RIS317332 Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
Nieuw Vredenoord
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Inhoudsopgave
Samenvatting
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan 1.2 Doel van het bestemmingsplan 1.3 Begrenzing van het plangebied 1.4 Geldende planologische regelingen 1.5 Aanpassingen aan het voorontwerp 1.6 Leeswijzer
9 9 9 10 11 15 24
Hoofdstuk 2 Beschrijving van de bestaande situatie 2.1 Inleiding 2.2 Ontstaansgeschiedenis 2.3 Cultureel erfgoed 2.4 Ruimtelijke structuur 2.5 Functionele structuur
25 25 25 30 32 38
Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Ruimtelijk beleid 3.3 Cultureel erfgoed 3.4 Groene waarden 3.5 Waterhuishouding 3.6 Wonen 3.7 Verkeer en infrastructuur 3.8 Duurzaamheidsbeleid
39 39 39 51 53 57 61 64 69
Hoofdstuk 4 Wet en Regelgeving 4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Externe veiligheid 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Natuurbescherming 4.7 Milieukwaliteit van de bodem 4.8 Windhinder en bezonning 4.9 Milieuzonering
73 73 73 74 76 77 77 79 79 80
Hoofdstuk 5 Planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 Beschrijving van het plan 5.3 Keuze en verantwoording van bestemmingen 5.4 Toelichting op de regels
81 81 81 94 112
Hoofdstuk 6
119
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Overleg en inspraak 7.1 Artikel 3.1.1 Bro-overleg 7.2 Inspraak- en participatieverordening
121 121 151
Bijlagen bij de toelichting
153
2
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18
Bomenbestand 1 Bomenbestand 2 Bomenbestand 3 Natuurgebieden en soortenbescherming Soortenbescherming 1 Soortenbescherming 2 Soortenbescherming 3 Soortenbescherming 4 Milieukwaliteit van de bodem Beoordeling m.e.r.-plicht 1 Beoordeling m.e.r.-plicht 2 Akoestisch onderzoek Natuurgebieden 1 Natuurgebieden 2 Waterhuishouding 1 Waterhuishouding 2 Archeologisch onderzoek 1 Archeologisch onderzoek 2
Regels
154 168 170 177 215 229 236 255 259 357 373 376 407 410 416 428 431 460
507
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
509 509 515
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Bestemmingsregels Groen - Landgoed Tuin Verkeer - Straat Verkeer - Verblijfsgebied Verkeer - Verblijfsstraat Water Wonen - 1 Wonen - 2 Waarde - Archeologie 2 Waterstaat - Waterkering
517 517 519 520 521 522 523 525 526 528 530
Hoofdstuk 3 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels
533 533 534 535 536 537 538 539 540
Hoofdstuk 4 Artikel 21 Artikel 22
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
541 541 542
Bijlage bij de regels Bijlage 1 Profielen als bedoeld in artikel 3.4.b.4 van de regels
3
543 544
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
4
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Samenvatting Waarom is dit voorstel nodig? Op grond van het Project Uitvoeringskader Buitenplaats Nieuw Vredenoord wordt op een terrein aan de Jan Thijssenweg een nieuw landgoed geprojecteerd. Ten westen daarvan wordt op grond van het Uitvoeringsbesluit Rotterdamsebaan een tweede en betere wateraanvoer tussen de Haagsche Trekvliet en het Molenvlietpark aangelegd, de tweede toevoer. Tussen beide delen wordt een dijk aangelegd. In 1750 werd aan de Jan Thijssenweg een voormalige boerderij getransformeerd tot een volwaardige buitenplaats met herenhuis, stallen, koetshuis, speelhuis, tuin, boomgaard en visvijver. Ze kreeg de naam Vredenoord. Zij strekte zich tot het plangebied uit. Het plangebied vormde het westelijk deel van die buitenplaats. Het was met uitzondering van de portierswoning in het uiterste westen van het landgoed onbebouwd terrein en bleef dat ook. In de loop der tijd veranderde de buitenplaats in een landgoed. Al in de 19e eeuw werd de portierswoning van het landgoed vervreemd. In de zestiger jaren van de vorige eeuw echter werd midden in de het westelijk deel van het oude landgoed een tennisbanencomplex, een paardenhouderij en een kwekerij gevestigd die het landgoed in tweeën splitsten. Het westelijk deel van het landgoed werd daarmee een stadsrandzone. Het oostelijk deel van het oorspronkelijke landgoed werd enige tijd later terug in oude staat teruggebracht.
Het westelijk deel van het oorspronkelijke landgoed niet. Wel werd het betrokken in de aanleg van een tweede en betere wateraanvoer tussen de Haagsche Trekvliet en het Molenvlietpark en een dijk ten oosten daarvan. In dat westelijk deel wordt nu een zelfstandig landgoed ingericht. In aansluiting op de groen/blauw ingerichte oostelijk deel, worden ook hier een waterpartij, bomen, bomenpartijen en kruidenrijke graslanden aangelegd. Voor de ontwikkeling tot het nieuwe landgoed dient de bouw van vijf woongebouwen de financiële grondslag te bieden. Daarvoor zijn twee wegen nodig. Het geldend bestemmingsplan laat gebouwen wel toe, maar geen woningen. De wegenaanleg is onbeperkt, maar dient begrensd te worden. Dat geldt ook voor de aan te leggen waterkering ten oosten van de tweede toevoer. De dijk wordt ingezaaid met een mengsel van gras en kruiden en daarmee een kruidenrijk grasland aangelegd. Aan de westzijde van de tweede toevoer worden natte ecologische zones aangelegd en op de westelijke dijk worden zoveel mogelijk bomen behouden. En 45 herplante bomen toegevoegd. In het nieuwe landgoed komen er circa 200 bomen bij. Een klein deel van het landgoed wordt als tuin bij het huis aan de Jan Thijssenweg nummer 8 gevoegd. Verder is er sprake van de kap van 347 bomen ter plaatse van de tweede toevoer en de oostelijk daarvan aan te leggen dijk.
Door de aanwezigheid van de dijk worden de geprojecteerde woningen op een hoger niveau aangelegd. De bomen staan daarvoor te laag en worden gekapt en voor een deel verplaatst. Wat verandert er door dit voorstel? Er komen vijf woongebouwen, drie aan de kant van de Haagsche Trekvliet en twee binnen een afstand van 200 meter daarvan. Het bestaande aan de westelijke zijde gelegen Molenslootpad krijgt vanwege de ontsluiting van de vijf woongebouwen meer verkeer te verwerken. Haar aansluiting op de Jan Thijssenweg wordt daarom verbreed. De beide rijstroken in de Jan Thijssenweg worden om die reden door een middenberm gesplitst en de zuidelijke rijstrook wordt naar het zuiden verschoven. Het Molenslootpad - de stedelijke fietsverbinding tussen de Jan Thijssenweg en het Molenvlietpark wordt zelf ook verbreed om ze voor de ontsluiting van de vijf woongebouwen te benutten. Er komen daarvoor twee aftakkingen. Voor de ene wordt een brug over de tweede toevoer aangelegd. Behalve de tweede toevoer komt er in zuidoosten van het plangebied een tweede waterpartij bij. In het noorden worden de vier woongebouwen omzoomd door bomen, het zuiden wordt geheel van kruidhoudende graslanden en bosschagers voorzien. Tennisbanen, gebouwtjes, verhardingen en de bestaande bomen worden verwijderd. Waardevolle bomen worden behouden. In het centrum van het plangebied komt nog een vijfde woongebouw.
5
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Er worden circa 160 bomen aangeplant. Hoe zijn de omwonenden bij het plan betrok k en? Er heeft al inspraak plaatsgevonden over de gevolgen van de Rotterdamsebaan voor het plangebied. Dat heeft tot een aanpassing geleid waarop in paragraaf 5.2.2.3 wordt ingegaan. Het oude tracé van het Molenslootpad wordt voor een deel voor uitbreiding van een tuin benut. Tot slot Het belang van de landgoedontwikkeling, de stadsbrede natuurontwikkeling, de waterhuishouding op dit breukvlak tussen twee watersystemen, van duurzame woningbouw, de bereikbaarheid van de bebouwde kom van de stad en een groene omgeving, dit alles wordt met dit plan gediend.
