RIS316341 Bijlage 1 Ontwerp-bestemmingsplan Brasserskade 2023
Tekst van het document
Niet van toepassing op het plangebied.
Detailhandel en Dienstverlening
Niet van toepassing op het plangebied.
Horeca
Niet van toepassing op het plangebied.
Kantoren
Het bestemmingsplan voorziet in de vestiging van een operationele eenheid van de Nationale Politie. Gelet op het specifieke karakter, de beperking van de omvang van het kantoordeel (max. 40% van de op te richten bebouwing en de maatschappelijke bestemming is het bepaalde in artikel 6.34 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland van toepassing Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven Het bestemmingsplan voorziet in de vestiging van een passende locatie in de nabijheid van een operationele eenheid van de Nationale Politie. woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een Een dergelijke functie behoeft geen milieuzonering verantwoorde afstand van bedrijven worden gesitueerd.
69
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
5.6
Toelichting op de regels
De regels zijn als volgt ingedeeld: 1. Inleidende regels. De Inleidende regels (Artikel 1en Artikel 2) lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten (hoogte, diepte et cetera) die moet worden gehanteerd. 2. Bestemmingsregels. De Bestemmingsregels (artikel 3, 4 en 5) bevatten voor elke bestemming een omschrijving van de bestemming en bouwregels. Als specifiek voor een bestemming een afwijkingsbevoegdheid geldt, is deze in het betreffende artikel opgenomen. Daarbij is vanwege de aanwezige waterkeringszone langs de Brasserskade een dubbelbestemming opgenomen. 3. Algemene regels. De Algemene regels (artikel 6 tot en met 11) bevatten voor alle bestemmingen geldende regels: algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingssregels en algemene procedureregels. 4. Overgangs- en slotregels. Het Overgangsrecht is opgenomen in Artikel 12, de Slotregel in Artikel 13.
5.6.1
Inleidende regels
In Begrippen worden belangrijke begrippen die in het plan veel voorkomen, nader gedefinieerd. Aandacht verdienen de begrippen aan-huis-gebonden bedrijf, en aan-huis-gebonden beroep. Wanneer in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan-huis-gebonden bedrijf en/of beroep toegestaan. Op basis van jurisprudentie mogen deze activiteiten: geen hinder voor de woonsituatie opleveren; naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning; geen detailhandel en/of horeca betreffen; geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen parkeerproblemen in de omgeving veroorzaken. In Wijze van meten is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven, moeten worden gemeten. Het definiëren van begrippen en de aanwijzingen voor het meten, vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. De regeling voor bestaand gebruik dat afwijkt van de bestemming is onderdeel van de algemene gebruiksregels. 5.6.2
Bestemmingsregels
Groen Deze bestemming is opgenomen om een brede groenstrook rondom de bestemming Maatschappelijk te waarborgen, waardoor een goede ruimtelijke inpassing van het bedrijfspand en het parkeerterrein verzekerd is. Maatschappelijk Deze bestemming heeft betrekking op het op te richten bedrijfspand en de daarbij behorende parkeergelegenheid. Artikel 5 Waterstaat - Waterkering Met deze dubbelbestemming wordt de aanwezige waterkering evenwijdig aan de Brasserskade beschermd. 5.6.3
Algemene Regels
Anti-dubbeltelregel: Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Algemene bouwregels: De algemene bouwregels gelden voor alle bestemmingen. In de eerste plaats
70
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
wordt hierin nu ook algemeen gesteld dat bouwwerken niet buiten bestemmings- en bebouwingsgrenzen mogen worden gebouwd. Kleine overschrijdingen van deze grenzen voor stoepen, kozijnen en dergelijke zijn wel toegestaan. Grote overschrijdingen van deze grenzen voor overstekende daken en soortgelijke delen van gebouwen zijn tot een bepaalde omvang ook toegestaan. Verder is algemeen voorgeschreven dat bouwwerken beneden peil uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak, dat deze ondergrondse bebouwing uit niet meer dan één bouwlaag mag bestaan en is de bouw van installaties voor mobiele telecommunicatie in principe toegestaan op alle gebouwen met uitzondering van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of gebouwen in een rijksbeschermd stadsgezicht. Afwijken van deze algemene bouwregels wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in Afwijken van de in het plan opgenomen bouwregels Algemene gebruiksregels: In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod opgenomen: het is verboden de in het plan begrepen gronden en de zich daarop bevindende opstallen te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming of met de regels van het plan. In de Algemene aanduidingsregels zijn bepalingen opgenomen, die betrekking hebben op de bescherming van de waterstaatsbescherminsgszone, die over een strook evenwijdig aan de Brasserskade loopt.
Afwijken van de algemene gebruiksregels, ook het afwijken voor het meest doelmatige gebruik, wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in Algemene afwijkingsregels. Het bevoegd gezag kan in geringe mate afwijken van de maatvoering die in de bouwregels is bepaald en ook voor geringe afwijkingen in de begrenzing van bestemmings- en/of bebouwingsgrenzen. Verder is afwijken mogelijk voor de bouw van kleine nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en containers voor huishoudelijk afval. Ten slotte is afwijken mogelijk voor het bouwen beneden peil, buiten het bouwvlak. Een belangrijk element van dit artikel is de afwijking van het algemene gebruiksverbod: het bevoegd gezag kan afwijken van het algemeen gebruiksverbod, indien strikte toepassing van het algemene gebruiksverbod leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Wel moet dit andere gebruik aansluiten bij het gebruik conform de bestemming en mag toepassing van de afwijking niet leiden tot een bestemmingswijziging.
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht De overgangsregels hebben als doel tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan de rechtstoestand vast te leggen van bouwwerken die op het tijdstip van de inwerking treding van het plan zijn gebouwd of nog gebouwd kunnen worden - dat wil zeggen waarvoor vergunning is verleend of nog te verlenen is - en die afwijken van de bouwregels in dit plan. Het tweede lid van dit artikel heeft betrekking op het gebruik van gronden en bouwwerken, voor zover dit gebruik op het tijdstip van inwerking treden van dit bestemmingsplan afwijkt van dit plan. Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam de regels van het bestemmingsplan moeten worden aangehaald: 'Regels bestemmingsplan Brasserskade'
71
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
72
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Hoofdstuk 6 6.1
Overleg en inspraak
Artikel 3.1.1 Bro-overleg
Een voorloper van dit ontwerp-bestemmingsplan is op 1 april 2019 in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan de volgende instanties toegezonden. 1. Provincie Zuid-Holland 2. Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid 3. Hoogheemraadschap van Delfland 4. Dunea 5. GGD Haaglanden 6. Omgevingsdienst Haaglanden 7. Gemeente Delft 8. Politie Eenheid Den Haag 9. Veiligheidsregio Haaglanden 10. HTM Personenvervoer NV 11. Tennet Regio West 12. NV Nederlandse Gasunie 13. Stedin B.V. 14. Bewonersplatform Ypenburg Aangezien het inrichtingsplan voor het plangebied en de mate van bebouwing daaraan gelijk is heeft voor het voorliggend ontwerp geen vooroverleg plaatsgevonden, met dien verstande dat wel vooroverleg met de provincie Zuid-Holland over de toetsing van de met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte nieuwe ontwikkeling aan de provinciale omgevingsverordening heeft plaatsgevonden. 1. Provincie Zuid-Holland. Inhoud: Geacht college, Op 17 februari 2023 hebt u het bovengenoemde voorontwerpbestemmingsplan toegezonden in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader is vastgelegd in het Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland (met name Afdeling 3.2, 6.2 en artikel 6.40).
