RIS316604 Bijlage
Tekst van het document
Blad 25 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Q anteagroup
6
Beschrijving gevolgen project
6.1
Windhinder Er zijn geen wettelijk vastgelegde eisen betreffende windhinder. De gemeentelijke norm 'Windhinder en windgevaar in gebouwde omgeving' geeft aan dat er voor onbeschutte bebouwing hoger dan 15 meter een windhinderonderzoek nodig is. Het paviljoen zal niet hoger zijn dan 15 meter (maximale bouwhoogte 5,5 meter), daarom is geen windhinderonderzoek nodig.
6.2
Waterhuishouding Kader Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor het beheer van de primaire waterkering en het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer in het plangebied. Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur. Dat wil zeggen: er moet voldoende ruimte zijn voor waterberging, goede waterkwaliteit, waterkeringen en waterzuivering. Belangrijk uitgangspunt voor Delfland is dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (standstillbeginsel). Indien bij het realiseren van een ontwikkeling de waterhuishouding verslechtert, dient gezamenlijk te worden gezocht naar een oplossing. Dit kan door compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van nieuw oppervlaktewater toevoegen in het plan, of nabij de locatie. In bijlage 7 is de waterparagraaf opgenomen inclusief het volledig relevante beleidskader voor water. Huidige situatie Maaiveldhoogte Bodemopbouw
Grondwater
Grondwater onttrekkingen
Uit het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN) blijkt dat het maaiveld in het plangebied op circa NAP +6,4 m ligt. Uit het DINOIoket blijkt dat er geen grondboringen aanwezig zijn rond het plangebied. Echter aan de zuidzijde van het plangebied, aan de andere kant van het duin, zijn enkele grondboringen weergegeven zoals boring B30D5469. Uit deze grondboring blijkt dat de bodem vanaf het maaiveld tot -3,5 m -mv. bestaat uit zand, zwak ziltig. Uit het BRO REGIS II v.2.2 profiel blijkt dat de eerste bodemlaag een holocene afzetting is.________________________________________________ Uit het grondwatermeetnet van gemeente Den Haag in samenwerking met Wareco blijkt dat de grondwaterstand rondom het plangebied rond NAP +1,0 m ligt. Deze metingen liggen rond de 640 meter buiten het plangebied. Aangezien tussen de metingen en het plangebied een duin gelegen is, kan deze grondwaterstand afwijken in het plangebied. Indien specifieke grondwaterinformatie van belang is, wordt aangeraden de grondwaterstand in het plangebied te meten.________ In het plangebied zijn geen grondwateronttrekkingen. Rond het plangebied zijn er ook geen grondwateronttrekkingen.
Blad 26 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Q anteagroup
Watersysteem
Volgens de leggerkaart van Hoogheemraadschap Delfland zijn er geen watergangen en andere oppervlaktewateren aanwezig in het plangebied. Ten zuidoosten, aan de andere zijde van de duin, is de Eerste Haven van de haven van Scheveningen gelegen. Ten noordwesten van het plangebied is de Noordzee gelegen. De Eerste Haven staat in open verbinding met de Noordzee.
Vuil- en hemelwater
Uit de verkregen informatie blijkt dat in het plangebied een gemengd rioleringssysteem aanwezig is._________________________________ Uit de legger van Hoogheemraadschap Delfland blijkt dat het plangebied in een profiel van vrije ruimte van een zeewering is gelegen (zie onderstaande figuur). Het profiel van vrije ruimte is een ruimtelijke reservering voor een mogelijke toekomstige versterking van de waterkering. Doel van deze ruimtelijke reservering is zoveel mogelijk te voorkomen dat nog nieuwe aan te leggen (bouw)werken de toekomstige versterking belemmeren. Als in de toekomst de zeewering versterkt dient te worden, kan het profiel van vrije ruimte hiervoor gebruikt worden. Daarnaast is het plangebied buitendijks gelegen. Bij extreem hoogwater kan dit gevolgen hebben voor de bebouwing.
