CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316604 Bijlage

Commissie Ruimte 22 november 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Verklaring van geen bedenkingen voor aanvraag omgevingsvergunning voor een horeca-paviljoen met terras in het duin bij het Noordelijk Havenhoofd naast Strandweg 3J14.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

anteagroup

Ruimtelijke Onderbouwing :

Paviljoen JM Snacks Scheveningen

projectnummer 0453639.100 definitief revisie 1 30 juli 2021

gewijzigd/aangevuld 11 feb 2022

Understanding today. Improving tomorrow.

Q anteagroup

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen

projectnummer 0453639.100 definitief revisie 1 30 juli 2021

Auteurs

Opdrachtgever DAVL Studio Berkstraat 2 2565 MS Den Haag

datum vrijgave |30 juli 2021

beschrijving revisie 1

gecontroleerd

vrijgave

L

L

L

definitief

Q anteagroup

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Doel van deze goede ruimtelijke onderbouwing

1

2

Projectbeschrijving

2

2.1 2.2

Ligging en begrenzing projectgebied Omschrijving project

2 3

3

Toets bestemmingsplan

6

4

Beleidskader

9

4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.2.1 4.2.2

Rijksbeleid Structuurvisie infrastructuur en ruimte (2012) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2011) Ladder voor Duurzame Verstedelijking Provinciaal en regionaal beleid Omgevingsvisie 2019 Omgevingsverordening Zuid-Holland

9 9 9 10 12 12 15

4.2.3 4.2.4 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 (2008) Conclusie provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Structuurvisie Den Haag 2020 (2005) Masterplan Scheveningen Kust (2010) Agenda Ruimte voor de Stad (2016)

16 16 17 17 17 17

5

Ruimtelijke onderbouwing project

19

5.1 5.2 5.3

Planologische onderbouwing Stedenbouwkundige onderbouwing Verkeer en parkeren

19 19 19

6

Beschrijving gevolgen project

21

6.1 6.2 6.3

Windhinder Waterhuishouding Archeologie en cultuurhistorie

21 21 23

6.4

Ecologie

24

7

Milieuaspecten project

26

7.1 7.2 7.3

Geluid en milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid

26 27 29

7.4

Bodem

31

Q anteagroup

7.5

Kabels en leidingen

32

7.6

M.e.r.-beoordeling

32

8

Uitvoerbaarheid

34

8.1 8.2

Economische uitvoerbaarheid. Maatschappelijke uitvoerbaarheid

34 34

8.3 8.4 8.5

Zienswijzen Verklaring van geen bedenkingen Collegebesluit

34 34 34

9

Conclusie

35

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Stedenbouwkundig plan Parkeren Archeologie Bodemonderzoek Natuurtoets Onderzoek stikstofdepositie Waterparagraaf Vormvrije M.e.r.-beoordeling

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Q anteagroup

Het Noordelijk Havenhoofd te Scheveningen wordt in een samenwerkingsverband van het Viscluster, ondernemers uit het gebied, de gemeente Den Haag en VolkerWessels Vastgoed herontwikkeld. In de nieuwe situatie is er ruimte voor nieuwe werkgelegenheid, nieuwe bedrijvigheid en ook nieuwe horeca en recreatie in het gebied. De plannen worden gefaseerd uitgevoerd. Er wordt gestart met de bouw van een hotel op de kop van het havenhoofd, gevolgd door nieuwbouw voor de visindustrie (ca. 5.500 m2) en diverse horeca. Gelijktijdig zal een grote parkeergarage met bijna 1.000 parkeerplaatsen worden gerealiseerd onder het huidige duin. Na de bouw van de garage wordt het duin teruggeplaatst en wordt bovenop en grenzend aan de garage nieuwbouw voor sport, recreatie en horeca gebouwd. De realisatie zal naar verwachting in 2022-2023 gereed zijn.

Op de kop van het havenhoofd, dicht bij de locatie van het nieuwe hotel, staat het paviljoen van JM Snacks. Het paviljoen is vanwege de realisatie van het hotel tijdelijk verplaatst van Adriaan Maasplein 3 naar Strandweg. DAVL Studio is voornemens om, in opdracht van JM Snacks, het huidige paviljoen te slopen en op dezelfde plek nieuw paviljoen te realiseren inclusief uitbreiding.

1

I Jl dë

20222“2" .w

*I

•f

N.

•

8

A-

M

54)

• K

zdèeiAiEsimma

&

r w

■a ï t2

• 5 nE

Figuur 1.1 Impressie nieuwe paviljoen JM Snacks (Bron: DAVL Studio)

1.2

Doel van deze goede ruimtelijke onderbouwing De voorgenomen ontwikkeling van de horecafunctie is niet mogelijk binnen het huidige bestemmingsplan (zie hoofdstuk 3). Om het bouwplan te kunnen realiseren, dient eerst een omgevingsvergunning strijdig gebruik, voor afwijking van het bestemmingsplan, te worden verkregen (artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Het bouwplan dient hiertoe vergezeld te gaan van een goede ruimtelijke onderbouwing waarin het project ruimtelijk en milieutechnisch wordt gemotiveerd. Dit document voorziet in deze ruimtelijke onderbouwing.

Blad 1 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

2

Projectbeschrijving

2.1

Ligging en begrenzing projectgebied Het projectgebied is gelegen op het Noordelijk Havenhoofd van Scheveningen, aan de Strandweg, ongenummerd, zie Figuur 2.1. Het projectgebied van het plan wordt begrensd door de Strandweg aan de noordwestzijde en het duin met daarachter de Visafslagweg aan de zuidwestzijde.

2*

ë

‘4V>

yee

%

w"

2

g9

/99

7

e "s

Z amE

au

Figuur 2.1 Projectgebied

In de huidige situatie is er op de locatie een tijdelijk paviljoen aanwezig van circa 200 vierkante meter bebouwing en een terras van 81 vierkante meter. Voor deze locatie is in 2017 een vergunning verstrekt voor de looptijd van 5 jaar.

Es EK

*-e

S

■'J

.l Ismdl

O-ge

eg

20530 ;

817D

,7 ■]

)

e

Ee

BB

I ]

\

‘E

J Ea

i s Q0o cY 2^

। ö O r —=6QQ

ii

o fl n —+ —f-

TE

Figuur 2.2 Huidige bebouwing en plattegrond

Blad 2 van 40

sE M2T

E

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

2.2

Q anteagroup

Omschrijving project Het plangebied is onderdeel van het grotere ontwikkelingsgebied Noordelijk Havenhoofd, waar o.a. een parkeergarage, bedrijvigheid en een hotel worden gerealiseerd (zie figuur 2.3 en bijlage 1 voor een grotere kaart).

i

fietsenstalling

T 4[

[2aVisB-ualrvart

[ Spart/Hetteatie/Hareca ]

Ik Vu5

Taal 5monisv.Wija

[ Roulevold

..

