RIS316313 Notulen van de raad van 8 juni 2023
Tekst van het document
De motie is genaamd Betrek een kleurrijk palet aan deskundigen bij het ontwikkelen van het beleidskader dakloosheid, en heeft als dictum: verzoekt het college om bij de ontwikkeling van het beleidskader dakloosheid het kleurrijke palet aan meningen van maatschappelijke organisaties, ondernemers en burgers te betrekken, zodat er een evenwichtig beleidsplan dakloosheid kan ontstaan. De voorzitter. Door mevrouw Verdonk wordt de volgende motie (K.3 HvDH) ingediend:
67
Motie K.3 HvDH Betrek een kleurrijk palet aan deskundigen bij het ontwikkelen van het beleidskader dakloosheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 8 juni 2023, in een debat over het Voorstel van het college inzake Regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 2022-2025, Samenbouwen aan maatschappelijk herstel (RIS315214). Overwegende, dat: • het college i.c. de verantwoordelijk wethouder een nieuw beleidskader dakloosheid ontwikkelt; • Den Haag dit proces trekt en regiogemeenten erbij worden betrokken; • er tientallen maatschappelijke organisaties en ervaringsdeskundigen zijn betrokken bij dit proces. Constaterende, dat: • tijdens de werkbespreking maatschappelijke opvang duidelijk werd dat de politie niet is betrokken bij dit proces, terwijl bekend is dat er in de politieorganisatie veel deskundigheid is over dit onderwerp; • er onduidelijkheid is of in het algemeen de kleurrijkheid van de stad is benut om zoveel mogelijk standpunten over dakloze mensen bij de totstandkoming van het beleidskader dakloosheid te betrekken, zoals bijvoorbeeld de NS, Prorail en de detailhandel; • geluiden uit de Haagse samenleving deze twijfel juist vergroten.
Verzoekt het college, om bij de ontwikkeling van het beleidskader dakloosheid het kleurrijke palet aan meningen van maatschappelijke organisaties, ondernemers en burgers te betrekken, zodat er een evenwichtig beleidsplan dakloosheid kan ontstaan. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Parbhudayal (VVD). Voorzitter. Dank voor de twee moties. Ik begin bij de motie van mevrouw Butt, Gebruik gemeentelijk vastgoed goed. Hier hebben we inderdaad vorige week ook een debat over gehad. Natuurlijk staat het snel vinden van goede plekken voor beschermd wonen 'begeleid wonen' noemen we dat steeds vaker - in de maatschappelijke opvang onder druk. Maar wat de motie vraagt, en daar hebben we het in het debat ook een paar keer over gehad, loopt via de voortgangsrapportages van het doorbraakplan voor beschermd wonen en de zorgdoelgroepen uit 2021. Er wordt periodiek gerapporteerd over de stand van zaken van het vinden van plekken. Een van de bronnen in dat doorbraakplan is onze eigen vastgoedportefeuille. Dus of onze eigen panden al dan niet tijdelijk worden ingezet, loopt via de voortgangsrapportages. Ik zou dus tegen mevrouw Butt willen zeggen: hou de motie aan.
We hebben vorige week namelijk ook in het debat gezegd dat er voor het zomerreces - ik kijk even naar de heer Balster - een nieuwe stand van zaken komt van het doorbraakplan. Daar kunt u dan in zien hoe de zaken zich ontwikkelen, want wij hebben natuurlijk een grote wachtlijst en een grote opgave. Tegelijkertijd vraagt mevrouw Butt om de optie gemeentelijk vastgoed mee te nemen. Dat is dus een van de bronnen voor het doorbraakplan. Maar zij weet dat wethouder Bruines, die verantwoordelijk is voor de Centrale Vastgoedorganisatie, ook bezig is met het opnieuw ijken van alle panden, dus de hele portefeuille. Temeer omdat er een enorme druk ligt van de maatschappelijke opgave die we hebben om de komende jaren ook voor de kinderopvang of de voorschoolse peuterlocaties accommodaties te vinden. In die hele herijking van wethouder Bruines zit dus ook het
68
opnieuw actualiseren van de vastgoedportefeuille. Op twee momenten komt dit onderwerp dus terug. Ik zou willen zeggen: hou de motie aan, we komen hier zeker over te spreken. Hera Butt (GroenLinks). Dan houd ik de motie aan en kom ik er op een later moment op terug bij het college. De voorzitter. Aangezien motie K.1 GL is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Parbhudayal (VVD). De motie van mevrouw Klokkenburg heet Ook beschermd wonen in de regio. We zijn hier volop mee bezig in het kader van H5. Het duurt lang. Het is van lange adem. Ik heb het debat ook gevoerd met uw collega. De centrumgemeenterol is nog voor Den Haag. Dus Den Haag krijgt niet alleen het geld, maar is ook van begin tot eind verantwoordelijk voor beschermd wonen. Heel actueel: gisteren hebben we in Wassenaar een akkoord getekend voor een opvangplek voor beschermd en begeleid wonen. Den Haag is er heel blij mee dat er in Wassenaar 31 plekken mogelijk worden gemaakt voor opvang in de regio. Die gaan, als alles goed gaat, eind december in gebruik genomen worden. Het Leger des Heils is de partij die het beheer, de ondersteuning en de begeleiding van de mensen doet. Het loopt dus wel. Voor een deel loopt het via het doorbraakplan. We zitten dus niet stil als zorgwethouders. Makkelijk is het niet. Dat geef ik toe. Deze motie is dus hartstikke overbodig.
We zijn constant bezig. U weet dat de nieuwe wet voor doordecentralisatie weer is doorgeschoven. We kunnen geen druk uitoefenen op collega's in de regio anders dan door de goede samenwerking. Met dit resultaat in Wassenaar denk ik dat we nog meer stappen kunnen maken. Er worden heel veel gesprekken gevoerd om dit mogelijk te maken, ook via het doorbraakplan en via de regiotafels als het gaat om woonzorg. De motie is dus overbodig. Ik moet haar helaas ontraden. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Blij om te horen dat er resultaten worden geboekt, ook in de regio. Ik vind het belangrijk, als we een gezamenlijke visie opstellen, dat gemeenten zich ook committeren aan het realiseren van voldoende woonruimte. Kan de wethouder bij de actualisatie van bijvoorbeeld het doorbraakplan ook al aangeven hoeveel woonruimte er dan in de regio gerealiseerd wordt, ook als het gaat om beschermd wonen? Wethouder Parbhudayal (VVD). We kunnen dat aangeven in de volgende nota. U heeft onlangs de jaarnota Wmo ontvangen. Het college geeft twee keer in het jaar de voortgang op beschermd wonen en wachtlijsten. Laat mij toezeggen dat ik in het doorbraakplan aangeef welke zaken in de pijplijn zitten, want die staan sowieso in een bijlage, en waar we mee bezig zijn vanuit de zorgportefeuilles. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dank, wethouder, dan wil ik de motie graag aanhouden. De voorzitter.
Aangezien motie K.2 CU/SGP is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Dank aan Hart voor Den Haag voor de ingediende motie, die het college helaas wel moet ontraden. We hebben het hier in de commissie over gehad. U heeft die vraag gesteld. Dat was een ander debat dan over deze regiovisie. Ook mevrouw Hofstra heeft een vraag gesteld over de betrokkenheid van winkeliers bij het beleidskader. Dat was het debat over de procesbrief over het beleidskader maatschappelijke opvang. De ontwikkeling van het beleidsplan is in afrondende fase. We hebben ondanks ook teruggekoppeld aan die veelkleurige inputleveraars. Dat zijn de uitvoeringsorganisaties, de mensen met ervaringskennis, de maatschappelijke organisaties, woningcorporaties, belangenorganisaties en collega's uit de regio. Dat is in een afrondende fase. Ook op verzoek van de raad zullen we het beleidskader nu afronden en voor het reces aan u toesturen. In het commissiedebat heb ik ook toegezegd aan de VVD dat wij bij de uitvoering van de onderdelen van het beleidskader ook de omliggende winkeliers en ondernemers zullen betrekken. De politie zit daar via de driehoek natuurlijk zeker ook bij.
