CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316687 Bijlage ontwerp-codebesluit-prioriteringsruimte-transportverzoeken

Commissie Leefomgeving 26 oktober 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken24.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Muzenstraat 41 2511 WB Den Haag 070 722 20 00 www.acm.nl

Openbaar

Ontwerpbesluit Prioriteringsruimte transportverzoeken

Ons kenmerk Zaaknummer Datum

: ACM/UIT/593612 : ACM/23/182341 : 13 juli 2023

Dit document bevat het ontwerpbesluit over de prioriteringsruimte bij transportverzoeken. De ACM consulteert dit ontwerpbesluit van 13 juli 2023 tot en met 5 oktober 2023. Reageren staat open voor een ieder. U heeft twaalf weken de tijd om uw zienswijze op het ontwerpbesluit en reacties op de consultatievragen schriftelijk (via de post of de mail) of mondeling in te dienen. Stuur uw schriftelijke zienswijze naar: Autoriteit Consument en Markt, Directie Energie, Postbus 16326, 2500 BH Den Haag of naar ACM-post@acm.nl. Vergeet daarbij niet het bovengenoemde zaaknummer ACM/23/182341 te vermelden. Uw zienswijze wordt door de ACM betrokken bij het opstellen van het definitieve codebesluit. Uw zienswijze zal worden gepubliceerd op de website van de ACM. In beginsel kan er dus geen vertrouwelijke informatie worden overgelegd. Indien u bepaalde informatie uit uw zienswijze vertrouwelijk wenst te houden, dient u een openbare en een vertrouwelijke versie moeten te overleggen. Geeft u bij de vertrouwelijke versie aan welke onderdelen daarvan vertrouwelijk zijn en motiveer dat op grond van de Wet open overheid. De ACM zal zich dan buigen over uw verzoek en daar op grond van de Algemene wet bestuursrecht een besluit over nemen. Dit kan inhouden dat uw verzoek niet wordt gehonoreerd. In dat geval krijgt u de gelegenheid om de zienswijze geheel of gedeeltelijk in te trekken.

U kunt een zienswijze indienen over het gehele ontwerpbesluit. Daarnaast heeft de ACM drie specifieke consultatievragen. De ACM is benieuwd naar uw reactie. Consultatievraag 1 De ACM heeft in het ontwerpbesluit een prioriteringskader opgenomen dat tot stand is gekomen na overleg met het Ministerie van Economisch Zaken en Klimaat, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Netbeheer Nederland. Met de invulling van het prioriteringskader is zo goed mogelijk invulling gegeven aan het voornemen uit het Landelijk Actieprogramma Netcongestie om functies van groot algemeen belang voorrang te kunnen geven bij de behandeling van transportverzoeken. a.

b.

De functies die zijn opgenomen in het prioriteringskader zijn voor zover mogelijk gekoppeld aan SBI-codes, de wettelijke taakuitoefening van partijen die om voorrang verzoeken en concrete afspraken en/of overeenkomsten met overheden. Indien u van mening bent dat de categorisering en functies in het prioriteringskader verbeterd kunnen worden, verneemt de ACM dit graag. De ACM merkt op dat er voor functies die voorzien in woningbehoefte in het prioriteringskader in beperkte mate ruimte is voor combinaties van woningbouwprojecten en commerciële functies. Dit

ACM/UIT/593612

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

c.

Openbaar

is gedaan omdat uit overleg met overheden is gebleken dat bij de ontwikkeling van woningbouwprojecten vaak een koppeling wordt gemaakt met een commerciële activiteit, zoals bijvoorbeeld het realiseren van appartementencomplexen met daarbij een commerciële ruimte voor verhuur. De ACM ontvangt graag een reactie op de vraag of het gangbaar en nodig is dat een dergelijke koppeling bestaat en of de ontwikkeling van woningbouwprojecten beperkt wordt als deze koppeling wordt losgelaten. In het prioriteringskader in het ontwerpbesluit is bij ‘woningbehoefte’ in categorie 3 aangesloten bij SBI-codes 41.10 (projectontwikkeling) en 41.20 (algemene burgerlijke en utiliteitsbouw). Deze algemene SBI-codes zijn in het prioriteringskader gekoppeld aan specifieke woningbouwplannen van de overheid, zoals opgenomen in bijvoorbeeld structuurvisies van provincies en bestemmingsplannen van gemeenten. Naast de hiervoor genoemde algemene SBI-codes bestaan er specifieke SBI-codes die betrekking hebben op andere vormen van woningbehoefte, zoals verpleeghuizen (87.10), verzorghuizen (87.30.1) vormen van begeleid wonen (87.20, 87.31), jeugdzorg (87.90.1) en maatschappelijke opvang voor daklozen en asielzoekers (87.90.2).

Om te borgen dat deze vormen van woningbehoefte ook voorrang kunnen krijgen onder het prioriteringskader (aangezien woningbehoefte een primaire levensbehoefte is, zie ook randnummer 76 van het besluit) verneemt de ACM graag of dergelijke projecten ook worden ontwikkeld onder de SBI-codes 41.10 en 41.20.

De ACM verzoekt u om uw reactie op bovenstaande punten zo concreet mogelijk toe te lichten en te motiveren. Consultatievraag 2 Het vertrekpunt in het ontwerpbesluit is dat een partij die voorrang wil voor zijn transportverzoek op basis van het prioriteringskader dient aan te tonen dat hij binnen het prioriteringskader valt. Ook dient hij te onderbouwen waarom de voorrang evenredig en noodzakelijk is (zie randnummers 86 tot en met 104 van het besluit en het voorgestelde Bijlage 20, vierde lid, van de Netcode). De bewijslast ligt dus bij de verzoeker. De netbeheerder dient te beoordelen of verzoeker alle relevante stukken heeft overgelegd. Indien u meent dat er een andere, betere manier is, om dit proces in te richten, verneemt de ACM dit graag. De ACM verzoekt u om uw reactie te motiveren en zo concreet mogelijk toe te lichten hoe dit proces eruit zou moeten zien. Consultatievraag 3 Het ontwerpbesluit voorziet in een mogelijkheid voor de netbeheerder om transportverzoeken te prioriteren. Het ontwerpbesluit voorziet niet in een expliciete prioriteringsmogelijkheid voor de behandeling van aansluitverzoeken. Dit betekent dat partijen die voorrang krijgen bij transport, mogelijk alsnog (lang) moeten wachten op een aansluiting.

De ACM merkt op dat voor aansluitverzoeken op dit moment niet wettelijk is vastgelegd dat deze in behandeling moeten worden genomen op basis van het first come, first served beginsel. Bij transportverzoeken is dit wel vastgelegd in de Netcode Elektriciteit (en onderhavig ontwerpbesluit voorziet in een afwijkingsmogelijkheid daarvan). Voor de aansluittaak is in artikel 23, derde lid, van de E-wet vastgelegd dat de netbeheerder non-discriminatoir dient te handelen. De ACM kan zich voorstellen dat het non-discriminatie beginsel bij de aansluittaak kan worden uitgelegd langs de lijn van het non-discriminatie beginsel bij de transporttaak, zoals bedoeld in dit ontwerpbesluit. Dat betekent dat netbeheerders aansluitverzoeken van partijen die zijn opgenomen in het prioriteringskader voorrang geven. Daarbij moet dan wel ruimte blijven voor netbeheerders om rekening te houden met eventuele synergievoordelen, bijvoorbeeld door de realisatie van aansluitingen binnen een bepaald werkgebied te clusteren. De ACM verneemt graag of en in hoeverre voorrang bij transportverzoeken ook voorrang bij aansluitverzoeken zou moeten betekenen en of dat op de bovenstaande manier kan worden geregeld. De ACM verzoekt u om uw reactie te voorzien van een concrete toelichting en motivering.