In de visie, Programma(s) en de verordening zijn beleid respectievelijk regels opgenomen voor de borging en bescherming van provinciale ruimtelijke belangen. Afwijkingsmogelijkheid artikel 6.34 Omgevingsverordening In het zogenoemde e-formulier voor indiening van onderhavig plan vraagt u ons te reageren op de toepassing van artikel 6.34 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Wij hebben het bestemmingsplan beoordeeld en zien in het algemeen geen strijdigheden met het provinciale beleid. Specifiek ten aanzien van de afwijking van het 'kantorenbeleid' zijn wij het met u eens dat de bestemming 'Maatschappelijk' ten behoeve van de beoogde dienst van de Nationale Politie van dien aard is dat dit niet is te beschouwen als een bestemming dat concurreert met de belangen van concentratielocaties voor reguliere kantoren in de regio, nu deze 'reguliere' kantoren hier niet zondermeer kunnen worden gevestigd op basis van deze bestemming. Voor zover het dan volgens de letter nog steeds niet zou passen binnen de gestelde regels in de Omgevingsverordening, stemmen wij in met afwijking van deze verordening op basis van artikel 6.34 van deze Omgevingsverordening. Het provinciaal belang (sterke kantorenconcentraties) wordt immers niet (onevenredig) benadeeld als gevolg van dit plan.
Daarnaast hebben wij begrip voor de specifieke eisen van deze dienst nabij uitvalswegen richting Den Haag waar de locatie zich goed voor leent. Reactie:
73
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Wij onderschrijven de inhoud van deze brief. De op het voorgaande bestemmingsplan ingekomen reacties en ons daarop gegeven antwoord zijn onderstaand integraal overgenomen. Van de volgende instanties is op het eerdere bestemmingsplan een reactie ontvangen: 3. Hoogheemraadschap van Delfland Inhoud: In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft u het Hoogheemraadschap van Delfland het voorontwerp van het bestemmingsplan Politiekantoor Brasserskade in Den Haag toegezonden. U verzoekt Delfland een reactie kenbaar te maken op het voorontwerp van het bestemmingsplan. Ons advies is gebaseerd op de concepttekst "20190417 Waterparagraaf politiekantoor Brasserskade", zoals wij die per mail op 17 april jl. als aanvullende informatie hebben ontvangen. Advies Wij geven u graag advies ten aanzien van de wateraspecten in het plan. In de waterparagraaf worden de verschillende aspecten van de waterhuishouding besproken. Onze reactie betreft de aspecten "Waterkwantiteit", "Riolering en afvalwater", "Waterveiligheid" en "Klimaatadaptatie". Waterkwantiteit Zoals beschreven, is compensatie voor de toename van verharding vereist, om aan het standstill-principe te voldoen. De berekeningen met de watersleutel geven een te lage opgave aan waterberging weer, omdat de toelaatbare peilstijging kleiner is. Deze bedraagt 0,3 meter.
De opgave voor waterberging zal dus groter zijn dan beschreven. Het voorstel is de invulling van de opgave te koppelen aan en te toetsen bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Hiermee kunnen wij instemmen, indien hiervoor passende regels in het bestemmingsplan opgenomen worden. Hierbij treft u een voorzet voor een dergelijke voorwaardelijke verplichting aan: "Een bouwvergunning binnen deze bestemming ("Maatschappelijk") is uitsluitend toegestaan, indien de ontwikkeling geen negatieve effecten op de waterhuishouding heeft en hierover vóórafgaand aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning een positief advies van het waterschap is ontvangen dan wel hiervoor een watervergunning is verleend". Dit betekend, dat de te nemen maatregelen, de inpassing en de kosten daarvan, pas in een later stadium bekend zullen zijn. Om de initiatiefnemer duidelijk te maken, wat een vervolgstap inhoudt, verzoeken wij u onderstaande tekst in de toelichting op te nemen. "Voor deze ontwikkeling geldt een wateropgave ter compensatie van toenemende verharding. Hierbij heeft Delfland voorkeur voor compensatie door het graven van extra oppervlaktewater. Indien compensatie in oppervlaktewater aantoonbaar niet mogelijk is, kan als alternatief voor vasthoudmaatregelen gekozen worden.
Vanwege het belang voor de waterhuishouding hanteert Delfland richtlijnen bij de beoordeling van vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding. Deze zijn te vinden op www.hhdelfland.nl/richtlijn-vasthoudmaatregelen. Vóórafgaand aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient de initiatiefnemer nader uit te werken, op welke manier de wateropgave wordt ingevuld en aan te tonen, dat aan de richtlijn voor vasthoudmaatregelen wordt voldaan. Daarbij is het belangrijk, dat de gekozen maatregel goed functioneert, past binnen het gebied en ook op de lange termijn betrouwbaar is. De eigenaar van het perceel is immers zelf volledig verantwoordelijk voor de aanleg, het functioneren en het in stand houden van de voorziening."
74
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Riolering en afvalwater. Wij verzoeken u hier te beschrijven, of er rioolpersleidingen in het plangebied liggen en als dat zo is, de beschermingszone daarvan in de toelichting en de regels en op de verbeelding te vermelden. Waterveiligheid. Zoals te zien is op onderstaande uitsnede, ligt over een deel van het plangebied een waterkering. Wij verzoeken u de dubbelbestemming op de verbeelding weer te geven en in de regels te borgen. Indien er werkzaamheden in deze zone plaatsvinden, is hiervoor een watervergunning vereist.
