RIS316387 Bijlage 1 Openbare beantwoording technische vragen
Tekst van het document
BIJLAGE 1. OPENBARE BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN Nr. 1
Partij GroenLi nks
Vraag Hoe vindt de geplande uitrol van de aanbestedingen plaats, qua timing? Wordt er stapsgewijs kavel voor kavel gewerkt, of worden alle kavels in één keer toegepast?
2
GroenLi nks
Wat voor tijdlijn heeft het college voor ogen van aanbesteding tot ontwikkeling tot realisatie van de warmtenetten?
3
4
GroenLi nks
Antwoord In de aanbestedingsstrategie moeten verschillende keuzes worden gemaakt. Het betreft onder andere de aanbestedingsvorm, het aanbestedingsproces en de planning daarvan. Daarbij wordt ook de keuze gemaakt om de concessiegebieden in één aanbesteding met meerdere percelen aan te besteden of via meerdere aanbestedingen op de markt te brengen. Hierin wordt ook de uitkomst van de wensen- en bedenkingenprocedure verwerkt. Het streven is om de aanbestedingen gelijktijdig uit te voeren, zodat er voldoende warmtevraag is om alle bronnen realiseerbaar te maken. De aanbestedingsstrategie wordt eind dit jaar verwacht en wordt vervolgens aan de tenderboard van de gemeente Den Haag voorgelegd. De gemeente heeft de volgende tijdlijn voor ogen: - Aanbestedingsfase – ca. 1 jaar - Ontwikkelfase (aanleg en aansluiting) – ca. 5-15 jaar vanaf gunning. - Exploitatiefase – tot 30 jaar
Minister Jetten heeft nieuwe wetgeving voor warmtenetten aangekondigd, de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw). De impact daarvan op de maximale duur van de ontwikkel- en exploitatiefase is op dit moment nog in onderzoek. Hoe worden Haagse Naast woningcorporaties wordt gesproken met betrokken stakeholders bij de warmtetransitie in Den Haag. Zoals coöperaties bij het proces bijvoorbeeld de belanghebbenden rondom het CR-plein. Er wordt gestreefd naar een zo breed mogelijke betrokken? Is Energie Samen representatie van de verschillende doelgroepen. Waarbij we ons in ieder geval richten op bij het haalbaarheidsonderzoek woning/vastgoedeigenaren, bedrijven en bewoners in de wijken. We onderzoeken de mogelijkheid om deze partijen betrokken? een rol te geven in het proces mogelijk door het instellen van een klankbordgroep. Daarnaast vindt er een marktconsultatie plaats waar naast warmtebedrijven ook andere belanghebbenden op hebben gereageerd zoals de gebiedscoöperaties. Met Energie Samen heeft nog geen gesprek plaatsgevonden, maar dat gesprek willen we wel gaan voeren. Hoe kan het uitgangspunt uit Energiecoöperaties kunnen plannen ontwikkelen die leiden tot een warmtesysteem in eigendom van de coöperatie. de TVW van coöperatief en Potentieel ontstaat een conflict als de energiecoöperatie actief is in een concessiegebied.
Het is nadrukkelijk de lokaal eigenaarschap worden bedoeling dat energiecoöperaties hun plannen kunnen ontwikkelen. In de Concessieovereenkomst en het daarbij gecombineerd met het behorende Programma van Eisen kunnen daar voorwaarden voor worden opgenomen, zodat ruimte blijft bestaan instrument van een voor kleinschalige collectieve en/of individuele oplossingen. Dit geldt voor zowel bestaande als toekomstige (maatschappelijke) tender, die initiatieven. Hoe dat precies vorm krijgt is nog niet vastgesteld.
Nr.
Partij
5
GroenLi nks
6
GroenLi nks
7
GroenLi nks
8
GroenLi nks
Vraag volgens brancheorganisaties ongeschikt is om lokale energiecoöperaties goed te positioneren? Ziet het college wettelijke mogelijkheden voor het toepassen van DAEB? Is het juridisch mogelijk om kavels als DAEB aan te wijzen en vanuit die hoedanigheid aan coöperaties toe te wijzen als warmtebedrijf en hen als gemeente te ondersteunen?
Wordt er bij de haalbaarheidsstudie rekening gehouden met de mogelijkheid van het toepassen van opgroeirechten voor eventuele participerende bewonersinitiatieven? Hoe kunnen afspraken rondom marktordening van de geleverde warmte in de aanbesteding geborgd worden? Hoe kan er bijvoorbeeld geborgd worden dat lokale duurzame warmte voorrang krijgt? Hoe kan een pad naar steeds lagere temperatuurwarmte in de aanbesteding worden geborgd?
Antwoord
In verband met wettelijke regels omtrent staatssteun en aanbestedingsrecht zijn de mogelijkheden om deze kavels aan te wijzen als DAEB nihil. Daarentegen zijn in de concept- Wet collectieve warmte regels opgenomen die ervoor zorgen dat warmtegemeenschappen voldoende ruimte, mogelijkheden en status krijgen om een rol te spelen in warmtenetten. Daarnaast zijn er aparte spelregels voor kleine collectieve warmtesystemen, verhuurders en verenigingen van eigenaars die buiten de kaveltoewijzing om een ontheffing kunnen aanvragen. Overigens wordt de een aanwijzing van een Warmtebedrijf op basis van de Wcw gezien als een DAEB, volgens de memorie van toelichting bij deze nieuwe wet. Dit geldt echter pas na inwerkingtreding van de Wcw, waarbij een overheid een meerderheidsbelang in het Warmtebedrijf dient te hebben. Zie vraag 4.
De gemeente kan het gebruik van specifieke bronnen niet voorschrijven, dat is op basis van de Aanbestedingswet niet toegestaan. De gemeente kan in de concessieovereenkomst en het daarbij behorende Programma van Eisen wel eisen stellen aan de te gebruiken warmtebronnen, bijvoorbeeld de mate van duurzaamheid of het type bron. De gemeente wil hiermee het gebruik van de lokale duurzame bronnen op het De Constant Rebequeplein stimuleren. Door de vraagkant te stimuleren, bevordert de gemeente dat de geothermiebron gelijktijdig kan worden ontwikkeld met de WarmtelinQ. Zo wordt het momentum benut dat nu bestaat.
De gemeente kan in de concessieovereenkomst en het daarbij behorende Programma van Eisen eisen stellen aan de hoogte van de temperatuur van het warmtenet of de ontwikkeling daarvan in de tijd.
Nr. 9
10
11
12
Partij GroenLi nks
GroenLi nks
GroenLi nks
GroenLi nks
Vraag Hoe is het recht van nieuwe lokale bronnen om op het net aan te sluiten geborgd? Hoe wordt er daarbij omgegaan met temperatuurverschillen?
Hoe wordt de kwaliteitsborging in de afspraken ingebouwd? Wat voor afspraken is het college voornemens te maken over jaarlijkse evaluatiemomenten, mogelijke sancties bij ondermaatse levering en/of dienstverlening van warmtebedrijven, of onredelijk hoge prijzen? Hoe wordt in het proces geborgd dat het gegunde warmtebedrijf er niet zomaar uitstapt? Is het bijvoorbeeld mogelijk om hier stevige boetes voor in te bouwen?
Hoe vindt het aanbiedingsproces richting huiseigenaren concreet plaats? Welke partijen hebben daar welke rol in? Worden daar ook mogelijkheden bij onderzocht om als bewoner meer collectief op aanbiedingen in te gaan?
Antwoord De gemeente kan in de concessieovereenkomst en het daarbij behorende Programma van Eisen eisen stellen aan de te gebruiken warmtebronnen, waarbij de inzet van lokale bronnen mogelijk wordt gemaakt en gestimuleerd wordt. De gemeente kan het gebruik van specifieke lokale bronnen niet voorschrijven, dat is op basis van de Aanbestedingswet niet toegestaan. Lokale bronnen kunnen alleen worden aangesloten als de temperatuur gelijk is aan die van het warmtenet. Als de temperatuur afwijkt zijn er twee oplossingen. Ten eerste de temperatuur opwaarderen met een warmtepomp. De andere is de bron inzetten voor een eigen net op de juiste temperatuur. In de concessieovereenkomst en het daarbij behorende Programma van Eisen zal de gemeente eisen stellen aan het warmtesysteem en zaken als kwaliteitsmanagement, klanttevredenheid en monitoring. In de overeenkomst worden ook sancties opgenomen voor de gevallen waarin de concessieverlener en concessiehouder zich niet aan de contractuele afspraken houden. De positieve geleerde lessen van het project Laakhavens worden hier toegepast. De eisen in de concessieovereenkomst en het Programma van Eisen worden in lijn gebracht met de wettelijke regelingen. Zo stellen de huidige Warmtewet en de toekomstige Wcw eisen aan de levering en sancties (in de vorm van een compensatieregeling) bij niet-naleving daarvan.
