CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315969 Bijlage 1

Commissie Ruimte 8 februari 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Hoorzitting Ontwerp-bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 133.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Deze verordening vertaalt het beleid uit de Omgevingsvisie in bindende regels over de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval: bouwwerken; infrastructuur; watersystemen; water; bodem; lucht; landschappen; natuur; cultureel erfgoed; werelderfgoed.

32

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

De verordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften, zorgvuldig beheren, beschermen en ontwikkelen van de natuur, dierenwelzijn, behouden en herstellen van de biologische diversiteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid. De Omgevingsverordening Zuid-Holland kent instructieregels voor bestemmingsplannen. De volgende instructieregels zijn van toepassing op dit bestemmingsplan: Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Artikel 6.11 Kantoren Artikel 6.35 Afwijkingsmogelijkheid Crisis- en herstelwet Artikel 6.50 Risico's van klimaatverandering Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, wanneer deze past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, geen wijziging voorziet op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de kwaliteitskaart (inpassen) (lid 1 onder a).

De voorgenomen ontwikkeling is passend binnen de bestaande gebiedsidentiteit: een gebied dat wordt getypeerd door stedelijke bouwblokken met hogere accenten en 'specials', zoals bruggebouwen. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de toelichting in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid Bro. In paragraaf 6.4 Ladder voor duurzame verstedelijking wordt nader op de ladder voor duurzame verstedelijking ingegaan. Artikel 6.11 Kantoren Een bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe kantoren binnen de grootstedelijke top- en centrumlocaties, binnen OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties en binnen bijzondere locaties. Op het perceel Juliana van Stolberglaan 1 is in de huidige situatie geen sprake van een kantoorlocatie. Er is wel sprake van dat voorliggend bestemmingsplan voorziet in nieuwe kantoren op een grootstedelijke top-locatie. Artikel 6.35 Afwijkingsmogelijkheid Crisis- en herstelwet In een bestemmingsplan kan worden afgeweken van de regels van afdeling 6, voor zover het gaat om gronden die door het Rijk zijn aangewezen bij de toepassing van hoofdstuk 2 van de Crisis- en herstelwet (Chw), mits dit niet leidt tot onevenredige afbreuk aan provinciale belangen.

Het Central Innovation District (CID), waar de locatie Juliana van Stolberglaan 1 deel van uitmaakt, is per 1 oktober 2020, middels de 7e tranche, opgenomen in de Chw. De opname via de 7e tranche is gebaseerd op artikel 2.4 lid 1 Chw, afdeling Innovatie, Hoofdstuk 2 Chw. Artikel 6.50 Risico's van klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van:

33

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte. De aspecten wateroverlast door overvloedige neerslag, het aspect overstroming en het aspect droogte komen aan bod in paragraaf 6.5 Waterparagraaf. Het bestemmingsplan houdt rekening met klimaatverandering door eisen te stellen aan vergroening van het gebouw en door het opnemen van een pocketpark. Ook in het Beeldkwaliteitsdocument worden eisen gesteld aan vergroening van het maaiveld en het gebouw. 4.2.3

Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV)

De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) is op 15 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De ZHOV bevat de provinciale regels over de fysieke leefomgeving. Er staat aangegeven wat wel en niet is toegestaan. De regels uit de ZHOV gaan gelden vanaf de inwerkintreding van de Omgevingswet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, en daarmee de ZHOV, vervalt de huidige omgevingsverordening.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie CID

De structuurvisie CID is een beleidsdocument waarin de ambities voor het CID ruimtelijk zijn vertaald. Den Haag zet in op een CID dat zich ontwikkelt tot een innovatiedistrict: een mondiale ontmoetingsplaats en internationaal knooppunt voor innovatie. Om deze ambitie te bereiken, worden de gebieden rond de drie treinstations getransformeerd tot een samenhangend gebied. Dit gebeurt aan de hand van zeven ruimtelijke principes: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

het CID wordt een centrummilieu: verdubbeling van het Haagse centrum; van drie losse stationsgebieden naar een hechte 'triple hashtag' verbonden door lange lijnen; nieuwe ontwikkelingen als motor om het CID en haar omgeving schoner en rijker te maken; functiemenging wordt het nieuwe normaal; karakter van buurt wordt versterkt en niet overal verandering; een raamwerk van reuring, rust en ruis als middel voor een goede balans; door slim te combineren ontstaat ruimte om alle opgaven op te lossen.

De zeven ruimtelijke principes zijn voor de gebiedsontwikkeling van het CID uitgewerkt aan de hand van drie thema's: 1. hoogstedelijkheid (ontmoetingsplaats en focus op verdichting, functiemenging en differentiatie); 2. mobiliteit op menselijke maat (mobiliteitstransitie naar een wandel- en fietsstad); 3. aantrekkelijke en duurzame leefomgeving (focus op klimaatadaptatie en energietransitie). Hoogstedelijkheid De structuurvisie wijst de Campusboulevard en de Beatrixlaan aan als een gebied voor 'reuring'. Hier is zowel een hoge dichtheid als een hoge mate van functiemening wenselijk. Om dat te bereiken kunnen naast de bestaande kantoren andere functies worden toegevoegd zoals publiekstrekkers, opleidingen, cultuur en horeca. Het aanpalende Bezuidenhout-west wordt gekarakteriseerd als een relatief rustige woonbuurt. Naast een diversiteit aan woningen is er ruimte voor voorzieningen. Mobiliteit op menselijke maat De Campusboulevard en de Beatrixlaan zijn belangrijke routes voor voetgangers en fietsers. Zij moeten meer ruimte krijgen zodat lopen en fietsen de logische keuze worden in het gebied. De Utrechtsebaan is een hoofdroute voor het autoverkeer, maar vormt een barrière tussen Bezuidenhout-West en de rest

34

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

van het stadsdeel. In het algemeen geldt dat het verbeteren van de verbindingen met de omgeving een belangrijke opgave is. Aantrekkelijke en duurzame leefomgeving Herinrichting van (delen van) de bestaande context biedt kansen om de openbare ruimte een kwaliteitssimpuls te geven en tegelijkertijd de buitenruimte toekomstbestendig te maken. Een groene, toekomstbestendige buitenruimte is klimaat adaptief, biodivers en vooral aantrekkelijk. Zo is ruimte voor ontmoeting, ontspanning, sport, spel, natuurinclusieve vergroening, klimaatadaptatie en energietransitie. Hittestress en wateroverlast krijgen hier geen kans. Langs de Beatrixlaan moet de groenstructuur worden versterkt, maar ook elders in het gebied moeten kansen voor vergroening van de openbare ruimte worden gebruikt met toepassing van de principes uit de Gereedschapskist openbare ruimte CID. Bij de herinrichting moet rekening worden gehouden met de ruimte die nodig is voor de energietransitie en de ruimte die nodig is voor de (logistieke) bereikbaarheid en aansluiting van de bebouwing. 4.3.2

