RIS315969 Bijlage 1
Tekst van het document
Afbeelding 5.9.2: te verwachten winklimaat bij een RVB toren van 76 meter (bron: Peutz) Uit de berekeningen volgt dat er in het gebied rondom de nieuwbouw een locatie bevindt waar een beperkt risico op windgevaar te verwachten is. Deze is aangegeven met B.R. Ter hoogte van de gebouwentrees geldt dat over het algemeen sprake is van een goed windklimaat. Allen in de noordwesthoek, bij de entree van de ANWB is sprake van een matig windklimaat. Toevoeging van een luifel blijkt geen meerwaarde te hebben. Wel kan door vegetatie de situatie worden verbeterd. 5.9.2.3 Conclusies Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: In de huidige situatie is sprake van een matig tot slecht windklimaat en lokaal een beperkt risico. Na realisatie van de beoogde ontwikkeling verandert het windklimaat als gevolg van de hogere bebouwing op deze locatie. Het te verwachten windklimaat rondom de geplande bebouwing is overwegend goed voor doorlopen. Ter plaatse van de noordwesthoek van het ANWB gebouw is er in de huidige situatie al plaatselijk sprake van een matig windklimaat. Na realisatie van bebouwing treedt een beperkte verslechtering van het windklimaat op, waardoor het gebied met een matig windklimaat voor doorlopen (slecht voor slenteren) iets groter wordt.
De verwachting is echter dat, gezien het huidige windklimaat, een matig windklimaat voor doorlopen in de geplande situatie niet te voorkomen is. Met behulp van begroeiing kan het windklimaat op deze hoek sterk worden verbeterd. Ter plaatse van de zuidwesthoek van het ANWB gebouw is het windklimaat in de geplande situatie vergelijkbaar met het windklimaat in de huidige situatie, namelijk plaatselijk slecht met een beperkt risico op windgevaar. Uit de resultaten van de huidige situatie blijkt dat de windhinder in dit gebied voor een groot deel afkomstig is van de bestaande bebouwing van CAK, waardoor het effect van het
78
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
optimaliseren van de geplande ANWB bebouwing naar verwachting relatief beperkt zal zijn. Een effectieve maatregel is het ontoegankelijk maken van delen van het gebied waar de hoogste windhinderkansen optreden, bijvoorbeeld met behulp van de groeninrichting en het aanbrengen van windbestendige, bladhoudende of meerstammige begroeiing. Voor het pocketpark gaat een vergelijking met de huidige situatie niet op. Het gehele pocketpark kent een windklimaat dat goed is voor doorlopen. Voor slenteren is het gebied gedeeltelijk slecht, dit gaat om de zone bij de doorgang tussen CAK en ANWB . Een groot deel van het park (dichter tegen de bebouwing aan) is goed voor slenteren/ langdurig zitten. Dat kan geoptimaliseerd worden met groen/afscherming. Uiteindelijk dient er bij de inrichting van het pocketpark rekening te worden gehouden met de inzichten van het onderzoek, waarbij van belang is dat de natuurlijke gebruiksmomenten van het park niet samenvallen met ongunstige weersomstandigheden. Voor windgevoelige functies, zoals gebouwentrees is het criterium slenteren van toepassing. Geadviseerd wordt gebouwentrees te plaatsen op locaties waar sprake is van een goed windklimaat. Mocht een entree toch gepland zijn op een locatie waar het windklimaat matig of slecht is, worden lokale windafschermende maatregelen geadviseerd.
Wat het winklimaat, alsmede de kans op windgevaar, betreft zijn de verschillen tussen de maximale invulling van het plan en de onderzochte alternatieve bebouwingssituaties relatief beperkt. Uitwerking van de plannen en beperkingen in het kader van de stedenbouwkundige samenhang maken dat de ambitie zoals vastgelegd in de NvU voor de zijde Julia van Stolberglaan niet haalbaar is bij het ANWB bouwplan. De opgenomen ambitie – 'slenter gebied' – is hoger dan gebruikelijke normen voorschrijven. Het windhinderonderzoek laat wel zien dat de gebruikelijke norm voor doorlopen gehaald wordt. Ook is mogelijk met ingrepen in de openbare ruimte, middels groen, plaatselijk het windhinderklimaat te verbeteren. Voor het pocketpark is in de NvU de ambitie 'langdurig verblijf' opgenomen. Het bijbehorende windklimaat wordt ook in een groot deel van het pocketpark bereikt. Voor een klein deel is dit niet het geval, dit hangt samen met de reeds aanwezige bebouwing van het CAK. Met de inrichting van het park kan hier op worden ingespeeld, zodat verblijfsplekken op de beste plekken worden gerealiseerd. Gegeven de programmatische en stedenbouwkundige uitgangspunten voor de locatie worden de gevolgen voor het windklimaat acceptabel geacht. Het plangebied bevindt zich in het Central Innovation Districht (CID), economisch topmilieu van Den Haag waar de gemeente intensief gaat verdichten.
Het gaat om een omvangrijke toevoeging van kantoorvolume en plintvoorzieningen in het kantorendistrict Beatrixkwartier. Het windhinderklimaat in het plangebied kan nog verder beïnvloed worden door de vormgeving van het gebouw en de inrichting van het pocketpark. Met het oog hierop is in de planregels opgenomen dat bij de aanvraag bouwvergunning een geactualiseerd windhinderrapport wordt aangeleverd. In de regels is ook opgenomen dat de gemeente aanvullende eisen kan stellen met het oog op de gevolgen met betrekking tot windhinder.
5.9.3
Bezonning
5.9.3.1 Algemeen De realisatie van bouwwerken kan gevolgen hebben voor de schaduwwerking in de omgeving. Binnen Nederland worden er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Gemeenten zijn dus vrij om hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. Gemeente Den Haag sluit grotendeels aan op de 'lichte TNO-norm'. De Haagse bezonningsnorm gaat er vanuit dat de ondergrens op tenminste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober, uitgaande van een zonhoogte van meer dan 10 graden, moet liggen. In afwijking van de lichte TNO-norm is in de Haagse norm de bezonning van gevels maatgevend, onafhankelijk van de plaats van de ramen. De Haagse bezonningsnorm is van toepassing op de omgeving van de te realiseren nieuwbouw en geldt voor bouwwerken vanaf een hoogte van 25 meter of indien de nieuwbouw ten minste 1,5 maal hoger is dan de gemiddelde hoogte van de omgeving.
