RIS316440 Beantwoording Technische Vragen Rapport Enquêtecommissie Amare
Tekst van het document
78
SP
Hoofdstuk 8, pagina 562
Welke bronnen van inkomsten heeft Stichting Amare? Op welke verschillende manieren zet Stichting Amare zich in om inkomsten te vergaren?
Amare kan inkomsten verwerven door culturele activiteiten (rekenen zaalhuur bijv.) en door zakelijke activiteiten (verhuren van zaal voor congres bijv.). Wanneer Stichting Amare meer ruimte maakt voor zakelijke verhuur gaat dit ten koste van de culturele programmering en vice versa. Een gedetailleerde analyse van de inkomstenstroom van Amare is geen onderwerp van het onderzoek geweest.
Beantwoording Technische Vragen Rapport Enquêtecommissie Amare - Amare Bijzonder Complex - 22 september 2023 Vraagnummer
Indiener - Fractie
Rapport hoofdstuk en pagina
Vraag
Antwoord
79
SP
Hoofdstuk 8, pagina 563
"Zoet stelt dat het tekort nogmaals ongeveer 1 mln. euro per jaar bedraagt. Zoet stelt bovendien dat een verhoging van de gemeentelijke subsidie op korte termijn noodzakelijk is. De claim van Zoet is niet geverifieerd"; gaat deze claim worden geverifieerd, aangezien naar aanleiding van deze uitspraak het huidige tekort en de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage aangepast is?
De Enquêtecommissie raadt aan om het huidige tekort bij Stichting Amare grondig in kaart te brengen voordat de raad een beslissing neemt over de toekomstige bekostiging van Stichting Amare. De gemeente en Stichting Amare zouden gezamenlijk het huidige tekort moeten onderzoeken. Voor een eerste onderzoek hieromtrent is een onderzoeksvoorstel geschreven. De Enquêtecommissie weet niet of het onderzoek ook daadwerkelijk doorgang vindt of reeds tot bevindingen heeft geleid.
Het college beargumenteert dat gezamenlijk huisvesting de samenwerking tussen het RO, NDT en KC zal bevorderen en vereenvoudigen. Wat is het verschil tussen de exploitatiekosten van deze drie instellingen apart en de gezamenlijke exploitatiekosten in Amare?
De exploitatiekosten voor de gemeente van Amare liggen beduidend hoger dan bij het Lucent Danstheater (LDT) en de Dr. Anton Philipszaal (DAPZ). Kostenposten en de bijdrage van de gemeente in de bedrijfsplannen van Amare werden berekend op basis van de kosten en subsidiëring van de oude zalen. De kosten voor het huisvesten van de instellingen in Amare zijn echter aanzienlijk gestegen in vergelijking met de kosten van het huisvesten van de instellingen in de oude locaties. Dit komt voornamelijk omdat het KC niet gehuisvest was in het LDT en DAPZ en wel in Amare. De gemeente draagt veel bij aan de huisvesting van KC. Door het huisvesten van het KC is Amare ook aanzienlijk groter dan het LDT en DAPZ, wat ook de exploitatiekosten doet stijgen. Ook kostenposten zoals techniek (de stateof-the-art techniek in Amare is duur en vergt meer personeel met meer expertise) en beveiliging (de keuze voor een 'open' concept zorgt voor meer beveiligingskosten) maken de exploitatiekosten in Amare hoger.
80
81
D66
D66
Hoofdstuk 2.3.3., p. 45
Hoofdstuk 4.6, p. 167
Hoeveel geld zou de gemeente kwijt zijn geweest als de grondprijs verlaagd was voor de bouw van 30% sociale woningen? Is dat bedrag meegerekend bij de bekostiging van Amare of kwamen de woontorens anders niet van de grond?
Er zat een gat tussen het bedrag dat Haagse corporaties konden betalen voor sociale huurwoningen en het bedrag waarvoor de bouwer deze woningen kon bouwen. Dit gat had de gemeente kunnen dichten door de kosten van de bouwer te verlagen door de grondprijs met dit bedrag te verlagen. Het exacte bedrag is bij de Enquêtecommissie niet bekend. Dit bedrag is niet opgenomen in het budget van Amare. De prijs van de sociale huurwoningen is opgenomen in de overeenkomst van de bouw van de woontorens tussen Sonate en de gemeente. Er is opgenomen dat de sociale huurwoningen moeten worden aangeboden tegen marktconforme prijzen en wanneer Haagse corporaties deze niet willen afnemen de bouw van sociale huurwoningen niet langer verplicht is.
82
D66
Hoofdstuk 6.3.2, p. 283
De Enquêtecommissie heeft in documenten geen onderbouwing aangetroffen voor de keuze voor twee verschillende plafondbedragen. De enige verklaring wordt Is er meer informatie beschikbaar over de achtergrond van de keuze voor twee verschillende plafondbedragen, voor bouw enerzijds en onderhoud anderzijds, gegeven door de wethouder Stadsontwikkeling en Cultuur (Wijsmuller) in zijn openbaar verhoor waarin hij uiteenzet dat dit te maken heeft met de financiële die het principe van DBM ondergraven? Zo ja, in welk document? spelregels van de Gemeente Den Haag en de wijze waarop de kosten worden gedekt. Dit laat onverlet dat de Enquêtecommissie van mening is dat dit een foutieve keuze was.