Waterveiligheid
Begrenzing - ■ - • > Beschermingszone
— — ■ Waterstaatstwerk — — ■ Profiel ven vrije ruimte
K
Zonering Beschermingszone
7 /
Waterstastswerk
Profiel van vrije ruimte
Bergingsgebied
/
\
Beheergrens
N Toekomstige situatie Grondwater
Oppervlakte
Uit het grondwatermeetnet van gemeente Den Haag in samenwerking met Wareco blijkt dat de grondwaterstand rondom het plangebied rond NAP +1,0 m ligt. Deze grondwatermetingen liggen 640 meter buiten het plangebied. Uitgaande dat de minimale ontwateringsdiepte voor bebouwing 1,0 m -mv. moet zijn, is het niet noodzakelijk het plangebied op te hogen. In de toekomstige situatie neemt het verhard bebouwd oppervlak toe van 202 m2 naar 300 m2. Het verharde terras neemt in oppervlakte toe van 81 m2 naar 100 m2. De totale verhardingstoename in het plangebied is 117 m2. De huidige bebouwing is door middel van een tijdelijke vergunning geregeld. Om de bebouwing structureel te
Blad 27 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Waterbergingsopgave
Vuil- en hemelwater
Waterveiligheid
Q anteagroup
kunnen plaatsen, kan de toename van verharding als 400 m2 gezien worden.__________________________________________________ Het plangebied ligt aan de zeezijde van het duin waar water wordt opgevangen / infiltreert in de bodem en niet naar lagergelegen boezemstelsels afwatert. Uit het beleid van het waterschap blijkt dat het plangebied buiten de watersleutel valt omdat het water infiltreert en afwatert naar zee en niet naar de boezem. Hierom is geen aparte watercompensatie zoals oppervlaktewater benodigd.______________ Uit informatie van de gemeente Den Haag blijkt dat de gemeente de voorkeur heeft voor het afkoppelen van verhard oppervlak bij nieuwbouwprojecten of herontwikkelingen. Dit betekent dat de hemelwaterafvoer gescheiden wordt van de droogweerafvoer. Hierdoor raakt de waterzuivering minder snel overbelast bij extreme regenbuien. Daarnaast mogen er geen uitlogende materialen gebruikt worden zoals koper, zink en bitumineuze dakbedekking bij het ontwikkelen van het paviljoen, in verband met de grondwaterkwaliteit. Uit de legger van Hoogheemraadschap Delfland blijkt dat het plangebied in een profiel van vrije ruimte van een zeewering is gelegen. Om in een profiel van vrije ruimte of een beschermingsgebied te mogen bouwen, dient een watervergunning aangevraagd te worden. In het hoofdstuk beleid worden enkele beleidsregels en eisen hiervoor uiteengezet.
Belangrijke voorwaarden om in een profiel van vrije ruimte te mogen bouwen is dat het bouwwerk geen schade of belemmerende werking aan de waterkering toebrengt. Daarnaast mag het bouwwerk een toekomstige versteviging van de waterkering of een ander aan te leggen waterkering niet belemmeren. Als in de toekomst de waterkering verstevigd moet worden kan dit ertoe leiden dat de bebouwing verplaatst moet worden.
Conclusie Voor het planvoornemen is geen watercompensatie in het plangebied vereist. Om het project te realiseren dient een vergunning bij het waterschap aangevraagd te worden omdat het plangebied zich bevindt in een profiel van vrije ruimte. Indien hieraan voldaan wordt zijn er geen negatieve effecten op de waterhuishouding.
6.3
Archeologie en cultuurhistorie Kader
Het Europese Verdrag van Valletta (16 april 1992), ook wel het Verdrag van Malta genoemd, beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Het gaat bijvoorbeeld om grafvelden, gebruiksvoorwerpen en resten van bewoning. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Om het bodemarchief beter te beschermen en om onzekerheden tijdens de bouw van bijvoorbeeld nieuwe wijken te beperken, is het vanaf 1 januari 2005 verplicht vooraf onderzoek te laten doen naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden.
