleid richt zich op vier gebiedstypen: woongebieden, buitengebieden,
gemengde gebieden, risicoarme bedrijventerreinen (inclusief buitengebieden) en bedrijventerreinen met risicovolle bedrijven/inrichtingen. 3. Bij nieuwe ontwikkelingen in woongebieden staat de veiligheid voorop. In woongebieden worden dan ook geen nieuwe risicobronnen van betekenis, zoals LPG-tankstations, toegelaten. 4. Op de bedrijventerreinen hanteert de gemeente een minder streng veiligheidsregime en is de komst van inrichtingen met enige risicobelasting (lichtere vorm van risicovolle bedrijven) onder voorwaarden mogelijk. 5. Bij externe veiligheidsknelpunten, besteedt de gemeente eerst aandacht aan bronmaatregelen om het risico te verkleinen. Pas daarna komen effectmaatregelen aan de orde. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen worden in de nota 3 niveaus onderscheiden met elk hun eigen ambitieniveau: Structuurvisieniveau ->
Veiligheidsgeïntegreerd ontwikkelen
Bestemmingsplanniveau ->
Veiligheidsgeïntegreerd ordenen
Bouwplanniveau: ->
Veiligheidsgeïntegreerd ontwerpen.
Wanneer beoogde ruimtelijke ontwikkelingen een overschrijding van het groepsrisico tot gevolg kunnen hebben, wordt het gemeentebestuur in een vroeg stadium actief bij het proces betrokken. Er ligt een expliciet collegebesluit voor ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico waarbij de kosteneffectiviteit van maatregelen in beschouwing wordt genomen. Verwezen wordt naar paragraaf 5.4 rij 33.
4.4
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten. Als geluidsgevoelige gebouwen dan wel terreinen zijn aangewezen: woningen onderwijsgebouwen met uitzondering van gymnastieklokalen; ziekenhuizen en verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; medisch centra; poliklinieken;
55
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
medische kleuterdagverblijven; terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg; woonwagenstandplaatsen. De Wgh onderscheidt verschillende geluidsbronnen, een daarvan is industrielawaai. Bij de vestiging van een bedrijfsfunctie kan de juridische mogelijkheid ontstaan dat rondom de vestigingsplaats een geluidszone moet worden vastgesteld.
4.5
Luchtkwaliteit
De luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in de Wet tot wijziging van de Wm (luchtkwaliteitseisen) in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wm. Deze wet is op 15 november 2007 in werking getreden. De luchtkwaliteit in een bepaald gebied wordt bepaald door de achtergrondconcentratie van fijn stof (PM10, deeltjes <10 µm), stikstofdioxide (NO2 ) plus de bijdragen van lokale bronnen die bij de achtergrondconcentratie opgeteld worden. Bij de besluitvorming over bestemmingsplannen dient te worden onderzocht of een project 'in betekenende' mate van invloed is op de luchtkwaliteit: in artikel 5.16 van de Wm is aangegeven dat een bestuursorgaan bevoegdheden kan uitoefenen of wettelijke voorschriften kan toepassen indien aannemelijk kan worden gemaakt dat de uitoefening of toepassing niet 'in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. Projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. In concentraties uitgedrukt betekent dit een verslechtering van 1,2 µg/m3 voor beide stoffen. De 3%-grens geldt sinds 1 augustus 2009, de datum waarop het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht werd.
De 3%-grens is voor een aantal categorieën van projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen. Zo gaat het bij woningbouw om de toevoeging van 1.500 woningen netto bij één ontsluitingsweg, of 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Onderzocht moet worden in hoeverre de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarmee kan de uitvoerbaarheid van het plan getoetst worden. In bijlage 2 is het onderzoek en de conclusie (Rotterdam, 2021) vermeld.
4.6
Milieukwaliteit van de bodem
Op de bescherming van de milieukwaliteit van de bodem en de bescherming van burgers die op die bodem aanwezig zullen zijn bij een toekomstig gebruik is de Wet bodembescherming (verder Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Wnonigwet van toepassing. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht. De gewijzigde wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; het wegnemen van actuele risico's saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. De uitvoering van deze verplichte saneringen is flexibel. Het is niet meer altijd nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. Wanneer economische of maatschappelijke omstandigheden rond de vervuilde locatie uitstel vragen, kunnen tijdelijke maatregelen worden genomen, op voorwaarde dat risico's voldoende worden beheerst.
56
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Teneinde een beeld te krijgen over de milieuhygiënische geschiktheid van de bodem voor de ontwikkeling is een bodemonzerzoek verricht (Rotterdam, 4 mei 2020). Daarmee kan de uitvoerbaarheid van het plan getoetst worden. In bijlage 3 is het onderzoek en de conclusie (Rotterdam, 2021) vermeld. In paragraaf 5.4 en bijlage 5 wordt op de resultaten ingegaan.
4.7
Bedrijven en milieuzonering
De regulering van milieu-effecten van bedrijfsactiviteiten op hun omgeving vindt in het kader van de Wet milieubeheer plaats. Om op voorhand deze effecten te kunnen inschatten en daarmee een bestemmingsplan te vervaardigen wordt de handreiking Bedrijven en milieuzonering (zie paragraaf 3.7.2.4) gevolgd. Deze hanteert richtafstandenlijsten voor de effecten van geur, stof, geluid, gevaar en verkeer die ontstaan bij de bedrijfsvoering van een bedrijfsactiviteit. In dit geval is dat op een bestaande rustige woonwijk.
4.8
Natuurbescherming
De wet- en regelgeving voor de groene waarden betreft de Wet natuurbescherming (verder Wnb). Ze kent voor dit plangebied de invalshoeken: gebiedsbescherming en soortenbescherming. Op elk wordt ingegaan. 4.8.1
Gebiedsbescherming
In de Wnb is de gebiedsbescherming van bijzondere natuurgebieden, de zogenoemde Natura2000-gebieden, overgenomen uit de Natuurbeschermingswet 1998. Hieraan voorafgaand is in januari 2006 de formele aanwijzingsprocedure van Natura2000-gebieden gestart. Na deze aanwijzing is de gebiedsbescherming uit de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn geïmplementeerd in de Natuurbeschermingswet 1998 en sinds 1 januari 2017 in de Wnb. Daarmee vervalt de rechtstreekse werking van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn in Nederland. In Den Haag dient rekening te worden gehouden met de natuurbehouddoelstelling voor de volgende Natura2000-gebieden: Meijendel & Berkheide (inclusief Harstenhoek, Oostduinen en Vlakte van Waalsdorp), Westduinpark & Wapendal (inclusief Bosjes van Poot) alsmede Solleveld & Kapittelduinen (inclusief landgoed Ockenburgh, Hyacintenbos, van Leydenhof en Westduinen). Dit betreft Habitatrichtlijngebieden. Er zijn geen Vogelrichtlijngebieden. Het 2000- gebied dat op de meeste korte afstand gelegen is, is het Westduinpark. Hieronder wordt “Westduinpark & Wapendal inclusief Bosjes van Poot” verstaan.