69
Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik hoor het de wethouder allemaal zeggen. We hadden een werkbespreking, anderhalve week geleden. Ik vroeg aan uw ambtenaren of de politie betrokken was bij het opzetten van het beleidskader. Daar werd gewoon gezegd: nee. Dus graag een uitleg van de wethouder. Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat kan kloppen. De dag daarna hebben we dat debat gevoerd in de commissie over het procesplan en het beleidskader. Daar heb ik ook toegelicht dat we met name de maatschappelijke organisaties en de ervaringsdeskundigen hebben betrokken bij de totstandkoming van het kader en dat, als het gaat om de uitvoering, we de stad daar verder bij betrekken. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dat doet de wethouder nu voor de tweede keer, want dat deed ze de vorige keer ook bij de motie van mevrouw Hofstra: een beetje mist creëren over de totstandkoming van het beleidsplan en de uitvoering. Mijn vraag is heel helder en ik wil graag een ja of een nee: is de politie betrokken bij het beleidskader dakloosheid dat op dit moment wordt gemaakt? Wethouder Vavier (GroenLinks). Nee, de politie is op dit moment niet betrokken bij de totstandkoming van het beleidskader. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dat is dan een hele grote gemiste kans. Juist de politie, dat zijn juist de mensen die vanuit hun professie iedere dag te maken hebben met dakloosheid.
U gaat dus een heel eenzijdig gericht beleidskader maken waarin de organisatie die ook de andere kant kent van dakloosheid, en dat is niet alleen maar de kant van zielige slachtoffers, maar ook de kant van de overlast, niet wordt betrokken bij de totstandkoming van het beleidsplan. Ik vraag mij af of dat een vooropgezet doel was van de wethouder. Wethouder Vavier (GroenLinks). Van dat laatste neem ik afstand. Ik neem ook afstand van de suggestie van Hart voor Den Haag dat het dan een eenzijdig plan zou zijn, want dat is absoluut niet het geval. We zullen natuurlijk bij de verdere uitwerking van het beleidskader zeker ook de driehoek betrekken. De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten.
Aan de orde is: L. Voorstel van het college inzake vaststelling van het Beleidsplan Werk en Participatie Den Haag 2023-2026 (RIS315004). De beraadslaging wordt geopend. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik begin positief, als de positieve partij die we zijn natuurlijk. Ik heb in de commissie al wat aardigs gezegd over het beleidsplan. De vraag blijft natuurlijk altijd: hoe gaan we het doen? Een van de vragen die werd gesteld, is hoe we gaan meten of iets een succes is. Wanneer vinden we iets een succes en wanneer is het mwah? Dat wil ik nog een keer vragen aan de wethouder. Wat ons de meeste zorgen baart, is de hoeveelheid vsv's, voortijdige schoolverlaters. Zeker bij Mondriaan Techniek is dat zorgwekkend. We horen zelfs getallen van 60% vroegtijdige afhakers op niveau 2. Ik vraag de wethouder hoe we een aanbod gaan maken dat werken en leren samenbrengt op een manier die aanspreekt. Alleen ontschotten is niet genoeg. We zouden kunnen denken aan compactere lesroosters of iets dergelijks. Wat is de mening van de wethouder? Wij horen heel vaak het aantal van 10.000 vallen als het gaat om jongeren zonder werk, maar ook zonder uitkering. Die zijn dus van school af maar niet meer in beeld, omdat ze geen uitkering
70
hebben en ook geen werk. Wij kunnen nergens achterhalen of die aantallen kloppen. Waar zijn ze? Zijn die mensen in beeld? Wij zijn als Hart voor Den Haag altijd erg voor open hiring. Het komt niet voor in het beleidsplan, terwijl het toch een effectief middel is gebleken. Ik ben benieuwd of de wethouder dat überhaupt serieus heeft overwogen. Ik heb een tweetal moties. In het recente verleden is gebleken dat meten weten is. Daarom wil onze fractie geen halfjaarlijkse maar een kwartaalrapportage hebben om te zien hoe het eraan toe gaat. Het gaat om duizenden mensen en miljoenen euro's. Wij vinden een rapportage om de zes maanden gewoon te weinig. Daarom een motie met het volgende dictum: verzoekt het college met een driemaandelijkse rapportage over de voortgang van het beleidsplan te komen. In de commissie heb ik het gehad over mini-jobs. Dat is een Duits idee, waarbij je tot maximaal € 520 per maand mag bijverdienen, zonder dat je, in Duitsland dan, belasting erover hoeft te betalen. Dat ligt een beetje aan de hoogte van je inkomen overigens. In het Duitse systeem heeft dat geen gevolgen voor toeslagen en bijvoorbeeld kinderbijslag of pensioen. Daarom gaan vaak alleenstaande ouders aan het werk, als kassière bijvoorbeeld, en mensen van 65- en 66-plus die kunnen en willen werken, worden dan gemotiveerd.
Nou is dat natuurlijk niet een-op-een te kopiëren naar het Nederlandse systeem, maar wij vinden het wel interessant om uit te zoeken. Daarom een motie om te onderzoeken of een Haagse mini-job een pilot waard is in Den Haag. Die is medeondertekend door mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP. Het dictum luidt: verzoekt het college te onderzoeken of een pilot met mini-jobs in Den Haag kan worden gestart; hier met het ministerie over in gesprek te gaan; en daarbij de mogelijke consequenties voor toeslagen en inkomen mee te nemen. Lesley Arp (SP). Ik heb een vraag over dit Duitse idee. Mijn fractie is heel erg voor minder beklemmende regels voor mensen in de bijstand die bijvoorbeeld een flexibele baan of bijbaan hebben, zodat die niet een hele papierwinkel moeten aanleveren bij de gemeente. Maar is het ook niet wat gek om zo op deze manier werkgevers aan te moedigen om allemaal kleine baantjes te gaan knippen? Ziet Hart voor Den Haag daar ook niet een risico in? Want het is voor de werkgever ook best wel lucratief natuurlijk, geen lasten en alleen maar de lusten. Coen Bom (Hart voor Den Haag). We hebben krapte op de arbeidsmarkt. Dit soort maatregelen kunnen die oplossen. Mensen hebben vaak schulden of hebben een financiële prikkel nodig om aan het werk te gaan. Voor werkgevers is het natuurlijk ook zinvol. Er zitten ook nadelen aan dit hele plan.
Je bouwt bijvoorbeeld geen pensioen op en geen verzekering. Die nadelen pakken we mee. Daarom is het echt bedoeld als bijbaan. Lesley Arp (SP). Ik doe deze interruptie om duidelijk te maken wat mijn zorgen hierbij zijn. Het is ook niet heel verrassend dat ik tegen deze motie zal stemmen. Maar is het dan ook niet beter om voor mensen die al een kleine baan naast de bijstand hebben, meer in te zetten op het beperken van de regeldruk daaromtrent, de administratieve verantwoording, in plaats van dat we nu werkgevers gaan aanmoedigen om allemaal mini-jobs te organiseren? Coen Bom (Hart voor Den Haag). Ik zou tegen mevrouw Arp willen zeggen: laten we het eens proberen. Dat is het idee van een pilot. Het is in Duitsland succesvol. Dus waarom proberen we dat niet in Den Haag? Janneke Holman (PvdA). Ik heb een vraag die hierop aansluit. Hoe definieert Hart voor Den Haag dan 'succesvol'? Want ja, er wordt veel gebruik van gemaakt in Duitsland, maar het laat ook zien dat het heel veel mensen in een onzekere positie drukt, juist omdat ze geen rechten opbouwen. Het gaat vaak om vrouwen die dan kleine baantjes erbij blijven doen en nooit doorgroeien naar voltijdswerk. Dus hoe definieert de heer Bom 'succesvol' in dezen? Coen Bom (Hart voor Den Haag). Succesvol is als je mensen van de bank af krijgt, dat die wat gaan doen.
