RIS316357 bijlage 1 Jaarverslag 2022
Tekst van het document
De baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.
gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de
Bij de bepaling van het resultaat wordt onder andere rekening gehouden met het
omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
voorzichtigheidsprincipe, het matchingprincipe en het realisatieprincipe. Onder resultaat wordt verstaan het resultaat van het bevoegd gezag inclusief de financiële baten en
Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans als een transactie
lasten. Het resultaat is in de balans verwerkt conform de in de jaarrekening opgenomen
(met betrekking tot het actief of de verplichting) niet leidt tot een belangrijke
resultaatbestemming.
verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een
De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta is van
transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen
de stichting.
en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. Verder wordt een actief of een verplichting niet meer
De waarderingsgrondslagen zijn gedurende het verslagjaar niet gewijzigd.
in de balans opgenomen vanaf het tijdstip dat niet meer wordt voldaan aan de
De jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
Gebruik van schattingen
De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een
De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management zich oordelen vormt
actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen
en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van
ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van
grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten
elkaar onafhankelijk zijn. De reële waarde van in de balans opgenomen
en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De
financiële instrumenten verantwoord onder kasmiddelen, kortlopende
schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.
vorderingen en kortlopende schulden benadert de boekwaarde daarvan.
Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode.
Financiële instrumenten De stichting maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van financiële instrumenten. Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, afgeleide financiële instrumenten (derivaten), handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: overige vorderingen en overige financiële verplichtingen. De stichting heeft geen in contracten besloten afgeleide financiële instrumenten. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien echter financiële instrumenten bij de vervolgwaardering worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de staat van baten en lasten, worden direct toerekenbare transactiekosten bij de eerste waardering direct verwerkt in de staat van baten en lasten.
Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen en verliezen. De kostprijs van de materiële vaste activa bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik.
71
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
72
De lineaire afschrijvingen vinden plaats op basis van de verwachte gebruiksduur en
In januari 2010 is begonnen met het activeren en afschrijven van meubilair, OLP en ICT.
de eventuele restwaarde. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar
Op de beginbalans van 2010 is aan de activazijde per saldo de boekwaarde opgenomen
is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij
van alle activa die zijn aangeschaft voor 1 januari 2010 met als tegenwaarde aan de
desinvestering.
passivazijde van de balans voor dezelfde waarde de herwaarderingsreserve eerste waardering activa.
De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd: Op de materiële vaste activa die zijn aangeschaft vóór 1 januari 2010 wordt jaarlijks Item
Onderliggende activa
Termijn
Meubilair
Bureaus, kasten, tafels, stoelen, keukenmeubilair, overig meubilair
20 jaar
(tot het einde van de afschrijvingstermijn) afgeschreven waarbij tegelijkertijd eenzelfde bedrag uit de herwaarderingsreserve eerste waardering activa via de resultaatverdeling ten gunste van de algemene reserve publiek wordt gebracht. Op deze investeringen wordt afgeschreven volgens de lineaire methode zonder restwaarde. Er wordt
Bureaustoelen (arbostoelen)
10 jaar
Speellokaal inrichting
8 jaar
Gymzaalinrichting (Midden)
10 jaar
Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
Gymzaalinrichting (Lang)
20 jaar
Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen
Leermiddelen (OLP)
uitgegaan van een verwachte restwaarde van € 0.
zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke
- Methodisch materiaal: leermiddelen, leerboeken, spel/sport materiaal, speeltoestellen, gereedschap - Audiovisuele middelen: digiborden (alleen het bord) audio/video installatie
8 jaar
ICT Hardware
Servers, computers, printers, beeldschermen (tv) en beamers
5 jaar
ICT Infrastructuur en bekabeling
Patch/server kasten, kabelgoten en bekabeling
15 jaar
Vervoermiddelen
Auto’s, personenbus
10 jaar
Temperatuurbeheersing
Warmtepomp, airco, zonneschermen, raambekleding binnen
15 jaar
Luchtbehandeling
WTW units, luchtbehandelingskasten
20 jaar
waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van
Energieopwekking en besparing
PV-panelen, zonlichtcollectoren (water), (nood) verlichtingsarmaturen LED
20 jaar
de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de
Verhogen isolatiewaarde gebouwen
Glas, dakpakket
30 jaar
indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder
verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
73
wordt de boekwaarde van het actief opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde,
besluit van het bevoegd gezag. Aan de bestemmingsreserves ligt een plan ten grondslag
maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in
waarin is opgenomen welke uitgaven ten laste van de reserve komen. De bestemming
voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief zou zijn
van het resultaat aan de algemene reserve dan wel de bestemmingsreserve vindt
verantwoord.
plaats op basis van een besluit van het bevoegd gezag. Het resultaat wordt in principe
Vervreemding van vaste activa Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.
Vorderingen
toegevoegd of onttrokken aan de publieke reserve tenzij aan de middelen een private herkomst ten grondslag ligt.
Voorzieningen Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis
Handels- en overige vorderingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarden. Na
in het verleden, waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt en het
eerste opname worden deze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van
waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen
de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.
nodig is. Indien (een deel van) de uitgaven, die noodzakelijk zijn om een voorziening
Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde
af te wikkelen, waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk door een derde worden vergoed
van de vordering.
bij afwikkeling van de voorziening, wordt de vergoeding als afzonderlijk actief
Liquide middelen De liquide middelen staan, voor zover niet anders vermeld in de toelichting op de balans,
gepresenteerd. Alle personele voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen. Voor de berekening van de voorzieningen wordt een verdisconteringspercentage van 2% gehanteerd.
ter vrije beschikking van het bevoegd gezag en worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen die niet ter directe beschikking staan worden verwerkt onder
Onttrekkingen vinden direct ten laste van de voorziening plaats. Dotaties en vrijval
de vorderingen.
lopen via de exploitatie.
Eigen Vermogen
Voorziening spaarverlof
De algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van het
Binnen het onderwijs heeft het personeel de mogelijkheid om te sparen voor een extra
bevoegd gezag en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die
lange verlofperiode. Op basis van een spaarcontract worden afspraken gemaakt over
ontstaan uit het verschil tussen de baten en lasten. Deze reserve dient ter dekking
de spaarperiode en het tijdstip waarop het verlof opgenomen zal gaan worden. In de
van eventuele toekomstige exploitatietekorten. Reserves worden geacht uit publieke
voorziening spaarverlof is het bedrag opgenomen dat De Haagse Scholen verschuldigd
middelen te zijn opgebouwd tenzij expliciet anders is vermeld in de toelichting op de
is om in de toekomst tijdens de opname van het gespaarde verlof het salaris door te
balans. Bestemmingsreserves worden gevormd met als doel deze in de toekomst aan te
betalen.
wenden voor een specifiek doel. Bestemmingsreserves zijn gevormd op basis van een
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
74
Voorziening toekomstige jubilea uitkeringen
Voorziening planmatig onderhoud
Deze voorziening is gevormd conform de richtlijnen van de jaarverslaglegging om alle
Deze is gevormd om de jaarlijkse schommelingen in de omvang van het planmatig
toekomstige verplichtingen voor jubilea-uitkeringen van het personeel in vaste dienst te
onderhoud te elimineren. Jaarlijks worden de werkelijke onderhoudskosten ten laste van
dekken.
de voorziening gebracht. Op basis van de meerjaren onderhoudsbegroting wordt een vast bedrag aan de voorziening planmatig onderhoud gedoteerd. De Haagse Scholen
Voorziening personele risico’s
maakt voor deze voorziening gebruik van de overgangsregeling, die is verlengd tot en
De voorziening personele risico’s heeft betrekking op de personele juridische risico’s
met het verslaggevingsjaar 2023.
die De Haagse Scholen loopt met betrekking tot oude claims van het Participatiefonds betreffende (het niet voldoen aan) de instroomtoets en het eigen risico bedrag van
Pensioenen
de nieuwe WW regeling die per 1 augustus 2022 is ingegaan. Naar gelang van de
Op grond van de Nederlandse pensioenwet worden de Nederlandse regelingen primair
omstandigheden van het ontslag bedraagt dit 10% of 50%.
volgens een “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering” in deze jaarrekening verwerkt. In deze benadering wordt de verplichting voortvloeiende uit een door de
Voorziening duurzame inzetbaarheid
rechtspersoon gedane pensioentoezegging gebaseerd op de financieringsafspraken
Medewerkers van 57 jaar en ouder kunnen maximaal 130 + 40 = 170 uren
zoals vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst tussen De Haagse Scholen en pensi-
per jaar sparen (deeltijders naar rato). Op basis van de vanaf 2015 afgesloten
oenuitvoerder.
