RIS316561 Kinderen vertrouwen de overheid niet bijlage
Tekst van het document
Rapport
Waar ik bij ben Kinderen over hoe het conflict tussen hun ouders en de overheid hun eigen leven en vertrouwen in de overheid beïnvloedt Nummer: KOM005/2023 Datum: 12 september 2023
Waar ik bij ben. Kinderen over hoe het conflict tussen hun ouders en de overheid hun eigen leven en vertrouwen in de overheid beïnvloedt © Kinderombudsman, 12 september 2023. Projectteam Alexandra de Jong Aysel Sabahoglu Marit Hopman Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 2 van 42
Kinderen hebben rechten. Deze zijn onder meer vastgelegd in het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. De rechten gelden voor iedereen onder de 18 jaar. De Kinderombudsman controleert of de overheid de kinderrechten in Nederland respecteert, beschermt en verwezenlijkt. Hij doet dit ook bij organisaties in het onderwijs, de kinderopvang, de jeugdzorg en de gezondheidszorg. De Kinderombudsman heeft verschillende taken. Onderzoek De Kinderombudsman doet onderzoek naar onderwerpen die te maken hebben met schending van de kinderrechten. Hij kan ook een onderzoek beginnen naar aanleiding van klachten die binnenkomen over individuele gevallen. Advies Op basis van signalen en onderzoeken adviseert hij – gevraagd en ongevraagd –de overheid en verschillende instanties. Hij probeert structurele oplossingen te vinden voor problemen die met de rechten van kinderen te maken hebben. Bewustwording kinderrechten Het is belangrijk dat iedereen weet dat er kinderrechten zijn en wat deze inhouden. Dus zowel de kinderen en jongeren zelf als hun ouders, scholen, de overheid en instanties. Daarom maakt de Kinderombudsman volwassenen, kinderen en jongeren bewust van de kinderrechten.
Meer informatie, rapporten en adviezen zijn te vinden op www.kinderombudsman.nl
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 3 van 42
Inhoud Samenvatting voor kinderen ............................................................................................ 5 Voorwoord ......................................................................................................................... 7 1
Inleiding ................................................................................................................... 8
1.1 1.2
Aanleiding ................................................................................................................. 8 Opbouw rapport ........................................................................................................ 9
Verzakkingen rondom kanaal Almelo-De Haandrik ..................................................... 10 2
Achtergrond van het project ................................................................................ 12
2.1 2.2 2.3
Kinderrechten als kader .......................................................................................... 12 Sociaalwetenschappelijk onderzoek ....................................................................... 13 Doelstelling en vragen project ................................................................................ 15
Milieu- en gezondheidszorgen rondom Tata Steel ...................................................... 17 3
Aanpak project ...................................................................................................... 19
3.1 3.2 3.3 3.4
Opzet van het project .............................................................................................. 19 Werving van de kinderen ........................................................................................ 20 Analyse van de gesprekken.................................................................................... 20 Opbrengsten terugleggen bij de kinderen .............................................................. 21
Kinderopvangtoeslagaffaire .......................................................................................... 22 4
Kinderen over de impact op hun ontwikkeling .................................................. 24
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Impact op het gezin ................................................................................................ 24 Impact op persoonlijke ontwikkeling ....................................................................... 24 Impact op sociaal leven .......................................................................................... 25 Impact op school ..................................................................................................... 26 Rapportcijfer voor hun leven ................................................................................... 26
De implicaties van de stikstofmaatregelen voor boeren ............................................ 27 5
Kinderen over de impact op hun vertrouwen in de overheid ........................... 29
5.1 5.2 5.3
Negatieve beleving van de overheid ...................................................................... 29 Gebrek aan contact met 'de overheid' .................................................................... 29 Intergenerationele overdracht van visie op de overheid ......................................... 30
Waterschade in Limburg ................................................................................................ 32 6
Conclusies en aanbevelingen ............................................................................. 34
6.1 6.2
Inleiding ................................................................................................................... 34 Conflicten belemmeren kinderen in hun welzijn, ontwikkeling en vertrouwen in de overheid ............................................................................................................. 34 Aanbevelingen ........................................................................................................ 38
6.3
Bijlage 1: Leidraad interviews met kinderen ................................................................ 41
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 4 van 42
Samenvatting voor kinderen 1. Waar gaat dit rapport over?
Stel dat je ouders veel stress hebben omdat er scheuren in jullie huis zitten door het verbreden van een kanaal. En dat de regering niet met een oplossing komt. Of stel dat je ouders boos zijn op de overheid omdat onzeker is of ze verder kunnen met de boerderij. Dit zijn voorbeelden van conflicten tussen ouders en de overheid. Het zijn problemen waarvan ouders vinden dat de overheid iets fout doet, of fout heeft gedaan. Maar de overheid is het niet met de ouders eens. Dit rapport gaat over wat deze problemen tussen ouders en de overheid betekenen voor kinderen. De Kinderombudsman heeft de afgelopen jaren vaak gehoord dat er bij deze conflicten vooral aandacht is voor volwassenen. Er wordt niet gekeken naar wat kinderen meemaken en er wordt ook niet om hun mening gevraagd. De Kinderombudsman vindt dat dit moet veranderen. In dit project hebben we daarom kinderen gevraagd wat zij meemaken als zo'n conflict speelt. En hoe het hun leven beïnvloedt. Ook hebben we gevraagd hoeveel vertrouwen zij hebben dat de overheid het goede doet. 2. Wat hebben we gedaan?
We hebben met vijf groepen kinderen gesproken die opgroeien met ouders die een conflict hebben met de overheid. Het gaat om kinderen die te maken hebben met: 1. de milieu- en gezondheidssituatie door Tata Steel 2. de kinderopvangtoeslagaffaire 3. verzakkingen rondom het kanaal Almelo-De Haandrik 4. mogelijke stikstofmaatregelen voor boerenbedrijven 5. overstromingsschade in Limburg We hebben deze kinderen gevraagd hoe hun leven eruit ziet en wat zij merken van het conflict. Ook hebben we gevraagd welk cijfer zij aan hun leven zouden geven. En welk rapportcijfer zij aan de overheid zouden geven. 3. Wat hebben we gevonden?
Dit is het belangrijkste wat we hebben gevonden: -
Alle kinderen merken dat hun ouders veel bezig zijn met het conflict. Ouders hebben daardoor minder tijd en aandacht voor ze.
-
Kinderen hebben zelf ook zorgen over de problemen die door het conflict ontstaan. Ze maken zich bijvoorbeeld zorgen over hun toekomst, hun gezondheid en de gezondheid van familie en vrienden.
-
Sommige kinderen kunnen zich minder goed concentreren op school. Zij hebben stress van het conflict en hebben daar last van op school.
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 5 van 42
-
Kinderen praten weinig over het conflict met vrienden of andere leeftijdsgenoten. Sommige kinderen zouden het wel fijn vinden als ze met andere kinderen die hetzelfde meemaken zouden kunnen praten.
-
Kinderen zijn niet zo positief over de overheidsinstantie waar hun ouders een conflict mee hebben. Ze worden positiever wanneer het conflict wordt opgelost. Of wanneer de overheid ook met hen komt praten.
4. Wat moet er veranderen?
De Kinderombudsman vindt dat de overheid bij conflicten met ouders, ook rekening moet houden met kinderen. Dat moet ook volgens het Kinderrechtenverdrag. Daarin staan de rechten van kinderen opgeschreven. Zoals het recht van kinderen op een fijne en veilige jeugd. En het recht van kinderen om hun mening te geven over belangrijke onderwerpen. We hebben een aantal adviezen voor overheidsinstanties en voor het onderwijs. Zodat ze bij conflicten beter rekening kunnen houden met de rechten van kinderen. Adviezen voor de overheidsinstantie die onderdeel is van het conflict: 1. Praat met kinderen tijdens het conflict. Vraag hen wat ze nodig hebben en neem hun mening serieus. 2. Laat kinderen meedenken over oplossingen. 3. Toets of de oplossingen wel voldoen aan de kinderrechten. 4. Wees duidelijk en eerlijk. Bezoek kinderen tijdens het conflict en leg uit wat je doet en waarom. Adviezen voor gemeenten: 1. Help kinderen in contact te komen met andere kinderen die hetzelfde meemaken. 2. Vraag ouders die in conflict zijn met de overheid of zij hulp nodig hebben. Adviezen voor het onderwijs: 1. Leer kinderen op te komen voor hun rechten en praat met elkaar over spanningen. 2. Vraag kinderen of en hoe zij over het conflict willen praten en wat zij nodig hebben op school.
