RIS316440 Beantwoording Technische Vragen Rapport Enquêtecommissie Amare
Tekst van het document
Beantwoording Technische Vragen Rapport Enquêtecommissie Amare - Amare Bijzonder Complex - 22 september 2023 Vraagnummer
Indiener - Fractie
Rapport hoofdstuk en pagina
Vraag
1
ChristenUnie/SGP
54
Sponsorbedragen worden illusoir genoemd. Zijn de geraamde opbrengsten voor sponsoring en de haalbaarheid van de bedragen ooit onderzocht of onderbouwd?
De beoordeling door de adviescommissie Kunst en Cultuur (2013-2016) waarnaar verwezen wordt op p.54 betreft de sponsorsopbrengsten van enkel het RO. Dit betreft dus niet de sponsoropbrengsten (realisatie gebouw) die worden behandeld in hoofdstuk 7.2. Er is geen specifieke onderbouwing van de sponsoropbrengsten voor de programmering RO bekend bij de Enquêtecommissie. Het RO benoemt bondig in zijn eigen jaarverslagen 2010-2013 een mogelijke stijging van de inkomsten, echter zonder stevige onderbouwing.
2
ChristenUnie/SGP
102
Is er een reden bekend waarom de risico-analyse niet met de raad gedeeld werd? Is daarop gestuurd?
In 2010 maakt Twystra Gudde in opdracht van de gemeente een risicoanalyse van het Dans- en Muziekcentrum. Deze risicoanalyse wordt betaald uit het voorbereidingskrediet dat de raad in 2009 beschikbaar stelt. Het niet-doorgaan van het project wordt als risico opgenomen waaruit blijkt dat het niet-realiseren van het project per definitie als onwenselijk wordt aangemerkt. Heel opmerkelijk is dat de risicoanalyse niet met de raad wordt gedeeld. Redenen daarvoor zijn niet vastgelegd en daarom niet te achterhalen. De raad, die wel is geinformeerd over het feit dat de risicoanalyse is uitgevoerd, vraagt er ook niet om.
Antwoord
3
ChristenUnie/SGP
104
Waarom werden exploitatierisico's niet meegewogen? Is dat een bewust keuze en zo ja is helder door wie besloten is dat niet te doen?
Het is de Enquêtecommissie niet duidelijk geworden waarom de exploitatierisico's (onterecht) niet zijn meegenomen in het Raadsvoorstel inzake Kaders en Krediet Spuikwartier 2013, terwijl deze risico's in 2010 wel zijn genoemd. De Enquêtecommissie concludeert ten aanzien van verschillende aspecten rond de besluitvorming van Amare dat het college de raad heeft misleid. Dit geldt bijvoorbeeld op het gebied van de sponsoring, de exploitatieramingen en de positie van het KC (zie Conclusie 2, p.600). Misleiding gaat verder dan nalatigheid. Ten aanzien van het weglaten van de exploitatierisico's stelt de Enquêtecommissie niet vast of dit nalatigheid was danwel opzettelijk handelen en daarmee misleiding. Het is echter wel opmerkelijk dat het college hier in 2013 niet opnieuw aandacht aan heeft besteed (zie p.104).
4
ChristenUnie/SGP
104
Risico op verminderde sponsorinkomsten is weggelaten. Is dat bewust gedaan?
In de risicoanalyse behorende bij het raadsvoorstel Spuikwartier 2014 is het risico op verminderde sponsorinkomsten onterecht weggelaten. Dit risico had door het college moeten worden vermeld omdat uit de openbare vehoren blijkt dat het college wist dat de hoogte van het sponsorbedrag onrealistisch hoog was. Hierdoor was het zeer aannemelijk dat dit risico (verminderde sponsorinkomsten) zich zou manifesteren en de €15 mln. aan sponsorgelden niet zou worden opgehaald. De Enquêtecommissie concludeert daarom dat het college de raad op dit punt heeft misleid.
5
ChristenUnie/SGP
185/186
Wie is er in een dergelijk geval aanvrager van een integriteitsonderzoek? Kan de aanvrager zichzelf buiten het onderzoek houden?
De Algemeen Directeur DSO heeft in samenspraak met de interim-gemeentesecretaris besloten tot het instellen van een integriteitsonderzoek (zie p. 178). De Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) is de opdrachtgever van het integriteitsonderzoek. De bestuurlijke aansturing door het college en de ambtelijke top is in dit integriteitsonderzoek niet meegenomen.
6
7
8
ChristenUnie/SGP
ChristenUnie/SGP
ChristenUnie/SGP
204 bovenaan
241
244
Risico's worden niet gespecificeerd. Kan de commissie duiden waarom niet?
De Enquêtecommissie concludeert (Hoofdstuk 5, deelconclusie 2) dat er sprake is van een tunnelvisie waarbij door het college wordt gestuurd op gezamenlijke huisvesting van de vier instellingen en er een nieuw gebouw moest komen. Dit heeft tot gevolg gehad dat verschillende varianten (zoals het niet- realiseren of het realiseren van een goedkopere variant) niet uitvoerig zijn onderzocht en in het raadsvoorstel beperkt worden uitgewerkt. De bijbehorende risico's zijn daardoor onderbelicht.
De eerste second opinion door Twynstra kwam ongeveer overeen met geraamde stichtingskosten door college. Een third opinion (door BBN) liet zien dat de kosten 60 mln hoger kwamen te liggen. Hoe is dat verschil te verklaren? En hoe is daarop geacteerd?
In augustus 2013 is door Twynstra Gudde (in opdracht van het college) een second opinion uitgevoerd op de kostenraming behorend bij het Voorlopig Ontwerp van het Spuiforum. Daarbij is bijvoorbeeld gekeken naar de gehanteerde prijzen en normen, de bouwplaatskosten in combinatie met de planning en het gehanteerde percentage indexering. Er is door Twynstra Gudde niet getoetst in hoeverre het ontwerp overeenkomt met het oorsponkelijke PvE, oftwel of het ontwerp volledig is. In het onderzoek van BBN van september 2013 wordt dit wel meegenomen: uit dit onderzoek blijkt o.a. dat het ontwerp nog groter en duurder zal worden doordat een aantal ruimten uit het PvE nog niet is ingepast. BBN berekent hogere bouwkosten, een extra risicoresevering en een hogere post onvoorzien waardoor de totale stichtingskosten €60 mln. hoger worden geschat dan door het college wordt voorgesteld (zie ook p.224). Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de HSP en ook door de partij betaald. Dit is gebeurd nadat de raad heeft ingestemd met het krediet. Het college heeft niet geacteerd op dit onderzoek waardoor de uitkomst niet tot aanpassingen in de bestaande plannen heeft geleid.
Wat had - volgens de commissie - de raad op eigen initiatief kunnen/moeten doen om plannen te heroverwegen? Was dat gezien de toenmalige politieke cultuur opportuun geweest? Kan de commissie uitspraken doen of dat sindsdien veranderd is op grote projecten?
Tijdens de openbare verhoren is benadrukt door leden van het toenmalige college dat de bestuurlijke wens voor een nieuw cultuurgebouw zeer groot was. Tegelijkertijd verandert er tussen 2009 (basisplan) en 2013 (Spuiforum) veel en ligt er in 2013 een wezenlijk ander plan voor. Het is opmerkelijk dat ondanks deze veranderingen de rol van de raad bij het dossier in deze periode beperkt is en de raad niet betrokken is geweest bij de heroverweging van (onderdelen van) het plan. De raad heeft deze rol ook niet op eigen initiatief genomen, terwijl deze controlerende functie een belangrijke taak is van de raad. De raad had het college moeten opdragen om het publiek belang van Amare uit te werken en erop moeten toezien dat het raadsvoorstel vervolgens de juiste (financiële) informatie bevat (zie Aanbeveling 1, p.611). De Enquêtecommissie kan geen uitspraken doen over andere grote projecten, maar concludeert ten aanzien van het project Amare dat de raad op cruciale momenten haar controlerende en kaderstellende taken onvoldoende heeft ingevuld. Om ervoor te zorgen dat de raad in de toekomst beter in staat is om complexe vraagstukken ten aanzien van grote projecten te beoordelen doet de Enquetecommissie de aanbeveling (Aanbeveling 2, p.613) voor een deskundige en permanente externe ondersteuning.