Klimaatadaptatie Op bladzijde 40 en 41 staat het Haagse beleid ten aanzien van klimaatverandering beschreven. In de paragraaf van het beleidsdocument "Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie" staat het volgende: Uitvoeringsplan Klimaatbestendig Den Haag Het uitvoeringsplan 'Klimaatbestendig Den Haag' (Cb 2012;RIS 252427) beschrijft op hoofdlijnen welke effecten van klimaatverandering voor Den Haag relevant zijn, hoe de gemeente daar mee omgaat en welke acties de komende periode worden uitgevoerd. Een klimaatbestendige stad houdt in dat bij de inrichting en het bouwen in de stad rekening wordt gehouden met de (toekomstige) effecten van klimaatverandering. Kort samengevat krijgt Den Haag te maken met grotere extremen in neerslag (teveel en te weinig), zeespiegelstijging en meer hete zomerse dagen. Ontwikkelingen en ingrepen in de stad moeten waterneutraal worden gerealiseerd en mogen niet leiden tot een grotere k ans op wateroverlast of droogte. Deze effecten zijn ook van invloed op de ontwikkeling in plangebied. In het door Den Haag vastgestelde document "Toekomstbestendig Haags water, visie op het voorkomen van wateroverlast" staat beschreven, dat, aanvullend op het standstill-principe, kansen voor verbetering van de waterhuishouding worden benut.
Wij verzoeken u dan ook in de ruimtelijke onderbouwing toe te voegen, dat kansen om de waterhuishouding te verbeteren - dus ook klimaatadaptiever te maken - zo mogelijk met deze ontwikkeling worden benut. Gezien de maatschappelijke functie ligt het voor de hand hier een voorbeeld van klimaatadaptief bouwen te geven. Naast advisering in het kader van de watertoets over dit bestemmingsplan kan het zo zijn, dat een watervergunning of melding nodig is. Voor meer informatie over deze watervergunning
75
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
of melding verwijzen wij u naar www.hhdelfland.nl/watervergunning. Reactie: Wij kunnen ons met de aanbevelingen en voorstellen van het Hoogheemraadschap verenigen. De tekst van de toelichting en van artikel 4 van de regels is hierop aangepast. Voorts is een artikel toegevoegd waarin als dubbelbestemming de waterkering beschermd wordt. Deze waterkering is op de verbeelding aangegeven. Inmiddels heeft tussen iniatiefnemer en het Hoogheemraadschap overleg plaatsgevonden. De tekst van hoofdstuk 5.3.6 is op de uitkomst van dit overleg aangepast. 6. Omgevingsdienst Haaglanden Inhoud: Het plan is beoordeeld op de volgende thema's. Geluid-industrielawaai: Gelet op de activiteit binnenschietbaan wordt geadviseerd een akoestisch rapport op te laten stellen. Een en ander in lijn met de VNG brochure bedrijven en milieuzonering. De planregel geen geluid hoorbaar buiten het gebouw lijkt duidelijk, maar er dient te kunnen worden afgewogen of dit haalbaar is. Hiertoe is een akoestisch rapport nodig. Daarbij dienen dan ook de overige activiteiten (kantoor en verkeer van en naar de bestemming) te worden meegenomen. Akoestische rapportage binnenschietbaan is overigens al een vereiste vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Geluid-verkeerslawaai: O.i. kan paragraaf 4.4. worden ingekort.
Een kantoor is geen geluidsgevoelig gebouw voor de Wet geluidhinder en dus is er geen onderzoeksverplichting. En voor de ontsluiting wordt gebruik gemaakt van een bestaande ontsluitingsweg. Dus een reconstructie-onderzoek is niet aan de orde. Verder behoort de verkeer aantrekkende werking thuis onder het kopje industrielawaai. Externe veiligheid: In paragraaf 4.3. staat de volgende tekst: Uit toetsing van de verschillende milieuthema's op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkelingen niet leiden tot belangrijke toename van risico's voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Het klopt dat voldaan wordt aan de normen voor externe veiligheid. Dat blijkt uit de tekst in paragraaf 4.3. Er zijn geen opmerkingen over de tekst in paragraaf 4.3 voor het aspect externe veiligheid. Geluid en luchtkwaliteit worden echter in de paragrafen 4.4 en 4.5 getoetst. Het is logischer om een conclusie t.a.v. deze onderwerpen op te nemen in de desbetreffende paragrafen. De huidige tekst is correct maar onvolledig. Wij stellen voor om de bodempassage (paragraaf 4.7) te vervangen door de navolgende tekst. 4.7 Bodemkwaliteit 4.7.1 Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan.
Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (hierna: Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. 4.7.2 Wet bodembescherming De Wbb regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb Is
76
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatle. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen: a. het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik; b. het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging; c. het wegnemen van actuele risico's. Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico‘s die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak. 4.7.3 Situatie in het plangebied Het plangebied is momenteel in gebruik als onderdeel van het defensiecomplex. Binnen het plangebied en in de directe omgeving hebben geen bedrijven met bodembedreigende activiteiten hun vestiging (gehad). Ook zijn geen ondergrondse brandstoftanks bekend. Het plangebied is niet gelegen in een milieubeschermingsgebied voor grondwater. Het plangebied ligt in stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg. De bodem van het plangebied is op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Den Haag (2013—2023) schoon (klasse AW2000).
Op de locatie is in 2018 en 2019 bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de onderzoeken is gebleken dat op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met lood. Op 18 januari 2019 hebben wij een BUS-melding ontvangen. Hierin is opgenomen dat de sterk verontreinigde grond, vanaf maaiveld tot 1,2 m-maaiveld wordt gesaneerd door middel van ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde (klasse wonen). Op 29 januari 2019 hebben wij vastgesteld, dat deze melding voldoet aan de daaraan gestelde vereisten, bij brief met kenmerk CDH-2019-00010161. De sanering is momenteel nog niet gestart. Nadat de locatie is gesaneerd en het bevoegd gezag heeft ingestemd met het BUS-evaluatieverslag middels een beschikking, is de locatie geschikt voor de beoogde bestemming. Wet natuurbescherming: Een berekening van het rekeninstrument AERIUS geeft inzicht in de effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden. Conclusie: De behandelde thema's vormen deels een belemmering voor een verdere planvorming. Geadviseerd wordt de aanbevelingen over te nemen. Reactie: Het ligt meer in de rede, dat een akoestisch rapport met betrekking tot de inpandige schietbaan onderdeel uitmaakt van de hiervoor in te dienen omgevingsvergunning. Hiertoe is artikel 4.2.1 een voorschrift toegevoegd. Wat betreft Geluid-verkeerslawaai en externe veiligheid zijn de teksten in de toelichting aangepast.