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 6 van 42
Voorwoord Hoe is het voor een kind als jouw ouders een langlopend conflict hebben met de overheid? Wat krijg je daar van mee, hoe beïnvloedt het jouw jeugd, jouw toekomst en jouw vertrouwen in die overheid? Daarover gaat dit rapport. We hebben gesproken met 16 kinderen waarvan een aantal inmiddels volwassen is. Zij hebben ons verteld hoe het conflict en de dagelijkse strijd van hun ouders zijn weerslag heeft (gehad) op hun jeugd. Kinderen merken de impact van het conflict op hun ouders, ook al proberen ouders hen daarvoor te beschermen. Kinderen merken dat ouders minder tijd en aandacht voor hen hebben. Ook hebben kinderen zelf zorgen over de problemen die ontstaan en zorgen over de toekomst. Kunnen zij hier wel blijven wonen? Worden de problemen ooit opgelost? Hierdoor kunnen zij zich bijvoorbeeld op school minder goed concentreren. Tijdens het conflict daalt het vertrouwen van kinderen in de overheid. Kinderen zien een harde overheid die hun ouders niet helpt. En ze zien dat hun ouders de overheid niet vertrouwen. Wij noemen dit "intergenerationele overdracht van wantrouwen". Wantrouwen in de overheid omdat zij de problemen niet oplossen. Ook wordt er vanuit de overheid bijna niet met kinderen zelf gesproken. Kinderen zelf weten vaak niet wat hun rechten zijn. Ze weten ook niet hoe ze voor hun rechten kunnen opkomen.
Ook bij de overheid ontbreekt het aan kennis over de implicaties van het Kinderrechtenverdrag voor hun handelen. Dat als er een conflict speelt tussen volwassen burgers en de overheid, altijd moet worden onderzocht en meegewogen wat de belangen van de betrokken kinderen zijn. Dat je ook met kinderen in gesprek moet gaan om deze belangen helder te krijgen. Dat je van kinderen zelf moet horen wat zij nodig hebben aan hulp en perspectief om hun leven een goed verloop te laten hebben. Wat de impact op het leven is van kinderen als zulke conflicten spelen, kan ik niet beter verwoorden dan de kinderen zelf doen. Hun verhalen staan in dit rapport centraal. Uit hun verhalen wordt duidelijk wat er moet gebeuren om hen een volwaardige positie te geven. Door de rijksoverheid, de provincies en door gemeentes. Maar ook door scholen. Om zo te voorkomen dat het wantrouwen dat hun ouders ervaren richting de overheid, doorgegeven wordt aan hen als volgende generatie. Ik wil alle kinderen bedanken die aan dit project hebben meegewerkt en die zo eerlijk hun verhaal verteld hebben. Maar ook wil ik alle ouders bedanken die hun kinderen de ruimte hebben gegeven hun verhaal te vertellen. Zonder jullie input had dit rapport niet tot stand kunnen komen.
Margrite Kalverboer Kinderombudsvrouw
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 7 van 42
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagaffaire heeft de overheid besloten een groep van ongeveer 70.000 kinderen1 een financiële tegemoetkoming toe te kennen als compensatie voor de geleden schade door armoedeproblematiek en gezinsproblemen. Waar nodig krijgen ze ook andere vormen van ondersteuning. 2 Ook voor kinderen in het aardbevingsgebied in Groningen wordt gezocht naar een vorm van compensatie en ondersteuning.3 Hoewel is gebleken dat deze financiële compensatie en ondersteuning niet altijd even makkelijk van de grond komt, geeft het erkenning aan het gegeven dat daar waar ouders de dupe worden van overheidshandelen, ook kinderen hiervan de dupe (kunnen) zijn. Als gezinnen, vanwege overheidshandelen 4 of juist het gebrek daaraan, in een langdurig conflict komen met de overheid, is in veel van deze situaties voornamelijk oog voor de situatie voor ouders. Zij zijn immers als partij direct betrokken bij het conflict. De impact die de problematiek en/of het conflict heeft op de betrokken kinderen kan hierdoor onzichtbaar blijven en niet of te laat onderkend worden. Hiermee lopen zij het risico dat hun ontwikkelingsbelang niet gezien wordt en hun rechten niet beschermd worden door de overheid. Rechtsherstel voor kinderen kan dan niet plaatsvinden.
Kinderen worden echter vaak wel degelijk door de problemen van hun ouders geraakt, bijvoorbeeld doordat zij als gevolg hiervan opgroeien in armoede, langdurig geconfronteerd worden met stress van ouders, en/of omdat gezinsproblemen ontstaan. Het handelen van de overheid kan daarmee een negatieve invloed hebben op hun opgroei- en ontwikkelmogelijkheden, evenals het vertrouwen en de zekerheid waarmee zij het leven tegemoet gaan. Doordat kinderen via hun ouders het conflict meekrijgen, kan dit ook gevolgen hebben voor hun geloof en vertrouwen in de overheid en overheidsinstanties. Indicaties hiervoor zagen we in ons onderzoek naar de ervaren problemen voor kinderen in het Groningse gaswinningsgebied. In 2017 vertelden de kinderen in het gaswinningsgebied ons bijvoorbeeld dat ze het gevoel hadden dat de overheid niet echt haar best deed om de situatie op te lossen, ze voelden zich in de steek gelaten. 5 Ook in gesprekken die we voerden met kinderen van klokkenluiders die in dienst waren van de overheid en kinderen van veteranen, spraken kinderen in dergelijke bewoordingen. Deze verschillende signalen leidden tot vragen bij de Kinderombudsman over de brede impact van conflictervaringen van ouders met de overheid op het leven van kinderen.
Wat betekent het voor kinderen als zij zien dat hun ouders vastlopen en het vertrouwen in de overheid verliezen terwijl zij als kinderen zelf in het conflict niet 1 Het kinderrechtenverdrag beschouwt iedereen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar als kinderen. Hoewel
kinderen boven de 12 jaar gezien worden als 'jongeren' hanteren wij voor de leesbaarheid van dit rapport alleen de term kinderen. We bedoelen hiermee dus alle kinderen én jongeren tussen de 0 en 18 jaar. 2 https://services.belastingdienst.nl/toeslagen-herstel/wetsvoorstel-kindregeling-en-andere-aanvullenderegelingen-rond-de-zomer-naar-de-tweede-kamer/ 3 https://www.schadedoormijnbouw.nl/immateriele-schade 4 Het gaat hierbij zowel om situaties waarbij ouders - achteraf - terecht een punt hebben m.b.t. het handelen van de overheid en om situaties waarin de overheid achteraf gezien niet 'onjuist' heeft gehandeld. Duidelijkheid over het wel of niet 'onjuist' handelen is er immers veelal pas aan het eind, terwijl het conflict dan al langere tijd geduurd heeft. 5 De Kinderombudsman (2017). Vaste grond gezocht. Rapportnummer KOM10/2017 Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 8 van 42
gezien worden? Welk effect heeft dit op hun leven, hun jeugd en opvoeding, hun ontwikkeling en op hun vertrouwen in de overheid en de samenleving?
