CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316720 Bijlage Rapport niet-stemmers Den Haag

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Aanbieding rapport onderzoek opkomstbevordering "Mooipraters, maar ze luisteren niet" (RIS316720)37.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Mooipraters. Maar ze luisteren niet. Over de opkomst bij de Haagse gemeenteraadsverkiezingen 29 juni 2023 Ton Baetens, Marianne van Bochove, Christine Bleijenberg, Hans Moors

28 april 2023

Inhoudsopgave Samenvatting

3

1. Inleiding

8

2. Verklaringen voor de lage opkomst in Den Haag (*)

13

3. Geluiden uit vijf Haagse wijken

22

4. Bevindingen van bewoners: hoofdlijnen en patronen

65

5. Handelingsperspectieven

71

6. Bijlagen

78

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P2

Samenvatting Achtergrond De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 in Nederland was historisch laag. In Den Haag lag de opkomst op 43 procent. Het opkomstpercentage verschilde sterk tussen wijken. Voor dit onderzoek zoomen we in op vijf wijken: Bouwlust en Vrederust; Laakkwartier en Spoorwijk (beide met een opkomst onder de 30 procent); Mariahoeve en Marlot; Staten- en Geuzenkwartier (beide met een opkomst rond het stedelijk gemiddelde) en de Vogelwijk (met 77 procent een relatief hoge opkomst).

Doel en vraagstelling Het doel van het onderzoek is inzicht bieden in de beweegredenen van stemmers en niet-stemmers in verschillende wijken en het bieden van handelingsperspectieven voor de gemeenteraad, het college en de gemeentelijke organisatie. De drie hoofdvragen van het onderzoek zijn: - Wat zijn de motieven van stemmers en niet-stemmers? - Hoe kunnen we verschillen verklaren tussen wijken en groepen bewoners? - Welke handelingsperspectieven kunnen worden ontwikkeld, zowel voor het bevorderen van de opkomst als het vergroten van de betrokkenheid van bewoners bij de gemeentepolitiek?

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P3

Methode We zijn in de vijf wijken op verschillende manieren in gesprek gegaan met bewoners – stemmers en niet-stemmers – en lokale sleutelfiguren. Het veldwerk in Laakkwartier en Spoorwijk was eerder verricht, in het kader van onderzoek naar (wijken in) vijf gemeenten met een lage opkomst. -

-

Straatgesprekken (87 in totaal) op verschillende tijdstippen en locaties in de wijken, met als doel een gevarieerde groep bewoners te spreken. Diepte-interviews (18 in totaal) met lokale sleutelfiguren, zoals actieve bewoners, wijkprofessionals en wijkgerichte gemeenteambtenaren die de wijken goed kennen. Groepsgesprekken (3 in totaal) waarin we met bewoners en lokale sleutelfiguren in gesprek gingen over de bevindingen en mogelijke oplossingen.

Daarnaast hebben we eerder verricht (nationaal en internationaal) onderzoek naar opkomst en opkomstbevordering bestudeerd en verwerkt in een beknopt literatuuroverzicht.

Structuur van het rapport Na de inleiding (hoofdstuk 1) en de bespreking van eerder onderzoek (hoofdstuk 2), presenteren we in hoofdstuk 3 de bevindingen van ons onderzoek in vijf Haagse wijken. We geven voor elke wijk aan hoe bewoners het leven in de wijk ervaren, hoe dit samenhangt met hun keuze om wel of niet te stemmen, en wat er volgens bewoners en lokale sleutelfiguren nodig zou zijn om de opkomst en politieke betrokkenheid onder bewoners te vergroten. Het hoofdstuk bevat ook drie intermezzo’s, waarin we dieper ingaan op doelgroepen waarvan bekend is dat zij oververtegenwoordigd zijn onder niet-stemmers: arbeidsmigranten, jongeren en expats. We bespreken

De Haagse Hogeschool & EMMA

welke bevindingen ons veldwerk heeft opgeleverd over de politieke betrokkenheid van deze groepen en wat ervoor nodig is om de afstand tussen hen en de gemeentelijke politiek te verkleinen. In hoofdstuk 4 zoomen we uit en bespreken we de algemenere patronen uit het onderzoek in de vijf wijken, en hoe deze aansluiten bij of afwijken van eerder onderzoek elders. In het afsluitende hoofdstuk formuleren we handelingsperspectieven, gericht op opkomstbevordering, investeren in contact en het vergroten van politieke betrokkenheid.

Opvallende bevindingen Motieven om niet of wel te stemmen: ‘ze luisteren niet’ en ‘het hoort’ Veel niet-stemmers denken dat stemmen geen zin heeft. Vaak noemen zij hierbij dat lokale politici mooie beloften doen (vooral rond verkiezingstijd), maar dat zij hier niets van terug zien. Een bewoner verwoordt het als: ‘het zijn mooipraters, maar ze luisteren niet’. Naast gebrek aan vertrouwen in politici en het nut van stemmen, hebben veel niet-stemmers weinig interesse in de (lokale) politiek. Zij weten er weinig vanaf en hebben vaak niet de behoefte om er meer over te weten. ‘Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd’, zeggen veel bewoners. Zij zien stemmen niet als (onderdeel van) een oplossing voor problemen die zij ervaren. Een deel van de niet-stemmers geeft aan niet te weten ‘hoe het werkt’, bijvoorbeeld door een ervaren taalbarrière (vooral onder migranten van de eerste generatie en mensen die laaggeletterd zijn), en omdat er zoveel partijen zijn en ze niet weten wie ze zouden moeten kiezen. Motieven om wel te stemmen die bewoners van verschillende wijken noemen, zijn het van huis uit meegekregen hebben (‘het hoort’) en een signaal afgeven

26 juni 2023

P4

(‘als je niet stemt, mag je ook niet klagen’). Tegelijkertijd vragen ook veel stemmers zich af of stemmen wel zin heeft. Verschillen tussen wijken en bewoners: de basis wel of niet op orde en samenstelling van de wijk We zien ook belangrijke verschillen tussen de wijken. In Bouwlust en Vrederust en in Laakkwartier en Spoorwijk is volgens veel bewoners de basis niet op orde. Er wonen veel bewoners zonder werk, er is armoede, achterstallig onderhoud, en mensen voelen zich niet veilig op straat. Ook zijn er veel bewoners die maar tijdelijk in de wijk verblijven – zoals arbeidsmigranten – en weinig binding voelen met de wijk en stad. In Mariahoeve en Marlot en in Geuzen- en Statenkwartier is het beeld van de wijk gemengder: er zijn grote verschillen tussen bewoners in verschillende delen van de wijk. Zo wonen er in Statenkwartier veel tijdelijke bewoners – expats – en voelen veel mensen in Geuzenkwartier zich meer verbonden met Oud-Scheveningen dan met Den Haag. Mariahoeve en Marlot zijn twee volkomen verschillende wijken. Vogelwijk ervaren de meeste bewoners als een prima wijk, waar weinig problematiek is. Een probleem dat bewoners in alle wijken noemen, is het contact dat zij hebben met medewerkers van de gemeente.

Veel mensen hebben de ervaring dat actief burgerschap – in de zin van meedoen aan participatietrajecten van de gemeente of het opzetten van een buurtinitiatief – niet voldoende gewaardeerd en gefaciliteerd wordt door de gemeente. Een uitspraak als ‘we nemen het mee’, is voor bewoners onvoldoende: ze willen weten wat er wanneer gebeurt, of juist niet gebeurt, en waarom. Het beeld dat mensen van ‘de gemeente’ hebben is een optelsom van verschillende contacten en ervaringen, waarbij ze meestal geen onderscheid maken tussen de gemeentelijke organisatie, het gemeentebestuur en de gemeenteraad.

De Haagse Hogeschool & EMMA

Aanbevelingen van bewoners en lokale sleutelfiguren Bewoners en lokale sleutelfiguren pleiten vooral voor het verkleinen van de afstand tussen bewoners en politici. Het wordt gewaardeerd wanneer gemeenteraadsleden en wethouders zichtbaar en benaderbaar zijn in de wijk, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij een wijkoverleg. Daarnaast is het voor bewoners belangrijk dat zij zich herkennen in gemeenteraadsleden, zowel wat betreft culturele achtergrond als opleiding. Contact alleen is niet voldoende, er moet daarbij volgens bewoners en sleutelfiguren ‘het eerlijke verhaal’ verteld worden. Dus niet alleen langskomen als er een resultaat te vieren is, of als de verkiezingen eraan komen, maar ook om uit te leggen waarom een voorstel van bewoners (nog) niet gerealiseerd kan worden. Daarnaast is volgens bewoners en sleutelfiguren meer op maat gemaakte informatie nodig over de lokale politiek en het belang van stemmen. Migranten die nog niet zo lang in de stad verblijven, zoals arbeidsmigranten uit de EU en expats, voelen zich niet aangesproken in hun rol als ‘lokaal burger’. Ze weten vaak niet of ze stemrecht hebben, en als ze dat wel weten, missen ze de context van waar de verschillende partijen voor staan en wie er voor hun belangen opkomt. Ook jongeren voelen zich vaak niet aangesproken.