83
D66
Hoofdstuk 6.3.6, p. 319
Werden er meer gunningscriteria gebruikt naast de economisch meest voordelige inschrijving? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
De aanbestedingsstukken gaan uit van gunning aan de partij met de economisch meest voordelige inschrijving. Dit betekent dat de keuze voor een inschrijving niet uitsluitend gebaseerd is op de laagste prijs (deze prijs was door het college vastgesteld) maar dat er rekening gehouden wordt met andere criteria die relevant zijn voor de opdrachtgever. Tot deze beoordeling wordt gekomen door de verschillende biedingen te vergelijken en aan relevante criteria scores toe te kennen (zie p.321).
84
D66
Hoofdstuk 6.3.6, pp. 326-327
Volgens het aanbestedingsrecht had het college niet direct mogen gunnen aan consortium BE-VS. Was het direct gunnen wel mogelijk geweest indien de raad was betrokken bij het besluit?
Nee. Ook indien de raad betrokken was geweest bij het gunningsbesluit had het college niet rechtstreeks mogen gunnen aan het consortium Boele & Van Eesteren B.V. i.c.m. Visser & Smit Bouw B.V. (later Cadanz). Vanwege de vele wezenlijke afwijkingen van de vraagspecificatie, opgenomen in een Faseovergangsdocument, had de bieding van het consortium namelijk ongeldig moeten worden verklaard. Betrokkenheid van de raad had dit niet kunnen veranderen.
85
D66
Hoofdstuk 6.4.1, p. 331
Is het mogelijk om de documenten waaruit de afspraken blijken die zijn gemaakt tussen het college en de instellingen (incl. de goedkeuringsrechten) ter inzage De Enquêtecommissie heeft beschikking over veel (geheime) documenten. Van de gebruikte documenten in het rapport is op onderdelen door de commissie de van de raad komen? geheimhouding opgeheven. Indien de raad oordeelt dat hij deze documenten wil inzien, kan hij deze documenten opvragen bij het college.
Het basisprincipe bij podiumkunsten is dat het Rijk grotendeels de kosten voor de creatie van kunst en cultuur subsidieert en de gemeentelijke subsidie gericht is op de kosten van de infrastructuur die voorstellingen mogelijk maakt, zoals huisvestingskosten (zie p. 791). 86
D66
Hoofdstuk 7.1.10, pp. 482-484
Hoe heeft de enquêtecommissie de conclusie getrokken dat de instellingen de huur en onderhoudskosten volledig van de gemeentelijke subsidie betalen? De instellingen hebben ook andere inkomsten. Elke vier jaar moet uit het MJB-Kunst en cultuur maar weer blijken of ze de vaste subsidie krijgen?
87
D66
Hoofdstuk 8.1.10, p. 556
Waarom wordt er gesproken over gederfde sponsorinkomsten op pagina 556? Deze sponsorinkomsten zijn toch niet misgelopen wegens omstandigheden, want ze zijn er nooit geweest?
Het is correct dat bij het verschijnen van het kunstenplan de subsidies worden vastgesteld en dat het geen zekerheid is dat de instellingen subsidie ontvangen. Het is dan ook theoretisch gezien mogelijk dat het NDT, RO en Stichting Amare geen subsidie meer ontvangen van de Gemeente Den Haag. In de praktijk is echter te zien dat de podiumkunsten mogelijk worden gemaakt door subsidies en dat het voortbestaan van de instellingen zonder gemeentelijke subsidie niet realistisch is. Het is volgens de Enquêtecommissie dan ook niet van toegevoegde waarde om rekening te houden met een situatie waarin de instellingen geen gemeentelijke subsidie meer ontvangen (zonder de instellingen op te heffen of te verhuizen).
In het raadsvoorstel dat het college in 2014 aan de raad voorlegt bestaat €15 mln. van de dekking van het krediet uit toekomstige sponsorinkomsten. Deze sponsorinkomsten worden niet gerealiseerd. Door recente afspraken wordt een klein deel, ter grootte van €2,7 mln (NCW 2023), van het overeengekomen bedrag door het KC uit andere middelen aan de gemeente voldaan. Dat betekent dat de overige €12,3 mln. met middelen van de gemeente gedekt moet worden. Omdat er inkomsten zijn misgelopen wordt aangegeven dat er sprake is van gederfde inkomsten.
De Enquêtecommissie pleit voor een betere ondersteuning van de raad door structureel benodigde expertise op een dossier extern in te huren. Er wordt aanbevolen om de raad en raadscommissies extern te ondersteunen bij majeure projecten, het opstellen van een eigen visie op het publiek belang bij majeure projecten en de externe ondersteuning in staat te stellen de raad te wijzen op onvolkomendheden in het besluitvormingsproces. 88
D66
Hoofdstuk 9.3, p. 613
Kan de enquêtecommissie een toelichten geven van de intensivering die bij de griffie vereist zal zijn om de raad beter te kunnen ondersteunen de griffie zoals aanbevolen? Wat zijn de geschatte kosten van de voorgestelde permanente externe ondersteuning?
De griffie speelt hierin een faciliterende en procesmatige rol. De griffie dient in kaart te brengen welke externe expertise er nodig is en begeleidt de ondersteuning van de raad en raadscommissies. Hiervoor is kennis en kunde nodig bij de griffie, waardoor ze geëquipeerd moet worden met menskracht en financiële middelen om dit in huis te halen. De kosten hiervoor zijn niet in kaart gebracht en dient te gebeuren in de uitwerking van de aanbeveling.
89
D66
Hoofdstuk 9.3, p. 614
Kan de enquêtecommissie nader toelichting geven over de rol en bevoegdheden van de rapporteurs? Kan hierbij specifiek worden stil gestaan bij de rolverdeling met de griffie?