1.2 Opbouw rapport In dit rapport gaan we in op de ervaringen van kinderen waarbij ouders, om verschillende redenen, in conflict zijn met de overheid. In hoofdstuk 2 zullen we eerst ingaan op de kinderrechten die in dit soort situaties in het geding zijn. Ook zullen we stilstaan bij eerdere signalen in het werk van de Kinderombudsman over de impact die dit op kinderen heeft. In dit hoofdstuk bespreken we tevens wat we over deze impact al weten uit sociaalwetenschappelijk onderzoek. In hoofdstuk 3 leggen we uit hoe we dit project hebben aangepakt. In hoofdstuk 4 staan we vooral stil bij de impact die het heeft op de persoonlijke ontwikkeling van kinderen. In hoofdstuk 5 gaan we in op de impact die het heeft op het vertrouwen in de overheid van deze kinderen. Tot slot presenteren we in hoofdstuk 6 onze conclusies en onze aanbevelingen. Ieder hoofdstuk beginnen we met een narratief. Dit narratief is een geanonimiseerd verhaal van één van de kinderen die we gesproken hebben. Het is tevens exemplarisch voor de ervaringen van de andere kinderen die we gesproken hebben.
Dit rapport draagt bij aan de Sustainable Development Goals De Nederlandse overheid onderschrijft de Sustainable Development Goals (SDG’s) zoals deze door de Verenigde Naties zijn opgesteld. Een aantal SDG's is in het bijzonder relevant voor dit rapport. SDG 16 richt zich op vrede, justitie en sterke publieke diensten. Hieronder valt ook het beschermen van fundamentele vrijheden, volgens internationale overeenkomsten waaronder ook het Kinderrechtenverdrag. Dit geldt voor alle kinderen in dit rapport. Afhankelijk van de aard van het conflict, zijn er nog een aantal andere SDG's van toepassing voor specifieke groepen kinderen in dit rapport. SDG 1 ziet op het tegengaan van armoede, SDG 3 ziet op de inzet van overheden om goede gezondheid en welzijn te verzekeren en SDG 11 betreft de inzet voor duurzame steden en gemeenschappen waarbij ook de veiligheid van de leefomgeving een rol speelt. Tot slot ziet SDG 15 op 'het leven op het land'. Dit betreft bescherming, herstel en duurzaam beheer van het leven op het land in al zijn vormen.1 De Kinderombudsman draagt bij aan deze SDG's door zichtbaar te maken wat de impact van conflicten tussen ouders en overheid op kinderen is en kinderen daarin een stem te geven.
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 9 van 42
Verzakkingen rondom kanaal Almelo-De Haandrik Sophia (13 jaar): 'Ze moeten weten hoeveel kinderen ze pijn hebben gedaan' We woonden hier nog maar net, toen er een keer veel mensen bij ons kwamen. Er waren veel vergaderingen en er werd veel gepraat. Mijn vader en moeder spraken veel over het huis. Het was thuis niet leuk. Ik bleef daarom zolang mogelijk op school hangen. Of ik ging naar vrienden. Toen er scheuren in de muur van ons huis kwamen, werd duidelijk dat er echt iets aan de hand was. Mijn ouders vertelden het toen ook. Daardoor wisten ik en mijn zusje waar de stress vandaan kwam. Dat was wel fijn. Tegelijkertijd maakte het mij een beetje ongerust. Wat als het niet opgelost kan worden? Onveilig heb ik me niet gevoeld. Maar het was zeker niet fijn om in een huis met scheuren te wonen. Het regenwater liep soms via de muren naar binnen. En thuis is het nooit warm. Daardoor moeten we altijd heel veel kleren aan. Mijn zusje Anna lag een keer huilend in bed. We hebben er toen samen over gepraat. Gelukkig kon dat. Als we het moeilijk hebben, weten we elkaar te vinden. We helpen elkaar dan. We praten er eigenlijk niet met andere kinderen over. We weten nu dat we een nieuw huis gaan bouwen. Hiervoor hebben we van de provincie geld gekregen. Maar als je me nu vraagt wat ik van de provincie vind, dan zou ik zeggen dat het hufters zijn.
De mensen van de provincie denken niet na over wat het met kinderen doet. En met hun ouders. Als er scheuren in je huis zitten. Sommige kinderen hebben er heel veel last van. En zij denken alleen maar aan het geld. Ik heb niet het idee dat ze ons echt proberen te helpen. Ik merk dat ik veel stress heb. Ik voel mij tijdens lessen op school vaak onrustig. Ik zou dan het liefst de klas uit willen rennen, willen huilen. Ik kan me moeilijk concentreren en ben snel overprikkeld. Daar had ik eerder geen last van. Ik mag van school mijn oortjes in doen om muziek te luisteren. Dan hoor ik maar één ding. Ik weet niet of ik de overheid nog vertrouw. Eerst wel. Maar het duurde allemaal zo lang. Na 3,5 jaar hebben we nu eindelijk geld om een nieuw huis te bouwen. Je denkt: de overheid helpt mensen in nood. Maar daar durf ik niet meer op te vertrouwen. Mijn ouders zagen het soms helemaal niet meer zitten. Zij wilden weer verhuizen. Gelukkig zijn we gebleven. Want ik vind het leuk hier!
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 10 van 42
Informatie over de verzakkingen rondom kanaal Almelo-De Haandrik Aard van het conflict: Kern van het conflict tussen burgers die wonen aan het kanaal Almelo - De Haandrik in Twente en de provincie Overijssel is een vertrouwensbreuk. Vanaf de jaren '90 van de vorige eeuw zijn herhaaldelijk werkzaamheden uitgevoerd aan het kanaal. In opdracht van de provincie zijn in de periode 2011-2016 grootschalige werkzaamheden aan het kanaal verricht, waarbij ongeveer 400 huizen beschadigd raakten. Delen van de ruim 30 kilometer lange zijtak van het Overijsselse kanaal zijn in die jaren uitgediept en verbreed. Op meerdere plekken zijn damwanden in de grond getrild en zijn ondergrondse verstevigingen (klapankers) aangebracht. De schademeldingen zijn gedaan in de periode nadat de werkzaamheden waren begonnen.6 Betrokken partijen: In september 2021 is een rapport van de Rekenkamer OostNederland verschenen.7 Een belangrijke conclusie uit dit rapport is dat de provincie Overijssel bij het voorbereiden en uitvoeren van het werk onvoldoende aandacht had voor (het beheersen van) omgevingsrisico's. Uitvoeringsgerichte en technische risico's waren niet doorgeredeneerd naar gevolgen voor de omgeving. Hersteloperatie (incl. positie kinderen): Inmiddels heeft de provincie een schaderegeling opgesteld. Maar veel burgers voelen zich niet gehoord en niet geholpen.
Zij hebben klachten over de wijze waarop de provincie de schade afhandelt.8 Na diverse meldingen van betrokkenen bij Stichting Kant Nog Wal (een bewonersgroep) startte de Nationale ombudsman in februari 2023 een onderzoek naar deze kwestie.9 In april 2023 hebben de Provinciale Staten een onafhankelijk bemiddelaar ingesteld om het vertrouwen tussen de provincie en haar burgers te herstellen.10 Dit is mede ingegeven door de resultaten van een onderzoek van I&O Research naar de schadeafhandeling van omwonenden van kanaal Almelo-De Haandrik.11 Het onderzoek van de Nationale ombudsman ligt stil totdat de uitkomsten van deze onafhankelijk bemiddelaar bekend zijn.
6
https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/een-bed-op-klosjes-zo-scheef-is-devloer~b065f215/?utm_source=link&utm_medium=social&utm_campaign=shared_earned 7 https://rekenkameroost.nl/webroot/uploads/210917_bestuurlijke_nota_kanaal_almelo_-_de_haandrik.pdf 8 https://www.rtvoost.nl/nieuws/2147056/kanaaldrama-almelo-de-haandrik-kostte-provincie-overijssel-al-15miljoen-euro 9 https://nos.nl/artikel/2462100-nationale-ombudsman-onderzoekt-woningschade-bij-probleemkanaal-almelo 10 https://overijssel.notubiz.nl/document/12636859/6/Motie+Bemiddelaarverzoeningspersoon+inzake+Kanaal+Almelo-De+Haandrik+%28BBB%29 11 https://www.ioresearch.nl/actueel/kanaal-almelo-de-haandrik-ontevredenheid-schadeafhandeling-enonzekerheid-toekomst/ Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 11 van 42
2 Achtergrond van het project In dit hoofdstuk gaan we dieper in op wat er bekend is over de relatie van kinderen met de overheid. Ook gaan we in op wat opgroeien in een conflictueuze en stressvolle situatie voor kinderen betekent. Dit benaderen we vanuit zowel kinderrechtelijk als sociaalwetenschappelijk perspectief.