Suggesties die gegeven worden zijn: meer informatie in verschillende talen (maar vooral: duidelijke taal), via verschillende kanalen, en het aansluiten bij bijeenkomsten georganiseerd door arbeidsmigranten, expats en jongeren zelf.

26 juni 2023

P5

Voornaamste handelingsperspectieven Om vertrouwen van burgers in de politiek te vergroten, zijn drie R-en1 van belang: -

-

Resultaten: concreet aanpakken van maatschappelijke problemen in de wijk en de voortgang en het resultaat zichtbaar maken voor bewoners. Responsiviteit: ‘echt luisteren’ en keuzes verantwoorden, vooral ook wanneer iets dat beloofd is (nog) niet gerealiseerd wordt. Rechtvaardigheid: er voor iedereen zijn, transparant en eerlijk handelen.

2. Investeren in contact tussen politici/ambtenaren en bewoners Hier komen nadrukkelijk de drie R-en terug. Het gaat om: -

De menselijke maat: bereikbaar en toegankelijk zijn. Naar bewoners luisteren: responsief zijn. Beloftes waarmaken: doen wat je zegt.

3. Politieke betrokkenheid vergroten - Democratische kennis en vaardigheden van jongeren aanleren en versterken (in regulier onderwijs en in lokale projecten). - Verbinding maken met verschillende doelgroepen via lokale sleutelfiguren en netwerken.

Met deze uitgangspunten als basis, formuleren we handelingsperspectieven gericht op opkomstbevordering, investeren in contact en vergroten van politieke betrokkenheid.

1. Opkomst bevorderen - Wegnemen van praktische belemmeringen (bijvoorbeeld richting laaggeletterden en anderstaligen). - Kennis van de lokale politiek en standpunten van partijen vergroten (niet alleen in verkiezingstijd, maar structureel, bijvoorbeeld in een wijktalkshow).

1

Zie Den Ridder et al. 2022.

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P6

‘Quote’

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P7

1. Inleiding De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 was historisch laag. In Den Haag als geheel lag de opkomst op 43 procent. In sommige wijken was dit nog fors lager. In dit onderzoek gaan we in vijf Haagse wijken op zoek naar de onderliggende verklaringen voor de lage (en in sommige wijken hogere) opkomst. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen past ook in een bredere trend van ervaren afstand tussen burgers en lokale overheid. Handelingsperspectieven moeten daarom niet alleen gericht zijn op opkomstbevordering, maar in bredere zin op het versterken van de verbinding tussen bewoners en gemeentepolitiek.

1.1 Een lage opkomst: Den Haag en landelijk De lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 in Den Haag staat niet op zich. De opkomst lag voor heel Nederland op 51 procent, historisch laag. Tegelijkertijd past deze lage opkomst in een trend. In 2018 lag de landelijke opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen op 55 procent en in Den Haag op 48 procent.

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P8

Ook in andere grote steden, zoals Rotterdam, ligt de opkomst al langer onder de 50 procent. Burgermeester Van Zaanen van Den Haag noemde de opkomst in 2022 ‘buitengewoon teleurstellend’ en het college gaf aan zich zorgen te maken over wat de lage opkomst betekent voor de ‘legitimatie van het lokaal bestuur’ (Omroep West, 2022b).

2022; Van Bochove & Moors, 2022). In dit verdiepende onderzoek in Den Haag doen we op vergelijkbare wijze onderzoek in vier andere Haagse wijken en presenteren we de bevindingen in alle vijf de onderzochte wijken. Bij de keuze voor deze wijken hebben we rekening gehouden met verschillen in opkomst en demografische samenstelling:

Als een ruime meerderheid van de kiesgerechtigden niet gaat stemmen, wat betekent dat dan voor de vertegenwoordiging van deze bewoners? De lage opkomst is nog zorgwekkender, stellen Vermeulen et al. (2023) die onderzoek deden naar de lage opkomst in Amsterdam, omdat er sprake is van ongelijkheid tussen wie wel en niet stemt. Onder niet-stemmers zijn mensen met een lagere sociaaleconomische status oververtegenwoordigd. Ook is er een ruimtelijke dimensie aan de ongelijkheid: in bepaalde wijken ligt de opkomst ruim onder het toch al lage gemiddelde. Risico is dat raadsleden zich vooral richten op de wel-stemmers, en de niet-stemmers zich steeds minder gezien en gehoord voelen (Vermeulen et al., 2023) en hun wijk als een ‘vergeten wijk’ ervaren (Van Bochove, Klarenbeek & Moors, 2022). In dit onderzoek besteden we in het bijzonder aandacht aan Haagse wijken met een lage opkomst, om vanuit het perspectief van bewoners meer te weten te komen over de relatie tussen bewoners en gemeente(politiek).

1. Laakkwartier en Spoorwijk: wijk met relatief lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 (23%), gemiddeld inkomen relatief laag, hoog aandeel kiesgerechtigden met migratieachtergrond, onder wie relatief veel arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa (veldwerk eerder verricht voor onderzoek naar vijf gemeenten, zie Van Bochove, Klarenbeek & Moors, 2022);

1.2 Onderzoek in Haagse wijken Een vergelijking van wijken met een lage opkomst en wijken met een hogere opkomst is waardevol: zien we verschillen in de motieven van bewoners van deze wijken om niet of wel te stemmen en zijn er tussen deze wijken verschillen in het gevoel gezien en gehoord te worden? In onderzoek naar vijf gemeenten met een lage (of sterk gedaalde) opkomst tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 hebben we al onderzoek gedaan in de Haagse wijk Laakkwartier en Spoorwijk (Van Bochove, Klarenbeek & Moors,

De Haagse Hogeschool & EMMA

2. Bouwlust en Vrederust: wijk met relatief lage opkomst (29%), gemiddeld inkomen relatief laag, hoog aandeel kiesgerechtigden met migratieachtergrond, onder wie relatief veel arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa;

3. Mariahoeve en Marlot: wijk met opkomst rond het stedelijk gemiddelde (37%), het gemiddelde inkomen en het aandeel kiesgerechtigden met een migratieachtergrond liggen ook rond (iets onder) het stedelijk gemiddelde, waarbij er grote verschillen zijn in het karakter van Mariahoeve enerzijds en Marlot anderzijds;

4. Geuzen- en Statenkwartier (opkomst 52%): wijk met bovengemiddelde opkomst, gemiddeld inkomen hoger dan het stedelijk gemiddelde,

26 juni 2023

P9

aandeel kiesgerechtigden met een migratieachtergrond ligt lager dan gemiddeld, wel relatief hoog aandeel expats;

1.3 Opzet onderzoek We combineren verschillende vormen van kwalitatief onderzoek:

5. Vogelwijk: wijk met hoge opkomst (77%), gemiddeld inkomen relatief hoog, laag aandeel kiesgerechtigden met migratieachtergrond.

Figuur 1.1: Opkomstpercentage per wijk en geselecteerde wijken onderzoek (Bron: Gemeente Den Haag, bewerking Omroep West, 2022a, markering wijken door auteurs)

Naast de geografische focus op wijken, hebben we daarbinnen aandacht voor een aantal groepen waarvan we weten dat zij oververtegenwoordigd zijn onder niet-stemmers: jongeren, arbeidsmigranten en expats.

De Haagse Hogeschool & EMMA

Allereerst hebben we een literatuur- en documentstudie verricht. In recent verschenen studies zijn we op zoek gegaan naar verklaringen die worden gegeven voor de afnemende opkomst (structurele verklaringen zoals dalend vertrouwen in de overheid en incidentele verklaringen zoals de coronapandemie). Ook gaan we in op wat een lage (of hoge) politieke betrokkenheid zegt over maatschappelijke betrokkenheid van bewoners in bredere zin. En op handelingsperspectieven om de opkomst te verhogen en de verbinding tussen burgers en overheid te versterken. Daarnaast hebben we per wijk deskresearch verricht, om inzicht te verkrijgen van de fysieke en sociale kenmerken van de wijken.