Dan zijn het ook nog vaak baantjes als kassière en dat soort baantjes, die ook wel moeilijk zijn in te vullen op dit moment. Dus wij vinden het succesvol als meer mensen gaan werken dan nu het geval is. 71
De voorzitter. Door de heer Bom worden de volgende moties (L.1 HvDH en L.2 HvDH) ingediend:
Motie L.1 HvDH Mini-jobs werken. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 08 Juni 2023, ter bespreking van agendapunt L - Voorstel van het college inzake vaststelling van het Beleidsplan Werk en Participatie Den Haag 2023-2026 (RIS315004). Constaterende dat, • een Mini-job een Duits idee is, waarbij mensen maximaal 520,- per maand belastingvrij mogen verdienen, zonder dat dit gevolgen heeft voor toeslagen of uitkeringen, afhankelijk van het andere inkomen; • dit vooral bedoeld is als bijbaan, er worden geen rechten opgebouwd; • het lastig is om alleenstaande ouders aan het werk te krijgen; • een Mini-job in Duitsland succesvol is gebleken. Van mening dat, • een financiële prikkel dé belangrijkste stimulans is om aan de slag te gaan; • wij in Den Haag een voortrekkersrol kunnen vervullen met deze nieuwe aanpak; • het door de krapte op de arbeidsmarkt het de moeite loont om te onderzoeken of een pilot tot gewenste resultaten kan leiden. Verzoekt het college: • te onderzoeken of een pilot met Mini-jobs in Den Haag kan worden gestart; • hier met het Ministerie over in gesprek te gaan; • daarbij de mogelijke consequenties voor toeslagen en inkomen mee te nemen; • de resultaten van dit onderzoek aan de Raad te doen toekomen. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie L.2 HvDH Rapporteer, dan weten we meer De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 08 Juni 2023, ter bespreking van agendapunt L - Voorstel van het college inzake vaststelling van het Beleidsplan Werk en Participatie Den Haag 2023-2026 (RIS315004) Constaterende dat, • het Beleidsplan Werk en Participatie is aangeboden aan de gemeenteraad; • er grote ambities in het Beleidsplan worden uitgesproken. Van mening dat, • de ervaringen uit het recente verleden leren dat goede monitoring van de voortgang gewenst is. Verzoekt het College: • met een driemaandelijkse rapportage over de voortgang van het Beleidsplan te komen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging.
72
Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. Er ligt vandaag een goed beleidsplan voor om ervoor te zorgen dat we mensen vanuit de bijstand, als ze dat kunnen, aan het werk helpen. Ik ben blij met de ambities dat er meer gestuurd gaat worden op vaster werk, geen flex- of nulurencontracten en, door de motie in de vorige raadsvergadering, een fatsoenlijk loon. Gelukkig zijn er heel veel werkgevers in de stad die het beste voor hebben met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en ze graag aan het werk helpen, maar werkgevers die de kaartenbak van de gemeente gebruiken als draaideur voor goedkope arbeidskrachten, daar moeten we niet mee in zee gaan of daar moeten we vanaf. Daarom moet het college kunnen ingrijpen en zo nodig de samenwerking stopzetten als werkgevers afspraken over goed werk en duurzame banen niet nakomen. Hiertoe heb ik de volgende motie: verzoekt het college de raad te informeren over hoe en wanneer er wordt ingegrepen als werkgevers afspraken niet nakomen; de raad in voortgangsrapportages te informeren of en voor hoeveel werkgevers er in de betreffende periode consequenties zijn geweest. Deze dien ik mede in met mevrouw Arp van de SP, mevrouw Baboeram van GroenLinks, mevrouw Faïd van de HSP en de heer Smit van de Partij voor de Dieren. De voorzitter. Door mevrouw Holman, daartoe gesteund door de mevrouw Arp, wordt de volgende motie (L.3 PvdA) ingediend:
Motie L.3 PvdA Afspraken over goed werk niet vrijblijvend De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 8 juni 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake vaststelling van het Beleidsplan Werk en Participatie Den Haag 2023-2026 (RIS315004). Constaterende, dat: • het is een goede stap is dat er heldere afspraken met werkgevers gemaakt worden over de contractduur en contractvorm (voltijsdwerk waar mogelijk en geen 0-urencontracten of min/max contracten), en het FNV-convenant wordt gehanteerd over het tegengaan van verdringing en werken zonder loon; • de aangenomen motie ‘Sluit werkakkoorden met een leefbaar loon’ (RIS315673) nu ook onderdeel wordt van deze afspraken. Overwegende, dat • deze afspraken gericht op duurzame banen met goede randvoorwaarden niet vrijblijvend mogen zijn, en er ingegrepen moet kunnen worden wanneer een werkgever de afspraken niet nakomt, bijvoorbeeld door een gesprek, een waarschuwing maar ook door het opzeggen van de samenwerking. Verzoekt het college: • de raad te informeren over hoe en wanneer er wordt ingegrepen als werkgevers afspraken niet nakomen; • de raad in voortgangsrapportages te informeren of en voor hoeveel werkgevers er in de betreffende periode consequenties zijn geweest. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lenne Baboeram (GroenLinks).
Voorzitter. Werk is een groot onderwerp voor mij. Graag ziet GroenLinks iedereen op zijn plaats, zodat iedereen gepast kan participeren. Graag vraag ik aandacht voor vrouwen, niet-uitkeringsgerechtigden en jongeren. Voor hen is de arbeidsmarkt soms moeilijk. Fijn om te zien dat aan de hand van mijn motie, Aanpak voor vrouwelijke niet-uitkeringsgerechtigden, er een pilot komt voor 1.500 Hagenaars in Zuidwest. Het is belangrijk dat we goede voorwaarden maken voor mensen die werken. Daarom sta ik ook onder de motie van collega Holman van de PvdA, 73
die het college verzoekt om te kijken hoe en wanneer er wordt ingegrepen als werkgevers hun afspraken niet nakomen. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Allereerst de complimenten van de ChristenUnie/SGP voor dit Beleidsplan Werk en Participatie, want veel meer dan alleen werk is van waarde, en dat erkent het college met dit plan. Juist de mensen die bewust minder werken om voor hun naasten te zorgen of naast hun fulltimebaan ook nog mantelzorger te zijn, de vrijwilligers op de sportclub, het buurtcentrum of de kerk maken Den Haag tot die mooie en zorgzame stad. We hebben in onze stad allerlei initiatieven om werkgevers te ondersteunen wanneer ze iemand aan het werk helpen met een afstand tot de arbeidsmarkt. We trekken daar zelfs € 30 mln. voor uit. Maar vrijwilligersorganisaties die mensen met een te grote afstand tot de arbeidsmarkt om te werken, ondersteunen, of mensen die door vrijwilligerswerk te doen hun leven weer op de rit krijgen, hebben niet zo'n soortgelijke ondersteuning, terwijl juist goede begeleiding van vrijwilligers kan leiden tot duurzaam vrijwilligerswerk, duurzame participatie en soms zelfs werk. Deze begeleiding is voor deze groep ook hard nodig.
Daarom een motie, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college met maatschappelijke organisaties de wensen en behoeften te inventariseren die er zijn om vrijwilligers met een afstand tot de arbeidsmarkt duurzaam te begeleiden en in kaart te brengen welke obstakels er eventueel zijn (in bijvoorbeeld de inzet van extra begeleiding) voor vrijwilligersorganisaties om daar een bijdrage aan te leveren; de raad hierover te informeren. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg wordt de volgende motie (L.4 CU/SGP) ingediend:
Motie L.4 CU/SGP ondersteun plekken voor vrijwilligers De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 10 juni 2023, ter bespreking van Voorstel van het college inzake vaststelling van het Beleidsplan Werk en Participatie Den Haag 20232026 (RIS315004), constaterende, dat: • vrijwilligerswerk doen een belangrijke stap kan zijn richting activering vanuit de bijstand naar werk; • het beleidsplan Werk en Participatie ten doel heeft om mensen voluit mee te laten doen aan de samenleving en voor sommige mensen volgens het beleidsplan vrijwilligerswerk het hoogst haalbare is; overwegende, dat: • er verschillende initiatieven bestaan zoals de beschutte banen, STIP en loonkostensubsidies waardoor het voor werkgevers aantrekkelijker wordt gemaakt om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen; • deze initiatieven voor vrijwilligersorganisaties en voor vrijwilligers niet in deze vorm bestaan; • duurzaam vrijwilligerswerk gebaat is bij goede begeleiding; verzoekt het college: • met maatschappelijke organisaties de wensen en behoeften te inventariseren die er zijn om vrijwilligers met een afstand tot de arbeidsmarkt duurzaam te begeleiden en in kaart te brengen welke obstakels er eventueel zijn (in bijvoorbeeld de inzet van extra begeleiding) voor vrijwilligersorganisaties om daar een bijdrage aan te leveren; • de raad hierover te informeren, en gaat over tot de
orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.