2.1 Kinderrechten als kader Het Kinderrechtenverdrag (IVRK) schrijft voor dat bij alle besluiten die de belangen van kinderen kunnen raken het perspectief van kinderen meegenomen wordt. Daarbij schrijft het Kinderrechtenverdrag voor dat kinderen gelijk behandeld worden, serieus genomen worden als burger in een samenleving en dat ze hun visie kunnen geven over dat wat hen aangaat. Verder schrijft het verdrag voor dat de overheid alle waarborgen biedt voor het gezond, veilig en perspectiefvol kunnen opgroeien. De brede ontplooiing en ontwikkeling van kinderen staat tijdens hun kindertijd en jeugd voorop. In het Kinderrechtenverdrag vormen daarom vier rechten de grondbeginselen van het hele verdrag: het recht op gelijke behandeling (art. 2 IVRK), het recht dat het belang van het kind voorop staat bij belangrijke besluiten (art. 3 IVRK), het recht op leven en ontwikkeling (art. 6 IVRK) en het recht op participatie (art. 12 IVRK). Deze vier rechten moeten in onderlinge samenhang worden gezien en alle andere kinderrechten moeten aan de hand van deze onderling samenhangende kinderrechten worden geïnterpreteerd. Bij een langdurig conflict tussen ouders en de overheid of haar uitvoerende instanties lijkt de impact van dit conflict op de betrokken kinderen vaak over het hoofd gezien te worden. Mogelijk omdat kinderen niet altijd een directe partij in het conflict zijn.
Toch kan een dergelijk conflict wel degelijk zijn weerslag hebben op hun kinder- en jeugdtijd doordat het de thuissituatie van kinderen beheerst. Kinderen die met aardbevingsschade te maken hadden, vertelden ons bijvoorbeeld dat hun ouders zo door de afwikkeling in beslag werden genomen dat dit ten koste ging van de veerkracht, energie, tijd en aandacht die ouders hadden. Verschillende jongvolwassenen spraken letterlijk over een verloren jeugd. 12 Dit hoorden we ook terug van kinderen van klokkenluiders en kinderen van veteranen. 13 Alles thuis draaide om "dat ene". Hun recht op een goede jeugd, goede ontwikkeling en ontplooiingskansen staat hiermee onder druk. Rechten waar een overheid op moet toezien, juist als ouders dit niet kunnen. Hoewel kinderen doorgaans geen directe partij zijn in het conflict met de overheid zijn ze wel belanghebbende. Het conflict raakt hen. Het heeft invloed op de verwezenlijking van hun rechten. Maar ook op hun burgerschapsontwikkeling en, op langere termijn, hun positie als volwassen burgers. Door kinderen niet als partij te beschouwen, worden hun belangen in de procedures en besluiten niet onderzocht en meegewogen. Hun behoeften en belangen zijn geen eerste overweging, waar dit volgens het Kinderrechtencomité wel zou moeten zijn (art. 3 IVRK). Mede hierdoor hebben kinderen veelal geen stem bij deze conflicten en/of oplossing ervan en 12
Zie bijvoorbeeld https://www.kinderombudsman.nl/nieuws/margrite-kalverboer-getuigt-in-parlementaireenquete-aardgaswinning. Ter voorbereiding hierop heeft de Kinderombudsman met een aantal jongvolwassenen uit Groningen gesproken. 13 De Kinderombudsman (2018). Als je het ons vraagt. Kinderrechtentour 2018, rapportnummer KOM009/2018 Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 12 van 42
worden zij niet gehoord (art. 12 IVRK). De stress die kinderen ervaren door het conflict kan impact hebben op hun schoolcarrière (art. 28 IVRK), op hun mogelijkheden of motivatie voor activiteiten in de vrije tijd (art. 31 IVRK) of de spanningen kunnen er toe leiden dat zij beroep moeten doen op de gezondheidszorg (art. 24 IVRK). Hun ontwikkeling in bredere zin kan op die manier onder druk komen te staan (art. 6 IVRK). In ernstige gevallen kan de spanning in het gezin ertoe leiden dat kinderen uit huis geplaatst worden. Hiermee komt hun recht op behoud van gezinsverband onder druk te staan (art. 9 IVRK). Vanuit het Kinderrechtenverdrag is een aantal artikelen specifiek van belang om te kunnen deelnemen aan de maatschappij en daarin burgerschap te leren en ervaren. Kinderrechteneducatie is bijvoorbeeld noodzakelijk voor kinderen om op te kunnen komen voor hun rechten (art. 42 IVRK). Daarnaast moeten kinderen toegang krijgen tot informatie waarmee zij hun mening over voor hen belangrijke onderwerpen kunnen vormen (art. 17 IVRK). Vervolgens is het belangrijk dat zij de mogelijkheid krijgen om hun mening in vrijheid te geven over zaken die hen aangaan (art. 12 en 13 IVRK). En dat zij door deel te nemen aan een vereniging ook collectief hun stem kunnen laten horen (art. 15 IVRK).
Volgens artikel 4 IVRK is de overheid bovendien verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat kinderen krijgen waar ze recht op hebben. Daar waar het conflicten met de overheid betreft, kan juist deze overheid kinderrechten onder druk zetten terwijl zij deze tegelijkertijd moet beschermen. Bovenstaande rechten kunnen bij een langdurig conflict tussen ouders en overheid snel over het hoofd gezien worden, doordat de overheid het conflict – en de daaraan verbonden problematiek – veelal niet beschouwt vanuit een kinderrechtenperspectief. Het Kinderrechtencomité vraagt daarom bij alle wet- en regelgeving die (ook) kinderen kan raken een zogenaamde kinderrechtentoets uit te voeren. Dit kan voorafgaand aan het invoeren van nieuwe wet- en regelgeving (CRIA) of achteraf (CRIE). 14 Hiervoor moeten de belangen van kinderen gezien en in kaart worden gebracht, zoals dat ook bij besluiten op een individueel niveau het geval is.15
Kinderrechten die onder druk kunnen staan Artikel 2: Gelijke behandeling, geen discriminatie Artikel 3: Belang van het kind als eerste overweging Artikel 4: Realiseren van de kinderrechten door overheid Artikel 6: Leven en ontwikkeling Artikel 9: Behoud van gezinsverband Artikel 12: Mening van het kind Artikel 13: Vrijheid van meningsuiting Artikel 15: Vrijheid van vereniging en vergadering Artikel 17: Toegang tot informatie Artikel 24: Gezondheid en gezondheidszorg Artikel 28: Onderwijs Artikel 31: Vrije tijd, spel en recreatie Artikel 42: Kinderrechteneducatie
2.2 Sociaalwetenschappelijk onderzoek De impact van stress en conflict op de ontwikkeling en het welzijn van kinderen Een veel gebruikt model binnen de sociaalwetenschappelijke literatuur om de impact van stressoren op kinderen en het gezinsleven te verklaren is het Family Stress Model.16 Het model verklaart de wijze waarop stress het functioneren van het 14
In dit verband wordt ook gesproken over Child's Rights Impact Assessment (CRIA's) of kinderrechtentoets. 15 Zie bijvoorbeeld: https://www.kinderombudsman.nl/toolkit-beste-besluit/beslissing-over-jou-weet-waar-jerecht-op-hebt 16 Masarik, A.S. & Conger, R.D. (2017). Stress and child development: a review of the Family Stress Model, Current Opinion in Psychology, 13, 85-90. Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 13 van 42
gezinsleven beïnvloedt. Hoewel het vaak gebruikt wordt om de impact van economische of financiële stress te beschrijven, kan het ook voor andersoortige stressoren een goede verklaring bieden. Kort samengevat beschrijft het model hoe stressoren in het leven van ouders druk op ouders leggen. Daardoor ervaren ouders psychologische stress die op zijn beurt de opvoedingsvaardigheden van ouders belemmert. Ouders ervaren bijvoorbeeld minder rust om aandacht te hebben voor en interesse te tonen in hun kinderen; door de stress reageren ze sneller geïrriteerd of boos; of door praktische zaken zijn ze daadwerkelijk minder thuis om voor hun kinderen te zorgen. Hoewel er individuele verschillen bestaan in hoe ouders met stressoren omgaan en hoe dit hun opvoedingsvaardigheden beïnvloedt, is het over het algemeen zo dat hoe meer stress ouders ervaren, hoe groter de negatieve impact hiervan is op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen. 17 Kinderen hebben het moeilijk wanneer ouders emotioneel niet beschikbaar zijn of niet adequaat kunnen reageren op hun behoeften. Veerkracht, het vermogen om goed om te gaan met problemen, lijkt bij kinderen vooral ontwikkeld te worden door verzorgende ouders die hun kinderen zelfvertrouwen en sociale vaardigheden meegeven.
