CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315735 Bijlage

Commissie Leefomgeving 5 september 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Stadsnatuur12.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

STUDIE VERGROENING RIVIERENBUURT

kansen, verbeeldingen en schetsen voor verbetering van de leefkwaliteit Januari 2023

Colofon Studie vergroening Rivierenbuurt Januari 2023 opdrachtgever:

Ralph Pitlo (BAS)

projectnr.: 7003164 projectteam: Céline kruisbrink (IbDH) Vincent Hensen (IbDH) Julius Knoester (IbDH) Suet Chan (IbDH Mark de Visser (IbDH) Martine van der Helm (IbDH) Marcus Bouma (IbDH) Gerrit van der Hut (DPZ) besproken met DSO stedenbouw: Rudolf van Ee DSO mobiliteit: Hidde van der Bijl

Inhoudsopgave Opgave 3 Aanleiding Selectie Reflectie Prioritering Beoordeling bestaande groenkwaliteit 4 Lange lijnen 6 Hoofdboomstructuren 7 Typologie openbare ruimte 8 Spelregels 11 Toolbox beplanting 12 Extra bomen Rivierenbuurt 13 Achtergrond thema klimaat 16 Huidige natuurwaarden en kansen 18 Specials 18 - 28 Stadsentrees 29 - 46 Quick Wins 47 - 63

Ingenieursbureau Den Haag Spui 70 Postbus 12651 2500 DP Den Haag T: 14070 www.denhaag.nl vergroeningsgebied Rivierenbuurt

2

Opgave De aanleiding voor de voorliggende studie komt voort uit gemeentelijk beleid en de vraag van de stad om een hogere leefkwaliteit. Vergroenen is een van de drie speerpunten genoemd in ‘Agenda Ruimte voor de Stad’ (RIS 295016). Met de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) zet de gemeente Den Haag in op de functie van groen voor de leefkwaliteit in Den Haag. De ambitie is te streven naar een zo hoog mogelijke leefkwaliteit. Het gaat in de Agenda Groen dan ook over de waarde van groen. Alle waarden die groen toevoegt aan de stad worden ook wel ecosysteemdiensten genoemd. Het vergroenen van de openbare ruimte is een belangrijke en integrale opgave voor het toekomstbestendig maken van de stad. Het is een opgave waar we als stad aan werken. Bomen leveren in het bijzonder een belangrijke bijdrage aan de ecosysteemdiensten, zie de Nota Stadsbomen (RIS307827). Een van de ecosysteemdiensten biodiversiteit, is een belangrijk thema in de Nota Stadsnatuur (RIS305824). Meer en goed gekozen groen helpt met het verbeteren van onze stadsnatuur, en zo de biodiversiteit. Voldoende groen vermindert bovendien de kans op wateroverlast en werkt verkoelend (vooral bomen). Het draagt zodoende bij aan een toekomstbestendig Den Haag, zie de Nota Duurzaamheid (RIS301829).

Het overkoepelend ontwerpprincipe ‘Groen tenzij’ (stenen eruit, groen erin) in de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744) stuurt op meer vergroening. De roep vanuit bewoners om meer groen komt onder meer terug in de jaarlijkse inwoners onderzoeken van 2020 en 2021. Ook bij het stadsdeel zelf komt regelmatig de vraag binnen voor meer vergroening van het stadsdeel. Daarnaast speelt voor de Rivierenbuurt dat het onderdeel uitmaakt van het CID (Central Innovation District) van Den Haag. Hier ligt de komende jaren een enorme woningbouwopgave. Waarmee de druk op de openbare ruimte van de Rivierenbuurt zal toenemen. Vergroenen draagt niet alleen bij aan een aangenamer leefklimaat, maar ook een betere gezondheid, sociale cohesie, trekt bedrijvigheid aan en verhoogt de waarde van huizen en kantoren. Vanuit deze brede context is deze studie uitgevoerd. Selectie Het doel van deze studie is de kansen voor

Studie vergroening Rivierenbuurt

vergroening van de Rivierenbuurt in beeld te brengen. Hiermee wordt gehoor gegeven aan de ambitie om de leefkwaliteit in de stad te verhogen en de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte te vergroten. Met deze studie brengen we een totaaloverzicht van vergroeningskansen voor deze wijk. Het gaat om het toevoegen van groen in de huidige situatie in de stad. De potentiële plekken voor vergroening komen uit de kansenkaart vergroening (WebGIS), veldbezoek van het projectteam IbDH en zijn aangedragen door de afdeling DPZ Centrum (weg- en groenbeheer). Om de potentie van een vergroeningskans te bepalen is een stedenbouwkundige en landschappelijke analyse gemaakt. De rol van de openbare ruimte is in beeld gebracht. Hiervoor is o.a. gebruik gemaakt van de ‘lange lijnen studie’ (Kadernota Openbare Ruimte Den Haag RIS 107727) en de ‘Visie wijk- en buurtgroen, Stadsdeel Centrum’ (RIS298636). De kansen voor vergroening zijn ingedeeld in verschillende schaalniveaus (blz 8-10). Dit zijn: • stadsniveau; • wijkniveau; • buurtniveau; • blok-, straatniveau. Voor elke locatie is gekeken of het binnen een lopend project valt. Voor reeds lopende projecten, zijn de kansen verder niet verkend omdat hier al een herinrichting plaatsvindt.

ecosysteemdiensten, totdat dit deel van de stad is getransformeerd tot volwaardig CID. In de studie hebben we ook Quick-wins benoemd. Dit zijn plekken op blok-, en straatniveau die vrij eenvoudig op korte termijn kunnen worden vergroend. Het zijn plekken en vergroeningsingrepen die eventuele stedelijke ontwikkelingen op de lange termijn niet in de weg staan. Deze ‘Quick Wins’ zijn in de organisatie voorgelegd aan de Advies Commissie Openbare Ruimte (ACOR). Zij hebben hier positief op geadviseerd. Dit betekent dat we hiermee spelregels/ randvoorwaarden voor de inrichting van deze locaties hebben gemaakt. De volgende stap is het starten van participatie met de buurt. Ook naar het toevoegen van bomen in de wijk is studie gedaan. Voor het (bij)planten van bomen is een overzichtskaart gemaakt. Reflectie Op de studie is intern vanuit verschillende afdelingen reflectie gegeven. De reflectie is zoveel mogelijk in de studie en de schetsontwerpen verwerkt of is bij de uitleg van de schetsontwerpen opgenomen. Priotitering Een vervolgstap is het bepalen van de prioritering.

We zien allereerst kansen om werk met werk te maken bij projecten van herinrichting. Bijvoorbeeld bij Pletterijkade of het vervangen van de kademuren. Daarnaast is een overzicht gemaakt van de groene kwaliteiten in de wijk. Waar is al groene kwaliteit en waar niet? De overzichtstekening van deze kwaliteiten geeft richting in de keuzes om te investeren. Ook kan een prioriteit bestaan vanuit de buurt zelf, bijvoorbeeld omdat een actieve groep bewoners aan de slag wil met zelfonderhoud van groen. Een prioriteit kan ook ontstaan omdat de vergroening bijdraagt aan meerdere ecosysteemdiensten, bijvoorbeeld het tegengaan van hittestress of het opvangen van water. De vervolgstap is om voor de wijk de prioritering te bepalen. Daarmee kan ook het benodigde budget voor investering en beheer worden bepaald. Meer studies naar kansen voor vergroening Deze studie is een tweede studie van een reeks. Eerder is een studie voor de wijk Transvaal gemaakt. In de volgende ‘versteende’ stadsdelen en wijken wordt momenteel eenzelfde onderzoek uitgevoerd: • Stadsdeel Scheveningen • Schilderswijk • Stationsbuurt • Groente- en Fruitmarkt • Stadsdeel Laak

Uitleg van locaties Speciale plekken in de wijk, die vaak ook op wijk- en stadsniveau een rol spelen noemen we ‘Specials’. Dit zijn complexe plekken die niet zomaar kunnen worden ‘vergroend’. Voor deze plekken zijn verbeeldingen en schetsontwerpen gemaakt. Met prikkelende visualisaties worden de kansen voor vergroening onder de aandacht gebracht. Het vormt de opening voor een gesprek met de stad en biedt kansen de vergroening te agenderen. In deze studie gaan we ook in op de kansen die bestaan voor het vergroenen van vier stadsentrees. Dit zijn de Weteringkade, het Rijswijkseplein, de Lekstraat en Schedeldoekshaven. Vanuit de ontwikkeling voor het CID ligt hier een ontwikkelopgave. Deze opgave speelt op de lange termijn. Hier ligt een enorme potentie om ook voor de korte termijn de leefkwaliteit te verhogen. Dit kan op ‘eenvoudige’ wijze en zorgt voor extra ecosysteemdiensten