Inzake de opmerking met betrekking tot de Wet natuurbescherming is een berekening met het rekeninstrument AERIUS aan de toelichting als bijlage toegevoegd. De uitkomst van deze berekening is de beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van de Natura 2000-gebieden. 9. Veiligheidsregio Haaglanden Inhoud:
77
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
U heeft de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) op 1 april 2019 verzocht om advies uit te brengen over de externe veiligheid omtrent het concept ontwerp bestemmingsplan Brasserskade te Den Haag. Hierbij treft u onze reactie aan. Met dit bestemmingsplan wordt de bouw van een nieuw kantoorpand ten behoeve van de Politie aan de Brasserskade mogelijk gemaakt. Risicobronnen Het plangebied ligt op circa 640 meter ten oosten van de Rijksweg A13 en op circa 1600 meter ten zuidoosten van het Knooppunt Ypenburg. In geval van een calamiteit kan zich een incident voordoen waarbij giftige stoffen vrijkomen. Gezien de afstand van het plangebied tot aan de Rijksweg A13 en het Knooppunt Ypenburg zal het groepsrisico als gevolg van de ontwikkeling niet significant toe- of afnemen. Geadviseerde maatregelen en Restrisico Gezien de afstand van deze risicobronnen tot aan het plangebied worden de volgende maatregelen geadviseerd: 1. Afschakelbare ventilatie; 2. Voorbereiding interne organisatie; 3. Risicocommunicatie. In de bijlage van deze e-mail worden de bovenstaande geadviseerde maatregelen uitgebreid beschreven met aansluitend een tabel met daarin de effectiviteit van de geadviseerde maatregelen. Daarnaast wordt in de bijlage het risico beschouwd dat overblijft na het treffen van de geadviseerde maatregelen.
Het is belangrijk dat in de verdere uitwerking van het plangebied, zoals bouwplannen ook specifiek wordt gekeken naar de brandveiligheid. Hiervoor kunnen extra maatregelen nodig zijn. Voor vragen met betrekking tot brandveiligheid kunt u contact opnemen met risicobeheersing@vrh.nl. In het kader van brandveiligheid wordt tevens aandacht besteed aan de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voor de specifieke objecten. Tot slot Niet alle geadviseerde maatregelen kunnen worden opgenomen in dit bestemmingsplan, maar zijn bedoeld voor andere afdelingen binnen de gemeente. Deze maatregelen kunnen mogelijk binnen andere ruimtelijke plannen of door andere disciplines van de gemeente worden geborgd. Ik ga ervan uit, dat na de bestuurlijke besluitvorming, de overgenomen maatregelen bij de juiste afdeling(en) van de gemeente bekend worden gemaakt. Reactie: De reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De aanbevelingen met betrekking tot het bouwplan zullen onder de aandacht van de aanvrager gebracht worden en het in te dienen bouwplan zal mede daarop getoetst worden. 10. HTM Personenvervoer NV Inhoud: In het kader van het vooroverleg ex. art. 3.1.1 Bro betreffende het ontwerpbestemmingsplan Brasserskade, kan ik u melden dat het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Reactie:
78
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 11. TenneT Regio West Inhoud: Hartelijk dank voor de toezending van bovengenoemd plan. Binnen de grenzen van dit plan heeft TenneT (na een eerste beoordeling) noch bovengrondse-, noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer. Wij hebben dan ook geen opmerkingen op genoemd plan en wensen u veel succes bij de verdere uitwerking hiervan. Reactie: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. 12. NV Nederlandse Gasunie Inhoud: Bij e-mailbericht van 1 april 2019 hebben wij het bovengenoemd voorontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg ontvangen. Het voornoemde plan is door ons getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid. Op grond van deze toetsing komen wij tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van onze dichtst bij gelegen aardgastransportleiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Reactie: De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
6.2
Inspraak- en participatieverordening
79
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
80
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de vestiging van een operationele eenheid van de Landelijke politie, alsmede in de aanleg van de daarvoor benodigde parkeergelegenheid. In dit kader dient beoordeeld te worden of er sprake is van een bouwplan als bedoeld in art.6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten miste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte met één of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen, die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² Afdeling 6.2 Grondexploitatie, Artikel 6.2.1 Bro Indien sprake is van een bouwplan zoals bedoeld in art. 6.12 Wro is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is.
Dit kan via: een gemeentelijke grondexplotatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte; meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon; een anterieure overeenkomst met de eigenaar over de ontwikkeling. Het onderhavige plan betreft een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wro. Daartoe wordt het volgende overwogen. Voorliggend plan omvat het mogelijk maken van een vestiging van een operationele eenheid van de nationale politie. De gemeente Den Haag sluit een anterieure overeenkomst als bedoeld in Afdeling 6.2 Grondexploitatie, Artikel 6.2.1 Bro met de initiatiefnemer, waarin de gemeentelijke kosten van medewerking volledig ten laste komen van de initiatiefnemer. Gezien het bovenstaande wordt de beoogde ontwikkeling economisch uitvoerbaar geacht.
81
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
82
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Bijlagen bij T oelichting
83
bestemmingsplan Brasserskade 2023 (concept)
Bijlage 1 Bodemonderzoek locatie Brasserskade
84
RAPPORT C18-293-O Verkennend een aanvullend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek in bodem ter plaatse van “locatie B” aan de Brasserskade 227 te Den Haag.
Capelle aan den IJssel, 16 november 2018
Opdrachtnemer: Arnicon B.V. Opdrachtgever:
Rijksvastgoedbedrijf Postbus 16169 2500 BD Den Haag
Boormeesters: Protocol: Rapportage: Controle: Versie
H.A.H. Mustu, L.N. Freeke en A.J. van der Mark BRL SIKB 2000-2001/2002/2018 E. Schoen A. Timmers 2
CAPELLE A/D IJSSEL Molenbaan 7 2908 LL Capelle a/d IJssel T. 010 2582300 APPINGEDAM Kanaalweg 1 9902 AX Appingedam T. 059 669 36 00
www.arnicon.nl
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK................................................................ 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Doel van het onderzoek Kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid Rapportage
1 1 1 2
2. RESULTATEN VOORONDERZOEK ................................................................................ 3 2.1 Inleiding 2.2 Resultaten
3 3
3. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET ........................................................................ 7 3.1 Hypothese 3.2 Onderzoeksstrategie
7 7
4. RESULTATEN BODEMONDERZOEK .............................................................................. 9 4.1 Veldwerk 4.1.1 Verkennend bodemonderzoek 4.1.2 Veldwerk asbest in bodem 4.2 Laboratorium onderzoek
9 9 11 11
5. AANVULLEND ONDERZOEK LOODVERONTREINIGING .............................................16 5.1 Aanvullende loodanalyses 5.2 Aanvullend onderzoek 5.2.1 Veldwerk – karteerboringen loodverontreiniging 5.2.2 Chemisch-analytisch onderzoek – loodverontreiniging 5.3 Werken in of met verontreinigde grond
16 16 16 17 18
6. SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...............................................20 6.1 Samenvatting 6.2 Conclusies 6.3 Aanbevelingen
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Regionale overzichtskaart Detailtekening Boorstaten Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Toetsing conform BoToVa en toetsingswaarden Indicatieve bepaling veiligheidsklasse CROW Arnicon groep, kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
20 21 21
1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK 1.1
Inleiding
Door het Rijksvastgoedbedrijf te Den Haag is aan Arnicon B.V. de opdracht verstrekt tot uitvoering van een verkennend en aanvullend bodemonderzoek conform NEN 5740 en een verkennend onderzoek naar asbest in bodem conform NEN 5707 ter plaatse van de Brasserskade 227 te Den Haag. Voor de situering van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de bijlagen 1 en 2. De locatie, met een oppervlakte van ca. 13.500 m2, is momenteel in gebruik als onderdeel van het ruim 5 ha grote defensiecomplex aan de Brasserskade 227. De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen afstoting in erfpacht van locatie B. 1.2
Doel van het onderzoek
Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of en in hoeverre het voormalige, dan wel het huidige gebruik van de locatie geleid kan hebben tot verontreiniging van de bodem. Het onderzoek wordt zodanig uitgevoerd, dat een milieuhygiënische beoordeling kan worden gegeven ten aanzien van het (toekomstige) gebruik van de locatie. Het bepalen van de omvang van een eventueel aan te treffen verontreiniging valt buiten het kader van het verkennend onderzoek. Het doel van het aanvullend bodemonderzoek is om door middel van een beperkte onderzoeksinspanning een globale indruk te verkrijgen van de omvang van de aangetroffen (lood)verontreiniging. Het doel van het verkennend asbestonderzoek in bodem is is inzicht te verkrijgen of en in hoeverre er op de locatie sprake is van bodemverontreiniging met asbest. 1.3
Kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid
Kwaliteitswaarborg De Arnicon Groep en haar medewerkers zijn sinds 2007 door Rijkswaterstaat Leefomgeving/ Bodem+ (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) erkend voor het verrichten van diensten vallend onder diverse BRL SIKB protocollen waarmee wordt voldaan aan de wet en regelgeving KWALIBO. De Arnicon Groep is eveneens gecertificeerd voor de kwaliteit- en veiligheidsnormen zoals gesteld in de NEN-EN-ISO 9001:2015 en VCA**. Onafhankelijkheid De Arnicon Groep en haar medewerkers zijn op geen enkele wijze gelieerd aan de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzoekslocatie. De Arnicon Groep heeft geen enkel (financieel) belang bij het weergeven van de resultaten van het onderzoek. Voor meer informatie over de kwaliteitswaarborg en onafhankelijkheid wordt verwezen naar bijlage 8.
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
1
1.4
Rapportage
In dit rapport worden achtereenvolgens de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoeksopzet (hoofdstuk 3), de resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 4) en van het aanvullend onderzoek (hoofdstuk 5) beschreven. Het rapport wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek en de (eventuele) aanbevelingen, die daaruit voortvloeien (hoofdstuk 6).
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
2
2. RESULTATEN VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is informatie verzameld over het vroegere en huidige gebruik van de locatie en de directe omgeving. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse norm NEN 5725, "Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek", oktober 2017. 2.2
Resultaten
Locatiebeschrijving De locatie wordt kadastraal aangeduid als gemeente ‘s-Gravenhage, sectie BI nr. 1525 (ged.). De locatie is gelegen aan de Brasserskade 227 te Den Haag ‘s-Gravenhage in de wijk Ypenburg en heeft een oppervlakte van 13.500 m2. De locatie, met een oppervlakte van circa 1,35 ha, ligt op het noordoostelijke uiteinde van het defensie-complex Brasserskade (5,3 ha) en wordt aangeduid als “locatie B”. Voor een groot deel bestaat de locatie uit groen en verharding voor de looppaden en parkeervoorzieningen. De onderzoekslocatie grenst aan de noordzijde aan een sloot met aan de overkant de Henricuskade met woningen en bedrijven. Aan de zuidzijde grenst de locatie aan de Brasserskade die op de gemeentegrens Den Haag – Delft ligt. De locatie ligt ongeveer 500 m ten noordoosten van rijksweg A13 en direct ten zuidoosten van de woonbebouwing van de wijk Ypenburg. De ligging van de locatie is weergegeven op onderstaande foto:
Foto 1: ligging van de locatie (Google Earth)
Historische ontwikkeling Uit oude topografische kaarten (www.topotijdreis.nl) is te herleiden dat de locatie is gelegen in het voormalig landbouwgebied Lage Broekpolder. Dit gebied is in de loop van de negentiende eeuw drooggemalen. Het betrof een veenweidegebied met hoofdzakelijk veeteelt en zuivelproductie. Langs dijken als de Brasserskade, die tevens als verkeerswegen functioneerden en de poldergebieden van elkaar scheidden werden boerenhoeven gebouwd.
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
3
Ter plaatse van het huidige defensiecomplex lagen twee smalle percelen gescheiden door een sloot evenwijdig aan de Brasserskade (zie afbeelding 1). Van 1958 tot en met 1962 staan er volgens de topografische kaarten enkele loodsen op de locatie (afbeelding 2). Vanaf 1958 ligt er ter plaatse van de sloot een weg met aan het oostelijke uiteinde een lus (zie afbeelding 2 en 4). De lus verdwijnt vanaf 2007. Opmerkelijk is dat er volgens de topografische kaarten van 1962 tot 1985 opnieuw een sloot zou hebben gelegen (afbeelding 3). Waarschijnlijker is dat de situatie zoals weergegeven van 1958 tot en met 1962 heeft voortgeduurd tot aan 1985, maar dat het niet wenselijk werd geacht om de lay-out van defensieterreinen op openbaar beschikbare topografische kaarten weer te geven. Het feit dat in 1958 en in 1986 precies dezelfde weg met een lus aan het oostelijke uiteinde op de locatie ligt (afbeelding 2 en 4) bevestigt deze aanname.
Afbeelding 1: situatie in 1944
Afbeelding 2: situatie 1958 - 1962
Afbeelding 3: situatie 1962-1985
Afbeelding 4: situatie 1986
Afbeelding 5: situatie vanaf 2007
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
4
In de periode 1998 tot 2007 is de woonwijk Ypenburg aangelegd. Tevens is de huidige vormgeving van de locatie ontstaan, door meerdere gebouwen, verhardingen en groen. Op de onderzoekslocatie, bevinden zich momenteel tennisbanen, groen en een garagebox. Brandstoftanks Volgens de website http://ddh.maps.arcgis.com staat er geen brandstoftank geregistreerd op het adres van de onderzoekslocatie. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat elders op het complex (niet nabij locatie B) wel ondergrondse tanks hebben gelegen. Op ruim 400 m ten westen van de locatie, aan de Brasserskade 225, ligt een benzinestation van Esso (tot voor kort Texaco). Gezien de ruime afstand valt hiervan geen invloed op de bodemkwaliteit op de locatie te verwachten. Kabels en leidingen Volgens de KLIC-melding met nr. 18G403396 zijn er op en rondom de locatie diverse kabels en leidingen aanwezig.. Deze vormen geen hindernis voor de boringen. Ophogingen/slootdempingen Zoals vermeld onder Historische ontwikkeling en te zien op figuur 1 en figuur 3 heeft op de locatie, ongeveer ter plaatse van de weg midden op het terrein, evenwijdig aan de Brasserskade, een sloot gelegen (www.topotijdreis.nl). Bij projectie van de oude op de nieuwe situatie ligt de sloot net ten zuiden van de weg. De situering van de gedempte sloot is weergegeven op bijlage 2.