AZ Fahariss

UFA

nietraboure

r..... i

5

•

■

Figuur 2.3 Ontwikkeling Noordelijk Havenhoofd (Bron: www.noordelijkhavenhoofdscheveningen.nl ) In figuur 2.4 is de nieuwe stedenbouwkundige situatie van het beoogde plan weergegeven (zie ook bijlage 1). Het nieuwe paviljoen wordt 300 vierkante meter en het nieuwe terras wordt 100 vierkante meter. Dit betreft een uitbreiding van 100 vierkante meter bebouwing en 20 vierkante meter terras. In figuur 2.5 zijn impressies van de beoogde ontwikkeling opgenomen.

ss

ppen

omemmemnsmm e

*

\__K

e

...2 .

2

■

s e unu ..

j

a

-

T--

N

1H (M

I

1-

I/: i I

i

I I 5

i

ItI —-T-

I

ms

0 smec

r

.8282..28

~4- m-

e.

a

1 Figuur 2.4 Planvoornemen nieuwe paviljoen.

Blad 3 van 40

!...H

L

f=-

T-

-

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

€

i

Fem-

6

AK »

re_

g*q -N-1-

fPn L.N *2--

Figuur 2.5 Impressies herontwikkeling Paviljoen JM Snacks (Bron DAVL Studio) Stedenbouwkundige inpassing: Bij ontwerp van het gebouw is de nabije omgeving zorgvuldig meegenomen. Het nieuwe paviljoen zal aansluiten bij/in het huidige duingebied. Concreet wordt het paviljoen ingekapseld in het duin met de opening aan de boulevardzijde. Het terras wordt, zoals ook in de huidige situatie, een integraal onderdeel van het gebouw. Het gebouw wordt in stijl van de omgeving ontworpen. Het gebouw komt onder het duin tevoorschijn, alsof er een sluier wordt opgelicht.

Aan de buitenkant wordt er beton, hout en glas gebruikt. Het beton sluit aan op de omgeving en vloeit door naar binnen. Op het dak van het paviljoen wordt het duin (inclusief beplanting van inheemse soorten) doorgetrokken. In figuur 2.6 zijn doorsnedes te zien van het paviljoen. Het bestaat uit één bouwlaag en heeft een maximale bouwhoogte van 5.5 meter ten opzichte van het boulevard niveau.

Blad 4 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen

Q

projectnummer 0453639.100

anteagroup

30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

B

A

I

I I

C

I I

f il/lN/

irf//I

l/f

l/l

+

+

I

I B

A

C

—yk— 145001 NAP m/

S’V 1,

Fl

J

j8 -8

3

A

=*14, 3 9000- NAP

•L

aenk

3 3 3

B

T 14500* NA?

-l. I

j8 3 2000- NAP

1

deroi 08)

T

C

Figuur 2.6 Dwarsdoorsnedes herontwikkeling Paviljoen JM Snacks (Bron: DAVL Studio)

Blad 5 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

3

Q anteagroup

Toets bestemmingsplan Het voorgenomen plan is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan Scheveningen Haven, vastgesteld op 22 januari 2015. Een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan ter plaatse van het projectgebied is weergegeven in figuur 3.1. De gronden ter plaatse van de voorgenomen ontwikkelingen hebben de bestemmingen: ■ Enkelbestemming Groen; ■ Enkelbestemming Verkeer - verblijfsstraat; ■ Dubbelbestemming Waarde - Archeologie; ■ Dubbelbestemming Waterstaat - waterkering; ■ Gebiedsaanduiding Geluidzone - industrie.

4 .An

2

2

2ö33

3,

2)1 446

A

Z

0522 UMUAun 15 Kun A

0 U"U"UU UUUUU;

•

"U

50"u"v0v0uninninu UUUUUUUn

/

2

KAUUUUUVVvUUAUy

UUUUU"U"y" UUUUUUV"V"U"LP0-

■

■

UA

juh

R

• u OV U

Au Auh AUh

15555,8

M.

•X figuur 3.1 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Scheveningen Haven met aanduiding projectgebied (ruim telijkeplannen .nl)

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, zoals parken, grasvelden, plantsoenen, gazons, plantvakken, bermen en bermsloten; b. speelvoorzieningen; c. voet- en fietspaden; d. straatmeubilair; en ter plaatse van de aanduiding: e. 'specifieke bouwaanduiding - bouwen op de dijk' tevens voor de functies zoals opgenomen in de bestemmingsomschrijving van het naastgelegen bestemmingsvlak Gemengd - 6; en ter plaatse van het bestemmingsvlak gelegen ten zuidoosten van de Westduinweg mede bestemd voor het instandhouden en versterken van de stedelijke ecologische hoofdstructuur, één

Blad 6 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

en ander met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen, water en overige voorzieningen en ontsluitingen als nader omschreven in het derde lid. De voor 'Verkeer - verblijfsstraat’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voet- en fietspaden; b. wegen ten behoeve van de ontsluiting van de buurt; c. woonerven; d. groen; e. (on)gebouwde parkeervoorzieningen, met dien verstande dat tussen de bestemmingsvlakken van de bestemming 'Gemengd - 1' tevens een gebouwde parkeervoorziening beneden peil is toegestaan; f. speelvoorzieningen; g. waterstaatkundige werken ten behoeve van de scheepvaart;

en ter plaatse van de aanduiding: h. 'horeca tot en met categorie 2' tevens voor horeca in de categorie middelzwaar; i. 'laad- en losplaats' tevens voor een laad-, los en overslagkade; j. 'nutsvoorziening' tevens voor een nutsvoorziening; k. 'onderdoorgang' tevens voor de functies zoals omschreven in het eerste lid van de aangrenzende bestemmingen Gemengd - 1, Cultuur en ontspanning - Voorlopig 1 of na verloop van de in deze bestemming opgenomen geldigheidstermijn gebruik als bedoeld in het derde lid; I. 'sluis' tevens voor een sluis; m. 'specifieke vorm van bedrijf havenontvangstinstallatie' tevens voor een havenontvangstinstallatie; n. 'specifieke vorm van horeca -paviljoens" tevens voor horecapaviljoens alsmede voor paviljoens met functies gerelateerd aan de toeristisch recreatieve functie van de Tweede Haven. Er mogen maximaal 8 paviljoens worden gebouwd, waarvan 1 paviljoen een voorlopige functie heeft. Deze voorlopige functie geldt tot 6 maanden na het gereedkomen van de nieuwe hellingbaan van de Dr. Lelykade en bijbehorende openbare ruimte, met dien verstande dat de functie uiterlijk geldt tot 28 november 2018; o. 'specifieke vorm van verkeer - dienstengebouw' tevens voor een dienstengebouw met onder andere de volgende functies: fietsenstalling, openbaar toilet, opslag van strandrolstoelen en nutsvoorzieningen; P.

'specifieke vorm van verkeer - fietsenstalling' tevens voor een fietsenstalling; q. 'specifieke vorm van verkeer - oeververbinding' kan een verbinding ten behoeve van langzaam verkeer tussen het zuidelijk- en noordelijk havenhoofd worden gerealiseerd,

een en ander met inachtneming van het bepaalde in het derde lid en met de daarbij behorende gebouwen als bedoeld in het tweede lid onder b, d, e en f, bouwwerken geen gebouwen zijnde, groen, water en overige voorzieningen, zoals activiteiten ten behoeve van watersportvoorzieningen. Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie' bestemde gronden zonder of in afwijking van een door het bevoegd gezag afgegeven omgevingsvergunning de hieronder te noemen werkzaamheden of werken geen bouwwerken zijnde met een totaal oppervlak van meer dan 50 m2 en een diepte van meer dan 0,5 m, uit te voeren:

Blad 7 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

a. b.

c.