Blad 28 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Q anteagroup
Het plangebied heeft volgens het bestemmingsplan Scheveningen Haven een dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2. Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning geldt dat de waarde van het terrein dat door de werkzaamheden verstoord zal worden vooraf in voldoende mate moet worden vastgesteld. Dit om te kunnen bepalen of er voorwaarden aan de vergunning moeten worden verbonden. Deze bepaling is alleen van toepassing wanneer bij het plan een bodemverstoring op zal treden die groter is dan 50 m2 en dieper gaat dan 50 cm - maaiveld. Uit de ingediende stukken blijkt dat dat bij dit plan het geval is. Toets Archeologie In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn de effecten op archeologische waarden onderzocht (Afdeling Archeologie Dienst Stadsbeheer, 2010). Voor het Noordelijk Havenhoofd is in 2010 een bureauonderzoek uitgevoerd, waarin werd vastgesteld dat het gebied een archeologische verwachting heeft voor bewoningssporen vanaf de prehistorie tot in de middeleeuwen. Deze verwachting is getoetst door middel van een booronderzoek in 2015-2016 en een archeologische begeleiding in 2018. Uit deze onderzoeken is gebleken dat er in het plangebied geen archeologische waarden aanwezig zijn en nader onderzoek niet noodzakelijk is (zie gemeentelijke reactie in bijlage 3).
Cultuurhistorie Binnen het projectgebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig blijkens de Cultuur Historische atlas van de Provincie Zuid-Holland.
Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling.
6.4
Ecologie Kader De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (hierna NNN).
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn de effecten op beschermde flora en faunasoorten onderzocht (Regelink, 2014). Omdat de natuurtoets gedateerd is, is in 2021 door Antea Group een nieuw onderzoek uitgevoerd. Onderstaand zijn de resultaten van dit onderzoek weergegeven. De rapportage is als bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Onderzoek Soortenbescherming Kort samengevat is het resultaat van de natuurtoets dat in het plangebied geen beschermde soorten, anders dan broedvogels, voorkomen die de voorgenomen ontwikkeling kunnen beïnvloeden.
Blad 29 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Q anteagroup
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Gebiedsbescherming: Natura-2000 Het plangebied ligt op circa 1.000 meter van het Natura 2000-gebied Westduinpark & Wapendal. Er is een onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie die kan optreden naar aanleiding van het planvoornemen (Antea Group 2021, zie bijlage 6). Uit de berekening blijkt dat er geen rekenresultaten zijn die (afgerond op twee decimalen) hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/jaar. Daarmee kan verondersteld worden dat er geen sprake is van significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen binnen Natura 2000 gebieden. Vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming zijn niet aan de orde (zie bijlage 5 en 6 voor een uitgebreide beschrijving / beargumentatie). Gebiedsbescherming: Natuurnetwerk Nederland Binnen het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake. Ook heeft de planontwikkeling geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland buiten het plangebied. Er is daarom geen noodzaak voor een compensatieplan.
Conclusie De ontwikkeling vormt voor de aanwezige flora en fauna geen belemmering. In het plangebied zijn geen beschermde plan- en diersoorten aangetroffen, waarvoor een ontheffing is vereist. Tijdens de bouwfase dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van broedvogels op het plangebied.
Blad 30 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Q anteagroup
Milieuaspecten project 7.1
Geluid en milieuzonering De ontwikkeling bestaat uit het aanleggen van een paviljoen op de Strandweg. Er worden geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt en er is ook geen sprake van reconstructie in het kader van de Wet geluidhinder. Wel is het in kader van goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wet ruimtelijke ordening nodig om in te gaan op de mogelijke geluidseffecten op omliggende bestaande woningen. De geluidseffecten zijn onderzocht voor de beoogde horeca-activiteiten.
Geluidbelasting vanwege horeca-activiteiten Geluidsbronnen De horeca-activiteiten kunnen ook geluidbelasting veroorzaken in de directe omgeving. Het Activiteitenbesluit biedt aan een beperkt aantal objecten, zoals woningen, bescherming tegen het geluid veroorzaakt door de: ■ in de inrichting aanwezige installaties en toestellen; ■ in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten; ■ laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting; ■ stemgeluid van bezoekers op de terrassen.