6
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Toelichting
7
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
8
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
De gemeente Den Haag stelt een nieuw bestemmingsplan voor het plangebied op. Het bestemmingsplan wordt vergezeld door deze toelichting. Een bestemmingsplan vindt zijn juridische grondslag in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (verder Wro). Er is de bestuurlijke wens uitgesproken om: het westelijk deel van het historische landgoed Vredenoord als zelfstandig landgoed in te richten, dit landgoed uit een landschap met vier grondgebonden woningen, 1 gebouw met 11 gestapelde woningen, twee bijgebouwen,drie erfontsluitingswegen, twee aanlegsteigers, twee grote waterpartijen, graslanden en groepen houtopstanden met ondergroei te laten bestaan, de westelijk gelegen waterpartij mede te gebruiken als watertoevoer op boezempeil vanuit de Haagsche Trekvliet voor de water- en calamiteitenberging in het naastgelegen Molenvlietpark - de zogenaamde tweede toevoer, die samenhangt met de Rotterdamsebaan, en aan haar oostzijde te voorzien van een waterkering; de eerste toevoer, de Kansjesmolensloot, De Kanjesmolensloot blijft ook na aanleg van de 2e een primaire watergang, omdat daar water vanuit Ypenburg naar de Schie/ Vliet afgevoerd wordt. De tweede toevoer dient ook voor de compensatie van meer dan 1.000 m2 gedempt primair boezemwater in de Kansjesmolensloot. ten behoeve van de ontsluiting van het landgoed: 1.
een aan- en afslag aan te leggen, reden om de beide rijstroken in de Jan Thijssenweg door een middenberm te splitsen en de zuidelijke rijstrook naar het zuiden te verschuiven, 2. de stedelijke fietsverbinding tussen de Jan Thijssenweg - het Molenpad - en het Molenvlietpark vast te leggen, 3. deze verbinding voor een deel voor de ontsluiting van de vijf woongebouwen te benutten en 4. daarvoor een brug over de tweede toevoer aan te leggen, 5. het pand Jan Thijssenweg 8 te ontsluiten op het Molenpad 6. de tuin van dit pad aan haar oostzijde te vergroten en 7. een verbinding te leggen met het Natuur Netwerk Nederland -gebied op het grondgebied van Rijswijk.
Kaart 1.1 Het roodomrande deel van het landgoed zal vijf verspreide woongebouwen k ennen, het deel tot aan de blauwe grens zal de tweede toevoer herbergen. Bron Movares, Utrecht, 11 ok tober 2019 De geldende bestemmingen laten deze ontwikkeling voor een tamelijk deel niet toe. Deze herziening biedt die mogelijkheid wel. Zij draagt de naam Nieuw Vredenoord in aanvulling op het al bestaande naastgelegen Vredenoord. Het inrichtingsvoorstel wordt toegelicht in paragraaf 5.2.
1.2
Doel van het bestemmingsplan
Het doel van bestemmingsplan is om a. bovengenoemde nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken en daarvoor:
9
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
b. bestemmingen aan te wijzen en daarbij behorende regels te stellen waarbij relevante feiten en af te wegen belangen zijn verkend, deze belangen zijn afgewogen en hun eventuele nadelige gevolgen niet onevenredig zijn en c. daarbij een goede verhouding aan te brengen met de aangrenzende bestaande ruimtelijke structuur en haar juridisch-planologische regeling.
1.3
Begrenzing van het plangebied
Het plangebied ligt in het zuiden van de gemeente. Het stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg vormt aldaar een enclave. Het noordelijk deel daarvan wordt de Vlietzone genoemd. In het noordwestelijk deel daarvan treft men het plangebied aan. De begrenzing van het plangebied is als volgt en op kaart 1.1 aangegeven: a. b. c. d.
Jan Thijssenweg aan de noordzijde; het Landgoed Vredenoord aan de oostzijde; het Molenvlietpark aan de zuidzijde en de kavel met pand aan de Jan Thijssenweg nummer 9 en de Kansjesmolensloot aan de westzijde.
Kaart 1.2: ligging van het plangebied in de stad is rood omcirk eld Het plangebied is kadastraal bekend als Gemeente 's-Gravenhage BK, sectie BK nummer 1228. De oppervlakte van het plangebied bedraagt ruim 24.000 m².
10
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
1.4
Geldende planologische regelingen
1.4.1
Vigerend bestemmingsplan
Het bestemmingsplan toelichting Bestemmingsplan Standaard Den Haag 2017 vervangt voor een deel de volgende planvormen: planvorm bestemmingsplan Molenvlietpark e.o. beheersverordening Vlietzone
vastgesteld 17 november 2016 22 december 2011
11
onherroepelijk 26 april 2017 22 december 2011
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Kaart 1.3: vigerend bestemmingsplan Molenvlietpark e.o. In het vigerend bestemmingsplan Molenvlietpark e.o. is het plangebied de bestemmingen "Groen Landgoed" en "Water" aangewezen en de medebestemmig "Waarde - Archeologie". De bestemming "Groen - Landgoed" laat als gebruik van de gebouwen maatschappelijke doeleinden en kantoren toe. De grondoppervlakte van de gebouwen mag niet meer dan 2% van het oppervlakte van het bestemmingsvlak bedragen. Aan de zijde van Jan Thijssenweg mogen de gebouwen hoger worden dan in de rest van het landgoed. Verder schrijft zij bij de landgoedbestemming als geheel het behoud, herstel en de ontwikkeling van de cultuur-historische, ecologische en landschappelijke waarden voor. Op grond daarvan is voor het uitvoeren van werkzaamheden het verkrijgen van een zogenaamde aanlegvergunning vereist. Ook laat zij onder meer fiets- en voetpaden, wegen en parkeervoorzieningen toe. Het tennisbanencomplex, de paardenhouderij en de kwekerij zijn in deze bestemming gelegen, maar niet bestemd. De waterbestemming tussen de bestemmingsvlakken "Groen - Landgoed" is nog niet gerealiseerd. Zij vindt haar grondslag in de tweede toevoer van de water- en calamiteitenberging in het naastgelegen Molenvlietpark ten behoeve van de Rotterdamsebaan. Ook de bestemming “Groen-Landgoed” is niet verwezenlijkt.
Met dit bestemmingsplan werd voldaan aan de aanduiding ecologische hoofdstructuur uit de toendertijd geldende provinciale Verordening ruimte. De bestemmingen zouden in dat kader de verbinding vormen tussen het oostelijk gelegen landgoed Vredenoord en het westelijk gelegen Beukenhof. Deze omliggende terreinen werden daarmee als onderdeel van de hoofdstructuur beschouwd. Ten noorden van het plangebied ligt de Jan Thijssenweg aan de Haagsche Trekvliet. De weg vormt een waterkering. De strook in het plangebied die aan deze weg grenst vormt de beschermingszone van de waterkering. In het bestemmingsplan Rotterdamsebaan kent zij de gebiedsaanduiding 'overige zone waterstaat - waterkering'.
12
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Kaart 1.4: vigerende beheersverordening Vlietzone De beheersverordening is van oudere datum dan het bestemmingsplan Molenvlietpark en werd door dit plan gedeeltelijk vervangen. Het restant in de verordening betreft de bestemming voor het pand Jan Thijssenweg nummer 8 en de Jan Thijssenweg zelf met de waterkering daaronder. 1.4.2
Omliggende bestemmingen
Ten noorden van het plangebied is de Jan Thijssenweg gelegen. In het bestemmingsplan Rotterdamsebaan is deze de bestemming "Verkeer - Straat" aangewezen. Dit plan werd op 17 oktober 2013 vastgesteld en op 18 februari 2015 onherroepelijk.
13
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Kaart 1.5: vigerend bestemmingsplan Rotterdamsebaan Ten oosten van het plangebied geldt in de vigerende beheersverordening Vlietzone de bestemming "Groen - Park". Het betreft het landgoed Vredenoord.
Kaart 1.6: vigerende beheersverordening Vlietzone Ten zuiden van het plangebied geldt de bestemming "Groen - Park" ook. Verder geldt ook de medebestemming "Waterstaat - Waterberging". Zij is onderdeel van het op 17 november vastgestelde bestemmingsplan Molenvlietpark e.o.