3

Beoor del i ng b e s t a a n d e groenkw al i t e i t Om zicht te krijgen op de huidige situatie in de wijken zijn alle straten, pleinen en plekken beoordeeld op de groene kwaliteit. We concluderen dat enkele straten en plekken nu al een goede groene kwaliteit hebben. Dit betekent dat de straten en plekken bovengemiddeld groen zijn en het groen in goede toestand is. Het betekent niet dat deze straten en plekken af zijn. Ook voor deze plekken verkennen wij in deze studie de mogelijkheden om het bestaande groen te versterken. Op veel straten en plekken in het studiegebied zijn een aantal bomen aanwezig, is enig groen zoals gevelgroen maar het heeft geen groene uitstraling en de straten bieden een hogere groene potentie. In deze straten en plekken moet groen worden toegevoegd om de groene kwaliteit te verbeteren. Op een aantal straten en plekken in het studiegebied zijn nauwelijks bomen of ander groen aanwezig. Het geheel heeft geen groene kwaliteit. Hier is de straat vaak van gevel tot gevel verhard. Op deze plekken moet hard gewerkt worden om extra groen toe te voegen om de groene kwaliteit te verbeteren. Dat is vaak een uitdaging, omdat in deze straten meestal de ondergrond of bovengrond druk bezet is. Het zijn regelmatig ook plekken waar alleen met een totale herinrichting van de openbare ruimte groen kan worden toegevoegd. Denk bijvoorbeeld aan delen van de Lekstraat.

In de kaart is overzichtelijk weergegeven wat onze beoordeling van de huidige kwaliteit is. Het geeft ook inzicht waar de hoogste prioriteit ligt vanuit een groenperspectief bekeken.

kwaliteit goed

4

kwaliteit redelijk

kwaliteit slecht

Beoordeling Rivierenbuurt groene kwaliteiten goed redelijk slecht Slecht Gemiddeld

Goed

kwaliteit openbare ruimte Rivierenbuurt

Studie vergroening Rivierenbuurt

5

La nge l i j nen De ruimtelijke samenhang van Den Haag wordt in belangrijke mate bepaald door het stelsel van lange lijnen loodrecht op en evenwijdig aan de kust. De lijnen evenwijdig aan de strandwallen zijn de oorspronkelijke verbindingswegen evenwijdig aan de kust en volgen de van nature hogere plekken die in het landschap aanwezig waren. Bij de verdere uitbreidingen van Den Haag zijn deze oorspronkelijke wegen verbreed maar het oorspronkelijke tracé is gehandhaafd. Daarnaast zijn wegen aangelegd langs de al bestaande watergangen zoals de Beek en de Laak. De lijnen loodrecht op de strandwallen waren oorspronkelijk verbindingswegen door het drassige polderlandschap gelegen tussen de beide strandwallen. Zij verbinden het achterland van Den Haag met de stad en de zee. Kenmerkend voor de lijnen loodrecht op de strandwallen is dat zij verschillende landschapstypen doorsnijden. Lange lijnen evenwijdig aan de strandwallen Rivierenbuurt: 1. Schenkroute (Hoefkade - Weteringkade - Schenkkade - IJsclubweg - Boekweitkamp Finnenburg) Lange lijnen loodrecht op de strandwallen Rivierenbuurt: 2. Oude Delftse As (Van Maanenkade Bontekoekade - Trekweg - Delftweg (Delft) 3. Binckhorst Scheveningen Bad route (Badhuiskade - Haringkade en Nieuwe Parklaan - Het Kanaal met Plesmanweg en Koninginnegracht - Raamweg Koningskade met Prinsessegracht - Rijnstraat Lekstraat - Binckhorstlaan

1

3 2

Bij latere stadsuitbreidingen zijn hoofdassen aangelegd die op sommige plaatsen harmonieus aansluiten bij de al bestaande lange lijnen. Maar veelal is er sprake van een ruimtelijke structuur met monumentale assen die hun tracé ontlenen aan een stedenbouwkundig concept dat niet gebaseerd is op de historische context. Deze worden niet gerekend tot de lange lijnen, de ruimtelijke kwaliteiten ervan zijn op het schaalniveau van de buurten en wijken geanalyseerd en beheerd. positie Rivierenbuurt binnen lange lijnen structuur Den Haag

6

H oofdboomstructur en De lange lijnen op stadsniveau vallen voor de wijk Rivierenbuurt samen met de stedelijke randstructuren van de wijk. Het zijn tevens de hoofdboomstructuren voor de stad (Nota stadsbomen). De Pletterijkade en de Weteringkade zijn in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur aangegeven als hoofdboomstructuur. De Grachtenring is van belang voor de stad als bijzonder historisch element en vormt ruimtelijk de grens van de binnenstad. Onderdeel van deze grachtengordel in de Riveirenbuurt zijn Zwarteweg, Uilebomen en Boomsluiterskade, een krachtige boomstructuur op de kade. Al deze structuren spelen een rol op het niveau van de stad en zijn wijkoverstijgend, bij ingrepen behoeven ze onderzoek op het niveau van de stad.

Schedeldoekshaven

en Nieuwe hav

Zwarteweg

Uilenbomen

Maasstraat

straat

Pletterij

ijkade

r Plette

Lekstraat

Boomsluiterskade

Scheldestraa

t

Grevelingen veld

Grevelingen veld

1 Weteringkade

tra

el s

h

nt

Di

Spa

arn

est

raa

t

at

n

3

etplei

li Trekv

2

Hoofdboomstructiuur

groene wijkstructuur

Ambitie hoofdboomstructiuur

ambitie groene wijkstructuur

Hoofdgroenstructuren bestaand en ambitie

Studie vergroening Rivierenbuurt

Ambitie stedelijke hoofdboomstructuren De Lekstraat is in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur aangegeven als potentie/ ambitie hoofdboomstructuur. Evenals de Schedeldoekshaven. Aan de Lekstraat ontbreekt het gedeeltelijk aan bomen en de Schedeldoekshaven heeft door het Prins Bernhardviaduct en het gebouw over het viaduct nagenoeg geen bomen. De wijk Rivierenbuurt en deze wijkstructuren maken onderdeel uit van het Central Innovation District (CID) waar de groei van de stad de komende jaren zal plaats vinden. Door toekomstige ontwikkelingen in dit CID zullen kansen ontstaan hier stevige boomstructuren te creëren. Uitwerking hiervan loopt via CID projecten, de agendering is opgenomen in de Nota Stadsbomen en wordt met deze studie onderstreept. Wijkstructuren Voor de ruimtelijke structuren ontleent aan de stedenbouwkundige opzet van de wijk, Nieuwe Haven, Pletterijstraat, Maasstraat, Scheldestraat, Dinthelstraat en Spaarnestraat (die niet onderdeel uitmaken van de lange lijnen) liggen ook ambities de boomstructuren te verbeteren. Naast een gezond leefklimaat leveren zij een belangrijke bijdrage aan de oriëntatie in de wijk. Versterken van deze structuren is in deze studie meegenomen.

Wijkstructuren bestaand en ambitie

7

Ty pol ogi e op e n b a r e r u i m t e

Lekstraat

8

A Boomsluiterskade E

C D

e

Op al deze niveaus zijn kansen voor vergroening onderzocht in de rivierenbuurt. Dit speelt in op de ‘Motie vergroenen versteende wijken’ (RIS298292). Verhogen van leefkwaliteit in deze wijken. Waarin o.a. ook een verwijzing is opgenomen naar ‘Agenda groen voor de Stad’ (RIS 294564), dat het vergroenen van versteende plekken, hoe klein dan ook, een voorbeeldfunctie heeft.

Schedeldoekshaven

rijkad

Openbare (groene) ruimten spelen op allerlei niveaus een rol. De kansen voor vergroening zijn dan ook opgedeeld in verschillende schaalniveaus: • stadsniveau, • wijkniveau, • buurtniveau, • blok-, straatniveau.

