RIS317123 Bijlage Werkagenda Energietransitie 2023
Tekst van het document
WERKAGENDA ENERGIETRANSITIE
Naar een klimaatneutraal en toekomstbestendig Den Haag
Het tegengaan van klimaatverandering is een van de grootste opgaven voor onze stad en voor de wereld om ons heen. We nemen verantwoordelijkheid voor een gezonde en groene stad waarin het fijn wonen is voor huidige en toekomstige inwoners. Daarom heeft Den Haag al sinds 2017 de ambitie om klimaatneutraal en klimaatadaptief te zijn in 2030. Den Haag sluit aan bij de klimaatdoelstellingen van het Rijk, het EU-plan ‘Fit for 55’ en het doel om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius. Zo blijven we een stad die kansen biedt en energie geeft. Als internationale stad van Vrede en Recht dragen we zo bovendien bij aan een rechtvaardigere wereld en zorgen we ervoor dat iedereen kan meedoen met de transitie. De afgelopen jaren zijn er grote stappen gezet. Om onze ambitie waar te maken zijn we hard aan het werk, en gaan we nog meer versnellen. Denk aan de aanleg van schone energiebronnen en warmtenetten, isoleren van woningen, meer ruimte voor groen en wateropslag, goed openbaar vervoer, hergebruik van grondstoffen en materialen, en meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Samen met bewoners, bedrijven en organisaties gaan we aan de slag om zichtbare successen te boeken die anderen inspireren om ook in actie te komen. Met hulp of subsidie waar nodig.
De werkagenda’s bouwen voort op de doelstellingen uit de Kadernota Duurzaamheid (RIS301829) en laten zien wat de gemeente de komende jaren samen met de stad gaat doen om onze aanpak te versnellen. Ze zijn de basis van waaruit we afspraken willen maken met alle betrokkenen in de stad. Dit zijn de bewoners, bedrijven en andere organisaties die dagelijks gebruikmaken van Den Haag, en onze stad elke dag weer een stukje mooier en duurzamer maken. Ook werken we samen met andere overheden. We zijn namelijk afhankelijk van Europees en nationaal beleid. Andere steden en
WER KAG EN DA EN ERG I E T RA N S I T I E 20 2 3 -2 0 2 6
landen bieden veel inspiratie en innovatie die we in Den Haag goed en graag toepassen. De afspraken met al die partijen leggen we vervolgens vast in een Haags Klimaatakkoord, waarmee we verder bouwen aan een stad die tegen een stootje kan. 2030 ís dichtbij, maar samen zijn we tot veel in staat.
we dat met onze duurzame ambities? Meer inwoners betekent meer afval en verkeer en dus meer CO2-uitstoot.
De opgave waar we voor staan Het laatste rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) is alarmerend en onderstreept de noodzaak van versnelde actie. Veel van de ernstige gevolgen van klimaatverandering zijn nu al voelbaar in de meest kwetsbare gebieden in de wereld. Ook voor Den Haag is klimaatverandering een urgente opgave. Onze ligging aan zee maakt kwetsbaar. Voorlopig is Den Haag beschermd tegen overstromingen, maar verzilting en stijgend grondwater vormen in de toekomst een groot risico voor ons drinkwater en voor het Haagse groen. Nu is de tijd om ons daarop voor te bereiden. Door extremer weer komen periodes van hitte, droogte en neerslag vaker voor. Ondertussen groeit het aantal inwoners van Den Haag – en we zijn nu al de meest dichtbevolkte stad van Nederland. Hoe combineren
Op de dringende oproep uit het IPPC-rapport volgt gelukkig een hoopvolle boodschap. Als we snel de juiste maatregelen nemen om de uitstoot terug te dringen en onze stad voor te bereiden op de toekomst kunnen we niet alleen de gevolgen van klimaatverandering beperken, maar óók het welzijn van mensen verbeteren en de leefbaarheid in de stad verhogen. Het is dus niet een kwestie van enkel iets opgeven, we winnen er juist iets mee. Namelijk een groene stad, die betaalbaar en prettig leefbaar is voor iedereen met een toekomstbestendige economie. Dat is Den Haag in 2030.
De werkagenda's Om aan deze ambitie te werken heeft de gemeente in 2019 de Kadernota duurzaamheid vastgesteld. Hierin zijn de duurzaamheidsplannen in vier belangrijkste thema's uitgewerkt, namelijk de energietransitie, leefomgeving, duurzame mobiliteit en de circulaire economie. Deze nota biedt de basis voor onze inzet. De komende jaren gaan we daarbij nog sneller, meer en structureler werken aan de opgaven. Om aan de slag te gaan en te blijven, zijn er nu deze werkagenda’s over de vier thema’s met daarin alle concrete en meetbare acties waar we als gemeente nu al mee bezig zijn en in de komende jaren mee aan de slag gaan. Aan de basis van al deze plannen staat de ambitie om klimaatneutraal te zijn, om de stad voor te bereiden op de klimaatverandering die al gaande is en te zorgen dat de inwoners gezond kunnen leven,
2
< I N HOU D
wonen en werken. We brengen de CO2-uitstoot omlaag door de EFG-label woningen te isoleren, door schone warmtebronnen te organiseren en samen met de stad aan de uitvoering te werken. Ook de uitstoot van stikstof en van luchtverontreinigde stoffen moet omlaag, zodat we de klimaatverandering tegengaan, de natuur beschermen en de luchtkwaliteit verbeteren. We stimuleren de circulaire economie, zodat onze vraag naar producten en primaire grondstoffen naar beneden gaat. We maken aanpassingen zodat de stad tegen een stootje kan én om de natuur in en om de stad beschermen.
Duurzaam verbonden De vier werkagenda’s bevatten eigenstandige acties, maar de thema's kunnen niet los van elkaar gezien worden en zijn portefeuille-overstijgend. De opgaven zijn integraal en de samenhang tussen de vier werkagenda's versterkt onze inzet. Zo is het vaker laten staan van de auto een belangrijk doel voor duurzame mobiliteit, maar kan het ook een positief effect hebben op de leefomgeving. Een circulaire economie gaat niet alleen over grondstoffen, maar ook over banen, ondernemerschap, energiereductie en vermindering van de CO2-uitstoot. Een duurzame leefomgeving gaat over buitenruimte, mobilieit, afval, wonen en nog veel meer.
Sturen op meetbare effecten Met de werkagenda’s willen we meer grip op de uitvoering en kunnen we waar nodig bijsturen. Zo versnellen we de uitvoering van onze plannen en kunnen we daadwerkelijk en meetbaar vooruitgang boeken. Om inzichtelijk te maken hoe de plannen bijdragen aan de doelstellingen bevat elke werkagenda uitleg over indicatoren en monitoring. Hier wordt beschreven welke factoren van belang zijn om de doelstelling te halen en op welke manier deze gemeten worden. We werken bovendien aan
WER KAG EN DA EN ERG I E T RA N S I T I E 20 2 3 -2 0 2 6
een klimaatdashboard, waarmee we meer inzicht krijgen in de voortgang. Jaarlijks wordt aan de hand van de werkagenda's gerapporteerd over de voortgang en volgen we het effect op de totale CO2-uitstoot.
Samen met de stad: naar een Haags Klimaatakkoord Samen kunnen we onze ambitie waarmaken. In onze stad geloven we in de kracht van collectieve actie. Duurzaamheid is een thema dat veel bewoners en ondernemers in Den Haag nauw aan het hart ligt. Van de horecaondernemer die het menu verduurzaamt, tot de woningcorporatie die gebouwen isoleert en van de inwoner die zonnepanelen wil tot de werkgevers die werknemers stimuleert om met de fiets of te voet naar werk te gaan. We staan voor een grote opgave en dat lukt sneller en beter als we het samen doen. Dat doen we op verschillende manieren. Allereerst stellen we samen met partijen in de stad een Haags Klimaatakkoord op waarin we gezamenlijk afspraken maken voor de lange termijn. In het akkoord zullen we de plannen uit de werkagenda’s aanvullen met de plannen van partijen in de stad. Zo laten we ook aan Europa zien hoe wij de Europese missie van Climate-Neutral and Smart Cities samen met de stad aanpakken. Door deelname aan dit Europese programma en door onze samenwerking met andere steden dragen we bij aan ons lokale doel: versneld verduurzamen. Daarnaast slaan we de handen ineen met de kennisinstellingen in de regio, om verdiepend onderzoek te doen naar de meest effectieve oplossingen. Zo maken we gebruik van elkaars kennis en kunde en kunnen we de voortgang op onze klimaatambities versnellen.