57
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Afbeelding 4.1: Natura2000-gebied Westduinpark & Wapendal Indien ontwikkelingen en activiteiten in het plangebied een significant negatief effect kunnen hebben op een natuurbehouddoelstelling van een Natura2000-gebied, dient een habitattoets uitgevoerd te worden. Is er op grond van de Wet milieubeheer (Wm) sprake van een passende beoordeling dan is een MER (zie paragraaf 4.2) nodig. Voor de andere gevallen kent de Wm de vormvrije merbeoordeling. In het bestemmingsplan dient aangegeven te worden in hoeverre de uitvoering van het plan onder de verplichtingen vanuit deze wet valt. De effecten van de aanleg en beheer van de ontwikkeling op deze doelstelling dient onderzocht te worden. Daarmee kan de uitvoerbaarheid van het plan getoetst worden. In bijlage 4 is het onderzoek en de conclusie (Rotterdam, 2021) vermeld. 4.8.2
Soortenbescherming
De Wnb heeft de bescherming van planten- en diersoorten uit de Flora- en faunawet overgenomen. De wet gaat ervan uit dat zonder uitdrukkelijke toestemming geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. Dit betekent dat het gaat om het effect van een handeling op beschermde soorten. De wet kent een aparte beschermingsregimes voor: de soorten van de Vogelrichtlijn; de soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en de andere soorten' die vanuit nationaal oogpunt zijn beschermd. Hierbij zijn enkele wijzigingen geweest in welke soorten beschermd zijn. De Wnb legt een zorgplicht op voor alle dieren en planten in Nederland, bijvoorbeeld door eisen te stellen aan de wijze en het tijdstip van uitvoering van bouwplannen waarbij men rekening houdt met het voortplantingsseizoen en winterverblijfplaatsen en waardoor dieren niet onnodig worden verontrust. Ook legt de Wnb een beschermingsplicht op voor een groot aantal met name genoemde soorten. De wet bevat verbodsbepalingen voor het verwijderen van beschermde plantensoorten van hun groeiplaats,
58
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten en het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. Voor de algemene beschermde soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen een algemene vrijstelling, voor andere soorten die strenger zijn beschermd (vleermuizen, vogels, eekhoorns) kan onder voorwaarden een ontheffing worden aangevraagd.
4.9
Windhinder en bezonning
Ook de door de gemeenteraad vastgestelde normen voor windhinder en bezonning (RIS 170509) zijn onderdeel van de toetsing van bestemmingsplannen. 4.9.1
Windhinder
Van windhinder is sprake als gedurende een te groot aantal uren per jaar een bepaalde windsnelheid wordt overschreden. Dit treedt op rond hoge gebouwen wanneer er sprake is verhoogde windsnelheden, die het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk maken. In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving ter voorkoming van windhinder. Over het algemeen wordt gesteld dat voor gebouwen hoger dan 30 meter windonderzoek noodzakelijk is. De gemeente Den Haag sluit zich wat betreft beleid ten aanzien van windhinder aan op de NEN 8100. Hierin wordt aangegeven wanneer onderzoek naar wind bij bouwwerken nodig is, hoe het onderzoek moet worden uitgevoerd, aan welke eisen moet worden getoetst en hoe de rapportage moet plaatsvinden. De gemeente Den Haag hanteert als ondergrens een 'matig' windklimaat. Een 'slecht' windklimaat wordt slechts bij hoge uitzondering en onder nadere voorwaarden toegestaan. 4.9.2
Bezonning
De realisatie van bouwwerken kan tot schaduwwerking in de omgeving leiden. Binnen Nederland worden er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Gemeenten zijn dus vrij om hieraan hun eigen eisen te stellen. De gemeente Den Haag sluit grotendeels aan op de 'lichte TNO-norm'. De Haagse bezonningsnorm gaat er vanuit dat de ondergrens op tenminste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober, uitgaande van een zonhoogte van meer dan 10 graden, moet liggen. In afwijking van de lichte TNO-norm is in de Haagse norm de bezonning van gevels van de hoofdgebouwen maatgevend, onafhankelijk van de plaats van de ramen. De norm is van toepassing op de omgeving van de te realiseren nieuwbouw en geldt voor bouwwerken vanaf een hoogte van 25 meter of indien de nieuwbouw ten minste 1,5 maal hoger is dan de gemiddelde hoogte van de omgeving.
59
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
60
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
Hoofdstuk 5 5.1
Planbeschrijving
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken zijn de bestaande situatie (hoofdstuk 2), de beleidskaders (hoofdstuk 3) en de eisen aan milieukwaliteit, natuurbeheer en bezonning en windvang (hoofdstuk 4) uiteengezet. Dit diende ertoe om de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen voor het bestemmingsplan. In paragraaf 5.2 wordt de ruimtelijke ontwikkeling beschreven. Daarbij wordt ingegaan op de noodzaak voor deze ruimtelijke ontwikkeling en de rol van initiatiefnemer - het Industrieschap PlaspoelPolder'. In het geval een nadere afweging van randvoorwaarden nodig is of beleid onderling moet worden afgestemd staat de vertaling in paragraaf 5.3. De ruimtelijke vertaling' van de bestaande situatie, beleidsuitspraken, instructieregels en de eisen in hoofdstuk 4 wordt beschreven in paragraaf 5.4. Met deze keuze kan de opzet van het bestemmingsplan in paragraaf 5.5 Toelichting op de regels en de bestemmingen globaal beschreven worden.