Straatgesprekken zijn een laagdrempelige manier om met een gevarieerde groep mensen in gesprek te komen; ook met mensen die niet zo snel aan een enquête of interview mee zouden doen. Het gaat in deze gesprekken om de betekenis die mensen zelf geven aan het wel of niet stemmen (zie ook Kemmers, 2022). In deze gesprekken komt de gelaagdheid van motieven naar voren en blijkt dat stemmers en niet-stemmers geen homogene categorieën vormen. Per wijk hebben we tussen de 12 en 22 straatgesprekken gevoerd, met in totaal 95 deelnemers (zie bijlage 6.2).

In 18 diepte-interviews met sleutelfiguren in de wijken – zoals leden van bewonersorganisaties, welzijnswerkers, medewerkers van buurthuizen en wijkcentra en wijkgerichte ambtenaren vanuit de gemeente – stond de context van de wijk centraal, in aanvulling op wat we in de straatgesprekken

26 juni 2023

P 10

hoorden. Wat kenmerkt de wijk, wat betreft inwoners en thematiek die speelt of speelde? In zowel de straatgesprekken als de diepte-interviews vroegen we de deelnemers ook om aanbevelingen om de opkomst te verhogen en/of in bredere zin de verbinding tussen burgers en politiek te versterken.

1. Motieven stemmen/niet-stemmen: -

Wat zijn de motieven van bewoners van verschillende wijken om wel of niet te stemmen bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag?

-

Welke rol spelen hierbij: de toegankelijkheid van het stemproces, bredere maatschappelijke ontwikkelingen (o.a. t.a.v. het vertrouwen in de overheid), het niet weten op welke partij te moeten stemmen, en actuele omstandigheden?

In enkele wijken hebben we groepsgesprekken georganiseerd, om de bevindingen uit het veldwerk voor te leggen aan bewoners en sleutelfiguren en daar verder het gesprek over te voeren: zijn de bevindingen herkenbaar (ter validering) en welke handelingsperspectieven kunnen op basis van de bevindingen en aanbevelingen geformuleerd worden (ter verdieping)?

2. Verschillen tussen groepen en wijken:

1.4 Doelstelling en onderzoeksvragen Er is al veel onderzoek voorhanden naar de afname van politieke betrokkenheid en de gevolgen hiervan. De inzichten uit deze studies hebben er echter nog niet toe geleid dat het tij is gekeerd. Dit onderzoek wil daarom niet alleen bijdragen aan inzicht in de factoren die een rol hebben gespeeld bij de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022, maar ook aan het leren en toepassen van deze kennis de komende jaren in de stad.

Op basis van literatuur- en documentstudie en verdiepend kwalitatief onderzoek beantwoorden we de volgende vragen, die mede gebaseerd zijn op de schriftelijke vragen van de gemeenteraad in Den Haag naar aanleiding van de lage verkiezingsopkomst.

De Haagse Hogeschool & EMMA

-

Hoe is het te verklaren dat bepaalde groepen oververtegenwoordigd zijn onder niet-stemmers (o.a. jongeren, niet-Nederlandse kiesgerechtigden)?

-

Hoe zijn de verschillen in (daling van de) opkomst tussen stadsdelen en wijken te verklaren?

3. Handelingsperspectieven: -

Welke handelingsperspectieven kunnen op basis van het onderzoek ontwikkeld worden om de lokale democratie te versterken, zowel wat betreft opkomstbevordering als het vergroten van de betrokkenheid van burgers bij – en het vertrouwen in – de gemeentepolitiek?

-

Welke rol kunnen bestaande projecten en initiatieven hierin spelen? Waarbij we bestaande projecten en initiatieven zien als sociaal netwerk, dat er al is.

-

Welke nieuwe interventies zijn nodig om de verschillen tussen groepen en wijken te verkleinen?

26 juni 2023

P 11

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 bespreken we inzichten uit bestaande literatuur die relevant zijn als context voor het verdiepende onderzoek in de Haagse wijken. In hoofdstuk 3 presenteren we de bevindingen per wijk. We bespreken voor de vijf wijken steeds eerst de specifieke kenmerken van de wijk en hoe bewoners het leven in de wijk ervaren en waarderen. Dit is van belang om vervolgens te begrijpen hoe zij aankijken tegen stemmen, (lokale en landelijke) politiek en hun relatie met de gemeente in bredere zin. In dit hoofdstuk gaan we ook dieper in op drie doelgroepen onder wie niet-stemmers zijn oververtegenwoordigd: jongeren, arbeidsmigranten uit Oost-Europa, en expats. We beschrijven de bevindingen over deze groepen in drie intermezzo's verspreid over het hoofdstuk, omdat deze doelgroepen niet aan een specifieke wijk gebonden zijn.

In hoofdstuk 4 bespreken we de overkoepelende bevindingen: welke verschillen en overeenkomsten zien we tussen de vijf wijken? In hoofdstuk 5 formuleren we de belangrijkste conclusies op basis van de literatuur- en documentstudie en het verdiepende kwalitatieve onderzoek, en onderscheiden we handelingsperspectieven gericht op 1) het bevorderen van de opkomst, 2) het herstellen van contact tussen lokale politiek en bewoners, en 3) het vergroten van de politieke betrokkenheid van specifieke groepen bewoners.

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 12

2. Verklaringen voor de lage opkomst in Den Haag (*) Stemmen fascineert wetenschappers vanuit allerlei disciplines in de sociale en geesteswetenschappen. Het heeft ook iets essentieels natuurlijk: met stemmen en kiezen raak je aan de kern van het democratisch bestel. Er bestaat in Nederland een stevige traditie van serieus opkomstonderzoek bij verkiezingen. We weten veel over waarom mensen stemmen, iets minder waarom mensen niet stemmen.

(*)

De Haagse Hogeschool & EMMA

Wetenschappelijke verklaringen

26 juni 2023

P 13

Veel opkomstonderzoek draait om cijfers. Die zijn er nogal wat en dat levert veel informatie op over patronen en lange termijn ontwikkelingen. Traditioneel richten we ons echter wat minder op de verhalen achter wel of niet stemmen. Dat is jammer, want beweegredenen en motieven van mensen zijn doorgaans genuanceerd en gelaagd. Over stemmen praat vrijwel niemand in zwart-wit. Die verhalen beluisteren, geeft rijk inzicht in wat mensen beweegt (of juist niet). In dit hoofdstuk presenteren we de recentste wetenschappelijke analyses van stemgedrag bij (gemeenteraads)verkiezingen en wat we daaruit kunnen leren over de lage opkomst in Den Haag.

Kjær & Steyvers, 2022; Koerntjes, 2022). Factoren die verklaren of iemand wel of niet gaat stemmen (individueel niveau) hebben te maken met iemands gender,2 leeftijd,3 hulpbronnen (o.a. opleidingsniveau), socialisatie, blootstelling aan campagnes en media-aandacht, gepercipieerd belang van de verkiezingen, gewoonte, een gevoel van burgerplicht, politieke interesse en zelfvertrouwen (Cancela & Geys, 2016; Frank & Coma, 2021; Smets & Van Ham, 2013; Stockemer, 2016; Van der Meer, 2016; Vermeulen, 2018; Vermeulen et al., 2020; Vollaard et al., 2022).

2.1 Lokale opkomst De opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen is structureel lager dan bij de Tweede Kamerverkiezingen. Bovendien is er sinds het midden van de jaren 1990 al sprake van een geleidelijke daling (Schmeets, 2017; Vollaard et al., 2022). Er is veel onderzoek gedaan naar welke factoren de opkomst bij verkiezingen kunnen beïnvloeden. Bij lokale verkiezingen gaat het dan vooral over populatiestabiliteit, opkomstplicht, gemeentegrootte, het aandeel minderheden in de gemeente, het combineren van verkiezingen en (in mindere mate) spanning in de verkiezingsstrijd en campagne-uitgaven. Ook over verklaringen voor niet-stemmen is nogal wat informatie voorhanden, vooral met betrekking tot landelijke verkiezingen (Gendźwiłł,

2

Door een structurele ‘genderkloof’ is er verminderde participatie van vrouwen in alle onderdelen van het politieke proces, waaronder opkomst bij verkiezingen (Jansen & Denters, 2018). Onderzoek naar opkomst en stemgedrag onderscheidt mannen en vrouwen. Dat is goeddeels een registratieartefact: gegevens over seksuele identiteit anders dan mannelijk of vrouwelijk zijn (nog) beperkt (Medenica & Fowler, 2020). Wel begint er de laatste jaren in onderzoek naar verklaringen een intersectionele benadering van hulpbronnen of achtergrondkenmerken te ontstaan. Het idee hierachter is dat achtergrondkenmerken zoals geslacht en afkomst niet als los van elkaar staande categorieën moeten worden bestudeerd, maar in samenhang moeten worden onderzocht, omdat ze vaak op elkaar inwerken en zorgen voor complexe ongelijkheden die anders niet aan de oppervlakte komen. Zie bijvoorbeeld: Mügge et al. (2018).