Q anteagroup

het wijzigen van het maaiveldniveau door middel van het verlagen, afgraven of egaliseren van grond waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; het aanleggen en verbreden van sloten, vijvers en andere wateren, waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies.

In paragraaf 6.3 van deze ruimtelijke onderbouwing is de voorgenomen ontwikkeling getoetst op archeologische waarden.

Het is verboden op of in de mede voor 'Waterstaat - Waterkering' bestemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de hieronder te noemen werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontginnen, verlagen of afgraven, ophogen, egaliseren, van de bodem; b. het aanleggen of verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; d. het verwijderen van bomen of andere opgaande beplanting, anders dan bij wijze van verzorging van de aanwezige houtopstand, voor zover de Boswet of op die wet gebaseerde regelingen niet van toepassing zijn; e. de aanleg van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen; f. de aanleg van dijken of andere taluds of de vergraving of ontgraving van reeds bestaande dijken of taluds; de aanleg van waterlopen of de vergraving, verruiming of demping van reeds bestaande waterlopen; h. de aanleg van ondergrondse constructies, installaties of apparatuur, i. behoudens indien deze werken en werkzaamheden zijn aan te merken als een normaal bestanddeel van een doelmatige bedrijfsvoering. In paragraaf 6.3 van deze ruimtelijke onderbouwing is de voorgenomen ontwikkeling getoetst op het aspect water.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren, dient eerst een omgevingsvergunning strijdig gebruik te worden verkregen (artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht).

Blad 8 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

4

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Q anteagroup

Structuurvisie infrastructuur en ruimte (2012)

Op 13 maart 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie vervangt onder andere de Nota Ruimte. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Verder brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven), laat het meer over aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij...') en komt de gebruiker centraal te staan. Er wordt gekozen voor een selectievere inzet van rijksbeleid op dertien nationale belangen. Buiten deze dertien belangen komt de decentrale overheden beleidsvrijheid toe. De verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal wordt aan de provincies overgelaten. De (boven)-lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking wordt overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders.

Conclusie: De projectlocatie heeft geen relatie met één van de nationale belangen. Er zijn geen aandachtspunten vanuit het rijksbeleid voor de ontwikkeling.

4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2011)

Het 'Besluit algemene regels ruimtelijke ordening' (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 17 december 2011 in werking getreden. Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk beëindigt de rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones en het verstedelijkingsbeleid. In de structuurvisie worden de rijksdoelen en nationale belangen limitatief beschreven. De nationale belangen worden in het gebied gevormd door de ecologische hoofdstructuur (Natuurnetwerk Nederland) en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied is niet gelegen in deze gebieden. Op 1 oktober 2012 is aan het Barro een aantal onderwerpen toegevoegd.

Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken.

Blad 9 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

Kustfundament

Het plangebied valt binnen het kustfundament (afbeelding 3.1). Het kustfundament is van belang als drager voor functies in het kustgebied, waaronder de bescherming van overstromingen vanuit zee. Om een duurzaam kustfundament te behouden dient voldoende ruimte voor de versterking van de zeewering aanwezig te zijn met behoud van natuurlijke waarden.

3 Ae—# \

1

4- '

/

,1

K

27

E

Ik

F

5

3

& H kunlfuamama

& figuur 4.1: Kustfundament Derhalve zijn ten aanzien van het kustfundament de volgende regels uit het Barro voor dit bestemmingsplan van belang:

1.

Afwegingskader (artikel 2.3.2 Barro)

Wijzigingen ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan mogen geen activiteiten mogelijk maken die een belemmering vormen voor het uitzicht op de vrije horizon vanaf de gemiddelde hoogwaterlijn met blik op zee. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen voorzien die dit uitzicht belemmeren. 2.

Primaire waterkering (artikel 2.3.3 Barro)) Gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben dienen via het bestemmingsplan de bestemming "waterstaat-waterkering" te krijgen. De gronden die deel uitmaken van een beschermingszone krijgen conform het Barro de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - duin, indien de primaire waterkering een duin is. Als de primaire waterkering een dijk is krijgt het de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - dijk" en in alle overige gevallen krijgt het de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - waterstaatwerk". Ontwikkelingen kunnen enkel worden toegestaan als deze geen belemmering vormen voor de

Blad 10 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

instandhouding of versterking van het zandige deel van het kustfundament of het onderhoud, de veiligheid of mogelijkheden voor versterking van de primaire waterkering. Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de instandhouding of versterking van het kustfundament belemmeren. De gronden zijn niet gelegen binnen de primaire waterkering / beschermingszone (zie figuur 4.2 voor ligging zeewering). A LEGENDA Zeewering

Regionale waterkering

\

Polderkade

figuur 4.2: Zeewering conform legger Hoogheemraadschap van Delfland ((legger 2019-H-01)

3.

Bouwen in het kustfundament buiten stedelijk gebied (artikel 2.3.5 Barro)

Als het bestemmingsplan betrekking heeft op gronden buiten het stedelijk gebied, dan mag er conform dit artikel ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan geen nieuwe bebouwing op deze gronden mogelijk worden gemaakt. Echter, bebouwing voor seizoensgebonden activiteiten, herbouw of uitbreiding tot 10 procent en / of bebouwing voor het openbaar belang zijn wel toegestaan. Het plangebied is conform de provinciale kaart Bestaande stads- en dorpsgebied 2018 (vastgesteld op 20 februari 2019) gelegen binnen stedelijk gebied (zie figuur 4.3). Legenda Ruimte - Bestaand stads- en dorpsgebied 2018

Bestaand stads- en

M dorpsgebied 2018

I«I 0

BE

aa

figuur 4.3: uitsnede provinciale kaart Bestaande stads- en dorpsgebied 2018

Conclusie: Het voornemen, de herbouw en uitbreiding van het paviljoen, is passend binnen de eisen die het Barro stelt aan ontwikkelingen in kustfundament. Het Barro vormt geen belemmering voor uitvoering van het plan.

Blad 11 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

4.1.3

Q anteagroup

Ladder voor Duurzame Verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte werd de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen nieuwe stedelijke ontwikkeling standaard gemotiveerd te worden met behulp van drie opeenvolgende treden. Deze treden borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkelingen wordt gekomen. Per 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd met als doel om de ladder te vereenvoudigen en de onderzoekslasten te verminderen, waarbij de effectiviteit van het instrument behouden blijft. Met deze wijzigingen is niet beoogd het doel van de regeling te wijzigen: een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt.