5.2
De ontwikkeling
Er is grote behoefte aan bedrijfshuisvesting voor kleinere bedrijven in (de regio) Den Haag (RIS303177). De bestuurlijke wens is uitgesproken om een bedrijfsverzamelgebouw met enige kantoren toe te laten op de hoek van de Sylvain Poonsstraat en de Paul Steenbergenlaan in de wijk Wateringse Veld Zuid (RIS308476). De ontwikkeling sluit op het bedrijventerrein Wateringse Veld aan. Het plangebied is eigendom van het Industrieschap De Plaspoelpolder (verder IPP) en is gelegen op grondgebied van de gemeente Den Haag (zie ook RIS308161, RIS309973, RIS310923). In het plangebied ligt een parkeerterrein, een weggedeelte en een oever met grasveld. Het parkeerterrein heeft een openbaar karakter maar is geen openbare ruimte. Het IPP is voornemens in opdracht van de gemeente Den Haag (RIS308476) te starten met de transformatie van dit terrein naar een hoogwaardig bedrijfsverzamelgebouw. Het rapport 'Beeldkwaliteitsplan Kavel 100' (Rotterdam, 22 december 2020) geeft een beeld van de ruimtelijke ontwikkeling en de ruimtelijke kwaliteit daarvan. Het werd opgesteld door Inbo architecten in opdracht van het IPP. De ontwikkeling betreft zowel de gewenste bebouwing als de terreinindeling. De kavel vormt de kop van de bebouwingsstrook langs de Laan van Wateringse Veld. Het bestaat uit het parkeerterrein en de zuidelijke tak van de Sylvain Poonsstraat. Ze grenst aan de zuidelijke bedrijfslocatie.
Het vormt een zichtlocatie. Ze ziet aan de noordzijde uit op de woonbebouwing. De noordelijke voorgevelrooilijn ligt in het verlengde van de voorgevelrooilijn van de eerste bebouwing aan de zuidzijde van de Waterkersvijver. De oostelijke en westelijke voorgevelrooilijnen liggen parallel aan de voorgevelrooilijnen van bedrijfsgebouwen aan Sylvain Poonsstraat. Omdat de oostelijke en westelijke Sylvain Poonsstraat samen een flessenhals vormen en daarmee de kavel versmallen, zijn de voorgevelrooilijnen op de kavel aan beide zijden teruggelegd. Het versterkt de koppositie van de bebouwing op de kavel. Aan de zuidzijde schuift de bouwgrens naar buiten en vervalt het deel van de Sylvain Poonsstraat dat in het verlengde van de Hoefsmid ligt. De grondoppervlakte van de gebouwen zal niet meer dan 70% van kavel in beslag nemen. De diepte (de noord-zuid zijde) van het gebouw zal 37 meter bedragen, de breedte 26 meter (de oost-west zijde) en de grondoppervlakte 962 m². De begane grondlaag laat alleen bedrijfsruimten toe en kent een hoogte van maximaal 8 meter. In die laag kan in voorkomend geval een entresol worden aangebracht op een vloerhoogte van 5 meter om een ondersteunend kantoor of onderdelenkamer in de bedrijfsruimte mogelijk te maken. De koppositie biedt de gelegenheid om boven de begane grondlaag een bouwlaag toe voegen van 3 meter hoog aan de zijde van de Paul Steenbergenlaan.
De maximale bouwhoogte bedraagt daar dan 11 meter. Dat accent noodzaakt om aan deze zijde en aan de zijde van de oostelijke en westelijke Sylvain Poonsstraat in de gevelrooilijnen te bouwen. Gedacht wordt aan een accent met een bruto vloer oppervlak van 481 m². Gelet op haar hoge ligging en de omstandigheid dat ze ruimtelijk gescheiden is van de bedrijfsruimten, wordt in het accent ook de kantorenfunctie toegelaten. Het vult de koppositie goed aan. Gezien de koppositie ten opzichte van de woonbebouwing worden aan de noordwand geen
61
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
bedrijfspoorten geprojecteerd. Om voldoende parkeerplaatsen te kunnen situeren, geldt dat ook voor de zuidzijde van het gebouw. De bedrijfspoorten op de begane grond zullen aansluiten op de de oostelijke en westelijke Sylvain Poonsstraat. De beukmaat per bedrijfsruimte zal 6 meter bedragen. Rondom het gebouw ligt een strook van 1,5 meter breed die bebouwingsvrij is. De bedrijfsruimten maken het mogelijk bedrijfswagens ín het gebouw te parkeren. Aan de noordzijde wordt een parkeerstrook aangelegd. Aan de zuidzijde ontsluit een erftoegangsweg de parkeerstroken ten noorden en ten zuiden daarvan. De installaties van de verschillende bedrijven worden op het dak samengebracht naast of in de bouwlaag die bovenop de begane grondlaag wordt aangebracht aan de zijde van de Paul Steenbergenlaan.
Afbeelding 5.1: Voorbeeld uitwerking bouwvolume vanuit het westen gezien met bouwgrenzen, begane grondlaag, accent, beukmaten en parkeerstroken (bron: Inbo architecten)
5.3
Toetsing
Rij 1.
Referentie Onderzoek 3.6.2/ Mobiliteit verzorgd door bijlage 1 KuiperCompagnons kenmerk 620.148.70, Rotterdam, 14 april 2021.
2.
4.5/ bijlage 2
Onderzoek luchtkwaliteit Sylvain Poonsstraat verzorgd door KuiperCompagnons kenmerk 620.148.70, Rotterdam, 14 april 2021.
Toetsing van het bestemmingsplan De ontwikkeling leidt tot een toename van maximaal 93 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde werkdag waarvan1,0% door vrachtverkeer gevormd wordt. Het behoeft minimaal 30 parkeerplaatsen en 11 fietsparkeerplaatsen. In bijlage 1 is de verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling bepaald. wordt. De totale maximale bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit door NO² enPm10 bedraagt 0,09 milligram per m³, terwijl in betekende mate bij de waarde van 1,3 milligram per m³ begint.De bijdrage is daarmee niet 'in betekenende mate'. Uit deze afbeelding blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied voor de voorgenoemde stoffen niet meer bedragen dan respectievelijk 24,6 ìg/m3, 18,6 ìg/m3 en 10,6 ìg/m3. De jaargemiddelde grenswaarde van 40 ìg/m3 (voor NO2 en PM10) en 25 ìg/m3 (voor PM2,5) wordt dan ook niet overschreden. Gezien bovenstaande is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering voor de ontwikkeling.
62
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
3.
4.6/ bijlage 3
4.
4.8.1/ bijlage 5
5.