79
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
5.9.3.2 Nota van Uitgangspunten en motie 'Laat de zon schijnen in het Bezuidenhout' Tijdens de bespreking van de 'Nota van Uitgangspunten Koninklijk Conservatorium locatie' op 10 februari 2022 is de motie 'Laat de zon schijnen in het Bezuidenhout' aangenomen. De strekking van de motie is dat er in de huidige situatie drie woningen onder de bezonningsnorm vallen en als gevolg van de plannen voor sloop-nieuwbouw nog eens vijf woningen extra onder de bezonningsnorm komen te vallen. De raad heeft middels de motie het college opgeroepen 'de bezonning van woningen die met de huidige bebouwing en in de voorliggende ontwerpen onder de gemeentelijke criteria (dreigen te) vallen zoveel mogelijk te verbeteren in de volgende fase van de planuitwerking, deze verbeteringen te onderbouwen en te rapporteren aan de gemeenteraad. Het college heeft hierop gereageerd en aangegeven dat in de volgende fase van de planontwikkeling (het verder uitwerken van de plannen en het doorlopen van de ruimtelijke procedure), nader onderzocht zal worden welke vorm en positie van de toren zo min mogelijk bezonningsimpact heeft voor omwonenden. 5.9.3.3 Bezonningsonderzoek Peutz heeft in opdracht van Provast/ het Rijksvastgoedbedrijf bezonningsonderzoek uitgevoerd. In deze paragraaf is een samenvatting van het onderzoek opgenomen. Het volledige onderzoek is als Bijlage 17 opgenomen.
Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van 3D-computermodellen van de geplande bebouwingssituatie voor de bebouwing van ANWB en het Rijksvastgoedbedrijf. Deze bebouwing komt overeen met de maximale invulling op basis van de Nota van Uitgangspunten. Daarnaast is voor de ontwikkeling van het Rijksvastgoedbedrijf een variant met een bouwhoogte van 75 meter beschouwd en het geplande ontwikkelmodel met een bouwhoogte van 76 meter beschouwd. Begroeiing is in het onderzoek niet meegenomen, omdat dit op de toetsingsdatum (19 februari) nauwelijks schaduw geeft. Het onderzoeksgebied is bepaald door het theoretisch schaduwbereik van de geplande bebouwing op de toetsingsdag 19 februari, begrenst tot een afstand van drie maal de hoogte van de bouwdelen. De bezonningssituatie voor de geplande situatie is vergeleken met de huidige situatie. Hieruit volgt dat er in de huidige situatie bij 31 woningen niet wordt voldaan aan het huidige bezonningsbeleid. Als gevolg van de geplande bebouwing is bij 6 van deze woningen een verdere afname van de bezonning op de toetsingsdatum vastgesteld (deze punten zijn in onderstaande afbeelding blauw gemarkeerd). Op deze posities neemt de bezonning die in de huidige bebouwingssituatie reeds onder de normwaarde ligt, beperkt af.
Daarnaast zijn er 8 woningen die in de huidige bebouwingssituatie wel 2 uur zon krijgen en door de schaduwwerking van de nieuwbouw niet meer aan deze eis voldoen (de rode punten in onderstaande afbeelding).
80
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
Afbeelding 5.9.3: resultaten bezonningsonderzoek ter plaatse van meest relevante meetpunten bij maximale invulling (91 meter model) (bron: Peutz) Wanneer een alternatief bouwvolume van 75 meter wordt onderzocht is bij 6 van de 31 woningen, waar in de huidige situatie al niet voldaan wordt aan de bezonningsnorm, sprake van een verdere afname van de bezonning op de toetsingsdatum vastgesteld (deze punten zijn blauw gemarkeerd in afbeelding 5.9.4). Daarnaast zijn er 5 posities die in de huidige bebouwingssituatie wel 2 uur zon krijgen en door de schaduwwerking van de nieuwbouw van 75 meter hoog niet meer aan deze eis voldoen (deze punten zijn rood gemarkeerd in afbeelding 5.9.4).
81
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
Afbeelding 5.9.4: resultaten bezonningsonderzoek alternatief bouwvolume (RVB toren van 75 meter) ter plaatse van meest relevante meetpunten (bron: Peutz). Ten opzichte van de resultaten voor het maximale bouwvolume wordt hiermee voor 3 posities meer voldaan aan de bezonningsnorm. De posities waar nu wel wordt voldaan betreft een drietal woningen aan de Theresiastraat zoals omcirkeld in afbeelding 5.9.4.
82
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
Afbeelding 5.9.5: resultaten bezonningsonderzoek bouwvolume RVB toren 76 meter ter plaats van meest relevante meetpunten (bron: Peutz) Als naar de huidige situatie wordt gekeken, blijkt dat bij 31 woningen niet wordt voldaan aan het gemeentelijk bezonningsbeleid. Als gevolg van de geplande bebouwing is bij 6 van deze woningen sprake van een verdere afname van de bezonning op de toetsingsdatum vastgesteld (deze punten zijn blauw gemarkeerd in afbeelding 5.9.5). Dat was ook het geval indien werd uitgegaan van het alternatieve bouwvolume (bouwhoogte RVB toren van 75 meter). Daarnaast zijn er, net als in de alternatieve bebouwingssituatie, 5 posities die in de huidige bebouwingssituatie wel 2 uur zon krijgen en door de schaduwwerking van de geplande bebouwing niet meer aan deze eis voldoen (deze punten zijn rood gemarkeerd in afbeelding 5.9.5). Aanvullende opmerkingen Om alle woningen wel aan de bezonningseis te laten voldoen, behoudens de woningen waar in de huidige situatie al niet wordt voldaan, ontstaan verregaande restricties aan het bouwvolume. Afbeelding 5.9.6 maakt deze inzichtelijk.