14
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Kaart 1.7: het vastgestelde bestemmingsplan Molenvlietpark e.o. Ten westen van het plangebied geldt aan de zuidwestelijke zijde de bestemming "Wonen - 1" in de beheersverordening. Ze betreft de Jan Thijssenweg 8. Westelijk daarvan ligt nog een bestemming "Wonen - 1" . Deze is opgenomen in het bestemmingsplan Hoornwijck- Broekpolder 1e herziening, dat 24 september 2019 door de raad van de gemeente Rijswijk werd vastgesteld. Aan de noordwestelijke zijde is in het zelfde plan aan de gronden de bestemming "Groen - 1" aangewezen en de medebestemming voor een waterkering aan de Kansjesmolensloot.
Kaart 1.8: het vigerend bestemmingsplan Hoornwijck - Broekpolder 1e herziening
1.5
Aanpassingen aan het voorontwerp
Het voorontwerp van het bestemmingsplan is in juli en augustus 2022 onderwerp geweest van participatie, vooroverleg en nader intern beraad. Dat heeft geleid tot een ontwerp van het bestemmingsplan waarin toelichting, verbeelding en regels van het voorontwerp op onderdelen aangepast of aangevuld zijn. Deze aanpassingen en aanvullingen staan hieronder vermeld. Samenvatting
15
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
In de Samenvatting wordt de term 'waterberging' vervangen door ' een tweede en betere wateraanvoer tussen de Haagsche Trekvliet en het Molenvlietpark'. 'De tekst '' waterberging - de tweede toevoer - ten behoeve van de Haagsche Trekvliet' wordt vervangen door de tekst: 'een tweede en betere wateraanvoer tussen de Haagsçhe Trekvliet en het Molenvlietpark'. Verder wordt de tekst 'laat woningbouw en wegenaanleg niet toe' vervangen door 'laat gebouwen wel toe, maar geen woningen. De wegenaanleg is onbeperkt, maar dient begrensd te worden.' De term 'een grootschalige bomenkap' wordt vervangen door de tekst: 'de kap van 347 bomen' De tekst: 'De aanwezige bomen liggen' wordt vervangen door: 'De aanwezige bomen staan'. Voorts worden de termen 'Trekvliet' vervangen door 'Haagsche Trekvliet'. Ten slotte wordt 'geheel bebost' vervangen 'geheel van kruidhoudende graslanden en bosschages voorzien'. Toelichting In paragraaf 1.1 van de toelichting bij het bestemmingsplan wordt de term 'waterberging' door 'watertoevoer' vervangen. De tekst: wordt daarmee in haar functie van watertoevoer vervangen;' wordt vervangen door de tekst:' De Kansjesmolensloot blijft ook na aanleg van de tweede toevoer een primaire watergang, omdat daar water vanuit Ypenburg naar de Schie/Haagsche Trekvliet afgevoerd wordt.
De tweede toevoer dient ook voor de compensatie van meer dan 1.000 m2 gedempt primair boezemwater in de Kansjesmolensloot.' 1.2 In deze paragraaf wordt na 'zijn' de komma vervangen door 'en'. 1.4.1 In deze paragraaf worden de termen 'Trekvliet' vervangen door 'Haagsche Trekvliet'. Na 'Rotterdamse Baan' wordt ingevoegd: “Ook de bestemming “Groen-Landgoed” is niet verwezenlijkt.' 1.4.2 In deze paragraaf wordt de tekst: 'Ten oosten van het plangebied geldt in het vigerend bestemmingsplan Molenvlietpark e.o.' t vervangen door 'Ten oosten van het plangebied geldt de Beheersverordening Vlietzone'. Verder wordt de naam van het bestemmingsplan 'Hoornwijk-Broekpolder op twee plaatsen vervangen door de naam 'Hoornwijck-Broekpolder 1e herziening'. 1.6 'Aanpassingen aan het voorontwerp' dat door deze tekst gevormd wordt, wordt toegevoegd. 2.2 In deze paragraaf wordt 'bij' ingevoegd zodat de zin ontstaat : 'die niet meer bij iedere vloed overspoelden'. 'Rond 500 voor Christus' wordt vervangen door: 'rond 1.000 voor Christus' De tekst 'achter de strandwal' wordt vervangen door: 'achter de meest oostelijke strandwal Rijswijk-Voorschoten' De tekst: 'Uiteindelijk heeft het veen de kleiafzettingen overgroeid en volledig afgedekt.
Met de veenontwikkeling ontstond een drassig moeras en was in het lagergelegen achterland vanaf de late bronstijd (+/- 1200 voor Christus) tot de midden-ijzertijd (+/- 500 voor Christus) geen bewoning mogelijk.' vervalt. Verder worden de termen 'Trekvliet' vervangen door 'Haagsche Trekvliet'. De term 'de strandwal' wordt vervangen door: 'de strandwal Rijswijk-Voorschoten' Na 'daarachter' wordt ingevoegd: 'De Vlietzone werd dus al in de nieuwe steentijd bewoond. Door de veenontwikkeling werden vooral in de bronstijd de leefomstandigheden in het strandwallenlandschap moeilijker'. Na 'daarvan 'wordt de tekst: 'De Vlietzone tot en met 'Hoge Broekpolder' vervangen door de tekst: 'In de Romeinse tijd bevond zich aan de overzijde van de Vliet de enige burgerlijke Romeinse stad in het westen van het land, Forum Hadriani of MAC (Municipium Aelium Cananefatium). Deze stad is door keizer Hadrianus in of rond 122 na Christus gesticht en werd voorafgegaan door een inheemse
16
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
nederzetting uit de 1ste eeuw. De laatste dateerbare vondsten uit de Romeinse periode in de stad dateren rond 270 na Christus De stad zal rond die tijd grotendeels verlaten zijn. Een belangrijk deel van Forum Hadriani ligt onder het landgoed Park Arentsburgh. Aanleiding voor het stichten van de stad op die plek zal mede gelegen zijn in het Kanaal van Corbulo dat door de Romeinse veldheer Corbulo in 47 na Christus werd aangelegd om de Rijn en Maas met elkaar te verbinden. Pas aan het einde van de 20ste eeuw zijn voor het eerst resten van dit kanaal teruggevonden. In Leidschendam-Voorburg is het kanaal op meerdere plekken gelokaliseerd. Forum Hadriani lag aan het kanaal en had een insteekhaven. Het is niet zeker waar het kanaal van Corbulo exact heeft gelopen ten opzichte van de huidige Vliet. Het is mogelijk dat de huidige Vliet ter hoogte van Forum Hadriani op dezelfde plaats ligt als het Kanaal van Corbulo, maar dit is geenszins zeker. De Vlietzone maakte deel uit van een grootschalig cultuurlandschap dat waarschijnlijk deels was vormgegeven door de Romeinen of met Romeinse kennis in zake infrastructuur, verkavelingspatronen en verdedigingswerken maar vooral in gebruik was bij de inheemse bevolking, de Cananefaten. Rond het eind van de 3de eeuw na Christus lijkt de bevolking het gebied te verlaten.
Er zijn in ieder geval geen aanwijzingen voor bewoning vanaf dan tot in de vroege middeleeuwen. De eerste bekende sporen van menselijk handelen in de omgeving van het plangebied na de Romeinse tijd dateren uit de late middeleeuwen (11de tot de 13de eeuw) wanneer de bewoning in de hele regio sterk toeneemt. Dit is ook de periode waarin aan de kust grote verstuivingen optreden en de Laag van Den Haag (Jonge Duinen) wordt afgezet. De combinatie van beide is waarschijnlijk mede aanleiding geweest de veengebieden grootschalig en structureel te ontginnen. Begin 13de eeuw wordt de Zuidvliet gegraven. Zij komt te liggen op de grens van de hoge gelegen noord-zuid lopende strandwal en de natte veengebieden ten zuiden daarvan. Het Haagse gedeelte is de Trekvliet. Rond de 15de eeuw ontstonden er polders. Door oxidatie van het veen - inklinking - kwam het land steeds lager te liggen en werd het weer natter. De afwatering op de gegraven sloten en stroompjes, was niet langer voldoende om de voeten droog te houden. Aanleg van dijken was nodig en door middel van uitlaatsluisjes en later ook bemaling met molens werd het water buiten de polder geloosd. In de omgeving van de toekomstige buitenplaats werden twee polders gevormd: de Hoge Broekpolder en de Tedingerbroekpolder.