In het uiterste geval kan het college of de ACM de aanwijzing intrekken. Op grond van de wet worden maximale tarieven vastgesteld. Dit wordt door de ACM gereguleerd. Dit is wettelijk geborgd in de warmtewet en straks in de Wcw. In de concessieovereenkomst wordt hierop aangesloten door de mogelijkheid tot ontbinding voor het warmtebedrijf uit te sluiten of verregaand te beperken. Indien het warmtebedrijf haar leveringsverplichting niet nakomt geldt o.a. een wettelijke compensatieregeling (zie vraag 10). Verder kunnen de Minister en de ACM op grond van de Warmtewet en straks het college en de ACM op basis van WWcw ingrijpen als het warmtebedrijf niet aan haar verplichtingen kan of zal voldoen, zoals het opdragen van maatregelen, het intrekken van de aanwijzing of het aanwijzen van een vervangend warmtebedrijf (bijvoorbeeld bij faillissement). Het aanbiedingsproces is afhankelijk van de nog te bepalen exacte rolverdeling tussen de concessieverlener (de gemeente) en de concessiehouder (de warmteleverancier). Het definitieve voorstel voor de rolverdeling wordt in de aanbestedingsstrategie opgenomen. De invulling van de rolverdeling tav participatie wordt mede gebaseerd op het onderzoek- en participatietraject dat nu wordt ingezet om de wensen en behoeften van de gebruikers en afnemers te inventariseren.
Nr.
Partij
Vraag
13
GroenLi nks
Hoe wordt de betaalbaarheid van warmtetarieven (inclusief de vaste kosten als gevolg van de initiële investering) geborgd? Welke lessen vanuit de ervaringen met Eteck in Laakhavens worden hierbij meegenomen?
14
Hart voor Den Haag
De Unipercentrale is het beginpunt van het Haagse stadsverwamingsnet van Eneco. Uniper is ook de beheerder van dit warmtenet die bepaalt welke bronnen en met welk prioriteit aan het bestaande Eneco stadswarmtenet geleverd wordt. De gemeenteraad heeft vastgesteld dat warmte uit duurzame bronnen voorrang krijgt bij warmtelevering. Hoe en op welke wijze heeft of gaat de gemeente dit met Uniper,- inmiddels Duits staatsbedrijf,- vastleggen?
Antwoord Daarbij zal ook worden onderzocht hoe voldoende ruimte in de concessieovereenkomst en het daarbij behorende Programma van Eisen kan worden gegeven om collectieve acties van bewoners te omarmen. De gemeente zal aansluiting zoeken bij de wettelijke systematiek die via de Wcw ingevoerd gaat worden. Dit is een tarief dat opgebouwd is uit de gemaakte kosten en een redelijke winstmarge. Hiermee wordt een redelijk tarief vastgesteld. Het uiteindelijke tarief kan ook nog beïnvloed worden door subsidiemogelijkheden die de concessiehouder heeft om een onrendabele top te dichten of verlagen. Dit heeft een dempende werking op de uiteindelijke tarieven voor bewoners. Door het in concurrentie uitvragen van aanbiedingen uit de markt via een aanbesteding, zet de gemeente verder in op het onder het maximum krijgen van tarieven onder het maximum. Tijdens de recente gascrisis heeft de Rijksoverheid betaalbaarheid geborgd door het vaststellen van een maximumtarief en energieleveranciers gecompenseerd. Naar aanleiding van de aanbesteding Laakhavens is er bij de aanbesteding Trekvliet -Maanweg voor gekozen om partijen te laten werken met een referentiecasus. De gehanteerde kengetallen in deze referentiecasus zijn leidend voor de berekening van de toekomstige aansluitkosten. In de aanbestedingsstrategie wordt afgewogen of dit ook in deze aanbesteding een goed mechanisme is.
De concessiehouder zal rechtstreeks afspraken maken met broneigenaren over de inzet van warmte. De gemeente zal in de concessieovereenkomst en het daarbij behorende Programma van Eisen eisen stellen aan de te gebruiken warmtebronnen, bijvoorbeeld de mate van duurzaamheid of het type bron. De gemeente wil hiermee het gebruik van de lokale duurzame bronnen op het De Constant Rebequeplein stimuleren.
Nr. 15
Partij Hart voor Den Haag
16
19
Hart voor Den Haag Hart voor Den Haag Hart voor Den Haag SP
20
SP
17
18
Vraag En wat is hierover in de nieuwe WLO (WarmteLeverings Overeenkomst) tussen Uniper en Eneco tot 2035 afgesproken? Wat wordt het volume en het temperatuurniveau van deze bronnen?
Antwoord Deze vraag wordt onder geheimhouding beantwoord in bijlage 2.
Hoeveel extra warmteaansluitingen maken deze bronnen mogelijk?
Deze vraag wordt onder geheimhouding beantwoord in bijlage 2.
En is er dan nog wel behoefte aan hoge temperatuurwarmte van WLQ uit het HIC uit Rotterdam? Welke rol en mogelijkheden geeft de Wet collectieve warmtevoorziening het college en de gemeenteraad op het moment dat er problemen zijn met de marktpartij die voor tientallen jaren de concessie heeft gekregen? Hoe komt dit terug in de concessievoorwaarden? Welk perspectief heeft de raad als er problemen zijn met het warmtenet? Denk aan bewoners die torenhoge prijzen betalen of continue technische problemen. Kan het college dan ingrijpen? Kan zij boetes uitdelen of kan de
Ja. Inzet van alle beschikbare bronnen zal noodzakelijk zijn.
Deze vraag wordt onder geheimhouding beantwoord in bijlage 2.
Zie antwoorden vraag 10 en 11.
Zie ook antwoorden vraag 10 en 11.
Nr.
Partij
21
SP
22
SP
23
SP
24
Partij voor de Dieren
Vraag concessie dan aan een andere partij gegund worden? Overweegt het college ook de optie om de partij die de concessie wint te verzoeken om aandelen beschikbaar te stellen aan bewoners en/of de gemeente? Welke mogelijkheden heeft het college hiertoe en wat zijn volgens het college de voor- en nadelen hiervan? Overweegt het college ook een concessie met publiek medeeigenaarschap, zoals in Wageningen en Zaandam het geval is? Welke mogelijkheden heeft het college hiertoe en wat zijn volgens het college de voor- en nadelen hiervan? Is het college bereid om het instellen van een klankbordgroep met VVE’s, pandbeheerders, woningeigenaren en huurders als minimumeis op te nemen bij de aanbesteding? Zo nee, waarom niet? p. 2: Wordt met betaalbaarheid de aansluitkosten, de aanlegkosten of de termijnbedragen voor gebruikers bedoeld?
Antwoord
De gemeente zal in de concessieovereenkomst en het daarbij behorende Programma van Eisen ruimte opnemen om financiële participatie mogelijk te maken. Het voordeel van financiële participatie is dat de betrokkenheid van bewoners groot is en dat bewoners kunnen meedelen in opbrengsten van het warmtenet. Als het college specifieke eisen stelt aan de invulling hiervan, kan, afhankelijk van de eisen, het risico ontstaan dat er minder inschrijvers komen dan gewenst.
Het college onderzoekt de mogelijkheid dat de gemeente juridisch eigenaar wordt van de nieuwe warmtenetten. Het economisch eigendom ligt dan bij het warmtebedrijf. Het college overweegt voor deze concessies niet om zelf een warmtebedrijf op te richten of daarin te participeren.
Ja. De invulling van de klankborgroep wordt nader uitgewerkt.
Met betaalbaarheid wordt de Eenmalige aansluitbijdrage om een vastgoedeigenaar aan te sluiten op het warmtenet en de tarieven (GJ tarief, huur afleverset en vastrecht) bedoeld.
Nr. 25
Partij Partij voor de Dieren Partij voor de Dieren
Vraag Antwoord Worden naast criteria ook Zie vraag 10 en 11. eisen gesteld op het gebied van de tarieven? Wordt een maximum gesteld Zie vraag 10 en 11. aan de aansluittarieven?
27
Partij voor de Dieren
Kan worden aangegeven wat de stimulans is van mensen om in plaats van gas het warmtenet te gebruiken?