We organiseren per thema mogelijkheden om deel te nemen aan de acties waarbij inzet en ideeën vanuit de stad nodig zijn. Dit doen we bijvoorbeeld via duurzaamheidskringen voor ondernemers en ondersteuning van buurt- en bewonersinitiatieven. We stellen tevens een Klimaatberaad in om de stad mee te laten denken over ons klimaatbeleid. We willen dat iedereen die wil meedoen, ook daadwerkelijk kan meedoen. En iedereen die kan meedoen, ook wil meedoen.
hergebruiken. Onze vastgoedportefeuille moet steeds minder energie verbruiken en we streven er naar steeds meer schone energie op te wekken en in te kopen. Een voorbeeldfunctie vraagt ook van ons dat we werken en reizen op een manier die zo min mogelijk beslag legt op de planeet. Met een emissievrij wagenpark, schone dienstreizen en duurzaam woon-werkverkeer.
Maar ook gericht op de eigen organisatie
Nu is het aan de stad, aan de gemeente, bewoners, bedrijven en organisaties om samen aan de slag te blijven en samen te versnellen. Om zichtbare successen te boeken die anderen inspireren om ook in actie te komen. Samen bouwen we aan een groen, leefbaar en schoon Den Haag voor deze én toekomstige generaties.
De verduurzaming van de eigen organisatie is een belangrijk speerpunt. Laten we zelf de verandering zijn die we willen zien in onze stad. Dat betekent dat we onze inkoop verder verduurzamen en met groene opdrachtgevers in zee gaan. Dat we alles wat we gebruiken aan materialen zoveel mogelijk
Vanzelfsprekend is ook participatie een belangrijke pijler in de werkagenda’s, en de uitvoering hiervan.
3
Nu is het aan ons
< I N HOU D
WERKAGENDA 2023 - 2026
Energietransitie
Energietransitie
INHOUD
Het tegengaan van klimaatverandering is een van de meest urgente opgaven van deze tijd
WERKAGENDA ENERGIETRANSITIE
1
1 TOELICHTING WERKAGENDA ENERGIETRANSITIE
6
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Maatschappelijke opgave Mijlpalen, indicatoren en monitoring Participatie Leeswijzer
2 ICOONPROJECTEN ENERGIETRANSITIE 2.1 2.2 2.3
Isolatie woningen en gebouwen: EFG-labelaanpak Duurzame warmtebronnen: versnellen van het aantal warmtenetaansluitingen Samen met de stad: uitvoering per wijk, buurt of gebied
3 STADSBREDE PROJECTEN EN INSTRUMENTEN 3.1 3.2 3.3
Stadsbrede dienstverlening Financiële instrumenten Overkoepelende activiteiten
6 6 6 6 6 7 7 8 9 10 10 11 11
4 GEBIEDSGERICHTE AANPAK, PROJECTEN EN INSTRUMENTEN 13 4.1 4.2 4.3
A C
B
4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
Binckhorst 13 Mariahoeve 14 Den Haag Zuidwest - Volloop HAL (Bouwlust, Vrederust en Morgenstond-West) 15 Den Haag Zuidwest - Morgenstond en Moerwijk 15 Schilderswijk 15 Central Innovation District (CID) 16 Ypenburg 16 Vruchtenbuurt Warm in de Wijk 16
5 DOELGROEPGERICHTE PROJECTEN EN INSTRUMENTEN 5.1 5.2
WER KAG EN DA EN ERG I E T RA N S I T I E 20 2 3 -2 0 2 6
5
Doelgroepgerichte dienstverlening en projecten Doelgroepgerichte financiële regelingen en kortingen
17 17 18
6 GEMEENTELIJK VASTGOED
19
BIJLAGE 1: DATA EN MONITORING
20
Energietransitie 1 TOELICHTING WERKAGENDA ENERGIETRANSITIE 1.1 Inleiding Het tegengaan van klimaatverandering is een van de meest urgente opgaven van deze tijd. Hiervoor is het noodzakelijk dat we overgaan van fossiele op schone energie. Dit is niet alleen van belang om de uitstoot van CO2 terug te brengen, maar ook vanwege de afbouw van aardgaswinning in Groningen en de wens om minder afhankelijk te zijn van aardgas uit het buitenland. Begin 2023 heeft de Haagse gemeenteraad daarom de transitievisie warmte (RIS313867) vastgesteld. De transitievisie warmte, een uitwerking van het Stedelijk Energieplan Den Haag (RIS306869), is een visie die beschrijft hoe Den Haag in de komende periode de overstap van fossiele energie naar schone energie maakt. In de toekomst gebruiken we allemaal enkel schone energie om gebouwen te verwarmen, voor warm water en om te koken. In deze werkagenda beschrijft het college met welke concrete projecten, instrumenten en andere acties we samen met de stad werken aan de energietransitie. Per activiteit gaan we in op een aantal vaste onderwerpen, zoals participatie van inwoners en bedrijven, de planning, belangrijke mijlpalen en de indicatoren aan de hand waarvan we de voortgang zullen monitoren.
1.2 Maatschappelijke opgave Op dit moment is aardgas nog in negen van de tien woningen en gebouwen de bron voor verwarming, warm water en koken. Ook voor stadswarmte gebruiken we nu aardgas en is de overstap naar schone bronnen nodig. Met de ambitie om energie te besparen en volledig over te gaan op schone energie staat de gemeente voor de opgave om ruim 260.000 woningen en 27.000 andere gebouwen
WER KAG EN DA EN ERG I E T RA N S I T I E 20 2 3 -2 0 2 6
hiervoor gereed te maken en aan te sluiten op schone warmtebronnen. De strategie is om altijd de energievraag zo ver mogelijk naar beneden te brengen en fossiele bronnen steeds meer te vervangen door hernieuwbare. Het terugdringen van de energievraag in Den Haag doen we door zoveel mogelijk woningen en gebouwen te isoleren en verduurzamen, door energie efficiënter in te zetten en bewoners en gebruikers te stimuleren om minder energie te gebruiken. Daarnaast zoeken en ontwikkelen we duurzame warmtebronnen om woningen en gebouwen in de stad op aan te sluiten.
6
overkoepelende projecten
1.3 Mijlpalen, indicatoren en monitoring
8
Als we onze ambities willen waarmaken is het belangrijk om te monitoren welke stappen we maken. Het college rapporteerde hierover in de jaarlijkse voortgangsbrief die gebaseerd was op de Programmabrief 2022 en de Kadernota Duurzaamheid (RIS301829). We monitoren de voortgang onder meer door de Haagse CO2-uitstoot te meten, het aandeel hernieuwbare energie van het totale energieverbruik te meten, door de energielabels bij te houden, net als het aantal en de hoogte van de verstrekte subsidies en het aantal aansluitingen op een warmtenet. In deze collegeperiode zullen we de werkagenda gebruiken als basis voor een jaarlijkse klimaatrapportage waarbij we dezelfde indicatoren gebruiken. In bijlage 1 staan we stil bij de belangrijkste databronnen die we nu gebruiken bij het monitoren van het CO2-reductie doel. Om op een overzichtelijke en toegankelijke manier de voortgang te laten zien op alle vier de thema’s uit de werkagenda’s werken we aan een openbaar toegankelijk klimaatdashboard.
financiële instrumenten
13
3
gebiedsgerichte aanpak, projecten en instrumenten
12
stadsbrede dienstverlening
icoonprojecten
17
doelgroepgerichte projecten en instrumenten
Figuur 1 Samenstelling van de acties in de werkagenda Energietransitie
voortgang van het project te meten. We werken toe naar een interne monitoring door middel van een stoplichtmethode. Dit helpt ons bij te sturen op de voortgang van grote projecten.
1.4 Participatie De energietransitie is niet alleen een opgave van de gemeente. We zijn samen verantwoordelijk voor een duurzaam, groen en schoon Den Haag. De energietransitie slaagt niet zonder bewoners, buurt- en bewonersinitiatieven en ondernemers. De gemeente is bovendien niet de eigenaar van de meeste gebouwen in Den Haag. We pakken deze opgave daarom gezamenlijk met alle partners en inwoners op. Van individuele woningeigenaren en huurders tot bewonersverenigingen en -initiatieven, en van woningcorporaties en andere verhuurders tot marktpartijen, organisaties en bedrijven. Voor het
In deze werkagenda beschrijven we per project wat de belangrijkste mijlpalen of indicatoren zijn om de
6
slagen van de energietransitie is deelname van alle betrokkenen onmisbaar. Participatie is daarom een belangrijk onderdeel van vrijwel alle projecten.