74
Nur Icar (DENK). Voorzitter. 1.493 jongeren in Den Haag ontvangen een bijstandsuitkering. Ik wil niet alleen focussen op de cijfers, maar vooruitkijken en kijken hoe we hier verandering in kunnen brengen. Het is schrijnend om te beseffen dat ruim 500 jongeren onder de 27 jaar naar verwachting niet binnen één jaar werk zullen vinden. Dit is iets waar we gezamenlijk als raad iets aan moeten doen. In het afgelopen jaar hebben talloze jongeren met een uitkering zich tot onze fractie gewend. Ze hebben hun stem laten horen en hun onvrede geuit over de gebrekkige begeleiding vanuit de gemeente naar werk of opleiding. Het zijn vooral de jongeren die de grens van 27 jaar al gepasseerd zijn die het gevoel hebben dat ze jarenlang aan het lijntje werden gehouden en buitenspel zijn gezet. Ik vraag de wethouder vandaag om samen met ons te erkennen dat het laatste wat we in Den Haag nodig hebben is dat onze jongeren vastzitten in uitzichtloosheid en een somber toekomstperspectief hebben. Sebastian Kruis (PVV). Misschien moeten die jongeren gewoon werk gaan zoeken in plaats van klagen over de gemeente. Zou dat misschien ook een optie zijn voor de heer Icar, dat die jongeren in plaats van af te geven op de gemeente, gewoon zelf gaan solliciteren, zoals ook andere mensen dat doen? Nur Icar (DENK). Ik zal proberen hier serieus op in te gaan. Er is multiproblematiek in de stad.
Er zijn jongeren die om verschillende redenen in schulden terecht zijn gekomen. Er zijn jongeren die hun opleiding niet afgemaakt hebben, die niet zelfredzaam genoeg zijn en die hulp nodig hebben. Ik denk dat het in dit geval over dat soort jongeren gaat. Sebastian Kruis (PVV). Dank voor het antwoord. Maar je maakt mensen niet zelfredzaam door ze altijd aan de hand te nemen en ze altijd maar van hot naar her te begeleiden. De beste manier om mensen zelfredzaam te maken is door ze echt gewoon de maatschappij in te sturen en ze niet altijd door de gemeente aan de hand te laten houden. Hoe ziet meneer Icar dat? Nur Icar (DENK). Er is een verschil in aanpak voor verschillende doelgroepen. Voor jongeren die niet zelfredzaam zijn, is het geen oplossing om te zeggen 'jij wordt zelfredzaam doordat ik je in het diepe gooi' en dan een uitkomst te verwachten die wenselijk is. Zo werkt het leven niet. Je hebt altijd groepen die meer ondersteuning nodig hebben. Dat is waar wij aandacht aan moeten besteden. De voorzitter. Meneer Kruis, laatste keer. Sebastian Kruis (PVV). Het enige wat nog nooit is gebeurd als het gaat om arbeidsparticipatie en het vergroten daarvan, is juist wat ik voorstel. Al die andere trajecten, al die pilots, al die extra begeleiding, het is allemaal in het verleden al geprobeerd. Het werkt gewoon niet.
Misschien is het goed om een keertje naar de PVV te luisteren - dat zou ook heel goed zijn op heel veel andere terreinen, maar zeker op dit terrein - en onze voorstellen te volgen. Nur Icar (DENK). Ongeacht partij of kleur luister ik altijd naar mensen die inhoudelijk, concreet iets bij te dragen hebben. Dat merk ik helaas niet bij de PVV. Ik ga verder. Onze stad heeft sterke, veerkrachtige jongeren nodig. Jongeren die geloven dat er hoop is en dat er mogelijkheden zijn, zelfs in de moeilijkste tijden. Laten wij hen inspireren, laten we hen bekrachtigen en laten we hen het vertrouwen geven dat ze verdienen. Want wanneer we hen ondersteunen en de hand reiken, zullen ze in staat zijn om bergen te verzetten. Daarom de motie Een baan of opleiding voor jongeren, met als dictum: verzoekt het college zich maximaal in te spannen om zo veel mogelijk Haagse jongeren een eerlijke kans te geven en direct werk of een opleiding aan te bieden; om in de voortgangsrapportage van het beleidsplan te rapporteren over concrete maatregelen die de gemeente onderneemt en zal ondernemen om de situatie van jongeren (tot 27 jaar) in de uitkering te verbeteren en hen toch binnen een jaar aan een baan of een opleiding te helpen. De voorzitter. Door de heer Icar wordt de volgende motie (L.5 DENK) ingediend:
75
Motie L.5 DENK Een baan of opleiding voor jongeren De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 08 juni 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake vaststelling van het Beleidsplan Werk en Participatie Den Haag 2023-2026 (RIS315004); Constaterende, dat: • 1493 Haagse jongeren een bijstandsuitkering ontvangen, waarvan ingeschat wordt dat ruim 500 jongeren niet binnen één jaar aan het werk zullen zijn; • deze jongeren de aansluiting met de samenleving en arbeidsmarkt dreigen te verliezen; • Haagse jongeren met een uitkering bij de fractie van DENK kenbaar hebben gemaakt dat ze vinden dat de gemeente ze onvoldoende begeleidt richting een baan of opleiding; • jongeren die inmiddels de 27 jaar-grens zijn gepasseerd aangeven dat ze het gevoel hebben dat ze in de afgelopen jaren aan het lijntje zijn gehouden ( door de gemeente) en buiten de boot vallen.
Overwegende, dat: • deze jongeren in een uitzichtloze situatie verkeren en een sombere toekomstperspectief hebben; • deze jongeren de aansluiting met de samenleving en arbeidsmarkt dreigen kwijt te raken; • recht wordt gedaan aan ieders mogelijkheden en talenten; • het wenselijk is dat de gemeente ook oog heeft voor de penibele financiële situatie van de jongeren tot 27 jaar die een uitkering ontvangen; • het wenselijk is dat de gemeente eerder daadkrachtig optreedt om deze jongeren helpen indien zij schulden hebben. Verzoekt het college: • zich maximaal in te spannen om zoveel mogelijk Haagse jongeren een eerlijke kans te geven en direct werk of een opleiding aan te bieden; • om in de voortgangsrapportage van het beleidsplan te rapporteren over concrete maatregelen die de gemeente onderneemt en zal ondernemen om de situatie van jongeren (tot 27 jaar) in de uitkering te verbeteren en hen toch binnen een jaar aan een baan of een opleiding te helpen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Het plan voor werk en participatie bevat een hoop mooie doelen, maar bevat ook een aantal open eindjes. Onze fractie zal de komende tijd met een kritische blik blijven volgen hoe de plannen in de praktijk uitpakken, bijvoorbeeld voor mensen die afhankelijk zijn van een uitkering.
