RIS316561 Kinderen vertrouwen de overheid niet bijlage
Tekst van het document
Sophia vertelde bijvoorbeeld dat er in hun huis aan het kanaal nu weer ruimte is voor andere dingen: "Nu doen we dingen samen zoals een boswandeling maken of gamen." Soms lopen de spanningen rondom het conflict zo hoog op dat ouders overwegen te verhuizen. Bijvoorbeeld rondom Tata Steel en het kanaal Almelo-De Haandrik. Kinderen vertellen ons dat ze dat niet willen. Ze zijn blij met de omgeving waarin ze wonen en de vrienden die ze daar hebben. Dit is voor ouders een moeilijke afweging die bovenop het conflict komt. De belangrijkste omgevingsvoorwaarden die hier onder druk staan, zijn aandacht van ouders en interesse van ouders. Ook zien we dat dit gevolgen heeft voor de veiligheid in de thuissituatie en de zekerheid in de leefomstandigheden die kinderen ervaren.
4.2 Impact op persoonlijke ontwikkeling "Door veel te horen over het huis, door veel te horen over wat de provincie wel of niet gedaan heeft. Als ik dat hoor, praat ik er liever niet over. Dat is moeilijk, dan word ik verdrietig, boos en ook wel bang." (Anna, 11 jaar, verzakkingen rondom kanaal AlmeloDe Haandrik) De kinderen die in een situatie zitten die langere tijd speelt, zoals aan het kanaal Almelo-De Haandrik, rondom Tata Steel en bij de stikstofmaatregelen, hebben ook eigenstandige zorgen. Ze maken zich zorgen over hun eigen gezondheid en veiligheid, en over die van familie en vrienden. Ook hebben ze zorgen over hun
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 24 van 42
toekomst. Dat zorgt voor stress. Zij zoeken afleiding om hier niet de hele tijd aan te denken. Bij enkele conflicten zien we aanvullende problemen ontstaan in het gezin, zoals armoede of stress over geld. In die situaties pakken kinderen meer verantwoordelijkheden op om hun ouders te ontlasten, of omdat hun ouders simpelweg minder aanwezig zijn. Dit varieert van het helpen bij het regelen van zaken of meer in het huishouden doen, maar soms ook de zorg voor broertjes en zusjes op zich nemen. Jules uit Valkenburg vertelt hierover: "Vrienden en familie wilden me helpen door even iets anders te doen, even afleiding. Maar dat wilde ik niet, want ik wilde thuis helpen. Mijn moeder moest alles alleen doen, omdat mijn vader aan het werk was. Ze liep over." Bij Jules heeft de heftige overstroming van zijn huis geleid tot een posttraumatische stressstoornis. Hij had een enorme angst dat het nogmaals zou gebeuren en het huis dan weg zou zijn. Het gaat nu veel beter. Hij krijgt hulp van een psycholoog, al heeft het zijn moeder een half jaar gekost om dat voor elkaar te krijgen. Maar ook bij andere kinderen zien we angsten ontstaan, zeker als ze jonger zijn.
Zoals de 7-jarige Chomper die langs kanaal Almelo-De Haandrik woont en bang is dat het huis instort of bij de 10-jarige Noa, die rondom Tata Steel woont en zich bij een reguliere verkoudheid afvraagt of er écht iets mis is met haar longen. De omgevingsvoorwaarden die hier onder druk staan zijn: aandacht van ouders, interesse van ouders, adequate verzorging, veiligheid in de thuissituatie, continuïteit in de opvoeding en verzorging en zekerheid in de leefomstandigheden. Zij beïnvloeden op een negatieve manier het welzijn en de ontwikkeling van het kind.
4.3 Impact op sociaal leven "Ik kom weleens mensen tegen die tegen de boeren zijn. Dan probeer ik zo goed mogelijk uit te leggen wat we doen en hoe het werkt." (Aukje 14 jaar, stikstofmaatregelen) De meeste kinderen praten wel met één of twee vrienden over het conflict en de impact ervan op hun leven. Ze vinden het fijn om hun zorgen te kunnen delen, maar willen het daarna ook over andere, leuke dingen hebben. Sommige kinderen zijn wat terughoudend in het delen van hun verhaal met leeftijdsgenoten. Ze merken bijvoorbeeld dat andere kinderen er heel anders over denken of de ernst van de situatie niet inzien. Twee jongeren hebben hun verhaal pas gedeeld met vrienden op het moment dat de grootste problemen voorbij waren. Ook vertellen zij dat ze het vervelend vinden om steeds alles uit te leggen. Zo vertelt Malika die gedupeerde is van de kinderopvangtoeslagaffaire: "Ik heb het één vriendin verteld. Zij reageerde heel goed. Ik heb geen zin om het er met andere vrienden over te hebben. Dan moet je alles van voren af aan vertellen en daar heb ik geen zin in." Alle kinderen vertellen dat ze het fijn zouden vinden om met andere kinderen in contact te komen die hetzelfde meemaken. Een aantal kinderen heeft dat contact al en vertelt dat het fijn is om je ervaringen te kunnen delen met anderen die je echt begrijpen.
Voor de meeste kinderen blijkt het lastig om met andere kinderen die hetzelfde ervaren in contact te komen. Julia kent bijvoorbeeld geen andere kinderen die aan het kanaal Almelo-De Haandrik wonen en daardoor problemen hebben: "Volgens mij zijn er geen andere kinderen in de klas met scheuren in het huis. Niet dat Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 25 van 42
ik zo weet uit mijn hoofd. Op school wordt er niet echt over gesproken. Ook niet op verjaardagsfeestjes." Met betrekking tot de impact op het sociaal leven van kinderen zien we dat de omgevingsvoorwaarden veiligheid in de buurt en contact met leeftijdsgenoten en vrienden met name onder druk komen te staan. Hiermee komt ook de omgevingsvoorwaarde respect onder druk te staan, omdat kinderen ervaren dat zij niet altijd begrepen worden. Tegelijkertijd zien we dat de omgevingsvoorwaarde contact met leeftijdsgenoten en vrienden ook een positief effect kan hebben, door zorgen te kunnen delen met vrienden of leeftijdsgenoten die hetzelfde meemaken.