“spaarovereenkomsten” is een voorziening gevormd ter dekking van de kosten van de gespaarde uren.
De Haagse Scholen heeft de verplichtingen inzake de pensioenrechten van haar personeel ondergebracht bij stichting Pensioenfonds ABP. De Haagse Scholen betaalt
Voorziening geschillen
hiervoor premies, waarvan 2/3 door de werkgever worden betaald en 1/3 door de
De voorziening geschillen heeft betrekking op de juridische risico’s die De Haagse
werknemer.
Scholen loopt met betrekking op (toekomstige) claims. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsVoorziening langdurig zieken
graad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar
De voorziening langdurige zieken heeft betrekking op personeel van De Haagse Scholen
financiële verplichtingen) dit toelaat. Pensioenfondsen moeten vanaf 2015 gebruik-
waarvan de verwachting is dat ze na een periode van 2 jaar ziek geweest te zijn, niet
maken van de zogenaamde ‘beleidsdekkingsgraad’. De beleidsdekkingsgraad is het
meer terugkomen in hun functie.
gemiddelde van de laatste twaalf dekkingsgraden. De beleidsdekkingsgraad was eind 2022 110,9%.
Voorziening transitievergoeding De voorziening transitievergoeding heeft betrekking op mogelijke toekomstige
Om de pensioenen (gedeeltelijk) te kunnen indexeren moet de beleidsdekkingsgraad
verplichtingen die volgen uit de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB).
minimaal 110% zijn en voor volledige indexatie moet de beleidsdekkingsgraad 123% zijn. Het pensioenfonds heeft per januari 2022 de premie laten gelijk blijven op 25,9%.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
75
Het ABP heeft medio 2017 een geactualiseerd herstelplan ingediend bij De Nederlandse
Baten uit het verlenen van diensten worden opgenomen in de staat van baten en lasten
Bank (DNB). De belangrijkste punten uit het herstelplan zijn:
tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding, na aftrek van tegemoetkomingen en kortingen.
•
Zolang de dekkingsgraad lager is dan 104% worden de pensioenen niet aangepast aan de loonontwikkeling.
Baten uit het verlenen van diensten worden in de staat van baten en lasten verwerkt
De premie moet minimaal kostendekkend zijn en bij een lage dekkingsgraad
wanneer het bedrag van de baten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning
(dekkingstekort) bijdragen aan herstel van het fonds. Om de financiële positie te
van de te ontvangen vergoeding waarschijnlijk is, de mate waarin de dienstverlening op
verbeteren geldt er een tijdelijke herstelopslag op de premie voor ouderdoms- en
balansdatum is verricht betrouwbaar kan worden bepaald en de reeds gemaakte kosten
nabestaandenpensioen.
en de kosten die (mogelijk) nog moeten worden gemaakt om de dienstverlening te
•
Het beleggingsbeleid is aangepast waardoor het beleggingsrisico lager is.
voltooien op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.’
•
In het herstelplan is ruimte opgenomen om tegenvallers op te vangen. Als het
•
herstel trager verloopt dan verwacht, kunnen bijvoorbeeld de pensioenen worden
Rijksbijdragen
verlaagd.
Rijksbijdragen en overige overheidsbijdragen uit hoofde van de bekostiging worden, in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft, volledig verwerkt als baten in de staat
De Haagse Scholen heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen
van baten en lasten. Indien deze opbrengsten betrekking hebben op een specifiek doel,
in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere
dan worden deze naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord.
toekomstige premies. De Haagse Scholen heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.
Schulden De waardering van kortlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten.
Opbrengsten algemeen
Overige overheidsbijdragen Dit betreft subsidies van gemeenten en andere overheidsinstanties m.u.v. het ministerie van OCW voor zover de bijdragen niet als doelsubsidies in het kader van de huisvestingsverordening in mindering zijn gebracht op de lasten.
Overige baten Onder de overige baten worden opgenomen alle overige baten die kunnen
Als baten worden de bedragen verwerkt die de stichting voor eigen rekening ontvangt.
worden toegerekend aan de exploitatie van het bevoegd gezag. Huuropbrengsten
Bedragen die de stichting voor derden ontvangt worden niet als opbrengsten verwerkt.
worden lineair in de staat van baten en lasten opgenomen op basis van de duur
Wanneer de stichting in een transactie in plaats van als hoofdpartij als tussenpersoon
van de huurovereenkomst. Vergoedingen ter stimulering van het sluiten van
optreedt, betreffen de in de staat van baten en lasten verwerkte baten het saldo van de
huurovereenkomsten, worden als integraal deel van de totale huuropbrengsten
door de stichting voor de transactie ontvangen commissies.
verwerkt.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
76
Personeelslasten en personeelsbeloningen
Leasing
Onder de personele lasten zijn opgenomen de lonen en salarissen van het personeel
De stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een
in dienst van het bevoegd gezag verminderd met ontvangen uitkeringen van
leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van
uitkeringsinstanties. Tevens zijn onder deze noemer opgenomen de kosten van
het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt
Personeel niet in loondienst en de overige personele lasten.
aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele lease. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie
De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten
bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Als de stichting optreedt als lessee in een
verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover
operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake de
nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde
operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de staat van baten
bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als
en lasten gebracht.
een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.
Rentebaten en rentelasten Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend
De verplichting uit hoofde van beloningen tijdens dienstverband wordt gewaardeerd
met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en
tegen nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de
soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.
verplichting af te wikkelen.
Afschrijvingen De afschrijvingslasten worden berekend over de aanschaffingsprijs op basis van de onder materiële vaste activa vastgelegde criteria rekening houdend met de economische levensduur.
Huisvestingslasten Onder de huisvestingslasten worden de kosten van huisvesting opgenomen. De lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
Overige lasten De overige lasten, die voortvloeien uit aangegane afspraken dan wel noodzakelijk zijn voor het geven van onderwijs, worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
77
Toelichting op de onderscheiden posten van de Balans
1.2 Materiële vaste activa Materiële vaste activa
De specificatie van de in de tabel genoemde categorieën is als volgt: Cat. 1.2.2
Cat. 1.2.3
Totaal
Aanschafprijs cumulatief 1-1-2022
18,126,758
8,450,523
26,577,281
Afschrijving cumulatief 1-1-2022
-8,331,638
-5,212,465
-13,544,102
Boekwaarde per 1-1-2022
9,795,121
3,238,058
13,033,179
•
1.2.2. Inventaris en apparatuur (meubilair, ICT-hardware, gymzaal- en speellokaalinrichting en vervoermiddelen)
•
1.2.3. Andere vaste bedrijfsmiddelen (onderwijsleerpakketten en de digiborden)
Voor de gehanteerde afschrijvingstermijnen en –percentages wordt verwezen naar de grondslagen voor de waardering van de activa en passiva.
