CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315627 Bijlage Publicatie SVDHE

Gemeenteraad 7 september 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Staat van de Haagse Economie (RIS315627)18.923 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Staat van de Haagse Economie 2022

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

April 2023 Dr. Ayse Terzi Kenniscentrum Governance of Urban Transitions De Haagse Hogeschool

Met medewerking van: Martijn van den Berge Gemeente Den Haag Ingrid den Heeten, Gemeente Den Haag Dr. Henno Theisens, De Haagse Hogeschool

Met dank aan: Dr. Jean-Paul Biever, UWV Pieter Scholten, MKB Den Haag Harry Wientjens, Economic Board The Hague Carla Rothuizen, Gemeente Den Haag Joy Sie Chueng, Centraal Bureau voor de Statistiek Prof. Dr. Olaf van Vliet, Universiteit van Leiden Rogier Krabbendam, VNO NCW West Rene Teule, Gemeente Den Haag Wim Kulik, Gemeente Den Haag Wijnand Kerklaan, Gemeente Den Haag

DE HAAGSE HOGESCHOOL

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

INHOUD 1.

De Staat van de Haagse Economie 2022

5

2.

Opzet

8

3.

Brede Economische Bloei

10

4.

Stad

15

5.

Structuur

17

6.

Ondernemer

20

7.

Ruimte

25

8.

Special: Energietransitie

28

Bronnenlijst

32

BIJLAGE 1.

35

3

DE STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022 DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

4

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

1. DE STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022 De Haagse economie is hersteld van de coronacrisis.

De economie van het stadsgewest ‘s-Gravenhage is in 2021 met 3,5 procent gegroeid en liet het BBP per inwoner een groei zien van bijna 6 procent. Hiermee zet de groei van pre-corona door. Na een lange periode van matige economische groei en minder gecreëerde banen dan de andere drie grote steden laat Den Haag in de laatste paar jaar een beter economisch verhaal zien. Terwijl het economisch herstel verder doorzet in de eerste helft van 2022, is de Nederlandse economie in de laatste helft van het jaar afgekoeld. De ramingen van regionale cijfers laten een soortgelijke ontwikkeling zien voor Den Haag1.

De groei in economische bedrijvigheid heeft tot versnelde banengroei geleid in de gemeente. De werkgelegenheid in de regio is met bijna 3 procent gegroeid ten opzichte van het jaar ervoor. De werkloosheid in de stad ontwikkelt zich volgens de dalende trend die zich had

ingezet voor de uitbraak van corona. Het werkloosheidspercentage bedroeg in het derde kwartaal van 2022 4,6 procent. Daarmee lag de werkloosheid in Den Haag opnieuw lager dan Amsterdam en Rotterdam. Den Haag heeft zoals andere Nederlandse steden veel last van de krappe arbeidsmarkt en er zijn veel onvervulde vacatures binnen de gemeente in vrijwel alle beroepsgroepen. De lage arbeidsdeelname is hierdoor een groter punt van aandacht voor de stad. Het biedt de stad kansen om de lage arbeidsparticipatie in de stad aan te pakken.

De groei in werkgelegenheid in 2021 verklaart zich voornamelijk door startende ZZP’ers en het grootbedrijf. Daartegenover lieten kleine mkb-vestigingen een daling zien in het aantal banen.

Begin 2022 telde Den Haag ruim 321.000 banen. De ZZP’er blijkt een steeds groter deel te worden van de werkgelegenheid in de stad en neemt bijna 18 procent van de banen voor haar rekening. In verhouding tot andere steden zijn er meer ZZP’ers in de agglomeratie ’s-Gravenhage.

De groei van de economie en de zeer krappe arbeidsmarkt heeft zich vertaald naar een lager niveau van bijstandsuitkeringen.

Er is een dalende trend in het percentage van personen die na een beëindiging van hun WW-uitkering de bijstand instromen. Ook hebben Haagse ZZP’ers minder vaak een langdurig laag inkomen. Wanneer we verder kijken dan alleen ontwikkelingen in werk en inkomen wordt duidelijk dat de beleving van brede welvaart in de regio op een lager niveau ligt dan het gemiddelde van Nederland en Amsterdam en Utrecht.

Den Haag blijft groeien.

Wel is het binnenlandse migratiesaldo negatief: er vestigen zich minder Nederlanders uit andere gemeenten in Den Haag dan er vertrekken naar andere Nederlandse gemeenten. De stad trekt veel immigranten en studenten. Ongeveer een vijfde van de studenten aan de Haagse Hogeschool blijft ook in Den Haag wonen. Daarnaast vestigen zich vooral veel alumni uit Delft in Den Haag. Het aantal hbo/wo-studenten is na jaren van groei in 2021 vrij stabiel gebleven ten opzichte van 2020. De uitbraak van de coronapandemie heeft geleid tot minder aanmeldingen van buitenlandse studenten aan Nederlandse onderwijsinstellingen.

1

https://www.cbs.nl/-/media/_excel/2023/08/maatwerktabel_regionale-economische-groei-4e-kwartaal-2022.xlsx

5

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

Vooruitblikkend wordt duidelijk dat Den Haag wordt geconfronteerd met meerdere knelpunten.

Inflatie, torenhoge energieprijzen en een tekort aan personeel en grondstoffen zorgen ervoor dat binnenlandse en buitenlandse vraag afneemt. Ook zijn ondernemers huiverig om te investeren. De meest recente landelijke cijfers laten zien dat de economie sterk is afgekoeld, het derde kwartaal kromp de Nederlandse economie met 0,2 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Het vierde kwartaal is er weer een kleine plus van 0,6 procent. Zeker is dat de groei beduidend lager zal zijn in 2023. Voor Den Haag betekent de aanwezigheid van een grote tertiaire sector een dempend effect op de gemiddelde economische groei omdat deze minder crisisgevoelig is. Daarbij is ook een pluspunt dat de economische activiteiten in de stad minder afhankelijk zijn van de toeleveringsproblematiek van grondstoffen en de zeer hoge gasprijzen dan steden met meer industrie. Daarentegen heeft de stad veel ZZP’ers die de effecten van het wegvallen van vraag sneller en heviger zullen ondervinden. Dit heeft als gevolg dat de werkloosheidscijfers in de stad sneller zullen reageren op dalende vraag.

6

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

De grote uitdagingen om over te stappen naar een duurzame economie zullen veel vaker voelbaar worden voor de economische bedrijvigheid van de stad. Het energieverbruik in de regio is in vergelijking met de andere drie grote steden aanzienlijk lager. Dit wordt met name door de sectorstructuur gedreven, waarbij de zware industrie in Den Haag relatief minder vertegenwoordigd is. De stad heeft in de afgelopen jaren stappen gezet in verduurzaming, maar bevindt zich nog wel in de startblokken. Zo is het verbruik van hernieuwbare energie relatief laag. Dit verbruik is voor een groot deel afhankelijk van opwekking van binnen de regio. Daarnaast worden steeds meer gebouwen verduurzaamd. Het aantal vacatures in klimaatberoepen stijgt op vergelijkbaar niveau als de rest van de G4.

Ondernemers ervaren steeds vaker belemmeringen in het voortzetten van hun bedrijfsactiviteiten.

Inmiddels vormen de ervaren tekorten aan passend personeel een belemmering in het voortzetten van bedrijvigheid voor meer dan 40 procent van de ondernemers en ligt in Den Haag hoger dan de andere drie grote steden. De krapte breidt zich uit en is inmiddels een zorg voor vrijwel alle beroepsgroepen en sectoren. Ook ervaren ondernemers hinder van de tekorten aan grondstoffen om hun bedrijfsactiviteiten uit te voeren en vaker problemen met financiering. Dit heeft negatieve gevolgen voor de potentiële groei van de regionale economie.

De stad heeft een krappe kantorenmarkt en weinig kwalitatief aanbod van bedrijventerreinen. Deze krapte heeft gevolgen voor de transactiedynamiek in de stad. Terwijl in Rotterdam en Amsterdam het opnamevolume flink is gestegen, blijkt er in Den Haag voor een tweede keer achter elkaar een dalende opnamevolume te zijn. Ook zijn grote bedrijventerreinen van goede kwaliteit schaars in de regio en is het aanbod in de laatste jaren gedaald. Dit vormt een beperking voor de (potentiële) ondernemer om zich uit te breiden of te vestigen in de stad.