Op www.edugis.nl en www.ahn.nl is te zien dat de huidige maaiveldhoogte varieert van NAP-3.6 m tot NAP-4,0 m. Op topografische kaarten uit de periode 1940 – 1990 worden vergelijkbare hoogten weergegeven voor de nabijgelegen polders ten noorden en zuiden van de Brasserskade. Deze gegevens duiden niet op ophoging. Wel is er op de locatie sprake van voormalige veenweiden. Het is mogelijk dat in verband met inklinken en ten behoeve van bouwrijpmaken zand of ander ophoogmateriaal is opgebracht. Maaiveldverhardingen Het onbebouwde deel van de locatie is gedeeltelijk verhard voor de looppaden en parkeervakken. Het overige gedeelte van de openbare ruimte bestaat uit groen. Terreininspectie Bij visuele inspectie van de locatie d.d. 12 september 2018 is gebleken dat de tennisbaan verhard is met beton of asfalt. Verder is gebleken dat meer ¾ van de locatie dicht begroeid is met bomen en struiken. Op de plaats waar volgens de locatietekening een garage zou staan is het dicht begroeid met braamstruiken. Aan de randen zijn puinsporen zichtbaar op het maaiveld. Asbest De voormalige sloot op de locatie is waarschijnlijk gedempt omstreeks 1958. Hierbij kan mogelijk asbesthoudend puin zijn gebruikt. In de periode van ongeveer 1958 – 1986 is de locatie waarschijnlijk bebouwd geweest met een aantal loodsen.
Het is niet bekend of hierin asbest is toegepast en ook is niet bekend op welke wijze de sloop en afvoer van sloopmaterialen heeft plaatsgevonden. Eventueel in de bodem aan te treffen puinbijmengingen dienen als asbestverdacht te worden aangemerkt. Niet gesprongen explosieven Uit onderzoek is gebleken dat in de uiterste noordoosthoek van de locatie een geschutopstelling heeft gestaan en dat midden en zuidwestelijk op de locatie twee korte loopgraven hebben gelegen. Naar aanleiding hiervan is door de opdrachtgever bij REASeuro, de steller van betreffende onderzoeksrapport, navraag gedaan ten aanzien van de eventuele
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
5
aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE) op de locatie. Volgens de opdrachtgever heeft REASeuro bevestigd dat voor wat betreft handmatige boringen (tot 2 m-mv) geen aanleiding bestaat om deze te verrichten onder OCE-begeleiding. Actief bodembeheer De gemeente Den Haag heeft een bodembeheerplan (BBP) met bodemkwaliteitskaart opgesteld. De ontgravingskaarten voor de boven- en ondergrond geven voor de locatie de verwachte bodemkwaliteit ‘landbouw-natuur’. Naar verwachting voldoet de bodemkwaliteit aan de klasse Achtergrondwaarde (AW2000). Bodemonderzoek Op basis van het bestaande BodemKwaliteitsOverzicht (BKO) van DGW&T/DVD (de vml. Dienst Vastgoed Defensie) is er voor de onderzoekslocatie geen actueel relevant onderzoek uitgevoerd. Naar aanleiding van de voorgenomen afstoting van een gedeelte van het complex is het volgende onderzoek uitgevoerd: 1) Verkennend bodemonderzoek Brasserkade 227 Den Haag, Acorius, rapport 0430003/mo, 6 augustus 2004. De onderzochte deellocatie ligt ruim 300 m ten zuidwesten van de onderhavige locatie. Bij het onderzoek zijn licht verhoogde gehalten aan zink, PAK, minerale olie en EOX in de grond aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten arseen, chroom en lokaal cis 1,2 dichlooretheen gemeten. De grondwaterstand is aangetroffen rond 1,0 à 1,5 m-mv.
Uit de boorstaten bij het onderzoek wordt afgeleid dat de locatie is opgehoogd met 0,5 à 1,5 m zand. Regionale bodemopbouw De locatie is gelegen in een voormalig veenweidengebied. De deklaag is opgebouwd uit lagen klei, slibhoudend fijn zand en veen en is 12 à 15 m dik. Daaronder bevindt zich het eerste watervoerende pakket met een dikte van 30 à 40 m. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal oost tot zuidoostelijk. De locatie ligt net buiten de invloedssfeer van een grondwaterontrekking ten zuidwesten van de locatie. Bovenstaande informatie is ontleend aan www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl. Toekomstig gebruik Op de locatie is de bouw van een politiegebouw met parkeervoorziening gepland.
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
6
3. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET 3.1
Hypothese
De gedempte sloten en de delen van de locatie die bebouwd zijn geweest worden op basis van de beschikbare informatie aangemerkt als asbestverdacht, uitgaande van een diffuus verspreidingspatroon met heterogene verdeling. Het resterende deel van de locatie wordt als onverdacht aangemerkt, waarbij op basis van het eerder op het terrein uitgevoerde bodemonderzoek rekening wordt gehouden met licht verhoogde achtergrondgehalten voor zware metalen, PAK en mogelijk PCB of OCB (i.v.m. gemeten licht verhoogde EOX-gehalten). 3.2
Onderzoeksstrategie
Het verkennend bodem onderzoek is uitgevoerd conform de strategie “onverdacht niet lijnvormig” (ONV-NL), zoals omschreven in de NEN 5740:2009 en NEN 5740/A1:2016 “Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”. Het asbestonderzoek in bodem ter plaatse van de voormalige bebouwing en gedempte sloot is uitgevoerd conform NEN 5707+C1 “Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond”, tabel 7 (diffuus belaste locaties met heterogeen verdeelde asbestverontreiniging). Inspectiegaten zijn gecombineerd met boringen uitgevoerd. Op dezelfde plaatsen worden eerst monsters genomen ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek en vervolgens inspectiegaten gegraven en monsters genomen voor het verkennend asbest in bodemonderzoek. Het graven van inspectiegaten geschiedt tot een diepte van 0,5 m-mv. Voor monstername van dieper gelegen bodemlagen wordt conform de NEN 5707 gebruik gemaakt van een Edelmanboor Ø 12 cm. Boor-, graaf- en analyseprogramma In tabel 1 is het boor-, graaf- en analyseprogramma gegeven in de vorm van aantallen uitgevoerde boringen en analyses.