Investeringen 2022
2,383,010
929,772
3,312,783
Desinvesteringen aanschafprijs
-1,248,223
-979,812
-2,228,035
Desinvesteringen cum. Afschrijvingen
1,186,003
924,773
2,110,775
Afschrijvingen 2022
-1,764,732
-902,373
-2,667,105
556,058
-27,640
528,417
Aanschafprijs cumulatief 31-12-2022
19,261,546
8,400,483
27,662,029
en de cumulatieve afschrijving op deze items € 2.110.775. De boekwaarde van de
Afschrijvingen cumulatief 31-12-2022
-8,910,368
-5,190,065
14,100,433
desinvesteringen ad € 117.260 heeft betrekking op diverse items die per 31 december
Boekwaarde per 31-12-2022
10,351,178
3,210,418
13,561,596
Mutaties 2022
In totaal is in het boekjaar 2022 voor € 3.312.783 geïnvesteerd in vaste activa. Deze investeringen hadden voornamelijk betrekking op meubilair en ICT-hardware, voor bijna € 2,4 mln. Investeringen in onderwijsleerpakketten en digiborden bedroegen € 0,9 mln. Per eind van het boekjaar zijn op basis van opgaves van de scholen desinvesteringen gedaan. Het betreft items die per ultimo 2022 niet meer op de scholen aanwezig c.q. in gebruik waren. De totale aanschafwaarde van de desinvesteringen bedroeg € 2.228.035
2022 niet volledig afgeschreven waren en als boekresultaat genomen zijn. Van de totale afschrijvingslast heeft € 85.330 betrekking op items die vóór 2010 zijn aangeschaft. Dit bedrag is via de resultaatverdeling onttrokken aan de herwaarderingsreserve eerste waardering activa.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
1.5 Vorderingen
78
Ouderdomsanalyse openstaande debiteuren
De specificatie van de per balansdatum openstaande vorderingen is als volgt: Vorderingen
Per 31/12/2022
Per 31/12/2021
727,970
495,904
1.5.1
Debiteuren
1.5.2
Ministerie van OCW
0
6,152,099
1.5.6
Overige overheden
9,122,379
2,923,921
1.5.7
Overige vorderingen
1,701,963
1,837,010
1.5.8
Overlopende activa
1,903,762
1,423,096
1.5.9
Af: Voorzieningen wegens oninbaarheid
-22,635
-23,519
13,433,439
12,808,511
Totaal vorderingen
Aantal dagen
Bedrag
%
Korter dan 30 dagen
439,658
60%
Tussen 30 en 60 dagen
108,907
15.0%
Tussen 60 en 90 dagen
20,374
3%
Langer dan 90 dagen
159,031
22%
Totaal debiteuren
727,970
100.0%
Van de openstaande posten per 31 december 2022 was op 14 februari 2023 65,4% voldaan. Het grootste deel van de debiteuren die langer dan 90 dagen openstaan zijn
Dit betreffen vorderingen met een looptijd korter dan een jaar. De stichting loopt
subsidieverstrekkers die een beschikking hebben afgegeven, maar nog niet volledig
kredietrisico over vorderingen. De vorderingen hebben hoofdzakelijk betrekking op
betaald hebben, omdat volledige betaling slechts geschied na verantwoording aan de
kortlopende vorderingen op de gemeente Den Haag. Als gevolg hiervan is het rente –
subsidieverstrekkers.
en kredietrisico dat de stichting loopt als laag aan te merken. Er is binnen de openstaande posten per 31-12-2022 sprake van enkele dubieuze De totale vorderingen zijn met € 0,6 mln. toegenomen ten opzichte van 2021.
debiteurenposten. Deze posten worden in 2023 verder uitgezocht en we hebben
De afzonderlijke onderdelen van de vorderingen worden in het onderstaande nader
hiervoor een voorziening van +/- € 23.000 gevormd.
toegelicht.
1.5.1 Debiteuren De post debiteuren betreft vorderingen op derden, niet zijnde het ministerie van OCW of gemeentelijke instellingen. Het betreft vorderingen met betrekking tot detacheringen, huur en werkzaamheden in het kader van Passend Onderwijs. De ouderdomsanalyse van de openstaande posten is als volgt:
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
79
1.5.2 Ministerie van OCW
Alle per jaareinde nog in te dienen declaraties en door te belasten kosten worden in het
Onder deze post worden de vorderingen met betrekking tot de beschikkingen van het
1e of 2e kwartaal van 2023 gefactureerd.
ministerie van OCW opgenomen die vallen onder het boekjaar 2022, maar die per jaareinde nog niet volledig zijn ontvangen in verband met het gehanteerde betaalritme. Openstaande
De post vorderingen overige overheden is in totaliteit met € 6,5 mln. toegenomen
vorderingen worden conform het in de beschikkingen opgenomen betaalritme afgewikkeld.
ten opzichte van vorig jaar, met name door de voorgeschoten kosten voor de
Per jaareinde 2022 is er geen vordering op het ministerie van OCW.
nieuwbouwprojecten, waarvan het voorschot in 2023 is betaald.
1.5.6 Overige overheden
1.5.7 Overige vorderingen
Onder deze post zijn voornamelijk de vorderingen opgenomen op de gemeente Den Haag,
De specificatie van de post overige vorderingen is als volgt:
Dienst OCW, in verband met gedeclareerde en nog te declareren huisvestingsprojecten. De vordering op de gemeente valt uiteen in een aantal onderdelen: Vorderingen op overige overheden
Overige vorderingen
Per 31/12/2022
Per 31/12/2021
Waarborgsommen
329,719
335,354
Nog door te berekenen aan derden
133,255
350,947
Overige vorderingen
1,238,990
1,150,710
Totaal overige vorderingen
1,701,963
1,837,010
Per 31/12/2022
Per 31/12/2021
694,715
58,210
8,154,232
2,782,780
Reeds ingediende schadedeclaraties
31,468
983
Nog te declareren inzake 1e inrichting
-
1,457
De post waarborgsommen heeft voornamelijk betrekking op geleasede tablets
Nog te declareren WOZ en overige
241,965
80,490
waarvoor bij inlevering de borgsom wordt terugontvangen.
Totaal vordering overige overheden
9,122,379
2,923,921
Reeds ingediende einddeclaraties en voorschotnota's Onderhanden werk lopende bouwprojecten
Onder de post nog door te berekenen aan derden vallen kosten die in verband met het medegebruik van panden aan derde partijen in rekening kunnen worden gebracht. Deze
De post ingediende einddeclaraties bevat een eindfactuur voor nieuwbouw die in 2023
bedragen voor het medegebruik van de diverse panden worden in het 1e kwartaal van
is betaald.
2023 gefactureerd.
De post Onderhanden werk betreft nieuwbouw- of renovatieprojecten waarvan wij de
De overige vorderingen bestaan voornamelijk uit de doorgestorte bedragen voor de
kosten hebben voorgeschoten en deze dienen nog ingediend te worden bij de gemeente.
subsidie G5 zijinstroom. Wij hebben het totale deel van 2022-2023 doorgestort naar de
Wij hebben op sommige projecten per eind 2022 voorschotten aangevraagd en deze zijn
overige besturen. (7/12e deel is opgenomen als overige vordering).
in 2023 ontvangen. Dit betreft een bedrag van € 4 mln.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
1.5.8 Overlopende activa
80
Er is binnen de openstaande posten per 31-12-2022 sprake van enkele dubieuze debiteurenposten. Deze posten worden in 2023 verder uitgezocht en we hebben
Overlopende posten 1.5.8.1
1.5.8.3
Per 31/12/2022
Per 31/12/2021
Vooruitbetaalde kosten
1,789,411
1,420,301
Nog te ontvangen rente
114,351
-
Overige overlopende activa Overlopende activa
2,795 1,903,762
hiervoor een voorziening van +/- € 23.000 gevormd.