83
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
Afbeelding 5.9.6: maximale bouwvolume wanneer voldaan wordt aan bezonningseis (bron: Peutz) Ernst van de overschrijdingen Om een beeld van de ernst van de overschrijdingen van de bezonningsnorm bij de verschillende woningen te krijgen is voor beide varianten onderzocht wanneer er ter plaatse de woningen waar niet aan de bezonningnorm voldaan wordt en waar wel aan de bezonningsnorm wordt voldaan. Uit dit onderzoek blijkt dat er in de meest nadelige situatie tussen 19 februari en 4 april (variant 91 meter) en tussen 19 februari en 29 maart (variant 75 meter) niet aan de bezonningnorm wordt voldaan. In de meeste gevallen wordt er (veel) eerder aan de bezonningsnorm voldaan. Bij de meeste woningen wordt eind februari/ begin maart al aan de bezonningsnorm voldaan. Zie ook onderstaande tabellen.
84
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
Conclusie Geconcludeerd wordt dat door het verlagen van de hoogte van het RVB-deel van 91 meter naar 76 meter het aantal woningen waar niet aan de bezonningsnormen wordt voldaan is afgenomen. De periode waarin niet aan de bezonningsnormen wordt voldaan is in beeld gebracht. Het gaat hierbij om een periode van enkele dagen tot enkele weken. De realisatie van de RVB toren heeft invloed op de bezonningssituatie in de omgeving. Ter plaatse van de meeste omliggende woningen wordt voldaan aan de Haagse bezonningsnorm. Ter plaatse van een klein aantal woningen is sprake van een afname van het aantal uren bezonning. De bezonningsduur onder de normwaarde is het gevolg van het feit dat de woningen zich bevinden in een stedelijk gebied met veel dichte en hoge bebouwing. Het plangebied bevindt zich in het Central Innovation Districht (CID), economisch topmilieu van Den Haag waar de gemeente intensief gaat verdichten. Het gaat om een omvangrijke toevoeging van kantoorvolume en plintvoorzieningen in het kantorendistrict Beatrixkwartier. Wanneer de beperkte impact van de ontwikkeling (tussen 19 februari en 29 maart wordt niet aan de bezonningsnorm voldaan) van de RVB toren wordt afgezet tegen het belang van de realisatie van de ontwikkeling dan kan worden geconcludeerd dat de effecten op het gebied van bezonning te rechtvaardigen zijn.
85
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
86
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
Hoofdstuk 6
Overige aspecten
6.1
Archeologie en cultuurhistorie
6.1.1
Archeologie
Het plangebied heeft geen archeologische verwachting op de gemeentelijke Archeologische Waarden en Verwachtingenkaart en geen dubbelbestemming Waarde – Archeologie in het bestemmingsplan Bezuidenhout. Archeologisch onderzoek is daarom voor deze locatie niet aan de orde. 6.1.2
Cultuurhistorie
Het gebouw van het Koninklijk Conservatorium is gelegen in het Bezuidenhout en is gebouwd tussen 1976 en 1980 naar ontwerp van architect L.H.P. Waterman. Hoewel het bestaande gebouw geen beschermd monument is, bezit het wel grote cultuurhistorische waarde. In architectuur is het een krachtig voorbeeld van Post 65-architectuur en het belangrijkste werk uit het oeuvre van architect Waterman. In het Bezuidenhout is het een van de laatste gebouwen die de tijdslaag van de jaren zeventig representeert. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Rijksbeschermd stadsgezicht. Ondanks de aanwezige cultuurhistorische waarde is toch gekozen voor sloop/nieuwbouw op deze locatie. De onderbouwing hiervan is te vinden in hoofdstuk 2.
6.2
Niet gesprongen explosieven
Het plangebied is onderdeel van een deel van Den Haag dat in 2e Wereldoorlog tijdens een luchtaanval gebombardeerd is. De verwachtingskaart geeft aan dat het plangebied binnen het NGE-risicogebied valt en hierin niet geëxplodeerde explosieven aanwezig kunnen zijn. Op basis van het gemeentebrede vooronderzoek blijkt dat binnen de wijk Bezuidenhout verdachte gebieden zijn afgebakend die het plangebied van de KC-locatie volledig dekken. In onderstaande afbeelding staan de betreffende verdachte gebieden en het plangebied weergegeven.
87
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
Afbeelding 6.3.1: Planlocatie KC (zwarte contour) ten opzichte van op OO verdachte gebieden (bron: IDDS) De maximale indringingsdiepte van afwerpmunitie van 500 lb (pond) is berekend op 6,4 m-mv (ca. 5,75 m-NAP). Uit het onderzoek blijkt dat direct na de oorlog de eerste roeringen hebben plaatsvonden. De restanten van de door het bombardement en navolgende brand verwoeste woningen zijn, voor zover bekend, gesloopt tot maaiveld. Er is geen informatie beschikbaar over de verwijdering van de funderingen. Op basis van luchtfoto's uit 1946 wordt verwacht dat de bodem is geroerd tot circa 0,4 m - mv. Bij de bouw van het Koninklijk Conservatorium, eind jaren '70 tot begin jaren '80 van de vorige eeuw, zijn omvangrijke ontgravingen uitgevoerd. Het pand heeft diverse kelders en souterrains op verschillende niveaus en ook de begane grond van het pand is niet gelijkvloers. De maximale diepte van deze bebouwing is 5,10 m - NAP, zie ook onderstaande afbeelding.