Wettelijk kader Artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro bepaalt het volgende: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Artikel 1.1.1. van het Bro definieert de relevante begrippen: • bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; • stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties (met meer dan 12 woningen) of andere stedelijke voorzieningen. De ladder in ruimtelijke plannen De ladder voor duurzame verstedelijking is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden. Hieronder vallen het bestemmingsplan, het inpassingsplan en de provinciale verordening die een locatie voor stedelijke ontwikkeling aanwijst. Daarnaast kan het verstandig zijn om de ladder voor duurzame verstedelijking ook te gebruiken bij de opstelling van andere ruimtelijke plannen waaronder structuurvisies. Omgevingsvergunning tot afwijken van het bestemmingsplan (de zgn. buitenplanse afwijking) De ladder is ook van toepassing op situaties waarin met een omgevingsvergunning (buitenplans) wordt afgeweken van het bestemmingsplan.

Op grond van artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht is artikel 3.1.6 van het Bro namelijk van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Dit houdt in dat ook in deze gevallen in het besluit tot verlenen van de omgevingsvergunning tot afwijken van het bestemmingsplan zal moeten worden gemotiveerd dat de stappen van de ladder voor duurzame verstedelijking zijn doorlopen.

Blad 12 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

Onderzoek In het Masterplan Scheveningen Kust is vastgesteld dat er behoefte is aan het vernieuwen, vervangen en toevoegen van voorzieningen aan Scheveningen Bad. Het Paviljoen bestaat volledig uit horeca en past binnen de herinrichting van het Noordelijk Havenhoofd. Het paviljoen zal in het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Den Haag gerealiseerd worden. De definitie van 'stedelijke ontwikkeling' is: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Het onderhavig plan beoogt de uitbreiding van een bestaand gebouw planologisch mogelijk te maken. Het betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het plan kan volgens het voorgaande plan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare voorzieningen. Daarnaast blijkt uit jurisprudentie (zie bijvoorbeeld uitspraak ABRvS 201302867-1-R4) kleine ontwikkelingen niet hoeven te worden aangemerkt als zijnde een bouwlocatie en dus niet te worden gezien als 'stedelijke ontwikkeling'.

Het onderhavig plan beoogt de uitbreiding van een bestaand gebouw binnen het stedelijk gebied van de gemeente Den Haag juridisch planologisch mogelijk te maken. Deze kleine ontwikkeling wordt niet aangemerkt als zijnde bouwlocatie. Verdere toetsing aan de ladder duurzame verstedelijking kan achterwege blijven. Conclusie De ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor uitvoering van het plan.

4.2

Provinciaal en regionaal beleid Het ruimtelijk beleid van de provincie Zuid-Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Voor deze beleidstoets is de op 1 april 2019 in werking getreden versie van beide documenten geraadpleegd.

4.2.1

Omgevingsvisie 2019

De provincie heeft voorsorterend op de Omgevingswet een Omgevingsvisie vastgesteld op 1 april 2019. Deze omgevingsvisie biedt geen vast omlijnd ruimtelijk eindbeeld, maar wel een perspectief voor de gewenste ontwikkeling van Zuid-Holland als geheel. De visie geeft zekerheid over een mobiliteitsnetwerk dat op orde is en de reiziger en de vervoerder keuzevrijheid biedt, en bevat voldoende flexibiliteit om in de ruimtelijke ontwikkeling te reageren op maatschappelijke initiatieven.

In de visie zijn 4 rode draden te onderscheiden die richting geven aan de gewenste ontwikkeling en het handelen van de provincie:

1. 2. 3. 4.

beter benutten en opwaarderen van wat er is; vergroten van de agglomeratiekracht; verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; bevorderen van een water- en energie-efficiënte samenleving.

De omgevingsvisie bevat een nieuwe sturingsfilosofie. De kern daarvan is ruimte bieden aan ontwikkelingen, aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijfsterreinen, kantoren, winkels en mobiliteit, allianties aangaan met maatschappelijke partners en minder toetsen op regels en meer sturen op doelen.

Blad 13 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

Het sturen op ruimtelijke kwaliteit vormt een rode draad in het beleid van de provincie. Deze rode draad bepaalt in hoge mate de keuzes in de groene ruimte. Ruimtelijke ontwikkelingen die maatschappelijk en economisch gewenst zijn, moeten bijdragen aan de balans tussen de instandhouding, benutting en versterking van de bestaande gebiedskwaliteiten. Deze vinden hun grondslag in de drie onderscheiden deltalandschappen. De kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten geven richting aan de wijze waarop ontwikkelingen kunnen inspelen op ruimtelijke gebiedskwaliteiten. Projectgebied De kwaliteitskaart uit de Omgevingsvisie bevat de belangrijkste kenmerken (richtpunten) van een gebied. Karakteristiek voor Zuid-Holland zijn de delta-, veen-, rivieren- en kustlandschappen. Deze moeten herkenbaar blijven. Een richtpunt beschrijft hoe de provincie Zuid-Holland kwaliteit van een gebied bij nieuwe ontwikkelingen willen behouden of versterken. Bij aanpassingen in het landschap, zoals bij woningbouw of aanleg van wegen, moet hiermee rekening worden houden. Een plan dat de kwaliteiten van een gebied versterkt is in ieders belang. In figuur 4.4 tot 4.7 zijn uitsnedes van de Kwaliteitskaart weergegeven. De ligging van het projectgebied is geïndiceerd met behulp van een blauwe stip.

Kustcomplex - zeeafzettingen Op de kaart 'Laag van de ondergrond' (figuur 4.4) valt het plangebied binnen de aanduiding 'kustcomplex-zeeafzettingen'. In dit gebied zet de provincie in op: • Ontwikkelingen versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever). • Ontwikkelingen houden het verschil herkenbaar tussen "hoog en droog" en "laag en nat" en bouwen voort op de parallelle kuststructuur. • Veiligheidsmaatregelen zijn mede gericht op het versterken van het natuurlijk kustkarakter. In het plangebied wordt rekening gehouden met het karakter van het gebied. De nieuwe bebouwing is voorzien met een uitbreiding. Bovendien wordt een groen dak (doorgetrokken duinbeplanting) gerealiseerd. Het voornemen doet hiermee geen afbreuk aan het landschap / ondergrond.

Stads-en dorpsrand (200 meter) Het beleid van de provincie in stads- en dorpsrand is dat ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Historische centra en kernen De historische centra en kernen met hun compacte bebouwingsstructuur zijn waardevolle woonen vestigingsmilieus in Zuid-Holland en dragen bij aan de toeristische kwaliteit. Als ontwikkelingen plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Verblijfsrecreatiegebied Het beleid van de provincie in verblijfsrecreatiegebied is dat ontwikkelingen een recreatief karakter hebben en passen qua locatie, schaal, inrichting en kwaliteit van de randen goed in hun omgeving.