2/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

Voor de volledigheid merkt de ACM op dat er parallel aan dit ontwerpbesluit, in een ander traject door de daarbij betrokken partijen, ook wordt gesproken over de invulling van de aansluittermijnen voor grootverbruik aansluitingen (zie ook randnummer 11 van het besluit). De ACM heeft in dat traject bij partijen reeds aandacht gevraagd voor de relatie tussen het prioriteringskader bij transportverzoeken en de aansluittermijnen.

Ontwerpbesluit van de Autoriteit Consument en Markt van [datum ondertekening], kenmerk ACM/UIT/593612 tot wijziging van de voorwaarden als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onder a, juncto artikel 32, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 betreffende de prioriteringsruimte bij transportverzoeken De Autoriteit Consument en Markt, Gelet op artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998; Besluit Artikel I De Netcode elektriciteit wordt gewijzigd als volgt: A In artikel 2.25, eerste lid, wordt 'artikel 7.2' vervangen door 'artikel 7.3'. B In artikel 6.33, tweede lid, wordt ‘artikel 7.3, derde lid, onderdeel c’ vervangen door ‘artikel 7.4, derde lid, onderdeel c’. C In artikel 6.38, tweede lid, wordt 'artikel 7.3, derde lid, onderdeel c' vervangen door 'artikel 7.4, derde lid, onderdeel c'. D In artikel 7.5, tweede lid, wordt 'artikel 7.3, zesde lid, hoger is dan het in artikel 7.3, tweede en derde lid' vervangen door 'artikel 7.4, zesde lid, hoger is dan het in artikel 7.4, tweede en derde lid'. E Artikel 7.6 wordt gewijzigd als volgt: In het eerste lid wordt 'artikel 7.5, tweede lid' vervangen door 'artikel 7.6, tweede lid'. In het tweede lid wordt 'artikel 7.5, tweede lid' vervangen door 'artikel 7.6, tweede lid'. In het derde lid wordt 'artikel 7.5, tweede lid' vervangen door 'artikel 7.6, tweede lid'.

In het vierde lid wordt 'artikel 7.5, tweede lid' vervangen door 'artikel 7.6, tweede lid'. In het vijfde lid wordt 'artikel 7.5, tweede lid' vervangen door 'artikel 7.6, tweede lid'. In het vijfde lid wordt 'artikel 7.3, tweede lid, onderdeel e, en derde lid, onderdeel f' vervangen door 'artikel 7.4, tweede lid, onderdeel e, en derde lid, onderdeel f'. F Artikel 7.10 wordt gewijzigd als volgt: In het eerste lid wordt 'artikel 7.8, eerste lid' vervangen door 'artikel 7.9, eerste lid'. In het tweede lid, in de aanhef wordt 'artikel 7.8, tweede lid' vervangen door 'artikel 7.9, tweede lid'. In het derde lid wordt 'artikel 7.8' vervangen door 'artikel 7.9'. G Artikel 7.11 wordt gewijzigd als volgt: In het eerste lid wordt 'artikelen 7.8, 7.9 en 7.10' vervangen door 'artikelen 7.9, 7.10 en 7.11'.

3/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

-

Openbaar

In het tweede lid wordt 'artikelen 7.8, 7.9 en 7.10' vervangen door 'artikelen 7.9, 7.10 en 7.11'.

H Artikel 7.12 wordt gewijzigd als volgt: In het eerste lid wordt 'artikelen 7.8, 7.9 en 7.10' vervangen door 'artikelen 7.9, 7.10 en 7.11'. In het derde lid wordt 'artikel 7.11, tweede lid' vervangen door 'artikel 7.12, tweede lid'. I Onder vernummering van artikelen 7.1 tot en met 7.12 tot 7.2 tot en met 7.13 wordt in paragraaf 7.1 een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 7.1 1. De netbeheerder neemt verzoeken om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport, als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, in behandeling op volgorde van binnenkomst. 2. Indien een verzoeker op basis van artikel 9.6, derde lid, zijn verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport wijzigt, blijft zijn initiële plaats bij de volgorde van behandeling behouden. 3. In afwijking van het eerste lid kan de netbeheerder besluiten om verzoeken om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport te behandelen op basis van Bijlage 20. 4. Als de netbeheerder verzoeken om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport behandelt op basis van het derde lid, maakt hij dit op geschikte wijze bekend. 5.

Als de netbeheerder verzoeken behandelt op basis van het derde lid, rapporteert de netbeheerder jaarlijks uiterlijk op [datum] over het afgelopen kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt over het aantal verzoeken dat hij heeft behandeld op basis van Bijlage 20 en in welke categorie van Bijlage 20, eerste lid, Tabel 1, deze verzoeken vallen. J In artikel 8.1, derde lid, wordt twee maal 'artikel 7.4, derde lid' vervangen door 'artikel 7.5, derde lid'. K In artikel 9.1, eerste lid, wordt 'artikel 7.1' vervangen door 'artikel 7.2'. L In artikel 9.2, vierde lid, wordt 'artikel 7.1, tweede lid' vervangen door 'artikel 7.2, tweede lid'. M Artikel 9.6, vijfde lid, komt te vervallen. N In artikel 9.12, vierde lid, onderdeel b, wordt 'artikel 7.10, vierde lid' vervangen door 'artikel 7.11, vierde lid'. O In artikel 12.20, derde lid, wordt 'artikel 7.3' vervangen door 'artikel 7.4'. P Na bijlage 19, wordt bijlage 20 toegevoegd, luidend: Bijlage 20. bij artikel 7.1, derde lid: 1. Wanneer de netbeheerder een verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 in behandeling neemt op basis van de afwijking in artikel 7.1, derde lid, hanteert de netbeheerder de volgorde 4/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

2.

3.

4.

5.

Openbaar

van behandeling als bedoeld in Tabel 1. Indien er meerdere verzoeken per categorie zijn als bedoeld in het eerste lid, in Tabel 1, in categorie 1 tot en met 3 en categorie 4b, neemt de netbeheerder verzoeken binnen deze categorieën in behandeling op volgorde van binnenkomst. Indien er meerdere verzoeken zijn in categorie 4a, zoals bedoeld in het eerste lid, in Tabel 1, neemt de netbeheerder verzoeken binnen deze categorie in behandeling op de volgende volgorde: a. Verzoeken van partijen die op grond van artikel 1, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998 zijn of willen worden aangesloten op dezelfde aansluiting; b. Verzoeken van partijen die duurzame elektriciteit produceren met windparken; c. Verzoeken van partijen die duurzame elektriciteit produceren met zonneparken; en d. Overige verzoeken van partijen die duurzame elektriciteit produceren. De netbeheerder kan een verzoek alleen aanmerken als een verzoek als bedoeld in het eerste lid, Tabel 1, indien de verzoeker aan de netbeheerder heeft aangetoond dat zijn verzoek als zodanig kwalificeert. De netbeheerder informeert verzoekers over de stukken waarmee zij dit kunnen aantonen. Deze stukken bevatten in ieder geval: a. Een afschrift van een registratiebewijs van de SBI-code van verzoeker; b. Indien van toepassing, een bewijs van de uitvoering van de wettelijke taken als bedoeld in Tabel 1 door verzoeker; c.

Indien van toepassing, een afschrift van de benodigde vergunningen en toestemmingen van overheden voor verzoeker; d. Indien van toepassing, de relevante woningbouwplannen van de overheid zoals bedoeld in Tabel 1 en het bewijs dat verzoeker daarin voorziet; e. Indien van toepassingen de concrete verduurzamingsafspraken als bedoeld in Tabel 1; f. Indien van toepassing, een bevestiging van het daartoe best geplaatste overheidsorgaan dat een transportverzoek van een partij voorziet in een groot algemeen belang zoals opgenomen in Tabel 1; en g. Een motivering dat het toekennen van aanvullende transportcapaciteit redelijkerwijs noodzakelijk is voor de realisatie van een groot algemeen belang zoals opgenomen in Tabel 1. De netbeheerder neemt verzoeken die niet in het eerste lid, in Tabel 1, vallen in behandeling op volgorde van binnenkomst, nadat hij de verzoeken uit Tabel 1 in behandeling heeft genomen.