Gebiedsagenda's Policy Campus Centraal en Campusboulevard

De gebiedsagenda voor de Policy Campus Centraal is 18 december 2018 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders (RIS 301328), en de gebiedsagenda voor de Campusboulevard is 10 december 2019 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders (RIS 304124). Beide zijn opgenomen en geïntegreerd in de Structuurvisie CID. De Policy Campus Centraal en de Campusboulevard zijn ruimtelijk en fysiek met elkaar verbonden en vormen gezamenlijk één hoogwaardig openbaar gebied rondom Den Haag Centraal met de Haagse Loper over de Turfmarkt als ruggengraat. Het aanwezig programma sluit hier op aan. Beide gebiedsagenda's, zoals verbeeld in de Structuurvisie CID, geven de samenhangende visie op het gebied weer, waarbij het publieke domein het vertrekpunt vormt. 4.3.3

Ontwikkelvisie Beatrixkwartier

Voor het Beatrixkwartier en de Utrechtsebaan wordt een ontwikkelvisie voorbereid, als uitwerking van de Structuurvisie CID. Dit zal een kader vormen voor de toekomstige ontwikkelingen in het gebied. Belangrijk elementen zijn het ruimte bieden voor wonen, werken en voorzieningen en meer ruimte voor groen, voetgangers en fietsers. Ook wordt voor het gebied een beeldkwaliteitsplan opgesteld. 4.3.4

Haagse hoogbouw, Eyeline Skyline

Aanleiding voor de nota 'Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline' zijn de ruimtelijke opgaven uit de Agenda Ruimte voor de Stad. In de Agenda heeft Den Haag gekozen om die groei binnenstedelijk op te vangen en de verdichting te concentreren bij OV-knooppunten en concentraties van voorzieningen. Daarnaast vragen actuele ontwikkelingen en initiatieven om nieuwe regels en kaders voor hoogbouwontwikkelingen in Den Haag. De inzet is om de 'skyline' van Den Haag te verbinden met de belevingskwaliteit van de stad op ooghoogte en de buitenruimte ter plekke: de 'eyeline'. Hoogbouw is geen doel op zich, maar een middel om strategisch om te gaan met de beperkte ruimte die de stad nog heeft. Doel is de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid van de stad op de lange termijn te waarborgen en het vestigingsklimaat te versterken. Door te intensiveren en door hogere bebouwing mogelijk te maken kan de stad de groei van het aantal inwoners faciliteren en voldoende en geschikte woon- en werkruimte bieden, met bijbehorende voorzieningen, nu en in de toekomst. Er is sprake van hoogbouw bij 50 meter of hoger. De nota geeft stadsbrede ambities en regels aan voor hoogbouwontwikkelingen; o.a. t.a.v. wonen, microklimaat en mobiliteit. In de nota worden tevens intensiveringsgebieden aangegeven waar mogelijk hoogbouw kan worden gerealiseerd.

Binnen deze gebieden zijn gebiedsspecifieke regels voor typologie, architectuur en buitenruimte opgenomen waaraan hoogbouwinitiatieven getoetst worden. De nota 'Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline' is in de raadsvergadering van 25 januari 2018 vastgesteld (RIS 298448) en vervangt de Agenda voor de Haagse Verdichting uit 2009 (RIS159469), voor zover het hoogbouw betreft. De KC-locatie markeert bovendien één van de vier “hoekpunten” van het CID; de plekken waar de

35

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

vierkante ruggengraat van het CID van richting verandert. Nieuwe hoogbouwontwikkelingen in het gebied, waaronder deze, moeten bijdragen aan het kennis- en innovatieve karakter van het gebied en het realiseren van een aantrekkelijk vestigingsmilieu. 4.3.5

Agenda Groen voor de stad

In de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leefkwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leefkwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema's: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling. Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken.

Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. We streven er naar dat elke (vastgoed)ontwikkeling bijdraagt aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden. Het plangebied ontleent een groot deel van zijn groene kwaliteit aan de twee groene verbindingen die het gebied inkaderen: de groene ecologische Schenkzone en de heringerichte groenzone langs de Van Alphenstraat. Deze groene dragers zijn van betekenis op stedelijk niveau.

Binnen het plangebied wordt de overmaat van verharding verwijderd en ingezet om het al aanwezige groene karakter het gebied in te brengen en te verbinden met nieuw gebruiksgroen voor bewegen en spelen, rust, waterberging en verkoeling op openbaar en privé terrein, bijvoorbeeld in de vorm van pocket parks (kleinschalige, groene parkjes die functioneren als ontmoetingsplek en rustpunt), hoven, groene daktuinen en vergroening van straatprofielen. Via de NVU is aan de ontwikkeling de eis gesteld dat het groenareaal in de openbare ruimte wordt vergroot en dat de bomenbalans minimaal positief is, waarbij rekening wordt gehouden met voldoende groeiruimte op en nabij ondergrondse infrastructuur en de parkeergarage. De volgende ambitie is uitgesproken: om publiek en privaat groen zoveel mogelijk met elkaar te verbinden, de aanleg van het pocketpark kan gebruik worden om meer bomen toe te voegen dan nu aanwezig; 5% meer kroonoppervlak te realiseren dan nu aanwezig; het groen sluit zoveel mogelijk aan op bestaande ecologische structuren en zones in de stad en biedt ruimte aan lokaal relevante flora en fauna.

36

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

4.3.6

Stedelijke groene Hoofdstructuur

De Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS300506). Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones.

Kaart Stedelijke Groene Hoof dstructuur (RIS300506)

Het plangebied ligt (net) buiten de Stedelijke groene Hoofdstructuur en meer specifiek het 'Groengebied Gemeente Den Haag' en de 'Hoofdboomstructuur', zie ook onderstaande afbeelding.

37

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

Uitsnede Stedelijke Groene Hoofdstructuur ter plaatse van het plangebied (bron: gemeente Den Haag) De Hoofdboomstructuur omvat specifieke delen van de bomenstructuur die een belangrijke bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad, de lange lijnen, de historische lijnen en boomstructuren die functioneren als belangrijke verbindingsschakels voor natuur tussen groengebieden. De gemeente Den Haag heeft zichzelf verplicht de SGH op een eenduidige en herkenbare wijze duurzaam in stand te houden en te versterken. 4.3.7

Nota stadsnatuur

In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee we werken aan een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. De groengebieden zijn de belangrijke kerngebieden voor allerlei planten- en diersoorten. De ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden. Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden. In deze nota

38

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Naast het behoud en de ontwikkeling van bovengenoemd netwerk, wordt aandacht besteed aan het rekening houden met leefomstandigheden van planten en dieren bij beheer en inrichting van groen in brede zin. We werken aan een natuurinclusieve stad met een ecologisch gezond stadswatersysteem, het beheersbaar houden van overlast gevende planten en dieren en zetten we in op monitoring van onze stadsnatuur. Het plangebied maakt geen deel uit van het netwerk aan ecologische verbindingszones. 4.3.8