1.7 Liquide middelen De specificatie van de per balansdatum aanwezige liquide middelen is als volgt: Liquide middelen
1,423,096
De overlopende activa hebben betrekking op vooruitbetaalde kosten voor de boekjaren 2023 en verder. Deze zijn toegenomen ten opzichte van vorig jaar, voornamelijk op
1.7.1
Kasmiddelen
1.7.2
Tegoeden op bankrekeningen
Totaal liquide middelen
Per 31/12/2022
Per 31/12/2021
15,681
14,854
53,887,811
35,278,350
53,903,492
35,293,204
het vlak van licentie- en opleidingskosten en het meer toepassen van maandelijkse permanence en dit zal in 2023 nog meer toegepast gaan worden.
Conform het treasurystatuut houdt De Haagse Scholen uitsluitend gelden aan in de vorm
De nog te ontvangen rente is begin 2023 ontvangen en heeft betrekking op 2022.
van lopende banktegoeden of spaartegoeden met een zo hoog mogelijke opnamevrijheid. De stichting bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende
1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid
liquiditeitsbegrotingen. Het management ziet erop toe dat voor de stichting steeds
Deze voorziening heeft betrekking op een aantal openstaande debiteurenposten
voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.
per 31-12-2022 die mogelijk oninbaar zijn. Het verloop van de voorziening wegens
De tegoeden op bankrekeningen betreffen zowel de rekening bij de schatkist, de ING-
oninbaarheid is als volgt:
bankrekeningen die door scholen worden aangehouden en een rekening bij de schatkist.
Voorziening wegens oninbaarheid
Per 31/12/2022
Per 31/12/2021
23,520
26,008
-884
-1,691
Dotatie
-
-
Vrijval
-
-797
22.635
23,520
Stand per begin boekjaar Onttrekking
Stand per einde boekjaar
We hebben onderstaande kortlopende deposito’s geopend in 2022: Nummer
Hoofdsom
Looptijd
Rente %
Status
Datum ingang
Datum afloop
20088
21.700.000,00
1 jaar
2,11%
Bevestigd
16-11-2022
16-11-2023
20087
4.650.000,00
6 maanden
1,78%
Bevestigd
16-11-2022
16-05-2023
20086
4.650.000,00
3 maanden
1,20%
Bevestigd
16-11-2022
16-02-2023
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
81
2.1.2 Bestemmingsreserves publiek
2.1 Eigen vermogen De algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van het bevoegd gezag en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die ontstaan uit het verschil tussen de baten en lasten. De samenstelling en het verloop van het eigen vermogen zijn als volgt (na resultaatbestemming): Eigen vermogen
Stand per 31/12/2021
Resultaat
Stand per 31/12/2022
2.1.1
Algemene reserve publiek
24,943,142
16,778,869
41,722,011
2.1.2
Bestemmingsreserve NPO (publiek)
4,481,510
5,795,278
10,276,789
2.1.2
Bestemmingsreserve nieuwe methode onderhoudsvoorziening (publiek)
5,000,000
-5,000,000
-
2.1.3
Bestemmingsreserve (privaat)
531,659
411,574
943,232
2.1.6
Herwaarderingsreserve eerste waardering activa
389,554
-85,330
304,223
Totaal Eigen vermogen
Bestemmingsreserve publiek
Stand per 31/12/2021
Resultaat
Stand per 31/12/2022
2.1.2
Bestemmingsreserve NPO (publiek)
4,481,510
5,795,278
10,276,789
2.1.2
Bestemmingsreserve nieuwe methode onderhoudsvoorziening (publiek)
5,000,000
-5,000,000
-
9,481,510
795,278
10,276,789
Totaal Eigen vermogen
In de publieke bestemmingsreserves hebben wij de niet-bestede NPO-gelden over 2022 toegevoegd voor een bedrag van € 5,8 mln. De reservering voor de nieuwe methode van de onderhoudsvoorziening van € 5 mln. hebben we teruggedraaid. In de bestemmingsreserve NPO worden alle niet-bestede NPO-middelen opgenomen na resultaatbepaling. De scholen zijn vrij deze middelen weer te onttrekken aan deze
35,345,865
17,900,391
53,246,256
reserves voor de uitvoering van NPO-activiteiten in hun exploitatie.
Het in het boekjaar behaalde positieve resultaat is volledig ten gunste gebracht aan het
2.1.3 Bestemmingsreserve privaat
eigen vermogen. De onderscheiden posten van het eigen vermogen worden onderstaand
Het verloop van de Bestemmingsreserve privaat is als volgt:
toegelicht.
2.1.1 Algemene reserve (publiek) Binnen De Haagse Scholen kennen de scholen financieel zelfbeheer voor de aan hen toegekende budgetten. Voor het opvangen van schommelingen in het school-gebonden exploitatieresultaat is het noodzakelijk dat scholen de beschikking hebben over een adequate school-gebonden algemene reserve. Daarnaast zijn binnen De Haagse Scholen
Bestemmingsreserve privaat
Stand per 31/12/2021
Resultaat
Stand per 31/12/2022
2.1.3.
Legaat
5,523
-
5,523
2.1.3.
Overige
526,136
411,574
937,709
531,659
411,574
943,232
Totaal
een aantal budgetten bovenschools georganiseerd, waarvan de totale exploitatie van de schoolgebouwen de omvangrijkste is. Voor de schommelingen in de bovenschoolse
De bestemmingsreserve privaat bestaat voor een deel uit een, in een ver verleden,
budgetten is een adequate algemene reserve wenselijk. De omvang van de algemene
ontvangen legaat. In 2016 is de eeuwigdurende rente op dit legaat door de gemeente
reserves publiek van De Haagse Scholen bedraagt ultimo 2022 € 41,7 mln. (ultimo 2021
Den Haag afgekocht en dat bedrag is aan het legaat toegevoegd.
€ 24,9 mln.).
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
Een ander deel van de bestemmingsreserve privaat bestaat uit vacatiegelden i.v.m. invulling van bestuursfuncties door leden van het college van bestuur voor derden en ontvangen rente (totaal € 201K). Het andere deel zijn de TSO-gelden. De reserve op de TSO-gelden bedroeg € 736K.
2.1.6 Herwaarderingsreserve eerste waardering activa Als gevolg van de invoering van de methodiek van activering en de daarbij behorende 1e waardering van de aanwezige activa heeft De Haagse Scholen per 1 januari 2010 herwaarderingsreserves moeten vormen die in omvang gelijk waren aan de boekwaarde van de vaste activa per die datum. Dit betrof een administratieve handeling die wel invloed heeft op de samenstelling van het vermogen maar geen resultaateffect kent. Deze herwaarderingsreserves zijn dus geoormerkt en niet vrij inzetbaar. Jaarlijks worden de afschrijvingen op deze activa via de resultaatverdeling in mindering gebracht op de herwaarderingsreserve eerste waardering activa en daarmee ten gunste van de algemene reserve. Deze methodiek zal worden gecontinueerd totdat de herwaarderingsreserves nul zijn (respectievelijk de activa van voor 2010 geheel is afgeschreven). Naar verwachting zal dit uiterlijk in het jaar 2028 het geval zijn. In 2022 had van de totale afschrijvingslast € 85.330 betrekking op items die vóór 2010 zijn aangeschaft. Dit bedrag is via de resultaatverdeling onttrokken aan de herwaarderingsreserve eerste waardering activa.