Toetsing verwachte geluidhinder op omliggende woonomgeving Als eerste maat voor de verwachte hinder is gebruik gemaakt van de aanbevelingen die volgen uit de VNG- publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Deze publicatie wordt regulier toegepast en is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Hiertoe zijn in de publicatie, afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid, minimaal aan te houden afstanden tot woningen opgenomen. De afstanden zijn bedoeld om milieuhinder (waaronder hinder door geluid) zo veel als mogelijk te voorkomen. Als aan de aanbevolen afstanden wordt voldaan dan is dit een goede indicatie dat, voor het aspect geluidhinder door voorgenomen activiteiten, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het paviljoen zijn enkel horeca-activiteiten voorzien (ook met het karakter van een bruincafé of rustiger). Hierbij is ook een terras zonder muziek inbegrepen. Deze vallen onder milieucategorie 1. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' worden hiervoor de volgende adviesafstanden tussen de horeca-/detailhandel activiteiten en omliggende woningen genoemd: Functie restaurants, cafetaria's, snackbars, etc.
(SBI-2008 561) café, bars (SBI-2008 563)
Adviesafstand tot woning 10 meter 10 meter
Dit houdt in dat een afstand van 10 m ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen in acht dienen te worden genomen. De afstand tussen het paviljoen en het zorgcomplex (bestemd als Maatschappelijk) bedraagt ca. 100 meter. De afstand tussen het paviljoen (beneden aan het
Blad 31 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Q anteagroup
duingebied) en de bebouwing met de bestemming 'Gemengd - 6', waar recreatiewoningen mogelijk zijn, bedraagt minimaal 15 meter. Daarmee wordt (ruimschoots) voldaan aan de aanbevolen afstanden uit de VNG-publicatie.
Conclusie Hieruit volgt dat het aspect geluid en milieuzonering geen belemmering vormt voor het beoogde initiatief.
7.2
Luchtkwaliteit Kader
De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (Wm). In samenhang met Titel 5.2 zijn de grenswaarden voor luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wm opgenomen. In Titel 5.2 Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voorde luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: • Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; • Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • Het besluit draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10); • Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd). Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit gevoelige bestemmingen.
Tabel: Grenswaarden uit de Wet milieubeheer voor NOs, Pl\/ho en PM2,s. Stof
Soort norm
Grenswaarde
NOz
Jaargemiddelde
Maximaal 40 pg/m3
PMio
Jaargemiddelde
Maximaal 40 jig/m3_________________________
PM,
Daggemiddelde
Maximaal 35 maal per j'aar meer dan 50 jig/m3
PM2,s
Jaargemiddelde
Maximaal 25 ug/m3
Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een plan/project niet in betekenende mate bijdraagt aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10. Een plan/project draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de jaargemiddelde concentraties in de buitenlucht van zowel NO2 als PM10 niet meer bedraagt dan 3% van de grenswaarde voor die stoffen. Dit komt voor beide stoffen overeen met een maximale toename van de jaargemiddelde concentraties met 1,2 ug/m3. Plannen of projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer.
Blad 32 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Q anteagroup
In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, die onder het gelijknamige Besluit hangt, zijn categorieën van gevallen opgenomen die per definitie 'niet in betekenende mate' zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een woningbouwontwikkeling van minder dan 1.500 woningen of een kantoorontwikkeling van minder dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlak. Deze ontwikkelingen hoeven dan niet nader onderzocht te worden op een eventuele bijdrage aan de luchtkwaliteit en hiervoor hoeft geen toetsing aan de grenswaarden plaats te vinden.
Onderzoek Een project kan als NIBM worden beschouwd als aannemelijk is, dat het project niet leidt tot een toename van de concentraties van NO2 of PM10 van meer dan 3% van de grenswaarde. De NIBMregeling van 3% is gekoppeld aan de vaststelling van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) omdat in dit programma hiervoor maatregelen tegenover staan die het tijdig behalen van de grenswaarden waarborgen.