3.5.4/ bijlage 4
Verkennend Uit het asfaltonderzoek is gebleken dat de dikte van de bodemonderzoek asfaltlaag 17 cm bedraagt. In het laboratorium is in de en asfaltonderzoek geanalyseerde asfaltkernen indicatief geen PAK Sylvain Poonsstraat te Den vastgesteld en is gebleken dat de kernen dezelfde Haag laagopbouw hebben. Aangezien het asfalt na 1995 is (Wateringse Veld) verzorgd aangelegd, is conform de CROW 210 geen aanvullend door Buro SL B.V. laboratoriumonderzoek uitgevoerd. Er is met voldoende Adviesburo voor ruimtelijke zekerheid aangetoond dat het asfalt teervrij is. De ordening en milieu kenmerk hoeveelheid teervrij asfalt wordt, op basis van de 2019028/RAP01, resultaten van het onderzoek, geschat op 130 m³ (325 Rotterdam, 4 mei 2020 ton). Uit het onderzoek is gebleken dat de funderingslaag onder het asfalt uit repac bestaat. De dikte van de laag bedraagt gemiddeld 45,5 cm. Onder de funderingslaag is zintuigelijk schoon zand aangetroffen. De totale hoeveelheid funderingsmateriaal wordt, op basis van de resultaten van het onderzoek, geschat op 340 m³ (680 ton). Het aanwezige funderingsmateriaal is onverdacht en kan worden hergebruikt. Zowel de zwak puin- en baksteenhoudende zandige bovengrond als de zintuigelijk schone ondergrond is niet verontreinigd tot boven de achtergrondwaarde. De resultaten bevestigen de onderzoekshypothese 'verdacht voor diffuse lichte bodemverontreiniging' niet.
Omdat geen verontreinigingen in de grond zijn vastgesteld zijn sanerende maatregelen of een nader onderzoek niet nodig. Er zijn geen lokale verontreinigingen vastgesteld op de locatie. De milieukwaliteit van de bodem levert geen belemmering voor de ontwikkeling. Stikstofdepositie Het bouwrijp maken, de bouw van het onderzoek bedrijfsverzamelgebouw - de aanlegfase - en het gebuik Bestemmingsplan van het bedrijfsverzamelgebouw nadat het is opgeleverd 'Wateringse de gebruiksfase - kan tot een stikstofdepositie leiden op Veld – Kavel 100' verzorgd het meest kortbijgelegen Natura2000-gebied. Uit dit door KuiperCompagnons onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan kenmerk 620.134.40, worden gesteld dat geen sprake is Rotterdam, 9 maart 2023. van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura2000-gebieden door de aanleg en het gebruik van het bedrijfsverzamelgebouw in het plan ‘Wateringse Veld – Kavel 100’. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit plan. Watersleutel verzorgd door De berekening leidt tot de conclusie dat een KuiperCompagnons oppervlaktewater van 146 m2 moet worden aangelegd Rotterdam, 8 maart 2023. dan wel een extra te realiseren waterberging van 70 m3 .
63
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
6.
7.
5.4 Rij 1.
2.
3.
4.
4.2/bijlage Notitie vormvrije 6 m.e.r.-beoordeling Wateringse Veld Zuid 1e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) Den Haag, 7 december 2022 met aanvullingen op 15 augustus 2023.
Ziwel de plaats van het project, de kenmerken van het project en de kenmerken van de potentiële milieueffecten in samenhang met de eerste twee criteria izijn onderzocht of er daarbij psrake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Zowel de regels waarmee de potentiële effecten worden verminderd of weggenomen en de omstandigheid dat de ontwikkeling een relatief zeer kleine ontwikkeling betreft zeker in relatie tot de indicatieve drempelwaarde uit het Besluit milieueffectrapportageer leiden tot de conclusie dat geen of een zeer beperkt effect optreedt. 4.2/bijlage Besluit m.e.r-beoordeling, Het bevoegd gezag kan zich verenigen met de 7 Burgemeester en aanmeldnotitie als bedoeld in rij 6. Het geeft haar Wethouders van Den Haag, aanleiding te bepalen dat voor de ontwikkeling die dit kenmerk DBS/10590605, bestemmingsplan mogelijk maakt, geen Den Haag, 24 augustus milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. 2023
Keuze en verantwoording van bestemmingen Referentie Inleiding & Beschrijving van de bestaande situatie 2.3.1 Het plangebied kent geen cultuurhistorische waarden op maaiveldniveau. 2.3.2 De ondergrond van het plangebied is niet archeologisch waardevol. 2.4.1 Het bestaande parkeerterrein ligt op 20 meter van de aangrenzende bedrijfsbebouwing en 30 meter van de woonbebouwing aan de Guido van Dethlaan. 2.4.2.4
Het plangebied vormt een parkeerterrein met 42 ongebouwde parkeerplaatsen op de bouwplaats en 7 in de naastgelegen straat.
Toetsing en vertaling in bestemmingen Het behoud van de cultuurhistorische waarde wordt in de bestemming voor het maaiveld niet opgenomen. Geen vertaling noodzakelijk.
De bestemming voor het maaiveld zal aansluiten op die van het zuidelijk gelegen bedrijfsterrein en eveneens "Bedrijf" luiden. De maximale bouwhoogte zal lager zijn dan de maximale goothoogte van de genoemde woonbebouwing. De afstand van 30 meter is maatgevend voor de inschatting van de effecten van de bedrijfsvoering van de toe te laten bedrijfssoorten in het bedrijfsverzamelgebouw. Het op korte afstand gelegen bedrijfsterrein kent meerdere parkeervoorzieningen die door derden gebruikt kunnen worden, met name bij bezoekersparkeren. De gemeten parkeerdruk overschrijdt die norm niet. De parkeerbehoefte van de bestemming "Bedrijf" is onderzocht en geaccommodeerd. Een bushalte ligt op korte afstand en op de Laan van Wateringse Veld zijn separate fietspaden gelegen waarmee reisdoelen op de langere afstand kunnen worden bereikt.
64
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
5.
2.4.3
6.