Lopende projecten A Boomsluiterskade B Pletterijkade C Gouwestraat D Mijdrechtstraat/Vechtstraat E Hillebrand Jacobplein F HOV Binckhorstlaan studie G verdichtingsstudie CID

Plette

De Rivierenbuurt is een dichtbevolkte woonbuurt ten zuiden van het Centrum. Aan de rand van de buurt vinden sinds 2010 grootstedelijke ontwikkelingen plaats zoals het Strijkijzer, de Kroon, etc. De wijk Stationsbuurt inclusief de Rivierenbuurt werd door het kabinet-Balkenende IV benoemd tot een van de 40 probleemwijken (Vogelaarwijken), wat extra geld en aandacht genereerde. Dit heeft geresulteerd in meer sport- en speelplekken o.a. Met deze gelden is o.a. het Grevelingen Veld opgeknapt en is gezorgd voor een gevarieerde woningvoorraad. Dit blijkt o.a. door de toevoeging van ‘t Haegsch Hof 2006-2010. De Rivierenbuurt maakt tegenwoordig onderdeel uit van het Central Innovation District (CID) waar de groei van de stad de komende jaren zal plaats vinden. Dit zal impact hebben op de structuur en het gebruik van de openbare ruimte van de wijk. Zo krijgt de wijk met herontwikkeling van het Spuikwartier en het Wijnhavenkwartier een nieuwe impuls door de ‘nieuwe looproute’ met het centrum via de Nieuwe Haven. De Pletterijkade/Rijswijkseweg vormt een belangrijke verbinding tussen het centrum en Den Haag Holland Spoor en de Binckhorst. De mobiliteitstransitie om de inbreiding en groei mogelijk te maken zal impact hebben op de Schedeldoekshaven, Lekstraat en Weteringkade. Dit betekent een verandering in de toegankelijkheid en openbare ruimte van de Rivierenbuurt.

Ook zal de druk op de aanwezige openbare ruimte toenemen.

B

Weteringkade

F

G

Hoofdgroenstructuren bestaand, ambitie en lopende projecten

Specials: vergroening wijk, buurtniveau 1. Hekkelaan 2. Lamgroen-Bleekveld Schedeldoekshaven

Schedeldoekshaven

2

Uilenbomen

Lekstraat

Lekstraat

Weteringkade

Vergroeningskansen stadsentrees op hoofdboomstructuren

Studie vergroening Rivierenbuurt

Zwarteweg

1

Weteringkade

Hoofdgroenstructuren bestaand en ambitie, vergroeningskansen wijk-buurtniveau

9

en Nieuwe hav

Quick Wins: vergroening buurt-, blok-, straatniveau 1. parkeerterrein Hekkelaan 2. speelplek Bleekveld 3. Merwedestraat-noord 4. Merwedestraat-zuid 5 Geleenstraat- Hunzestraat 6. Scheldestraat 7. Van Maanekade 8. Dinthelstraat-Trekvlietplein

2

1

Maasstraat

straat

Pletterij Scheldestraa

4

t

6

5

Grevelingen veld

3 h

nt

Di el st r

8

aa t

7

Spa

arn

est

raa

t

n

i lietple Trekv vergroeningskansen buurt,- blok- en straatniveau Rivierenbuurt

10

S pel r ege l s v e r g r o e n i n g op bl ok- e n s t r a a t n i v e a u Vormgeving Voor diverse plekken zijn op blok-, en straatniveau ontwerpen gemaakt. Dit zijn de ‘Quick-wins’. Deze plekken kunnen direct vergroend worden door het stadsdeel na communicatie met de buurt. Op dit niveau zijn onnodig verharde vlakken opgemerkt. Het zijn vaak brede stukken trottoir, grenzend aan woningen of voorzieningen. Er is zorgvuldig gekeken naar de vormgeving van deze plekken in relatie tot de groenvakken in de directe omgeving. Hiervoor zijn geen onnodig ingewikkelde vormen en maten gehanteerd (‘regelmaat is tegelmaat’). Er is een ondermaat van 10m2 bepaald waaraan een nieuw groenvak minimaal moet voldoen. We vergroenen namelijk niet om te vergroenen maar, omdat het daadwerkelijk een extra waarde heeft voor de stad. Het is dan ook belangrijk dat het groen voldoende maat heeft zodat het goed onderhouden kan worden en kwalitatief goed blijft. We hebben de ervaring dat deze minimale maat van 10m2 een robuuste groene invulling kan krijgen en goed te beheren is. Voor elke plek is ook getoetst of andere functies zoals spelen of fietsparkeren van toepassing zijn. Voor de ontwerpen geldt dat deze in een participatieproces met direct omwonenden worden gecommuniceerd. Daarbij wordt ook een voorstel voor de beplanting gedaan.

Materialisatie & afwatering Voor de materialisering (opsluitbanden, betontegels, gebakkenklinkers etc.) wordt gebruik gemaakt van het Handboek Openbare Ruimte (HOR). Alle groenvakken die worden toegevoegd liggen in Residentiekwaliteit. In principe worden geen nieuwe materialen geïntroduceerd en de maten uit het HOR zijn gehanteerd. Alle plantvakken worden in principe opgesloten door een verlaagde opsluitband. Hierdoor kan oppervlaktewater vanaf het trottoir het plantvak instromen en opgenomen in het grondwater. Hiermee wordt het riool ontlast bij piekafvoeren. Voor de Rivierenbuurt geldt dat het intensieve gebruik van groen en de grotere kans op betreding van het aanwezige groen een belangrijk aandachtspunt is voor het ontwerp. Als de kans op betreedbaarheid groot is, geniet het de voorkeur om het groen te beschermen door een laag hekwerk en niet om een verhoogde band aan te brengen. Zo kan water nog steeds naar het plantvak stromen. Ook kunnen grondgebonden dieren dan nog gebruik maken van het plantvak. In een enkel geval wordt aangesloten op afwijkende omliggende materialisering en/of beplanting. Dit wordt apart aangegeven.

Studie vergroening Rivierenbuurt

voor afwatering liever niet zo...

...maar vooral zo

.....en bij hoge gebruiksintensiteiten zo

en misschien ook wel zo (in Specials)

11

To o l b o x b e p l a n t i n g De Rivierenbuurt is een wijk in het stadsdeel Centrum met een hoog aantal inwoners per hectare groen. De hoeveelheid inwoners die gebruik maakt van dezelfde hoeveelheid groen is daardoor veel hoger dan in de andere wijken van stadsdeel Centrum. Het gebruik is intensiever en de graad van betreding van het aanwezige groen is hoger. Renovatie of vervanging is vaker nodig om het niveau op peil te houden. Tegelijkertijd werken we als stad aan het realiseren van een betere stadsnatuur (zie Nota Stadsnatuur). In Den Haag liggen veel kansen voor het ontwikkelen van een natuur inclusieve stad en het bereiken en in stand houden van een vitale stadsnatuur. Vaak levert een eenvoudige aanpassing in het ontwerp en de uitvoering al natuurwinst op. Het is dan ook belangrijk om bij projecten, omvormingsbeheer en het meer klimaatadaptief maken van de stad de aanwezige kansen voor natuur zoveel mogelijk te benutten. Dat betekent dat we in de stad werken met een natuurkansenscan bij elk project in de openbare ruimte. Een natuurkansenscan is een eenvoudige, snel te maken scan van aanwezige natuurwaarden en mogelijkheden voor natuur.

Zijn er bijvoorbeeld struiken aanwezig die nectar en bessen bieden of als schuilplek dienen voor kleine zoogdieren en broedvogels? Hoe geven we de natuurwaarden een plekje ná de werkzaamheden, en kunnen we meer natuurwaarde realiseren? De achterliggende gedachte is altijd: bestaande natuurwaarden behouden, versterken en uitbreiden waar het kan. Door de stad te bekijken als leefgebied van planten en dieren en te denken in kansen, werken we toe naar een vitalere natuur. Vaak is hier maar een kleine aanpassing in het ontwerp voor nodig. De herinrichtingen die voortkomen uit deze studie zijn allen gericht op vergroening. Het is in die zin ook niet relevant om te inventariseren wat er aan te behouden groen aanwezig is op de verschillende locaties, want deze bestaan allen uit verharding. Om

toch invulling te geven aan de natuurkansenscan is globaal geïnventariseerd wat de huidige natuurwaarden zijn van de Rivierenbuurt en welke kansen er liggen om de lokale populaties te versterken en de biodiversiteit binnen de wijk te vergroten. In de wijk is sociale veiligheid ook een belangrijk aandachtspunt. Er moet daarom per locatie een weloverwogen keuze worden gemaakt voor het toe te passen type beplanting. Daarbij is het in deze wijk niet altijd haalbaar om enerzijds groen toe te passen wat voldoende bestand is tegen het zeer intensieve gebruik, voldoet aan sociale veiligheid en anderzijds ook de hoogst haalbare natuurwaarden toevoegt. Voor elke inrichting geldt daarom een specifieke afweging. Rekening houdend met deze factoren is een beplantingstypologie voor de wijk bedacht. Beplantingstypologie In de Rivierenbuurt zijn momenteel enkele vaste plantenvakken aanwezig, zoals in de Pletterijstraat en de Spaarnestraat. Door het soortgebruik en onderlinge menging hebben deze vakken een bont en gevarieerd beeld dat zich onderscheid van omliggende wijken. De huidige variatie is te vinden in hoogte, textuur, bloemvorm en bloemkleur. Deze typologie wordt doorgezet naar de nieuwe vakken. Hierbij is het uitgangspunt een beheerbaar visueel aantrekkelijk beplantingsbeeld.