Deze polders sloegen via onder andere de Molensloot en Bovenwetering, die beide gedeeltelijk nog aanwezig zijn, het overtollig water op de omgeving uit. De Molensloot vormt de westgrens van Nieuw Vredenoord, de toekomstige bebouwing daarbinnen ligt in de Hoge Broekpolder. De Molensloot lag oorspronkelijk in het midden van de polder en vormde de hoofdwatering. De sloot is al afgebeeld op kaarten uit het midden van de 16de eeuw, zoals de kaart van Coenraet uit 1550. Aan de Molensloot lag de Zustermolen die alleen uit historische bronnen bekend is. Zij is afgebeeld op de kaarten van Coenraet, een kaart van het gebied rond de Hoornbrug van onbekende maker uit 1550 en de kaart van Delfland van Floris Balthasars uit 1611, maar niet (meer) op de kaart van Kruikius uit 1712. De molen verzorgde de bemaling voordat de Nieuwe Broekmolen, die wel op de kaart van Kruikius staat en verder naar het zuidoosten langs de Molenvliet lag, in gebruik werd genomen. Omdat de positie van de molen op de historische kaarten niet op een exacte schaal is weergegeven, is op basis van de kaarten niet vast te stellen waar de molen precies heeft gelegen.' 2.3.2 In deze paragraaf wordt de tekst vervangen door de tekst:' 2.3.2.1
De geologische ondergrond
De geologie heeft voor een belangrijk deel de bewoningsmogelijkheden in het verleden bepaald en bepaalt daarmee tot op de dag van vandaag de kans op het voorkomen van archeologische resten. Voor het gebied rond Nieuw Vredenoord, de Vlietzone, zijn met name de duinkopjes die in het intergetijdengebied achter de strandwal van Leidschendam, Voorburg en Rijswijk zijn ontstaan van belang. Het inventariserend booronderzoek in het kader van de ontwikkeling van de Rotterdamsebaan heeft mogelijk zo een duinkopje aangetoond in de Hoge Broekpolder, net ten oosten van landgoed Oud-Vredenoord. Het geulensysteem van de Gantel en de afzettingen daarvan bepaalden vanaf de late ijzertijd de mogelijkheden voor bewoning. Net buiten het plangebied is op de oeverwal van een geul een inheems-Romeinse nederzetting - bekend als Leidschendam-Leeuwenbergh - aangetroffen en onderzocht. Waarschijnlijk is bij het inventariserend booronderzoek in het kader van de ontwikkeling van de Rotterdamsebaan ook een deel van de nederzetting in de Hoge Broekpolder aangeboord. Ten zuidoosten van Nieuw Vredenoord zijn bij archeologisch onderzoek sporen gevonden van Romeinse
17
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
verkavelingen en zijn diverse attributen en muntstukken gevonden. In de Hoge Broekpolder en Tedingerbroekpolder zijn in de middeleeuwen boerderijen ontstaan die later konden uitgroeiden tot buitenplaatsen. Vredenoord was er een van. Veel van deze buitenplaatsen zijn op historische kaarten aangeduid. 2.3.2.2 Archeologische potenties en waarden Zowel de geologische ondergrond als het gestelde in pararaaf 2.2 duiden op de waarschijnlijke aanwezigheid van archeologische monumenten. In dit verband kan verder worden opgemerkt dat op enige afstand in oostelijke richting aan de Vliet de Romeinse Limes eindigt.'' 2.4.1 In deze paragraaf wordt de term 'Trekvliet' vervangen door 'Haagsche Trekvliet'. 2.4.2.2 In deze paragraaf wordt de term 'Trekvliet' vervangen door 'Haagsche Trekvliet'. 2.4.2.4 In deze paragraaf wordt de term "waterkering" door 'watergang" vervangen. De termen 'Trekvliet' worden vervangen door 'Haagsche Trekvliet'. 2.4.5 Aan deze paragraaf wordt toegevoegd de tekst: 'Binnen het plangebied is een voormalige ondergrondse HBO tank bekend, ter plaatse van Jan Thijssenweg 7 nb (AA060302441). Deze tank is gesaneerd (verwijderd) in 1998, certificaatnummer AN5521. Er zijn geen andere (voormalige) bodembedreigende activiteiten en tanks binnen het plangebied bekend. Het plangebied ligt in wijk Hoornwijck en is niet gelegen in een milieubeschermingsgebied voor grondwater.
Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Den Haag blijkt dat het plangebied is gelegen in zone B9 Westvlietzone en Erasmusveld voor de bovengrond en zone O2 Overige ondergrond voor de ondergrond. De algemene bodemkwaliteit van de boven-en ondergrond zijn respectievelijk geclassificeerd als klasse Wonen en Lanbouw/natuur. Er zijn binnen het plangebied geen beschikte bodemverontreinigingen bekend. 2.5.1 In deze paragraaf wordt aan de tekst toegevoegd: 'en een chinees restaurant. De tweede laatsten kennen een ontsluiting via de Jan Thijssenweg.' 3.2.1 In deze paragraaf wordt na 'verordening' de tekst ingevoegd: 'Zij definieert het Netwerk als een stelsel van natuurgebieden van internationaal of nationaal belang dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten (artikel 2.10.1.1).' 3.2.2 In deze paragraaf wordt na 'samenhang van die gebieden' de tekst ingevoegd: 'Onder wezenlijke kenmerken en waarden 'van het Netwerk verstaat de Verordening: kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland die zijn gekoppeld aan de natuurdoelen voor een gebied die zijn opgenomen in het 'Natuurbeheerplan Zuid-Holland', het 'portaal natuur en landschap' en de aanwijzingsbesluiten voor de Natura2000-gebieden.' Verder vervalt de tekst tussen 'In het geval' en 'verzoek tot ontheffing'. Voorts vervalt de tekst tussen 'Het bestemmingsplan' en 'Wro'.
De term 'Artikel 6.24.1' wordt vervangen door : 'artikel 6.9e'. De tekst: : De toelating' tot en met 'sprake zijn' vervalt. Na de tekst: 'versterking van de regionale waterkering' wordt íngevoegd de tekst: 'Artikel 6.10h stelt dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit betrekt.' 3.2.4.5 In deze paragraaf vervalt de zinsnede 'die tevens een functie vervullen voor de waterberging'. De termen 'Trekvliet' worden vervangen door 'Haagsche Trekvliet'. 3.3.2 In deze paragraaf wordt de tekst: 'Het plangebied is volgens de AWVK archeologisch waardevol.' vervangen door de tekst: 'Het plangebied heeft volgens de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart Den Haag 2021 (RIS311200) een archeologische verwachting. Zowel de geologische ondergrond als het gestelde in paragraaf 2.2 en 2.3.2 duiden op de waarschijnlijke aanwezigheid van archeologische monumenten. In 2016 is voor het westelijke deel van het plangebied Nieuw Vredenoord voor de aanleg van de waterpartij een bureauonderzoek (bijlage 17) uitgevoerd. Voor het oostelijke deel van het plangebied is in 2022 een archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van
18
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
een gecombineerd bureau- en booronderzoek (bijlage 18).' 3.4.1 Aan deze paragraaf toegevoegd de tekst: 'Het ambitiebeheertype is Kwalitetsimpuls . Dat betekent dat voor de bestaande beplantingen een omvorming of kwaliteitsverbetering beoogd is, maar dat het gewenste type nog niet bekend is.' 3.5.5 Deze paragraaf wordt aangevuld met de zin: 'Het projectplan is onherroepelijk.' 4.7 Om een omvattend beeld te krijgen van de wettelijke regelingen omtrent de milieukwaliteit van de bodem wordt in paragraaf 4.7 de volgende tekst ingevoegd: 'Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (hierna: Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft.' 5.2.1.1 In deze paragraaf worden de termen 'Trekvliet' vervangen door 'Haagsche Trekvliet'. 5.2.2.1 In deze paragraaf worden de termen 'Trekvliet' vervangen door 'Haagsche Trekvliet'.