De arbeidsproductiviteit in het stadsgewest ‘s-Gravenhage blijft laag. De sectoren Industrie en Bouw moeten een duidelijke inhaalslag maken ten opzichte van de andere drie grote steden. Ook Logistiek, een belangrijke sector voor de Haagse werkgelegenheid, laat lagere productiviteit en productiviteitsgroei zien. Daarnaast is de productiviteit in de sectoren Overheid en Zorg, die oververtegenwoordigd zijn in Den Haag, sterk gedaald sinds de coronacrisis. Dit wordt gedreven door de hoge werkdruk in deze sectoren bij minder snel stijgende lonen. Recente ontwikkelingen in afspraken voor loonstijgingen in deze sectoren zou dit beeld kunnen veranderen.

7

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

2. OPZET Voor u ligt de derde editie van de Staat van de Haagse Economie. In deze monitor wordt jaarlijks de stand van zaken en daarmee de ontwikkeling van de regionale economie in beeld gebracht. De gemeente Den Haag streeft naar een veerkrachtige economische structuur en wil de aantrekkelijkheid van de stad voor (toekomstige) inwoners en bedrijven bestendigen. De gemeente ambieert om brede economische bloei te realiseren in de stad. De ontwikkeling in brede economische bloei en de onderliggende vier subcategorieën waar de gemeente actief beleid op voert worden aan de hand van meerdere economische thema’s toegelicht. De thema’s die in deze monitor worden behandeld zijn dan ook gebaseerd op de indicatoren die in Economische Visie zijn benoemd

Deze zijn weergegeven in een overzicht in (Tabel 1.1). Deze editie analyseert de nasleep en het herstel van de coronacrisis en zoomt verder in op het energievraagstuk van Den Haag. De hoge energieprijzen en de gestelde klimaatdoelen maken het cruciaal om regio’s zo snel mogelijk klimaatneutraal te laten opereren. De ontwikkelingen omtrent energieverbruik en de Haagse economie worden toegelicht. Daarnaast worden de ontwikkelingen in Den Haag ook in vergelijking geplaatst met de ontwikkelingen in de andere drie grote steden. Wij willen u erop wijzen dat dit rapport ontwikkelingen in de Haagse economie analyseert, maar geen evaluatie bevat van het gevoerde beleid door de gemeente. De effecten van landelijke en globale economische ontwikkelingen worden, waar mogelijk en relevant voor de Haagse economie, meegenomen in de analyse. Er is gebruikt gemaakt van meerdere, openbaar toegankelijke, databronnen voor dit rapport. Ook zijn gegevens opgenomen uit verschillende monitoren die door de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) van de gemeente Den Haag zijn opgesteld. De veelheid aan bronnen zorgt voor variatie in de afbakening van de regio per onderwerp. Waar mogelijk is gebruik gemaakt van data die specifiek betrekking heeft op de gemeente Den Haag. Voor overige onderwerpen is data op regio, stadsgewest of agglomeratie-niveau geanalyseerd.

De agglomeratie ’s-Gravenhage omvat de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer, terwijl de regio Haaglanden een iets ruimer gebied representeert en ook de gemeenten Delft, Midden-Delfland en Westland in zich opneemt. Het stadsgewest ’s-Gravenhage is gelijk aan de agglomeratie ’s-Gravenhage exclusief Zoetermeer. Toch blijft deze data zeer relevant voor de ontwikkelingen in de gemeente Den Haag omdat de stad het economisch zwaartepunt van deze regio’s is.

8

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

9

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

3. BREDE ECONOMISCHE BLOEI De gemeente Den Haag heeft de ambitie om het economisch groeivermogen te versterken dat gepaard gaat met algehele welvaartsgroei. Zo kunnen alle inwoners van de stad mee­ profiteren van de groei van economische activiteiten in een regio. Met andere woorden, de stad wil brede economische bloei realiseren. In dat geval moet er niet enkel naar groei­cijfers van de economie worden gekeken, maar ook de groei van banen, baan­kansen en brede welvaart.

De economie van de regio Den Haag is minder hard gegroeid dan Rotterdam en Utrecht, steden waarvan de economie tijdens de coronacrisis soortgelijk is gekrompen

In 2021 is de Nederlandse economie met een groei van 4,8 procent hersteld van de effecten van corona in 2020. De Haagse economie heeft, in tegenstelling tot de voorgaande crisis van 2010, veerkracht laten zien waarbij de groei 3,5 procent bedroeg tegenover een krimp van 3,3 procent die we in 2020 hebben waargenomen. De hogere groeipercentages van Den Haag van voor de coronacrisis, lijken zich voort te zetten. Ook heeft de coronacrisis relatief minder

impact gehad op de Haagse economie die met 3,3 procent is gekropen bij een landelijke krimp van 3,7 procent (Figuur 1.1). Een belangrijkere indicator dat economische groei relativeert tot de bevolkingsomvang, het BBP per inwoner, laat ook gestage groei zien in Den Haag. In 2019 en 2021 was er ook een duidelijke groei in het BBP per inwoner en hiermee staat deze op het hoogste niveau van de afgelopen 10 jaar (Figuur 1.2). De absolute stand is echter lager in Den Haag dan de overige drie grote steden: de Haagse bevolking verdient gemiddeld minder.

De werkgelegenheid blijft op een hoger tempo groeien

Het aantal banen in de gemeente Den Haag is per 1 januari 2022 gegroeid met 2,9 procent en er zijn in 2021 bijna 9000 banen bijgekomen2. Hiermee stijgt het aantal werkplekken in de stad naar meer dan 312.000. De groei in het aantal banen in de stad is vanaf 2014 consistent op een hoger tempo dan voorheen. Brede overheidssteun tijdens de coronapandemie heeft de effecten op de werkloosheid tijdens de crisis in grote mate gedempt. Sinds de uitbraak van de coronacrisis is het groeitempo van banen in Den Haag hoger dan Amsterdam en vergelijkbaar met Utrecht. Vergeleken met de andere drie grote steden is het groeitempo van banen in Den Haag vanaf 2018 sneller en is Den Haag de relatieve achterstand in werkgelegenheid aan het inhalen (Figuur 1.3).

Werkloosheid in Den Haag vergelijkbaar met andere drie grote steden Het werkloosheidspercentage was in het derde kwartaal van 2022 4,6 procent en lag hiermee lager dan de werkloosheid in Amsterdam en Rotterdam, die respectievelijk een werkloosheidspercentage van 4,7 en 5,7 procent kenden. Sinds 2020 ligt het werkloosheidspercentage zeer dicht tegen de werkloosheidscijfers van de andere drie grote steden aan (Figuur 1.7). De corona uitbraak had in 2020 jongeren en laagopgeleiden harder geraakt. Een jaar later laten de werkloosheidscijfers van laagopgeleide Hagenaren weer pre-corona niveaus zien terwijl de werkloosheid bij jongeren weinig verbetering toont (Tabel 1.2). Verder valt op dat het werkloosheidspercentage onder hoogopgeleiden in 2021 is gestegen. Een andere belangrijke observatie is dat de werkloosheid onder niet-westerse inwoners op een lager niveau ligt dan voor de coronacrisis en dat werkloosheid onder inwoners met een Westerse migrantenachtergrond juist is gestegen in 2021.

2

Bron: Werkgelegenheidsmonitor Den Haag 2022 DSO

10

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

Het aandeel beëindigingen van de WW-uitkering door uitstroom naar werk is in 2021 weer gestegen naar 60,4 procent ten opzichte van 56,8 procent in het jaar ervoor. Hiermee ligt dit percentage weer dicht op het pre-corona niveau. Voor de andere drie grote steden is dit percentage iets hoger (Figuur 1.8). Vanaf 2015 is er in Den Haag een forse dalende trend te zien in het percentage WW-ontvangers die doorstromen naar de bijstand. Deze ontwikkeling is wel afgeremd door de uitbraak van de coronacrisis (Figuur 1.9), maar stond in 2021 met 5 procent op een lager niveau dan voorheen. In 2021 lag het percentage van werklozen die doorstromen naar de bijstand in de gemeente op een lager niveau als Amsterdam en Rotterdam.

In kwantitatieve zin is er voldoende werkgelegenheid voor de bevolking van de stad

Het aantal banen per 1000 inwoners in de leeftijdscategorie 15-74 jaar ligt in Den Haag iets boven de 700 en is daarmee aanzienlijk lager dan de andere drie grote steden. In vergelijking met de andere drie grote steden zijn er in Den Haag minder banen beschikbaar per 1000 personen tussen 15 en 74 jaar (Figuur 1.4). Deze ratio laat sinds 2018 wel een stijgende trend zien.