Tabel 1 Nr.

Categorie

Omschrijving categorie

1.

Congestieverzachter

Een congestie-verzachter is een partij waarvan de netbeheerder, op basis van een tussen de netbeheerder en desbetreffende partij gesloten bindend contract, vaststelt dat het toekennen van transportcapaciteit aan deze partij ertoe leidt dat er transportruimte op het net beschikbaar komt.

2.

Veiligheid

Noodhulp

SBI 86.92.5 (ambulancediensten en centrale posten) en alleen voor zover dat nodig is vanuit artikel 5 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen; SBI 84.25 (brandweer) en alleen voor zover dat nodig is vanuit artikel 25 van de Wet veiligheidsregio’s.

Politie en defensie

SBI 84.24 (politie) en SBI 84.22 (defensie) en alleen voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening zoals bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Politiewet

Penitentiaire inrichtingen

SBI 84.23.2 (Ministerie van Justitie en gevangeniswezen) en alleen voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening van huizen van bewaring, gevangenissen en inrichtingen voor stelselmatige daders zoals bedoeld in Hoofdstuk I, artikel 3 en in de bepalingen van Hoofdstuk III, artikelen 8 tot en met 14 van de Penitentiaire beginselenwet.

5/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

3.

4.

Basisbehoeften

Verduurzaming

Openbaar

Waterveiligheid

Gemalen en sluizen die vallen onder ondersteunende kunstwerken zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet en waarmee is beoogd om overstromingen en/of wateroverlast te voorkomen/beperken zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Waterwet.

Gelijkstelling

Als een partij een activiteit verricht die niet in de categorie veiligheid valt verhuist om op de locatie die de partij verlaat een veiligheidsactiviteit mogelijk te maken, krijgt de verhuizende partij op de nieuwe locatie de prioriteit veiligheid.

Gezondheidszorg

SBI 86.10.1 (universitair medische centra); SBI 86.10.2 (algemene ziekenhuizen) en SBI 86.10.3 (categorale ziekenhuizen) en alleen voor zover dat nodig is vanuit zorgverleningsperspectief.

Woningbehoefte

SBI 41.1 (projectontwikkeling) en SBI 41.2 (algemene burgerlijke en utiliteitsbouw) inclusief aanverwante voorzieningen, zoals liften, verlichting en nutsvoorzieningen, en alleen voor zover dat gekoppeld is aan concrete woningbouwplannen van relevante overheden en het primair en in belangrijke mate gaat om de realisatie van kleinverbruikersaansluitingen die afnemen voor eigen huishoudelijk gebruik en niet voor commerciële of professionele activiteiten.

Waterbeheer

SBI 36.00 (winning en distributie van water) en alleen voor zover dat gekoppeld is aan de taakuitoefening uit artikel 7 van de Drinkwaterwet; SBI 37.00,(afvalwaterinzameling en -behandeling) en SBI 42.21 (leggen van rioleringen, buizen en pijpleidingen; aanleg van bronbemaling) en alleen voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening uit artikel 3.4 van de Waterwet.

Afvalbeheer

SBI 38.11 (inzameling van onschadelijk afval), SBI 38.12 (inzameling van schadelijk afval), SBI 38.21 (behandeling van onschadelijk afval) en SBI 38.22 (behandeling van schadelijk afval) en alleen voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening uit Titel 10.4 van de Wet milieubeheer.

Onderwijs

SBI 85.20.1 (basisonderwijs voor leerplichtigen), SBI 85.20.2 (speciaal basisonderwijs) en SBI 85.20.3 (speciaal onderwijs in expertisecentra) en alleen voor zover dat gekoppeld is aan de taakuitoefening uit Hoofdstuk I, Titel II van de Wet op het primair onderwijs; SBI 85.31.1 (Havo en vwo), SBI 85.31.2 (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs), SBI 85.31.3 (praktijkonderwijs) en SBI 85.31.4 (brede scholengemeenschappen voor voortgezet onderwijs) en alleen voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening uit Hoofdstuk 2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

Openbaar vervoer

SBI 49.31 (openbaar vervoer binnen steden) en SBI 49.39.2 (streekvervoer per bus, tram en metro) en alleen voor zover dat gekoppeld is aan de taakuitoefening op basis van de verleende of te verlenen concessie zoals bedoeld in de artikelen 20, tweede en derde lid, en 44 van de Wet personenvervoer 2000.

Gelijkstelling

Als een partij een activiteit verricht die niet in de categorie basisbehoeften valt verhuist om op de locatie die de partij verlaat een basisbehoefte activiteit mogelijk te maken, krijgt de verhuizende partij op de nieuwe locatie de prioriteit basisbehoefte.

a. Een producent van duurzame elektriciteit krijgt voorrang op een producent van niet-duurzame elektriciteit.

6/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

b. Afnemers van elektriciteit die grootschalig en bovenwettelijk verduurzamen kunnen voorrang krijgen indien zij hiertoe concrete, expliciete en bindende afspraken hebben gemaakt met de overheid.

Artikel II Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. ’s-Gravenhage, [Datum] Hoogachtend,

Autoriteit Consument en Markt, namens deze, drs. M.R. Leijten Bestuurslid Als u rechtstreeks belanghebbende bent, kunt u tegen dit besluit beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het postadres is: College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA Den Haag. Het beroepschrift moet binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt zijn ontvangen. Het beroepschrift moet zijn ondertekend en moet ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening en een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht bevatten. Voorts moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten en dient een afschrift van het bestreden besluit te worden meegezonden.

7/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

Toelichting 1 Samenvatting 1.

De Autoriteit Consument & Markt (hierna: ACM) wijzigt met dit ambtshalve besluit de Netcode elektriciteit (hierna: Netcode). Dit besluit maakt het voor de landelijke en regionale netbeheerders elektriciteit (hierna: netbeheerders) mogelijk om op basis van objectieve en transparante criteria af te wijken van het ’first come, first served’ beginsel (hierna: FCFS) bij de behandeling van transportverzoeken en voorrang te geven aan transportverzoeken van partijen die een groot algemeen belang dienen.

2.

Op veel plaatsen in Nederland is op dit moment sprake van transportschaarste. Omdat binnen FCFS geen onderscheid wordt gemaakt tussen partijen die een transportverzoek hebben ingediend, kan de toepassing van FCFS ervoor zorgen dat grote algemene publieke en/of maatschappelijke belangen minder snel worden gerealiseerd bij transportschaarste. Partijen die een groot algemeen belang dienen kunnen op dit moment namelijk geen voorrang krijgen. Hierdoor kunnen grote algemene publieke en/of maatschappelijke belangen niet of minder snel worden gerealiseerd. Het is onwenselijk dat transportschaarste hieraan in de weg staat. Dit is ook geconstateerd in het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (hierna: het LAN) en diverse maatschappelijke debatten. Dit besluit geeft netbeheerders de mogelijkheid om bij het toekennen van transportcapaciteit voorrang te geven aan transportverzoeken van partijen die een groot algemeen belang dienen. Hiermee geeft de ACM uitvoering aan de “sterke wens” van de bij het LAN betrokken partijen “om in congestiegebieden voorrang te kunnen verlenen aan transportverzoeken van partijen die een groot algemeen belang dienen.”1

3.

Partijen die een groot algemeen belang dienen zijn opgenomen in het prioriteringskader in dit besluit. Dit prioriteringskader is opgesteld na overleg met (de)centrale overheden en de netbeheerders. De toepassing van dit prioriteringskader borgt dat de netbeheerders op een objectieve, transparante en non-discriminatoire wijze voorrang kunnen geven aan transportverzoeken van partijen die een groot algemeen belangen dienen en daarom zijn opgenomen in het prioriteringskader.

4.