Blad 14 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q

anteagroup

Laag van de ondergrond Bijzonder relief - donk

Bijzonder relief - rivierduin I

Bijzonder relief - oude stroomgordels en geulafzettingen Bijzonder relief-jonge stroomgordels en geulafzettingen Strandwallen en oude duinen Water als structuurdrager

Rivierdeltacomplex - rivierklei / veen

Rivierdeltacomplex -jonge zeeklei

Veencomplex - veen Veencomplex - oude zeeklei Kustcomplex - zeezandafzettingen figuur 4.4 Uitsnede kaartbeeld Kwaliteitskaart (kaart: laag van de ondergrond)

%‘e

•O

--85

IRe,4

‘o, z,‘0

□

8

•••

Laag van de cultuur- en natuurlandschappen

Tocht Kreek

Lint Rivierdijk Polderdijk

Ringdijk / ringvaart Plassen

Oppervlaktewater

□

Rivierdelta landschap

Schurvelingenlandschap Duinlandschap

figuur 4.5 Uitsnede kaartbeeld Kwaliteitskaart (kaart: laag van de cultuur en natuurlandschappen) Laag van de stedelijke occupatie

□ l_l

mi /

Ruimtelijke reservering wegennetwerk Ruimtelijke reservering vaarwegennetwerk Rijksweg Provinciale weg Spoorlijn Stedelijke waterstructuur indicatief Stedelijke groenstructuur indicatief Historisch centrum, historische kem Stedelijk centrumgebied Stads- en dorpsrand (200 meter) Glastuinbouwgebied Verblijfsrecreatiegebied Watergebonden bedrijventerrein Steden en dorpen Water als structuurdrager Plangebied

figuur 4.6 Uitsnede kaartbeeld Kwaliteitskaart (kaart: laag van de stedelijke occupatie

Blad 15 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

Laag van de beleving Historische molen

$

—

Historische vaanweg Fiets- en wandelroute indicatief

9

F 9

TRe,

K

%‘e<k %

5 8

oë

%

O

|

Atlantikwall

|

Kaste ei biotoop, kasteel

|

Landgoedbiotoop, historisch landgoed Openbaar vervoerpanorama Beschermd grasland (in de Bollenstreek)

|

Deltawerken Strand

e E Groene buffer E

Romeinse Limes Stiltegebied Natuurgebied Recreatiegebied

figuur 4.7 Uitsnede kaartbeeld Kwaliteitskaart (kaart: laag van de beleving)

Conclusie Het plangebied maakt deel uit van het bebouwde gebied van Den Haag. Het plan betreft herbouw waarbij het bebouwd oppervlakte beperkt toeneemt. Het plan sluit aan bij de stedenbouwkundige patroon (kust) van Den Haag. Er kan geconcludeerd worden dat de Omgevingsvisie geen belemmeringen opwerpt voor realisatie van het plan.

4.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland De Omgevingsverordening Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden in samenhang met de Omgevingsvisie Zuid-Holland. De visie bevat de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid en het mobiliteitsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het ruimtelijk beleid is uitgewerkt in de Omgevingsverordening. De verordening is vastgesteld met het oogmerk van juridische doorwerking van een deel van het ruimtelijk beleid en bevat daarom regels voor bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen. De volgende artikelen zijn relevant voor de ontwikkeling:

Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Artikel 6.10.1 van de Omgevingsverordening bepaalt dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting van het bestemmingsplan in gaat op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder wordt verder beschreven in paragraaf 4.1.3. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Artikel 6.9.1 van de Omgevingsverordening bepaalt dat een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: dat de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, geen wijziging op structuurniveau voorziet, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). Als uitgangspunt hierbij geld 'ja, mits'. Dit betekent het volgende.

Blad 16 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

Gebiedsgericht sturen op ruimtelijke kwaliteit betekent voor de provincie richting en ruimte geven aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte. De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheidt maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: 1. een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid, 2.

hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkelingen: 1. Inpassing: Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, die past bij de schaal en de maat van de bestaande kenmerken van een gebied. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de Kwaliteitskaart. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met topkwaliteit. 2. Aanpassing: Dit betreft een gebiedsvreemde ontwikkeling van relatief beperkte omvang, of een (gebiedseigen dan wel gebiedsvreemde) ontwikkeling die niet past bij de schaal en maat van het landschap. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat. 3. Transformatie: Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap ontstaat. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen, een kwalitatief optimaal resultaat inclusief een maatschappelijke tegenprestatie.

Om de volgende redenen past de ruimtelijke ontwikkeling van het plangebied binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); 1. Het plangebied is al jaren in gebruik als bestaande bebouwing voor horeca inclusief verhard terrein voor terras. Wel wordt de bestaande bebouwing afgebroken en herbouwd met een uitbreiding; 2. De ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaande verkavelingspatroon. Omliggende landschappelijke structuren (kustcomplex) en percelen rondom het plangebied blijven gehandhaafd.

4.2.3

Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 (2008)

Op 16 april 2008 heeft het algemeen bestuur van het Stadsgewest Haaglanden het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 (hierna: RSP) vastgesteld. Het RSP is een integraal plan voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden, het kader voor het regionale beleid op het gebied van

Blad 17 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

milieu, groen, mobiliteit, wonen en economie en voor lokale plannen. Het RSP kijkt naar 2020 (en soms 2030) en omvat de grote lijnen voor de ambities en ontwikkelingen op verschillende terreinen. Voor de verschillende beleidssectoren worden de gemeentelijke programma's gemonitord en periodiek binnen Haaglanden op elkaar afgestemd. Dit geldt men name voor kantoren, bedrijventerreinen, leisurevoorzieningen en detailhandel. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het regionaal beleid zoals verwoord in het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020.

4.2.4

Conclusie provinciaal beleid Met het planvoornemen wordt een gewijzigde invulling voorzien. Dit voornemen past binnen het provinciaal beleid en de ladder voor duurzame verstedelijking en voldoen aan het aspect ruimtelijke kwaliteit zoals gesteld in de omgevingsverordening van de provincie Zuid Holland.

4.3

Gemeentelijk beleid 4.3.1

Structuurvisie Den Haag 2020 (2005)

De 'Structuurvisie Den Haag 2020' (vaststelling gemeenteraad d.d. 17 november 2005) is de toekomstvisie van Den Haag op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad in regionaal perspectief tot het jaar 2020. De ambitie is om van Den Haag een 'Wereldstad aan Zee' te maken door de sterke kwaliteiten van Den Haag: een internationale stad, een stad aan zee, een multiculturele stad en een monumentale residentie. Een stad en regio waar geïnvesteerd wordt in de leefkwaliteit en waar mensen graag willen (blijven) wonen, ondernemen en recreëren. In de visie zijn vijf kansenzones benoemd waar kansen liggen om de 'Wereldstad aan zee' gestalte te geven. Onderhavige locatie ligt in de zone 'Internationale kust'.

Binnen deze zone heeft de gemeente Den Haag zich tot doel gesteld om de internationale kustzone veel aantrekkelijker te maken voor wonen, voorzieningen en recreatie. Geconcentreerde ontwikkelingen vinden plaats in Kijkduin en in Scheveningen. Hier liggen de kansen voor het vergroten van de diversiteit in vestigingsmilieus voor wonen en stedelijke voorzieningen. Op deze plekken wordt ingezet op intensief ruimtegebruik en een hoogwaardige kwaliteit van de gebouwde omgeving en de openbare ruimte. Conclusie

Voorliggende ontwikkeling ligt in de internationale kustzone. Door middel van de voorziene fysieke ingrepen, zoals het sloop en nieuwbouw van het paviljoen waarbij het duinlandschap wordt gerespecteerd, wordt bijgedragen aan een verbetering van de leefkwaliteit. Hiermee past de ontwikkeling in de structuurvisie van de gemeente Den Haag.

