RIS316805 Onderzoeksopzet Groen in de buitenruimte
Tekst van het document
Groen in de buitenruimte Onderzoeksopzet 16 oktober 2023
RIS316805
Inhoudsopgave Inleiding en leeswijzer 1.
2
Centrale onderzoeksvraag: In hoeverre ligt het gemeentebestuur op
koers voor de realisatie van haar doelen voor groen in de stad? 1.1
3
Deelvraag 1: In hoeverre zijn de doelen uit het groenbeleid van de gemeente
concreet geformuleerd? 1.2
3
Deelvraag 2: In hoeverre komt de realisatie van groen in de stad in de periode tussen
2016-2023 overeen met de beoogde ontwikkeling van het groen? 1.3
3
Deelvraag 3 (Voor zover de ontwikkelingen niet overeenkomen met de doelen): In
hoeverre draagt de uitvoering van het gemeentelijke groenbeleid bij aan de realisatie van de doelen?
4
2.
Hierom doen wij onderzoek
5
2.1
De gemeente zet in op meer groen in de stad
5
2.2
Tussen 2016 en 2023 heeft de gemeente gemiddeld ongeveer 31 mln. euro per jaar
uitgegeven aan groen
6
2.3
De gemeenteraad vindt groen in de stad belangrijk
7
2.4
Groen staat onder druk
8
2.5
Toegevoegde waarde ten opzichte van andere onderzoeken
9
3.
Zo pakken we dit onderzoek aan
11
3.1
Dit onderzoek geeft een oordeel over het functioneren van het gemeentebestuur 11
3.2
We kijken naar openbaar groen in beheer van de gemeente
11
3.3
We geven per deelvraag een oordeel aan de hand van normen
12
3.4
Gepland moment van publicatie: Q4 2024
14
Bijlagen
15
1. Wet- en regelgeving
15
2. Beleidsontwikkelingen
18
3. Relevante onderdelen van de gemeentelijke organisatie
27
4. Verantwoording over de verkenning en het onderzoek
29
5. Begrippenlijst
30
6. Bronvermeldingen
33
1
Inleiding en leeswijzer De Rekenkamer Den Haag gaat onderzoeken of de gemeente Den Haag op koers ligt voor de realisatie van haar eigen doelen ten aanzien van groen in de stad. Het gemeentebestuur vindt groen in de stad erg belangrijk. Het noemt groen zelfs het ‘kapitaal’ van de stad.1 Groen zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen prettig in de stad kunnen leven en dat de gevolgen van klimaatverandering – zoals hitte en wateroverlast – verminderen. Toekomstbestendig groen levert namelijk een belangrijke bijdrage aan de leefkwaliteit in de stad.2 Daarom heeft de gemeente Den Haag als doel om het groen in de stad kwalitatief te ontwikkelen en waar mogelijk nog meer te vergroenen.3 Wij gaan analyseren in hoeverre die vergroening daadwerkelijk plaatsvindt en of de gemeente koerst op het realiseren van haar (lange termijn) doelen. In deze onderzoeksopzet leggen we uit wat we precies gaan onderzoeken en hoe we dat gaan doen. In het eerste hoofdstuk gaan we in op de hoofd- en deelvragen, zodat duidelijk is welke vragen we met het onderzoek willen beantwoorden. Hoofdstuk 2 beschrijft waarom we onderzoek doen en wat de toegevoegde waarde van het onderzoek is. Hoofdstuk 3 gaat verder in op hoe we het onderzoek aanpakken. We beschrijven wat we onder groen verstaan en op welke manier we een oordeel geven over het gevoerde groenbeleid van de gemeente.
In de bijlagen is een overzicht van relevante wet- en regelgeving en Haagse beleidsontwikkelingen opgenomen. Ook is hier informatie te vinden over relevante onderdelen van de gemeente en een onderzoeksverantwoording, een begrippenlijst en een bronnenlijst.
1
RIS307827 Raadsbesluit bijlage 1, Nota Stadsbomen, gemeenteraad, 15 april 2021.
2
RIS294705 Raadsbesluit, Agenda groen voor de stad 2016, College van Burgemeester en Wethouders, 2 november 2016, p. 1; RIS307827 Raadsbesluit bijlage 1, Nota Stadsbomen, College van Burgemeester en Wethouders, 15 april 2021, p. 4. 3
RIS294705 Raadsbesluit bijlage 3, Agenda Groen voor de stad, gemeenteraad, 15 december 2016.
2
1. Centrale onderzoeksvraag: In hoeverre ligt het gemeentebestuur op koers voor de realisatie van haar doelen voor groen in de stad? Het beleid op het gebied van groen heeft van nature te maken met zaken die een lang doorloopproces kennen. Het planten van een jonge boom werpt bijvoorbeeld pas na jaren zijn vruchten af, zoals het verminderen van hittestress. Om iets over de groenambities van het gemeentebestuur en de realisatie ervan te kunnen zeggen, kijken we hoe de doelen in het beleid zijn geformuleerd. Vervolgens kijken we naar de ontwikkelingen in het groen in de stad sinds 2016 en duiden we deze ontwikkelingen door te kijken hoe die zich verhouden tot de doelen. Indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft, analyseren we ook de wijze waarop het gemeentelijk groenbeleid is uitgevoerd. Doel is een oordeel te geven over het beleid en aanbevelingen te doen voor de toekomst. Om dit te kunnen doen zal de rekenkamer de centrale onderzoeksvraag beantwoorden aan de hand van de volgende deelvragen.
1.1 Deelvraag 1: In hoeverre zijn de doelen uit het groenbeleid van de gemeente concreet geformuleerd? Deze deelvraag richt zich op de vraag of de doelen van het gemeentebestuur op dit onderwerp specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden (SMART) zijn geformuleerd. Het gaat hier om doelen zoals verwoord in nota’s en andere documenten. Door doelen SMART op te stellen wordt gewaarborgd dat deze ook meetbaar zijn, waardoor aantoonbaar is of deze wel of niet gehaald worden. Zie paragraaf 3.3 voor het normenkader dat wij bij deze vraag hanteren.
1.2 Deelvraag 2: In hoeverre komt de realisatie van groen in de stad in de periode tussen 2016-2023 overeen met de beoogde ontwikkeling van het groen? Om een oordeel te kunnen geven over het gemeentelijke beleid en hoe dit wordt uitgevoerd, maken we inzichtelijk hoe het groen in de stad zich heeft ontwikkeld over de laatste jaren. Voor de beantwoording van deze deelvraag maken we gebruik van data over het openbaar groen waarmee we kunnen bepalen of het groen in de stad is toegenomen of afgenomen. Hierbij maken we onderscheid tussen verschillende soorten groen die gerealiseerd zijn, zodat wij een oordeel kunnen geven over de toekomstbestendigheid van het groen en de bijdrage die het levert aan de leefkwaliteit. De volgende deelvraag is optioneel en afhankelijk van de uitkomsten van deelvraag 1 en 2.
3
1.3 Deelvraag 3 (Voor zover de ontwikkelingen niet overeenkomen met de doelen): In hoeverre draagt de uitvoering van het gemeentelijke groenbeleid bij aan de realisatie van de doelen? Als uit de voorafgaande deelvragen blijkt dat de ontwikkeling van het groen niet overeenkomt met één of meer van de gemeentelijke doelen, dan zal de rekenkamer verdiepend onderzoek doen naar de wijze waarop het groenbeleid, of onderdelen daarvan, wordt uitgevoerd. In dat geval zal de rekenkamer onderzoeken in hoeverre de uitvoering van het gemeentelijke beleid bijdraagt aan het behalen van de gestelde doelen. ‘Uitvoering’ vatten wij breed op. We kunnen bijvoorbeeld kijken naar de uitgevoerde werkzaamheden, het budget, de monitoring en de wijze waarop aan de raad wordt gerapporteerd. Voor elk van deze onderdelen hebben wij normen geformuleerd. Op basis van deze normen kunnen wij een oordeel geven over het functioneren van de gemeente. Zie paragraaf 3.3 voor het normenkader.
4
2. Hierom doen wij onderzoek De rekenkamer kiest voor haar onderzoek onderwerpen uit waar de gemeente op inzet en waar vaak veel geld aan wordt besteed. We kijken naar de maatschappelijke meerwaarde van een onderwerp en kijken of er een concrete aanleiding is om onderzoek te doen. Daarnaast kijken we of één van onze belangrijkste doelgroepen, de gemeenteraad, het onderwerp belangrijk vindt. De rekenkamer besluit vervolgens – onafhankelijk – of zij een onderzoek start. In de volgende paragrafen zetten we uiteen waarom we een onderzoek gaan doen naar groen in de stad.