Nota stadsbomen

Met de nota Stadsbomen 'Leefkwaliteit voor de stad' (RIS307827) wordt de ambitie uit de Agenda groen voor de stad, om door middel van groenbeleid bij te dragen aan een zo hoog mogelijke leefkwaliteit in de stad, concreet gemaakt. De Nota stadsbomen bevat twee hoofddoelen: 1. een toekomstbestendig Haags stadsbomennetwerk; 2. het verhogen van de ecosysteemdiensten door te streven naar meer kroonoppervlak in de stad. De nota vormt een drieluik samen met het Routeboek stadsbomen in beheer en het Routeboek stadsbomen in projecten. De nota geeft de ambitie, visie en hoofduitgangspunten aan. In de routeboeken zijn deze concreet gemaakt en nader uitgewerkt. In de Algemene Plaatselijke Verordening is de bescherming van bomen vastgelegd. Volgens de Algemene plaatselijke verordening (APV) van Den Haag, artikel 2.80 e.v., is voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig (RIS 174540). Door deze bescherming kunnen belangen zorgvuldig worden afgewogen voordat een omgevingsvergunning wordt afgegeven dan wel geweigerd. Daarnaast is een mogelijkheid opgenomen om monumentale bomen aan te wijzen. Monumentale bomen hebben een hogere beschermingsstatus. Voor een volledig overzicht van de monumentale bomen in Den Haag is op de website van de gemeente Den Haag de meest actuele lijst en kaart terug te vinden. 4.3.9

Natuurinclusief bouwen

De gemeente Den Haag wil natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen (2019, RIS 301953). Enerzijds gaat het om het verbeteren van de leefomstandigheden van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit zijn soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig zo gebouwd worden dat deze soorten geen nestelgelegenheden meer hebben. Anderzijds gaat het om een veel bredere opgave om meer natuurlijk groen in de directe woonomgeving toe te passen. Door de verdere stedelijke verdichting die door de verwachte bevolkingsgroei zal plaatsvinden is deze opgave extra actueel. Daarom wil de gemeente Den Haag aandacht voor het toevoegen van groen (met natuurwaarden) op en aan gebouwen, op binnenterreinen en in de openbare ruimte. Welke natuur inclusieve maatregelen bij een bouwproject moeten worden toegepast, staat beschreven in het instrument 'Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen Den Haag' (2019, RIS 301953). Ook de Haagse nota Eyeline Skyline (2017, RIS 298448) geeft handvatten voor het gebruik van het puntensysteem voor hoogbouw. Met het bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt waarop het Puntensysteem voor groen- en natuur inclusief bouwen van toepassing is.

39

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

De eis is om 6 punten te behalen op gevel/dak maatregelen, 4 punten op verblijfsmaatregelen en 6 punten in omgevingsmaatregelen. Deze punten kunnen behaald worden met de in maatregelentabel benoemde maatregelen.

40

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

Voor de toepassing van het puntensysteem groen- en natuur inclusief bouwen is de inhuur van expertise van een ecoloog verplicht. In paragraaf 5.7 Natuurbescherming wordt nader uiteengezet op welke wijze dit in de planontwikkeling geborgd is. 4.3.10 Verkeer en infrastructuur Verkeer algemeen Den Haag groeit, er komen meer inwoners, meer banen en ook meer bezoekers. Dit zorgt voor een toename van het verkeer van, naar en in de stad. Bovendien reizen mensen steeds meer en over langere afstanden. Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Den Haag voor de periode 2010 tot 2020 met een doorkijk tot 2030, is vervat in de “Haagse Nota Mobiliteit” (Rv 115 - 2011; RIS 180762). De visie in de nota is er op gericht van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken door er voor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. Gerichte investeringen in het openbaar vervoer en de fiets, goede voorzieningen voor voetgangers, en bundeling en ordening van het autoverkeer moeten er voor zorgen dat reizigers de juiste keuzes kunnen maken. Openbaar vervoer Het openbaar vervoer speelt een belangrijke rol als drager van ruimtelijke ontwikkelingen. Het dient te zorgen voor aantrekkelijke en snelle vervoerstromen tussen woon- en werklocaties, naar het centrum en andere belangrijke attractiepunten.

De komende jaren staan binnen de gemeente Den Haag ingrijpende verbeteringen van het openbaar vervoer op stapel. Dat gebeurt aan de hand van de toekomstplannen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voor het openbaar vervoer. Deze ambitieuze plannen onder de naam 'Netwerk RandstadRail' gaan onder meer over het geschikt maken van bestaande tramlijnen voor breder trammaterieel en de aanleg van Parkeer+Reis-terreinen bij diverse stations. Dienstregeling en lijnvoering van tram en bus worden jaarlijks vastgesteld door de Vervoersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Onderstaande kaart over het openbaar vervoer laat het streefbeeld zien van het openbaarvervoer netwerk volgens de Haagse Nota Mobiliteit.

41

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

Autoverkeer Het gemotoriseerde verkeer wil de gemeente zoveel mogelijk ordenen en concentreren op een stelsel van goed ingepaste stedelijke en regionale hoofdwegen (zie kaart “Hoofdstructuur wegverkeer” uit de Haagse Nota Mobiliteit) met voldoende capaciteit om een optimale doorstroming te waarborgen. Een vlotte doorstroming op de hoofdwegen zorgt ervoor dat het verkeer als vanzelf deze hoofdwegen kiest, waardoor de verkeersdruk op de woonwijken minder kan zijn. De hoofdwegen zorgen voor een goede bereikbaarheid van de grote concentraties van werkgelegenheid en voorzieningen in de stad vanuit de regio en verder. Tevens verbinden de hoofdwegen de stadsdelen en wijken onderling met elkaar. De hoofdwegen hebben een zodanige vormgeving en inpassing dat voldaan wordt aan de leefbaarheidseisen en milieunormen. In de woonwijken is doorgaand autoverkeer niet welkom. De wijkontsluitingswegen krijgen daarom op den duur een inrichting als “stadslaan”: wegen met een minder dominante positie voor autoverkeer en prioriteit voor langzaam verkeer en openbaar vervoer. De erftoegangswegen krijgen een inrichting als 30 km/u zone, voor zover dat nog niet gebeurd is. De “Nota Straten, Wegen en Lanen” (rv 10-2017, RIS 280303_150224) bevat een uitwerking van het beleid uit de Haagse Nota Mobiliteit voor de wegen in de gemeente.

De Nota SWL bevat de functionele eisen die gesteld worden aan de wegenstructuur, zoals een duidelijke hiërarchie in het wegennet en een voldoende afwikkeling van de verschillende verkeerssoorten. De Nota SWL beschrijft ook de wegbeelden voor de inrichting van de verschillende wegcategorieën. Die wegbeelden betreffen niet alleen het verkeer, maar hebben ook te maken met de ruimtelijke inpassing van wegen. Daarbij gaat het ook om groen, water, openbare ruimte en stedenbouwkundige structuur van de stad.