Het college wil meten of bijstandsgerechtigden duurzaam uit de bijstand stromen wanneer zij een baan vinden. Duurzaam uitstromen houdt volgens het college in dat inwoners minimaal twaalf maanden geen bijstandsuitkering ontvangen na stop van de uitkering. Nu blijkt dat het college voormalig bijstandsgerechtigden drie jaar lang wil volgen. Mijn fractie vindt het belangrijk dat er duidelijk richting de inwoner gecommuniceerd wordt dat het college dat van plan is, zodat dit niet tot ongemakkelijke situaties leidt. Ook is de SP benieuwd hoe het in de praktijk werkt. Welke gegevens worden bijvoorbeeld bewaard, vraag ik aan de wethouder. Daarnaast vindt mijn fractie het belangrijk dat mensen die principiële bezwaren hiertegen hebben, bijvoorbeeld uit het oogpunt van privacy, de mogelijkheid hebben om hier nee tegen te zeggen en daarmee de regie in eigen handen te houden. Daarom dient mijn fractie de volgende motie van mijn collega Ramesar in, die mede is ingediend door de Partij voor 76
de Dieren, GroenLinks, Partij van de Arbeid, DENK en de Haagse Stadspartij. Die verzoekt het college ervoor te zorgen dat alle ex-bijstandsgerechtigden duidelijk op de hoogte zijn van het feit dat de gemeente hun ontwikkeling drie jaar lang wil volgen; bij de eerstvolgende voortgangsrapportage duidelijk te maken hoe bij het volgen van ex-bijstandsgerechtigden rekening wordt gehouden met de mensen die hier uit privacyoverwegingen bezwaar tegen hebben en wat voor gevolgen dit heeft voor de bruikbaarheid van de rapportages. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer Smit, mevrouw Butt, mevrouw Holman en de heer Icar, wordt de volgende motie (L.6 SP) ingediend:
Motie L.6 SP Houd rekening met privacy ex-bijstandsgerechtigden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 juni 2023, ter bespreking van Raadsvoorstel: Voorstel van het college inzake vaststelling van het Beleidsplan Werk en Participatie Den Haag 2023-2026. Constaterende, dat: • het college wil dat inwoners met een bijstandsuitkering duurzaam uitstromen naar werk; • duurzaam uitstromen volgens het college inhoudt dat een inwoner minimaal 12 maanden geen bijstandsuitkering ontvangt nadat die aan het werk is gegaan; • het college de uitstroom naar werk in beeld wil brengen door inwoners 3 jaar lang te volgen. Overwegende, dat: • het in het kader van nazorg nuttig kan zijn om een vinger aan de pols te houden bij mensen die niet langer een bijstanduitkering nodig hebben en dit bovendien tot nuttige inzichten kan leiden over de effectiviteit van ons re-integratiebeleid; • het 3 jaar lang volgen van mensen aan de andere kant een lange periode is, wat op privacygerelateerde bezwaren zou kunnen stuiten.
Verzoekt het college: • ervoor te zorgen dat alle ex-bijstandsgerechtigden duidelijk op de hoogte zijn van het feit dat de gemeente hun ontwikkeling drie jaar lang wil volgen; • bij de eerstvolgende voortgangsrapportage duidelijk te maken hoe bij het volgen van exbijstandsgerechtigden rekening wordt gehouden met de mensen die hier uit privacyoverwegingen bezwaar tegen hebben en wat voor gevolgen dit heeft voor de bruikbaarheid van de rapportages. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Parbhudayal (VVD). Voorzitter. Dank voor de complimenten voor het Beleidsplan Werk en Participatie en de moties. We hebben een goed debat gehad de afgelopen periode. Ik ga direct naar de vragen op volgorde van sprekers. De heer Bom vroeg: wanneer is het een succes en wanneer mwah? Dit beleidsplan ligt er. We hebben geprobeerd om ook wat ambities neer te zetten in aantallen en getallen. Daarvan heb ik ook in de commissie uitgelegd dat we bezig zijn na te denken - we hebben natuurlijk veel gegevens - hoe we een monitor opzetten om onszelf scherp te houden, om erop te kunnen sturen, maar ook om u te informeren langs een voortgangsrapportage over de voortgang op het aantal mensen dat uitstroomt naar een baan, een opleiding enzovoorts. Daar zijn we mee bezig.
Het college wil begin 2024 komen met een eerste voortgangsrapportage en dan om het halfjaar een voortgangsrapportage aan u sturen. U zegt in uw motie: doe het vaker, doe het driemaandelijks. Ik snap die wens en die behoefte. Ik ben ook blij dat u ons aanmoedigt en ons er stevig aan wil houden. Want tot nu toe lag er niks. Ik wil er echt 77
mee beginnen. Een serieus beleidsplan heeft ook even geduurd. Het liefst had ik het voor het kerstreces aan u gestuurd, maar we hebben er iets langer over gedaan, omdat we hebben nagedacht over de aantallen die we echt met elkaar willen realiseren en of we daar voldoende middelen, mensen enzovoorts voor hebben. We beginnen dus met de voortgangsrapportage in 2024, met indicatoren, met van alles en nog wat. Laten we daar dan het gesprek over voeren of u nóg meer informatie wenst over instroom, duurzaamheid van contracten en alle andere zaken die ik hier ook weer hoor, zodat we dan kunnen kijken of die informatie genoeg is. Sebastian Kruis (PVV). Er is nogal een verschil tussen 'we hadden het voor het kerstreces willen doen' en het is nu bijna juli. Daar zit wel heel veel tijd tussen. Wethouder Parbhudayal (VVD). Dat klopt. Ik wil ook tegen de heer Kruis zeggen dat de stand nu is dat het aantal uitkeringen met 3,4% gedaald is deze maand. Er zijn dus wéér mensen uitgestroomd naar een baan of een opleiding. Eerlijk is eerlijk, ik heb liever dat de ambtenaren daaraan werken dan dat we vijf rapportages voor u maken. Sebastian Kruis (PVV). Absoluut, dat ben ik volledig met mevrouw Parbhudayal eens.
Maar is mevrouw Parbhudayal het dan ook met mij eens dat het dan ook helpt als we niet tegelijkertijd met die uitstroom weer hele karrevrachten aan nieuwe uitkeringstrekkers de stad binnen hengelen? Wethouder Parbhudayal (VVD). Het college doet er alles aan, als mensen in een uitkering zitten, om ze te helpen naar een baan of een opleiding. Daar gaat dit plan over. We zetten echt de schouders eronder. Ik ben blij dat deze maand per saldo 3,4% minder mensen in de uitkering zitten. Sebastian Kruis (PVV). Daar ben ik ook heel blij om. Ik hang dadelijk de slingers thuis op met die gedachte. Maar het punt is dat er tegelijkertijd elke maand nieuwe mensen onze stad binnenkomen, vaak migranten, die allemaal een beroep doen op de sociale voorzieningen. Al die inspanningen die mevrouw Parbhudayal levert om de mensen in onze stad uit die uitkeringssituatie te helpen, worden weer gecompenseerd door de instroom van de Partij van de Arbeid en GroenLinks in uw college. Wethouder Parbhudayal (VVD). Volgens mij is meneer Kruis ook wel blij dat een deel van die mensen ook snel aan het werk gaat en niet lang in de uitkering zit. Daar is deze wethouder hard mee bezig. Voorzitter. Ik ga naar de tweede motie die de heer Bom heeft ingediend over de driemaandelijkse rapportage. Ik zou tegen meneer Bom willen zeggen: hou die aan, trek die in.
Ik wil de motie ontraden, want we gaan er echt mee beginnen. We gaan proberen ervoor te zorgen dat er echt resultaat wordt geleverd. De heer Bom heeft meer vragen gesteld, over de vsv, de voortijdig schoolverlaters, jongeren die afhaken en jongeren buiten beeld. Ik wil die twee punten samenpakken. Wethouder Bredemeijer is in gesprek met het onderwijs over lesroosters, het compacter maken van, en hoe je dan delen van studies valideert met een diploma of een certificaat. Die zaken lopen via Onderwijs. Wij krijgen sinds vorig jaar een uitgebreid overzicht van DUO en andere landelijke bronnen over jongeren buiten beeld. Dat zijn er ongeveer 8.000. U noemde het aantal van 10.000. We hebben een lijst met 8.000 jongeren gehad. We zijn er druk mee bezig om ze allemaal te vinden en te zoeken, want het zijn goede lijsten. Het liefst gaan we van wijk tot wijk tot achter de voordeur om ze te vinden en meteen een baan aan te bieden of terug naar school te sturen, met alle hulpverlening, actieve begeleiding et cetera. We gaan daar ook over rapporteren. Ik ga even goed met de heer Bredemeijer kijken hoe we dat doen, want jongeren uit beeld zijn jongeren die niet in de uitkering zitten. U gaat dat getal dus niet in dit beleidsplan vinden, maar er wordt wel samengewerkt tussen het Jongerenpunt070 en OCW.