2.1 De gemeente zet in op meer groen in de stad Uit de coalitieakkoorden blijkt dat de gemeente Den Haag meer groen wil in de stad. De afgelopen jaren bevatten alle coalitieakkoorden de ambitie om te vergroenen.4 Ook in de beleidsstukken Agenda Groen voor de stad (2016) en de Nota Stadsbomen (2021) wordt de vergroeningsopgave beschreven. Het college geeft aan dat de ambitie aansluit op de wens van bewoners. Uit een inwonersonderzoek in 2019 en gesprekken met burgers op straat blijkt dat burgers graag meer groen in de stad willen.5 Zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, wil de gemeente met de vergroening een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven in de stad.6 Dat komt omdat groen maatschappelijke, ecologische en economische waarden heeft. Zo zorgt groen ervoor dat mensen hun leefomgeving als veiliger en prettiger ervaren, wat bijdraagt aan een betere gezondheid. Bomen en planten bevorderen daarnaast biodiversiteit en nemen CO2 op. Ook levert groen economische baten op. Het zorgt onder andere voor een hogere waarde van woningen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. Omdat groen goed is voor de gezondheid, zou vergroening ook moeten leiden tot lagere zorgkosten.7 Daarnaast zorgen minder verharding (minder stenen in de stad) en meer groen ervoor dat meer water bij extreme neerslag kan worden opgenomen.
De schaduw van bomen en verdamping van water door groen (evapotranspiratie) zorgen onder meer voor verkoeling op warme dagen.8
4
RIS273442, Coalitieakkoord 2014-2018. Vertrouwen op Haagse Kracht, D66, PvdA, HSP, VVD en CDA, juni 2014; RIS299794, Coalitieakkoord 2018-2022. Den Haag, Stad van kansen en Ambities, Hart voor Den Haag, VVD, D66, GroenLinks, 29 mei 2018; RIS304121 Bijlage, Coalitieakkoord 2019-2022. Samen voor de stad, VVD, D66, GroenLinks, CDA, PvdA, 9 december 2019; RIS313189, Coalitieakkoord 2022-2026. Voor een stad die tegen een stootje kan, D66, VVD, GroenLinks, PvdA, CDA, 16 september 2022. 5
RIS307825 Raadsbesluit Bijlage 1, Nota stadsbomen. Leefkwaliteit voor de stad, gemeenteraad, 15 april 2021, p. 14.
6
RIS307825 Raadsbesluit Bijlage 1, Nota stadsbomen. Leefkwaliteit voor de stad, gemeenteraad, 15 april 2021, p. 4.
7
RIS307825 Raadsbesluit Bijlage 1, Nota stadsbomen. Leefkwaliteit voor de stad, gemeenteraad, 15 april 2021, p. 25-26; RIS294705 Raadsbesluit Bijlage, Agenda Groen voor de Stad, gemeenteraad, 15 december 2016, p. 25. 8
RIS308744 Collegebesluit Bijlage 1, Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig, College van Burgemeester en Wethouders, 25 mei 2021, p. 21-22; RIS294705 Raadsbesluit Bijlage, Agenda Groen voor de Stad, gemeenteraad, 15 december 2016; RIS309463 Raadsmededeling Bijlage ‘Monitoringsrapportage resilience 2021’, College van Burgemeester en Wethouders, 13 juli 2021; RIS282210 Commissiebrief, Pleinenaanpak 2015-2017, College van Burgemeester en Wethouders, 29 april 2015.
5
Het groen en de leefbaarheid van de stad staan volgens de gemeente onder druk. Doordat nu en in de toekomst meer mensen naar de stad komen, moeten er ook meer huizen worden gebouwd. De gemeente noemt dit de verdichtingsopgave. Ze stelt dat die verdichting niet ten koste mag gaan van de leefbaarheid en daarmee ook het groen.9 De intensivering van bebouwing zou gepaard moeten gaan met een intensivering van groen in de stad.10
2.2 Tussen 2016 en 2023 heeft de gemeente gemiddeld ongeveer 31 mln. euro per jaar uitgegeven aan groen Voor de aanplant, het beheer en het onderhoud van groen geeft de gemeente jaarlijks veel geld uit. Dat geld besteedt de gemeente bijvoorbeeld aan het op peil houden van het aantal bomen in Den Haag, het maaien en schoffelen, het vervangen van bomen en de herinrichting van groengebieden. Het groenbeleid wordt vanaf 2019 bekostigd vanuit twee programma’s in de begroting: programma 9 ‘Buitenruimte’ en programma 14 ‘Stadsdelen, integratie en dienstverlening’. De middelen vanuit programma 9 worden ingezet op kwaliteitsverbeteringen in ecologische verbindingszones, wijk- en buurtgroen en grote groengebieden, het vervangen van dode en slechte bomen, bestrijding van ziekten en aantastingen bij bomen en het populierenvervangingsplan. Vanuit programma 14 ligt de focus op het dagelijks beheer en onderhoud van al het openbaar groen en de straatbomen en de interactie met bewoners over meldingen, verzoeken en klachten.11 Van 2016 tot 2019 bekostigde de gemeente het groenbeleid vanuit de programma’s ‘Ontwikkeling Buitenruimte’ en ‘Stadsdelen en wijkaanpak’. De afzonderlijke lasten van beide programma’s en het totaal ervan laten we hieronder in een tabel zien.12 De bovenste regel laat de meest recente bedragen zien die gelden voor 2023.
Omdat we ervoor kiezen voor dit onderzoek de periode 2016-2023 te onderzoeken (zie paragraaf 3.2), hebben we de bedragen voor alle afzonderlijke jaren binnen deze periode inzichtelijk gemaakt.
9
RIS307825 Raadsbesluit Bijlage 1, Nota stadsbomen. Leefkwaliteit voor de stad, gemeenteraad, 15 april 2021, p. 5.
10
RIS294705 Raadsbesluit Bijlage, Agenda Groen voor de Stad, gemeenteraad, 15 december 2016.
11
RIS313463 Raadsbesluit, Gewijzigd voorstel van het college inzake Programmabegroting 2023-2026, College van Burgemeester en Wethouders, 21-22 december 2022, p. 111. 12
Bronnen tabel: RIS285871 Raadsbesluit Bijlage, Programmabegroting 2016-2019, Gemeenteraad, 5 november 2015; RIS294957 Raadsbesluit Bijlage, Programmabegroting 2017-2020, Gemeenteraad, 4 november 2016; RIS297813 Raadsbesluit Bijlage, Programmabegroting 2018-2021, Gemeenteraad, 7 november 2017; RIS300472 Raadsbesluit Bijlage 2, Programmabegroting 2019-2022, Gemeenteraad, 8 november 2018; RIS304372 Raadsbesluit Bijlage 1A, Programmabegroting 2020-2023, Gemeenteraad, 20 februari 2020; RIS306159 Raadsbesluit Bijlage 2, Programmabegroting 2021-2024, Gemeenteraad, 5 november 2020; RIS309850 Raadsbesluit Bijlage 2, Voorstel van het college inzake programmabegroting 20222025, gemeenteraad, 4 november 2021; RIS313463 Raadsbesluit, Gewijzigd voorstel van het college inzake Programmabegroting 2023-2026, gemeenteraad, 21-22 december 2022.
6
Jaar
Lasten programma 9
Lasten programma 14
Totaal lasten
Buitenruimte
Stadsdelen (e.d.)