Den Haag kenmerkt zich door een lage participatiegraad. Slechts 54 procent van de Haagse bevolking biedt zich aan op de arbeidsmarkt. Wanneer er rekening wordt gehouden met de arbeidsparticipatie, wordt duidelijk dat de werkgelegenheid in de stad groter is dan de beroepsbevolking (Figuur 1.5). De dalende trend in de arbeidsmarktbalans sinds begin 2000 is zich vanaf 2018 op een hoger tempo aan het herstellen door de snelle banengroei ten opzichte van de groei van de beroepsbevolking. Momenteel kent Den Haag 106 banen per 100 werkenden en werkzoekenden die samen de beroepsbevolking vormen. Deze balans houdt geen rekening met kwalitatieve scheefheid of pendel en is het niet meer dan een indicatie van de werkgelegenheidsfunctie van de stad.

De kwalitatieve mismatch op de arbeidsmarkt blijft groeien

De enorm krappe arbeidsmarkt duidt op onevenwichtigheid in vraag en aanbod. De krapte is inmiddels dusdanig hoog dat het vrijwel alle beroepsgroepen betreft. Vergrijzing, de vraag naar klimaatbanen en automatisering hebben voor een enorme verandering gezorgd op de arbeidsmarkt en blijft het oplossen van de mismatch een zeer grote opgave. Ook moet er rekening worden gehouden met in- en uitgaande pendel. De werkzame beroepsbevolking in Den Haag is het afgelopen jaar met bijna 20.000 gestegen van 263.000 naar 282.000 personen. Net iets meer dan de helft van deze mensen werkt in Den Haag zelf. Dit percentage is in 2021 licht afgenomen van 53 procent naar 51 procent. De rest van de werkende Hagenaren reist naar omringende steden voor hun werk. Van de Haagse banen werd begin 2022 46 procent is bezet door de inwoners van de stad zelf. De rest van de banen wordt bezet door inkomende pendel (Figuur 1.6). De belangrijkste herkomstgemeenten voor de inkomende pendel zijn Rotterdam, Zoetermeer, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Westland, Delft, Leiden en Rijswijk3.

3

Bron: Werkgelegenheidsmonitor Den Haag2022 DSO

11

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

Begin 2022 waren er 14.000 werklozen4 in de gemeente Den Haag en 37.000 geregistreerd werkzoekenden zonder dienstverband5, afgezet tegen iets meer dan 20.000 openstaande vacatures in diezelfde periode in de arbeidsmarktregio Haaglanden. Ondanks dat het aantal GWU met 5000 is gedaald binnen een jaar, geeft dit cijfer aan dat er kwalitatieve scheefheid is tussen vraag en aanbod van werkgelegenheid waarbij veel geregistreerd werkzoekenden in de gemeente geen baan kunnen vinden. Veel ondernemers hebben moeite met het vinden van passende arbeidskrachten voor de voortzetting van de gewenste bedrijvigheid. Duidelijk wordt dat bijna de helft van het onbenut arbeidspotentieel niet over een startkwalificatie bezit. Daarnaast blijkt een groot deel van werkgevers terughoudend te zijn in het aannemen van personeel dat niet beschikt over de gevraagde kwalificaties.6

Arbeidsdeelname Hagenaren met een grotere afstand tot arbeidsmarkt nog steeds niet op pre-corona niveau

Het deel van de potentiële beroepsbevolking dat zich aanbiedt op de arbeidsmarkt ligt in Den Haag op bijna 70 procent. De arbeidsparticipatie is in de afgelopen twee jaar verder gedaald. Dit heeft het grote verschil met Amsterdam en Utrecht verder vergroot. Ook is de arbeidsparticipatie in Den Haag nu lager dan in Rotterdam, terwijl in de afgelopen 10 jaar het tegenovergestelde het geval was (Figuur 1.11). Wanneer we verder inzoomen op bruto arbeidsparticipatie naar achtergrondkenmerken wordt duidelijk we dat er na de uitbraak van corona voornamelijk inwoners met een migrantenachtergrond en 45- tot 75-jarigen zich hebben teruggetrokken van de arbeidsmarkt. Deze groep liet voor de coronacrisis een mooie stijging zien in arbeidsparticipatie en deze ontwikkeling is in de coronajaren teruggedraaid. In een zeer krappe arbeidsmarkt waarin meer mensen zonder de nodige vaardigheden en skills steeds vaker worden gevraagd voor openstaande vacatures is dit een zorgelijk punt. In 2020 was het arbeidsaanbod van vrouwen en jongeren ook sterker gedaald door de coronacrisis dan andere groepen, maar deze laten weer pre-corona niveaus zien. Uit de recente cijfers wordt duidelijk dat voornamelijk hoger opgeleiden zich vaker gaan aanbieden op de arbeidsmarkt.

Een mogelijke verklaring is de toegenomen mogelijkheid tot omscholing en doorstuderen in combinatie met het feit dat hoogopgeleiden grotere baankansen hebben.

Praktisch opgeleiden bieden zichzelf minder vaak aan op de arbeidsmarkt

Naast de structureel lagere deelname op de arbeidsmarkt van vrouwen en inwoners met een niet-westerse migrantenachtergrond, is het zorgelijk dat praktisch opgeleide inwoners hun arbeid minder vaak aanbieden (Tabel 1.4). Gezien de enorme tekorten op de arbeidsmarkt dat ook geldt voor praktisch opgeleiden is dit een duidelijke indicatie dat hier nog veel potentie voor verbetering zit. De kwalitatieve mismatch speelt hier een grote rol in. Wellicht is de transitie op de arbeidsmarkt een mooie kans is om deze praktisch geschoolde inwoners om te scholen voor de klimaatberoepen en daarmee de kansen op de arbeidsmarkt en het aanbod van arbeid onder deze groep inwoners te vergroten?

4

Volgens cijfers van het CBS

5

Geregistreerd werkzoekenden zonder dienstverband bestaat uit werkzoekenden met WW- of AG-uitkering met

6

https://www.werk.nl/imagesdxa/regio_in_beeld_2022_haaglanden_tcm95-442412.pdf

arbeidsvermogen. Ook alle mensen met een bijstandsuitkering maken onderdeel uit van GWU.

12

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

Aandeel huishoudens dat langdurig van een laag inkomen leeft daalt geruime tijd

Het aandeel van huishoudens in Den Haag dat tenminste 1 jaar lang van een laag inkomen moet leven lag in 2020 op iets minder dan 12 procent (Figuur 1.10). Dit percentage daalt al geruime tijd en is gelijk aan het aandeel van huishoudens in Amsterdam en minder dan het aandeel van huishoudens dat langdurig van een laag inkomen moet leven in Rotterdam. Alleen Utrecht kent minder huishoudens met een langdurig laag inkomen. ZZP’ers lijken steeds minder vertegenwoordigd te zijn in deze groep. In 2013 leefden iets meer dan 20 procent van de zelfstandigen van een langdurig laag inkomen en dit aandeel laat sindsdien een daling zien en is momenteel minder dan 12 procent. Een groep die oververtegenwoordigd is, zijn jonge Hagenaren. Van de jongeren tot 25 jaar heeft iets minder dan een vijfde in 2020 een langdurig laag huishoudinkomen. Dit aandeel daalt wel sinds 2014, maar minder hard dan het geval is bij ZZP’ers. Daarnaast hebben 45-65-jarigen relatief vaker een langdurig laag inkomen. Ook Hagenaren met een niet-westerse achtergrond zijn hebben vaker een langdurig laag huishoudinkomen. Dit percentage blijft dalen en is 10 procentpunt gedaald van bijna 30 procent in 2013 tot 20 procent in 2020 (Tabel 1.3). Ook behoren bijstandsontvangers tot de groep huishoudens die een langdurig laag inkomen hebben. In juni 2022 waren er iets minder dan 24.000 personen die van de bijstand leefden.