42

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

Fietsverkeer Het fietsverkeer krijgt vanwege het milieuvriendelijke karakter en de fysiek zwakkere positie ten opzichte van het gemotoriseerde verkeer, bijzondere aandacht. Door het aanbieden van een aantrekkelijk hoogwaardig netwerk van veilige fietsroutes wordt het gebruik van deze vervoerswijze gestimuleerd. in 2019 is de Fietsstrategie 2040 – Ruime baan voor de fiets is vastgesteld (RIS 302960). Ambitie van de strategie is dat Den Haag een echte fietsstad wordt, voor álle Hagenaars. In 2040 is de fiets het belangrijkste vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. Dat betekent wel dat de infrastructuur moet meegroeien met het fietsgebruik. Dat betekent letterlijk meer ruimte maken voor de groei van het fietsgebruik. Met investeringen in voldoende capaciteit voor de rijdende en de parkerende fiets die ook bijdragen aan een aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte. Mede dankzij nieuwe typen fietsen, zoals de E-fiets, de bakfiets en deelfietsen is de fiets voor meer mensen en voor meer verplaatsingen een aantrekkelijke keuze. In 2040 is de (elektrische) fiets het dominante vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in het stedelijke fietsroutenetwerk. Zowel in de realisatie van sterfietsroutes als in het opheffen van ontbrekende schakels op het hoofdroutenet.

Het fietsgebruik op de Haagse en regionale routes groeit stevig en moet in goede banen worden geleid; door de conflicten met andere verkeersdeelnemers te verminderen en door in de ruimtelijke inrichting meer prioriteit aan de fiets te geven. Binnen het stelsel van hoofdfietsroutes is een net van 'sterroutes' aangegeven. De sterroutes vormen de belangrijkste doorgaande routes die de woongebieden met het stadscentrum, de knooppunten van openbaar vervoer en het buitengebied verbinden. Onderstaande kaart toont het fietsroutenetwerk uit de Fietsstrategie Ruim Baan voor de Fiets. Daarnaast is er de nodige aandacht voor het stallen van fietsen, zowel bij woningen als bij werklocaties, maar ook bij de grotere attractiepunten zoals scholen, winkelgebieden, stations en recreatiebestemmingen. De publieke voorzieningen voor de fiets maken integraal onderdeel uit van de inrichting van de openbare ruimte.

43

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

Parkeren Het parkeren en stallen van auto's neemt een belangrijke plaats in binnen het verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente Den Haag. Het algemene parkeerbeleid is vastgelegd in de parkeerstrategie 2021 2030 (RIS308711). Dit beleid gaat vooral over het faciliteren van de parkeerbehoefte en het benutten van schaarse ruimte maar moet ook automobilisten prikkelen om meer met het openbaar vervoer te reizen of de fiets te pakken. Hoge stedelijke bebouwingsdichtheden zonder adequate parkeervoorzieningen leiden vaak tot een te zware belasting van de openbare ruimte. Dat geldt zowel voor woon- als werkfuncties maar ook voor locaties die veel bezoekers trekken. Behalve de noodzaak tot de verdeling van schaarse (openbare) parkeergelegenheid in een aantal gebieden in de stad, zijn mobiliteitsoverwegingen gericht op het streven naar een bereikbare en leefbare (woon)omgeving voor de gemeente aanleiding tot het stellen van parkeereisen bij nieuwe ontwikkelingen. Parkeernormen De parkeernormen en het toepassingskader ervan zijn uitgewerkt in de Regeling Autoparkeernormen Den Haag 2021 (RIS309547) en specifiek voor het CID in de Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020 (RIS306160). Nieuwbouw- en verbouwplannen worden aan dit beleid getoetst. Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte berekend en vergeleken met de voorzieningen die in het plan zijn opgenomen.

Het kan zijn dat in de visie van de initiatiefnemer de genormeerde parkeerbehoefte van de in het plan opgenomen functies afwijkt van de werkelijke parkeerbehoefte. Het is dan aan de initiatiefnemer om dit aan te tonen en goed te onderbouwen. Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte van een bouwontwikkeling op het eigen terrein wordt opgelost. Soms is dat niet mogelijk en het is ook niet altijd strikt noodzakelijk. De gemeente kan onder andere de

44

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

parkeerdruk en eventuele beschikbare parkeerruimte binnen loopafstand in de omgeving, meewegen. Dat geldt ook voor functies waarvan de parkeerplaatsen onderling uitwisselbaar zijn. Daarnaast kan de gemeente in afwijkende situaties maatwerk toepassen. Aan de hand van de informatie wordt vastgesteld hoeveel parkeerplekken de initiatiefnemer op eigen terrein moet realiseren. Bij woningbouw is het gemiddelde autobezit uitgangspunt voor de hoogte van de parkeernorm. Het gemiddelde autobezit hangt af van de oppervlakte van de woning, de plek in de stad en het type woning. Voor werken, winkels en andere voorzieningen is de functie van het gebouw en de mate van bereikbaarheid met het openbaar vervoer, bepalend voor de parkeernorm. Bij knooppunten van het openbaar vervoer geldt een lagere norm dan op plekken die minder goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. De parkeernormen worden uitgedrukt in het aantal parkeerplaatsen per woning, en bij de -meeste- overige de functies in het aantal parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak. De stedenbouwkundige regels uit de gemeentelijke bouwverordening zijn in verband met het bepaalde in de Reparatiewet B2K2014 (Stb. 2014, 458) op dit plan niet meer van toepassing. De parkeernormregeling zit volledig in dit bestemmingsplan.

Fiets parkeren De aantrekkelijkheid van een reis per fiets wordt mede bepaald door de beschikbaarheid en kwaliteit van de fietsparkeervoorziening bij herkomst en bestemming. Daarnaast wil de gemeente voorkomen dat de kwaliteit van de buitenruimte onder druk komt te staan doordat fietsen teveel geparkeerd worden op plaatsen met een intensief gebruik van de openbare ruimte. Om die reden gaat de gemeente uit van het faciliteren en sturen op het stallen van fietsen bij belangrijke bestemmingen of bestemmingsgebieden, zoals NS-stations en de binnenstad. Daarnaast hanteert de gemeente fietsparkeernormen bij nieuwbouw en verbouw van kantoren, bedrijven en voorzieningen. Het gemeentelijke beleid ten aanzien van het stallen van fietsen is vastgelegd in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” (RIS294386). Fietsparkeernormen De gemeente Den Haag heeft in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen. Deze fietsparkeernormen worden toegepast bij nieuwbouw en verbouw waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Het hanteren van fietsparkeernormen is nodig om het fietsen in Den Haag te stimuleren en het beslag van het fietsparkeren op de schaarse openbare ruimte te kunnen reguleren.

Bij de bepaling van de fietsparkeernormen is het faciliteren van het groeiende fietsgebruik het uitgangspunt geweest. Voor het fietsparkeren bij woningen is de eis uit het bouwbesluit van toepassing, waarin is aangegeven dat bij woningen een berging aanwezig is. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een woongebouw kan in de aanvraag verzoeken om afwijking van de prestatie-eisen die het Bouwbesluit stelt aan buitenbergingen, anders genoemd verzoeken om toepassing van gelijkwaardigheid. In de “Beleidsregels Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017” (RIS297288) staat aangegeven onder welke voorwaarden collectieve fietsstallingen kunnen worden gebouwd in plaats van afzonderlijke fietsbergingen per woning. De fietsparkeerbehoefte van een ontwikkeling met een niet-woonfunctie wordt berekend aan de hand van het bouwplan en de daarbij behorende parkeernorm. Voor het vaststellen van de fietsparkeereis wordt vervolgens de berekende parkeerbehoefte afgezet tegen de specifieke kenmerken en grootte van het bouwplan en tegen de omgeving van het bouwplan. Indien er concrete aanleiding bestaat om de berekende fietsparkeerbehoefte bij te stellen, is het aan de ontwikkelaar om aan te tonen op grond waarvan dat nodig is. Dubbelgebruik kan daar bijvoorbeeld een aanleiding voor zijn.