1.5 Leeswijzer De werkagenda Energietransitie is opgebouwd uit zes hoofdstukken met de belangrijkste acties. Hoofdstuk 2 is een beschrijving van drie projecten met grote impact op de Haagse energietransitie, de icoonprojecten. Hoofdstuk 3 richt zich op de stadsbrede projecten en instrumenten. Hoofdstuk 4 richt zich op de gebiedsgerichte aanpak, projecten en instrumenten en hoofdstuk 5 beschrijft de doelgroepgerichte projecten en instrumenten. Hoofdstuk 6 beschrijft hoe de gemeente het gemeentelijke vastgoed verduurzaamt.
< I N HOU D
Energietransitie 2 ICOONPROJECTEN ENERGIETRANSITIE Het college versnelt haar aanpak en zet grote stappen om de ambitie van klimaatneutraliteit in 2030 waar te maken. Hieronder beschrijven we drie projecten die hier een belangrijke rol in vervullen: de zogenaamde icoonprojecten. 2.1 Isolatie woningen en gebouwen: EFG-labelaanpak Alle eigenaren van woningen, kantoren en andere gebouwen moeten de overstap naar energiebesparing en schone energie kunnen zetten. Bijvoorbeeld door verder te isoleren, de overstap naar inductie koken te maken, zonnepanelen of (hybride) warmtepompen te installeren. Ruim 100.000 van de 260.000 woningen hebben op dit moment nog energielabel E, F of G. Gebouweigenaren zijn verantwoordelijk voor het verbeteren van deze energielabels. Het college ondersteunt gebouweigenaren én bewoners hierbij met dienstverlening, subsidies en gerichte aanpakken. Ook wanneer bewoners gezamenlijk
initiatief nemen voor duurzaamheidsmaatregelen of duurzame warmteoplossingen, biedt de gemeente ondersteuning. Bijvoorbeeld door aanvullende informatie te geven of onderzoek te (laten) doen. Het college wil de isolatie van EFG-woningen versnellen naar 10.000 woningen per jaar waarvan 3.000 corporatiewoningen (vastgelegd in de prestatieafspraken met woningcorporaties) en 7.000 woningen van particuliere verhuurders en eigenaar-bewoners (zie RIS316094). Het college heeft een stadsbreed aanbod waar iedereen gebruik van kan maken (zie gele cirkel van figuur 2 en hoofdstuk 3.1) en richt zich met gerichte aanpakken (groene cirkel van figuur 2) op de woningen en de plekken
Figuur 2 Schema EFG-aanpak en stadsrenovatie: 10.000 woningen opknappen en isoleren
waar dat het hardst nodig is. Dit zijn wijken met vooral woningen voor midden- en lage inkomens in particulier bezit en wijken die in de transitievisie warmte (RIS313867) benoemd zijn als warmtenetwijk voor 2030. In wijken met energiearmoede, onderhoudsachterstanden en slecht geïsoleerde woningen (zie paarse cirkel van figuur 2) start het college met forsere ingrepen rondom opknappen en isoleren onder de noemer stadsrenovatie. De Wet Goed Verhuurderschap draagt hier tevens aan bij, in relatie tot particuliere verhuurders. Bovenstaand schema geeft een overzicht van deze aanpakken. Een deel van de aanpak is in ontwikkeling. We denken bijvoorbeeld aan extra gerichte subsidies, wijkteams, vergaande begeleiding en ontzorging. We werken samen met welzijns- en andere organisaties om mensen te bereiken. Zie voor meer informatie de commissiebrieven hierover. Het college sluit met de EFG-aanpak en
WER KAG EN DA EN ERG I E T RA N S I T I E 20 2 3 -2 0 2 6
7
stadsrenovatie zoveel mogelijk aan bij al lopende overleggen en gesprekken in de wijken. Gesprekken en overleggen waar welzijnspartijen, wijkorganisaties, bewonersorganisaties en bijvoorbeeld ook de energiecoaches en Helpdesk Geldzaken in de wijk aan deelnemen. In veel wijken bieden lopende programma’s hiervoor goede ingangen, denk aan het Actieplan Laak, de wijkagenda Schilderswijk en de wijkagenda Rustenburg-Oostbroek. De beste manier om de CO2-reductie als gevolg van de verduurzaming van 10.000 woningen per jaar te meten, is door te kijken naar de energiebesparing. De besparing is sterk afhankelijk van de grootte van de verbetering die wordt gemaakt: wat is het huidige energielabel van de woning die wordt verduurzaamd en naar welk energielabel wordt de woning gebracht? Daarnaast zijn het energieverbruik en de CO2-uitstoot in woningen ook sterk ook afhankelijk van het gedrag en gebruik van de
< I N HOU D
Energietransitie
inwoners. Door het tekort aan woningen stijgt het aantal inwoners per woning en daarmee ook het energieverbruik. Tot slot zijn de energieprijzen en de landelijke energiemix van invloed op de CO2-uitstoot van het energiegebruik. Afhankelijk van welke stappen worden gemaakt zal de gemiddelde energiebesparing per verduurzaamde woning tussen de 10% - 30% liggen1. Rekening houdend met de onzekerheid van bovengenoemde factoren verwachten we een jaarlijks stijgende reductie2 binnen een bandbreedte van 1.750 tot 7.500 ton CO2. In de EFG-labelaanpak zien de participatieaanpak, planning en monitoring er als volgt uit: ► Participatie: aanpak in samenwerking met bewoners, wijkinitiatieven, stadsdelen en andere betrokkenen in de wijken. Veel participatie en samenwerking in de wijk bouwt voort op de Wijkagenda’s. ► Planning: - Q4 2023: via de lokale aanpak Nationaal Isolatie Programma (NIP) is geld aangetrokken en het college heeft projectleiders voor de wijkteams aangesteld. Het Rijk is akkoord gegaan met het Haagse voorstel en biedt de mogelijkheid de aangevraagde €3,6 mln (waar het Rijk al mee akkoord is) te verruimen naar €5,4 mln. Voor die verruiming is in oktober een plan ingediend. Daarmee is voor gemeente Den Haag in de periode 2023-2026 gemiddeld €1.460 per woning beschikbaar voor extra isolatiemaatregelen bij circa 3.800 eigenaarbewoners en VvE's.
Hiermee is bovenop bestaande regelingen en financiering een gericht isolatie-aanbod aan woningeigenaren mogelijk. Dit zal landen in wijken met veel
EFG-labelwoningen en met een WOZ-waarde onder het stedelijk gemiddelde, wat een eis is van het Rijk bij besteding van deze NIP-middelen. - Q4 2023: aanvraag Volkshuisvestingsfonds indienen. Indien het Rijk akkoord gaat met het Haagse voorstel dat in oktober is ingediend voor dit fonds komen circa 2.500 woningen in vooral particulier bezit in aanmerking in voor een forse investering in isolatie en verbetering. Dit is gericht op de wijken en buurten waar dat vanuit leefbaarheid, veiligheid, woningkwaliteit, energiearmoede en isolatiegraad het hardst nodig is. - Vanaf Q3 2023: wijkteams opzetten, marktpartijen via aanbestedingen aantrekken (in november 2023 is de marktconsultatie gepubliceerd), isolatie-aanbod ontwikkelen en de eerste woonblokken en VvE’s benaderen die in de oude particuliere stadswijken zitten waar de stadsrenovatie vooral gaat landen: Laak, Rustenburg- Oostbroek, Moerwijk-Noord en (delen van) Schilderswijk en Transvaal. - Eind 2023 neemt het Rijk een beslissing over het Volkshuisvestingsfonds. Als de Haagse aanvraag wordt gehonoreerd kan de gemeente daar begin 2024 mee aan de slag. ► Indicatoren: aantal woningen met maatregelen, de energielabels, isolatiegraad en de WOZ-waarde. Dit monitoren we via ons eigen klantvolgsysteem waarbij per adres de startsituatie (energielabel, isolatiegraad, WOZ-waarde) en de uitgevoerde maatregel bij wordt gehouden.