18 Aandacht en interesse van ouders, een affectieve band hebben met ouders, positief voorbeeldgedrag zien van ouders en het kunnen ervaren van veiligheid zijn belangrijke voorwaarden voor kinderen om goed te kunnen opgroeien en zich te kunnen ontwikkelen. Maar dat zijn niet de enige voorwaarden. Volgens het Best Interest of the Child-model (BIC-model) zijn er 14 omgevingsvoorwaarden die goed moeten zijn in het leven van kinderen om goed te kunnen opgroeien en gezonde volwassenen te kunnen worden.19 Deze 14 omgevingsvoorwaarden zijn tevens verbonden aan rechten zoals ze opgenomen zijn in het Kinderrechtenverdrag. De kwaliteit van de omgevingsvoorwaarden hangt samen met het welzijn van kinderen. In het algemeen is het zo dat hoe hoger de kwaliteit van deze 14 omgevingsvoorwaarden is, hoe beter het welzijn en ontwikkelingsperspectief van het kind. 20 Het welzijn van kinderen wordt daarnaast ook bepaald door, conform artikel 3 IVRK, het belang van kinderen voorop te stellen bij besluiten die hen raken. Om dit belang vast te stellen moet bij besluitvorming specifiek gekeken worden naar 7 elementen in het leven en de ontwikkeling van kinderen.
Het gaat dan om de elementen: identiteit, participatie, behoud van gezinsomgeving, zorg, bescherming en veiligheid, kwetsbaarheid, gezondheidszorg en onderwijs.21 Deze elementen verwijzen tevens naar verschillende artikelen uit het Kinderrechtenverdrag. Voor zowel de 14 omgevingsvoorwaarden als de 7 elementen geldt dat deze niet alleen op de situatie thuis, maar ook op aspecten in de bredere leefomgeving van kinderen, zoals veiligheid in buurt en samenleving, school en vrije tijd, contact met leeftijdsgenoten en voorbeeldgedrag van andere volwassenen. Laatstgenoemde voorwaarde is ook relevant voor de burgerschapsvorming van kinderen. 17
Deater-Deckard, K. (2005). Parentings stress and children's development: Introduction to the special issue, Infant and Child Development,14, 111-115. 18 Stafford, B., Schonefeld, D., Keselman, L. & Stewart, C.L. (2009). Module 9 The Emotional Impact of Disasters on Children and Families. In S. Berman (Red), Pediatric Education in Disasters Manual (pp. 283-319). Buenos Aires, Argentina: American Academy of Pediatrics. 19 De voorwaarden over de thuissituatie zijn adequate verzorging (1), veiligheid thuis (2), liefde en aandacht van ouders (3), structuur, regels en ondersteuning (4), goed voorbeeld gedrag van ouders (5), interesse van ouders (6) en stabiliteit en continuïteit in de opvoeding en verzorging (7). De voorwaarden over de bredere sociale omgeving zijn veiligheid in de buurt (8), respect (9), een sociaal netwerk van andere volwassenen (10), school en vrije tijdsbesteding (11), contact met leeftijdgenoten en vrienden (12), goed voorbeeldgedrag van andere volwassenen (13), zekerheid en continuïteit in de leefomstandigheden (14). 20 M. Kalverboer & E. Zijlstra (2006). Het belang van het kind in het Nederlands recht, Voorwaarden voor ontwikkeling vanuit een pedagogisch perspectief. Uitgeverij SWP: Amsterdam.
21 https://www.kinderombudsman.nl/system/files/inline/General%20Comment%2014%20 BelangvanhetKind.pdf; https://www.kinderombudsman.nl/toolkit-beste-besluit/beslissing-over-jou-weetwaar-je-recht-op-hebt Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 14 van 42
Burgerschapsvorming vanuit sociaalwetenschappelijk perspectief Burgerschap wordt over het algemeen gezien als 'iets' van volwassenen. Kinderen zouden burgerschap nog moeten leren ("citizens in the making").22 Uit de ratificatie van het Kinderrechtenverdrag kunnen we echter afleiden dat kinderen – op hun eigen manier – al burgers zijn, met daaraan verbonden (leeftijdsgebonden) rechten en plichten. In zekere zin zouden we kunnen stellen dat er sprake is van een sociaal contract tussen overheid en kinderen, al worden kinderen hierin voor een belangrijk deel – zeker als ze jong zijn – vertegenwoordigd door hun ouders. Zo heeft de overheid zich gecommitteerd aan de implementatie van kinderrechten, maar hebben kinderen hierbij ook enkele plichten: onderwijs is niet alleen een recht maar ook een plicht (leerplicht) en kinderen ouder dan 12 jaar worden middels het strafrecht 'verplicht' tot niet-crimineel gedrag, al wordt hier volgens het Kinderrechtenverdrag altijd rekening gehouden met de waardigheid en eigenwaarde van het kind. Theorieën over 'geleefd burgerschap' gaan in op de impact van de opvoedingsomgeving van kinderen in het ontwikkelen van burgerschap.23 In dit project gaan we uit van het gegeven dat kinderen burgerschap leren in een sociale context.
Dit wil zeggen dat burgerschapsvorming zich niet beperkt tot het eigen maken van kennis en vaardigheden binnen een schoolse setting, maar dat burgerschap iets is wat men doet en beleeft in de brede leefomgeving. Burgerschap is dan de uitkomst van een proces waarbij kinderen in alledaagse situaties democratie 'leren'.24 Dit betekent dat als kinderen en jongeren in hun dagelijks leven positieve ervaringen opdoen met bijvoorbeeld inspraak, betrokkenheid en contact met de overheid, zij gemotiveerde democratische burgers kunnen worden. Dit geldt evenzeer als zij ervaren dat hun rechten worden erkend en meegewogen in besluitvorming. Daar staat tegenover dat als deze ervaringen negatief zijn, dit consequenties kan hebben voor hun burgerschap en hun perspectief op overheid en samenleving. Dit zien we op dit moment bijvoorbeeld ook terug in het vertrouwen van volwassenen in de politiek.
Het lage vertrouwen van volwassenen in de politiek kan volgens het SCP mede verklaard worden door het ervaren gebrek aan probleemoplossend vermogen van de overheid.25 Het vertrouwen van kinderen in de overheid is daarnaast niet alleen gebaseerd op eigen ervaringen, maar ook op ervaringen van mensen in de directe omgeving ("collective memories").26 Dit betekent dat kinderen die opgroeien in een omgeving waarbij volwassenen (op basis van ervaringen recentelijk of in het verleden) wantrouwend zijn ten opzichte van de overheid en overheidsinstanties, dit wantrouwen kunnen overnemen. In dit project noemen wij dit 'intergenerationele overdracht van wantrouwen'.