2.4.4
Rij
Referentie Beleidskaders ruimtelijk Toetsing en vertaling in bestemmingen beleid 3.2.1 Voorbereidingsbesluit In afwachting van een algemene maatregel van bestuur omtrent hyperscale wordt bij de regels van het plan behorende Staat van datacenters bedrijfssoorten deze bedrijfssoort uitgesloten. 3.2.1/ De Ladder voor de De door de gemeenteraad vastgestelde nota 3.7.2.4/ duurzame verstedelijking Economische Visie Den Haag+ 2030 streeft naar brede 3.7.3.3 ziet het economische groei. In de strategie om dat te bereiken bedrijfsverzamelgebouw met kiest zij onder meer voor voldoende ruimte voor kantoren als een stedelijke bedrijvigheid in aantrekkelijke werkmilieus. Er is dringend ontwikkeling. De behoefte behoefte aan meer en kwalitatief diverse betaalbare, aan deze ontwikkeling moet duurzame en bereikbare bedrijfsruimte. Al naar gelang beschreven worden. de vormen van bedrijvigheid is er behoefte aan of bedrijventerreinen of kleinschalige bedrijfsruimten in de wijken. De nota 'Kantorenstrategie 2018 – 2025 acht het midden – en kleinbedrijf in de kantorensector een belangrijk onderdeel van de Haagse economie en op zoek naar passende kantoorruimte op een locatie die goed bereikbaar is met het openbaar vervoer centraal gelegen en dicht bij andere bedrijven en voorzieningen. Daaruit blijkt de behoefte van kantoren binnen een bedrijfsverzamelgebouw.
3.2.4.1 Voor een stad die tegen Het plan bevat de oprichting van een een stootje kan bedrijfsverzamelgebouw. Dat biedt de mogelijkheid om coalitieakkoord 2022-2026 meerdere kleinschalige bedrijfsruimten aan te bieden en acht de reservering van bedrijfsvestigingen mogelijk te maken. ruimte voor bedrijven noodzakelijk 3.2.4.2 De Agenda Ruimte voor de Op deze lokatie is sprake van verdichting, omdat op een Stad vraagt vraagt om onbebouwd terrein binnen de bebouwde kom een functie ruimte voor ondernemende met een bouwopgave wordt toegelaten. mensen.Daarbij is binnenstedelijke verdichting een opgave.
7.
8.
9.
10.
Rij
De bomenrij langs de De beide groenvoorzieningen vormen een onderdeel van aanpalende Laan van groenstructuren, de ene langs de wetering op wijkniveau Wateringse Veld maakt deel die Wateringse Veld Zuid begrenst en de andere langs uit van de Stedelijke Groene de stedelijke hoofdweg Laan van Wateringse Veld. Hoofdstructuur. Aan haar Aanwending van deze lokaties voor een bedrijfsgebouw westzijde ligt een wetering en de daarbij behorende voorzieningen is ongewenst. met groenzone die de woonwijk Wateringse Veld Zuid begrenst van omliggende wijken in een andere gemeente. De waterhuishouding wordt De bestaande oppervlakte aan niet-verharde terreinen nu bepaald door de vormt een gegeven. bestaande en de omvang van de huidige verharde terreinen, zo'n 500 m² is onverhard.
Referentie Beleidskader
Toetsing en vertaling in bestemmingsplannen
65
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
11. 12.
13.
14.
15.
3.3 & 2.3 Cultureel erfgoed In de rijen 1 en 2 is hierop ingegaan. 3.4.3.1 Groene waarden - De Gezien de kwaliteit van de inpassing van het water en Agenda Groen voor de Stad natuurvriendelijke oevers, wordt de oever van de wetering constateert dat in de wijk niet in de ontwikkeling tot bedrijfsverzamelgebouw Wateringse Veld water, betrokken. natuurvriendelijke oevers en poelen op een weloverwogen wijze zijn ingepast in de stedelijke ontwikkeling. 3.4.3.2 Groene waarden - De Nota Voor de stadsnatuur is de groene oever die grenst aan Stadsnatuur wenst rekening de wetering van betekenis. Haar gebruik als groengebied te houden met de geeft daar de garantie toe. De huidige leefomstandigheden van verkeersbestemming aldaar wordt derhalve door de planten en dieren en bestemming "Groen" vervangen. ecologisch gezond stadswatersysteem bij het beheer van de oppervlaktewateren, 3.4.3.3 Groene waarden Er zullen negen bomen worden verwijderd. Bomenbalans ' Bomenbalans Het plangebied ligt niet in de stedelijke groene hoofdstructuur (zie afbeelding 5.1).
3.4.3.4
Afbeelding 5.1 Stedelijke groene hoofdstructuur In het parkeerterrein staan 9 bomen in stroken om de parkeerplaatsen. Die stroken zijn gezamenlijk 500 m2 groot. De bomenbalans toont door het gebrek aan ruimte een afname met 9 bomen. Op 27 juli 2022 heeft overleg plaatsgevonden met de stadsecoloog. De bomen waren ecologisch niet waardevol. Om tot een compensatie te komen dient een groen sedumdak 'met een minimale oppervlakte van 500 m2 verplicht te zijn dat gelet op de Nota Stadsnatuur ook met kruiden wordt ingericht. Een verdere compensatie betreft de aanplant van negen bomen in de omgeving van het plangebied. Het IPP zal daarvoor zorgdragen en heeft dat in een brief aan Burgemeester en Wethouders toegezegd. Mocht dit onverhoopt toch niet haalbaar blijken zal het IPP hiervoor een storting in het bomenfonds moeten doen. Groene waarden - De Nota Het plangebied zal voor een groot deel bebouwd zijn. Stadsbomen constateert dat Verder worden veel parkeerplaatsen aangelegd. Er de bijdrage van bomen aan resteert daarmee weinig ruimte voor de aanplant van de leefkwaliteit afhangt van bomen met een geschikte kroonomvang als de maat van de kroon. compensatie voor de negatieve bomenbalans.
66
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
16.
3.4.3.2
Rij 17.
Referentie Beleidskader Toetsing en vertaling in het bestemmingsplan 2.4.4 & Waterhuishouding - Bij de - De betekenis van een een primair water vereist de 3.5.4 Watertoets komen twee bescherming van haar groene oever. belangrijke onderdelen naar - De compensatie van het waterbergend vermogen zal voren: een oppervlakte van niet minder dan 500 m² mogen - de wetering is een primair kennen. Verwezen wordt naar rij 16. water ten westen van het parkeerterrein op grond van de Legger en - het parkeerterrein en de zuidelijk gelegen straat kennen slechts 500 m² aan onverhard terrein. 2.4.2.1 Verkeer en infrastructuur - Ondanks het streefbeeld is de tangent niet aangelegd. &3.6.2 Het plangebied is gelegen Het is nu een gewone buslijn die geen parkeerterrein aan de HOV-tangent tussen behoeft. Leyenburg, het plangebied, Delft, Pijnacker en Zoetermeer. Het is een busverbinding met een hoge frequentie en een goede doorstroming.