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
7
TABEL 1: GRAAF-, BOOR- EN ANALYSEPROGRAMMA Plaats
Aantal Diepte boringen / (m-mv) inspectiegaten
Waarvan Analyses grond met peilbuis
Analyses grondwater
Opmerkingen
Gedempte sloot (ca. 130 m)
2 i.g. 2b
2,0 2,0
1 (n)
2 x STAP-1 1 x asbest
1 x STAP-W
indien mogelijk boren tot 0,5 m in de ongeroerde bodem; 1 van de 4 boringen t.p.v. de tennisbaan
Tennisbanen (ca. 1.400 m2)
5b
0,5 à 1,0
-
2 x STAP-1
-
boren tot 0,5 m onder de verhardingen; 6 diamantboringen incl. boring ged. sloot
Voormalige bebouwing en verharding (totaal ± 3000 m2, 8 gebouwen)
10 i.g. 2 i.g.
0,5 2,0
-
2 x STAP-1 3 x asbest
-
-
Verspreid over de resterende locatiedelen
5 3
0,5 2,0*
1 (n)
3 x STAP-1
1 x STAP-W
aanvullen tot ONV-NL
TOTAAL
14 i.g. 15 b
2 (n)
9 x STAP-1 4 x asbest
2 x STAP-W
*boring tot 0,5 m beneden de grondwaterstand, tenminste tot 1,0 m-mv en maximaal tot 2,0 m-mv (n) = bovenzijde filter tenminste 0,5 m-gws STAP-1= standaardpakket grond inclusief organische stof en lutum: 9 zware metalen, PAK (10 VROM), PCB’s (som 7) en minerale olie (C10-C40) STAP-W= standaardpakket grondwater: 9 zware metalen, vluchtige aromaten (BTEXN+styreen), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl; 16 st. inclusief vinylchloride), chloorbenzenen, bromoform en minerale olie
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
8
4. RESULTATEN BODEMONDERZOEK 4.1
Veldwerk
4.1.1
Verkennend bodemonderzoek
Het veldwerk is op 12 september 2018 aangevangen door H.A.H. Mustu en R. Roewas (erkende veldwerkers SIKB 2000 – 2001) van Arnicon B.V. Daarbij zijn verspreid over de locatie 9 handboringen verricht (de boringen nrs. 01 t/m 09). De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor. Het boorgat van boringen 01 en 09 is benut voor de plaatsing van peilbuizen (peilbuis 01 en 09). Het veldwerk is op 17 oktober 2018 voortgezet door L.N. Freeke, A. van der Mark en R. Roewas (erkende veldwerkers SIKB 2000 – 2001). Daarbij zijn 20 handboringen verricht (nrs. 10 t/m 29). Monsternamepunten op sterk begroeide terreindelen zijn eerst toegankelijk gemaakt met behulp van een bosmaaier en electrische takkenzaag. De verharding van de tennisbaan is voorgeboord m.b.v. een diamantboor. De situering van de boringen is weergegeven op bijlage 2. Tijdens het veldwerk is gebleken dat het bodemprofiel vanaf het maaiveld tot een diepte van 1,5 à 2,0 m-mv hoofdzakelijk bestaat uit zandige en siltige klei met hier en daar sporen veen of veenlaagjes. Plaatselijk (boringen 01 en 09) is van ongeveer 1,5-2,0 m-mv kleiig veen aangetroffen. De ondergrond bestaat uit zeer fijn, siltig zand. Plaatselijk is aanvul- of ophoogzand aangetroffen. Ter plaatse van boring 01, in de gedempte sloot, is geroerde grond (zand met baksteen, puin en kleibrokken) aangetroffen tot aan het veen op 1,5 m-mv.
Boring 08 in de gedempte sloot is gestuit op een harde laag op 0,5 m-mv. Tot deze diepte is sterk steenhoudend zand aangetroffen. In boring 02 (nabij de gedempte sloot) is onder een puinlaag tot 0,6 m-mv zand met brokken klei aangetroffen tot de geboorde diepte van 1 m-mv. In en nabij de gedempte sloot zijn sporen slib waargenomen vanaf een diepte van 0,7 à 0,9 m-mv in de boringen 15, 16 en 17. Ter plaatse van boring 18, ten noorden van het tennisveld, zijn eveneens sporen slib aangetroffen van 0,8 tot 2,0 m-mv. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de boringen waargenomen op een diepte van 0,8 à 1,0 m-mv. Voor een meer nauwkeurige weergave van het bodemprofiel wordt verwezen naar bijlage 3. Zintuiglijke waarnemingen grond Ter plaatse van de voormalige bebouwing zijn puinsporen aangetroffen in de bovengrond. Onder het asfalt van de tennisbaan (ca 5 cm) ligt een stabilisatielaag van 35 cm dikte. De onderliggende zandige klei bevat geen bijmengingen. Ten oosten van de tennisbaan (boring 07) zijn sporen kolengruis en een zwakke puinbijmenging aangetroffen in de bovengrond. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in het opgeboorde bodemmateriaal. Voor gedetaileerde veldwerkgegevens over asbest wordt verwezen naar paragraaf 4.1.2. Tabel 2 geeft een gedetailleerd overzicht van de zintuiglijke waarnemingen.
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
9
TABEL 2: ZINTUIGLIJK WAARGENOMEN BIJZONDERHEDEN Boring 01
Diepte boring (m -mv) 2,50
Traject (m -mv) 0,10 - 0,70
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand
matig baksteenhoudend
0,70 - 1,50
Zand
matig puinhoudend
02
1,00
0,10 - 0,60
07
1,00
0,00 - 0,50
Klei
sporen kolengruis, zwak puinhoudend
08
0,51
0,00 - 0,50
Zand
sterk steenhoudend
15
1,00
0,40 - 0,90
Zand
zwak grindhoudend
0,90 - 1,00
Klei
sporen slib
0,00 - 0,70
Klei
matig baksteenhoudend, matig grindhoudend
0,70 - 1,70
Klei
sporen slib
0,00 - 0,20
Klei
matig baksteenhoudend, matig grindhoudend
0,20 - 0,70
Zand
0,70 - 1,00
Klei
matig baksteenhoudend, zwak puinhoudend, matig grindhoudend matig slibhoudend
1,00 - 1,50
Klei
sporen slib
0,00 - 0,80
Klei
sporen baksteen, zwak grindhoudend, asfalt
16
2,00
17
2,00
volledig puin
18
2,00
0,80 - 2,00
Klei
sporen slib
19
2,00
0,00 - 0,70
Klei
sporen puin
20
0,50
0,00 - 0,50
Klei
sporen puin
21
0,50
0,00 - 0,50
Klei
sporen puin
22
0,50
0,00 - 0,50
Klei
sporen puin
23
0,50
0,00 - 0,50
Klei
matig puinhoudend
24
0,50
0,00 - 0,50
Klei
sporen puin
25
0,50
0,00 - 0,50
Klei
sporen puin
26
0,50
0,00 - 0,50
Klei
sporen puin
27
0,50
0,00 - 0,50
Klei
sporen puin
28
0,50
0,00 - 0,50
Klei
sporen puin
29
0,50
0,00 - 0,50
Klei
sporen puin
De bemonstering van het grondwater is uitgevoerd op 17 oktober 2018 door L.N. Freeke van Arnicon B.V. (erkend veldwerker SIKB 2000 - 2002). In tabel 2 is een overzicht gegeven van de peilbuisgegevens en zintuiglijke waarnemingen en metingen aan het grondwater. TABEL 2: METINGEN GRONDWATER Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Zuurgraad (pH) (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
01
1,5-2,5
0,78
7,2
661
9,0
09
2,0-3,0
1,00
6,7
1266
8,0
Afwijkingen van de protocollen Het veldwerk is uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000. Er zijn geen afwijkingen.
