RIS316039 Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Willem Royaardsplein (1)
Tekst van het document
Gemeentelijk beleid De Nota externe veiligheid Den Haag is op 27 juni 2013 door de gemeenteraad vastgesteld (raadsvoorstel, RIS259485 en besluitenlijst, RIS260481, onder E.1). De belangrijkste uitgangspunten zijn hieronder vermeld: 3. De gemeente richt zich op het vasthouden en bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor de bestaande bedrijvigheid en het ontwikkelen van nieuwe bedrijvigheid. 4. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op vier gebiedstypen: woongebieden, buitengebieden, gemengde gebieden, risicoarme bedrijventerreinen (inclusief buitengebieden) en bedrijventerreinen met risicovolle bedrijven/inrichtingen. 5. Bij nieuwe ontwikkelingen in woongebieden staat de veiligheid voorop. In woongebieden worden dan ook geen nieuwe risicobronnen van betekenis, zoals LPG-tankstations, toegelaten. 6. Op de bedrijventerreinen hanteert de gemeente een minder streng veiligheidsregime en is de komst van inrichtingen met enige risicobelasting (lichtere vorm van risicovolle bedrijven) onder voorwaarden mogelijk. 7. Bij externe veiligheidsknelpunten, besteedt de gemeente eerst aandacht aan bronmaatregelen om het risico te verkleinen. Pas daarna komen effectmaatregelen aan de orde. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen worden in de nota 3 niveaus onderscheiden met elk hun eigen ambitieniveau: -
Structuurvisieniveau
--> Veiligheidsgeïntegreerd ontwikkelen
-
Bestemmingsplanniveau --> Veiligheidsgeïntegreerd ordenen
-
Bouwplanniveau:
--> Veiligheidsgeïntegreerd ontwerpen.
Wanneer beoogde ruimtelijke ontwikkelingen een overschrijding van het groepsrisico tot gevolg kunnen hebben, wordt het gemeentebestuur in een vroeg stadium actief bij het proces betrokken. Er is een expliciet collegebesluit ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico waarbij de kosteneffectiviteit van maatregelen in beschouwing wordt genomen. Onderzoek en conclusie Op basis van de risicokaart is gekeken naar de risicovolle inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen in de omgeving van het plangebied. Hieruit blijkt dat de dichtst bijgelegen gevaarlijke inrichting is gelegen op meer dan 1 km van het plangebied. Het betreft hier een gasdrukregel- en meetstation aan de Wassenaarseweg. De plaatsgebonden risicocontour is niet gelegen buiten de inrichting. Daarnaast vindt op meer dan 330 m afstand vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen plaats. Hierbij is de plaatsgebonden risicocontour niet gelegen buiten het hart van de leiding. Het
92
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
plaatsgebonden risico is geen beperking voor de herontwikkeling van het winkelcentrum. Het invloedsgebied van de buisleiding is 170 meter. De ontwikkeling ligt buiten het invloedsgebied en zal niet leiden tot een verhoging van het groepsrisico ter plaatse. De ontwikkeling levert geen risico's op het gebied van externe veiligheid op.
afbeelding 36: uitsnede risicokaart Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Aangezien het plangebied niet binnen het invloedsgebied van enig risicobron ligt, is een nadere verantwoording van het groepsrisico niet vereist. Toetsing aan het gemeentelijk beleid kan daarom achterwege blijven.