9
10
ChristenUnie/SGP
ChristenUnie/SGP
266
De Enquêtecommissie concludeert dat onderhandelaars tijdens de coalitiebesprekingen in 2014 zich zouden moeten beperken tot beleidskeuzes op hoofdlijnen en Kan de commissie iets zeggen over in hoeverre er ruimte was/is voor ambtelijke tegenspraak bij onderhandelingen? Politieke wens was belangrijker dan of het geen uitwerkingen tot in detail overeen moeten komen. Indien dit toch noodzakelijk wordt geacht kunnen ook onderhandelaars ambtelijke ondersteuning haalbaar was. Hoe had dat beter ondervangen kunnen worden? inroepen en zich over uitwerkingen laten adviseren. Gemaakte keuzes moeten ook na de onderhandelingen nog worden getoetst op efficiëntie en doelmatigheid.
306
De kritiek van de Enquêtecommissie op het raadsvoorstel van het college is dat ten onrechte herhaaldelijk is aangeven dat sprake is van één geintegreerde opdracht voor het ontwerp, de bouw en het onderhoud van het gebouw. Voor de uitvoering van het onderhoud wordt echter een aanvullend bedrag van €1,75 mln. per jaar betaald (voor een periode van 25 jaar) waarover de raad niet actief is geinformeerd. Desalniettemin blijkt uit de beantwoording door het college van de door de raad gestelde technische vragen in het najaar van 2014 dat sprake is van een aparte onderhoudscomponent waarvoor apart betaald gaat worden. Ook is tijdens de behandeling van het raadsvoorstel op 7 november een motie aangenomen waarbij er aandacht is voor deze twee bedragen (zie p. 503). Dit betekent dat raadsleden wel hadden kunnen weten dat er sprake was van twee bedragen en dat sommige raadsleden (met meer ervaring met DBM) hier ook op bedacht waren. Dit neemt niet weg dat het de plicht was van het college om de twee bedragen duidelijk op te nemen in het raadsvoorstel zodat het voor alle raadsleden (ook voor degenen zonder vergaande kennis van deze contractvorm) helder was.
In de stuurgroep was aangegeven dat plafondbedrag niet werd gedeeld met de raad, het was niet duidelijk dat er apart betaald moest worden voor onderhoud. Hoe had de raad dit kunnen weten, als bewust cijfers/kennis wordt achter gehouden?
Beantwoording Technische Vragen Rapport Enquêtecommissie Amare - Amare Bijzonder Complex - 22 september 2023 Vraagnummer
11
12
13
Indiener - Fractie
ChristenUnie/SGP
HSP
HSP
Rapport hoofdstuk en pagina
Vraag
Antwoord
453
In het bedrijfsplan 2012 en verder wordt het tekort aan programmeerbudget (zoals in 2010 genoemd) niet benoemd. Is het volgens de commissie bewust niet gedaan? Had het er in moeten staan?
De extra kosten om een programmering van internationale kwaliteit mogelijk te maken zijn bewust niet meegenomen in het bedrijfsplan uit 2012 en latere bedrijfsplannen. Het college wist immers uit het bedrijfsplan uit 2010 dat wanneer men een programmering van internationale kwaliteit wil, dit extra kosten met zich meebrengt. Het college communiceert naar de raad dat in Amare een cultuuraanbod van internationale klasse moet komen, maar neemt kosten hiervoor niet op in de bedrijfsplannen. Dit had meegenomen moeten worden in de bedrijfsplannen. Doordat dit is nagelaten ontstaat de huidige situatie waarin een duur, gerenommeerd gebouw is gerealiseerd, maar nog geen beslissingen zijn genomen over een bijbehorend cultuuraanbod.
hoofdstuk 8, pg 554
Kan de enquetecommissie de huidige stand van zaken verkoop KC locatie meenemen? Er is immers een anterieure overeenkomst gesloten met de ANWB. Zie https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/12934922/1/RIS315935_Bijlage_1
Verdere informatie dan in het Projectdocument Juliana van Stolberg is weergegeven (zoals door de vraagsteller meegestuurd in de vraag) is bij de Enquêtecommissie niet bekend. Dat wil zeggen dat de gemeente eigenaar is van de voormalige locatie van het KC. Als onderdeel van de huisvesting van het KC in Amare koopt de gemeente het oude pand van het KC aan voor €5,4 mln. (zie p. 554). In 2020 heeft de gemeente aan de ANWB exclusiviteit gegund om te komen tot een plan tot herontwikkeling van de locatie. In het rapport wordt beschreven dat ambtenaren van de gemeente inschatten dat de herontwikkeling van de oude KC-locatie tot hoge grondopbrengst kan leiden (zie p. 554).
Kan de Enquêtecommissie aangeven waaorm zij geen aanbeveling heeft gedaan om een permanente vertegenwoordiging van het culturele veld te realiseren zoals in andere steden is gebeurd via een lokale raad voor cultuur?
De Enquêtecommissie constateert in haar rapport (zie p.43) dat de gemeente niettegenstaande andersluidende adviezen vasthoudt aan het ad-hoc karakter van de Adviescommissie Haagse kunst- en cultuurprojecten. In meerdere evaluaties (p.42 en p.43) wordt geconstateerd "dat het heel moeilijk is voor een ad-hoc commissie om een omvangrijk en ingrijpend advies te geven". De commissie adviseert als onderdeel van Aanbeveling 5 in haar rapport om de taken van de adviescommissie uit te breiden tot het volledige kunst- en cultuurbeleid. De Adviescommissie moet daarbij worden versterkt door haar niet enkel voor het opstellen van een meerjarenbeleidsplan kunst- en cultuur te benoemen, maar door de leden voor een langere termijn te benoemen (bijvoorbeeld maximaal 3 termijnen van 4 jaar) en de leden niet allen op hetzelfde moment te vervangen (zie p. 616-617).
hoofdstuk 9, pg 615
14
HSP
hoofdstuk 9, p 585
Volgens het rapport is er nog maar 1 restpunt. Tegelijkertijd blijkt uit de openbare verhoren dat het gebouw nog niet veilig is, onvoldoende afsluitbaar en er ook nog problemen zijn met deurbreedtes en podiumdelen die verzakken. Wie lost dit op? En wie betaalt?
Restpunten zijn kleine gebreken die na oplevering kunnen worden opgelost en ingebruikname van het gebouw niet in de weg staan. Dit zijn gebreken die afwijken van wat de vraagspecificatie daarover voorschrijft en door VolkerWessels moeten worden opgelost. De genoemde punten in de openbare verhoren zijn geen officiële restpunten omdat het bij deze punten niet gaat om een afwijking ten opzichte van de vraagspecificatie waarvan kan worden aangetoond dat VolkerWessels niet heeft geleverd wat contractueel is overeengekomen. Desalniettemin zijn deze punten momenteel niet naar tevredenheid van de instellingen verwerkt in het gebouw. Dit is grotendeels veroorzaakt door onduidelijkheid in de vraagspecificatie of een onjuiste vertaling (zie p. 300). Gesprekken over oplossingen en financiele consequenties vinden nu plaats tussen de gemeente en de instellingen.
15
HSP
hoofdstuk 7, p 511
Is het mogelijk om het onderhoudsdeel van het DBM contract af te kopen? en het onderhoud weer in eigen beheer te nemen? welke voordelen en nadelen zouden daaraan kleven?
Het is in principe steeds mogelijk om met een contracterende partij te onderhandelen om een gesloten overeenkomst te wijzigen of te ontbinden. Hier zou het doel zijn het onderhoudscontract te ontbinden en het onderhoud in eigen beheer te nemen. Omdat de kosten die hiermee gemoeid zijn afhangen van de onderhandelingen tussen de gemeente en VolkerWessels heeft de Enquêtecommissie ervoor gekozen om geen inschatting te maken van dit bedrag. Een voordeel is dat de huidige problemen met de onderhoudsafspraken (bureaucratisch en duur) worden verholpen. Een mogelijk nadeel is dat een nieuwe partij het gebouw minder goed kent dan de aannemer (VolkerWessels) zelf.
hoofdstuk 9, p597
Het project is voor een groot deel gedraaid door extern ingehuurde expertise. Kan de enquetecommissie aangeven of zij daar redenen hebben gevonden in haar onderzoek naast de noodzaak specifieke kennis in te kopen? Beschikt DSO niet over de juiste personen? Kan de commissie een uitspraak doen over de cultuur bij DSO?