28
Partij voor de Dieren
29
Partij voor de Dieren Partij voor de Dieren
Is de verwachting dat het warmtenet in een keer voor alle huizen in een straat wordt aangelegd of per huis afhankelijk van een verzoek? p. 3: Wat wordt er bedoeld met ‘concurrerende aanbestedingen’? p.3: Voor welke wijken kunnen aanbieders zich inschrijven?
26
30
31
Partij voor de Dieren
Welke (concept)aanbestedingscriteria worden er gesteld? Welke weging wordt aan de
Bewoners kennen verschillende drijfveren hebben verduurzamingsmaatregelen te nemen en mee te doen. Voorbeelden van manieren waarop bewoners effectief worden gestimuleerd zijn: • Bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering • Een aantrekkelijk financieel aanbod (Eenmalige Aansluitbijdrage) • Inzicht in alternatieven voor huidige warmtevoorziening en de kosten daarvan nu en in de toekomst • Duurzaamheid is goed voor de verkoop of verhuur van een woning • Makkelijke overstap • Meer comfort door isolatie en lagere energierekening • Verantwoordelijkheidsgevoel Daarnaast kunnen uit het participatietraject nog andere stimulansen voortkomen. Aansluiting is altijd op vrijwillige basis. Het warmtenet wordt aangelegd zodra er voldoende vraag naar aansluitingen is in een straat/wijk. Een groot deel van de aansluitingen kan dan direct worden gerealiseerd. Voor mensen die later willen aansluiten, bestaat altijd de mogelijkheid.
Er wordt bedoeld dat een aanbesteding een competitie tussen warmteleveranciers in gang zet, niet dat aanbestedingen met elkaar in competitie gaan. Op basis van de technische/economische haalbaarheidsstudie zijn zes mogelijke voorlopige concessiegebieden gedefinieerd. Enkele van deze gebieden zijn als kansrijk aangemerkt. Verwachting is dat er voor deze gebieden een concessieovereenkomst door middel van een aanbesteding wordt uitgegeven. In de aanbestedingsstrategie moet nog een definitief voorstel voor de uit te geven concessiegebieden worden opgenomen. De aanbestedingswetgeving schrijft voor dat in beginsel gunning plaatsvindt op basis van Prijs en Kwaliteit. De invulling van deze criteria en de weging daarvan worden op basis van de haalbaarheidsstudie en de wensen- en bedenkingenprocedure nader bepaald. De definitieve afbakening wordt in de aanbestedingsstrategie opgenomen.
Nr.
Partij
32
Partij voor de Dieren
33
Partij voor de Dieren
34
Partij voor de Dieren
Vraag verschillende criteria toegekend? p.4: Het college schrijft dat de gemeente de mogelijkheid heeft en van plan is om aanvullende eisen te stellen voor de warmteconcessie. Welke standaard eisen gaat het om en welke aanvullende eisen wil de gemeente formuleren? p. 5: Wie doen mee aan het participatietraject, wat zijn de uitkomsten en hoe worden die verwerkt in het aanbestedingsproces in de drie fasen? Welke risico’s, financieel, juridisch of anderszins, ziet het college bij deze aanbesteding?
Antwoord
Bij standaard eisen gaat het om wettelijke eisen. Aanvullend daarop kunnen eisen gesteld worden aan bv duurzaamheid van de geleverde warmte of over de manier waarop bewoners betrokken worden.
Het college heeft de haalbaarheidsstudies afgerond en op basis daarvan wordt een participatietraject opgestart. In de concessiewijken vindt al op veel niveaus participatie plaats. Dit is een doorlopend proces zowel tijdens de voorbereidingsfase, de aanbestedingsfase als de realisatie- en gebruiksfase. Er wordt gestreefd naar een zo breed mogelijke representatie van de verschillende doelgroepen. Waarbij we ons in ieder geval richten op woning/vastgoedeigenaren, bedrijven en bewoners in de wijken en onderzoeken de mogelijkheid om deze partijen een rol te geven in het proces mogelijk door het instellen van een klankbordgroep. Bij de aanbesteding zijn de volgende risico’s gesignaleerd: 1. Beschikbaarheid en inkoop warmte – De concessiehouder is verantwoordelijk voor de inkoop van warmte bij broneigenaren. Indien bestaande of nieuwe warmtebedrijven zelf al vroegtijdig warmte hebben ingekocht, is de borging van het level-playing field in de aanbesteding nog een belangrijk aandachtspunt. Verschillende partijen hebben in de marktconsultatie aangegeven hiermee bezig te zijn. 2. Het vollooprisico – Het tempo en het aantal woningen dat op een warmtenet wordt aangesloten, is sterk van invloed op de hoogte van de aansluitbijdrage.
Warmtebedrijven zullen hierover zo veel mogelijk zekerheid willen hebben en verwachten duidelijkheid van de gemeente over wanneer welke wijken van het gas af gaan. Het risico bestaat dat de warmtebedrijven onvoldoende zekerheid ervaren om in te schrijven indien met alle betrokken partijen geen afspraken zijn gemaakt hoe met dit risico wordt omgegaan. 3. Wet collectieve warmtevoorziening – Het vollooprisico wordt versterkt door de beperking van de concessieperiode (en daarmee terugverdientijd) door de concept Wet collectieve warmtevoorziening. De nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening heeft grote impact op de concessies. Of de wet wordt vastgesteld. de inhoud en het invoeringsmoment zijn nog niet duidelijk. Deze onzekerheid brengt risico’s met zich mee. 4. Onvoldoende marktinteresse – de eisen en wensen van de gemeente sluiten mogelijk niet volledig aan bij wat de markt bereid is te bieden. 5. Realisatierisico’s – het realiseren van een warmtenet in de bestaande stad kent veel risico’s. De uitvoering is complex omdat gelijktijdig de ‘stad’ toegankelijk en bereikbaar moet blijven. De ruimte in de ondergrond is
Nr.
35
36
Partij
Partij voor de Dieren Partij voor de Dieren
37
Partij voor de Dieren
38
Partij voor de Dieren Partij voor de Dieren
39
40
41
42
Partij voor de Dieren Partij voor de Dieren Partij voor de Dieren
Vraag
Kan het college een risicoanalyse delen? Heeft het college een streven of eis vastgesteld voor de (minimale) hoeveelheid huizen die aan moeten sluiten op de warmtenetten? Welke gebieden in Den Haag, of hoeveel oppervlakte van de stad moet worden bediend door de warmtenetten? Hoe wordt de afbakening van de gebieden bepaald? Worden eisen gesteld aan waar de warmte vandaan komt of hoe duurzaam de warmte is op het net? Worden eisen gesteld voor een minimaal percentage huizen dat is aangesloten op het net? Ontstaat een verplichting voor de aanbieder om iedereen die in het gebied het wil aangesloten te worden? Welke duurzaamheidscriteria worden gesteld?
Antwoord beperkt en er zijn kostbare obstakels die door een warmtenet moeten worden doorkruist (zoals een tramlijn of watergangen Het treffen van mitigerende maatregelen en het beheersbaar maken van deze risico’s moet nog plaats vinden. De risicoanalyse (risicoparagraaf) zal in een later stadium worden opgesteld.
Deze vraag wordt onder geheimhouding beantwoord in bijlage 2.
Zie vraag 30.
In de technische/economische haalbaarheidsstudie is dit nader toegelicht. In de basis dient de transitievisie warmte als uitgangspunt, vervolgens is gekeken naar hoeveelheid woningcorporatie bezit, woningtypologie, warmtevraag, geografische en natuurlijke grenzen, stedelijke ontwikkelingen etc. Zie vraag 7.
Zie vraag 28.
Ja. Dit wordt opgenomen in de concessieovereenkomst met bijlagen.
Duurzaamheidseisen gaan vooral over de klimaatimpact van de warmtebronnen. De bestaande wet- en regelgeving dient als basis. Daarnaast kunnen aanvullende eisen worden gesteld (zie vraag 32) of kunnen duurzaamheidswensen in het gunningsmechanisme worden opgenomen. Deze keuzes moeten nog nader worden uitgewerkt.
Nr. 43
44
45
46
Partij Partij voor de Dieren
Partij voor de Dieren Partij voor de Dieren Partij voor de Dieren
47
CU-SGP
48
CU-SGP
49
CU-SGP
50
CU-SGP
Vraag Welke rol krijgt de raad na het vaststellen van dit voorstel?