De Haagse Hogeschool & EMMA

Figuur 2.1: Grootste partijen per wijk in Den Haag gemeenteraadsverkiezingen 2022 (Bron: Gemeente Den Haag, bewerking Omroep West, 2022a)

3

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2021 bracht 69 procent van de jongeren onder de 25 jaar een stem uit, maar bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 was dat percentage slechts 36 procent. Veel jongeren raken eerst in landelijke politiek geïnteresseerd en pas op latere leeftijd in lokale politiek, schrijven Vollaard en collega’s (2022).

26 juni 2023

P 14

In Den Haag was de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 gemiddeld 43 procent. In sommige wijken bleef de opkomst steken op ongeveer een op de vijf bewoners (Laakkwartier en Spoorwijk), of zelfs nog veel lager (rondom het Zuiderpark). Hart voor Den Haag werd in de meeste wijken, vooral die aan de rand van de stad, de grootste partij. D66 volgde op de tweede plaats, met vooral stemmers rond de centrumwijken. DENK werd het grootst in Bouwlust en Vrederust, het Transvaalkwartier, de Schildersbuurt en de Groente- en Fruitmarkt.

Was 2022 een uitzondering? Voor de lage opkomst in Den Haag in 2022 werden vlak na de verkiezingen allerlei verklaringen genoemd. Mensen zouden weinig vertrouwen hebben in het oplossend vermogen van de lokale politiek. Zeker de bewoners van de ‘traditionele volksbuurten’, want die zouden, volgens Omroep West (2022a), massaal thuis zijn gebleven. Mijn stem gaat het verschil niet maken, zouden veel mensen hebben gedacht. Hun inbreng telt toch niet mee en hun invloed op de besluitvorming van het gemeentebestuur is beperkt. De gemeente staat ver af van de meeste mensen in Den Haag. Die proberen het hoofd boven water te houden en hebben er niet zo veel fiducie in dat de gemeenteraad hun dagdagelijkse belangen dient. Een andere verklaring die werd genoemd, is dat mensen moeite hebben met begrijpen waar de lokale politiek over gaat. Het stemmen als proces ging ook niet altijd goed, getuige het aantal ongeldige stemmen dat werd uitgebracht. Ook werd nog gewezen op corona als verklaring voor de opkomst. Interessant is dat er in veel politieke reacties op de lage opkomstcijfers zonder verdere toelichting gesproken werd over ‘afhakers’.

Oekraïne. Maar de bekendheid met en interesse in de gemeentepolitiek was in 2022 niet lager dan in 2018. Men vond wel dat er weinig informatie beschikbaar was en ervoer het gemeentebestuur als weinig daadkrachtig (Boogers & De Blok, 2022). Corona leidde er niet toe, bleek eveneens uit landelijk onderzoek, dat het contact met het gemeentebestuur terugliep (De Blok, Den Ridder & Boogers, 2022). De meeste mensen hebben ook niet rechtstreeks contact met het gemeentebestuur.

Het vertrouwen in de politiek was in 2022 iets lager dan in 2018, maar verschilt nauwelijks ten opzichte van 2016. Wel gaven meer Nederlanders aan niet te weten hoeveel vertrouwen ze hebben in de lokale politieke instituties of de politiek in het algemeen. Nogal wat mensen (32%) gaven aan niet te hebben gestemd, omdat ze niet wisten op welke partij ze moesten stemmen (Ipsos, 2022). Over het algemeen blijkt de interesse in de gemeenteraadsverkiezingen gering, en de kosten van het stemmen (tijd maken, je verdiepen in lokale partijen die erg op elkaar lijken) voor veel mensen te hoog.

Tijdens de pandemie steeg aanvankelijk het vertrouwen in de overheid: het bekende rally-round-the-flag-effect. Maar gaandeweg nam de kritiek op het overheidsbeleid toe. Het vertrouwen in de landelijke overheid daalde scherp tussen april 2020 en september 2021 (Engbersen et al., 2021), en bleef nadien tamelijk stabiel op een laag niveau. Het vertrouwen in de lokale overheid piekte minder hoog en daalde minder diep, maar volgende eenzelfde ontwikkeling. Al met al lijkt corona een kleine rol te hebben gespeeld. In de motieven van de thuisblijvers speelde de oorlog in Oekraïne geen rol (De Blok, Den Ridder & Boogers, 2022). Kortom, echt een uitzondering was 2022 niet.

In algemene zin was er in 2022 duidelijk minder landelijke media-aandacht voor de gemeenteraadsverkiezingen – mogelijk als gevolg van de oorlog in

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 15

Zijn mensen afgehaakt? De Staatscommissie parlementair stelsel concludeerde in 2018 dat het democratische stelsel in Nederland niet voor iedereen even goed werkt en dat steeds meer burgers dreigen af te haken (Staatscommissie parlementair stelsel 2018). Volgens De Voogd en Cuperus (2021) is dat intussen volop gebeurd. In bepaalde streken zijn bepaalde groepen mensen ‘afgehaakt’. Nederland is verdeeld, zoals Milikowski (2021) eerder liet zien, met opleidingsniveau als nieuwe scheidslijn. Het land wordt ‘geregeld’ door de hoogopgeleiden. De rest heeft weinig in de pap te brokkelen, staat erbij en kijkt ernaar, is dikwijls ongezonder, eenzamer en minder verbonden, woont in een probleemwijk, of op het krimpende platteland, of in middelgrote steden waar de maakindustrie is verdwenen. En als deze rest al stemt, dan doen ze dat, aldus De Voogd en Cuperus (2021), op ‘buitenstaander-partijen’ zoals PVV, FvD en SP (zie ook: Winninghof, 2018).

Krouwel en collega’s (2018) kwamen deels tot een vergelijkbare conclusie. Op basis van een grootschalig kwantitatief onderzoek construeerden zij een aantal typen niet-stemmers: ‘de boze afhaker’, ‘de kwetsbare buitenstaander’, ‘de levenscyclus-afhankelijke instapper’, ‘de toevallige thuisblijver’. Opleidingsniveau vormt ook tussen deze verschillende typen niet-stemmers een onderscheidende factor. De ‘thuisblijver’ die door bepaalde omstandigheden niet heeft gestemd en de ‘instapper’ die in een levensfase zit waar even andere prioriteiten gelden, zijn duidelijk hoger opgeleid en hebben het economisch en sociaal best goed voor elkaar. Voor de ‘buitenstaander’ en de ‘afhaker’ ligt dat anders. Hier zit politiek cynisme, weinig vertrouwen in de overheid, gecombineerd met een gemiddeld relatief laag opleidingsniveau en een hoge mate van sociale en economische kwetsbaarheid.

De Haagse Hogeschool & EMMA

Als aanvulling op het kwantitatieve Lokaal Kiezersonderzoek (LKO) zijn in 2022, vanwege de relatief lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen, aanvullende analyses uitgevoerd, specifiek gericht op niet-stemmers (Vollaard et al., 2022; Van Bochove, Klarenbeek & Moors, 2022). Vollaard en collega’s nuanceren het scherpe onderscheid dat in andere studies gemaakt wordt tussen categorieën als ‘gevestigden’ en ‘buitenstaanders’ of ‘afhakers’. Ze benadrukken dat niet-stemmers uit verschillende groepen bestaan. Mensen met een lager inkomen en opleidingsniveau, jongeren en niet-werkenden zijn oververtegenwoordigd in de groep niet-stemmers. Net als groepen Nederlanders met een migratieachtergrond.