De rapporteurs zijn de politieke aansturing van externe ondersteuning die een raadsvoorstel in meer detail analyseren. Het inhoudelijke onderzoekswerk wordt door de externe ondersteuning gedaan. De griffie faciliteert en begeleidt het onderzoek.
Beantwoording Technische Vragen Rapport Enquêtecommissie Amare - Amare Bijzonder Complex - 22 september 2023 Vraagnummer
Indiener - Fractie
Rapport hoofdstuk en pagina
90
D66
Hoofdstuk 9.3, p. 618
Vraag
Wordt er met de voorgestelde terbeschikkingstellingsovereenkomsten ook recht gedaan aan de werkelijke m2-oppervlakte waar de verschillende cultuurinstellingen gebruik van maken?
Antwoord
Nee. Het opstellen van een terbeschikkingstellingsovereenkomst zou enkel de huidige geldstromen versimpelen. Het verandert niets aan de oppervlakte van de instellingen en wat de instellingen en de gemeente netto ontvangen/uitgeven. Het is enkel een instrument om duidelijkheid te krijgen en de mythe te ontmaskeren dat er bij Amare sprake is van een bedrijfsmatig principe waarin de gemeente een deel van het geïnvesteerde kapitaal terugkrijgt door middel van gegeneerde kasstromen (zoals huur- en onderhoudsinkomsten).
91
GroenLinks
H9 p. 594
Het is correct dat de OZB een gemeentelijke belasting is en dat de OZB die de gemeente over Amare betaalt dus ook weer bij de gemeente terecht komt. Het heffen van OZB is echter een wettelijke taak. De gemeente kan het gebouw Amare dus niet vrijwaren van het betalen van OZB. Ook het college neemt de OZB mee in het berekenen van de toekomstige kosten en opbrengsten van de vastgoedexploitatie (zie Bijlage 11). Het is hoe dan ook een post die leidt tot een cash-out Met betrekking tot de toekomstige uitgaven aan Amare wordt steeds het getal van ca 255 mln. euro genoemd, waar ook de toekomstige OZB lasten onderdeel voor de gemeente. van zouden zijn. De OZB is echter een gemeentelijke belasting, die dus ook weer terugvloeit naar de gemeentekas. Is dit een correcte aanname, en waarom is de OZB dan meegerekend in de minimale toekomstige kosten die de gemeente zal hebben aan Amare? Het is juist dat de OZB ten goede komt aan de algemene middelen van de gemeente. De totale netto contante waarde (2023) van de OZB over een periode van 40 jaar (2021 - 2061) bedraagt €15,5 mln. Indien rekening gehouden wordt met het feit dat de gemeente deze inkomsten ontvangt ligt de totale financiële impact van Amare op de gemeentefinanciën dus €15,5 mln. lager.
92
GroenLinks
H6 p. 324
Wat is de juridische status van het Faseovergangsdocument?
In dit geval heeft het Faseovergangsdocument behorende bij de basisovereenkomst een juridische status. Het is aangehecht aan de overeenkomst en derhalve bedoeld om vast te leggen welke aanpassingen nog moesten worden verwerkt (om de aanbieding conform te maken). Om die reden kan uit het document worden opgemaakt waar de aanbieding niet conform was. Dat is voor de beoordeling (achteraf) van de aanbieding juridisch relevant.
93
GroenLinks
H6 p. 373
De enquetecommissie concludeert dat het opdelen van de ontwerpen in verschillende fasen ervoor zorgt dat het goedkeuringsproces voor de instellingen ingewikkeld en minder overzichtelijk wordt. Handelde de gemeente door het opknippen van de ontwerpen in strijd met de samenwerkingsovereenkomst?
De Samenwerkingsovereenkomst (SOK) is in 2013 overeengekomen tussen de gemeente en de instellingen voor het Spuiforum. Nadat in 2014 de keuze voor een nieuw plan is gemaakt zijn er in een allonge op de SOK wijzigingen overeengekomen zodat het document aan zou sluiten bij de nieuwe plannen. In deze documenten zijn geen afspraken gemaakt over het opdelen van de ontwerpen, dus het college handelde door het opknippen van de ontwerpen niet in strijd met de SOK. In het oorspronkelijke afspraken met de bouwer is wel overeengekomen dat de ontwerpen niet mogen worden opgesplitst. Hier is dus wel vanaf geweken door het college.
94
GroenLinks
H7 p. 502
"Als gevolg van het Prestatiecontract kunnen gebruikers weinig tot niets veranderen aan het gebouw." Voor welke aspecten van het onderhoud is de ontwikkelaar verantwoordelijk? En voor welk soort onderhoud staan de instellingen zelf aan de lat?
De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor de uitvoering van het eigenaarsonderhoud. De gemeente is opdrachtgever en heeft daarvoor in het kader van de DBM constructie een overeenkomst met een looptijd van 25 jaar gesloten met de ontwikkelaar. Het eigenaarsonderhoud komt erop neer dat het gebouw daarmee in dezelfde staat moet worden gehouden die het bij de oplevering had. De Stichting Amare is verantwoordelijk voor het gebruikersonderhoud. Dit betreft zaken als schoonmaak, bewassing van de ramen etc.
95
PvdA
H7 p481-482
In scenario 3 wordt geschetst dat er een bedrag van €2,8 mln nodig is voor een kwaliteitsimpuls voor het RO. Kan men aannemen dat wanneer er een kwaliteitsimpuls komt door middel van een aanvullende subsidie vanuit de gemeente, dit ook zal leiden tot potentieel hogere opbrengsten voor het RO? Bijvoorbeeld bij boekingen van het orkest op locaties buiten Amare.