Over wat voor geldelijke bijdrage wordt gedacht? Wordt hier een maximum op gezet? Aan wat voor type garanties wordt gedacht? Hoe wordt voorkomen dat de gemeente uiteindelijk door garanties enorme kosten maakt? Wat wordt verstaan onder financiële participatie? Hoe wordt de participatie gedurende het haalbaarheidsonderzoek vormgegeven? In hoeverre is al bekend of er genoeg ruimte is in de grond in de nu getekende concessiegebieden? Is dat voor de hele gebieden aan te wijzen, en wat is het risico voor de gemeente wanneer er niet genoeg ruimte blijkt te zijn? Wat is de inschatting van de grootte van de onrendabele top voor de verschillende gunningsgebieden?
Antwoord Door het vaststellen van het raadsvoorstel wensen- en bedenkingen geeft de raad wensen en bedenkingen mee aan het college. Deze worden meegewogen bij het opstellen van de aanbestedingsstrategie. De voorbereiding van de aanbesteding kan dan ambtelijk vervolgd worden. Indien het noodzakelijk blijkt om reserves, garanties of subsidieregelingen in te zetten, dan zal het college opnieuw met een raadsvoorstel komen. Deze vraag wordt onder geheimhouding beantwoord in bijlage 2.
Bij garanties van de gemeente aan het warmtebedrijf moet men denken aan garanties m.b.t. de aansluitbereidheid en het vollooprisico van het warmtesysteem. Voorafgaand aan de aanbesteding worden de risico's zorgvuldig afgewogen en bepaald hoe deze worden gemitigeerd, en waar het risico wordt belegd. Indien er garanties worden overwogen, dan zal de gemeente deze alleen opnemen als de kosten daarvan beheersbaar zijn. Hieronder wordt verstaan dat bewoners financiële middelen kunnen inleggen als bijdrage aan de investering en de mogelijkheid krijgen om dit terug te verdienen. Zie vraag 33.
De inpasbaarheid van het systeem is tijdens het haalbaarheidsonderzoek op hoofdlijnen beschouwd en daaruit volgt dat het niet onmogelijk of onrealistisch is dat het warmtenet wordt aangelegd in de onderzochte gebieden. Uitgangspunt is dat het risico dat hogere kosten nodig zijn om het net te realiseren, bij de concessiehouder ligt. In de concessieovereenkomst wordt opgenomen hoe met dit soort tegenvallers wordt omgegaan.
Zie vraag 44 in bijlage 2: geheime beantwoording van de technische vragen.
Nr. 51
Partij CU-SGP
52
CU-SGP
53
CU-SGP
54
CU-SGP
55
CU-SGP
Vraag Hoeveel subsidie van het Rijk zal Den Haag proberen aan te vragen? Wat is de termijn waarop we dan ook het warmtenet moeten realiseren?
Antwoord Zie vraag 44 in bijlage 2: geheime beantwoording van de technische vragen.
Kan een exploitant gedwongen worden om ook de aansluiting voor nog te realiseren bouwplannen te realiseren of is er dan een nieuwe onderhandeling nodig? Hoe wordt dit meegenomen in de grootte van de concessie? In de marktconsulatie wordt de exploitatiehouder ook verantwoordelijk wordt voor een piek- en backupinstallatie. Hoe krijgt dit vorm bij een geoof aquathermie bron? Aan wat voor piek- en backupinstallaties denkt het college? Zijn er al voorlopige tarieven bekend voor de afname van warmte van de WarmtelinQ? Een geo- of aquathermiebron zal lagere temperatuur leveren dan WarmelinQ, in hoeverre wordt er rekening gehouden met de bron bij de wens van de beoogde temperatuur? Is het technisch haalbaar voor een
De concessies gaan over bestaande bouw. In beginsel wordt nieuwbouw op grotere schaal niet op een warmtenet aangesloten.
Hoeveel geld nodig is om de businesscase rendabel te maken wordt berekend in de verdere uitwerking van de business case. Subsidieaanvragen voor de concessies zullen over enige tijd en mogelijk in verschillende fasen moeten worden gedaan. De subsidiemogelijkheden en voorwaarden zullen in de tussentijd ongetwijfeld wijzigen. Overigens worden veel subsidies niet door de gemeente, maar door de concessiehouder aangevraagd.
De voorkeur gaat uit naar duurzame alternatieven zoals warmtepompen en warmteopslag, E-boilers, waterstofboiler, bio(olie) ketels, maar ook gasgestookte warmteketels zullen voorlopig een rol in de piek- en backupvoorziening spelen.
Op dit moment zijn deze tarieven nog niet bekend.
Hoge temperatuurbronnen (WarmtelinQ) kunnen worden ingezet op netten waar hoge temperatuur nodig is. Dit zijn de gebieden waar het bestaande net al ligt. Als er meer HT-warmte nodig is, dan kan de warmte uit de geothermiebron met een warmtepomp worden opgewaardeerd. Voor andere gebieden kan middentemperatuur worden geleverd door de geothermiebron zonder dat opwaardering nodig is.
Nr.
Partij
56
CU-SGP
57
CU-SGP
58
CU-SGP
Vraag geothermiebron om 70 graden water te leveren? De haalbaarheid voor een exploitatie is ook mede bepaald door de energievraag van huishoudens. Die is weer afhankelijk van de mate waarin een huis is verduurzaamd en energiebesparende maatregelen heeft getroffen. Wordt dat meegenomen in de haalbaarheidsstudie? In hoeverre is dat anders bij nieuwbouw? Het aantal aansluitingen dat wordt gerealiseerd in de ingroeiperiode zal ook grotendeels worden bepaald door de visie en het plan van de concessiehouder hoe deze dit wenst aan te pakken. Welke minimale eisen aan het participatietraject heeft de gemeente? De investering van het aanleggen van het warmtenet is fors. Wat is de gemiddelde afschrijvingstijd van een warmtenet? Wordt de optie overwogen om de winnaar van de 1e concessie ook in een 2e concessie een tegemoetkoming te ontvangen als de afschrijvingstijd nog niet voorbij is?
Antwoord
In de haalbaarheidsstudie is rekening gehouden met verdere isolatie van de woningen die worden aangesloten. Bij nieuwbouw is de isolatiegraad bekend en is er dan ook minder onzekerheid in de energievraag. Nieuwbouw is geen onderdeel van de concessies.
Zie vraag 12.
Het warmtesysteem bestaat uit verschillende onderdelen met een eigen afschrijvingstermijn. Dit is onderdeel van de business case. Leidingwerk gaat vaak 50 jaar mee, maar pompen weer 15 jaar en software vaak 5 jaar. Afhankelijk van de ingroeiperiode en de concessieduur kan dit inderdaad betekenen dat het systeem nog niet volledig is afgeschreven aan het einde van de looptijd. Dit is zeker het geval indien de concessieduur van maximaal 30 jaar (inclusief ingroeiperiode) zoals deze nu voorligt in de concept Wcw werkelijkheid wordt. Er zal dus zeker een afweging moeten worden gemaakt of het wenselijk is om een restwaarde aan het einde van de looptijd te vergoeden.
Nr. 59
Partij CU-SGP
60
CU-SGP
61
CU-SGP
Vraag Wat betekent het juridische eigenaarschap van de gemeente bij schade door aanleg en of constructiefouten in het warmtenet?
Wie is verantwoordelijk voor de participatie van het aansluiten en aanleggen van een warmtenet? Welke opties liggen er op tafel om de aansluitingskosten zo laag mogelijk te houden?
Antwoord Het warmtebedrijf als beheerder van de leidingen en als exploitant van het warmtenet blijft in principe wettelijk aansprakelijk is voor het warmtenet. In de concessieovereenkomst zullen aansprakelijkheids- en vrijwaringsbepalingen worden opgenomen waarmee de aansprakelijkheid voor schade als gevolg van de uitvoering van de concessie (waaronder de aanleg van het warmtenet) bij het warmtebedrijf ligt en waarmee het warmtebedrijf de gemeente vrijwaart voor aanspraken van derden met betrekking tot het warmtenet, en de eigendom en exploitatie daarvan. Zie vraag 12.
De warmteleverancier investeert in aanleg van het warmtenet inclusief de aansluiting van de woning. Bij aansluiting zal de warmteleverancier een “bijdrage aansluiting” van de gebouweigenaar vragen. Bijdrage in de aansluitkosten, vastrecht, energiekosten en subsidies zijn inkomstenstromen voor het warmtebedrijf. Als één daarvan omlaag gaat, moeten de andere omhoog. De gemeente kan in de aanbesteding daar eisen voor opnemen, of het volledig aan de indieners overlaten. De gevraagde bijdrage per woning is nog niet bekend. De haalbaarheidsstudie van RHDHV geeft een eerste inzicht. In de nog op te stellen business case zullen de opties worden onderzocht.