Het aantal bijstandsuitkeringen ligt hiermee op het laagste niveau sinds 2013.7 7

Bron: CBS

13

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

De economie koelt af

Ondanks de sterke groei van de economie in de eerste helft van 2022 stagneert de groei in de tweede helft en mogelijk ook in 2023. De Nederlandse economie kromp in het derde kwartaal van 2022 met 0,2 procent en liet lichte groei zien van 0,6 procent in het laatste kwartaal van 2022.89 Ook is er landelijk een toename van het aantal faillissementen10. Stijgende grondstofprijzen en de daarmee gepaarde inflatie en gastekorten zullen mogelijk verdere effecten hebben op de economie. Ondanks de onzekerheid over de mate van afkoeling van de economie, is wel duidelijk dat de we de hoge groeicijfers van de laatste jaren achter ons hebben gelaten. Ook voor Den Haag heeft dit gevolgen. Wel lijkt de sectorstructuur van Den Haag minder gevoelig voor gestegen grondstofprijzen dan steden waar productie en industrie een groter aandeel is van de economische bedrijvigheid. Ook sijpelen de torenhoge gasprijzen, die ongekende hoogte hebben bereikt, door in de kosten voor ondernemers in andere sectoren. Hierbij kan gedacht worden aan de tuinbouw, horeca en de detailhandel. De drastisch verminderde koopkracht zal ook in Den Haag leiden tot minder vraag en mogelijke krimp van meerdere sectoren zoals bijvoorbeeld Horeca, Detailhandel, Dienstverlening. De grote aanwezigheid van Overheid, Zorg en Onderwijs zouden deze negatieve effecten enigszins kunnen dempen.

Groot aandeel ZZP’er maakt werkgelegenheid fragieler voor dalende vraag

Ongeveer een zesde van de werkgelegenheid in de stad is toe te rekenen aan ZZP’ers. Ook wordt de groei in werkgelegenheid in toenemende mate gedreven door startende ZZP’ers en blijft de groei in werkgelegenheid van grotere bedrijven en mkb beperkt. ZZP’ers voelen conjuncturele schommelingen sneller omdat ze niet op basis van een arbeidsovereenkomst werken. Dit betekent ook dat de werkgelegenheid in hogere mate meebeweegt met schommelingen in vraag en in een periode van dalende vraag de werkloosheidscijfers sneller zullen reageren. Bovendien beschikken veel ZZP’ers niet over een sociaal vangnet, wat ze extra kwetsbaar maakt in tijden van laagconjunctuur.11

Brede welvaart in Den Haag lager dan Amsterdam en Utrecht en Nederland gemiddeld

De ervaren brede welvaart in de stad wijkt negatief af van het gemiddelde van alle Nederlandse gemeenten. Dit geldt voor vele grote steden in het land. Hiermee kent de stad een brede welvaartsniveau dat lager ligt dan Amsterdam en Utrecht. Wel scoort Den Haag hoger dan Rotterdam. De lagere brede welvaart ten opzichte van het Nederlands gemiddelde wordt in volgorde van impact gedreven door inkomen, milieu, huisvesting, maatschappelijke betrokkenheid, veiligheid en subjectief welzijn (Figuur 2.4).

8 9

Bron: CBS

https://www.bnr.nl/nieuws/economie/10503991/nederlandse-economie-groeit-met-0-6-procent-geen-recessie

10  https://www.kvk.nl/over-kvk/media-en-pers/nieuws-en-persberichten/aantal-faillissementen-blijft11

toenemen-vooral-onder-mkbers-groei-aantal-bedrijven-in-particuliere-beveiliging-zet-door/ https://www.instituutgak.nl/onderzoek/kennisbank/zzp-en-sociale-zekerheid-in-nederland/

14

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

4. STAD Den Haag heeft de ambitie om in 2030 het beste te scoren op woon- en leefklimaat van de vier grootste Nederlandse steden door de aantrekkelijkheid van de stad te vergroten en beter te benutten. Hiermee wil de stad bezoekers, bedrijven en bewoners aantrekken en ervoor zorgen dat huidige bewoners en bedrijven in de stad blijven.

Den Haag behoort tot de top van de meest aantrekkelijke steden van Nederland

Jaarlijks stelt Atlas voor Gemeenten een index op de woonaantrekkelijkheid waarbij de 50 grootste gemeenten op acht verschillende indicatoren worden beoordeeld. Op basis van deze indicatoren wordt een score samengesteld op de woonaantrekkelijkheid. Deze indicatoren zijn op volgorde van weging: bereikbaarheid van banen, cultureel aanbod (podiumkunsten), veiligheid (op basis van het aantal geweldsmisdrijven en vernielingen), aandeel koopwoningen in de woningvoorraad, bereikbaarheid van natuurgebieden, kwaliteit van het culinaire aanbod, aanwezigheid van een universiteit, en historisch karakter van de stad (percentage woningen gebouwd voor 1945”. Den Haag blijft in 2022 op de zesde plek staan onder 50 gemeenten. Dit laat zien dat de stad aantrekkelijk is om in te wonen. Ten opzichte van de andere drie grote steden scoort Den Haag voornamelijk goed op de bereikbaarheid van banen in de stad. De bereikbaarheid van banen in de stad is in het afgelopen jaar verbeterd (Figuur 2.2). Wanneer er rekening wordt gehouden met tijdverlies door files komt de stad op een negende plek uit (Figuur 2.3). De afname in baanbereikbaarheid door filevorming is sterker in Rotterdam, terwijl de baanbereikbaarheid in Amsterdam en Utrecht juist verbetert als er rekening wordt gehouden met filevorming.

Strand en duinen worden in de index niet opgenomen in de categorie ‘ Natuurgebieden’ waardoor de stad slecht scoort op deze indicator (Figuur 2.1). Ook scoort de stad vrij slecht op veiligheid die in de afgelopen drie jaar verder is verslechterd (Figuur 2.2).

De stad blijft met name door vestiging van immigranten verder groeien

In 2022 groeide de Haagse bevolking met bijna 1 procent. Het inwonersaantal stond daarmee aan het einde van 2021 op ruim 553.000. Dit wordt naast een geboorteoverschot voornamelijk gedreven door vestigingsoverschot. In 2021 hebben zich bijna 4000 meer mensen gevestigd in Den Haag dan dat er vertrokken zijn (Tabel 2.1). Meer dan de helft van de nieuwe Hagenaren komt uit een andere Nederlandse gemeente, maar er is ook een significant deel dat uit het buitenland naar Den Haag immigreert. Het aantal immigranten dat zich vestigt in de stad stijgt weer. Het aantal inwoners dat zich vanuit een andere Nederlandse gemeente in Den Haag vestigt is t.o.v. 2020 verder gedaald. Wanneer enkel naar binnenlandse migratie wordt gekeken, wordt duidelijk dat minder mensen zich vestigen in Den Haag dan er naar andere regio’s vertrekken. De groei van de bevolking in Den Haag was in 2021 iets lager dan Amsterdam en meer dan in Utrecht en Rotterdam. Daarnaast zien we dat het aantal hbo/ wo-studenten in de stad in 2021 ongeveer gelijk is gebleven met het jaar ervoor (Figuur 2.5). De stijgende trend in het aantal hbo/wo-studenten in de stad voor de coronacrisis is daarmee afgevlakt. De uitbraak van corona heeft veel buitenlandse studenten hun studiewens laten uitstellen. Dit geldt voor veel Nederlandse universiteiten en hogescholen.

15

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

Het aantal woningen neemt toe, maar het aantal huishoudens groeit harder

De beschikbaarheid van betaalbare woningen is een randvoorwaarde om menselijk kapitaal aan te kunnen trekken naar de stad. Behalve het aantrekken van studenten, is het van belang om studenten als stad te behouden. De Haagse bevolking groeit weliswaar harder dan de groei van woningvoorraad in de stad. Den Haag blijft namelijk inwoners trekken waarmee de stad ook verder verdicht. Daarnaast neemt het aantal huishoudens sneller toe doordat er steeds meer eenpersoonshuishoudens zijn. Tussen 2017 en 2021 is de woningvoorraad van de stad met meer dan 4 procent gestegen tot 259.419 woningen (Figuur 2.6). De toegevoegde woningen zijn voornamelijk terug te vinden in de private huursector. Ondanks deze stijging, blijft de woondruk ook stijgen en is de woningbezetting gestegen tot 2,08 inwoners per woning in 2020 ten opzichte van 2,06 in 2017 (Figuur 2.7).