4.3.2

Masterplan Scheveningen Kust (2010) In het Masterplan Scheveningen Kust (gemeente Den Haag, 2010) zijn de gestelde uitgangspunten, ambities en programma vanuit de Nota van Uitgangspunten één op één opgenomen. Het

Blad 18 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

Masterplan betreft de ontwikkeling van Scheveningen Haven, Scheveningen-Bad, -Dorp en de versterking van de onderlinge relaties tussen deze gebieden. Voor dit Masterplan is tevens een

plan-m.e.r. doorlopen. Scheveningen Haven moet vier seizoenen per jaar aantrekkelijk zijn voor

Hagenaars en toeristen.

Conclusie In de visie van de gemeente wordt uitgegaan van versterking van de kustlijn van Scheveningen.

Voorliggend initiatief sluit aan bij de doelstellingen van het Masterplan Scheveningen Kust.

Agenda Ruimte voor de Stad (2016)

4.3.3

Op 9 september 2016 is door de gemeente Den Haag de 'Agenda Ruimte voor de Stad' vastgesteld. In deze agenda gaat het erom dat burgers en bedrijven steeds hogere (kwaliteits-) eisen stellen aan de kwaliteit van leven en de leefomgeving. Dit, samen met duurzaamheid en technologische

veranderingen. De Agenda gaat in op de ruimtelijke gevolgen van deze veranderingen. De Agenda brengt de volgende punten in kaart:

Het brengt trends, kwesties en toekomstperspectieven wat betreft de ontwikkeling van

•

de stad in beeld; Het vormt de basis voor beleidsvernieuwing in ruimtelijke beleidsvelden en geeft de

•

ruimtelijke kaders voor sectorale beleidsvelden;

Het is een onderlegger voor een omgevingsvisie die het college in het kader van de nieuwe

•

omgevingswet zal opstellen;

Het vormt de onderlegger voor het ontwikkelen en beoordelen van nieuwe ruimtelijke

•

plannen;

Het geeft uiting aan hoe de gemeente met de stad samen aan de ruimtelijke ontwikkeling

•

van Den Haag wil werken.

Dit wordt gedaan aan de hand van de volgende uitgangspunten:

•

Veranderend regionaal speelveld;

•

Samen stadmaken;

•

Samenhang met andere agenda's en beleidstrajecten;

•

Adaptieve agenda.

#

$ g-

STEDELIJKE KUST

o irethas

ƒ 9

*,

4

IE% $

s

ëi

. 9

9

$j

F e

P

$

8 ©

tuanrgrarra

Ö

©

5

„47

M

t-g

figuur 4.8 Kaart stedelijke kust Agenda Ruimte voorde stad (Bron: Gemeente Den Haag, 2016)

Blad 19 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

Conclusie De voorliggende ontwikkellocatie valt onder het deelgebied 'Stedelijke Kust' (zie figuur 4.8). Speerpunten van dit deelgebied zijn: toeristische hotspot, havenontwikkeling en internationale zone. Het planvoornemen (horeca) en de daarmee samenhangende herinrichting van de openbare ruimte maken het gebied voor onder meer (strand)bezoekers (ook visueel) aantrekkelijker. Hiermee is de onderhavige ontwikkeling in lijn met het gemeentelijk beleid.

4.3.4

Horecavisie

Den Haag wil met de kracht van horeca de aantrekkelijkheid van Den Haag vergroten, de ontwikkeling van gebieden met grote economische betekenis verder aanjagen en groei van werkgelegenheid in de horecasector stimuleren. De visie voor het gemeentelijk horecabeleid in de komende jaren wordt in de 'Horecavisie Den Haag' (RIS 288645) uiteengezet. Horeca op het strand komt voor in de vorm van strandpaviljoens (met uitzondering van de sportpaviljoens) en valt daarmee onder de horecavisie. De exploitatievorm van de strandpaviljoens is bij de huidige staat van horeca-categorieën in te delen onder categorie zwaar; De strandpaviljoens zijn na 2300 uur open met het exploitatie accent op vermaak. De watersportpaviljoens mogen aan de functie gerelateerde horeca voeren. Dit geldt niet voor de speelvoorzieningen, daar is alleen ondergeschikte horeca (zonder alcohol) toegestaan.

Conclusie De uitbreiding van bestaande horeca, waarbij het gebied ook fysiek aantrekkelijk wordt gemaakt draagt bij aan de doelstellingen van de horecavisie.

4.3.5

Duurzaam bouwen in Den Haag Nieuwbouw in het plangebied dient te voldoen aan de beleidskaders voor duurzaam bouwen uit het Bouwbesluit en de daaraan gekoppelde energieprestatie Deze energieprestatie is de afgelopen jaren stapsgewijs aangescherpt. Vanaf 1 januari 2021 dient alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, te voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). GPR beleid: GPR staat voor Gemeentelijke Praktijkrichtlijn Duurzaam Bouwen. De Gemeente Den Haag voert als algemeen beleid dat minimaal voldaan moet worden aan een GPR-waarde van 7 voor woningbouw en 8 voor utiliteitsbouw. Voor nieuwe kantoren en andere utiliteitsgebouwen wordt minimaal een GPR van 8 gevraagd (Kantorenstrategie 2010-2030, RIS 170032). Een GPRwaarde van minimaal 7 of hoger kan opgenomen worden in de gronduitgifte. Volgens het gemeentelijk beleid mogen initiatiefnemers ook andere instrumenten gebruiken, mits minimaal een vergelijkbare ambitie wordt geleverd (bijvoorbeeld BREEAM, LEED).

Conclusie

Het voorliggende plan is in overeenstemming met het duurzaambouwenbeleid.

4.3.6

Wegwijzer Den Haag klimaatbestendig (RIS308744) Als gevolg van klimaatverandering ook Den Haag vaker te maken met hevige regenbuien, meer hete zomerse dagen, langere droge perioden en een verdere stijging van de zeespiegel. Dergelijke weersextremen kunnen veel schade en overlast veroorzaken, ook op het gebied van gezondheid

Blad 20 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

en economie. De opgave voor de komende decennia is om de bestaande en nieuwe stad klimaatbestendiger in te richten tegen de gevolgen van extreme neerslag, hitte en droogte (zie hoofdstuk 2 Wegwijzer voor deze gevolgen). Wat nu echter nog ontbreekt zijn eenduidige ambities en eisen voor klimaatbestendige inricht. De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig is een stappenplan voor klimaatbestendig ontwerpen voor ontwikkelaars én gemeente zelf.

Stap 1: wat is de huidige situatie?

Stap 2:Wat zijn de Haagse ambities en eisen?

In de huidige situatie is het plangebied bebouwd en verhard. Het plangebied is gelegen aan de zeezijde van het duin. In de huidige situatie wordt regenwater geïnfiltreerd in de duinbodem.________________________________________ Water: Nieuwbouwprojecten dienen 50mm water tijdelijk op kunnen vangen op eigen terrein. Daarnaast is de wens dat na minimaal 24 en maximaal 48 uur de bergingscapaciteit weer beschikbaar is.