4.4 Impact op school "Stress is voor mij dat ik tijdens de les heel onrustig ben. Heel erg overprikkeld. (…) School vind ik makkelijk maar ik kan me niet concentreren waardoor het moeilijk wordt." (Sophia, 13 jaar, verzakking rondom kanaal Almelo-de Haandrik) De impact van het conflict op school verschilt tussen kinderen. Een aantal kinderen ervaart dermate stress van de conflictsituatie dat zij zich op school niet meer goed kunnen concentreren. School is voor kinderen echter ook een fijne afleiding van het conflict. Opvallend is dat er bij de meeste kinderen op school weinig aandacht is voor de situatie en wat de kinderen meemaken. De MBO opleiding van Jules (conflict waterschade in Limburg) hield wel rekening met wat hij heeft meegemaakt. Ze gaven hem ruimte om eerder weg te gaan. Uiteindelijk lukte het niet meer en is hij gestopt met zijn opleiding. Door de ervaringen met de kinderopvangtoeslagaffaire werken Teun en Malika harder om hun studie in één keer te halen. Zij willen niet lang studeren, maar juist snel aan de slag om geld te verdienen. Zo vertelt Teun bijvoorbeeld dat hij niet echt de rust heeft genomen voor een echt studentenleven: "Ik wilde graag zo snel mogelijk mijn studie afmaken en ik werkte er al naast. Ik hielp thuis nog veel en ik vind het nog steeds moeilijk om geld uit te geven. Want je weet niet waar je het misschien nog voor nodig hebt.
Niet per se voor mezelf, maar voor de mensen om me heen. Dat ik hen kan helpen als dat nodig is." Teun en Malika vertellen ons ook dat als ze de problemen door de kinderopvangtoeslagaffaire niet hadden meegemaakt, ze waarschijnlijk voor een andere studie gekozen hadden. Nu heeft Teun gekozen voor zekerheid, een studie waarbij hij wist dat hij veel geld kon gaan verdienen. En Malika studeert rechten om anderen te kunnen helpen die in vergelijkbare situaties terechtkomen als haar ouders. Hier zien we dat de omgevingsvoorwaarden school & vrije tijd en zekerheid in de leefomstandigheden onder druk staan.
4.5 Rapportcijfer voor hun leven Ondanks de impact die het conflict heeft op het leven en de ontwikkeling van de geïnterviewde kinderen, zijn kinderen blij met hun leven, ouders en vrienden. De meeste kinderen geven hun leven een ruim voldoende (7) tot een zeer goed (9,5). Het conflict drukt wel duidelijk een stempel. Verschillende kinderen benoemen dat ze een hoger cijfer zouden geven als het conflict er niet was. Dat zien we ook terug bij de kinderen waarbij het conflict inmiddels erkend wordt en aan herstel wordt gewerkt. Zo vertelt Malika (kinderopvangtoeslagaffaire): "Ik geef mijn leven wel een 8, alles loopt wel goed. Voordat duidelijk was dat mijn ouders gedupeerden waren, was dat een 5 of een 6." Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 26 van 42
De implicaties van de stikstofmaatregelen voor boeren Aukje (14 jaar): 'Het doet zeer dat heit zo'n verdriet en zorgen heeft over het bedrijf' We wonen hier mooi. Ik, mijn zusje (13 jaar) en onze twee broertjes (6 en 7 jaar) hebben alle ruimte om te spelen. Ook hebben we een zwembad in de tuin! Onze boerderij ligt heel vrij, bij een natuurgebied en een meer. Mijn ouders zijn vaak druk met de koeien en het bedrijf. Het bedrijf zit al lang in de familie. Pake helpt nog iedere dag. Als oudste kind help ik soms ook. En ik heb eigen schapen die ik verzorg. Nu is heit nog veel drukker. Hij moet ook veel bellen en overleggen over de stikstofmaatregelen die we misschien moeten nemen. Dat blijft maar onduidelijk, en dat is voor ons heel moeilijk. Mijn zusje en ik horen mijn ouders er vaak over praten. Als oudsten horen wij meer dan de jongere kinderen. Heit en mem bespreken ook meer met ons. Met andere kinderen praat ik eigenlijk niet over de stikstofproblemen en wat dat voor onze boerderij betekent. Sowieso niet op school. Mijn zusje is zelfs de enige op haar school die op een boerderij woont. Soms kan ik me niet zo goed concentreren. Maar vaak is school een fijne afleiding. Met mijn beste vriendin heb ik het er weleens over. Maar we hebben het over van alles, want ik vind het niet leuk om hier altijd over na te denken. Soms kom ik weleens jongeren tegen die tegen de boeren zijn.
Dan probeer ik zo goed mogelijk uit te leggen wat we doen en hoe het werkt. We geven ook rondleidingen op onze boerderij aan mensen die dat willen. We zorgen echt wel goed voor onze dieren. Ik vind het vervelend dat er zo negatief over boeren wordt gepraat. Er zijn zoveel vooroordelen. Ze vertellen in het nieuws niet het hele verhaal. Als boeren negatief in het nieuws komen, merk ik dat ook aan mijn ouders. Heit wordt er chagrijnig van en mem emotioneel. Heit is afgevallen door alle zorgen. Het doet zeer dat heit zo'n verdriet en zorgen heeft over het bedrijf. Het is ons leven waar het over gaat. Ik wil later ook boer worden, maar ik weet niet of dat kan. Ik zou willen dat de overheid met mij komt praten, over mijn toekomst. Dat gebeurt nu niet. Terwijl het ons nu wel erg moeilijk gemaakt wordt. Ook zou de overheid met meerdere boeren in gesprek moeten gaan, want elke boer doet het anders. Ze moeten zien hoe het echt gaat.
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 27 van 42
Informatie over de stikstofmaatregelen en de impact op boeren Aard van het conflict: De protestacties van boeren zijn een uiting van het conflict van boerenbedrijven met milieumaatregelen van het kabinet. Hierin speelt de aanpak van stikstof een belangrijke rol. De boeren zijn van mening dat zij onevenredig hard getroffen worden door de milieumaatregelen die het kabinet moet nemen. Zij vinden dat andere partijen, zoals industrie en luchtvaart, eveneens gedwongen moeten worden om maatregelen te nemen om de stikstofuitstoot te beperken.47 Het kabinet is van mening dat de landbouw en veeteelt het grootste aandeel hebben in de stikstofuitstoot en dat in deze sector daarom grote stappen gezet moeten worden. Het conflict tussen de boeren en het kabinet kwam in 2019 tot uiting en is in de loop van de tijd verhard. Betrokken partijen: Hoewel de boerenacties zich in principe richten tegen het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn bij de milieu- en stikstofmaatregelen ook de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Economische Zaken en Klimaat, en van Defensie betrokken.48 Hersteloperatie (incl. positie kinderen): Er is geen sprake van een echte hersteloperatie. De overheid probeert er met de boeren samen uit te komen en het vertrouwen te herstellen.