Daarnaast monitoren we de prestatieafspraken met woningcorporaties , waarbij de corporaties ook ieder jaar aangeven hoeveel woningen zij hebben gerenoveerd en geïsoleerd en hoeveel
EFG-labelwoningen zij nog in het bezit hebben. Afgesproken is dat zij uiterlijk 2028 alle corporatiewoningen met energielabel EFG hebben aangepakt.
2.2 Duurzame warmtebronnen: versnellen van het aantal warmtenetaansluitingen Het is belangrijk om woningen en gebouwen te isoleren en klaar te maken voor de overstap naar schone energie. Vervolgens is ook de daadwerkelijke overstap cruciaal. Ook hierbij is een versnelling nodig. Met de gemeentelijke regiefunctie zet het college de komende periode vol in op de ontwikkeling van nieuwe duurzame warmtebronnen en op het versnellen van de toename in het aantal warmtenetaansluitingen in de 'groene wijken’ uit de transitievisie warmte. De belangrijkste ontwikkeling zijn de duurzame warmtebronnen op het De Constant Rebecqueplein. Deze plek, waar nu al de huidige energiecentrale staat, heeft de potentie om dé duurzame energie-hub van Den Haag te worden en daarmee de startmotor om woningen in de stad versneld te voorzien van schone energie. Warmtenetten kunnen worden aangelegd als voldoende woningen kunnen worden aangesloten. Duurzame bronnen worden gerealiseerd als er voldoende zekerheid is over de mogelijkheden om warmte te leveren. Onze aanpak is om met deze onderdelen niet op elkaar te wachten, maar deze juist gelijktijdig en in samenhang op te pakken. Op het terrein kunnen we aardwarmte, ofwel geothermie, en grootschalige hoge temperatuur aquathermie ontwikkelen. Ook komt op het De Constant Rebecqueplein de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen - Den Haag aan. Gasunie
voert de aanleg uit van de warmtetransportleiding WarmtelinQ met restwarmte uit de Rotterdamse haven. WarmtelinQ, geothermie en aquathermie op het De Constant Rebecqueplein hebben de potentie om het bestaande stadsverwarmingsnet te verduurzamen en kunnen 40.000 tot 55.000 extra woningen overgaan op schone energie. De inzet is om met aanbestedingen van meerdere concessies marktpartijen uit te dagen om tegen maatschappelijk aantrekkelijke voorwaarden warmtenetten aan te leggen en te exploiteren. We hebben de haalbaarheid onderzocht op juridisch-, technisch- en financieel vlak. De uitkomsten zijn aanleiding om een verdiepende studie uit te voeren naar de technische en financiële haalbaarheid. Als blijkt dat een goede aanbesteding mogelijk is, rekening houdend met de wensen en bedenkingen van de gemeenteraad, zal bij de uitvoering rekening gehouden worden met de planningen van woningcorporaties op het gebied van beheer, onderhoud en isolatie. Zie ook de Commissiebrief ‘Versnellen realisatie warmtenetten’ (RIS314509). De belangrijkste parameters om de CO2-reductie te bepalen dankzij WarmtelinQ, geothermie en aquathermie op het De Constant Rebecqueplein zijn: het aantal woningen dat kan worden aangesloten op de schone bronnen en de CO2-winst van de schone warmtebronnen ten opzichte van de huidige energiebron.
Ook de uiteindelijke bronnenmix, de vergroening van de landelijke elektriciteitsmix en de ontwikkeling van woningen zijn van invloed op de CO2-reductie3. Rekening houdend met de onzekerheid van deze factoren verwachten we een geleidelijke stijging van de reductie4 tot een bandbreedte van 40.000 tot 75.000 ton CO2 ten opzichte van de huidige jaarlijkse CO2-uitstoot.
1 Deze besparing is gebaseerd op gegevens van Milieu Centraal. De EFG-labelaanpak heeft betrekking op de woningen met de slechtste energielabels, daarom verwachten we per verduurzaamde woning meer te besparen dan de gemiddelde besparing waarmee Milieu Centraal rekent.
3 Gebaseerd op data uit de openbare (CBS) Klimaatmonitor over het energieverbruik in Den Haag tot en met 2021 en uitgaande van ontwikkeling van 4.000 nieuwe woningen per jaar, conform het coalitieakkoord.
2 Bij het berekenen van de jaarlijkse CO2-reductie als gevolg van de verduurzaming van de minst duurzame woningen in Den Haag is gebruik gemaakt van de data uit de openbare (CBS) Klimaatmonitor. De meest recente cijfers gaan over 2021, omdat er een vertraging zit in het actualiseren van de data. Het aantal woningen dat jaarlijks
4 Bij het berekenen van de CO2-reductie als gevolg van het aansluiten van 40.000 - 55.000 woningen op duurzame warmtebronnen is gebruik gemaakt van de data uit de
wordt verduurzaamd middels de EFG-labelaanpak groeit in naar 10.000 woningen per jaar. Dit leidt, in combinatie met een CO2-reductie per aangepakte woning van
openbare (CBS) Klimaatmonitor. De meest recente cijfers hebben betrekking op 2021, omdat er een vertraging zit in het actualiseren van de data.
10-30% CO2-reductie, tot een bandbreedte van de jaarlijks terugkerende CO2-besparing.
WER KAG EN DA EN ERG I E T RA N S I T I E 20 2 3 -2 0 2 6
8
< I N HOU D
Energietransitie
Bij het versnellen van de uitrol van warmtenetaansluitingen bij het De Constant Rebecqueplein en de aanleg van de bronnen aldaar zijn de participatie aanpak, planning en monitoring als volgt: ► Participatie: is onderdeel van de criteria die een belangrijke rol spelen in de aanbesteding. ► Planning en mijlpalen: - December 2023: wensen en bedenkingen van de gemeenteraad bespreken en vastleggen - Q1 2024: Raadsbesluit benodigde middelen - Eind 2024 gunning: concessieovereenkomst Figuur 3 geeft een eerste indicatie van de reductie van de CO2-uitstoot van de sector wonen in 2030 als gevolg van twee van de icoonprojecten: 100
Kiloton CO2
-50
De energietransitie is niet mogelijk zonder bewoners, ondernemers en andere stakeholders in de stad. We hebben de talrijke initiatieven, goede voorbeelden en betrokkenheid van koplopers in de stad nodig om iedereen mee te krijgen in het verminderen van energieverbruik en de overstap naar schone energie. We ondersteunen daarom bewonersinitiatieven en coöperaties en willen handelingsperspectief en duidelijk geven aan de stad (zie ook hoofdstuk 3.3). De transitievisie warmte beschrijft de bronnen voor duurzame warmte voor de stad. Voor veel wijken is een collectief warmtenet met een duurzame bron een goede toekomstbestendige oplossing. Deze wijken zijn in de transitievisie warmte veelal aangegeven als de 'groene wijken'. In delen van Den Haag Zuidwest, Mariahoeve, CID, Binckhorst en de Schilderswijk zijn hiernaar onderzoeken gedaan of nog gaande. We werken nu aan een specifieke aanpak per wijk. Vervolgens zullen we de transitievisie warmte uitwerken in uitvoeringsplannen per buurt, wijk of gebied. Daarover meer in hoofdstuk 4. De uitvoeringsplannen maken duidelijk welke bronnen de warmte zullen leveren in het gebied en wat het benodigde isolatieniveau is voor woningen en andere gebouwen. Daarnaast gaan de uitvoeringsplannen in op de planning, de financiering en de wijze waarop belanghebbenden betrokken worden: bewoners, ondernemers en buurt- en bewonersinitiatieven.
CO2-reductie wonen tot 2030 +32,5
50 0
2.3 Samen met de stad: uitvoering per wijk, buurt of gebied
de EFG-labelaanpak en de ingroei van warmtenet aansluitingen en van schone warmtebronnen aan het De Constant Rebecqueplein. Naast de impact van deze twee icoonprojecten zijn de verwachte effecten op de CO2-uitstoot opgenomen van de woninggroei, van de vergroening van de landelijke elektriciteitsmix en van de autonome reductie van de warmtevraag op basis van het Stedelijk Energieplan Den Haag (RIS306869). Alle andere acties uit deze werkagenda dragen verder bij aan het terugdringen en het verduurzamen van het energieverbruik. De CO2-reductie als gevolg van die andere acties uit deze werkagenda, of uit één van de drie andere werkagenda's, is niet verwerkt in deze indicatie.