Hitte: Gemeente Den Haag streeft naar dat gebouwen hittebestendiger, en in samenhang groener en met een mix van schaduw en zon worden ontworpen, zodat een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving ontstaat. De ambitie dat we hitte-robuust bouwen: Maak zon georiënteerde gevels warmtewerend en/of groen en voorkom dat koelsystemen de (verblijfs)ruimte in directe omgeving opwarmen.

Stap 3: wat zijn de ruimtelijke oplossingen?

Stap 4: toon Haagse ambities aan in het plan

Droogte: De Haagse ambitie is om in het plangebied 50% (450 mm) van de jaarlijkse neerslag te infiltreren en/of te hergebruiken. Het bouwwerk wordt in het duin gerealiseerd en daarmee ook onderdeel van het duin met een groen dak. Op het dak is mogelijkheid voor waterinfiltratie en biedt ook bescherming tegen hitte (zie hoofdstuk 2.2 voor beschrijving van het plan). Met beantwoording van stap 3 voldoet het plan aan de Haagse ambities zoals opgenomen in de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig.

Conclusie

Het voorliggende plan is in overeenstemming met de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig.

Blad 21 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

5

Ruimtelijke onderbouwing project

5.1

Planologische onderbouwing In het vigerende bestemmingsplan geldt voor de voorgenomen ontwikkeling de enkelbestemmingen 'Groen' en 'Verkeer - Verblijfsstraat', de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie' en 'Waterstaat - Waterkering' (zie hoofdstuk 3). Hier is de beoogde ontwikkeling niet toegestaan en daarom is een aanvraag van een omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan nodig, om de bouw van het paviljoen mogelijk te maken. Ten behoeve van de vergunningaanvraag is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk. Het bouwplan dient hiertoe vergezeld te gaan van een goede ruimtelijke onderbouwing waarin het project ruimtelijk en milieutechnisch wordt gemotiveerd.

5.2

Stedenbouwkundige onderbouwing Het paviljoen zal een markant gebouw zijn en vormt de entree van het Noordelijk Havenhoofd vanaf de Vissershavenweg. Het gebouw is bestemd voor horeca en past daarmee in de omgeving die van oudsher een recreatieve functie heeft. Het design van het gebouw is verder afgestemd met de naastliggende toekomstige parkeergarage en het duin waar het in gesitueerd is (zie paragraaf 2.2 en bijlage 1 voor verder beschrijving).

5.3

Verkeer en parkeren Verkeer algemeen Den Haag groeit, er komen meer inwoners, meer banen en ook meer bezoekers. Dit zorgt voor een toename van het verkeer van, naar en in de stad. Bovendien reizen mensen steeds meer en over langere afstanden. Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Den Haag voor de periode 2010 tot 2020 met een doorkijk tot 2030, is vervat in de "Haagse Nota Mobiliteit" (Rv 115 - 2011; RIS 180762). De visie in de nota is er op gericht van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken door er voor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. Gerichte investeringen in het openbaar vervoer en de fiets, goede voorzieningen voor voetgangers, en bundeling en ordening van het autoverkeer moeten ervoor zorgen dat reizigers de juiste keuzes kunnen maken. Autoverkeer Het gemotoriseerde verkeer wil de gemeente zoveel mogelijk ordenen en concentreren op een stelsel van goed ingepaste stedelijke en regionale hoofdwegen (zie kaart "Hoofdstructuur wegverkeer" uit de Haagse Nota Mobiliteit) met voldoende capaciteit om een optimale doorstroming te waarborgen. Een vlotte doorstroming op de hoofdwegen zorgt ervoor dat het verkeer als vanzelf deze hoofdwegen kiest, waardoor de verkeersdruk op de woonwijken minder kan zijn.

De hoofdwegen zorgen voor een goede bereikbaarheid van de grote concentraties van werkgelegenheid en voorzieningen in de stad vanuit de regio en verder. Tevens verbinden de hoofdwegen de stadsdelen en wijken onderling met elkaar. De hoofdwegen hebben een zodanige vormgeving en inpassing dat voldaan wordt aan de leefbaarheidseisen en milieunormen. In de woonwijken is doorgaand autoverkeer niet welkom. De wijkontsluitingswegen krijgen daarom op den duur een inrichting als "stadslaan": wegen met een minder dominante positie voor

Blad 22 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

autoverkeer en prioriteit voor langzaam verkeer en openbaar vervoer. De erftoegangswegen krijgen een inrichting als 30 km/u zone, voor zover dat nog niet gebeurd is. De "Nota Straten, Wegen en Lanen" (rv 10-2017, RIS 280303_150224) bevat een uitwerking van het beleid uit de Haagse Nota Mobiliteit voor de wegen in de gemeente. De Nota SWL bevat de functionele eisen die gesteld worden aan de wegenstructuur, zoals een duidelijke hiërarchie in het wegennet en een voldoende afwikkeling van de verschillende verkeerssoorten. De Nota SWL beschrijft ook de wegbeelden voor de inrichting van de verschillende wegcategorieën. Die wegbeelden betreffen niet alleen het verkeer, maar hebben ook te maken met de ruimtelijke inpassing van wegen. Daarbij gaat het ook om groen, water, openbare ruimte en stedenbouwkundige structuur van de stad.

Toets De planlocatie is onderdeel van een grotere gebiedsontwikkeling voor het Noordelijk Havenhoofd van Scheveningen en kustgebied met daarbij behorende recreatieve en maatschappelijke (sport gerelateerde) voorzieningen (zie bijlage 1). In het bestemmingsplan 'Scheveningen Haven' zijn de effecten van deze gebiedsontwikkeling voor verkeer onderzocht. In het achtergrondrapport Verkeer (bijlage 8 van bestemmingsplan Scheveningen Haven) wordt uitgebreid ingegaan op de effecten voor het wegverkeer, het openbaar vervoer en het langzaam verkeer. De conclusie van dit onderzoek is dat de doorstroming op het stedelijk wegennet op wegvakniveau in orde blijft, ondanks de diverse toenamen op enkele wegvakken. Dit komt omdat de capaciteit van de wegen voldoende is om de toename aan intensiteiten te kunnen verwerken. De doorstroming op wegen wordt echter niet alleen beïnvloed door de capaciteit van de wegen. Met name de verwerkingscapaciteit van kruisingen kan leiden tot congestie. Op de meeste kruisingen in het studiegebied leidt dit naar verwachting niet tot doorstromingsproblemen. Voor de ontsluiting van het Noordelijk Havenhoofd wordt aangegeven: • De parkeergarage wordt ontsloten via de Strandweg. Om de doorstroming van het autoverkeer op de Strandweg zoveel mogelijk te waarborgen is inmiddels een rotonde is aangelegd.