In hoofdstuk 2 licht ACM de aanleiding van dit besluit toe. In hoofdstuk 3 beschrijft de ACM de gevolgde procedure van de codewijziging. Hoofdstuk 4 beschrijft het wettelijk kader. In hoofdstuk 5 gaat de ACM in op de inhoudelijke wijzigingen van dit besluit. Vervolgens gaat de ACM in hoofdstuk 6 in op het prioriteringskader. In hoofdstuk 7 toetst de ACM dit besluit aan de belangen zoals bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 (hierna: E-wet). Tot slot reageert de ACM in hoofdstuk 8 op de ingediende zienswijzen [PM].

5.

Bijlage 1 bij dit besluit bevat het relevante wettelijk kader waar in hoofdstuk 4 naar wordt verwezen.

2

1

Aanleiding

6.

Dit besluit biedt de netbeheerders de mogelijkheid om bij de behandeling van transportverzoeken, zoals bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de E-wet af te wijken van FCFS. Het prioriteringskader dat met dit besluit wordt geïntroduceerd vult deze afwijkingsmogelijkheid in.

7.

In Nederland is er op dit moment op veel plaatsen sprake van transportschaarste. Als gevolg van de energietransitie is er in toenemende mate behoefte aan transport van elektriciteit. Ondanks de toepassing van congestiemanagement en andere maatregelen om de netten efficiënter te benutten, is er onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar om aan de transportbehoefte van partijen te voldoen.

Zie Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) van 21 december 2022, p. 18.

8/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

8.

De Netcode schrijft voor dat netbeheerders transportverzoeken in behandeling nemen op basis van de volgorde van binnenkomst. Deze werkwijze (FCFS) is een uitwerking van de nondiscriminatieverplichting uit artikel 24, derde lid, van de E-wet. Hoewel FCFS in veel gevallen goed werkt, kan het bij transportschaarste tot gevolg hebben dat partijen die een belangrijke bijdrage leveren aan grote algemene publieke en/of maatschappelijke belangen niet of onnodig laat toegang krijgen tot het net. Dit is onwenselijk omdat transportschaarste op deze wijze ook in de weg staat aan de realisatie van deze grote algemene publieke en/of maatschappelijke belangen. Om dit te voorkomen biedt het onderhavige besluit netbeheerders ruimte om transportverzoeken van partijen die een groot algemeen belang dienen voorrang te geven. Het verlenen van voorrang gebeurt op basis van het prioriteringskader dat onderdeel is van het onderhavige besluit. Het prioriteringskader bevat de partijen die een groot algemeen belang dienen. Het kader is opgesteld na overleg met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK), het interprovinciaal overleg (hierna: IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) en Netbeheer Nederland (hierna: NBNL).

9.

Met dit besluit geeft de ACM tevens opvolging aan een van de acties genoemd onder 2.4 van het LAN, waarin de “sterke wens” van de bij het LAN betrokken partijen is opgenomen “om in congestiegebieden voorrang te kunnen verlenen aan transportverzoeken van partijen die een groot algemeen belang dienen”.2 In het maatschappelijk debat is deze wens ook regelmatig uitgesproken, onder meer door provincies, gemeenten en Kamerleden en netbeheerders. 3

10. De mogelijkheid die dit besluit biedt beperkt zich tot het prioriteren van transportverzoeken. Het prioriteren van transportverzoeken zal met name relevant zijn in dreigende congestiegebieden en gebieden waar de netbeheerder een vooraankondiging van congestie doet, zoals bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, van de Netcode. De ACM kan echter niet uitsluiten dat ook in andere situaties wachtrijen voor transport ontstaan. Derhalve geeft dit besluit netbeheerders de ruimte om zowel binnen als buiten congestiegebieden af te wijken van FCFS bij het toekennen van transportcapaciteit. Op deze wijze is de reikwijdte en het effect van de inzet van het prioriteringskader het grootst. 11. Voor de volledigheid wijst de ACM erop dat dit besluit niet voorziet in een afwijking op de aansluittermijnen voor partijen van wie de transportverzoeken (al) zijn geprioriteerd. Zo nodig kan dit aspect worden meegenomen in het traject over het (voorziene) code(wijzigings)besluit over aansluittermijnen voor grootverbruikers.4

3

Procedure

12. Dit besluit betreft een ambtshalve wijziging van de Netcode op grond van de artikelen 31, eerste lid, onder a, en 32, tweede lid, van de E-wet.

2

Zie Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) van 21 december 2022, p. 18. Voor de volledigheid merkt de ACM op dat in het LAN is opgenomen dat NBNL en het IPO, in overleg met netgebruikers, de ACM zouden verzoeken om het geven van een zienswijze over voorrang voor transportverzoeken van partijen met functies van dwingende redenen van groot openbaar belang, waarmee wordt gedoeld op de partijen als bedoeld in artikel 9.43, vierde lid, van de Netcode. Dit verzoek is niet bij de ACM ingediend. Daarnaast is bij de totstandkoming van onderhavig besluit geconstateerd dat artikel 9.43, vierde lid, van de Netcode een ander vertrekpunt heeft dan onderhavig besluit. Onderhavig besluit heeft betrekking op nog niet toegekende verzoeken om transportcapaciteit, terwijl artikel 9.43, vierde lid, van de Netcode betrekking heeft op partijen die reeds toegang tot het elektriciteitsnet hebben en worden uitgezonderd van deelname aan congestiemanagement als bedoeld in paragraaf 9.11 van de Netcode. De in artikel 9.43, vierde lid, van de Netcode genoemde partijen zijn daarom niet één op één overgenomen in het prioriteringskader in onderhavig besluit. Zie hierover uitgebreid paragraaf 6.2 en 6.3 van het onderhavige besluit. 3 Zie bijvoorbeeld Kamerstukken II 2022/23, 29023, nr.

419’; Netbeheer Nederland - Inbreng Schriftelijke Overleg informele Energieraad 27/28 feb 2023; Energeia, ‘Brabant wil noodwet voor oplossen tranpsortschaarste’ van 16 juni 2022; Coalitieakkoord provincie Noord-Holland 2023-2027, p. 25.; en de reactie van IPO op de ACM consultatie over alternatieve transportrechten en use it or lose it, p. 2. 4 Zie de nieuwsberichten van de ACM van 14 juli 2022, ‘Ontwerp codebesluit aansluittermijnen elektriciteit | ACM.nl’; van 20 oktober 2022, ‘Zienswijzen op consultatie code aansluittermijnen | ACM.nl’; en van 9 juni 2023, ACM: huishoudens binnen 18 weken aansluiten, mits er voldoende netcapaciteit beschikbaar is | ACM.nl.

9/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

13. Op 3 maart 2022 heeft de ACM aangekondigd onderzoek te gaan doen naar prioriteringsmogelijkheden bij het toekennen van transportcapaciteit voor partijen die een positieve bijdrage leveren aan de energietransitie.5 14. Op 21 december 2022 is het LAN gepubliceerd. Het LAN is opgesteld in opdracht van de Minister voor Klimaat en Energie. Het LAN is opgesteld in samenwerking met en wordt onderschreven door veel partijen: het Rijk, het IPO, de provincies Limburg en Noord-Brabant, de VNG, NBNL, de Vereniging voor Energie, Milieu en Water, Energie Nederland, de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie, Nationaal Programma Energie Strategie, VNO-NCW, CES - cluster RotterdamMoerdijk, CES - cluster Chemelot, CES - cluster 6 en de ACM. Het LAN heeft breed maatschappelijk draagvlak. 15. In het LAN zijn verschillende acties opgenomen om de huidige netcongestieproblemen te verzachten. Uit een van die acties volgt de “sterke wens om in congestiegebieden om voorrang te kunnen verlenen aan klanten die een groot algemeen belang dienen”.6 Voor het uitwerken van deze actie is dus breed maatschappelijk draagvlak. 16. Op 2 maart 2023 heeft de ACM aangekondigd dat zij maatschappelijk prioriteren door netbeheerders mogelijk gaat maken en dat zij daartoe ambtshalve een codewijziging zal starten. 7 Die codewijziging komt tot stand met dit besluit. 17.