62
CDA
Welke experts en organisaties op het gebied van warmte (in Den Haag en omstreken) worden betrokken bij proces om te komen tot een warmteconcessie? In welke fasen worden zij betrokken?
De aansluitkosten worden verlaagd door verschillende zaken: - Schuiven tussen de bijdrage, het vastrecht en de warmteprijs. - Subsidies - Aansluitbereidheid verhogen (vollooprisico verkleinen) - Investeringen door de gemeente - Gemeentelijke garanties - In concurrentie in de markt via een aanbesteding uitvragen van aanbieders Gedurende het proces worden ambtenaren, adviesbureaus gespecialiseerd in technisch- en economische haalbaarheid, financieel- en juridische deskundigen en aanbestedingsdeskundigen betrokken. In de marktconsultatie zijn marktpartijen en broneigenaren geconsulteerd. De wijze waarop de vastgoedeigenaren worden betrokken, bijvoorbeeld met een klankbordgroep wordt nog verder uitgewerkt.
Nr. 63
Partij CDA
64
CDA
65
CDA
66
CDA
Vraag Worden experts op het gebied van warmte betrokken tijdens de concurrentiegerichte dialoog? Zijn ook andere aanbestedingsopties verkend en mogelijk, voor het in de markt zetten van warmtenetten? Zijn er ook opties dat een partij via een concessieovereenkomst niet alle fasen (het warmtenet ontwerpen, financieren, aanleggen en exploiteren tot en met het aanleggen van warmtenetten inclusief onderhoud en beheer) op zich neemt, maar bijvoorbeeld slechts een deel? Is het mogelijk dat meerdere partijen een deel van de aanleg op zich nemen, zodat alle fasen en onderdelen niet bij 1 partij alleen terecht komen? Zo ja, wat zijn de overwegingen geweest om de voorkeur te leggen bij 1 partij, zoals in de commissiebrief valt te lezen? Zijn er vergelijkbare warmteconcessies al gedaan in andere gemeenten? Zo ja, zijn er bepaalde best practices waar Den Haag nog van kan leren?
Antwoord Ja. De gemeente huurt verschillende specialisten in (technische, financieel, financiering etc.) om de aanbesteding te begeleiden.
Zie vraag 1.
De gemeente (concessieverlener) wil een concessieovereenkomst sluiten met één wederpartij (concessiehouder). De concessiehouder kan bestaan uit één onderneming of een consortium. Daar wordt het gehele takenpakket belegd en deze draagt de integrale verantwoordelijkheid voor het geheel. Het opknippen van verantwoordelijkheden en taken leidt tot meerdere raakvlakken, waarbij de gemeente de risico’s draagt op deze raakvlakken. Dat is voor de gemeente minder gunstig en ook leidt dit tot meer inzet aan gemeentelijke capaciteit om de raakvlakken te beheersen.
Aanbestedingen van warmtenetten voor bestaande bouw op deze schaal zijn relatief nieuw. De gemeente voert een marktconsultatie uit om vanuit de markt inzicht te krijgen in best practices. Ook heeft de gemeente ervaringen uitgewisseld met o.a. de gemeenten Amsterdam en Rotterdam.
Nr. 67
Partij CDA
68
CDA
69
CDA
70
CDA
Vraag Van welke nieuwe mogelijkheden, zoals sturingsmogelijkheden en bevoegdheden, uit de Wet collectieve warmtevoorzieningen kan het college gebruik maken. Welke daarvan kan het college inzetten om monopolie posities zoveel als mogelijk te voorkomen? Op welk niveau van de participatieladder kunnen experts, bewonersorganisaties en bewoners participeren? Onlangs is het raadsvoorstel van de rekenkamer ‘Meer doen met meedoen’ aangenomen in de gemeenteraad. Welke onderdelen en aanbevelingen van dit onderzoek worden betrokken bij dit traject? Worden hierbij ook de stappen doorlopen uit bijlage 10 – voorwaarden voor participatie uit het rekenkameronderzoek?
Antwoord Onder de concept-Wet collectieve warmtevoorziening wordt toegewerkt naar publieke marktordening van de levering van warmte. In de Wcw wordt voorgesteld dat warmte alleen geleverd mag worden door warmtebedrijven die door de gemeente zijn aangewezen. Het meerderheidsaandeel komt altijd in publieke handen. Daarmee blijven monopolieposities bestaan, maar het monopolie verschuift van commerciële naar publieke partijen.
Bij de planning wordt genoemd dat we gebruik willen maken van de landelijke SDE subsidie en de subsidieregeling Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS). Is er een deadline tot wanneer deze subsidies nog kunnen
SDE++ subsidie en de WIS subsidieregeling kunnen niet worden aangevraagd of benut door de gemeente. Deze subsidies zijn bedoeld voor broneigenaren of warmtebedrijven. De SDE++ subsidie voor de geothermiebron is dit jaar opnieuw toegezegd met een nieuwe deadline dat voor 2029 de bron gerealiseerd moet zijn. De WIS kan aangevraagd worden zodra een concessiehouder is gekozen. De verwachting is dat de WIS jaarlijks wordt opengesteld.
Zie vraag 23 en vraag 33. Het niveau van de participatieladder wordt nader bepaald.
Het college neemt alle aanbevelingen uit het rapport ‘Meer met meedoen’ van de Rekenkamer ter harte en geeft daar opvolging aan. Dat geldt dus ook voor het aanbestedingstraject. De wijze waarop de vastgoedeigenaren en bewoners worden betrokken in het aanbestedingsproces, bijvoorbeeld met een klankbordgroep, wordt nog verder uitgewerkt. Hiervoor zullen we ook de participatiegids van Haags Samenspel gebruiken.
Nr.
Partij
71
CDA
72
CDA
73
VVD
Vraag worden benut door de gemeente? Zijn er mogelijkheden om bij de volgende ronde weer kans te maken, indien we meer tijd zouden willen nemen voor de concessie? Het vervolgproces is opgeknipt in een voorbereidingsfase, aanbestedingsfase en realisatie- en exploitatiefase. Wat zijn de gevolgen als de voorbereidingsfase meer tijd neemt en daarmee vertraagt, dan nu is voorzien? Op welke manier kan de raad en het college tijdens de realisatie- en exploitatiefase nog bijsturen, indien bijvoorbeeld aan essentiële voorwaarden toch niet blijkt te zijn voldaan of sprake is van buitenproportionele overlast van werkzaamheden in de wijken? Wat is het tijdspad vanaf dit moment tot aan het einde van de aanbestedingsprocedure? Graag een gedetailleerd overzicht (meer dan de verkorte versie in de brief) van kritieke momenten, (ambtelijke) beslismomenten, de startdatum van de aanbestedingsprocedure, de
Antwoord
Als de voorbereidingsfase vertraagt, kan de aanbesteding later starten en dit kan van invloed zijn op de investeringsbeslissingen in verband met de ontwikkeling van lokale bronnen nabij het De Constant Rebecqueplein.
Zie vraag 10. In aanvulling hierop kan de gemeente ook haar publiekrechtelijke instrumenten inzetten als er bv sprake is van buitenproportionele overlast van werkzaamheden.
In de brief zijn de fases op hoofdlijnen weergegeven. De voorbereidingsfase loopt op dit moment. Daarbij voorzien we nu de volgende stappen: -
Afronding wensen en bedenkingenprocedure – sep/okt 2023 Opstellen detail businesscases – okt/nov 2023 Opstellen aanbestedingsstrategie - okt/dec 2023 Onderzoek- en participatietraject - sep/dec 2023 Voorbereiding projectorganisatie aanbestedingsfase - sept/dec 2023 Besluitvorming College – eerste kwartaal 2024
Nr.
Partij
74
VVD
75
VVD
76
VVD
Vraag beslismomenten voor zowel raad als college, de momenten waarop de raad informatie ontvangt, andere belangrijke momenten in de procedure etc. Is er een uiterlijke startdatum of is dat een gewenste startdatum?
Antwoord
In het geval er een uiterlijke startdatum is, wanneer is dat dan en wat gebeurt op het moment dat die niet wordt gehaald? Graag een gedetailleerde uitleg van dit scenario met alle voor- en nadelen en mogelijke risico’s. Wordt er op dit moment gewerkt aan de aanbestedingsprocedure? Zo ja, waar bestaan die werkzaamheden uit en worden er onomkeerbare stappen genomen? Er wordt aangegeven dat de gemeente geld misloopt als de aanbesteding niet door zou gaan voor een bepaald moment. Welk geld lopen we mis, graag een uitsplitsing waaruit dat geld bestaat qua fondsen en subsidies, hoeveel dat is en in hoeverre is het mogelijk dat dergelijke
Zie vraag 71.