Door het plantvak gevarieerd op te bouwen, gebruik te maken van vaste planten met kleur en textuur, ontstaat een visueel aantrekkelijk geheel. Voor insecten kunnen vaste planten een meerwaarde hebben. Meerwaarde wordt vooral behaald als er aansluiting is op een ecologische structuur in de omgeving. In de uitwerking van de plantvakken wordt dit meegenomen. In de winter (april-oktober) is er een wintersilhouet. In februari-maart worden het geheel afgemaaid en is er tijdelijk een kaal beeld.

Beplantingsopbouw 1 van robuuste maaibare groepen vaste planten

12

Bijdrage aan de Stadsnatuur De basisbeplanting vormt een beplanting die vooral bestand is tegen het zeer intensieve gebruik en heeft een jaarrond groen karakter, zodat het snel verzorgd oogt. Waar mogelijk wordt deze beplanting aangevuld met meer ecologisch passende soorten en groeivormen. Dit wordt per locatie nader uitgezocht en afgestemd op de lokale populaties.

Standaard beplantingsopbouw (groep 1) Bij het maken van een visueel aantrekkelijk vaste plantenbeeld is de compositie en de groepsgrootte van belang. Op de pleintjes, straatoren, en brede trottoirs kan met groepen van 3 tot 6m2 worden gevarieerd. Naast de groepsgrootte kan worden gevarieerd met de hoogte, textuur en kleur. Voorgesteld wordt de groepen wat robuuster en simpeler te maken dan in de Pletterijstraat en Spaarnestraat. Dit levert een rustiger beeld op en is eenvoudiger te onderhouden. De maximale hoogte is 1,00 meter. De voorgestelde soorten zijn onderdeel van het maaibare vaste planten sortiment. Dit zijn soorten die bij afmaaien en betreding een vegetatief sterk regeneratievermogen hebben. Voor vaste planten zijn ze vrij robuust van karakter, door vaak stevige stengels met grote bloemen en bladeren. De zodevormende soorten worden hierbij als sluitende onderlaag toegepast om onkruid te onderdrukken. Hiernaast kunnen polvormers worden gebruikt als accenten om variatie in het beeld en bloeiperiode te maken.

Sortiment Rivierenbuurt beplantingsopbouw 1 Van deze soorten is het grootste deel ‘standaard’ maaibaar sortiment. Hieronder een greep uit de Haagse sortimentslijst. Vaste planten 30-50 cm (zodevormers) Aster ‘Prof. A. Kippenberg’ Geranium ‘Brookside’ Geranium m. ‘Ingwersen Variety’ Geranium m. ‘Bevan’s Variety’ Geranium m. ‘Czakor’ Geranium sanguineum Achillea millefolium (1st per m2 strooien) Vaste planten 50-100 cm (zodevormers) Anemone hupehensis ‘September Charm’ Anemone hybrida ‘Köningin Charlotte’ Aster ageratoides ‘Asran’ Aster ageratoides ‘Starshine’ Aster divaricatus Nepeta faassenii ‘Walkers Low’ Phlomis russeliana Geranium pratense (1st per m2 strooien) Origanum vulgare (1st per m2 strooien) Leucanthemum vulgare (1st per m2 strooien) Vaste planten 50-100 cm (pollen) Achillea fillipendula ‘Cloth of Gold’ Agastache ‘Blue Fortune’ Eupatorium purpureum Hemerocallis citrina Hemerocallis cv Kalimeris incisa cv Persicaria amplexicaulis ‘Alba’ Persicaria amplexicaulis ‘Taurus’ Persicaria amplexicaulis ‘Orangofield Persicaria bistorta Rudbeckia fulgida ‘Goldsturm’ Salvia nemorosa ‘Mainacht’(1st per m2 strooien) Salvia pratensis (1st per m2 strooien) Sedum spectabile ‘Herbstfreude’(1st per m2 strooien) Sedum spectabile ‘Matrona’ (1st per m2 strooien)

Referentiebeelden 1

hoogte 30-50 cm

hoogte 50-100 cm

hoogte 50-100 cm

Studie vergroening Rivierenbuurt

13

Referentiebeelden 2 Uitvoering en beheer Om de beplanting in de Rivierenbuurt te laten slagen en duurzaam beheer mogelijk te maken, is deze typologie en het bijbehorend sortiment besproken met de groenbeheerder van stadsdeel Centrum. Ook zijn de soorten passend binnen de bestaande werkpakketten. Bij de vaste planten wordt geadviseerd om ze (deels) verhoogd of te omheinen met een laag hekwerk om ze tegen betreding te beschermen. Beplanting voor speeltuinen & uitgaansgebieden (groep 2) Het gebruiken van vaste planten in speeltuinen en uitgaansgebieden raden we af vanwege een waarschijnlijk reguliere betreding (zelfs met hekwerk). Hiervoor wordt in de wijk een gelaagd model toegepast van bodembedekkers met hogere accenten van sierheesters.

Sortiment Rivierenbuurt beplantingsopbouw 2 Van deze soorten is het grootste deel ‘standaard’ sortiment. Een deel minder voorkomend sortiment wint door warme winters in populariteit. Grootbladige lage heesters bodembedekkend (tot 1 m) in een opgetild of omheind plantvak: Cornus s. ‘Kelseyi’ Diervilla splendens Hedera colchica / arborescens cv Mahonia aquifolium ‘Smaragd’ Prunus l. ‘Otto Luyken’/ Prunus l. ‘Zabeliana’ Viburnum davidii Snelgroeiende lage heesters bodembedekkend (tot 1 m) in een plantvak op maaiveld: Lonicera nitida elegance ‘Hohenheimer findling’ Lonicera pileata Pyracantha coccinea ‘Red Cushion’ Chaenomeles sup. ‘Salmon Horizon’ Spiraea nipponica ‘June Bride Symphoricarpos chenaultii

onderlaag heesters tot 100 cm

Solitaire middelgrote heesters (1,50) : Aronia melanocarpa Calycanthus florida Choisya ternata Clethra alnifolia Corylopsis pauciflora Fothergilla major Magnolia stellata / Mahonia bealii Syringa microphylla ‘Superba’ Yucca filamentosa/glauca

Beplantingsopbouw 2 van bodembedekkers en accenten voor bij speeltuinen

14

Solitaire heesters groot (3): Aucuba japonica Berberis julianae Cornus amomum / sanguinea Corylopsis spicata Cydonia oblonga Crataegus monogyna Euonymus hamiltonianus subsp. sieboldianus Frangula alnus (eventueel aspleniifolia) Hamamelis virginiana Hamamelis intermedia ‘Pallida’ Ligustrum vulgare Lonicera xylosteum Magnolia soulangeana Osmanthus decorus Photinia fraseri Syringa vulgaris Prunus spinosa Salix aurita Sambucus racemosa Prunus laurocerasus Stachyurus praecox Viburnum opulus

middenlaag heesters tot 150 cm

bovenlaag heesters tot 350 cm

Studie vergroening Rivierenbuurt

15

Extra bomen Rivierenbuurt

doorwortelbare ruimte boom, groeiomstandigheden bij vervanging, Nota stadsbomen Verschillende categorieën bomen Op de kaart zijn verschillende categorieën bomen te onderscheiden: • bestaande boom • groeiplaats al aanwezig, inboet • mogelijke plek voor 1 boom • mogelijke plek voor 1 boom, ten koste van parkeren • mogelijke plek voor 1 boom, vereist nader onderzoek Met nader onderzoek wordt bedoeld dat op sommige plekken mogelijkheden lijken om bomen te plaatsen, mits daarbij kleine aanpassingen worden gedaan aan de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan het verplaatsen van borden en lichtmasten. Bij het plaatsen van bomen in parkeervakken hoeft het niet altijd zo te zijn dat een parkeerplaats komt te vervallen, vanwege aanwezige overruimte. In het meest voorzichtige scenario zou dit 30 extra bomen betekenen voor de Rvierenbuurt. En in het meest optimistische scenario 66 extra

2

e .5 m

5

Zonder overruimte parkeerplaats vervangen door boom met 3 fietsnietjes (+1 boom -1 pp)

1 boom gaat niet altijd ten koste van 1 parkeerplek opgeven van 1 parkeerplek kan ook gezien worden als ruimte voor groen en mobiliteitstransitie (6 fietsparkeerplekken)

Bestaande stad boom in verharing GP gem. 15m3

Kosten voor extra bomen Om een goed beeld te krijgen in de investeringen die nodig zijn om de wijk te vergroenen zijn voor bomen de gemiddelde kosten in beeld gebracht. De kosten voor de inrichting van een goede groeiplaats, de aanplant en nazorg gedurende het eerste jaar zijn apart in een tabel gezet. De kosten zijn afhankelijk van de situatie. Is er sprake van verharding of open grond? Hoe bereikbaar is de locatie, zijn er wegafzettingen nodig etc. Bomen moeten na aanplant veilig worden beheerd. Elke boom krijgt daarvoor een eigen werkpakket. Dit is afhankelijk van de plek waar hij in de stad staat. Een boom langs een tramlijn vraagt meer onderhoud (i.v.m. een veilige groei) dan een boom in een park. Voor elke nieuwe boom wordt afhankelijk van het werkpakket bepaald welke gemiddelde onderhoudskosten nodig zijn. Dit bedrag moet hiervoor worden vrijgemaakt.

ter

r

te me

Bestaande stad boom in open grond GP gem. 6m3

Grondwaterstand De gemiddelde Hoogste Grondwaterstand is in de Rivierenbuurt 1 tot 1,5m (klimaateffectatlas.nl). Dit is relatief gunstig voor de doorwortelbare ruimte omdat de bomen dan een voldoende en stabiel wortelpakket kunnen vormen en de vochtvoorziening dichtbij is.