Veel voorkomende redenen om niet te stemmen die naar voren komen zijn: praktische belemmeringen, moeite om te kiezen en gebrek aan vertrouwen. Vollaard en collega’s maken zich op basis van de bevindingen, net als De Voogd en Cuperus (2021), zorgen over ongelijke patronen in vertegenwoordiging en vertrouwen. Hoewel de groep niet-stemmers divers is, vinden ze wel een verband tussen niet-stemmen en andere variabelen: politiek cynisme, gebrek aan interesse, weinig belang hechten aan de gemeente, weinig lokale verbondenheid, eenzaamheid, zich ongelukkig voelen, en een slechte gezondheid.

Uit een verdiepend kwalitatief onderzoek in vijf gemeenten blijkt, dat bewoners zich vaak niet gezien en gehoord voelen. Ze voelen zich niet vertegenwoordigd door lokale politici, die volgens hen vooral oog hebben voor andere wijken dan de hunne, of alleen voor de ‘stad’ en niet voor het ‘ommeland’. Ze willen ‘geen figurant zijn in het verhaal van een ander’ (aldus filosoof Marjan Slob, geciteerd in Van der Meer & Ham, 2022, p. 31). In plaats daarvan verlangen ze naar bestuurders en raadsleden die naar hun wijk of dorp komen, die oprecht geïnteresseerd zijn in wat er speelt onder de

26 juni 2023

P 16

bewoners, en die daar vervolgens ook écht iets mee doen (Van Bochove, Klarenbeek & Moors, 2022). Deze bevinding heeft duidelijke raakvlakken met de ‘narratieven van wantrouwende burgers’ (Peeters et al., 2020). In hoofdstuk 4 gaan we daar nader op in.

2.2 Politieke en maatschappelijke participatie Termen als ‘boze burgers’ of ‘afgehaakte burgers’ – die in de media en het publieke debat vaak worden gebruikt – zijn te kort door de bocht. Onder nietstemmers komen allerlei gevoelens voor richting de (lokale) politiek, zoals onverschilligheid, tevredenheid, berusting, teleurstelling, machteloosheid, cynisme, argwaan en woede. Waar boosheid een actieve emotie veronderstelt – en feitelijk ook is (Kaulingfreks, 2015; Moors, 2023) – hebben veel nietstemmers zich erbij neergelegd dat de politiek het verschil in hun ogen niet zal maken. Bovendien zijn sommige mensen, als het om politieke participatie gaat, nooit ‘aangehaakt’ geweest. In sommige buurten wordt een apolitieke houding van generatie op generatie overgedragen.

Andere mensen zijn weliswaar afgeknapt op en teleurgesteld in (lokale) politici, maar blijken in andere opzichten juist heel ‘aangehaakt’ te zijn. Als actieve vrijwilliger in hun wijk, bijvoorbeeld. En desgevraagd vinden zij dat dit de manier is om iets voor je stad, dorp of wijk te betekenen (Van Bochove & Moors, 2022; Van Bochove, Klarenbeek & Moors, 2022).

Is dat goed nieuws? Er zijn zorgen dat een lage opkomst een verzwakking van democratische legitimiteit van het gemeentebestuur betekent, en daarmee ongelijkheid in representatie en het verval van lokaal burgerschap. Maar een

De Haagse Hogeschool & EMMA

hoge(re) verkiezingsopkomst, laat wetenschappelijk onderzoek zien, is niet per se een graadmeter van een goede democratie. Dat hangt af van de opvattingen over democratische legitimiteit, representatie en burgerschap (Vollaard et al., 2022). Het ligt daarom meer voor de hand om de achterliggende zorgen, zoals gebrek aan politiek vertrouwen onder bepaalde stemmers én niet-stemmers, ongelijkheid in representatie en lokaal burgerschap te adresseren en te werken aan een betere onderlinge betrokkenheid van politici en kiezers, dan te blijven ‘treuren’ over een lage opkomst.

Deze opvatting sluit aan bij de breed gedragen visie, dat de ingewikkelde opgaven van het moment, die ingrijpen op het dagelijkse leven van mensen, alleen het hoofd kunnen worden geboden met de actieve inbreng, ideeën en inzet van die mensen zelf (Cuppen 2018). Met inzet op participatie dus. Daar is een wereld te winnen. Overheden hebben vooralsnog beperkt zicht op hoe groepen Nederlanders aankijken tegen de grote opgaven en het hiervoor bedoelde beleid (Putters, 2022).

Politiek is het participatiebeleid de afgelopen jaren vooral ingevuld als het versterken van zelfredzaamheid (Dekker, 2019). Politieke participatie bleef uit zicht (zie ook: Ekman & Amna, 2012). Er werd van burgers verwacht dat zij zelf hun zaken regelen zonder hulp van de overheid en dat zij verantwoordelijkheid nemen over buurtgenoten en de wijk. Dit past bij het idee van de ‘doe-democratie’, dat het kabinet in 2013 (her)introduceerde: ‘een maatschappij waarin burgers de publieke sfeer (co)creëren door het realiseren van lokale projecten en niet zo zeer door te stemmen, beraadslagen of onderhandelen’ (Van de Wijdeven 2012, geciteerd in Dekker 2019, p. 80). Er kwamen meer burgerinitiatieven en wijkactiviteiten. Goed nieuws, maar die talrijke initiatieven hebben een soort ‘glazen plafond’ (Sanders et al., 2018). Ze

26 juni 2023

P 17

leveren prachtige, maar heel lokale resultaten op, of uitkomsten die maar voor een kleine groep toepasselijk zijn. De noodzakelijke ‘schaalsprong’ komt zelden aan bod. Parvin (2017) beargumenteerde dat deze burgerparticipatie economische en politieke ongelijkheden eerder versterkt dan oplost. Organisaties die zich inzetten voor arme mensen in de samenleving worden minder invloedrijk, burgerparticipatie concentreert zich rondom de ‘elite’, terwijl de politiek zich verder verwijdert van de gewone burgers. Hoger opgeleide mensen zijn vaker betrokken bij maatschappelijke organisaties en het politieke discours, en hebben netwerkkapitaal, terwijl minder welgestelde mensen die toegang ontberen. Burgerparticipatie zonder ‘check on elite power’ schiet zo haar doel voorbij (Parvin, 2017).

Maatschappelijke en politieke betrokkenheid vergroten, vergt meer dan de ‘traditionele’ manier waarop beleidsmakers aandacht besteden aan betrokkenheid, namelijk via participatie op uitnodiging. Het gaat vooral over ruimte maken om mee te doen, voor iedereen die wil. Tegelijkertijd is het belangrijk om met weerstand om te gaan en die ook te zien als een vorm van participatie of unruly politics: een manier waarop mensen aandacht vragen voor hun perspectief (Bleijenberg et al., 2018; Warren, 2011) – ook als die weerstand of dat protest niet past in het beleid dat is uitgezet. En het gaat over zichtbaar zijn als politiek: zichtbaar als vertegenwoordiger en partner in het deliberatief proces dat politiek, beleid en burgers samen ‘bestieren’ (Kuhn & Van der Vlist, 2022).

2.3 Handelingsperspectieven

draagt niet noodzakelijkerwijs bij aan het verbeteren van de relatie tussen politiek en burgers – terwijl dat feitelijk het doel is van handelingsperspectieven om de kwaliteit van de lokale democratie te verbeteren (Vollaard et al., 2022).

Daarom zou het wijs zijn als gemeentebesturen zich zouden afvragen wat ze nu eigenlijk willen veranderen. Gaat het er om zoveel mogelijk kiezers naar de stembus te krijgen? Of gaat het toch vooral om het verkleinen van politieke ongelijkheid en/of het bevorderen van politieke kennis en/of politieke betrokkenheid van kiesgerechtigden? Want ja: opkomst hangt samen met democratische legitimiteit. Tegelijkertijd betekent het vergroten van politieke betrokkenheid, niet automatisch ook dat mensen gaan stemmen.

Waar het over gaat, is dat veel van de huidige opkomst bevorderende activiteiten bij uitstek zijn gericht op mensen naar het stembureau trekken. Er worden bijvoorbeeld evenementen rondom de verkiezingen georganiseerd, stembureaus worden op bijzondere locaties geopend, er gaat koffie of een museumticket in de aanbieding bij specifieke stembureaus. Het effect op de opkomst van veel van dit soort initiatieven is echter beperkt of er wordt geen significant effect gevonden (Vollaard et al., 2022). Of het versterken van politieke betrokkenheid de opkomst bij verkiezingen verhoogt, is bij voorbaat lastig meetbaar te maken en vergt bovendien een investering op de lange termijn. Maar het is wel belangrijk dat op landelijk en lokaal niveau aandacht blijft uitgaan naar interventies die burgers ondersteunen bij het leren kennen van de spelregels van de representatieve democratie.