De Gemeente Den Haag had geen ervaring met de bouw van grote cultuurcomplexen, hetgeen niet vreemd is omdat dergelijke gebouwen niet elke dag worden gerealiseerd. Er kan echter worden gesproken van een uniek en complex gebouw waarvoor de specifieke kennis (begrijpelijkerwijs) niet aanwezig is bij DSO (zie p.592). Ook had de Gemeente Den Haag nog beperkt ervaring met de contractvorm DBM. Hierop heeft het college besloten om de dagelijkse aansturing van het project over te laten aan externen, die door het college ingehuurd zijn vanwege hun vermeende ervaring met integrale projecten. Dit heeft tot gevolg gehad dat bij de dagelijkse aansturing nauwelijks ambtenaren zijn betrokken. De Enquêtecommissie kan geen uitspraken doen over de algemene cultuur bij DSO, omdat dit een grote dienst is binnen de gemeentelijke organsiatie. Er worden veel verschillende projecten uitgevoerd, waarvan de Enquêtecommissie één project heeft onderzocht.
Er bestaan tegengestelde opvattingen bij direct betrokkenen over het wel/niet toezeggen van de herontwikkeling van de kerk aan VolkerWessels. Van een gesprek tussen VolkerWessels en de wethouder Stadsontwikkeling (Revis) en de toenmalig ambtelijk opdrachtgever, waarin de kerk besproken is, is geen verslag gemaakt. Het is dan ook voor de Enquêtecommissie niet te achterhalen of er sprake is van een mondeling akkoord met VolkerWessels over de herontwikkeling van de kerk. Door het ontbreken van een verslag is het ook niet mogelijk om vast te stellen of VolkerWessels het ingebracht heeft als compensatie voor geleden verliezen op het project Amare. Wel merkt de commissie op dat in het integriteitsonderzoek van Hoffman bedrijfsrecherche wordt beschreven dat vier bij de projectorganisatie betrokken ambtenaren en externe inhuurkrachten kort na het bewuste gesprek in de veronderstelling zijn dat de kerk ter compensatie is aangeboden.
16
HSP
17
HSP
hoofdstuk 9, p. 584
Enerzijds verklaren de wethouder en betrokken ambtenaar onder ede dat de Martelaren van Gorcumkerk niet als compensatie is aangeboden aan VolkerWessels. Anderzijds meldt de enquetecommissie dat meerdere betrokkenen ( ambtenaren en medewerkers projectorganisatie) dat dit wel zo zou zijn? Kan de commissie aangeven of er van alle vergaderingen met volker wessels verslagen zijn gemaakt? En kan zij uitsluiten dat er een mondelinge afspraak is gemaakt? En als tweede vraag: Als de gemeente de locatie niet heeft aangeboden als compensatie is onderzocht of Volker Wessels de locatie zelf heeft aangedragen als mogelijke compensatie?
18
HSP
hoofdstuk 6, p.393
De drie hoofdonderhandelaars verklaren onder ede alle drie een ander afgesproken bedrag voor de packagedeal tijdens de formatie ( De Mos - 20 mln, Revis 25 mln, Van Asten - 31 mln). Welk bedrag is er toendertijd opgeschreven bij de onderhandelingen?
Tijdens de coalitieonderhandelingen werden geen verslagen gemaakt waardoor de Enquêtecommissie niet kan veriferen welk bedrag er op dat moment is afgesproken door de onderhandelaars.
19
HSP
hoofdstuk 7, p786
Er wordt beschreven hoe voor de instellingen RO en NDT de huur wordt geindexeerd volgens de OCW indexatie, maar dat voor het KC een andere afspraak geldt. Ook rekent de gemeente naar Stichting Amare de CPI als huurverhoging. Hoe is deze afspraak tot stand gekomen?
De afspraken tussen het KC en de gemeente zijn gemaakt na een onderhandeling tussen het toenmalige college en de directie van het KC. De tekortschietende financiële middelen van het KC enerzijds en de bestuurlijke wens om het KC ook in het cultuurgebouw te huisvesten anderzijds hebben ertoe geleid dat met het KC andere afspraken zijn gemaakt dan met DMC (later Stichting Amare), NDT en RO, ondermeer over het percentage huurindexering.
Met het KC is een huurovereenkomst afgesloten voor 40 jaar tegen een lage huur. Het overnemen van een deel van Amare, met bijbehorende kosten, biedt het KC weinig voordelen. Enkel bij een erg lage prijs is er voor het KC een motief om het KC-deel over te nemen van de gemeente. Het is evenwel niet aannemelijk dat de financiële middelen van het KC toereikend zijn voor het aankopen van het KC-deel van Amare. 20
HSP
hoofdstuk 8, financieen
Eerder in het proces wordt gesproken over het verkopen van het KC deel van het gebouw aan het KC. Is dat nu ook nog een optie?
Het verkopen van het KC-deel voor een zeer lage prijs is ook voor de gemeente niet voordelig. Bovendien, twee eigenaren in één gebouw verhoogt de administratieve complexiteit, zoals het oprichten van een VVE en het maken van afspraken over het exploiteren van het gebouw. In principe is het altijd een mogelijkheid om een deel van het gebouw aan het KC te verkopen, maar gezien de bovenstaande redenen wordt dit niet waarschijnlijk geacht.
21
SP
Hoofdstuk 2, pagina 41
Wanneer culturele instellingen knelpunten hebben die opgelost moeten worden met een investering in huisvesting wordt deze constatering wel vaak gedaan in de loop van de beleidscyclus kunst en cultuur, ook al is deze cyclus bedoeld voor exploitatiesubsidies.' Kan de commissie hier in het oog springende recente voorbeelden van benoemen, los van Amare?
Met de alinea waarnaar in de vraag verwezen wordt, wordt uitgelegd dat het aanvragen van subsidie voor exploitatie niet in alle gevallen strikt gescheiden is van subsidie voor investeringen in de huisvesting. Dit komt omdat culturele instellingen tekorten op het gebied van huisvesting constateren tijdens een beleidscyclus Kunst en Cultuur en zo de tekorten proberen te dichten met het aanvragen van subsidie die eigenlijk bedoeld is voor exploitatie. Dit is bijvoorbeeld te zien in het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021 - 2024 (RIS 306137) bij het Filmhuis Den Haag, Haags Historisch Museum en Museum Bredius.
22
SP
Hoofdstuk 2, pagina 46
In de Adviesaanvraag Meerjarenbeleidsplan 2009 - 2012 wordt het voornemen tot nieuwbouw van het Lucent Danstheater / Dr. Anthon Philipszaal vermeld. Ook wordt vermeld dat een combinatie met het KC wordt onderzocht. Is destijds ook besloten om de voor- en nadelen en risico's van het toevoegen van het KC aan het nieuwbouwplan te onderzoeken?
De ontwikkelingen rondom nieuwe huisvesting van het KC spelen sinds 2000 en vanaf 2006 worden de financiële consequenties van een mogelijke verhuizing onderzocht (zie pagina 191-193). Zo wordt in 2011 een simpele 'sigarendoos-berekening' uitgevoerd om het financiële plaatje van het KC te verduidelijken (zie RIS180081). Desalniettemin wordt geen uitgebreide analyse van voor- en nadelen uitgevoerd. Het besluit om het KC toe te voegen komt voort uit een politieke wens daartoe.
23
SP
Hoofdstuk 2, pagina 50
Is ook duidelijk waarom het college er destijds voor heeft gekozen om het RO, in strijd met het advies van de adviescommissie, een subsidie zonder strenge voorwaarden te verlenen?
De redenen voor de keuze van het college zijn bij de Enquêtecommissie onbekend. Er zijn voorwaarden gesteld aan het RO, zoals het opstellen van 'een beleidsplan met een duidelijke probleem-analyse'. Dat zijn echter niet de strenge voorwaarden waar de Adviescommissie opdoelde. De rol van de adviescommissie is slechts adviserend met betrekking tot Kunst en Cultuur. Het college kan afwijkende beslissingen nemen.
Beantwoording Technische Vragen Rapport Enquêtecommissie Amare - Amare Bijzonder Complex - 22 september 2023 Vraagnummer
Indiener - Fractie
Rapport hoofdstuk en pagina
Vraag
24
SP
Hoofdstuk 2, pagina 50
Wie zaten er in de monitoringscommissie van het RO? Waren dat ambtenaren of onafhankelijke externen?
De Monitoringscommissie van het RO bestond uit onafhankelijke externen.
25
SP
Hoofdstuk 2, pagina 51
Hoe is het mogelijk dat het rapport van de monitoringscommissie niet is bewaard?
De Enquêtecommissie heeft het rapport opgevraagd bij het college, maar door het college is aangegeven dat het definitieve rapport niet (meer) beschikbaar is en daarom niet kon worden verstrekt. Het college heeft geen reden gegeven waarom het rapport niet meer beschikbaar is.