Kans op een sociale huurwoning licht gestegen in 2021, maar nog steeds op laag niveau

De hoge koop- en huurprijzen op de private woningmarkt heeft ook in Den Haag de doorstroom vanuit sociale huurwoningen laten afnemen. Ook zorgt de bevolkingsgroei in de stad voor meer vraag naar woningen, waaronder ook sociale huurwoningen. Het aantal woningzoekenden in de sociale huursector is in 2021 met bijna 10 procent gestegen naar 61.780. Een zeer klein deel van deze woningzoekenden slaagt er ook daadwerkelijk in om een corporatiewoning te huren (Figuur 2.8). Iets minder dan 5000 woningzoekenden hebben ook daadwerkelijk een woning kunnen bemachtigen. Het aantal verhuringen in de corporatiesector is, na meerdere jaren van afname, wel met 25 procent gestegen in 2021 van 4000 naar bijna 5000 woningen. Bij elkaar opgeteld is de slagingskans op het vinden van een sociale huurwoning gestegen, maar nog wel op een zeer laag niveau.

Toerisme

Het jaar 2021 stond nog steeds in het teken van lockdowns dat terug te zien is in matig herstel van toerisme in Nederland. Dit geldt ook voor toeristische steden zoals Den Haag. Het aantal bezoeken en bezoekers van de stad is nog niet op pre-corona niveau (Tabel 2.2 en Tabel 2.3). De toeristische bestedingen zijn ten opzichte van 2019 30 procent minder. Wel zijn de gemiddelde bestedingen van een toeristisch bezoek aan de stad licht toegenomen (Tabel 2.4 en Tabel 2.5). Een andere observatie is dat het aantal gasten uit het buitenland die in Den Haag zijn verbleven flink is afgenomen. Daarnaast is ook het aantal overnachtingen in 2021 lager dan in 2019. Hierin is verschil tussen Nederlandse en buitenlandse gasten. Het aantal overnachtingen door buitenlandse gasten is bijna de helft van de aantallen in 2019. Dit percentage ligt veel lager voor Nederlandse toeristen met een negatief verschil van 10 procent ten opzichte van 2019 (Tabel 2.6). De meest recente cijfers van 2022 uit het CityDNA Benchmarking rapport geven weer dat, op basis van het aantal hotelovernachtingen, het herstel van toerisme in Den Haag het sterkst was van alle Europesee steden. Dit beeld wordt bevestigd door cijfers van het CBS. In 2022 is het aantal hotelgasten ten opzichte van 2019 met 14 procent gestegen, waarbij de stijging in de tweede helft van het jaar zelfs 26 procent bedroeg12.

We zien dat de lockdowns en de blijvende onzekerheid over mogelijke lockdowns ook in 2021 nog steeds een rem was op het zakelijk toerisme. Zo waren het aantal zakelijke overnachtingen en congressen op zeer laag niveau. De verwachting is dat dit op termijn zal herstellen (Tabel 2.7 en Tabel 2.8). 12

https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/Overige%20bestuurlijke%20stukken/829390

16

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

5. STRUCTUUR De gemeente Den Haag heeft als doel om de sectorstructuur te verdiepen en verbreden en hiermee de economische weerbaarheid van de stad te versterken. Een andere opgave is het verbeteren van de aansluiting tussen vraag en aanbod op de regionale arbeidsmarkt. Den Haag wil de potentiële Agglomeratie-effecten die steden hebben beter benutten. Dit komt neer op het beter benutten van de concentratie van economisch, fysiek- en menselijk kapitaal door netwerken tussen bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen te versterken en gericht te investeren in technologie en innovatie, meer specifiek in de profielen Security, Legal en Policy en Impact gerelateerd aan sterktes rond het thema Vrede en Recht.

Tertiaire sector blijft groter worden

Groeipercentages kunnen flink uiteenlopen per sector. Sector specifieke effecten zorgen voor verschillende groeipaden. De stad heeft een zeer grote tertiaire sector waar iets meer dan een vijfde van de Haagse banen zich bevinden (Figuur 3.1). Deze wordt gevolgd door de sectoren Zorg, Detailhandel en Horeca met respectievelijk 45.000 en 42.000 werkplekken. In absolute aantallen zijn in 2021 de meeste banen gerealiseerd in de sectoren Overheid en Belangenorganisaties, Zorg, Bouw en Onderwijs met respectievelijk 2140, 1540, 1330, 1000 nieuwe werkplekken. Wanneer we kijken naar de groei van de arbeidsplaatsen per sector is de toename in werkgelegenheid vooral toe te schrijven aan de sectoren Maakindustrie, Onderwijs, Agrifood en Tuinbouw en Bouw. Daarentegen liet de sector Toerisme weinig herstel zien terwijl het een van de sectoren was dat gekrompen was in het aantal banen in 2020 (Tabel 3.1).

Startende ZZP’er en grootbedrijf zorgt voor banengroei in 2021, lichte krimp bij mkb met personeel

Begin 2022 waren er ruim 312.000 banen in de gemeente (Figuur 3.2). Er zijn verhoudings­ gewijs meer eenmanszaken gevestigd in de agglomeratie ’s-Gravenhage zijn dan in de andere drie grootstedelijke regio’s (Tabel 3.2). Ook zijn er relatief minder vestigingen met 10 of meer werknemers in de gemeente Den Haag. Van de toename in het aantal banen in Den Haag tussen 2000 en 2021 is het overgrote deel door eenmanszaken gegenereerd (Figuur 3.2). Hierdoor is het aandeel van banen in de stad dat eenmanszaken vertegenwoordigen gegroeid van 10 procent tot 18 procent. Het aantal banen dat in de afgelopen 10 jaar is gegeneerd door de oprichting van eenmanszaken is gelijk aan ruim 27.000. Het aantal banen bij het grootbedrijf is met 12.000 gegroeid. Dit betekent een ruime verdubbeling van het aantal eenmanszaken in de gemeente waarbij het grootbedrijf met 9 procent is gegroeid in het aantal banen. De vestigingen van grote bedrijven in de regio zorgen nog steeds voor bijna de helft van de werkgelegenheid in de regio. De rest van de banen bevinden zich bij de kleine mkb-vestigingen. Het aantal werkplekken bij deze vestigingen is in 2021 juist licht afgenomen met 230 banen. Dit werd in zeer grote mate gedreven door het verdwijnen van ongeveer 700 banen bij vestigingen van 5 tot 9 werknemers (Figuur 3.2).

17

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

Haagse start-ups vooral in IT en specialisatie in profielen Vrede en Recht

Start-ups zijn jonge bedrijven die zich als innovatief presenteren. Volgens cijfers van Dealroom waren er tussen 2016 en 2021 bijna 700 start ups13 actief in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.14 Ongeveer een derde van deze start-ups waren gevestigd in Den Haag. Een aanzienlijk deel van de Haagse start-ups zijn actief in de IT sector. Dit geldt in grotere mate voor Den Haag dan Delft en Rotterdam (Figuur 3.3). Ten opzichte van het Nederlands gemiddelde van start-ups, laat Den Haag een oververtegenwoordiging zien in Security, Fintech, Legal en Onderwijs. Dit is in lijn met het doel om de economische structuur van de stad van vrede en recht verder te versterken middels meer specialisatie in Security en Legal (Figuur 3.4). 13 14

Een startend bedrijf met een innovatief business model in de leeftijdscategorie 0 tot 5 jaar. Start-up en scale-up monitor MRDH, Birch

18

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

Toegevoegde waarde versus arbeidsvolume

Wanneer we enkel inzoomen op de toegevoegde waarde van sectoren wordt duidelijk dat in 2020 bijna een kwart van de economische bedrijvigheid door Overheidsdiensten wordt gecreëerd (Figuur 3.5). Deze wordt respectievelijk gevolgd door de Specialistische Zakelijke Diensten, Gezondheids- en Welzijnszorg, Financiële Dienstverlening. Terwijl de sectoren Zorg, Detailhandel en Horeca een grote rol spelen in werkgelegenheid in de stad, weten deze sectoren geen groot aandeel te verwerven van de toegevoegde economische waarde in de regio. Terwijl sommige sectoren een grote bijdrage hebben geleverd aan de groei van werkgelegenheid, waren andere sectoren goed voor groei in toegevoegde waarde. Opvallend is dat de sectoren Delfstofwinning, Informatie en communicatie en Cultuur, Sport en Recreatie in toegevoegde waarde zijn afgenomen tussen 2013 en 2020, terwijl het aantal banen in deze sectoren is gegroeid (zie Figuur 3.6). Dit geldt in mindere mate ook voor de sectoren Bouw, Horeca en Landbouw. Dit kan verklaard worden door de grote aanwezigheid van startende ZZP’ers in deze sectoren. Verder valt op dat de bedrijfstak Verhuur en Handel van Onroerend Goed een flinke gemiddelde groei kende, terwijl hier nauwelijks nieuwe werkplekken zijn gerealiseerd.