Onder leiding van Johan Remkes is een rapport verschenen met vele adviezen, waaronder een ruimhartige regeling voor vrijwillige uitkoop en samen met de sector een concreet toekomstplan (landbouwakkoord). 49 Het kabinet volgt deze adviezen op met: 1. De aanpak piekbelasting om de stikstofneerslag fors terug te brengen.50 Agrarische bedrijven kunnen vrijwillig kiezen voor extensiveren, omschakelen, innoveren, verplaatsen of stoppen. 2. Een landbouwakkoord waarmee boeren duidelijkheid krijgen over hoe de landbouw er in 2040 eruitziet. Het LTO heeft zich op 20 juni 2023 teruggetrokken uit het landbouwakkoord omdat er onvoldoende stappen gezet werden om boeren en tuinders handelingsperspectief en inkomenszekerheid te bieden.51 Het kabinet werkt sindsdien aan een eigen beleidsvisie op de toekomst van de agrarische sector. Daarbij zou het conceptakkoord een belangrijke voedingsbron zijn. Het is onduidelijk wat de val van het kabinet op 7 juli 2023 voor gevolgen heeft voor deze beleidsvisie.
47
https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/waar-gaat-de-stikstofcrisis-over/ https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof 49 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/10/05/wat-wel-kan 50 https://www.aanpakstikstof.nl/de-stikstofaanpak 51 https://www.lto.nl/lto-stopt-met-landbouwakkoord/ 48
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 28 van 42
5 Kinderen over de impact op hun vertrouwen in de overheid 5.1 Negatieve beleving van de overheid "Het is niet alleen stress voor ouders, maar ook voor het kind. Dat moeten ze zich realiseren." (Fardau, 13 jaar, stikstofmaatregelen) Bij de meeste conflicten zien we dat het vertrouwen van kinderen in de overheid in meer of mindere mate geschaad is. Niet luisteren, vasthouden aan hun gelijk, geen vertrouwen dat de overheid mensen helpt; dit zijn de reacties van de kinderen in dit project als hen gevraagd wordt hoe ze naar de overheid kijken. We zien verschillen tussen de kinderen die ook te maken kunnen hebben met leeftijd of temperament. Zo zien we bijvoorbeeld bij de kinderen die we gesproken hebben in het kader van de problemen rondom het kanaal Almelo-De Haandrik dat geen van de kinderen de provincie als aardig of vriendelijk beschouwt. Sophia, het oudste kind dat we in dit verband gesproken hebben, is echter beduidend negatiever in haar beleving dan de jongere kinderen, die op een wat mildere manier aangeven dat de provincie "niet eerlijk is". Volgens Sophia (13 jaar) zijn de mensen van de provincie "K*** die alleen maar aan zichzelf denken". Julia van 11 zegt echter: "De gemeente of de provincie helpen onze ouders niet. Je hoort aan tafel, als mijn ouders het er over hebben, meer slechte dingen over de provincie dan goede.
Bijvoorbeeld dat ze zeggen dat het misschien niet door het kanaal komt, maar doordat het huis zo oud is. En dat is niet eerlijk." Maar ook kinderen die minder negatief zijn over de overheid, zoals Jules van de waterschade of Teun van de kinderopvangtoeslagaffaire, zien duidelijke verbeterpunten als zij het over de overheid hebben. Zo vindt Jules dat de overheid beter voorbereid had moeten zijn en tenminste een NL-alert had kunnen verzenden. Teun ziet dat het gedrag van de overheid kinderen ernstig kan beschadigen in het vertrouwen dat zij richting de overheid hebben, al heeft hij daar zelf minder last van. Ook Malika (kinderopvangtoeslagaffaire) merkt dat ze niet blindelings op de overheid durft te vertrouwen: "Ik vind dat de overheid dit gewoon echt niet kan maken, vooral niet in een rechtsstaat als Nederland. Ik weet niet of dit mij belemmert om overheidsinstanties te benaderen. Daar heb ik nog niet echt mee te maken gehad. Maar het is niet dat ik er zo maar op vertrouw dat het allemaal geregeld wordt." Op de vraag welk rapportcijfer de kinderen de overheid geven, scoort de overheid matig tot slecht, met een gemiddelde van 5,1. Cijfers variëren tussen een 4 en een 7, waarbij het merendeel de overheid een onvoldoende geeft. Hierin maken de kinderen wel onderscheid tussen het heden en de tijd dat het conflict speelde.
Zo geeft Malika de overheid een 4 tijdens de kinderopvangtoeslagaffaire omdat ze bleven ontkennen. Nu ze eenmaal iets doen en laten zien dat ze hun best doen, geeft Malika de overheid een 7.
5.2 Gebrek aan contact met 'de overheid' "Ik vind dat de burgemeester ook naar zijn burgers moet luisteren. De gemeente luistert ook niet echt. Ik heb de gemeente een brief gestuurd over een slootje achter
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 29 van 42
het voetbalveld waar de bal de hele tijd in terecht komt. Maar daar is niets aan veranderd." (Meindert, 10 jaar, Tata Steel) Voor alle kinderen is 'de overheid' de partij waarmee het conflict speelt. Zo hebben de kinderen van de kinderopvangtoeslagaffaire minder vertrouwen in de Rijksoverheid ("Den Haag") dan in gemeenten, terwijl de kinderen rondom het kanaal Almelo-De Haandrik vooral negatief zijn over de provincie. Teun van de kinderopvangtoeslagaffaire zegt letterlijk: Ik heb meer vertrouwen in gemeenten dan in Den Haag. Dat is een te grote afstand." Voor de kinderen in Wijk aan Zee die te maken hebben met de uitstoot van Tata Steel, betreft de overheid vooral de gemeente. Zij hebben het idee dat de gemeente niets doet, ook niet als het andere issues betreft dan Tata Steel. Jules uit Valkenburg heeft een heel andere ervaring. Ondanks de stress die zijn moeder ervaart in contact met de overheid, heeft hij er nog steeds vertrouwen in dat de gemeente het goede doet. Hij heeft dan ook niet het idee dat zijn vertrouwen in de overheid of de gemeente geschaad is door wat er in Valkenburg is gebeurd. Belangrijk is dat bij Jules de gemeente, in de hoedanigheid van de burgemeester, langs is geweest bij de mensen met waterschade om te horen wat er speelt. Jules vertelt hierover: "De burgemeester is langs geweest in de straat voor een meet & greet.
De burgemeester is erg betrokken en heeft ook overal meegeholpen. De communicatie vanuit de gemeente echter was heel slecht. Zelfs met een liaison kreeg mijn moeder nauwelijks antwoord." In andere gevallen echter wordt er vanuit de overheid niet met kinderen gesproken over het conflict dat speelt. De meeste kinderen hebben het idee dat de overheid hen niet echt ziet. De kinderen rondom kanaal Almelo-De Haandrik en de kinderen die te maken hebben met de stikstofmaatregelen, gaven expliciet aan dat het gesprek dat wíj met hen voerden, de eerste keer was dat hen er naar gevraagd is. Zo vertelt Aukje als het over de stikstofmaatregelen gaat: "Er is nooit met ons gepraat. Ik weet ook niet of er weleens met mijn ouders is gepraat. Denk het wel." Ook Julia (verzakkingen kanaal Almelo-De Haandrik) zegt: "De mensen van de provincie hebben nooit met ons gesproken. Pappa gaat soms wel vergaderen en dan is hij weg. De gemeente praat ook niet met ons. Aan onze ouders wordt ook niet gevraagd hoe het voor ons is, niet dat ik weet. Het gaat altijd over het huis en wat er aan gedaan kan worden."