Om het beoordelen van plannen voor overheden eenvoudiger te maken is in de Regeling NIBM het percentage van 3% uitgewerkt in concrete getallen. De regeling geeft concrete getallen voor plannen die gaan over, bijvoorbeeld de bouw van woningen en/of kantoren. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 3% op 1.500 woningen. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 3.000 woningen worden gehanteerd. De nieuwe situatie is qua vloeroppervlak (samen met het terras) maximaal 100 vierkante meter groter dan het bestaande paviljoen. Een vergroting van maximaal 100 vierkante meter komt neer op maximaal 10 tafels extra. Met gemiddeld 4 stoelen per tafel en een dubbele bezetting van een tafel op een dag, betekent dit ca. 80 extra bezoekers gemiddeld per etmaal.
Alhoewel aannemelijk is dat verreweg de meeste van deze bezoekers al in het gebied rondom het paviljoen aanwezig zijn (strandbezoekers), is er (worst case) voor de berekening van uitgegaan dat 60 bezoekers hiervan met de auto naar de snackbar komen met gemiddeld 2 bezoekers per auto. Dit betekent dat in de toekomstige situatie worst case 60 motorvoertuigbewegingen per etmaal worden toegevoegd. Deze zeer beperkte toename is passend binnen de capaciteiten en doorstroming van het omliggende wegennet. Hoewel de ontwikkeling in kader van Noordelijk Havenhoofd is onderzocht is de NIBM-toets uitgevoerd. Met de NIBM-tool (versie 31-08-2020) is daarnaast de maximale toename van de jaargemiddelde concentraties NO2 en PMio berekend als gevolg van het extra verkeer. De NIBM-tool gaat uit van de voor luchtkwaliteit meest ongunstige situatie en berekent daardoor het maximale effect. In onderstaande figuur is de berekening met de NIBM-tool opgenomen op basis van bovengenoemde verkeersbewegingen. In het verkeersrapport wordt de berekening van de verkeersgeneratie toegelicht. Voor de NIBM-berekening is worst-case uitgegaan van 3% vrachtverkeer.
Blad 33 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Q anteagroup
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2022
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
60 3%
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer
Aandeel vrachtverkeer NO2 in pg/m3
0,08
PM in pg/m2
0,01
Grens voor "Niet In Betekenende Mate1' in ug/m,3 Conclusie
1.2
De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat de maximale bijdrage van het voorgenomen plan aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 minder is dan 1,2 pg/m3. Op basis hiervan is aannemelijk dat het voorgenomen plan niet in betekenende mate bijdraagt. Hierdoor kan een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit achterwege blijven en staat de luchtkwaliteit op grond van artikel 5.16, lid 1, onder c verdere besluitvorming niet in de weg.
Conclusie Het project betreft de sloop en nieuwbouw van bestaande bebouwing waarbij een wordt voorzien in een uitbreiding en de gebruiksmogelijkheden ter plaatse niet veranderen. Een dergelijk project valt binnen het kader van de ministeriële regeling “NIMB”. Een luchtkwaliteitsonderzoek is in het onderhavige geval daarom niet noodzakelijk, het project leidt “niet in betekenende mate” tot verslechtering van de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit vormt in deze situatie dan ook geen belemmering voor de realisering van het voorgenomen project.
7.3
Externe veiligheid Kader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor risico volle inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het wettelijke kader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het huidige beleid voor transportmodaliteiten in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen, zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.
Plaatsgebonden Risico (PR)
Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die
Blad 34 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Q anteagroup
de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 /jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 /jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fNcurve.
Fisicojani (F)
(())
10E 04 1/0 05
10-06 07
1.0E-08
* - risicobron y
OT 00
«mo
• Amal slchtofters (14)
- PR 10 5-contoun
} - PR 10“.contour
oxbëuatiewaarde qoepssisicocurve
invloedsgebied I letaliteitgrens
figuur 7.1 Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport
Verantwoordingsplicht In het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.