programma 9 + 14
(*€1.000)
(*€1.000)
(*€1.000)
2023
10.783
18.159
28.942
2022
13.364
23.734
37.098
2021
13.108
23.421
36.529
2020
13.577
22.878
36.455
2019
15.113
22.581
37.694
Lasten Ontwikkeling
Lasten Stadsdelen en
Totaal lasten van beide
buitenruimte
wijkaanpak
programma’s
(*€1.000)
(*€1.000)
(*€1.000)
2018
9.288
16.317
25.605
2017
8.586
15.795
24.381
2016
8.843
13.738
22.581
2.3 De gemeenteraad vindt groen in de stad belangrijk Dat de gemeenteraad politiek betrokken is bij groen in de stad blijkt uit de schriftelijke vragen, moties en amendementen die zij de afgelopen jaren heeft ingediend.13 Hieronder volgen enkele voorbeelden. De raad heeft in 2016 het college in een motie opgedragen om meetbare doelstellingen te formuleren en met concrete maatregelen te komen bij de vergroeningsopgave van wijken. De raad stelde dat vooral prioriteit moet worden gegeven aan wijken die het meest versteend zijn, omdat die in de zomerperiode kampen met hitte.14 Ook in 2020 vroeg de raad het college weer om versteende wijken te vergroenen.15 De raad vindt voldoende groen ook belangrijk op plekken waar gebiedsontwikkelingen plaatsvinden, zoals bij de Central Innovation District (CID). In een motie van de raad staat dat in de plannen voor dit gebied vooral de verdichtingsopgave naar voren komt en er (te) weinig in staat over onder andere de vergroeningsopgave van het gebied. In de aangenomen
13
Voor moties zie bijv.: RIS278566 Motie, Afdoening motie, Ontwikkel beleid vergroening versteende wijken, gemeenteraad, 27 juni 2016; RIS307454 Motie, Onderzoek uitbreiding areaal Stedelijke Groene Hoofdstructuur, gemeenteraad, 16 december 2020; RIS308554 Motie Bijlage 1, afdoening motie ’Maak investering bomenfonds transparanter, College van Burgemeester en Wethouder, 22 juni 2021; RIS308556 Motie, Als eerste bomen in versteende wijken, gemeenteraad, 15 april 2021; RIS309394 Amendement, Nieuwe woningen betekenen nieuwe voorzieningen, gemeenteraad, 1 juli 2021; RIS309409 Motie, Klimaatadaptieve maatregelen, gemeenteraad, 7 juli 2021; voor schriftelijke vragen zie bijv.: RIS312428 Schriftelijke vraag, Maaien en onderhoud in het broedseizoen, Gemeenteraad, 8 juni 2022; RIS312893 Schriftelijke vraag, Bescherm bomen beter, Gemeenteraad, 27 juli 2022; RIS312945 Schriftelijke vraag, Kapvergunning voor 468 bomen in Madestein, Gemeenteraad, 12 augustus 2022; RIS313052 Schriftelijke vraag, Bomen kappen voor bouwverkeer, Gemeenteraad, 1 september 2022; RIS313073 Schriftelijke vraag, Dreigende massale bomenkap in Madestein, Gemeenteraad, 6 september 2022 14
RIS306830 Motie, Concrete maatregelen vergroening van versteende wijken, gemeenteraad, 4 november 2020.
15
RIS278566 Motie, Afdoening motie, Ontwikkel beleid vergroening versteende wijken, gemeenteraad, 27 juni 2016.
7
motie spoort de raad het college aan om de vergroeningsambitie en klimaatadaptieve maatregelen als randvoorwaarden mee te geven bij de bouw van nieuwe woontorens.16 Ten slotte stelde de raad geregeld vragen over bomen in de stad. Zo wilde de raad meer weten over de kap van bomen, zoals bijvoorbeeld in Madestein en bij Madurodam recentelijk en over de besteding van geld uit het bomenfonds.17
2.4 Groen staat onder druk Groen staat onder druk door verdichting, zoals hierboven beschreven. Het gemeentebestuur zegt zelf ook dat het toenemende ruimtebeslag van bebouwing soms negatieve gevolgen heeft voor “de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder.”18 De vraag is wat dit betekent voor de realisatie van de gemeentelijke groenambities. De volgende zaken zijn de reden dat de rekenkamer een onderzoek start: -
Kritische vragen, amendementen en moties van de gemeenteraad over de aanpak van het college.
We bespreken hieronder enkele voorbeelden van die vragen, amendementen en moties, waaruit blijkt dat de raad zich zorgen maakt over het groenbeleid en actie vraagt van het college. Zo vond de raad eerder bijvoorbeeld dat de gemeente onvoldoende concrete doelenstellingen voor vergroening heeft geformuleerd. De raad vroeg het college in een motie die concrete doelstellingen te formuleren. De raad constateerde namelijk dat de gemeente alleen vergroent als de kans zich voordoet of bij herinrichtingen. Ze spoorde het college aan om te onderzoeken hoe de meest versteende wijken kunnen worden vergroend.19 Daarnaast constateerde de raad in 2018 dat de hoeveelheid groen per woning in Den Haag 25 procent minder is dan in de Nota Ruimte20 wordt aangeraden. Ook zien we dat de raad zich zorgen maakte over de gevolgen van hittestress in Den Haag en het college in een motie vroeg om dit tegen te gaan en de raad daarover te informeren.21 Ten slotte zijn er (naast alle schriftelijke vragen die al in voorgaande paragraaf zijn genoemd) onlangs nog vragen gesteld over het kappen en herplanten van stadsbomen en het naleven van regels rondom straatwerkzaamheden in de buurt van bomen.22
16
RIS309409 Motie, Klimaatadaptieve maatregelen, gemeenteraad, 7 juli 2021.
17
RIS312945 Schriftelijke vraag, Kapvergunning voor 468 bomen in Madestein, Gemeenteraad, 12 augustus 2022; RIS313009 Schriftelijke vraag, Aanvullende vragen Leg bomenkap Madestein stil, Gemeenteraad, 25 augustus 2022; RIS313052 Schriftelijke vraag, Bomen kappen voor bouwverkeer, Gemeenteraad, 1 september 2022; RIS313073 Schriftelijke vraag, Dreigende massale bomenkap in Madestein, Gemeenteraad, 6 september 2022; RIS314868 Schriftelijke vraag, Miniatuurstad verslindt steeds meer bomen, Gemeenteraad, 16 maart 2023; RIS308554 Motie, Maak investeringen bomenfonds transparanter, Gemeenteraad, 15 april 2021. 18
RIS294705 Raadsbesluit Bijlage, Agenda Groen voor de Stad, gemeenteraad, 15 december 2016, p. 8.
19
RIS278566, ‘Afdoening motie 107 “Ontwikkel beleid vergroening versteende wijken”’, 24 juni 2016.
20
Nota Ruimte, Tweede Kamer der Staten-Generaal, 27 april 2004, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29435-2.html.
21
RIS297523, ‘Afdoening motie ‘Onderzoek aanpak hittestress’, 30 januari 2018.
22
RIS316255 Schriftelijke vraag ‘Goede zorg voor Haagse bomen’, 14 juli 2023
8
-
Den Haag scoort laag op een aantal belangrijke groen-indicatoren.
Uit de meest recente Atlas voor gemeenten blijkt dat de gemeente Den Haag op plek 49 van de 50 staat met betrekking tot de hoeveelheid groen in de straat.23 Deze Atlas is een vergelijking tussen de 50 grootste gemeenten van Nederland door onderzoeksbureau Atlas research.24 Uit het onderzoek blijkt ook dat de gemeente Den Haag het minder dan andere grote gemeenten doet op het gebied van: 1) het aantal woningen dat binnen 300 meter van verkoelend groen staat (plek 48 van de 50)25 en 2) de bijdrage van groen en water aan de aantrekkelijkheid van wijken (plek 38 van 50). Deze scores staan in contrast met de wijze waarop de gemeente de stad in haar beleid schetst, namelijk als ‘groene stad aan zee’.26
2.5 Toegevoegde waarde ten opzichte van andere onderzoeken De rekenkamer heeft nog niet eerder onderzoek gedaan naar het groenbeleid van de gemeente. Andere instanties (onderzoekbureaus, belangenorganisaties, universiteiten) hebben wel onderzoeken uitgevoerd die gaan over groen in Den Haag. Die hebben een (deels) andere invalshoek. Zo zijn er onderzoeken uitgevoerd naar de hoeveelheid groen in Den Haag. Het gaat onder andere om onderzoeken zoals het eerder genoemde onderzoek van Atlas Research en bijvoorbeeld een onderzoek van Natuur & Milieu over versteende buurten in grote steden.27 Ook zijn er onderzoeken gedaan naar hitte-eilanden in Den Haag. Dat zijn plekken waar het warmer is dan elders in de stad of daarbuiten. De onderzoeken zijn uitgevoerd door TNO en de TU Delft en laten zien waar in Den Haag hittestress speelt.28 Ten slotte heeft de Bomenstichting Den Haag29 onderzoek gedaan naar de uitgifte van kapvergunningen door de gemeente Den Haag. De kap en eventuele herplant van bomen is van invloed op de hoeveelheid groen in de stad. In het onderzoek concludeerde de Bomenstichting dat de gemeentelijke ambitie ‘alleen kappen als het aantoonbaar niet anders kan’ niet is gehaald.30
23
De Atlas 2023, Atlas Research, (datum onbekend), https://atlasresearch.nl/de-atlas-2023/ Geraadpleegd op: 22 augustus 2023. De Atlas is volgens de gemeente Den Haag ‘methodologisch goed onderbouwd’ en vormt een ‘stabiele benchmark’ Bron: Intranet ‘Werknet’, ‘Ontdek hoe de gemeente het doet in vergelijking met andere gemeenten’, 20 juli 2023. 24
De Atlas 2023, Atlas Research, (datum onbekend), https://atlasresearch.nl/de-atlas-2023/ Geraadpleegd op: 22 augustus 2023. De Atlas is volgens de gemeente Den Haag ‘methodologisch goed onderbouwd’ en vormt een ‘stabiele benchmark’ Bron: Intranet ‘Werknet’, ‘Ontdek hoe de gemeente het doet in vergelijking met andere gemeenten’, 20 juli 2023. 25
In de Atlas wordt dit ‘Aandeel vegetatie binnen 100 meter’ genoemd.