Aan de parkeereis kan op eigen terrein worden voldaan of door middel van een storting in het fietsparkeerfonds (of een combinatie). Fietsparkeerplaatsen die op eigen terrein worden gerealiseerd dienen goed bereikbaar en comfortabel te zijn. Bij afkoop van de fietsparkeereis door middel van een storting in het parkeerfonds, dient de gemeente te voorzien in de behoefte van fietsparkeerplaatsen door realisatie en exploitatie van (openbaar toegankelijke) fietsparkeervoorzieningen. Tenslotte worden de afspraken tussen ontwikkelaar en gemeente vastgelegd voor de nieuw- en verbouwplannen waarmee het beoogde gebruik van de fietsparkeeroplossingen kan worden bewaakt.

45

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

4.3.11 Economische Visie Den Haag 2030: brede economische groei in een stad zonder grenzen De economische visie dient als Kadernota economisch beleid (RIS303550) en vervangt de beleidsnota "de Kracht van Kwaliteit" (RIS180414). De brede economische groei als algemene doel wordt via vier strategische doelen verwezenlijkt: 1. 2. 3. 4.

een attractieve stad voor bewoners, bezoekers en bedrijven; een veerkrachtige economische structuur; een excellent ondernemingsklimaat, waarin ondernemers kunnen groeien; voldoende ruimte voor bedrijvigheid in aantrekkelijke werkmilieus.

Brede economische groei is een integrale opgave. Ruimte voor werk mee moet groeien met het inwoneraantal zodat elke inwoner van Den Haag mee kan doen: ondernemer en werknemer, onafhankelijk van opleidingsniveau. Er is dringend behoefte aan meer en kwalitatief diverse betaalbare, duurzame en bereikbare bedrijfsruimte. De Haagse agglomeratie moet meer ruimte bieden aan verschillende soorten bedrijvigheid: van internationale topmilieus tot bedrijventerreinen en kleinschalige bedrijfsruimte in de wijken met voldoende leer-werkmogelijkheden voor vakmensen. Hoofdkantoren, innovatieve bedrijven en instellingen willen in gemengde locaties, dicht bij elkaar en bij het openbaar vervoer zijn gevestigd. Ook sfeer, imago en uitstraling worden steeds belangrijkere vestigingsvoorwaarden voor ondernemers, onder andere om talent aan te trekken. Ambitie van Den Haag is in 2030 het best scoren op woon- en leefklimaat van de vier grote Nederlandse steden en dé stad zijn voor kwaliteitstoerisme in Nederland. Er wordt ingespeeld op ontwikkelingen als digitalisering, technologische vernieuwing en verduurzaming en ingezet op schonere lucht en minder geluidhinder. Belang van KC-locatie In het economisch beleid (RIS303550) is 'Ruimte geven aan bedrijven' opgenomen als belangrijk speerpunt.

Met de ontwikkeling van de KC-locatie wordt hier invulling aan gegeven, immers: Ontstaat er een 'nieuw stuk stad' als integraal onderdeel van het CID met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte, verschillende publieke functies en een aantrekkelijke plint Na realisatie van het werkgelegenheidsprogramma op deze locatie zullen er tussen de 3000 en 4000 werknemers gehuisvest zijn, afkomstig uit de private en publieke sector. De ANWB wil haar hoofdkantoorvestiging (meer dan 2000 werknemers) samenvoegen met haar reisorganisatie, thans gevestigd in Hoofddorp (meer dan 300 werknemers). Daarnaast blijft de ANWB als grote werkgever behouden voor Den Haag. Tevens kan het RVB hiermee invulling geven aan het verduurzamen van de Rijkskantoren. Wordt er een locatie benut waar tot op heden geen kantoorfunctie aanwezig was en wordt circa 60.000 m2 aan de voorraad in het CID toegevoegd. Op dit moment kan aan verplaatsende ondernemingen binnen of partijen van buiten Den Haag beperkt kwalitatief goede kantoorruimte aangeboden worden. Op deze locatie wordt een aanzienlijk programma aan de voorraad toegevoegd en ontstaat er ook weer ruimte voor zoekers naar kantoorruimte in de bestaande voorraad en planinitiatieven in het CID.

4.3.12 Horecavisie Den Haag wil met de kracht van horeca de aantrekkelijkheid van Den Haag vergroten, de ontwikkeling van gebieden met grote economische betekenis verder aanjagen en groei van werkgelegenheid in de horecasector stimuleren. De visie voor het gemeentelijk horecabeleid in de komende jaren wordt in de 'Horecavisie Den Haag' (RIS 288645) uiteengezet langs de belangrijkste thema's. Hiermee zet Den Haag in op het verder optimaliseren van de randvoorwaarden voor een bloeiend horecaklimaat in de stad. In de horecavisie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Ontwikkeling van de Haagse economie en groei van werkgelegenheid; Ruimte voor vernieuwing en innovatieve concepten; Een gelijk speelveld voor ondernemers; Een toegankelijk en veilig horecaklimaat; Meewegen van bewonersbelangen in beleidskeuzes.

46

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

De gemeente heeft als rol om afwegingen te maken tussen de belangen van ondernemers onderling en die tussen ondernemers en bewoners. Hierbij wordt uitgegaan van gebiedsprofielen voor de vestiging van horecazaken. Het resultaat is dat de kracht van Haagse horecaondernemers optimaal bijdraagt aan de quality of life voor bewoners, de aantrekkingskracht op (zakelijke) toeristen, een concurrerend vestigingsklimaat voor bedrijven en aan de werkgelegenheid in het algemeen. Horecavisie: uitwerkingsplan 2016-2019 Het Uitwerkingsplan 2016-2019 (RIS 288643) maakt de vertaling van de Horecavisie naar concrete acties. In het uitwerkingsplan zijn een aantal regels en locaties specifiek benoemd.

4.3.13 Kantorenstrategie Den Haag 2018 - 2030 In het kantorenbeleid (RIS300807) staat de kantoorgebruiker centraal en wordt tegemoet gekomen aan de eisen en wensen die aan kantoorruimten en kantoormilieus wordt gesteld, te noemen zijn: Ruimte voor bestaande, nieuwe en doorgroeiende kantoorgebruikers om de kansen voor groei van werkgelegenheid te benutten Samenhangende, duurzame, sterke en toekomstgerichte kantoorgebieden Een markttechnisch gezonde en transparante kantorenvastgoedmarkt. Het aanbod (=leegstand en kantoorruimte aangeboden voor de verhuur) van kantoorruimte in Den Haag is in 2022 gedaald naar 4,17% van de totale kantorenvoorraad (bron: C&W Dashboard). Daarmee lag het aanbod in 2022 onder de 5%, wat doorgaans aangeduid wordt als frictieleegstand. Frictieleegstand is wenselijk om een gezonde dynamiek te behouden op de kantorenmarkt, voor partijen die verhuizen en/of zich willen vestigen in de gemeente. In 2018 is in de 'Kantorenstrategie 2018-2030 De gebruiker centraal' (RIS300807) al vastgesteld dat het van belang is kwalitatief goede meters aan de kantorenvoorraad toe te voegen door het 'creëren en aanhouden van een actuele gesaldeerde planvoorraad van 200.000 m2 bvo voor nieuwbouw kantoren op geschikte locaties (waarvan 150.000 m2 BVO in het CID)'. Om dit doel te bereiken is er in 2019 een 'Urgentieprogramma Kantoren'(RIS303984) opgezet.