26
SP
Hoofdstuk 2, pagina 54
In hoeverre behoorde het tot de scope van de opdracht van de adviescommissie om het plan voor een gebouw te beoordelen?
De adviescommissie is voornamelijk bedoeld om de 'artistieke zijde' van de subsidies te beoordelen (artikel 1:4 Subsidieregeling Haagse kunst- en cultuurprojecten Den Haag 2021). In hoeverre het plan voor nieuwe huisvesting onderdeel is van het culturele activiteitenplan van een subsidieaanvraag en daarmee de scope van de opdracht van de commissie is discutabel. De adviescommissie heeft besloten hier geen uitspraak over te doen.
Antwoord
27
SP
Hoofdstuk 2, pagina 58
Zijn er destijds nog voorwaarden gesteld aan de balanssteun van het college voor het RO? Zo ja, welke?
De gestelde voorwaarden zijn summier. De hoogte van de balanssteun is in overleg tussen gemeente en het RO bepaald aan de hand van een analyse van de meest recente jaarrekeningen en de prognoses voor het exploitatieresultaat voor 2015. Het RO heeft inzicht gegeven in de maatregelen die ze hebben genomen om bedrijfsmatig ‘in control’ te blijven. De voorwaarde die de gemeente verder oplegt is dat de eenmalige balanssteun dient te worden verwerkt in de jaarrekening 2015 van de instellingen. De jaarrekening 2015 met controleverklaring van de accountant is de basis voor de vaststelling van de eenmalige balanssteun door de gemeente.
28
SP
Hoofdstuk 2, pagina 60
Op basis waarvan heeft het college besloten de extra subsidie voor DMC (voor extra programmering) in 2019 en 2020 door te zetten? Hoe is dit gecommuniceerd met de raad?
De extra subsidie DMC is een onderdeel van het voorstel van het College betreffende de programma-begroting 2017-2020 (zie RIS294957) aan de Raad op 13 september 2016. De extra subsidie DMC, tezamen met een set andere culturele subsidies, is als amendement behandeld en aangenomen in de raadsvergadering van 4 november 2016.
29
SP
Hoofdstuk 2, pagina 66
Dhr. Zoet spreekt in zijn openbaar verhoor van een tekort van ca. €1 mln. (zie p. 477). Hierbij maakt hij zelf de nuancering dat dit een eerste schatting is en dat dit Dhr. Zoet spreekt in zijn verhoor over een tekort van 8 ton. Is dit bedrag nog altijd actueel? Kan de commissie dit bedrag onderbouwen, bijv met een verwijzing verder onderzocht moet worden. De Enquêtecommissie heeft geen uitgebreide analyse van de boekhouding van Stichting Amare gedaan, waardoor zij niet met naar stukken? zekerheid kan stellen dat dit bedrag correct is. Wel stelt de Enquêtecommissie (zie pp. 475 - 477) dat gezien de tekorten op de beveiliging (ca. €600.000) en de indexeringen van de huurbedragen (€110.000) en gezien de in interviews benoemde tekorten dat een totaal tekort in de ordegrootte van €1 mln. navolgbaar is.
30
SP
Hoofdstuk 3, pagina 124
Is ooit gekwantificeerd in hoeverre Amare een impuls heeft opgeleverd voor de lokale en regionale economie? En is ooit gekwantificeerd in hoeverre Amare heeft bijgedragen aan de promotie van de stad onder bezoekers / toeristen? Zo ja, wat zijn de resultaten hiervan?
De Enquêtecommissie heeft geen onderzoek aangetroffen waarin het effect van Amare op de lokale economie of het aanzien van de stad bij bezoekers/toeristen in kaart is gebracht. Ook in interviews is niet benoemd dat een dergelijk onderzoek is uitgevoerd.
31
SP
Hoofdstuk 3, pagina 125
Is de benoemde ambitie om 15% meer bezoekers te trekken voor de Binnenstad gehaald?
Bij weten van de Enquêtecommissie is een dergelijk onderzoek niet uitgevoerd. Deze vraag kan derhalve niet worden beantwoord.
32
SP
Hoofdstuk 3, pagina 128
Is te kwantificeren in hoeverre Amare heeft bijgedragen aan een levendige omgeving in de avond? Wat is het concrete verschil qua avondprogrammering / gebruik van voorzieningen in de avonduren ten opzichte van de tijd van het Lucent Danstheater / Dr. Anton Philipszaal?
Een onderzoek naar de levendigheid van de omgeving van het Spuiplein is mogelijk, maar valt buiten de onderzoeksopdracht van de Enquêtecommissie. Het huidige programma van Amare is echter gebaseerd op de programmering van de oude zalen, dus een opvallend verschil ten opzichte van de programmering van het Lucent Danstheater en de Dr. Anton Philipszaal is niet aannemelijk.
33
SP
Hoofdstuk 3, pagina 128
In hoeverre is de ambitie van buitenprogrammering tot op heden gerealiseerd? Liggen er concrete plannen om de buitenprogrammering te intensiveren zodra De buitenprogrammering is tot op heden zeer beperkt. Dit komt onder meer door maatregelen omtrent COVID-19 en bouwwerkzaamheden rond het Spuiplein. De het Spuiplein opnieuw is ingericht? Zo ja, welke? Enquêtecommissie is niet op de hoogte van toekomstige plannen voor de buitenprogrammering.
34
SP
Hoofdstuk 3, pagina 128
Is te kwantificeren wat de bijdrage van Amare tot op heden is geweest aan het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid?
Het antwoord op vraag 32 geldt ook hier. Het lijkt mogelijk om dat in kaart te brengen, maar een dergelijk onderzoek is door de Enquêtecommissie niet uitgevoerd.
35
SP
Hoofdstuk 4, pagina 159
In hoeverre is de 'second opinion DBM-strategie' van de Rebel Group gedeeld met de raad en besproken door de raad? Indien deze niet gedeeld is: is ook duidelijk waarom?
De aanbestedingsstukken zijn opgesteld door de gemeentelijke projectorganisatie Spuikwartier en op sommige onderdelen heeft de Rebel Group vervolgens een second opinion uitgevoerd. Deze second opinion is vertrouwelijk ter inzage gelegd bij de griffie. Zie ook: RIS279486. De Enquêtecommissie constateert dat deze documenten een beperkte rol hebben gespeeld in de verdere besluitvorming in de raad.
36
SP
Hoofdstuk 4, pagina 162
In hoeverre boden gemeentelijke kaders de ruimte aan Sonate om het programma voor het Spuikwartier in 2017 te wijzigen?
Op het moment van het wijzigen van het bouwprogramma in 2017 lag er een voorlopige overeenkomst tussen de gemeente en Heijmans. Er was geen sprake van een definitieve overeenkomst. Wijziging van het bouwprogramma was dus mogelijk.
37
SP
Hoofdstuk 4, pagina 167
Was het nadelige effect van het uitvallen van de sociale woningbouw ook in 2019 nog 1.015.000 euro? Of was dit bedrag in feite achterhaald?
In feite was het bedrag achterhaald. De door VolkerWessels te betalen grondprijs wordt verlaagd met €1.015.000 voor het bouwen van sociale huurwoningen. Dit bedrag komt tot stand door de in 2015 geldende grondprijzen. De grondprijs wordt overeengekomen in 2017. In 2019 liggen de grondprijzen beduidend hoger dan in 2015. De aanpassing van de grondprijs voor het bouwen van sociale huurwoningen zou in 2019 dan ook op een beduidend hoger bedrag uitkomen. De grondprijs is echter in 2017 overeengekomen met daarbij de afspraak dat deze niet geïndexeerd wordt in latere jaren en dus niet tussentijds aangepast wordt wanneer grondprijzen toe- of afnemen.
38
SP
Hoofdstuk 4, pagina 167
Is ook duidelijk waarom De Vries niet op de hoogte was van de hertaxatie door Grondzaken?
Nee, dat is voor de Enquêtecommissie niet duidelijk.
39
SP
Hoofdstuk 4, pagina 176
Hadden De Vries en Harms op basis van hun functie-omschrijving het mandaat om afspraken te maken over de vergoeding van een stijging van de grondwaarde, zonder hier de verantwoordelijk wethouders vooraf over te informeren?
Het vaststellen van de grondwaarde is een collegebesluit. Ambtenaren en externen mogen hiervoor echter wel voorbereidende acties ondernemen. De Enquêtecommissie heeft geen beslissingen van ambtenaren of externen gevonden die buiten het verstrekte mandaat van de persoon vallen.