5.3 Intergenerationele overdracht van visie op de overheid "Mijn belangrijkste boodschap aan de overheid? Het besef dat er wel degelijk kinderen zijn die het vertrouwen helemaal kwijtraken. Die een totale aversie ontwikkelen tegen overheidsinstanties. En daardoor moeilijk meekomen in de maatschappij." (Teun, 24 jaar, kinderopvangtoeslagaffaire) Uit de gesprekken met de kinderen blijkt dat ouders – vooral als kinderen jong zijn – zoveel mogelijk proberen het conflict bij kinderen weg te houden. Dit betekent echter niet dat dit altijd lukt. Voor ouders is het een lastige afweging om te besluiten óf en wat ze bespreken met hun kinderen over het conflict. Vrijwel alle ouders zien dat de stress die zij als ouders ervaren door het conflict effect heeft op hun kinderen. Helderheid over wat er aan de hand is kan dan helpen om onrust weg te nemen. Zoals bij het 7jarige broertje van Julia die angst heeft dat het huis op instorten staat als gevolg van de problemen rondom het kanaal. Praten met kinderen kan dan helpen, zoals Julia ook vertelt over haar broertje: "Ik denk dat ze rekening moeten houden met de kinderen die er ook mee te maken hebben. En dat ze met kinderen moeten gaan praten. En de kinderen in dezelfde situatie bij elkaar brengen. Ik wil ze dan vertellen Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 30 van 42
dat Chomper bang is dat het huis instort. En dat er meer kinderen zijn die die gedachten kunnen hebben." De zusjes Aukje en Fardau die te maken hebben met de stikstofmaatregelen vertellen expliciet dat zij de zorgen van hun ouders meekrijgen. Zeker omdat ze de oudsten in het gezin zijn. Hun ouders praten er ook met hen over, maar voor kinderen blijft het confronterend om de stress bij hun ouders te zien. Aukje vertelt bijvoorbeeld: "We praten er wel met elkaar over. Over de maatregelen, wat dat betekent, misschien het halveren van onze veestapel. Het bedrijf staat bij natuurgebieden en ligt tegen water aan. Heit is er veel mee bezig. Hij is afgevallen en ook wel meer chagrijnig. Hij heeft stress en zorgen. Dat merk je vooral als boeren weer negatief in het nieuws zijn." Ook als kinderen niet precies weten wát er speelt, merken ze wel dát er iets speelt en/of hebben ze te maken met de consequenties van het probleem. Bijvoorbeeld wonen in gestutte woningen of het opgroeien in armoede omdat ouders in de schuldhulpverlening terecht zijn gekomen. Zowel ouders als andere volwassenen in de omgeving van kinderen vinden het soms lastig dit gesprek met kinderen te voeren. Zeker als het conflict breder speelt in de lokale gemeenschap, zoals het geval is rondom Tata Steel, bij de waterschade in Limburg en rondom kanaal Almelo-De Haandrik.
Mensen weten dan van elkaar wie er meer of minder last van heeft, wie wel of niet al gecompenseerd is en/of verschillen van mening over hoe hard en met wie de strijd aangegaan moet worden. In de gesprekken die we gevoerd hebben in Wijk aan Zee werd duidelijk dat de spanningen in de gemeenschap ook hun weerslag hebben over hoe kinderen met elkaar omgaan. Zo vertelt een van de ouders: "Ook op het schoolplein zie je deze polarisatie al tussen kinderen, die elkaar over en weer beschuldigen ('door jouw ouders heeft mijn vader straks geen baan' vs. 'door jouw ouders en Tata worden het milieu en de gezondheid van mensen hier verpest'). Docenten zouden handvatten moeten hebben om met kinderen over dit onderwerp te praten zonder dat daarbij partijen beschuldigd worden."
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 31 van 42
Waterschade in Limburg Jules (18 jaar): 'Organiseer iets voor mensen, zodat ze kunnen praten over hun ervaringen' "Ik was thuis tijdens de ramp op 14 juli, samen met mijn moeder en zusje. Mijn vader was nog in het buitenland, waar hij werkt. Mijn moeder woont al haar hele leven aan de Geul. Zij zag dat er hoog water aan kwam. We hebben toen gelijk de auto verplaatst naar een hoger gelegen plek en zandzakken voor de deur gelegd. We hadden wel verwacht dat er water naar binnen zou lopen, maar het werd alleen maar meer en meer. We moesten met veel kracht de voordeur dichthouden, terwijl ondertussen de kelder helemaal vol liep. Vanuit de tuin liep het water zo de woonkamer binnen. Ik was echt bang die nacht en heb amper geslapen. De volgende ochtend zagen we dat de brug over de Geul was weggeslagen en dat we vastzaten. We waren helemaal omringd door water. Mijn moeder heeft gebeld om te vragen of we geëvacueerd konden worden. Maar ze zeiden alleen maar "ik geef het door" en ze hebben nooit teruggebeld. Van de buren hoorden we dat het leger zou gaan evacueren, maar dan zou onze hond niet mee mogen. Toen raakte ik echt in paniek en heb ik zelf een plan bedacht om het huis te ontvluchten. We hebben drie rugzakken gepakt en de hond meegenomen en zijn via de muur om de tuin weggekomen. We zijn toen naar vrienden van mijn ouders gereden.
Later zijn we nog even terug geweest in ons huis om nog belangrijke spullen op te halen. We hebben twee weken in een hotel gezeten en daarna een half jaar in een appartement dat mijn moeder gevonden had. De gemeente had vervangende woonruimte geregeld, maar daar stonden geen spullen in. Mijn moeder heeft heel veel met de gemeente gebeld. Ze kreeg op een gegeven moment een eigen contactpersoon daar. Zelf denkt ze dat ze gewoon lastig was. Ze probeerde ook voor mij hulp te regelen, want ik had heel erg veel last van angsten. Maar dat lukte niet: we werden alleen maar doorverwezen en de wachtlijsten waren heel lang. Uiteindelijk heeft mijn moeder voor mij een psycholoog gevonden, maar toen moesten we afwachten of de gemeente dit goed zou keuren en betalen. Uiteindelijk had ik pas na 6 maanden hulp. Die hulp heeft erg geholpen: nu durf ik weer naar buiten als het regent, dat durfde ik eerst niet. Ik ga op dit moment even niet naar school en werk ook niet; ik werk nu eerst aan mijn eigen herstel. De afwikkeling van de schade aan het huis loopt nog steeds en dat geeft mijn moeder veel stress. Ik denk wel dat de gemeente het goed probeert te doen, maar ze hebben niet gezien dat het zo erg was. Ik heb nog wel vertrouwen in de gemeente. Zelf vond ik de coronamaatregelen moeilijker. Als ik terugkijk, vind ik dat er een NL Alert had moeten afgaan.