Nederlandse onderzoekers wijzen erop dat lage verkiezingsopkomsten niet enkel op te lossen zijn door middel van enkelvoudige, korte termijnmethoden. Of nog sterker geformuleerd: het verhogen van de opkomst,

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 18

Gericht op verbeteren opkomst Uit Nederlands onderzoek blijkt dat de communicatie-inzet van gemeenten rondom de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 weinig tot geen meetbaar positief effect gehad heeft op de opkomst. Overigens heeft slechts 15 procent deze inzet gebaseerd op kennis of onderzoek (Van Ostaaijen et al., 2016). Dat verklaart mogelijk de geringe effectiviteit.

De Nederlandse en de internationale wetenschappelijke literatuur geven geen eenduidig beeld van welke methoden voor een hogere verkiezingsopkomst zorgen. Veel verschillende factoren hebben invloed op de verkiezingsopkomst en die zijn niet altijd beïnvloedbaar, zoals weersomstandigheden (Van Ostaaijen et al., 2016). Daarbij hebben de meeste onderzochte methoden een beperkte invloed, meestal tussen één en tien procent (Bond et al., 2012). Toch zijn op grond van wetenschappelijke analyses succesvolle van minder succesvolle methoden te onderscheiden.

De meeste studies concluderen dat een persoonlijke aanpak en maatwerk het beste werken, zoals deur-tot-deur campagnes4 en telefoongesprekken (Green & Gerber, 2015; Van Ostaaijen et al., 2016). Daarbij helpt het om mensen via hun sociale netwerk te benaderen, zowel offline als online (Bond et al., 2012; Gerber & Green, 2017; Van Ostaaijen et al., 2016). Tegelijkertijd laten sommige onderzoeken zien, dat bepaalde onpersoonlijke methoden ook goed werken, zoals herinneringsberichten via sms (Bergh et al., 2021; Bhatti et al., 2017; Dale & Strauss, 2009; Malhotra et al., 2011).

4

Over campagnemethodes per brief verschillen de onderzoekers van mening. Verschillende studies laten zien dat brieven met een standaardoproep om te stemmen geen significant effect opleveren (Gerber & Green, 2017; Green et al., 2013). Toch zijn er ook onderzoeken die positiever resultaten opleveren (Bergh et al., 2020; Fieldhouse et al., 2013). Het zijn vooral de toon en/of de boodschap van de brieven die het verschil maken. Brieven die sociale druk uitoefenen, bijvoorbeeld, werken goed (Green & Gerber, 2015). Ook brieven waarin de ontvanger bedankt wordt voor zijn/haar stem in voorgaande verkiezingen hebben een stevig positief effect (Green & Gerber, 2015; Panagopoulos, 2011). Daarnaast kunnen brieven van bestuurders met autoriteit, zoals burgemeesters, de verkiezingsopkomst stimuleren (Van Zuydam et al., 2018).

Een tweede succesvolle methode om de verkiezingsopkomst te verhogen is de inzet van digitale stemhulpen. Deze kunnen de verkiezingsopkomst ophogen met één tot vier procentpunt (Gemenis & Rosema, 2014; Van Zuydam et al., 2018). Opvallend is dat digitale stemhulpen het grootste effect op de verkiezingsopkomst hebben onder groepen die over het algemeen minder vertegenwoordigd zijn, zoals jongeren en mensen die minder kennis hebben van de politiek (Gemenis & Rosema, 2014). Andere succesvolle methoden die genoemd worden in de literatuur zijn het verhogen van het aantal stembureaus (Van Ostaaijen et al., 2016), het combineren van lokale en nationale verkiezingen (Vollaard et al., 2022), en aandacht voor de gemeenteraadsverkiezingen vanuit lokale of regionale media (Van Ostaaijen et al., 2016).

Deur-tot-deur gesprekken lijken echter beter te werken in Amerika dan in de Europese context, zie verderop in de tekst.

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 19

Een laatste succesvolle methode om te benoemen zijn lange termijninterventies onder kinderen/jongeren. Diverse onderzoeken hebben aangetoond dat burgerschapsonderwijs en politieke activiteiten in schoolverband samenhangen met een positieve en lange termijn-impact op de politieke betrokkenheid van kinderen en jongeren (Dassonneville et al., 2012; Eichhorn, 2018; Keating & Janmaat, 2016; Ohme et al., 2020; Pasek et al., 2008).

deze gesprekken (al dan niet uitgevoerd door leden van politieke partijen) in Nederlandse of Europese contexten minder positieve resultaten op (Foos & John, 2018; Van Zuydam et al., 2018). Ook experimenten met radio- en tvcampagnes leveren variërende resultaten op. Over het algemeen lijken ze weinig succesvol (Green & Gerber, 2015), maar sommige studies wijzen op positieve resultaten onder bepaalde doelgroepen, zoals jongeren (Green & Vavreck, 2008) en migrantengroepen (Panagopoulos & Green, 2011).

Hier zijn echter wat kanttekeningen bij te plaatsen. De meeste studies meten niet direct de invloed van burgerschapsonderwijs op verkiezingsopkomsten, maar op politieke betrokkenheid of interesse. Hierbij wordt aangenomen, maar meestal niet aangetoond, dat dit politiek engagement tot hogere verkiezingsopkomsten leidt (zie o.a. Pasek et al., 2008). Daarnaast wijst een onderzoek uit dat jongeren politiek onderwijs saai kunnen vinden en dat het daarom averechts kan uitwerken, zo bleek uit de controlegroep (Eagles & Davidson, 2001). Een lange termijn-interventie die niet direct gericht is op politiek, maar wel een positieve invloed had op verkiezingsopkomsten, stimuleerde de ontwikkeling van sociale en emotionele vaardigheden in basisschool- en middelbare schoolklassen. Twee interventies in Amerika die hierop waren gericht resulteerden twee decennia later in een verkiezingsopkomst van zeven tot tien procentpunt hoger dan bij de controlegroepen (Holbein, 2017; Holbein et al., 2022).5

Een methode die als minder succesvol beschouwd wordt, is het benaderen van kiesgerechtigden per e-mail (Gerber & Green, 2017; Krueger, 2010; Nickerson, 2007). Dit soort e-mails wordt weinig geopend en lijkt minimale impact te hebben op verkiezingsopkomsten (Green & Gerber, 2015). Andere methoden die weinig tot geen aangetoond effect hebben, zijn de inzet van commerciële bureaus die mensen bellen om hen aan te moedigen om te gaan stemmen, flyeren (Green & Gerber, 2015), en verkiezingsdebatten (Van Zuydam et al., 2018). Een methode die met name gebruikt wordt om jongeren te bereiken: de inzet van sociale media, lijkt ook weinig impact te hebben. Sociale mediacampagnes kunnen de politieke betrokkenheid van jongeren versterken, maar belangrijker blijken burgerschapsonderwijs en politieke evenementen (Ohme et al., 2020). Een grootschalig onderzoek via Facebook meet een significant effect van een ‘Get Out the Vote’-bericht dat via het sociale mediakanaal verspreid werd, maar de grootte van het effect was slechts gering (Bond et al., 2012). Een gerelateerde methode waarmee jongeren (maar ook kinderen en volwassenen) zouden kunnen worden bereikt, is de inzet van influencers. Hier is nog weinig onderzoek naar gedaan, maar wat er is toont wel aan dat deze ‘online rolmodellen’ politieke interesse aan kunnen wakkeren. Dat betekent overigens niet automatisch dat hiermee

Over sommige methoden wordt uiteenlopend gerapporteerd. Zo zijn deurtot-deurgesprekken over het algemeen zeer succesvol in Amerikaanse onderzoeken (Green & Gerber, 2015; Matland & Murray, 2012), maar leveren

5

De ene interventie betrof een integraal programma van o.a. discussies en (rollen)spellen waarin het aanleren van sociale en communicatieve vaardigheden centraal stond (Holbein, 2017), de andere

De Haagse Hogeschool & EMMA

interventie betrof het stimuleren van sociaal gedrag en het verminderen van verstorend of agressief gedrag, onder andere door middel van een spel (Holbein et al., 2022).

26 juni 2023

P 20

ook de politieke participatie van jongeren toeneemt (Harff & Schmuck, 2023; Schmuck et al., 2022).