Dus we hebben die cijfers in beeld en we gaan kijken hoe we precies aan u gaan laten zien dat hier in 2023 en 2024 aan gewerkt wordt om hen allemaal, nu we ze in beeld hebben met de opgaves van DUO en landelijke inlichtingenbureau, weer op het goede spoor te zetten. Ik kijk nog even naar de vraag over open hiring. Dat staat niet in het beleidsplan. Ik dacht dat vorig jaar, op basis van een motie van Hart voor Den Haag ook nog, is meegedeeld dat open hiring eigenlijk meer iets is van werkgevers. Zij staan daarvoor aan de lat. We hebben toen aangekondigd dat 78
we een pilot gaan doen om dit meer aan te jagen en waar nodig te faciliteren, want het is uiteraard ook in ons belang dat werkgevers dat doen. Morgen doet bijvoorbeeld AV 070 zo'n open dag, want ze zoeken 60 chauffeurs. Alle hulp die ze van de gemeente nodig hebben, proberen wij ook te geven. Wat ik wel tegen de heer Bom wil zeggen, is het volgende. We hadden vorig jaar gezegd dat we een jaar lang een pilot doen met open hiring op basis van de motie van Hart voor Den Haag. We zijn die nu aan het evalueren, want we zijn al vijftien maanden verder. Dat is iets langer dan een jaar. Ik wil over de evaluatie een brief aan de raad doen toekomen over wat er is gebeurd, welke initiatieven en wat daar de resultaten van zijn, want dat is natuurlijk het belangrijkste waar u op wacht. Coen Bom (Hart voor Den Haag). U voelt de vraag al aankomen natuurlijk. Wanneer kunnen we die evaluatie verwachten? Wethouder Parbhudayal (VVD). Voor het zomerreces; er wordt de laatste hand aan gelegd. Dan de motie mini-jobs voor een max resultaat, het Duitse model. Het college kan die motie omarmen, maar dan wel met de volgende kanttekening. Het kwam in het debat ook naar voren. Wat we in beeld kunnen brengen, op basis van de vrijlatingseisen die er nu bestaan, is hoeveel mensen met behoud van uitkering kunnen verdienen. Daar zijn een aantal regels voor. Er zijn uiteraard voorwaarden voor.
Maar mensen kunnen nu geld bijverdienen per maand. Dat wil ik zeker in beeld brengen. Het college wil ook nadenken over wat er nog meer kan. We kunnen de risico's en de uitdagingen die daarmee samenhangen, in beeld brengen. Dit ligt wel op rijksniveau. We kunnen niet in Den Haag die vrijlatingseisen op eigen houtje aanpassen, want dan krijgen we ongelijkheid met andere gemeenten en bestuurders en modellen enzovoorts. Dus ik wil onderzoeken en in beeld brengen wat er nu kan en bestaat, hoe er gebruik van wordt gemaakt, en wat de consequenties zijn als we de vrijlatingseisen oprekken. Lesley Arp (SP). Ik zou er niks op tegen hebben als we kijken hoe we heel coulant omgaan met mensen die nu al door omstandigheden een parttimebaan hebben naast de bijstand en ze niet met regeldruk opschepen, maar ik hoop toch niet dat het college gaat zeggen dat we nu het format minijobs bij bedrijven echt in de markt gaan zetten van 'jongens, ga ermee aan de slag'. Ziet de wethouder ook in dat daar een bepaalde prikkel in zit voor werkgevers om kleine baantjes te knippen, die ook geen lasten voor de werkgever meebrengen? Wethouder Parbhudayal (VVD). Dat zijn we niet van plan. Wat ik in ieder geval in beeld wil brengen, is hoe de vrijlatingseisen nu zijn, onder welke voorwaarden dat nu werkt, al dan niet tijdelijk. Het liefst gaan mensen meteen uit de uitkering als ze aan het werk zijn.
Daar is alles op gericht. Laten we dat in beeld brengen. Dus met die kanttekening wil ik deze motie omarmen en uitwerken. Het onderwerp van simpele, gemaakte jobs, job carving, is een ander onderwerp. Dat doen wij ook. Dat staat ook in het beleidsplan. De voorzitter. Mevrouw Arp, interruptie. Lesley Arp (SP). Ik doelde niet op het fenomeen job carving. Ik denk dat job carving heel goed kan zijn voor bijvoorbeeld mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die juist behoefte hebben aan zo'n soort kleinere baan. Er werden bij het Duitse plan al voorbeelden genoemd van supermarkten en dergelijke. Er zijn natuurlijk allerlei bedrijven die er gewoon belang bij hebben, financieel belang, om allerlei heel kleine baantjes aan te bieden en daarbij geen lasten hoeven te incasseren. Dat is de zorg die ik hierbij heb. De wethouder interpreteert deze motie op een bepaalde manier, maar ik kijk echt naar het Duitse fenomeen van mini-jobs, want daar refereert Hart voor Den Haag ook aan. Wethouder Parbhudayal (VVD). Dan ga ik het nog duidelijker zeggen. We gaan geen pilot mini-jobs starten in Den Haag, maar ik wil wel onderzoeken hoe het is met de vrijlatingseisen, waarbij mensen iets bij kunnen verdienen met behoud van hun uitkering. Robin Smit (PvdD). De wethouder zei net dat ze positief was over de motie, maar nu neemt ze toch afstand van de pilot.
Hoe moet ik dan de lezing lezen die de wethouder geeft? 79
Wethouder Parbhudayal (VVD). De motie gaat over het onderzoeken of. Ik wil de motie zodanig omarmen dat we in beeld willen brengen onder welke condities mensen met parttime werken nog hun bijstandsuitkering kunnen behouden. Daar zijn landelijke regels voor. Volgens mij kunnen we dan dat met elkaar delen. We gaan niets doen met mini-jobs of andere modellen voordat we dat stukje hebben onderzocht. Wat we steeds zien … De voorzitter. Meneer Smit. Robin Smit (PvdD). Sorry dat ik de wethouder direct in de rede val, maar dat is toch niet waar deze motie om vraagt? Wethouder Parbhudayal (VVD). Het college staat positief tegenover het onderzoek. Met die kanttekening kunnen we het onderzoek waar deze motie om vraagt, doen toekomen aan de raad. De voorzitter. Gaat u door. Wethouder Parbhudayal (VVD). Ik kom bij de motie Afspraken over goed werk niet vrijblijvend van mevrouw Holman. Met deze motie kan het college ook uit de voeten. We hebben in het beleidsplan gezegd dat we steeds betere langdurige, duurzame afspraken willen maken met werkgevers. Dus het vrijblijvende karakter moet eraf. De krapte op de arbeidsmarkt helpt ons ook betere afspraken te maken. In de voortgangsrapportage hierover informeren we hoe we de afspraken met de werkgevers monitoren en hoeveel mensen wel of niet afhaken, hoeveel duurzame contracten we kunnen afsluiten.
Dat past in de geest van het verzoek van de motie. Dus we kunnen die omarmen. Mevrouw Baboeram is mede-indiener van deze motie. Het helpt wel om steeds langdurige afspraken - het liefst vaste banen, zeg ik altijd - te helpen realiseren, als we ze eenmaal al moeten begeleiden aan het begin. De vierde motie is van mevrouw Klokkenburg, Ondersteun plekken voor vrijwilligers. Zij vraagt in deze motie om met maatschappelijke organisaties de behoeften te inventariseren om vrijwilligers, mensen die wel of niet in de uitkering zitten, toch mee te laten doen op verschillende manieren. Daar zijn we mee bezig. Bij de derde evaluatie van de grote regeling Samen sociaal en vitaal is ook met die maatschappelijke organisaties gekeken naar extra voorwaarden als het gaat om bijvoorbeeld de onkostenvergoeding. Dat zijn ook bijna 80 organisaties. Het is dus niet zo dat we ze niet spreken. Zij vragen om betere voorwaarden en meer mogelijkheden vanuit de subsidie. Dat zit nu in de nieuwe regeling verwerkt. We kunnen de motie omarmen. Dan kunnen we beter uitschrijven hoe we dat al in gang hebben gezet en gaan doen. Want er zijn inderdaad mensen in de uitkering die wel overdag allerlei dingen doen in hun leven. Dus we zijn positief. We kunnen hiermee uit de voeten. Dan kunnen we uitleggen wat we aan het doen zijn. Dan de motie over de baan of opleiding voor jongeren van DENK.