Arbeidsproductiviteit in Bouw, Industrie en Logistiek blijft punt van zorg

De arbeidsproductiviteit in het stadsgewest Den Haag ligt lager is dan de andere grootstedelijke regio’s. Daarnaast is de groei van de productiviteit op een lager niveau dat, bij gelijkblijvende trends, zal leiden tot grotere verschillen in de toekomst (Figuur 3.7). Wanneer de productiviteit van 2019 wordt vergeleken met 2022 wordt duidelijk dat landelijk de arbeidsproductiviteit van de sectoren Overheid, Onderwijs en Zorg zijn gedaald. Er is sprake van een oververtegenwoordiging van deze sectoren in Den Haag. Mogelijk dat de arbeidsproductiviteit regionaal sterker zal afnemen. De afname van de arbeidsproductiviteit wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van het aantal gewerkte uren van medewerkers in deze sectoren die tijdens de coronacrisis overbelast waren terwijl de toegevoegde waarde van deze sectoren met minder is toegenomen15. De toegevoegde waarde in de tertiaire sector blijft weliswaar moeilijk te meten en wordt benaderd door de groei in salarissen van ambtenaren. Verder laat de Bouw sector in Den Haag in 2020 afwijkende cijfers zien in arbeidsproductiviteit vergeleken met de andere drie grootstedelijke regio’s. In het coronajaar is de arbeidsproductiviteit in Den Haag verder gedaald.

De zeer uitzonderlijke omstandigheden die zijn voortgekomen uit de eerste coronalockdown maakt het moeilijk om hier scherpe conclusies op te werpen omdat het een vrij unieke situatie betreft. Bouw en Logistiek blijven sectoren die qua omvang in werkgelegenheid belangrijk zijn voor de stad en waar een flinke inhaalslag gemaakt dient te worden in productiviteit (Figuur 3.8). Daarnaast wijkt de productiviteit van Industrie duidelijk af van de rest van de grote steden.

Investeringen in R&D nemen toe, maar blijven nog wel achter

In de afgelopen jaren wordt er in de regio meer geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling waarmee het innovatief vermogen kan excelleren. Wel blijven de investeringen in vergelijking met de andere grootstedelijke regio’s achter. In de grootstedelijke regio’s van Amsterdam en Rotterdam werd in 2021 meer dan twee keer zoveel geïnvesteerd in R&D activiteiten. Ook is in Utrecht het niveau qua investeringen in onderzoek en ontwikkeling afwijkend (Figuur 3.9).

15

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2022/44/arbeidsproductiviteit-nederland-lager-na-corona-in-eurozonehoger#:~:text=De%20arbeidsproductiviteit%20is%20het%20bruto,toegenomen%2C%20is%20de%20arbeidsproductiviteit%20afgenomen.

19

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

6. ONDERNEMER De stad wil een goed vestigingsklimaat voor als sterke aantrekkingskracht voor meer bedrijvigheid in de stad om samen met ondernemers de economische potentie van de regio te kunnen verzilveren. Hierbij gaat het om kansen voor het mkb om te groeien, maar ook grootbedrijven aantrekken.

Minder snelgroeiende bedrijven en daarbinnen relatief veel kleine bedrijven vergeleken met de G4

Snelgroeiende bedrijven kenmerken zich als innovatief en samenwerkend dat positief bijdraagt aan een dynamisch ondernemersklimaat in de regio. Per 1 januari 2022 waren er 176 snelle groeiers in Den Haag onder vestigingen met 10 of meer werknemers1617 (Figuur 4.1). Dit aantal ligt lager dan het jaar ervoor. De onzekerheid die coronacrisis heeft veroorzaakt heeft het uitbreiden van het personeelsbestand minder aantrekkelijk gemaakt voor bedrijven dat zich heeft vertaald in een daling van het aantal snelle groeiers. Deze ontwikkeling is een landelijke trend. Het overgrote deel van de snelle groeiers in de stad had begin 2022 10 tot 25 werknemers in dienst. Deze vestigingen waren voornamelijk actief in de sectoren Zakelijke

diensten, Detailhandel en Horeca en Zorg. De toename in het aantal banen bij de 176 snelle groeiers was 9.330 in de periode 2019-2022. Dat is gelijk aan 3% van het totale Haagse werkgelegenheid begin 2022. Daarnaast nam het aantal banen bij de rest van de groeiers toe met een vergelijkbare omvang toe. De gecreëerde werkgelegenheid door groeiende bedrijven lag tussen 2019 en 2021 hiermee op 18.760. Ook gingen werkplekken verloren door krimp van andere bedrijven. Het verlies van banen door krimpende vestigingen in de stad was gelijk aan 7.740. Een groter aandeel van bedrijven met 10 of meer werknemers liet krimp of stagnatie zien in het aantal werkplekken. De groei in werkgelegenheid in de stad wordt voor een groot deel gedreven door startende ondernemers. Het aantal snelgroeiende bedrijven blijft achter in aantallen ten opzichte van de andere drie steden (Figuur 4.2). Wanneer er enkel wordt gekeken naar snelle groeiers binnen de groep van bedrijven met 10 of meer werknemers, zijn de verschillen met de andere steden veel kleiner (Figuur 4.3). Den Haag is binnen de groep van snel groeiende bedrijven in Nederland oververtegenwoordigd in de sectoren Overige Dienstverlening, Horeca, Onderwijs en Financiële Dienstverlening (Figuur 4.4).

Het aantal faillissementen is ook in 2021 beperkt gebleven

De verwachte stroom aan faillissementen van niet-rendabele bedrijven die door het steunbeleid van de overheid tijdens de coronacrisis overeind zijn gehouden is ook in 2021 landelijk uitgebleven. In Den Haag zijn 71 vestigingen failliet gegaan. Dit is 1 procent van de vestigingen die zijn opgeheven zijn in de stad18. Wel geven recentere landelijke cijfers een toename weer van faillissementen. Zo lag het aantal faillissementen in november 2022 op een hoger niveau dan het jaar ervoor. Het betreft hier voornamelijk mkb-vestigingen met personeel.19

16

Het CBS hanteert de volgende definitie voor snelgroeiende bedrijven: een bedrijf met een gemiddelde

jaarlijkse groei van 10 procent per jaar of meer, over een periode van drie achtereenvolgende jaren, gemeten

aan de hand van het aantal werknemers. Dit betekent dat er over een periode van drie jaar een totale groei van

tenminste 33,1 procent moet worden behaald. ”. Daarnaast moeten bedrijven aan het begin van de groeiperiode

minimaal 10 werknemers hebben en worden bedrijven die zijn opgericht in het startjaar van de groeiperiode niet meegeteld.

17

Het Werkgelegenheidsregister Haaglanden kijkt naar de ontwikkelingen van vestigingen en niet van bedrijven.

19

https://www.kvk.nl/over-kvk/media-en-pers/nieuws-en-persberichten/aantal-faillissementen-blijft-toenemen-

18

Bron: Monitor Werkgelegenheid 2022

vooral-onder-mkbers-groei-aantal-bedrijven-in-particuliere-beveiliging-zet-door//

20

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

Het aantal oprichtingen van nieuwe bedrijven in de regio blijft hoog

Er is al geruime tijd een stijgende trend in oprichtingen in Den Haag. In aantallen was de grootste toename van nieuw opgerichte bedrijven respectievelijk in de sectoren Bouw, Zakelijke Dienstverlening en Detailhandel. In de sectoren Detailhandel en ICT was het verschil in aantal oprichtingen ten opzichte van het jaar ervoor het grootst. Opheffingen in deze twee sectoren was ook hoger in 2020 dan de jaren ervoor. Deels kan dit de toename in oprichtingen hebben veroorzaakt. Maar de positieve afwijking van het aantal oprichtingen in 2021 is meer dan de afname in 2020. Daarnaast valt op dat de bedrijvendynamiek in de stad hoog is. Het aantal oprichtingen én opheffingen laten prominente groei zien dat duidt op veel starters dat gepaard gaat met veel bedrijfsbeëindigingen in Den Haag (Tabel 4.1 en Tabel 4.2).