5.2.2.2 In deze paragraaf worden de termen 'Trekvliet' vervangen door 'Haagsche Trekvliet'. 5.2.2.4 In deze paragraaf vervangt de tekst: 'De aanwezige bomen staan te laag' de tekst: ' De aanwezige bomen liggen te laag. 5.3.2 In de hele paragraaf worden de termen 'Trekvliet' vervangen door 'Haagsche Trekvliet'. In rij 3 kolom 4 wordt voorafgaand aan de bestaande tekst ingevoerd de tekst: 'Het onderzoek in bijlage 17 bij de toelichting concludeert dat voor de waterpartij een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is in de vorm van proefsleuven. Het onderzoek in bijlage 18 bij de toelichting concludeert dat voor het oostelijk deel ook zo'n onderzoek noodzakelijk is in de vorm van proefsleuven naar resten uit de Romeinse tijd en de late middeleeuwen- de nieuwe tijd.' In rij 7 kolom 4 wordt de tekst: 'Het' tot en met 'versterkt' vervangen door de tekst: 'Het bestemmingsplan versterkt een duurzaam buitengebied'. Na 'niet aan' wordt ingevoegd de tekst: 'De woningen staan vermeld in de woonvisie waarmee Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben ingestemd. In hun brief van 16 september 2017 aan Provinciale Staten (PZH-2017-612580817) aanvaarden zij de Regionale Woonvisie Haaglanden 2017 - 2021 (paragraaf 3.6.2) en het bijbehorende woningbouwprogramma.
Om voorgaande reden behoeft dit plan geen ontheffing van de Verordening.' In rij 8 kolom 4 wordt de tekst vervangen door de volgende tekst: ' Omtrent de eerste voorwaarde in artikel 6.9e wordt geconstateerd dat de bestaande kenmerken en kwaliteiten nagenoeg geen natuurwetenschappelijke waarden (paragraaf 2.4.3) en geen landschappelijke waarden (paragraaf 2.2. 'stadsrandzone') . Wel kent het een cultuurhistorische waarde in de zin van een archeologische verwachting. De waarborging van de archeologische verwachting is in de bestemming “Waarde – Archeologie” geregeld. Gelet daarop is er geen sprake van dat dit bestemmingsplan de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperkt. De tweede voorwaarde in dat artikel luidt dat het bestemmingsplan niet mag leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Gelet op de ruimteclaims vanwege de tweede toevoer, het polderwater, de drie regionale waterkeringen – de dijken - en hun beschermingszones zoals vermeld in de rijen 1 en 6 van deze tabel en de doorzichten rondom het hoofdgebouw resteert alleen in de oostzijde van het plangebied ruimte om de meeste gebouwen van het landgoed te situeren.
Dit sluit aan op de noodzaak om in een landgoed de gebouwen te concentreren aan de zichtbare zijde in dit geval aan de zijde van de Haagsche Trekvliet (B). Één pand ligt binnen tweehonderd meter van de Haagsche Trekvliet. Aan de zijde van het Molenvlietpark blijft het plangebied onbebouwd. Het heeft een oppervlakte van circa 4.000 m². Het hoofdgebouw, en de vier 'andere' gebouwen kennen een gezamenlijke grondoppervlakte van 1.160 m², de bijgebouwen gezamenlijk 151 m². Gezamenlijk is dat minder dan 6% in de bestemming "Groen Landgoed". Zowel het onbebouwde terrein aan de Molenvlietzijde, de doorgangen tussen de gebouwen,
19
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
de afwezigheid van tuinen en de beperking van de aanleg van wegen in een specifieke bestemming bieden bosgroepen met ondergroei en kruidhoudende graslanden ruimte om het Netwerk gestalte te geven. Om voorgaande redenen behoeft dit plan geen ontheffing van de Verordening.' In rij 9 kolom 4 wordt de tekst vervangen door de tekst: 'Verwezen naar de toetsing en vertaling in bestemmingen in rij 8.' In rij 10 kolom 4 wordt de 'Molenslootpad' vervangen door: 'Kansjesmolensloot'. Na 'figuur 3' wordt ingevoegd de tekst : 'en het vervallen van de waterkering ten oosten van de Kansjesmolensloot'. De bestaande tekst aangevuld met de zin: 'Om voorgaande redenen behoeft dit plan geen ontheffing van de Verordening.' In rij 11 kolom 3 wordt voorafgaand aan de tekst deze aangevuld met de zin: 'Artikel 6.10h stelt dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit betrekt.' In rij 11 kolom 4 wordt voorafgaand aan de tekst deze aangevuld met de zin: 'Wat betreft de biodiversiteit wordt verwezen naar het gestelde in rij 18'' . Na de tekst wordt de volgende zin toegevoegd: 'Om voorgaande redenen behoeft dit plan geen ontheffing van de Verordening.' In rij 18 kolom 3 wordt de term 'artikel 6.9' vervangen door de term '6.9a' en 'artikel 6.24.1' wordt vervangen door: 'artikel 6.9e'.
In rij 25 is het werkwoord 'liggen' door 'staan' vervangen. In rij 36 kolom 4 wordt de tekst toegevoegd: 'Gelet op artikel 7.16 en 7.17 van de Wet milieubeheer en bijlage III van Richtlijn 85/337/EEG van 27 juni 1985 heeft het bevoegd gezag op 30 september 2022 besloten dat voor de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt met het bestemmingsplan Nieuw Vredenoord geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Dit besluit vormt bijlage 11. ' In rij 38 kolom 4 wordt de tekst toegevoegd: 'Het plan ligt voor een klein deel binnen het invloedsgebied van een transportroute gevaarlijke stoffen. Het betreft de Laan van Hoornwijck in Rijswijk. Dit is de bevoorradingsroute van het aldaar aanwezige LPG-tankstation. Omdat de beoogde woningbouw in het plangebied buiten dit invloedsgebied ligt, zijn maatregelen in het kader van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid niet nodig. In rij 46 wordt het bijvoeglijke naamwoord 'verspreide' voor lintbebouwing ingevoegd. De afstand '85 meter' wordt in 'ruim 170 meter' veranderd. Ook is de zin: 'Buiten dat is er ten westen van het familieattactiepark sprake van op veel kortere afstand gelegen verspreide lintbebouwing.' toegevoegd. De ontsluitingssituatie wordt aangevuld met de mededeling 'dat dat niet geldt voor het motorbrandstoffen'verkooppunt en het chinees restaurant'.
In rij 47 wordt opgenomen: 'Stinzenbossen bestaan veelal uit oude bossen bij landgoederen met een karakteristieke stinzenflora in de ondergroei. Het betreft vaak bolgewassen en kruidachtige overblijvende gewassen, maar het kan ook gaan ook om bloeiende struiken zoals azelea en rhododendron.' In rij 53 wordt in kolom 4 opgenomen de tekst: 'Het betreffende pand is bedoeld voor de stalling van voertuigen voor het onderhoud van het landgoed. Het landgoed behoeft onderhoud en dan is zo'n gebouw noodzakelijk'. De vermelding ontbreekt in paragraaf 5.3 en wordt aldaar toegevoegd. In rij 54 wordt opgenomen: 'Stinzenbossen bestaan veelal uit oude bossen bij landgoederen met een karakteristieke stinzenflora in de ondergroei. Het betreft vaak bolgewassen en kruidachtige overblijvende gewassen, maar het kan ook gaan ook om bloeiende struiken zoals azelea en rhododendron.' In artikel 5.4.2 wordt bij de bestemming "Groen-Landgoed'' wordt voor 'van het landgoed' ingevoegd: 'het onderhoud' en na het woord 'opslag' ingevoegd de zin: 'De functieaanduiding 'brug' betreft de overkluizing van een vaarduiker met de Deltsche Vliet.' Ook wordt bij de bestemming "Water" wordt de tekst 'drietal' tot en met 'bruggen' vervangen door de tekst: 'een brug voor verkeer van voertuigen voor het onderhoud van het landgoed en langzaam verkeer'.