82
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
83
De specificatie van de bestemmingsreserve eerste waardering activa is als volgt: Herwaarderingsreserve 1e waardering activa
31/12/2021
Resultaat
31/12/2022
364,313
-78,053
286,260
2.1.6.
Bestemmingsreserve 1e waardering Meubilair
2.1.6.
Bestemmingsreserve 1e waardering ICT bekabeling
5,507
-3,911
1,596
2.1.6.
Bestemmingsreserve 1e waardering inrichting gymzalen
3,023
-686
2,336
2.1.6.
Bestemmingsreserve 1e waardering inrichting speellokalen
16,711
-2,680
14,031
389,554
-85,330
304,223
Totaal
2.2 Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd om toekomstige kosten en risico’s te dekken en/of om bepaalde kosten gelijkmatig over de jaren te spreiden. De samenstelling en het verloop van de voorzieningen zijn als volgt: Voorzieningen
Stand per 31/12/2021
Dotaties
Onttrekkingen
Vrijval
Rente mutatie (bij contante waarde)
Stand per 31/12/2022
Kortlopend deel<1 jaar
2.2.1
Personeelsvoorzieningen
3,075,534
530,138
255,654
508,916
-278,110
2,562,992
926,330
2.2.3
Egalisatievoorz. planmatig onderhoud
9,804,722
2,811,080
3,285,842
-
-
9,329,961
4,665,275
Totaal Voorzieningen
12,880,256
3,341,218
3,541,495
508,916
-278,110
11,892,953
5,591,605
De onderscheiden posten van de voorzieningen worden hierna toegelicht.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
84
2.2.1 Personeelsvoorzieningen De personeelsvoorzieningen bestaan uit een aantal elementen. De samenstelling en het verloop van de personeelsvoorzieningen zijn als volgt: Personeelsvoorzieningen
Stand per 31/12/2021
Dotaties
Onttrekkingen
Vrijval
Rente mutatie (bij contante waarde)
Stand per 31/12/2022
Kortlopend deel<1 jaar
104,129
714
-
15,249
-1,792
87,802
5.000
1,154,139
302,423
127,115
10,514
-249,345
1,069,588
82,255
2.2.1
Voorziening spaarverlof
2.2.1
Voorziening jubilea
2.2.1
Voorziening personele risico's
264,462
142,969
103,539
50,991
-5,058
247,842
178,483
2.2.1
Voorziening duurzame inzetbaarheid
227,804
54,033
-
32,162
-4,994
244,681
80,745
2.2.1
Voorziening geschillen
75,000
30,000
25,000
-
0
80,000
80,000
2.2.1
Voorziening langdurig zieken
900,000
-
-
50,000
-16,921
833,079
499,847
2.2.1
Voorziening transitievergoeding
350,000
-
-
350,000
-
-
-
3,075,534
530,138
255,654
508,916
-278,110
2,562,992
926,330
Totaal Personeelsvoorzieningen
Voorziening spaarverlof
De Haagse Scholen berekend op basis van het op dat moment aangestelde personeel,
Binnen het onderwijs heeft het personeel de mogelijkheid om te sparen voor een extra
rekening houdend met inschaling en ingeschatte vertrekkans. De in 2022 verstrekte
lange verlofperiode. Op basis van een spaarcontract worden afspraken gemaakt over
jubileumuitkeringen zijn direct op de voorziening in mindering gebracht.
de spaarperiode en het tijdstip waarop het verlof opgenomen zal gaan worden. In de voorziening spaarverlof is het bedrag opgenomen dat De Haagse Scholen verschuldigd
Voorziening personele risico’s
is om in de toekomst tijdens de opname van het gespaarde verlof het salaris door te
De voorziening personele risico’s heeft betrekking op de personele juridische risico’s
betalen.
die De Haagse Scholen loopt met betrekking tot oude claims van het Participatiefonds betreffende (het niet voldoen aan) de instroomtoets en het eigen risico bedrag van
Voorziening toekomstige jubilea uitkeringen
de nieuwe WW regeling die per 1 augustus 2022 is ingegaan. Naar gelang van de
Deze voorziening is in 2008 gevormd conform de richtlijnen van de jaarverslaglegging
omstandigheden van het ontslag bedraagt dit 10% of 50%. Het Participatiefonds stuurt
om alle toekomstige verplichtingen voor jubilea-uitkeringen van het personeel in
hiervoor maandelijks een factuur.
vaste dienst te dekken. Per ultimo 2022 is de (toekomstige) verplichting voor
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
85
Voorziening duurzame inzetbaarheid
voor bepaalde tijd die niet worden verlengd, kunnen recht hebben op een
Medewerkers van 57 jaar en ouder kunnen maximaal 130 + 40 = 170 uren per jaar
transitievergoeding. Standaard krijgen alle nieuwe medewerkers een tijdelijk
sparen (deeltijders naar rato). Op basis van de afgesloten “spaarovereenkomsten” is een
arbeidscontract bij aanvang van hun indiensttreding, maar het personeelsbeleid van
voorziening gevormd ter dekking van de kosten van de gespaarde uren.
De Haagse Scholen is erop gericht om dit na de eerste periode, bij goed functioneren, om te zetten in een vast dienstverband, ook gelet op het lerarentekort. De Haagse
Voorziening geschillen
Scholen heeft besloten om ultimo 2022 geen voorziening transitievergoedingen te
De voorziening geschillen heeft betrekking op de juridische risico’s die De Haagse
vormen omdat de omvang van de verplichting van te verwaarlozen betekenis is.
Scholen loopt met betrekking op mogelijke (toekomstige) claims.
2.2.3 Overige voorzieningen
Voorziening langdurige zieken
De overige voorzieningen bestaan alleen uit de voorziening planmatig onderhoud.
De voorziening langdurige zieken heeft betrekking op personeel waarvan de
Deze is met ingang van 2010 gevormd om de jaarlijkse schommelingen in de omvang
verwachting is dat ze na een periode van 2 jaar ziek geweest te zijn, niet meer
van het groot planmatig onderhoud te elimineren. Jaarlijks worden de werkelijke
terugkomen in hun functie. Hiervoor wordt een overzicht aangeleverd door de afdeling
onderhoudskosten ten laste van de voorziening gebracht. Op basis van het nieuwe
Verzuim door aan te geven wat per zieke de kans op herstel is. De voorziening wordt
meerjaren onderhoudsplan 2023-2042 wordt een vast bedrag aan de voorziening
opgenomen tegen de nominale waarde van de verwachte loonkosten van de langdurige
planmatig onderhoud gedoteerd. Het verloop van deze voorziening in het boekjaar is
zieken tot het verwachte moment van uit dienst gaan.
als volgt:
Voorziening transitievergoeding
Het saldo van de voorziening is ten opzichte van vorig boekjaar afgenomen,
De voorziening transitievergoeding heeft betrekking op mogelijke toekomstige
omdat er meer onderhoud is uitgevoerd in 2022 dan gepland, aangezien
verplichtingen die volgen uit de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). Arbeidscontracten
vertraagde werkzaamheden van voorgaande jaren zijn uitgevoerd. In de meerjaren
Overige voorzieningen 2.2.3 Totaal
Voorziening planmatig onderhoud
Stand per 31/12/2021
Dotaties
Onttrekkingen
Vrijval
Rente mutatie (bij contante waarde)
Stand per 31/12/2022
Kortlopend deel<1 jaar
9,804,722
2,811,080
3,285,842
-
-
9,329,961
4,665,275
9,804,722
2,811,080
3,285,842
-
-
9,329,961
4,665,275
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
86
onderhoudsbegroting stond voor 2022 € 2,9 mln. opgenomen aan geplande uitgaven.