Veel ZZPers zijn 5 jaar na oprichting al verdwenen

De dynamiek onder ZZPers in de stad is groot. Van de Haagse eenmanszaken die 5 jaar geleden zijn gestart is ruim de helft opgehouden met bestaan. Ongeveer 46 procent is nog altijd actief als ZZPer. Een klein aantal is na vijf jaar uitgegroeid tot werkgever. Dit betreft 3 procent van de starters. Dit percentage lijkt vrij stabiel te zijn over een langere periode (Figuur 4.5).

Aantrekken grootbedrijf

Ook zijn bedrijfsverhuizingen belangrijk voor banengroei. Grootbedrijven brengen veel kennis en kunde mee dat weer positief effect heeft op het ondernemersklimaat van de stad. In de gemeente Den Haag vestigen zich doorgaans minder grote bedrijven dan de andere drie grootste steden van Nederland (Figuur 4.6 en Figuur 4.7). Daartegenover staan wel minder opheffingen van Haagse grootbedrijven (Figuur 4.8 en Figuur 4.9). Dit duidt weer op de dynamiek van het Haagse bedrijfsklimaat dat zich vooral afspeelt in het kleinere segment. Grote vestigingen in Den Haag bevinden zich vaak in de sectoren Openbaar Bestuur en Overheidsdiensten, Zorg, Specialistische Zakelijke Dienstverlening en Onderwijs. De dynamiek in de (semi-)publieke sectoren is over het algemeen minder.

Waardering ondernemersklimaat licht gestegen, maar waardering dienstverlening daalt

De Haagse ondernemer geeft het ondernemersklimaat van de stad een licht hogere score dan het jaar ervoor. Wel geven ondernemers de gemeente de laatste jaren beduidend lagere scores over de geleverde dienstverlening. Dit geldt voor alle aspecten waar naar gevraagd is via een enquête waar meer dan 400 ondernemers op hebben gereageerd. De uitbraak van de coronacrisis en de bijbehorende zorgen voor ondernemers heeft mogelijkerwijs veel druk gezet op de dienstverlening van de gemeente in 2020 en 2021. Dit laat zich vertalen in een lagere waardering van de geleverde diensten. In 2022 is de waardering van alle gevraagde aspecten echter verder gedaald (Tabel 4.3).

Het Haagse Ecosysteem

Een ander maatstaf voor het ondernemersklimaat in de regio is door Birch samengesteld met een Entrepreneurial Ecosystem Index. Deze index is een score dat gebaseerd is op meerdere elementen die bijdragen aan een gezond ecosysteem voor ondernemers. De elementen die worden meegewogen zijn kwaliteit en efficiëntie van governance, waardering van ondernemerschap, fysieke infrastructuur, potentiële vraag, kennisnetwerken, leiderschap voor collectieve actie, menselijk kapitaal, toegankelijkheid van financiering, investeringen in kennis en toevoer en toegankelijkheid van diensten. Den Haag scoort op veel elementen hoger dan het gemiddelde van Nederland. Het heeft een buitengewoon goede score op verbondenheid van bedrijven in kennisnetwerken. Waar de stad in achterblijft, is voornamelijk

21

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2020

kennis en financiering. In de gemeente zijn relatief minder research en development activiteiten. Ook blijkt financiering voor een scale-up minder vaak voor te komen in de stad (Tabel 4.4).

Haagse ondernemer heeft last tekort aan grondstoffen en ervaart belemmeringen in financieringsmogelijkheden door rentestijgingen

In de paragraaf hierna zullen we uitgebreid ingaan op het personeelstekort dat wellicht de grootste uitdaging is voor de Nederlandse ondernemer (Figuur 4.9). Door het veranderende economische klimaat krijgen Haagse ondernemers steeds vaker te maken met bemoeilijkende situaties. Steeds meer ondernemers in de regio ervaren belemmeringen m.b.t. de financiering van hun activiteiten om te kunnen voldoen aan vraag. Het percentage onder ondernemers die financiering als barrière ervaart om de bedrijfsactiviteiten te intensiveren is gestegen van ongeveer 4 procent van de respondenten in 2021 tot 6 procent van de respondenten in 2022. Haagse ondernemers ondervonden in 2022 vaker een belemmering in het financieren van hun bedrijfsactiviteiten dan het geval was voor ondernemers uit de andere drie grote steden (Figuur 4.10).

Ook werd de Haagse ondernemer vaker belemmerd door tekorten in productiemiddelen, materiaal en ruimte. Wel had de ondernemer van Den Haag minder last van de tekorten aan grondstoffen en ruimte dan ondernemers van de andere drie grote steden. De sectorstructuur van Den Haag maakt de stad weerbaarder voor tekorten in grondstoffen waar de wereldeconomie sinds de coronacrisis mee kampt. Dit zorgt ervoor dat de Haagse economie ook minder gevoelig is voor dergelijke globale ontwikkelingen. De groeiende bedrijfstak Bouw in de gemeente heeft daarentegen wel erg veel last van toeleveringsproblematiek (Figuur 4.11).

Den Haag aantrekkelijk voor alumni van Technische Universiteit Delft

Het aandeel hoger opgeleiden onder gediplomeerden stijgt in Den Haag al geruime tijd (Figuur 4.12), terwijl het aandeel middelbaar opgeleiden een dalende trend laat zien en het aandeel praktisch opgeleiden al geruimde tijd ook daalt. Het is natuurlijk belangrijk dat een stad ook het talent dat naar de stad is getrokken kan behouden. Daarnaast is Den Haag een potentiële werkgever voor veel afgestudeerden in de regio. Opvallend is dat bijna de helft van alumni van de Haagse Hogeschool na studie in Rotterdam woont en slechts iets meer dan 20 procent in Den Haag. Daarnaast vestigen veel alumni, bijna 30 procent, van de Technische Universiteit Delft zich in Den Haag (Figuur 4.13).

Krapte geldt voor vrijwel gehele arbeidsmarkt

Na een onderbreking door de coronacrisis is de krapte op de arbeidsmarkt verder toegenomen. Een aantal sectoren kennen al een langere tijd een zeer krappe arbeidsmarkt, zoals Zorg en Welzijn, ICT en Techniek. Voor andere sectoren is de krapte is meer recenter probleem. Denk hierbij aan de tekorten in de horeca en detailhandel door het vertrek van personeel naar bijvoorbeeld de GGD’s tijdens de coronacrisis.20 Een deel van deze mensen is niet meer teruggegaan naar de sector waar ze voorheen werkten.

20

https://www.werk.nl/imagesdxa/regio_in_beeld_2022_haaglanden_tcm95-442412.pdf

22

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

Arbeidsmarktprognose voor de langere termijn

Voor sommige beroepen is de huidige krapte op de arbeidsmarkt tijdelijk. Zo weten we dat er veel banen door digitalisering en automatisering zullen verdwijnen. Wel zal de krapte voor meerdere beroepsgroepen blijven aanhouden. Voor een deel wordt dit gedreven door een kwantitatieve mismatch. Vergrijzing, een hoog aandeel deeltijdwerkers, beperkte groei in arbeidsproductiviteit en de lage investeringen om de productiviteit te verhogen zijn hier de voornaamste redenen voor. In de arbeidsmarktregio Haaglanden wonen bijna 179.000 mensen die tot de groep tussen de 50 en 67 jaar behoren en binnen korte tijd de arbeidsmarkt zullen verlaten. Daartegenover staat een 153.000 jongeren tussen de 0 en 17 jaar die deze

23

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

groep potentieel zouden moeten vervangen21. Wanneer er geen rekening wordt gehouden met de kwalitatieve aspecten op de arbeidsmarkt en mogelijke pendel blijkt dat de komende jaren een tekort van ruim 26.000 aan aanbod zal ontstaan door ontgroening. Wel moet rekening worden gehouden met de toename van de bevolking op de langere termijn. Voor een deel komt dit door migratieoverschot. Bekend is dat migranten vaak niet meteen aan de slag op de Nederlandse arbeidsmarkt. Wanneer we verder inzoomen op de vervangingsvraag op de kortere termijn in de regio wordt duidelijk dat de grootste uitstroom zal plaatsvinden in de sectoren Openbaar Bestuur & Overheidsdiensten, Vervoer en Opslag en Zorg en Welzijn. In deze sectoren heerst momenteel al grote krapte dat naar waarschijnlijk alleen maar verder zal toenemen in de aankomende jaren. Bij elkaar zijn 30.000 mensen werkzaam in deze sectoren die ouder zijn dan 60 jaar en binnenkort de arbeidsmarkt zullen verlaten. Bijna 5.800 van hen werken in zorg & welzijn, waar momenteel al een enorme krapte is en automatisering niet veel kan betekenen als substitutie van arbeid (Figuur 4.14). Daarnaast zal ook de kwalitatieve mismatch blijven bestaan. Er zijn nog steeds veel mensen

die een opleiding volgen waar geen goede baankansen in zijn, daarentegen daalt het aantal studenten in de technische opleidingen waar steeds meer banen zullen worden gerealiseerd. Bouw, ICT en Techniek blijven sectoren waar studenten minder snel voor kiezen, maar juist groeiende baankansen in zijn, aldus ROA.