26
RIS294705 Raadsbesluit Bijlage, Agenda Groen voor de Stad, gemeenteraad, 15 december 2016.
27
De Atlas 2023, Atlas Research, (datum onbekend), https://atlasresearch.nl/de-atlas-2023/ Geraadpleegd op: 22 augustus 2023; Stad van Steen, Natuur & Milieu, februari 2022, https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/Rapport-Verstening-OpenbareRuimte.pdf, geraadpleegd op: 6 september 2023. 28
De stedelijke hitte-eilanden van Nederland in kaart gebracht met satellietbeelden, TNO, E.J. Klok, S. Schaminée, J. Duyzer, G.J. Steeneveld, 18 september 2012; Haagse Hitte. Het Haagse warmte-eiland in kaart gebracht, TU Delft, F. van der Hoeven, A. Wandl, januari 2018. 29
De Bomenstichting Den Haag is in april 2015 opgericht, als reactie op de beleidswijziging van de Bomenstichting (landelijk) inzake de mogelijkheid van contactpersonen om bezwaar aan te tekenen tegen kapvergunningen 30
Aanbevelingen voor de raad en het nieuwe college om doelstellingen wél te behalen, Bomenstichting Den Haag, 6 juni 2022.
9
In het rekenkameronderzoek kijken wij niet alleen naar de huidige hoeveelheid groen zoals ook andere organisaties onderzochten, maar kijken wij ook naar achterliggende zaken die de hoeveelheid en de kwaliteit van groen in de stad beïnvloeden. Zo kunnen wij het beleid van de gemeente en de wijze waarop de gemeente uitvoering geeft aan dat beleid zorgvuldig analyseren. Ook kijken we indien het onderzoek daar aanleiding toe geeft of het budget passend is voor het onderhoud van groen en het realiseren van de doelen en of de gemeenteraad goed wordt geïnformeerd. Dit onderzoek is ten behoeve van diezelfde raad, zodat die zicht krijgt op het groenbeleid en de uitvoering ervan en daarmee haar controlerende taak goed kan uitoefenen.
10
3. Zo pakken we dit onderzoek aan 3.1 Dit onderzoek geeft een oordeel over het functioneren van het gemeentebestuur Deze focus volgt uit de missie van de rekenkamer Den Haag: Het door middel van onafhankelijk en objectief onderzoek beoordelen van het door de gemeente Den Haag gevoerde bestuur met als doel het functioneren van de gemeente te verbeteren en de publieke verantwoording daarover te versterken. In dit onderzoek richten we ons op openbaar groen in de stad dat de gemeente beheert. De bevindingen, conclusies en aanbevelingen zullen zich daar op richten. Zie voor de precieze afbakening paragraaf 3.2. We kijken naar de doeltreffendheid van het gemeentelijke beleid ten aanzien van openbaar groen en naar de doelmatigheid van het bestede geld daaraan.
3.2 We kijken naar openbaar groen in beheer van de gemeente Om goed onderzoek te kunnen doen, is het van belang dat we helder zijn in wat we wel en wat we niet onderzoeken. Hieronder wordt weergegeven welke afbakening we voor dit onderzoek hanteren. We richten ons op: -
Openbaar groen Dat is groen dat in de openbare ruimte staat. Het kan hierbij gaan om (stads)bomen, struiken, gras of andere vegetatie.
-
…beheerd door de gemeente Den Haag We kijken alleen naar groen dat de afdelingen Dienst Stadsbeheer (DSB) en Dienst Publiekszaken (DPZ) beheren. Zij zorgen voor het openbaar groen in de stad. We kiezen voor deze afbakening, omdat de gemeente de meest directe invloed heeft op dit groen. We kijken niet naar semi-openbaar groen31 en groen dat beheerd wordt door particulieren of andere organisaties dan de gemeente. Het gaat dan om bijvoorbeeld groen in achtertuinen, groen op schoolpleinen en groen in beheer bij Staatsbosbeheer.
-
…binnen de gemeentelijke grenzen van de gemeente Den Haag We kijken alleen naar het groen dat binnen de grenzen van de gemeente Den Haag ligt.
-
… in de periode 2016-2023. We kiezen ervoor om de periode 2016-2023 te hanteren voor dit onderzoek, omdat in 2016 de kaders voor het huidige groenbeleid zijn vastgesteld: Agenda Groen voor
31
Zie begrippenlijst.
11
de stad.32 Dit stelt ons in staat om het groenbeleid en de uitvoering daarvan door de gemeente over een periode van 7 jaar33 te analyseren en op die manier relevante aanbevelingen te kunnen doen.
3.3 We geven per deelvraag een oordeel aan de hand van normen Bij de beantwoording van de deelvragen maken we gebruik van een normenkader. We toetsen het beleid en de uitvoering daarvan aan de hand van normen. Bij de beoordeling gebruiken we verschillende onderzoeksmethoden en analyseren we diverse soorten data.
Beantwoording eerste deelvraag 1.1
Deelvraag 1: In hoeverre zijn de doelen uit het groenbeleid van de gemeente
concreet geformuleerd? Norm
Data
Norm 1: De doelen en eisen van de gemeente ten aanzien van groen zijn
•
Documentenanalyse van beleid en regelgeving.
SMART vastgelegd in beleid en regelgeving. -
De doelen zelf zijn SMART.
-
De doelen zijn vertaald naar concrete maatregelen.
-
Er zijn doelen voor de hele stad en per wijk/gebied.34
-
Bij doelen op lange termijn zijn er tussenmijlpalen.
-
Doelen zijn niet strijdig met elkaar en met doelen uit ander gemeentelijk beleid.
Toetsing norm 1 Bij deze deelvraag zullen we de doelen van de gemeente ten aanzien van groen analyseren. We hanteren hierbij norm 1. Om deze norm te toetsen analyseren we beleid en regelgeving op het gebied van groen en stellen we een overzicht op van de doelen die de gemeente heeft geformuleerd. Die doelen leggen we vervolgens langs de ‘SMART-meetlat’: we checken of de doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgeboden zijn. We gaan
32
RIS294705 Raadsbesluit Bijlage, Agenda Groen voor de Stad, gemeenteraad, 15 december 2016.
33
Agenda Groen voor de stad is eind 2016 vastgesteld door de raad.
34
De gemeente heeft aangegeven dat ze de hele stad wil vergroenen, maar vooral aandacht wil hebben voor versteende wijken en pleinen. Bron: RIS299794, Coalitieakkoord 2018-2022. Den Haag, Stad van kansen en Ambities, Hart voor Den Haag, VVD, D66, GroenLinks, 29 mei 2018; RIS304121 Bijlage, Coalitieakkoord 2019-2022. Samen voor de stad, VVD, D66, GroenLinks, CDA, PvdA, 9 december 2019.
12
daarnaast na of de gemeente doelen heeft geformuleerd voor zowel de maatregelen die ze wil nemen als het resultaat dat ze uiteindelijk wil bereiken. Daarnaast gaan we na of de doelen voor zowel de stad als specifieke gebieden zijn vastgelegd. De gemeente heeft namelijk aangegeven in bepaalde (versteende) wijken meer te willen inzetten op vergroening.35 Wanneer er sprake is van doelen op de lange termijn, kijken we ook of er tussenmijlpalen zijn geformuleerd. Dat stelt de gemeenteraad in staat om tussentijds op voortgang te controleren. Ten slotte leggen we alle doelen naast elkaar en controleren of die niet onderling met elkaar in strijd zijn (of met ander gemeentelijk beleid) of in strijd zijn met nationale of regionale wet- en regelgeving.
Beantwoording tweede deelvraag Deelvraag 2: In hoeverre komt de realisatie van groen in de stad in de periode tussen 2016-2023 overeen met de beoogde ontwikkeling van het groen? Norm
Data
Norm 2: De ontwikkeling (kwalitatief en
•
Data van de gemeente in
kwantitatief) van openbaar groen in de stad
beheersysteem Gisib, visueel
loopt in de pas met de ambities van de
gemaakt via Arcgis.
gemeente.