18.
Groene waarden - De Nota Stadsnatuur wenst rekening te houden met de leefomstandigheden van planten en dieren in en op gebouwen, (motie natuurinclusief bouwen, RIS288182),
Nu het niet mogelijk is om vervangende bomen aan te planten in het plangebied (zie rij 15) en bij gebrek aan open ruimte, wordt de compensatie gezocht in het natuurinclusief bouwen. Gelet op de betekenis van de wetering aan de westzijde van het plangebied en de daaraan aansluitende groene oever en het belang van de aanwending van het plangebied voor een bedrijfsgebouw, wordt geen oppervlaktewater gerealiseerd, maar juist van de bebouwing gebruik gemaakt voor het vasthouden van het water. Dat betekent dat de minimale oppervlakte van het sedumdak minimaal 14 centimeter hoog moet zijn. Het dak wordt daarmee een sedum, gras- en kruidendak.Bovenop het bedrijfsverzamelgebouw wordt het aanbrengen van een sedumdak van minimaal 14 centimeter dik voor grassen en kruiden verplicht gesteld. De minimale oppervlakte wordt in rij 6 besproken. Verder wordt overeenkomstig rij 12 gehandeld.
67
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
19.
3.6.2/2.4. Verkeer en infrastructuur - In het plangebied wordt de parkeerbehoefte van het 2.4 Bij nieuwbouwplannen dient bedrijfsverzamelgebouw gehuisvest (zie ook rij 15). De parkeergelegenheid op eigen beoogde 30 parkeerplaatsen worden in het terrein gecreëerd te worden. bestemmingsplan vastgelegd. Medegebruik van deze parkeerplaatsen buiten de werkuren is mogelijk. Van de huidige 49 openbare parkeerplaatsen wordt slechts weinig gebruik gemaakt. Het verlies aan openbare parkeerplaatsen is daarmee veel geringer. Het kan worden opgevangen door bestaande parkeerplaatsen op korte afstand op het bedrijfsterrein. Ook deze kennen buiten de werkuren slechts een geringe bezetting en bieden daarmee plaats genoeg aan. Parkeerdruk In de door raad aangenomen motie RIS 309101 omtrent de opheffing van het parkeerterrein wordt het College verzocht het draagvlak in de wijk daarvoor te peilen en de raad over de uitkomsten daarvan te informeren. Verder heeft het College het IPP gevraagd een toelichting te geven op de integrale belangenafweging die zij heeft gemaakt met betrekking tot het planvoorstel. Om het draagvlak te peilen werd door de initiatiefnemer op 28 september 2021 een participatiebijeenkomst gehouden. Onder het kopje 'Participatie' wordt op de uitkomst ingegaan. De integrale belangenafweging is in de toelichting bij het bestemmingsplan opgenomen.
Het parkeerterrein werd uitsluitend als P+R-terrein bij de bushalte aan de Laan van Wateringse Veld aangelegd. Zij stond ten dienste van een te ontwikkelen hoogwaardige openbaarvervoersverbinding tussen Kijkduin en Zoetermeer, de zogenaamde Zuidtangent. Deze lijn echter werd niet geopend, wel een buslijn naar Delft. Het parkeerterrein verloor daarmee haar beoogde functie. De betekenis van het parkeerterrein voor de parkeerbehoefte in de aanliggende woonwijk is onderzocht. De parkeerdruk in die wijk is omstreeks 90%. Ook de parkeerdruk op het bestaande bedrijfsterrein is bepaald. Ze komt niet hoger dan 54%. De gemeten parkeerdruk is veel lager dan de norm van 90%. Het parkeerterrein sluit aan op het bedrijventerrein Wateringse Veld. Er is grote behoefte aan bedrijfshuisvesting voor kleinere bedrijven in (de regio) Den Haag (RIS303177). De bestuurlijke wens is uitgesproken om een bedrijfsverzamelgebouw met enige kantoren toe te laten op de hoek van de Sylvain Poonsstraat en de Paul Steenbergenlaan in de wijk Wateringse Veld Zuid (RIS308476). De parkeerdruk van het bedrijfsverzamelgebouw is eveneens berekend. Het behoeft minimaal 30 parkeerplaatsen en 11 fietsparkeerplaatsen. Deze aantallen zijn in het bestemmingsplan juridisch geregeld. Mocht de woonwijk meer parkeerplaatsen behoeven, dan is het meervoudig gebruik van parkeerplaatsen rond het bedrijfsverzamelgebouw mogelijk.
Verwezen wordt naar
68
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
19.
Rij 20
21.
22.
23.
bladzijde 43 van de toelichting bij het bestemmingsplan. 2.4.2.1 & Verkeer en infrastructuur - Deze westelijke als de oostelijke route van de Sylvain 3.6.2 De “Nota Straten, Wegen en Poonsstraat zijn uitwisselbaar.Voor de ontsluiting van Lanen" omschrijft de Sylvain het bedrijfsterrein via de Paul Steenbergenlaan voegt de Poonsstraat en de Paul vanuit het parkeerterrein gezien - zuidelijke tak van de Steenbergenlaan als Sylvainsstraat niets toe. Ze kan als parkeerterrein wijkontsluitingswegen. De worden aangewend. Paul Steenbergenlaan ontsluit ook het bedrijfsterrein, zowel via de westelijke als de oostelijke route van de Sylvain Poonsstraat Referentie Beleidskader Toetsing en vertaling in het bestemmingsplan 3.7.2.1 Economie Bedrijven -De De door de gemeenteraad vastgestelde nota Ladder voor de duurzame Economische Visie Den Haag+ 2030 streeft naar brede verstedelijking ziet het economische groei. In de strategie om dat te bereiken bedrijfsverzamelgebouw als kiest zij onder meer voor voldoende ruimte voor een stedelijke ontwikkeling. bedrijvigheid in aantrekkelijke werkmilieus. Er is dringend De behoefte aan deze behoefte aan meer en kwalitatief diverse betaalbare, ontwikkeling moet duurzame en bereikbare bedrijfsruimte. Al naar gelang de beschreven worden. vormen van bedrijvigheid is er behoefte aan óf bedrijventerreinen óf kleinschalige bedrijfsruimten in de wijken (rij 7).