Het is inderdaad zo dat een hoger aangeschreven orkest een hogere vergoeding kan vragen voor concerten buiten Amare. Dit zal evenwel een proces van meerdere jaren zijn.
96
PvdA
H7 p481-482
Nee. De verhoging van de bijdrage van de gemeente is gebaseerd op hoeveel subsidie hoger aangeschreven Nederlandse orkesten krijgen. Een verhoging van de Indien het antwoord op de voorgaande vraag ja is, is het dan mogelijk dat opbrengsten uit boekingen van het RO nog impact kunnen hebben op de hoogte van bijdrage van de gemeente met €2,8 mln. geeft het RO dezelfde middelen als bijvoorbeeld het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO). In de hoogte van de de benodigde subsidiestroom? bijdrage van de gemeente is dus al rekening gehouden met hogere inkomsten uit concerten buiten Amare.
97
PvdA
H8 p562-563 + bijlage 10
98
CDA
9.2 - p. 603
en 7.1.10 - p. 482
Bij berekening van de scenario's voor de exploitatiesubsidie is rekening gehouden met een inflatieindex over de afgelopen 13 jaar (bijlage 10). De commissie noemt ook dat de jaarlijkse subsidies in alle drie de scenario's niet geïndexeerd zijn voor wat betreft de periode waarvoor zij uitgekeerd zouden moeten gaan worden (p. 562). Is de aanname dan correct dat de exploitatiesubside zeker nog zal moeten stijgen vanwege inflatie gedurende de komende 40 jaar als de kwaliteit van de programmering gelijk dient te blijven?
Wat is de toegevoegde waarde van het betalen via Stichting Amare? wat is de reden voor deze keuze geweest, zowel voor de instellingen als het college als Amare zelf.
Ja, dat is correct. De subsidie van de gemeente uit het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur wordt jaarlijks geïndexeerd. Het aanhouden van de huidige kwaliteit van de programmering betekent dus dat de subsidie (in absolute zin) in de toekomst zal stijgen.
Een constructie waarin subsidie wordt gegeven en een constructie waarin de gemeente huur en onderhoudskosten vraagt van gehuisveste instellingen is in vele gevallen van toegevoegde waarde. Het wordt echter problematisch wanneer de inkomsten van de gemeente (huur en onderhoudskosten) worden betaald van subsidie die de gemeente zelf ter beschikking stelt. Zodoende worden geldstromen nodeloos complex. In het geval van Amare hebben de verschillende geldstromen geen toegevoegde waarde. Het creëert slechts de illusie dat de gemeente inkomsten genereert uit Amare, terwijl de gemeente deze inkomsten zelf bekostigt.
Het college stelt dat de bouwkosten van Amare ruim €210 mln. bedragen. De Enquêtecommissie concludeert dat €38 mln. aan kosten onterecht niet aan het projectbudget zijn toegerekend (zie Figuur 8.21 op p. 556). Daarom stelt de Enquêtecommissie dat de bouwkosten van Amare ruim €248 mln. bedragen. 99
CDA
9.2 conclusies - p. 603
Wat is het verschil tussen de verschillende bouwkosten en hoe vallen deze verschillen te verklaren?
Naast de bouwkosten zijn er de kosten voor het gebruik van het gebouw. Deze bestaan uit kosten van de vastgoedexploitatie (kapitaallasten, overige eigenaarslasten zoals belastingen en verzekeringen en huurinkomsten) en de bijdrage van de gemeente aan de exploitatie van Amare. De totale bouwkosten, de reeds uitgegeven en toekomstige kosten voor vastgoedexploitatie en de reeds uitgegeven en toekomstige bijdrage aan de exploitatie is in totaal ruim €520 mln. (zie p. 568).
Beantwoording Technische Vragen Rapport Enquêtecommissie Amare - Amare Bijzonder Complex - 22 september 2023 Vraagnummer
Indiener - Fractie
100
CDA
p. 9 en p. 600-601
101
CDA
p. 600
102
CDA
Vraag
Rapport hoofdstuk en pagina
p. 606
Antwoord
Hoe kan het dat het voor sommige raadsleden wél duidelijk was dat het onderhoudsbudget niet in het plafondbedrag was opgenomen?
Zie hiervoor ook het antwoord op de technische vraag nummer 10 van de ChristenUnie/SGP. De kritiek van de Enquêtecommissie op het raadsvoorstel van het college is dat ten onrechte herhaaldelijk is aangeven dat sprake is van één geintegreerde opdracht voor het ontwerp, de bouw en het onderhoud van het gebouw. Voor de uitvoering van het onderhoud wordt echter een aanvullend bedrag van €1,75 mln. per jaar betaald (vooor een periode van 25 jaar) waarover de raad niet actief is geinformeerd. Desalniettemin blijkt uit de beantwoording door het college van de door de raad gestelde technische vragen in het najaar van 2014 dat sprake is van een aparte onderhoudscomponent waarvoor apart betaald gaat worden. Ook is tijdens de behandeling van het raadsvoorstel op 7 november een motie aangenomen waarbij er aandacht is voor deze twee bedragen (zie p. 503). Dit betekent dat raadsleden wel hadden kunnen weten dat er sprake was van twee bedragen en dat sommige raadsleden (met meer ervaring met DBM) hier dan ook op bedacht waren. Dit neemt niet weg dat het de plicht was van het college om de twee bedragen duidelijk op te nemen in het raadsvoorstel zodat het voor alle raadsleden (ook voor degenen zonder vergaande kennis van deze contractvorm) helder was.