40
SP
Hoofdstuk 4, pagina 176
In hoeverre is getracht overlap in projectteams te voorkomen tussen de gebiedsontwikkeling enerzijds en Amare anderzijds? Werd dit als een risico gezien door de gemeente?
Enkele ambtenaren van de gemeente en in ieder geval één lid van de projectorganisatie waren tegelijkertijd bij beide projecten betrokken. Alhoewel er niet veel personen zijn, is dit niet voorkomen door de gemeente. Het is in documentatie en in interviews nooit als risico beschreven.
Beantwoording Technische Vragen Rapport Enquêtecommissie Amare - Amare Bijzonder Complex - 22 september 2023 Vraagnummer
Indiener - Fractie
Rapport hoofdstuk en pagina
41
SP
Hoofdstuk 4, pagina 179
Vraag
Antwoord
Kan men uiteenzetten waarom er geen sprake is geweest van ontslag op staande voet van dhr. Harms, ondanks de geconstateerde integriteitsschending?
De conclusie van het integriteitsonderzoek was dat er geen integriteitsschendingen zijn aangetroffen. Wel is een conclusie van het integriteitsonderzoek dat dhr. Harms de gedragscode heeft overtreden door niet transparant te handelen. Dit is echter van een andere orde dan een integriteitsschending. Dhr. Harms is dus niet op staande voet ontslagen omdat hier geen aanleiding voor was. Er was immers geen integriteitsschending vastgesteld.
42
SP
Hoofdstuk 4, pagina 184
In hoeverre wordt de methodiek uit de Grondprijzenbrief vandaag de dag nog toegepast? Is deze methodiek inmiddels betrouwbaarder geworden?
Het is ons niet geheel duidelijk op welke methodiek van de Grondprijzenbrief de vraagt doelt. Mogelijk is het onderwerp van de vraag dat in de Grondprijzenbrief indicatieve grondprijzen worden gegeven. Van deze methodiek is inmiddels afgestapt. In de Grondprijzenbrief uit 2020 (RIS 306364) staat: "Normaliter bestaat de Grondprijzenbrief uit het kader waarbinnen de grondprijzen in Den Haag worden gesteld, een overzicht van normgrondprijzen en een overzicht van indicatieve grondprijzen voor diverse functies. Deze indicatieve grondprijzen worden berekend op basis van gemiddelde opbrengsten en stichtingskosten in Den Haag, waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt. Gezien de onzekere periode die als gevolg van de Corona-crisis is aangebroken, is ervoor gekozen de indicatieve tabellen niet te publiceren. Dit is geen probleem omdat de daadwerkelijke grondprijzen per geval worden bepaald."
43
SP
Hoofdstuk 5, pagina 199
Hoe verliep het proces van de enquête in februari 2010; dus welke afdeling was hiervoor verantwoordelijk, hoe werd het verspreid en naar welke doelgroepen?
Het veldwerk van die enquête is uitvoerd door RMI Fullservice marktonderzoek te Amsterdam. De rapportage is in opdracht van de dienst OCW Vastgoed opgesteld door de Productgroep Onderzoek en Integrale Vraagstukken (OIV) van de Dienst OCW. Via de website www.cultuurforum- spui.nl hebben alle belangstellenden (niet alleen Hagenaars) de enquête kunnen invullen.
44
SP
Hoofdstuk 5, pagina 200
Is er nog commentaar geleverd op de, zoals beschreven, foutieve interpretatie van de motie (96.2009/1 en 2) in 2009, nadat deze werd afgedaan?
Fundamenteel commentaar op de foutieve interpretatie van de moties heeft de Enquêtecommissie niet aangetroffen. Uit het onderzoek van de Enquêtecommissie blijkt dat het college de moties en het principebesluit in 2009 heeft opgevat als een carte blanche, terwijl de raad in de veronderstelling was dat zij het college enkel ruimte gaf om bepaalde zaken uit te werken en daar betrokken bij zou blijven. De betrokkenheid van de raad na 2009 is echter beperkt. Sommige raadsleden (voornamelijk van de oppossitie) geven kritiek op de inhoud en proces, maar daar wordt door wethouders weinig gehoor aan gegeven.
45
SP
Hoofdstuk 5, pagina 205
Heeft het Koninklijk Conservatorium op een enkel moment van het proces uitgesproken dat ze over de afspraak twijfelen, of hebben ze hier de kans toe gehad? Hadden ze ook andere locaties op het oog of wilden ze koste wat het kost huisvesten op de locatie Spuikwartier? Werd er aandacht besteed aan de onderhandelpositie en zeggenschap van het KC en de gemeente hierin?
De Enquêtecommissie concludeert dat het college de raad heeft misleid (conclusie 2, p.601) door de financiele positie van het KC bewust niet inzichtelijk te maken voor de raad. Tekorten op de huur van het KC worden stelselmatig niet aan de raad vermeld, ondanks dat het KC op verschillende momenten (bijvoorbeeld brief februari 2011 - zie p.451) benadrukt dat zij niet voldoende financiele middelen heeft om "haar" aandeel in het gebouw geheel te kunnen bekostigen. De Enquêtecommissie heeft niet onderzocht in hoeverre het KC nog andere locaties op het oog had en in hoeverre dit een rol heeft gespeeld tijdens de onderhandelingen. Daarentegen staat wel vast dat een OCC zonder het KC voor het college geen optie was.
46
SP
Hoofdstuk 5, pagina 208
Werden de keuzes voor de optimalisaties van het PvE, zoals het creëren van meer ruimte voor maatschappelijke- en commerciële verhuur, getoetst aan werkelijke vraag vanuit het veld en vervolgens getoetst aan de exploitatie? Hoe verliepen deze overwegingen en waren er bedragen aan gekoppeld?
Er is door het college beperkt onderzoek gedaan naar de daadwerkelijke vraag naar maatschappelijke- en commerciele verhuur vanuit het veld; alleen in het onderzoek van Berenschot komt naar voren dat de markt voor zakelijke verhuur nagenoeg verzadigd is. Sommige externe adviezen worden vervolgens door het college overgenomen (het creëren van meer break-out rooms in het gebouw), maar de toegevoegde waarde van deze optimalisaties aan de exploitatie wordt niet met bedragen onderbouwd.
47
SP
Hoofdstuk 5, pagina 215
Werden de klachten vanuit de ambtelijke organisatie over het splitsen van de verantwoordelijkheid tussen dienst OCW en DSO besproken of aandacht gegeven?
Uit interviews ontstaat het beeld dat er weinig aandacht is gegeven aan de kritiek vanuit ambtenaren op de splitsing tussen OCW en DSO. De Enquêtecommissie heeft verder dan ook geen documenten aangetoffen waarin de kritiek van ambtenaren is besproken of verder wordt behandeld. Dit heeft niet geleid tot een heroverweging van de keuze.
48
SP
Hoofdstuk 5, pagina 214
Hoe werd er gereageerd op het verzet vanuit de Haagse inwoners tegen het plan van het Spuiforum en de uitkomsten van de publieke enquetes, en specifiek ten opzichte van het kader publiek belang?
Het verzet tegen het Spuiforum in 2013 kwam voornamelijk vanuit een kleine groep Haagse betrokkenen maar was zeer voelbaar in het stadhuis. Ambtenaren geven aan dat zij vaak persoonlijk werden bejegend en ook de toenmalig wethouder Cultuur (De Jong) had het moeilijk met de kritiek. Raadsleden (voornamelijk van de oppositie) werden gevoed met kritische vragen vanuit de werkgroep Dooievaar+. In zomer van 2013 heeft dit ertoe geleid dat het kredietvoorstel onder voorwaarden werd goedgekeurd. Een van de voorwaarden was dat de renovatievariant van deze werkgroep werd uitgewerkt en dat daaruit niet mocht blijken dat deze variant beter of goedkoper was dan het plan van het college (zie p.225). In 2014 heeft Wijsmuller getracht om de inwoners van Den Haag bij het nieuwe plan te betrekken door het organiseren van Stadsgesprekken.
49
SP
Hoofdstuk 6, pagina 275
Waarom is ervoor gekozen om de marktconsultatie in het Nederlands uit te voeren?