Gericht op kennispositie en relatie tussen (lokale) politici en burgers Het ligt, zoals gezegd, meer voor de hand om handelingsperspectieven te zoeken, die bijdragen aan het wegnemen van achterliggende factoren die van invloed zijn op stemgedrag, zoals het gebrek aan politiek vertrouwen onder bepaalde groepen stemmers én niet-stemmers, of de ongelijkheid in representatie en lokaal burgerschap. De Blok, Den Ridder en Boogers schrijven over wat er volgens niet-stemmers nodig is: ‘Ongeveer een kwart van de niet-stemmers kan niet aangeven wat er moet veranderen om mensen zoals zij weer naar de stembus te krijgen. Niet-stemmers die wel suggesties doen, denken dat een andere opstelling van de (lokale) politiek en een betere informatievoorziening kan helpen. Politici en partijen zouden daadkrachtig en eerlijk moeten zijn, en luisteren naar de bevolking, Het belang van de gemeente en het stemmen zou meer nadruk verdienen, en de standpunten en verschillen tussen partijen moeten duidelijker’ (2022, p. 52).

Onderzoek laat zien dat overheden met name naar structurele handelingsperspectieven op de lange termijn moeten kijken, zoals investeren in (democratie- en burgerschaps)onderwijs en de betrokkenheid van inwoners bij politiek en bestuur (Van Ostaaijen, 2022; Van Ostaaijen et al., 2019). Bovendien moeten ze opletten, zoals Vollaard en collega’s (2022) benoemen, dat maatregelen om kiezers te trekken juist averechts kunnen werken bij het verhogen van kennis en betrokkenheid. Een overweging om de gemeenteraadsverkiezingen aan de Tweede Kamerverkiezingen te koppelen, bijvoorbeeld, zou de opkomst van de gemeenteraadsverkiezingen verbeteren, maar mogelijk de bereidheid om zich in die lokale verkiezingen te verdiepen juist verminderen. Of denk aan het mogelijk maken van briefstemmen. Goed voor de opkomst vermoedelijk, maar slecht voor het vertrouwen in het kiesproces (Sipma et al., 2021).

Bewoners en lokale sleutelfiguren zijn het erover eens: ‘de politiek is aan zet’ om de opkomstcijfers bij de gemeenteraadsverkiezingen te verbeteren. De belangrijkste aanbevelingen zijn: (1) laat als lokale politicus je gezicht vaker zien en luister écht naar bewoners, (2) maak als lokale politicus je beloftes concreet en kom ze na, (3) benut de rol van intermediairs, die een schakel zijn tussen bewoners en lokale politici, (4) investeer in het politieke bewustzijn en vertrouwen van jongeren (Van Bochove, Klarenbeek & Moors, 2022). In het bijzonder kiesgerechtigden met een migratieachtergrond, praktisch opgeleiden, vrouwen – en combinaties van deze groepen (Vermeulen, Kaulingfreks & Redan, 2023).

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 21

3. Geluiden uit vijf Haagse wijken In dit hoofdstuk doen we verslag van het veldwerk: onze gesprekken in de verschillende Haagse wijken. Achtereenvolgens passeren impressies uit Bouwlust en Vrederust, Vogelwijk, Mariahoeve en Marlot, Geuzen- en Statenkwartier, en Laakkwartier en Spoorwijk. Aan de hand van ons veldwerk (straatgesprekken, diepte-interviews, groepsgesprekken) laten we zien wat bewoners en wijkprofessionals bezighoudt. We laten zien hoe zij het leven in hun wijk ervaren: welke thema’s er volgens hen van belang zijn om hun kijk op het dagelijks leven ook daadwerkelijk te begrijpen. Tot slot laten we zien, waarom zij wel of niet stemmen, en wat er volgens hen nodig is om bewoners meer bij de gemeentepolitiek te betrekken.

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 22

3.1 Bouwlust en Vrederust: wijken van de wederopbouw De Haagse wijk Bouwlust en Vrederust is een wijk in het zuidwesten van Den Haag. Zo’n wijk waarvan er velen zijn gebouwd in de nasleep van de wederopbouw na Wereldoorlog Twee. De wijk is tussen 1953 en 1967 voltooid. Ondanks het feit dat er verschillende architecten aan gewerkt hebben, is de architectuur in de wijk redelijk uniform: in die zin, dat die typisch naoorlogse architectuur van flatgebouwen van ‘drie, vier verdiepingen hoog’ op een flink aantal plekken in de wijk te vinden is. Meestal in een carré gebouwd, zodat er een gezamenlijke binnentuin of -plaats ontstaat. De woningdichtheid is – zeker voor die tijd – best hoog: de gemeentelijke eis was dat er meer dan 50 woningen per hectare zouden moeten worden opgeleverd. De eerste woningen in Bouwlust en Vrederust zijn uiteindelijk in 1956 opgeleverd. In 1960 is 70 procent van de wijk opgeleverd.6

6

Bouwlust en Vrederust telt 29.018 inwoners in 13.974 huishoudens. De gemiddelde leeftijd van de inwoners is ruim 38 jaar (tegenover gemiddeld 39,1 in Den Haag). Bijna driekwart van deze inwoners heeft een migratieachtergrond (dat is 57% in Den Haag). Het gemiddeld besteedbaar inkomen van de huishoudens is 34.400 euro (€44.300 in Den Haag) (Gemeente Den Haag, z.d. a). De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 was in Bouwlust en Vrederust 29 procent; ruim onder het gemiddelde van 43 procent (Gemeente Den Haag, 2022b). Op gebied van veiligheid scoort de wijk gemiddeld. Het aantal geweldsdelicten ligt net iets hoger dan gemiddeld in Den Haag (87 delicten per 100.000 inwoners tegenover 76). Het aantal overlastmeldingen is gemiddeld of net iets meer dan gemiddeld. Wat betreft sociale leefbaarheid scoort de wijk lager dan gemiddeld, met een schaalscore Sociale Cohesie van 5,3 (ten opzichte van gemiddeld een 5,7 in Den Haag). Op het subonderdeel ‘gezondheid en leefstijl’ scoort de wijk zelfs aanzienlijk slechter dan gemiddeld. Zo is het aandeel personen van 19 jaar en ouder met een goede gezondheid slecht 67 procent, tegenover gemiddeld 75 procent in Den Haag.

De fysieke leefbaarheid scoort gemiddeld in Bouwlust/Vrederust, met gemiddelde tot hoger dan gemiddelde scores op gebied van milieu en duurzaamheid en een gemiddelde tot lager dan gemiddelde score op openbare ruimte en voorzieningen (Gemeente Den Haag, z.d. b).

Deze alinea ter introductie van de wijk is gebaseerd op eigen observaties van de onderzoekers, in combinatie met openbare bronnen over de wijk, zoals Wikipedia en Wonen in Den Haag. Datzelfde geldt voor de introducties bij de overige wijken.

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 23

De staat van de wijk In grote delen van de wijk is er sprake van achterstallig onderhoud. In het eerste decennium van deze eeuw waren er al plannen om de woningen in de wijk te moderniseren. Maar, aldus een opbouwwerker: ‘de financieeleconomische crisis van 2008 heeft roet in het eten gegooid’. Pas in 2021 wordt er weer werk van een mogelijke herstructurering gemaakt. En niet zo’n kleine ingreep ook: volgens nieuwsmedium Den Haag Centraal gaat het om ‘de grootste stedenbouwkundige ingreep tot nu toe in Den Haag-Zuidwest. Woningcorporatie Staedion en bouwbedrijf Heijmans gaan aan de slag in de delen van Bouwlust en Vrederust die worden aangeduid als de ‘Dreven’, de ‘Gaarden’ en de ‘Zichten’, naar de kenmerkende achtervoegsels bij de straatnamen. In die gebieden, grofweg gelegen tussen de Hengelolaan en de Erasmusweg, staan 2.060 sociale-huurwoningen. Daarvan gaan er 1.778 tegen de grond. Ze worden vervangen door nieuwbouw’ (Den Haag Centraal, 2021). Dat voornemen zorgt voor onrust in de wijk, aldus datzelfde Den Haag Centraal.