Daarna start de aanbestedingsfase. Streven is om eind 2024 te gunnen. Daarna volgt de ontwikkelfase en de exploitatiefase. Zie ook vraag 2.
Op dit moment worden alle voorbereidingen getroffen om te komen tot een aanbestedingsstrategie. Er worden geen onomkeerbare stappen gezet. De eerste onomkeerbare stap is het ondertekenen van de concessieovereenkomst. Uitgangspunt is dat dit zal eind 2024 plaats zal vinden.
De gemeentelijke organisatie loopt in beginsel geen geld mis als de aanbesteding nu niet wordt gedaan. Voor het realiseren van de geothermiebronnen op het CR-plein is door de Rijksoverheid een Stimulering Duurzame Energietransitie en Klimaattransitie subsidie toegezegd aan de Haagse Aardwarmte B.V. Om deze subsidie te verkrijgen moeten voor 2029 de bronnen operationeel zijn. De hoogte van de subsidie bedraagt ca. 260 miljoen. Voor de aanleg van warmtenetten is Warmtenetten Investeringssubsidie beschikbaar en woningcorporaties kunnen gebruik maken van de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen. Deze middelen landen de komende jaren niet in Den Haag indien de aanbesteding niet door gaat. Dat is ongewenst. Of deze subsidies over enkele jaren nog bestaan is niet bekend.
Nr.
Partij
77
VVD
78
VVD
79
VVD
80
VVD
81
VVD
Vraag middelen ook op een later moment nog beschikbaar zijn? De warmtenetconcessie moet direct voor veel groene wijken gelden. Gaat het om alle groene wijken, om welke wijken gaat het specifiek? Waarom moet de warmtenetconcessie direct voor een groot deel van de Haagse wijken gelden? Waarom wordt er niet voor gekozen om de concessie in meerdere delen op te knippen waarbij steeds voor een of enkele wijken een concessie wordt uitgegeven? Wat wordt er bedoeld met ‘dat het belang van de bewoners centraal staat bij de duur van een concessie’? Betekent dit dat de concessies een zo kort mogelijke looptijd hebben? Welke bedrijven, instellingen en andere actoren zijn betrokken bij het leveren van duurzame warmte en het aanleggen van de warmtenetten en het aansluiten in de woningen? Graag een helder overzicht waarbij alles op overzichtelijke wijze in kaart is gebracht, waarbij in ieder geval de
Antwoord
Zie vraag 30.
Er is substantiële warmtevraag nodig zodat de broneigenaren de investeringsbesluiten kunnen nemen om grootschalige bronnen te ontwikkelen.
Zie vraag 78.
Een korte duur van de concessieovereenkomst heeft verschillende kanten. Enerzijds leidt een korte duur tot hoge kosten die worden doorberekend aan de bewoner. Anderzijds leidt een korte concessie dat de gemeente en de bewoners niet langdurig gebonden zijn aan een zelfde leverancier. Een besluit over de concessieduur moet nog worden genomen.
WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag is een warmtetransportleiding die warmte, heet water, transporteert van een bron, waar (rest)warmte vrij komt, naar Den Haag en tussenliggende gemeenten. Momenteel is de bron de restwarmte van de AVR in Rozenburg en in de toekomst zal dit (ook) restwarmte zijn van de industrieën gelegen rondom/op Vondelingenplaat. Daarnaast kunnen ook andere bronnen hierop aansluiten.
Nr.
82
Partij
VVD
Vraag volgende vragen zijn meegenomen: a. Wie is/zijn de leverancier(s) van de warmte van Warmtelinq? b. Waar komt de warmte van Warmtelinq op dit moment vandaan en wat is de verwachting in de toekomst? c. Wie is de eigenaar van de warmteleiding van Rotterdam naar Den Haag? d. Wie is de eigenaar van de Constant Rebecquecentrale? e. Wie is de eigenaar van de nog aan te leggen geothermiebron bij de centrale? f. Wie is de eigenaar van de nog aan te leggen aquathermiebron? Is de gemeente voornemens zelf deels eigenaar te zijn van het warmtenet? Zo ja, wat betekent dit voor de gemeente qua financiën en verantwoordelijkheden?
Antwoord
a. Voor Den Haag, bestaande stadsverwarmtenet, is Eneco de warmteleverancier. Voor Leiden, bestaande stadsverwarmingsnet, is Vattenfall de leverancier. In de toekomst kunnen ook andere warmteleveranciers gebruik maken van WarmtelinQ. b. Momenteel is de bron de AVR, restwarmte die vrijkomt bij de verbranding van bedrijfs- en huisafval. Zie ook de beantwoording van de technische vragen 34,35,36,62 en 64 over de WarmtelinQ (RIS304282). Andere bronnen kunnen nog worden aangesloten, maar welke dat zijn is nog niet bepaald.
c. Gasunie is via LdM C.V. de eigenaar van de warmtetransportleidingen Vlaardingen-Den Haag (WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag) en de in ontwikkeling zijnde WarmtelinQ Rijswijk-Leiden. Eneco is eigenaar van Leiding over Noord (LON), de transportleiding tussen de Rotterdamse haven en Vlaardingen, en hierop is WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag aangesloten. Dit zal veranderen als de warmtetransportleiding Vlaardingen-Vondelingenplaat gereed is. d. Uniper is eigenaar van het gebouw op het CR-plein en een aantal zich daarin bevindende installaties, Eneco is eigenaar van het distributiesysteem in het gebouw e. Haagse Aardwarmte BV.
f.
Uniper.
Het college onderzoekt de mogelijkheid dat de gemeente juridisch eigenaar wordt van de nieuwe warmtenetten en de concessiehouder economisch eigenaar. Het juridisch eigendom gedurende de concessie heeft in beginsel geen financiële consequenties. De verantwoordelijkheden voor het warmtenet, zoals de kwaliteit en het beheer en onderhoud, worden contractueel bij het warmtebedrijf neergelegd. Zie met betrekking tot aansprakelijkheid vraag 56.
Nr. 83
Partij VVD
84
VVD
85
VVD
86
VVD
Vraag Legt de partij die de aanbesteding wint het warmtenet aan? Geldt bovenstaande ook voor de aansluiting in de woning zelf of is er een andere partij die dat aanlegt? Het aanleggen van een warmtenet bestaat uit verschillende onderdelen, bijvoorbeeld van het aanleggen van het net zelf, tot de aansluiting in de woning en de warmtelevering. Welke verschillende onderdelen van het aanleggen van het net tot het helemaal achter het aansluiten achter de voordeur ziet u en is de concessiehouder voor al deze onderdelen verantwoordelijk of kunnen dat ook verschillende partijen zijn? Graag een helder overzicht van deze onderdelen en wie waar voor verantwoordelijk is. Bij de aanleg van een warmtenet komen allerlei kosten om de hoek kijken, van participatie tot aanleg van het net, van aansluiten in de woning tot het leveren van warmte. Om welke kosten gaat het en wie (gemeente, bedrijf, bewoner) moet deze kosten
Antwoord Ja, de partij die de aanbesteding wint is verantwoordelijk voor de aanleg. Deze kan dit uitbesteden aan een derde.
De demarcatie, dat wil zeggen, op welk punt de verantwoordelijkheid van de concessiehouder ophoudt en die van de gebouweigenaar begint, wordt nog nader bepaald. De Concessiehouder zal in ieder geval verantwoordelijk zijn voor de aanleg van het warmtenet, tot en met de afleverset. Zie vraag 83 en 84.
Er wordt nog een gedetailleerde business case opgesteld (Zie ook vraag 44 in bijlage 2: geheime beantwoording van de technische vragen. Hierin worden in ieder geval onderstaande kosten opgenomen. Warmtebedrijf Ontwerp, realisatie en exploitatie van het warmtenet, aansluiting woning inclusief afleverset. Nader te bepalen Stuc en schilderwerk, elektrisch koken. Communicatiekosten (te verdelen tussen gemeente en warmteleverancier.)
Nr.
Partij
Vraag betalen? Graag een overzicht waarin dit is uitgesplitst.
Antwoord Woningeigenaar Bijdrage aansluitkosten, vastrecht en energiekosten. Gemeente (met inachtneming staatssteurecht) Communicatiekosten (te verdelen tussen gemeente en warmteleverancier.) Eventueel: tegemoetkoming kosten indien businesscase onrendabel blijkt. Rijksoverheid/Europese Commissie Eventuele subsidies, zoals de subsidie warmtenetten investeringssubsidie.