Plaatsing meerdere dammen (+2 bomen -1 pp)

Bestaande stad boom in parkeerstrook GP gem. 15m3

Extra bomen in de Hoofdboomstructuur De hoofdboomstructuur bevindt zich aan de randen van de wijk. Zoals eerder in deze studie aangegeven liggen hier kansen voor het verbeteren van de bestaande situaties. Deze structuren spelen een rol op het niveau van de stad en vragen om een bredere integrale kijk. In de kaart zijn voor deze structuren, op een enkele uitzondering na zoals de Lekstraat, geen ‘losse’ extra bomen opgenomen.

Overruimte parkeerstrook ruimte voor boomdam (+1 boom -0 pp)

Bestaande stad boom in verharding GP gem. 6m3

bomen 30+10+26=66) in openbaar gebied van de Rivierenbuurt. In deze aantallen zijn de extra bomen die bij lopende projecten zoals op de Pletterijkade worden aangeplant niet meegenomen.

Bestaande stad boom in open grond GP gem. 6m3

Voor de Rivierenbuurt is nauwkeurig gekeken of ruimte is te vinden voor extra bomen. Hiervoor is een kaart gemaakt die in zoneringen aangeeft waar vrije ruimte ontstaat, rekening houdend met beperkingen bovenen ondergronds. De uitgangspunten uit de Nota Stadsbomen (en Handboek Openbare Ruimte) zijn voor de studie gebruikt. Dit betekent dat rekening is gehouden met o.a. de minimale maten voor plantafstanden, afstanden tot gevels en maten van de groeiplaatsen. Het uitgangspunt is dat we goede groeiplaatsen voor goed presterende bomen aanleggen. Bij vervanging en het toevoegen van extra bomen in een bestaande situatie hanteren we minimaal 7,5m3 voor de 1e grootte, 6m3 voor de 2e grootte en 5m3 voor een 3e grootte boom. Dit is voor deze studie als uitgangspunt gehanteerd. Bij projecten van ontwikkeling, herinrichting en groot onderhoud hanteren we minimaal 20m3 voor de 1e grootte, 15m3 voor de 2e grootte en 7,5m3 voor een 3e grootte boom.

Soortkeuze Bij het planten van extra bomen in een bestaande boomstructuur wordt in principe de bestaande boomsoort aangehouden. Wanneer een nieuwe structuur wordt gemaakt hanteren we voor de keuze van de bomen de uitgangspunten die zijn opgenomen in de Nota Stadsbomen. We kijken zo o.a. naar ecologisch passende en microklimaatverbeterende bomen.

inzicht in gemmiddelde kosten voor de aanplant van een boom

16

Kansenkaart bomen zone vrije ruimte (gevel 2,5m/k&l 1m/riolering 1,5-2m/warmtenet 3m) lopende projecten mogelijke plek voor 1 boom

30 stuks

technisch mogelijk maar niet wenselijk

6 stuks

in te boeten

4 stuks

mogelijke plek voor 1 boom, ten koste parkeerplek

10 stuks

mogelijke plek boom, vereist nader onderzoek

26 stuks

bestaande boom

kansenkaart bomen Rivierenbuurt

Studie vergroening Rivierenbuurt

17

Achter gr ond t h e m a k l i m a a t Hittestress Wanneer de gevoelstemperatuur te hoog is, krijgen mensen last van hittestress. Dat kan vanaf de gevoelstemperatuur van 23 graden Celsius (wel sterk persoonsafhankelijk). Als we dan naar de hittekaart gevoelstemperatuur van de Rivierenbuurt kijken, is de hele wijk onderhevig aan hittestress. Grote hittestress wordt ervaren vanaf een gevoelstemperatuur van 35-41 graden Celsius. Extreme hitte stress vanaf 41 graden Celsius. Als we inzoomen op de hittestress kaart vallen een aantal gebieden en plekken op: - de versteende prive parkeerterreinen tussen de nieuwe bouwblokken van de IJsselstraat en Waalstraat (de binnenterreinen zijn versteende parkeerhoven met geen of een kwarrende boom) - de IJsselstraat en Waalstraat (recentelijk zijn hier bomen aangeplant voor verkoeling), - de straten rondom het Hillebrant Jacobsplein en de binnenterreinen van de bouwblokken, - delen van de Hekkelaan, met name het parkeerterrein aan de Nieuwe Haven en het voetgangersgebied Hekkelaan, - de speelterreinen Lamgroen - Bleekveld en Lamgroen, - wijkpark Grevelingenveld (de betonnen 'sportdelen'). De hoofdstructuren geven ook veel hittestress aan. Hier is de verharding voor de auto nog dominant, ook liggen veel bermen en trambanen in beton (tegels en klinkers).

- Schedeldoekshaven, - Ammunitiehaven ter hoogte van de kruisingen met Bleekveld, de Nieuwe Haven en de Boomsluiterskade en op het Prins Bernhard viaduct, - Weteringkade ter hoogte van kruising met Pletterijkade, de Pletterijstraat, de Spaarnedwarsstraat en op het Schrenkviaduct, - de Lekstraat vanaf Amstelstraat tot Bezuidenhoudseweg (onder viaduct en voor station langs) -en het Rijswijkseplein.

globaal gearceerd en gerelateerd aan de kansenlokaties voor vergroening. Opvallend zijn de grote hitte-eilanden op de hoofdstructuren. En de hitte eilanden binnen de nieuwere bouwblokken. Voor de hoofdstructuren geldt dat hier op termijn in het CID een mobiliteitstransitie zal plaatsvinden, maar als nu al gekeken wordt naar het aantal versteende bermen, liggen hier ook al op korte termijn kansen voor vergroening en verkoeling. Voor de binnenterreinen van de nieuwere bouwblokken geldt dat een groot deel van deze plekken niet in eigendom zijn van de gemeente. Hier het gesprek over aangaan en robuuster vormgeven van groen is een aandachtspunt. Ook op het allerlaagste schaalniveau, het blok- en straatniveau liggen kansen voor vergroening en kan een bijdrage geleverd worden de hittestress te verminderen. Bijvoorbeeld het kruispunt van de Pletterijstraat met de Scheldestraat. Wateroverlast De meest kwetsbare plekken voor wateroverlast zijn Zwarteweg en in wat mindere mate de Uilenbomen. Wateroverlast speelt ook vaak binnen de bouwblokken. Zo is wateroverlast (naast hittestress) op de prive parkeerterreinen tussen de nieuwe bouwblokken van de IJsselstraat en Waalstraat een probleem. Ook de tuinen op het binnenterrein van de Christelijke Volksbond aan de Boomsluiterskade kennen wateroverlast. En het parkeerterrein achter het bouwblok aan de Nieuwe Haven.

Ook bij de speeltuin aan de Hekkelaan (een special) is wateroverlast een aandachtspunt.