2.4.4.1 Schulden ministerie van OCW
Met een totale onttrekking van € 3,3 mln. is dus € 0,4 mln. meer uitgegeven dan
De nog af te rekenen subsidies hebben betrekking op in 2022 of daarvoor toegekende
meerjarig gepland stond.
en betaalde subsidies van het Rijk, die overlopen naar volgend jaar. Met name de subsidie verbeteringsvaardigheden (€ 2,0 mln). en de subsidie G5 zij-instroom
2.4 Kortlopende schulden
(€ 1,2mln.). In 2022 is er een toename geweest van € 3,2 mln. ten opzichte van 2021.
De specificatie van de per balansdatum openstaande kortlopende schulden is als volgt: Kortlopende schulden
Per 31/12/2022
Per 31/12/2021
2.4.3
Crediteuren
2,562,712
1,620,154
2.4.4.1
Ministerie van OCW
5,210,405
2,014,290
2.4.4.3
Overlopende post inkomsten SWV
168,541
181,370
2.4.7
Belastingen en premies sociale verzekeringen
161,602
50,181
2.4.8
Schulden ter zake van pensioenen
4,863
4,749
2.4.9
Overige kortlopende schulden
3,767,219
5,526,313
2.4.10
Overlopende passiva
3,883,977
3,511,716
15,759,319
12,908,773
Totaal kortlopende schulden
Het betreft uitsluitend schulden met een looptijd korter dan een jaar.
2.4.4.3 Schulden SWV De schulden SWV hebben betrekking op in 2022 betaalde subsidies die overlopen naar volgend jaar. Het bedrag is ten opzichte van 2021 nagenoeg gelijk gebleven.
2.4.7 Belastingen en sociale lasten Dit betreft verschuldigde betalingen betreffende loonheffing, premies en omzetbelasting aan de Belastingdienst. De specificatie van deze post is als volgt: Belastingen en premies sociale verzekeringen
Per 31/12/2022
Per 31/12/2021
2.4.7.1
Loonheffing
76,068
14,027
2.4.7.2
Omzetbelasting
79,955
29,111
2.4.7.3
Premies sociale verzekeringen
5,580
7,043
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen
161,603
50,181
De afzonderlijke onderdelen van de kortlopende schulden worden in het onderstaande nader toegelicht. De post kortlopende schulden is op totaalniveau met € 2,85 mln.
De verschuldigde bedragen voor loonheffing en premies sociale verzekeringen zijn hoger
toegenomen ten opzichte van ultimo 2021.
ten opzichte van ultimo 2021. De openstaande posten Loonheffing bevat een bedrag
2.4.3. Crediteuren
van € 60K voor nog te betalen eindheffing voor WKR, vanwege het overschrijden van de vrije ruimte in 2022. De omzetbelasting is hoger in verband met BTW compensaties van
De post crediteuren bevat de nog openstaande facturen per balansdatum die al wel
de SWV-en over 2022. De premies sociale verzekering betreffen enkel de extra 13e en
zijn geautoriseerd, maar nog niet betaald. De meeste facturen zijn in januari 2023
14e run van 2022. De nog verschuldigde bedragen zijn in januari 2023 afgewikkeld en
betaald. De stijging van de post Crediteuren heeft voornamelijk te maken met de in
betaald, behalve de loonheffing WKR die in februari 2023 wordt aangegeven en betaald.
december 2022 ontvangen facturen voor nieuwbouwprojecten, zoals ten behoeve van de Galvanischool en de Annie M.G. Schmidtschool (ca. € 800K).
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
87
2.4.8 Schulden ter zake van pensioenen
Deze facturen zijn voorzichtigheidshalve wel reeds als kosten in de jaarrekening
Dit betreft per balansdatum verschuldigde pensioenpremies aan het pensioenfonds ABP.
verantwoord.
Schulden terzake pensioenen
De post overige nog te betalen bedragen heeft betrekking op facturen die per jaareinde
2.4.8
Schulden ter zake van pensioenen
Totaal schulden terzake pensioenen
Per 31/12/2022
Per 31/12/2021
4,863
4,749
4,863
4,749
nog niet zijn ontvangen maar nog worden verwacht in verband met reeds aan derden verstrekte opdrachten. Hieronder vallen bijvoorbeeld verwachte afrekeningen met betrekking tot energie en andere facilitaire zaken (totaal € 2,0 mln.). Tevens zijn hier de naar 2023 overlopende overige subsidies voor een bedrag van € 1,0 mln. opgenomen. In totaliteit zijn de overige kortlopende schulden afgenomen met € 1,8 mln. in
De post schulden ter zake pensioenen is per balansdatum gelijk aan voorgaand jaar. De openstaande post betreft slechts de extra 13e en 14e run van 2022. De nog
vergelijking tot 2021.
verschuldigde bedragen zijn in januari 2023 afgewikkeld en betaald.
2.4.10 Overlopende passiva
2.4.9 Overige kortlopende schulden
Overlopende passiva
Deze post bevat alle overige kortlopende schulden. Alle overige kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan een jaar. De specificatie van deze post is als volgt: Overige kortlopende schulden
Per 31/12/2022
Per 31/12/2021
2.4.9.1
Nog af te rekenen / te besteden subsidies Gemeente
382,432
286,039
2.4.9.5
Nog niet geautoriseerde facturen
400,127
404,196
2.4.9.5
Overige nog te betalen bedragen
2,984,660
4,836,078
3,767,219
5,526,313
Totaal overige kortlopende schulden
De nog af te rekenen gemeentelijke subsidies per 31-12-2022 hebben betrekking op de afrekening van de door de gemeente in de 2021 en 2022 toegekende subsidies. De post nog niet geautoriseerde facturen betreft facturen die wel reeds zijn ontvangen maar per balansdatum nog niet door de budgetverantwoordelijke zijn geaccordeerd.
2.4.10.5
Vakantiegeld en -dagen
Totaal overlopende passiva
Per 31/12/2022
Per 31/12/2021
3,883,977
3,511,716
3,883,977
3,511,716
Deze post bevat uitsluitend de verplichting met betrekking tot opgebouwde rechten betreffende vakantiegeld, inclusief de daarover verschuldigde sociale lasten.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
88
Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen
Vordering op ministerie van OCW
Vandaar dat ons schoolbestuur samen met circa 230 schoolbesturen, juridisch begeleid
Per 1 januari 2023 is de bekostiging van het primair onderwijs na wetswijziging
door advocatenkantoor Stibbe en gecoördineerd vanuit de PO-Raad, gezamenlijk
veréénvoudigd. Daarmee is de bekostigingssystematiek gewijzigd.
bezwaar hebben gemaakt tegen de beschikkingen voor de laatste vijf maanden van 2022. Dit bezwaar is op 30 november 2022 door de minister ongegrond verklaard.