88
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
Afbeelding 6.3.2: ontgravingsniveaus Koninklijk Conservatorium (bron: IDDS) De diepte tot waarop de grondroeringen ten behoeve van de herinrichting plaats gaan vinden is nog niet bekend. Wel is bekend dat er in de bodem binnen de onderzoekslocatie onontplofte oorlogsresten (oo) in de vorm van afwerpmunitie (brisant, 500 lb, voorzien van schokontstekers) kunnen voorkomen in de ongeroerde bodem. Het risico bestaat dat onontplofte oorlogsresten alsnog tot werking kan komen door invloed van externe factoren. Deze externe factoren kunnen werkzaamheden zijn die worden uitgevoerd in een werkgebied welke verdacht is op onontplofte oorlogsresten. Geadviseerd wordt voor de volgende werkzaamheden preventiemaatregelen in de vorm van een opsporingsonderzoek uit te voeren binnen verdacht gebied: 1. 2. 3. 4.
aanbrengen van rioleringen aanbrengen van heipalen en poeren graven van een bouwcunet en aanleggen ondergronds infra herinrichten openbare ruimte na bouw
Geadviseerd wordt om sloopwerkzaamheden alleen uit te voeren binnen naoorlogs geroerde grond. Ook wordt geadviseerd voorafgaand aan werkzaamheden het uitvoerend personeel te instrueren aan de hand van het protocol 'spontaan aantreffen ontplofbare oorlogsresten' (dat is bijgesloten bij het onderzoek, zie Bijlage 18). Verder wordt geadviseerd om voor de hele locatie een detectie van de bovenste 4 meter van het bodemprofiel uit te voeren. Na uitvoering van de oppervlaktedetectie en interpretatie van de detectiedata kan aansluitend een dieptedetectie worden uitgevoerd in verdacht gebied, waar grondroerende werkzaamheden reiken tot in de bodemlaag 4,0 tot 6,5 m-mv.
89
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
6.3
Kabels, leidingen en riolering
6.3.1
Kabels en leidingen
Er dient rekening te worden gehouden met de aanwezige kabels en leidingen in het gebied. Kabels en leidingen tracés moeten ten allen tijden bereikbaar zijn voor de netbeheerder voor beheer en onderhoud. Bij het realiseren van een ondergrondse parkeergarage dient onderzocht te worden of kabels & leidingen (tijdelijk) moeten worden verlegd. De inrichting van de buitenruimte moet afgestemd zijn op de ondergrondse infrastructuur. Groeiruimte voor bomen en klimaat adaptieve maatregelen voor het vasthouden of vertragen van water kunnen beperkt worden door locaties van de ondergrondse infrastructuur. Houd ook rekening met een grotere ruimte vraag voor kabels en leidingen door het toenemen van het aantal gebruikers en in relatie tot de energietransitie (elektrificatie). Dit dient vroegtijdig te worden afgestemd. Trafo's en andere ondersteunende bouwwerken dienen inpandig te worden gerealiseerd en vanaf de openbare ruimte bereikbaar conform de eisen van de netbeheerders. 6.3.2
Riolering
Uitgangspunt voor het rioleringsbeleid is het 'Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025'. Werken aan klimaatbestendigheid en duurzaamheid betekent voor de riolering dat rekening gehouden dient te worden met: Het voorkomen dan wel het scheiden van (afval)waterstromen aan de bron, Het principe vasthouden, bergen en afvoeren van hemelwater, Meer oog te hebben voor hergebruik van (hemel)water en grondstoffen, Het terugdringen van energiegebruik, Het voorkomen dat schoon (hemel)water vuil wordt, Het voorkomen van (grond)wateroverlast,
90
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
Het gebruik van schadelijke stoffen voor het oppervlaktewater en het milieu is niet toegestaan. Het plangebied is deels een gescheiden en deels een gemengd systeem. Voor de nieuwbouw geldt in ieder geval, dat hemelwater en vuilwater gescheiden opgevangen moeten worden. Op basis van de concrete bouwplannen zal in afstemming met de afdeling Stedelijk Beheer van de Gemeente nader moeten worden onderzocht wat de consequenties zijn voor het rioolsysteem.
6.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
6.4.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Per 1 oktober 2012 is ze als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen (in artikel 3.1.6 Bro). Het doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Verantwoord dient te worden dat er behoefte is aan nieuwe ruimte voor woningen, werken, detailhandel en voorzieningen. Volgens de Verordening Ruimte van de Provincie Zuid-Holland bevat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een nieuwe ontwikkeling met wonen, bedrijven, zelfstandige kantoren, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen een verantwoording van de locatiekeuze. Hiervoor is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk geïntroduceerd. In bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 is de volgende ontwikkelingen van belang: De ontwikkeling bestaat uit circa 61.000 m2 BVO (bovengronds), waarvan circa 25.000 m2 BVO voor de ANWB en 36.000 m2 BVO voor het RVB. De ontwikkeling bevat een stedelijk economisch programma van werken en voorzieningen.