Verder vervalt bij de bestemming "Wonen - 1" de tekst 'een ligplaats' tot en met ''toevoer en'. Voorts wordt bij de bestemming "Wonen - 2" de zin tussen "De noord-' tot en met 'timpaan' vervangen door: 'De noordgevel kent een timpaan'. Bij de bestemming "Waterstaat - Waterkering" ten slotte wordt de tekst: 'in het westen en het
20
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
oosten'vervangen door: 'langs de tweede toevoer en in het noorden' vervangen. 7.1 In dit artikel is de tekst ingevoegd van de ontvangen vooroverleg- en participatiereacties en de afweging daarvan. 7.2 In dit artikel is de volgende tekst ingevoegd: 'Op 6 juli 2022 werd een informatiebijeenkomst door de gemeente en Borgdorff Beheer gebouwen over de tweede watertoevoer waterberging Molenvlietpark en projectplan Nieuw Vredenoord. Het werd gehouden in het Trefpunt Rotterdamsebaan (Binckhorstlaan 340) Het werd door ruim 30 mensen bezocht. In september 2018 is een informatiebijeenkomst over het projectplan Nieuw Vredenoord gehouden in de leegstaande verenigingsruimte van het voormalige tennisbanencomplex aan de Jan Thijssenweg. Hierbij waren ook de Vereniging Houdt Vlietrand Groen en de Stichting Meyvliet uitgenodigd.' Bijlagen bij de toelichting Bijlage 10 (Beoordeling m.e.r.-plicht) wordt gewijzigd in '(Beoordeling m.e.r.-plicht 1) Bijlage 14 (Omgevingsverordening Zuid-Holland'') is komen te vervallen. Bijlage 11 (Akoestisch onderzoek), Bijlage 12 (Natuurgebieden 1) en Bijlage 13 (Natuurgebieden 2) worden vernummerd tot de bijlagen 12, 13 en 14. Bijlage 11 wordt '(Beoordeling m.e.r.-plicht 2) Bijlage 17 en 18 (Archeologisch onderzoek 1 en 2) worden toegevoegd. Bijlage 16 is vervangen.
Regels 3.1.g Aan dit artikel wordt de tekst 'bruggen' tot en met langzaam verkeer' vervangen door: een brug die dient ter overkluizing van vaarverkeer'. In artikel 3.3.a.3 vervalt het woord 'parkeergelegenheden'. Na 3.3.a.4 invoegen: indien de werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.3.a.3 fiets-, wandel- en voetpaden, een vluchtweg in verband met brandveiligheid en een hellingbaan ten behoeve van de bestemming Wonen - 2 betreffen, waarbij deze een gezamenlijke grondoppervlakte van niet meer dan 6% van de omvang van de bestemmingsvlakken gezamenlijk mogen omvatten'' 3.4 b. na 'welke' invoegen 'daarin', Na 'maaisel' de tekst 'bijeen' tot en met afgevoerd vervangen door: 'dient bijeen geharkt te worden en zo snel mogelijk te word afgevoerd',. 3.4.c 'bij' wordt vervangen door: 'aansluitend aan 'Waterhuishouding - Waterkering" 3.4.d vervalt Artikel 4.2.2.vervalt 4.2.2.c waardoor 4.2.2.d vernummerd wordt tot 4.2.2.c. 4.3.c Aan dit artikel wordt toegevoegd 'De verhardingen mogen niet meer dan 50% van het bestemmingsvlak beslaan'. 5.1 Aan dit artikel wordt na 'fietspaden;' toegevoegd de tekst: 'en ter plaatse van de functieaanduiding: c. 'brug' tevens voor een brug die dient ter overkluizing van vaarverkeer;'. In artikel 6.1.b vervalt 'ongebouwde parkeerplaatsen;' . In artikel 7.1 vervalt 7.1.c 'de ontwikkeling van landschappelijke waarden'.
21
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
In artikel 8.1.d wordt de tekst 'burggen voor gemotoriseerd verkeer' vervangen door: 'een brug voor verkeer van voertuigen voor het onderhoud van het landgoed'. 8.2.1.a In dit artikel wordt 'slechts' vervangen door 'niet meer dan'. Verder wordt de zin aangevuld met de tekst: 'met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 20 m2. 8.2.1.b In dit artikel wordt de term 'Trekvliet' vervangen door 'Haagsche Trekvliet'. In de artikelen 8.3.b en 8.3.c wordt de tekst 'het westelijk gelegen bestemmingsvlak' vervangen door de tekst: 'de twee bestemmingsvlakken aan weerszijden van de bestemming “Verkeer – Verblijfsstraat” ter plaatse van de functieaanduiding 'brug.' In artikel 8.4.1.a vervalt het woord 'parkeergelegenheden' In artikel 8.4.2.d wordt de tekst vooraan aangevuld met 'ten aanzien van werken en werkzaamheden die' In artikel 8.4.3 vervalt de tekst: 'Ten aanzien van werken en werkzaamheden die' In artikel 8.4.4 vervalt de tekst: 'ten behoeve van de compensatie van de waterberging'. In artikel 9.1 vervalt na het woord 'water' de term 'ongebouwde parkeerplaatsen'. In artikel 9.2.1.h wordt 'in' vervangen door 'ter plaatse'. In artikel 9.2.1.i vervalt de tekst: ', met uitzondering van het meest zuidelijk gelegen aangegeven bestemmingsvlak'. Artikel 9.2.2.a vervalt. De artikelen 9.2.2.b, 9.2.2.c en 9.2.2.d worden daardoor hernummerd tot 9.2.2.a, 9.2.2.b en 9.2.2.c.
10.1 Aan dit artikel wordt na 'functieaanduiding:' toegevoegd de tekst: 'c.'brug' tevens voor een brug die dient ter overkluizing van vaarverkeer;'. Daardoor worden in dit artikel 10.1.c en 10.1.d vernummerd tot 10.1.d en 10.1.e. In artikel 10.1 vervallen na het woord 'zijnde' de termen 'wegen'en 'ongebouwde parkeerplaatsen'. Aan artikel 10.2.1.b wordt toegevoegd: 'er mogen niet minder dan 9 en niet meer dan 13 woningen worden gebouwd'. In artikel 10.2.1.f wordt na goothoogte 'van 12 meter' ingevoegd. Artikel 10.2.1.g wordt vervangen door: 'in het bouwvlak, dat voorzien is van de maatvoeringsaanduiding maximale bouwhoogte 5 meter mogen vanaf 5 meter bouwhoogte overdekte balkons en vanaf 9 meter bouwhoogte balkons met balustrade worden gebouwd; In artikel 10.2.2.a.4 wordt 'afwijking' door 'uitzondering' vervangen. Artikel 10.2.2.a.5 wordt vernummerd tot 10.2.2.b.
Artikel 10.3.1 wordt vervangen door 'Het gebruik voor parkeerterrein betreft niet minder dan 22 parkeerplaatsen met dien verstande dat met de aanleg van een parkeerlaag onder maaiveld als bedoeld in artikel 10.4 het maximale aantal parkeerplaatsen niet meer dan 16 mag bedragen.' Artikel 10.4 wordt ingevoegd luidende: 'Afwijking van de bouwregels: Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels als in bedoeld in artikel 10.2.1 voor het bouwen van een parkeerlaag onder maaiveld in het bestemmingsvlak waarop de functieaanduidingen 'fietsenstalling' en 'parkeerterrein' niet van toepassing zijn met minimaal 9 parkeerplaatsen.' In artikel 12.4.b wordt '7 'door '10' vervangen. In artikel 12.5.1.b vervalt het woord: 'parkeergelegenheden' 14.b Aan dit artikel wordt na de tekst toegevoegd de zin: 'Overschrijding van de aangegeven bebouwings- of bestemmingsgrenzen is ook toegestaan voor gebouwen mits deze niet meer dan 1
22
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
meter, respectievelijk 10% bedraagt met dien verstande dat de toegestane grondoppervlakte van het betreffende bouwvlak gelijk blijft.' In artikel 14. f na 'mits' wordt 'deze' ingevoegd en 'mag' vervangen door 'mogen. Artikel 17.2.a vervalt en artikel 17.2.b wordt vernummerd tot 17.2.a. In artikel 20.b vervalt het woord 'in' en wordt het woord 'zijn' door 'is' vervangen.
Verbeelding In het bestemmingsvlak “Wonen-2” met de functieaanduiding 'fietsenstalling' in het bouwvlak wijzigen de maximale goothoogte en maximale bouwhoogte . De maximale bouwhoogte is 5 meter, de maximale goothoogte 3 meter.
In het bestemmingsvlak “Wonen-2” in het bouwvlak zonder functieaanduiding 'fietsenstalling' wijzigt de maximale bouwhoogte. De maximale bouwhoogte is niet 12 maar 5 meter.
De waterkering bij de Haagsche Trekvliet en haar beschermingszone zijn niet ingetekend op de verbeelding. Middels de bestemming “Waterstaat – Waterkering” en de gebiedsaanduiding 'Overige zone beschermingszone' worden deze aan de verbeelding toegevoegd.
23
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
De vaarduiker tussen de Haagsche Trekvliet en de tweede toevoer is op de verbeelding de functieaanduiding 'brug' ingetekend. Ze was niet aangeduid.