Toetsing norm 2 In deze fase van het onderzoek gaan wij na hoe het openbaar groen in Den Haag zich sinds 2016 heeft ontwikkeld, waarna we de ontwikkelingen afzetten tegen de doelen. Wij maken hiervoor gebruik van data over het openbaar groen van de gemeente dat beheerd wordt in beheersysteem Gisib. Deze data stellen ons in staat om de totale toename of afname van het openbaar groen in de stad weer te geven en dit vervolgens uit te splitsen per stadsdeel of wijk. Ook kunnen we aan de hand van de data bepalen welk soorten vegetatie in de stad aanwezig zijn.
Beantwoording derde deelvraag 1.3
Deelvraag 3 (Voor zover de ontwikkelingen niet overeenkomen met de doelen): In
hoeverre draagt de uitvoering van het gemeentelijke groenbeleid bij aan de realisatie van de doelen? Norm
Data
Norm 3: De gemeentelijke uitvoering draagt bij aan de realisatie van haar doelen.
35
RIS299794, Coalitieakkoord 2018-2022. Den Haag, Stad van kansen en Ambities, Hart voor Den Haag, VVD, D66, GroenLinks, 29 mei 2018; RIS304121 Bijlage, Coalitieakkoord 2019-2022. Samen voor de stad, VVD, D66, GroenLinks, CDA, PvdA, 9 december 2019.
13
Norm 4: De gemeente heeft een
•
beargumenteerde (en reële) begroting
Interviews met externen en de ambtelijke organisatie
gemaakt van wat de doelen voor groen en
•
Programmabegroting
het onderhoud ervan kosten.
•
Programmarekening
Norm 5: Het budget is toereikend om de
•
Documentenanalyse,
doelen van de gemeente te realiseren en in stand te houden.
voortgangsrapportages •
Data van mogelijke casussen
Norm 6: De gemeente monitort de voortgang en resultaten (SMART). Norm 7: De raad wordt voldoende (volledig, juist en tijdig) geïnformeerd over de voortgang en resultaten, zodat ze kan sturen/controleren.
Toetsing norm 3-7 De exacte invulling van deze deelvraag hangt af van de uitkomsten van de eerste en tweede deelvraag. Binnen deze deelvraag kijken we naar de uitvoering van de gemeentelijke doelen ten aanzien van groen. Hierbij kunnen we documentenanalyse doen, interviews houden en eventueel casussen kiezen om de uitvoering in detail te bestuderen. We kunnen bijvoorbeeld beoordelen of het beschikbaar gestelde budget voor groen toereikend is om de gemeentelijke doelen te halen. Hierbij zijn de jaarlijkse programmabegroting en -rekening een informatiebron. Daarnaast kunnen we onderzoeken of – en zo ja, hoe – het college haar eigen voortgang en resultaten monitort en op welke manier ze de gemeenteraad hierover informeert. Daarvoor kunnen we gebruik maken van interne documenten en openbare documenten, zoals voortgangsrapportages.
3.4 Gepland moment van publicatie: Q4 2024 Hieronder staat de grove planning van het onderzoek Onderzoeksopzet
Vaststelling: oktober 2023
Uitvoeren onderzoek
November 2023 – augustus 2024
Feitelijk en bestuurlijk wederhoor
September 2024 – november 2024
Publicatie
December 2024
14
Bijlagen 1. Wet- en regelgeving In deze bijlage lichten wij de relevante wet- en regelgeving toe. Het is belangrijk op te merken dat wet- en regelgeving bij dit onderwerp slechts zijdelings een rol spelen. Nationale wetgeving strekt niet veel verder dan kaders voor de bescherming van bepaalde natuurgebieden en plant- en diersoorten. En maar een beperkt deel van het gemeentelijke groenbeleid is vastgelegd in verordeningen (bijv. het beleid op bomenkap). Er zijn veranderingen in aantocht die de rol van wet- en regelgeving met betrekking tot het groen in de stad mogelijk zullen vergroten maar deze zijn op het moment van schrijven nog niet van toepassing.
Groennormen in het Klimaatakkoord Er is op dit moment geen nationale groennorm die gemeenten verplicht tot de realisatie van een specifieke hoeveelheid groen per woning of vierkante meter. Maar er is wel een aantal afspraken die richting geeft aan groenbeleid van gemeenten en die relevant kunnen zijn in dit onderzoek, zoals het Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord dat door het kabinet gepresenteerd is in 2019 staat wel dat bij de realisatie van nieuwe wijken ook direct nieuw bos moet worden gerealiseerd en gefinancierd.36 Het Klimaatakkoord bevat afspraken tussen het Rijk en verschillende maatschappelijke partners, waaronder gemeenten, over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de doelen uit de Klimaatwet. Naast de afspraak over de realisatie en financiering van nieuw bos staat in het Klimaatakkoord ook dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) haar leden zal aanbevelen om 1% meer bomen per jaar te realiseren op Nederlands grondgebied. Normen voor het openbaar groen in steden die (op den duur) wel verplicht worden maken onderdeel uit van Europese wetgeving die op het moment van schrijven nog in voorbereiding is. De EU-natuurherstelwet, onderdeel van de Europese Green Deal, bevat normen voor de stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking.
Zo schrijft artikel 6 van de natuurherstelwet voor dat de stedelijke groene ruimte met ten minste 3% gegroeid moet zijn bij 2040 en dat er een boomkroonbedekking moet zijn van ten minste 10% bij 2050.37 Deze normen zijn op het moment van schrijven echter nog niet bekrachtigd en zullen daarom niet door ons worden gebruikt in onze beoordeling van het gemeentelijke groenbeleid.
36
Klimaatakkoord, Rijksoverheid, 28 juni 2019, p. 142.
37
Verordening van het Europees parlement en de raad betreffende natuurherstel, 2022, artikel 6.
15
Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag In de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den haag (hierna: APV) worden een aantal zaken ten aanzien van het groen in de stad geregeld. Er staan regels in voor het kappen, snoeien of verplanten van een boom waaraan boomeigenaren, waaronder de gemeente, zich moeten houden. Daardoor is de APV relevant voor dit onderzoek. Zo staan er regels in wanneer een boom mag worden gekapt en wanneer kap moet samengaan met de herplant of aanplant van een boom. Ook staan er bepalingen over het zogeheten bomenfonds. Daar moet geld in worden gestort wanneer bij kap niet kan worden herplant. Van dat geld kunnen op andere plekken bomen worden geplant.38 In de APV staat ook dat het college verplicht is jaarlijks te rapporteren aan de raad over de besteding van het bomenfonds.39
Wettelijke zorgplicht vanuit het Burgerlijk Wetboek Boomeigenaren hebben een wettelijke zorgplicht jegens de bomen in hun bezit voortvloeiend uit het Burgerlijk Wetboek Boek 6. Hoewel de term ‘zorgplicht’ niet letterlijk in de wet staat toont jurisprudentie aan dat boomeigenaren verantwoordelijk zijn voor schade veroorzaakt door een boom in hun eigendom wanneer deze schade het gevolg is van onvoldoende zorg.40 Deze zorgplicht vertaalt zich naar: -
het met voldoende zorg uitvoeren van het normale onderhoud;
-
het uitvoeren van een zorgvuldige controle op gebreken;
-
het schriftelijk vastleggen van de controlegegevens;
-
het uitvoeren van de noodzakelijke maatregelen.41
Mochten wij als onderdeel van deelvraag 3 kijken naar de uitvoering van het beheer van groen door de gemeente dan kunnen wij deze zorgplicht meenemen in onze beoordeling.
Wet natuurbescherming Bepalingen uit de Wet natuurbescherming (hierna: de Wnb) regelen de bescherming van Natura 2000-gebieden,42 plant- en diersoorten en bepaalde vormen van vegetatie, zoals
38
Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag, 2023, artikel 2:45, lid 1. De bepalingen met betrekking tot bomenkap zijn geregeld binnen artikelen 2:80 tot en met 2:95 van de APV. 39
Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag, 2023, artikel 2:93, lid 1 en 2.
40
Particulier verplicht tot logboek voor boom?, website Kennisplatform CROW, 8 juni 2016, https://www.crow.nl/blog/juni2016/particulier-verplicht-tot-logboek-voor-boom, geraadpleegd op: 28 augustus 2023. 41
RIS307827 Raadsbesluit bijlage 3, Routeboek stadsbomen in Beheer, gemeenteraad, 15 april 2021, p. 22.
42
“ Nederland kent 162 Natura 2000-gebieden.Dit Natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle gebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben.” Bron: https://www.natura2000.nl/gebieden, geraadpleegd op 6 september 2023.