Het toekomstige programma bestaat uit: ANWB Een kantoorgebouw ten behoeve van ANWB van circa 25.000 m² BVO bestaande uit een levendige (deels) publieke & maatschappelijke plint op de begane grond en 1e verdieping met onder andere een ANWB winkel, ANWB café/ espressobar, bedrijfsrestaurant, theater, (kinder-)fietsenwerkplaats, restaurant, diverse bijzondere thema / innovatie ruimten en opleidings- en trainingsruimtes. De niet kantoorfuncties betreft circa 1.250 m² BVO. Op de overige verdiepingen verschillende kantoorfuncties zoals kantoorruimtes, ANWB alarmcentrale, het leden service center en andere ANWB kantoor gelieerde functies voor eigen gebruik (circa 24.000 m² BVO). RVB Een kantoorgebouw ten behoeve van de Rijksoverheid van 36.000 m² BVO. Dit programma bestaat uit 1.500 m2 tot 5.000 m2 BVO voor een (geheel of gedeeltelijk) publiek toegankelijke stadslobby, gecombineerd met het entreegebied van de kantoren. 0 tot maximaal 1.500 m2 voor commerciële plinten (lichte horeca en/of dienstverlening), tot maximaal 34.500 m2 kantoorruimte. 6.4.2
Behoefte aan kantoren
Algemeen De behoefte aan de kantoor vierkante meters volgt onder meer uit de 'Strategie Werklocaties 2019 – 2030 Metropoolregio Rotterdam den Haag' waarin is opgenomen dat de in de Haagse regio de maximale vraag aan kantoren op grootstedelijke toplocaties 500.000 m2 bedraagt. Het plangebied is gelegen op een grootstedelijke toplocatie, vanwege de ligging in het Central Innovation District (CID). Uit de Structuurvisie CID volgt verder dat specifiek voor de deelgebieden 'Omgeving Centraal Station, Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West' behoefte is aan 27.700 m2 aan maatschappelijke voorzieningen, 82.000 m2 aan commerciële voorzieningen en 400.000 m2 aan kantoren. De voorgenomen ontwikkeling
91
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
levert een belangrijke bijdrage aan het invullen van deze behoefte. Het aanbod in het CID (omgeving HS, CS en Laan van NOI) bevindt zich al langere tijd op frictieleegstand (in de bandbreedte tussen en 5-7% van de voorraad). Frictieleegstand is de maatstaf voor een 'gezonde kantorenmarkt'; waaraan de veronderstelling ten grondslag ligt dat een minimaal aanbod noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan vragers in de kantorenmarkt. Deze redenering gaat uit van een kwantitatieve benadering, echter staat een deel van het aanbod al langere tijd leeg omdat het kwalitatief niet aansluit bij de vraag uit de markt. In kwalitatief opzicht ligt het aanbod ver beneden de frictieleegstand en is sprake van schaarste. Mede als gevolg van Covid-19 zal naar verwachting de functie van het kantoor veranderen van werkplek naar ontmoetingsplek en zullen mensen meer hybride gaan werken. Als gevolg van deze trend komen kantoren op goed bereikbare OV locaties in het grootstedelijk gebied nog meer in trek Deze beide trends leiden tot een blijvende vraag naar kwaliteitskantoren op de intercity locaties in Den Haag. Het CBRE heeft recent berekend dat op basis van de werkgelegenheidsontwikkeling en de vervangingsvraag er tot 2030 circa 165.000 m2 bvo kantoren aan de voorraad in het CID toegevoegd moet worden.
Daar bovenop komt nog de vraag vanuit het Rijk zoals vastgelegd in de Bestuursovereenkomst uit 2019, waarin Rijk en de Gemeente Den Haag overeen gekomen zijn 250.000 m2 bvo kantoren in het CID toe te voegen. Voor een deel is dat ook uitbreiding als gevolg van een groeiende (nationale en europese) overheid en deels vervanging ten behoeve van de verduurzamingsoperatie van het Rijk. De totale vraag is ruim 400.000 m2, waarvan een deel vervanging, met als gevolg dat naar alle waarschijnlijkheid verouderde kantoren elders in Den Haag getransformeerd zullen worden. Per saldo blijft van de genoemde 400.000 m2 (onder aftrek wat nu in de pijplijn zit en het bestaande aanbod), circa 200.000 m2 over waar toekomstige vastgoedontwikkelingen in moeten voorzien. Van deze vraag wordt nu circa 61.000 m2 BVO ingevuld op onderhavige locatie ten behoeve van het Rijk (circa 36.000 m2 BVO) en de ANWB (circa 25.000 m2 BVO). Voorts is sprake van een invulling van de kwalitatieve behoefte die gemeente Den Haag voor deze locatie heeft, namelijk om in het plangebied nieuwe panden te realiseren met openbaar toegankelijke, levendige plinten. De realisatie van het ANWB hoofdkantoor (inclusief voorzieningen) en het RVB gebouw inclusief levendige plint met daartussen een pocket park maken onderdeel uit van de gehele herontwikkeling van de locatie die dit bestemmingsplan mogelijk maakt.
De KC-locatie zorgt voor een logische verbinding met zowel Centraal Station-Oost als het Beatrixkwartier, waar de laatste jaren ook de nodige hoogwaardige kantoor- en woongebouwen zijn gerealiseerd en in de toekomst nog meer kantoor- en woongebouwen zullen worden gerealiseerd. De KC-locatie is daarmee een belangrijke aanjager waar het gaat om het realiseren van werkgelegenheid, kwaliteit, duurzaamheid en 'placemaking' van het gebied, vooruitlopend op de verdere gebiedsontwikkeling. De locatie zal zich tot een hoeksteen binnen het CID ontwikkelen en zich onderscheiden door de kwaliteit van de openbaar toegankelijke plinten, het groen van het pocket park, de hoge kwaliteit van architectuur en de duurzaamheid van de gebouwen zelf. ANWB Het hoofdkantoor (met ANWB winkel) van de ANWB is nu gevestigd aan de Wassenaarseweg 220 in Wassenaar. De huidige huisvesting voldoet met haar bouwtechnische en functionele specificaties niet meer aan de gewenste ontwikkelingen en de eisen van de ANWB. Daarom is ANWB voornemens het hoofdkantoor te verplaatsen naar de Juliana van Stolberglaan 1 te Den Haag. De nieuwe huisvesting van de ANWB wordt een inspirerende, gastvrije en toekomstbestendige omgeving die bijdraagt aan één ANWB. De verbinding tussen ANWB en de buitenwereld is een belangrijk onderdeel van de nieuwe huisvesting.