En later hadden ze ook wel dingen kunnen doen voor ouders met kinderen. Bijvoorbeeld hen trakteren op een bioscoop of een springkussen. Dat zou ouders hebben geholpen, die waren al zo druk met de schade. Of iets organiseren voor mensen die met elkaar willen praten over hun ervaringen met de overstroming."
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 32 van 42
Informatie over de waterschade in Limburg Aard van het conflict: Het conflict dat ontstaan is na de schade als gevolg van de overstromingen in Zuid-Limburg in 2021 betreft vooral de traagheid van de afhandeling en de niet-verzekerbare schade. Hierdoor kunnen inwoners van (Zuid-) Limburg financieel in de problemen komen en in sommige gevallen hun bedrijf verliezen. In eerste instantie was de schaderegeling gericht op niet-verzekerbare schade, maar na klachten van inwoners van Zuid-Limburg is er een coulanceregeling getroffen voor schade die in principe wel verzekerd had kunnen zijn. Ook wordt 52 erkend dat er door RVO fouten zijn gemaakt in de afhandeling. Betrokken partijen: De strijd van de inwoners van Zuid-Limburg is deels met hun eigen verzekeringsmaatschappijen maar voor een ander deel met het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hersteloperatie (incl. positie kinderen): Direct na de overstromingen in 2021 heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid via de WTS een regeling getroffen om tegemoet te komen aan de schade die inwoners van Zuid-Limburg geleden hebben 53 als gevolg van de overstromingen. De WTS wordt uitgevoerd namens het Rijk door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), maar ruim een jaar na de overstromingen blijkt uit nieuwsberichten dat inwoners nog altijd bezig zijn om 54 vergoedingen en tegemoetkomingen te regelen.
Naast traagheid bestaat er ook onvrede over de wijze van afhandeling waarbij sprake zou zijn van niet-gelijke behandeling van schademeldingen. Dit heeft geleid tot een herstelactie van de RVO in het voorbeeld van gedupeerden.55
52
https://www.waterschaplimburg.nl/@7016/coulanceregeling-verzekerde-gedupeerden/ https://open.overheid.nl/documenten/ronl-fee4e4cd-23f0-4a33-9351-f19556301f5a/pdf 54 ttps://www.gooieneemlander.nl/cnt/dmf20230119_60844893?utm_source=google&utm_medium=organic; https://eenvandaag.avrotros.nl/item/1-jaar-na-de-watersnood-in-limburg-nog-steeds-geen-compensatieoverheid-laat-gedupeerden-in-de-steek/ 55 https://www.verzekeraars.nl/publicaties/actueel/herstelactie-voor-gedupeerden-waterschade-limburg 53
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 33 van 42
6 Conclusies en aanbevelingen "Veel kinderen worden niet serieus genomen. Mooi dat dit rapport dat wel doet en laat zien wat kinderen meemaken" (Jules, 18 jaar, waterschade in Limburg)
6.1 Inleiding Dit project zijn we begonnen omdat we in de afgelopen jaren meerdere signalen kregen dat wanneer ouders in conflict zijn met de overheid, dit effect heeft op het welzijn en de ontwikkeling van hun kinderen. Ook hoorden we dat dit invloed had op het vertrouwen van kinderen in de overheid. De vraag die centraal stond in dit project was: Wat is de impact op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en hun vertrouwen in de overheid als er een langdurig conflict is tussen hun ouders en overheid(sinstanties)? Hierbij speelden drie deelvragen: 1. Hoe beïnvloedt dit conflict het leven, de ontwikkeling en het perspectief van kinderen en hun vertrouwen in de Nederlandse overheid? 2. Welke kinderrechten komen onder druk te staan als er sprake is van een conflict tussen ouders en overheid? 3. Hoe betrek je kinderen en hun belangen bij dergelijke conflicten en hersteltrajecten? In dit hoofdstuk beantwoorden we deze vragen op basis van de informatie die we in dit project hebben opgehaald.
6.2 Conflicten belemmeren kinderen in hun welzijn, ontwikkeling en vertrouwen in de overheid Conflicten hebben grote negatieve impact op het gezinsleven Effecten op kinderen Vrijwel alle kinderen die we gesproken hebben, ervaren negatieve effecten van het conflict op hun eigen welzijn en ontwikkeling. Soms maken kinderen zich zorgen over hun eigen gezondheid en de gezondheid van familieleden of kampen zelf met (mentale) gezondheidsproblemen. De negatieve effecten strekken zich verder uit: zo ervaren kinderen weinig zekerheid in hun leefomstandigheden. Zij maken zich bijvoorbeeld zorgen over verhuizen of over hoe hun toekomst eruit komt te zien. We zien dat het conflict of de gevolgen ervan op verschillende manieren aan kinderrechten raakt.56 Voor de kinderen die geconfronteerd worden met stikstofmaatregelen, zoals Aukje en Fardau, is het onder andere hun 'identiteit' die geraakt wordt (art. 8 IVRK): het boerenleven als levenswijze staat op het spel en ook hebben zij last van de negatieve beeldvorming. Veiligheid en gezondheid worden bij meerdere kinderen geraakt door de omgeving waarin ze wonen, zoals bij de kinderen rondom kanaal Almelo-De Haandrik, de kinderen rondom Tata Steel en de kinderen van de waterschade in Limburg (art. 5, art. 18 en art. 24 IVRK). Jongere kinderen, zoals Chomper van kanaal Almelo-De Haandrik, zijn hierbij extra kwetsbaar. En voor
56 https://www.kinderombudsman.nl/system/files/inline/General%20Comment%
2014%20BelangvanhetKind.pdf Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 34 van 42
vrijwel alle kinderen geldt dat er niet met hen gesproken wordt, wat raakt aan het kinderrecht over participatie (art. 12 IVRK). De ouder-kind relatie staat onder druk Eén van de belangrijkste rode draden in dit project is dat alle kinderen aangeven dat hun ouders niet of sterk verminderd beschikbaar zijn voor hen. De conflicten vragen zoveel tijd en energie van ouders dat deze ten koste gaan van de aandacht en interesse voor kinderen. Daarnaast heeft het voor een deel van de kinderen gevolgen voor de positie die zij in het gezin innemen. Sommige kinderen nemen de zorgen van ouders en/of de zorgtaken van ouders over. Ook nemen verschillende kinderen meer verantwoordelijkheid voor het gezinsleven dan dat passend is bij hun leeftijd. In sommige gevallen werd duidelijk dat kinderen erg veel details over het conflict kennen. Al met al belemmeren de conflicten ouders om hun ouderlijke rol op te nemen (art. 5 en art. 18 IVRK). Dit heeft negatieve consequenties voor de continuïteit in de opvoeding, bijvoorbeeld in de structuur en veiligheid die kinderen in het gezinsleven ervaren. Het is bekend dat dit gevolgen kan hebben voor de (adequate) verzorging van kinderen. We zien hier dezelfde dynamiek terugkomen zoals beschreven in het Family Stress Model.