2.3 Doelstelling en vragen project Doel Het doel van dit project is drieledig. Ten eerste willen we inzicht krijgen in hoe het leven en de ontwikkeling van kinderen en daarmee hun kinderrechten geraakt kunnen worden als hun ouders een conflict hebben met de overheid. Dit kan tevens helderheid geven over het belang om dergelijke conflicten vanuit een 22
Biesta, G., Lawy, R. & Kelly, N. (2009). Understanding young people's citizenship learning in everyday life: The role of contexts, relationships and dispositions. Education, Citizenship and Social Justice, 4(1), 524. 23 Idem, Biesta et al., 2009 24 Biesta, G.J.J. (2011). Learning democracy in schools and society. Education, lifelong learning and the politics of citizenship. Rotterdam: Sense Publishers. 25 https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2023/04/20/burgerperspectieven-2023-bericht-1 26
Dit geldt niet alleen voor kinderen maar ook voor volwassenen: Rothstein, B. (2017). Solidarity, diversity, and the quality of government, in: K. Banting & W. Kymlicka (eds.). The strains of commitment. The political sources of solidarity in diverse societies (pp. 300-326). London: Oxford University Press Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 15 van 42
kinderrechtenperspectief te zien, zoals in de eerder genoemde CRIA/CRIE verondersteld wordt. Ten tweede willen we voor betrokken partijen, in dit geval de overheid en overheidsinstanties, zichtbaar maken wat het bestaande conflict met ouders kan betekenen voor het vertrouwen van kinderen zelf in politiek en maatschappij. Tot slot willen we ingaan op hoe je kinderen bij de oplossing van conflicten en herstel kunt of zou moeten, betrekken. Centrale vraag De vraag die centraal staat in dit project is: Wat is de impact op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en hun vertrouwen in de overheid als er een langdurig conflict is tussen hun ouders en overheid(sinstanties)? Hierbij spelen drie deelvragen: 1. Hoe beïnvloedt dit conflict het leven, de ontwikkeling en het perspectief van kinderen en hun vertrouwen in de Nederlandse overheid? 2. Welke kinderrechten komen onder druk te staan als er sprake is van een conflict tussen ouders en overheid? 3. Hoe betrek je kinderen en hun belangen bij dergelijke conflicten en hersteltrajecten?
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 16 van 42
Milieu- en gezondheidszorgen rondom Tata Steel Sander (18 jaar): ‘Staat de wind niet goed, dan kunnen kinderen niet buiten spelen'
Pas toen ik op de middelbare school een werkstuk maakte over Tata Steel ontdekte ik dat burgers helemaal geen stem hebben. In de driehoek van marktstaat-burger trekken markt en overheid alle invloed naar zich toe. Burgers hebben eigenlijk helemaal niets te vertellen. Sinds een paar maanden woon ik voor mijn studie in Amsterdam. Maar ik heb altijd in Wijk aan Zee gewoond. Voor kinderen is het hier heel leuk. Je woont vlak bij het strand. Vroeger ging ik er vaak surfen. Tot mijn dertiende was ik er mij niet zo van bewust dat ik vlak naast een staalfabriek woonde. Ook al lag ik ’s nachts wakker van de afblaasinstallaties. Ik kan me wel de discussies herinneren over sluiting of niet. Maar de uitkomst was altijd dat dat niet heel veel minder uitstoot van gassen en CO2 op zou leveren. We merkten vroeger wel dat Tata Steel niet goed was voor je gezondheid. Als we buiten waren geweest, moesten we altijd onze handen wassen. En kwam de wind uit de verkeerde richting, dan rook je dat. Sommige mensen kregen dan een drukkend gevoel op de borst. Buiten spelen kon dan niet. ‘Je leeft hier met wind’, zegt mijn moeder altijd. Toen ik ouder werd, maakte ik samen met mijn vrienden cynische grapjes. ‘Ik ga toch eerder dood, dus ik steek nog maar een sigaretje op’, zeiden we dan lachend tegen elkaar. Verduurzaming vonden we nergens voor nodig.
Zonnepanelen op het dak van de school? Een elektrische pont? Wat maakt dat nou uit als je naast Tata Steel woont. Mijn ouders praten vaak over Tata. Dat hoor ik ook van vrienden en hun broertjes en zusjes. Hun ouders willen verhuizen. Maar voor de jongere kinderen is dat heel onzeker. Sommige ouders zitten ook in actiegroepen. Dat levert op het schoolplein weer spanningen op tussen kinderen van voor- en tegenstanders. Tata Steel heeft veel invloed op de lokale gemeenschap. Zij sponsoren clubs en hebben goede contacten met bestuurders. Mensen die vóór Tata Steel zijn, kunnen niet geloven dat alle verhalen waar zijn. Nu ik weg ben uit Wijk aan Zee, wil ik niet meer terug. Het is gewoon niet gezond hier. Drie van mijn vrienden zijn al verhuisd. Zij hebben astma en kunnen niet naast Tata Steel blijven wonen. Mijn moeder blijft in Wijk aan Zee wonen. Ook al weet zij dat het niet goed is. Staat de wind niet goed, dan rijdt zij naar een andere plek om te hardlopen. Beetje bizar, als je er over nadenkt.
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 17 van 42
Informatie over de milieu- en gezondheidszorgen rondom Tata Steel Aard van het conflict: De Tata Steel-affaire betreft een conflict tussen Staalconcern Tata Steel en omwonenden en daaraan verbonden belangengroepen rondom Tata Steel (regio IJmuiden). In de aanklacht die is ingediend wordt Tata Steel beschuldigd van het onwettig uitstoten van schadelijke stoffen, waarmee het de gezondheid en de levens van de mensen rondom Tata Steel in gevaar brengt. 27 Tevens is Tata Steel veroordeeld voor het niet naleven van natuurvergunningen en regelgeving.28 Onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft aangetoond dat de luchtkwaliteit rondom Tata Steel significant slechter is dan in de rest van Nederland. Ook is gewaarschuwd voor de hoeveelheid lood in de lucht en het gevaar daarvan voor de gezondheid van kinderen. Dergelijke rapporten worden door het RIVM al sinds 1995 uitgebracht en er zijn dan ook al vaker kanttekeningen geplaatst bij de uitstoot van Tata Steel.29 Betrokken partijen: Het conflict speelt zich met name af tussen Tata Steel, omwonenden, de betrokken gemeenten, de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en de provincie Noord-Holland (als vergunningverstrekker). Inmiddels zijn ook het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat betrokken. Hersteloperatie (incl.
positie kinderen): Er is nog geen hersteloperatie lopende met betrekking tot de (gezondheids)issues rondom Tata Steel. In een hoorzitting in de Tweede Kamer is Tata Steel ingegaan op de maatregelen die het neemt om gezondheidsschade te voorkomen. Zoals het plaatsen van een groot hek om stofdeeltjes op eigen terrein te houden, het schoonmaken van de speeltuinen en het inzetten op 'groen staal'.30 Het RIVM heeft meerdere onderzoeken uitgevoerd om de impact op de gezondheid, van met name kinderen, te bepalen. 31 De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft onder andere inzake Tata Steel geconstateerd dat de overheid te weinig doet om de gezondheid van haar burgers te beschermen.32
27 https://www.parool.nl/nederland/toezichthouder-doet-aangifte-tegen-tata-steel-vanwege-overtreding-bij-
stofuitstoot~b6f1fe70/ 28 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/RechtbankAmsterdam/Nieuws/Paginas/Geldboete-van-.aspx 29 https://www.rivm.nl/tata-steel/overzicht-rapporten-gezondheid-in-ijmond 30 https://www.nu.nl/klimaat/6260085/tata-steel-ziet-momenteel-niets-in-compensatie-voorgezondheidsschade.html 31 https://www.rivm.nl/tata-steel/overzicht-rapporten-gezondheid-in-ijmond 32 https://open.overheid.nl/documenten/ronl-92701e49bf6a210fe6bc5181098fdaedd1de4151/pdf Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 18 van 42
3 Aanpak project 3.1 Opzet van het project Selectie van de conflicten Het project bestond uit interviews met kinderen waarvan de ouders betrokken waren bij een conflict met de overheid. Met het woord 'conflicten' doelen we op díe situaties waarbij ouders in conflict komen met de overheid vanwege overheidshandelen of juist het gebrek daaraan. Het gaat hierbij expliciet om situaties waarbij kinderen niet direct (juridisch) partij zijn, maar waarin zij wel geraakt zijn/worden. Conflicten tussen ouders en bijvoorbeeld onderwijsinstanties ten aanzien van het onderwijs aan hun kind vallen buiten de context van dit project, omdat het conflict dan draait om verschillen in inzicht over het belang van het kind en niet over het buiten beschouwing laten van dit belang. Om de impact en beleving van kinderen zichtbaar te maken van wie ouders in een langdurig conflict met de overheid verwikkeld zijn, hebben we een selectie gemaakt van dergelijke conflicten. Deze selectie is gebaseerd op eigen signalen (klachten en meldingen die bij onszelf zijn binnen gekomen) en op informatie vanuit de media. Informatie over de context van de problematiek is vooral gebaseerd op desk research.