Bij de overgang van de oude naar de nieuwe bekostigingssystematiek zijn
De financiële belangen en de relevante juridische vragen n.a.v. de beslissing op bezwaar
schoolbesturen door de regelgeving en besluitvorming van de minister met een
van de minister zijn het volgens ons waard om de kwestie aan een onafhankelijke partij,
naar hun oordeel probleem geconfronteerd. Waar de schoolbesturen in een (school)
zijnde de bestuursrechter, voor te leggen. Daarom hebben wij besloten om gezamenlijk
jaar normaal gesproken 100% aan bekostiging ontvangen, is dat in de overgang
met ruim 220 schoolbesturen een beroep bij de rechtbank Midden-Nederland in te
naar de nieuwe bekostigingssystematiek circa 93% voor het schooljaar 2022/23.
stellen tegen de beslissing op bezwaar van de minister. Op het moment van dit schrijven
Schoolbesturen in de PO-sector werden daardoor in de periode augustus tot en met
loopt deze beroepsprocedure nog en is niet bekend wanneer hierin uitspraak volgt.
december 2022 door de minister met circa 7% gekort op hun bekostiging. Dit komt voor ons schoolbestuur neer op € 5.849.798,36.
Verplichtingen De Haagse Scholen heeft met een aantal leveranciers contracten afgesloten waarmee
Voorzichtigheidshalve is dit bedrag niet als vordering op de balans per 31 december
verplichtingen zijn ontstaan die niet direct uit de balans blijken. In onderstaand overzicht
2022 opgenomen.
staan de contracten vermeld die voldoen aan de beide volgende voorwaarden:
De minister stelt zich op het standpunt dat dit probleem voor het schoolbestuur slechts
•
verlengingen),
“een boekhoud-technische correctie is, aangezien de totale bekostiging van het Rijk naar scholen niet wijzigt door de veréénvoudiging”. Het bestuur van De Haagse Scholen
het betreft meerjarige overeenkomsten (exclusief optionele en/of stilzwijgende
•
het betreft meerjarige overeenkomsten met een originele totale contractwaarde
deelt deze opvatting niet en is van mening dat wel degelijk sprake is van een reductie
van meer dan € 214.000 (exclusief btw) voor Diensten en Leveringen en meer dan
van toegekende baten aan de schoolbesturen in 2022.
€ 5.350.000 (exclusief btw) voor Werken.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
Bankgaranties
Totaal
< 1 jaar (=2023)*
2-5 jaar
CSU Groep B.V.
€ 11,086,464
€ 2,771,616
€ 8,314,848
Gebeurtenissen na balansdatum
Afas
€ 9,237,043
€ 1,334,830
€ 7,389,635
Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum die van invloed zijn op het beeld dat de
Canon
€ 1,632,437
€ 162,174
€ 1,470,263
jaarrekening geeft.
Hillsafety BV
€ 733,224
€ 183,306
€ 549,918
Union Street Puto
€ 510,456
€ 127,614
€ 382,842
AON Verzekeringen
€ 400,000
€ 80,000
€ 320,000
Rovict BV
€ 396,940
€ 99,235
€ 297,705
Trigion Beveiliging B.V.
€ 385,465
€ 77,093
€ 308,372
ArboUnie BV
€ 384,838
€ 192,419
€ 192,419
Konica Minolta Business Solutions Nederland B.V.
€ 269,427
€ 269,427
-
Omega Containertransport DH BV
€ 141,857
€ 98,209
Astrium Onderwijsaccountants
€ 99,000
€ 49,500
€ 49,500
Van Dorp installaties Z`meer
€ 51,057
€ 51,057
-
Decolux Services BV
€ 46,550
€ 46,550
€ 25,374,759
€ 5,543,029
Ultimo 2022 heeft De Haagse Scholen voor in totaal € 47.346 aan bankgaranties uitstaan. Dit betreft huurgaranties voor de kantoorruimte van het bestuurskantoor.
Contractuele verplichtingen (excl. BTW)
89
€ 19,275,502
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
90
Toelichting op de onderscheiden posten van de staat van baten en lasten Toelichting baten
3.1.1. Rijksbijdragen OCW De rijksbijdragen OCW zijn ten opzichte van 2021 gestegen met 16,6% (€ 21,0 mln.).
3.1 Rijksbijdragen
Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door:
De rijksbijdragen bestaan uit de vergoedingen van de personele en materiele bekostiging (gezamenlijk de lumpsumbekostiging), de overige subsidies OCW en de ontvangen rijksbijdragen van de verschillende samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs. Rijksbijdragen
Realisatie 2022
Begroting 2022
Realisatie 2021
147,221,753
136,339,920
126,136,711
NPO Gelden
€ 10,3 mln.
Stijging Personele bekostiging lumpsum
€ 2,8 mln.
Stijging Personeel- en arbeidsmarktbeleid
€ 3,2 mln.
Stijging bijzondere bekostiging vreemdelingen
€ 3,2 mln.
Stijging bijzondere bekostiging personeel voor beloning aan leraren vso
€ 0,8 mln. € 0,9 mln.
3.1.1
Rijksbijdragen OCW
3.1.2
Overige subsidies OCW
6,130,842
8,417,543
6,153,909
Bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders
3.1.3
Ontvangen rijksbijdrage SWV
6,352,086
5,935,094
7,167,849
Daling Prestatiebox
159,704,681
150,692,557
139,458,469
Rijksbijdragen
-/- € 1,9 mln.
In de rijksbijdragen van OCW is een bedrag opgenomen van € 165.215 voor de Bijzondere bekostiging personeel voor beloning aan leraren VSO. Dit bedrag is aan 20
Uitsplitsing Rijksbijdragen 3.1.3
OCW
147,221,753
136,339,920
126,136,711
werknemers van de Piramide uitgekeerd.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
3.1.2. Overige subsidies OCW
91
De geoormerkte subsidies zijn als volgt te specificeren:
Dit betreft rijksbijdragen voor specifieke doelen of doelgroepen. Deze vallen niet onder lumpsumbekostiging.
Overige subsidies OCW (Geoormerkt)
Realisatie 2022
Realisatie 2021
In de jaarrekening dienen geoormerkte subsidies met verrekeningsclausules verantwoord
Doorstroomprogramma po/vo 19/20
75,943
34,248
Doorstroomprogramma po/vo 20/21
4,375
15,000
Doorstroomprogramma po/vo 20/21 21/22
69,598
29,986
Doorstroomprogramma po/vo 21/22 22/23
28,194
5,588
G5 Zijinstroom PO
141,615
267,136
Gelijke Kansen Alliantie 19/21
25,519
11,000
-
3,146,719
Internationalisering funderend onderwijs
8,952
-
Instroom schoolleiders van buiten
3,000
-
Lerarenbeurs
171,484
117,906
Schoolkracht
72,523
11,042
Subsidie zij-instroom
188,629
272,409
Teambeurs
-
51,981
Tegemoetkoming Vervangingskosten Schoolleiders
-
15,680
5,447
-
-
55,920
7,500
-
802,779
4,034,615
te worden in bijlage G2 en geoormerkte subsidies zonder verrekeningsclausules in bijlage G1. Zowel in 2022 als in 2021 zijn er geen geoormerkte subsidies met verrekeningsclausules ontvangen. Overige subsidies OCW
Realisatie 2022
Realisatie 2021
3.1.2.2.1
Geoormerkte subsidies
802,779
4,034,615
3.1.2.2.1
Overige subsidies OCW
5,328,064
2,119,294
Overige subsidies OCW
6,130,842
6,153,909
In tegenstelling tot de geoormerkte subsidies dienen de overige subsidies OCW niet in model G opgenomen te worden.