Wat zijn de Risico's van DBM?
De Enquêtecommissie concludeert dat de risico's van DBM niet volledig aan de raad zijn gepresenteerd. Voorbeelden van mogelijke risico's zijn: planwijzigingen en meerkosten die optreden door een onduidelijke vraagspecificatie, substantiële invloed van de instellingen bij de ontwerpen, minder sturingsmogelijkheden vanuit de raad op het ontwerp en innovaties op het gebied van theatertechniek of visie- veranderingen waarvoor het contract geen ruimte laat. Zie ook p. 281 t/m 284.
Er wordt gesteld dat de keuze voor DBM een politieke keuze is geweest. Wat zijn dan de politieke overwegingen geweest voor de keuze voor DBM?
Tijdens de coalitieonderhandelingen in 2014 wordt al snel duidelijk dat een compromis over het dossier Spuiforum noodzakelijk is om een nieuw college te kunnen vormen. De belangrijkste voorwaarden waaraan een nieuw plan moet voldoen zijn dat het nieuwe plan goedkoper moet worden dan het Spuiforum en dat ten opzichte van de oorspronkelijke planning maximaal één jaar vertraging mag ontstaan. Dit leidt tot de keuze voor een geintegereerde contractvorm (Design, Build and Maintain) waarbij beter gestuurd zou kunnen worden op deze twee aspecten. Dit besluit is grotendeels genomen op het advies van de toenmalig AD DSO (Jägers) en zonder een grondige analyse van de toepasbaarheid van deze contractvorm bij dit cultuurgebouw (zie ook 6.2 vanaf p. 251). Door het gebrek aan een gedegen voorbereiding blijkt echter tijdens het proces dat DBM geen garantie biedt voor het sturen op tijd en geld. Ook wordt er ingeleverd op de kwaliteit, waardoor er in 2018 een packagedeal moet worden gesloten om ontwerpverbeteringen te kunnen doorvoeren.
Waarom zijn deze functionaliteitseisen moeilijker te vatten in algemeen geformuleerde eisen zoals bij DBM nodig is. Ik begrijp dat een gebouw met dergelijkefucntionaliteitseisen bij een DWM aanbesteding onwenselijk is omdat de ontwerpvrijheid van de aannemer wordt beperkt, maar waarom moet het programma van eisen specifieker bij een DWM aanbesteding dan bij een ander soort aanbesteding? De unieke functionaliteitseisen zijn toch gebonden aan het (doel van het) gebouw, niet aan de aanbestedingsvorm?
Het klopt dat de unieke functionaliteitseisen gebonden zijn aan het (doel van het) gebouw. De wijze waarop de eisen gesteld worden hangt echter weldegelijk af van de aanbestedingsvorm. Een geintegreerde opdracht (DBM) kent namelijk andere uitgangspunten dan een traditionele opdracht. Bij een DBM- opdracht moeten de eisen in functionele termen worden omschreven, terwijl bij een traditionele aanbesteding zeer gedetailleerde technische specificaties worden geven. De specifieke functionaliteit van het cultuurgebouw Amare, met vier instellingen met elk een eigen karakter en specifieke eisen, brengt echter met zich mee dat de eisen zich niet goed laten weergeven in algemene meer ouput gerichte termen. In de vraagspecificatie is dit niet goed verwerkt waardoor het college een aanbesteding start met ontwerpvrijheid voor de opdrachtnemer waarbij het tegelijkertijd dezelfde opdrachtnemer bindt aan zeer specifieke en gedetaillerde eisen (zie ook p.300). Daarmee is sprake van een hybride aanbestedingsvorm die tot grote problemen leidt.
103
CDA
p. 7 en 606.
104
CDA
p. 6 en p. 390 e.v. en p. 606
Waarom leidt de packagedeal tot een verhoging van het budget met 33,5 miljoen?
De packagedeal is opgebouw uit €20 mln. voor ontwerpaanpassingen, €11 mln. voor aanpassingen binnen de bestaande opdracht aan Cadanz, €1,7 mln. voor extra bouwrente en €0,8 mln. wordt toegevoegd aan de post onvoorzien (zie 8.1.4 op p. 534). Van de packagedeal gaat dus €31 mln. naar Cadanz en wordt €2,5 mln. voor andere posten binnen het projectbudget gealloceerd.
105
CDA
p. 607
Is bij de Raad bekend geweest dat Cadanz niet aan de vraagspecificatie voldeed?
Op het moment van gunning was dit niet bekend bij de raad. In november 2015 (dus 2 maanden na de gunning) worden door de raad schriftelijke vragen gesteld over de aanbesteding en in de beantwoording van deze vragen wordt door het college het Faseovergangsdocument genoemd. Uit de beantwoording blijkt dat het gewicht van het Faseovergangsdocument door het college wordt afgezwakt. Het document zelf wordt niet met de raad gedeeld (zie p.327).
106
CDA
Hoofdstuk 7.2 - p. 490 e.v.
Hoeveel is bedacht dat er gesponsord zou worden (ik lees meerdere bedragen: 15, 18 en 5 miljoen) en hoeveel is er uiteindelijk gesponsord?
Het college kiest voor een bedrag van €15 mln. als mede dekking van de investering. Zie ook de antwoorden op vraag 64 en 65.
107
CDA
Hoofdstuk 7.2 - p. 492
Hoe is de stap van 5 miljoen volgens dixons in 2011 naar 15 miljoen in 2012 gemaakt? (hoe) heeft het college deze stap onderbouwd?