De ANWB wil de buitenwereld verbinden met de ANWB, zowel in merk, dienstverlening, maatschappelijke projecten, als verbinding tussen (potentiële) leden, ANWB-medewerkers en de
92
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
partners. De plek waar dit primair gebeurt, is de publieke zone. Hier komen merkbeleving en functionaliteiten samen voor medewerkers, leden, bezoekers en partners. Het ideale gebouwconcept voor de nieuwe ANWB-huisvesting is een compact gebouw met een duidelijk zichtbaar hart dat de ANWB verbindt. Gelegen in het publieke hart van het gebouw is de winkel een belangrijke plek. Naast de welbekende ANWB producten is hier ook ruimte voor thema-workshops en boek- en productpresentaties. Zo bouwt de ANWB een nog hechtere band op met leden, bezoekers en partners (publiek en privaat). De vierkante meters op de ANWB locatie worden hoofzakelijk ingevuld met de kantoorfunctie en een beperkt deel voorziet in een horecafunctie, cultuur en ontspanning (thema-workshops, boek- en productpresentaties) en een ANWB-winkel (maximaal 250 m2). In de omgeving van het Centraal Station, het Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West is behoefte aan ongeveer 28.000 m2 aan maatschappelijke voorzieningen, 82.000 m2 aan commerciële voorzieningen en 400.000 m2 aan kantoren. De voorgenomen ontwikkeling door de ANWB levert een bijdrage aan het invullen van deze behoefte. Voorts is sprake van een invulling van de kwalitatieve behoefte die gemeente Den Haag heeft, namelijk om in het plangebied nieuwe panden te realiseren met openbaar toegankelijke, levendige plinten.
RVB Het RVB wil een nieuw Rijkskantoor realiseren voor een nog nader te bepalen gebruiker. De impact van corona en als gevolg daarvan thuiswerken is nog niet geheel duidelijk. Onbekend is of dit leidt naar een behoefte tot meer of minder meters. Wel is bekend dat het hybride werken vraagt om andere gebouwen en andere invullingen van gebouwen, denk aan functies om elkaar te ontmoeten. Daarnaast kent het Rijk de afgelopen jaren een groei aan fte's die niet opgevangen kan worden in de huidige beschikbare gebouwen. Er is behoefte aan extra hedendaagse huisvesting. Het Rijk werkt aan de verduurzaming van haar vastgoedportefeuille en houdt haar bestaande voorraad op orde door te renoveren waar dat noodzakelijk is. Bij nieuwbouw en renovatie, maakt het RVB gebruik van de mogelijkheid om kantoren te verduurzamen. Om de portefeuille te verduurzamen en te renoveren is schuifruimte noodzakelijk. Ook dat geeft een extra huisvestingsbehoefte. Een deel van de vastgoedportefeuille bestaat bovendien uit huurpanden en het is de strategische wens van het Rijk om daar minder afhankelijk van te zijn. Het Rijk heeft daarom nog steeds behoefte aan nieuwe kantoren in Den Haag. Voor het Rijk is de nabijheid van het OV en de centrale ligging van groot belang.
Gezien de gebondenheid van het Rijk aan Den Haag en beperkte mogelijkheden om te kunnen ontwikkelen heeft het RVB samen met de gemeente in een bestuursovereenkomst afspraken gemaakt om de kantoorbehoefte van het Rijk deels op de KC-locatie in te vullen. Het RVB deel wordt eveneens hoofdzakelijk ingevuld met de kantoorfunctie en daarbij behorende functies zoals een publiekstoegankelijke stadslobby, lichte horeca en dienstverlening in de plint. 6.4.3
Behoefte aan horeca
Als onderdeel van de kantoorgebouwen van ANWB en het RVB wordt de ruimte geboden aan 750 m2 horeca (in maximaal 3 vestigingen van maximaal 250 m2 bvo) om zo een levendige en deels publiek toegankelijke plint te creëren. Het gaat om horeca in de vorm van een café en/of restaurant. Kwalitatieve behoefte De ambitie voor het CID is om het gebied door te laten ontwikkelen tot een internationaal economisch topmilieu met voldoende ruimte voor kantoren en instellingen met een aantrekkelijk vestigingsklimaat en innovatieve buitenruimte. Hiertoe worden de gebieden rondom de drie treinstations getransformeerd tot één samenhangend gebied. Een van de ruimtelijke principes die hierbij gehanteerd wordt is functiemenging. Beoogd wordt om te zorgen voor een mix van wonen, werken en voorzieningen om te
93
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
komen tot een levendig en aantrekkelijk straatbeeld, economische en culturele kruisbestuiving en reductie van reisafstanden. De (toeristische) aantrekkingskracht van het CID en de bestaande binnenstad wordt vergroot, onder andere door toevoeging van publiekstrekkers en aantrekkelijk aanbod in retail, leisure, horeca, evenementen en cultuur. Toevoegen van horeca in de plinten is hier dus van belang voor de levendigheid en sociale binding in het gebied. Op deze manier is het niet een monofunctioneel gebied, maar kan een aantrekkelijk leefmilieu gecreëerd worden met levendige plinten en ontmoetingsplekken voor bezoekers en bewoners. Benchmark De beoogde horeca in het plan zal primair een functie hebben voor dit deel van het CID, zeker wanneer ook de bereikbaarheid van het gebied voor fietsers en voetgangers verbetert. Het verzorgingsgebied is dat gebied waar de horeca op loopafstand te bereiken is (circa 750 meter). Het gebied dat de verbinding is tussen de drie stations. Om een beeld te krijgen van het concurrentielandschap is het horeca-aanbod in de CBS-wijken Stationsbuurt en Bezuidenhout (West en Midden) geïnventariseerd, zie ook afbeelding 6.4.1.
Afbeelding 6.4.1: Verzorgingsgebied horeca KC-locatie (ondergrond: CBS in uw buurt) In het verzorgingsgebied is de horeca met name geconcentreerd aan de Theresiastraat, rond de Laan van Nieuw Oost-Indië en in en rond het station en de Turfmarkt. In dit gebied zijn in totaal 121 horeca-vestigingen met een totale omvang van 8.423 m2 wvo gevestigd (Locatus, 2022). Op basis van het gemiddelde horeca-aanbod in Den-Haag wordt een groter horeca-aanbod verwacht. Zowel het aantal vestigingen als de totale omvang van horeca is lager dan verwacht mag worden op basis van het gemiddelde. Daarnaast brengt ook de verwachte groei van het aantal inwoners in Den Haag nieuwe behoefte naar horeca met zich mee.