De bestemming “Waarde – Archeologie 2” ontbrak op het deel van het plangebied tussen de Jan Thijssenweg en de bestemming “Groen-Landgoed. Zij is ook aan dat deel aangewezen.
1.6
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan wijst voor een ruimtelijke ontwikkeling, zoals vermeld in paragraaf 1.1 bestemmingen aan stelt daarbij regels. Daarvoor zijn relevante feiten en af te wegen belangen verkend, zijn deze belangen afgewogen en onderzocht of voor de aanwezige belangen de eventuele nadelige gevolgen niet onevenredig zijn. En ook dat de ontwikkeling in een goede verhouding staat tot de aangrenzende ruimtelijke structuur (paragraaf 1.2). Bij het verkennen van feiten en belangen wordt in hoofdstuk 2 de bestaande situatie beschreven. De ruimtelijke ontwikkeling wordt in de kaders van ruimtelijk en sectoraal beleid, dat in dit plangebied van toepassing is, geplaatst (hoofdstuk 3). Verder wordt de ontwikkeling aan de milieukwaliteitseisen en natuurwaarden getoetst (hoofdstuk 4). In paragraaf 5.2 Planbeschrijving wordt de ruimtelijke ontwikkeling en de totstandkoming daarvan toegelicht. In de daaropvolgende subparagraaf 5.3.1 wordt dit aan de feiten en af te wegen belangen, de beleidsuitgangspunten, milieukwaliteitseisen en natuurwaarden getoetst en in bestemmingen en bestemmingsregelingen opgenomen. Daarna wordt in paragraaf 5.4 aangegeven in welke bestemmingen en bestemmingsregelingen dit resulteert. Op de economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt in hoofdstuk 6 ingegaan.
Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zal overleg worden gevoerd en participatie worden gepleegd. De resultaten daarvan met de afdoening van de ontvangen reacties wordt in hoofdstuk 7 vermeld.
24
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de bestaande situatie
Inleiding
Om te beschrijven op welke wijze rekening wordt gehouden met de verschillende waarden in het gebied en de verhoudingen van het plangebied tot het aangrenzende gebied, worden achtereenvolgens de ontstaansgeschiedenis, het cultureel erfgoed, de ruimtelijke structuren die in de loop van de tijd zijn ontstaan en de functionele opbouw van het plangebied beschreven.
2.2
Ontstaansgeschiedenis
Sinds vele eeuwen wordt er gewoond op buitenplaatsen langs de Vliet. Hier woont men op steenworp afstand van de steden Den Haag en Delft, goed bereikbaar over water en land en in een groene setting. Deze buitenplaatsen hebben het landschap van de Vlietzone in sterke mate bepaald en gevormd. Na de verregaande ontluistering van vele historische buitenplaatsen, wordt de laatste decennia weer geïnvesteerd in de kwaliteit van de buitenplaatsen. Dit geldt ook voor de buitenplaats Vredenoord. De buitenplaats Vredenoord is een rijksmonument. Zowel de buitenplaats (Oud) Vredenoord als het ten zuidwesten gelegen parkachtige terrein, de Molenwei, is in handen gekomen van een particuliere eigenaar. Deze nieuwe eigenaar heeft een particulier initiatief ontplooid voor het herstel en verdere uitbreiding van de kwaliteit van de buitenplaats Vredenoord. In 2011 is met de eigenaar een Intentieovereenkomst 'herstel landgoed Vredenoord' ondertekend (RIS 263432) ten behoeve van het integrale herstel van de buitenplaats (Oud) Vredenoord en de aanleg van een nieuwe buitenplaats op het aangrenzende perceel, de Molenwei. Het plan bestaat uit de restauratie van bestaande opstallen en het in ere herstellen van bijbehorende tuin van het Rijksmonument.
Daarnaast wordt een nieuwe buitenplaats gerealiseerd op het naast het Rijksmonument Vredenoord gelegen perceel de Molenwei aan de Jan Thijssenweg, hierna aan te duiden als Nieuw Vredenoord. In het Planuitwerkingskader Nieuw Vredenoord (RIS 263432) zijn de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de nieuwe buitenplaats aan de Jan Thijssenweg juridisch planologisch voorbereid. In 2018 heeft het college ingestemd met de oprichting van de nieuwe buitenplaats. De omgeving van Nieuw Vredenoord, de Vlietzone, kent een geschiedenis die terug gaat tot in de periode van het Neolithicum, de nieuwe steentijd. De strandwallen vormden in de ontstaansgeschiedenis de rode draad. De strandwallen liggen grofweg evenwijdig aan de kustlijn. Het zijn zandige ruggen die enige duizenden jaren voor Christus door natuurlijke processen zijn gevormd. De lage gebieden tussen deze ruggen worden strandvlaktes genoemd. De hooggelegen strandwallen en daarop afgezette duinen kwamen tot ontwikkeling doordat in de kustzone zoveel zand door de zee werd afgezet dat hoogtes ontstonden die niet meer bij iedere vloed overspoelden. Hierdoor kon het zand opdrogen en verstuiven. Het fijne zand zette zich verder landinwaarts af en vormde kleinere en grote duinen. Nadat de strandwallen waren gevormd ontstonden aldaar bewoningsmogelijkheden in de Haagse regio.
Het waren droge plekken, met aan de ene kant de zee, en aan de andere kant het veengebied. Doordat de strandwallen de ontwatering van achter de strandwal gelegen gebieden belemmerden, kwam veenvorming op gang. Het veen ontwikkelde zich het eerst op de laagst gelegen, meest drassige delen van de strandvlaktes en groeide tegen de duinen en strandwallen op. De hoger gelegen duinen en strandwallen bleven altijd boven het veen uitsteken. Rond 1.000 voor Christus brak de zee door en ontstond er achter de meest oostelijke strandwal van Rijswijk-Voorschoten een wijd vertakt getijdegeulengebied. De hoofdgeul is bekend als de Gantel. Vanuit het getijdegeulenstelsel werd een deel van het veen weggeslagen waarna er klei werd afgezet. Dit gebeurde ook in de lager gelegen delen van de Vlietzone, waar de buitenplaats Nieuw Vredenoord ligt. Op andere plaatsen waar geen klei werd afgezet, ging de veenvorming door. De vroegste bewoning in de regio bevond zich toen op de strandwal van Rijswijk-Voorschoten en enkele van de geïsoleerde duinen daarachter. De Vlietzone werd dus al in de nieuwe steentijd bewoond. Door de veenontwikkeling werden vooral in de bronstijd de leefomstandigheden in het strandwallenlandschap moeilijker. De doorbraak van de zee en het ontstaan van getijdegeulenstelsel van de Gantel maakte dat
25
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
het gebied weer kon ontwateren en geleidelijk weer bewoonbaar werd. Veel bewoningssporen uit de late ijzertijd en Romeinse tijd hangen samen met het geulensysteem en de afzettingen daarvan. In de Romeinse tijd bevond zich aan de overzijde van de Vliet de enige burgerlijke Romeinse stad in het westen van het land, Forum Hadriani of MAC (Municipium Aelium Cananefatium). Deze stad is door keizer Hadrianus in of rond 122 na Christus gesticht en werd voorafgegaan door een inheemse nederzetting uit de 1ste eeuw. De laatste dateerbare vondsten uit de Romeinse periode in de stad dateren rond 270 na Christus De stad zal rond die tijd grotendeels verlaten zijn. Een belangrijk deel van Forum Hadriani ligt onder het landgoed Park Arentsburgh. Aanleiding voor het stichten van de stad op die plek zal mede gelegen zijn in het Kanaal van Corbulo dat door de Romeinse veldheer Corbulo in 47 na Christus werd aangelegd om de Rijn en Maas met elkaar te verbinden. Pas aan het einde van de 20ste eeuw zijn voor het eerst resten van dit kanaal teruggevonden. In Leidschendam-Voorburg is het kanaal op meerdere plekken gelokaliseerd. Forum Hadriani lag aan het kanaal en had een insteekhaven. Het is niet zeker waar het kanaal van Corbulo exact heeft gelopen ten opzichte van de huidige Vliet.