Wethouder Martijn Balster (PvdA, wonen) stelt vast dat ‘vrijwel alle woningen nu tegelijk aan zeer groot onderhoud toe zijn.’ Sterker nog: ‘[...] zelfs dat biedt in een aantal gevallen geen oplossing meer. Bewoners klagen al jaren terecht over tocht, vocht en schimmel. Ook ontbreekt in de meeste hoogbouw een lift. Deze huizen zijn eigenlijk op, dat moeten we onder ogen zien’ (Den Haag Centraal, 2021).

sociale problematiek speelt. Het Haags Gemeentearchief laat Ronald van der Spiegel terugblikken op zijn jeugd: ‘Ik ben in 1954 geboren aan de Zuidwal in de Schilderswijk. Mijn ouders woonden toen in bij mijn grootmoeder vanwege de woningnood.’ In 1957 krijgen zijn ouders een eigen woning toegewezen in Sterrenoord (Bouwlust): ‘een driekamerwoning zodat mijn zusje en ik een kamer moesten delen (Haags Gemeentearchief, 2022). De buurt was zeer ‘ons kent ons’, aldus Van der Spiegel.

In de jaren ’80 en ’90 gaat de wijk hard achteruit, zo herinnert Van der Spiegel zich: ‘In de jaren ’80 stonden er bij mij in de straat drie drugspanden. […] Oud en nieuw was ook altijd wel heftig (Haags Gemeentearchief, 2022).

Bewoners: ‘de overheid doet maar wat (maar niet de dingen die nodig zijn)’ Het is een relatief koude dag; een waterig zonnetje schijnt. Deze respondent staat buiten te wachten bij de ingang van de supermarkt Lidl. Ze rookt. Kijkt om zich heen. Een woensdag in februari. De vrouw is klein van stuk, tanig. Een Haags accent klinkt door. Ze vertelt dat ze 76 jaar oud is. En dat ze al een belangrijk deel van haar leven in deze wijk woont.

‘Ja, je wordt geleefd. Ze doen maar wat in Den Haag.’ Alhoewel het woord ‘daar’ niet in de zin wordt gebruikt, wordt ‘Den Haag’ uitgesproken, alsof dat een andere planeet is. Ze maakt duidelijk dat het – in haar ogen – er in de wijk niet al te best aan toegaat.

Een wijk die alle fases doorlopen heeft De wijk heeft feitelijk alle fases doorlopen die een gemiddelde jaren ’50-wijk in Nederland doormaakt. Van oplossing voor de woningnood naar opvang van de eerste migrantenwerkers in Nederland. En anno nu, een wijk waar veel

De Haagse Hogeschool & EMMA

Wanneer was het nog leuk in de wijk? Een korte stilte: ‘Vroeger. Ja, toen was het leuk. Je kon de melk die door de melkboer werd gebracht

26 juni 2023

P 24

nog gewoon buiten laten staan.’ De onuitgesproken opmerking daarachter: ‘dat hoef je nu natuurlijk niet meer te proberen.’

‘Nu wordt er met messen gestoken in de wijk.’ Ze verwijst naar een steekincident, dat een aantal weken eerder [een steekincident op 27 december] in de wijk nogal voor opschudding heeft gezorgd (Den Haag FM, 2023). Jongeren zijn elkaar te lijf gegaan. En er is met een mes gestoken. Een georganiseerde groep jongeren uit de wijk naast Bouwlust heeft naar aanleiding van de – in hun ogen eenzijdige – manier waarop politici erover spraken zelfs ingesproken bij de raadsvergadering.

‘Je ken ze er ook niet uitgooien, die asielzoekers’, verduidelijkt ze.

Om daarna over het leven van alledag te vertellen: ‘het is ook allemaal zó duur!’ Rondkomen is lastig, zo maakt het gesprek duidelijk. Het leven van alledag managen, in de zin dat er eten is, dat de huur betaald kan worden, en dat de rekeningen betaald kunnen worden: dat is wat vooraan in het hoofd zit. Ze heeft al verteld, dat ze thuis met zijn vieren zijn. Naar de exacte gezinssamenstelling is het raden: woont ze in bij haar zoon of dochter? Of andersom?

‘Nee, natuurlijk ga ik niet stemmen. Ik heb ze gelijk alle vier verscheurd.’ Van ‘de politiek’ kan weinig heil worden verwacht. Als ze zou stemmen, dan zou ze op de PVV stemmen. ‘Wilders. Die pakt de Marokkanen tenminste aan.’

De Haagse Hogeschool & EMMA

Al snel gaat het gesprek weer over de buurt. Over dat er weinig (meer) van deugt: ‘Gassies van 15, 16: ze schelden je gewoon uit voor kankerhoer.’ Ze verduidelijkt: ‘ik heb altijd een knuppel bij me, hoor!’ En: ‘Molukkers, die hoor je niet!’ Ja, in de jaren zeventig: toen wel: ‘met de kapingen’. Maar nu, nu eisen mensen herstel-betalingen. ‘Miljoenen! Voor iets dat 500 jaar geleden gebeurd is.’ Ze is even stil: ‘waar gaat dat nog over?’ Nog een keer gaat het gesprek terug naar de veranderende buurt: ‘je ken niemand meer, tegenwoordig.’

Een tweede bewoner staat voor een ‘alles voor mobiel-achtige’ winkel in de buurt van de Lidl. Tenger. Hij draagt een zwarte, wat verwassen hoodie. Een zonnebril op zijn neus, terwijl er alleen een waterig zonnetje te bekennen is. De coating van zijn zonnebril heeft betere tijden gekend, want die heeft hier en daar losgelaten. Zijn ouders zijn Marokkaans. Hij is Nederlander. 32 jaar oud. Afgekeurd, zit in de Wajong. Het gesprek opent van zijn kant met ‘u’ en ‘mijnheer’. Pas na een tijdje wordt het ‘je’ en ‘jij’.

Ook hij is van mening ‘dat het niet goed gaat met de buurt.’ Hij heeft er lang gewoond, is er opgegroeid. Maar nog niet zo lang geleden naar de Schilderswijk verhuisd. Hij staat te wachten, omdat zijn dochtertje hier nog naar school gaat ‘het is écht een goede school hier! [...] De Anne Frankschool, die is echt goed.’ Daarom is hij nog veel in de wijk. Maar: ‘In de Schilderswijk, waar ik nu woon, is het echt beter.’ In de Schilderswijk wordt er nog wel een beetje op elkaar gelet, is er (meer) sociale binding.

Gaat hij stemmen? ‘Natuurlijk niet! Natuurlijk ga ik niet stemmen. [...] Ja, dat heb ik wel gedaan. Een of... nee, twee keer. Dat moest van mijn ouders. Ze zaten zo aan mijn hoofd te zeuren.’ Om van het gezeur af te zijn, had hij gestemd. Maar nu, nee. Hij gaat niet stemmen.

26 juni 2023

P 25

Waarom niet? Nou, ‘ze doen toch niets.’

Hij zwijgt even. Dan: ‘Weet u, mijnheer, het zijn mooipraters.’ Hij laat weer even een korte stilte vallen. ‘Maar ze luisteren niet!’ Weer een korte stilte.

Dan schakelt hij over naar ‘jij’: ‘begrijp je wat ik bedoel?’

De afstand tussen hem en het bestuur van Nederland is groot: ‘Rutte, ja, hij fietst. En hij geeft les aan zo’n school.’ Hij doet alsof hij net zoals wij is, zo lijkt hij te uit te leggen: ‘maar zijn bankrekening, die is een Ferrari waard, begrijp je?’ Hij vertelt dat hij zelf voor 70 procent afgekeurd is en in de Wajong zit. Het zit in zijn armen. ‘Ik kan er verhalen over vertellen...! [...] Maar ik wil echt graag werken.’ Binnenkort begint hij aan een opleiding: ‘ik ga verkeersregelaar worden.’

Het gesprek meandert weer terug naar het al dan niet stemmen. ‘Als ik nu zou gaan stemmen, dan zou ik op Wilders stemmen.’ Hij checkt – onuitgesproken – of die opmerking aankomt. Hij legt uit: ‘Wilders is tenminste hard. En duidelijk.’

En wederom: ook voor hem is het dagelijks leven uitdagend: ‘het wordt allemaal wel heel duur, hoor. Ik weet niet goed meer hoe ik rond moet komen.’ Hij geeft aan trots op Nederland te zijn. Zich ook echt Nederlander te voelen: ‘thuis spreek ik Nederlands tegen mijn ouders. Nauwelijks Marokkaans.’

De Haagse Hogeschool & EMMA

26 juni 2023

P 26

Anekdotisch: hij staat te wachten naast een brommertje. Dat blijkt de brommer te zijn van de Haagse vrouw van 76. Die uitgebreid verteld heeft, dat Marokkanen niet deugen. En dat ze, als ze zou stemmen, Wilders zou stemmen. Dezelfde partij als waarop mijn gesprekspartner aangeeft te stemmen ‘als hij zou stemmen.’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13435088/1