16
sommige groepen bomen en struiken.43 Hieraan is de gemeente gehouden. De bepalingen uit deze wet nemen we daarom mee in het onderzoek. Zo verplicht de Wnb de gemeente om een onderzoek uit te voeren bij werkzaamheden die mogelijk schade kunnen aanbrengen aan beschermde plant- en diersoorten.44 De Wnb bepaalt ook de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de Provincie en de gemeente. Zo heeft de Provincie ZuidHolland vergunning- en toezichttaken voor enkele groot groengebieden in de stad, zoals de Scheveningse bosjes.45
Omgevingswet Rijksoverheid bereidt al enige tijd de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor. Op dit moment staat deze gepland op 1 januari 2024. De Omgevingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om doormiddel van een Omgevingsvisie te sturen op ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen de regels voor de leefomgeving en ruimtelijke ontwikkelingen grondig veranderen. Veel wetten, zoals de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zullen volledig opgaan in de Omgevingswet. Voor andere wetten zullen enkel bepaalde onderdelen worden overgeheveld naar de Omgevingswet. Nog andere wetten zullen veranderen naar aanvullingswetten voor de Omgevingswet. Deze wetswijzigingen zijn al langdurig gepland. De Agenda Groen in de stad, vastgesteld in 2016, anticipeerde al op de veranderingen die met de komst van de Omgevingswet realiteit zouden worden.46
43
RIS305824 Raadsbesluit bijlage 1, Nota Stadsnatuur, gemeenteraad, 16 december 2020, p. 10; zie voor meer informatie over de vormen van vegetatie die hier bedoeld worden de definitie van houtopstand in de begrippenlijst. 44
RIS305824 Raadsbesluit bijlage 1, Nota Stadsnatuur, gemeenteraad, 16 december 2020, p. 78.
45
RIS300563 Raadsbesluit, Voorstel over vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag in verband met deregulering, terrassen in de Frederik Hendriklaan, de Wagenstraat en de Stationsweg en de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming, gemeenteraad, 20 december 2018, p. 4; RIS314868 Beantwoording schriftelijke vraag, Miniatuurstad verslindt steeds meer bomen, College van Burgemeester en Wethouders, 15 mei 2023, p. 3. 46
RIS294705 Raadsbesluit Bijlage, Agenda Groen voor de Stad, gemeenteraad, 15 december 2016, p. 9.
17
2. Beleidsontwikkelingen Het huidige Haags groenbeleid is grotendeels vastgelegd in de volgende drie beleidsdocumenten: -
Agenda Groen voor de stad 2016
-
Nota Stadsnatuur 2020
-
Nota Stadsbomen 2021
Deze drie documenten beschrijven hoe de gemeente haar doelen met betrekking tot vergroening wil realiseren gezien de verdichtingsopgave waar de stad mee wordt geconfronteerd. Daarnaast zijn er ook andere beleidsterreinen die raakvlakken hebben met het beleid op openbaar groen. Zie de tabel aan het eind van deze bijlage voor een overzicht van alle beleidsdocumenten die raken aan het gemeentelijke beleid op het groen in de stad.
Het huidige groenbeleid Het huidige groenbeleid zoals vastgelegd in de Agenda Groen voor de stad, de Nota Stadsnatuur en de Nota Stadsbomen bouwt voort op beleid dat aan het begin van deze eeuw ontwikkeld is. Bepaalde termen en concepten die toentertijd zijn ontwikkeld zijn ook nu nog van belang voor het gemeentelijke groenbeleid. In deze bijlage zullen wij daarom een korte beschrijving geven van het huidige beleid en de ontwikkelingen die dit beleid heeft doorgemaakt over de laatste 20 jaar.
Agenda Groen voor de stad De Agenda Groen voor de stad (hierna: Agenda Groen), vastgesteld in 2016, dient als richtinggevend kader voor de toekomst van het groen in de stad en vormt daarom ook het
18
beginpunt van het tijdsbestek dat wij zullen onderzoeken.47 De Agenda Groen onderscheidt verschillende waarden van groen en werkt deze uit in 6 thema’s48: 1. Klimaat 2. Biodiversiteit 3. Gezondheid 4. Ontspanning 5. Imago 6. Ontwikkeling De gemeente gebruikt de term ‘ecosysteemdiensten’ om de verschillende baten van het groen eenduidig uit te drukken. Hierbij kan gedacht worden aan het verminderen van wind, het vastleggen van CO2 en het verhogen van vastgoedprijzen.49 De belangrijkste ambitie in de Agenda Groen is een kwalitatieve ontwikkeling van dit groen kapitaal. Hoewel het stuk 49 maatregelen bevat die de realisatie van deze ambitie moeten bewerkstelligen blijft het document vooral op hoofdlijnen. Gedetailleerde uitwerkingen zijn volgens de gemeente voorbehouden aan plannen per stadsdeel of groot aangesloten gebieden met groen.50
Doelen uit coalitieakkoorden De doelen voor het openbaar groen zijn sinds de vaststelling van de Agenda Groen voor de stad verder uitgewerkt. Zo zijn in recente coalitieakkoorden de volgende doelen verwoordt: Den Haag, Stad van Kansen en Ambitie: Coalitieakkoord 2018-2022 -
bij nieuwe ontwikkelingen staan groene kwaliteiten voorop;
-
bomen worden alleen gekapt wanneer aantoonbaar niet anders kan;
-
er wordt ingezet op vergroening van de meest versteende wijken.
Voor een stad die tegen een stootje kan: Coalitieakkoord 2022-2026 -
er wordt minimaal 3000 m2 ontsteend;
-
er wordt ingezet op 5% meer kroonoppervlak in 2030.
Het college steunt in de realisatie van deze doelen in sommige gevallen op de participatie van inwoners. Zo wordt er sinds 2021 ingezet op het planten van meer bomen in de stad door deze gratis uit te delen aan bewoners, bedrijven en scholen.51 Ook voor ontstening
47
RIS294705 Raadsbesluit bijlage 3, Agenda Groen voor de stad, gemeenteraad, 15 december 2016, p. 9..
48
RIS294705 Raadsbesluit bijlage 3, Agenda Groen voor de stad, gemeenteraad, 15 december 2016, p. 27.
49
RIS307827 Raadsbesluit bijlage 1, Nota Stadsbomen, gemeenteraad, 15 april 2021, p. 9.
50
RIS294705 Raadsbesluit bijlage 3, Agenda Groen voor de stad, gemeenteraad, 15 december 2016, p. 10.
51
RIS312448 Commissiebrief, Nota Stadsbomen: update uitdelen 1000 bomen aan de stad (meer blad voor de stad), College van Burgemeester en Wethouders, 27 juli 2022.
19
maakt de gemeente gebruik van samenwerking met inwoners uit de stad. Via programma ‘Steenbreek’ worden inwoners en scholen gestimuleerd om hun tuinen en pleinen te ontstenen. De verwijderde stenen kunnen vervolgens ingeruild worden voor groen.52
Nota Stadsnatuur De ambities voor groen zijn tevens verder uitgewerkt in de Nota Stadsnatuur en de Nota Stadsbomen. In de Nota Stadsnatuur, uit 2020, ligt de nadruk op de ecologische verbindingszones. Dat zijn de verbindingszones die de grote groengebieden in de stad met elkaar verbinden via een aaneenschakeling van natuur op land en in water.53 De Nota Stadsnatuur heeft gebieden geïdentificeerd die aan die ecologische verbindingszones kunnen worden toegevoegd. Op die manier kan de Stedelijke Groene Hoofdstructuur worden uitgebreid. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur (hierna: SGH) verwijst naar groen dat door de gemeente is aangewezen als groen van stedelijk belang. Het gaat om groen dat van "bijzonder belang is voor de kwaliteit, identiteit en belevingswaarde van de stad.”54 De gemeente heeft zich met deze aanduiding ook verplicht tot de duurzame instandhouding van dat groen. Dat betekent dat de gemeente zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van de SGH moet beschermen.55 De SGH is in 2018 geactualiseerd.56 Hedendaags is de SGH opgebouwd uit: -
de groengebieden en groenzones die behoren tot de landelijke, provinciale en regionale groenstructuren (zoals Natura 2000-gebieden);
-
de ecologische verbindingszones;
-
de hoofdbomenstructuur, een structuur die is aangewezen met de vaststelling van de Agenda Groen en die bestaat uit delen van de stedelijke boomstructuur die een grote bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad;
-
de groengebieden die een bijzondere bijdragen leveren aan de kwaliteit, de identiteit en de belevingswaarde van de stad. 57
52
RIS315997 Raadsmededeling, Staat van de stad – trendrapportage 2023, College van Burgemeester en Wethouders, 30 juni 2023, p. 10; RIS315401 Commissiebrief bijlage, Voortgangsbrief Duurzaamheid 2022, College van Burgemeester en Wethouders, 10 mei 2023, p. 12. 53
RIS129360 Raadsbesluit bijlage 2, Groen kleurt de stad: Beleidsplan voor het Haagse groen, gemeenteraad, 13 oktober 2005, p. 54. 54
RIS129360 Raadsbesluit bijlage 2, Groen kleurt de stad: Beleidsplan voor het Haagse groen, gemeenteraad, 13 oktober 2005, p. 7. 55
RIS129360 Raadsbesluit bijlage 2, Groen kleurt de stad: Beleidsplan voor het Haagse groen, gemeenteraad, 13 oktober 2005, p. 15-8. 56
RIS300506 Commissiebrief, Stedelijke Groene Hoofdstructuur, College van Burgemeester en Wethouders, 18 september 2018.