Het is mogelijk dat de huidige Vliet ter hoogte van Forum Hadriani op dezelfde plaats ligt als het Kanaal van Corbulo, maar dit is geenszins zeker. De Vlietzone maakte deel uit van een grootschalig cultuurlandschap dat waarschijnlijk deels was vormgegeven door de Romeinen of met Romeinse kennis in zake infrastructuur, verkavelingspatronen en verdedigingswerken maar vooral in gebruik was bij de inheemse bevolking, de Cananefaten. Rond het eind van de 3de eeuw na Christus lijkt de bevolking het gebied te verlaten. Er zijn in ieder geval geen aanwijzingen voor bewoning vanaf dan tot in de vroege middeleeuwen. De eerste bekende sporen van menselijk handelen in de omgeving van het plangebied na de Romeinse tijd dateren uit de late middeleeuwen (11de tot de 13de eeuw) wanneer de bewoning in de hele regio sterk toeneemt. Dit is ook de periode waarin aan de kust grote verstuivingen optreden en de Laag van Den Haag (Jonge Duinen) wordt afgezet. De combinatie van beide is waarschijnlijk mede aanleiding geweest de veengebieden grootschalig en structureel te ontginnen. Begin 13de eeuw wordt de Zuidvliet gegraven. Zij komt te liggen op de grens van de hoge gelegen noord-zuid lopende strandwal en de natte veengebieden ten zuiden daarvan. Het Haagse gedeelte is de Haagsche Trekvliet. Rond de 15de eeuw ontstonden er polders.
Door oxidatie van het veen - inklinking - kwam het land steeds lager te liggen en werd het weer natter. De afwatering op de gegraven sloten en stroompjes, was niet langer voldoende om de voeten droog te houden. Aanleg van dijken was nodig en door middel van uitlaatsluisjes en later ook bemaling met molens werd het water buiten de polder geloosd. In de omgeving van de toekomstige buitenplaats werden twee polders gevormd: de Hoge Broekpolder en de Tedingerbroekpolder. Deze polders sloegen via onder andere de Molensloot en Bovenwetering, die beide gedeeltelijk nog aanwezig zijn, het overtollig water op de omgeving uit. De Molensloot vormt de westgrens van Nieuw Vredenoord, de toekomstige bebouwing daarbinnen ligt in de Hoge Broekpolder. De Molensloot lag oorspronkelijk in het midden van de polder en vormde de hoofdwatering. De sloot is al afgebeeld op kaarten uit het midden van de 16de eeuw, zoals de kaart van Coenraet uit 1550. Aan de Molensloot lag de Zustermolen die alleen uit historische bronnen bekend is. Zij is afgebeeld op de kaarten van Coenraet, een kaart van het gebied rond de Hoornbrug van onbekende maker uit 1550 en de kaart van Delfland van Floris Balthasars uit 1611, maar niet (meer) op de kaart van Kruikius uit 1712.
De molen verzorgde de bemaling voordat de Nieuwe Broekmolen, die wel op de kaart van Kruikius staat en verder naar het zuidoosten langs de Molenvliet lag, in gebruik werd genomen. Omdat de positie van de molen op de historische kaarten niet op een exacte schaal is weergegeven, is op basis van de kaarten niet vast te stellen waar de molen precies heeft gelegen. In de late middeleeuwen ontwikkelt de Zuidvliet zich tot handels- en transportverbinding. Buitenplaatsen in directe omgeving Nieuw Vredenoord In de zestiende en zeventiende eeuw oefent de Zuidvliet grote aantrekkingskracht op de welgestelde stedelingen uit. Zij bouwen aan de Zuidvliet hun zomerverblijf, hun buitenplaats. Dankzij de Vliet zijn deze buitenplaatsen vanuit de stad snel en comfortabel bereikbaar. De onverharde wegen boden die mogelijkheid niet. De Vliet ontwikkelt zich tot Haagse lustwarande, gelegen op enige afstand van de stad. Hier is Vredenoord en later ook de Molenwei een onderdeel van.
26
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Er ontstond toen een reeks buitenplaatsen aan de oever van de Zuidvliet, te weten Vredenoord, Drievliet, Zeerust, Zuiderburch, Overburch, Hoekenburg, Leeuwenbergh, Den Hoonaert, Nabij en Visvliet. Ook verder van de Zuidvliet verrezen enkele landgoederen, zoals Ypenburg, Zuidwijck en Delfvliet. Soms waren dit voortzettingen van oudere boerderijplaatsen, maar soms ook niet. Ruimtelijk gezien vormde de landgoederenzone aan de veenzijde nooit een aaneengesloten rij van buitenplaatsen, maar was er juist sprake van een afwisseling van ruime groene vaak beboste kavels en open agrarische velden met vergezichten. De verkavelingspatronen en sommige zichtlijnen zijn hiervan nog zichtbaar. Aan de Vliet is in de twintigste eeuw de bebouwing geïntensiveerd en zijn enkele buitenplaatsen verloren gegaan. In de naaste omgeving van Nieuw Vredenoord zijn alleen Hoornwijck/Beukenhorst, Vredenoord en Zeerust bewaard gebleven. Door de verschuiving in de macht naar de stedeling, de wens van de stedeling om zijn rijkdom en goede smaak te etaleren middels bebouwing in combinatie met tuinen, de barok en rococo als stijl van de bestreden absolute macht van kerk en koning en mede door de opgravingen zoals in Pompeï, ontstond bij de opdrachtgevers voor de aanleg van buitenplaatsen een brede herwaardering voor de klassieke oudheid.
De architectuur van de buitenplaatsen wordt gekenmerkt door het neoclassicisme: de harmonische verhoudingen, de striktheid van de lijn, de eenvoud van de contour en een strenge opvatting van ordening en architectonische details. In die ordening pasten bloemenparterres, moestuinen en boomgaarden. De buitenplaatsen grensden niet direct aan de Vliet maar aan een dijkje waarover het jaagpad liep. Dat werd op sommige plaatsen geflankeerd door een weg of had zelf de breedte van een landweg. Het uitzicht op de polder werd gewaarborgd door een op een heuvel gelegen koepel achter in hun tuin. Een theekoepel aan de Vlietzijde bood uitzicht op dit oppervlaktewater. Zocher sr. en het ontwerp van de buitenplaats Vredenoord Vredenoord is ontstaan uit een boerderij. De pachtboerderij heeft waarschijnlijk al een herenkamer gekend en krijgt in de 18e eeuw het cachet van een buitenplaats. In 1732 is er sprake van de hofstede Alphensrust met een herenhuis.
Afbeelding 2.1 :In 1750 Alpensrust/Hofrust, een volwaardig buitenplaats met een rijk gedecoreerde geometrische tuinaanleg In 1750 is de voormalige boerderij getransformeerd tot een volwaardige buitenplaats met herenhuis, stallen, koetshuis, speelhuis, tuin, boomgaard en visvijver. De buitenplaats heeft een rijk gedecoreerde geometrische tuinaanleg. In de tweede helft van de negentiende eeuw verandert de nutsfunctie van de buitenplaats tot lustfunctie. De schuur is afgebroken en de boerderij is bij het herenhuis getrokken.
27
bestemmingsplan Nieuw Vredenoord (ontwerp)
Afbeelding 2.2: 1801 - Een eerste voorzichtige stap richting een landschappelijk e inrichting is zichtbaar maar blijft ondergeschik t aan de geometrische opzet van de tuinen De tuin kende een geometrische opzet die in de 2e helft van de achttiende eeuw op delen meer landschappelijk gemaakt is. Deze kaart heeft als onderlegger gediend voor het ontwerp van Zocher sr. Hij heeft een belangrijke interventie in de tuin gedaan en deze aanzienlijk landschappelijker vormgegeven. Begin negentiende eeuw werden hoofd- en koetshuis in classistische stijl verbouwd naar een ontwerp van de architect P. Adams. In 1826 werd de buitenplaats verkocht en verbouwd. Het uiterlijk en de façade zijn vooral veranderd. In de periode 1826-1827 werd de tuin grootscheeps verbouwd met veel activiteiten als kappen, dempen en dergelijke. In die periode is Zocher jr. aan het werk gegaan, eerst op het terrein van het oostelijk deel van Vredenoord, door de waterpartij door te zetten tot voorbij het herenhuis, de boerenlaan aan te pakken en de nutstuinen in het centrale deel her in te richten met een parkaanleg. Het oostelijk deel bleef moestuin en boomgaard en werd vergroot. In 1834 krijgt de eigenaar van de buitenplaats ook de Molenwei in bezit.