-20 -40 -75
-60
-100
-174
-150
-161 -201
-200 -250 -300
-362,5
-350
-397,5
-400 -450 Woninggroei
Reductie CO2 wonen tot 2030
Autonome reductie van de warmtevraag
Verduurzaming elektriciteitsmix
Project EFG-labelaanpak
Project aanleg warmtenetten en duurzame bronnen CR-plein
Minimale reductie
Maximale reductie
De grootste CO2-impact bij het uitvoeren van de plannen bereiken we door de woningen in de desbetreffende wijken te verduurzamen en de woningen en gebouwen op schone warmtebronnen aan te sluiten. ► Participatie: het betrekken van bewoners, ondernemers en buurt- en bewonersinitiatieven is essentieel bij het opstellen van alle uitvoeringsplannen. In hoofdstuk 4 beschrijven we voor ieder uitvoeringsplan hoe bewoners en gebruikers een rol hebben bij het opstellen van de plannen. ► Planning: de eerste drie uitvoeringsplannen voor delen van Zuidwest, Mariahoeve en Binckhorst, zijn gereed in Q4 2023. Een planning voor 2024, mede op basis van initiatieven die in de stad in ontwikkeling zijn, volgt.
We hanteren als uitgangspunt dat toekomstige warmteoplossingen duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar moeten zijn. In de ‘gele’ wijken uit de transitievisie warmte voldoen individuele maatregelen en oplossingen op dit moment veelal beter aan deze voorwaarden dan collectieve oplossingen. We ondersteunen bewonersinitiatieven en coöperaties die zelf met warmteoplossingen aan de slag
Toename
Figuur 3 Indicatie van de jaarlijkse reductie van directe CO2-uitstoot door twee van de icoonprojecten ten opzichte van de totale CO2-uitstoot woningen: de EFG-labelaanpak en de ingroei van warmtenetaansluitingen en van schone warmtebronnen aan het De Constant Rebecqueplein. De verwachte CO2-reductie door alle andere projecten uit de werkagenda's zijn hierin niet verwerkt.
WER KAG EN DA EN ERG I E T RA N S I T I E 20 2 3 -2 0 2 6
zijn. Collectieve oplossingen zijn in deze wijken vaak nu nog te duur en te ingewikkeld om uit te voeren omdat er veelal verschillende typen oude en slecht geïsoleerde woningen staan die verschillende eigenaren hebben. Kleinschalige duurzame oplossingen passen hier om deze redenen nu beter. In deze 'gele wijken’ zijn isolatiemaatregelen (dak-, muur-, glas- en vloerisolatie) altijd zinvol. Dit geldt ook voor de overstap op inductie koken en de aanschaf van zonnepanelen. Ook zijn (voornamelijk hybride) warmtepompen in deze wijken een goede oplossing voor de komende tien-vijftien jaar om zowel de energiekosten als de CO2 uitstoot aanzienlijk te verlagen. De gemeente ondersteunt woning- en gebouweigenaren bij het nemen van deze maatregelen.
9
< I N HOU D
Energietransitie 3 STADSBREDE PROJECTEN EN INSTRUMENTEN We helpen huis- en gebouweigenaren en VvE's op om energie te besparen. Naast de reductie van CO2 voorkomen we daarmee dat inwoners de energierekening niet meer kunnen betalen. We onderscheiden stadsbrede dienstverlening (3.1), financiële instrumenten (3.2) en overkoepelende projecten (3.3) om de energietransitie te versnellen. 3.1 Stadsbrede dienstverlening Eén van de drie componenten uit de EFG-labelaanpak is een stadsbrede dienstverlening die voor iedereen beschikbaar is. Het doel van deze dienstverlening is dat er per jaar bij 3.500 woningen isolatiemaatregelen worden uitgevoerd. Bovendien is er een aanbod om bewoners te helpen bij het verminderen van hun energieverbruik en over te stappen naar schone energie. Bij verschillende informatiepunten kunnen bewoners advies krijgen over de verduurzaming van woningen of over de stand van zaken van de energietransitie in de verschillende wijken van Den Haag. Ook kunnen individuele bewoners, bewonersorganisaties en bewonersgroepen er terecht met hun vragen en ideeën over verduurzaming. Ze worden daarbij verder geholpen door de gemeente en energiecoaches. Hier vallen de volgende informatiepunten onder:
Adviseurs ondersteunen het VvE- bestuur of leden die een initiatief willen nemen door begeleiding te bieden en door inzicht en informatie te verschaffen. Zij helpen bijvoorbeeld om de overige leden te bereiken en inzichtelijk te krijgen welke stappen er genomen moeten worden. Naast het faciliteren helpt het college om actiever in te zetten op het stimuleren van collectieve initiatieven met woningeigenaren om hun woningen te verduurzamen. In de verschillende projecten wordt gewerkt met partijen zoals Helpdesk Geldzaken om integrale ondersteuning te bieden aan inwoners.
• Hou van je Huis • VvE-balie • Huurbalie
De huurbalie is opgericht om zowel huurders als verhuurders te informeren over hun rechten en plichten. Medewerkers van de huurbalie helpen huurders en verhuurders op weg naar de juiste instanties en bemiddelen. Medewerkers wijzen huurders die aankloppen voor verduurzaming op hun mogelijkheden. Daarnaast worden huurders ondersteund bij het uitoefenen van hun initiatiefrecht wanneer zij aan de slag willen met de verduurzaming van hun woning.
Bij de verschillende Hou van je Huis-informatie punten kan iedereen terecht voor informatie en advies. Er zijn vier Hou van je Huis vestigingen verspreid over de stad (Mariahoeve, Goudsbloemlaan, Leyweg en aan de Denneweg). De VvE-balie richt zich op het op orde krijgen van de organisatorische- en financiële basis van alle VvE’s én op het verduurzamen van woningen binnen VvE’s.
Via de Hou van je Huis-informatiepunten en via de gemeentelijke websites duurzamestad.denhaag.nl en de Zonnewijzer voor Den Haag kunnen inwoners en VvE's van de verschillende diensten gebruik maken. De volgende diensten hebben als doel om ten minste 3.500 woningeigenaren per jaar te ondersteunen en te stimuleren om hun woning te isoleren:
WER KAG EN DA EN ERG I E T RA N S I T I E 20 2 3 -2 0 2 6
• Energiescans. Het is belangrijk dat eigenaren van huizen en appartementen onafhankelijk advies krijgen. Een belangrijk onderdeel van dit advies is een schouw van de woning en een gesprek over eventuele wensen. Op basis hiervan volgt een advies over maatregelen aan de woning om energie te besparen. De maatregelen zijn vooral gericht op isolatie. We moedigen bewoners aan om een eerste maatregel te nemen die de bewoner zelf het meest motiveert. • Technische afspraak. Als inwoner kun je een afspraak inplannen met een technisch adviseur bij vragen over duurzame maatregelen en installaties. Het verstrekken van technisch advies is geen op zichzelf staand doel, maar een middel om bewoners te ondersteunen bij verduurzaming. Daarom streeft het college ernaar dat minstens de helft van degenen die advies aanvragen, daadwerkelijk vervolgstappen zet.
10
• Trainingen VvE-bestuurders en beheerders. Door trainingen op te zetten kunnen we bestuurders en beheerders inzicht geven in de te nemen stappen binnen een VvE en hoe ze leden daarin kunnen meenemen. Ten minste één keer per jaar worden deze trainingen aangeboden. • Webinars, informatieavonden, websites. Inzichtelijk maken van mogelijkheden en het aanbieden van informatie via verschillende kanalen. • Direct bespaaractie. Sociale ondernemers installeren kleine energiebesparende maatregelen zoals radiatorfolie, tochtstrips, brievenbusborstels en LED-lampen. • Goedkoper je huis verwarmen. Gratis advies en ondersteuning van een onafhankelijke adviseur over de cv-installatie. In de adviesgesprekken bleek dat een deel van de bewoners veel baat heeft bij artikelen als een deurdranger en een radiatorventilator, maar dat niet kan betalen. Voor deze inwoners zal de gemeente deze producten betalen en installeren.