57
RIS300506 Commissiebrief, Stedelijke Groene Hoofdstructuur, College van Burgemeester en Wethouders, 18 september 2018.
20
Daarnaast is er ook veel aandacht voor de biodiversiteit van de stad in de Nota Stadsnatuur. Ten slotte schrijft de gemeente in de nota dat ze stadsbreed wil inzetten op een ecologisch maaibeheer dat rekening houdt met de leefomstandigheden van planten en dieren.58
Nota Stadsbomen Een jaar na vaststelling van de Nota Stadsnatuur is de Nota Stadsbomen vastgelegd. De Nota Stadsbomen (2021) vormt het meest recente beleidsdocument waar wij naar zullen kijken voor dit onderzoek. Dit document legt de nadruk op stadsbomen: bomen in de openbare ruimte die individueel herkenbaar zijn. Hierin legt de gemeente uit hoe ze ervoor wil zorgen dat het netwerk van bomen in de stad toekomstbestendig wordt. En ze legt uit hoe ze het kroonoppervlak van bomen wil vergroten. Het kroonoppervlak wordt uitgedrukt in een percentage van het totale oppervlak van de stad dat – van bovenaf gezien – wordt bedekt door het gebladerte van bomen. Hiervoor wil de gemeente bestaande groeiplaatsen verbeteren en grotere groeiplaatsen maken bij het herplanten van bomen. Dit betekent dat de gemeente ervoor wil zorgen dat bomen ondergronds genoeg wortelruimte hebben en dat de ruimte om de boom open grond is, zonder verharding.59 Ook wil de gemeente het groen beter beheren met de middelen die zij heeft en inzetten op het planten van extra bomen. De gemeente denkt dit te kunnen doen als ze bijvoorbeeld de straat opbreekt voor een herinrichting of voor grote onderhoudsprojecten.
Op deze manier wil de gemeente de hoofdboomstructuur vergroten en tot 2030 het kroonoppervlak met 5% doen toenemen.60 De doelen, ambities en maatregelen in de Nota Stadsnatuur en de Nota Stadsbomen geven de gemeentelijke plannen tot aan 2030 weer. Wij zullen beide beleidsdocumenten daarom maar in beperkte meenemen in dit onderzoek. Daar komt bij dat het meest concrete doel, de ambitie om het kroonoppervlak met 5% te vergroten, op dit moment nog niet accuraat genoeg gemeten kan worden. De gemeente hoopt dit in 2025 wel te kunnen.61
Het Haagse groenbeleid in historisch perspectief Het huidige groenbeleid van de gemeente Den Haag bouwt in grote mate voort op het groenbeleid dat aan het begin van de 20ste eeuw is ontwikkeld. Hieronder zullen wij dit beleid toelichten en de relevantie voor ons onderzoek beschrijven.
58
RIS305624 Raadsbesluit, Voorstel van het college inzake Nota Stadsnatuur, gemeenteraad, 16 december 2020; RIS305624 Raadsbesluit bijlage 1, Nota Stadsnatuur, gemeenteraad, 16 december 2020, p. 27. 59
RIS307827 Raadsbesluit bijlage 1, Nota Stadsbomen, gemeenteraad, 15 april 2021, p. 38.
60
RIS307827 Raadsbesluit bijlage 1, Nota Stadsbomen, gemeenteraad, 15 april 2021, p. 91-3.
61
RIS307827 Raadsbesluit bijlage 1, Nota Stadsbomen, gemeenteraad, 15 april 2021, p. 91-3.
21
Het beleidsplan Groen kleurt de stad en de Stedelijke Groene Hoofdstructuur Het beleidsplan Groen kleurt de stad uit 2005 heeft in grote mate de basis gelegd voor het huidige groenbeleid van de gemeente. De 6 thema’s uitgewerkt in de Agenda Groen zijn een actualisatie van de 5 waarden van het groen die in het beleidsplan Groen kleurt de stad zijn onderscheiden:62 1. Recreatieve waarde 2. Educatieve waarde 3. Natuurwaarde 4. Ruimtelijke betekenis 5. Cultuurhistorische waarde63 In het beleidsplan worden tevens de doelen en ambities geformuleerd voor het gemeentelijke groenbeleid tussen 2005 en 2015. De gemeente beschrijft er het doel om een raamwerk te ontwikkelen waarbinnen groen als gelijkwaardige wegingsfactor wordt meegenomen bij ruimtelijke ingrepen. De gemeente formuleerde dit doel met de verwachting dat het Rijk een concrete groennorm zou ontwikkelen. Deze norm zou moeten helpen met de weging van groen naast de ruimtelijke behoeften aan wonen, werken en infrastructuur.64 Zoals gezegd is het Rijk is echter nooit tot een concrete groennorm gekomen. Met Groen kleurt de stad is ook de bovengenoemde Stedelijke Groene Hoofdstructuur voor het eerst vastgelegd. Ten slotte biedt het beleidsplan Groen kleurt de stad een inventarisatie van het groen in eigendom van de gemeente ten tijde van opstelling.
Deze inventarisatie kan als vergelijking dienen bij de beantwoording van deelvraag 1.
Nota Haagse bomen en Nota Ecologische verbindingszones Het beleidsplan Groen kleurt de stad is in 2008 verder uitgewerkt aan de hand van de Nota Haagse bomen en de Nota Ecologische verbindingszones.65 Beide nota’s golden van 2008 tot 2018 en vallen daarom binnen het tijdsbestek van dit onderzoek. De Nota Haagse bomen richt zich net zoals de Nota Stadsbomen op het beleid met betrekking tot stadsbomen, toentertijd straatbomen genoemd. In de Nota Haagse bomen stelt de gemeente dat zij
62
RIS294705 Raadsbesluit bijlage 3, Agenda Groen voor de stad, gemeenteraad, 15 december 2016, p. 27.
63
RIS129360 Raadsbesluit bijlage 2, Groen kleurt de stad: Beleidsplan voor het Haagse groen, gemeenteraad, 13 oktober 2005, p. 11. 64
RIS129360 Raadsbesluit bijlage 2, Groen kleurt de stad: Beleidsplan voor het Haagse groen, gemeenteraad, 13 oktober 2005, p. 24-5. 65
RIS158380 Raadsbesluit bijlage, Nota Haagse Bomen: Kiezen voor kwaliteit en diversiteit, gemeenteraad, 18 december 2008, p. 10; RIS159450 Raadsbesluit bijlage, Nota Ecologische Verbindingszones, gemeenteraad, 15 januari 2009, p. 7.
22
vooral wil inzetten op de kwaliteit en diversiteit van deze bomen. Dit vertaalt zich in 4 ambities:66 -
de creatie van duurzame groeiomstandigheden;67
-
ervoor zorgen dat straatbomen een bijdrage leveren aan de lokale luchtkwaliteit;
-
het planten van meer verschillende boomsoorten;
-
een evenredige verdeling van straatbomen over de stad.
De Nota Ecologische verbindingszones is in samenhang met de Nota Haagse bomen opgesteld. In de Nota Ecologische verbindingszones wordt beschreven welke kansen en knelpunten er zich voordoen in het versterken van de ecologische verbindingszones in de stad.68 Na een inventarisatie zijn 300 verbeterpunten geïdentificeerd in het netwerk van ecologische verbindingszones. In de nota wordt uitgewerkt welke aanpassingen in inrichting en beheermaatregelen nodig zijn om de verbindingszones daadwerkelijk te verbeteren.69
Overzicht van relevante beleidsdocumenten Beleidsplan Groen kleurt de stad 2005
Het beleidsplan biedt een kader voor een duurzame inrichting, beheer en onderhoud van het groen. Tevens biedt het een raamwerk om keuzes te kunnen maken voor ruimtelijke ingrepen die raken aan het groen in de stad.70
Nota Haagse bomen 2008
De Nota Haagse bomen legt de basis voor het bomenbeheer in de stad tussen 2008 en 2018.71
Nota Ecologische verbindingszones 2008
De Nota Ecologische verbindingszones vormt het beleid voor het beheer van de natuur in de stad tussen 2008 en 2018. Het bevat ook een inventarisatie van
66
RIS158380 Raadsbesluit bijlage, Nota Haagse Bomen: Kiezen voor kwaliteit en diversiteit, gemeenteraad, 18 december 2008, p. 11. 67
Duurzame groeiomstandigheden worden gecreëerd via ontsteende gebieden(boomspiegels) en anti-parkeervoorzieningen rond bomen te plaatsen en door wortels via ondergrondse constructies meer ruimte te geven, zie: RIS158380 Raadsbesluit bijlage, Nota Haagse Bomen: Kiezen voor kwaliteit en diversiteit, gemeenteraad, 18 december 2008, p. 5, 18. 68
RIS159450 Raadsbesluit, Voorstel van het college inzake Nota Stedelijke Ecologische Verbindingszones in Den Haag, hoofdlijnen voor inrichting en beheer en uitvoeringsprogramma 2008-2018, gemeenteraad, 15 januari 2009, p. 1. 69
RIS159450 Raadsbesluit bijlage, Nota Ecologische Verbindingszones, gemeenteraad, 15 januari 2009, p. 8.