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
10
4.1.2
Veldwerk asbest in bodem
Op de onverharde en toegankelijk gemaakte terreindelen is op 17 oktober 2018 een maaiveldinspectie uitgevoerd. Hierbij is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het maaiveld bevat veel vegetatie. De inspectie-efficiency wordt geschat op 5 à 10%. Op 17 oktober 2018 zijn in totaal 14 inspectiegaten gegraven van circa 30 x 30 x 50 cm door A.J van der Mark (erkend veldwerker SIKB 2000 – 2018) van Arnicon B.V. (nrs. G16 t/m G29). De inspectiegaten zijn gegraven ter plaatse van de boorpunten nrs. 16 t/m 29 van het verkennend bodemonderzoek. Voor het graven is gebruik gemaakt van een schep en plaatselijk van een minigraver. De boringen 16 t/m 19 zijn vanaf een diepte van 0,5 m-mv uitgevoerd met een Edelmanboor Ø 12 cm. Van het materiaal uit de inspectiegaten is een inschatting gemaakt van het percentage puin, dit varieert van 0 tot 10%. Wanneer het percentage puin minder dan 50% bedraagt kan het materiaal conform de NEN 5707 als grond worden onderzocht. Het opgegraven materiaal is uitgespreid, geharkt/gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. In geen van de inspectiegaten is asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het veld zijn na inspectie en voorbehandeling drie mengmonsters samengesteld uit de bovengrond (AMM1 t/m AMM3). In inspectiegat 20 is een betonklinker aangetroffen.
In inspectiegat 23 is van 0,45 tot 0,5 mmv een uit gebroken baksteen bestaande oude wegfundering aangetroffen. In de inspectiegaten 10, 25, 26 en 27 is een zwakke puinbijmenging aangetroffen, tijdens het boren waren hier slechts sporen puin waargenomen. Voor het overige komt het uitgegraven materiaal overeen met de eerder gemaakte boorbeschrijvingen (overwegend zwak zandige humeuze klei met sporen puin). Gedurende het veldwerk is het vochtgehalte van de grond geschat op ongeveer 10%. Na inspectie en monstername zijn de gaten gedicht met het uitgegraven materiaal. Afwijkingen van de protocollen Het veldwerk is uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000. Er zijn geen afwijkingen. 4.2
Laboratorium onderzoek
Meng- en analyseprogramma Het meng- en analyseprogramma voor de onderzochte grond- en grondwatermonsters is weergegeven in tabel 4. In deze tabel corresponderen de monsternummers met de boringnummers en zijn de dieptetrajecten aangegeven, waaruit de monsters afkomstig zijn. Tevens is in deze tabel de samenstelling van de monsters vermeld.
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
11
TABEL 4: (MENG-) EN ANALYSEPROGRAMMA GROND EN GRONDWATER (Meng-) monstercode
Boring / peilbuis nummers met (filter-) diepte in m-mv
Bodemmateriaal
Analyses grond (1)
Analyses grondwater (1)
Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei, matig puinhoudend Klei, sterk zandig, matig humeus, matig baksteenhoudend, matig grindhoudend Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken klei, matig puinhoudend Klei, sterk zandig, matig humeus, matig baksteenhoudend, matig grindhoudend Grondwater
STAP-1
-
STAP-1
-
STAP-1
-
Asbest
-
-
STAP-W
STAP-1
-
STAP-1
-
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, zwak grindhoudend, sporen puin
STAP-1
-
Klei, zwak baksteen en betonhoudend
Asbest
-
Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen puin
STAP-1
-
Klei, zwak baksteenhoudend / sporen puin
Asbest
Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen veen
STAP-1
-
Klei, matig siltig, matig humeus
STAP-1
-
Klei, matig siltig, matig humeus, laagjes veen
STAP-1
-
Grondwater
-
STAP-W
GEDEMPTE SLOOT MMV1
AMM1
01-1 (0,1-0,5) 08-1 (0,0-0,5) 16-1 (0,0-0,5) 17-1 (0,0-0,2) 01-3 (0,7-1,0) 17-2 (0,2-0,7) G16, G17 (0,0-0,5)
01-1-1
01-1-1 (1,5-2,5)
MMV2 MMV3
ZINTUIGLIJK VERDACHT – OVERIGE LOCATIEDELEN 07-1
07-1 (0,0-0,5)
23-1
23-1 (0,0-0,5)
Klei, matig siltig, matig humeus sporen kolengruis, zwak puinhoudend Klei, zwak zandig, zwak humeus, matig puinhoudend
NOORDKANT – VOORMALIGE BEBOUWING MM2
AMM2
18-1 (0,0-0,5) 25-1 (0,0-0,5) 26-1 (0,0-0,5) 27-1 (0,0-0,5) 28-1 (0,0-0,5) 29-1 (0,0-0,5) G18, G25, G26, G27, G28, G29 (0,0-0,5)
ZUIDKANT – VOORMALIGE BEBOUWING MM3
AMM3
19-1 (0,0-0,5) 20-1 (0,0-0,5) 21-1 (0,0-0,5) 22-1 (0,0-0,5) 24-1 (0,0-0,5) G19, G20, G21, G22, G23, G24 (0,0-0,5)
TENNISVELD MM5
10-1 (0,4-0,8) 11-1 (0,4-0,7) 12-1 (0,4-0,8) 13-1 (0,4-0,8) 14-1 (0,4-0,7)
NOORDKANT - ONVERDACHT MM1
MM4
09-1-1
03-1 (0,0-0,5) 04-1 (0,0-0,5) 05-1 (0,0-0,5) 06-1 (0,0-0,5) 03-2 (0,5-1,0) 06-3 (0,7-1,0) 07-2 (0,5-1,0) 09-2 (0,5-1,0) 09-1-1 (2,0-3,0)
STAP-1=
standaardpakket grond inclusief organische stof en lutum: 9 zware metalen, PAK (10 VROM), PCB (som 7) en minerale olie (C10-C40) STAP-W= standaardpakket grondwater: 9 zware metalen, vluchtige aromaten (BTEXN+styreen), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl; 16 st. inclusief vinylchloride), chloorbenzenen, bromoform en minerale olie
Rapport C18-293-O_v2 / 16-11-18 / Brasserskade 227 te Den Haag
12