De ACM heeft in aanloop naar de totstandkoming van dit besluit verschillende gesprekken gevoerd met Enexis Netbeheer B.V. (hierna: Enexis), Liander N.V. (hierna: Liander), Stedin Netbeheer B.V. (hierna: Stedin) en NBNL, het IPO, de VNG, EZK en verschillende decentrale overheden over de invulling en juridische haalbaarheid van een maatschappelijk prioriteringskader. 18. De ACM heeft op 13 april 2023 informatieverzoeken gestuurd naar de netbeheerders over (1) het effect van prioriteren op de door congestiemanagement vrijgekomen ruimte; (2) de noodzaak om capaciteit te reserveren voor potentiële maatschappelijk belangrijke aanvragen; en (3) het effect van prioriteren op de aansluittermijnen. 19. Coteq Netbeheer B.V. (hierna Coteq), Stedin, TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) en Westland Infra Netbeheer B.V. (hierna: Westland) hebben dit informatieverzoek op 3 mei 2023 beantwoord. Enexis, Liander en N.V. Rendo hebben dit informatieverzoek op 4 mei 2023 beantwoord. 20. Uit de beantwoording van de informatieverzoeken blijkt dat er, volgens netbeheerders, door de toepassing van congestiemanagement waarschijnlijk een beperkte hoeveelheid transportcapaciteit vrijkomt.

Concreet betekent dit dat het mogelijk is om transportverzoeken die in de wachtrij staan te prioriteren door de ruimte die vrijkomt met congestiemanagement, maar dat deze prioritering waarschijnlijk slechts voor een beperkt aantal transportverzoeken mogelijk is. Als wordt aangesloten bij het moment dat een congestiegebied wordt afgeroepen en netbeheerders congestiemanagement inzetten, is het effect van het prioriteringskader beperkt. Verder stellen netbeheerders dat zij geen capaciteit reserveren voor categorieën afnemers, maar blijkt tegelijkertijd dat zij wel rekening houden met de geschatte elektriciteitsvraag van toekomstige kleinverbruikers, waaronder woningbouw, op basis van onder meer prognoses van (lokale) overheden. Tot slot blijkt dat netbeheerders de behandeling van aansluit- en transportverzoeken als gescheiden trajecten zien en een expliciete prioritering van aansluitverzoeken niet noodzakelijk is om te (kunnen) prioriteren bij transportverzoeken. Netbeheerders verschillen van mening over de vraag of voorrang bij transport ook voorrang bij aansluitingen zou moeten betekenen. 21. Op 30 maart 2023, 11 april 2023, 26 april 2023, 11 mei 2023 en 30 mei 2023 heeft de ACM gesprekken gevoerd met EZK, het IPO, de VNG en NBNL over de ontwikkeling en vaststelling van een prioriteringskader met partijen die een groot algemeen belang dienen.

De provincies NoordHolland, Noord-Brabant en de gemeente Amsterdam zijn eveneens betrokken bij deze gesprekken vanuit het IPO en de VNG. De betrokkenheid van deze partijen hangt daarnaast samen met hun rol 5

Zie ACM nieuwsbericht van 3 maart 2022, ‘ACM onderzoekt ruimte om duurzame projecten voorrang te geven’. Zie Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) van 21 december 2022, p. 18. 7 Zie ACM nieuwsbericht van 2 maart 2023, ‘ACM maakt maatschappelijk prioriteren door netbeheerders mogelijk’. 6

10/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

bij het LAN en onderliggende regionale taakgroepen transportschaarste. De ACM heeft de voornoemde overheden actief betrokken bij het opstellen van het prioriteringskader, onder meer om invulling te geven aan het criterium van een groot algemeen belang zoals genoemd in het LAN. De ACM licht in paragraaf 6.1 de rol van voornoemde overheden bij het prioriteringskader verder toe. 22. Op basis van de hiervoor genoemde gesprekken zijn twee concept prioriteringskaders opgesteld. Een ‘eerste’ prioriteringskader waarbinnen een beperkt aantal categorieën en activiteiten onder strikte voorwaarden voorrang kunnen krijgen bij transportverzoeken en waarbij vooraf een weging is aangebracht tussen de verschillende categorieën. Daarnaast is een ‘tweede’ kader opgesteld waarin sprake is van meer categorieën. Bij dit kader kunnen nog steeds een relatief beperkt aantal categorieën en activiteiten voorrang krijgen en is er veel ruimte voor lokale overheden om invloed uit te oefenen op de prioritering en weging van functies bij de prioritering binnen categorieën. 23. Op 16 juni 2023 heeft NBNL op verzoek van de ACM een botsproef georganiseerd. In de botsproef is de werkbaarheid en uitvoerbaarheid van beide prioriteringskaders onderzocht op basis van meerdere praktijkcasussen.

EZK, het IPO, de provincies Noord-Brabant, Noord-Holland en Flevoland, de VNG, de gemeenten Amsterdam en Rotterdam, NBNL, TenneT, Stedin, Liander, Enexis en de ACM hebben deelgenomen aan deze botsproef. De resultaten van de botsproef, inclusief aanpassingen van het prioriteringskader naar aanleiding van die resultaten, zijn op 20 en 23 juni 2023 besproken met het IPO, de VNG, NBNL, EZK, de provincies Noord-Brabant en NoordHolland, de gemeenten Amsterdam en Rotterdam en de ACM. 24. Tijdens de botsproef is het ‘eerste’ prioriteringskader praktisch beter werkbaar en uitvoerbaar gebleken dan het ‘tweede’ prioriteringskader, omdat het ‘eerste’ prioriteringskader strakker afbakent welke partijen een groot algemeen belang dienen. Daarnaast is bij het tweede prioriteringskader ruimte voor een lokale belangenafweging om rekening te houden met (verschillende) lokale wensen. Wanneer meerdere gemeenten en/of provincies betrokken zijn bij een gebied waar transportschaarste is en die betreffende overheden verschillende lokale belangen of wensen hebben, blijkt het voor overheden complex om tot een gezamenlijke afweging te komen over welk transportverzoek prioriteit zou moeten krijgen. Dit is volgens de ACM onwenselijk, bezien vanuit objectiviteit, transparantie en de toepasbaarheid van het kader.

Daarnaast kan het ‘tweede’ kader verschillende uitkomsten hebben, afhankelijk van door welke gemeente dan wel provincie het wordt toegepast. Dit zorgt in de praktijk voor onduidelijkheid over welk transportverzoek voorrang krijgt en waarom. Het ‘eerste’ prioriteringskader kent deze onduidelijkheid en complexiteit niet, omdat precies hetzelfde kader geldt voor alle (de)centrale overheden en op voorhand is vastgelegd hoe de verschillende categorieën en hun prioriteit in verhouding tot elkaar staan. Hierdoor is er geen discussieruimte en is voor partijen die een transportverzoek hebben ingediend op voorhand duidelijk of, en op welke positie, hun functie in het prioriteringskader staat. 25. Ondanks het feit dat het ‘eerste’ prioriteringskader praktisch beter werkbaar en uitvoerbaar is dan het ‘tweede’ kader, volgde uit de botsproef dat er ook voor het ‘eerste’ kader nog een aantal zaken nader uitgewerkt moest worden. Dit betrof de manier waarop SBI-codes worden gebruikt en de reikwijdte van de woningbouw.8 Naar aanleiding van de botsproef zijn tijdens de in randnummer 23 genoemde besprekingen op 20 en 23 juni deze aandachtspunten verder besproken en uitgewerkt. De ACM heeft deze punten vervolgens verwerkt in het prioriteringskader in dit besluit (zie hoofdstuk 6). 26.