De Enquêtecommissie heeft kritiek op de keuze om de marktconsultatie in het Nederlands te houden. Hierdoor zijn ten onrechte buitenlandse bedrijven uitgesloten van deelname en is hun ervaring niet meegenomen in de consulatie. Omdat dit een groot gemis is (in het buitenland zijn er meer aannemers die ervaring hebben met de realisatie van cultuurgebouwen), zijn hierover door de Enquêtecommissie ook vragen gesteld in interviews en verhoren. Als reden wordt vaak gegeven dat buitenlandse bedrijven geen interesse zouden hebben in Nederlandse opdrachten. De Enquêtecommissie trekt dit idee in twijfel en stelt dat het niet uit te sluiten is dat deze interesse er vanuit het buitenland wel geweest zou zijn.
In het 4D- Spuikwartier (overleg met de directeuren van de instellingen en de projectorganiatie) pleit Wijsmuller ervoor om het woordje 'optioneel' uit de aanbestedingsdocumenten te schrappen. In veel documenten wordt namelijk aangegeven dat 'het meerjarig onderhoud optioneel is'. Deze zinsnede leidt echter bij sommige marktpartijen tot verwarring en impliceert volgens hen een keuze. Het woord is niet geschrapt, maar in verschillende documenten wordt door de projectorganisatie tijdens de selectiefase en de dialoogfase aangegeven dat ermee wordt bedoeld dat het onderhoud door de gemeente pas wordt gegund op het moment dat het project gerealiseerd is en dat de gemeente de opties heeft om het meerjarig onderhoud, al dan niet gedeeltelijk, daadwerkelijk op te dragen of niet. Dit betekent dus niet dat de opdrachtnemer (aannemer) nog van de onderhoudsopdracht af kon zien.
50
SP
Hoofdstuk 6, pagina 283
Waar heeft dhr. Wijsmuller ervoor gepleit om het woordje 'optioneel' te schrappen in de aanbestedingsdocumenten? In wat voor overleg is dit gebeurd? Is ook duidelijk hoe het komt dat deze instructie niet is opgevolgd?
51
SP
Hoofdstuk 7, pagina 457
Hoe werden de bezoekersaantallen geraamd voor toekomstige eigen programmering en gastprogrammering, aangezien er weinig aandacht werd geschonken aan de invulling van de programmering?
De bezoekersaantallen zijn berekend op basis van de aantallen van de oude locaties. Het verschilt per bedrijfsplan hoe het definitieve aantal verwachte bezoekers berekend wordt. Bijvoorbeeld, in 2012 beschrijft het bedrijfsplan dat de bezettingsgraad naar verwachting stijgt door verbetering in kwaliteit en aanzien (alhoewel hier geen geld voor is gereserveerd). De bezoekersaantallen van de oude locaties worden daarop vermenigvuldigd met een verhoogd bezettingsgraadpercentage. In 2017 vormen de bezoekersaantallen van de oude locaties opnieuw de basis, maar nu worden deze cijfers opgehoogd met 20%.
52
SP
Hoofdstuk 7, pagina 460
"De marktontwikkelingen voor commerciële verhuur zijn op dat moment negatief"; zijn deze resultaten leidend geweest voor latere beslissingen (na enkele jaren waren verstreken) die stoelden op marktontwikkelingen voor commerciële exploitatie, en was toen de situatie overwegend hetzelfde te noemen?
In de vraag wordt een citaat aangehaald uit een rapport van Berenschot naar de mogelijkheden van commerciële exploitatie van Spuiforum. Het is onduidelijk of het rapport van Berenschot in beslissingen in latere jaren door het college is meegenomen.
Beantwoording Technische Vragen Rapport Enquêtecommissie Amare - Amare Bijzonder Complex - 22 september 2023 Vraagnummer
Indiener - Fractie
Rapport hoofdstuk en pagina
53
SP
Hoofdstuk 7, pagina 468
Vraag
Uit welke overwegingen was er voor het bedrijfsplan uit 2017 gekozen samen te werken met een externe expert, en waarom voor de voorgaande bedrijfsplannen niet?
Antwoord
Enkel bij het bedrijfsplan 2013 is geen externe partij betrokken en dit bedrijfsplan is opgesteld door DMC. De bedrijfsplannen uit 2010, 2012, 2017 en 2019 zijn opgesteld in samenspraak met de gemeente en/of DMC en een extern adviseur. In 2017 heeft Gerritsen samen met de directie van DMC het bedrijfsplan opgesteld. In 2014 is namelijk door de wethouder Stadsontwikkeling (Wijsmuller) toegezegd dat er nadat het Definitief Ontwerp zou zijn afgerond een nieuw bedrijfsplan zou worden opgesteld.
DMC dient een onderbouwde aanvraag voor subsidie in. Deze wordt beoordeeld door een Adviescommissie Kunst en Cultuur. Op basis van dit advies stelt de gemeente het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur op. 54
SP
Hoofdstuk 7, pagina 468
Hoe verliep het proces en de communicatie tussen de opstellers van het meerjarenbeleidplan voor kunst en cultuur 2017-2020 en het DMC, aangezien de ambities uit elkaar lijken te lopen?
55
SP
Hoofdstuk 7, pagina 469
Is het gebruikelijk dat er subsidie uit het kunstenplan wordt toegezegd voordat er een nieuw bedrijfsplan op tafel ligt?
De Enquêtecommissie heeft er geen zicht op of dit een gebruikelijke werkwijze is, omdat andere projecten geen onderwerp van onderzoek waren.
56
SP
Hoofdstuk 7, pagina 470
Waarom werd de post onvoorzien bij het bedrijfsplan 2013 op 100.000 gezet; op basis waarvan was dit berekend? En was het bedrag 0 in bedrijfsplan 2017 gebaseerd op ontwikkelingen ten opzichte van het bedrag in 2013?
De post onvoorzien is zowel in 2013 als 2017 niet onderbouwd. Het is dus onduidelijk hoe men tot resp. €100.000 en €0 is gekomen.
De Enquêtecommissie herkent het beeld dat de ambities van het DMC niet overeenkomen met de beschreven ambities uit het Meerjarenbeleidsplan niet. Al sinds de eerste planvorming stelt DMC dat het een openbare programmering, toegankelijk voor heel de stad, wil aanbieden. Het is opmerkelijk dat deze ambitie niet meegenomen wordt in het exploitatiebudget in de bedrijfsplannen.
De opbouw van de schoonmaakkosten is onbekend.
57
SP
Hoofdstuk 7, pagina 470
Waar bestaan de schoonmaakkosten in bedrijfsplan 2017 uit, en waarom zijn kosten voor het schoonmaken voor onderwijs beduidend hoger dan voor cultuur? Liggen of lagen deze cijfers vast, of zijn ze onderhevig aan veranderingen (zoals marktomstandigheden)?
Schoonmaakkosten van onderwijsgebouwen liggen hoger dan van cultuurgebouwen omdat onderwijs intensiever (de hele dag i.p.v. enkel 's avonds) gebruik maakt van een gebouw. Alhoewel schoonmaakkosten ontegenzeggelijk afhankelijk zijn van marktomstandigheden (bijv. loonkosten), is het bij de Enquêtecommissie niet bekend in welke mate de schoonmaakkosten reageren op marktomstandigheden. De grote stijging van de schoonmaakkosten in 2017 is echter niet te verklaren door enkel de marktomstandigheden (zie p. 470). De raad had de ambities kunnen wijzigen. Het had in de praktijk niet geleid tot een geheel ander gebouw. Zo stond het ontwerp grotendeels vast en waren de huurcontracten getekend. Ter illustatie, het in 2017 naar beneden bijstellen van de ambities zou niet hebben geleid tot significant lagere exploitatiekosten voor de gemeente.
58
SP
Hoofdstuk 7, pagina 470
Had de raad hypothetisch gezien de mogelijkheid in te grijpen en de ambities te wijzigen in deze fase van het proces, toen bedrijfsplan 2017 werd gepresenteerd? En welke procedurele keuzes had de raad kunnen maken, naar aanleiding van de tekorten op de exploitatie gepresenteerd in 2020?
59
SP
Hoofdstuk 7, pagina 475
Kwamen de besluiten om het gebouw groter te maken dan in 2013 vanuit de bouwer, of was deze ontwikkeling in samenspraak met het college gedaan? Hoe verliep dit proces? Had het Koninklijk Conservatorium tijdig kennis van de vergroting van hun eigen domein?
De Enquêtecommissie stelt vast dat in de ontwerpen van de bouwer de oppervlakte van het gebouw toenam (het gebouw werd groter), maar dit was noodzakelijk om alle eisen en wensen van de gemeente en instellingen ten aanzien van de ruimten in te passen. Het is dus aannemelijk dat het voor het college en de instellingen duidelijk was dat het gebouw - en de specifieke domeinen - groter zouden zijn dan oorspronkelijk was ingeschat en overeengekomen. Er is echter niet vastgesteld wanneer dit moment exact was en/of het daar specifiek in vergaderingen over is gegaan.