3.7.2.1 Economie Bedrijven De vestiging in en het beoogde bedrijfsverzamelgebouw voorbereidingsbesluit zal geen omvang kennen die een groot energiegebruik hyperscale datacentra met zich mee brengt. De werking van het voorbereidingsbesluit kan echter niet worden doorbroken. Om deze reden wordt deze vestiging in een afwijkingsbevoegdheid ondergebacht. 3.7.2.2 Economie Bedrijven - De Het plangebied is wel aangeduid als bedrijfsterrein, het is Omgevingsverordening echter geen bestaand bedrijfsterrein. Daarmee vervalt de Zuid-Holland adviseert om werking van de verordening. gelet op de afstand van 30 bedrijfssoorten toe te laten meter tot een woningcomplex worden in algemene zin uit de hoogst mogelijke (zie rij 20) de milieucategorieën 1 en 2 passend geacht. milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten passend bij de omgeving van het bedrijventerrein. 3.7.2.4 Economie Bedrijven De Laan van Wateringse Veld is een stadstoegangsweg 'Functiemengingstrategie: met meerdere functies. Bedrijven met werkruimten die Mengen van bedrijven en gezamenlijk groter zijn dan 500 m² zouden op een wonen' betreft gebieden bedrijventerrein of kantorenlocatie een plaats moeten langs stadstoegangswegen krijgen. De oppervlakte van de werkruimten van een met meerdere functies bedrijf gezamenlijk, wordt uitgedrukt in bruto verstaan. De omvang is vloeroppervlak.
Om bouwkundige redenen kan het ook afhankelijk van het type 500 m² bedragen. Deze oppervlakte vormt maximale locatie. omvang van bedrijven.
69
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
24.
3.7.2.4
Rij 25.
Referentie Beleidskader 3.7.3.1 Economie - Kantoren De Ladder voor de duurzame verstedelijking ziet het bedrijfsverzamelgebouw met kantoren als een stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze ontwikkeling moet beschreven worden. 3.7.3.2 Economie - Kantoren De Omgevingsverordening Zuid-Holland adviseert bepaald maxima voor de omvang van de kantoorvestiging.
26.
Economie Bedrijven 'Functiemengingstrategie: Mengen van bedrijven en wonen' wenst aan de hand van de VNG-brochure voldoende afstand aan te houden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies zoals wonen.
De gevoelige functie is wonen (zie rij 3). Bij de toelating van bedrijfssoorten worden deze geselecteerd op inpasbaarheid op 30 meter van de genoemde woningen in een woningcomplex.
Toetsing en vertaling in het bestemmingsplan De nota 'Kantorenstrategie 2018 – 2025 acht het midden – en kleinbedrijf in de kantorensector een belangrijk onderdeel van de Haagse economie en op zoek naar passende kantoorruimte op een locatie die goed bereikbaar is met het openbaar vervoer centraal gelegen en dicht bij andere bedrijven en voorzieningen. Daaruit blijkt de behoefte van kantoren binnen een bedrijfsverzamelgebouw (rij 8).
- Kleinschalige zelfstandige kantoren mogen tot een bruto vloeroppervlak van 1.000 m² per vestiging groot zijn en - bedrijfsgebonden kantoren mogen een bruto vloeroppervlak hebben dat minder bedraagt dan 50% van het totale bruto vloeroppervlak van het bedrijf . De eerste regel wordt in de bestemming opgenomen, de tweede regel met een percentage minder dan 25%. Volgens de Nota Er mogen in principe kantoren worden ingericht tot een 'Kantorenstrategie 2018 – bruto vloeroppervlak van 1.000 m² per vestiging (zie rij 2025, de gebruiker centraal 25). 2.0' is er sprake van onvoldoende aanbod in bepaalde segmenten, zoals kantorenverzamelgebouwen.
27.
3.7.3.3
Rij 28.
Referentie Beleidskader 3.8.4 Kadernota duurzaamheid De gemeente verplicht dat elk nieuw gebouw klimaatneutraal en zonder aardgasaansluiting wordt opgeleverd.
Toetsing en verantwoording in het bestemmingsplan Het aansluiten van nieuwe panden voor de levering van aardgas kan door het College op grond van een andere wet worden verboden. Het energiegebruik voor vervoer kan verminderen door de aanwezigheid van een openbaar vervoersverbinding, de ligging in de bebouwde kom en de keuze voor electrisch aangedreven vervoermiddelen. De locatie biedt deze keuzemogelijkheden. De in het plan verplichte vervangende waterbergingscapaciteit bevordert de klimaatneutraliteit evenzeer (zie rij 17).
70
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
29.
3.8.4
Kadernota duurzaamheid - De strook langs de wetering wordt de bestemming In intensiveringsgebieden "Groen"aangewezen. Bovenop het zullen groenvoorzieningen bedrijfsverzamelgebouw wordt het aanbrengen van een in, op, en aan gebouwen sedumdak van minimaal 14 centimeter dik voor grassen een belangrijk middel zijn en kruiden verplicht gesteld met een minimale om bij te dragen aan hun oppervlakte van 500 m² (zie rij 17). verschillende functies in de stad: Kadernota duurzaamheid - Verwezen wordt naar de rijen 2 en 3 in paragraaf 5.3. Voorts wordt ingezet op schone lucht en bodem, Strategie Het energiegebruik voor vervoer kan verminderen door de Mobiliteitstransitie aanwezigheid van een openbaar vervoersverbinding, de 2022-2040 - Den Haag zet ligging in de bebouwde kom en de keuze voor electrisch in op actieve en duurzame aangedreven vervoermiddelen. De locatie biedt deze mobiliteit. keuzemogelijkheden.
30.
3.8.4
31.
3.8.4
Rij 32.
Referentie 4.2/ bijlagen 6 &7
Wet- en regelgeving Milieu Effect Rapport of vormvrije m.e.r. -beoordeling
33.
5.4
Externe veiligheid
34.
4.4
Geluid - geluidsgevoelige bestemming. Bij de vestiging van een bedrijfsfunctie kan de juridische mogelijkheid ontstaan dat rondom de vestigingsplaats een geluidszone moet worden vastgesteld.