4.4
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten. Als geluidsgevoelige gebouwen dan wel terreinen zijn aangewezen: woningen onderwijsgebouwen m.u.v. gymnastieklokalen; ziekenhuizen en verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; medisch centra; poliklinieken; medische kleuterdagverblijven; terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg; woonwagenstandplaatsen. De Wgh onderscheidt drie verschillende geluidsbronnen: industrie, spoorwegverkeer en wegverkeer: Voor het plangebied is alleen wegverkeer van belang. De locatie is gelegen buiten de zones voor spoorweglawaai of geluidzones – industrie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens 93
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
gekeken naar inrichtingslawaai. Wegverkeerslawaai Langs wegen liggen van rechtswege geluidzones. Een geluidzone betreft een gebied waarbinnen planologisch beperkingen zijn qua realisatie van geluidgevoelige bestemmingen. De zonebreedte is onder meer afhankelijk van het aantal rijstroken en de wegclassificatie. De planlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom en niet binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Er is uitsluitend sprake van stedelijk gebied. Voor de volgende wegen gelden geen geluidzones: wegen die zijn gelegen op een woonerf; wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u. Op grond van de Wet geluidhinder hebben wegen en spoorwegen een geluidszone, waarbinnen bepaalde normen gelden voor de geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen, en waarbinnen bij het opstellen van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Die verplichting geldt niet indien op het tijdstip van de vaststelling van een bestemmingsplan de (spoor)weg reeds aanwezig of in aanleg is, met betrekking tot de daarbij in het plan of in de zone van de betreffende weg opgenomen geluidsgevoelige gebouwen die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn. Daarnaast maakt de wet een uitzondering voor wegen waar de maximaal toegelaten snelheid 30 km/uur is. Deze wegen hoeven niet in het onderzoek te worden betrokken.
De Wet geluidhinder kent een voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai. Voor nieuwe situaties kunnen hogere waarden worden vastgesteld. Deze bedraagt voor wegverkeerslawaai maximaal 63 dB. Een uitzondering wordt gemaakt als het gaat om vervangende nieuwbouw langs wegen. De gevelbelasting mag dan maximaal 68 dB bedragen. De wet bepaalt hierbij dat de vervanging niet zal leiden tot: een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige structuur of functie; een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen. In het plangebied of in de directe omgeving zijn geen spoorwegen aanwezig. Met lawaai van railverkeer hoeft geen rekening te worden gehouden. Inrichtingslawaai Om na te gaan of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in relatie tot het geluid/activiteiten vanwege de verschillende activiteiten binnen de herontwikkeling, kan worden aangesloten bij de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies in relatie tot bedrijfsactiviteiten.
De geluidnormen die worden aangehouden bij het bepalen van de richtafstanden zijn opgenomen in onderstaande tabel voor zowel het omgevingstype “rustige woonwijk/rustig buitengebied” als “gemengd gebied”. Deze richtwaarden hebben geen wettelijke status, maar zijn algemeen aanvaarde waarden in het kader van ruimtelijke ordening. Periode Dagperiode (07:00 - 19:00 uur) Avondperiode (19:00 - 23:00 uur) Nachtperiode (23:00 - 07:00 uur)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAR,LT) 50 dB(A)
Maximale geluidsniveaus (LA,MAX) 70 dB(A)
45 dB(A)
65 dB(A)
40 dB(A)
60 dB(A)
94
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
Onderzoek en conclusies In het kader van de herontwikkeling van het winkelcentrum zijn twee onderzoeken gedaan. Er is onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting van de omliggende wegen op de nieuwe woningen. Daarnaast is onderzoek gedaan inrichtingslawaai als gevolg van het laden en lossen bij de supermarkt en de inrit van de parkeergarage. Onderzoek wegverkeerslawaai In het kader van de ontwikkeling is onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen als gevolg van wegverkeer. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Uit dit onderzoek blijkt dat: Als gevolg van het wegverkeer op de Esther de Boer Rijklaan wordt de richtwaarde van 48 dB niet overschreden. De maximaal berekende geluidsbelasting bedraagt 48 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh. Als gevolg van het wegverkeer op de Neylantstraat wordt de richtwaarde van 48 dB niet overschreden. De maximaal berekende geluidsbelasting bedraagt 23 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh. Als gevolg van het wegverkeer op de Louis Gimberglaan, wordt de richtwaarde van 48 dB niet overschreden. De maximale berekende geluidsbelasting bedraagt 35 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh. Als gevolg van het wegverkeer op de Stalperstraat wordt de richtwaarde van 48 dB niet overschreden.