Dit was een politieke keuze die voortkwam uit de wens om een substantieel deel van de investering bij de markt neer te leggen. Het was echter bij het college bekend dat deze keuze onrealistisch was. Van onderbouwing is geen sprake.
108
CDA
Hoofdstuk 2.2.5 - p. 115
Een interne auditfunctie en bijbehorend en audit charter kan bijdragen aan beter gemeentelijke risicomanagement. Op welke manier ziet de enquetecommissie dit voor zich?
De auditfunctie is onderdeel van de gemeentelijke checks and balances. De interne auditfunctie is bedoeld om de processen in de gemeentelijke organisatie en de daarmee samenhangende risico’s in beeld te brengen en te beheersen. Een sterke auditfunctie, die zich bewust is van het belang van het geven van tegenspraak, speelt daarom een belangrijke rol in het controleproces binnen de gemeente. Het opstellen van een charter waarin formeel wordt vastgelegd wat de bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden van de auditfunctie zijn lijkt de Enquêtecommissie een goede stap in het versterken van de auditfunctie.
109
CDA
p. 93
Zou mbt tot de toekomstige kosten nog steeds publieke belangen, de gevolgen van risico's, de kans op die risico's, de beheersmaatregelen en de restrisico's in kaart gebracht kunnen worden?
Er wordt aangenomen dat de vraag betrekking heeft op de toekomstige kosten van Amare. De genoemde risico's en beheersmaatregelen moeten absoluut in kaart worden gebracht wanneer aan de raad wordt gevraagd een beslissing te nemen over de toekomstige bekostiging van Amare. In het bijzonder is het van belang dat zowel het college als de raad het publiek belang van Amare definieert (zie Aanbeveling 1, p.611).
110
CDA
Hoofdstuk 2.3.4. - p. 67 en 69.
Wat zijn de consequentie gewest van het met 1.5% verminderen van de subsidies aan de acht grote instellingen, waaronder Stichting Amare, het NDT en het RO?
De Enquêtecommissie kan enkel uitspraken doen over Stichting Amare, RO, NDT en KC. Het met 1,5% verlagen van de subsidie heeft bij Stichting Amare ervoor gezorgd dat de al bestaande tekorten nog groter werden.
111
VVD
9.1.2 Hoofdvraag 2, Pagina 591
In het rapport wordt gesteld dat de kwaliteit van de informatievoorziening door het college aan de raad op verschillende aspecten onvoldoende is geweest en In interviews en verhoren komt naar voren dat colleges op eenzelfde manier betrokken waren bij Amare als bij andere grote projecten. Collegeleden konden zich dat het college op sommige momenten heeft geweten dat de informatie die zij aan de raad verstrekte op sommige punten onvolledig, onrealistisch of zelf van de status en voortgang van het project vergewissen via collegestukken. onjuist was. Uit het rapport wordt bovendien duidelijk hoeveel druk er op het proces heeft gezeten. In de periode 2013 werden in hoog tempo meerdere raadsvoorstellen naar de raad gebracht en om een besluit gevraagd. Dat geldt zeker ook voor de periode 2014 – 2017. De Enquêtecommissie heeft geen aanwijzingen gekregen dat collegeleden onvoldoende mogelijkheid hebben ervaren om zich voor te bereiden op de Vraag: Hoe is het collegiaal bestuur binnen colleges vormgegeven?! In welk detail waren colleges in de breedte betrokken bij het project, de risico's en keuzes besluitvorming omtrent Amare. Hierop is één uitzondering: de OCC-journaals (zie p. 385).
Collegeleden geven in interviews en verhoren aan dat zij moeilijk die werden gemaakt binnen het project? Zijn wethouders, anders dan de verantwoordelijk wethouder, voldoende in de gelegenheid gebracht de inhoud tijdig konden inschatten 'in hoeverre zij op de informatie uit de OCC-journaals konden leunen'. Deze documenten hadden namelijk geen juridische- en economische en voortdurend tot zich te nemen? In hoeverre hadden collegeleden informatie tot hun beschikking om te kunnen vaststellen welke informatie wel en niet aan check gehad. Overigens wordt door het college slechts in een korte periode gebruik gemaakt van OCC-journaals. de raad werd verstrekt?
112
VVD
9.1.2 Hoofdvraag 2, Pagina 591
Hoe was de informatievoorziening tussen de wethouders in de verschillende colleges geregeld? Welke termijnen voor het aanleveren van stukken voor de collegevergadering werden gehanteerd en werden deze termijnen ook gehaald bij stukken aangaande Amare? In het geval de termijnen niet werden gehaald, welke invloed heeft dit (mogelijk) gehad op de besluitvorming in het college?
De Enquêtecommissie heeft geen aanwijzingen gekregen dat collegeleden onvoldoende tijd hebben gehad om zich voor te bereiden op de besluitvorming omtrent Amare. De exacte aanlevertermijnen voor stukken is bij de Enquêtecommissie niet bekend.
Beantwoording Technische Vragen Rapport Enquêtecommissie Amare - Amare Bijzonder Complex - 22 september 2023 Vraagnummer
113
114
115
Indiener - Fractie
VVD
VVD
VVD
Rapport hoofdstuk en pagina
9.1.2 Hoofdvraag 2, Pagina 591
9.1.2 Hoofdvraag 2, Pagina 591
Vraag
Is het mogelijk dat bij hetgeen in vraag 1 beschreven tijdsdruk invloed gehad kan hebben op besluitvorming in het college? Zo ja, welke gevolgen heeft dat gehad?