De aard van het conflict of het wel/niet behoorlijk afhandelen van de (im)materiële schade zijn expliciet géén selectiecriteria geweest: we kijken in dit project niet naar de hersteloperatie zelf maar alleen naar de impact van het conflict. 33 Door middel van een brainstormsessie34 met het projectteam hebben we de volgende conflicten gekozen: 1. kinderen van de milieuschade rondom Tata Steel 2. kinderen van de Kinderopvangtoeslagaffaire 3. kinderen van de verzakkingen rondom kanaal Almelo-De Haandrik 4. kinderen van boeren die te maken hebben met stikstofmaatregelen 5. kinderen van de waterschade in Limburg De interviews De interviews met kinderen richtten zich op de twee belangrijke thema's uit dit project (zie ook bijlage 1). Het eerste deel van de interviews richtte zich op de eigen ervaring en beleving van kinderen van de problematiek die speelt en de impact die dit heeft op hun brede leefomgeving. Het doel hierbij was om zoveel mogelijk informatie te verzamelen over hun leven en welzijn. Bij de analyse van de opgehaalde informatie hebben we vervolgens naar specifieke aspecten gekeken (zie verder 3.3). Het gaat dan bijvoorbeeld over de thuissituatie, school en het contact met vrienden. Het tweede gedeelte van het interview ging in op het vertrouwen van kinderen in de overheid.
Hoe zien zij de relatie met de overheid? Hoe ervaren zij de rol van de overheid ten aanzien van de inwoners van Nederland?
33 Vanuit de Nationale ombudsman liep ten tijde van dit project een onderzoek van gelijksoortige aard.
Hierbij wordt gekeken naar het burgerperspectief in hersteloperaties en wat de overheid van eerdere ervaringen kan leren. Dit onderzoek is gepland te verschijnen in oktober 2023. 34 In overweging genomen zijn ook nog de kinderen van klokkenluiders, kinderen van militairen die met chroom 6 gewerkt hebben en de kinderen die in het aardbevingsgebied in Groningen wonen. Uit praktische overwegingen zijn deze groepen niet meegenomen in dit project. Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 19 van 42
In enkele gevallen is er ook gesproken met ouders of andere volwassenen die zich op verschillende manieren inzetten voor het conflict of daarbij betrokken zijn. 35 Relevante informatie uit die gesprekken is meegenomen in de analyse.
3.2 Werving van de kinderen De kinderen die we gesproken hebben voor dit project hebben we geworven via stichtingen die zich met de betreffende problematiek bezighouden, en op die manier gedupeerde ouders en kinderen kennen. Zo is Stichting Kant nog Wal actief ten aanzien van de Twentse problematiek en Stichting Frisse Wind ten aanzien van de problemen rondom Tata Steel. De Zolderkamer zet zich in voor kinderen van de kinderopvangtoeslagaffaire.36 Ook hebben we contact gezocht met organisaties die op regelmatige basis kinderen spreken, en daardoor op de hoogte kunnen zijn van de impact van het betreffende conflict. Zo is Jules aangemeld via een contact van de GGD in Limburg, en zijn de kinderen van boeren gevonden via LTO Noord. In totaal zijn voor dit project 16 kinderen gesproken, verdeeld over de vijf doelgroepen. Ten behoeve van de anonimiteit gebruiken we voor alle kinderen een pseudoniem.
Het gaat in dit project om de ervaringen van: o Milieuproblemen rondom Tata Steel: Ties (10 jaar), Meindert (10 jaar), Sam (12 jaar), Miriam (11 jaar), Jax (10 jaar), Noa (10 jaar) en Sander (18 jaar) o Kinderopvangtoeslagaffaire: Teun (24 jaar), Malika (18 jaar) o Verzakkingen rondom kanaal Almelo-De Haandrik: Sophia (13 jaar), Anna (11 jaar), Julia (11 jaar), Chomper (7 jaar) o Stikstofmaatregelen voor de boeren: Aukje (14 jaar) en Fardau (13 jaar) o Waterschade in Limburg: Jules (18 jaar)
3.3 Analyse van de gesprekken De interviewverslagen zijn geanalyseerd met behulp van MAXQDA, software voor kwalitatieve analyse. In eerste instantie zijn de interviewverslagen (deductief) geanalyseerd op basis van de 14 omgevingsvoorwaarden zoals we die ook in ander onderzoek van de Kinderombudsman meenemen. 37 De 14 omgevingsvoorwaarden zijn: 1. Adequate verzorging 2. Veiligheid thuis
8. Veiligheid in de buurt 9. Respect
3. Liefde en aandacht van ouders 4. Structuur, regels en ondersteuning
10. Sociaal netwerk van andere volwassenen 11. School en vrijetijdsbesteding
5. Goed voorbeeldgedrag van ouders 6. Interesse van ouders
12. Contact met leeftijdgenoten en vrienden 13. Voorbeeldgedrag van andere volwassenen
7. Stabiliteit en continuïteit in de opvoeding en verzorging
14. Zekerheid en continuïteit in de leefomstandigheden
35
Het betreft de doelgroepen: kinderen rondom Tata Steel, kinderen rondom het kanaal Almelo-De Haandrik en kinderen van de waterschade in Limburg 36 Het onderzoeksteam is zich er van bewust dat bij deze stichtingen ouders betrokken zijn die zich actief inzetten om het conflict met de overheid te agenderen en/of op te lossen. Dit geldt uiteraard niet voor alle ouders bij alle conflicten en in die zin kan er sprake zijn van een bias onder de kinderen die we voor het project gesproken hebben. Omdat (a) de actieve inzet van ouders ook een gevolg kan zijn van het conflict en (b) de verhalen van deze kinderen niet essentieel verschilden van de verhalen van kinderen die we op een andere manier geworven hebben, hebben we geen reden gezien af te zien van deze groepen kinderen. 37 Zie bijvoorbeeld de rapporten "Als je het ons vraagt", over het periodiek onderzoek naar het welzijn van kinderen in Nederland: De Kinderombudsman, 2016, 2018, 2020 en 2022. Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 20 van 42
Met betrekking tot de relatie met de overheid hebben we gekeken naar de relatie met de overheid van kinderen zelf, de relatie met de overheid van ouders en het rapportcijfer dat kinderen geven aan de overheid. Na deze eerste analyse hebben we (inductief) de verschillende thema's geanalyseerd op knelpunten en positieve punten. Voor de duiding hebben we ook gebruik gemaakt van wat volwassenen verteld hebben en wat we uit theorieën en eerder onderzoek weten.
3.4 Opbrengsten terugleggen bij de kinderen De informatie die we bij kinderen hebben opgehaald is gebruikt in de narratieven die verspreid over dit rapport zijn opgenomen. Deze narratieven zijn ter controle aan de kinderen voorgelegd. Om er zeker van te zijn dat onze conclusies en aanbevelingen aansluiten bij wat kinderen in dergelijke situaties nodig hebben, hebben we de kinderen in dit onderzoek ook gevraagd om mee te denken over de conclusies en aanbevelingen. Twee kinderen hebben hier positief op gereageerd. In een gesprek zijn de conclusies met hen besproken en is samen nagedacht over wat overheden kunnen doen voor kinderen waarvan ouders in conflict zijn met de overheid.