Toetsing en verantwoording in het bestemmingsplan De ontwikkeling overschrijdt de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet. Het bedrijfsgebouw zal een beperkt brutovloeroppervlak kennen en over dertig parkeerplaatsen beschikken. Het gebouw zal alleen mogen worden aangewend door kantoren en bedrijven en geschikt zijn voor bedrijfssoorten die in de milieuzonering passen (zie rij 3 en paragraaf 4.7). Het geeft aanleiding om te stellen dat de ontwikkeling voor een vormvrije m.e.r. -beoordeling in aanmerking komt. Ze wordt aangevraagd.De ingediende notitie vormvrije mer geeft het bevoegde gezag geen aanleiding om voor dit ruimtelijke project het opstellen van een milieueffectrapportage verplicht te stellen. Overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn in de nabije omgeving van het plangebied - dat een beperkt kwetsbaar object vormt - geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Het plangebied valt wat betreft het transport gevaarlijke stoffen over de A4 buiten de PR 10-6 contour (850 meter) en het maatgevende invloedsgebied. Het gebied valt ook wat betreft het transport per hogedruk aardgasleiding buiten het invloedsgebied (380 meter). Rondom het plangebied vindt verder geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor of water. De beoogde ontwikkeling betreft een mogelijke risicobron.
Om het risico te vermijden zijn in de regels bedrijfssoorten die daaraan een grote bijdrage leveren, uitgesloten. Het pand vormt geen geluidsgevoelige bestemming, zodat onderzoek naar de geluidsbelasting op haar gevels niet van betekenis is. De omliggende woonbebouwing is wel een geluidsgevoelige bestemming, het bedrijfsgebouw een geluidsbron. Om geluidsbelasting te vermijden zijn in de regels bedrijfssoorten met grote geluidsbronnen uitgesloten.
71
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
35.
4.5
Luchtkwaliteit
36.
4.6
37.
4.7
38.
4.8
Milieukwaliteit van de bodem Bedrijven en milieuzonering Natuurbescherming
39.
4.9
Rij 40.
Referentie De ontwikkeling Toetsing van het bestemmingsplan 5.2 De grondoppervlakte van de De oprichting van gebouwen mag slechts plaatsvinden gebouwen op de kavel zal binnen een op de verbeelding aangeduide bouwvlak niet meer dan 70% van die binnen de kavel. kavel bedragen.. 5.2 De kavel vormt de kop van Het bouwvlak op de kavel ligt op 30 meter van de de bebouwingsstrook langs zuidgrens van het bouwvlak aan de Guido van Dethlaan. de Laan van Wateringse Veld en ziet aan haar noordzijde op de woonbebouwing aan de Guido van Dethlaan uit. 5.2/ De grondoppervlakte van Gelet op de schaarste aan bedrijfslocaties zal de 3.7.2.4 het gebouw zal maximaal bebouwing in het bouwvlak een minimaal 962 m² groot zijn. bebouwingspercentage van 90 kennen. 5.2 De koppositie leidt tot een De hogere maximale bouwhoogte van 11 meter wordt in hogere maximale de verbeelding vermeld als maatvoeringsaanduiding. In bouwhoogte van 11 meter. de regels bij de bestemming "Bedrijf" wordt vermeld dat op die plek niet hoger dan deze hoogte gebouwd mag worden. 5.2/ Aan de noordzijde wordt De regels in het bestemmingsplan bepalen dat alleen 3.7.2.4 een parkeerstrook aan de zijde van Sylvain Poonsstraat bedrijfspoorten aangelegd, aan de mogen worden gebouwd. Omdat er sprake is van een zuidzijde twee rustige woonwijk moet het pand niet uitnodigen tot een parkeerstroken.
De bedrijfvoering met veel transportbewegingen. Het noordzijde heeft tevens een toelaatbaar maximaal aantal bedrijfspoorten wordt om koppositie. Aan beide die reden op zes begrensd. zijden zijn bedrijfspoorten ongewenst. 5.2/ Ook kleine Ter versterking van de koppositie ten opzichte van een 3.7.3.3 kantoorvestigingen hebben rustige woonwijk is de toelating van kantoren tot dat deel behoefte aan van het gebouw beperkt. vestigingsplaatsen.
41.
42.
43.
44.
45.
Het uitgevoerde luchtkwaliteitsonderzoek toont dat de verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van de ontwikkeling niet in betekenende mate is. (zie rij 2 in paragraaf 5.3). Het aspect bodem levert geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling (zie rij 3 in paragraaf 5.3). Verwezen wordt naar rij 24.
Het uitgevoerde stikstofonderzoek toont geen significant negatief effect op natuurbeschermingsdoelstellingen van het Natura2000-gebied bij de bouw of het gebruik van de ontwikkeling (zie rij 4 in paragraaf 5.3). De kavel is onbebouwd, zodat van sloop geen sprake zal zijn. Verder is ze grotendeels verhard. Flora- en faunawaarden zijn derhalve niet te verwachten. Wind-en bezonningshinder De maximale bouwhoogte bij de ontwikkeling geeft geen aanleiding om wind- en bezonningshinder te bepalen.
72
bestemmingsplan Wateringse Veld Zuid 2e herziening (Bedrijfsverzamelgebouw) (ontwerp)
5.5
Toelichting op de bestemming en de regels
In het belang van een goede ruimtelijke ordening wijst het bestemmingsplan voor een bepaald gebied bestemmingen aan. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De bestemmingen zijn op de verbeelding ingetekend en omschrijven de functie. De aanduidingen op de verbeelding hebben betrekking op een bepaald doel of doelen van bestemmingen, of op regels, die in een bestemming worden gesteld. In de regels van het bestemmingsplan wordt in de bestemming het doel van de bestemming omschreven en worden de bouwvorm, ligging, afmetingen en gebruik binnen omschreven grenzen mogelijk gemaakt. De verbeelding en regels zijn juridisch bindend, de toelichting is juridisch niet bindend maar helpt bij de interpretatie van de plankaart en de regels. Slechts aan de digitale versie kunnen rechten ontleend worden. De regels zijn als volgt ingedeeld: Inleidende regels. De inleidende regels (artikel 1 en 2) lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten (hoogte, diepte et cetera) die moet worden gehanteerd. Bestemmingsregels. De bestemmingsregels (artikel 3, 4 en Waarde - Archeologie 2 ) bevatten voor de bestemming een omschrijving van de doeleinden en bouwregels. Als specifiek voor een bestemming een ontheffingsbevoegdheid geldt, is deze in de betreffende bestemmingsbepaling opgenomen. Algemene regels.