60
SP
Hoofdstuk 7, pagina 475
Was het in het VO al duidelijk dat Amare een niet goed beveiligd gebouw zou worden? Werd dit toentertijd expliciet besproken en welke partijen waren verantwoordelijk voor deze afweging? Op welk moment in het ontwerpproces worden (brand)veiligheidssystemen en -routes verwerkt in de bouwplannen?
De Enquêtecommissie heeft geen aanwijzigingen dat het tijdens de ontwerp- en/of bouwfase een overweging is geweest om te bezuinigen op beveiliging.
Hoofdstuk 7, pagina 475
Waar bestaan de beveiligingskosten specifiek uit? En om wat voor andere soort 'beveiliging' gaat het in het geval van een 'open' gebouw als Amare, ten opzichte van als het 'afgeslotener' was geweest? Wat zouden de verschillen in kosten zijn geweest? Werd er gekeken naar andere 'open' gebouwen als referentie, zoals openbare bibliotheken?
Hoofdstuk 7, pagina 480
"Op de subsidie van het RO is dermate bezuinigd dat onmogelijk verwacht kan worden dat het muziek van internationale topkwaliteit aan kan bieden" - waar wordt specifiek aan gedacht bij internationale topkwaliteit en welke aspecten en kosten zijn hier aan verbonden? Gaat dit over organisatorische budgetten, marketing, loonkosten etc.?
De raad had in 2020 weinig andere mogelijkheden dan instemmen met een verhoogde bijdrage aan de exploitatie. Niet instemmen met een verhoogde bijdrage zou immers leiden tot een faillissement van exploitant Stichting Amare. Dit leidt weer tot het verzaken van wettelijke verplichtingen (zoals het betalen van OZB) en het niet voldoen aan contractuele verplichtingen tegenover het KC. Dit zou tot beduidend meer kosten leiden, waardoor er praktisch gezien geen andere keuze was dan instemmen met een verhoogde bijdrage aan de exploitatie.
De Enquêtecommissie heeft geen zicht op de verschillende aspecten van beveiligingskosten. 61
62
SP
SP
De keuze voor een 'open' concept, waarbij iedereen de hele dag kan binnenlopen, betekent aanzienlijk hogere beveiligingskosten dan een concept waarbij het gebouw meer afgesloten is. Het effect van de keuze voor een 'open' concept op de beveiligingskosten is zeer beperkt meegenomen in de besluitvorming. De Enquêtecommissie heeft op dit gebied geen referentiestudies aangetroffen.
Er bestaat niet één objectieve standaard om aan te geven of een orkest van internationale klasse is. Wel bestaan er ranglijsten van orkesten en ook kunnen experts binnen het vakgebied duiden of een orkest van internationale topkwaliteit is. Alhoewel de Enquêtecommissie dus niet eenduidig kan aangeven wanneer het RO van internationale topkwaliteit is, is het wel degelijk meetbaar. Verhoging van het budget van het RO kan leiden tot een hoger artistiek budget. Een hoger artistiek budget komt de kwaliteit van het cultuuraanbod ten goede. Met een hoger artistiek budget kunnen de vergoedingen worden verhoogd om betere muzikanten binnen te halen en kunnen de uitgaven voor profilering (o.a. marketing) van het orkest stijgen.
63
SP
Hoofdstuk 7, pagina 481
Waarom werd er niet gedacht aan de combinatie van scenario 2 + een verhoging van de subsidie van RO? Of alleen de subsidie van het RO?
Beide voorbeelden zijn inderdaad mogelijk. De drie scenario's laten zien dat de raad een keuze heeft wat betreft de gewenste kwaliteit en het prijskaartje dat daarbij hoort. De scenario's zijn indicatief. Er zijn meerdere scenario's te bedenken.
64
SP
Hoofdstuk 7, pagina 491
Waarom werden de adviezen over fondsenwerving niet opgevolgd? Hoe werd er op de rapporten gereageerd? Werden deze rapporten met de raad gedeeld? En hoe werd vervolgens het bedrag van 15 miljoen verantwoord?
De sterke politieke wens om het cultuurpaleis te realiseren is daar debet aan. De toemalige politieke verhoudingen brachten met zich mee dat een substantieel deel van de investering door de markt moest worden opgebracht. Het was een politieke keuze om het sponsorbedrag op 15 M€ vast te stellen. Ambtelijke kritiek hierop werd genegeerd. Naar het rapport van Dixon wordt in raadsstukken verwezen. Het wordt niet als bijlage bij het raadsvoorstel van 2012 opgenomen. Er zijn geen raadsstukken aangetroffen waarin aan het rapport van Wonderbird wordt gerefereerd.
65
SP
Hoofdstuk 7, pagina 492
Het externe advies, dat een veel lager bedrag als haalbaar aangaf, koppelde de haalbaarheid aan diverse voorwaarden. De belangrijkste daarvan was om al voor Om welke overwegingen werd sponsoring niet afhankelijk gemaakt van de bouw? Welke andere vormen van opbrengsten werden er voorzien in het geval dat de aanvang van de bouw een fondsenwerving te starten. Deze adviezen zijn genegeerd. Het enige doel was dekking door de markt van 15M€ van de investering in het beoogde sponsorbedrag niet gehaald zou worden? Werden er eisen gesteld aan cultureel ondernemerschap? het raadsvoorstel. Realisatie heeft nauwelijks aandacht gehad en is uiteindelijk als niet realistisch bestempeld. Aan de instellingen zijn geen andere eisen gesteld dan het aangaan van een inspanningsverplichting waarbij de gemeente zelf de regierol op zich nam. Die regierol is in de praktijk dus niet opgepakt.
66
SP
Hoofdstuk 7, pagina 497
Had de gemeente ervaring met het coördineren van sponsoring? Hoe wilden ze daarin sturen? Is er in raadsdebatten gesproken over een plan van aanpak hierover? Hoe is het besluit genomen geen gehoor te geven aan de marktconsultatie?
De Enquêtecommissie is niet bekend met een coördinerende rol van de gemeente bij het binnenhalen van sponsoring. Het gebrek aan initiatieven van de gemeente laat zien dat er geen heldere opvatting was hoe hierin gestuurd moest worden. Expliciete besluitvorming, met uitzondering van de opdracht tot extern vervolgonderrzoek, hieromtrent is niet aangetroffen. Er is meer sprake van besluiteloosheid.
Beantwoording Technische Vragen Rapport Enquêtecommissie Amare - Amare Bijzonder Complex - 22 september 2023 Vraagnummer
Indiener - Fractie
Rapport hoofdstuk en pagina
Vraag
67
SP
Hoofdstuk 7, pagina 502
"In de afspraken staat niet expliciet dat bij vervanging state-of-the-art of een verbetering, als de techniek verder is, wordt aangeboden of mogelijk is"; hoe zit dat met andere gevallen van een DBM, wordt er weleens ingegrepen omwille van innovatie of verduurzaming?
Antwoord
Een DBM constructie is gebaseerd op het handhaven gedurende een afgesproken periode van de staat bij oplevering. Vervanging door nieuwere techniek leidt doorgaans tor extra kosten voor de opdrachtgever.
68
SP
Hoofdstuk 7, pagina 504
Onderdeel van de geintegreerde aanbesteding is dat het winnende consortium ook verantwoordelijk wordt voor de uitvoering van het meerjarig onderhoud. Het doel is namelijk om 'meer levensloopoptimalisatie' te bereiken. Het onderhoud wordt echter pas gegund op het moment dat Amare gerealiseerd is én tegen een "Het college negeert daarmee ook het nadrukkelijke advies van de Rebel Group om met één plafondbedrag te werken"; waarom is de afdoening van de motie apart plafondbedrag. Door gebruik te maken van twee plafondbedragen (één voor de realisatie en één voor het onderhoud) wordt het mogelijk voordeel van het voor één plafondbedrag op deze manier afgehandeld? Welke overweging droeg het college aan toch met twee plafondbedragen te werken? Welke voordelen integreren van de onderhoudscomponent tenietgedaan. De Enquêtecommissie concludeert daarom dat het college de randvoorwaarden voor een succesvolle zou dit hebben? Design, Build en Maintain (DBM) aanbesteding onvoldoende heeft ingevuld (zie p.291). De reden die in openbare verhoren wordt gegeven is dat deze werkwijze ook gebruikelijk is bij een traditionele aanbesteding. Daarvan is hier evenwel geen sprake. Er zijn dan ook geen voordelen.