Blad 35 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Q anteagroup
Verplichte en onmisbare onderdelen: A
Ligging GR t.ov. oriënterende waarde
B
Toename GR t.o.v. nulsituatie
C
De mogelijkheden van zelfredzaamheid van de bevolking
□
De mogelijkheden van hulpverlening
E
Nut en noodzaak van de ontwikkeling
F
Het tijdsaspect
figuur 7.2: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico Toets Het paviljoen is geen (beperkt) kwetsbaar object, welke bescherming behoeft op het gebied van
externe veiligheid. Toetsing aan het aspect externe veiligheid kan daarom achterwege blijven. Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
7.4
Bodem Kader
Volgens artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij
functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone gronden te worden gerealiseerd.
Onderzoek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is de bodemkwaliteit onderzocht (Aveco de Bondt, 2018 en 2021). Het bodemonderzoek is als bijlage 4 bij deze rapportage toegevoegd. De
onderzoeken geven een dekkend beeld van de bodemkwaliteit voor het beoogde gebruik van het
perceel waar de ontwikkeling JM Snacks zal plaatsvinden.
Deels bevindt zicht het plangebied op gronden waar het tijdelijke paviljoen staat. In het verleden
zijn deze gronden ontgraven en heeft sanering plaatsgevonden. Het tweede deel van de footprint van JM-Snack bevindt zich deels onder het huidige kunstmatige duin. In dit gebied zijn verontreinigingen aangetroffen die een milieu hygiënische beperking zijn voor de geplande
herontwikkeling.
Voor
de
bodemverontreiniging
is
sanering
door
middel
van
een
verwijderingsvariant noodzakelijk. Bijvoorbeeld ontgraven en afvoeren van verontreinigde grond en onttrekken/verwijderen van verontreinigd grondwater. Voor de sanering is een saneringsplan opgesteld een beschikt. Aangezien het hele duin bij deze
wordt ontgraven voorbij restverontreinigingen verwacht.
sanering
het
oorspronkelijke
Blad 36 van 40
maaiveld
worden
hier
geen
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Q anteagroup
Conclusie In het kader van de voorziene aanvraag omgevingsvergunning (t.b.v. de nieuwbouw) is, voorafgaande aan nieuwbouw een saneringsplan opgesteld. Het saneringsplan is op 22 augustus 2018 goedgekeurd door bevoegd gezag. Onder milieukundige begeleiding kan met de werkzaamheden worden aangevangen.
7.5
Kabels en leidingen Er zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig in het plangebied. Bij de bouwwerkzaamheden wordt rekening gehouden met de eventueel aanwezige datatransportkabels en riool- en waterleidingen in het projectgebied. Voorafgaand aan de realisatiewerkzaamheden zal door de aannemer een KLIC-melding worden gedaan. Daar waar mogelijk wordt verplaatsing van kabels en leidingen voorkomen.
7.6
M.e.r.-beoordeling Per 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarde in onderdeel D. Dit betekent dat voor activiteiten die genoemd staan in het Besluit m.e.r. (bijvoorbeeld woningbouw, kantoren, bedrijven, recreatie, etc.) maar onder de gestelde indicatieve drempelwaarden zitten toch een beoordeling of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Inhoudelijk is deze beoordeling gelijk aan een m.e.r.-beoordeling (die uitgevoerd moet worden bij activiteiten uit onderdeel D die wel boven de drempelwaarden zitten), maar er gelden geen procedurele verplichtingen aan, behalve dat het opgenomen moet worden in de toelichting van het betreffende besluit. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig, m.e.r.-beoordelingsplichtig of vormvrij m.e.r.- beoordelingsplichtig kan onderstaand schema gebruikt worden.
Toetsing Het voornemen valt onder categorie Dll.2 uit het Besluit milieueffectrapportage. Categorie Dll.2 heeft betrekking op de aanleg, wijziging of uitbreiding van stedelijke ontwikkelingsprojecten met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Onderstaande tabel toont de activiteiten, gevallen, plannen en besluiten die plan-m.e.r.-plichtig resp. besluit-m.e.r.beoordelingsplichtig kunnen zijn.