Inhaal - en ondersteuningsprogramma 20/21 TR1/TR2/TR5
Verbetering basisvaardigheden Vrijroosteren leraren Overige Totaal geoormerkte subsidies
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
92
Ontvangen rijkssubsidies SWV
Ten opzichte van 2021 zijn de geoormerkte subsidies met € 3,2 mln. gedaald. Dit
Realisatie 2022
Realisatie 2021
37,000
37,000
1,822,228
1,680,201
Verplichte herbesteding AB-middelen
80,828
212,982
Advisering
535,116
353,633
Overige inkomsten SWV
626,886
1,515,460
6,352,086
7,167,849
wordt grotendeels veroorzaakt door € 3,1 mln. daling van de in 2021 ontvangen subsidies Inhaal- en ondersteuningsprogramma ten behoeve van het inhalen
Groepsarrangementen
van de onderwijsachterstanden, ontstaan door de diverse lockdowns tijdens de
Groeibekostiging SO-scholen
coronapandemie. De overige subsidies OCW zijn als volgt te specificeren: Overige subsidies OCW
Realisatie 2022
Realisatie 2021
-
3,052
5,316,614
2,106,586
SOOL
10,153
4,583
De ontvangen rijkssubsidies SWV zijn ten opzichte van 2021 gedaald met € 0,82 mln.
Tegemoetkoming verhuur sportaccomodaties
1,297
5,073
De overige inkomsten zijn in 2022 gedaald met € 0,9 mln., aangezien in 2021 eenmalige
5,328,064
2,119,294
Aanpak jeugdwerkloosheid agv corona Arbeidsmarktoelage NPO
Totaal Overige subsidies OCW
Ten opzichte van 2021 zijn de overige subsidies OCW met € 3,2 mln. gestegen door de
Totaal
De meeste van deze inkomsten zijn afkomstig van samenwerkingsverband SPPOH.
uitkeringen Cluster 4 – leerlingen zijn ontvangen ter grootte van € 0,74 mln.
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies
gestegen ontvangen subsidie Arbeidsmarkttoelage NPO.
3.1.3 Ontvangen rijksbijdragen Samenwerkingsverbanden Met de invoering van Passend Onderwijs (augustus 2014) is nieuwe categorie rijksbijdrage ontstaan. Deze post kan als volgt worden gespecificeerd:
Overige overheidsbijdragen en -subsidies
Realisatie 2022
Begroting 2022
Realisatie 2021
3.2.1
10,114,578
9,467,919
9,532,223
10,114,578
9,467,919
9,532,223
Gemeentelijke bijdragen en subsidies
Overige overheidsbijdragen en -subsidies
Ontvangen rijkssubsidies SWV
Realisatie 2022
Realisatie 2021
Bij De Haagse Scholen bestaan de Overige overheidsbijdragen geheel uit de bijdragen
Bekostiging Basisondersteuning
2,314,639
2,246,820
van de gemeente Den Haag. Het beleid en bekostiging van het lokaal onderwijsbeleid is
Aanv.Bek.Visueel Gehandicapte Leerlingen
16,749
28,343
Individueel arrangement
918,640
1,093,409
vastgelegd in de Haagse Educatieve Agenda (HEA).
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
Sinds eind 2017 worden er door de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid van
93
De post ouderbijdragen bestaat uit:
de gemeente Den Haag ook loonkostensubsidies afgegeven in het kader van de subsidieregeling STiP-banen Den Haag 2017 en vindt er via hen ook de afrekening van
Ouderbijdragen
Realisatie 2022
Realisatie 2021
Vrijwillige ouderbijdragen
393,914
268,758
Overblijfgelden
676,399
291,966
de in 2022 gecombineerde subsidie Extra en intensieve leertijd PO, met daarin het
Werkweek/excursies
249,780
177,706
Leerkansenprofiel, de stijging van de subsidie Nieuwkomers met € 0,17 mln. Tevens zijn
Diverse overige bijdragen
20,595
69,503
er in 2022 een aantal nieuwe subsidies door de gemeente Den Haag afgegeven zoals
Totaal Ouderbijdragen
1,340,689
807,934
de ESF-subsidies plaats in het kader van Arbeidstoeleiding PrO-VSO Haaglanden. De inkomsten uit gemeentelijke bijdragen zijn met 6,1% (0,58 mln.) gestegen ten opzichte 2021. Deze stijging wordt veroorzaakt door de stijging van € 0,25 mln. van
bv. schoolveiligheid (0,02 mln.), buitenschoolse activiteiten en schoolreisjes (0,08 mln.) en overstap VO (0,01 mln.).
Toelichting lasten
3.5 Overige baten
4.1 Personele lasten
Overige baten
Realisatie 2022
Realisatie 2021
3.5.1
Verhuur
1,942,487
1,798,407
3.5.2
Detachering personeel
201,321
235,363
3.5.3
Schenking
8,896
13,578
3.5.4
Sponsoring
13,183
1,064
3.5.5
Ouderbijdragen
1,340,689
807,934
3.5.6
Overige
4,400,029
3,381,289
7,906,604
6,237,634
Overige baten
De overige baten zijn ten opzichte van 2021 gestegen met € 1,7 mln..
De personele lasten vormen circa 83% van de totale lasten van De Haagse Scholen en zijn dus één van de belangrijkste onderdelen van onze financiële huishouding. Personeelslasten
Realisatie 2022
Begroting 2022
Realisatie 2021
4.1.1
Lonen en salarissen
119,251,517
118,922,588
105,803,787
4.1.2
Overige personele lasten
14,843,137
17,470,872
13,166,181
4.1.3
Af: uitkeringen
-1,534,848
-427,500
-1,722,461
132,559,806
135,965,960
117,247,507
Personeelslasten
Het aantal fte is ten opzichte van 2021 gestegen met 46 fte van 1.509 fte naar 1.554 fte en de gemiddelde loonkosten zijn met € 6.582 per fte gestegen. De loonkostenstijging
Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door meer overige subsidies, met name de subsidie
wordt door diverse onderdelen uit het cao-akkoord en de loonkloofdichting VO-PO
Noodplan Lerarentekort, die wij via het Lucas Onderwijs hebben ontvangen en wordt
voor het onderwijzend personeel veroorzaakt, onder andere door de stijging van de
verantwoord onder de overige baten. De ouderbijdragen zijn toegenomen met € 533K,
uitgekeerde Arbeidsmarktoelage (€ 2,1 mln.), de verhoging van het % eindejaarsuitkering
met name toe te schrijven aan meer overblijfgelden € 384K.
Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen
94
(€ 1,7 mln.), de cao verhoging per 1 juli 2022 van 4,75% (€ 1,6 mln.), de eenmalige cao
Met het groeiend aantal leerlingen en het wegwerken van de nog aanwezige
uitkering (€ 0,8 mln.), de bindingstoelage en loonkloofdichting (€ 6,6 mln.).
onderwijsachterstanden door de diverse lockdowns door de coronapandemie was die formatie-uitbreiding nog altijd noodzakelijk, mede ook door het reeds aanwezige
De post Uitkeringen heeft betrekking op de ontvangen vergoedingen voor zwangerschaps-
lerarentekort en de inspanningen om het personeelstekort terug te dringen zullen zich
en bevallingsverlof die wij via het UWV ontvangen. Ten opzichte van 2021 zijn de
in 2023 in meer of mindere mate voortzetten.
vergoedingen voor zwangerschaps- en bevallingsverlof gedaald met 10,9% oftewel € 188K. De gemiddelde loonkosten zijn in 2022 met 9,38% gestegen ten opzichte van 2021. Begroten van deze post blijkt in de loop der jaren erg lastig en kan alleen op historische
Dit komt voort uit meerdere aspecten vanuit het cao-akkoord zoals bijvoorbeeld een cao
gegevens gebaseerd worden.
salarisstijging van 4,75% per 1 juli 2022, de verhoging van de eindejaarsuitkering naar 8,33%, het dichten van de loonkloof met het VO voor het onderwijzend personeel, maar
4.1.1 Lonen en salarissen
ook het per 1 augustus niet meer te betalen premie Participatiefonds.