Was, in de verschillende colleges, de gezamenlijke verantwoordelijkheid van een collegiaal bestuur voldoende gewaarborgd rondom Amare?
Antwoord De Enquêtecommissie concludeert dat tijdsdruk een bron van vele fouten in het project is geweest. Dat het ook de besluitvorming in het college niet ten goede is gekomen is zeer goed mogelijk. Daarbij dient wel vermeld te worden dat de tijdsdruk door het college zelf werd opgelegd. Het waren politieke besluiten van het college om een onrealistisch strakke planning aan te houden.
In de periode voor 2013 valt het dossier onder de verantwoordelijkheid van twee wethouders: de wethouder Stadsontwikkeling (DSO) en de wethouder Cultuur (OCW). In 2014 wordt Wijsmuller verantwoordelijk voor beide portefeuilles: dus zowel Stadsontwikkeling als Cultuur. Uit de verhoren blijkt dat het dragen van deze twee petten op sommige momenten een ingewikkelde opgave is geweest, met name toen de frictie op het project tussen de betrokken partijen toenam. Dit heeft tot gevolg gehad dat Wijsmuller op sommige moment informatie niet tijdig heeft gedeeld met zijn mede-wethouders. Met name de bouwstop in 2017 kwam voor de andere wethouders alsook voor de burgemeester als een onaangename verrassing. Dit is niet bevordelijk geweest voor de sfeer en de werking van het collegiaal bestuur. Wethouder Van Engelshoven heeft in deze periode Wijsmuller gedurende een korte tijd ondersteund op het project. Na de verkiezingen in 2018 kwam de verantwoordelijkheid weer bij twee wethouders te liggen en werd de draagkracht vanuit het college groter.
Hierop wordt ingegaan in H5.5 (vanaf p.216). In november 2012 stemt de raad in met het opstellen van een Voorlopig- en Definitief Ontwerp op basis van de versoberde uitgangspunten en de bijgestelde stichtingskosten van €181,1 mln. Daarbij wordt als voorwaarde gesteld dat uit de kostencalculatie bij dit Voorlopig In het rapport wordt gesteld dat de raad in 2012 akkoord geeft op een financieel kader van €181,1 mln, maar er wordt hiermee door de raad nog geen akkoord Ontwerp in 2013 moet blijken dat de stichtingskosten van €181,1 mln. niet worden overschreden. 8.1.1 Raadsvoorstel 2012 financieel kader Spuiforum, gegeven op het uitgeven van dit krediet. Kon de raad op basis van het akkoord op het financiele kader nog besluiten dit bedrag toch niet uit te geven? Graag Pagina 517 expliciteren hoe dit werk. In juli 2013 wordt de kredietaanvraag voor het Spuiforum voorgelegd aan de raad. Er is, volgens het college, voldaan aan de voorwaarde die in 2012 gesteld was door de raad. Daarmee wordt het voorstel van november 2012 financieel bekrachtigd. Indien er niet aan deze voorwaarde was voldaan had de raad het kredietvoorstel niet kunnen goedkeuren.
In het geval Stichting Amare in financieel zwaar weer komt heeft de exploitant geen financiële ruimte meer om gastprogrammering aan te bieden. Dan kan zij enkel nog de beheertaak van Amare vervullen. Ter indicatie, de gastprogrammering beslaat circa 65% van de totale programmering in Amare. Dit betekent dat er een duur, gerenommeerd cultuurcomplex gebouwd is, waarvan slechts 35% van de capaciteit gebruikt wordt. Dit wijkt sterk af van de vooraf gestelde ambitie. 116
VVD
8.3 BEDRIJFSEXPLOITATIE, Pagina 562
Is er door het college rekening gehouden met of geanticipeerd op de eventuele gevolgen voor de gemeentefinanciën als de stichting Amare onverhoopt in financieel zwaar weer zou komen? Welke rol speelt de gemeente dan en welke (financiële) verantwoordelijkheid draagt de gemeente? Hierbij graag een toelichting op de formele verantwoordelijkheid alswel op de haalbaarheid van de door het college gestelde doelen voor de exploitatie van Amare?
117
VVD
8.3 BEDRIJFSEXPLOITATIE, Pagina 562
Kan de enquêtecommissie aangeven of het niet delen van de risicoanalyse, zelfs als het bestaan van de analyse wel met de raad is gedeeld, een beslissing was van de verantwoordelijk wethouder of een beslissing van het college? Kan de commissie aangeven op welke wijze de besluitvormingsrisico’s en exploitatierisico’s zijn meegenomen in de risicoanalyse uit 2013?
118
VVD
2.5.3 Risicomanagement in de planvorming van Amare, Pagina 101
De Enquêtecommissie concludeert dat belangrijke mogelijke risico's op dit project door het college structureel onderbelicht zijn gelaten in raadsvoorstellen. Hoe hebben de beperkte aandacht voor een aantal belangrijke risico's en het ontbreken van een volledige risicoanalyse invloed gehad op het vermogen van de Tegelijkertijd geldt dat de raad, als hoogste orgaan van de stad, hierop onvoldoende heeft gereageerd. De raad kan het college op dragen de raadsvoorstellen gemeenteraad om haar controlerende en kaderstellende taken uit te voeren? vollediger en adequater te maken.
Paragraaf 2.2. Gebiedsontwikkeling pagina 33
In het rapport wordt aangegeven dat de stukkenstroom van het college naar de Raad complex, onoverzichtelijk en onsamenhangend was. Hoe was de informatievoorziening over dit onderwerp tussen de verschillende wethouders?