Hittestress klimaatatlas, Den Haag

Ook erg versteend is het bedrijventerrein Lekstraat. De ondergrond met kabels en leidingen, warmtenet en de draaicirkels van grote voertuigen maken vergroening hier nagenoeg onmogelijk. De hittestresplekken zijn op de kaart hiernaast Wateroverlast klimaatatlas, Den Haag

18

lopende projecten wateroverlast hittestress

Leks

vergroening op stadsniveau (special)

traat

vergroening op wijkniveau (special)

Wet

erin

gkad

e

Sch

ede

ldoe

ksha

ven

vergroening op buurt- en straatniveau (quick win)

Rijswijkseplein

Vergroeningskansen Transvaal gerelateerd aan klimaat

Studie vergroening Rivierenbuurt

19

Huid i ge natu u r w a a r d e n en k ansen Natuurkansen Voor iedere herinrichting is het conform het beleid uit de Nota Stadsnatuur verplicht een natuurkansenscan uit te voeren. De herinrichtingen die voortkomen uit deze studie zijn allen gericht op vergroening. Het is in die zin ook niet relevant om te inventariseren wat er aan welk type groen aanwezig is op de verschillende herinrichtingslocaties, want deze bestaan allen uit verharding. Om toch invulling te geven aan de natuurkansenscan is globaal geïnventariseerd wat de huidige natuurwaarden zijn van de Rivierenbuurt en welke kansen er liggen om de lokale populaties te versterken en de biodiversiteit binnen de Rivierenbuurt te vergroten. Doelsoorten Natuur is overal, ook in de relatief versteende Rivierenbuurt. Op de natuurwaardenkaart van Den Haag (RIS299279) scoort de Rivierenbuurt echter gemiddeld laag. Dat heeft vooral te maken met de afwezigheid van robuust groen. De huidige natuurwaarden van het gebied zijn derhalve beperkt tot soorten die zich binnen dit stadse habitat weten te handhaven. Bij het inrichten van het groen is het vanuit het oogpunt van de biodiversiteit gewenst om de inrichting aan te laten sluiten op de eisen die deze diersoorten aan hun omgeving stellen.

Daarnaast dient de inrichting zich te richten op soorten die redelijkerwijs mogen worden verwacht als het gebied geschikt gemaakt wordt voor deze soorten. De huidige soorten en de te verwachten soorten vormen samen de doelsoorten. Beschermde en bijzondere natuurwaarden zijn in beperkte mate aanwezig. De inventarisatie (bureauonderzoek) is hieronder per soortgroep beschreven. Vogels In de Rivierenbuurt komt de huismus voor. Er is een kolonie aanwezig rond het park Grevelingenveld aan de Dommelstraat en de Scheldestraat. De beplanting in het park maakt onderdeel uit van de functionele leefomgeving van de huismus. Met name de hagen rond het parkje worden gebruikt als kwetterplekje. Deze hagen hebben voor de huismus nog een geringe hoogte, maar zijn wel voldoende breed. Een begroeid hekwerk nabij station CS lijkt ook in gebruik als kwetterplek. Overige doelsoorten voor de Rivierenbuurt zijn algemene soorten die vaak in de stadse omgeving worden waargenomen

20

zoals de ekster, heggenmus, houtduif, kauw, koolmees, merel, pimpelmees, zwarte kraai en de zwarte roodstaart. Vogels hebben behoefte aan voedsel, dekking en geschikte nestplekken. De huismus is afhankelijk van bebouwing voor de nestplekken, maar heeft behoefte aan dekking nabij de nestplekken en nabij geschikt foerageergebied (relatief kort kruidenrijk, grasland). Om het leefgebied van de huismus te optimaliseren in de Rivierenbuurt zouden meer hagen aangeplant kunnen worden. Deze hagen bestaan idealiter uit een mix van inheemse soorten zoals Ligustrum vulgare, Ilex aquifolium, Carpinus betulus en Acer campestre. Idealiter komen deze voor langs (kruidenrijke) grasvelden zoals bij het speeltuintje bij de Hekkelaan. Er kan worden geïnvesteerd in gevelbegroeiing. Bijvoorbeeld door het aanplanten van vuurdoorn of klimop tegen gevels. Daarnaast kunnen zogenaamde huismuszuilen worden aangebracht in een beplantingvak. Deze bestaat uit een metalen framewerk waar klimop en bruidssluier tegen groeit. Deze zuilen kunnen ook dienen als broedplek voor bijvoorbeeld een merel. De zuilen bieden daarnaast rondom zicht en zijn in die hoedanigheid goed in te passen in wijken waar veiligheid een punt van aandacht is.

een juiste inrichting krijgen soorten als de kleine vos ook kansen. De afwezigheid van voor libellen geschikt oppervlaktewater met waterplanten zorgt ervoor dat het wat libellen betreft in de Rivierenbuurt hoofdzakelijk om zwervende individuen gaat. Bloem- en grasrijke ruigtes ontbreken vrijwel geheel, m.u.v. de zone langs het spoor. Hier vinden sprinkhanen mogelijk nog geschikt habitat. Voor wat betreft wilde bijen zijn algemene hommels en soorten als de rosse metselbij, roodgatje en vosje doelsoorten. Door bloeiende planten met veel nectar en pollen aan te planten kunnen de imago’s van wilde bijen en vlinders worden voorzien van voedsel. Ook kunnen waardplanten worden opgenomen in de plantvakken om vlinders te voorzien van geschikte ei-afzetplaatsen en voedsel voor de larven / rupsen. Voor het boomblauwtje betekent dat bijvoorbeeld Ilex aquifolium en Hedera helix. Voor de citroenvlinder Frangula alnus en Rhamnus cathartica. Andere soorten zijn gebaat bij kruidachtigen als brandnetel, look-zonder-look en andere koolsoorten en distels.

Amfibieën en reptielen Gelet op de afwezigheid van robuust groen en water is er nauwelijks geschikt habitat voor amfibieën en reptielen aanwezig binnen de openbare ruime. Dit is terug te zien in het aantal geregistreerde waarnemingen van deze soorten, dat voor amfibieën zeer beperkt is en voor reptielen nihil. Voor amfibieën kan in groenvakken landbiotoop worden gerealiseerd. Een onderbeplanting van hedera kan bijvoorbeeld door de gewone pad benut worden.

Vleermuizen De grachtenring van Den Haag maakt onderdeel uit van het essentieel leefgebied van de gewone dwergvleermuis. Deze foerageert vaak in de buurt van water. In de Rivierenbuurt zijn geen grote kolonies bekend voor te komen. Wel zijn er zomer- en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig. Verwacht wordt dat er verspreid over de wijk meer verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en van de ruige dwergvleermuis aanwezig zijn. Deze soorten zijn gebaat bij een groot aanbod van insecten en insectenrijke luwtes. De aanplant van bomen die ook insecten aantrekken en overige insectenrijke beplantingen is voor deze soorten gewenst.

Insecten Uit de groep dagvlinders, krekels, sprinkhanen, libellen en wilde bijen zijn maar betrekkelijk weinig waarnemingen bekend uit de Rivierenbuurt. Dat is niet gek, als men naar de huidige inrichting kijkt. Er zijn maar weinig groene zones aanwezig die geschikt zijn voor voortplanting van vlinders. Algemene soorten als atalanta, boomblauwtje, citroenvlinder en klein koolwitje zullen naar verwachting wel in het gebied voorkomen en bij

Grondgebonden zoogdieren Het voorkomen van grondgebonden zoogdieren beperkt zich naar verwachting tot muizen (bosmuis, huisspitsmuis) en de egel. De beplanting kan voor deze soorten voor voedsel en dekking zorgen. De egel is in de stads omgeving gebaat bij een landschap met struweel dat voor dekking zorgt zoals dichte clusters met groenblijvende soorten zoals struikkamperfoelie, naast grasvelden, hagen en struweel met bessen.

Huismus kwetterplek nesten en nestindicerend gedrag

Paarplekken Gewone dwergvleermuis

Huismuszuil

Specials wijk-, buurtniveau

Studie vergroening Rivierenbuurt

21

1. Hekkel aan C ont e x t De Hekkelaan is een ontsluitingweg op buurtniveau. De bebouwing aan de Hekkelaan is gebouwd tussen de jaren 70 en 90 met hier en daar wat oudere structuren. De speeltuin langs de Hekkelaan heeft een functie op buurt niveau. De plek is voornamelijk bedoeld voor spelen en verblijven. Deze plek bestaat uit drie niveaus -maaiveldniveau verbonden met -een tussenniveau en -een deel bovenop het dak van een parkeergarage. Het spelen bevindt zich op maaiveldniveau in de vorm van een paar wipkippen en stapstenen. Het deel bovenop het dak en het tussenniveau zijn verhard met betontegels. Een groene rand schermt beide lagen van elkaar af evenals de omliggende huizen. Er is aardig wat groen op deze plek. Toch kan deze plek nog meer worden vergroend. De hoeveelheid aan betontegels kan worden verminderd. Verder zijn de speeltoestellen gedateerd. Het verbeteren van groen en spelen kan een meerwaarde leveren aan het gebruikscomfort op buurtniveau. Zoals eerder aangegeven speelt voor de Rivierenbuurt dat het onderdeel uitmaakt van het CID (Central Innovation District) van Den Haag. Hier ligt de komende jaren een enorme woningbouwopgave. Waarmee de druk op de openbare ruimte van de Rivierenbuurt zal toenemen. Zo ook de gebruikersdruk op de openbare ruimte van de Hekkelaan.

maaiveld Hekkelaan

locatie google maps

22

hoogste niveau Hekkelaan

Hekkelaan

1. maaiveld

2. tussenniveau

3. hoogste niveau

Studie vergroening Rivierenbuurt

23

Visie

Naast de vergroening maakt het opwaarderen van de speelvoorziening ook deel uit van het ontwerp. Natuurlijke speelaanleidingen worden voorgesteld op natuurlijk wijze ingepast met een zachte ondergrond zoals gras, houtsnippers of zand. De verharde ruimte op het hoogste niveau kan ook worden benut voor spelen. Ook hier worden de tegels vervangen voor een natuurlijkere ondergrond met speelaanleidingen. Aandachtspunten vervolg De plek heeft te maken met wateroverlast, bij herinrichting is afwatering een aandachtspunt. De gebruiksdruk op deze speelplek is nu niet hoog. Intensivering van het CID met wonen, zal de gebruiksdruk op deze speelplek op termijn vergroten, hier zal rekening mee gehouden moeten worden in het ontwerp.