Op basis van de uitkomsten van de botsproef en met het oog op objectiviteit, transparantie en (praktische) uitvoerbaarheid en toepasbaarheid, is gekozen voor het ‘eerste’ prioriteringskader als invulling van de afwijkingsmogelijkheid van FCFS die met dit besluit wordt gecreëerd. Het ‘eerste’ prioriteringskader wordt hierna in dit besluit ‘het prioriteringskader’ genoemd. Het prioriteringskader 8

Ten eerste was enkel de koppeling van een activiteit van een verzoeker om transport aan een SBI-code onvoldoende om te beoordelen of die partij zich daadwerkelijk bezighoudt met de activiteit volgens de SBI-code. Ten tweede was voor de partij die om transport verzoekt onvoldoende duidelijk welk proces hij moet doorlopen als hij in aanmerking wil komen voor voorrang voor zijn transportverzoek. Ten derde bleek het onduidelijk te zijn of een gemeente of provincie een besluit kan nemen over de vraag of het evenredig en noodzakelijk is dat een partij voorrang krijgt. Daarnaast leidde de botsproef tot de vraag hoeveel werk het nemen van een besluit of advies oplevert voor een (de)centrale overheid. Tot slot leidde het tot de vraag of het ‘eerste’ prioriteringskader een te beperkt aantal categorieën omvatte.

11/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

wordt opgenomen in Bijlage 20 van de Netcode. De ACM verwijst voor een nadere toelichting over dit prioriteringskader naar hoofdstuk 6 van dit besluit. 27. Als onderdeel van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure heeft de ACM het besluit en de bijbehorende stukken ter inzage gelegd en gepubliceerd op haar website. De terinzagelegging is gemeld in de Staatscourant van [datum]. De ACM heeft partijen in de gelegenheid gesteld binnen twaalf weken hun zienswijzen kenbaar te maken [PM]. 28. De ACM is van mening dat het voorstel geen technische voorschriften bevat als bedoeld in Richtlijn (EU) 2015/1535 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij. Om die reden zijn de voorwaarden in dit besluit niet in ontwerp ter notificatie aangeboden.

4 Wettelijk kader 29. De ACM is op basis van artikel 59, zevende lid, onderdeel a, van Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (hierna: Elektriciteitsrichtlijn) bevoegd om regels goed te keuren of vast te stellen over de toegang tot de netten. De ACM stelt op grond van artikel 36 van de E-wet regelgeving vast voor de elektriciteitsmarkt. Dit besluit betreft een ambtshalve wijziging van de Netcode op grond van de artikelen 31, eerste lid, onder a, en 32, tweede lid, van de E-wet. 30. Het recht op transport, als bedoeld in artikel 24 van de E-wet, vormt de Nederlandse uitwerking van het Europese recht op nettoegang. De ACM is bevoegd de voorwaarden over het recht op transport vast te stellen. Daarmee is de ACM ook bevoegd de voorwaarden voor de volgorde van het verdelen van het recht op transport vast te stellen. 31. Bij de vaststelling van deze voorwaarden dient de ACM de belangen in artikel 36, eerste en tweede lid, van de E-wet in acht te nemen. Dit betreft de belangen van netbeheerders en afnemers en de concrete weging van deze belangen in het kader van het onderhavige besluit. Voor dit besluit is met name het non-discriminatie beginsel van belang. 32.

Het non-discriminatie beginsel is een belangrijk uitgangspunt binnen het Europese recht op toegang zoals opgenomen in artikel 6, eerste lid, van de Elektriciteitsrichtlijn9 en het Nederlandse transportrecht, zoals opgenomen in artikel 24, derde lid, van de E-wet (zie hierover uitgebreid paragraaf 1.1 van bijlage 1 bij dit besluit). Over het recht op non-discriminatoire toegang tot netten oordeelde het Europese Hof in de zaak Fondul: 70 Artikel 32, lid 1, van richtlijn 2009/72, dat verlangt dat de staat bij de organisatie van de toegang tot het net op niet-discriminerende wijze te werk gaat, vormt een bijzondere uitdrukking van het algemene gelijkheidsbeginsel (zie naar analogie arrest van 29 september 2016, Essent Belgium, C‑492/14, EU:C:2016:732, punt 79 en aldaar aangehaalde rechtspraak). 71 Volgens vaste rechtspraak vereist het discriminatieverbod dat vergelijkbare situaties niet verschillend worden behandeld, tenzij een dergelijk verschil objectief gerechtvaardigd is (arrest van 29 september 2016, Essent Belgium, C‑492/14, EU:C:2016:732, punt 80 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

72 Een verschil in behandeling is gerechtvaardigd indien het berust op een objectief en redelijk criterium, namelijk wanneer het verband houdt met een door de betrokken wetgeving nagestreefd wettelijk toelaatbaar doel, en dit verschil in verhouding staat tot het met de betrokken behandeling nagestreefde doel (arrest van 29 september 2016, Essent Belgium, C‑492/14, EU:C:2016:732, punt 81 en aldaar aangehaalde rechtspraak).10

33. Het non-discriminatie beginsel vereist dus dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, tenzij een verschil in behandeling objectief gerechtvaardigd is. Verschillen in behandeling zijn gerechtvaardigd als die zijn gebaseerd op een objectief en redelijk criterium, dat is gekoppeld aan de doelen die de 9

In de voorganger van de huidige Elektriciteitsrichtlijn, namelijk Richtlijn 2009/72/EG, is het recht op toegang neergelegd in artikel 32. 10 HvJ EU 27 januari 2022, ECLI:EU:C:2022:58, punten 70-72.

12/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

Europese elektriciteitswetgeving nastreeft. Daarnaast is van belang dat het verschil in behandeling in verhouding staat tot het doel dat met het verschil in behandeling wordt beoogd. Dit wordt ook wel het evenredigheidsbeginsel genoemd. Op basis van dit beginsel dient te worden getoetst of het verschil in behandeling “geschikt is om de verwezenlijking van het nagestreefde doel te waarborgen en niet verder gaat dan ter bereiking van dat doel noodzakelijk is […].”11 34. Het Europese recht op non-discriminatoire toegang tot netten is in Nederland geïmplementeerd via een non-discriminatoir aansluit- en transportrecht in de artikelen 23 en 24 van de E-wet. Voor dit besluit is vooral het transportrecht uit artikel 24 van de E-wet van belang. Uit jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: CBb) volgt dat dit artikel ten aanzien van de toegang tot netten moet borgen dat sprake is van “een systeem van non-discriminatoire toewijzing en – in geval van schaarste – verdeling van transportcapaciteit”.12 De Europese uitleg van het nondiscriminatie beginsel is daarom eveneens relevant binnen artikel 24 van de E-wet.

5 Wijzigingen Netcode 35. De ACM licht in dit hoofdstuk toe op welke onderdelen zij de Netcode wijzigt. 36. Onder vernummering van de artikelen 7.1 tot en met 7.12 van de Netcode wordt met dit besluit een nieuw artikel 7.1 ingevoegd. Daarnaast wordt Bijlage 20 toegevoegd aan de Netcode. Met het nieuw ingevoegde artikel 7.1 zijn de bepalingen uit de Netcode die betrekking hebben op de volgorde van behandeling van transportverzoeken geclusterd onder één artikel. 37. Met artikel 7.1, eerste lid, van de Netcode (voorheen artikel 9.6, vijfde lid) wordt duidelijk(er) geregeld dat netbeheerders transportverzoeken als bedoeld in artikel 24 van de E-wet in beginsel in behandeling nemen op volgorde van binnenkomst (FCFS). Deze werkwijze is eerder op verzoek van de netbeheerders in de Netcode opgenomen. 13 De toepassing van FCFS is bij de behandeling van transportverzoeken een non-discriminatoire en gangbare werkwijze.14 Aangezien de toepassing van FCFS geldt voor de behandeling van alle transportverzoeken, vindt de ACM het logisch om deze bepalingen op te nemen in de algemene transportvoorwaarden in hoofdstuk 7 van de Netcode en niet in de regels die gaan over de bedrijfsvoeringsvoorwaarden in hoofdstuk 9 van de Netcode. 38.