87
VVD
88
VVD
89
VVD
90
VVD
91
VVD
92
VVD
Wie is (financieel) verantwoordelijk voor eventuele schade bij de aanleg van het warmtenet zelf, de aansluiting naar de woning toe en schade in de woning zelf? Waar is de concessiehouder straks, nadat het warmtenet er ligt en is aangesloten, verantwoordelijk voor? En waar is de gemeente verantwoordelijk voor? Wie moet in eerste instantie betalen voor de aansluitkosten voor een woning, is dat de woningeigenaar zelf? Wat zijn de aansluitkosten per woning? Graag een bandbreedte. Kunnen de aansluitkosten per woning verschillen en waar ligt dat aan? Graag een uitsplitsing van de verschillende oorzaken. Bij welke woningen zullen de aansluitkosten naar
Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor de aanleg van het warmtenet en alles wat daarmee samenhangt. Indien daardoor schade ontstaat is dit voor rekening en risico van het warmtebedrijf.
Als het warmtenet is aangelegd door de concessiehouder is deze verantwoordelijk voor het beheer, onderhoud en exploitatie van het warmtenet. Dit houdt ook de levering van warmte in. Verder heeft zij verantwoordelijk voor alle wettelijke verplichtingen die zij als warmteleverancier heeft en is zij verantwoordelijk voor de kwaliteitsbeheersing, projectmanagement en het op peil houden van de klanttevredenheid. De gemeente zal in die fase vooral als contractmanager toezien op de naleving van het contract. Zie vraag 61.
Zie vraag 61.
Zie vraag 61.
De aansluitkosten zullen per woning verschillen. Bijvoorbeeld sommige portiekwoningen en woningen die ver uit elkaar liggen zijn duurder om aan te sluiten.
Nr.
Partij
93
VVD
94
VVD
95
VVD
96
VVD
97
VVD
Vraag verwachting hoger zijn en waarom? Wie betaalt de aansluitkosten van corporatiewoningen? Is het mogelijk dat er een onrendabele top is bij het aansluiten van corporatiewoningen op een warmtenet? Zo ja, waar bestaat die uit? In het geval er een onrendabele top is bij het aansluiten van corporatiewoningen, wie betaalt die? Is het mogelijk dat de gemeente op enigerlei wijze meebetaalt aan het aansluiten van corporatiewoningen op het warmtenet? Er wordt aangegeven dat de duurzame warmte uit een drietal duurzame bronnen zal bestaan: Warmtelinq, de nog te ontwikkelen geothermiebron bij de Constant Rebecquecentrale en aquathermie op diezelfde plek. a. Hoe ziet deze constructie eruit? b. Worden de warmtes van deze drie bronnen met elkaar gemixt?
Antwoord Of een warmteleverancier een gelijke bijdrage moet vragen voor alle aansluitingen, of dat die per woningtype mag verschillen moet nog worden besloten. De warmteleverancier betaalt de aanleg van het net en de aansluitingen. De vastgoedeigenaar, in dit geval de woningcorporatie, betaalt een bijdrage in de kosten. Die bijdrage moet nog worden vastgesteld. Zie ook vraag 44 in bijlage 2: geheime beantwoording van de technische vragen. Het is de verwachting dat woningcorporatiebezit een gunstig effect heeft op de business case, omdat het vaak gaat om complexen waar meerdere woningen in één keer efficiënt kunnen worden aangesloten. Ook kan de woningcorporatie gebruik maken van de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH), deze regeling vergoedt 30% van de aansluitkosten. Zie vraag 44 in bijlage 2: geheime beantwoording van de technische vragen en 94.
Zie vraag 44 in bijlage 2: geheime beantwoording van de technische vragen en 94.
a. Zie vraag 16. b. Er zijn twee mogelijkheden: 1. De warmte uit alle bronnen wordt met warmtepompen opgewaardeerd naar ruim 100°C en gemengd. Vanuit een centraal punt wordt warmte door de stad gedistribueerd.
Nr.
Partij
Vraag
Antwoord 2. WarmtelinQ en de gascentrale leveren de warmte op hoge temperatuur, boven de 100°C, aan het bestaande warmtenet, waar die hoge temperatuur voorlopig nodig is. Indien nodig worden deze bronnen aangevuld met geothermie die met een warmtepomp wordt opgewerkt naar hoge temperatuur. Nieuw aan te sluiten wijken worden bediend met een leiding op midden-temperatuur, rond de 70°C. Die warmte wordt geleverd door de geothermiebron en aquathermie. Bij pieken in de vraag, wordt voorlopig met aardgas bijgestookt.
c. Als de warmte van de bronnen wordt gemixt, hoe gaat dit in zijn werk, is dat bijvoorbeeld wel mogelijk met bronnen van verschillende temperaturen, welke bron zal het meeste leveren etc?
c. de concessiehouder zal met de broneigenaar afspraken maken over wanneer welke bron wordt ingezet.
d. Zijn de eigenaren van de bronnen verschillend of gaat het hier om één eigenaar? e. In het geval van meerdere eigenaren, hoe is het werkbaar dat warmte wordt gemixt met elkaar? f. Kunnen afnemers van warmte kiezen uit een van de drie bronnen? Zo ja, hoe gaat dat in zijn werk? zo nee, waarom niet?
d. Ja, er zijn verschillende eigenaren. Zie vraag 81.
g. Is er bij drie verschillende bronnen sprake van concurrentie waardoor het mogelijk is dat er verschillende warmteprijzen zullen zijn? Zo neen, waarom niet?
g. ja, afhankelijk van de afspraken die de concessiehouder met de broneigenaar maakt, is dit mogelijk.
e. Zie onderdeel b en c
f. nee
Nr.
Partij
98
VVD
99
VVD
100
VVD
101
VVD
102
VVD
Vraag
Antwoord
h. Krijgen de twee lokale bronnen (geothermie en aquathermie) voorrang op het leveren ten opzichte van de Warmtelinq, hoe wordt dit geborgd en hoe is dit te controleren? In hoeverre is er nog ruimte voor lokale bronnen naast het warmtenet? Hoe verhoudt zich dat tot het standpunt dat lokale bronnen voorrang krijgen? Is het waar dat er uiteindelijk slechts één marktpartij warmte mag leveren op het net? Zo ja, is hier dan sprake van een monopolie?
h. Specifieke bronnen kunnen niet worden voorgeschreven. Wel kan in de aanbesteding de duurzaamheid van het energieconcept (waaronder de ingezette bronnen) worden meegenomen als gunningscriterium om warmtebedrijven te stimuleren een zo duurzaam mogelijk energieconcept aan te bieden (uiteraard rekening houdend met de prijs, om tot de beste prijs-kwaliteit verhouding te komen). De gemeente wil hiermee het gebruik van de lokale duurzame bronnen op het De Constant Rebequeplein stimuleren.
Als het antwoord op de vorige vraag ja is, hoe ziet het college het dan voor zich om monopolieposities te verkleinen terwijl er één aanbieder is? Wat ziet het college als acceptabele betaalbaarheid voor de inwoners? Graag een uitgebreide toelichting.
Zie vraag 9.
Met de concessieovereenkomst zet de gemeente Den Haag zich actief in om zoveel warmtevraag te creëren voor zoveel mogelijk lokale duurzame bronnen. (geothermie en aquathermie) Per concessiegebied mag één marktpartij warmte leveren. Er wordt ingezet op meerdere concessiegebieden. Op verschillende concessiegebieden kunnen verschillende partijen concessiehouder worden. De concessiegebieden worden gecontracteerd voor een beperkte periode. Marktwerking wordt ingezet om het beste aanbod te krijgen. Daarnaast geschiedt aansluiting op basis van vrijwilligheid en kunnen vastgoedeigenaren kiezen voor een andere manier om hun pand van warmte te voorzien. In die zin is er geen sprake van een warmtemonopolie met de nadelen zoals die nu bestaan. Zie vraag 100.
De kosten voor bewoners bestaat uit verschillende onderdelen: - Vast- en variabel tarief voor warmte, hiervan wordt de hoogte gereguleerd door de ACM. - Eenmalige Aansluitbijdrage – dit is de bijdrage van bewoners om op het systeem aan te sluiten. Wat een acceptabele Eenmalige Aansluitbijdrage per woning is en of deze per woningtypologie bijvoorbeeld wordt gedifferentieerd moet nog nader worden bepaald. Daar speelt kwaliteitsverbetering en verhoging comfort door isolatie ook een rol. In het participatietraject zal inzicht van bewoners hierover worden opgehaald. Het college zal zelf daar ook nog een standpunt over in moeten nemen.