Hekkelaan

Voor deze plek zijn 2 schetsen gemaakt, het onderscheid zit in de wijze van vergroening langs de Hekkelaan. Onderscheid wordt gemaakt in aanhechting van het pleintje met de Hekkelaan en de loopbewegingen van en naar het pleintje op buurtniveau. In de huidige situatie is het hoogste niveau niet logisch aangesloten op de Hekkelaan. In schets 1 wordt de loopbeweging richting Zwarteweg directer mogelijk gemaakt. In schets 2 ligt de nadruk op een robuustere vergroening en wordt de keermuur niet onderbroken.

1:500 schets 1

24

schets 2

schets 1

Studie vergroening Rivierenbuurt

25

2. La m gr oen - N i e u w e H a v e nd wa rs s t ra a t C ont e x t De speelplek Lamgroen ligt in het verlengde van Lamgroen aan de Nieuwe Havendwarsstraat. De plek wordt omkaderd door bebouwing in een ronding. De ronde gevel dwingt een sterke vormentaal af voor het plein. Doordat de vormgeving van de bebouwing vrij kenmerkend is, is het gewenst om het ontwerp goed in te passen in de vormgeving van de stedenbouwkundige structuur van zijn omgeving. De bebouwing aan het plein is gemengd, jaren 70 en 90 en enkele historische panden. De plek heeft een speelfunctie op buurtniveau. De plek is in de huidige situatie vrij hard ingericht met betontegels. Naast enkele bomen in de verharding is er geen andere vorm van vergroening. Het plein is op warme dagen een hitte eiland.

zicht vanuit Nieuwe Havendwarsstraat-diversiteit bebouwing

locatie google maps

26

Lamgroen-ronding gebouw

sstraat avendwar Nieuwe H

Lamgroen

locatie schaal 1:200

Studie vergroening Rivierenbuurt

speelplek door de jaren heen

27

Vis i e Voorstel voor deze plek is een integraal ontwerp met spelen, groen en verblijf. Zeker gezien de intensivering van het CID met wonen, zal de gebruiksdruk op deze speelplek toenemen. Het ontwerp heeft een vrije ronde vorm en kiest geen richting. Het wordt met zijn ronde vormen geïntegreerd in de stedenbouwkundige structuur. De opbouw van het ontwerp start bij het inpassen van de bestaande speeltuin. Voor het inpassen van de speeltuin zijn 2 modellen bedacht. Vanuit de bestaande vormgeving met behoud van bestaande bomen schets 1, of met een nieuwe vormgeving schets 2. Het inpassen van het bestaande speelelement, de bestaande bomen, de ronde bank en de aanwezige afwatering (bestaande afvoerputten en bandenlijnen), geeft uitdagingen het geheel goed in te passen en te vergroenen. Aandachtspunten vervolg Om voor deze plek te komen tot een goed intergraal ontwerp wordt aangeraden goed te inventariseren wat de wensen zijn vanuit de verschillende beleidsvelden; spelen (voor welke doelgroep), waterhuishouding (afwatering), vergroening en mobiliteit (verkeerscirculatie). Door mobiliteit wordt niet uitgesloten dat de verkeerscirculatie van Lamgroen op termijn deels weer opengesteld wordt.

schets 1 schaal 1:400

28

schets 2 schaal 1:400

schets 2 schaal 1:200

Studie vergroening Rivierenbuurt

29

30

Stadsentrees Quick wins - eerste stap naar vergroening

Studie vergroening Rivierenbuurt

31

Ve r gr oeni ng k o r t e t e r m i j n De hoofdstructuren om de Rivierenbuurt zijn ook de stadsentrees tot de binnenstad van Den Haag vanaf de zuid- en oostzijde. De entrees via het Rijswijkseplein, de Binckhorst en beide viaducten Prins Bernhardviaduct en Schenkviaduct. Deze stadsentrees liggen in het Central Innovation District (CID) waar een enorme verdichtingsopgave gaat plaats vinden. Hiervoor is onder andere een mobiliteitstransitie nodig. Dit is geen korte termijn ontwikkeling, maar een ontwikkeling van tientallen jaren. Uiteindelijk zal er minder ruimte komen voor de auto en meer voor de voetganger, fiets, het openbaar vervoer en groen. Ten gevolge van de verdichting en de mobiliteitstransitie zullen de profielen ingrijpend veranderen, met nieuwe mogelijkheden, nieuwe boomstructuren en kansen voor vergroening. Daarbij bestaan kansen om de ambities uit de Nota Stadsbomen en Nota Stadsnatuur te realiseren. Goed nadenken over een investering Een investering op korte termijn in vakken met groen of nieuwe bomen heeft geen waarde, wanneer op de korte termijn een hoofdstructuur wordt heringericht.

Maar wat als dit pas over tien of twintig jaar gebeurd? Wat van belang is bij het maken van keuzes voor vergroening is om vooraf enkele vragen te stellen: • Hoe lang heeft de vergroening effect? • Welke investering doen we nu? • Welke ecosysteemdiensten levert het op? • Als we nu een boom planten hoe lang kan deze groeien, staat hij straks in de weg voor een herontwikkeling en kan deze straks eenvoudig worden verplaatst? Wat we nu zien is dat op korte termijn in ieder geval kansen bestaan om versteende bermen te vergroenen. Dit levert op korte termijn verschillende ecosysteemdiensten, waaronder het verzachten van de uitstraling van de stadsentrees. Het zijn plekken waar veel mensen dagelijks komen. Daardoor is het effect van de ecosysteemdiensten die het groen hier levert groot. In dit stuk volgt een studie van de verharde delen in de profielen van de stadsentrees. Er is in beeld gebracht welke bermen kunnen worden vergroend. Waarbij ook gekeken is of er nog een eenheid binnen de totale structuur van de lijn blijft bestaan. Alleen enkele losse snippers vergroenen zonder structuur wordt niet gezien als een krachtige bijdrage aan de stadsentrees, geeft geen rustig beeld en is niet eenvoudig te beheren.

32

1

3 2

Lange lijnen evenwijdig aan de strandwallen Rivierenbuurt: 1. Schenkroute (Hoefkade - Weteringkade - Schenkkade IJsclubweg - Boekweitkamp - Finnenburg) Lange lijnen loodrecht op de strandwallen Rivierenbuurt: 2. Oude Delftse As (Van Maanenkade - Bontekoekade Trekweg - Delftweg (Delft) 3. Binckhorst Scheveningen Bad route (Badhuiskade - Haringkade en Nieuwe Parklaan - Het Kanaal met Plesmanweg en Koninginnegracht - Raamweg -Koningskade met Prinsessegracht - Rijnstraat - Lekstraat - Binckhorstlaan

positie Rivierenbuurt binnen lange lijnen structuur Den Haag

Achter g r o n d t h e m a k l i ma a t Hittestress Opvallend zijn de grote hitte-eilanden op de hoofdstructuren. Hier is de verharding voor de auto nog dominant, ook liggen veel bermen en trambanen in beton (tegels en klinkers). - Schedeldoekshaven, - Ammunitiehaven ter hoogte van de kruisingen met Bleekveld, de Nieuwe Haven en de Boomsluiterskade en op het Prins Bernhard viaduct, - Weteringkade ter hoogte van kruising met Pletterijkade, de Pletterijstraat, de Spaarnedwarsstraat en op het Schrenkviaduct, - de Lekstraat vanaf Amstelstraat tot Bezuidenhoudseweg (onder viaduct en voor station langs).

Boomsluiterskade

ijkade

r Plette

In het CID zal mobiliteitstransitie nodig zijn om verdichting mogelijk te maken. Met grote impact op de hoofdstructuren. Dit is transformatieproces op lange termijn. Als nu al gekeken wordt naar het aantal versteende bermen op deze hoofdstructuren, liggen hier ook al op korte termijn kansen voor vergroening en verkoeling.