Samengevat: Het aanbod in het CID voor kleinere kantoorgebruikers in kantoor-verzamelgebouwen en/of flexconcepten alsmede voor (middel)grote kantoorgebruikers dient verruimd te worden Het bestaande kantorenaanbod is niet altijd modern en voldoet niet aan de kwaliteitswensen van de gebruiker (toenemende vraag naar grote vloeren > 1.200 m2 bvo en minimaal Label C). Het verduurzamen van kantoorpanden, maar ook toevoegen van kwalitatief goede meters is nu en op middellange termijn, noodzakelijk. Kantoorgebruikers hebben een toenemende voorkeur voor een dynamische omgeving met een mix van functies, zoals wonen en voorzieningen. Dat kan op gebieds-, maar ook op gebouwniveau in het CID gerealiseerd worden. Planvoorraad CID Binnen het CID worden tot en met 2030 de nodige plannen gerealiseerd met een totaalmetrage van ruim 200.000 m2 bvo. Dit betreft dan de gesaldeerde planvoorraad (=netto toevoeging). Overigens dient hierbij het volgende bij aangetekend te worden: De gesaldeerde planvoorraad voor 'de markt' is naar alle waarschijnlijkheid niet toereikend in relatie tot de behoefteramingen zoals opgesteld in 2018. De plannen bevinden zich in verschillende ontwikkelstadia en verschillen in mate van realisatiezekerheid en -termijn. Slechts 1 locatie (KC-locatie) in het CID betreft een grondpositie van de gemeente. Het marktsentiment cq. de vraag naar kantoren kan o.a.

beïnvloed worden door de impact van Covid-19. Ook heeft Covid-19 mogelijk gevolgen voor het kantoorgebruik. Hybridewerken lijkt de norm te worden en het kantoor krijgt meer een ontmoetingsfunctie dan een werkfunctie.

47

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

Marktvraag CID CBRE (Marktonderzoek functiemenging CID, mei 2022) heeft recent berekend dat op basis van de werkgelegenheidsontwikkeling en de vervangingsvraag er tot 2030 circa 165.000 m2 bvo kantoren aan de voorraad in het CID toegevoegd moet worden. Daar bovenop komt nog de vraag vanuit het Rijk. Voor een deel is dat ook uitbreiding als gevolg van een groeiende (nationale en Europese) overheid en deels vervanging tbv de verduurzamingsoperatie van het Rijk. De totale vraag wordt geraamd op 400.000 m2, waarvan een deel vervanging, met als gevolg dat naar alle waarschijnlijkheid verouderde kantoren elders in Den Haag getransformeerd zullen worden. Van deze vraag is inmiddels circa 61.000 m2 bvo in voorbereiding op de KC locatie tbv het Rijk (36.000 m2 bvo) en de ANWB (25.000 m2 bvo). Ook staat naast het aanbod van 77.300 m2 ook de ‘Groene Toren’ leeg. Deze zal worden herontwikkeld en uitgebreid tot ruim 48.000 m2 (oplevering op zijn vroegst medio 2026). Per saldo blijft van de genoemde 400.000 m2 onder aftrek wat nu in de pijplijn zit en het bestaande aanbod, circa 200.000 m2 over waar toekomstige ontwikkelingen in moeten voorzien. Qua locatie en volume past de ontwikkeling in het beleid van Provincie Zuid-Holland (PZH) en is als zodanig ook opgenomen in de planlijst van de PZH.

4.3.14 Nota referentienormen maatschappelijke voorzieningen De nota Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen (RIS307513) geeft richtinggevende oppervlaktes voor diverse voorzieningen welke als uitgangspunt gehanteerd worden bij de start van gebiedsontwikkelingen en grootschalige projecten. Aangezien er in dit project geen woningen gerealiseerd worden, geldt dat conform de referentienormen geen beroep wordt gedaan op maatschappelijke voorzieningen zoals basisscholen of speelvoorzieningen. In de plint van de gebouwen is wel ruimte opgenomen voor publieke voorzieningen die mede een maatschappelijk doel dienen, onder andere een kinderfietsenwerkplaats, verkeerseducatie-ruimte, expositieruimte, ontmoetingsruimtes en een theaterzaal. Met het pocketpark wordt ook groene verblijfsruimte gecreëerd voor werknemers, bezoekers en omwonenden. De plint van de gebouwen is deels bestemd voor publieke voorzieningen. 4.3.15 Kadernota duurzaamheid Inleiding De s-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Bij elke (her)inrichting en omvorming van de openbare ruimte is een natuurkansenscan verplicht. Ontwerpen die ter beoordeling worden voorgelegd aan de Adviescommissie Openbare Ruimte worden, mede op basis van de natuurkansenscan, ook beoordeeld op het gebied van stadsnatuur. In Den Haag vinden we onze bomen van oudsher belangrijk.

Alle stadsbomen vormen samen een stadsbomennetwerk, wat parken, bossen, tuinen, lanen en groengebieden tot in de haarvaten met elkaar verbindt. In de Nota Stadsbomen (RIS307827) zijn concrete doelen geformuleerd om de leefkwaliteit van deze bomen te verbeteren: we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk en we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Wanneer we een ontwerp voor (her)inrichting maken met bomen dan doen we dat met aandacht voor diversiteit, ecologie en het maken van diverse microklimaten in onze stad. Om meer kroonoppervlak te maken zijn goede groeiplaatsen voor bomen essentieel. De gemeente Den Haag stimuleert groen- en natuurinclusief bouwen in de stad met het besluit Natuurinclusief bouwen (RIS 309252, 301953, 313059). Dit levert een bijdrage aan de biodiversiteit, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Daarnaast moeten alle grootschalige nieuwbouwprojecten in Den Haag voldoen aan het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen (RIS301953). Als onderleggen voor het ruimtelijk beleid heeft de gemeente De Agenda Ruimte voor de Stad (RIS295016).

De agenda heeft verschillende functies waaronder het vormen van een onderlegger voor het ontwikkelen en beoordelen van nieuwe ruimtelijke plannen. Groen is hierbij een belangrijk onderwerp en

48

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

komt terug rondom opgaves als verdichting en klimaatadaptatie. De Agenda Groen voor de Stad (RIS295016) legt de basis om samen met de stad binnen een helder beleidskader en met een duidelijke ambitie de uitdagingen waar Den Haag voor staat het hoofd te bieden en de kansen die zich voordoen te pakken. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven. De ambities, thema's en kaarten in deze Agenda vormen een richtinggevend toetsingskader voor de toekomst van het groen van de gemeente Den Haag. Ze geven aan wat waar belangrijk is en niet wat het precies moet zijn of worden. In plaats van een blauwdruk gaat het om het benoemen van waarden en procesvoorwaarden, waarmee de kwaliteit van het groen in Den Haag voor de langere termijn is geborgd. In de Agenda leggen we de hoofdzaken vast en geven daarnaast ruimte voor nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Al deze beleidsdocumenten geven weer dat de gemeente zorgvuldig omgaat met onze stadsnatuur.