Die kan het college omarmen. Wij vinden ook dat alle jongeren moeten werken. Het getal dat u noemt, staat inderdaad in het beleidsplan. Dat hebben we helemaal inzichtelijk gemaakt. Het gaat om jongeren tussen 16 en 27 jaar. Ieder logisch denkend mens denkt dan: waarom zitten ze in de uitkering? Zo ook dit college. De helft van dit aantal zit al in de werkvoorraad van Den Haag Werkt/Jongerenpunt, dus die gaan we aan een baan helpen. Die andere helft, daar is wat mee. Sommigen zitten in een rolstoel; ik verzin van alles nu. Daar gaan we goed naar kijken, want vaak willen ze werken, maar het duurt te lang. We gaan extra ons best doen om dit mogelijk te maken en we gaan daarover rapporteren in de voortgangsrapportage. Ten slotte de motie van mevrouw Arp: Houd rekening met privacy ex-bijstandsgerechtigden. Daarmee kan het college uit de voeten. We gaan aan de slag. Die laten we dus aan de raad. Privacy is belangrijk. Mensen moeten inderdaad toestemming geven. Vaak doen we dat wel een beetje op automatische wijze voor mensen in de LKS- of de STiP-regeling, maar aan alle anderen die we bemiddelen of helpen, moeten we wel binnen de privacyregels om goedkeuring vragen, wil je de waakvlam in gang doen zetten. De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. 80
De voorzitter. We schorsen nu vanwege het avondeten tot tien voor zeven. De vergadering wordt van 18.07 uur tot 18.55 uur geschorst.
Aan de orde is: M.
Gewijzigd initiatiefvoorstel (PvdD) Wonen in een leefbare stad (RIS313042).
De voorzitter. Ik geef het woord aan de heer Barker om een korte toelichting te geven. Robert Barker (PvdD). Voorzitter. In Den Haag komt leefbaarheid steeds meer onder druk te staan. Het is belangrijk om te sturen op genoeg groen, voorzieningen, beeldbepalende gebouwen en sociale woningen. We proberen dat met het initiatiefvoorstel te doen en komen met vijf concrete voorstellen. Allereerst de leefbaarheidseffectrapportage: we wachten al vijf jaar op de invoering. Die wordt steeds uitgesteld. Dat was voor ons de reden om door te pakken en dit als een van de punten op te nemen. We hebben de tekst naar aanleiding van de commissievergadering aangepast, omdat we hopen dat zo iedereen het voorstel kan omarmen. Ten tweede willen we dat groen in een eerder stadium in kaart wordt gebracht. Ook deze tekst hebben we op basis van de suggesties van de wethouder aangepast. Ten derde zien we dat de parkeernorm soms leidt tot onwenselijke sloop van beeldbepalende gebouwen of het verdwijnen van groen. Dat is de reden voor het derde punt. Het vierde punt is wat algemener en gaat over de parkeernorm in combinatie met sociale woningen. We hebben op basis van de commissie gekozen om het voorstel aan te passen, zodat duidelijk moet zijn dat er een ov-alternatief zou moeten zijn. We hebben ook specifiek gemaakt dat het een mogelijkheid is die het college krijgen.
Als vijfde hebben we het specifiek over de woonprojecten om te zorgen dat er meer sociaal gebouwd wordt onder de 80 woningen. Op die manieren zorgen we ervoor dat er meer sociale woningen komen en gaan we de segregatie in Den Haag tegen. Met die vijf punten hopen we toe te werken naar een leefbare en sociale stad. Sebastian Kruis (PVV). Het kan aan mij liggen, maar dieren wonen toch niet in een sociale woning? Robert Barker (PvdD). Soms wel, want honden hebben soms een eigenaar die in een sociale woning woont. Voorzitter, officieel mag dit eigenlijk niet, maar we gaan gewoon door. De voorzitter. Precies, fijn dat u me even erop wijst. Sebastian Kruis (PVV). Uiteindelijk is het toch de Partij voor de Dieren? Ik snap dan niet waarom de heer Barker komt met allerlei voorstellen om mensen te huisvesten. De voorzitter. Nu hebben we twee keer gezondigd. Nu is het klaar. De heer Barker geeft een toelichting. We gaan straks het debat voeren. Sebastian Kruis (PVV). Dan ga ik het zo meteen in mijn eigen inbreng inbrengen. De voorzitter. Zeker. Het woord is aan de raad. De beraadslaging wordt geopend. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter. We hebben het over het initiatiefvoorstel Wonen in een leefbare stad van de Partij voor de Dieren. Het is gewoon een verschrikkelijk voorstel. Dat heb ik in de commissie ook al verteld. Er staan heel rare dingen in.
Ja, wat moet ik er eigenlijk nog meer over zeggen? De manier waarop dit nu gaat - dat wil ik ook nog wel even vermelden - is ook gewoon niet chique naar de collega's van de commissie Ruimte toe. Het stuk stond op de lijst van ingekomen stukken van 10 mei. Het is geagendeerd door, ik meen, D66; het is dan even wie het eerste zijn hand 81
opsteekt. Maar het stond op de lijst van ingekomen stukken. De indiener van het initiatiefvoorstel, de heer Barker, stuurt dan een mailtje naar de griffie dat hij het bij zijn onderwerp wil betrekken, terwijl iedereen in de commissie het bij het stuk waar we het in augustus over gaan hebben, geagendeerd had willen hebben. Dit is dus een rare samenloop van omstandigheden. Sebastian Kruis (PVV). We weten toch, meneer Dubbelaar, dat meneer Barker oogt als Meneer de Uil, maar zich soms gedraagt als een valse teckel? Maar uiteindelijk gaat het toch om de inhoud en is punt één toch gewoon een hartstikke goed punt? De voorzitter. Een beetje aardig, hè? Alsjeblieft, hou op! Sebastian Kruis (PVV). Dat is heel aardig. De voorzitter. Nee, het is niet aardig. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). En de vraag was? De voorzitter. Meneer Kruis, tweede keer. Sebastian Kruis (PVV). Uiteindelijk gaat het toch om de punten die erin staan? Er zitten toch gewoon goede punten in het voorstel, die uiteindelijk zullen leiden tot een leefbaardere stad? Dan kan meneer Barker toch daarvoor gecomplimenteerd worden, in plaats van dat we allemaal politieke spelletjes gaan spelen over wie ermee kan shinen dat ze dit hebben geregeld? Uiteindelijk is er een meerderheid om zo'n LER in te voeren bij bouwplannen. Daar is meneer Dubbelaar het toch ook gewoon mee eens? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).
Ik sta hier namens Hart voor Den Haag. Hart voor Den Haag is het daarmee eens. Hart voor Den Haag heeft het in het verkiezingsprogramma staan. Hart voor Den Haag was degene, ik meen via wethouder Guernaoui destijds, die daar in 2018 nog mee bezig is geweest. Er is dus geen twijfel over dat Hart voor Den Haag dit wil voor de stad. Volgens mij wil de meerderheid van deze raad dit. Daarom staat het op de agenda voor 31 augustus, volgens mij met de bedoeling om het per 1 januari in te voeren. De voorzitter. De laatste keer, meneer Kruis. Sebastian Kruis (PVV). Als u dat vindt, is er toch geen enkele reden om te zeggen dat het een slecht voorstel is? Ik vind het gewoon een goed voorstel. Gaan we dan omwille van politieke eer dan meneer Barker nu niet steunen? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Er staat nog meer in het voorstel, zoals het schrappen van parkeerplekken bij sociale woningbouw en zo. Alsof mensen die in sociale woningbouw wonen, geen auto mogen bezitten. Ik vind het echt te gek voor woorden. De voorzitter. Meneer Dubbelaar, hebt u nog dingen, of bent u aan het einde van uw betoog? Dat is het geval. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. Dank aan de initiatiefnemer voor het voorstel. Er staan een aantal dingen in die interessant zijn, het eerste dictum, het tweede dictum.