Schedeldoekshaven

Grevelingen veld

Wateroverlast Wateroverlast speelt niet zo een grote rol op de hoofdstructuren. In de Lekstraat lijkt vooral wat wateroverlast te spelen. Wellicht kan vergroening van de bermen hier voor vermindering van de wateroverlast zorgen.

Hittestress klimaatatlas, Den Haag

Weteringkade

Hoofdboomstructiuur Ambitie hoofdboomstructiuur Wateroverlast klimaatatlas, Den Haag Hoofd groenstructuren bestaand en ambitie

Studie vergroening Rivierenbuurt

33

Prins Bernardviaduct, Ammunitiehaven, Schedeldoekshaven De stadsentree ter hoogte van het Prins Bernardviaduct bestaat uit Schedeldoekshaven (noordzijde) Ammunitiehaven (zuidzijde) en het Prins Bernardviaduct (ertussenin). Het viaduct heeft ruimte om te vergroenen op en onder het viaduct. De keuze van de soort beplantingen moet voor zowel boven als onder zorgvuldig worden gekozen. Bij vergroening op het viaduct moet rekening worden gehouden met de mogelijke dekking van aarde voor beplanting om te kunnen vergroenen en het toelaatbare gewicht van het totaal op de constructie van het viaduct. Voor de situatie onder het viaduct moet juist rekening worden gehouden met zonlicht en regen. Op deze drukke verkeersader moet het groen zonder veel beheer te onderhouden zijn.

Sched

1 Ammun

Bestaand groen vlakken Nieuw groen vlakken Vergroening trambaan Nieuw groen vlakken / dakgroen tijdelijke vergroening wordt afgestemd en meegenomen in project Wijnhaven Bestaand bomen Nieuwe bomen

34

itiehav

en

shave eldoek

nhaven

2

7

4 Prins Bernhard

viaduct

6

5 Prins Bernhard viaduct

Ammunitiehaven

3

1:200 Studie vergroening Rivierenbuurt

35

Visie Alle (verharde) bermen van de Ammunitiehaven, Schedeldoekshaven en het Prins Bernard viaduct op kaart in beeld gebracht. De bestaande structuur geeft een versnipperend beeld. Voorgesteld wordt bermen in te zaaien met een bloemrijk mengsel, wat 1 a 2 keer per jaar gemaaid wordt. Er wordt slechts op enkele plekken een nieuwe boom geplant. Voor de meeste plekken geldt dat deze op de lange termijn in de weg staan. Het ontwerp van de tijdelijk vergroening geeft op relatieve korte termijn 10 jaar een groenere en vriendelijkere uitstraling op de stadsentree naar het centrumgebied. Op het Prins Bernard viaduct stellen wij sedum voor. Dit kan op de constructie en het principe kan doorgezet worden richting de Bezuidenhout stadszijde. Dit moet constructief en financieel nader worden onderzocht.

1

Ammunitiehaven

2

Ammunitiehaven

3

Ammunitiehaven

Aandachtspunten voor vervolg De Ammunitiehaven ter hoogte van 1 en 2 krijgt een tijdelijke inrichting die meegenomen wordt met de inrichting van de Wijnhaven.

Een tijdelijke inrichtingdie die meegenomen wordt met de inrichting van de Wijnhaven.

36

Een tijdelijke inrichtingdie die meegenomen wordt met de inrichting van de Wijnhaven.

Verder in de structuur zijn er meer verharde plekken die extra vergroening kunnen gebruiken. Hierbij kunnen tegels eruit worden gehaald en kan bloemrijk gras worden ingezaaid.

4

Ammunitiehaven

Ter hoogte van de Boomsluiterskade ligt een groot vlak in tegels boven op een brugdek. Om de continuïteit van de as langs de Ammunitiehaven door te zetten, is het ook hier zeer gewenst om te vergroenen met bloemrijk gras.

Studie vergroening Rivierenbuurt

5

Prins Bernard viaduct

Op het Prins Bernard viaduct liggen ook kansen voor vergroening. Het aangegeven vlak op het viaduct kan wellicht door een Sedum-dak worden vergroend. Hierbij is het belangrijk om te onderzoeken wat de technische mogelijkheden van het viaduct zijn. Kosten spelen hier een belangrijke rol. Bepaald zal moeten worden of de investering opweegt tegen de tijdelijkheid.

6

Schedeldoekshaven

Onder het viaduct liggen kansen aan de randen. Deze randen kunnen net genoeg daglicht en water krijgen om onderdeel uit te maken van de te vergroenen structuur. Hierbij is wel aandacht nodig voor het type beplanting. Een haag om het (fiets)parkeren af te schermen en een berm met bloemrijk gras vergelijkbaar met de onlangs aangeplant groenstrook onder het Schenkviaduct lijkt de oplossing.

7

Schedeldoekshaven

Het verharde tram trace kan ook vergroend worden. Het is wel belangrijk dat het trace toegankelijk blijft voor calamiteiten voertuigen. Dit kan door Flowblock. Flowblock is een kunststof grastegel die bij uitstek geschikt is voor het realiseren van groene trambanen. Deze tegel is 75 mm hoog en heeft een open oppervlak van ca. 90%. De hoogte van de tegels en de aanwezige drainagepoorten zorgen ervoor dat, zelfs op de onderliggende betonbaan, een groene halfverharding mogelijk is. Door de hoge druksterkte van de tegels kunnen de groene trambanen geschikt worden gemaakt voor calamiteitenverkeer. Ook hier spelen kosten een belangrijke rol. Bepaald zal moeten worden of de investering opweegt tegen de tijdelijkheid.

37

Weteringkade, Schenkviaduct Schenkviaduct is een hoofdstructuur op stadsniveau. De Weteringkade ligt om het Schenkviaduct. Vergroeningskansen zitten hoofzakelijk langs het viaduct en niet eronder. Wel is deze ruimte vrij beperkt en is er in 2021 al een vergroeningsslag gemaakt. Aandachtspunten voor vervolg Het Rijswijkseplein ter hoogte van 1 krijgt een tijdelijke inrichting, die meegenomen wordt bij de inrichting Pletterijkade

1

2

Het verharde tram trace kan ook vergroend worden. Het is wel belangrijk dat het trace toegankelijk blijft voor calamiteiten voertuigen. Dit kan door Flowblock. Flowblock is een kunststof grastegel die bij uitstek geschikt is voor het realiseren van groene trambanen. Deze tegel is 75 mm hoog en heeft een open oppervlak van ca. 90%. De hoogte van de tegels en de aanwezige drainagepoorten zorgen ervoor dat, zelfs op de onderliggende betonbaan, een groene halfverharding mogelijk is. Door de hoge druksterkte van de tegels kunnen de groene trambanen geschikt worden gemaakt voor calamiteitenverkeer. Kosten spelen hier een belangrijke rol. Bepaald zal moeten worden of de investering opweegt tegen de tijdelijkheid.

Onder het viaduct liggen kansen aan de randen. Deze randen kunnen net genoeg daglicht en water krijgen om onderdeel uit te maken van de te vergroenen structuur. Hierbij is wel aandacht nodig voor het type beplanting. Een haag om het (fiets)parkeren af te schermen en een berm met gras zoals de onlangs aangeplante groenstrook onder het Schenkviaduct lijkt de oplossing.

3

Bestaand groen vlakken Nieuw groen vlakken Vergroening trambaan Bestaand groene trambaan Bestaand bomen Nieuwe bomen

38

Het verharde tram trace kan ook vergroend worden. Het is wel belangrijk dat het trace toegankelijk blijft voor calamiteiten voertuigen. Dit kan door Flowblock. Flowblock is een kunststof grastegel die bij uitstek geschikt is voor het realiseren van groene trambanen. Deze tegel is 75 mm hoog en heeft een open oppervlak van ca. 90%. De hoogte van de tegels en de aanwezige drainagepoorten zorgen ervoor dat, zelfs op de onderliggende betonbaan, een groene halfverharding mogelijk is. Door de hoge druksterkte van de tegels kunnen de groene trambanen geschikt worden gemaakt voor calamiteitenverkeer. Kosten spelen hier wel een belangrijke rol. Bepaald zal moeten worden of de investering opweegt tegen de tijdelijkheid.

3 1

Studie vergroening Rivierenbuurt

2

39

Rijswijkseplein Verder in het verlengde van de Weteringkade ligt het weidse Rijswijkseplein. Het plein verbindt meerdere delen van de stad zoals het HS kwartier, het Centrum of de Binckhorst en via het Schenkviaduct het Beatrixkwartier. De verharde grauwe uitstraling van het plein doet geen recht aan deze belangrijke stadsentree. Er liggen veel ambities en plannen in het kader van de CID. Al deze plannen zijn bedacht voor de lange termijn en vergen minimaal 10-15 jaar of misschien wel een langere tijd, voordat deze worden verwezenlijkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12915894/1