70
RIS129360 Raadsbesluit, Beleidsplan voor het Haagse groen, 'Groen kleurt de stad' 2005 – 2015, gemeenteraad, 13 oktober 2005, p. 1. 71
RIS158380 Raadsbesluit bijlage, Nota Haagse Bomen: Kiezen voor kwaliteit en diversiteit, gemeenteraad, 18 december 2008, p. 3.
23
verbeterpunten voor de ecologische verbindingszones.72 Kadernota openbare ruimte 2012/2023
De Kadernota openbare ruimte biedt het beleidskader voor de openbare ruimte. Het beschrijft de beoogde kwaliteitsniveaus voor de buitenruimte in de stad, waaronder voor het openbaar groen, en zorgt dat inrichting, beheer en onderhoud van de buitenruimte op elkaar is afgestemd.73 Een vervanger van de kadernota openbare ruimte uit 2012 zal in september 2023 door de raad behandeld worden.74
Agenda Groen voor de stad 2016
De Agenda Groen voor de stad heeft het beleidsplan ‘Groen kleurt de stad’ vervangen en dient als basis voor het huidige groenbeleid.
Agenda Ruimte voor de stad 2016
De Agenda Ruimte voor de stad is parallel met de Agenda Groen voor de stad ontwikkeld en dient als basis voor het ruimtelijke beleid van de gemeente. Het beschrijft hoe de gemeente de verschillende ruimtelijke opgaves die haar tegemoet komen wil aanpakken.75
Haagse Hoogbouw: Eyeline en Skyline 2017
De Nota Haagse Hoogbouw beschrijft de regels en ambities van de gemeente betreffende nieuwe hoogbouwontwikkelingen. Als onderdeel hiervan beschrijft de nota duurzaamheidsen groeneisen die verbonden worden aan de ontwikkelingen. Daarnaast beschrijft het een puntensysteem voor groen- en natuurinclusief bouwen dat als instrument
72
RIS159450 Raadsbesluit, Voorstel van het college inzake Nota Stedelijke Ecologische Verbindingszones in Den Haag, hoofdlijnen voor inrichting en beheer en uitvoeringsprogramma 2008-2018, gemeenteraad, 15 januari 2009, p. 1. 73
RIS249315 Raadsbesluit, Voorstel van het college inzake Kadernota openbare ruimte 2021, gemeenteraad, 22 november 2012
74
RIS310884 Raadsbesluit, Voorstel van het college inzake Kadernota Openbare Ruimte – Kwaliteit door samenhang – Openbareruimtebeleid tot 2030, gemeenteraad, 7 september 2023 75
RIS295016 Raadsbesluit bijlage, Agenda Ruimte voor de Stad, gemeenteraad, 17 november 2016, p. 6.
24
dient om de groenkwaliteit in de stad te borgen.76 Den Haag Resilience Strategy 2019
Dit strategisch document beschrijft initiatieven waarmee de stad in de toekomst om kan gaan met bedreigingen zoals klimaatverandering en verdichting. Sommige initiatieven zijn erop gericht om het groen in de stad te behouden en door middel van groen de gevolgen van klimaatverandering (hitte en wateroverlast) te verminderen.77
Hoofdlijnenbrief mobiliteitstransitie 2019
Deze brief beschrijft de ambitie van het college om een toekomstbestendig mobiliteitssysteem te ontwikkelen. De brief licht toe hoe deze ontwikkeling vorm moeten krijgen gezien de beperkte openbare ruimte in de stad en het belang van vergroening.78
Kadernota Duurzaamheid 2019
De Kadernota Duurzaamheid beschrijft op welke wijze de gemeente wil werken aan ‘gezonde, leefbare en toekomstbestendige stad’. Er zijn ook plannen met betrekking tot het groen in de openbare ruimte, zoals bijvoorbeeld het vergroenen van daken.79
Nota Stadsnatuur 2020
De Nota Stadsnatuur is een nadere uitwerking van het thema biodiversiteit van de Agenda Groen voor de Stad waar de ambitie is geformuleerd om de stad voor mensen, planten en dieren als ecosysteem te laten functioneren.80
76
RIS298448 Raadsbesluit, Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline, gemeenteraad, 25 januari 2018, p. 1,4; RIS298448 Raadsbesluit bijlage, Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline, gemeenteraad, 25 januari 2018, p. 19. 77
RIS302023 Raadsmededeling, Vaststellen Den Haag Resilience Strategie, College van Burgemeester en Wethouders, 16 mei 2019, p. 2; RIS302023 Raadsmededeling bijlage, Den Haag Resilience Strategie, College van Burgemeester en Wethouders, 16 mei 2019, p. 6. 78
RIS302361 Commissiebrief, Hoofdlijnenbrief mobiliteitstransitie, College van Burgemeester en Wethouders, 17 mei 2019, p. 8.
79
RIS301829 Raadsbesluit, Voorstel van het college inzake Kadernota Duurzaamheid, gemeenteraad, 15 mei 2019, p. 1-2; RIS301829 Raadsbesluit bijlage, Nota Duurzaamheid: Schone energie in een groene stad – De Haagse Aanpak, gemeenteraad, 15 mei 2019, p. 12. 80
RIS305824 Raadsbesluit, Voorstel van het college inzake Nota Stadsnatuur, gemeenteraad, 16 december 2020, p. 1.
25
Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-
Gemeenten zijn verplicht elke 5 jaar een
2025
nieuw gemeentelijk rioleringsplan vast te stellen. Het huidige plan loopt van 2021 tot 2025. Er zijn meerdere raakvlakken tussen riolering en groen. Zo wordt er ingezet op het afkoppelen van verharde oppervlakken door te ontstenen en bij voorkeur te vergroenen. Verder vormt de aanwezigheid van bomen een uitdaging voor het vervangen van de riolering. Omgekeerd stelt de aanwezigheid van riolering randvoorwaarden aan te planten bomen.81
Haagse referentienormen maatschappelijke
In dit document worden een aantal
voorzieningen 2021
streefgetallen uitgewerkt voor maatschappelijke voorzieningen die als uitgangspunt dienen bij gebiedsontwikkelingen en grootschalige projecten. Dit document geeft voor elk stedelijk milieu (centrum, gemengd en groen-blauw) een streefgetal voor de hoeveelheid gebruiksgroen per woning (respectievelijk 8m2, 16m2 en 24m2).82
Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig
Dit document beschrijft de manier waarop
2021
het college haar ambitie om de stad meer klimaatbestendig te maken hoopt te realiseren. Vergroening speelt een grote rol bij deze ambitie. Zo stelt het document dat de gemeente het ontwerpprincipe ‘Groen, tenzij’ zal gebruiken om verharding tegen te gaan.83
Nota Stadsbomen 2021
De Nota Stadsbomen legt de basis voor het beheer van het Haagse bomennetwerk en
81
RIS306620 Raadsbesluit, Gewijzigd Voorstel van het college inzake Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025, gemeenteraad, 11 februari 2021. 82
RIS307513 Collegebesluit bijlage 1, Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen, College van Burgemeester en Wethouders, 1 februari 2021, p. 41. 83
RIS308745 Commissiebrief, Wegwijzer Klimaatbestendig Den Haag, College van Burgemeester en Wethouders, 28 mei 2021, p. 1; RIS308745 Commissiebrief bijlage, Wegwijzer Klimaatbestendig Den Haag, College van Burgemeester en Wethouders, 28 mei 2021, p. 18.
26
beschrijft de ambitie om het kroonoppervlak in de stad te groeien.84 Tabel 1 Overzicht van alle beleidsdocumenten relevant voor het openbaar groen in chronologische volgorde.