21

https://www.werk.nl/imagesdxa/regio_in_beeld_2022_haaglanden_tcm95-442412.pdf

24

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

7. RUIMTE Bedrijvigheid gedijd bij een goed ondernemersklimaat. Daarbij hoort voldoende en gepaste winkel, kantoor- en bedrijfsruimte zodat bedrijven kunnen starten, opschalen of zich van elders kunnen vestigen. De klimaattransitie, het hybride werken, Online-consumptie zorgen voor veranderingen in de vraag naar ruimte door ondernemers. Gemeentelijk beleid heeft hierin een belangrijke signalerende, sturende en faciliterende rol.

Veranderende consumptiepatronen en wensen voor winkelgebieden

Traditionele winkelgebieden maken steeds vaker plaats voor multifunctionele centrum­ gebieden waar de consument kan winkelen, ontmoeten en recreëren. Wonen en werken komt dan ook vaker voor in centrumgebieden met veel winkelaanbod. Dit verandert ook de inrichting van deze centra tot levendige gebieden waar inwoners, bezoekers en dagtoeristen op afkomen om zich te vermaken en te consumeren. De kwaliteit van de Haagse winkelstructuur is volgens de analyses van Stec 2021 ten opzichte van 2017 vooruit gegaan. Het aanbod en de diversiteit daarvan, bereikbaarheid en fysieke uitstraling van winkelgebieden zijn gestegen in kwaliteit. Het verdwijnen van leegstand draagt positief bij aan

het aanbod, terwijl herontwikkelingen van gebieden met meer groen bijvoorbeeld bij De Stede en herstructureringen van Deltaplein en Haagsche Bluf de fysieke kwaliteit hebben verhoogd. Daarnaast zijn er nog lopende projecten die een toekomstbestendige inrichting krijgen. Het gaat hierbij om winkelgebieden New Babylon en The Globe22.

Leegstand winkelmarkt lager dan voorheen en op niveau van andere grote steden

Na een flinke groei tussen 2016 en 2020 is de winkelvoorraad in de gemeente Den Haag in 2021 stabiel gebleven. Hiermee heeft de stad na Amsterdam en Rotterdam de grootste winkelvoorraad met 1.035.000 m2 (Figuur 5.1).23 In 2021 is het aanbod van winkelruimte in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam toegenomen, terwijl Utrecht een daling liet zien. Het aanbod van winkelruimte in Den Haag is met ruim 5 procent gestegen tot 100.356 m2 (Figuur 5.2). Deze groei in aanbod is gelijk verdeeld over het centrum en de rest van de stad. Vergeleken met de andere drie grote steden volgt het aanbod van winkelruimte in Den Haag het aanbod van winkelruimte in Rotterdam dat ongeveer gelijk is aan 106.000 m2. De winkelvoorraad van Den Haag is echter 20% minder dan Rotterdam. In 2021 is de opname van winkelruimte in de gemeente weer gegroeid na een krimp in 2020 door de coronacrisis. De gerealiseerde opname van winkelruimte komt steeds vaker voor buiten het centrum. Ongeveer 10 procent van de opname in 2021 betreft een locatie in het centrum (Figuur 5.5 en Figuur 5.6). Het herstel in opname van winkelruimte heeft voornamelijk plaatsgevonden buiten het centrum. Terwijl het aanbod in het centrum in 2021 verder is gegroeid ten opzichte van het jaar ervoor, is de opname meer dan gehalveerd. Ten opzichte van 2020 is het aanbod aan winkelruimte in de stad verder gestegen.

Het aantal leegstaande winkelmeters24 is echter sinds 2016 nog nooit zo laag geweest in de stad. Dit wordt gedreven door een hoge stijging van opname. Hiermee stond het leegstandspercentage in 2021 op 3,9 procent, deze is substantieel lager dan voorgaande jaren (Figuur 5.3) en op vergelijkbaar niveau met de andere drie grote steden. Voorheen kende Den Haag het hoogste leegstandspercentage van winkelruimte in vergelijking met de andere grote steden. 22

Bron: Stec Retailmonitor Den Haag 2022

24

Het aantal leegstaande winkelmeters in de gemeente Den Haag bestaat uit winkelruimtes die langer dan één

23

Ruimte dat bestemd is voor horeca en cultuur wordt hierin ook meegenomen. jaar leeg staan

25

DE HAAGSE HOGESCHOOL

STAAT VAN DE HAAGSE ECONOMIE 2022

Wanneer de frictieleegstand meegenomen wordt in het aantal leegstaande winkelmeters komt de leegstand op bijna 10 procent te liggen (Figuur 5.4). Met de huidige ontwikkelingen zoals meer online shoppen, het wegvallen van de financiële steun aan ondernemers en de komst van een eventuele recessie maken het aannemelijk dat de huidige leegstandcijfers een langdurig karakter zullen hebben, aldus Stec 2021. Leegstaande winkelpanden zouden in een dergelijk krappe woningmarkt getransformeerd kunnen worden naar woonruimte. De gestegen bouwkosten en de schaarste aan bouwmaterialen kunnen de transformatie naar woonruimte mogelijk verhinderen.

Ondanks lichte stijging aanbod nog altijd krappe kantorenmarkt

Er worden andere eisen gesteld aan de directe omgeving van werklocaties/ kantoren. Zo is goede bereikbaarheid en voorzieningen die aansluiten bij het hybride werken doorslaggevender dan voorheen. Daarnaast neemt de aantrekkelijkheid van grootstedelijke OV-knooppunten/centrummilieus, terwijl buitengebieden hun aantrekkingskracht verliezen.25 Na een afname van de kantorenvoorraad van Den Haag vanaf 2016 is deze in 2021 weer licht gestegen (Figuur 5.7). Gerelateerd hieraan is ook het aanbod sindsdien licht gestegen (Figuur 5.8). Het Central Innovation District is in Den Haag het gebied met de grootste omvang aan beschikbare kantooraanbod. Bijna 40 procent van het beschikbare aanbod bevindt zich in dit deelgebied (Figuur 5.9). Het leegstandpercentage in de stad blijft het laagste van de vier grootste steden en bedraagt 4,3 procent (Figuur 5.7). Dit percentage ligt volgens Cushman & Wakefield onder de frictieleegstand van 5 – 7%. Deze bandbreedte wordt gezien als een gezond niveau dat organisaties de mogelijkheid geeft te verplaatsen, zonder dat er sprake is van overaanbod. Ook de opname van kantoorpanden is verder gedaald in 2021. De effecten van de coronacrisis zijn hier ongetwijfeld naar terug te herleiden.

Behalve de effecten van fysieke lockdowns heeft de coronacrisis ook een meer structurele verandering veroorzaakt naar de vraag van kantoorruimte door de brede introductie van thuiswerkplekken en hybride werklocaties. Een andere oorzaak van de dalende opname is het lage aanbod, aldus Cushman & Wakefield (2022). Dit drukt de vraag en daarmee de transactiedynamiek op de Haage kantorenmarkt verder. Waar in Den Haag de transactiedynamiek met 9,5 procent voor een tweede keer is gedaald, is te zien dat er in andere steden met een ruimere kantorenmarkt is de transactiedynamiek in 2021 is gestegen. Zo was de transactiedynamiek in Amsterdam en Rotterdam respectievelijk 32 en 23 procent hoger dan het jaar ervoor. Het opnamevolume in 2021 is sterk geconcentreerd is in een gebied. De grootste opname in 2021 is gerealiseerd in Binckhorst met een volume van bijna 42.000 m2 en een aandeel van 72%. Dit betreft een omvangrijke transactie van het Rijksvastgoedbedrijf. Deze wordt gevolgd door het Central Innovation District met een aandeel van 13%. Behalve Binckhorst zien we in alle deelgebieden in Den Haag een daling van het opnamevolume. In het deelgebied Binnenstad/Centrum in 2021 zelfs geen opname gerealiseerd (Figuur 5.10).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12812791/1