94
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
Afbeelding 6.4.2: Horeca-aanbod in wijken Stationsbuurt en Bezuidenhout in vergelijking met het te verwachten aanbod op basis van het gemiddelde in Den Haag (bron: Locatus, 2022) Op basis van de benchmark is er ruimte voor uitbreiding van de omvang het horeca-aanbod. De nieuwe horeca zal een aanvulling zijn op het huidige aanbod. Er is horeca mogelijk in de vorm van een café en/of restaurant, van maximaal 250 m2 bvo per vestiging. De horeca zal deels gebruikt worden door de werknemers in de kantoorgebouwen, maar ook door werknemers van omliggende kantoren, inwoners in de wijk en overige bezoekers. Dit bezoek brengt levendigheid en dynamiek met zich mee in dit kantorengebied.
6.5
Waterparagraaf
6.5.1
Beleid
6.5.1.1 Europees en Rijksbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is december 2000 in werking getreden. De richtlijn heeft tot doel de chemische en ecologische kwaliteit van al het oppervlakte- en grondwater in Europa te verbeteren. De richtlijn stelt daartoe eisen aan het waterbeheer in alle lidstaten. Streefdatum voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit is 2015, met eventueel uitstel tot 2027. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebiedsbeheerplannen. In deze plannen staan de ambities en maatregelen beschreven. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid (inrichting van watergangen en oevers). Het nationaal waterbeleid is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2). Dit plan vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 inclusief alle tussentijdse wijzigingen. Het NWP2 geeft het integrale kader voor het waterbeleid van het Rijk voor de komende zes jaar en geeft uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en de overstromingsrisico's. De Stroomgebiedbeheerplannen, het Programma van maatregelen mariene strategie, de Beleidsnota Noordzee en de Overstromingsrisicobeheerplannen maken onderdeel uit van het NWP2.
Tegelijk met het NWP2 is het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren 2016-2021 (Bprw) vastgesteld met daarin de operationele uitwerking van het NWP2 voor de rijkswateren: de rollen en taken van Rijkswaterstaat en de hoofdlijnen van het beheer en onderhoud. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 wordt een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het landelijke watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij wordt gestreefd naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen,
95
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. 6.5.1.2 Provinciaal beleid De provincie wil een goede kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Voor het realiseren van een goede waterkwaliteit volgt de provincie de systematiek van de Europese richtlijnen: de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Grondwaterrichtlijn en de Drinkwaterrichtlijn. Ten aanzien van zwemlocaties in oppervlaktewater geeft de provincie uitwerking aan de Zwemwaterrichtlijn: De provincie wil goed ingerichte en veilige zwemlocaties in oppervlaktewater. De provincie wil de bronnen voor drinkwaterproductie en vitale drinkwaterinfrastructuur beschermen, zodat er altijd voldoende drinkwater beschikbaar is om tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten te produceren. Gebruiksfuncties en het regionale watersysteem worden zodanig op elkaar afgestemd dat we weerbaar zijn tegen perioden van droogte of extreme neerslag en dat variaties in de aan- en afvoer van rivierwater kunnen worden opgevangen. Gebruiksfuncties worden voorzien van een passende waterkwaliteit uit oppervlaktewater zolang het doelmatig is. De provincie streeft zoveel mogelijk naar functiecombinaties die elkaar versterken, zoals drinkwater en natuur.
Bij de aanwijzing van zwemwaterlocaties wordt rekening gehouden met de waterkwaliteit, veiligheid en hygiëne. Bij het vaststellen van waterkwaliteitsdoelen wordt rekening gehouden met de verschillende functies van oppervlaktewateren. Voor het realiseren van een goede waterkwaliteit en -kwantiteit zoekt de provincie nadrukkelijk de samenwerking met andere partijen: niet alleen medeoverheden, maar ook drinkwaterbedrijven, terreinbeheerders, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Verdere uitwerking van het beleid voor mooi en schoon water is opgenomen in het regionaal waterprogramma. Het regionaal waterprogramma betreft voorlopig nog een ontwerpversie. Vooralsnog is derhalve nog het Regionaal Waterplan 2016 – 2021 van kracht. Dit plan bepaalt het waterbeleid. Het gaat om waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en een robuust en veerkrachtig watersysteem. 6.5.1.3 Hoogheemraadschap Delfland Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft haar waterbeleid vastgelegd in het 'Waterbeheerplan 2016 -2021, Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap'. In dit Waterbeheerplan heeft Delfland de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor 'droge voeten', 'stevige dijken' en 'schoon water' zijn meerjarenprogramma's opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2027.
Delfland zet in op stedelijk waterbeheer en samen met gemeenten wordt gewerkt aan klimaatadaptatie. Een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar zelfvoorziening door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen. Om de doelen te bereiken werkt Delfland samen met gebiedspartners en wordt gewerkt aan het waterbewustzijn om draagvlak te vergroten. De ambities luiden als volgt: Zoet water is van levensbelang en daarom is het belangrijk dat iedereen zuinig omgaat met water en zorgt dat het water schoon blijft. Gezuiverd afvalwater hergebruiken en zorgen dat water langer in het gebied bewaard blijft voor droge tijden. Klimaatverandering leidt vaker tot langdurige droogte en heftiger regenbuien. Om de stad klimaatbestendig te maken wordt met partijen gezorgd naar slimme manieren om water langer vast te houden zonder dat het tot overlast leidt. Om de waterkwaliteit te verbeteren neemt Delfland verschillende maatregelen en controleert nog beter op illegale lozingen. Het water in zwemplassen moet tijdens warme dagen vrij zijn van blauwalgen en bacteriën. Door samen te werken kunnen ook kosten worden bespaard. Bij elke ontwikkeling wordt gekeken welke kansen er zijn om het watersysteem toekomstbestendiger te maken. Watertoets
96
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
Een van de instrumenten om het waterbeleid vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Hiervoor heeft Delfland de Handreiking watertoets voor gemeenten opgesteld. De Handreiking Watertoets geeft per thema randvoorwaarden en uitgangspunten en licht toe op welke wijze deze in een plan dienen te worden verwerkt. Beleidsnota 'Beperken en voorkomen wateroverlast' De basis van het beleid wordt gevormd door de volgende zes beginselen ui de beleidsnota 'Beperken en voorkomen wateroverlast'. 1. Norm als ijkpunt. Delfland hanteert de waterkwantiteitsnormen uit de provinciale omgevingsverordening als maatstaf om te voldoen aan haar wettelijke taak als waterkwantiteitsbeheerder. Deze normen zijn geformuleerd als overstromingskans vanuit het oppervlaktewater. 2. Standstill-beginsel. Het minimale uitgangspunt voor planontwikkelingen is dat plannen hydrologisch worden getoetst op klimaatbestendigheid en hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel geen gevolgen voor de waterveiligheid, het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit en ecologie. Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is.