Zo wordt er ook gekeken naar de effecten van verlichting op de natuur, te vinden in de Richtlijn Licht op Natuur (RIS 298657) Klimaatadaptatie Volgens de laatste scenario's van het KNMI zal klimaatverandering ertoe leiden dat we in Nederland vaker te maken krijgen met hevige regenbuien, meer dagen met tropische temperaturen, langere droge perioden en een verdere stijging van de zeespiegel. Dergelijke weersextremen kunnen veel schade en overlast veroorzaken, ook op het gebied van gezondheid. De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744) biedt ontwerpprincipes om gebouwen en de buitenruimte klimaatbestendig te ontwerpen en in te richten. Wateroverlast en de schade daardoor veroorzaakt zijn per locatie te analyseren middels de stresstesten in de klimaatatlas. De sponswerking van de stad moet vergroot worden om de gevolgen van klimaatverandering te beperken. Dat doen we middels hemelwater vastgehouden - bergen - infiltreren en/of hergebruiken - eventueel vertraagd afvoeren. Oplossingsrichtingen zijn sterk afhankelijk van lokale omstandigheden zoals grondwaterstanden en type ondergrond (zand of veen). Een robuuste oplossing vraagt dus altijd om maatwerk. Naar het thema hitte in Den Haag is door de TU Delft een uitgebreide studie verricht. De resultaten van deze studie zijn te vinden in het rapport Haagse Hitte (RIS299474).

Naast maatregelen op en aan gebouwen die gericht zijn op het buitenhouden van de zomerse zon of verkoeling (zonwering, overstekken, groene daken, verticaal groen, geveltuintjes) bieden bomen schaduw en verkoeling in de zomer. Bomen vormen daarom ons groene kapitaal. Zodoende wordt terughoudend omgegaan met het afgeven van kapvergunningen en zal, waar kappen onvermijdelijk is, nieuw bomen met gelijkwaardige natuurwaarde moeten worden aangeplant. Voor Den Haag zijn de effecten van droogte onderzocht in een Droogtestudie (RIS306855). De droogtestudie geeft aan dat verschillende delen van de stad kwetsbaar kunnen zijn voor diverse effecten van droogte. Droogte wordt beperkt door maximale sponswerking in de stad te benutten door oplossingen in groen, bodembuffers en door wateraanvoer via het (stedelijke/regionale) oppervlaktewatersysteem. tad Den Haag moet verdichten, vergroenen en verduurzamen om aan toekomstige verwachtingen te voldoen (Agenda Ruimte voor de stad RIS295016). Het verdichten is nodig om de huidige en toekomstige woningnood op te vangen. Om dat nu en in de toekomst leefbaar te houden is vergroenen en verduurzamen nodig. Zo heeft de gemeente het streven om in 2030 een klimaatneutrale en klimaatadaptieve stad te zijn. Om dit te kunnen realiseren zijn structurele aanpassingen nodig in de manier waarop er wordt gebouwd.

Voor nieuwbouw gelden daarom hoge duurzaamheidsambities. Gebouwen moeten een lange levensduur hebben, zuinig zijn in gebruik en opbouw zijn en bestand zijn tegen toekomstige klimaatveranderingen. Bovendien moeten onderdelen en materialen na de levensduur hergebruikt kunnen worden. De Nota Duurzaamheid “Schone energie in een groene stad” (RIS301829) beschrijft op hoofdlijnen hoe Den Haag de energievoorziening, leefomgeving, mobiliteit en het grondstoffengebruik toekomstbestendig wil maken. In dit hoofdstuk komen de verschillende thema's aan bod en worden de relevante beleidsnota's beschreven. Het gaat respectievelijk om de thema's: energie, leefomgeving (groen,

49

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

klimaatadaptatie, gezondheid en milieu), mobiliteit en grondstoffen/circulariteit. Voor een toepassing in het plangebied zie ook 3.5 Duurzaamheid. Energie Den Haag zet grote stappen om te komen tot de ambitie om in 2030 een klimaatneutrale stad te zijn. Om dat te bereiken moet de Haagse energievoorziening aangepast worden. De energievoorziening van nieuwbouw (woningen) moet volgens het Bouwbesluit zonder aardgasaansluiting ontwikkeld worden. De gekozen energievoorziening moet passen bij de oplossingsrichting die in het Stedelijk EnergiePlan (RIS306869) en het ontwerp van de Transitievisie Warmte (RIS310442) vastgesteld is. Uitgangspunt hiervan is dat nieuwbouw vanwege de goede isolatie met lage temperaturen verwarmd kan worden. Daarom is het gebruik van hoge (> 70 °C) temperatuur stadsverwarming voor nieuwbouw onwenselijk. Die warmte is nodig voor de verwarming van bestaande minder goed te isoleren woningen en gebouwen. Vanaf 1 januari 2021 zijn de BENG-eisen (= Bijna energieneutraal Gebouw) van toepassing op alle bouwaanvragen die worden ingediend. Het Bouwbesluit stelt met de BENG eisen een ondergrens. Om het thermisch gebruik van de ondergrond te optimaliseren stelt de gemeente waar nodig bodemenergieplannen op. In een bodemenergieplan wordt vastgelegd op welke plekken koude en op welke plekken warmte in de bodem opgeslagen mag worden.

Zo wordt voorkomen dat koude en warme bronnen met elkaar interfereren en kan de thermische capaciteit van de bodem optimaal worden benut. Platte daken op de locatie dienen gebruikt te worden voor klimaatadaptieve maatregelen (groen dak, wateropvang) in combinatie met het opwekken van duurzame energie (elektriciteit, warm water). Zorg met het ontwerp en indeling voor een lage koelbehoefte van het gebouw. Dit kan door rekening te houden met de oriëntatie van het gebouw, zonwering etc. Er gelden landelijke BENG normen en de TO-juli normering. Mobiliteit Den Haag zet in op een verandering van het mobiliteitssysteem (de mobiliteitstransitie), zoals vastgelegd in de Strategie Mobiliteitstransitie 2022-2040 (RIS310664). De strategie is opgebouwd uit vier thema's. Het thema 'stadsvriendelijke vervoerswijzen' richt zich op duurzame mobiliteitsoplossingen die zo min mogelijk schade brengen aan mens en milieu, en die ten dienste staan van het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Dat betekent o.a. dat we uitgaan van het STOMP-principe: Stappen-Trappen-OV-MaaS-Privéauto. Bij het ontwerp van de openbare ruimte én de gebouwen kiezen we in de eerste plaats voor de voetganger en fietser, gevolgd door het OV, deelmobiliteit en privéauto. Zo vormt de mens het startpunt. Lopen is de basis, voor wat langere afstanden bieden fiets, OV en auto de uitkomst.