Het nieuwe artikel 7.1, eerste lid, verduidelijkt dat de netbeheerder een transportverzoek niet eerst volledig hoeft af te handelen, voordat hij een volgend transportverzoek in behandeling neemt.15 Hiermee beoogt de ACM te voorkomen dat een partij die na ontvangst van het aanbod van transport door de netbeheerder de offerte daarvoor nog niet heeft geaccepteerd, de hele wachtrij bevriest. Dit betekent dat de netbeheerder na het doen van een transportaanbod, in principe door kan naar het volgende transportverzoek.16 Indien het afhandelen van een transportverzoek lange tijd in beslag neemt, weerhoudt de aangepaste Netcode een netbeheerder er dus niet van om een volgend transportverzoek in behandeling te nemen. 39. Met het nieuwe artikel 7.1, tweede lid, blijft gegarandeerd dat verzoekers om transportcapaciteit die hun transportbehoefte aanpassen in verband met artikel 9.6, derde lid, van de Netcode hun plaats in de wachtrij behouden. Hun aangepaste transportverzoek wordt dus niet als een nieuw verzoek beschouwd en komt dus niet achterin de wachtrij te staan. Dit uitgangspunt was reeds in artikel 9.6, vijfde lid, van de Netcode opgenomen en betreft geen inhoudelijke wijziging. 40. Met de invoeging van artikel 7.1, eerste en tweede lid, komt artikel 9.6, vijfde lid, van de Netcode te vervallen.

11

HvJ EU 27 januari 2022, ECLI:EU:C:2022:58, punt 78 en HvJ EU 29 september 2016, ECLI:EU:C:2016:732, punt 100. CBb, 17 mei 2013, ECLI:NL:CBB:2013:CA1172, punt 2. 13 Strcrt. 2022, 14201, besluit met kenmerk ACM/UIT/577139, rnrs. 73-74. 14 Zie bijvoorbeeld Strcrt. 2022, 14201, besluit met kenmerk ACM/UIT/577139, rnrs. 75-79 en Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 28 juli 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2411, punt 5.33. 15 De tekst in de Netcode wordt aangepast van ‘afhandelen’ naar ‘in behandeling nemen’. 16 De netbeheerder dient wel een redelijke reactietermijn te hanteren voor de partij aan wie een aanbod is gedaan. 12

13/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

41. Op basis van het nieuwe artikel 7.1, derde lid, van de Netcode wordt het voor netbeheerders mogelijk om bij de behandeling van transportverzoeken af te wijken van FCFS. Afwijken van FCFS is een keuze van de netbeheerder (zie paragraaf 6.4 van dit besluit). In de nieuw toegevoegde Bijlage 20 van de Netcode is het prioriteringskader opgenomen waaruit volgt hoe de netbeheerder uitvoering geeft aan de mogelijkheid uit artikel 7.1, derde lid, van de Netcode. 42. In het nieuwe artikel 7.1, vierde lid, van de Netcode, is voor de netbeheerder de verplichting opgenomen om het op geschikte wijze bekend te maken als hij transportverzoeken afhandelt op basis van artikel 7.1, derde lid, en Bijlage 20 van de Netcode. Dit kan bijvoorbeeld bekend worden gemaakt via de website van de netbeheerder of via het aanvraagformulier voor transportcapaciteit. 43. Verder monitort de ACM met het nieuw ingevoegde artikel 7.1, vijfde lid, van de Netcode de toepassing en werking van het prioriteringskader. De netbeheerder levert hiertoe de noodzakelijke gegevens aan. De ACM betrekt deze informatie bij haar evaluatie (zie paragraaf 6.5 van dit besluit). 44. De toevoeging van artikel 7.1, derde lid, en Bijlage 20 aan de Netcode betreft inhoudelijk de belangrijkste wijziging in onderhavig besluit. De ACM wijzigt de Netcode op dit punt om de volgende redenen. 45.

Wanneer een netbeheerder verwacht dat hij onvoldoende transportcapaciteit heeft om aan alle vraag naar transport te voldoen, komen nieuwe transportverzoeken en transportverzoeken om aanvullende transportcapaciteit in een wachtrij.17 Hiervan is sprake wanneer een netbeheerder een congestiegebied afroept zoals bedoeld in artikel 9.9 van de Netcode en onderzoek doet naar de mogelijkheden tot toepassing van congestiemanagement. Er kan echter ook al een vorm van transportschaarste zijn voordat de netbeheerder formeel een congestiegebied heeft aangekondigd. 46. Congestiemanagement levert een belangrijke bijdrage aan het verzachten van het congestieprobleem, maar gelet op de omvang van de congestieproblematiek kan het voorkomen dat de netbeheerder – ook na de toepassing van congestiemanagement – nog steeds onvoldoende transportcapaciteit ter beschikking heeft. De netbeheerder zal de verzoeken van partijen om transportcapaciteit die nog in de wachtrij staan op dat moment weigeren. 47. Afhankelijk van het moment waarop een transportverzoek is ingediend, kan de toepassing van FCFS er toe leiden dat de netbeheerder transport weigert aan partijen die een groot algemeen belang dienen. Deze partijen behartigen grote algemene publieke en/of maatschappelijke belangen, zoals opgenomen in het prioriteringskader.

Strikte toepassing van FCFS bij transportschaarste kan dus tot gevolg hebben dat dergelijke belangen niet of beperkter worden gerealiseerd. 48. Het is onwenselijk dat de realisatie van grote algemene publieke en/of maatschappelijke belangen worden geremd door transportschaarste. Eveneens is het onwenselijk dat partijen die kunnen helpen om congestie te beperken of te voorkomen, moeten wachten op nettoegang. Juist in gevallen waarin sprake is van transportschaarste, dient de schaarse capaciteit zo efficiënt mogelijk te worden verdeeld op een manier die voor de maatschappij als geheel het meest wenselijk is.18 Om dit te bereiken is het nodig om bij het toekennen van transportcapaciteit voorrang te geven aan transportverzoeken van partijen die een groot algemeen belangen dienen, zoals uitgewerkt in het prioriteringskader. 49. Om een dergelijke voorrangsregel mogelijk te maken bieden het nieuwe artikel 7.1, derde lid en Bijlage 20 van de Netcode ruimte aan de netbeheerders om, op basis van het prioriteringskader af te wijken van FCFS. Hiermee kan aan partijen die een groot algemeen belang dienen, eerder transportcapaciteit worden toegekend dan het geval zou zijn geweest op basis van FCFS. 50. De ACM licht de totstandkoming, wijziging en werking van artikel 7.1, derde lid en vierde lid, en Bijlage 20 van de Netcode verder toe in het volgende hoofdstuk.

17

Met de wachtrij bedoelt de ACM de wachtrij voor transportverzoeken van afnemers aan wie de netbeheerder nog geen offerte voor transportcapaciteit heeft aangeboden. 18 Zie vergelijkbaar Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) van 21 december 2022, p. 18, actiepunten onder 2.4.1.

14/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

6 Toelichting bij prioriteringskader 51. Dit hoofdstuk bevat de toelichting bij het nieuwe artikel 7.1, derde tot en met vijfde lid, en Bijlage 20 van de Netcode. Artikel 7.1, derde lid, van de Netcode biedt de mogelijkheid voor netbeheerders om af te wijken van FCFS. Het afwijken van FCFS dient in lijn te gebeuren met Bijlage 20 van de Netcode. 52. De ACM gaat in paragraaf 6.1 in op de bevoegdheid en het totstandkomingsproces van het prioriteringskader. In paragraaf 6.2 beschrijft de ACM het prioriteringskader en de werking en toepassing ervan. Vervolgens legt de ACM in paragraaf 6.3 het prioriteringskader langs het wettelijk kader, waaronder het non-discriminatiebeginsel. In paragraaf 6.4 licht de ACM het moment van inzet van het prioriteringskader toe. Tot slot eindigt de ACM dit hoofdstuk in paragraaf 6.5 met een toelichting over de evaluatie die zij een jaar na inwerkingtreding van onderhavig besluit voorziet.