Deze heeft een voldoende lange opstelstrook richting de parkeergarage. • In de nieuwe situatie worden op het Noordelijk Havenhoofd bedrijfsmatig verkeer en recreatief autoverkeer zoveel mogelijk gescheiden. De Visafslagweg is daarom vooral bestemd voor (vracht)verkeer van de daar gevestigde bedrijven en geen onderdeel meer van het circuit voor recreatieve autoverkeer. De boulevard is in de toekomst slechts beperkt toegankelijk voor vrachtverkeer, namelijk alleen voor nood- en hulpdiensten en voor expeditieverkeer (strandtenten en beach-city). In de huidige situatie is het plangebied enkel bereikbaar via de Strandweg. In de huidige situatie is 200 vierkante meter horeca ter plaatse van het plangebied vergund. Het planvoornemen betreft een uitbreiding van 100 vierkante meter horeca. De uitbreiding van horeca is niet direct te vertalen naar nieuwe verkeersbewegingen omdat bezoekers verschillende activiteiten (sport, strandwandeling e.a.) combineren met horeca. De nieuwe ontwikkeling is qua vloeroppervlak (samen met het terras) maximaal 100 vierkante meter groter dan het bestaande paviljoen. Een vergroting van maximaal 100 vierkante meter komt neer op maximaal 10 tafels extra. Met gemiddeld 4 stoelen per tafel en een dubbele bezetting van een tafel op een dag, betekent dit ca. 80 extra bezoekers gemiddeld per etmaal.

Alhoewel aannemelijk is dat verreweg de meeste van deze bezoekers al in het gebied rondom het paviljoen aanwezig zijn (strandbezoekers), is er (worst case) voor de berekening van uitgegaan dat

Blad 23 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

60 bezoekers hiervan met de auto naar de snackbar komen met gemiddeld 2 bezoekers per auto. Dit betekent dat in de toekomstige situatie worst case 60 motorvoertuigbewegingen per etmaal worden toegevoegd. Deze zeer beperkte toename is passend binnen de capaciteiten en doorstroming van het omliggende wegennet. Parkeren Het parkeren en stallen van auto's neemt een belangrijke plaats in binnen het verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente Den Haag. Het algemene parkeerbeleid is vastgelegd in de nota Parkeerkader Den Haag 2010-2020 (RIS168473). Dit beleid gaat vooral over het faciliteren van de parkeerbehoefte en het benutten van schaarse ruimte maar moet ook automobilisten prikkelen om meer met het openbaar vervoer te reizen of de fiets te pakken. Hoge stedelijke bebouwingsdichtheden zonder adequate parkeervoorzieningen leiden vaak tot een te zware belasting van de openbare ruimte. Dat geldt zowel voor woon- als werkfuncties maar ook voor locaties die veel bezoekers trekken. Behalve de noodzaak tot de verdeling van schaarse (openbare) parkeergelegenheid in een aantal gebieden in de stad, zijn mobiliteitsoverwegingen gericht op het streven naar een bereikbare en leefbare (woon)omgeving voor de gemeente aanleiding tot het stellen van parkeereisen bij nieuwe ontwikkelingen.

Toets Bij het aanbod van parkeerfaciliteiten hanteert de gemeente als grondslag de gemiddelde drukte, niet de piekdrukte. Het plangebied is grotendeels autoluw. Het parkeren op het Noordelijk Havenhoofd wordt hoofdzakelijk opgelost in een parkeergarage. De parkeergarage op het Noordelijk Havenhoofd krijgt een capaciteit van circa 1000 parkeerplaatsen. Het huidige tijdelijke parkeerterrein op het strand telt 400 plaatsen. Dit aantal wordt teruggebracht tot 87 wanneer de nieuwe garage bij het Noordelijk Havenhoofd gereed is. In bijlage 2 is de parkeerbalans weergegeven van de parkeergarage Noordelijk Havenhoofd. In de parkeerbalans is rekening gehouden met de planontwikkeling voor 300 vierkante meter horeca ter plaatse van JM Snacks. In totaal worden in de garage 23,7 parkeerplaatsen gerealiseerd conform de Nota parkeernormen van de gemeente Den Haag (zie bijlage 2). Hiermee wordt voldaan aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Fietsparkeren De gemeente Den Haag heeft in de "Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016" normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen. Deze fietsparkeernormen worden toegepast bij nieuwbouw en verbouw waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is.

Het hanteren van fietsparkeernormen is nodig om het fietsen in Den Haag te stimuleren en het beslag van het fietsparkeren op de schaarse openbare ruimte te kunnen reguleren. Bij de bepaling van de fietsparkeernormen is het faciliteren van het groeiende fietsgebruik het uitgangspunt geweest. De fietsparkeerbehoefte van een ontwikkeling met een niet-woonfunctie wordt berekend aan de hand van het bouwplan en de daarbij behorende parkeernorm. Voor het vaststellen van de fietsparkeereis wordt vervolgens de berekende parkeerbehoefte afgezet tegen de specifieke kenmerken en grootte van het bouwplan en tegen de omgeving van het bouwplan. Indien er concrete aanleiding bestaat om de berekende fietsparkeerbehoefte bij te stellen, is het aan de ontwikkelaar om aan te tonen op grond waarvan dat nodig is. Dubbelgebruik kan daar bijvoorbeeld een aanleiding voor zijn. Aan de parkeereis kan op eigen terrein worden voldaan of door middel

Blad 24 van 40

Ruimtelijke Onderbouwing Paviljoen JM Snacks Scheveningen projectnummer 0453639.100 30 juli 2021 revisie 1 DAVL Studio

Q anteagroup

van een storting in het fietsparkeerfonds (of een combinatie). Fietsparkeerplaatsen die op eigen terrein worden gerealiseerd dienen goed bereikbaar en comfortabel te zijn. Toets Voor fietsparkeren is de "Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016" aangehouden. Het plangebied is gelegen in gebied met een lage norm (zie onderstaande figuur 5.1).

XE

Zonering fietsparkeernormen ren * ( ] i hoge norm

□

,(

b

2 ingere norm

2, 9

‘ -

7

ras 0

-

1, 3

1

9

*4/ /

,

g

A ,8

4)

9-

k% 2

1s GumaantBuw MMf D5QFo X-

aq

K v9 /

.

29

PVEMa

ün

N

25 T __ Lën

figuur 5.1: zonering fietsparkeernormen. Uitgaande van de lage norm zijn (conform de "Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016") 7 fietsparkeerplekken per 100 vierkante meter bvo (functie horeca). De uitbreiding betreft 100 vierkante meter BVO waardoor 7 fietsparkeerplekken noodzakelijk zijn. In de nabije omgeving zijn voldoende fietsparkeerplekken (nietjes aan overzijde van de Strandweg) gerealiseerd om te voldoen aan de CROW-norm. Daarnaast is aannemelijk is dat verreweg de meeste van deze bezoekers al in het gebied rondom het paviljoen aanwezig zijn (strandbezoekers). Hiermee wordt voldaan aan het gemeentelijk fietsparkeerbeleid.

Conclusie: Gelet op de uitbreiding van horeca, bezoekersbewegingen en ruimte binnen het verkeersonderzoek zijn geen belemmeringen te verwachten voor de capaciteit en verkeersdoorstroming op de Strandweg als gevolg van de uitbreiding, Daarnaast worden voldoende (fiets)parkeerplaatsen gerealiseerd voor de ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13321931/1