MaaS kan dit nog makkelijker maken. MaaS staat voor Mobility as a Service, hiermee bedoelen we mobiliteit als dienstverlening in de brede zin. Een goed voorbeeld is deelmobiliteit. Bij deelmobiliteit maken meerdere mensen gebruik van dezelfde vervoermiddelen. Dit kan zowel een auto, (bak)fiets als scooter zijn. De privéauto geldt als sluitstuk, deze neemt namelijk de meeste ruimte in beslag. Om de noodzakelijke doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem te bewaken, zijn zes doelstellingen voor mobiliteit geformuleerd, waaronder schone mobiliteit; we zetten in op een klimaatneutrale stad in 2030 en op emissievrije mobiliteit. Dat doen we door schoner vervoer, het terugdringen van het aantal en de lengte van verplaatsingen en door meer verplaatsingen lopend, fietsend en met het openbaar vervoer te laten plaatsvinden. Daarnaast streven we naar schone en emissievrije stadslogistiek, taxi- en doelgroepenvervoer. In Aanpak schoon vervoer (RIS303606) wordt versneld ingezet op schonere alternatieven ten aanzien van gemotoriseerd vervoer. Met maatregelen, zoals het versnellen van elektrische mobiliteit, wordt onze lucht schoner. Vanwege de gezondheidseffecten van luchtvervuiling streven we overal in de stad de norm van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor luchtkwaliteit na.

In en rond het gebouw dient actief rekening gehouden worden met de gewenste vormen van vervoer bijvoorbeeld door ruimte en voorzieningen te reserveren voor (deel)fietsen en laadpunten voor elektrische voertuigen. Den Haag heeft diverse milieuzones, deze gelden o.a. voor vrachtverkeer, bussen, dieselauto's en oude

50

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

brommers en worden stapsgewijs aangescherpt. Alle logistiek in de binnenstad dient vanaf 2025 emissieloos plaats te vinden (Milieu Zones Den Haag RIS305702). Het plangebied valt weliswaar buiten de binnenstad en buiten de milieuzone voor vrachtverkeer, maar de toekomstige gebruikers van deze locatie zouden kunnen onderzoeken om zich aansluiten bij het Platform Stedelijke Distributie en gebruik te maken van de Haagse Logistieke Hub. Onze ambitie is dat Den Haag een echte fietsstad wordt, voor álle Hagenaars. In 2040 is de fiets het belangrijkste vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. Dat betekent wel dat de infrastructuur, mobiliteitsdiensten en de reizigers zelf moeten meegroeien met het gewenste fietsgebruik (Ruim baan voor de fiets, fietsstrategie Den Haag 2040, RIS302960). Met de groei van het fietsgebruik groeit ook de behoefte aan voldoende stallingsvoorzieningen op de juiste plek. Dat is nodig om fietsgebruik te faciliteren, maar ook om de overlast in de openbare ruimte te voorkomen. De aanwezigheid van fietsenparkeervoorzieningen stuurt het gedrag. Of mensen hun fiets goed bij de woning en op bestemming kwijt kunnen, bepaalt of mensen voor de fiets kiezen of voor een ander vervoermiddel. Goede oplossingen voor fietsparkeren maken het gebruik van de fiets aantrekkelijk.

Met de toename van het aantal verschillende fietsmodellen, zoals E-bikes, kratfietsen en bakfietsen, is er behoefte aan een gedifferentieerd aanbod aan stallingsvoorzieningen. Grondstoffen Gemeente Den Haag heeft de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. In 2030 wil de gemeente voor 50% circulair zijn. Dat vraagt om een andere aanpak, o.a. op het gebied van inkoop, ontwerp en bouw. Het materiaalgebruik gerelateerd aan bouw en (bouw)processen is verantwoordelijk voor 11% van de gehele Nederlandse CO2 uitstoot. Het is daarom van belang om naast energiezuinige gebouwen ook waarde te hechten aan het omlaag brengen van het materiaalgebruik. De milieukosten van een gebouw worden berekend d.m.v. een MilieuPrestatieGebouw (MPG). Dit zijn alle milieukosten van materialen opgeteld, gedeeld door de levensduur en de vloeroppervlakte. De landelijke norm hiervoor ligt op 0.8 voor woningen en 1.0 voor utiliteit. Voor nieuwbouw in Den Haag streven wij naar een zo laag mogelijke MPG-waarde. Dit valt te behalen door slim om te gaan met de hoeveelheid materialen, in te zetten op hergebruik en te kiezen voor verantwoorde biobased materialen. Actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen (RIS 299397) We gaan verspilling van grondstoffen tegen en zorgen voor maximaal hergebruik van materialen in en door de stad.

Voor sloop hanteren we de minimale eis dat er gesloopt wordt conform de BRL SVMS-007. Afval Het aanbieden en ophalen van afval brengt een ruimtevraag met zich mee. De opstelplekken en aanrijroutes moeten voldoen aan de daarvoor geldende randvoorwaarden, zoals geformuleerd in de vastgestelde parkeerstrategie (RIS 308711) en het handboek openbare ruimte (www.hor.denhaag.nl). Afval dat tijdens de bouw en daarna in de gebruiksfase vrijkomt moet zoveel mogelijk aan de bron gescheiden worden en apart afgevoerd te worden. Het huishoudelijk afval dient inpandig (uit het zicht) en op eigen terrein te worden opgeslagen. In het ontwerp dient hiervoor ruimte gereserveerd te worden. Groen In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee we werken aan een groenere stad met een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een niet

51

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

52

bestemmingsplan Juliana van Stolberglaan 1 (ontwerp)

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

5.1

Milieueffectrapportage

5.1.1

Inleiding

In de Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is wettelijk geregeld voor welke projecten en besluiten een vorm van m.e.r.-verplichting geldt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, waarvoor altijd een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (m.e.r.-plicht) en activiteiten waarvoor het bevoegd gezag nader moet beoordelen of een m.e.r.-procedure al dan niet nodig is (m.e.r.-beoordelingsplicht). In bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven voor welk type activiteiten een planm.e.r.-, projectm.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen en in het kader van welk besluit deze verplichting geldt. Categorie D11.2 heeft betrekking op stedelijke ontwikkelingsprojecten.

Uitsnede D-lijst Besluit milieueffectrapportage, categorie D11.2 Gelet op het beoogde programma op de KC-locatie is de ontwikkeling aan te merken als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals opgenomen in categorie D11.2 (Kolom 1) en is het verplicht te onderzoeken of er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Het beoogde programma overschrijdt echter niet de drempelwaarden die in Kolom 2 (gevallen) staan vermeld. Het plangebied is ruim kleiner dan de drempel van 100 ha of meer. Ook blijft het project met ruim onder de drempel van 200.000 m2 bedrijfsvloeroppervlakte. Het verplicht opstellen van een milieueffectrapportage is daardoor niet aan de orde. Wel geldt nog steeds de verplichting om na te gaan of er sprake kan zijn van mogelijke nadelige milieugevolgen. Dat gebeurt via een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. 5.1.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12932173/1