Wanneer andere waterbelangen zwaarder wegen dan het voorkomen van wateroverlast, kan hiervan worden afgeweken. 3. Effectgericht. Het functioneren van het gehele watersysteem staat centraal. Bij de uitwerking en afweging van maatregelen om het watersysteem op orde te brengen en te houden, staat het functioneren van het gehele watersysteem centraal. Dit betekent dat niet alleen moet worden gekeken naar de effecten voor de waterloop waar de maatregel of ingreep plaatsvindt, maar ook naar de effecten op andere plaatsen in het systeem. 4. Gebiedsgericht. Door verwevenheid van functies en de ruimtedruk zijn een gebiedsbrede aanpak en samenwerking met gebiedspartners nodig om het watersysteem op orde te brengen en te houden. Delfland wil in een vroegtijdig stadium van planvormingsprocessen meedenken met gemeenten over oplossingen, dit ook op het gebied van wateroverlast. 5. Marktgericht. Hoogst maatschappelijk rendement tegen de laagste kosten. Delfland zet in op maatregelen, die leiden tot het hoogst maatschappelijk rendement (conform uitgangspunten 1 t/m 4) tegen de laagst maatschappelijke kosten. 6. Alle oplossingen meewegend. Op voorhand worden geen oplossingen uitgesloten om het watersysteem op orde te brengen of te houden. Bij de keuze van geschikte maatregelen worden factoren waaronder effectiviteit, betrouwbaarheid, integraliteit meegewogen.
Delfland wil op deze manier integrale en innovatieve oplossingen mogelijk maken, waarbij meerdere functies of belangen gecombineerd kunnen worden en een oplossing kunnen bieden in gebieden waar ruimte schaars is. Convenant Klimaatadaptief Bouwen Vanuit het convenant klimaatadaptief bouwen dat zowel door Hoogheemraadschap van Delfland als gemeente Den Haag is ondertekend, gaat over zes thema's. Onder andere geldt dat lokaal vasthouden (50 mm) in het plangebied moet worden nagestreefd. Van belang is dat de neerslag van een korte hevige bui op privaat terrein wordt opgevangen, waarna het vertraagd wordt afgevoerd. Randvoorwaarde is dat de waterberging niet eerder dan in 24 uur geloosd wordt, waarna de berging binnen maximaal 48 uur weer beschikbaar is. Het convenant is vertaald in de Wegwijzer Den Haag klimaatbestendig. Richtlijn vasthoudmaatregelen Om versnelde afvoer te voorkomen, beschouwt Delfland het creëren van extra oppervlaktewater als de meest betrouwbare en beheerbare compensatiemethode. Indien het voor een ontwikkeling niet mogelijk is compensatie in oppervlaktewater te realiseren, kan ook worden gezocht naar compensatie in het onderdeel van de trits vasthouden-bergen-afvoeren waarin de verslechtering optreedt. Als een alternatieve voorziening wordt toegepast, is het belangrijk dat deze goed functioneert en ook op de lange termijn betrouwbaar is.
De eigenaar van het perceel is hierbij volledig verantwoordelijk voor de
97
bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)
aanleg, het functioneren en passend onderhoud van de voorziening. Vanwege het belang voor de waterhuishouding hanteert Delfland criteria bij de beoordeling van vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding. De criteria zijn vooral gericht op stedelijk gebied. Het stroomschema voor het toepassen van vasthoudmaatregelen is onderstaand weergegeven.
Afbeelding 6.4.1: Stroomschema toepassen van vasthoudmaatregelen Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Denk hierbij aan zorgvuldige materiaalkeuze (pakket duurzaam bouwen), geen blootstelling van uitloogbare bouwmaterialen zoals zink, koper en lood aan hemelwater en een verantwoord beheer van de openbare ruimte (weg- en groenbeheer). Keur Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder ontheffing. De wateren en waterkeringen waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren. 6.5.1.4 Gemeente Den Haag Toekomstbestendig Haags water! In de visie 'Toekomstbestendig Haags water!' is aangeven hoe het watersysteem in Den Haag anno 2014 functioneert, welke knelpunten er zijn en hoe het systeem robuust te houden. Het Haagse watersysteem is op dit moment grotendeels op orde.
Door kansen te benutten die zorgen voor een robuuster watersysteem en die ook bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad, wordt het stedelijke gebied bestand tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte. In het stedelijke gebied is beperkte ruimte voor de traditionele opvang van water. Daarom is inzetten op onderzoek naar meer creatieve en innovatieve maatregelen belangrijk. Samenwerking tussen gemeente Den Haag en Delfland is daarvoor essentieel. De ambitie is: "Den Haag heeft een goed functionerend en toekomstbestendig watersysteem dat de gevolgen van klimaatverandering en verstedelijking kan opvangen en dat bijdraagt aan een aantrekkelijke stad." Samengevat zijn de drie belangrijkste strategische pijlers om te komen tot een toekomstbestendig Haags watersysteem: De basis op orde: zorgen dat het systeem goed blijft functioneren. Eventuele negatieve effecten op de waterhuishouding moeten worden voorkomen of dienen te worden gecompenseerd. Pak kansen door samen te werken en door slimme combinatie te zoeken: als overheden het goede voorbeeld geven, tijdig kansrijke initiatieven en projecten herkennen en optrekken met partijen in de
98