6.1

Totstandkoming prioriteringskader

53. Dit besluit biedt de netbeheerders de juridische basis om bij de behandeling van transportverzoeken af te wijken van FCFS. Dat dient te gebeuren op basis van het prioriteringskader dat onderdeel is van het onderhavige besluit. Met het prioriteringskader in dit besluit geeft de ACM invulling aan de LAN-actie om transportverzoeken van partijen die een groot algemeen belang dienen voorrang te geven.19 54. Zoals opgemerkt in hoofdstuk 4 is de ACM exclusief bevoegd om voorwaarden goed te keuren of vast te stellen voor nettoegang. Regels en voorwaarden op basis waarvan transportcapaciteit nondiscriminatoir wordt toegekend en verdeeld, vallen onder nettoegang. De ACM is derhalve bevoegd om het onderhavige besluit vast te stellen. 55. Het prioriteringskader in het onderhavige besluit geeft voorrang aan transportverzoeken van partijen die een groot algemeen belang dienen. Zoals toegelicht in hoofdstuk 4 staat het non-discriminatie beginsel er niet aan in de weg om objectief gerechtvaardigd onderscheid te maken tussen partijen. Het prioriteringskader in dit besluit is vormgegeven langs de lijnen van rechtmatig onderscheid tussen (groepen) afnemers dat reeds is gemaakt binnen de Europese en nationale energiewetgeving en -rechtspraak. De ACM gaat hier nader op in paragraaf 6.3. 56.

De categorisering in het prioriteringskader, zoals volgt uit Bijlage 20 bij de Netcode en toegelicht in paragraaf 6.2 van dit besluit, is tot stand gekomen na overleg met EZK, het IPO, de VNG en NBNL. IPO, VNG en EZK zijn actief betrokken geweest met het oog op het identificeren en categoriseren van partijen die een groot algemeen belang dienen. Op deze wijze heeft de ACM de motie Kröger/Thijssen van 18 april 202320 betrokken in haar besluitvorming, aangezien daarin wordt opgeroepen om medeoverheden een belangrijke rol te geven bij het prioriteringskader. In de motie wordt daarnaast gevraagd om de Tweede Kamer een rol te geven bij het formuleren van de kaders. De ACM begrijpt deze oproep, maar wijst erop dat een verdergaande rol dan (de)centrale overheden nu hebben gehad bij het opstellen van het priorteringskader in strijd zou kunnen zijn met de Europese onafhankelijkheidseisen voor toezichthouders, zoals uitgelegd in de Europese zaken Europese Commissie/België en Europese Commissie/Duitsland.21 De Minister van Klimaat en Energie heeft specifiek ten aanzien van dit besluit een vergelijkbaar standpunt ingenomen.22 Deze interpretatie over de onafhankelijkheid van toezichthouders volgt ook uit een recente uitspraak van 20 juni 2023 van het CBb.23 57. De ACM neemt het prioriteringskader op in de Netcode.

Aangezien de Netcode een algemeen verbindend voorschrift is, betekent dit dat het prioriteringskader daarmee ook algemeen verbindend 19

Zie ook randnummers 14 en 15 van dit besluit. Kamerstukken II 2022/23, 29023, nr. 419. 21 HvJ EU 3 december 2020, ECLI:EU:C:2020:984 en HvJ EU 2 september 2021, zaak ECLI:EU:C:2021: 662. 22 Zie ook Kamerstukken II 2022/23, 31239, nr. 372, p. 22 en 28. 23 CBb, 20 juni 2023, ECLI:NL:CBB:2023:297, punten 4.4-4.6. 20

15/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

is. Indien een netbeheerder besluit om af te wijken van FCFS dient hij het prioriteringskader te volgen en krijgen transportverzoeken van partijen die staan genoemd in het kader de daarin opgenomen prioriteit. Het onderhavige besluit zorgt voor duidelijkheid en transparantie over de wijze waarop schaarse transportcapaciteit op een non-discriminatoire wijze wordt verdeeld en welke transportverzoeken onder welke voorwaarden voorrang kunnen krijgen.

6.2

Prioriteringskader

58. De ACM voegt met dit besluit Bijlage 20 toe aan de Netcode. Bijlage 20 bevat het prioriteringskader voor transportverzoeken. In dit prioriteringskader zijn partijen opgenomen die een groot algemeen belang dienen, zoals bedoeld in het LAN. Er bestaat voor zover de ACM heeft kunnen vaststellen geen eenduidige algemene definitie of duidelijke afbakening van diensten die als een groot algemeen belang moeten worden beschouwd.24 EZK, het IPO, de VNG, NBNL en de ACM hebben daarom gezamenlijk voor het doel van dit besluit en het daarin opgenomen prioriteringskader vastgesteld welke partijen een groot algemeen belang dienen op basis waarvan afwijking van FCFS gerechtvaardigd kan worden. 59. De partijen die een groot algemeen belang dienen zijn opgenomen in vier verschillende categorieën. Het aantal partijen in het prioriteringskader is ingekaderd en geselecteerd op basis van de vraag of een partij een functie van een groot algemeen belang dient. Voor de afbakening hiervan is aangesloten bij bestaand en rechtmatig onderscheid dat binnen het Europese en nationale energierecht wordt gemaakt (zie paragraaf 6.3). Verder is het aantal activiteiten dat wordt aangemerkt als van groot algemeen belang naar haar aard beperkt, omdat het gaat om essentiële publieke of maatschappelijke functies. Het aantal partijen binnen het prioriteringskader is daarmee eveneens beperkt. 60.

Wanneer de netbeheerder besluit om af te wijken van FCFS, zoals bedoeld in het nieuwe artikel 7.1, derde lid, van de Netcode, dient hij dit te doen op basis van Bijlage 20. Bijlage 20, eerste lid, van de Netcode bevat de categorieën verzoeken waaraan de netbeheerder voorrang zal verlenen bij de behandeling van transportverzoeken. Onderstaande tabel wordt opgenomen in Bijlage 20, eerste lid, van de Netcode.

Nr.

Categorie

Omschrijving categorie

1.

Congestieverzachter

Een congestie-verzachter is een partij waarvan de netbeheerder, op basis van een tussen de netbeheerder en desbetreffende partij gesloten bindend contract, vaststelt dat het toekennen van transportcapaciteit aan deze partij ertoe leidt dat er transportruimte op het net beschikbaar komt.

2.

Veiligheid

Noodhulp

SBI 86.92.5 (ambulancediensten en centrale posten) en alleen voor zover dat nodig is vanuit artikel 5 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen; SBI 84.25 (brandweer) en alleen voor zover dat nodig is vanuit artikel 25 van de Wet veiligheidsregio’s.

Politie en defensie

SBI 84.24 (politie) en SBI 84.22 (defensie) en alleen voor zover dat nodig is voor de taakuitoefening zoals bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de Politiewet

Penitentiaire

SBI 84.23.2 (Ministerie van Justitie en gevangeniswezen)

24

In het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) van 21 december 2022 (p. 18) wordt ook verwezen naar voorrang voor functies met dwingende redenen van groot openbaar belang. Het begrip dwingende redenen van groot openbaar belang komt onder meer uit de Europese Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG) en de Wet natuurbescherming (Wnb). Via dwingende redenen van groot openbaar belang kunnen in dit verband uitzonderingen worden gemaakt op wettelijke eisen. Wat een dwingende redenen van groot openbaar belang is, is casuïstisch van aard. Het gaat daarbij onder meer om het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. Woningbouw en woningbehoefte vallen ook expliciet onder projecten met een groot openbaar belang. De categorieën en partijen binnen het prioriteringskader zouden volgens de ACM kunnen kwalificeren als partijen die een groot openbaar belang dienen. Binnen het energierecht bestaan uitzonderingen op basis van dwingende redenen van groot belang echter niet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13266204/1