< I N HOU D
Energietransitie
• Energiecoaches. Stadsbreed zijn er energiecoaches beschikbaar. Dit zijn veelal vrijwillige energiecoaches die worden opgeleid om wijkgenoten te stimuleren duurzame maatregelen te nemen. Er is een apart opleidingstraject voor huurwoningen. Een gedeelte van de energiecoaches krijgt een speciale opleiding tot dakcoach. De speciale dakcoaches beantwoorden vragen over onder andere groene daken, zonnepanelen en isolatie. • Gluren bij Groene Buren. We organiseren samen met actieve bewonersgroepen een inspiratiedag bij bewoners die vooroplopen in de verduurzaming van hun woning. Zo hopen we meer woningeigenaren en huurders te enthousiasmeren. • Duurzame Cadeaukaart. Minima in Den Haag kunnen met de duurzame cadeaukaart makkelijker een energiezuinige koelkast, stofzuiger en wasmachine kopen. • Duurzamestad.denhaag.nl. De website duurzamestad.denhaag.nl ontwikkelen we door tot een digitaal loket voor alle onderdelen van Duurzaamheid. Het doel hierbij is dat steeds meer inwoners dit digitale loket weten te vinden. • Versnellen vergunningverlening voor zonnepanelen. De afdeling Vergunningen & Toezicht versnelt samen met Monumentenzorg & Welstand de beoordeling van vergunningaanvragen. De resultaten gebruiken we om te onderzoeken of deze versnelling ook toegepast kan worden bij andere duurzaamheidsmaatregelen zoals de installatie van warmtepompen en kozijnvervanging.
• Zonnewijzer Den Haag. Deze online tool helpt bewoners en gebruikers van gebouwen met tips en advies bij een vergunningaanvraag voor zonnepanelen.
3.2 Financiële instrumenten We zetten stadsbrede financiële instrumenten zoals gemeentelijke subsidies en kortingen in om inwoners of VvE's te stimuleren om hun woning te verduurzamen. Daarnaast helpen we onze inwoners gebruik te maken van subsidies en regelingen op lokaal en nationaal niveau door waar dat nodig is ondersteuning te bieden bij de subsidieaanvraag. Financiële instrumenten die specifiek op een gebied of doelgroep gericht zijn, beschrijven we in hoofdstuk 3 en 4. Subsidies. Deze regelingen zijn voor de hele stad beschikbaar en vormen een aanvulling op landelijke subsidies, zoals de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing, ofwel ISDE. Het gaat om de volgende subsidies:
Subsidie duurzame wijkactie 2023/2024/2025. Dit is een subsidieregeling waarmee we bewoners stimuleren om duurzaamheidsinitiatieven in hun wijk te ontplooien. Er is extra aandacht voor de initiatieven vanuit wijken waar relatief veel energiearmoede voorkomt. We bieden de subsidie de komende jaren aan.
Rentekorting. Het Rijk biedt VvE’s die een lening afsluiten bij het Nationaal Warmtefonds 1,5% korting. Daarbovenop biedt de gemeente Den Haag 0,5% rentekorting aan VvE’s. Daarnaast biedt de gemeente 1,5% rentekorting aan particulieren, voor hen is er geen landelijke rentekorting.
► Participatie: bewoners en ondernemers doen zelf de uitvoering. We evalueren de regeling en verwerken het commentaar in de volgende regeling. We organiseren in totaal twee tot vier informatiebijeenkomsten. ► Planning: bewoners kunnen vanaf mei 2023 aanvragen doen totdat de subsidiepot leeg is met een maximum van 20 aanvragen. Als dit snel het geval is, wordt een extra subsidieronde overwogen. ► Indicatoren: het aantal aanvragen, vanuit welke wijk deze aanvragen komen, de georganiseerde activiteiten.
► Participatie: bewoners en eigenaren vragen de subsidies aan en gaan aan de slag met de uitvoering. ► Planning: gehele collegeperiode (tot en met eind 2026) beschikbaar. ► Indicatoren: mate van uitputting van de budgetten en aantal aangevraagde en verstrekte leningen.
• Een subsidie voor koken op schone energie voor woningeigenaren en kleine particuliere verhuurders (er is een hoger subsidiebedrag voor ooievaarspashouders beschikbaar); • Een subsidie voor koken op schone energie voor sociale huurders; • Subsidie vervanging Open Verbrandingstoestellen (OVT) (extra ooievaarspashouders); • Een subsidie voor de verduurzaming van monumenten en • Een coulanceregeling VvE’s.
VvE duurzaamheidsfonds. Dit fonds vult aan als het Nationaal Warmtefonds niet in een lening voorziet bij verduurzaming. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer VvE’s verduurzaming combineren met onderhoud, maar ook bij bedragen die boven het maximum leenbedrag of onder het minimum leenbedrag van het Nationaal Warmtefonds zitten. In de loop van 2023 voeren we de herziene strategie voor het VvE duurzaamheidsfonds door.
De subsidies voor koken op schone energie en de subsidie vervanging Open Verbrandingstoestellen zijn gereed. De overige regelingen worden momenteel ontwikkeld. Zie voor meer informatie de Commissiebrief ‘Nieuwe invulling subsidies verduurzaming woningen’ (RIS314544). Voor alle beschreven subsidies geldt:
► Participatie: we stimuleren VvE’s om een aanvraag te doen en ondersteunen hen in hun financieringsvraag. ► Planning: het VvE duurzaamheidsfonds blijft de komende jaren beschikbaar. ► Indicatoren: het aantal aangevraagde en uitgegeven leningen.
► Participatie: we stimuleren bewoners om subsidies aan te vragen en gaan na de aanvraag aan de slag met de uitvoering.
WER KAG EN DA EN ERG I E T RA N S I T I E 20 2 3 -2 0 2 6
► Planning: de regelingen komen beschikbaar in de tweede helft 2023, daarna werken we toe naar meer permanente subsidieregelingen voor de rest van de collegeperiode. ► Indicatoren: mate van uitputting van de subsidiebudgetten en aantal aangevraagde en verstrekte subsidies.
11
3.3 Overkoepelende activiteiten De overkoepelende activiteiten beslaan nieuwe stadsbrede projecten en initiatieven om de samenwerking met en betrokkenheid van bewoners te verbeteren. Daarnaast werken we aan de energietransitie in strategische samenwerkingen met bijvoorbeeld andere overheden en zorgen we ervoor dat de energietransitie een plek heeft in breder beleid. Voorbeelden van zulke lopende (beleids)trajecten zijn:
< I N HOU D
Energietransitie
• De Regionale Energie Strategie Rotterdam Den Haag (RES). Hiermee geven we invulling aan een afspraak uit het Klimaatakkoord. • We werken aan een nieuwe lobbystrategie op richting de EU met als doel een sterke positie om meer EU- en Rijks-financiering te krijgen voor de energietransitie. • De Omgevingswet gaat gemeenten meer mogelijkheden bieden om invloed uit te oefenen op de energietransitie. Om hier gebruik van te maken gaan we aan de slag om de energietransitie op een goede manier te laten aansluiten op de instrumenten van de Omgevingswet. In 2023 werken we aan de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Samenwerking bewonersinitiatieven. We werken doorlopend aan het intensiveren van de samenwerking met bewonersinitiatieven. De samenwerking is gericht op het vergroten van het handelingsperspectief voor bewoners(initiatieven) en het verbeteren van het producten- en dienstenaanbod voor de stad. Bewonersinitiatieven hebben veel kennis en ervaring over hun wijk en de bewoners. Daarbij is er een hoge mate van betrokkenheid. We kijken samen hoe we deze elementen op een passende manier kunnen inzetten. Ook ondersteunen we initiatieven voor de overgang naar schone energie. We ondersteunen actief energiecoöperaties in hun zoektocht naar geschikte daken en andere plekken voor zonnepanelen. We stellen zelf minimaal 10 daken beschikbaar.
Ook kijken we of ze betrokken kunnen zijn bij de minimaal een solar carport die het college helpt te realiseren in de stad. Aquathermie Houtrust. In lijn met het coalitieakkoord stellen we een projectplan op voor de ontwikkeling van het grote potentieel aquathermie bij de afvalwaterzuiveringsinstallatie Houtrust. In Q4 2023 wordt verkend welke partijen betrokken moeten worden bij het opstellen van het projectplan en wanneer het projectplan zal worden opgeleverd.