Hoe meer stress ouders ervaren, hoe minder zij beschikbaar kunnen zijn voor hun kinderen en hoe groter de negatieve impact hiervan is op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen. 57 In de impact op de ouder-kind relatie zien we direct hoe het conflict raakt aan de emotionele veiligheid die het kind ervaart. Vermoeidheid en overbelasting bij ouders Ouders raken moe, moedeloos en overbelast. Hun leven draait om het conflict. Dit leidt tevens tot hiermee samenhangende opvoedvragen. Voor de ouders die we in dit project gesproken hebben, is het een lastige afweging op welke manier – en in welke mate – ze hun kinderen meenemen in het conflict dat speelt. Ouders willen hun kinderen er niet mee belasten, maar willen hen wel informeren over wat er speelt. Vooral omdat het conflict directe gevolgen heeft voor het leven van kinderen: de huizen waarin ze wonen, de financiële situatie, hun toekomst of in het geval van Tata Steel hun gezondheid. Bovendien weten ouders dat kinderen ook veel meekrijgen door wat ze horen uit gesprekken tussen volwassenen. Ouders moeten continu balanceren tussen informeren en afschermen, wat hun ouderrol verzwaart. Ook hier zien we dezelfde dynamiek terugkomen als die volgt uit het Family Stress Model en zien we dat het conflict direct raakt aan artikel 5 en artikel 18 IVRK.
Conflicten beïnvloeden schoolcarrière en het schoolleven van kinderen negatief Kinderen functioneren minder goed op school De zorgen en spanningen rondom het conflict hebben ook hun weerslag op het functioneren van kinderen op school en op hun contacten met leeftijdsgenoten. In de gesprekken vertellen kinderen ons over de stress die ze voelen, waardoor ze minder goed in staat zijn zich te concentreren op school of gemotiveerd zijn voor school. Extra begeleiding of zelfs schooluitval zijn concrete consequenties voor deze kinderen. Voor sommige kinderen geldt dat de behoefte aan zekerheid in hun (toekomstige) leven mede bepaald heeft welke vervolgopleiding zij kiezen. Het recht op onderwijs (art. 28 IVRK) komt hiermee onder druk te staan.
57
Deater-Deckard, K. (2005). Parentings stress and children's development: Introduction to the special issue, Infant and Child Development,14, 111-115; Masarik, A.S. & Conger, R.D. (2017). Stress and child development: a review of the Family Stress Model, Current Opinion in Psychology, 13, 85-90.
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 35 van 42
Scholen zijn handelingsverlegen als spanningen in de gemeenschap de school binnendringen Als het conflict leidt tot spanningen in de gemeenschap of in de maatschappij, dan worden kinderen daarmee ook geconfronteerd op school. Kinderen worden aangesproken op het voor- of tegenstander zijn in het conflict dat speelt. Kinderen kunnen dan weinig respect van elkaar ervaren. Voor scholen is het niet altijd eenvoudig om hiermee om te gaan. Vooral ouders maken zich hier zorgen over. Zij zijn bang dat kinderen hierdoor minder veiligheid ervaren op school. Scholen zouden volgens hen kinderen moeten begeleiden in hoe om te gaan met tegengestelde meningen. Aan de andere kant is school voor veel kinderen ook even een plek waar ze los kunnen komen van het conflict en gewoon kind kunnen zijn. Het zoeken en vinden van een balans tussen aandacht besteden aan een polariserend onderwerp en het bieden van rust is een lastige opdracht voor scholen.
Conflicten zorgen voor spanningen in het sociaal leven van kinderen Contacten met vrienden en leeftijdsgenoten onder druk Met vrienden, klasgenoten of buurtgenoten praten kinderen meestal niet over het conflict dat speelt. In sommige gevallen speelt schaamte een rol, maar ook willen kinderen soms juist even niet over het conflict praten zodat ze zich er even niet mee bezig hoeven te houden. Voor kinderen die te maken hebben met stikstofmaatregelen omdat ze op een boerenbedrijf wonen, speelt hierbij ook nog mee dat berichtgeving in de media ertoe leidt dat leeftijdsgenoten negatief denken en spreken over het boerenbedrijf. Ook dit heeft gevolgen voor het respect dat kinderen ervaren. Spanningen in de buurt en op school Bij een deel van de kinderen die we gesproken hebben, speelt het conflict zich af in een specifieke buurt of gemeenschap. Dit kan leiden tot tegenstellingen. Zoals eerder aangegeven zien we dat in dat soort gevallen spanningen zich uitbreiden naar bijvoorbeeld scholen en het voor kinderen lastiger is om het onderwerp te bespreken met leeftijdsgenoten. Bovendien nemen volwassenen in de omgeving, zoals docenten of medewerkers van de specifieke gemeenten, veelal geen begeleidende rol op zich om deze spanningen wél bespreekbaar te maken. Dit kan maken dat de omgeving als minder veilig door kinderen beleefd wordt.
Conflicten leiden tot een negatieve beleving van de overheid Kinderen nemen het wantrouwen van hun ouders vaak over De kinderen die wij gesproken hebben zijn over het algemeen weinig positief over de overheid. Kinderen kiezen hierin veelal dezelfde positie als hun ouders. In dit proces zien we de intergenerationele overdracht van wantrouwen. Dit ontwikkelt zich in de context van hun brede leefomgeving. Als ouders negatieve ervaringen hebben, is dit het referentiekader van hun kinderen.58 We zien tevens dat het vertrouwen in de overheid in mindere mate geschonden wordt als deze overheid interesse toont in de belevingswereld van de kinderen. Persoonlijk contact is hiervoor erg belangrijk. Daarnaast kan het vertrouwen hersteld worden als de overheid haar fouten toegeeft en zich inzet om het conflict op te lossen.