Tabel 1 Uitsnede onderdeel D van het Besluit m.e.r. onder categorie D 11.2 Activiteiten Gevallen Besluiten D 11.2 De aanleg, wijziging of In gevallen waarin de activiteit De vaststelling van het plan, uitbreiding van een stedelijk betrekking heeft op: bedoeld in artikel 3.6, eerste ontwikkelings-project met 1: een oppervlakte van 100 lid, onderdelen a en b, van de inbegrip van de bouw van hectare of meer, Wet ruimtelijke ordening > het winkelcentra of 2. een aaneengesloten gebied bestemmingsplan parkeerterreinen. en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Figuur 7.3: Uitsnede van de D-lijst van het Besluit m.e.r.
Blad 37 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
Q anteagroup
De ontwikkeling overschrijdt de drempelwaarden uit bovenstaande tabel niet. Op grond van art. 2 lid 5 onder b van het Besluit m.e.r. geldt een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Deze beoordeling is opgenomen als bijlage 8 bij deze ruimtelijke onderbouwing.
Conclusie Op basis van de aanmeldingsnotitie m.e.r. kan worden geconcludeerd dat de herontwikkeling van het plangebied niet leidt tot belangrijke negatieve milieugevolgen. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure of m.e.r.-(beoordelings)procedure.
Blad 38 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
8
Uitvoerbaarheid
8.1
Economische uitvoerbaarheid.
Q anteagroup
In artikel 3.1.6, sub i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk gemaakt worden moeten (economisch) uitvoerbaar zijn en gerealiseerd kunnen worden. De realisatie van het voornemen komt geheel voor rekening van de initiatiefnemer, JM Snacks. De economische uitvoerbaarheid van voorliggend project is hiermee geborgd.
8.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ten behoeve van een afwijking van het bestemmingsplan, conform artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De omgevingsvergunning doorloopt de procedure zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wabo. Hiertoe zal het besluit worden verzonden naar de vooroverleginstanties. Daarnaast krijgen belanghebbenden, gedurende zes weken, de mogelijkheid om hun zienswijzen naar voren te brengen. Na afloop van de procedure kan worden geconcludeerd dat het plan maatschappelijk uitvoerbaar is.
Burgemeester en wethouders dienen bij de voorbereiding overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening.
8.3
Zienswijzen Gedurende de termijn van terinzagelegging (6 weken) kan eenieder een zienswijze indienen op het ontwerpbesluit omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan.
8.4
Verklaring van geen bedenkingen Een verklaring van geen bedenkingen is een instemming van een ander bestuursorgaan dan het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning met het verlenen van die vergunning. Zonder de verklaring van geen bedenkingen kan de omgevingsvergunning niet worden verleend.
8.5
Collegebesluit Vervolgens wordt door het College van Burgemeester en Wethouders een definitief besluit genomen. Dit kan een verlening van de omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan of een weigering inhouden.
Blad 39 van 40
Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio
9
Q anteagroup
Conclusie Het project is getoetst aan het beleid, waaruit geconcludeerd is dat het project in overeenstemming is met het beleid. De gevolgen van het project op het gebied en de omgeving zijn getoetst en hieruit is naar voren gekomen dat de afwijking van het bestemmingsplan geen negatieve gevolgen heeft voor het gebied en de omgeving. Er dient nog wel een vergunning bij het waterschap te worden aangevraagd en bij de uitvoering geldt een zorgplicht vanuit de natuurbescherming en een noodzaak voor milieukundige begeleiding vanuit het saneringsplan.
Blad 40 van 40
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse
ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij
elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt
bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data,
sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan
de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie
en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke
opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd
vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en
de oplossingen voor morgen. Al bijna 70 jaar.
Contactgegevens Rivium Westlaan 72 2909 LD CAPELLE A/D IJSSEL Postbus 8590 3009 AN ROTTERDAM
E.
@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl
Copyright © 2018 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.