69
SP
Hoofdstuk 7, pagina 509
Hoe kunnen gebruikers contact opnemen over complicaties die ze ervaren met het systeem Archibus? Hoe trekken ze aan de bel in urgente gevallen en waren De Enquêtecommissie heeft in het onderzoek beperkt aandacht gegeven aan de gevraagde operationele elementen. Voor het beantwoorden van de ze geinstrueerd hoe met het systeem te werken? Hoe worden geschillen behandeld met VolkerWessels Vastgoedbeheer? Kan de gemeente het VolkerWessels onderzoeksvragen was het niet nodig om de gevraagde elementen te onderzoeken waardoor het buiten de scope van het onderzoek is gelaten. controleren en toetsen?
70
SP
Hoofdstuk 7, pagina 511
Wat was de verantwoordelijkheid van VolkerWessels in het presenteren van de M-categorie onderhoudskosten als een apart onderdeel van de rest van het krediet? Staat het onderdeel M niet automatisch ook op de offerte? Op welk punt is dit als gescheiden bedrag gepresenteerd?
De verantwoordelijkheid voor het presenteren van de onderhoudscomponent lag bij de gemeente. In de aanbestedingsdocumenten, zoals ook in de concept basisovereenkomst (contract) wordt een onderscheid gemaakt tussen deze bedragen, waarbij het bedrag voor het ontwerp- en de bouw bekend was maar het bedrag voor het jaarlijks onderhoud nog niet (zie ook p.311 en p.312).
Het college schat de bouwkosten in 2014 (€177,4 mln. voor OCC/Amare) lager in dan in 2013 (€181,1 mln. voor Spuiforum). Een van de redenen die het college hiervoor geeft is dat het gebouw beter in het gebied in te passen is door te kiezen voor een gebiedsvisie in plaats van enkel een gebouw. Alhoewel het inpassen van een gebouw in een gebiedsvisie voordelen kan hebben wat betreft stedenbouwkundige principes, is het voor de Enquêtecommissie onduidelijk hoe dit tot een lager budget zou leiden. 71
72
73
SP
Hoofdstuk 8, pagina 524
"Het college schat de bouwkosten dus lager in. Het geeft als reden dat marktpartijen minder kosten hoeven te maken omdat zij meer ruimte krijgen om het gebouw optimaal in te passen in het gebied"; kan dit uitgelegd worden? Is dit een geldige redenering?
SP
Hoofdstuk 8, pagina 532
Uit het onderzoek komt niet een eenduidige verklaring voor de keuze voor een (te) laag percentage voor onvoorziene kosten. Wel constateert de "De Rekenkamer wijst erop dat ca. 4% binnen het bouwkostenbudget beschikbaar was voor een post onvoorzien. De gemeente heeft geen gestandaardiseerde Enquêtecommissie dat het een politieke keuze was dat het budget lager moest zijn dan bij het project Spuiforum. Dit is niet getoetst op haalbaarheid. methode voor het vaststellen van het benodigde percentage. [...] Uit het rapport van de Rekenkamer blijkt dat de gemeente Den Haag normaliter percentages van ongeveer 10% aanhoudt"; hoe is er tot het percentage van 4% gekomen en was er ook het doel deze aan te houden? Welke afdelingen waren er De kredietopbouw is vastgesteld door de projectorganisatie en via betrokken medewerkers van DSO is het college gevraagd er een beslissing over te nemen. Het verantwoordelijk voor deze budgetverdelingen? college heeft besloten het aan de raad voor te leggen.
SP
Hoofdstuk 8, pagina 545
"De Rekenkamer Den Haag stelt dat over de 15 mln. euro het geldende percentage van 21% had moeten worden berekend"; was dit niet bekend tijdens het vaststellen van de sponsorbedragen en het opstellen van de afsprakenbrieven voor de instellingen? Is het standaard om de formulering 'inclusief eventueel verschuldigde BTW' op te nemen? Zo niet, wat was de overweging hiervoor?
In de praktijk heeft de keuze voor een gebiedsvisie en daarmee het verplaatsen van de locatie van het gebouw juist gezorgd voor hogere kosten. Door het inpassen van Amare in Wijnhavenkwartier Fase II kunnen daar geen woningen worden gebouwd. De grondopbrengst voor de gemeente voor een gebied waar woningen gebouwd kunnen worden is vele malen hoger dan het gebruiken van grond voor een theater. Dit heeft geleid tot een verlies van €9,2 mln. doordat de verwachte grondopbrengst lager is. Deze kosten worden door het college niet op het project Amare geboekt (zie p. 529). Overigens worden deze kosten (€9,2 mln.) door de Enquêtecommissie wel meegerekend in de totale impact van Amare op de gemeentefinanciën (zie Hoofdstuk 8).
Uit besluitvormingsdocumenten inzake sponsoring blijkt dat de BTW vrijwel geen onderwerp van discussie is geweest. Het is dan ook onbekend of de implicaties van wel/niet BTW meerekenen duidelijk was voor betrokken ambtenaren. Wel moet worden gesteld dat de gemeente door de formulering ‘inclusief eventueel verschuldigde BTW’ een extra risico neemt om minder sponsorgelden binnen te halen. Het college had meer duidelijkheid kunnen creëren door het afgesproken sponsorbedrag exclusief BTW te benoemen. Dan was er geen discussie mogelijk over een tekort aan dekking. Standaard is het dus zeker niet om met bedragen inclusief BTW te werken. Tussen bedrijven en organisaties worden normaliter afspraken gemaakt over bedragen exclusief BTW.
74
SP
Hoofdstuk 8, pagina 545
Hoe en waarom is er uiteindelijk met het KC een compensatie afgesproken van 100.000 euro per jaar gedurende 40 jaar, waarvan de contante waarde 2,7 mln euro bedraagt? Hoe is tot dit bedrag gekomen?
Het is onduidelijk hoe dit bedrag exact tot stand gekomen is. Wel komt in het onderzoek naar voren dat de financiële ruimte van het KC beperkt is, waardoor het budget van het KC naar alle waarschijnlijkheid een belangrijk vertrekpunt bij de onderhandelingen is geweest.
75
SP
Hoofdstuk 8, pagina 547
Hoe wordt de mogelijke planschadekosten als gevolg van de ontwikkeling van Amare onderzocht? Zijn deze onderzoeken nog steeds bezig en wanneer wordt een (voortgangs)rapportage hierover verwacht?
Bij weten van de Enquêtecommissie wordt een dergelijk onderzoek niet uitgevoerd.
76
SP
Hoofdstuk 8, pagina 549
Was het Koninklijk Conservatorium op de hoogte gebracht van de twee scenario's rondom de BTW-aftrek van het conservatoriumdeel, en zijn er correspondenties geweest over de (nog lopende) kwestie met de Belastingdienst?
Het KC is niet betrokken bij de twee scenario's rondom de BTW- aftrek omdat dit niet van toepassing is op hun positie: het KC kan de BTW niet terugvorderen. De lopende kwesties spelen dus tussen de Belastingdienst, DMC (hoofdhuurder) en de gemeente (eigenaar).
77
SP
Hoofdstuk 8, pagina 559
"Er wordt aangenomen dat ook na 2024 deze subsidie verleend zal worden. Dit betekent dat er wordt uitgegaan van de situatie dat de gemeente een subsidie Deze bedragen zijn inderdaad onderdeel van de subsidieverhoging die is vastgesteld bij het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021 - 2024. Instellingen zullen van 150.000 euro per instelling verleent"; wordt hier de bedragen mee bedoeld die deel uitmaken van de twee subsidieverhogingen die gehonoreerd zijn bij de hun subsidieaanvraag iedere periode weer moeten onderbouwen, waardoor ook de noodzaak van een bijdrage aan de huisvestingslasten iedere periode aanvragen van NDT en RO voor Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024? Of zijn dit aparte subsidies bovenop de eerdere subsidieverhogingen? aangetoond zal moeten worden. Dit bedrag wordt momenteel niet verrekend met de huurinkomsten. Dit is wel een aanbeveling van de Enquêtecommissie (zie Zullen de instellingen, net als andere instellingen, voor elke periode MJB dit herhaaldelijk moeten aanvragen? En wordt het bedrag verrekend op de Aanbeveling 6, p.617). huurinkomsten of op het MJB?