58
Rothstein, B. (2017). Solidarity, diversity, and the quality of government, in: K. Banting & W. Kymlicka (eds.). The strains of commitment. The political sources of solidarity in diverse societies (pp. 300-326). London: Oxford University Press; Biesta, G.J.J. (2011). Learning democracy in schools and society. Education, lifelong learning and the politics of citizenship. Rotterdam: Sense Publishers. Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 36 van 42
Met de meeste kinderen is niet gesproken over de impact van het conflict Bij het merendeel van de conflicten die we bekeken hebben, heeft de overheid – lokaal of landelijk – niet met de kinderen gesproken en daarmee ook geen interesse getoond in hoe de betrokken kinderen het conflict ervaren. Hiermee hebben ze belangen van kinderen ook niet mee kunnen nemen in de hersteloperatie, laat staan dat deze een eerste overweging zijn geweest. Kinderen hebben gedurende de tijd dat het conflict speelt ook geen aanbod tot ondersteuning of hulp gehad. Er zijn geen aanspreekpunten specifiek voor kinderen waar ze aandacht en informatie krijgen. Wat kinderen meekrijgen van de overheid blijft grotendeels beperkt tot wat zij via ouders horen. Vanwege het conflict is dit doorgaans niet positief. Kinderen ervaren weinig steun van volwassenen en kunnen niet makkelijk voor zichzelf opkomen De kinderen in dit project lijken weinig hulp en steun van volwassenen te ervaren. Dit zien we ook terug in een bredere maatschappelijke tendens onder kinderen en jongeren in Nederland. In het tweejaarlijks onderzoek van de Kinderombudsman naar het welzijn van kinderen bleek in 2022 bijvoorbeeld dat kinderen weinig positief waren over het voorbeeldgedrag van andere volwassenen (niet hun ouders).
Ook duiden de bevindingen van dit tweejaarlijks onderzoek erop dat zij weinig vertrouwen hebben dat volwassenen problemen weten op te lossen. 59 Zelf invloed uitoefenen en inspraak hebben, wordt kinderen echter niet makkelijk gemaakt. Ze kennen vaak hun eigen rechten onvoldoende en weten niet hoe ze hier aanspraak op kunnen maken. Ze zijn hiervoor afhankelijk van volwassenen. Kinderrechteneducatie op scholen zou hierin moeten voorzien. Helaas is dit niet structureel ingebed in het onderwijs. Alleen als kinderen hun rechten kennen, kunnen ze beter voor zichzelf opkomen. Juist als er moeilijke kwesties in hun leven spelen.
Belangrijke kinderrechten staan onder druk De overheid handelt bij conflicten onvoldoende in het belang van kinderen Het is belangrijk dat overheden bij conflicten tussen hen en volwassen burgers de belangen van kinderen zien. Het is de expliciete verplichting van de overheid ervoor te zorgen dat kinderen krijgen waar ze recht op hebben (art. 4 IVRK). Uit de verhalen van de kinderen wordt duidelijk dat dit niet voldoende gebeurt. Ze worden niet gezien als zelfstandige partij wanneer het conflict ontstaat en worden niet meegenomen in gesprekken en herstelregelingen bij de conflicten. Dit terwijl zij hun eigenstandige ervaringen en behoeften hierbij hebben. Deze ervaringen zijn veelal negatief en de impact op de eigen ontwikkeling van kinderen is groot. Kernartikelen uit het kinderrechtenverdrag komen onder druk te staan, zoals het recht op gelijke behandeling (art. 2 IVRK), het recht op leven en ontwikkeling (art. 6 IVRK), het recht van kinderen hun belang een eerste overweging te laten zijn (art. 3 IVRK) en het recht om betrokken te worden bij besluiten over hun leven (art. 12 IVRK). Daarnaast staan specifieke rechten van kinderen onder druk. Zoals het recht op toegang tot informatie (art. 17 IVRK), het recht op gezondheid en gezondheidszorg (art. 24 IVRK), het recht op onderwijs (art. 28 IVRK) en het recht op vrije tijd (art. 31 IVRK).
Daarnaast staat ook het recht onder druk van ouders om ondersteund te worden als zij de opvoeding en verzorging van hun kinderen – door wat er speelt – niet meer goed kunnen doen (art. 5 en 18 IVRK).
59 De Kinderombudsman (2022). Als je het ons vraagt. Onderzoek
naar het welzijn van kinderen in de Nederlandse provincies, rapportnummer KOM010/2022 Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 37 van 42
6.3 Aanbevelingen "De meeste mensen denken dat kinderen het niet merken of niet weten. Maar dat is niet zo. We weten het heel goed." (Julia, 11 jaar, kanaal Almelo-de Haandrik) Om het welzijn en de ontwikkeling van kinderen te ondersteunen en het vertrouwen in de overheid te behouden of te herstellen doen wij verschillende aanbevelingen. Deze aanbevelingen zijn gericht op verschillende partijen: A. De overheid als onderdeel en/of veroorzaker van het conflict B. Gemeenten C. Het onderwijs
A. Aanbevelingen voor overheden die onderdeel of veroorzaker zijn van het conflict De nadruk van deze aanbevelingen ligt op het informeren en laten participeren van kinderen tijdens het conflict en in de hersteltrajecten. Overheden (gemeenten, provincies, ministeries en uitvoeringsorganen) komen hiermee tegemoet aan de rechten van kinderen zoals ze volgen uit het Kinderrechtenverdrag en bewerkstelligen hiermee tevens dat kinderen vertrouwen in overheden hebben en houden, wat bijdraagt aan hun ontwikkeling tot gemotiveerde, democratische (volwassen) burgers. Aanbeveling 1: Praat met kinderen over hun ervaringen en behoeften in het conflict en laat hun belangen een eerste overweging zijn Het vertrouwen van kinderen in de overheid om zaken op te lossen kan hersteld worden als kinderen zien dat dingen verbeteren. Als ze het gevoel hebben dat er naar hen geluisterd wordt en dat ze gezien worden (art.12 IVRK). Dergelijke gesprekken bieden tevens de mogelijkheid de belangen van kinderen een eerste overweging te laten zijn, zoals dit volgens de visie van het Kinderrechtencomité dient te gebeuren (art. 3 IVRK). Aanbeveling 2: Geef kinderen een eigen rol en stem tijdens het conflict en in het hersteltraject Participatie van kinderen (art. 12 IVRK) in dit soort hersteltrajecten helpt kinderen in hun eigen ontwikkeling omdat zij daardoor meer grip hebben op wat er speelt.