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 21 van 42
Kinderopvangtoeslagaffaire Verhaal van Teun (24 jaar): 'Zoek uit wat er precies is gebeurd' 'Ik was ongeveer 12 jaar oud toen de eerste aanslagen binnenkwamen. Mijn zus en ik merkten er toen eigenlijk niets van, want mijn moeder hield het voor ons verborgen. Wel merkte ik dat mijn moeder bijna geen geld had. Ik wist van niets, dus ik dacht dat het kwam door de scheiding van mijn ouders waardoor mijn moeder maar één inkomen had. Nu weet ik dat zij door de toeslagenaffaire in de financiële problemen zat. Door de schulden aan de Belastingdienst belandde mijn moeder in de schuldhulpverlening. Daar werd haar verteld dat zij waarschijnlijk zelf een fout had gemaakt. En dan zit er niets anders op om maar te betalen. Terugkijkend op die tijd, besef ik dat de relatie met mijn moeder toen niet zo goed was. Ik dacht dat zij zelf een fout had gemaakt. Terwijl ze steeds maar doorging en hard werkte om haar schulden te betalen aan de Belastingdienst. Hierdoor liep mijn moeder lang op haar tandvlees. Tegelijkertijd moest zij het helemaal alleen opnemen tegen een grote machtige organisatie waar je het gewoon niet van kan winnen. Toen mijn moeder officieel als gedupeerde werd aangemerkt, viel ze uit. Ze is nog steeds aan het herstellen en praat met een psycholoog. Ik vond het moeilijk om van mijn studietijd echt een tijd voor mijzelf te maken.
Thuis bleef ik mijn moeder zo veel mogelijk helpen. En ik had naast mijn studie altijd een baantje. Ik wilde zo snel mogelijk mijn studie afmaken. Geld uitgeven vond ik moeilijk. Misschien had je het morgen voor iets anders nodig? Met vrienden praat ik liever niet over mijn jeugd en de toeslagenaffaire. Alleen een kleine groep weet het. Dan hoef ik het niet steeds weer te herhalen. Bovendien, wat hebben ze eraan? Ik heb het ze pas verteld toen het ergste voorbij was. Ik heb bewust gekozen voor een studie die mij een vaste, goed betaalde baan biedt. Was het anders gelopen, dan was het waarschijnlijk geen negen tot vijf kantoorbaan geworden. Dan had ik denk ik voor een baan in de zorg gekozen. Persoonlijk wantrouw ik de overheid niet. Maar mijn vertrouwen in de gemeente is wel groter dan in de landelijke overheid in Den Haag. De mensen daar denken dat ze het wel weten. Maar ze hebben eigenlijk weinig zicht op de persoonlijke situatie van mensen. Ik ken wel kinderen die het vertrouwen helemaal kwijt zijn geraakt. Zij hebben zich van de overheid afgewend. Hierdoor komen ze moeilijk mee in de samenleving. Wat dat betreft zou de overheid zich moeten realiseren dat ze deze mensen echt hebben beschadigd. Ik denk dat de overheid wel de rol heeft om hier iets aan te doen. Bijvoorbeeld door mijn moeder te helpen met het oplossen van de financiële problemen.
En uit te zoeken wat er precies is gebeurd.
Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 22 van 42
Informatie over de Kinderopvangtoeslagaffaire Aard van het conflict: De kinderopvangtoeslagaffaire betreft een conflict tussen de Belastingdienst en ouders die kinderopvangtoeslag hadden aangevraagd en onterecht beschuldigd werden van fraude. Het betrof een groep ouders met een dubbele nationaliteit, waardoor de Belastingdienst institutioneel racisme verweten is. Ook werden ouders beschuldigd als de fouten eigenlijk bij de kinderopvangorganisatie lagen.38 Inmiddels zijn 27.000 ouders erkend als gedupeerde.39 Ongeveer 70.000 kinderen zijn geraakt door de toeslagenaffaire.40 Als gevolg van deze onterechte beschuldiging moesten ouders de volledige kinderopvangtoeslag terugbetalen, wat op kon lopen tot bedragen van €50.000 tot €100.000,-.41 Velen van hen raakten door de hoogte van dit bedrag in de schulden en/of kregen door de stress van de situatie (psychische) problemen. Er zijn kinderen uit huis geplaatst als gevolg van de problemen die gezinnen door deze affaire ondervonden.42 Betrokken partijen: Naast de Belastingdienst hebben ook het ministerie van Financiën en het ministerie van Sociale Zaken onjuist of onvoldoende gehandeld, evenals het kabinet zelf en de Tweede Kamer. Hersteloperatie (incl. positie kinderen): Hoewel de Belastingdienst uiteindelijk haar fouten erkende, duurde het nog tenminste twee jaar voordat er compensatieen herstelregelingen van de grond kwamen.
Deze lopen vooralsnog niet soepel.43 Van de ruim 60.000 personen die zich hebben aangemeld als mogelijk gedupeerde bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen, kwamen bijna 27.000 door de eerste toets. Zij krijgen €30.000 uitbetaald.44 De gedupeerde kinderen en jongeren krijgen een financiële compensatie van €1500 tot €7500. 45 Over deze herstelregeling hebben de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman begin 2023 hun zorgen geuit.46
38 https://www.trouw.nl/binnenland/de-toeslagenaffaire-uitgelegd-zo-kwam-het-ongekende-onrecht-tot-
stand~bef3c1f9/ 39 https://herstel.toeslagen.nl/dashboard-kinderopvangtoeslag/ (geraadpleegd op 3 juli 2023). 40 https://nos.nl/artikel/2386210-70-000-gedupeerde-kinderen-toeslagenaffaire-krijgen-tegemoetkoming 41 https://nos.nl/artikel/2310585-kabinet-geeft-300-ouders-in-zaak-kinderopvangtoeslag-compensatie 42 https://nos.nl/artikel/2402299-meer-dan-duizend-kinderen-gedupeerden-toeslagenaffaire-uit-huisgeplaatst 43 https://www.trouw.nl/binnenland/compensatie-voor-ouders-in-toeslagenaffaire-loopt-volledig-vast-crisisbij-de-belastingdienst~b08f9e9d/ 44 https://herstel.toeslagen.nl/dashboard-kinderopvangtoeslag/ (geraadpleegd op 3 juli 2023). 45 https://nos.nl/artikel/2386210-70-000-gedupeerde-kinderen-toeslagenaffaire-krijgen-tegemoetkoming 46 https://www.nationaleombudsman.nl/nieuws/nieuwsbericht/2023/zorgen-over-knelpunten-in-regelingvoor-gedupeerde-kinderen Kinderombudsman - Waar ik bij ben
blad 23 van 42
4 Kinderen over de impact op hun ontwikkeling In het rapport hebben we verschillende verhalen van kinderen uitgelicht. Voor dit project hebben we echter met meer kinderen gesproken dan in de verschillende narratieven uitgelicht zijn. Onderstaande resultaten zijn gebaseerd op de verhalen van al deze kinderen.
4.1 Impact op het gezin "De band met mijn ouders was wel minder (…). Ik had minder contact met ze. Door de stress kwamen ze ook in een burn-out, toen waren ze nog minder beschikbaar." (Malika, 18 jaar, kinderopvangtoeslagenaffaire) De gesprekken met kinderen laten zien dat de meeste ouders veel tijd en energie kwijt zijn aan het 'managen' van het conflict. Veel tijd gaat zitten in het contact met instanties en het aanleveren van bewijsstukken. Dit gaat vaak ten koste van de tijd en aandacht die ze voorheen besteed zouden hebben aan hun kinderen. Kinderen merken dat hun ouders niet beschikbaar zijn, zien dat hun ouders stress hebben en/of met zorgen rondlopen. Kinderen horen hun ouders erover praten en merken dat volwassenen bij elkaar komen om over de situatie te praten en actie te ondernemen. Zo vertelt Mirjam die in de buurt van Tata Steel woont dat haar vader met anderen belt in de auto en dat ze dan alles hoort: "Dan kun je het niet níet horen." Sommige kinderen vragen expliciet aan hun ouders om aandacht of om even te stoppen met praten over het conflict. De kinderen waarbij herstel plaatsvindt of heeft plaatsgevonden, merken dat hun ouders weer tijd en ruimte hebben voor hen.