Nr. 103
Partij VVD
104
VVD
105
VVD
106
VVD
107
VVD
108
VVD
109
VVD
110
VVD
Vraag Waar baseert het college zich op bij het bepalen van een acceptabele betaalbaarheid? Hoe wil het college de acceptabele betaalbaarheid borgen? Wat moet een bewoner betalen voor een warmtenet(aansluiting) in relatie tot een vergelijkbaar duurzaam alternatief zoals bijvoorbeeld een warmtepomp? Hoe wordt de warmteprijs van het warmtenet bepaald?
Uit welke onderdelen bestaat de warmteprijs? Op welk moment worden er bindende afspraken over de warmteprijs gemaakt, tijdens of na de aanbestedingsprocedure? In hoeverre is het mogelijk dat de warmteprijs na de aanbestedingsprocedure nog gewijzigd kan worden door onverwachte kosten? Wat als uit de haalbaarheidsstudie blijkt dat niet kan worden voldaan aan de essentiële voorwaarden voor bewoners zoals
Antwoord Zie vraag 102.
Zie vraag 13.
Zie vraag 13.
Zie vraag 13. Door het in concurrentie uitvragen van aanbiedingen de markt via een aanbesteding, zet de gemeente zich in om de tarieven onder het maximum te krijgen. Met de concessieovereenkomst, wil de gemeente op lagere tarieven uitkomen. Deze bestaan uit een eenmalige bijdrage voor aansluiting, vastrecht en kosten voor de gebruikte warmte. De afspraken zijn bindend op het moment dat de concessieovereenkomst getekend wordt. Dat kan ook een afspraak zijn over de methodiek waarmee de tarieven periodiek worden vastgesteld.
Dit is mogelijk. Zie vraag 108.
Het college kan op elk moment besluiten om de aanbestedingsprocedure niet te starten, tussentijds te beëindigen of niet tot gunning over te gaan. Bij het ondertekenen van de gegunde concessieovereenkomst, is de gemeente gebonden.
Nr.
Partij
111
VVD
112
VVD
113
VVD
114
VVD
Vraag aantrekkelijkheid en betaalbaarheid, wordt er dan géén aanbesteding in de markt gezet? Waarom zit er geen financiële paragraaf bij de brief? Hoe kan de raad op deze manier wensen en bedenkingen opstellen ten aanzien van de betaalbaarheid, de inzet van gemeentelijke middelen en de kosten tegen de baten afwegen? Wat is de financiële onderbouwing bij deze aanbesteding? Graag een uitgebreide toelichting. Gaat er sprake zijn van een onrendabele top bij de aanleg van een warmtenet? Zo ja, hoe wordt deze onrendabele top weggenomen (gemeentelijke middelen? Rijksgeld? Marktpartij? Een combinatie van alle drie?)? Het is mogelijk dat een eenmalige bijdrage uit de Eneco-middelen nodig is om een warmtenet haalbaar te maken. - Waarom? - Waarvoor? - Om welk bedrag gaat het?
Antwoord
Ten tijde van de het opstellen van deze brief was de haalbaarheidsstudie nog niet afgerond. Er volgt nog een gedetailleerde business case. Het College heeft ervoor gekozen de Raad via een wensen- en bedenkingenprocedure vroegtijdig bij het proces te betrekken om tijdig zoveel mogelijk input op te halen voor de aanbesteding die nodig is om deze nieuwe warmteconcessies uit te geven. Zie vraag 43 en Zie vraag 44 in bijlage 2: geheime beantwoording van de technische vragen. Indien een gemeentelijke bijdrage nodig blijkt, wordt een beslissing daarover door de gemeenteraad genomen.
Zie vraag 111.
Deze vraag wordt onder geheimhouding beantwoord in bijlage 2.
Indien een budget nodig is, zal dit aan de gemeenteraad ter besluitvorming worden voorgelegd.
Nr.
Partij
115
VVD
116
VVD
117
VVD
118
VVD
119
VVD
Vraag - Bestaat de mogelijkheid dat dit pas bekend wordt nadat de aanbestedingsprocedu re al begonnen is? - Wat is de actuele financiële stand van zaken van de Enecomiddelen, hoeveel is er in totaal beschikbaar en hoeveel is er gereserveerd voor de warmtenetconcessie? Wat wordt er bedoeld met een gemeentelijke aansluitsubsidie? Gaat het college een gemeentelijke aansluitsubsidie inzetten om inwoners te verleiden zich aan te sluiten op het warmtenet? Aan welk subsidiebedrag of percentage per aansluiting denkt het college? Voor welke woningen zou de aansluitsubsidie gelden, alleen particuliere woningen of ook corporatiewoningen? Geldt deze aansluitsubsidie voor alle woningen in het concessiegebied of wordt slechts een aantal wijken geselecteerd waar deze aansluitsubsidie voor geldt?
Antwoord
Dit deel van vraag 114 wordt onder geheimhouding beantwoord in bijlage 2.
Deze vraag wordt onder geheimhouding beantwoord in bijlage 2.
Deze vraag wordt onder geheimhouding beantwoord in bijlage 2.
Deze vraag wordt onder geheimhouding beantwoord in bijlage 2.
Deze vraag wordt onder geheimhouding beantwoord in bijlage 2.
Deze vraag wordt onder geheimhouding beantwoord in bijlage 2.
Nr. 120
Partij VVD
121
VVD
122
VVD
123
VVD
124
VVD
Vraag Om inwoners te overtuigen zich aan te sluiten op het warmtenet, zal er ongetwijfeld een aanzienlijke personele inzet nodig zijn om langs alle deuren te gaan en gesprekken te voeren. a) Hoe ziet deze aanpak er uit? b) Wie betaalt voor de personele inzet? c) Wat zijn de verwachte kosten voor deze inzet? d) In welke wijken zal het lastiger zijn om mensen te overtuigen zich aan te sluiten? Waarom zit er geen risicoparagraaf bij het raadsvoorstel wensen en bedenkingen? Welke risico’s ziet het college van deze warmtenetconcessie? Graag een uitgebreide toelichting in de vorm van een risicoparagraaf. Wat is de financiële impact op de gemeente, exploitant/concessiehouder en bewoner bij een laag draagvlak in een wijk? Wat is de verwachte ambtelijke inzet rondom de aanleg van het warmtenet? Valt deze inzet
Antwoord
Zie ook het antwoord op vraag 27. Deze aanpak wordt nog verder uitgewerkt. Dit is afhankelijk van de rol van de gemeente in het proces. De verwachting is dat een deel van de participatiekosten zal landen bij de gemeente Den Haag. Op basis van de keuzes m.b.t. de inzet kunnen ook de kosten worden bepaald.
Het is niet te zeggen in welke wijken het lastiger is om mensen te overtuigen.
Zie vraag 34.
Zie vraag 34.
Een laag draagvlak betekent een lage aansluitbereidheid en daarmee een minder goede volloop van het warmtesysteem. Dit betekent een slechtere businesscase voor de concessiehouder. Afhankelijk van afspraken in de concessieovereenkomst kan dat betekenen dat de concessiehouder verlies leidt, tarieven omhoog gaan, extra inzet op communicatie van de gemeente nodig is, of gegeven garanties worden ingeroepen. Dat is op dit moment nog niet bekend. De organisatie wordt nog nader vormgegeven. Dit hangt ook af van de keuzen die nog moeten worden gemaakt welke rol aan het warmtebedrijf wordt gegeven en wat de rol van de gemeente
Nr.
Partij
125
VVD
126
VVD
127
VVD
128
VVD
Vraag binnen het reguliere personeelsbestand of worden er externen ingezet? Hoe wordt eventuele extra ambtelijke/externe inzet gefinancierd? Wat zijn in zijn algemeenheid de financiële risico’s voor de gemeente rondom de aanleg en exploitatie van het warmtenet? Graag een helder overzicht met per risico aangegeven hoe dit de gemeente financieel kan raken. Wat zijn in zijn algemeenheid de financiële risico’s voor de bewoners rondom de aanleg en exploitatie van het warmtenet? Graag een helder overzicht met per risico aangegeven hoe dit de bewoners financieel kan raken. Wat is het aantal verwachte aansluitingen in de groene wijken die zijn geselecteerd voor de aanbesteding? Is een concessiehouder, nadat hij de aanbesteding heeft gewonnen, verplicht het warmtenet aan te leggen/aan te sluiten, ook als het aantal aansluitingen zeer tegenvalt? Zo ja, wat betekent dit voor de exploitatie van het warmtenet?