Ook helpt het kinderen vertrouwen in de overheid te houden. Hierbij moet wel bij kinderen gecheckt worden of zij willen en kunnen participeren en meedenken over oplossingen. Sommige kinderen willen er liever minder bij betrokken zijn omdat ze er anders over gaan piekeren. Ook is essentieel om kinderen te voorzien van relevante en neutrale informatie over wat er speelt in het conflict (art. 17 IVRK). Aanbeveling 3: Voer vóór de implementatie van een hersteltraject een kinderrechtentoets uit Een CRIA of Kinderrechtentoets kan betrokken partijen helpen om zicht te krijgen op de rechten en belangen van (groepen) kinderen die betrokken zijn bij het betreffende conflict. En om de belangen van kinderen een eerste overweging te laten zijn (art.3 IVRK). Dit kan bijdragen aan het voorkomen dat problemen ontstaan, omdat er al zicht is op de knelpunten en behoeften die voor (groepen) kinderen spelen. Aanbeveling 4: Wees als overheid proactief, eerlijk en duidelijk Een proactieve houding van de overheid is bij dit soort conflicten belangrijk voor kinderen. Voor henzelf is de stap naar een overheidsinstantie vrij groot Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 38 van 42
en deze stap zullen ze niet snel nemen. Zeker als ze niet het gevoel hebben daar gehoord te worden. Wees eerlijk over de (on)mogelijkheden van de overheid in het conflict. Beloftes doen die niet nagekomen kunnen worden, versterken het idee van een oneerlijke overheid. Face to face contact met kinderen is het meest waardevol. Als het voor overheden niet mogelijk is bij de betreffende gezinnen langs te gaan kan een brief sturen, met de nodige informatie en/of instanties waar kinderen terecht kunnen, al helpend zijn. Voorbeelden hiervan zien we al op andere gebieden, bijvoorbeeld in de brief die 17-jarigen krijgen over wat ze moeten regelen als ze 18 jaar worden. Of de brief die kinderen uit groep 8 kregen tijdens de coronamaatregelen. Laat kinderen in ieder geval merken dat ze gezien worden.
B. Aanbevelingen voor gemeenten Gemeenten spreken we aan op hun zorgplicht voor inwoners die het moeilijk hebben. Ook wanneer zij als gemeente zelf een rol spelen in het conflict is het belangrijk dat zij oog houden en zorg dragen voor het welzijn en de ontwikkeling van kinderen. Dit behelst ook, waar nodig en gewenst, ondersteuning van ouders in hun ouderrol. Aanbeveling 1: Breng kinderen in contact met lotgenoten Kinderen willen graag contact met leeftijdsgenoten die met dezelfde problemen te maken hebben. Dit geeft hen de mogelijkheid hun ervaringen en gevoelens te delen. Begeleiding hiervan door neutrale en professionele volwassenen is een pre, zeker daar waar conflicten ook leiden tot spanningen in de gemeenschap. Dit kan bijvoorbeeld via een speciale inloopplek of een aanspreekpunt op scholen, buurtcentra of via jongerenwerk. Deze inloopplekken bieden kinderen ook de mogelijkheid om op een laagdrempelige manier hulp te vragen. Aanbeveling 2: Zoek ouders die in conflict zijn met een overheidsinstantie op en vraag hen wat zij nodig hebben Ouders kunnen volledig in beslag genomen worden door het conflict. Dit kan ertoe leiden dat zij de opvoeding als zwaarder ervaren. Enerzijds hebben ze simpelweg minder tijd voor hun kinderen en anderzijds moeten ze constant afwegen wat ze kinderen wel of niet vertellen. Dit kan leiden tot spanningen.
Gemeenten kunnen actief inzetten op een laagdrempelig aanbod om deze ouders te ondersteunen. Essentieel hierbij is dat ouders gevraagd wordt wat zij nodig hebben. Het conflict kan immers geleid hebben tot een wantrouwende houding richting overheidsinstanties.
C. Aanbevelingen voor het onderwijs Onderwijsinstellingen zijn bij conflicten tussen gezinnen en overheid geen partij, maar kunnen wel een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van kinderen. Bovendien hebben zij, middels burgerschapseducatie, een belangrijke rol om kinderen te leren over hun rechten en over hoe een democratische rechtsstaat werkt. Om deze reden hebben we ook een tweetal aanbevelingen geformuleerd die gericht zijn op het onderwijs. Aanbeveling 1: Leer kinderen op te komen voor hun rechten en besteed aandacht aan polarisatie tussen kinderen In burgerschapslessen wordt aandacht besteed aan hoe een democratie werkt. Dit biedt niet alleen een kans voor kinderen om te leren over Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 39 van 42
democratie, maar ook over hoe zij zelf inspraak kunnen hebben en invloed kunnen uitoefenen op hun leven. Daarnaast bieden deze lessen een uitgelezen kans om kinderen te leren over hun (kinder)rechten. Als de spanningen in de gemeenschap de school binnendringen is het belangrijk met kinderen hierover te praten. In dit soort situaties heeft de school ook een belangrijke taak in het ondersteunen van kinderen om goed met polariserende onderwerpen en elkaar om te gaan. Aanbeveling 2: Vraag kinderen wat zij nodig hebben Onderwijsinstellingen kunnen kinderen in hun klassen hebben die te maken hebben met een conflict tussen ouders en de overheid. Leerkrachten, mentoren of vertrouwenspersonen kunnen met deze kinderen in gesprek gaan. Van belang hierbij is dat het gesprek zich richt op wat zij nodig hebben en hoe kinderen daar op school aandacht aan willen besteden. Immers, niet alle kinderen willen op school bezig zijn met het conflict; soms ook juist helemaal niet.
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 40 van 42
Bijlage 1: Leidraad interviews met kinderen Introductie: uitleg over het werk van de Kinderombudsman, de vertrouwelijkheid van de interviews en het gebruik van pseudoniemen Algemeen - Jij en je familie hebben een heftige gebeurtenis meegemaakt: [probleem noemen dat speelt]. Kun je daar iets meer over vertellen? o Wat is er gebeurd? o Hoe heb jij dat ervaren? o Hoe gaat het nu met jou en je familie? Schadeafhandeling / hulp die ouders nodig hebben maar niet krijgen - Er is schade aan huis/bedrijf/winkel van je ouder(s). Of jullie hebben nu hulp nodig bij XX. o Wat merk jij hiervan? o Is er iemand die jullie gezin of jouw ouders helpt? o Welke invloed heeft de schade aan XX op jouw ouders? o Welke invloed heeft de schade aan XX jou? Ontwikkeling kind - Omgevingsvoorwaarden uitvragen om impact op ontwikkeling vast te stellen. o Thuis o School o Vrienden/vrije tijd o De buurt/andere volwassenen o Zekerheid/vertrouwen o Rapportcijfer voor het leven Vertrouwen in overheid - Je ouders zijn erg druk met het regelen van allerlei zaken en lopen hierin vast. Of je ouders zijn erg druk om de schade vergoed te krijgen.
o Hoe kijk je daar tegenaan? o Wat merk je hiervan? o Wat vind je nu van de hulp die jullie van de overheid krijgen? o Heb je je mening ergens kunnen geven over het herstel? o Is jou gevraagd wat jij nodig hebt? o Wat vind je van de overheid in algemene zin? o Als je 10 jaar in de toekomst kijkt, hoe denk je dat je dan naar de overheid kijkt? o Welk rapportcijfer zou je de overheid geven? Waarom? o Wat zou jij, of kinderen/jongeren in jouw situatie, volgens jou nodig hebben van de overheid? Afsluiting: zijn er nog punten die we niet gevraagd hebben?
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 41 van 42
Dit is een publicatie van de Kinderombudsman September 2023
www.kinderombudsman.nl