119
VVD
In het geval van een faillissement van Stichting Amare heeft Amare geen exploitant meer. De gemeente is echter contractueel verplicht te faciliteren dat het RO en het NDT een vast aantal voorstellingen per jaar kunnen geven in Amare. Met het KC is contractueel overeengekomen dat het KC voor 40 jaar onderwijsactiviteiten kan verzorgen in Amare. Dit betekent dat het niet exploiteren van Amare (de deuren dicht en de lichten uit) contractueel geen optie is. Bij faillissement van Stichting Amare zal de gemeente Amare op een andere wijze moeten exploiteren, waarbij dezelfde budgetaire problemen als bij Stichting Amare zullen gaan spelen.
Het college brengt raadsvoorstellen in. Het raadsvoorstel is opgesteld door de verantwoordelijk wethouder Norder. In 7.1.4 (vanaf p.458) wordt ingegaan op de exploitatie bij de kredietverlening Spuiforum en komen de genoemde risico's aan bod.
De Enquêtecommissie heeft tot aan 2017 geen onrechtmatigheden ontdekt in de informatievooziening tussen de verschillende wethouders. Omdat het college na de bouwstop volledig geïnformeerd wil worden over de ontwikkelingen op het project, worden vanaf januari 2018 door de wethouder Stadsontwikkeling en Cultuur (Wijsmuller) “OCC-journaals” onder de arm meegenomen naar het college. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 111.Tijdens de vergaderingen worden leespauzes ingelast. Na de vergadering worden de OCC- journaals weer ingenomen. Dit is niet gangbaar binnen de gemeente en na een paar maanden is hier dan ook mee gestopt.
Na het eerste rapport van Rebel Group is dit niet door het college aangepakt. Na het tweede rapport van Rebel Group, waarin de waarschuwing werd herhaald, heeft het college naast de hoogte van de grondopbrengst ook de kwaliteit van de onderbouwing van de grondopbrengst meegenomen als beoordelingscriterium. 120
VVD
4.4 ROL VAN HET SPUIKWARTIER IN AANBESTEDING AMARE, Pagina 157
Hoe zijn de risico’s van perverse prikkels in verband met de grondopbrengsten in de beoordelingscriteria waar Rebel Group voor waarschuwde door het college aangepakt en welke gevolgen zijn er aan deze signalen gegeven?
Deze maatregel van het college ondervangt echter het risico waar Rebel Group op wijst niet omdat de impact van de hoogte van de grondopbrengst in de score beduidend groter is dan de impact van de kwaliteit van de onderbouwing. Zo kon Boele & Van Eesteren-Visser & Smit (later Cadanz) een onrealistisch hoge grondopbrengst indienen en toch een significant hogere score op dit beoordelingscriterium krijgen dan Heijmans. Zie voor meer uitleg p. 156 - 159.
Kan de enquêtecommissie aangeven of er een rede kan zijn en welke rede dit dan was, om de aanbeveling (…) het mee laten lopen van de (opbrengsten) van de commerciële voorzieningen in de gunning (…) niet te verwerken in de beoordelingscriteria?
121
VVD
4.4 ROL VAN HET SPUIKWARTIER IN AANBESTEDING AMARE, Pagina 157
122
VVD
5.6 DEELCONCLUSIES, Pagina 244
123
VVD
N.V.t
Heeft het college nadat de raad om aanvullende informatie heeft gevraagd (delen van) deze informatie niet gedeeld met de raad, zo ja op grond waarvan heeft het college dat gedaan en kan de enquêtecommissie aangeven of dit rechtmatig was? Kan de enquêtecommissie aangeven om welke situaties dit gaat?
De Enquêtecommissie heeft niet vastgesteld dat door de raad gevraagde aanvullende informatie niet is gedeeld door het college.
124
VVD
2.1.2 Cultuur, Pagina 29
In hoeverre heeft de in het coalitieakkoord van 2014-2018 beschreven ambitie om Den Haag te nomineren voor Europese Culturele Hoofdstad in 2018 een rol gespeeld in het snel willen realiseren van het complex Amare en in het geval dit een rol speelde, hoe uitte zich dat in het proces?
Na het uitkomen van het meerjarenbeleidsplan 2013 – 2016 wordt eind 2012 bekend dat Den Haag is afgevallen in de race om Culturele Hoofdstad van Europa in 2018 te worden (zie pagina 57). Dit impliceert dat de nominatie voor Culturele Hoofdstad vanaf 2012 geen rol meer speelde. Tevens is in september 2014 besloten dat het gebouw pas vanaf de zomer van 2019 in bedrijf moet zijn.
Er is geen goede reden om de aanbeveling van Rebel Group niet over te nemen.
Uit het rapport blijkt dat de rol van de raad bij het bijsturen van de plannen na 2009 beperkt was. Hoewel er veel discussies en debatten in de raad waren over De raad heeft, als hoogste orgaan van de stad, het recht en de plicht om het college te controleren en kaders te stellen. Ook bepaalt de raad waar het geld van de het Spuiforum-project, had de raad geen doorslaggevende bevoegdheid om belangrijke wijzigingen in de plannen door te voeren. Wat waren hierbij de gemeente aan wordt uitgegeven. Dit betekent dat de raad een doorslaggevende rol heeft in het beoordelen en goedkeuren van de voorstellen vanuit het college. wettelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de raad en was deze rol voldoende duidelijk vastgelegd? Deze rol moet de raad oppakken.