Er staan natuurlijk ook een aantal dingen in die, en dan parafraseer ik de heer Dubbelaar, echt verschrikkelijk zijn. Dat zijn dictum III, IV en V. Dus de VVD kan nooit voor dit voorstel in zijn geheel zijn. Bij dictum I ben ik wel benieuwd hoe het college kijkt naar de LER en vooral zoals die nu in opgeschreven in het nieuwe dictum. Ik kan me voorstellen dat de LER een goed middel kan zijn om Den Haag leefbaarder te maken en mensen beter te laten zien hoe de leefbaarheid in hun wijk aan de orde is. Het college is daar wat afwijzend over en wil eerst het debat voeren op 31 augustus. Maar waarom kan die LER nou niet? Ik zit er een beetje mee in mijn maag. Want ook bij ons staat de LER in het verkiezingsprogramma. Het staat in het coalitieakkoord een paar keer opgeschreven. Dus wij 82
willen er wel graag iets mee. Ik heb nog wel een motie in de achterzak voor een eventuele tweede termijn om het op een andere manier te regelen, zodat we niet hoeven in te stemmen met het voorstel. Want zoals het nu is, zijn dictum III, IV en V natuurlijk echt verschrikkelijk. De voorzitter. Meneer Kruis, dit is nu de derde keer dat u interrumpeert. U heeft zo uw eigen beurt nog, hè? Maar gaat uw gang, meneer Kruis. Sebastian Kruis (PVV). Dank, maar dit is ook een debat, volgens mij. Ik heb een inhoudelijke vraag aan de VVD. Die komt met een motie, anders dan de LER. Maar een LER is toch gewoon een LER? Rutger de Ridder (VVD). Zoals ik het begrijp van het college, is de LER een middel dat intellectueel eigendom is van iemand of van een bedrijf. Ik kan me voorstellen dat het ingewikkeld ligt om het zomaar dan te doen. Ik wil graag horen van het college hoe het daarnaar kijkt. Dan kan ik een afweging maken samen met mijn fractie of we het nu wel of niet doen. Ik had begrepen ergens dat er misschien wel per dictum gestemd zou worden. De voorzitter. Zeker. Rutger de Ridder (VVD). Oké, helemaal goed. Dan is het dus ingewikkeld voor ons om te zeggen: we willen het wel, maar we stemmen nu tegen. Dan moet het college wel een verhaal hebben en ik een alternatief. Sebastian Kruis (PVV). Het staat in uw verkiezingsprogramma. Het staat ook in het coalitieakkoord.
Ik snap dus niet waarom opeens moeilijk wordt gedaan over iets wat jullie allemaal willen. Rutger de Ridder (VVD). Ik begrijp dat de heer Kruis niet zo werkt als ik werk. Maar mijn fractie werkt zo dat als er legitieme redenen zijn om iets anders te doen of op een andere manier een tussenstap te organiseren, we dat kunnen doen. Dan gaan we niet blind zeggen: dan moet het maar zo, punt. Sebastian Kruis (PVV). Dat gevoel heb ik ook helemaal niet. Als we nu in het verlengde van de heer Dubbelaar kijken naar de termijnplanning, dan komt dit op 31 augustus in de commissie en wordt het per 1 januari ingevoerd, een LER. De voorzitter. Goed, u heeft uw punt gemaakt. Sebastian Kruis (PVV). Heel veel dank. Rutger de Ridder (VVD). Dat zou natuurlijk goed kunnen zijn, maar daarom hebben we ook nu dit debat. In een debat vraag je ook aan het college, als je vragen hebt en die heb ik: hoe zit het nou, wat vindt u ervan, wat zijn de consequenties? Als dat allemaal heel helder is, dan maakt mijn fractie een afweging. Dan zal u zien bij de stemmingen wat ik uiteindelijk ga doen, of misschien dien ik in tweede termijn wel een motie in. De voorzitter. Dank u wel, meneer De Ridder. U zet uw betoog voort? U was klaar? Rutger de Ridder (VVD). Ik was helemaal klaar, voorzitter. De voorzitter. Interruptie van de heer Dubbelaar, denk ik. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).
Ik was benieuwd of de heer De Ridder het debat van 31 augustus al had voorbereid. Rutger de Ridder (VVD). De mening die mijn fractie heeft over bepaalde zaken, zoals in ons verkiezingsprogramma staan, hebben we. Maar in de evaluatie van de LER zitten nog heel veel punten 83
en ook wel uitgangspunten, waarvan ik denk: is dat nou helemaal goed, zoals wij het willen hebben, of moeten we misschien toch nog betere randvoorwaarden instellen om uiteindelijk een LER of vergelijkbaar in te kunnen voeren? Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. We spreken vandaag over het initiatiefvoorstel van de heer Barker. Ik heb al aangehaald dat ik het raar vind dat de heer Barker altijd komt met voorstellen voor mensen, terwijl hij toch echt van de Partij voor de Dieren is. Daar wordt altijd een beetje lacherig over gedaan, maar het punt is natuurlijk heel serieus. Als je zegt voor de dieren te zijn, ga je toch niet voor mensen bouwen? Het kan aan mij liggen, maar ik denk niet dat de wilde dieren of roodborstjes of welke vogels of wat dan ook blij worden van nog meer sociale woningbouw van meneer Barker. Ik snap dus niet waarom dieren soms ondergeschikt raken aan mensen, want dieren zijn dieren en mensen zijn mensen. Dat is dus mijn eerste vraag aan de heer Barker, omdat het net niet helemaal mocht zoals ik het voor ogen had, waarom hij steeds met mensenzaken bezig is. Hij kan dan bijvoorbeeld ook overstappen naar GroenLinks of de Partij van de Arbeid, als hij dat soort zaken belangrijk vindt. Dan kunnen echte dierenvrienden zich inzetten voor dieren. Dat zou een suggestie kúnnen zijn. Dan gaan we het vervolgens hebben over het voorstel zelf.
Het wordt in verschillende onderdelen in stemming gebracht, omdat het anders kansloos ten onder zou gaan. Dat is natuurlijk ook heel logisch, want op punt I na is het natuurlijk ook echt een gedrocht van een voorstel. Dáár is iedereen het dan wel weer over eens. Er is heel veel onderling gedoe, maar dat het echt van geen kanten deugt, is dan wel weer de gemene deler van de avond. Wat dat betreft is de heer Barker vanavond echt de grote verbinder, en dat mag ook weleens benoemd worden. Want meneer Barker moet het niet vaak hebben van complimenten in het openbaar, maar ik ben daar niet heel terughoudend in. Als ik het terecht vind, doe ik het gewoon. De leefbaarheidseffectrapportage vinden wij bij de PVV heel erg belangrijk, vindt ook bijvoorbeeld deze wethouder heel erg belangrijk, en schijnbaar alle coalitiepartijen, want ze hebben het ook in het coalitieakkoord gezet. Dan denk je dus: dat kunnen we dan snel gaan regelen. De leefbaarheidseffectrapportage, voor de mensen thuis, betekent dus dat voordat nieuwbouwplannen worden ingevoerd, we eerst kijken wat de gevolgen van die nieuwbouw zullen zijn op de leefbaarheid. Maar je weet dat als dit Den Haag het uitgangspunt is van die leefbaarheidseffectrapportages, nieuwbouw niet meer van de grond komt, want Den Haag verloedert in een rap tempo.
Nu al kachelt de leefbaarheid achteruit, laat staan met al die nieuwbouw die dit college voor ogen staat. Daarom is het van het grootste belang van de mensen die nu in de stad zijn en van de leefbaarheid nu in Den Haag dat we die leefbaarheidseffectrapportages hebben voordat we eventueel instemmen met nieuwbouwplannen. Maar je ziet dat elke keer door de coalitiepartijen, die helemaal zijn geobsedeerd door het idee dat ze mensen uit de hele wereld moeten huisvesten en daarom de hele stad volbouwen, alle voorzorgsmaatregelen die je zou kunnen treffen om een stad te beschermen tegen die bouwdrift, van tafel worden geveegd om maar te kunnen blijven bouwen. Daarom is deze wethouder ook aan het lobbyen bij partijen om te voorkomen dat nu al wordt ingestemd met de leefbaarheidseffectrapportage die de heer Barker voorstaat. Maar schrijf het dan niet in het coalitieakkoord als het allemaal zo moeilijk is. Speel gewoon open kaart. Ik zal de wethouder er zo meteen ook op bevragen waarom dit allemaal zo moeilijk wordt gevonden. Ik zou zeggen: lieg niet tegen de mensen thuis door te zeggen dat je iets wilt, als je het uiteindelijk niet wilt. Het is goed voor het vertrouwen in de politiek als ze een keertje eerlijke en oprechte politici zouden zien, eigenlijk zoals ik een beetje. Dank u wel. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter.