CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS316024 Notulen van de raad van 25 mei 2023

Gemeenteraad 5 juli 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 20 april, 11 en 25 mei 202345.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. We hebben een inzichtelijke commissievergadering gehad en u heeft de conclusie daarvan van de voorgaande drie sprekers kunnen horen. We hebben ook geleerd van de wethouder dat er dit jaar nog geen activiteiten plaats zouden hoeven te vinden in de gebieden. Met het voorstel zoals het nu is, hoeven we dus nog niet in te stemmen. Het is, zoals de heer Noorlander het net noemde, voorbarig. We staan daarom onder de amendementen van D66. Want het is oké om het geld dat over is voor het IPP te reserveren, maar daarmee is nog geen beslissing genomen. We zijn nog niet begonnen aan de salami. We willen de zaken in de juiste volgorde doen. Dit is niet te begrijpen als u de commissievergadering niet heeft gezien, realiseer ik me nu. We kunnen ons ook veel voorstellen bij de VVD-motie. We zullen de reactie van het college goed beluisteren, niet omdat het een VVD-voorstel is, maar omdat wij dat altijd doen. We zijn voor de motie van de heer Barker van de Partij voor de Dieren. Want ja, er moet industrie kunnen komen in de GAVI, maar dan willen we ook wel weten wat er nog aan voorzieningen 70

moet komen. In de eerdere versie van de motie, waar de heer Dubbelaar naar verwees, stonden, denk ik, natuur en sport genoemd. Dat zijn toch het type voorzieningen waarin wij inderdaad ook geïnteresseerd zijn. Er is ook wat natuur. AVN heeft ons daar ook nog een mail over gestuurd. We willen zeker weten wat we weggooien voordat we er iets nieuws gaan bouwen. Daarom zal ik de motie van de Partij voor de Dieren steunen. Tot slot. U weet inmiddels dat ik voor verbinden ben, maar wat kritischer ben op verbonden partijen. Ik vind het dan toch wat apart dat onder de lopende projecten op de website van het IPP Haaglanden al de Westvlietweg wordt aangegeven, terwijl hier nog niet is ingestemd met de geografische wijziging. Dat staat toch wat symbolisch voor hoe de verbonden partijen zich gedragen als zelfstandige entiteiten die zich te weinig aantrekken van democratische entiteiten. Hoe ziet het college dit?

Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Vandaag bespreken we de voorstellen voor een begrotingswijziging Investeringsagenda IPP Haaglanden en de Zienswijzeprocedure Uitbreiding rechtsgebied van de gemeenschappelijke regeling Industrieschap De Plaspoelpolder. Het gaat hier om een klein stapje voor een veel mooier gebied, de Vlietzone. De ruimte in en rondom onze stad is schaars. Op deze locatie liggen veel kansen voor groen, sport, wonen en bedrijvigheid. De vele behoeften, in combinatie met de beperkte ruimte, vragen om goed afgewogen keuzes. Het CDA vindt het belangrijk dat we samen met buurgemeenten en provincie een bredere integrale gebiedsvisie maken voor de Vlietzoom en de Vlietzone in zijn geheel. Om je ergens thuis te voelen, moet het mogelijk zijn om ook in deze omgeving te wonen, werken, sporten en leven. We steunen de amendementen van D66 en ook de moties om niet vooruit te lopen op toekomstige keuzes, maar eerst maar eens met een gedegen integraal plan te komen. Want het CDA wil een zorgvuldig inhoudelijk gesprek over dit gebied en wat ons betreft kiezen we dan voor een goede balans, met naast bedrijfsruimte nadrukkelijk ook ruimte voor andere functies, zoals sport en groen, want die hebben we hard nodig, ook voor voldoende voorzieningen voor bijvoorbeeld de Binckhorst en het CID, waar we grootse plannen voor hebben, en om bijvoorbeeld te voldoen aan de sportnorm.

De wethouders hebben toegezegd om voor de zomer nog met meerdere plannen te komen. Ik noem bijvoorbeeld de nota van uitgangspunten voor de GAVI-kavel. We zullen dan wederom voor deze belangen opkomen, want op deze manier blijven onze stad en het omliggende gebied een leefbare plek.

Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Er liggen twee voorstellen voor met betrekking tot het Industrieschap De Plaspoelpolder. Het eerste is de zienswijze aan het college op een uitbreiding van het rechtsgebied. Niet de rechtsbevoegdheid, meneer De Ridder, het gaat over het rechtsgebied. Dat is een belangrijk onderscheid. Ik noem het toch even, voor de duidelijkheid. Voor Den Haag gaat het om het bedrijventerrein Westvlietweg en de zoekgebieden voor eventuele uitbreiding van de Westvlietweg 71

en de GAVI-kavel. Het tweede stuk is de zienswijze aan het Industrieschap De Plaspoelpolder. Dat gaat over een bijstelling van de begroting, waarbij € 3 mln. wordt gereserveerd in een bestemmingsreserve voor de mogelijke nieuwe gebieden, waaronder ook een gebied in Rijswijk. Het college stelt inderdaad voor om geen zienswijze in te dienen op de uitbreiding van het rechtsgebied aan het college, maar wel om een zienswijze in te dienen aan het IPP op de begrotingswijziging, namelijk dat wordt gewezen op de verantwoordelijkheden van de raad en de nog te nemen planologische besluiten. Dat is ook het punt waar de discussie vooral over gegaan is, in de commissie en ook vandaag. In de commissiebehandeling is ook nog de bestuursovereenkomst Binckhorst toegevoegd aan de beraadslaging. Dat heeft naar de mening de discussie wel een beetje vertroebeld, maar het is ook wel weer begrijpelijk. De besluitvorming over de ruimtelijke kaders duurt lang en moet ook nog formeel plaatsvinden. Dan lijkt het alsof er een voorschot wordt genomen op de besluitvorming. Dat is geenszins de bedoeling geweest. Het college heeft juist gemeend om op een verstandige manier alvast voor te sorteren op nog te nemen besluiten. Maar ik hoor van velen van u dat dat niet een verstandig besluit is. Het college kan deze redenering ook volgen. Dat betekent dat ik over de amendementen en de motie het volgende kan zeggen.

Op de motie over de GAVI-kavel van de heer Barker zal collega Van Asten reageren. De dingen die echt aan het IPP raken, zal ik doen. Ik begin met de motie van de heer De Ridder over de ontwikkelingen op de Westvlietweg. Het college kan deze aan de raad laten. U heeft het over de handelingen van het IPP. Die zullen en kunnen niet anders dan aansluiten op gemeentelijke kaders. In feite is het IPP een uitvoeringsorganisatie van de gemeente, waar wij voor de helft de baas van zijn en Rijswijk voor de andere helft. Die besluiten nemen we ook samen. Het is ook niet, meneer De Vuyst, dat het IPP zelfstandig, zonder de gemeenten daarbij te betrekken, allerlei dingen gaat doen. Maar ik kan me voorstellen dat u ook in dit geval wat nauwer dan anders betrokken wil zijn, gezien de ontwikkelingen in de Vlietzone. Daarmee kan het college deze motie aan de raad laten. Er zijn twee amendementen van de heer Noorlander. Het eerste beoogt om wel een zienswijze in te dienen over het rechtsgebied. Het college kan ook dit aan de raad laten. De volgorde van die verschillende besluiten over een eventuele uitbreiding van de Westvlietweg en de invulling van de GAVI-kavel is inderdaad niet ideaal. We begrijpen dat. We kunnen ons het amendement voorstellen. Wij meenden er goed aan te doen om alvast het IPP in stelling te brengen en ook het geld alvast te reserveren in afwachting van.

Dat kwam ook onder andere omdat men in Rijswijk al aan de slag wilde gaan en het vanuit IPP een totaalbesluit was. Maar uiteindelijk kan ook het IPP pas acteren nadat de raad alle besluiten en planologische besluiten genomen heeft. Dat zijn de kaders. Dat gaat nog gebeuren. Het is dus prima om het op dit moment alleen over het rechtsgebied dat er nu is, de Westvlietweg, te hebben. De rest komt op een ander moment, als ook de andere besluitvorming heeft plaatsgevonden. Dus ook dit amendement kan het college aan de raad laten.

72

Het amendement Bestemmingsreserve hangt hier inderdaad mee samen en sluit naadloos aan. Als u het andere amendement aanneemt, dan is het wel verstandig om dit amendement ook aan te nemen, anders komt er een onevenwichtigheid in het verhaal. Tot slot nog even in de richting van GroenLinks, de heer De Vuyst. Ik heb er eigenlijk net al het nodige over gezegd. De gemeenten Rijswijk en Den Haag zitten samen in het bestuur. Wij nemen de besluiten over de dingen die er gaan gebeuren. Het Industrieschap De Plaspoelpolder is op zeer kleine schaal gevraagd door het bedrijventerrein Westvlietweg om op een aantal punten waar men nu een snelle verbetering nodig acht, te ondersteunen. Maar op de officiële opdracht voor echt de herontwikkeling, het beter benutten en de grote stappen die daarin gezet moeten worden, komen we een volgende ronde terug, conform de motie van de heer De Ridder.

Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik ben toch benieuwd naar de bescheiden rol die het IPP speelt, want naar eigen zeggen speelt IPP Haaglanden hierin een voortrekkersrol. Die kan bescheiden zijn in omvang, maar dat is wel belangrijk in wat er gebeurt. Hoe ziet u die bescheiden rol?

Wethouder Bruines (D66). Het gaat in dit geval om wat laaghangend fruit voor verbeteringen. Ik weet ze allemaal niet precies uit mijn hoofd op dit moment, maar ik breng u er graag van op de hoogte. Dat gaat over een route van een weg, over iets opruimen, over een herindeling van een kavel op verzoek van de eigenaar daarvan, dat soort dingen. Ik zal u daar zo snel mogelijk wat meer inzicht in geven. Dat is geen geheime informatie. Dat kan ik u doen toekomen. Maar dat heeft op zichzelf niets te maken met uitbreiding van het gebied.

Maarten De Vuyst (GroenLinks). Laat ik complimenteuzer beginnen. Het IPP is vrij transparant over wat ze willen doen: wij halen bij verschillende partijen de uitbreidingswensen op; uitbreiding en doorontwikkeling, langetermijnplannen. Er staat eigenlijk helemaal niks over wat u nu zegt. U kent mijn scepsis over verbonden partijen. Wij worden in de gelegenheid gesteld als raad, en daar zie ik u heel responsief in zijn, om amendementen in te dienen op de zienswijze en de juiste volgorde. Dat doen we trouwens als raad best aardig samen, wil ik opgemerkt hebben naar aanleiding van de ochtend. Maar dan heb ik toch het gevoel dat IPP Haaglanden zelfstandig - ik weet dat het niet zelfstandig kan zijn, want de helft komt van Rijswijk en de helft komt van Den Haag - besluit om het alvast over uitbreiding en doorontwikkeling en langetermijnplannen te hebben. Ik lees dit voor van de website. Het is misschien goed dat u daar schriftelijk op terugkomt, maar ik hoop dat u ook mijn scepsis begrijpt, gegeven de goede debatten die we hebben gehad over verbonden partijen.

Wethouder Bruines (D66). Het klopt. Het lijkt me goed om daar, als u wil, nog eens op een ander moment op terug te komen. Ik zal het ook voor u inventariseren. Zoals u weet, en dat is ook eerder langsgekomen, heeft ook het bedrijventerrein zelf een toekomstvisie gemaakt. Er wordt natuurlijk bij 73

alle bedrijventerreinen gekeken naar ontwikkeling, herontwikkeling, verbetering en mogelijke uitbreiding. Daar is in dit geval nog geen besluit over genomen. Laat ik dat nadrukkelijk stellen. Maar er wordt het een en ander onderzocht, ook op verzoek van grondeigenaren, om te kijken wat ze daar kunnen doen of wat de wensen zijn. Je haalt ook voor alle gebiedspaspoorten, de bedrijventerreinenpaspoorten, wat ik overigens zelf een rotwoord vindt, bij de eigenaren van de verschillende bedrijven en kavels op wat men voor ambitie heeft voor ontwikkeling, voor uitbreiding, voor inbreiding en voor wat dan ook. Het gaat om een toekomst- en ontwikkelvisie. Vervolgens moeten we met elkaar kijken wat er kan, wat er planologisch kan, wat er gewenst is, wat er hier kan en wat misschien op een andere plek moet. In die zin hangen dus al deze ontwikkelingen met elkaar samen. Ik noem ook de bedrijventerreinenvisie van de provincie, die daar een aantal eisen aan stelt, de ontwikkeling van de Vlietzone, het Woon-werkakkoord en misschien nog veel meer dingen. Daarom is het verstandig dat we nu even dat planologische verhaal in dat kader met elkaar gaan ontwikkelen en dan kijken hoe alle ambities en ideeën die overal leven, daar al dan niet in passen.

Die volgorde was altijd bedoeld, dat gaan we ook doen en we lopen nu nergens op vooruit, ook in andere besluitvorming niet, vandaar ook het akkoord op de amendementen en moties.

Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter. Er is een vraag gesteld door de VVD en een motie ingediend door de Partij voor de Dieren. Om in te gaan op de VVD: het gebied van de Vlietzone en de GAVIkavel verdient een helder kader. Dat is er nu nog niet. We hebben gewerkt met de provincie, samen met de andere gemeenten, die overigens ook niet allemaal getekend hebben, aan de Vlietzone. Daar heb ik van de week weer een overleg over. Er zijn enkele punten van ons die niet zijn meegenomen door de provincie en toen bracht de provincie in een keer het stuk al in de Provinciale Staten. Daar is dus een mismatch geweest van in ieder geval de verwachtingen die we van het proces hadden. We hebben natuurlijk lang meegewerkt daaraan, dus er staan heel goede dingen in. Die werken we graag ook uit. De volgende stap zou zijn om naar een planologisch-juridisch kader te gaan. Zoals ik in de commissie heb aangegeven, kom ik met een brief om u dat hele proces even duidelijk te maken en aan te geven op welke termijn u wat kan verwachten, zodat we daar een goed debat over kunnen voeren en de juiste beslissingen kunnen worden genomen. Elke beslissing die uw raad neemt, is natuurlijk de juiste beslissing, zeg ik daar dan maar bij! Dan kunnen we daarop voortbouwen en van de Vlietzone een Vlietwaardig gebied maken en ook de GAVI-kavel de juiste invulling geven.

Dat gezegd hebbende kom ik bij de motie over de integrale afweging bij de GAVI-kavel. Die geeft dat in grote lijnen eigenlijk ook weer. Volgens mij is dat een prima motie om mee aan de slag te gaan. Het spoort ons extra aan om dat debat te voeren. De motie krijgt dus een warme aanbeveling.

De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn.

De beraadslaging wordt gesloten. 74

De voorzitter. De stemmingen over de amendementen en de moties zijn vanavond aan het einde van de vergadering.

Aan de orde is:

L.

Voorstel van het college inzake Huisvestingsverordening Den Haag 2023 (RIS315301).

De beraadslaging wordt geopend.

Robert Barker (PvdD). Voorzitter. We moeten even schakelen. Het gaat nu over de Huisvestingsverordening. Stelt u zich eens voor dat u woont in een wijk waar aan de rand nieuwe projecten komen. Er verrijzen veel studioappartementen. Door deze nieuwe studio's neemt de druk op voorzieningen toe. Echter, die druk neemt nog meer toe door de gemeentelijke systematiek, want volgens de rekenboekjes van de gemeente zakt dan het percentage verkamerde woningen onder de 5%. Hierdoor mogen in uw wijk dus nog veel meer woningen erbij komen en dus verkamerd worden. Dit puur en alleen omdat uw wijk toevallig onderdeel is van het CID, zoals we het noemen. Hierdoor ontstaat er een ongewenst effect en wordt onevenredig veel verkamerd in een deel van de wijk dat hier eigenlijk niet voor geschikt is. Daarom dienen we een amendement in om dit te voorkomen. De titel is Rechtvaardige Huisvestingsverordening voor CID. Dit dien ik in namens de ChristenUnie/SGP, HSP, Hart voor Den Haag en de PVV.

De voorzitter. Door de heer Barker, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, mevrouw Faïd en de heer Martini, wordt het volgende amendement (L.A PvdD) voorgesteld:

Amendement L.A PvdD Rechtvaardige Huisvestingsverordening voor CID De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 mei 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Huisvestingsverordening Den Haag 2023 (RIS315301). Besluit om: • Artikel 5:6 lid 3 te vervangen door: 3. Een vergunning, als bedoeld in artikel 5:2, onder b, wordt geweigerd indien er in de wijk, waarop de vergunning toeziet, meer dan 5% van de woonruimten al wordt gebruikt voor onzelfstandige bewoning door drie of meer personen, waarbij in wijken die (deels) onderdeel uitmaken van de structuurvisie CID, nieuwbouwwoningen die opgeleverd worden binnen het CID na 1 juli 2023 niet meetellen in de berekening van de 5%. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. 75

Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. We hebben vandaag een technische wijziging voor ons liggen. Ik ben iets positiever dan de heer Barker, maar het zit misschien ook in het liberale in mij dat ik iets positiever kijk naar de wereld. Maar de heer Barker en ik vinden elkaar op een aantal punten vandaag. Wat de VVD betreft is dit een prima technische wijziging. Er zit één onderdeel in dat van de VVD altijd extra aandacht krijgt. We willen de bestaande voorraad woningen beschermen en we willen wijken beschermen tegen overbewoning en nadelige effecten op de leefbaarheid. Splitsing en verkamering zijn voor volle wijken een enorm risico. Daar is de VVD ook heel scherp op. In de vorige Huisvestingsverordening en deze verordening hebben we bescherming opgenomen voor die wijken: de zogenaamde 5%-regel waar de heer Barker net al over sprak, en de gemiddelde WOZ-waarde in wijken van het goedkope en het middeldure segment. In die wijken wordt geen verkamering toegestaan, via deze Huisvestingsverordening. Er is alleen risico in wijken, waar de heer Barker ook al over sprak, waar veel nieuwe woningen worden toegevoegd, dat deze twee regels niet meer gelden of een afzwakkend effect hebben of kunnen hebben. Als er veel woningen bij komen, gaat het percentage van 5% dat nu gehaald wordt, na toevoeging niet meer gehaald worden en mag er weer verkamerd worden.

Dat geldt mogelijk ook voor de WOZ-waarderegel. Als er meer woningen bij komen met een hogere waarde, kan dit ervoor zorgen dat de oude huizen uiteindelijk weer een andere waarde krijgen, die buiten de bescherming valt. En als die buiten de bescherming valt, dan beschermen we niet meer de woningen die we wel willen beschermen. Het lijkt heel logisch. Ik denk dat we bij de vorige verordening daar gewoon nog niet voldoende over nagedacht hadden. Het lijkt me handig om aan deze technische wijziging nog een technische wijziging toe te voegen, namelijk een amendement WOZ-bescherming garanderen in CID. Eigenlijk is de toevoeging zoals ik net al zei. U kunt alles lezen op het RIS. Als ik alles ga voorlezen, dan zijn we wel een eindje verder. Ik zie het als een technische wijziging.

De voorzitter. Door de heer De Ridder, daartoe gesteund door de heer Dubbelaar en mevrouw Klokkenburg, wordt het volgende amendement (L.B VVD) voorgesteld:

Amendement L.B VVD WOZ bescherming garanderen in CID De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 mei 2023, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Huisvestingsverordening Den Haag 2023 (RIS315301). Besluit om: • Artikel 5:6 lid 2 te vervangen door: 2. Een vergunning, als bedoeld in artikel 5:2, onder b, wordt geweigerd indien de aanvraag toeziet op een woonruimte die gelegen is in een wijk met een gemiddelde WOZ-waarde in het goedkope segment of het middeldure segment, waarbij in wijken die (deels) onderdeel

76

uitmaken van de structuurvisie CID, nieuwbouwwoningen die opgeleverd worden binnen het CID na 1 juli 2023 niet meetellen in de berekening voor de gemiddelde WOZ-waarde. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.

Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter. Met de Huisvestingsverordening gaan we het tekort aan woningen op zichzelf niet oplossen. In de commissie waren we het erover eens. Daar hebben we betaalbare woningbouw voor nodig en wat GroenLinks betreft ook een ambitieuze leegstandaanpak. Tegelijkertijd is de vraag hoe we met die schaarste omgaan wel heel belangrijk. Mensen met een klein inkomen, studenten, al die groepen Hagenaars met een zorgbehoefte en arbeidsmigranten, ze hebben allemaal op hun eigen manier te maken met die schaarste. Het is aan ons als gemeente om hen een passende oplossing te bieden. In de beantwoording van de wethouder in de commissie werd al duidelijk dat er later nog beleid gaat volgen. Dat gaan we afwachten, maar we zullen juist ook de belangen van deze doelgroepen daarbij in het bijzonder in de gaten houden. Wel deelde ik in de commissie een zorg die hier al breder ook is gedeeld. Die gaat over risico op, wat ik noemde, een dubbele verdichting. Er zijn een aantal wijken in de stad waar heel veel vernieuwd wordt. Daar staan we achter. Maar door hoe de regels in elkaar zitten, kan het gebeuren dat hierdoor extra verkameringsruimte ontstaat, ook in de oude wijken. Daarom kijkt GroenLinks met bijzondere interesse naar het amendement van de Partij voor de Dieren en de beantwoording van de wethouder.

We zijn ook benieuwd hoe de wethouder dit relateert aan de coalitieafspraken die we hebben gemaakt over verkamering voor studenten. Dat is ook een heel grote uitdaging in deze stad.

Rutger de Ridder (VVD). Ik was benieuwd wat meneer Thepass bedoelt met die laatste toevoeging. We hebben wat afspraken gemaakt, maar we hebben ook een verordening met een aantal regels. Ik hoop toch niet dat meneer Thepass voorstelt om die 5%-regel dan toch maar te schrappen.

Vincent Thepass (GroenLinks). Dat is inderdaad niet mijn voorstel, maar ik zie wel dat we als coalitie verschillende doelen hebben. We hebben een coalitieakkoord waarin we ook zeggen dat we naar de mogelijkheden voor het versoepelen van kamerregels kijken als het gaat over het tekort voor studenten. Wat mij betreft belangrijk is, is dat we de technische voorstellen die door de Partij voor de Dieren en de VVD worden gedaan, in dat bredere plaatje gaan bekijken. Daarom ben ik benieuwd naar de waardering van de wethouder van die voorstellen en de bredere consequenties. Want ik vind het een interessant voorstel van de VVD, maar die bredere consequentie van het spelen met de WOZ-waarde vind ik nog wel moeilijk om te overzien. Dus wat GroenLinks betreft is vooral die brede afweging belangrijk. En ja, dan wil ik ook wel helder zijn in de keuze. Wij vinden de studentenhuisvesting daar wel een heel belangrijke afweging in.

77

Rutger de Ridder (VVD). Ik kan me voorstellen dat GroenLinks vanuit haar partijideologie het belangrijk vindt dat voor studenten - wij vinden dat ook belangrijk, maar zij misschien nog iets meer dan wij - huisvesting gerealiseerd wordt, maar kan meneer Thepass dat voor mij relateren aan zijn eerdere uitspraak hier over die dubbele verdichting? Hoe doe je dat in wijken waar je ook al veel verdicht en waar misschien ook wel die studio's komen die misschien ook wel deels voor studenten of andere mensen beschikbaar zijn? Want dan ben je dubbel aan het verdichten als er ook weer studentenkamers bij komen.

Vincent Thepass (GroenLinks). Dat is een oprechte zorg. Waar het ons om gaat, is dat we een gebalanceerde afweging maken. Ik noemde inderdaad in de commissie al die dubbele verdichting. Dat doe ik nu ook. Die 5% is natuurlijk ook ooit voortgekomen uit een initiatiefvoorstel dat ook door GroenLinks werd ingediend. Dus het gaat ons niet an sich om die 5%. Maar er liggen hier voorstellen voor van de Partij voor de Dieren en van de VVD om daar wellicht nog meer in te gaan verruimen. Daar kijken wij open naar. Maar we zijn ook benieuwd hoe de wethouder, het college denkt dat dat zich verhoudt tot die ook grote woningnood voor studenten. Voor een uitbreidende universiteitsstad gaat dit natuurlijk alleen nog maar een grotere opgave worden.

De voorzitter. Meneer De Ridder voor de derde maal.

Rutger de Ridder (VVD). Ik volg GroenLinks goed, hoor. Wat ik wel nog belangrijk vind om te melden, is het volgende. Als de heer Thepass zegt dat we de bescherming uitbreiden, dan klopt het in die zin dat we die uitbreiding willen realiseren voor het feit dat er nieuwe woningen bij komen die er nu nog niet zijn en daardoor dus de bescherming nodig is. Maar het is niet an sich een verruiming van de regels die wij voorstellen, de Partij voor de Dieren en de VVD. Het is juist zorgen dat de regel die we hebben, ook echt werkt en niet een nadelig effect op onze ambities en doelen in de stad heeft.

Vincent Thepass (GroenLinks). Ik hoor wat de VVD zegt. Wat ik in de amendementen zie, is een poging om de geest van het oorspronkelijke initiatiefvoorstel te respecteren. Dat snap ik. Daar kijk ik ook goed naar. Tegelijkertijd zet ik het af tegen die bredere opgave. Zo gaan wij dus na de beantwoording die uiteindelijke beoordeling maken.

De voorzitter. Hartelijk dank. Ik wil graag het woord geven aan mevrouw Tseggai van de Partij van de Arbeid. U doet het vanaf uw plek?

Mikal Tseggai (PvdA). Ja, voorzitter. Ik kan het heel kort houden. Ik heb eigenlijk verder geen inbreng. Ik wil wel even zeggen dat ik me aansluit bij het laatste punt over studentenhuisvesting van GroenLinks. 78

Peter Mekers (D66). Voorzitter. Dank aan het college voor dit voorstel. Het is belangrijk dat we een geldige verordening hebben. Daarom is het ook belangrijk dat we die vaststellen. In deze versie zitten eigenlijk geen inhoudelijke wijzigingen. Die komen de komende periode nog. Dan willen we natuurlijk ook inhoudelijke verbeteringen aandragen. Ik heb wel twee punten waarop ik van het college graag een reactie en ook eigenlijk een soort toezegging verlang. Het eerste is: bij een volgende, meer inhoudelijke aanpassing van de verordening zou de raad eerder betrokken moeten worden bij het proces. Het kan dan niet zo gaan zoals het nu is gegaan, dat alleen de ambtelijke en de bestuurlijke input wordt meegenomen en dat wij als een soort stempelpost fungeren. Kan de wethouder toezeggen dat de raad op tijd wordt meegenomen, zodat we ook inhoudelijk aan de voorkant mee kunnen denken over die versie? Twee. We hebben het net al een aantal keren gehoord. Er leeft in de stad de angst dat bij het toevoegen van woningen de mogelijkheid ontstaat om meer te splitsen of te verkameren in wijken die dat eigenlijk niet aankunnen, wijken die te veel de leefbaarheid en de voorzieningen onder druk zien komen te staan. Dat lijkt me niet de bedoeling. Bestaande woningen beter gebruiken is goed, maar wel waar dat kan. Dat hebben we ook zo met elkaar afgesproken.

We zien twee amendementen, van de VVD en van de Partij voor de Dieren, die daar richting aan proberen te geven, maar wellicht kan het college al een angst wegnemen door toe te zeggen dit bij een volgende wijziging mee te nemen. Dan ben ik ook benieuwd of de wethouder verwacht - stel dat we daarop wachten - of dat in de tussentijd problemen oplevert. Wordt dit scherp gemonitord? Dat hoor ik graag van de wethouder.

Rutger de Ridder (VVD). Ik hoor D66 een aantal dingen zeggen, ook een heel aantal zinnige dingen, dus daar ben ik heel blij mee. Daar bedoel ik niks anders mee, hoor, meneer Martini. Wat ik wel nog wil opmerken, is het volgende. Waarom zouden wij nu niet dingen kunnen wijzigen in technische zin, zoals de Partij voor de Dieren en ikzelf dat nu proberen? Ik heb het idee dat u toe beweegt naar de Huisvestingsverordening vandaag zonder wijzigingen opnieuw vaststellen.

Peter Mekers (D66). Dank voor deze vraag. Ik ben benieuwd hoe de wethouder hier tegenaan kijkt. Ziet hij tussen nu en een volgende wijziging, die al wel op de rol staat in verband met wijzigende wetgeving, daadwerkelijk problemen ontstaan? Als dat namelijk niet zo is, dan hebben we de tijd om hier nog beter over na te denken, naar de hele verordening te kijken en niet alleen naar deze specifieke punten, en in breder perspectief wijzigingen voor te stellen als raad. Ik heb eerlijk gezegd liever dat we samenhangender naar het grote plaatje kijken dan dat we nu twee pleisters plakken voor iets wat de komende tijd nog geen probleem zou kunnen zijn. Maar dat hoor ik graag van de wethouder.

Rutger de Ridder (VVD). Dat kan ik me ergens ook nog wel voorstellen, maar ik heb dan nog wel een vraag aan D66. U vraagt garanties aan de wethouder. Maar als de wethouder het niet kan 79

garanderen? Ik kan me namelijk voorstellen dat de wethouder niet kan zeggen wanneer precies wat opgeleverd wordt en welk effect dat kan hebben op de WOZ of de 5%. Als de wethouder dat stante pede kan produceren, is dat ongelooflijk knap. We hebben hem hoog zitten, maar dat lijkt me ingewikkeld. Wat gaat u dan doen? Ik ga ervan uit dat u dan ons amendement steunt.

Peter Mekers (D66). Dank weer voor deze vraag. Ik ga ervan uit dat de wethouder goed op zijn netvlies heeft wat er aan zit te komen qua woningbouwproductie en dat hij ook kan uitleggen op welke momenten dat mee gaat wegen als mensen een vergunningsaanvraag doen. Dat weegt voor ons mee in de afweging wat we met die amendementen gaan doen. Want ik wil ook voorkomen dat bijvoorbeeld een kwetsbare wijk als Laak, maar ook Benoorden- en Bezuidenhout, waar de voorzieningen ook eindig zijn, onnodig druk wordt opgelegd door verkamering en splitsing. Dat houden we scherp in de gaten. Die afweging moet ook nog gemaakt worden door ons.

De voorzitter. Meneer De Ridder voor de derde maal.

Rutger de Ridder (VVD). Die steek ik in mijn zak en houd ik op het netvlies. Ik kan me voorstellen dat het ook wel enigszins tijd kost voordat wij het hele proces naar de nieuwe woonvisie en de nieuwe verordening doorlopen hebben. Bent u met mij van mening dat die tijd ervoor kan zorgen dat die onbedoelde effecten ontstaan en dat we dan nog veel meer andere maatregelen moeten nemen, die we beter nu kunnen nemen?

Peter Mekers (D66). Dank ook voor deze aanvullende vraag. Ik snap de bezorgdheid. Ik wil ook graag de mening van de wethouder daarover horen. Ik help u hopen dat de woningbouwproductie zo een vaart neemt dat we dit probleem niet tegen gaan komen. Ik vrees echter dat we heel hard eraan moeten trekken om dat voor elkaar te krijgen. Dus ik zie dat probleem nog niet zo urgent als u dat misschien ziet. Maar misschien word ik zo meteen wel verrast door de wethouder en zegt hij dat hij de amendementen nodig denkt te hebben om dit probleem te kunnen voorkomen.

Robert Barker (PvdD). Hoor ik D66 zeggen dat D66 het probleem ziet dat het niet moet leiden tot meer verkamering waar nu al wordt voldaan aan die 5% verkamering?

Peter Mekers (D66). Dank voor deze vraag. D66 zet er altijd op in dat er voldoende voorzieningen zijn in een wijk en dat de leefbaarheid leidend moet zijn voor waar je wat mogelijk maakt. Dat hebben we in het verleden ook aangegeven bij het wel of niet kiezen voor een verkameringsverbod voor de hele stad. U mag ons altijd scharen aan die kant. Dat zullen we dus ook hier doen. Als je het risico loopt dat in een kwetsbare wijk die we allemaal als kwetsbaar kennen, meer verkamering gaat plaatsvinden, moet je dat niet willen. Dus dat zou u als een steun kunnen zien, inderdaad. 80

Robert Barker (PvdD). Ik hoorde een heel lang antwoord. Dan moet je altijd een beetje op je hoede zijn. Er zijn wijken, bijvoorbeeld Bezuidenhout, die nu boven die 5% zitten. Of andere wijken; er zijn veel voorbeelden. Als de systematiek zo werkt dat er meer verkamerd kan worden door nieuwbouw, zegt u dan: dat zou niet mogelijk moeten zijn en dat zie ik echt als een probleem?

Peter Mekers (D66). Als meer verkamering en meer splitsing zouden leiden tot een te hoge druk op bestaande voorzieningen en te veel problemen met leefbaarheid, dan ben ik daar inderdaad niet voor. Dat klopt. Maar ik wil dat we hier iets afspreken wat ook juridisch haalbaar is. Dat vraag ik me wel af als je gaat werken met peildata en dergelijke. We hebben helaas op dit onderwerp al gezien dat we een keer door de rechter zijn teruggefloten. Ik heb liever dat we gedegen iets vastleggen en dat we ook zeker weten dat het een oplossing is voor het probleem, dan dat we nu een pleister plakken die toch geen pleister blijkt te zijn. Voorzitter. Ik wil van de gelegenheid misbruik maken om de Commissie Loosduinen te feliciteren met haar aanstaande honderdjarig bestaan. Een feit dat de komende tijd gevierd wordt in Loosduinen. Ik zou zeggen: kom allen naar die mooie bijeenkomsten. Met enige trots draag ik dan ook hun speldje vandaag.

Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Het gaat vandaag vooral om technische aanpassingen. Onze fractie heeft tijdens de commissie veel vragen gesteld over mogelijkheden om nog beter te sturen op de woningmarkt. Ik heb bijvoorbeeld gevraagd over wat we kunnen doen voor onmisbare beroepsgroepen, over doorstroming, maar ook over voorrangsmogelijkheden voor mensen die verbonden zijn met Den Haag, zodat die hier kunnen blijven wonen. Ik begrijp dat we dat gesprek op een later moment zullen gaan voeren. Dan zullen we ook aandacht vragen voor deze punten. We vinden het namelijk belangrijk dat het zorgvuldig en goed wordt uitgezocht en dat, zoals de heer Mekers ook al zei, het ook juridisch houdbaar is en we niet nog een keer door de rechter worden teruggefloten. Mijn fractie begrijpt de zorg over ongebreidelde verkamering en te veel druk op de voorzieningen. Ik zie alleen niet dat het probleem zo urgent is en dat er binnen een jaar heel veel woningen en grote flats uit de grond gestampt zullen worden. Ik maak me meer zorgen over het risico dat het helemaal niet voor elkaar komt. Als het gaat om verkamering voor studentenhuisvesting, dan vinden we belangrijk dat we dat gedegen onderzoeken en bij de woonvisie gaan bespreken.

Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Er liggen inzake de technische wijziging van de Huisvestingsverordening toch twee amendementen, omdat er zorg bestaat over de huidige maatregelen - dat zijn er drie - die gelden voor beperkingen op de kamerbewoning. Dat betreft een beperking op basis van leefbaarheid: in een aantal wijken wordt niet meer verkamerd op basis van leefbaarheid. Dat betreft de WOZ-waarde, die maakt dat middeldure en goedkope woningen zijn beschermd en de 81

wijken die daaronder vallen. Dat geldt op basis van een percentage. In de commissie werd door het Wijkberaad Bezuidenhout de zorg ook geuit dat in Bezuidenhout daardoor mogelijk de komende periode meer ruimte zou kunnen komen voor kamerbewoning, terwijl daar nu een grens op ligt op basis van de WOZ-waarde; daar gaat het amendement van de VVD ook over. Ik kan u garanderen dat voor vaststelling van de nieuwe Huisvestingsverordening er geen sprake zal zijn van meer ruimte voor kamerbewoning in het Bezuidenhout dan wel in Laak; in Laak op grond van leefbaarheid, in Bezuidenhout op grond van de WOZ-waarde. Nog los van het tempo waarmee de nieuwbouw in het CID tot stand komt, zal dat niet voor het vaststellen van een nieuwe Huisvestingsverordening meer ruimte voor kamerbewoning geven. Dat maakt de beide voorstellen die hier liggen, van de Partij voor de Dieren en de VVD, op dit moment ook niet noodzakelijk, nog los van het feit dat het juridisch ingewikkeld zal zijn. Maar daar gaan wij - dat doe ik ook graag - onderzoek naar doen om dit vast te leggen. Dat heeft met de peildata te maken. Het heeft ook te maken met de vraag wat je onder nieuwbouw schaart. Is het een jaar na oplevering nog steeds nieuwbouw en heeft het dan nog die werking? Daar zullen we naar moeten kijken. Maar ik heb uw zorg gehoord.

Als je normen hanteert, zorg er dan ook voor dat langjarig duidelijk is of die beperking geldt en dat daar niet al te veel fluctuaties in komen. Ik ben graag bereid dat zeg ik graag toe - om dit mee te nemen naar de discussie die we met elkaar gaan voeren over de fundamentele herziening van de Huisvestingsverordening, die ik, zeg ik ook tegen de heer Mekers, uitvoerig met u wil bespreken en voorbereiden, want ik vind het heel erg belangrijk dat we dat goed samen doen. Daar ga ik u uiteraard ook heel goed in meenemen.

Rutger de Ridder (VVD). Ik heb eerst een vraag over dat garanderen. Ik denk dan gelijk: hoe? Dat is misschien wat kort door de bocht. Misschien kan de wethouder dat iets meer uitleggen?

Wethouder Balster (PvdA). Voor zover het gaat om de WOZ-waardestijging, is niet de verwachting dat binnen afzienbare tijd die waarden dermate zullen stijgen dat we boven de grens van die middeldure woningen uitkomen en dat daarmee meer ruimte voor kamerbewoning ontstaat. De percentagegrens zou kunnen wijzigen door een hoeveelheid nieuwbouw, maar ook dat zal niet aan de orde zijn binnen de termijn die we met elkaar nemen om tot een nieuwe verordening te komen. Ik zou de afwegingen die we daarin met elkaar willen maken, ook echt even willen bewaren tot het moment dat we in de volle breedte spreken over de noodzakelijke wijzigingen in de Huisvestingsverordening.

Rutger de Ridder (VVD). Mijn tweede vraag gaat over het meenemen in de discussie omtrent de woonvisie. Kan ik het zo opvatten dat de wethouder het niet alleen meeneemt, maar die ook inzet in zijn woonvisie? Dus zijn inzet in het college en naar de raad, van: we gaan de regel meenemen zoals die nu is, inclusief wat de geest van mijn amendement behelst?

82

Wethouder Balster (PvdA). De achtergrond van het voorstel van de heer De Ridder is dat hij wil dat helder is of de beperking die we met elkaar in sommige wijken willen, meerjarig geldt. Overigens is misschien goed om te benadrukken dat we voor dat percentage hebben gezegd dat we dat voor een periode van vier jaar vastklikken, zodat we niet elk jaar opnieuw hoeven te kijken hoe het met dat percentage gaat. Dat is op basis van een motie uit uw raad. Ik ga graag kijken hoe we dat kunnen doen, zodat in ieder geval enige tijd duidelijk is in welke wijken er wel en in welke wijken er niet ruimte is. Maar ik heb deze zorg goed begrepen. We gaan daarnaar kijken in het fundamentele debat over de Huisvestingsverordening.

Robert Barker (PvdD). Ik had nog een vraag over de garantie die de wethouder geeft. Geldt die voor alle centrumwijken, dus voor alle wijken in het CID?

Wethouder Balster (PvdA). In het CID verwachten wij geen wijzigingen in de wijken waar nu geen kamerbewoning wordt toegestaan.

Robert Barker (PvdD). Ik heb geleerd altijd goed op te letten wat nou precies gezegd wordt. De wethouder zei eerst 'garantie' en nu zegt hij 'verwachten'. Bedoelt de wethouder te zeggen dat hij een garantie geeft dat in de CID-wijken geen verkamering wordt toegestaan de komende tijd?

Wethouder Balster (PvdA). Ja, dat is zo. Voorzitter. Daarmee heb ik beide amendementen gepreadviseerd en hoop ik dat de indieners op basis van mijn preadvies besluiten om de amendementen aan te houden tot de inhoudelijke herziening van de Huisvestingsverordening. Anders moet het college beide amendementen ontraden.

Robert Barker (PvdD). Ik snap niet helemaal waarom de amendementen worden ontraden. De wethouder zegt iets over juridisch, maar het is toch gewoon een technische wijziging van hoe je bepaalt wat die 5% is? Als we die 5% kunnen vaststellen, kunnen we ook bepalen hoe die 5% wordt vastgesteld.

Wethouder Balster (PvdA). Dat kan natuurlijk, maar we hebben bij dat percentage te maken met een noemer- en een tellereffect. U bent bang dat als het aandeel nieuwbouw toeneemt, dat iets doet met dat percentage. Maar zoals net al aangegeven, de juridische ingewikkeldheid zit in hoe je dat vervolgens doet. Daar zullen we echt even op moeten studeren. Dat lukt niet in de twee, drie dagen tussen de aankondiging van uw amendement en vandaag. Want nieuwbouw is vandaag nieuwbouw, maar is het dat volgend jaar nog, en is het dat over drie of vier jaar nog? Of telt het dan mee als bestaande bouw? We zullen moeten nadenken over wat het dan vervolgens doet. Maar nogmaals, ik heb uw achterliggende gedachte heel goed gehoord, dat we ervoor moeten zorgen dat het gedurende enige tijd, 83

behoorlijke tijd wel duidelijk moet zijn in welke wijken er wel of geen ruimte voor kamerbewoning kan zijn.

Robert Barker (PvdD). Ik had niet het idee dat het zo'n ingewikkeld punt was van nieuwbouw. Wat mij betreft is het amendement duidelijk. Het gaat om alles wat nu plaatsvindt in het CID. Dat is volgend jaar nog steeds nieuwbouw volgens deze bepaling. Maar ik heb dan een andere vraag. De wethouder zegt dat hij met een nieuw voorstel komt. Vindt in dat nieuwe voorstel de aanpassing van die 5% plaats om dit probleem aan te pakken?

Wethouder Balster (PvdA). Wij gaan in het nieuwe voorstel natuurlijk alle spelregels ten aanzien van kamerbewoning, splitsing, alles wat te maken heeft met het voorraadbeleid, tegen het licht houden, met het oog op de ontwikkelingen die er nu eenmaal zijn. Ik vat de beide amendementen op als het signaal dat we ervoor zorgen dat we niet elk jaar opnieuw een verschuiving in die wijken krijgen, waar wel dan wel geen kamerbewoning wordt toegestaan. Dat zal ik daarbij betrekken.

De voorzitter. Meneer Barker voor de laatste maal.

Robert Barker (PvdD). Betekent dit dat u sowieso zo'n type amendement in het nieuwe voorstel doet? Of betekent dit dat ik moet afwachten wat het voorstel is en dan maar moet hopen dat u er iets mee heeft gedaan? Anders hebben we weer precies dezelfde discussie. Deze discussie hebben we natuurlijk ook een paar jaar geleden al gehad.

De voorzitter. Probeer via de voorzitter te spreken. Dat praat toch net wat makkelijker.

Wethouder Balster (PvdA). De heer Barker heeft even geduld nodig, maar hij kan gerust gaan slapen. Voorzitter. Ik kom daarmee op de nog gestelde vragen dan wel oproepen. De heer Thepass heeft gevraagd om richting de fundamentele herziening te zorgen voor een verstandig evenwicht tussen waar het wel en niet is toegestaan. Ik denk dat we ook met elkaar een debat krijgen onder welke voorwaarden, welke kwaliteitsvoorwaarden je kamerbewoning wel toestaat en niet. En zeker, er is ook een heel grote behoefte aan studentenhuisvesting. Er ligt ook een coalitieakkoord waar we naar kijken. Dat zeg ik ook richting mevrouw De Groot over de noodzaak voor kamerbewoning. De heer Mekers heeft, gaf ik net al aan, gevraagd om de raad goed te betrekken bij de fundamentele herziening. Dat gaan we zeker doen. Voorzitter, ik denk dat ik daarmee de resterende vragen van de raad heb beantwoord.

De voorzitter. Ja, ik zie verder ook geen vragen meer. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. 84

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter. We stemmen aan het einde van de vergadering.

-

Afronding debat commissies.

Aan de orde is:

N.

Voortgangsbrief subsidiebestel Cultuur en proces MJB 2025-2028 (RIS315150).

De beraadslaging wordt geopend.

Leonie Gerritsen (PvdD). Voorzitter. Ik zal eerlijk zeggen dat ik me zorgen maak om het nieuwe cultuurplan. Dat heeft natuurlijk direct te maken met het kleine drama dat zich heeft afgespeeld rond het vorige cultuurplan. We weten ook allemaal dat er eigenlijk te weinig budget is om de huidige cultuursector staande te houden, laat staan dat er ook nog eens extra ruimte is voor verjonging, vernieuwing en experimenten. Dat betekent dus dat er moeilijke keuzes gemaakt moeten worden. De vorige periode zouden tientallen Haagse instellingen hun subsidie hebben verloren als de gemeenteraad achteraf niet had ingegrepen. Rechtszaken volgden. Zowel de sector als de raad en het college hielden er een klein trauma aan over. Maar toen ik de procesbrief las, zag ik dat de raad niet méér betrokken wordt, maar minder. Door te kiezen voor een tenderprocedure valt er niets meer te redden achteraf. Het voelde een beetje als een bedrijf dat heel veel klachten had gehad en om het klachtenprobleem op te lossen, dan maar het klachtenloket weghaalt. Dat kan beter. Daarom dien ik een aantal moties in. De eerste: verzoekt het college in het MJB-proces een integraal afwegingsmoment met de raad in te bouwen om te voorkomen dat na de uitspraak van de adviescommissie een grote kaalslag valt in de culturele sector. Die dien ik in met Coen Bom van Hart voor Den Haag.

Ook vindt mijn fractie het belangrijk dat de adviescommissie eerder aan de bel trekt wanneer zij potentiële problemen ziet bij het uitvoeren van het beleidskader, bijvoorbeeld dat er echt een kaalslag zal vallen in de sector of in een bepaalde kunstendiscipline. De motie: verzoekt het college om de voorzitter van de adviescommissie te verzoeken dat op het moment dat hij constateert dat er een kaalslag valt of er potentiële problemen zijn als gevolg van het beleidskader, hij tijdig de wethouder informeert, zodat de wethouder daarover met de raad in overleg kan. Deze dien ik in met Hart voor Den Haag, GroenLinks, VVD, PvdA, D66 en de SP.

85

Dan fair pay: we willen dat de mensen in de culturele sector ook fatsoenlijk betaald worden. Maar deze sector kan zich dat niet veroorloven. Als we als gemeente fair pay willen, dan zullen we daar ook gewoon de portemonnee voor moeten trekken. Andere steden, zoals Rotterdam en Nijmegen, gingen ons al voor met een vanzelfsprekendheid die ik echt mis in Den Haag. Vandaar de motie: verzoekt het college bij het maken van de begroting 2024 geld vrij te maken voor een structurele fair pay-toeslag voor middelgrote en kleine culturele instellingen - dat houdt in: onder € 1 mln. aan subsidieaanvraag - buiten het cultuurbudget. Deze dien ik in met Hart voor Den Haag.

Sebastian Kruis (PVV). Ik vind het vrij prematuur om nu al te zeggen dat de gemeente daarvoor financieel aan de lat moet staan. Wie zegt dat die instellingen daar zelf niet iets aan kunnen doen? Waarom moet daar direct weer de belastingbetaler voor opdraaien?

Leonie Gerritsen (PvdD). Het staat u vrij om tegen deze motie te stemmen, meneer Kruis.

Sebastian Kruis (PVV). Dat is een heel makkelijk en snel antwoord op een heel serieuze vraag. Waarom moet direct de belastingbetaler daarvoor opdraaien? Waarom wordt er niet met de instellingen overlegd of zij mogelijkheden zien om bijvoorbeeld de ticketprijzen te verhogen, om maar een voorbeeld te noemen?

Leonie Gerritsen (PvdD). Volgens mij weet u ook wel, want u was bij dezelfde bijeenkomst waar ik was, dat alleen het verhogen van ticketprijzen niet gaat helpen. Een culturele fair pay-toeslag houdt ook niet in dat je het volledige bedrag bijlapt. Het betekent dat je eraan bijdraagt. Op die manier kan ook de bedrijfsvoering verbeterd worden, waardoor zo'n bedrijf ook weer meer kan verdienen. Het is dus een investering, zoals we eigenlijk alle subsidies die we hier als gemeente geven als investering zien.

Sebastian Kruis (PVV). Totaal mee oneens, want ik vind het heel vroeg in de discussie, aangezien fair pay pas net echt goed op ons netvlies staat, om nu al direct te zeggen: dan gaan we direct de instellingen allemaal geld geven en dan hopen we dat ze daarna ook een duit in het zakje doen. Dat maakt lui, mevrouw Gerritsen. Dat weten mensen die ooit in de private sector hebben gewerkt.

Leonie Gerritsen (PvdD). Als het nu pas op uw netvlies staat, dan heeft u, denk ik, niet zo goed opgelet. Heel veel andere gemeenten hebben het intussen allang ingevoerd. Ik refereer nogmaals aan Rotterdam en Nijmegen, die dit allang in de begroting hebben opgenomen. We hebben er ook al meerdere onderzoeken naar gedaan. U kunt ze teruglezen op het RIS. Als het bij u nog niet op het netvlies staat, dan zou ik zeggen: lees het nog eens een keer.

86

De voorzitter. Door mevrouw Gerritsen, daartoe gesteund door mevrouw Arp en de heer Bom, worden de volgende moties (N.1 PvdD en N.2 PvdD) ingediend:

Motie N.1 PvdD Fair Pay toeslag voor culturele instellingen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 mei 2023, ter bespreking van voortgangsbrief subsidiebestel Cultuur en proces MJB 2025-2028. Constaterende, dat: • uit onderzoek is gebleken dat er extra middelen nodig zijn om een eerlijke beloning in de Haagse cultuursector mogelijk te maken; • onderzoek ook concludeert dat het implementeren van de Fair Practice Code zonder het cultuurbudget te verhogen, dit zal leiden tot een vermindering van het culturele aanbod in Den Haag; • Rotterdam de Fair Practice Code opneemt in hun cultuurbeleid, wat heeft geresulteerd in een Fair Pay toeslag van € 2,75 miljoen vanuit de gemeente. Overwegende, dat: • in het coalitieakkoord wordt onderstreept dat Den Haag toewerkt naar de toepassing van de Fair Practice Code; • de Fair Pay toeslag bekostigen uit het cultuurbudget zou betekenen dat er gekort moet worden op het aantal instellingen of op de culturele output die zij kunnen leveren; • de kosten van Fair Pay niet volledig op de schouders van de culturele sector kunnen worden afgewenteld; • in de Jaarrekening 2022 een groot financieel overschot te zien is.

Verzoekt het college: • bij het maken van de begroting 2024 geld vrij te maken voor een structurele Fair Pay toeslag voor middelgrote en kleine culturele instellingen (< € 1 mln subsidieaanvraag), buiten het cultuurbudget. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie N.2 PvdD Integraal afwegingsmoment met de raad De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 mei 2023, ter bespreking van voortgangsbrief subsidiebestel Cultuur en proces MJB 2025-2028. Overwegende, dat: • in de voortgangsbrief subsidiebestel duidelijk wordt gemaakt dat de raad na het advies van de adviescommissie géén afzonderlijke individuele subsidiebesluiten kan maken (de subsidieverdeling wijzigen). • bij het MJB proces in de vorige periode er veel mis ging, wat voor zowel de sector als ook voor raad en college veel spanning heeft veroorzaakt. Constaterende, dat: • door te kiezen voor deze subsidietenderprocedure, er geen mogelijkheid meer is voor de raad om bij te sturen op de gevolgen van de uitspraak van de adviescommissie; • er geen moment lijkt te zijn waarbij een integrale afweging wordt gemaakt waarbij de raad wordt betrokken.

87

Verzoekt het college: • in het MJB-proces een integraal afwegingsmoment met de raad in te bouwen om te voorkomen dat na de uitspraak van de adviescommissie een grote kaalslag valt in de culturele sector. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Gerritsen, daartoe gesteund door de heer Bom, de heer De Vuyst, de heer Uduba, mevrouw Holman, de heer Van Esch en mevrouw Arp, wordt de volgende motie (N.3 PvdD) ingediend:

Motie N.3 PvdD Noodrem voor kaalslag in de cultuursector De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 mei 2023, ter bespreking van voortgangsbrief subsidiebestel Cultuur en proces MJB 2025-2028. Constaterende, dat: • in de voortgangsbrief subsidiebestel duidelijk wordt gemaakt dat de raad na het advies van de adviescommissie géén afzonderlijke individuele subsidiebesluiten kan maken (zoals de subsidieverdeling wijzigen). • bij het MJB proces in de vorige periode er veel mis ging, wat voor zowel de sector als ook voor raad en college veel spanning heeft veroorzaakt. Overwegende, dat: • de adviescommissie tijdens het proces van beoordeling al kan inschatten of er potentiële problemen zijn bij het uitvoeren van het beleidskader, zoals een grote kaalslag in de hele culturele sector, of een bepaald kunstdiscipline; • de gemeenteraad heeft aangegeven beter betrokken te willen worden als er grote risico’s zijn voor de sector. Verzoekt het college: • om de voorzitter van de adviescommissie te verzoeken dat op het moment dat hij constateert dat er een kaalslag valt of er potentiële problemen zijn als gevolg van het beleidskader, hij tijdig de wethouder informeert, zodat de wethouder daarover met de raad in overleg kan. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging.

Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter. Ik denk dat we aan het begin staan van een proces als het gaat om de toewijzing van de kunstsubsidies. Ik heb de vorige keer veel complimenten gekregen voor onze toch unieke inbreng die we daarbij hebben geleverd, want we zijn, zoals u weet, principieel tegen kunst- en cultuursubsidies. Maar ik heb ook wel bedacht dat ik in het kader van 'je bent er toch' actief wil meedenken over hoe we de subsidies beter kunnen besteden en hoe we de culturele sector bruisender kunnen maken. Iedereen denkt dat de culturele sector bijna terminaal aan het subsidieinfuus hangt, maar dat is natuurlijk niet zo. Ik zeg altijd: als de subsidie stopt, dan ga je pas echt

88

ondernemen, dan ga je pas echt verdienen. Ik heb het al heel vaak betoogd. U weet het als geen ander, voorzitter. Ik zie ook een blik van herkenning. Dat doet mij dan ook weer deugd. Maar ik heb dus wel een motie voorbereid. Die gaat eigenlijk over het eindstation van dit hele proces. Ik wil dat er eerder duidelijkheid is over de toewijzing van kunstsubsidies. We zien namelijk dat het hele traject nu van de grond komt en dat we straks ook debatten gaan krijgen over subsidievoorwaarden et cetera. Uiteindelijk kom je dan op het beslispunt waar de wethouder haar keuzes gaat maken welke instellingen wel of niet in aanmerking komen voor subsidies. Ik zou graag willen dat dat moment naar voren wordt gehaald. Nu zie je dat het heel kort op het nieuwe jaar gaat plaatsvinden. Dan hebben instellingen die mogelijk buiten de boot gaan vallen eigenlijk te weinig tijd om hun financiën op orde te krijgen. Dat zou elke bedrijfsaccountant ook zeggen. Dus als elke bedrijfsaccountant dat zegt, dan ik zeker, want uiteindelijk is dat ook gewoon onderdeel van goed, verantwoord financieel beheer van je instelling. Mijn motie: verzoekt het college te onderzoeken of de datum waarop de subsidies uiterlijk worden toegekend naar voren gehaald kan worden teneinde de bedrijfsvoering van de instellingen te vergemakkelijken.