De maximaal berekende geluidsbelasting bedraagt 47 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh. Als gevolg van het wegverkeer op de Oud Waalsdorperweg, wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden. De maximale berekende geluidsbelasting bedraagt 40 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh. Als gevolg van het wegverkeer op de Waalsdorperweg wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. De maximaal berekende geluidsbelasting bedraagt 51 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh. Als gevolg van het wegverkeer op de Theo Mann Bouwmeesterlaan wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De maximale aanvaardbare ontheffingswaarde van 68 dB wordt niet overschreden. De maximaal berekende geluidsbelasting bedraagt 56 dB inclusief aftrek artikel 110g Wgh. Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van de ontwikkeling terug te dringen zijn onvoldoende doeltreffend of stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard. Omdat de maximale ontheffingswaarde voor geen van de gezoneerde bronnen wordt overschreden en de gecumuleerde geluidsbelasting niet resulteert in een significante geluidstoename, kunnen hogere waarden worden aangevraagd conform figuur en tabel 37 onder het kopje hogere waarden.
Onderzoek inrichtingslawaai Als gevolg van de nieuwe inrichting is onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting van het laden en lossen en de inrit van de parkeergarage. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 4 Akoestisch onderzoek inrichtingslawaai. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Uit dit onderzoek blijkt dat het berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van de nieuwe appartementen nabij de in-/uitrit van de parkeergarage maximaal 62 dB(A) bedraagt als etmaalwaarde. Het langtijdgemiddeld geluidsniveau wordt op die locatie met name bepaald door de rijbewegingen in- en uit de parkeergarage.
95
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
Ter plaatse van de nieuwe appartementen in het nieuwe kopgebouw en nabij de laad-/loslocatie bedraagt het berekend langtijdgemiddeld beoordelingsniveau maximaal 56 dB(A) als gevolg van laad-/losactiviteiten. Maximale geluidsniveaus Laad-/losactiviteiten zijn ten behoeve van detailhandel; maximale geluidsniveaus vanwege laad-/losactiviteiten wordt in het kader van het Activiteitenbesluit buiten beschouwing gelaten in de dagperiode. In het kader van de planvorming zijn de maximale geluidsniveaus wel berekend. De berekende maximale geluidsniveaus als gevolg van laad-/losactiviteiten in de dagperiode bedragen 79-87 dB(A) invallend op de gevels van de appartementen nabij de laad-/loslocaties van zowel blok A als blok C. Op de gevels van de bestaande woningen aan de Theo Mann-Bouwmeesterlaan bedraagt het maximale geluidniveau ten hoogste 76 dB(A). Het laden en lossen vindt uitsluitend in de dagperiode plaats. De maximale geluidsniveaus vanwege het rijden van personenauto's in en uit de parkeergarage bedraagt ten hoogste 69 dB(A) invallend op de zijde van blok A nabij de inrit. Deze maximale geluidniveaus vinden in de dag-, avond- en nachtperiode plaats. Indirecte hinder De geluidbelasting ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking bedraagt ten hoogste 53 d(A) op de gevels van bestaande woningen en ten hoogste 54 dB(A) op de gevels van de nieuwbouw.
De voorkeursgrenswaarde wordt met 4 dB overschreden. Uitgaande van de in het Bouwbesluit aangegeven minimale karakteristieke gevelwering van 20 dB, wordt de norm voor de binnenwaarde van 35 dB(A) in de woningen niet overschreden. Maatregelen Doordat de richtwaarden worden overschreden is gezocht naar mogelijke maatregelen ter reductie van het geluid ten gevolge van de in-/uitrit. Deze maatregelen zijn overzichtelijk uitgewerkt in Bijlage 4 Akoestisch onderzoek inrichtingslawaai. De verdere uitvoering van de maatregelen aan de gevels is beschreven in Bijlage 5 Karakteristieke geluidwering van de gevel. De maatregelen worden geborgd in de melding Activiteitenbesluit en in de maatwerkvoorschriften volgens het Activiteitenbesluit. De benodigde extra gevelwering wordt voorzien door de verplichting in het bouwbesluit vanwege de hogere waarde voor wegverkeerslawaai. Hierom wordt dit verder niet in dit bestemmingsplan geborgd. Procedure hogere waarden Wanneer de voorkeursgrenswaarden worden overschreden, is parallel aan de bestemmingsplanprocedure een procedure ontheffing hogere waarden ingevolge de Wet geluidhinder noodzakelijk. De hogere waarde procedure moet zijn afgerond alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld. In het plangebied zijn de volgende locaties bekend, waar mogelijk nieuwbouw in geluidsbelaste situaties voorkomen: Lijst/tabel met adressen en aanvraag hogere waarden
96
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
Figuur en tabel 37: Hogere waarden als gevolg van wegverkeerslawaai Voor het gebied Willem Royaardsplein is gelijktijdig met dit bestemmingsplan een ontwerpbesluit ontheffing hogere waarden ter inzage gelegd.
4.5
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is de Wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden. De luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet (Wm). De luchtkwaliteit in een bepaald gebied wordt bepaald door de achtergrondconcentratie van fijn stof (PM10, deeltjes <10 µm) en stikstofdioxide (NO2) plus de bijdragen van lokale bronnen die bij de achtergrondconcentratie opgeteld worden. Bij de besluitvorming over bouw- en bestemmingsplannen dient te worden onderzocht of een project 'in betekenende' mate van invloed is op de luchtkwaliteit: in artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is aangeven dat een bestuursorgaan bevoegdheden kan uitoefenen of wettelijke voorschriften kan toepassen indien aannemelijk kan worden gemaakt dat de uitoefening of toepassing niet 'in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur. Projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. In concentraties uitgedrukt betekent dit een verslechtering van 1,2 µg/m3 voor beide stoffen. De 3%-grens geldt sinds 1 augustus 2009, de datum waarop het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht werd.
De 3%-grens is voor een aantal categorieën van projecten in een ministeriële regeling omgezet in getalsmatige grenzen. Zo gaat het bij woningbouw om de toevoeging van 1.500 woningen netto bij één ontsluitingsweg, of 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Bij kantoorlocaties gaat het om de toevoeging van 100.000 m2 vloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen. Door de beoogde ontwikkeling is er sprake van een toename van verkeer van 653 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). In de NIBM-tool is 2026 als jaar van planrealisatie aangehouden. Uit de berekening blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 0,65 µg/m³ en van fijnstof van 0,13 µg/m³. Beide toenames zijn onder 1,2 µg/m³. Op basis van de NIBM-tool blijkt dat met de verwachte verkeersgeneratie.
97
bestemmingsplan Willem Royaardsplein (ontwerp)
Afbeelding NIBM-tool Conclusie Er kan gesteld worden dat het project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Op de nsl-viewer (www.nsl-monitoring.nl/viewer) is te zien dat in het ter plaatse van de Van Alkemadelaan (dichtstbijzijnde maatgevende weg) de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide NO2 20,4 ug/m3, van fijnstof PM10 17.2 ug/m3 en fijnstof PM2,5 8,8 ug/m3 bedragen. De grenswaarde voor toetsing van stikstofdioxide NO2 bedraagt 40ug/m3, van fijnstof PM10 40 ug/m3 en fijnstof PM2,5 25 ug/m3. De luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer (zie ook bijlage 2 van de Wet Milieubeheer) vormen geen beletsel voor de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen.
4.6
Natuurbescherming
De wet- en regelgeving voor de groene waarden betreft de Wet natuurbescherming, de Wet milieubeheer, de Gemeentewet en de Wet ruimtelijke ordening. De bescherming van de groene waarden kent in de wet- en regelgeving verschillende invalshoeken: gebiedsbescherming, soortenbescherming, bomenbescherming areaalbescherming en netwerkbescherming. Op elk wordt ingegaan. Voorts is op 1 januari 2017 de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (bescherming bossen). Voor zowel een vergunning Natura 2000 (voorheen Natuurbeschermingswet), ontheffing soortbescherming (voorheen Flora- en faunawet) als kapmelding (voorheen Boswet) zijn in de meeste gevallen GS van de provincie Zuid-Holland, waarin de activiteit in hoofdzaak wordt uitgevoerd, het bevoegd gezag. Omgevingsdienst Haaglanden is door de provincie Zuid-Holland gemandateerd voor zowel de vergunningverlening Natura 2000 als de ontheffing verlening soortbescherming.
98