WER KAG EN DA EN ERG I E T RA N S I T I E 20 2 3 -2 0 2 6
100CNSC: Haags Klimaatakkoord / City Climate Contract. We stellen een Haags Klimaatakkoord op en dienen dat in bij de Europese Commissie (EC). Dit akkoord sluiten we met de belangrijke partners in de stad en bevat een overzicht van individuele en collectieve plannen met als doelde CO2-uitstoot in Den Haag te reduceren. Een Investeringsplan maakt onderdeel uit van het akkoord. Daarin vermelden we hoe we de plannen financieren en welke partners bijdragen. Onderdeel van het City Climate Contract is een gap analysis. Die analyse toont het verschil tussen de huidige CO2-uitstoot, en de ambitie klimaatneutraal in 2030, aangevuld met de ingeschatte impact van de geplande maatregelen op het verkleinen van dit verschil.
Haagse dakprincipes zoals beschreven in de Haagse Daken Aanpak. In de Haagse Daken Aanpak wordt onder andere beschreven hoe we komen tot nieuw hulpaanbod voor bewoners, ondernemers en andere belangrijke dakdoelgroepen. Ook beschrijft de Aanpak hoe we verder samenwerken met belangrijke dakpartners als energiecoöperaties, corporaties en professionele vastgoedeigenaren. Naast de Haagse daken Aanpak maken we gemeentelijke regels en procedures soepeler waar dit kan om, bijvoorbeeld zonnepanelen, te stimuleren.
► Participatie: de aftrap voor de klimaattafels heeft plaatsgevonden op 21 april 2023 met 275 mensen in de Prael. De eerste ronde van de klimaattafels heeft plaatsgevonden in september. Voor de bijeenkomsten van de klimaattafels zijn lokale maatschappelijke organisaties, bewoners organisaties en ondernemers uitgenodigd die willen bijdragen aan de thema's van de vier werkagenda's. Ook heeft er een klimaattafel voor bewoners plaatsgevonden. ► Planning: de looptijd is van Q2 2023 - Q1 2024. In november vond de tweede ronde klimaattafels plaats en in februari 2024 is de derde ronde. Daarna vindt iedere twee jaar een herijking plaats Haags Klimaatakkoord/ City Climate Contract. ► Indicatoren: behalen deadline van maart 2024 voor indiening bij EC en ontvangen 100CNSC missielabel (mei 2024).
► Participatie: de Haagse Daken Aanpak is over het algemeen positief ontvangen. In oktober 2023 vindt Den Haag – Uit je dak plaats, een publieksen stakeholdersevenement waarbij we de stad uitnodigen om daken in gebruik te nemen. ► Planning: - de Haagse Daken Aanpak is in juli 2023 vastgesteld (RIS316092). Over de doelstelling ‘in 2030 kleurt 50% van de Haagse daken toegankelijker geel (zonnedaken voor iedereen) en dieper groen (bio-diverse, waterbergende groene daken)’ rapporteren we jaarlijkse over de voortgang ten opzichte van de nulmeting. - In 2024 stellen we een jaarplan op. ► Indicatoren: begin 2023 is een nulmeting uitgevoerd op basis van luchtfoto's van het aantal gele en groene daken. Deze wordt tot en met 2030 jaarlijks gemonitord ten opzicht van de doelstelling “In 2030 kleurt 50% van de Haagse daken toegankelijker geel (zonnedaken) en dieper groen
Haagse Daken Aanpak. Naast de energietransitie, zoals zonnepanelen, is ook voor andere duurzame opgaven, zoals een groenere leefomgeving, klimaatadaptatie en bijdragen aan ecologie, de ruimte voor een groot deel te vinden op Haagse daken. Als we daken gebruiken voor bijvoorbeeld het opwekken van schone energie of wateropvang, volgen we de
12
(biodiverse, waterbergende groene daken” uit de Haagse Daken Aanpak. Wijkgericht Investeringsplatform. Er komt een Wijkinvesteringsplatform met een pilot in Mariahoeve en een extern expertiseteam om de energietransitie te versnellen. Het platform begint ermee de behoefte aan financiering scherp in beeld te krijgen. Om vervolgens een keuze voor te bereiden tussen de diverse rollen die de gemeente kan aannemen met het doel om investeringen los te trekken. (Bijvoorbeeld: subsidies, voorinvesteringen ontwikkelmaatschappij, zelf warmtenet in eigendom) Aan de hand daarvan maakt het platform een menukaart met de verschillende financiële mogelijkheden. Tot slot gaat het platform op zoek naar extra financiering, bijvoorbeeld via Europese fondsen. ► Participatie: stakeholders in de wijk en daarbuiten gaan deel uitmaken van het Wijkgericht Investeringsplatform. ► Planning: - 2023: uitvoeringsplan is gereed en het Wijkgericht Investeringsplatform en expertise team zijn gestart. Er ligt een menukaart met de financiële mogelijkheden en er is overeenstemming over de strategie voor het bij elkaar brengen van vraag en aanbod voor 2 tot 3 projecten in Mariahoeve. - 2024: investeringsbesluit van minimaal 1 project in Mariahoeve.
< I N HOU D
Energietransitie
- 2025: er is een methode voor uitrol van de financieringsstrategie naar andere wijken en een opschalingsplan naar nationaal niveau met een strategie om (inter)nationale investeerders te betrekken. ► Indicatoren: voortgang van de implementatie van de uitvoeringsplannen, aantal business cases, beschikbaarheid van financiering, hefboom van publieke financiering en aantal vervolgprojecten in andere wijken. Bronnenstrategie. In de bronnenstrategie geven we een overzicht van welke warmtebronnen we tot 2035 gaan ontwikkelen en inzetten om inwoners of gebruikers van gebouwen van duurzame warmte te voorzien en wat hiervoor nodig is. De strategie moet meer duidelijkheid en perspectief bieden aan direct betrokkenen. ► Participatie: via het Haags Energienetwerk (HEN) informeren en betrekken we de deelnemers van lokale warmte-initiatieven bij de bronnenstrategie. Eventueel nieuwe informatie uit de bronnenstrategie voegen we toe aan de beschrijvingen per wijk of buurt in de online adreszoeker. ► Planning: in Q4 van 2023 wordt de bronnenstrategie voorgelegd aan de gemeenteraad. WarmtelinQ Rijswijk – Leiden.
Naast een stevige vinger aan de pols houden bij het WarmtelinQ tracé Vlaardingen - Den Haag (zie hoofdstuk 2.2) voeren we overleg met Gasunie en de provincie Zuid-Holland om zo goed mogelijk voor de belangen van de gemeente Den Haag, en haar bewoners en ondernemers op te komen bij de voorbereidingen van een regionale warmtetransportleiding RijswijkLeiden voor het transport van restwarmte. ► Participatie: bewoners en bedrijven kunnen tijdens door de Gasunie georganiseerde bijeenkomsten meepraten over het project en ideeën aandragen voor de nieuwe situatie na de aanlegwerkzaamheden.
WER KAG EN DA EN ERG I E T RA N S I T I E 20 2 3 -2 0 2 6
4 GEBIEDSGERICHTE AANPAK, PROJECTEN EN
► Planning: in 2024 zal de gemeente Den Haag een formele zienswijze indienen over de ontwerp milieueffectrapportage (in het kader van de m.e.r.-procedure) en het ontwerp provinciaal inpassingsplan waarin het tracé wordt vastgelegd. De provincie Zuid-Holland zal de milieueffectrapportage en het provinciaal inpassingsplan vervolgens definitief vaststellen. In 2024 continueert de provincie de de coördinatie van de vergunningverlening. De gemeente zal met WarmtelinQ een samenwerkingsovereenkomst en een uitvoeringsovereenkomst ten behoeve van de uitvoering van het project vaststellen.
INSTRUMENTEN In de gebiedsgerichte aanpakken zoomen we in op een wijk of buurt. De beschreven projecten zijn opgebouwd per gebied in de stad en dragen ook bij aan de integrale opgave van het gebiedsteams: Binckhorst (4.1), Mariahoeve (4.2), Den Haag Zuidwest - Bouwlust, Vrederust en Morgenstond-West (4.3), Den Haag Zuidwest - Morgenstond en Moerwijk (4.4), Schilderswijk (4.5), Central Innovation District (CID) (4.6), Ypenburg (4.7) en Vruchtenbuurt (4.8).
Routekaart. De routekaart heeft als doel bewoners en ondernemers meer duidelijkheid en handelingsperspectief te geven over wat zij kunnen doen om hun gebouw klaar te maken voor de overstap naar schone energie, vooruitlopend of als onderdeel van een uitvoeringsplan voor de betreffende wijk. Ook wil het college dit soort informatie goed toegankelijk maken, bijvoorbeeld via verdere ontwikkeling van de adreszoeker (die inmiddels live staat op denhaag.nl/adreszoeker). ► Participatie: we hebben een werkgroep opgezet met vertegenwoordigers van bewonersinitiatieven, die meedenkt over de meest geschikte vorm voor de routekaart en aanvullende ideeën over onderwerpen op de routekaart kan aandragen. ► Planning: gereed in Q3 2024. Label c voor kantoren. Sinds 1 januari 2023 is het voor bepaalde typen kantoren verplicht om een energielabel c te hebben. We controleren bij kantoren of er een energielabel c aanwezig is en als deze ontbreekt en vereist is, dan zorgen we ervoor dat deze er komt. Het toezicht en de handhaving hierop is belegd bij de Haagse Pandbrigade. We maken extra fte vrij om de handhaving te intensiveren. De raad wordt hier separaat over geïnformeerd.
4.1 Binckhorst Het college levert in 2023 drie uitvoeringsplannen op (zie hoofdstuk 2). Het uitvoeringsplan is een verdieping van de transitievisie warmte en heeft als doel om handelingsperspectief te bieden aan de bewoners. Eén daarvan is voor het gebied Binckhorst.
13
Deelgebied 1 - Trekvliet-Maanweg. Concessieaanbesteding T-M. Concessieaanbesteding collectief systeem nieuwbouw. De Binckhorst is opgedeeld in drie deelgebieden, waarvan de zone Trekvliet-Maanweg er één is. Voor dit gebied is in september 2023 een concessie afgegeven aan Trekvliet Energy B.V., een samenwerking van Essent-Heijmans. Deze concessie stelt de concessiehouder verantwoordelijk voor het
< I N HOU D
Energietransitie
ontwerpen, aanleggen en exploiteren van een duurzaam warmtesysteem. De gemeente blijft zelf juridisch eigenaar van het warmtesysteem. De concessie voorziet in het verplicht aansluiten van maximaal 7.500 woningequivalenten. Dat staat gelijk aan alle nieuwbouw in het gebied. Bestaande bouw, indien de bewoners of eigenaren dat wensen, kan hier ook op aansluiten als het gebouw geschikt blijkt of geschikt kan worden gemaakt voor verwarmen op een lage temperatuur.
uit van het uitvoeringsplan. ► Planning: - Q4 2023 oplevering van het uitvoeringsplan aan college en gemeenteraad. - 2024 de uitvoeringsfase in. Om de eerste stap in de uitvoering te maken, zijn er momenteel verkennende gesprekken met ontwikkelaars over de eerste aansluitingen van de nieuwbouwprojecten. ► Indicatoren: oplevering van het uitvoeringsplan.
► Participatie: er zijn gesprekken gevoerd met ontwikkelaars, ondernemers en er volgen mogelijk nog gezamenlijke bijeenkomsten. Een participatieplan maakt onderdeel uit van het uitvoeringsplan Binckhorst. Daarnaast stelt de concessiehouder ook een eigen participatieplan op dat onderdeel uitmaakt van de beoordelingen van de aanbiedingen. ► Planning: - Eind 2023 wordt het participatieplan opgeleverd aan de raad. - Januari 2023 is de officiële projectstart voor de samenwerking gemeente en Trekvliet Energy B.V - Vanaf 2024 wordt het participatietraject geïntensiveerd. ► Indicatoren: het tijdig afsluiten van de concessie overeenkomst en het aantal aansluitingen op een nieuw systeem. In het Warmteplan Binckhorst is geregeld dat de concessie de aansluitplicht regelt voor 5.000 woningen en circa 20 utilitaire aansluitingen met een gezamenlijke omvang van 79.000 m² BVO.
Deelgebied 2 – Mercuriuskwartier. Het deelgebied Mercuriuskwartier ligt ook in de Binckhorst. Recent heeft het college de ontwikkelstrategie voor dit gebied vastgesteld (RIS315146). In het Mercuriuskwartier zijn veel bedrijven gevestigd. Die functie willen we behouden en versterken door minimaal 65.000 m2 bedrijfsruimte toe te voegen. Bij de inrichting van de openbare ruimte staan, naast een bloeiend bedrijfsleven, ook onze groene ambities en de energietransitie centraal. De mogelijke inrichting van de openbare ruimte is uitgewerkt in een zogenaamde raamwerkkaart. Deze raamwerkkaart biedt betrokkenen in het gebied houvast en is vergelijkbaar met het ruimtelijk raamwerk Trekvlietzone (RIS312560).
Opstellen uitvoeringsplan Binckhorst, deelgebied T-M. Opstellen van een uitvoeringsplan waarin staat hoe we de komende jaren in het gebied werken aan de warmtetransitie en omgaan met participatie. ► Participatie: met bijeenkomsten, gesprekken met ontwikkelaars, bestaande woningeigenaren en bedrijven. Een participatieplan maakt onderdeel
WER KAG EN DA EN ERG I E T RA N S I T I E 20 2 3 -2 0 2 6
in kaart. Het college heeft in 2022 een reserveringsbesluit genomen zodat een aangewezen locatie bij de Vestaweg is gereserveerd voor het ontwikkelen van een geothermiebron. Daarnaast is afgesproken dat er een reservelocatie wordt gezocht in Binckhorst Noordwest.
warmte met een concreet handelingsperspectief voor de bewoners. Participatie is een integraal onderdeel. In Mariahoeve zijn vier grote (bewoners) groepen te onderscheiden; huurders van een corporatiewoning, VvE’s, woningeigenaren en maatschappelijk vastgoed. Elke groep heeft een eigen aanpak.
► Participatie: de mogelijkheden voor geothermie waren onderdeel van gesprek met belanghebbenden aan de zogenoemde ontwikkeltafels waar is gesproken over gebiedsontwikkeling. ► Planning: verdere verkenning vindt plaats in 2024 en 2025 en de realisatie van de bron in de periode 2027-2029.
► Participatie: In Mariahoeve wordt al meerdere jaren met deze bewoners(groepen) gesproken. Er worden bijvoorbeeld bijeenkomsten georganiseerd en als gemeente sluiten we aan bij bestaande evenementen in de buurt. Een vertegenwoordiging uit de koplopersgroep Mariahoeve (particuliere woningeigenaren en VvE bewoners) hebben reeds laten weten welke inhoud ze willen brengen in het uitvoeringsplan en welke rol ze willen nemen bij het opstellen van het uitvoeringsplan.
4.2 Mariahoeve In de transitievisie warmte is Mariahoeve aangemerkt als wijk waarvoor een collectief warmtesysteem de meest voor de hand liggende oplossing is. In Mariahoeve ligt momenteel nog geen collectief warmtesysteem. Er is wel potentie voor een geothermie-bron, ter hoogte van zwembad Overbosch. Onder regie van de gemeente maken we het vastgoed gereed voor transitie naar dit collectief warmtesysteem. Daarbij ligt de focus op het creëren van vraag naar een collectief warmtenet. Zo hebben alle VvE complexen een aanbod gekregen voor een energiemaatwerk-advies en kunnen ze ondersteuning ontvangen om het complex klaar te maken voor deze transitie. We zien in deze wijk het begin van een collectief warmtenet bij de renovatie van 600 woningen van Haag Wonen. Hierbij willen we het vastgoed gereedmaken om te kunnen aansluiten op een toekomstig warmtenet.
We werken de strategie per deelgebied van het Mercuriuskwartier verder uit in ontwikkelplannen. Als onderdeel daarvan werken we ook aan een aanpak voor een duurzaam energie- en warmtesysteem. ► Participatie: wanneer we een duurzaam warmtesysteem gaan ontwikkelen, zullen we ook in gesprek gaan met ondernemers, bewoners en eigenaren van de bestaande woningbouw en woningbouw in ontwikkeling. ► Planning: uitvoering in 2024/2025.
De uitwerking van de plannen voor de wijk met daarin de aanpakken voor de verschillende doelgroepen omschrijven we in het uitvoeringsplan. In 2023 leveren we het uitvoeringsplan voor de wijk Mariahoeve op aan de gemeenteraad. Het uitvoeringsplan is een verdieping van de transitievisie