De voorzitter. Door de heer Kruis wordt de volgende motie (N.4 PVV) ingediend:

Motie N.4 PVV Eerder duidelijkheid over toewijzing kunstsubsidies De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 25 mei 2023, ter bespreking van Voortgangsbrief subsidiebestel Cultuur en proces MJB 2025-2028 (RIS315150) Verzoekt het college: • te onderzoeken of de datum waarop de subsidies uiterlijk worden toegekend naar voren gehaald kan worden ten einde de bedrijfsvoering van de instellingen te vergemakkelijken. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.

Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Dank, leden van de raad. Zoals de heer Kruis al zei, zijn we aan het begin van een fase. Het college heeft u een brief gestuurd om duidelijk aan te geven, ook na de evaluatie die over de vorige periode gedaan is, hoe we omgaan met de aanbevelingen die daaruit voortkwamen. Wat vraagt ook de wet- en regelgeving van ons? Hoe proberen we zo veel mogelijk in de pas te lopen met het Rijk en andere grote steden? Want er zijn ook een hoop instellingen die zowel op rijksniveau als op gemeentelijk niveau aanvragen. Dat heeft geleid tot deze brief, waarin we de ruimte en de werkwijze schetsen voor de komende tijd. Er komen de komende weken een heleboel mooie, belangrijke stukken aan waarover we uitgebreid met elkaar van gedachten zullen wisselen. U heeft ook nog een gesprek met de adviescommissie. Ik denk dat dat ook een moment is om over

89

mogelijke zorgen te spreken. Maar ook stelt u het beleidskader vast. Dat is een heel belangrijk moment. Ik wil graag even ingaan op de moties die er liggen. Ik begin met de motie van de Partij voor de Dieren over het integraal afwegingsmoment met de raad. Mevrouw Gerritsen maakt zich zorgen over een grote kaalslag. Ik vind dat heel naar om te horen. We weten wel allemaal dat dit een spannend proces is voor veel instellingen, dat er altijd geld te weinig is, maar tot nu toe zijn we dit heel zorgvuldig aan het opbouwen in overleg met de sector. Het is ook goed dat we nog gesprekken voeren over het beleidskader, om daarin zo goed mogelijk te overzien of we het goed inrichten, of we de goede opdracht hebben gegeven aan de adviescommissie, of we de goede kaders hebben waarbinnen men kan aanvragen, hoe we kunnen behartigen dat alle sectoren goed aan bod komen, dat er een goed evenwicht is tussen groot en klein en dat er ook toetreders kunnen zijn. Ik vind het dus wat moeilijk om te praten op basis van een uitgangspunt dat het wel weer niet goed zal gaan. Dat proef ik een beetje daarin. Dat vind ik jammer. Wat betreft deze motie zelf: de uitvoering vraagt om in het proces te treden in de rol van of naast de adviescommissie. Ik vind het wel heel ingewikkeld om hun werk nog eens over te gaan doen of te beschouwen hoever men is, terwijl er nog geen besluit is genomen.

Ik vind dat een lastig punt. Dat vind ik minder over die andere motie die er ligt. Die past namelijk wel binnen het kader. Daarin zegt u: als de adviescommissie het gevoel heeft dat ondanks dat alles goed voorbereid is, er toch gekke dingen gebeuren, meldt dat en dan kunnen we kijken wat er nodig is. Daar heb ik geen problemen mee.

De voorzitter. Daar even een punt zetten, want mevrouw Gerritsen heeft nog een interruptie, en misschien wel op het vorige punt. Gaat uw gang.

Leonie Gerritsen (PvdD). Wethouder Bruines stelt: u gaat ervan uit dat het niet goed gaat. Dat wil ik even corrigeren. Ik hoop natuurlijk dat het heel goed gaat; nieuw plan, nieuwe kansen. Ik wil er echt wel van uitgaan dat we met zijn allen er wat moois van gaan maken. Maar ik hoop dat zij me wel vergeeft, met in ons achterhoofd dat de vorige keer, ondanks ook heel veel goede voorbereiding, ook dingen zijn misgegaan, dat het gewoon prettig voelt om een reddingsvest klaar te hangen, voor de zekerheid.

Wethouder Bruines (D66). In dat kader kan het college de motie die u heeft ingediend, Noodrem voor kaalslag in de cultuursector, steunen en aan de raad laten. De motie die u heeft ingediend over het integraal afwegingsmoment wil ik echt ten sterkste ontraden. Ik wil nog iets zeggen over de tenderprocedure, want daar heeft het mee te maken. Er staat dat we kiezen voor een tenderprocedure. Het college is van mening dat dit eigenlijk bijna niet anders kan, omdat het hier gaat om subsidies, financiën, die in feite een schaars goed zijn. Je kan een subsidie maar op drie manieren verdelen. Dat kan met een loting. Dat kan met wie het eerst komt, wie het eerst 90

maalt. Dat doen we met een bepaald type subsidies. En het kan met een subsidietender. Dat doen we ook voor een heleboel subsidies binnen deze gemeente. Daarmee creëer je zo goed mogelijk een level playing field en gelijke kansen voor iedereen. Daar zullen we bij het beleidskader nog uitgebreider over verder kunnen spreken. Maar deze motie wordt dus ontraden. Met de motie over de noodrem kan het college leven.

Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik hoor de wethouder zeggen dat we nog verder te spreken komen over de subsidietenderprocedure. Ik vond het trouwens interessant dat u die zo noemde. We zitten daar wel inderdaad naar te kijken. We zien ook dat er jurisprudentie is. Maar wij volgen het nog niet helemaal. Als er dan toch later nog op teruggekomen wordt, kan er dan extra aandacht komen om helder uit te leggen wat er precies achterligt aan keuzes? Want het kwam in eerste instantie op ons over dat je kunt kiezen tussen subsidie en aanbesteden en dat we kiezen voor aanbesteden. Maar ik hoor nu het woord 'subsidietender' en ik ben niet helemaal bekend met alle jurisprudentie waarnaar wordt verwezen. Misschien kan ik de oproep doen dat u bij de volgende stap extra veel aandacht geeft aan uitleggen waarom we voor die tender kiezen en wat die behelst. Sorry voor de lange interruptie.

Wethouder Bruines (D66). Het is niet helemaal zoals de heer De Vuyst het nu zegt. We moeten eigenlijk die tenderprocedure volgen als we subsidie hebben. We hebben een bepaald bedrag en een heleboel instellingen. Je moet zoeken naar een manier om het zo eerlijk mogelijk te verdelen binnen de inhoudelijke kaders die je als gemeente wil, met de inhoudelijke prioriteiten en wensen. Dat kan van alles zijn. Daar gaan we met elkaar over spreken bij het beleidskader. Dus dan gaat het over: hoe ga je om met grote instellingen, hoe ga je om met kleintjes, wat doe je met de middenmoot, met verschillende sectoren, wat vinden we dat we eigenlijk moeten vragen aan de instellingen op het gebied van inclusiviteit, vernieuwing of samenwerking? Allemaal van dat soort aspecten. Dat is een heel belangrijk moment, want daarin moeten we aan de sector meegeven: verhoud je tot elkaar en maak een aanvraag. We stellen dan de vraag aan de onafhankelijke adviescommissie met deskundige mensen daarin: adviseer ons, binnen de financiële en inhoudelijke kaders die we aan u meegeven en binnen het samenstel van het totale culturele veld, welke instellingen positief gehonoreerd moeten worden. Dat gaat dan op basis van een prioriteitenlijst. En dan ergens stopt het, omdat het geld op is. Daar zit dan de zogenaamde zaaglijn.

Dat is de procedure die we bijvoorbeeld ook volgen bij de welzijnssubsidies en dat soort dingen. Dat is wel het meest eerlijk, want je geeft iedereen een gelijke kans om dat te doen. Het is dus niet zo dat we nu nog een uitgebreide discussie gaan voeren of we zullen tenderen of gaan loten. Het lijkt me ook helemaal niet zo handig om te gaan loten. Of ook niet wie het eerst komt, wie het eerst maalt, want je wil de afweging kunnen maken op basis van inhoud. Dat is het proces dat we gaan volgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12936411/3